Elephants Up Close

***
recensie Elephants Up Close

De porseleinkast van het olifantenbestaan

door Paul Rübsaam

In de natuurdocumentaire Elephants Up Close leren we olifanten van nabij kennen. Het blijken fijnzinnige, sociale en in hun voortbestaan bedreigde dieren. Hun tere huid heeft bovendien regelmatig een modderbad nodig.

Natuurdocumentaires dienen van oudsher tot lering en vermaak. De lering is de laatste decennia echter op de voorgrond komen te staan. Nadrukkelijk confronteren hedendaagse documentaires ons ermee dat natuur een welhaast museaal begrip is geworden. Door de alomtegenwoordigheid van de mens bestaat de huidige wereld louter uit steden, dorpen, weilanden, akkers en plantages, met nog slechts hier en daar ruimte voor een natuurreservaat.

Elephants Up Close

De spectaculaire ontwikkeling van de cameratechnieken stelt ons evenwel in staat de levens van onze niet menselijke medeschepselen in hun steeds kleiner wordende habitat nauwkeurig te registreren. We leren veel dieren wrang genoeg pas echt kennen nu het bijna te laat is.

Weinig kijkers zullen ooit eerder olifanten van zo dichtbij en in zulke grote getale hebben gezien als in Elephants Up Close (Elefanten Hautnah), een documentaire van de Duitse regisseurs Jens Westphalen en Thoralf Grospitz, die in het kader van Wild Life Film Festival Rotterdam on tour (door de coronacrisis uitgesteld) de landelijke bioscopen aandoet. In close-ups zien we de lange zwarte wimpers rond de kleine ogen van de zachtaardige reuzen. En middels panoramashots vanuit de lucht de bijeenkomst van vele honderden olifanten bij een drinkplaats.

Verfijnde communicatietechnieken
De kolossale, tonnen wegende olifanten zijn allesbehalve onkwetsbaar, zo vernemen we. In voorbije jaren waren er diverse plaatsen in Afrika waar de dieren met velen bijeenkwamen. Maar door stroperij en de toenemende droogte op het Afrikaanse continent vormen de rivierdelta’s in het noorden van Botswana (nabij de grens met Namibië) nog een van de weinige gebieden waar je de dikhuiden in groten getale kunt zien.

De als nomaden voorttrekkende olifanten leven in familieverbanden, met een zekere scheiding tussen stierenkuddes en koeienkuddes. Van de koeienkuddes maken de kalveren van uiteenlopende leeftijd deel uit. Een koeienkudde wordt aangevoerd door een matriarch, wier zusters en volwassen dochters tevens tot de kudde behoren. Ieder lid van deze groep draagt verantwoordelijkheid voor alle kalveren.

Verschillende olifantenfamilies kunnen allianties met elkaar aangaan. Olifanten zijn met hun verfijnde communicatietechnieken in staat deel uit te maken van grotere gemeenschappen. Van het scala aan verschillende geluiden dat ze met hun stembanden voortbrengen, is een deel voor mensen onhoorbaar. Die diepe geluiden laten ze met behulp van hun poten via de grond resoneren, zodat soortgenoten de vibraties met informatie over drinkplaatsen, aankomende stormen en dergelijke op grote afstand op kunnen vangen.

Elephants Up Close

Behendig en kwetsbaar
Zoals bekend beschikken olifanten over een uitstekend geheugen. De ooit naar een drinkplaats afgelegde route wordt jaren later nog feilloos gevolgd. Maar niet alleen de intelligentie en sociale gezindheid van olifanten doet bijna menselijk aan. Met hun slurf, hielen en tenen kunnen de schijnbaar plompe dieren tevens verfijnde bewegingen maken. Een scène in Elephants Up Close waarin een stier het lichaam van een aan dorst overleden, bevriende soortgenoot aan een nauwkeurig, maar teder onderzoek onderwerpt, laat dat fraai zien.

Dat olifanten graag een modderbad nemen, wijst eerder op hun kwetsbaarheid, dan op hun slechte manieren. Het modderlaagje beschermt hen tegen de felle Afrikaanse zon, die zelfs voor hun dikke, donkergrijze huid te veel kan zijn. Bovendien is de modder een probaat middel tegen hinderlijke insecten en parasieten.

Pro olifant
Zoals niet verbazen zal, zijn de documentairemakers bij uitstek pro olifant. Dat olifanten met hun vraatzucht het landschap van de savannen zouden verwoesten, wordt gerelativeerd. Dat landschap herstelt zich wel weer. Men benadrukt daarentegen dat olifantenuitwerpselen voedzaam zijn en dat onder anderen bavianen en vlinders zich eraan te goed kunnen doen.

Westphalen en Grospitz hopen dat wie de grijze gigant beter leert kennen vanzelf van het dier zal gaan houden. De boodschap dat het lot van het grootste landzoogdier op aarde in onze handen ligt, wordt niet al te fanatiek ingewreven. De kijker hoeft zich slechts te verwonderen over de leefwijze en de talenten van de sympathieke dieren met hun koddige koters. Dat moet het begin zijn van een verandering in ons denken die de olifanten uiteindelijk ten goede komt.

 

27 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Proxima

***
recensie Proxima

Het aardse loslaten

door Michel Rensen

Sarah Loreau bereidt zich vol ambitie voor op haar droom: een jarenlange ruimtemissie. Tegelijk worstelt ze om het aardse, en haar dochter, los te laten. Is deze missie dat gemis wel waard?

