Second Best Exotic Marigold Hotel, The

****

recensie  The Second Best Exotic Marigold Hotel

Het leven begint bij zestig

door Alfred Bos

Er zit onverwacht leven in The Best Exotic Marigold Hotel. Het internationale succes van de komedie over Britse bejaarden in India dwong een vervolg af. Regisseur, scenarist en acteurs presteren iets bijzonders: de tweede film overtreft het origineel.

The Second Best Exotic Marigold Hotel is het vervolg op, het zal niemand verbazen, The Best Marigold Hotel uit 2012. De komedie over een aantal Engelse pensionado’s die in Jaipur, India de regen en de wachtlijsten van de nationale zorginstellingen ontvluchten, veroverde de harten van een internationaal publiek. Een ensemble-rolverdeling van topacteurs, de juiste mix van ironie en emotie, plus een aantal terloops gebrachte levenslessen, dat alles tegen het decor van een dynamische, exotische cultuur, bleek een winnende combinatie.

Recensie The Second Best Exotic Marigold Hotel

Dus doen regisseur John Madden (Shakespeare In Love, Captain Corelli’s Mandolin), scenarist Ol Parker en de stoet gekende Engelse acteurs het nog eens dunnetjes over. Ditmaal niet als verfilming van een roman (Deborah Moggachs These Foolish Things) maar op basis van eigen fantasie, met de karakters en situatie van de eerste film als vertrekpunt. En wat denk je? Het nimmer geplande vervolg is beter dan de oorspronkelijke film, alsof regisseur en acteurs, ditmaal volkomen vrij om hun fantasie loos te laten gaan, zichzelf een cadeau geven. Het plezier spat er van af.

Nieuw begin
Je hoeft deel één niet gezien te hebben om The Second Best Exotic Marigold Hotel te kunnen waarderen—of echo’s van Fawlty Towers te herkennen. Ditmaal is Muriel Donnely (Maggie Smith) de as waar het ensemble rond draait. Ze heeft het management van het hotel voor de ‘elderly and the beautiful’ overgenomen van de overenthousiaste kluns Sonny (Dev Patel, met Brits-Indiaas accent). Smith speelt Muriel met hetzelfde gortdroge aplomb waarmee ze haar rol van Violet Crawley, de douairière uit Downton Abbey, invult. Ze grossiert in ironische ripostes.

Nu de hotelgasten hebben gekozen voor een levensherfst en troupes, in hun exotische commune, komt de interactie tussen de personages tot bloei. Waar in de eerste film afscheid en dood de toon bepaalden, staat nu het nieuwe begin centraal. Ook in de liefde: Evelyn (Judi Dench, M uit Skyfall) en Douglas (Bill Nighy) schutteren als tieners; Norman (Ronald Pickup) en Carol (Diana Hardcastle) onderzoeken de voors en tegens van een open relatie: Madge (Celia Imrie) jaagt op eenzame miljonairs; en Sonny wint de hand van zijn verbijsterend mooie bruid, Sunaina (Tina Desae). Het biedt acteur Dev Patel de kans een John Travolta te doen via enkele spetterende Bollywood-style dansscènes.

Recensie The Second Best Exotic Marigold Hotel

Italiaanse familiekomedie
Zelfs Douglas’ ex-vrouw, Jean (Penelope Wilton, eveneens bekend van Downton Abbey), keert terug voor een paar hilarisch onhandige scènes, zo sterk is de aantrekkingskracht van het Marigold Hotel—en het groepsgevoel van cast en productieteam. Nieuw in het ensemble zijn Guy (Richard Gere) en Lavinia (Tamsin Greig), die het hotel infiltreren als bedrijfsspionnen. Ook zij gaan op in de zuiging van het gezelschap dat alles probeert te persen uit de jaren die hen nog resten. Je bent nooit te oud voor avontuur en zo is het maar net.

Met zijn toon en sfeer van een ‘ouderwetse’ Italiaanse familiekomedie – denk Gooische Vrouwen, maar dan met stijl en klasse – bedient de film een publiek dat in de bioscoop vaak over het hoofd wordt gezien, maar inmiddels in absolute aantallen de traditionele filmdoelgroep van de tieners en jongvolwassenen overtreft. De humor, verwikkelingen en reflecties op het bestaan zijn echter invoelbaar voor iedereen. Er zit onverwacht leven in het Best Exotic Marigold Hotel, dus wat nu? De karakters en de setting zijn geknipt voor een sit-com. Een tv-serie misschien?

 

16 maart 2015

 
ALLE RECENSIES

Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence, A

***

recensie  A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Rijke beelden met armoedige mensen in zielloos Zweden

door Karina Meerman

Deze film heeft wellicht de meest pretentieuze titel sinds ‘Eeuwige Zonneschijn van het Smetteloze Brein’. Welkom bij ‘Een duif zat op een tak en dacht na over het bestaan’, kortweg ‘Een Duif’. 

Een gezellig avondje uit is deze Zweedse absurdistische tragikomedie niet. In plaats van een bioscoopje met popcorn lijkt dit eerder op een bezoek aan een museum met oudere familieleden. We schuifelen wat door het geheel en raken bevangen door een beeld of een geluid, terwijl de mensen in onze buurt met hun eigen interpretatie bezig zijn. Hé presto, dit is ook de eerste scène die regisseur Roy Andersson ons laat zien. Misschien is het om aan te geven wat we kunnen verwachten: alles en niets en de betekenis moet uit onszelf komen.

