Only Lovers Left Alive (2013)

Only Lovers Left Alive (2013)
Leven voor de kunst

door Zoë van Leeuwen

Regisseur Jim Jarmusch zou je kunnen doen geloven dat Only Lovers Left Alive een romantische horrorfilm is over vampieren die zichzelf door de eeuwen heen steeds opnieuw moeten uitvinden en soms liever zouden sterven. Maar in deze tragisch ogende film schuilt een klein en eenvoudig liefdesverhaal over twee mensen die gewoon hun draai in het leven proberen te vinden. En dat is helemaal niet erg.

Waar films als Dracula, Interview with the Vampire, Nosferatu en zelfs Twilight vampieren afbeelden als bloedzuigende monsters die jagen en doden, distantieert Jim Jarmusch zich duidelijk van alle stereotype vampierenfilms. In Only Lovers Left Alive (2013) kiest hij voor gesofisticeerde vampieren met enorme wereldse kennis vanwege hun lange verblijf op aarde. Liefde en andere emoties voelen zij op dezelfde manier als wij. Dat maakt de film over deze mythische wezens niet alleen origineel, maar ook herkenbaar voor de kijker. De twee hoofdpersonages beschouwen zichzelf af en toe beter dan mensen en vragen zich af of die ‘zombies’, zoals ze mensen noemen, nog steeds vechten om olie, of dat ze zijn overgestapt op water.

Only Lovers Left Alive

De twee vampieren, Adam (Tom Hiddleston) en Eve (Tilda Swinton), zijn dus geen monsters, maar gecultiveerde vampieren, die kunst belangrijker vinden dan wat dan ook. Adam woont als muzikant in een verlaten wijk in Detroit. Hij omringt zich met interessante instrumenten uit alle uithoeken van de wereld en heeft al naam voor zichzelf gemaakt in de muziekwereld, hoewel niemand weet wie hij is. Eve woont aan de andere kant van de wereld, in Tanger, Marokko, waar ze tussen de boeken leeft, haar hele appartement staat er vol mee. Onder dekking van de nacht waagt ze zich op straat om haar vriend Christopher Marlowe (John Hurt) te ontmoeten, een nog oudere vampier die haar het beste bloed geeft dat er te krijgen is. Want bloedzuigen is voor deze vampiers veel te ouderwets.

Swinton als inspiratie
Die manier van vampieren weergeven, kwam niet helemaal van Jarmusch. Hij werd geïnspireerd door het in 1906 gepubliceerde boek Diaries of Adam and Eve van Mark Twain en drong iedere acteur op om het te lezen. Zijn visie voor het verhaal? Iets tussen monsterlijke vampiers en het hemelse paradijs in. Jarmusch creëerde Adam als alter ego van zichzelf, afgeschermd van de wereld, somber en ondergedompeld in muziek.

Eve lijkt veel op Swinton. De actrice noemt zichzelf van nature optimistisch. “Geluk is een beslissing”, stelt Eve in de film, een geïmproviseerde zin en iets waar de actrice zelf heilig in gelooft.

Foto: Brigitte LacombeDat optimisme is precies wat de melancholische Adam ‘in leven’ houdt. Na een videogesprek besluit Eve haar geliefde, die in een existentiële wanhoop lijkt te verkeren, een bezoek te brengen. Beiden genieten ze van de rust van het samenzijn. Ze spenderen hun nachten met autoritjes door het vervallen Detroit, schaken en luisteren naar muziek, voordat ze terug naar bed gaan zodra de zon opkomt.

Hun rust wordt verstoord door dromen over Eve’s zus Ava (Mia Wasikowska), een jongere en chaotische vampier die in tegenstelling staat tot hun gecultiveerde bestaan. Ava staat onaangekondigd bij Adam voor de deur en komt zonder uitnodiging binnen, wat volgens Eve ongeluk brengt. En hoewel Eve veel van haar zus houdt, zijn zij en Adam niet blij met de komst van Ava. Adam heeft zelfs zo’n hekel aan zijn schoonzus dat hij vraagt: “Hoor jij niet ergens in een kist te slapen? Onder de grond?”

Terug naar dierlijke instincten
Ava zet hun leven op zijn kop door Adams kostbare instrumenten te bespelen, hun bloedvoorraad op te drinken en hen te dwingen een avondje uit te gaan. Adams assistent Ian (Anton Yelchin) voegt zich bij het gezelschap en Ava lijkt een oogje op hem te hebben. Aan het einde van de avond stuurt Adam Ian naar huis, maar wanneer het stel na het ontwaken de woonkamer binnenkomt, vinden ze Ian dood op de bank en Ava onder het bloed. “Hij was gewoon zo ontzettend schattig”, zegt ze.

Only Lovers Left Alive

Na Ava’s ‘ongeluk’ sturen ze haar weg en besluiten Adam en Eve naar Tanger te verhuizen. Bij hun aankomst raakt hun bloedvoorraad op en gaan ze op zoek naar Marlowe, die uiteindelijk sterft wanneer ze hem vinden. Verdrietig en stervend van de honger vindt het paar een plek om te rusten. Als een menselijk stel verschijnt, besluiten ze dat ze geen andere keuze hebben dan hun verfijnde levensstijl achter zich te laten en terug te keren naar hun oude gewoonten. Ze vallen het stel aan en voeden zich met hun bloed om te overleven.