Een vrouwelijke astronaut zien we niet al te vaak op het grote scherm. Dat is wat schrijver/regisseur Alice Winocour gedacht moest hebben toen ze met het idee voor Proxima kwam. Eva Green speelt de rol van Sarah Loreau, een alleenstaande moeder en ambitieuze astronaut die zich klaarmaakt om als voorbereidende missie naar Mars een jaar lang in de ruimte te leven. Hoewel ze haar hele leven, en dat van haar dochter Stella, voorbereid heeft op haar droommissie, blijkt de ontkoppeling met het aardse lastiger dan gedacht.

Proxima

Emotionele worsteling
Eva Green schittert in de rol van de introverte astronaut. Met een zeer indringende acteerprestatie weet zij haar gevoelens sterk naar voren te brengen ondanks een script dat aan alle kanten rammelt. De dialogen zijn zeer minimalistisch geschreven en vooral functioneel. Daarmee voelen de personages nauwelijks als mensen, maar vooral als archetypes van een mannenwereld waarin Sarah eenzaam ronddwaalt. Alleen in de relatie tussen de astronaut en haar dochter Stella is menselijkheid te vinden. De andere relaties en personages voelen klinisch en kil aan. Door de stuntelige dialogen voelt deze kilheid echter nooit als een scherpe kritiek op die wereld, maar enkel als het gevolg van de filmische constructie.

Het drama leunt volledig op het verlangen van Sarah dichtbij haar dochter te zijn terwijl haar werk dat niet toestaat. Thomas (Lars Eidinger), haar ex-man en vader van Stella, werkt in hetzelfde vakgebied en snapt Sarahs ambities volledig. Zonder morren neemt hij de voogdij over hun dochter over. Sarah reist ter voorbereiding naar het afgelegen Kazachstan (waar in een al bestaande trainingsfaciliteit is geschoten). Hier bereidt ze niet alleen de missie voor, maar wordt ze ook psychologisch geholpen om de afstand met haar dochter te accepteren. De film weet de relatie tussen de twee sterk invoelbaar te maken. Zowel de wispelturigheid van Stella en de diepe melancholie van Sarah worden in ontroerende telefoongesprekken, overdenkingen en gesprekken met haar psycholoog (Sandra Hüller) verteld.

Afwezige drijfveer
“Wat drijft jou?”, vraagt mede-astronaut Mike Shannon (Matt Dillon) vlak na hun eerste ontmoeting. Tegenover het verlangen naar haar dochter staat een enorme ambitie en verlangen voor haar vak. Die ambitie blijkt haar Sarahs enorme doorzettingsvermogen, maar haar onderliggende motivatie krijgen we helaas nauwelijks mee. Sarah beschrijft kort dat ze als kind al astronaut wilde worden, maar verder dan die altijd aanwezige drijfveer komen we niet. We moeten vooral vertrouwen op haar doorzettingsvermogen, maar krijgen nergens een moment waar de liefde voor haar vak net zo invoelbaar is als de liefde voor haar dochter. Die afwezigheid staat in scherp contrast met het intense verlangen van Sarah om bij haar dochter te zijn. Aan het eind van de film vraag je je vooral af of de ruimtemissie het gemis wel waard is.

Seksisme
Hoewel er in sciencefiction talloze voorbeelden van vrouwelijke ruimtereizigers zijn, is het aantal vrouwelijke astronauten in een meer realistische setting op een hand te tellen. Proxima steekt zijn eigen missie om hierin verandering te brengen niet onder stoelen of banken. Wanneer Sarah bij de start van de missie de menigte toespreekt over hoe haar moeder haar droom om astronaut steeds wegzette als iets dat ‘niet voor vrouwen’ was, snijdt de film naar een close-up van Stella.

Proxima

Ook legt de film sterk nadruk op het seksisme waarmee Sarah in het trainingscomplex te maken krijgt. Vooral Mike Shannon speelt daarin een prominente rol door steeds seksistische ‘grapjes’ te maken en Sarah vlak na haar aankomst direct voorstelt dat zij een lichter trainingsprogramma moet volgen. Ook de continue dreiging van de mannelijke vervanger en de vrouwen in het trainingscomplex met vooral een verzorgende rol leggen de achterstand van vrouwen in deze wereld bloot.

Rolmodel
Helaas is Mike Shannon voor het merendeel van de film niets meer dan een seksistische karikatuur, waardoor zijn woorden nooit realistisch aanvoelen. Het artificieel gestuntel van de dialogen zit in de weg van de scherpe kritiek die de film had kunnen leveren. Dat de astronautenwereld (of beter: de natuurwetenschappen in het algemeen) een mannenwereld is, zal niemand vreemd zijn, maar Proxima weet hierin weinig diepte aan te brengen. Vroeg in de film discussieert Sarah met Thomas over zijn gebrekkige rol als vader, maar in de volgende scène neemt hij zonder enige twijfel de voogdij over hun kind over zodat Sarah haar ambities kan najagen.

De feministische kritiek blijft te vaak op de oppervlakte, waarbij opzichtige observaties het drama verstoren. Het onderliggende drama en de gecreëerde wereld zouden sterk genoeg moeten zijn om Sarah als rolmodel neer te zetten, maar de afwezigheid van haar passie voor haar vak zit dit in de weg. De foto’s van echte astronauten (en moeders) in de credits doen vooral verlangen naar hún verhalen.

 

8 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Vorspiel, Das

***
recensie Das Vorspiel

Frustratie leidt tot escalatie

door Cor Oliemeulen

Tal van beroemde artiesten prijzen zich zielsgelukkig dat ze vroeger door hun leermeesters zijn afgebeuld. In het Duitse drama Das Vorspiel loopt de weg naar succes net even anders.