Recensie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Absurdistische trilogie over het leven
A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014) is het laatste deel van Anderssons absurdistische trilogie over het leven, voorafgegaan door Songs from the Second Floor (2000) en You, the Living (2007). De Duif bevat negenendertig scènes. Negenendertig schilderijen waarin een treurig Zweden met liefde wordt gefileerd en aan de kijker gepresenteerd in ogenschijnlijk monotone kleurstelling. Alle schakeringen van oker worden volledig benut.

Anderssons werk is ook beïnvloed door de schilderkunst. In dit deel zijn dat vooral de door WOI-geïnspireerde werken van de Duitse Otto Dix en George Scholz. Zij vertegenwoordigden de Nieuwe Zakelijkheid, de intellectuele reactie op de romantiek van het expressionisme. “Verwoest door de oorlog, resoneert hun wereldbeeld sterk met iets dat ik zelf voel, zonder ooit in een oorlog te hebben meegemaakt”, aldus de regisseur, die in zijn jeugd alleen waarde hechtte aan realisme.

“Films van nu zijn oninteressant”
Andersson betreurt het dat filmmakers zich niet vaker laten inspireren door kunst. “Dat is waarschijnlijk de reden waarom films van nu zo dunnetjes zijn en oninteressant. De beelden zijn zo armoedig.” Visueel armoedig is De Duif niet. Ieder schilderij is met grote zorgvuldigheid in scène gezet en ieder voorwerp en ieder geluid levert een bijdrage. De personages, daarentegen, zijn zo armoedig dat ze leeg zijn.

Recensie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence

Van de handvol terugkerende elementen in de film zijn de opvallendste twee verkopers van fopartikelen, gespeeld door Holger Andersson en Nisse Vestblom. De twee vrienden – mannen van een zekere leeftijd – schuifelen door de enorme worsteling van hun nutteloze leven. De make-up en belichting maken hen tot stripfiguren. Dit zijn geen personages om aardig te vinden. Niemand is overigens erg aardig in De Duif, maar dat is ook niet wat de regisseur wil. Hij wil ons laten nadenken over wat we aan het doen zijn en waar we naar toe gaan.

Roy Andersson zegt dat “de toon er overweldigend een is van levenslust”. Het al dan niet kunnen bespeuren van die levenslustige toon, hangt vermoedelijk sterk af van de levensinstelling van de kijker. Sommige kijkers zullen De Duif heel grappig vinden. Anderen krijgen de mondhoeken maar een paar keer omhoog. Maar niemand blijft onberoerd, ook de mensen niet die gefrustreerd de bioscoop uit lopen.

 

3 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Turist

***

recensie  Turist

Scènes uit een huwelijk, nu als klucht

door Alfred Bos

Kan een satire op politieke correctheid zelf politiek correct zijn? De Zweedse regisseur Ruben Östlund bewijst het met Turist. Hoe het huwelijk van Tomas en Ebba in de Franse Alpen stukloopt op verwarring.

In Zweden heeft Turist, de vierde film (en tweede die internationaal uitkomt) van Ruben Östlund, al tot de nodige verwarring geleid. De rolprent verhaalt hoe tijdens vijf vakantiedagen in de Alpen een huwelijk verkruimelt, nadat de echtgenoot niet de superman blijkt te zijn die de echtgenote altijd in hem zag. Naar verluidt verlaat menig stelletje mokkend de bioscoop: zij kwaad op hem, hij verontwaardigd over haar reactie. De Zweedse RIAGG zal er garen bij spinnen.

Recensie Turist

Turist opent spectaculair met het incident dat aanleiding is van de huwelijkscrisis. Wintersporters genieten op hun hotelterras van het ontbijt wanneer een lawine heel schilderachtig van de helling dendert. Tot het natuurgeweld iets te dichtbij dreigt te komen. Paniek op het terras. Ma duikt met de kinderen onder de ontbijttafel. Maar waar is pa? Die heeft de benen genomen en dat kan ma niet verkroppen. Het schijnongeluk blijkt de fundering onder hun huwelijk te hebben weggeslagen.

Komische zedenschets
Regisseur Östlund betoont zich een filmische tegenhanger van thrillerauteur Henning Mankell: hij gelooft in de idealen van de Zweedse verzorgingsstaat, maar is niet blind voor de de keerzijde van de utopie. Turist is een zedenschets over gender issues, de veronderstelde gelijkheid van man en vrouw; die leidt tot verwarring over identiteit en zelfbeeld. Östlund houdt de kijker een lachspiegel voor: het gat tussen verwachting en werkelijkheid is zo groot dat het drama komische trekken krijgt. Anders dan in de films van Ingmar Bergman kruipt er humor door de kieren van het misverstand. Östlunds scènes uit een huwelijk is satire.

