Buco, Il

****
recensie Il Buco
Het gat in de zool van de laars

door Paul Rübsaam

Een afdaling in een Calabrese grot en de levensavond van een plaatselijke koeienherder als parallelle verhaallijnen. Tijdloosheid in de overtreffende trap en een sleutelrol voor omgevingsgeluid. In Il Buco vervolmaakt de Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino de stijlkenmerken van zijn ongehaaste cinema.

Een groep jonge speleologen uit Piemonte had anno 1961 zo’n beetje iedere grot in het Noord-Italiaanse Alpengebied al van binnen gezien. De bakens moesten worden verzet in de richting van het uiterste zuiden van het land. In de regio Calabrië, in de zool van de laars gevormd door het schiereiland Italië, bevond zich de kalksteengrot L’Abisso del Bifurto. De bodem bereiken van deze honderden meters diepe, vrijwel verticale uitsparing in het gesteente vormde voor de jonge grotverkenners een onweerstaanbare uitdaging.

Il Buco

Gebruikmakend van acteur-speleologen herschept regisseur Michelangelo Frammartino (een in 1968 geboren Milanees met Calabrese ouders) in Il Buco (The Hole) hun onderneming zorgvuldig. Maar met de afstand van iemand die eveneens geïnteresseerd is in wat er destijds nog meer gebeurde in die omgeving. Of niet gebeurde, want het leven in het desolate Calabrië, waar de tijd lijkt stil te staan, verloopt tamelijk rustig.

Geen dialogen
Op een avond, een dag voordat de speleologen arriveren, kijkt een groep dorpsbewoners in het nabij de grot gelegen dorpje San Lorenzo Bellizzi op een eenvoudig caféterrasje naar een televisie-uitzending. Vanuit een glazenwasserscabine beschrijft een reporter per verdieping de anno 1961 gloednieuwe en 132 meter hoge Pirelli-toren in Milaan. Het is de enige verstaanbare gesproken tekst in de hele film.

Van afstand zijn we er vervolgens getuige van dat de speleologen uit de trein stappen op het door een vuurtoren verlichte stationnetje van het dorp Villapiana aan de Ionische kust. We horen het gesleep van hun koffers en hun geroezemoes, maar kunnen niet opvangen wat ze zeggen. Een verschijnsel waar we aan moeten wennen. Al zal de betekenis van omgevingsgeluid in Il Buco steeds pregnanter worden.

Il Buco

‘Oo-owa, Tei-tei’
Evenals in Frammartino’s eerdere film Le Quattro Volte (2011) is er een belangrijke rol weggelegd voor een bejaarde veehouder. Dit keer geen geitenhoeder, maar een koeienherder, die in een van boomstammen vervaardigde hut nabij de grot woont. Zittend op een heuvel naast een grote boom en in gezelschap van zijn muilezel houdt hij de activiteiten rond de grot nauwlettend in de gaten. ‘Oo-owa, Tei-Tei’ horen we hem soms roepen. In hoeverre dit Calabrees dialect is kan in het midden blijven. Zijn over de bergweide verspreid staande koeien, die hij bijeen tracht te drijven, begrijpen het in ieder geval. Zoals in Le Quattro Volte een pas geboren geitje de erfopvolger van een geitenhoeder kon zijn, zo zijn ook in Il Buco mens en dier zoveel mogelijk gelijkgeschakeld. De ezel balkt, de koeien loeien en de mensen horen we slechts mompelen, babbelen of onverstaanbare kreten slaken.

Langzaam raak je als kijker gewend, zo niet verslaafd aan de beperking van geluid tot omgevingsgeluid en het veelvuldig gebruik van wide shots die op verschillende momenten van het etmaal de rauwe schoonheid van het Calabrese landschap vereeuwigen. Je bent eraan toe dat de belangrijkste tegenstelling van de film zich gaat openbaren. Nadat in de openingsscènes hoogte, het rijke noorden van Italië en televisie al respectievelijk tegenover diepte, het arme zuiden en cinema zijn gepositioneerd, zal de beperktheid van het menselijk leven en de menselijke activiteiten zich gaan aftekenen tegen de achtergrond van de schier oneindige geologische geschiedenis van de Aarde.

Overtreffende trap
De acteur-speleologen dalen met touwladders en meetlinten af in de 687 meter diepe Abisso del Bifurto, waarvan de opening een gapend gat vormt in de bergweide. Alsof ze zich in de ingewanden van een reus begeven, wurmen ze zich door steile en diepe gangen, tunnels, krochten en kruipruimtes, met van vocht glanzend roodbruin gesteente. Licht en geluid zijn in principe afwezig. Maar juist daarom kunnen ze bij hun zoektocht een essentiële rol vervullen.

Il Buco

Van de diepte van een gang kun je immers een schatting maken door er een steentje in te gooien en goed naar het wegstervende gestuiter te luisteren. Soms ook scheuren de speleologen een bladzijde van een tijdschrift, die ze met behulp van het lampje op hun helm in brand steken. Ook zo’n fakkel kun je in de diepte gooien. Dan vormt het voor je ogen kleiner wordende vlammetje een aanwijzing voor de afstand.

Op de afgescheurde tijdschriftpagina’s zien we foto’s van de Amerikaanse president John F. Kennedy en een jonge Sophia Loren. Het is immers 1961. Maar dat jaartal heeft in het verarmde, landelijke Calabrië al weinig betekenis en in de grot die als het ware de overtreffende trap vormt van de regio al helemaal niet. Alles verdwijnt hier in het gat van de diepe tijd. Zelfs het lange leven van de oude herder is maar een flits vergeleken bij de tijd die in beslag genomen wordt door de processen die de grot hebben gevormd.

Slow cinema is misschien niet aan iedereen besteed. Maar wie Le Quattro Volte (te vinden op YouTube) kon waarderen, moet Il Buco zeker gaan zien. Michelangelo Frammartino lijkt in zijn nieuwe film nog beter de weg te weten in zijn eigen cinematografische universum.