In complete tegenstelling tot hun eigen moraal, keren ze terug naar hun dierlijke instincten zodra hun comfort wordt weggenomen en laten ze zien dat de gewelddadigheid waar ze zo bang voor waren zich door de eeuwen heen blijft herhalen, zelfs voor een paar ‘high class’ vampieren. 

Ook muzikaal meesterwerk
Je kunt niet schrijven over Only Lovers Left Alive zonder het over de geweldige muziek te hebben. Want, naast de memorabele acteerkunsten van Swinton en Hiddleston, speelt muziek de grootste rol in de film. De soundtrack van de Nederlandse luitspeler en componist Jozef van Wissem en Jim Jarmusch is duister, melancholisch en vooral een prachtige mix van genres uit verschillende periodes.

Only Lovers Left Alive is te zien in Eye.

 

21 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Springsteen: Deliver me from Nowhere

***
recensie Springsteen: Deliver me from Nowhere
Kantelpunt in carrière The Boss

door Jochum de Graaf

Is Nebraska, het zesde album van Bruce Springsteen dat september 1982 werd uitgebracht, een vergeten meesterwerk of een losse flodder? De meningen lopen ook heden ten dage nog uiteen. Vast staat wel dat het album een kantelpunt in de carrière van The Boss markeert.

Najaar ’81 had hij na het succes van het album The River zijn eerste wereldtournee achter de rug. Zijn platenmaatschappij verwacht dat Springsteen nu met een knaller van een opvolger komt die voor eens en voor altijd zijn wereldroem zal vestigen.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

E Street Band
In eerste instantie is hij uiterst productief en schrijft in korte tijd een kleine negentig nummers. Van groot belang is eind ’81 de aankoop van een Portastudio 144, een Japanse vinding in de vorm van een cassetterecorder met ingebouwd mixertje die het mogelijk maakt meersporenopnamen te maken. Tot dan was die techniek – sinds de beginjaren van The Beatles de norm in de popmuziek – alleen mogelijk in dure studio’s.

Maar Springsteen heeft door allerlei verwikkelingen rond de E Street Band met onder andere de solocarrière van gitarist Steve van Zandt last van de tol van de roem en besluit zich een tijdje terug te trekken. Hij huurt een huis in Colts Neck, de Portastudio gaat mee. Daar op het platteland van New Jersey kan hij redelijk onder de radar blijven. In de Stone Pony zingt hij spontaan mee in een coverbandje: John Lee Hookers Boom Boom en Little Richards Lucille. Hij knoopt een relatie aan met alleenstaande moeder Faye die geen weet heeft van zijn roem en zijn huwelijksaanzoek afwijst.

Gewelddadige vader
Alleen in het donkere huis leest hij verhalen van Flannery O’Connor, rijdt af en toe naar zijn vervallen en verlaten ouderlijk huis in Freehold, gaat naar de bioscoop voor Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) en kijkt herhaaldelijk naar Terrence Malicks Badlands (1973). Het brengt hem in  een wereld van getormenteerde individuen die soms als gevolg van maatschappelijke verwikkelingen op gruwelijke wijze ontsporen.

Regisseur Scott Cooper (o.a. Crazy Heart en Black Mass) verbindt ook de verwerking van een jeugdtrauma met een gewelddadige vader aan het verhaal. Deliver me from Nowhere begint met sterke zwart-witbeelden in Freehold, 1957. De dan achtjarige Bruce stapt in de auto van zijn moeder om zijn dranklustige vader Dutch uit het café te halen. Later die avond stormt de gewelddadige de kamer van Bruce binnen, woedend omdat hij een tik met een honkbalknuppel kreeg van Bruce die zijn moeder in bescherming wou nemen. Met wat lukrake flashbacks wordt die verhaallijn met uiteindelijke verzoening in de laatste dagen van Dutch in het verzorgingstehuis door de film gestrooid.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

Nebraska
Terug in de bewoonde wereld gaat Springsteen weer in de weer met het vele materiaal dat hij heeft liggen. Maar hij is nog lang niet tevreden dat dat een volwaardige opvolger van The River zal opleveren. Bovendien zit hij nog helemaal in de Colts Neck-modus en besluit om met weinig promotie een soort tussenalbum uit te brengen. Met behulp van geluidstechnicus Toby Scott slaagt hij er in de Portastudio-demo’s te masteren.

In eerste instantie heet het album Starkweather naar de seriemoordenaar die de inspiratie vormde voor Badlands. In de ingetogen nummers zijn de teksten vooral geïnspireerd op de verhalen van Flannery O’Connor met begrip voor levensechte personen die soms verschrikkelijke daden begaan.

Nebraska is de opmaat voor het legendarische Born in the USA die Springsteens status als absolute superster zou vestigen. In de woorden van de helaas te vroeg overleden Oor-recensent Geert Henderickx: ‘Een tussendoortje dat de honger niet stilt maar de eetlust niet bederft.’