Maar dan wel satire van het onderkoelde, Scandinavische soort. Het resultaat van het politiek correcte gelijkheidsideaal is een omgekeerde wereld, waarin mannen aan zichzelf twijfelen, kinderen hun ouders tiranniseren en vrouwen zich als haantjes gedragen. Zo is daar Charlotte, die anders dan Ebba mannen beschouwt als gewillig speelgoed: aan het ontbijt stelt ze haar laatste verovering voor als ‘deze hier’. Tomas wordt, in mannengezelschap met een biertje uitblazend op het sneeuwterras, onbeschoft in de maling genomen door een macho dame. Zijn fantasie over een horde brullende oermannen is grotesk.

Recensie Turist

Kwebbelsessies
Al pratend, schmierend en verwijtend lijkt Turist na het veelbelovende begin weg te dutten in een kakelcoma. Wanneer een bevriend stelletje Tomas en Ebba na het incident bezoekt, raken zij eveneens besmet met de huwelijkse twijfel en volgen er eindeloze kwebbelsessies. Ook de verlossing van Tomas – heel treffend in de mist – is braaf en voorspelbaar. Een cultuur waarin men krom ligt om de gevoelens van een ander niet te kwetsen laat nauwelijks ruimte voor kritiek, laat staan satire, dus Östlunds venijn is van het intellectuele soort.

In de omgekeerde wereld van Turist wordt Charlotte, de vrouw die de huwelijkstrouw aan haar laarzen lapt, voor haar gedrag beloond. Het is vrouwen toegestaan zich te laten leiden door hun emoties en mannen niet, luidt het punt van de regisseur. Ook al is de uitwerking van het thema bepaald Zweeds, de niet-Zweedse kijker uit een geëmancipeerde cultuur zal er veel over zichzelf in herkennen. Benieuwd hoeveel polderprinsessen van deze film het schuim op de lippen krijgen.

 

16 februari 2015

 

Lees hier ons INTERVIEW met regisseur Ruben Östlund en acteur Johannes Kuhnke.

 
ALLE RECENSIES

Night at the Museum: The Secret of the Tomb

***

recensie  Night at the Museum: Secret of the Tomb

Geschifte geschiedenislessen

door Ralph Evers

Ook het derde deel van de trilogie Night at the Museum staat garant voor doldwaze geschiedschrijving en avontuur. Een keur aan historische figuren en de vertrouwde personages uit deel I en II. Tevens de laatste film met een fysiek aanwezige Robin Williams. 

In het eerste deel werden op een fantasierijke manier allerlei gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis tot leven geroepen. Middels een magisch tablet komen de vele verschillende objecten in het museum tot leven. De Night at the Museum-trilogie brengt bij veel kijkers ongetwijfeld een dosis nieuwsgierigheid naar de wereldgeschiedenis naar boven.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Het tweede deel, The Battle of the Smithsonian, zat zo vol ideeën dat het aan zijn eigen overdaad ten onder ging. Hoewel vermakelijk, was er van enige diepgang geen sprake en kende de film een zeer voorspelbaar karakter. In deel drie grijpt men terug op het eerste deel. We zijn weleens benieuwd hoe dat nou met dat tablet zit. In vogelvlucht leren we die geschiedenis en wordt in een zucht en een kreun de link naar de eerste film gelegd. Het probleem echter wat deel III kenmerkt is dat de magische tablet aan corrosie onderhevig is. Nog even en het museum zal voor altijd tot zijn oorspronkelijke rust terugkeren. Verteltechnisch kent deze film het probleem van exact dezelfde formule.

Charmant
Dan is er namelijk meer tijd voor actie. Directeur McPhee meldt dat een belangrijk deel van de collectie naar het British Museum in London verhuist. Kapucijner Dexter is echter zo gewiekst om het tablet te jatten. Een nieuw museum betekent nieuwe historische figuren. Daarin zit de charme van deze trilogie. De humor is gelaagd. Grappen met anachronisme, personages en feiten die nooit samen hadden kunnen komen, de chemie tussen de acteurs (Ricky Gervais is gewoon altijd David Brent, of is David Brent Ricky Gervais?) en het spelen met meta-realiteit.

Zo weet men de fantasierijke vondst uit The Battle of the Smithsonian – waarbij men verdwaalde in schilderijen of foto’s – te overtreffen in het verdwalen in een heuse Escher. Met het onderlinge spel en dit soort vondsten weet de film haar charmes goed te gebruiken.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Bye Teddy
Met de onthulling van het mysterie van het tablet en het afronden van de open eindes van het eerste deel (de geschiedenis van de vorige nachtwakers), nemen we vermoedelijk afscheid van een filmserie die de geschiedenislessen in ieder geval een stuk levendiger hebben gemaakt. Vermoedelijk, omdat met de stroom aan vervolgfilms van de laatste tijd niet zomaar te zeggen is dat een einde een einde is.

Dat blijkt wel uit de laatste scène, waarin het afscheid van London in New York een groteskere (Amerikaansere) herkansing krijgt. Toch zal elk ander vervolg het moeten doen zonder die vriendelijk ogende, prettig naïeve Teddy Roosevelt, die met z’n catchy  oneliners weet te amuseren. Met als laatste woorden: “Bye Teddy, farewell Lawrence”, sluit een markant acteur zijn carrière af.