“I am in a world of shit”, zegt soldaat Pyle in Full Metal Jacket (1987) voordat hij sergeant Hartman doodschiet, en daarna zichzelf. Pyle trok het in deze spraakmakende oorlogsklassieker van Stanley Kubrick simpelweg niet meer om telkens weer te worden gekoeioneerd, uitgescholden en vernederd. De drilsergeant had op onnavolgbare wijze alle registers opengetrokken om perfecte soldaten te creëren. Zover zal het in Das Vorspiel niet komen. De motivatie van vioollerares Anna om haar pupil te laten excelleren, is vooral ingegeven door het gevoel dat ze zelf heeft gefaald.

Das Vorspiel

Karakterstudie
De tweede speelfilm van Ina Weisse (bekend tv-actrice in Duitsland) is vooral een karakterstudie van Anna, gespeeld door Nina Hoss, die ook al zo sterk acteerde in twee films van Christian Petzold: Barbara en Phoenix. Anna’s onzekerheid en wispelturigheid blijkt al snel in een restaurant als zij maar liefst drie keer aan een ander tafeltje wil zitten en niet kan kiezen wat te eten en te drinken. En als ze eenmaal haar bord voor zich heeft staan, prikt ze toch maar even een vorkje van haar mans bord, waarna hij besluit de borden om te wisselen.

Weisse werkte ook voor haar speelfilmdebuut Der Architekt (2008) samen met scenariste Daphne Charizani. Beide dames zaten samen jarenlang in hetzelfde orkest, waarin Charizani cello speelde en Weisse viool. Hun kennis van het wereldje van de klassieke muziek en het feit dat iedereen zelf zijn of haar instrument in de film speelt, draagt sterk bij aan de geloofwaardigheid van Das Vorspiel.

We leren dat Anna vroeger stopte als beroepsviolist omdat ze teveel druk op zichzelf legde. Slechts door enkele korte scènes en een paar zinnen krijgen we een idee hoe bepalend Anna’s ouders voor haar huidige toestand moeten zijn geweest. Vader doet bot tegen Jonas, lijkt ook hard voor zichzelf en zegt tegen zijn dochter dat zij vroeger preciezer was dan nu. Moeder wijdt haar ziekte aan een gebrek aan discipline. Aan Nina Hoss de schone taak om Anna’s innerlijke onrust en onzekerheid te etaleren. Hoe goed zij haar gemoedstoestand ook vormgeeft, het is jammer dat ze daardoor bij de kijker op weinig sympathie kan rekenen.

Das Vorspiel

Auditie
Anna woont met haar Franstalige echtgenoot Philippe (Simon Abkarian: Gett) en zoontje Jonas (Serafin Mishiev) in Berlijn. Anna geeft vioolles op een toonaangevend conservatorium en Philippe is vioolbouwer. Hun huwelijk zit in het slop. Het heeft er alle schijn van dat de man zijn best doet om er nog iets van te maken, maar dat de vrouw de (seksuele) spanning liever zoekt bij cellist Simon (Jens Albinus: Nymphomaniac), met wie ze kennelijk ook beter over zichzelf kan praten.

De ruzies tussen Anna en Philippe hebben vooral te maken met Jonas, die van zijn moeder het liefst beroepsviolist moet worden, maar die vooral van ijshockey houdt. “Laat hem zelf bepalen wat hij met zijn leven wil gaan doen”, zegt Philippe. “Ja, dat heeft bij jou ook goed gewerkt”, sneert Anna terug. Jonas is niet te benijden, want hij moet lijdzaam toezien hoe zijn moeder zich helemaal stort op de introverte Alexander (Ilja Monti, ook in het echte leven een begenadigd viooltalent), omdat ze die veel talentvoller vindt. Anna is onverminderd streng en soms nauwelijks te genieten, nu haar pupil over een aantal maanden aan een belangrijke auditie mag deelnemen.

De lerares neemt de leerling flink onder handen. Zo bont en grof als in het superieure Whiplash (2014) zal Anna het niet maken. Maar Alexander moet van haar natuurlijk wel zijn uiterste best doen. De noten die hij speelt, moet hij kunnen zien. De muziek moet ook in zijn lichaam klinken. Zijn techniek moet beter. Zijn arm moet hoger. Het tempo moet hoger. Sneller. Nog sneller. Tot Alexander een bloedneus krijgt. Tijdens een volgende les escaleert de situatie werkelijk wanneer Anna haar persoonlijke frustraties op Alexander botviert na een volgens haarzelf minder geslaagd optreden in het kamerorkest van Simon. Maar ook Jonas, die zich door zijn moeder verwaarloosd voelt, zal zich met een weerzinwekkend optreden niet onbetuigd laten.

 

2 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

System Crasher

****
recensie System Crasher

Verknipte roze wolk

door Suzan Groothuis

De 9-jarige Benni is een onmogelijk kind. Bij het minste geringste ontsteekt ze in woede. Vooral wanneer haar gezicht aangeraakt wordt. Een traumatische ervaring van vroeger, want als baby kreeg ze luiers in haar gezicht gedrukt. System Crasher is meeslepend, rauw en eerlijk: een onthutsend portret van een kind in haar wanhopige zoektocht naar liefde.

Nora Fingscheidt legt in haar speelfilmdebuut feilloos vast waar hulpverlenende instanties, al is de intentie nog zo goed, falen. Een onthecht, getraumatiseerd meisje wil het liefst bij haar moeder zijn. Maar moeder kan het niet aan, en zo wordt het kind van opvang naar opvang gesleept.

System Crasher

Benni is een kind waar je niet omheen kan. Met haar warrige lichtblonde haren en roze jasje schreeuwt ze om aandacht. Niet soms, maar altijd. Haar begeleiders noemt ze steevast “opvoeder”. Terwijl Benni op school hoort te zitten, loopt ze op straat en schopt ze stennis. Want waarom zou ze naar school gaan, als ze het liefst bij haar moeder wil zijn?