 

19 juni 2022

 

ALLE RECENSIES

Buen patrón, El

****
recensie El buen patrón
Balans op de werkvloer

door Cor Oliemeulen

De eigenaar van een productiebedrijf van industriële weegschalen doet er alles aan om balans op de werkvloer te behouden. Net als Vrouwe Justitia en zonder aanzien des persoons weegt hij feiten en omstandigheden af, ook al moet hij zich daarvoor actief bemoeien met het privéleven van zijn personeelsleden. We volgen hem gedurende de week voor de uitreiking van een belangrijke businessprijs.

Het zijn hectische dagen voor Blanco (Javier Bardem). Allereerst gedraagt het hoofd van de productie Miralles (Manolo Solo) zich uitermate onevenwichtig omdat die zijn vrouw ervan verdenkt vreemd te gaan. Blanco zelf voelt zich aangetrokken tot de jonge stagiaire marketing Liliana (Aldumena Amor), die zichtbaar geniet van de aandacht van haar charmante baas. Verder moet Blanco borg betalen om de zoon van zijn trouwste productiemedewerker uit de gevangenis te krijgen. Maar het meest vervelend is de strijd tegen een van zijn boekhouders, José (Óscar de la Fuente), die in de jongste bezuinigingsronde is ontslagen en tegenover de toegangspoort met veel stampei demonstreert tegen het onrecht wat hem ten deel is gevallen. Als diens acties niet ophouden, kan Blanco zijn felbegeerde prijs wel vergeten.

El buen patrón

Lijden is relatief
El buen patrón
was afgelopen februari – ondanks concurrentie van Pedro Almodóvars Madres Paralelas – de grote winnaar van de Spaanse Goya’s, met beeldjes voor beste film, beste regisseur, beste acteur en beste origineel scenario. Er valt genoeg te genieten in deze wat ingehouden komedie, die grimmig begint met een gewelddadige aanval op immigranten en al even onguur eindigt, waarbij de kijker zich uiteindelijk de vraag mag stellen: is Blanco de nobele zakenman met een gouden hart voor zijn bedrijf óf een nietsontziende manipulator?

Fernando León de Aranoa (lees hier ons interview met de regisseur) is een van de meest interessante hedendaagse Spaanse filmmakers, die maatschappelijke thema’s invoelbaar maakt door het leed van zijn personages met een intelligente speelsheid te relativeren. Het meest bekend is A Perfect Day (2015) waarin hulpverleners tijdens de oorlog in voormalig Joegoslavië met veel inspanningen proberen om een lijk uit een put te hijsen. Ook zijn andere films gaan over interactie tussen mensen: collega’s, familie, vrienden.

El buen patrón

Arbeider versus directeur
Fernando León de Aranoa en Javier Bardem werkten al eerder succesvol samen in Los lunes al sol (2002). Bardem speelt hierin een medewerker van een scheepswerf die op straat komt te staan na massaontslag, net als zijn vrienden. Op zoek naar arbeid sluiten ze tevergeefs aan bij de rijen werkelozen en slijten hun avonden op de pof in een beduimelde kroeg van een ex-collega. Op maandagen mijmeren ze aan het water over een ander leven als er weer een schip richting Australië vertrekt.

Met zijn charme, grapjes en vlotte babbel weet Bardems personage de ingewikkelde leefomstandigheden in Los lunes al sol enigszins te relativeren. Zijn rol van werkeloze arbeider vormt een mooi contrast met zijn al even weergaloze rol van welgestelde fabrieksdirecteur in El buen patrón. De boodschap is in feite hetzelfde. Arbeiders lopen altijd de kans te worden gemarginaliseerd en uitgebuit. En als ze als gevolg hiervan in opstand komen, blijken hun middelen vaak te beperkt en uiteindelijk kansloos, met het gevaar te worden vertrapt door het neokapitalistische systeem. Het is knap hoe de filmmaker zonder satire of andere overdrijvingen een dergelijke boodschap aan zijn publiek meegeeft.

 

31 mei 2022

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

ALLE RECENSIES

Inexorable

***
recensie Inexorable
Onverbiddelijk conventioneel

door Cor Oliemeulen

De Belgische meester van suspense Fabrice du Welz smeedt vanaf zijn experimentele horrordebuut Calvaire (2004) niet-alledaagse verhalen rond verknipte personen. In zijn zevende speelfilm Inexorable is het plot ondergeschikt aan de spanning.

Marcel Bellmer (Benoît Poelvoorde), zijn vermogende vrouw Jeanne (Mélanie Doutey) en zijn dochtertje Lucie (Janaina Halloy) hebben zojuist hun intrek genomen in een gigantisch landhuis in Wallonië. Marcel is een gevierd schrijver die teert op het succes van zijn roman ‘Inexorable’, maar zijn inspiratie is opgedroogd. Het huis was van Jeanne’s overleden vader, een grote uitgever, wiens familie vroeger banden had met Belgische fascisten.

Inexorable

Indringer
Misschien dat de jonge, mysterieuze Gloria (Alba Gaïa Bellugi) voor wat inspiratie kan zorgen. We zien hoe ze heeft ingecheckt in een naburig hotelletje en al snel kennismaakt met de rijkaards. Om zich toegang tot het gezin te verschaffen, maakt ze eerst vriendschap met de hond, takelt ze later haar gezicht flink toe met een colablikje en doet alsof ze is beroofd. Jeanne heeft medelijden en nodigt haar uit. Gloria kan het vervolgens bijzonder goed vinden met Lucie en wordt in dienst genomen als hulp in de huishouding.

Er ontstaat een connectie tussen Marcel en Gloria. Hij heeft een schrijversblok, zij is fan en kent ‘Inexorable’ uit het hoofd, omdat dat boek naar eigen zeggen haar leven heeft gered. Jeanne moet vaak weg voor haar werk, Gloria begint zich langzaam aan Marcel op te dringen. Marcel is seksueel uitgeblust bij zijn eigen vrouw over wie hij geen ‘macht’ heeft, en wordt onhoudbaar wellustig bij een meisje dat hem bewondert en over wie hij wel macht heeft. Tenminste, dat denkt hij. Gloria vindt Marcels geheime brieven en weet de drie gezinsleden onverbiddelijk (‘inexorable’) tegen elkaar uit te spelen.

