Melody

****

recensie  Melody

Wens van een draagmoeder

door Cor Oliemeulen

Hoe moeilijk moet het zijn om als draagmoeder na negen maanden zwangerschap de emotionele band met het kind te verbreken? Eén van de vele vragen die opdoemen in het sterke Belgische drama Melody, waarin een jonge Franse vrouw in ruil voor een flinke som geld haar baarmoeder aanbiedt aan een Engelse dame die haar moeder had kunnen zijn.

De Engelse Emily (Rachael Blake) is single, heeft een goede baan en een kinderwens. Echter toen ze kanker kreeg, is haar baarmoeder verwijderd, waardoor ze nu is aangewezen op adoptie of een surrogaatmoeder. De Française Melody (Lucie Debay) is getroffen door de economische crisis, wil een kapsalon openen en kan het geld goed gebruiken. Via een foto met profielschets op het internet verloopt de match voorspoedig. Emily zegt dat de ogen van Melody haar direct opvielen en was geroerd omdat ze schreef dat ze met het geld haar dochtertje perspectief wilde bieden. Echter na de inseminatie in een kliniek in Oekraïne blijkt dat Melody nog nooit een kind heeft gebaard. Emily eist dat Melody bij haar in huis komt wonen totdat de baby is geboren.

Recensie Melody

Wie is mijn moeder?
In zijn eerste speelfilm, La régate (de roeiwedstrijd), belicht regisseur Bernard Bellefroid de getroebleerde relatie tussen een 15-jarige jongen en zijn vader. In Melody  zoomt hij in op de verhoudingen tussen moeder en dochter – in meerdere facetten een dramatische studie naar de band tussen moeder en kind. Net zo min als Melody al een kind heeft gehad, weet ze wie haar eigen moeder is. Ze is bij haar geboorte afgestaan. En nu zal Melody zich langzaam realiseren dat ze draagmoeder is van een kind dat straks mogelijk niet weet van háár bestaan.

Buiten het feit dat het ongeboren kind een object is, ondergeschikt aan de belangen van de surrogaat- en wensmoeder, roept Melody logischerwijs veel meer vragen op dan de film kan beantwoorden. Hoe moeilijk gaat het leven van een kind worden als het niet weet wie zijn moeder is? Als je meehelpt om het kind in je te laten groeien, is het kind dan ook van jou? Hoe zakelijk blijf je als je het kind hebt gebaard om het af te geven en het nooit meer in je armen te kunnen houden? En waar begint commercieel draagmoederschap en houden ideële overwegingen op?

Recensie Melody

Emotionele lading
In het vorig jaar verschenen Duitse drama Zwei Mütter is een lesbisch paar genoodzaakt te opereren in het schemergebied van de ingewikkelde wetgeving, de moeizame technische weg om überhaupt zwanger te worden en worstelt het met emoties als jaloezie en verlatingsangst. Want naast de juridische, ethische en zakelijke kant – zoals belicht in de bekroonde documentaire Made in India  (2010) – heeft het thema draagmoederschap een grote emotionele lading. Ook in Melody, dat rustig opbouwt.

Maar de film is zeker geen valse tranentrekker, omdat er steeds een gepaste afstand tot de personages is. Hij weet het gegeven vooral op dramatisch vlak met uitstekend spel van de hoofdrolspeelsters geloofwaardig en realistisch uit te werken. Door een plottwist moeten zowel de karakters als de kijker hun visie bijstellen. Dan blijkt ook dat het verhaal vooral gaat over twee individuen die een moeder en een dochter in elkaar herkennen en hoe zij hiermee moeten zien om te gaan. In voorspoed en tegenspoed.

 

9 mei 2015

 
ALLE RECENSIES

5 goede schaakfilms

Vijf schaakfilms die staan als een toren

Joueuse

Heel veel goede speelfilms over schaken zijn er niet gemaakt. The Dark Horse en Pawn Sacrifice die in 2015 de Nederlandse filmtheaters bereikten, zullen zeker niet alleen liefhebbers van het strategische bordspel bekoren. Dat geldt ook voor de vijf volgende schaakfilms.

door Cor Oliemeulen

1. – Life of a King (2013)

‘Always Think B4 U Move’ prijkt op de gevel van de Big Chair Chess Club in een arme wijk van Washington. Schaken als metafoor voor het leven. Net als in The Dark Horse probeert een man met een niet alledaags verleden kansloos geachte jongeren te enthousiasmeren voor het schaakspel. Gebaseerd op een ware geschiedenis speelt Cuba Gooding Jr. de ex-crimineel Eugene Brown, die na zeventien jaar gevangenis een klas moeilijke kinderen voor zijn neus krijgt. School is voor de meesten verplichte kost en weer op straat houden sommigen zich bezig met drugshandel en overvallen. Natuurlijk lukt het Eugene uiteindelijk enkele jongeren perspectief en structuur met schaken te bieden, en is het meegenomen dat er een natuurtalent in de klas zit. Op privéterrein worstelt Eugene om contact met zijn dochter te krijgen. Life of a King is een typisch Amerikaanse inspiratiefilm met het hart op de goede plaats, maar kleurt soms te veel binnen de lijntjes.

2. – Searching for Bobby Fischer (1993)

De bekendste schaakfilm is niet per se de beste, maar nog steeds onmisbaar. Bobby Fisher was de eerste (en laatste) Amerikaan die de wereldtitel won. De film begint met authentieke beelden van de ongrijpbare legende, die schaken tot kunst wist te verheffen, tijdens de tweekamp met de Rus Boris Spasski in 1972. Tijdens de Koude Oorlog had Fisher de Amerikaanse hegemonie onderstreept en werd het enfant terrible een beroemdheid. Totdat hij zijn meest onverwachte zet deed: hij verdween! Searching for Bobby Fisher is het waargebeurde verhaal over de pas zevenjarige Josh Waitzkin die door sommigen wordt geacht in de voetsporen van diens grote voorbeeld te treden. De strenge schaakleraar Bruce Pandolfini (Ben Kingsley) ontfermt zich over Josh, maar dan blijkt dat het jongetje ook graag andere dingen doet, zoals honkballen en spelen met lego. Ook snelschaken met marginale figuren in het park is plotseling taboe. Gelukkig komt alles op zijn pootjes terecht en schaakt Josh zich succesvol een weg door tal van jeugdkampioenschappen.