Ondanks het feit dat Benni al jaren van opvang naar opvang gaat (de opnames in een klinisch ziekenhuis nog niet eens meegerekend) verlangt ze nog steeds naar thuis. Maar haar thuis is geen gezonde plek: haar moeder is kwetsbaar, heeft een gewelddadige vriend en kan de zorg voor haar andere twee kinderen amper aan. Daarbij is ze bang voor haar eigen, onberekenbare dochter.

De deuren dicht
Terwijl Benni het anderen, maar vooral zichzelf, erg moeilijk maakt met haar agressieve gedrag en ondoorgrondelijke paniekaanvallen, is haar sociaal werker zoekend naar een plek. Tijdelijk kan Benni bij een opvang terecht. Maar de realiteit stemt treurig: vanwege Benni’s complexe casuïstiek willen veel woonvormen haar niet. Iedere hulpverlenende instantie doet de deur dicht, dus wat rest zijn onorthodoxe methoden om op terug te vallen.

De jonge schoolbegeleider Micha, zelf net vader geworden, lijkt een ingang te hebben bij het meisje en doet het voorstel haar mee te nemen naar een boshut. Als zijnde therapie, waar ze overgeleverd zijn aan rust en creatief overleven. Hij, in de stille hoop dat hij Benni kan redden, zij, in een prachtig, wat surreëel moment, roepend om haar moeder. Haar klanken echoën hartverscheurend na.

System Crasher

Roze verbeelding
Er zit wel meer verbeelding in System Crasher. Het dynamische kleurgebruik, bijvoorbeeld. Roze is prominent in beeld. Niet alleen in Benni’s jasje, maar ook wanneer haar gezicht – expres of per ongeluk – wordt aangeraakt. We zien een waas van roze, waarin flarden van pijnlijke herinneringen zichtbaar zijn. Maar ook die aanhoudende zucht om aangeraakt te worden door de enige die dat echt mag – haar moeder.

Ondertussen legt Nora Fingscheidt, die System Crasher regisseerde en schreef, feilloos de hulpverlening rondom Benni vast. We zien verschillende meningen en visies: betrokken medewerkers die moeten waken voor het redderssyndroom, de vermoeidheid en stress rondom het vinden van een plek, opties die uitgeput raken en vechtlust die opraakt. Wanneer er al een hoopvol moment is, wordt die even later weer teniet gedaan – door de nietsontziende bureaucratie, door een moeder die beloften doet die ze niet na kan komen.

En dan is daar Helena Zengel die in haar rol van Benni iets fenomenaals doet. Zo onthecht en beschadigd als Benni is, geeft Zengel haar ook een bepaalde kracht mee. Met spaarzame momenten kan Benni bijzonder liefdevol of invoelend zijn. Tegelijkertijd is er de argwaan, de boosheid, en het immense verdriet. System Crasher is een continu spanningsveld tussen zijn in deze wereld zonder iemand die er onvoorwaardelijk voor je is. Benni’s realiteit is als een pijnlijke roze wolk, waarin ze wanhopig zoekt naar liefde.

 

24 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Taxi zum Klo

**
recensie Taxi zum Klo

Provocerende knipoog

door Yordan Coban

Frank Ripploh speelt zichzelf en geeft zich volledig bloot in zijn intense zoektocht naar liefde. We zien alles, geen moment van intimiteit wordt ons bespaard. Het is gedurfd, spraakmakend, tenenkrommend maar heeft uiteindelijk te weinig om het lijf.

Taxi zum Klo (1980, en nu in een digitaal gerestaureerde versie in de bioscoop) gaat over een biologieleraar die worstelt met zijn seksuele relaties en zijn behoefte naar een serieuze partner. Hij gaat volledig op in zijn erotische intriges maar voelt een knagende leegte die zijn seksleven achtervolgt. Frank Ripploh is daardoor vooral een ongelukkige en zoekende man.

Taxi zum Klo

Doelmatige seks
Taxi zum Ko behoort tot de extreme der extremen. Seksscènes volgen elkaar snel op in expliciet langdurige wijzen die doen denken aan La Vie d’Adèle (2013). Er is echter geen filmisch randje aan Taxi zum Klo, die als documentaire geschoten is, waardoor de kijker het gevoel krijgt dat er echte porno afgespeeld wordt.

In een aflevering van onze rubriek ‘Ondertussen op de redactie’ is het onderwerp controversiële film al eens uitvoerig besproken. Er was een bepaalde consensus over onze verafschuw voor ondoelmatig gebruik van geweld en seks in film (en dan met name in de films van Lars Von Trier). Ondoelmatig gebruik van seks is ook de grootste zwakte van Taxi zum Klo. We zien seksscènes gevolgd door momenten van reflectie van Frank Ripploh, waarin hij twijfelt en jammert over zijn liefdesleven. Deze monologen verdienen echter geen half uur aan extreme porno. Helemaal niet als passie en emotie een schaarste is. Extreme scènes dienen zich te legitimeren, de noodzaak van het extreme dient zich aan te tonen. Zonder die legitimatie neigt een film met dergelijk vertoon betekenisloos en onsmakelijk te worden.

Taxi zum Klo

Cultgayfilm
De film speelt zich af in Berlijn, de stad die vandaag de dag nog steeds bekend staat als het epicentrum van de wereldwijde gayscene. Ripploh geeft ons een kijkje in de bruisende, post-AIDS, homoseksuele kringen van die tijd; snorretjes, leren pakken en glory holes, ze komen allemaal voorbij. De film kreeg een cultstatus en in 1987 kwam Ripploh met het vervolg: Taxi nach Kairo. Het vervolg kende echter niet hetzelfde succes.