 

31 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Interview, The

**

recensie  The Interview

Schreeuwerige komedie zorgt voor politieke onrust

door Nanda Aris

Dat komedie en de spot drijven met andere geloven en gemeenschappen tot vergeldingsacties kunnen leiden, weten we maar al te goed van de aanslagen op Charlie Hebdo. Vrijheid van meningsuiting staat weer hoog op de politieke kaart, en The Interview doet ook een duit in het zakje. 

Wanneer de film voor een denkbeeldige dictator had gekozen in plaats van de leider van Noord-Korea, was de film als nietszeggend afgeschreven, en had het nooit groots de internationale pers gehaald. Maar doordat de film de Noord-Koreaanse leider afschildert als een manipulatieve barbaar en vermoord dient te worden, kwamen er vanuit het communistische Aziatische land protesten op het uitbrengen van de film. Hackers braken eind november in bij Sony; interne informatie kwam op straat te liggen en personeel werd bedreigd. 

Recensie The Interview

Daarop besloot Sony de film niet uit te brengen in de VS, ook niet op dvd. The Interview  verscheen eind december toch in een klein aantal bioscopen in de VS, ook al werd er fors gedreigd met sancties. Tegelijkertijd verscheen de film online, iets wat normaliter niet gelijktijdig met het uitbrengen in de bioscoop gebeurt. Waarschijnlijk als tegenaanslag viel het internet in Noord-Korea urenlang plat. Obama bemoeide zich ermee en noemde het terugtrekken van de film door Sony een ‘mistake’, waardoor de relatie tussen Noord-Korea en de VS nog meer onder druk kwam te staan. 

Weinig inhoud
De hele voorgeschiedenis maakt toch enigszins nieuwsgierig naar de film zelf. Maar The Interview is de ophef niet waard. De start is langzaam en weinig boeiend. James Franco als Dave Skylark is een schreeuwerige over the top  personage, die bij alles wat hij zegt goed wil articuleren. Samen met zijn vriend Aaron Rapaport (Seth Rogen) verzorgt hij de populaire tv-talkshow Skylark Tonight. Dave is presentator en Aaron producer. 

Aaron voelt de noodzaak om de talkshow meer gewicht te geven. Nadat ze erachter zijn gekomen dat de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un (Randall Park) een fan is van hun show, besluiten ze naar Pyongyang af te reizen en hem te interviewen. De CIA benadert hen daarop met de mededeling dat Kim uitgeschakeld dient te worden, en dat zij de aangewezen personen daarvoor zijn. Dat klinkt als een James Bond-missie, ware het niet dat Dave en Aaron zeer onhandig zijn. De ene ongeloofwaardige gebeurtenis volgt de andere snel op. Vaak zijn de grappen flauw, soms wel grappig. 

Recensie The Interview

Mannelijke productie
De film van Evan Goldberg en Seth Rogen is niet de eerste film met acteurs Seth Rogen en James Franco. Ze speelden eerder samen in de komedies Pineapple Express (2008) en This Is The End (2013). In feite is het zelfs zo dat ze vaak met vrienden spelen. Zo kennen niet alleen Rogen en Franco elkaar al sinds de tv-serie Freaks and Geeks uit 1999, ook Lizzy Caplan is daarvan een oude bekende.

Het verhaal heeft een duidelijke male gaze, we bekijken de film door de ogen van een man: veel mooie vrouwen, waaronder CIA-agente Lacey (Caplan) en woman in control aan Koreaanse zijde Sook (Diana Bang), bloederige scènes,  grappen over penissen, feesten, auto’s, tanks, etc. 

Waar de makers in geslaagd zijn, is in het maken van een film waarover gepraat wordt. De vrijheid van meningsuiting en het belachelijk mogen maken van een leider of God zijn zeer actuele thema’s. Kim Jong-un zegt in de film:  ‘You know what’s more destructive than a nucleair bomb? Words!’ Toch blijft de vraag bestaan: gaat alle ophef werkelijk hierom? Really?

 

24 januari 2015

 

ALLE RECENSIES

Into the Woods

**

recensie  Into the Woods

Sprookjesmusical op het witte doek betovert niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er was eens een man die niets origineels wist te verzinnen. Hij heette James Lapine. James nam een grote kom en roerde de verhalen van vier sprookjes door elkaar. Hij kreeg een schitterend idee: Assepoester, Roodkapje, Raponsje en Jaap van de Bonenstaak komen samen in een groot bos en beleven daar de meest wilde avonturen. James vroeg zijn vriendje Stephen Sondheim om er muziek en liedjes bij te maken. Ze beleefden grote successen op het toneel. Maar toen vond iemand dat er een film moest komen.

Ze vroegen Rob Marshall. Rob had al eerder een musical gemaakt: Chicago. Verder moesten ze nog iemand hebben die mooie kleren kon maken. Een rood kapje kon iedereen. Nee, het moesten wel héél toepasselijke sprookjeskleren zijn. Ze belden Colleen Atwood. Colleen was heel beroemd en had al drie keer de állergrootste filmprijs gewonnen, het zogenaamde Mannetje. Bijvoorbeeld voor Alice in Wonderland. Omdat het een film zou gaan worden, moesten de plaatjes er natuurlijk prachtig uitzien. Ze vroegen Dion Beebe. Dion had ooit een Mannetje gewonnen voor een andere film die Rob had gemaakt: Herinneringen van een Gezelschapsdame. En tot slot moest de film vol zitten met hocus pocus. Dus belden ze Matt Johnson, die óók al een Mannetje had gewonnen! Voor Het Gouden Kompas.