Misère
Fabrice du Welz heeft zich duidelijk laten inspireren door beroemde erotische Amerikaanse thrillers van eind jaren tachtig, begin jaren negentig, zoals Fatal Attraction (1987) en Basic Instinct (1992), en leunt bovendien wat op Stephen Kings boekverfilming Misery (1990). Poelvoorde en Bellugi zijn goed op dreef, maar het afgelegen kolossale huis, waar de verlichting regelmatig uitvalt, is het toonaangevende personage.

Inexorable

De cinematografie van Manuel Dacosse is vertrouwd sfeervol, het repeterende klassieke muziekdeuntje van Vivaldi’s ‘Nisi Dominus – Cum Dederit’ is functioneel maar wordt de laatste jaren te vaak in films gebruikt (ditmaal zonder countertenor Andreas Scholl). Met de spannende momenten zit het wel snor, maar het geheel voegt weinig toe aan het filmcanon. De personages wekken onvoldoende sympathie op om de kijker tot het eind toe te boeien. Gelukkig is het einde onvoorspelbaar, maar maakt het je uiteindelijk niets uit wie overleeft.

Een begenadigd filmmaker als Fabrice du Welz is geen man voor conventionele films. Hoewel je Gloria natuurlijk liever niet in het donker tegenkomt, zorgt de kleine Lucie voor de grootste verrassing, met de meest verontrustende performance. Tijdens haar verjaardagsfeestje, waarvoor de hele klas is uitgenodigd, klimt ze op het podium in de tuin. Vanaf het moment dat er een death metal-nummer uit de speakers knalt, danst en schreeuwt ze als door de duivel bezeten. Daarmee degradeert ze het stoere personage van Abigail Breslin in Little Miss Sunshine (2006) tot ideale kleindochter.

 

28 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

Leave No Traces

***
recensie Leave No Traces
Dodelijk politiegeweld in het Polen van de jaren tachtig

door Jochum de Graaf

Warschau 1983. Student Grzegorz Przemyk wordt met zijn vriend Jurek Popiel gearresteerd. Als ze weigeren hun identiteitspapieren te laten zien, wordt met name Grzegorz hardhandig in elkaar geslagen. Op het politiebureau wordt hij verder ondervraagd en gemarteld, enkele dagen later is hij dood.

Het docudrama Leave no Traces is op ware feiten gebaseerd. Grzegorz Przemyk werd in mei 1983 onder grote belangstelling begraven. Zijn moeder, Barbara Sadowska, was een bekende dichter en activiste van Solidarnosc, de Poolse vakbeweging die onder leiding van Lech Walesa na de val van de Muur begin jaren negentig aan de macht kwam. Samen met Jurek Popiel strijdt zij voor gerechtigheid.

Leave No Traces

Staat van beleg
Ten tijde van de moord leefde Polen onder de ‘staat van beleg’ een militair regime onder leiding van generaal Jaruzelski, bedoeld om enerzijds de opkomende macht van de vakbeweging Solidarnosc in te dammen en anderzijds ingrijpen van de Sovjet-Unie te voorkomen. Regisseur Jan P. Matuszyński brengt dat tijdperk, op 16mm geschoten, met een stijlvol production design onmiskenbaar boeiend in beeld, een sterke karakteristiek van het Polen in de jaren tachtig, waar de teloorgang van het communisme met de breed ondersteunde volksbeweging Solidarnosc en de grote invloed van een Poolse paus zich inzette, maar het heersende regime naar later bleek nog een straffe stuiptrekking vertoonde.

Kern van de film zijn de doofpotpraktijken en de desinformatiecampagne om de schuldigen van de moord, de militieagenten van het hoofdbureau Warschau, buiten schot te houden. Tegelijkertijd is er tegen de achtergrond van de opkomst van Solidarnosc grote maatschappelijke druk: 20.000 mensen liepen achter de baar en er was een ongekende media-aandacht, met grote internationale betrokkenheid door de BBC.

Grzegorgz en Jurek worden afgeschilderd als losers, drugsgebruikers; moeder Barbara wordt met een lastercampagne vanwege haar Solidarnosc-sympathie vakkundig uitgeschakeld. Er wordt gepoogd de schuldvraag te verleggen naar de ambulancebroeders die Grzegorz naar het ziekenhuis vervoerden. Zij worden net zo lang ondervraagd tot een van hen een halfslachtige bekentenis aflegt. Jurek duikt onder om aan verdere verhoren te ontkomen en pas in de rechtszaal kan hij zijn getuigenis afleggen. Vader Popiel, overtuigd lid van de communistische partij, wordt door een infiltrant geprest zoon Jurek, wanneer die kort zijn ouderlijk huis bezoekt, op zijn gemoed te spelen en zijn getuigenis in te trekken.

Leave No Traces

Rechtbankdrama
De film eindigt als rechtbankdrama met een sterke rol voor Jurek, de uitstekende acteur Tomasz Ziętek. De rollen van Sandra Korzeniak als een wat hooghartige Barbara Sadowska en Aleksandra Konieczna als uiterst vijandige, bijna karikaturale aanklager worden beduidend minder goed ingevuld. Het vonnis komt onmiskenbaar hard aan en zal bij menigeen duidelijke parallellen oproepen met de dood van George Floyd (2020), kraker Hans Kok (1985) en andere slachtoffers van politiegeweld.