In Duitsland was homoseksualiteit verboden tot 1969. Taxi zum Klo kwam in een tijd waarin homoseksualiteit nog steeds een controversieel onderwerp was, wat de extreme seksuele weergaven enigszins een legitiem doel gaf: provocerend schreeuwen om erkenning. Die knipoog, die door heel de film te voelen is, geeft de film enigszins zijn charme. Toch mist de film betekenis, of meer: persoonlijkheid. Ripploh is leuk voor de klas en lijkt een goede leraar. Het worstelen met zijn identiteit voor de klas is een wezenlijke spanning die veel leraren zullen ervaren. Daar zien we te weinig van. Echter in de film zien we teveel seks waarvan hij telkens achteraf zelf ook vindt dat het emotioneel niet veel voorstelde.

 

6 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Ballon

***
recensie Ballon

Niet alleen vogels vliegen van oost naar west

door Cor Oliemeulen

Als het zou lukken, zou het DDR-systeem te kakken zijn gezet. Acht Oost-Duitsers proberen in 1979 met een zelfgemaakte heteluchtballon naar het westen te vluchten. Met de onstuitbare drang naar vrijheid en de Stasi op de hielen riskeren ze hun leven. Ballon voelt als een spannende familiefilm met voorspelbare afloop.

Met het neerhalen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 konden mensen plotseling vrij reizen tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland. Al direct vanaf de bouw van dit sluitstuk van de verdeling van Europa en Berlijn door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog op 13 augustus 1961 probeerden inwoners van oost naar west te vluchten, vooral door het graven van tunnels. Volgens officiële bronnen vielen er in die 28 jaar ten minste 140 doden tijdens de vlucht naar de vrijheid: 101 DDR-inwoners, dertig personen die geen vluchtplannen hadden en toch werden doodgeschoten, alsook acht grenssoldaten (met name deserteurs).

Ballon

Vluchtpogingen
Minder prominent in de geschiedenis is de vlucht naar het westen buiten de stad Berlijn. Bij de talrijke pogingen werden maar liefst 75.000 Oost-Duitsers gearresteerd, terwijl zo’n 800 mensen hun leven aan de grens verloren, meer dan 250 bij grenscontroles door een hartinfarct als gevolg van stress. Na de oprichting van de DDR in 1949 verlieten zo’n 2,7 miljoen mensen het land, na de bouw van de Muur waren dat er nog maar enkele honderden per jaar. De manieren waarop varieerden van inventief tot wanhopig en dom, vaak niet ontbloot van levensgevaar.

Zo zijn er verhalen van vluchtelingen die miniduikboten voor de Oostzee construeerden, gepantserde Trabantjes om door grensovergangen te breken, met pijl-en-boog en een kabelbaan, per luchtbed over de Elbe, een tiener met een bulldozer en zelfs pogingen om een vliegtuig te kapen. Maar het kan nog origineler en gewaagder. Zoals de filmtitel al verklapt, reconstrueert de historische thriller Ballon een spraakmakende vlucht door de lucht in 1979. Acht personen van twee bevriende Oost-Duitse families proberen op 16 september van dat jaar, nadat de helft tijdens de eerste poging was neergestort, met een in elkaar geknutselde heteluchtballon West-Duitsland te bereiken.

Ballon

Bloedhond
Aan de ontsnappingspoging zijn uiteraard de nodige publicaties gewijd. Hollywood verfilmde het avontuur – waarin de vluchters bijvoorbeeld geen tijd meer hadden om de ballon te testen – in Night Crossing (1982) met John Hurt als Peter Strelzyk (Friedrich Mücke), het brein achter de actie. Ook de Duitse regisseur Michael Bully Herbig (in eigen land bekend van hitkomedies) waagde zich aan deze historische thriller. Met medewerking van beide families in kwestie, Strelzyk en Wetzel, verfilmde hij de lotgevallen van de vier volwassenen en vier kinderen zo gedetailleerd mogelijk: van het in het geheim repen aan elkaar naaien op zolder tot het experimenteren met branders. De ballonnen van respectievelijk 28 en 32 meter hoog werden exact nagebouwd, hoewel de 1.250 vierkante meter taft van destijds vanwege schaarste moest worden vervangen door zijde.

En hoe reageert een tienerjongen, die verliefd is op een meisje van een Stasi-gezin, op het verbod om zijn mond te houden en afscheid van haar te nemen? Het is aan haar vader, luitenant-kolonel Seidel (Thomas Kretschmann), om zich geen blamage van zowel de heilstaat als zichzelf te permitteren. Als een bloedhond ruikt hij zijn kansen en stort hij zich met hart en ziel op het opsporen van de landverraders en het onderscheppen van de ballon, als het moet met grof geweld.

 

12 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Dentellière, La

****
recensie La Dentellière

Stille anonimiteit

door Suzan Groothuis

Het is de zomer van Isabelle Huppert. Filminstituut Eye in Amsterdam zet de Franse actrice in de spotlights middels een retrospectief, waaronder landelijke vertoningen van ​Les Valseuses, La Cérémonie, La Pianiste en ​La Dentellière​ van de Zwitserse regisseur Claude Goretta, met een nog jonge Huppert, onbevangen en kwetsbaar. De titel verwijst naar het schilderij De Kantwerkster van Vermeer.  

Huppert is gewend om niet de gemakkelijkste rollen op zich te nemen. Ze speelt vaak dualistische personages. Afstandelijk, kil en hard tegenover emotioneel en kwetsbaar. In Goretta’s ​La Dentellière, naar de bewerking van de gelijknamige roman van ​Pascal Lainé​, is zij de jonge en zwijgzame Beatrice. ​Het was Hupperts eerste hoofdrol en betekende haar doorbraak op het grote doek. Voor haar subtiele vertolking ontving ze de BAFTA Award voor beste nieuwkomer. Anno nu maakt de film nog steeds indruk door Hupperts naturelle spel, waarbij ze Beatrices kwetsbaarheid pijnlijk invoelbaar maakt.