Recensie Into the Woods

Rode cape, witte koe, glazen muiltje, gouden haren
Het verhaal begint met een heks met blauwe haren. Ze spreekt een vloek uit. De vader van de bakkersvrouw heeft namelijk groenten uit de tuin van de heks gestolen. Daarom is de vloek dat de bakker en zijn vrouw pas een kindje kunnen krijgen als ze vier dingen aan de heks geven. Als eerste de cape van Roodkapje. En dan nog de gouden haren van Raponsje, het muiltje van Assepoester en de witte koe van Jaap van de Bonenstaak. Gelukkig komen ze allemaal samen in het bos.

Maar het valt niet mee om al die dingen te verzamelen. Ze krijgen te maken met de Grote Boze Wolf, Raponsje die in een hoge toren zit opgesloten, de gemene stiefzusjes van Assepoester én de koe van Jaap die dood gaat. Er gaan ook ménsen dood in het bos, maar dat mag de pret niet drukken. Want het bos is net als het echte leven. Je kunt daar op zoek gaan naar je dromen. Je kunt er heerlijk verdwalen en bang worden. Ja, in het bos leer je pas goed wie je bent!

Recensie Into the Woods

Wie de schoen past…
De spelers in de film doen echt hun best. Lilla Crawford is pas twaalf en is een mooi Roodkapje. De wolf wordt gespeeld door Johnny Depp, die het liefst piraat is. En Daniel Huttlestone als Jaap is misschien wel het beste. Daniel speelde al in een musical toen hij pas negen jaar was! Ook zong hij in De Ellendigen. Maar het aller-allerbeste is Meryl Streep. Meryl speelt de gemene heks en won in haar eentje al drie Mannetjes. Ze kan best goed zingen, maar ze heeft echt geen gouden stemmetje, hoor! Toch geloven we Meryl het meest. De meeste anderen in de film zijn eigenlijk best wel een tikkeltje saai. Behalve dan de stiefzusjes van Assepoester. Die hakken allebei een teen van hun voet, zodat ze in het muiltje passen. Best stom! Als hun boze moeder vroeger sprookjes had voorgelezen, hadden ze dat nóóit gedaan.

Een sprookje eindigt altijd goed. Nadat Assepoester en haar prins in het kasteel zijn getrouwd, is de film afgelopen. O nee, er komt nog wat! Jaap heeft de vrouw van de reus boos gemaakt en die komt nog wraak nemen. Was dat nou nodig? Kon je eindelijk gaan plassen, komt die lelijke reuzentrol nog even met haar grote voeten het gelukkige eind verzieken! Ach, een goed verhaal heeft soms een boodschap en dat mogen we best wel weten van Rob. Iedereen maakt fouten, niemand is alleen! Rob zal het weten.

 

22 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Birdman

*****
recensie Birdman
Drie keer B is scheepsrecht

door Alfred Bos

De regisseur van Babel en Biutiful overtuigt opnieuw, ditmaal met een magisch-realistische fabel over een vliegende fictieheld die mens wordt. Birdman is een spiegelpaleis van waan en werkelijkheid. En de comeback van Michael Keaton als topacteur.

Van een regisseur die films als Biutiful (2010, met Javier Bardem) en Babel (2006, met Brad Pitt) op zijn palmares heeft verwacht je iets bijzonders en Birdman, het meest recente werkstuk van de Mexicaan Alejandro González Iñárritu, stelt niet teleur. Het is een razend slimme vertelling over een verlopen steracteur die zijn loopbaan nieuw leven probeert in te blazen. Met een toneelstuk in een film, acteurs die ook privé een rol spelen en superheldkrachten die tevens buiten het filmdoek blijken te werken is Birdman een spiegelpaleis waarin realiteit en fantasie niet meer van elkaar zijn te scheiden.

Recensie Birdman

Dat spel met feit en fictie begint al met de acteur die de hoofdrol van Riggan, de voormalige filmvedette, vertolkt. De laatste maal dat we via een kwaliteitsfilm van Michael Keatons bepaald niet kinderachtige acteervermogens konden genieten, was in de vorige eeuw: Tarantino’s Jackie Brown uit 1997. De man die in 1988 een gelaagde en complexe Batman neerzette, leende de laatste jaren zijn stem aan soundtracks van tekenfilms en videogames; op het witte doek bleef zijn talent verborgen in generieke vervolgfilms rond een guitige Volkswagen (Herbie) en een cyborg-agent (Robocop). In Birdman glorieert Keaton en de Oscar-nominatie voor Beste Hoofdrol is de bevestiging van een talent dat te lang uit beeld is geweest. Zijn Riggan is formidabel.