Voor iedereen die de enerverende Poolse geschiedenis destijds bewust heeft meegemaakt, zal het optreden van de sinistere minister van Binnenlandse Zaken, Cleslaw Kiszczak, en van pater Popieluszko, die na een week onvindbaarheid vermoord bleek door de geheime dienst en uitgroeide tot martelaar, bijdragen aan de herkenbaarheid. Voor anderen die minder in het detail van de geschiedenis geïnteresseerd zijn, zullen de vele personages en verwikkelingen verwarrend overkomen, want het verhaal wordt wel heel lang uitgesponnen. Een bekorting van een uur zou de spanning en de vaart van de film zeker ten goede gekomen zijn.

 

24 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

Saint of the Impossible, The

****
recensie The Saint of the Impossible
Fragiele lijn tussen hoop en teleurstelling

door Ries Jacobs

Voor de Boekenweek van 1998 schreef Arnon Grunberg het jaarlijkse geschenk aan de lezer. De heilige Antonio werd door Nederlandse lezers, als altijd zeer kritisch over het Boekenweekgeschenk, redelijk enthousiast ontvangen. Bijna een kwarteeuw later er verschijnt een verfilmde versie in de bioscoop.

De Peruaanse tienerbroers Paul en Tito wonen met hun moeder illegaal in New York. Dagelijks volgen ze twee uur lang Engelse les en brengen daarna eten rond voor een Chinees restaurant. Hun moeder Raffaela werkt zich als serveerster uit de naad in een diner. Ze flirt met klanten in ruil voor extra fooi en vertelt haar zoons dat je ‘de mensen altijd hongerig moet houden’. Maar dan wordt ze zelf ingepakt door de Europese schrijver Ewald Stanislav Krieg.

The Saint of the Impossible

De broers vallen als een blok voor Kristin, een Kroatische blondine die ze ontmoeten in hun klasje. Hoewel ze nauwelijks ouder is dan Paul en Tito, weet ze de bleue broers met haar levenservaring te imponeren. Gaandeweg de film komen de jongens steeds meer te weten over het geheim dat ze met zich meedraagt. Ondertussen overtuigt Krieg Raffaela ervan om samen met hem een Mexicaans afhaalrestaurant te openen.

Grootstedelijke grauwheid
Er gebeurt dus genoeg in de ruim anderhalf uur die regisseur Marc Raymond Wilkins voor de film uittrekt. Door de scènes relatief kort te maken, houdt hij de vaart in de film zodat de kijker zich geen moment verveelt. Het absurdisme uit De heilige Antonio vervangt Wilkins door een venijnig randje grootstedelijke armoe en grauwheid, waarbij hij geenszins uit de bocht vliegt. Nooit wordt The Saint of the Impossible pathetisch. Wilkins wil geen grote boodschap overbrengen, het filmdrama geeft vooral het dagelijks leven van vijf migranten in New York weer.

Migratie is een thema dat als een rode draad door het compacte oeuvre van Wilkins loopt. Eerder maakte hij de films Bon Voyage (2016) over twee zeilers die op de Middellandse Zee stuiten op een zinkende boot met migranten en Hotel Pennsylvania (2013) over een taalklasje voor migranten in Manhattan. Ondanks dat Wilkins zijn regiedebuut meer dan twintig jaar geleden maakte, is The Saint of the Impossible zijn eerste lange film.

The Saint of the Impossible

Tikkeltje arrogant
Het is jammer dat de regisseur zo lang heeft moeten wachten op de kans om een lange film te maken, want met The Saint of the Impossible bewijst Wilkins dat hij het in zich heeft. Hij weet een vrijwel onbekende cast, die nauwelijks ervaring heeft met Engelstalige films, te transformeren tot vijf elkaar gek makende migranten. Het is nauwelijks voor te stellen dat dit voor de broers Adriano en Marcelo Durand Castro (respectievelijk Paul en Tito) vrijwel hun eerste ervaring voor de camera is, zo goed kruipen ze in de huid van de immigrantenbroers, die zich stoer voor willen doen, maar vooral vertederend zijn.

Maar de Kraotische Tara Thaller steelt de show. Kristin is zelfbewust en een tikkeltje arrogant, maar ook kwetsbaar en onzeker. Dit alles stopt Thaller met haar expressieve gezichtsuitdrukking in haar karakter. Kristin is de belichaming van de immigrant die hoopt op een beter leven en wil daar hard voor te werken, maar tegelijkertijd kampt met sociale achterstand, uitsluiting en teleurstelling. Samen met de broers bidt ze tot Sint Rita, de heilige van het onmogelijke. Ze hopen allen dat het onmogelijke mogelijk wordt en zijn bereid daar offers voor te brengen. Maar wie hoopt, moet bereid zijn teleurgesteld te kunnen worden.

 

20 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

Lunana, A Yak in the Classroom

****
recensie Lunana, A Yak in the Classroom
Bhutaans sprookje met echte mensen

door Paul Rübsaam

Ugyen, een Bhutaanse leraar in opleiding tegen wil en dank, droomt ervan zich als zanger te vestigen in Australië. Maar hij wordt gedwongen les te gaan geven in het boerengehucht Lunana. Erger kan het niet. Of toch wel? Lunana, A Yak in The Classroom, het regiedebuut van Pawo Choyning Dorji, is op de keper beschouwd een voorspelbare, zoetsappige propagandafilm. Maar dan wel een hele mooie.

Ugyen (Sherab Dorji), een wees die bij zijn dominante grootmoeder inwoont, zit in het voorlaatste jaar van zijn lerarenopleiding. Maar hij studeert met nauw verholen tegenzin. Liever stort hij zich met zijn vrienden in het uitgaansleven van Thimphu, de snel moderniserende hoofdstad van Bhutan. Als het even kan, treedt hij op als zanger, zichzelf begeleidend met zijn gitaar. Ooit hoopt hij zo de kost te kunnen gaan verdienen in Australië.

De regeringsfunctionarissen in wier opdracht hij zijn opleiding volgt, hebben echter andere plannen met de ongemotiveerde leraar in spe. Docenten zijn hard nodig in het traditionele boeddhistische koninkrijk Bhutan, dat zich geleidelijk wil gaan aanpassen aan de moderne tijd. Juist daar waar ze het meest schaars zijn, moet Ugyen zijn didactische vaardigheden maar eens ten toon gaan spreiden. Hoog in de bergen dus. In het kleinste dorpje dat je je maar kunt voorstellen.