Vertolkingen
Als altijd bij zo’n biopic let je vooral op de vertolking van de hoofdrol. Jeremy Allen White, die een uitgebreide studie van stem en stijl van Springsteen maakte, brengt het er redelijk van af. Hij kreeg lof van The Boss zelf, maar in The Bear acteert hij veel sterker. Hetzelfde geldt voor Jeremy Strong, die als manager Jon Landau de hijgerige platenbonzen op afstand houdt. Kendall Roy in Succession en advocaat Roy Cohn in The Apprentice zijn aanmerkelijk sterkere karakterrollen. Ook bij Stephen Graham als vader Dutch dwalen de gedachten steeds af naar zijn imponerende optreden als de invoelende vader wiens leven op zijn kop wordt gezet in de successerie Adolescence. Dat doet afbreuk aan een verder redelijk geslaagde film.

Op 17 oktober verscheen een uitgebreide editie van Springsteens album Nebraska uit 1982. Nebraska ’82: Expanded Edition bevat het originele album, geremasterde versies en nieuwe tracks.

 

20 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

The Grand Budapest Hotel (2014)

The Grand Budapest Hotel (2014)
Toonbeeld van vergane glorie

door Jochum de Graaf

Hoog op een heuvel van het kuuroord Nebelsblad, in het Midden-Europese land Zubrowka, staat het Grand Budapest Hotel. Ooit, voor de oorlog, was het met de gracieuze entree en de weelderig ingerichte vertrekken een toevluchtsoord voor de mondaine Europese elite. Het is nu met afgebladderde gevel en veel leegstand een toonbeeld van vergane glorie.

Dat nu is gesitueerd in 1985. De film begint met een beroemd schrijver die vertelt over de ontstaansgeschiedenis van zijn boek The Grand Budapest Hotel. We gaan vervolgens terug naar 1968 wanneer de dan nog jonge schrijver de voormalige piccolo Zero Moustafa ontmoet. Die belooft hem het échte verhaal van het hotel te vertellen, om dan in 1932 te belanden waarin de hoofdplot van de film zich afspeelt.

Het verhaal van The Grand Budapest Hotel is een verhaal-binnen-een-verhaal-binnen-een-verhaal. Je zou het ook een raamvertelling met nog een paar raamvertellingen daaronder kunnen zien.

The Grand Budapest Hotel

Verdwenen schilderij
De centrale personages zijn Monsieur Gustave, de Conciërge, de man die ervoor zorgt dat alles in het hotel op rolletjes loopt, en Zero Moustafa, een met een fijn potloodsnorretje uitgeruste oorlogswees die ergens uit de Arabische wereld komt en door Gustave onder zijn hoede genomen wordt. Gustave is vermaard vanwege zijn uitstekende service, in het bijzonder de verzorging van rijke bejaarde vrouwelijke gasten, zoals de 84-jarige Céline Villeneuve Desgoffe und Taxis, ofwel Madame D.

Wanneer zij onder verdachte omstandigheden dood wordt aangetroffen in haar kamer, reizen Gustave en Zero naar haar landgoed waar het testament bekend zal worden gemaakt. Als blijkt dat het pronkstuk uit haar kunstcollectie renaissancetopstuk Jongen met appel van schilder Johannes van Hoytls verdwenen is, richten de verdenkingen zich op haar geheime minnaar Gustave.

Foto: Brigitte LacombeGustave en Zero verdonkeremanen het schilderij, Gustave wordt gearresteerd en Zero beraamt met vriendin Agatha, geholpen door een netwerk van conciërges uit heel Europa, de ‘Society of the Crossed Keys’, en achtervolgd door een brute huurmoordenaar, een plan om hem vrij te krijgen.

De zoektocht naar het schilderij leidt tot achtervolgingen die aan Buster Keaton doen denken. Bij de treinreizen is het alsof je in een Agatha Christie-complot verzeild bent geraakt. Wes Anderson schakelt moeiteloos heen en weer tussen een thriller, oorlogsfilm, gevangenisfilm en vooral een romantische komedie.

Melancholische ode
Anderson werd bij het schrijven geïnspireerd door Stefan Zweig en diens herinneringen in Die Welt von Gestern, over de culturele vrijheid in het Wenen van voor de oorlog die door het opkomende fascisme om zeep werd geholpen. In het vooroorlogse Zubrowka verenigen de fascisten zich in de ZZ.

In de scènes in de jaren zeventig en tachtig zie je hoe het hotel langzaam maar zeker teloor is gegaan aan de onachtzaamheid voor grandeur en bourgeois luxe in het naoorlogse Oostblok. Het is daarmee een melancholische ode aan de vergankelijkheid van een wereld die niet meer bestaat.

The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel wordt wel als Wes Andersons beste film beschouwd, beloond met vier Oscars: muziek, design, kostuumontwerp en make-up. De geweldige decors trekken de aandacht, de schilderijen van Madame D, de kleurrijke taartjes van meesterbanketbakker Mendl, de kabelbaan van Nebelsbad, en natuurlijk het in miniatuur nagebouwde hotel waar indertijd een aparte uitgebreide website aan werd gewijd.

En er is het sterke ensemble aan topacteurs. Ralph Fiennes als Monsieur Gustave, Tony Revolori als de jonge Zero Moustafa, F. Murray Abraham als de oudere Zero en verteller, Willem Dafoe als de sinistere schurk Jopling en Jeff Goldblum als de vileine advocaat Deputy Kovacs.