3. – La diagonale du fou (1984)

Van alle romantiek ontdaan is deze Franse schaakfilm waarin Michel Piccoli op zeer realistische wijze de fictieve wereldkampioen schaken Akiva Liebeskind neerzet. In dit drama wordt de ideologische strijd tussen de verstokte Joodse Russische communist Liebeskind en zijn uitdager, de jonge dissident Pavis Fromm, op het scherpst van de snede gevoerd. De vermeende afluisterpraktijken op een hotelkamer en een hypnotiseur op de eerste rij van het publiek doen regelrecht denken aan de beruchte schaaktweekamp tussen de stoïcijnse Rus Karpov tegen de naar Zwitserland gevluchte grootmeester Viktor Kortsjnoj. Psychologische oorlogsvoering en paranoia vieren ook hoogtij in La diagnole de fou waarin Liebeskind bovendien kampt met een hartkwaal en Fromm in scheiding ligt met zijn vrouw Marina (Liv Ullmann). Mooi beeld van een tijd waarin schaakcomputers nog geen intrede hadden gedaan en de schaakgrootmeesters tijdens een tweekamp werden bijgestaan door een team van secondanten die tot in de nachtelijke uren openingen voorbereidden en afgebroken partijen analyseerden.

4. – Lang leve de koningin (1995)

Liefhebbers die in hun jeugd leerden schaken, zijn opgegroeid met het boekje ‘Oom Jan leert zijn neefje schaken’, in 1968 geschreven en samengesteld door Albert Loon en schaakgrootmeester Max Euwe, de enige Nederlander die wereldkampioen werd. Hiermee leer je op een verhalende en speelse manier de beginselen van het schaakspel. In feite is Lang leve de koningin van Esmé Lammers een afgeleide van dit speelse leerboekje. De kleine Sara kan zich moeilijk concentreren op school en haalt allemaal onvoldoendes. Op een dag ziet ze een schaakspel in de winkel van de vader van een klasgenootje. Sara is direct verkocht en fantaseert dat ze deel uit maakt van het gemêleerde gezelschap op het bord. De witte koningin (Monique van de Ven) neemt Sara onder haar hoede en verzint spelenderwijs de regels van het spel. De moeder van Sara wil niets van schaken weten, omdat zij vroeger heeft gebroken met schaakgrootmeester Bob Hooke (Derek de Lint) die nu de stad aandoet voor een schaaksimultaan, waarvoor Sara gaat oefenen. Mooie avontuurlijke familiefilm met veel amusante bijrollen.

5. – Joueuse (2009)

Schaken als remedie tegen een saai huwelijk. Dat is het doel van Hélène (Sandrine Bonnaire) die als kamermeisje werkt in een hotel op Corsica waar zij op een dag een koppel op het balkon een intiem potje schaak ziet spelen. Ze gaat ’s nachts oefenen en leert de kneepjes van het spel van dokter Kröger (Kevin Kline) bij wie ze wekelijks het huis poetst. Hélène ontdekt dat de dame sterker is dan de koning en probeert met haar nieuwe obsessie iets voor zichzelf te creëren, terwijl manlief Ange bang is zijn vrouw te verliezen. Hélène blijkt een natuurtalent, die zich op aanraden van Kröger aanmeldt voor een schaaktoernooi. Ze wordt door de organisator weggehoond, want wat voor intelligente vaardigheden kun je verwachten van een schoonmaakster? Prachtig spel van Bonnaire, die met een witte dame in haar hand (net als Sara in Lang leve de koningin) de mannelijke schakers van het eiland graag een poepje wil laten ruiken. Schaakverenigingen zouden Joueuse als promotiemateriaal moeten inzetten om meer dames te werven.

4 mei 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

White Shadow

***

recensie  White Shadow

Het chaotische leven van een albino

door Cor Oliemeulen

Buitenbeentjes vormen een dankbaar thema voor filmmakers, zeker als ze voortdurend in levensgevaar zijn. White Shadow is de eerste speelfilm over Afrikaanse albino’s die hoog op het verlanglijstje van idiote medicijnmannen staan.

In een aantal Oost-Afrikaanse landen lopen albino’s het risico in mootjes te worden gehakt, omdat toverdokters denken dat hun lichaamsdelen geluk brengende eigenschappen bezitten. Volgens het Rode Kruis betalen handelaren tot wel 75.000 duizend euro voor een complete set van lichaamsdelen van een albino. Volgens de Verenigde Naties zijn er in Tanzania vanaf 2000 al bijna tachtig albino’s gedood. President Kikwete liet in maart van dit jaar meer dan tweehonderd toverdokters en traditionele genezers arresteren om een eind te maken aan deze praktijk.

Recensie White Shadow

Goed bedoeld, maar rommelig
Albinisme is het aangeboren ontbreken van het pigment melanine in het haar of de huid, wat resulteert in een gedeeltelijk of geheel witte huid en rode ogen. Terwijl in westerse landen 1 op 20.000 mensen als albino wordt geboren, zou deze afwijking in Tanzania 1 op 1.400 keer voorkomen. Onderzoekers brengen dit fenomeen in verband met inteelt. De laatste jaren is in documentaires en reportages steeds meer aandacht voor de precaire positie van albino’s in Oost-Afrika.