Recensie Lunana, A Yak in the Classroom

Rechtsomkeert?
Hoe afgelegen en primitief het dorpje Lunana werkelijk is, kan Ugyen zich nauwelijks voorstellen. Het eerste deel van zijn reis gaat nog per bus, naar het al tamelijk hoog gelegen dorp Gasa. Maar daar blijken de gidsen Michen (Ugyen Norbu Lhendup) en Singye uit Lunana met drie muilezels klaar te staan voor het tweede deel: een voettocht van acht dagen die alleen maar omhoog gaat. Dat laatste zeggen de gidsen er niet bij, omdat ze de jonge leraar niet te veel willen ontmoedigen.

De zesenvijftig inwoners van Lunana maken zo goed als allemaal deel uit van het ontvangstcomité. Als Ugyen het comité ontwaart, denkt hij dat hij op zijn bestemming is aangekomen. Maar hij vergist zich. Hij heeft nog twee uur te gaan naar het dorpje, dat op dezelfde hoogte ligt als de top van de Mont Blanc. Hoe hoffelijk het is dat het dorpshoofd Asha Gup Jinpa (Kunzang Wandi) en de andere dorpelingen hem tegemoet zijn gekomen, dringt nauwelijks tot hem door. Zo uitgeput is hij.

Als Lunana dan eindelijk is bereikt, blijkt het schoolgebouw vervallen en volledig uitgewoond. Ook ontbreken de meest elementaire leermiddelen, zoals een schoolbord. Bovendien vormt de door zonne-energie opgewekte elektriciteit in Lunana een hoogst onzekere factor. Ugyen kan niet geloven dat hij onder deze omstandigheden les zal kunnen geven. Hij laat het dorpshoofd en de gidsen vast weten dat hij zo snel mogelijk vertrekken wil.

Uitwerpselen als geschenk
Het door jakherders bevolkte Lunana biedt inderdaad weinig comfort. Maar midden in een groene vallei, tussen de besneeuwde Himalayatoppen, is het dorpje wel schitterend gelegen. Bovendien zijn de bewoners, die hun onwillige nieuwe leraar op handen lijken te willen dragen, buitengewoon aardig. Te aardig misschien wel, naar de maatstaven van een westerse filmkijker. De enige die een tijdje lang een beetje vervelend blijft is Ugyen zelf. Maar dat verandert natuurlijk.

Zijn voornemen om zo snel mogelijk rechtsomkeert te maken, wordt de eerste ochtend na zijn aankomst al danig op de proef gesteld. Namelijk als de bijdehante en grenzeloos schattige zevenjarige klassenvertegenwoordigster Pem Zam (Pem Zam) hem komt wekken omdat de kinderen al popelend zitten te wachten in het klaslokaal.

Recensie Lunana, A Yak in the Classroom

En er is meer dat Ugyen wel over de streep moet trekken. Zoals de jonge vrouw Saldon (Kelden Lhamo Gurung), die door de manier waarop zij het devote lied ‘Yak Lebi Lhadar’ zingt Ugyen niet alleen een nieuwe kijk op de zangkunst verschaft, maar ook op de door haar en alle andere inwoners van Lunana vereerde jak. Uit eerbied voor het dier dat zijn vlees aan de mens schenkt als voedsel en zijn uitwerpselen als brandstof is Ugyen uiteindelijk bereid om Norbu, de oudste jak van het dorp, het onderdak te verschaffen waar de titel van de film naar verwijst.

Heilstaat
Volgens het door het Bhutaanse staatshoofd gepredikte principe van het ‘bruto nationaal geluk’ zijn in het traditionele, geleidelijk moderniserende Bhutan naast economische welvaart ook het welzijn en de ontwikkelingsmogelijkheden van de bevolking van groot belang. Onderwijs vervult daarbij een cruciale rol. Het verhaal van Lunana, a Yak in the Classroom wijkt geen duimbreed af van deze officieel gehuldigde opvatting. In dat opzicht zou je regisseur Choyning Dorji’s eersteling een propagandafilm kunnen noemen voor de heilstaat die Bhutan zou moeten zijn.

Toch doe je de film daarmee tekort. Onder soms moeilijke omstandigheden vonden de draaidagen plaats in het werkelijk bestaande Lunana. De cast bestaat voor een aanzienlijk deel uit de eigenlijke dorpelingen, met hun wat kinderlijke, maar oorspronkelijke acteerstijl. Samen met de dromerig stemmende synthese tussen spirituele zang en de adembenemende omgeving maakt dit van Lunana een sprookje met echte mensen dat als vorm van lyrische poëzie zeker geslaagd is.

 

16 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia 2022 – Deel 2: Yuni

CinemAsia 2022 – Deel 2:
Yuni is verteerd door keuzestress

door Ries Jacobs

Niet-westerse cinema geeft soms een prachtig inkijkje in een andere cultuur en dat is precies wat Yuni doet. Regisseur Kamila Andini verhaalt over uithuwelijking, iets dat wereldwijd nog altijd veel voorkomt.

Dit coming of agedrama draait om de zestienjarige Yuni. Ze weet dat de nu te maken keuzes bepalend zijn voor de rest van haar leven, alleen zijn de keuzes die ze moet maken anders dan die van ons. In het westen kent dit soort drama’s veelal thematiek als prestatiedruk, eenzaamheid of groepsdruk. Niets hiervan zien we terug in het leven van dit Indonesische meisje.

Yuni

Ze is een van de beste leerlingen van haar school, heeft veel vriendinnen en de mannen liggen aan haar voeten. Desondanks drukt er een enorme last op haar schouders. Haar oma wil dat ze, zoals de traditie het wil, trouwt met een van de aanbidders die haar familie een bruidsschat komt aanbieden. De leraressen op haar islamitische school zien voor Yuni een academische toekomst, maar dan mag ze niet trouwen.