En natuurlijk niet te vergeten Tilda Swinton. Ze zat voor de opnamen vijf uur in de make-up voor haar briljante bijrol als de licht geschifte Madame D om wier erfenis de plot draait.

The Grand Budapest Hotel is te zien in Eye.

 

19 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Wittgenstein (1993)

Wittgenstein (1993)
Queer logica

door Ralph Evers

Wittgenstein was de gevierde logica-filosoof, die door een andere gevierde filosoof, Bertrand Russell, uitgeroepen werd tot een van de grootste denkers van zijn tijd (de ander was Martin Heidegger, in Zijn Tijd). The Master of Queer, Derek Jarman, weet wel raad met Wittgenstein. Logica in bonte kleuren, extravagante kostuums en heerlijke filosofische vragen en uiteenzettingen. 

Queer zal het woord zijn en het woord is queer. Da’s niet alleen deze film van Jarman, dat is zijn handelsmerk. Tegelijk ook een op zichzelf grappige paradox, dat een film over de taalfilosoof Ludwig Wittgenstein met zoveel queer benaderd wordt. Dat bijt mekaar. De kleuren, de decors, de staccato scènes waarin deze film af en toe opgebouwd is, zijn niet noodzakelijk zo streng logisch als wat de filosoof beoogde. De kleurrijke kostuums (vooral Swinton) en spaarzame decors zijn te allen tijde tegenover een verder zwarte theaterachtergrond. Die achtergrond zwijgt als het ware, waar Wittgensteins denken ophoudt.

Wittgenstein (1993)

Wittgenstein (1993)

Tegelijkertijd en in tegenstelling met Jarmans Caravaggio – je weet wel, die film waar Swinton in debuteerde en Sean Bean weer eens de dood vond – is Wittgenstein een stuk biografie-getrouwer dan het eveneens maffe en queere Caravaggio. Wittgensteins pogingen om kinderen les te geven (een hopeloze mislukking voor de sociaal wat vreemde Wittgenstein) zijn getrouw in beeld gebracht, evenals diens verheerlijking van handarbeid op een collectieve boerderij in de Sovjet-Unie (wat is dat toch met intellectuelen, dat ze zo door ideologie bevangen kunnen raken?).

Foto: Brigitte LacombeHet eigenaardige van Wittgenstein (voor de filosofen onder ons, je zou denken dat het de reïncarnatie van Kierkegaard is, met z’n aparte maniertjes en omgang met de ander) is pedant wanneer de jonge Wittgenstein de film inleidt en een stukje met ons oploopt, serieus, stekelig en bij tijden sentimenteel, wanneer de volwassen Wittgenstein tegen de grenzen van begrip met zijn mentoren Bertrand Russell en John Maynard Keynes aanloopt.

Met studenten of zijn vluchtige romances komt hij er ook niet zo goed uit. Het zijn deze scènes die deze film de nodige structuur en aantrekkingskracht geven. Want voor de gemiddelde bioscoopbezoeker vandaag de dag is deze film te anders.

‘Half of Cambridge goes around imitating your mannerisms’

Het anders-zijn van deze portrettering van Wittgensteins leven is op een meta-niveau nu ook precies wat filosofie beoogt, nee, wat kunst beoogt. Door van gebaande paden af te wijken, raken anderen geïnspireerd om tot een uitbreiding van het bestaande te komen, anders is het slechts een eindeloze herhaling, zoals de echokamer van de huidige kunstmatig intelligente taalmodellen. De mens is een onmogelijk dier, dat probeert het marsmannetje ons ook duidelijk te maken op vriendelijke wijze. Daarom zij geprezen, dat andere. Queer.

Wittgenstein (1993)

Wittgenstein (1993)

Waar zou Lars von Trier zijn geweest zonder Derek Jarman? Dogville en Manderlay zijn kalere, soberdere en bravere versies van het decorwerk van Jarman. Wie zou de nieuwe quirky queen opvolger van Tilda Swinton kunnen worden? Niemand minder dan Emma Stone, afgaande op haar werk met die Griekse muze van haar.

 

12 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)
Morele scherprechter in een landschap van schimmen

door Tim Bouwhuis

Béla Tarrs The Man from London (2007) is achtendertig minuten onderweg als de memorabele introductie van het personage van Tilda Swinton volgt. Zoals een goochelaar iets uit zijn hoge hoed tovert, zo glijdt de camera op het bewuste moment achter de rug van de eigenlijke hoofdpersoon vandaan. Tarr geeft Swintons verschijnen gewicht, voert haar in een handvol sleutelscènes op maar laat haar daarna ook weer zonder pardon uit de film verdwijnen. Toch is haar rol cruciaal om dit hermetisch aandoende misdaaddrama dieper te kunnen doorgronden.