De Israëlisch-Duitse regisseur Noaz Deshe besloot er een fictieve film over te maken. Door de lastige culturele en infrastructurele omstandigheden moest hij veelal werken met beperkte technische middelen. Zijn debuutfilm White Shadow lijkt dan ook soms op een reportage, omdat bijna alle scènes met één handheld camera zijn opgenomen. Het is een gefragmenteerd drama waarin registrerende, dramatische, gewelddadige en poëtische fragmenten elkaar afwisselen. Hoe goed bedoeld dan ook maakt het geheel een rommelige indruk waarbij je regelmatig de draad kwijtraakt.

Recensie White Shadow

Opvallende verschijning
Hoofdpersoon van White Shadow is de tienerjongen Alias. Nadat zijn albinovader met hakmessen is vermoord, vertrouwt zijn lieve moeder hem toe aan een oom, omdat de grote stad misschien veiliger voor hem is en meer perspectief biedt. Alias moet op straat zonnebrillen, telefoons en films aan automobilisten verkopen. Met zijn bleke huid en rossige krulletjes is hij natuurlijk een opvallende verschijning die altijd op zijn hoede moet zijn. Alias raakt bevriend met de dochter van zijn oom, maar samen knuffelen gaat oom te ver.

In feite is White Shadow even chaotisch als het leven van een albino in Tanzania. De jongen Alias is geknipt voor de hoofdrol en weet voldoende empathie voor zijn uitzonderlijke situatie en zijn weinig hoopgevende vooruitzicht op te wekken. De meeste van zijn leeftijdsgenootjes vinden hem vies en honen hem weg, zodat hij zich het meest geborgen voelt tussen andere albinokinderen die op verborgen locaties zijn ondergebracht.

En dan komen de gebeurtenissen plots in een stroomversnelling. Tijdens een lynchpartij staat Alias oog in oog met een foute toverdokter en krijgt hij een mes in zijn hand gedrukt…

 

1 mei 2015

 
ALLE RECENSIES

Combattants, Les

****

recensie  Les Combattants

De aantrekkingskracht van tegenpolen

door Cor Oliemeulen

Meesterlijke, bij vlagen zeer grappige vertelling over volwassen worden, overleven en de aantrekkingskracht van tegenpolen. Oftewel, hoe een jonge actrice de rol van haar leven speelt.

Les combattants bewijst dat romantische komedies ergens over kunnen gaan. Waar de meeste genregenoten ophouden bij een mannetje en vrouwtje die (doen alsof ze) een hekel aan elkaar hebben en – na komisch bedoelde verwikkelingen, banaliteiten en clichés – vol overgave speeksel met elkaar uitwisselen, plaatst de Franse regisseur Thomas Cailley simpel en effectief twee tegenovergestelde karakters in de natuur en laat ze zowel verbondenheid als een gevoel van vrijheid ontdekken. Het stoere meisje Madeleine, instinctief en soms onaangepast, versus Arnaud, die haar observeert en zich langzaam laat onderdompelen in haar energie.

Recensie Les Combattants

Fysieke grenzen
Arnaud (Kévin Azaïs) is een stille, wat teruggetrokken jongen die na de dood van zijn vader klust in het bedrijfje van zijn oudere broer Manu. In de zomer hangt hij met wat vrienden rond op het strand, waar op een dag een demonstratie zelfverdediging wordt gehouden. Arnaud wil niet worstelen met het meisje Madeleine (Adèle Haenel) dat tegenover hem staat, maar ondervindt pardoes dat zij haar mannetje staat. Later tijdens de bouw van een badhuisje ziet hij Madeleine opnieuw. Deze dochter des huizes loopt naar het zwembad, hangt een tas om haar nek, doet er twee zware dakpannen in en springt in het water. Arnaud schrikt, haast zich naar het zwembad en ziet hoe Madeleine haar baantjes trekt. Ze traint, ze traint hard, want ze zoekt graag haar fysieke grenzen op en denkt dat ze in het leger wil.

Het begin van een vriendschap tussen een gereserveerde jongen en een tomboy. In de discotheek is het niet Arnaud maar Madeleine die lachend met de tanden een bierflesje opentrekt en na het sporten gooit ze zonder aarzelen een rauwe vis in de blender waarna ze het goedje gretig opdrinkt. Hoe stoer, onstuimig en jongensachtig dan ook, Madeleine is mooi atletisch gebouwd, kijkt met haar heldere ogen dwars door je heen en toont sporadisch haar betoverende glimlach.

Anders dan in haar doorbraakrol Naissance des pieuvres (2007), waarin ze een pas 15-jarige femme fatale speelt, is Adèle Haenel in Les combattants vooral verleidelijk door haar no-nonsense kijk op het leven en haar impulsieve gedrag. Voor haar op het lijf geschreven rol als Madeleine ontving ze de César voor beste actrice, terwijl haar tegenspeler Kévin Azaïs als meest belovende acteur van Frankrijk werd gekozen.

Recensie Les Combattants

Openstellen
Regisseur Thomas Cailley situeert zijn originele, vermakelijke debuutfilm in het uitgestrekte bos- en merengebied van de Zuid-Franse regio Landes. Een rustieke streek die een paar keer per jaar wordt opgeschrikt door zware stormen en grote bosbranden. In Les combattants vormt een natuurramp de metafoor voor de botsende karakters van Arnaud en Madeleine.

Tijdens een rekruteringskamp lukt het Madeleine dan eindelijk haar krachtige energieveld open te stellen en vinden ze elkaar langzaam in schaarse handelingen en woorden tegen de achtergrond van de romantisch geschilderde natuur.