Influencer
Andini schreef het script nadat haar huishoudster vertelde over haar dochter. Het meisje was als kind getrouwd en verwachtte op haar achttiende haar eerste kind. In de woorden van Andini was het ‘a high-risk pregnancy’. In een interview met Womenandhollywood.com zegt ze: “Ik wil dat het publiek ziet dat de keuzes moeilijk zijn voor meisjes .”

Het is daarom jammer dat hoofdrolspeelster Arawinda Kirana wat vlak blijft in haar vertolking van Yuni. Je dringt als kijker niet tot haar door, waardoor je nooit echt met haar meeleeft. Anderzijds houdt ze haar karakter voldoende staande, terwijl de rol van Yuni pas haar tweede voor de camera is. Eerder speelde ze in een aflevering van Quarantine Tales (2020) een influencer die moet kiezen (wederom keuzestress) tussen haar familie en haar carrière.

Yuni

Kevin Ardilova maakt het bonter. Hij kruipt in de huid van de poëtische Yoga, een klasgenoot die Yuni helpt met haar schoolvakken en alles heeft wat je van een dichter verwacht. Hij is zachtaardig, dodelijk verlegen en kijkt meer naar zijn voeten dan in de camera. Bovendien maakt hij geen enkele ontwikkeling door, gedurende de ruim anderhalf uur durende film blijft hij hetzelfde flat character.

Beperkt leven
Ondanks het niet altijd overtuigende acteerwerk is Yuni wel degelijk het kijken waard. Het verhaal loopt als een trein en de thematiek is te belangrijk om niet verfilmd te worden. Het feministische drama toont hoe een meisje keuzes moet maken die zelfs voor een volwassene moeilijk zijn. Bovendien laat Andini zien hoe beperkt de rol van de vrouw ook in het hedendaagse Indonesië is. Kies je voor een huwelijk, dan kies je voor een beperkt leven dat voornamelijk bestaat uit je echtgenoot gehoorzamen en zoveel mogelijk kinderen krijgen. Kies je daar niet voor, dan ben je veroordeeld tot een leven vol (financiële) onzekerheid.

Kijk hier waar en wanneer Yuni draait tijdens CinemAsia 2022.

 

10 mei 2022

 

Interview Jia Zhao, nieuwe artistiek directeur CinemAsia
CinemAsia 2022 – Deel 1
CinemAsia 2022 – Deel 3
CinemAsia 2022 – Deel 4
CinemAsia 2022 – Deel 5

 


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2022 – Deel 1: Myanmar Diaries

CinemAsia 2022 – Deel 1:
Myanmar Diaries is zowel aanklacht als kunstwerk

door Jochum de Graaf

In de sterke openingsscène van Myanmar Diaries zien we een clip van een dansinstructrice in aerobicspakje terwijl op de achtergrond een konvooi legervoertuigen in beeld verschijnt dat oprukt naar een groot gebouw. Achteraf blijkt dat doel het parlement van Myanmar. Bij toeval dus werd hiermee het begin van de staatsgreep van het leger op 1 februari 2021 vastgelegd.

Het is een nogal surrealistisch beeld in een film die vooral de brute repressie na de volksopstand laat zien. Desondanks wordt de strijd voor democratie voortgezet. Myanmar Diaries viel op veel filmfestivals (o.a. Berlinale, IDFA, Movies That Matter) in de prijzen.

Myanmar Diaries

Indrukwekkende scènes
Er is een aantal indrukwekkende scènes dat om voorrang strijdt. De eenvoudig geklede vrouw met ouderwetse bril, hoedje en bodywarmer die langs een colonne van militaire voertuigen loopt en de soldaten aanspreekt op de koelbloedige moord op een meisje. “Waarom deden jullie dat? Jullie zijn goed opgeleid, je kunt me toch wel antwoorden? Ik ben ook een moeder. Wat was de noodzaak van die moord, ze was toch onschuldig! Schiet maar op mij, ik heb geen kogelwerend vest aan zoals jullie!”

In een volgende scène kijken we minutenlang naar de ingang van een huis waar vrouwelijke en mannelijke agenten naar binnen staan te kijken, we horen een kind hartverscheurend huilen om haar moeder die dreigt te worden meegenomen. Dan komt het commando en vallen de agenten met geweld de woning binnen. De geluidsband met het ijselijk geschreeuw van het slachtoffer loopt door tot de commandant naar buiten komt de hand op de camera legt en het beeld op zwart gaat.

Verderop in de film richt een man op zijn balkon zijn mobiel op een arrestatie-eenheid beneden op straat. Ze willen bij hem inbreken hoewel hij herhaaldelijk toezegt vrijwillig mee te zullen komen. Ook hier eindigt de scène, vlak voor ze hem met bruut geweld te grazen gaan nemen, op zwart.

In een andere nagespeelde scène constateert een meisje dat ze zwanger is, maar als ze het aan haar vriend wil vertellen, wordt dat eerst verijdeld door de brute ontruiming van het kraakpand waar hij woont; vervolgens aarzelt ze sterk wanneer hij haar aangeeft dat hij zich voorneemt om naar de jungle te vluchten en zich bij het groeiende verzet aan te sluiten.

Myanmar Diaries

Collage
Myanmar Diaries is een zeer bijzondere documentaire gemaakt door tien jonge filmmakers, gecombineerd met filmmateriaal van burgerjournalisten die op hun mobieltjes het protest in de straten van Myanmar registreren. Om veiligheidsredenen worden in de aftiteling alleen de namen van de producenten genoemd: het Nederlands-Tsjechische filmerspaar Corinne van Egeraat en Petr Lom die vier jaar in Myanmar woonden in de tijd dat het met de machtsdeling tussen het leger en Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi redelijk goed leek te gaan met het land. De absolute verkiezingsoverwinning voor Suu Kyi eind 2020 was een nederlaag voor het leger, maar toch kwam de coup onverwacht.