Vertekend zelfbeeld
De film speelt zich hoofdzakelijk af in het Newyorkse Broadway-theater waar Riggan zijn comeback wil maken via de toneelbewerking van een kort verhaal van Raymond Chandler. De voorstelling is zijn initiatief; hij heeft de tekst bewerkt, speelt de hoofdrol, regisseert het geheel en is tevens de geldschieter van het project. Het is zwemmen of verzuipen, bij een flop is hij definitief gezien. Om Riggan zwerven zijn verslaafde dochter Sam (Emma Stone), zijn ex-vrouw Sylvia (Amy Ryan) en zijn beste vriend Jake (Zach Galifianakis), die als uitvoerend producent optreedt. Riggans tegenspelers in het geplande toneelstuk zijn een onervaren debutante, Lesley (Naomi Watts), Riggans scharrel Laura (het Engelse talent Andrea Riseborough) en een method actor die alleen op het toneel zichzelf is, Mike (Edward Norton). Met die club moet hij de strijd winnen.

En een strijd is het. De reeks problemen waar het hoofdpersonage zich voor gesteld ziet, zijn voornamelijk van eigen makelij en ontspruiten aan zijn verbeelding. Zelfbeeld, identiteit, imago – op dat thema varieert de film voortdurend. Van zijn toenmalige succesrol als de superheld Birdman heeft Riggan de telekinetische gaven van dat fictieve personage overgenomen (hij kan voorwerpen met zijn geest verplaatsen), maar het blijkt een vloek. Om wezenlijk te veranderen zal hij tevens uiterlijk moeten transformeren. Om de wereld anders te zien, moet de wereld hem ook anders zien en dat lukt alleen met een – letterlijk – nieuw gezicht.

Recensie Birdman

Subjectieve camera
Het is een geraffineerd spel met (eigen)waan en werkelijkheid dat Iñárritu opdient. De film speelt zich voor het grootste deel af in de gangen en kleedkamers van het theater, een claustrofobisch labyrint dat de grotten van Riggans geest uitbeeldt. De toegepaste cameratechniek en montage – lange, vanaf de schouders gedraaide shots – suggereren de ‘stream of consciousness’ van een overactief brein. We zien het verhaal door de ogen van Riggan, subjectief dus. De film toont zijn verbeelding, waarin fantasie de werkelijkheid heeft overgenomen. De geprojecteerde schijn wordt door een toevalligheid ontmaskerd – via de opgeklopte schijnwereld van de sociale media. De spiegel verbrijzeld, of is het een hologram waar in elke scherf zich het geheel toont?

Birdman is satire van het superieure soort, een film over de bewustzijn vervormende mediamaatschappij en haar pathologische drang naar aandacht, in de vorm van een magisch-realistische vertelling. Riggan vindt uiteindelijk verlossing door de onbevangenheid te omarmen. De ondertitel, en de moraal, van de film luidt: the unexpected virtue of ignorance (de onverwachte deugd der onwetendheid). De mens schept zijn eigen hel en wie ophoudt met neurotisch piekeren – over zijn imago, over zijn kansen, over zichzelf – kan opeens vliegen. Wonderschone film.

 

19 januari 2015

 

MEER RECENSIES

 

P’tit Quinquin

***

recensie  P’tit Quinquin

De koe die niet meer kon ruften

door Cor Oliemeulen

Bienvenue chez les Ch’tis van en met Dany Boon brak in 2008 een record: ruim twintig miljoen Fransen zagen deze komedie in de bioscoop. Buiten Frankrijk haalde men de schouders op: gebrek aan identificatie met de typische Franse humor over plattelandscultuur. P’tit Quinquin is interessanter en gedurfder maar lijdt aan hetzelfde euvel.

Het schrijven en uitvoeren van oorspronkelijke scenario’s kan de Franse regisseur Bruno Dumont niet worden ontzegd. Hij viel vooral op met de choquerende drama’s L’humanité (1999) en Flandres (2006) en gooit het met P’tit Quinquin over een andere boeg. Eerder uitgebracht als vierdelige miniserie op Canal+ draait zijn absurdistische tragikomedie, die zich afspeelt in een Noord-Frans kustplaatsje, als speelfilm in de bioscoop. Bijzonder is dat alle personages voor het eerst acteren.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom absurdistisch?
Het verhaal begint met de vondst van een koe die om onverklaarbare redenen in het water van een bunker uit de Tweede Wereldoorlog verzeild is geraakt. De rust in het dorp wordt opgeschrikt door een laag vliegende helikopter die het beest bevrijdt en het vervolgens bungelend in een net meeneemt. Het fragment doet denken aan het Jezusbeeld in Fellini’s La Dolce Vita en het vliegende standbeeld in Goodbye Lenin. De ‘nationale politie’ constateert dat de koe uit het poepgat bloedt en ontdekt dat het rund is volgestopt met menselijke resten. Verderop in een weiland ligt het bijbehorende vrouwenhoofd. Absurd genoeg? Later blijkt het in stukken gehakte stoffelijke overschot via de andere ingang in het arme rund te zijn beland.

Ook absurd is het onderzoekende politieduo dat bestaat uit Commandant Van der Weijden (Bernard Pruvost) en Lieutenant Carpentier (Philippe Jore). Met zijn opvallende gebit en zijn voorliefde voor autorijden op twee wielen is laatstgenoemde een stuk minder idioot dan zijn baas. Van der Weijden mompelt een dialect, heeft een raar waggelloopje en is behept met een groot aantal tics, waarvan het voortdurend knipperen met de ogen en het optrekken van de wenkbrauwen nog het meest op de zenuwen werken. Je moet het Bruno Dumont nageven: in hun bespottelijkheid en (on)alledaagse gedrag heeft het tweetal een zeer authentieke uitstraling, net als de meeste dorpsgenoten die je tijdens een pitstop op doorreis naar de zonnige Atlantische zuidkust zo zou kunnen aantreffen.