26 april 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

5 acteurs die slechts één film regisseerden

Vijf acteurs die slechts één film regisseerden

One-Eyed-Jacks

Als je succesvol als acteur bent, wil je ook wel eens achter de camera staan. Zo ook Ryan Gosling, die met Lost River zijn eerste, niet bijster gelukte, film maakte. Regisserende acteurs zijn er genoeg. Je hebt veelvraten zoals Clint Eastwood, maar in sommige gevallen blijft de regie tot één film beperkt. Vijf geslaagde voorbeelden.

door Cor Oliemeulen

1. – One-Eyed Jacks (1961, Marlon Brando)

Weinig acteurs zo legendarisch als Marlon Brando. Lichtend voorbeeld voor een generatie jongeren na zijn iconische hoofdrollen in The Wild One (1952) en On the Waterfront (1955), verrassende comeback als The Godfather (1972) waarvoor hij de Oscar weigerde, method actor, politiek activist, vader van tientallen kinderen, en volgens sommigen onuitstaanbaar. Brando’s manier van acteren was destijds volstrekt nieuw: intens en invoelend. Dat zie je terug in One-Eyed Jacks, dat aanvankelijk zou worden geregisseerd door Stanley Kubrick, flopte in de bioscoop, maar uitgroeide tot cultfilm. Marlon Brando portretteert zichzelf in al zijn ijdelheid als de mooie, revolver behendige jongen Rio die na een bankoverval door zijn partner Dad (Karl Malden) in de steek wordt gelaten en na vijf jaar gevangenis wraak komt nemen. Echter Dad blijkt inmiddels sheriff, getrouwd en heeft een stiefdochter die Rio’s hart verovert. Uitstekende, goed geacteerde western, waarvan Paramount de tragische eindscène jammer genoeg veranderde in een happy end.

2. – The Dancer Upstairs (2002, John Malkovich)

De verfilming van deze politieke misdaadroman is bij acteur John Malkovich in vakkundige handen. Er breekt een revolutie uit in een Zuid-Amerikaans land, waarin het ondergrondse verzet angst zaait en terreur tegen de machthebbers pleegt. Dode honden met spreuken om de nek hangen aan lantaarnpalen, een klein jongetje blaast zichzelf en zijn omstanders op, een groep sexy schoolmeisjes opent onverwacht de aanval op hooggeplaatste militairen. Nadat een minister tijdens een mysterieus interactief theaterstuk wordt gedood, is het aan de sympathieke politiecommissaris Augustín Rejas (Javier Bardem) om het brein achter de aanslagen op te sporen. Ondertussen wordt hij gedwarsboomd door de militaire politie en krijgt hij gevoelens voor zijn dochters balletlerares, die voor het andere kamp heeft gekozen. Door de constante geweldsdreiging zorgt Malkovich in het eerste deel voor de nodige opwinding, waarna hij meer ruimte biedt voor karakterontwikkeling. Onnodige mengelmoes van Engels, Spaans en Quechua verhindert niet dat Javier Bardem zich als excellent acteur op de kaart zet.

3. – Nil by Mouth (1997, Gary Oldman)

Als je zelf graag een agressieve hufter speelt, waarom zou je dan niet een film over zo iemand maken? Gary Oldman schreef en regisseerde een deprimerend sociaal-realistisch drama over een disfunctionele familie in een Londense arbeiderswijk waar hij zelf opgroeide. Raymond (Ray Winstone), een veelgebruiker, is getrouwd met Val (Kathy Burke) die in verwachting is van hun tweede kind. Val’s inwonende broer Billy wordt door Raymond het huis uitgezet vanwege diens heroïneverslaving. Rauw portret met druk pratende hoofden, alcohol, drugs, geweld en expliciet taalgebruik: ‘fuck’ is maar liefst 428 te horen en ‘cunt’ scoort 82 keer. Oldman registreert op bijzonder geloofwaardige wijze met veel close-ups en hand held camera’s het kommerlijke leven van alledag dat uitmondt in een uiterst gewelddadige actie van Raymond. De titel slaat op Raymonds alcoholistische vader die boven zijn sterfbed een bordje met ‘Nil by Mouth’ had hangen, omdat hij kennelijk niets meer kon eten – en drinken. Sfeervolle soundtrack.

4. – The War Zone (1999, Tim Roth)

Ray Winstone speelt ook de vader des huizes in het briljante regiedebuut van Tim Roth, net als Gary Oldman opgegroeid in Londen en vaak gecast als slechterik. En net als in Nil by Mouth is het acteerwerk in dit drama van grote klasse, wat ook nodig is als je de zware beproevingen van huiselijk geweld aannemelijk wil maken. Op het eerste gezicht lijkt vader een sympathieke hardwerkende man die wel wat vol van zichzelf is, maar dan ziet zijn 15-jarige zoon Tom hem met zijn drie jaar oudere zus Jessie in bad zitten. Tom vindt zelfs naaktfoto’s van haar tussen pa’s spullen. Moeder (Tilda Swinton), die zojuist is bevallen van een meisje, lijkt van niets te weten en puber Tom is zelf zo onzeker en bang voor zijn vader dat hij nog meer in zichzelf keert. Pas nadat Tom een nieuwe schokkende ontdekking doet, confronteert hij Jessie daarmee. Maar ook Jessie is verscheurd en weet zich geen raad. Heftigere en betere incestdrama’s als The War Zone (naar het gelijknamige boek van Alexander Stuart, die ook het scenario schreef) zul je niet snel zien.

5. – Quartet (2012, Dustin Hoffman)

Hoe anders van toon en thema zijn de belevenissen in een rusthuis voor muzikale ouderen. Dustin Hoffman, die lang had gedubd of hij überhaupt wel een film wilde regisseren, wijdt niet uit over moeilijke thema’s als dementie, beroerte, scheiding en voorgenomen verhuizing, maar richt zich vooral op vrolijke zaken. We zijn getuige van de voorbereidingen van het jaarlijkse Verdi-gala, waarvan de opbrengsten hard nodig zijn om het tehuis open te kunnen houden. We maken kennis met de bazige artistiek leider Cedric (Michael Gambon), de ondeugende Wilf met prostaatproblemen (Billy Connolly), de lieve, warrige Cissy (Pauline Collins) en de charmante muziekprofessor Reginald (Tom Courtenay). De boel komt op scherp te staan na de komst van operagrootheid Jean Horton (Maggie Smith), de enigszins verwaande ex-vrouw van Reginald. De vraag is of Wilf, Cissy en Reginald haar uiteindelijk kunnen overhalen om net als in hun hoogtijdagen samen het ‘Bella figlia-kwartet’ uit Verdi’s Rigoletto op te voeren. Quartet is luchtig, mooi aangekleed en zit vol met bekende operadeuntjes.