La Dentellière

Teruggetrokken bestaan
La Dentellière speelt in Parijs, waar Beatrice bij haar moeder woont en we van haar vader weten dat hij al vroeg uit haar leven is verdwenen. Haar enige vriendin is de oudere en levenslustige Marylène, met wie ze samen in een kapsalon werkt. Het wereldje van Beatrice, door Marylène liefkozend Pomme genoemd, is klein: haar dagen bestaan uit naar werk gaan en naar huis gaan. Wanneer Marylène’s relatie strandt, besluit ze samen met Beatrice voor een paar dagen naar de badplaats Cabourg in Normandië te gaan.

Terwijl de extraverte Marylène zich stort op het uitgaansleven, zet Beatrice haar teruggetrokken bestaan voort. Stilletjes op een verlaten terras een ijsje eten. Of als een muurbloempje in de discotheek toekijken hoe haar vriendin losgaat op de dansvloer. Wanneer een jonge man haar benadert om te dansen, wijst ze hem beleefd af. Echt interesse in mannen lijkt ze niet te hebben. Dat verandert echter wanneer Beatrice de eveneens verlegen Letteren-student François (Yves Beneyton) ontmoet. Hij is onder de indruk van haar teruggetrokken karakter en zij van zijn kennis. Ze worden verliefd en François confronteert Beatrice met nieuwe uitdagingen.

Pijnlijke verwijdering
Zo leidt hij haar, haar ogen gesloten, naar de rand van een klif. Wanneer Beatrice haar ogen opent, schrikt ze van de diepte. François stelt haar gerust: hij zou haar nooit laten vallen. De scène heeft iets romantisch, maar toont ook hoe gemakkelijk Beatrice zich laat dirigeren. Weer terug in Parijs trekt zij bij François in en vermengen hun levens zich met elkaar. Maar hoe meer ze samenzijn, des te meer de verschillen opvallen: hij intellectueel en diepzinnig, zij eenvoudig en onwetend. Tot die onvermijdelijke breuk, pijnlijk vastgelegd tijdens een bezoek aan zijn ouders: een scène die laat zien dat hun liefde niet tegen de sociale kloof is opgewassen.

Goretta brengt de groeiende verwijdering bijzonder subtiel en natuurlijk in beeld, waarbij de camera veel aandacht voor lichaamstaal heeft. Er is een samenzijn met vrienden van François, met Beatrice als zwijgzame toeschouwer. Terwijl er diepgaand gesproken wordt, neemt ze geen deel aan het gesprek – ze weet gewoonweg niet waarover het gaat. We zien hoe ze er is, en niet is, als zijnde een stille anonimiteit. Of een scène waarbij François uit het raam staart en Beatrice naakt naast hem komt te staan. Ze vraagt niets, maar lijkt te verlangen naar intimiteit, naar liefde. Hij negeert haar, en hoewel Beatrice onwetend is in het leven, moet ze het voelen: ze is niet meer gewild.

La Dentellière

La Dentellière doet qua thematiek wat denken aan ​Pygmalion​ van George Bernard Shaw: meisje van eenvoudig komaf ontwikkelt zich. Althans, dat is wat François van haar vraagt. Maar Beatrice is tevreden met het rustige leven dat ze leidt en heeft geen ambities. En dat is misschien wel het grootste pijnpunt van de film: Beatrice, puur en gevoelig, is zichzelf, maar niet goed genoeg in de ogen van haar partner. Met zijn afwijzing valt ze terug op al wat ze in zich heeft: haar ​geïsoleerde​ zwijgzaamheid. Met een laatste indringend shot zien we Beatrice lang de camera inkijken – niet meer van en niet meer in de wereld, maar teruggetrokken in haar eigen verstilde universum.

 

Kijk hier het landelijke draaischema van La Dentellière.

 

9 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT

 

ALLE RECENSIES

Goldene Handschuh, Der

***
recensie Der goldene Handschuh

Een bruine borrel

door Yordan Coban

De Gouden Handschoen is de bruine kroeg in Hamburg waar één van de beruchtste seriemoordenaars van Duitsland zich graag kwam bezatten. De op Quasimodo lijkende dronkaard lokte dakloze alcoholistische vrouwen naar zijn hol waar slechts duisternis en ellendigheid botvierden. 

Fritz Honka (gespeeld door Jonas Dassler) heeft in de periode van 1970 tot 1975 vier vrouwen op gewelddadige wijze van het leven beroofd. Zoals bij vele seriemoordenaars (Ed Gein om maar een extreem voorbeeld te noemen) waren zijn parafilie en impotentie, met de daaruit voortvloeiende seksuele frustraties in combinatie met zijn overmatig drankgebruik, de oorzaken van zijn gewelddadige erupties. Toch schuilt er achter het verhaal van Fritz Honka meer dan slechts een alcoholistische man met een seksuele stoornis.

Der goldene Handschuh

Verward en beschadigd
Honka en zijn vader hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog vastgezeten in een concentratiekamp. De psychische klachten en het drankgebruik kennen dus een fundament in de Duitse duistere geschiedenis. Alle beschadigde zielen in De Gouden Handschoen lijken producten van de verloren oorlog. Mensen die allemaal balanceren op het randje van de goot.

Het verhaal is verder niet heel bijzonder, het is het typische kat-en-muisspel van een seriemoordenaar en zijn slachtoffers. De uitvoering maakt het toch de moeite waard. Met een snelle zoekopdracht naar het echte verhaal van Fritz Honka zien we dat regisseur Fatih Akin uiterst nauwkeurig te werk gegaan is in het reconstrueren van Honka’s leven. Ondanks dat is Der goldene Handschuh tot nu toe erg slecht ontvangen door recensenten.