Recensie P’tit Quinquin

Waarom een tragikomedie?
Dat geldt niet alleen voor de kleine, brutale P’tit Quinquin (Alane Delhaye) die samen met zijn vriendinnetje en twee vriendjes met kattenkwaad en het pesten van de politie de sleur probeert te doorbreken, maar ook voor de boerse paardenfokker, de leden van fanfare en majorettekorps én het meisje dat met een heerlijk vals en aanstekelijk liedje aan een zangwedstrijd meedoet. Ook een aantal van hen komt binnen korte tijd op onorthodoxe wijze om het leven. De meeste gebeurtenissen zijn triest en grappig (bedoeld) tegelijk, terwijl het wachten is of en hoe de politie de dader(s) van de moordpartijen in de kraag zal grijpen.

Het tempo van P’tit Quinquin is even traag als de ontlasting van een geconstipeerd rund op het achterlijke platteland. Ondanks de potpourri van nog meer vreemde personages – twee melige priesters, een fanatieke organist en de gediscrimineerde Afrikaanse jongen die door het lint gaat – had de film wel een uurtje korter gemogen. De tragikomedie van Bruno Dumont kan een cultstatus tegemoet zien. Maar omdat het meer draait om absurde situaties en typetjes dan om consistentie en een bevredigend slot, zou de regisseur bij een eventueel vervolg – we gúnnen het de twee politiemannen – de verdwaalde koe wat beter bij de horens moeten vatten.

 

8 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

What We Do in the Shadows

****

recensie  What We Do in the Shadows 

Inkijkje in een bloeddorstig bestaan

door Suzan Groothuis

Een documentaireploeg krijgt de unieke kans het vampierbestaan van dichtbij te filmen. Dat levert aardig wat bloed overgoten, maar vooral hilarische, momenten op.

Vampier Viago (Taika Waititi) is de eerste die we te zien krijgen. Eerst tikt ‘ie zijn wekker uit vanuit zijn doodskist, om vervolgens wat onwennig zijn kist uit te zweven. Viago is er een van het beleefde soort en bovendien behept met smetvrees. Hij heeft alles graag op orde in zijn huis en om dat voor elkaar te krijgen is af en toe een huiskameroverleg nodig!

Vervolgens ontmoeten we zijn medevampierhuisgenoten: de perverse Vladislav (Jemaine Clement, bekend uit Flight of the Conchords), nazi-vampier en rebelse bad boy Deacon (Jonathan Brugh) en de stokoude Petyr, gemodelleerd naar Nosferatu.

Recensie What We Do in the Shadows

Vampiers moeten ook afwassen
Dat vampiers het ook over andere dingen kunnen hebben dan bij voorkeur maagdelijk bloed blijkt wel uit het overleg. Het doen van de afwas bijvoorbeeld (“The point is Deacon that you have not done the dishes for five years!”). Zelfs een draaischijf met klusjes helpt niet om meer structuur in het huishouden aan te brengen. Toch is het volgens Viago gezellig samenwonen in het vampierhuis.

Aanleiding tot het filmen van dit selecte gezelschap is de aanloop naar een speciale gelegenheid: The Unholy Masquerade, een bal waar buiten vampiers ook heksen en zombies bijeenkomen. In de maanden die daaraan vooraf gaan krijgt de kijker hilarische en bloederige vampiertaferelen voorgeschoteld. Zo is er Jackie, die moedwillig de bevelen van haar meester Deacon opvolgt in de hoop op het eeuwige leven. Buiten het doen van vervelende klusjes, zoals het reinigen van een bebloede badkamer, regelt Jackie potentiële slachtoffers voor het vampiergezelschap. Onder wie haar ex Nick, die vervolgens gebeten wordt door Petyr en zelf in een vampier verandert.

Hilarische vampier-mockumentary
What We Do in the Shadows staat bol van verwijzingen naar het vampierbestaan, maar dan allemaal wel met een grote knipoog. Het zilveren medaillon van Viago bijvoorbeeld, waarin hij een fotootje van zijn grote liefde gestopt heeft. Helaas kan hij het niet dragen, want vampiers kunnen niet tegen zilver. Of recente vampier Nick, die bij het uitgaan stoer aan iedereen verkondigt dat hij vampier is. Niet handig als er ook een vampierjager in de buurt is. En dan is er nog het zonlicht, dat dodelijk is voor vampiers. Maar Nicks maatje Stu, een mens van vlees en bloed en volledig geaccepteerd door de vampierbende (“Stu is a great guy!”), laat zien dat je via internet ook naar een zonsondergang kan kijken.

Recensie What We Do in the Shadows

Regisseurs Jemaine Clement en Taika Waititi sloegen hun handen ineen voor deze droge vampier-mockumentary en leveren een van de grappigste films van het jaar af. In een stijl die doet denken aan Waititi’s eerdere film Eagle vs Shark (2007), waarin twee buitenbeentjes elkaar vinden en liefde, ongemakkelijkheid en absurde humor samengaan.