25 april 2014

 

Alle leuke filmlijstjes

Lost River

**

recensie  Lost River

Verloren zielen in verzopen stad

door Cor Oliemeulen

Soms heb je de behoefte om een regisseur te vragen wat hij nu eigenlijk bedoelde met zijn film. Was het een gevolg van een ‘bad trip’? Heeft je onbedaarlijk experimenterende neefje van de kunstacademie jouw naam mogen gebruiken? Of kunnen wij deze nieuwe filmstroming pas na je volgende project beter begrijpen?

Allereerst een vraag aan de lezer. Wat hebben Keanu Reeves, Dustin Hoffman, Joseph Gordon-Levitt, James Franco, Ben Affleck, Tim Roth, Gary Oldman, Marlon Brando, John Malkovich, Alec Baldwin, Antonio Banderas, Mel Gibson, Gael García Bernal, Edward Norton, Bob Hoskins, Morgan Freeman, Albert Finney, George Clooney, Gérard Depardieu, Paul Newman, Tommy Lee Jones, Ed Harris, Laurence Olivier, Al Pacino, Robert Redford, Tim Robbins, Philip Seymour Hoffman, Daniel Auteuil, Frank Sinatra, Billy Bob Thornton, John Wayne, Robert De Niro, Clint Eastwood en Denzel Washington met elkaar gemeen?

Recensie Lost River

Het zijn stuk voor stuk begenadigde acteurs die op een bepaald moment in hun carrière zélf een film wilden maken. De een bleek wat succesvoller dan de ander, en een enkeling had er beter helemaal niet aan moeten beginnen. De tijd zal leren hoever de ambities van Ryan Gosling zullen reiken. Met Lost River levert hij in ieder geval een opvallend regiedebuut af.

Kleurenpalet
Toen Lost River na de wereldpremière op het filmfestival van Cannes met de grond gelijk werd gemaakt, leek het er op dat deze combinatie van donkere fantasie en modern sprookje direct op dvd zou verschijnen. Het siert Warner Bros. dat ze toch de stap naar de bioscoop heeft genomen, want het lijkt zeer onwaarschijnlijk dat het regiedebuut van Ryan Gosling de kassa’s zal laten rinkelen. Lost River is in die zin rijper voor het alternatieve circuit, hoewel de doorgewinterde arthouse-fan zich danig achter de oren zal krabben wat hij moet aanvangen met dit onsamenhangende bombardement van cinematografische artisticiteit en narratief falen.

Sommige beelden zijn origineel en prachtig, zoals de voorbijrijdende brandende fiets en de lantaarnpalen die half onder water staan en een voor een aanspringen, terwijl andere beelden niet echt verrassen, zoals brandende huizen in het donker en eenkleurig verlichte ruimtes. De cinematografie van Benoît Debie, die zijn kleurenpalet al opentrok voor visuele trips in Enter the Void (2009) en de neon-kitsch in Spring Breakers (2012) is het enige, en tevens alles, wat Lost River de moeite van het bekijken (op het witte doek) waard maakt.

Recensie Lost River

Vloek
De failliete spookstad Detroit dient als decor van een – na een vloek (!) – ondergelopen stad, waarin de acteurs veelal plompverloren rondlopen. Het door Gosling zelf geschreven Lost River biedt een warrig kijkje in het leven van de alleenstaande moeder Billy (Christina Hendricks) die om het hoofd boven water te houden gaat werken in een creepshow met Cat (Eva Mendes) als bloederige hoofdact, terwijl Billy’s tienerzoon Bones (Iain De Caestecker) verkoopbaar materiaal uit de verlaten huizen stript, wordt achtervolgd door een vage punker en toenadering zoekt tot zijn buurmeisje Rat (Saoirse Ronan).

De eerste boreling van Ryan Gosling is ambitieus, pretentieus, pompeus en serieus tegelijk – ontegenzeggelijk beïnvloed door Terrence Malick, David Cronenberg, David Lynch en Nicolas Winding Refn, met wie hij Drive (2011) en Only God Forgives (2013) maakte. Een mix van onheilspellend donker, zonnestralen door de bladeren van een boom, surrealistische settings, kleurenfilters, gestyleerd geweld, anarchie en escapisme. Een mengbeker die ten langen leste aanvoelt als een gifbeker. Met minder experimenteerdrift en een beter scenario verdient Ryan Gosling een tweede kans.

 

24 april 2015

 
ALLE RECENSIES

5 minder bekende Australische topfilms

Vijf minder bekende Australische topfilms

Wake-in-Fright-

Met zijn regiedebuut The Water Diviner zet Russell Crowe Australië weer eens op de filmkaart. Denkend aan ‘down under’ borrelen direct wat niet te missen krakers op: Gallipoli, Shine, Lantana, Mad Max, Picnic at Hanging Rock, Rabbit Proof Fence, Muriel’s Wedding etc.. Maar Australië kent ook minder bekende topfilms.

door Cor Oliemeulen

1. – Romper Stomper (1992, Geoffrey Wright)

Misschien is het maar goed dat er relatief weinig speelfilms over skinheads zijn gemaakt, want het veelal extreme gedrag van deze kaalkopjes stemt niet direct tot hoop en vrolijkheid. Tien jaar na Made in Britain van Alan Clarke volgde het zeer geslaagde Australische antwoord Romper Stomper. Het betekende de doorbraak van Russell Crowe, die de charismatische skinheadleider Hando speelt. De mishandeling van een buitenlands stel vormt de opmaat van een portret over een groep neonazi’s die het heeft gemunt op immigranten in Melbourne. In hun nazihol hangt een kaart van de stad met daarop locaties van Aziatische winkels. Een clash met een grote groep Vietnamezen loopt uit de hand, waarna Hando’s bende moet onderduiken. Realistisch beeld van een asociale, zoekende subcultuur weet thema’s als incest, epilepsie en verraad prima te verweven in het verhaal dat zoals verwacht tragisch eindigt.