Myanmar Diaries is opgezet in de traditie van omnibusfilms als New York, I Love You en Paris, je t’aime. Ook een collage van uiteenlopende films van fictie tot documentaire en animatie door verschillende filmmakers, met hier als rode draad de ontwikkeling van het protest in het eerste jaar na de coup. We zien hoe mensen reageren in dagboekaantekeningen, droombeelden, ingesproken teksten op mobiele telefoons. We zien de beelden van de protestmarsen, de veelvuldige protesten met het slaan op potten en pannen, de harde ingrepen van de oproerpolitie, het brute geweld van het leger, het begin van de ondergrondse strijd, de vorming van een guerrilla in de jungle.

De jungle is waar de film eindigt. Een groep jonge demonstranten net aangekomen uit de stad ondergaat een militaire training en zet een mars in. We horen een voice-over: ‘Kunnen jullie ons horen?’ Dat kan als hoop en als een schreeuw om hulp worden opgevat. Myanmar Diaries is zowel een ferme aanklacht tegen mensenrechtenschendingen als een tot nadenken stemmend kunstwerk.

Myanmar Diaries is tweemaal te zien tijdens CinemAsia en draait vanaf 12 mei in de bioscoop.

 

10 mei 2022

 

Interview met Jia Zhao, nieuwe artistiek directeur CinemAsia
CinemAsia 2022 – Deel 2
CinemAsia 2022 – Deel 3
CinemAsia 2022 – Deel 4
CinemAsia 2022 – Deel 5

 


MEER FILMFESTIVAL

This Much I Know To Be True

****
recensie This Much I Know To Be True
Intiemer dan liveconcert

door Jochum de Graaf

UPDATE 9 mei 2022: Net op het moment dat in de documentaire This Much I Know To Be True te zien is dat Nick Cave de dood van zijn zoon Arthur zeven jaar geleden redelijk verwerkt heeft, komt het droevige bericht dat zijn oudere zoon Jethro op 31-jarige leeftijd is overleden. Een wetenschap die de film misschien in een iets ander daglicht zet, maar niet minder waardevol maakt.

 

Nick Cave loopt in een witte jas door zijn atelier, doet een rondleiding langs zijn nieuwste beeldjes. “Hier, dit is de duivel die zijn eerste kind vermoordt. Hier de duivel uitgeteerd op de grond, een jongetje knielend naast hem, een daad van vergeving; The Devil Forgiven, heet het.”

Aan zijn toch al rijke creatieve talenten van schrijver, filmmaker en muzikant heeft hij nu ook keramist toegevoegd, met telkens die fascinatie voor het kwaad en verlossing als doorlopend leidmotief. Een fascinatie die met de jaren meer wordt ingebed in een filosofischer, zachtere kijk op het menselijk bestaan. Aan het eind van This Much I Know To Be True antwoordt Cave op de vraag hoe hij zichzelf zou karakteriseren. Waar voorheen het antwoord ‘muzikant, schrijver’ luidde, is het nu ‘als echtgenoot, mens, vader, burger, vriend’.

This Much I Know To Be True

Fabriekshal
Voorjaar 2021 zou Nick Cave met tegenpool en inspirator Warren Ellis op wereldtournee gaan, ook naar ons land, hetgeen vanwege corona werd afgelast. Als alternatief werd een fabriekshal in Brighton afgehuurd, waarin we Cave en Ellis – bijgestaan door een drummer, koor en strijkers – een twaalftal nummers gelijkelijk verdeeld over de laatste albums Ghosteen en Carnage zien repeteren en uitvoeren. Ellis, al in 1993 als altviolist deel uitmakend van de begeleidingsband Bad Seeds, is de laatste jaren uitgegroeid tot een meer dan volwaardige muzikale partner. Het laatste album, Carnage uit 2021, is  een Cave & Ellis-coproductie.

This Much I Know To Be True is een liveconcert zonder publiek, verfilmd door hun vriend en documentairemaker Andrew Dominik, die naam maakte met One More Time With Feeling (2016), de film waarin hij Cave volgde tijdens de opnames voor het album Skeleton Tree. Toen tijdens die opnames Cave’s 15-jarige zoon Arthur door een val van een klif in Brighton om het leven kwam, werd het tot een indringend document over dat verlies en (slechts gedeeltelijk gelukte) verwerking daarvan.

This Much I Know To Be True is een mooi vervolg hierop. Met name Ghosteen is ook een reflectie op de dood van zoon Arthur, maar biedt vooral een bijzonder inkijkje in het symbiotische samenwerkingsproces tussen Cave en Ellis. Bij de repetities klungelen ze met apparatuur en verstrengelen snoeren, ze kibbelen wat hoe ze een bepaald nummer zullen uitvoeren, hun samenwerking is zoals Cave het uitdrukt: ‘Always on transmit, not for the safe’. Er is een mooi bijrolletje voor Marianne Faithful, die vanuit haar rolstoel en na verwijdering van een zuurstofslangetje met die geweldige stem mooi gedragen het spoken word-gedicht Prayer Before Work voordraagt.

This Much I Know To Be True

38.000 brieven
De songs worden gelardeerd met korte interviews waarin Cave citeert uit de 38.000 brieven die hij kreeg voor de Red Hand Files, het platform waar fans hem hun levensvragen, variërend tussen groot verdriet en geestige opmerkingen voorleggen. Een zekere Billy uit Schotland die door zijn vrouw uit huis is gezet, wordt bemoedigend toegesproken en vervolgens krijgen we een wervelende versie van Hand of God te horen en zien.

Het is echt die muziek en de bijpassende beelden, scherp zwart-wit, die This Much I Know To Be True tot een geweldige ervaring maakt. Die cerebrale atmosfeer, dat getormenteerde hoofd van Cave, Ellis die zittend op de grond briljante geluidsmixages maakt, die weidse gebaren, dan weer indringend gesproken, vervolgens weer de melodieuze zang, bedwelmende muziek, de apotheose met het koor dat invalt. Van Spinning Song tot Balcony Man, er zitten geen zwakke nummers tussen.