Weerzinwekkend
De cinematografie is van de hand van Rainer Klausmann, een bekende partner van Fatih Akin. Samen werkten zij al aan films als Gegen die Wand (2004), Auf der anderen Seite (2007) en Soul Kitchen (2009). Ook werkte Klausmann aan films als Der Untergang (2004) en Das Experiment (2001). De grauwe visuele stijl in de twee laatst genoemde films sluit het beste aan op de cinematografie van Der goldene Handschuh met bruin en grijs als de dominante kleuren.

De kamer van Honka doet denken aan de kamer van Cahit uit Gegen die Wand. Het is er vies, treurig en bedorven. Veel recensenten beschreven dit als weerzinwekkend lelijk, maar het heeft ergens een eigen charme. Deze weerzinwekkendheid is ook terug te vinden in de personages van de film. De personages zijn net varkens. Ze leven in vuilnis met bloed, zweet en slijm op hun gezichten gesmeerd. Ze schelden, zijn continu dronken en stinken op een visuele manier.

Een andere vergelijking met Gegen die Wand is te vinden in het gebruik van de vrouwelijke personages door Akin. Die zijn er (net als in Auf der Anderen Seite) ter ondersteuning van de van god losgeslagen mannen. Zowel in seksuele afhankelijkheid als in het brengen van enig degelijke fatsoen en stabiliteit in hun leven.

Der goldene Handschuh

Gastarbeiders
Fatih Akin zou bovendien Fatih Akin niet zijn als hij het in zijn films niet zou hebben over immigratie. Het thema speelt ditmaal een bijzonder marginale rol. In Honka’s kleine appartement bewaart hij de lichamen van zijn slachtoffers achter een verborgen luik. De stank schuift hij op het bord van zijn Griekse onderburen. De ellendigheid van zijn appartement is te wijten aan de gastarbeiders, maar is in feite (indirect) de verslagenheid van de monsterlijke oorlog in een moreel anarchistisch post-nazi Duitsland.

Het vieze kleine appartement begint gedurende film zijn bekende thuishaven te vormen. Het is alsof de kijker daar met Honka in de ellendigheid van zijn kamer aanwezig is. Het is hetzelfde ‘cabin effect’ zoals je ziet in claustrofobische films als Night of the Living Dead (1968), The Thing (1982) en The Hateful Eight (2015).

Op een dag komt de broer van Honka op bezoek. Hij heeft een aantal dronkaardslevenslessen: ‘het leven is een draaiorgel en we dansen allemaal op het liedje dat gedraaid wordt.’ Fritz Honka danst alleen op een heel ander geluid: het geluid van geschreeuw en klinkende schnapsflessen.

 

15 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Werk ohne Autor

****
recensie Werk ohne Autor

Authenticiteit versus het collectief

door Ries Jacobs

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Hollywood de eerste films over helden die het opnamen tegen nazi’s. Daarna volgden vele honderden producties over dit onderwerp. Kun je dan nu nog een originele film maken over de periode 1933-1945?

Op veertien juli 1933, enkele maanden nadat Hitler aan de macht kwam in Duitsland, trad de Sterilisatiewet in werking. Ongeveer vierhonderdduizend mensen met een beperking of een mentale stoornis zijn na de invoering van deze wet tegen hun wil gesteriliseerd. Velen van hen zijn later systematisch vermoord. Dit tot nu toe nauwelijks in de cinema belichtte thema is het uitgangspunt van Werk ohne Author, ook uitgebracht onder de Engelse titel Never Look Away.

Werk ohne Autor

Kurt Barnert is nog een kind als zijn tante Elisabeth wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. “Kijk niet weg”, zijn de laatste woorden van Elisabeth aan Kurt voordat ziekenbroeders haar wegvoeren. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Elisabeth wordt aangemerkt als geestesziek en jaren later vermoord. Na de oorlog is Kurt student aan een kunstacademie in de DDR en krijgt hij een relatie met de dochter van de man die verantwoordelijk is voor de dood van zijn tante.

Manipulerende familiepatriarch
Na zijn vermakelijke Hollywooduitstapje The Tourist keert regisseur Florian Henckel von Donnersmarck met Werk ohne Author terug naar zijn vaderland. Voor zijn gang naar Amerika werkte hij in het Oscarwinnende drama Das Leben der Anderen met hoofdrolspeler Sebastiaan Koch. De samenwerking pakt opnieuw goed uit. Koch speelt een  manipulerende familiepatriarch en gewetenloze naziarts. Deze rol, waarin menig acteur overacterend uit de bocht zou vliegen, zet hij overtuigend neer. Hiermee plaatst hij de andere hoofdrolspelers wel in zijn schaduw. Hun personages blijven wat vlak.

Tom Schilling speelt de getalenteerde en optimistische kunstenaar Kurt Barnert. Dit lichtvoetige personage, dat geen enkele rancune lijkt te hebben jegens de mensen die hem zijn naasten hebben afgepakt, is een mooie tegenhanger van de loodzware thematiek van de film. De sfeer wordt geen moment te beklemmend, ook door enkele humorvolle scènes zoals die waarin Kurt via het slaapkamerraam van vriendinnetje Ellie moet ontsnappen om te voorkomen dat haar ouders hem betrappen.

Werk ohne Autor

De essentie van kunst
Werk ohne Autor belicht chronologisch de naziperiode, de opkomst van het Oost-Duitse socialisme en de bouw van de Berlijnse Muur. Gedurende deze episodes van de Duitse geschiedenis kijkt Barnert – een personage gebaseerd op Gerhard Richter, de grondlegger van de kunststroming kapitalistisch realisme – nooit weg. Hij wil als kunstenaar altijd zijn diepste gevoelens weergeven op het doek. Henckel von Donnersmarck stelt de vraag of individuele authenticiteit het hoogste doel in de kunst is of dat kunst juist in dienst moet staan van het collectief, zoals in de DDR en tijdens het naziregime.