2. – Wake in Fright (1971, Ted Kotcheff)

Dat Aussies gastvrijheid uitmuntend met alcohol weten te mixen, zien we in het om meerdere redenen in het oog springende Wake in Fright. De film begint als een rustig drama over een leraar (overtuigende rol van de relatief onbekende acteur Gary Bond) in een woestijngehucht die op zijn reis naar Sidney strandt in een mysterieus stadje waar wordt gedronken en gegokt bij het leven. Na triomfen en verliezen belandt de leraar tussen wat rauwdouwers onder leiding van ene Doc (Donald Pleasence) die het drinken van grote hoeveelheden bier en sterke drank tot kunst hebben verheven, graag een potje knokken en de walgelijke gewoonte hebben om spontaan kangoeroes af te schieten en dood te rijden. De sfeer wordt grimmig, hallucinerend en onheilspellend, waarbij het de vraag is of onze leraar ongeschonden het stadje zal verlaten. Een film die je niet snel zult vergeten.

3. – The Castle (1997, Rob Sitch)

De droge humor is typisch Australisch, maar minder flauw en voorspelbaar dan in de succesvolste Australische film Crocodile Dundee, die na de release in 1986 wereldwijd meer dan 350 miljoen dollar opbracht. In het in eigen land enorm populaire The Castle volgen we een gezin dat pal naast een vliegveld woont. Pa is een eersteklas goedzak en een filosoof van de koude grond: nuchter, naïef en positief ingesteld. Hij zal een koopje niet snel laten schieten en is continu bezig het huis te verfraaien. Echter nadat de overheid heeft besloten dat het vliegveld zal worden uitgebreid en zijn ‘kasteel’ moet verdwijnen, zet hij zijn kont tegen de krib. Een sullige advocaat is vervolgens kansloos tijdens de rechtszaak en het gezin heeft twee weken tijd om te verkassen. Maar dan komt er hulp uit onverwachte hoek. Let op Eric Bana in zijn speelfilmdebuut als kickboksende schoonzoon.

4. – Two Hands (1999, Gregor Jordan)

Vlotte, zwartkomische misdaadthriller met een eveneens jonge Heath Ledger als de boksende portier Jimmy die zich laat verleiden tot een hachelijk klusje voor een lokale gangsterbaas. Natuurlijk loopt dit danig uit de klauwen, zodat Jimmy alle zeilen moet bijzetten om zich uit zijn penibele situatie te redden. Ondertussen valt hij voor een leuk fotograferend meisje. Two Hands doet denken aan de hippe gangsterfilms van onder meer Guy Ritchie (o.a. Lock, Stock and Two Smoking Barrels) die ook rond de millenniumwisseling op het witte doek verschenen: minder hilarisch en gewelddadig, maar ook met leuke twists. De pas 19-jarige Ledger acteert onbevangen en toont charisma, Bryan Brown is grappig als de bendeleider met een onmiskenbaar talent voor scrabble en andere bordspelletjes.

5. – The Tracker (2002, Rolf de Heer)

Vijf figuranten in de woestijnhitte van Australië: de fanatiekeling, de volger, de veteraan en de spoorzoeker zijn op jacht naar de vluchteling. We schrijven 1922, een tijd waarin Aboriginals nauwelijks waren gevrijwaard van racisme en discriminatie. Psychologisch kat-en-muisspel tussen premiejager en spoorzoeker werd in 1953 al superieur uitgewerkt door Anthony Mann in zijn western The Naked Spur, echter de van oorsprong Nederlandse regisseur Rolf de Heer weet de situatie op geslaagde wijze te verplaatsen van de Rocky Mountains naar de outback. Sterke troef van The Tracker is de titelfiguur, gespeeld door David Gulpilil, die niet alleen feilloos sporen vindt, maar ook zijn hondse behandeling met de nodige humor weet te relativeren. Rolf de Heer, die meer films over het lot van de oorspronkelijke Australische bevolking schreef en regisseerde, lardeert de soms heftige gebeurtenissen met primitieve historische schilderijen en filosofische Aboriginal-liedjes.

13 april 2015

 

Alle leuke filmlijstjes

Lilting

***

recensie  Lilting

Begrip overwint cultuurverschillen

door Cor Oliemeulen

Een man zoekt de confrontatie met de onbekende moeder van zijn overleden geliefde. Wat volgt is een oprecht drama over rouw en een botsing van culturen en generaties, waarin communicatie onmogelijk lijkt, maar begrip zal overwinnen.

Toneelcritici die Ben Whishaw in 2004 Hamlet zagen spelen, dachten een nieuwe Laurence Olivier te zien. Op het witte doek speelde de inmiddels 34-jarige Engelse acteur andere bekende figuren zoals Keith Richards (Stoned, 2005), Bob Dylan (I’m Not There, 2007) en dichter John Keats (Bright Star, 2009). Voor het grote publiek is hij vooral bekend als Q in de laatste James Bond (Skyfall, 2012), maar zijn sterkste rol speelde Whishaw tot nu toe als Jean-Baptiste Grenouille, die extreme maatregelen neemt om het allerlekkerste luchtje te kunnen creëren in Perfume: The Story of a Murderer (2006).

Recensie Lilting

Niet kunnen delen
In Lilting kruipt acteertalent Whishaw in de huid van Richard, die een homorelatie met Kai heeft. Elders in Londen woont Kai’s moeder Junn in een saaie kamer van een verzorgingshuis. Ze neemt het Kai kwalijk dat hij haar daar heeft weggestopt en nu samen met een onbekende ‘goede vriend’ zonder haar in een huis woont. Junn is bijna geheel verstoken van contact (ze heeft wel een vriend die haar elke dag bloemen geeft), want ze heeft nooit kunnen wennen aan de westerse cultuur en is de taal niet machtig. Na de plotselinge dood van Kai brengt de zachtaardige Richard schoorvoetend een bezoek aan Junn. Geleidelijk aan realiseren zowel Junn als Richard zich dat ze Kai niet met de ander hebben kunnen delen.