De camera cirkelt nu eens rustig en beheerst rond Cave en Ellis in de spotlights, dan weer dynamisch met stroboscopische beelden om koor en muzikanten heen. Het gevoel dat je er bijna onderdeel van wordt, dat je heel dichtbij komt, dichter dan als toeschouwer bij een liveconcert in de Ziggo Dome.

This Much I Know To Be True is op 11 en 15 mei in tachtig bioscopen in Nederland te zien, in sommige steden ook op tussenliggende dagen. Info: thismuchiknowtobetrue.com.

 

9 mei 2022

 

ALLE RECENSIES

Love It Was Not

***
recensie Love It Was Not
Onmogelijke liefde

door Jochum de Graaf

Het is natuurlijk een zeer dramatisch gegeven, de liefde tussen de Oostenrijkse SS-officier en kampbewaker Franz Wunsch en de Joodse Helena Citron, in interneringskamp Auschwitz 1942. De documentaire die de Israëlische Maya Sarfaty onder de misleidende titel Love it was not over deze onmogelijke liefdesgeschiedenis maakte (twee jaar geleden al op het IDFA te zien), is een gepassioneerd verslag, maar overtuigt niet in alle opzichten.   

Helena, of Helenka zoals ze door haar vriendinnen genoemd werd, was in maart 1942 met duizend andere Slowaakse Joodse meisjes naar het vernietigingskamp gedeporteerd. Ze waren de eerste vrouwen en kwamen terecht in de barakken van Kannada waar een relatief minder streng kampregime heerste.

Love It Was Not

Lied
Kort na haar aankomst wordt de verjaardag van de jonge kampbewaker Franz Wunsch gevierd. Op aandringen van de andere vrouwen in de barak – om te overleven moet je jezelf nuttig maken – zingt Helena Liebe war es nie, een mooi melancholisch nummer van Austin Egen uit 1931. ‘Liebe war es nie. Denn du hast leider doch kein Herz. Liebe war es nie. Es war ein Scherz’.

De tranen lopen over haar wangen, overweldigd door de gelegenheid en het besef dat ze het voor een brute moordenaar zingt. Maar wanneer Wunsch haar vraagt het lied nogmaals voor hem te zingen, schrikt ze van dat empathische verzoek.

Liebe war es nie, zoals de film in Duitsland is uitgebracht, dat is toch wel even heel wat anders dan Love it was not, behalve een lelijke dus ook feitelijk onjuiste titel waar wij het kennelijk mee moeten doen.

Tyfus
Maar was het ook nooit liefde tussen Helena en Franz? Wunsch valt na zijn verjaardagsfeest als een blok voor haar. Hij geeft Helena en de andere vrouwen in de barak extra eten en kleding, hij weet haar zus Roza en de twee kinderen uit handen van de beruchte arts Joseph Mengele te redden. Wanneer Helena tyfus krijgt, geeft hij haar een deel van zijn rantsoen net zo lang tot ze weer voldoende is aangesterkt. Dankzij Franz Wunsch overleeft Helena Citron Auschwitz.

Of de liefde wederzijds was, blijft enigszins in het midden. In de interviews die in de jaren negentig opgenomen werden, beklemtoont Helena vooral dat ze deed wat ze nodig achtte om zichzelf en de andere vrouwen te helpen overleven. Toch biecht ze op dat ze gaandeweg de jaren in het kamp wel gevoelens voor Franz ontwikkelde, voor zover liefde mogelijk was op die godvergeten plek.

Waarheid
Wunsch vraagt tegen het einde van de oorlog, wanneer de Duitse nederlaag onafwendbaar lijkt, aan Helena of zij hem zo wil beschermen als hij haar heeft beschermd. Het antwoord komt pas 25 jaar later wanneer Helena wordt opgeroepen om te komen getuigen in Wenen in het proces tegen Wunsch voor zijn daden in Auschwitz. Ze komt voor een groot dilemma te staan. Ze is gelijk na de bevrijding naar Israël geëmigreerd en heeft Franz Wunsch sinds de oorlog niet meer gezien.

Love It Was Not

In Israël wordt ze beticht van collaboratie als ze gaat, het vrijpleiten van een oorlogsmisdadiger. Uiteindelijk besluit ze toch te gaan, voor haar telt dat ze de waarheid wil vertellen over de liefde die de levens van haar en andere vrouwen gered heeft. In de rechtszaal passeert ze Franz Wunsch op een meter, kijkt hem niet aan. Ze doet haar getuigenis. Wunsch wordt vrijgesproken, Helena sprak daarna nooit meer over hem.

Foto’s
Wunsch’ liefde ging onmiskenbaar verder, hij maakte in Auschwitz foto’s van haar. In de openingsscène zien we een ongelooflijke, paradoxale foto: Helena breed lachend, met bolle wangen blakend van gezondheid kijkt recht in de camera. Bijzonder detail echter, ze heeft het gestreepte gevangenisuniform van Auschwitz aan. Ook na de oorlog nog, zo vertelt zijn dochter in de film, knipte Wunsch dat gezicht uit en plakte dat op andere kleding en op foto’s van andere gelegenheden en locaties, een procedé dat goed werkt om zijn liefde te verbeelden.

Die techniek van het maken van het knippen en plakken van collages en kijkdozen wordt ook door regisseur Maya Safarty toegepast om het leven in het kamp uit te beelden. Maar eerlijk gezegd werkt dat niet zo sterk; het is te veel fröbelwerk, een bordkartonnen werkelijkheid die gecreëerd wordt. Het verhaal wordt nu verteld door vrouwen op leeftijd, inmiddels grijze hoofden die in hun voorkomen maar weinig reminiscenties oproepen aan het zware, soms onmenselijke leven in de barak. Daarmee is Liebe war es nie toch te veel een doorsnee pratende hoofden-documentaire geworden.

 

25 april 2022

 

ALLE RECENSIES