In het Duitsland van de nationaalsocialisten moest kunst in dienst van het rijk staan. Werken die het nationaalsocialisme niet verheerlijkten, golden als entartete Kunst en werden verboden. Individuen die zich niet nuttig konden maken voor het rijk golden als onzuiver en nutteloos. Werk ohne Author laat ons zien hoe mensen, kunst en eigenlijk alles ondergeschikt aan het politieke systeem was.

Henckel von Donnersmarck neemt de tijd om deze opvatting uiteen te zetten. Hoewel de drie uur durende film aan het einde wat vaart verliest, is het geen te lange zit. De regisseur geeft de filmbeelden hetzelfde grijze en benauwende karakter als Das Leben der Anderen. Hij heeft de gave om dit subtiel te doen, zonder slagregens of vallende herfstbladeren, en weet de kijker vanaf het eerste moment de film in te trekken. Kun je nog een originele film maken over de periode 1933-1945? Het antwoord is een volmondig ja.

 

20 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Styx

****
recensie Styx

Weinig woorden en daden

door Cor Oliemeulen

Net als de meeste drama’s over vluchtelingen stemt Styx niet vrolijk. Hoewel de Oostenrijkse regisseur Wolfgang Fischer hen hoofdzakelijk op afstand houdt, komt het morele dilemma angstvallig dichtbij.

De veertigjarige Rike (Susanne Wolff) is een daadkrachtige arts. We zien haar bijstand verlenen na een auto-ongeluk in Keulen. Ter ontspanning maakt ze met enige regelmaat in haar eentje zeiltochten. Ditmaal vertrekt ze vanuit Gibraltar voor een tocht naar het eiland Ascension in het zuiden van de Atlantische Oceaan.

Styx

Paradijs
Toen Charles Darwin, de vader van de evolutietheorie, in zijn zoektocht naar bijzondere plaatsen in 1836 het vulkanische eiland Ascension aandeed, zag hij een nagenoeg boomloze omgeving. Dat was niet prettig voor de Engelsen. Zij hadden er een strategische basis om de verrichtingen van de verbannen Franse dictator Napoleon Bonaparte op het nabijgelegen Sint-Helena te kunnen volgen. Darwin bedacht het idee om bomen (die regenwater vasthouden) naar het eiland te verschepen om op die manier meer vers water te krijgen. Anno 2019 is Ascension (hemelvaart) een paradijselijk eilandje waar de leefomstandigheden uitstekend zijn.

Hoe anders is het gesteld op de vaarroutes tussen Afrika en Europa waar commerciële scheepvaart en plezierjachten tegenwoordig zomaar kunnen stuiten op gammele boten met vluchtelingen. Misschien minder dichtbij dan wanneer je als toerist op een Grieks eiland ligt te zonnen, terwijl een bootje uitgeputte Afrikanen aanspoelt. Maar wel meer confronterend, omdat je hier op het open water voor een hels moreel dilemma komt te staan. Vaar ik naar die gestrande vissersboot, waar misschien wel honderd mensen in de verte roepen om hulp en sommigen in paniek in het water springen, of blijf je op veilige afstand? Jouw boot is maar tien meter lang en je wilt immers niet je eigen leven riskeren.

Het is een extra moeilijke afweging voor iemand die gewend is om het leven van (gewonde) mensen te redden. In haar hart wil Rike wel, maar via de radio verbieden zowel kustwacht als andere organisaties haar om dat onverantwoorde risico te nemen. Commerciële schepen, die groot genoeg zijn om mensen aan boord te nemen, beginnen er meestal niet aan om vluchtelingen te redden. Bedrijfsbeleid heet dat.

Styx

Nonchalance
Rike weet in ieder geval een tienerjongen (Gedion Oduor Weseka) uit het water te vissen. Zij verzorgt hem vakkundig en zodra hij wat is opgeknapt, probeert hij begrijpelijkerwijs druk op haar uit te oefenen, want ook zijn zusje zit op de gestrande vluchtelingenboot. Dat leidt tot een aantal goed geacteerde scènes waarin realisme wint van sentiment. Op één moment dreigt Rike’s leven alsnog gevaar te lopen.

De filmtitel laat weinig aan de verbeelding over. Styx betekent letterlijk ‘afschuw’ en in de Griekse mythologie is zij de rivier die de aarde scheidt van de onderwereld. Ook het grote moeras in dat schimmenrijk Hades wordt Styx genoemd. Hier op de woelige baren van de oceaan is die rampspoed en innige afkeer van menselijke nonchalance uiterst voelbaar. De vraag blijft of en wanneer Rike besluit om alsnog naar de vluchtelingen te varen.

Net als de doorleefde Robert Redford in de ‘openzeethriller’ All Is Lost (2013) weet de doorgewinterde actrice Susanne Wolff in Styx de ogen van begin tot eind op zich gericht. Weet Redford zich fors gesteund door special effects (om nog maar te zwijgen van Life of Pi (2012) waarin de schipbreukeling geheel in een zwembad met groene schermen is opgenomen), Styx speelt zich daadwerkelijk af op open water, en dat zie je. Alleen de stormscènes zijn geschoten in een grote watertank. Net als in All Is Lost (het personage van Redford roept zelfs alleen maar een paar keer ‘help!’) zijn in Styx de woorden schaars en ondergeschikt. In dit relevante humane drama gaat het immers om (het gebrek aan) daden.

 

12 januari 2019

 

ALLE RECENSIES