Een ogenschijnlijk zwaar thema, subtiel en sfeervol in beeld gebracht door de van oorsprong Cambodjaanse regisseur Hong Khaou, die met Lilting debuteert en het verhaal zelf schreef. In flashbacks en denkbeeldige gesprekken leren we langzaam de relatie tussen moeder-zoon en zoon-geliefde kennen. Junn mist niet alleen Kai om zich heen, ook is ze gedesillusioneerd omdat het land waarnaar zij en haar inmiddels overleden man emigreerden weinig meer biedt dan ‘gratis gezondheidszorg en schoon drinkwater’.

Lilting

Begrip
Lilting is een drama over zowel rouw als communicatie. Omdat Junn slechts één zinnetje Engels beheerst (‘Fuck you very much’) huurt Richard de Chinese tolk Vann in. Samen met haar brengt hij een aantal bezoeken aan Junn zodat Richard en Junn kunnen proberen begrip voor elkaar te kweken. Door het praten via een tolk kunnen ze allebei gemakkelijker hun zegje doen, omdat ze spoedig weten dat de sympathieke Vann niet alles letterlijk zal vertalen om de ander te beschermen, of omdat niet direct tegen de ander praten ook een uitlaatklep biedt. Leuk is hoe Vann aanvankelijk alleen vertaalt, maar later haar eigen mening ventileert, omdat ze betrokken is geraakt.

Bijna alle scènes lijken wel aktes uit een toneelstuk, maar door de vernuftige montage lopen de ontmoetingen en flashbacks soepel en geloofwaardig in elkaar over. Niet alleen door het casten van Ben Whishaw als Richard is Lilting een gevoelige, maar oprechte kleine film geworden. Ook de keuze voor debutante Naomi Christie als Vann en Pei-pei Cheng als Junn is een schot in de roos. Cheng brak door als The Queen of Swords in de eerste grote Hongkongse wuxia-film Come Drink With Me (1966) en maakte later nog furore in de vernieuwende martial arts film Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000). In Lilting hoeft ze niet zwaard vechtend en pijlen afschietend over boomtoppen te scheren – meer dan veelbetekenende gezichtsuitdrukkingen heeft ze niet nodig.

 

12 april 2015

 
ALLE RECENSIES

Water Diviner, The

***

recensie  The Water Diviner

Wonderbaarlijke speurtocht naar verloren zoons

door Cor Oliemeulen

Een Australische wichelroedeloper benut zijn fijngevoelige gaven tijdens een vastberaden speurtocht naar zijn gesneuvelde zoons op een Turks slagveld. Vakkundig en bevlogen regiedebuut van Russell Crowe is niet wars van sentimentele trekjes.

In 1981 maakte Peter Weir het historische drama Gallipoli dat kan worden beschouwd als een van de belangrijkste Australische films. Dertien jaar nadat de Engelse kolonie een zelf regerend deel van het Britse Rijk werd, brak in 1914 de Eerste Wereldoorlog uit en gingen Australische soldaten vrijwillig vol avontuurlijke gevoelens naar het Turkse schiereiland Gallipoli om te vechten tegen het Ottomaanse Rijk dat de kant van Duitsland had gekozen. Hoewel de Australiërs verschrikkelijk in de pan werden gehakt en ruim achtduizend soldaten het leven lieten, betekende de Slag om Gallipoli veel voor het jonge Australische zelfbewustzijn. In Gallipoli volgen we twee talentvolle atleten in de loopgraven aan het front en loopt het voor een van hen niet goed af. The Water Diviner begint in feite waar Gallipoli ophoudt.

Recensie The Water Diviner

Wichelroede
Op de droge Australische vlakte probeert Joshua Connor (Russell Crowe) met zijn wichelroede water te detecteren. Door zijn fijngevoeligheid kan hij binnen no-time een put slaan. ’s Avonds leest hij voor uit Arabische Nachten, maar de drie bedden in de slaapkamer zijn leeg. Zijn vrouw Eliza is getraumatiseerd door het verlies van hun drie zoons en verwijt Joshua dat de jongens niet zijn teruggekomen. ‘Je kunt wel water vinden, maar niet eens je eigen kinderen. Jij bent ze kwijtgeraakt.’

Vervolgens zien we een scène waarin Joshua zijn zoons zoekt, terwijl een grote, rode zandstorm nadert – indrukwekkend in beeld gebracht door Andrew Lesnie (The Lord of the Rings, The Hobbit), echter Joshua weet het drietal net op tijd te redden. Nadat Eliza plotseling is overleden, leren we dat de drie zoons niet meer zijn thuisgekomen nadat ze naar Gallipoli waren vertrokken. Omdat zijn vrouw gelovig was, neemt Joshua zich voor om op zoek te gaan naar de overblijfselen van zijn zoons zodat hij hen kan begraven in gewijde grond naast hun moeder.

Oorlogstrauma van twee kanten belicht
Het is 1919 en Joshua arriveert in Istanbul, waar hij een kamer neemt in het hotel van de mooie Ayshe (Olga Kurylenko), die aanvankelijk niets van Joshua moet hebben, omdat haar man ook op Gallipoli heeft gevochten. Met heel veel moeite lukt het Joshua het schiereiland te bereiken. Het 600 jaar oude Ottomaanse Rijk is inmiddels verslagen, maar er is chaos omdat veel landen aanspraak maken op een deel van Anatolië. Ondertussen hebben de triomferende Engelse en verslagen Turkse legerofficieren hun vijandelijkheden aan de kant gezet. Ze verzamelen menselijke resten om die met eerbied hun laatste rustplaats te kunnen geven. Joshua maakt intensief kennis met Majoor Hasan (Yilmaz Erdoğan), die medeverantwoordelijk is voor de dood van zijn zoons.