Swinton speelt in The Man from London een huisvrouw die zucht onder de eentonigheid van het bestaan en de ruwheid van haar echtgenoot. Het is typerend dat we haar pas in beeld krijgen nadat Maloin (Miroslav Krobot) de deur achter zich heeft dichtgedaan, en dat haar personage op IMDb alleen op de credits staat als ‘de vrouw van Maloin’ (al wordt ze elders wel ‘Camélia’ genoemd). In de naam Maloin zit het Franse woord ‘mal’, dat ‘slecht’ betekent. De voertaal in het huishouden van het stel is Frans, en de roman waar de film zich op baseert werd geschreven door de Franstalig Belgische detectiveschrijver Georges Simenon.

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)

Wat Swinton niet weet
Op het moment dat Maloin thuiskomt bij zijn vrouw, zijn wij als kijkers al deelgenoot gemaakt van het misdaadmysterie dat de plot voortstuwt. De spoorarbeider heeft tijdens zijn avondshift in de haven een koffer opgevist met daarin een behoorlijk geldbedrag. Hij lijkt er niet over te peinzen om zijn echtgenote uitgebreid over de vondst te informeren.

De eerste keer dat we Swinton aan het woord horen, verheft ze meteen haar stem. Ze komt niet op voor zichzelf, maar voor hun dochter Henriëtte. Haar man is wantrouwend naar alles wat slecht voor het meisje zou kunnen zijn en slaat daarin door: hij gunt Henriëtte niet de vrijheid zelf te ontdekken wat goed voor haar is. Swinton confronteert Maloin met dit dwingende gedrag; eerst één op één, later in Henriëttes bijzijn.

Wat het daglicht niet verdragen kan
De scène waarin de twee in een verhitte ruzie belanden (“wanneer houdt je eindelijk je kop?”), wijkt qua toon behoorlijk af van de rest van de film. Terug naar het zwijgzame eerste halfuur: daarin zien we (louter mannelijke) personages bewegen als schaduwen in een schimmenrijk. Dan weer is het de afstand vanwaar de camera hen gadeslaat, dan weer zien we iemand met zijn rug naar ons toegekeerd. Meermaals framet Tarr zijn shots aan de hand van ramen en spijlen, en ook de belichting verhult meer dan ze openbaart. Dat deze schimmen schimmig gedrag vertonen, is een een-tweetje.

Foto: Brigitte LacombeMaloins sleutelrol in het schaduwspel kan het daglicht sowieso niet verdragen, maar als hij later in het (dag)licht stapt wordt het er niet veel beter op. Na het eerste twistgesprek met zijn vrouw meldt hij zich met veel misbaar bij de winkel waar zijn dochter op dat moment werkzaam is. Het zint hem niet dat zij daar als schoonmaakster wordt ingezet, en hij wantrouwt de bijbedoelingen van het personeel. Dat Henriëtte nog een arbeidsovereenkomst van een week moet uitdienen, interesseert hem niet. Onder luid protest van de eigenaresse trekt hij haar de winkel uit.

De bron van alle kwaad
Als het tweetal zich even later thuis meldt, weet Swinton niet waar ze het zoeken moet. Maloin heeft Henriëtte meegenomen naar een luxe kledingwinkel en daar een normaal gesproken onbetaalbare bontjas uitgezocht. Wat voor idioot is haar echtgenoot wel niet om hun financiële middelen én Henriëttes arbeidsperspectief zo te minachten?

Het is prikkelend om te merken dat Tarr Swinton zo goed als volledig aan het mysterie van de geldkoffer onttrekt, zelfs op het moment dat zij hem met een geldkwestie confronteert. Maloin hoeft niet te proberen om zijn vrouw de waarheid te vertellen, omdat hij weet dat zij het zal afkeuren als hij de inhoud van de koffer in zijn eigen zak steekt. Tegelijk heeft de vondst nu al een grote invloed op zijn doen en laten, als een parasiet die doordringt tot de huid van een geschikt slachtoffer.

Het is alsof Tarr hier wil zeggen dat vooral mannen de lokroep van geld (de bron van alle kwaad?) niet kunnen weerstaan, en dat vrouwen vervolgens slachtoffer zijn van de ellende die daaruit voortkomt. Deze indruk wordt versterkt als de regisseur vrij laat in de film de vrouw van de hoofdverdachte in het mysterie introduceert. Net als Maloins echtgenoot lijkt zij er geen benul van te hebben gehad wat zich precies in de duistere mannenwereld heeft afgespeeld. De Londense detective die met de zaak belast is, moet haar vertellen wat haar man heeft gedaan, en dat ontroert haar zichtbaar. Tarr kiest ervoor om lang op haar getekende gezicht in te zoomen, net zoals hij dat even daarvoor doet in het doorleefde afscheidsshot van Swinton (ruim vóór het einde van de film). In de aanblik van beide vrouwen schijnt een tragische weerloosheid door.

The Man from London (2007)

The Man from London (2007)

Swinton en de vrouw van hoofdverdachte Brown zijn zo slachtoffers (“vijfentwintig jaar houd ik het al uit”, klaagt eerstgenoemde over het gedrag van Maloin) van de mannen aan hun zijde, maar dat maakt vooral de steractrice allesbehalve passief. Sterker nog, Tarr zet haar in als een morele scherprechter, de enige die Maloin één op één met zijn keuzes en gedrag confronteert. Eigenlijk is het de detective die in The Man from London het recht moet belichamen, maar dat gegeven maakt hem nog niet rechtvaardig. Bij het afhandelen van de zaak biedt hij zowel de vrouw van Brown als Maloin een geldbedrag aan ter compensatie. Geld wordt zo niet alleen gebruikt (lees: misbruikt) om de plot in gang te zetten, maar ook om de uiteindelijke toedracht te verdoezelen.