Met What We Do in the Shadows geven Clement en Waititi een originele, verfrissende draai aan het vampiergenre. Alleen al het aantal quotes dat in de trailer voorbijschiet is memorabel. Tel daarbij op een battle met weerwolven, onderlinge spanningen die in de gedaante van vleermuizen worden uitgevochten en het kotsen van liters bloed na het eten van een patatje. “Don’t believe the hype!”, roept een gefrustreerde Nick, wanneer hij beseft dat het vampierbestaan niet zo gemakkelijk en cool is als hij dacht. In het geval van What We Do in the Shadows kan je de hype beter wel geloven en vooral zien. Een perfecte mix van duister en grappig.

 

15 december 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf unieke films uit Nieuw-Zeeland

Gooische Vrouwen 2

***

recensie  Gooische Vrouwen 2

Kakkineuze kolder

door Alfred Bos

Verdere avonturen uit de enclave van geld en gekte, waarin de vriendinnen Cheryl, Claire, Anouk en Roelien het aan de stok krijgen met – ja, wat al niet? Ze hebben het zwaar met hun luxe leven; de mannen nog zwaarder.

Het was een slimme zet om de succesvolle tv-serie Gooische Vrouwen na vijf seizoenen (2005-2009) te beëindigen. Het is lastig om de herkenbare, maar niet al te diepgravende verwikkelingen rond vier vriendinnen in het Gooi tientallen afleveringen lang fris en naturel te houden. Dan is het handiger om de tweedimensionale, maar rake karikaturen eens per zoveel jaar op te laten draven in een bioscoopfilm: minder werk voor dezelfde (of grotere) opbrengsten. Gooische Vrouwen (uit 2011) brak alle Nederlandse bezoekcijfers.

Recensie Gooische Vrouwen 2

De onvermijdelijke opvolger hanteert dezelfde formule als de eerste Gooische Vrouwen-film: geschutter rond keukentafel en slaapkamer, reisje naar verre oorden waar vervolgens het lokale warenhuis wordt leeg gekocht, optreden van Martin Morero (glansrol van Peter Paul Muller) aan het slot. Rond de vriendinnen en Martin cirkelen de paladijnen, waaronder Cheryls stylist, de huisnicht Yari (Alex Klaasen) en Martins moeder (Beppie Melissen). De clash tussen kakkineus Gooi en volks Amsterdam is de betrouwbare accu van de franchise.

Identiteitscrisis
Geslaagde satire blijft dicht bij de werkelijkheid en vergroot wat opvalt. Gooische Vrouwen (serie en films) hekelt via details en terzijdes. Kunstenares Anouk draagt een Eschertrui en de biologisch verantwoorde tomaatjes komen volgens Cheryl van “de Gooische groentenjuwelier”.  Claire plukt de tegeltjeswijsheden uit de lucht: “Hier hebben we de klok en in Afrika de tijd.” Zo worden de herkenbare karikaturen – volkse nouveau riche, neurotische juriste, loopse kunstenares, kordate draufgängster, overspelige charmezanger – aangekleed tot geloofwaardige (en meewarige) karakters.

De verwikkelingen van Gooische Vrouwen 2 draaien rond de eeuwige thema’s liefde en dood. Martin blijft zijn jongeheer achterna lopen, wat Cheryl (Linda de Mol) niet pikt. Anouk (Susan Visser) kan geen frikandel eten zonder over orgasmes te fantaseren. Roelien (Lies Visschedijk) ziet dieren als mensen (en soms andersom) en Claire (Tjitske Reidinga) keert terug uit Afrika met een volbloed identiteitscrisis – en een geplunderde bankrekening. Misschien is het een gelukkig toeval, maar wellicht een slimmigheidje van scenarist Frank Houtsappels en GV-bedenkster Linda de Mol: men scheert op slinkse wijze langs de recente Zwarte Piet-discussie. 

Recensie Gooische Vrouwen 2

Mollige botox-bitches
De liefde: Claire’s Afrikaanse vriend, Komo (de Franse acteur Djedje Apali), emigreert naar het Gooi, wat aanleiding is voor een reeks culturele misverstanden. De dood: daar verklappen we hier niets over. Voor een serie die de glitterwereld van imago en status op de hak neemt, is niets heilig, zeker uiterlijk vertoon niet, en aldus speelt de film deels in de toekomst. We zien de vriendinnen als mollige botox-bitches – pluim voor de grimeurafdeling – tussen futuristische computers en weelderig Goois groen. Het iconische sanatorium Zonnestraal, een Gooise locatie, past daar perfect bij.

Regisseur Will Koopman (Baantjer, Grijpstra & De Gier, Gooische Vrouwen) opent haar vierde speelfilm met een panoramisch drone-shot dat de drang naar een nieuw perspectief lijkt te symboliseren. Het is gelukt om na 42 tv-afleveringen én de meest succesvolle film uit de Nederlandse cinemahistorie (bij elkaar toch al snel 30 uur verhaal) toch met een variatie op de proppen te komen die herkenbaar is en niettemin verrast. Sterker, Gooische Vrouwen 2 eindigt met een knal.

 

28 november 2014

 

 

ALLE RECENSIES