Recensie The Water Diviner

The Water Diviner slaagt erin begrip voor beide partijen te creëren en het oorlogstrauma van twee kanten te belichten. Ook is er voldoende respect voor de Turkse cultuur. De film is geïnspireerd op de ware geschiedenis van een oude man die zich vanuit Australië toegang tot dit gebied wist te verschaffen om het graf van zijn zoon te ontdekken. De scriptschrijvers voegden aan dit uitgangspunt wezenlijke elementen toe: vergeving, samenwerking en vriendschap, waarbij emotie en sentiment niet worden geschuwd.

Afgeraffeld, maar inspirerend
Russell Crowe maakt met The Water Diviner een achtenswaardig regiedebuut. Zijn spelleiding is strak en de vaart zit er prima in, maar het script is te vol gepropt en soms erg voorspelbaar. Als Connor de hoteleigenares voor het eerst ontmoet, weet je direct dat ze vroeg of laat gevoelens voor elkaar zullen ontwikkelen. Sommige gebeurtenissen zijn niet of nauwelijks uitgewerkt: waarom zijn de Engelsen karikaturaal en bot? Enkele scènes zijn overbodig en zelfs belachelijk: Joshua heeft helemaal vanuit Australië een cricketbat meegenomen zodat hij in een rijdende trein de beginselen van deze sport aan Turkse militairen kan uitleggen.

De gebeurtenissen in het laatste deel gaan zo snel dat het aanvankelijke drama wordt afgeraffeld en uitmondt in een avonturenfilm waarin Joshua’s wonderbaarlijke gave om plaatsen en mensen te lokaliseren aan geloofwaardigheid inboet. Ondanks die tekortkomingen is The Water Diviner een inspirerende film over hoop en liefde.

 

11 april 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf minder bekende Australische topfilms 

Son of a Gun

**

recensie  Son of a Gun

Schaken op twee borden tegelijk

door Cor Oliemeulen

Een ervaren crimineel neemt een groentje onder zijn hoede, maar ontmoet weerstand als er een vrouw in het spel komt.

In speelfilms zie je regelmatig een schaakbord. Vaak staat het bord verkeerd (het veld rechtsonder moet wit zijn) en hebben de witte en zwarte stukken een onlogische positie. Meestal zie je wetenschappers, gepensioneerden of nerds achter het schaakbord, maar het komt ook voor dat gedetineerden het edele schaakspel beoefenen. Als kijker weet je dan direct dat zo’n boef slimmer is dan zijn collega’s die hun recreatietijd liever invullen met het tillen van gewichten, het uitwisselen van ideeën voor tatoeages, of het organiseren van een groepsverkrachting.

Recensie Son of a Gun

Complexe relatie, simpel verhaal
Als één van de beruchtste Australische criminelen Brendan Lynch (Ewan McGregor) achter een schaakbord zit na te denken over zijn volgende zet, deelt groentje JR (Brenton Thwaites) en passant mee dat Lynch zijn tegenstander in drie zetten schaakmat kan zetten. JR dwingt meteen respect af, het begin van een complexe relatie tussen Lynch en hem. In Son of a Gun geldt schaken als metafoor voor het criminele leven: een paar zetten vooruit denken en incalculeren wat je tegenstander kan doen, of iets of iemand opofferen om later voordeel te behalen. Het duurt niet lang voordat JR een pion in Lynch´s schaakspel naast het bord is. Wat volgt is geen koningsdrama, maar een overzichtelijk verhaal, dat ook voor liefhebbers van ganzenborden gemakkelijk is te volgen.

Omdat JR zich ook bemoeit met de structurele groepsverkrachting van zijn celgenoot, dreigt hij zelf het volgende zeepje van de douchevloer te moeten oprapen. Lynch en zijn mannetjesputters grijpen precies op tijd in, wat betekent dat JR na zijn zes maanden detentie Lynch een wederdienst moet bewijzen. Nadat Lynch op spectaculaire wijze uit de gevangenis is bevrijd, wordt JR het criminele circuit ingezogen. Lynch fungeert als een vaderfiguur, die JR kennelijk nooit heeft gehad. Lynch deelt niet alleen zijn idealen, levenservaring en eergevoel met JR, ook introduceert hij hem in een gewelddadige bende die vers gegoten goud wil stelen.

Recensie Son of a Gun

Verboden liefdesavontuur
De Schot Ewan McGregor speelde al vaker in Australische films (o.a. Moulin Rouge!, 2001), maar komt niet spectaculair uit de verf in Son of a Gun van Julius Avery, die naam maakte met korte films en zelf het scenario van zijn eerste speelfilm schreef. Ook zijn relatie met Brenton Thwaites (Maleficent, 2014) is te oppervlakkig, waarbij het vanaf de tweede ontmoeting al duidelijk is dat het onderling niet blijft boteren. Net als alle andere personages zijn ze te eendimensionaal en ontbreekt enige vorm van humor om het geweld te relativeren. Slechts één korte scène levert een glimlach op: iemand die niet wil praten wordt naakt in een vriezer gestopt, waarna twee criminelen er bovenop gaan zitten en een waterijsje eten.

Julius Avery probeert tevergeefs door middel van een verboden liefdesavontuur zijn misdaaddrama meer diepte te geven. Want in zijn nieuwe criminele omgeving speelt JR op twee borden tegelijk. Samen met Lynch wil hij een grote slag slaan, en ondertussen schaakt hij Tasha (Alicia Vikander, A Royal Affair, 2012), het liefje van bendeleider Sam. In deze onderhoudende, maar doorsnee actiefilm is het wachten op de slotconfrontatie tussen JR en Lynch. De finale poets die de een de ander bakt hebben we al vaker op het witte doek gezien.

 

6 april 2015

 
ALLE RECENSIES