Wanneer het recht (niet) zegeviert
“Ga naar huis en vergeet alles”, zegt de detective tegen Maloin, waarmee hij de status quo in het eenzame dorp herstelt. Geld is de enige taal die hij kan spreken. De detective kan het leed van Browns vrouw niet verzachten, en Maloins besef van schuld en medeplichtigheid is niet aan zijn inmenging schatplichtig. Swinton is de enige die hem recht in zijn gezicht de waarheid heeft verteld. Om niet al te lang daarna voorgoed uit de film te verdwijnen.

The Man from London is te zien in Eye.

 

9 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

One to One: John & Yoko

****
recensie One to One: John & Yoko
Indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig

door Jochum de Graaf

Eind augustus 1971 vestigen John Lennon en Yoko Ono zich vanuit hun landgoed Tittenhurst bij Ascot, Berkshire in een tweekamerappartement in de New Yorkse wijk Greenwich Village. Ze leven helemaal op na de hectische periode met het uiteenvallen van The Beatles. Die Village-periode begint met veel tv kijken, volgens Lennon ‘het venster op de wereld’. Zo leren ze het Amerika van begin jaren zeventig, het eind van de flower power en de opkomst van de protestgeneratie, kennen.

We kijken mee naar actualiteitenrubrieken met veel Nixon, het bezoek aan China, de aanslag op de rechtse presidentskandidaat George Wallace, vliegtuigkapingen, optredens van John in talkshows als die van Mike Douglas, zijn ontmoetingen met vooraanstaande activisten als Jerry Rubin, dichter-filosoof Allen Ginsberg, opnamen van primal scream sessies, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin, de dan nog nieuwe avondvullende spelshows, maar ook tv-reclames, voor Ragu en nieuwe producten als Tupperware.

One to One: John & Yoko

Politiek actief
Het is ook de periode waarin Lennon meer en meer politiek actief begint te worden. Hij speekt zich fel uit voor de opheffing van anti-homowetten en tegen de Vietnamoorlog: ‘stop the bombing’. Lennon komt op de radar van de inlichtingendiensten. Een verblijfsvergunning laat op zich wachten, Lennon wordt als staatsgevaarlijk gezien, zijn telefoon wordt afgeluisterd. Hij is zich daarvan bewust en besluit zelf ook de telefoongesprekken op te nemen. 

One to One is mooi van vorm en montage. Aan de hand van videofragmenten met die telkens in- en uitfadende spikkelbeelden ontstaat een indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig. En we zien en horen kunstig in beeld getypte fragmenten uit de opgenomen telefoongesprekken. Yoko beklaagt zich dat ze door fans en pers gezien wordt als de schuldige aan het einde van The Beatles. Ze wordt bedreigd, is een ‘kut-Jap’ en weet ik niet al wat.

John belt veel met manager Allen Klein, de gladde advocaat die hij aan de andere Beatles voorstelde om manager te worden. Het conflict daarover – Paul McCartney sprak zijn veto uit – dat niet in de film aan de orde komt, was de werkelijke oorzaak van het einde van The Beatles.

Een van de eerste acties is voor de vrijlating van John Sinclair, de manager van de Amerikaanse protopunkband MC5, die vanwege het bezit van twee joints een gevangenisstraf van tien jaar moet uitzetten. Lennon schrijft Attica Blues, zingt het op de John Sinclair Freedom Rally en ziet dat hij onder die grote publieke druk wordt vrijgelaten.

One to One: John & Yoko

John en Allen Klein overleggen over het druistige idee voor een Free the People Tour, waarmee uit de opbrengst nog meer militante activisten vrijgekocht zouden kunnen worden. Maar ze moeten dit idee al snel vanwege ernstige bedreigingen loslaten. Lennon ziet dan een tv-documentaire over de hemeltergende omstandigheden waarin geestelijk gehandicapte kinderen moeten leven in Willowbrook, Staten Island, een van de grootste inrichtingen ter wereld. Hartverwarmend is het bezoek van John en Yoko aan die New Yorkse staatsschool. Ze besluiten een benefietconcert te doen, het One To One-concert uit de filmtitel.

Eerste grote concert na The Beatles
30 Augustus 1972 staan John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden. Het is het eerste grote concert voor Lennon sinds het uiteenvallen van The Beatles en zou later blijken ook het laatste te zijn. Lennon in topvorm zingt Come Together, Instant Karma, Hound Dog, Cold Turkey en Imagine. In de grote finale Give Peace A Chance, massaal meegezongen door de zinderende zaal, komt Stevie Wonder er nog aan te pas. Maar alleen al de hartenkretende uitvoering van Mother maakt de film zeer de moeite waard. 

One to One: John & Yoko is een geweldig tijdsdocument over een wat onderbelichte periode van het leven van de grootste rockster aller tijden.

 

8 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

Memoria (2021)

Memoria (2021)
De antenne van de muze

door Bert Potvliege

Een groot acteur wordt niet enkel gekenmerkt door het talent overtuigend te kunnen verdwijnen in de huid van een ander. Deze krijgt die stempel ook wegens zijn of haar neus – voor sterke scenario’s en boeiende filmmakers, graag gekoppeld aan enige zin voor risico. Ik beschouw Tilda Swinton als het toonbeeld van de hierboven beschreven karakterisering – een titaan geboetseerd door ijver, instinct en vastberadenheid.

Mijn bewondering voor haar is niet enkel een gevolg van uitstraling en vakmanschap, maar vooral de keuzes die ze maakte deden me opveren. Ze heeft met ontzettend fascinerende lui mogen samenwerken de afgelopen decennia, die haar telkens naar een hoger niveau tilden. Het allermooiste partnerschap vond ik die met Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul, van wie Memoria verscheen in 2021.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Als een retraite
Op de meeste dagen beschouw ik Weerasethakul als de beste filmmaker in de wereld. Hij is verantwoordelijk voor ongewone, zalvende prenten die een bereidwilligheid en een overgave vereisen van het publiek. Uiteraard is het aan de kijker om zich een juiste mindset eigen te maken, maar eens die stap gezet, nemen zijn films je zacht mee naar een meditatieve staat. Vergis je niet over de potentiële impact van dergelijke cinema, want wat op papier klinkt als vage therapie zijn in werkelijkheid clusterbommen van prenten – een kijker die affiniteit heeft met het werk van Weerasethakul krijgt films voorgeschoteld die ontzettend indrukwekkend kunnen zijn. Ik waag me zelfs aan een vergelijking met het werk van Andrej Tarkovski (Andrei Rublev, Solaris), wat betreft de impact die cinema kan hebben.

Filmmakers als Park Chan-wook (Oldboy), David Fincher (Se7en) en Jacques Audiard (Un Prophète) ogen als regisseurs die het vak ingelepeld kregen – filmtaal zit in hun bloed. Weerasethakul is een ander soort cineast. De reden waarom ik hem de beste filmmaker noem heeft niks te maken met enige ambachtelijkheid, maar wel met zijn unieke conceptuele benadering van het medium. Hij haalt de mosterd ook niet bij andere cineasten, want tijdens een podiumgesprek vorig jaar in Brussel merkte hij doodleuk op dat hij niet naar films kijkt, maar ze enkel maakt. Dat doet me gniffelen.

Weerasethakuls werken zijn de rust zelve, een pleidooi voor de communale belevenis van cinema, spirituele ervaringen die trance-inducerend zijn. Slow cinema (of wat ik graag noem: onthaastingscinema) is niet nieuw, maar nooit relevanter dan in onze hedendaagse gejaagdheid. De cineast moedigde zelfs al aan dat mensen zouden slapen bij zijn films. Je kan er lacherig over doen, je kan het afdoen als voor een select groepje mindful people. Maar de kracht die erin schuilt – gezien de impact die zijn werk heeft op sommigen – is ontegensprekelijk. Ik heb het zelf mogen ervaren toen ik Memoria te zien kreeg.

Foto: Brigitte LacombeDe herinneringen van Hernan
Het verhaal van Memoria toelichten kan, maar of plot en personages schetsen voldoende zou zijn om lezers te overtuigen de film te bekijken, daar heb ik twijfels bij. Laat ik meegeven dat Memoria meer dan eender welke film een werk is dat beleefd moet worden. De waarde van de film schuilt in de ervaring ervan, waarbij het verslavend trage ritme door het lichaam zindert. Beschouw volgende omschrijving van de plot dan ook enkel als een aanzet, een uitnodiging om dieper te duiken naar de troostende lagen die eronder schuilen.

Tilda Swinton speelt Jessica, die in Colombia verblijft bij het gezin van haar zus. Op een dag schrikt ze wakker door een luide knal, maar algauw beseft ze dat dit zich in haar hoofd afspeelt. Regelmatig en uit het niets schrikt ze op door het donderende geluid, dat ze zelf omschrijft als een betonnen bal die valt in een metalen bron omgeven door water. Technicus Hernan helpt haar de knal recreëren in een geluidsstudio. Ze spendeert wat tijd met hem. Ze bezoeken samen een bedrijf dat koelcellen voor bloemen maakt. Wanneer ze later terugkeert naar de studio, laat men fijntjes weten dat er helemaal geen Hernan werkt.

Jessica leert ook Agnes kennen, een archeologe die menselijke resten onderzoekt die opgegraven werden tijdens de aanleg van een bergtunnel. Wat later bezoekt Jessica een klein dorpje vlakbij de site van de werken, waar ze een man ontmoet die Hernan heet. De film lijkt te impliceren dat hij een oudere versie is van de jonge geluidstechnicus.

In een diepgaand gesprek met de man over het collectief communiceren van de mensheid en over het aanvoelen van de herinneringen van de aarde, leert Jessica inzien hoe ze als een antenne signalen van anderen opvangt. Zo neemt zij de herinneringen van Hernan over. Wanneer hun gesprek aanvangt, laat het verhaal het weinige narratieve volledig los, komt de film op losse schroeven te staan en neemt deze zijn tijd om zachtjes uit te doven.

Memoria is een reis waarin de filmmaker zegt dat onze planeet met ons praat. We dienen enkel te luisteren om haar vibraties te kunnen oppikken.

Het trage zijn
Swinton lijkt zich als een vis in het water te voelen in de wereld van Weerasethakul. Ze omschreef haar deelname aan het project als een kans om te werken in het ritme en de atmosfeer van zijn beeldkaders, die hij creëert met stilte – een beetje als in een zwembad zijn. Het gaf haar eerder een gevoel te zijn dan te presenteren. Ik heb er enkel het raden naar hoe oprecht en verregaand dat aanwezig zijn in het moment ging bij de opnames. Hoe dieper in de film, hoe minder middelen Swinton lijkt te krijgen voor haar acteerspel. Toch slaagt ze erin – zelfs al is het maar door een blik in de ogen – me te doen geloven in wat lijkt op haar transcendentale ervaring in het moment. Ik veronderstel dat dit is wat ze bedoelde met zijn.

Die staat van bewustzijn waarvoor de film je uitnodigt, wordt bepaald door een vertraging waarbij de film hard op de rem gaat staan. De beeldkaders zijn ruim en statisch, alle interactie werd zacht geregisseerd, stilte is altijd vlakbij, en het ritme van dit alles wordt bewust en rigoureus afgeremd – wat nergens duidelijker is dan in de montage. Memoria heeft minder shots dan het aantal minuten dat de film duurt.

De motivatie in die montage geeft de indruk bepaald te zijn door enige willekeur, alsof de notie van vrije associatie omarmd wordt. Die assemblage getuigt van een instinctieve aard die ingaat tegen de ietwat stugge regels van filmtaal. Montage wordt doorgaans gebruikt omdat filmtaal het vereist (als twee personages in dialoog zijn, volgen shot en tegenshot elkaar op) of omdat informatie moet meegedeeld worden aan de kijker (een insert van een bom onder een stoel) of om een bepaald effect te creëren (een snellere montage in een actiescène). In Memoria stuurt montage weg van motivatie.

Een puritein zal het door die schijn van willekeur en onduidelijke intentie misschien onverantwoord noemen, maar daar ben ik het hartgrondig mee oneens. Er schemert een radicale en zelfs revolutionaire sfeer door in de wijze waarop Weerasethakul cinema tackelt. Hij lijkt zich niet te laten beknotten door regels en verwachtingen, tendensen en condities. Een bioscoopzaal is voor hem een oord van verering – het samen vieren van het samen mens-zijn, door instinctief en schaamteloos in te zetten op een spirituele ervaring. Swinton was zich ongetwijfeld bewust van – en aangetrokken door – het feit dat Weerasethakul enkel het eigen intern kompas volgt. Samen maakten ze met Memoria een van de hoogtepunten van de laatste handvol jaren.

Memoria (2021)

Memoria (2021)

Potentie
Ik moet een ogenblik stilstaan bij de eerste keer dat ik de film zag, in een afgeladen bioscoopzaal tijdens een filmfestival. Met uitzondering van Terrence Malicks The New World was de vertoning van Memoria de belangrijkste filmvoorstelling die ik deze eeuw heb mogen meemaken. Wat me overkwam in die zaal was niks minder dan een cinefiel wonder. Ik genoot aanvankelijk van de film die de werkelijkheid afremde, maar het duurde een tijd vooraleer ik op exact de juiste golflengte zat – alsof het eerste deel van de film me moest klaarstomen voor wat kwam. De ontmoeting met de oudere Hernan bleek het kantelpunt te zijn, waarbij de puzzelstukken plots in elkaar vielen.

Ik geraakte in een trance die als een hallucinatie was. Noem het gerust een natural high. Alle beelden die volgden kwamen binnen als een mokerslag, hoe ogenschijnlijk eenvoudig of betekenisloos die ook waren. Een beeld van twee soldaten op de weg. Een beeld van enkele heuvelruggen. En uiteraard dát beeld waar we niet over spreken. Weerasethakul was erin geslaagd me in de hoogste staat van nederigheid te brengen.

Het spreekt over de kracht van cinema. De waarde van onthaastingscinema is groot. De troost die ze biedt, kan allesomvattend zijn. Ik zal die voorstelling mijn leven lang meedragen. Het zachte onweer op de klankband tijdens de eindgeneriek stuurde me terug de wereld in, een ingrijpende ervaring rijker.

Memoria is te zien in Eye

5 oktober 2025

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Caravaggio (1986)

Caravaggio (1986)
Een film als een schilderij

door Cor Oliemeulen

Tilda Swinton dacht dat ze maar één film zou maken. Ze kwam uit de theaterwereld en zocht naar kunstzinnige projecten. Haar samenwerking met Derek Jarman leidde ertoe dat ze in acht van zijn films verscheen. Hun reis begon met Caravaggio (1986), Jarmans eigenzinnige interpretatie van het leven van de Italiaanse barokschilder, bekend om zijn licht-donkercontrasten en rauwe, realistische taferelen. De film toont hem als een briljant kunstenaar met een destructieve kant, terwijl Swintons personage zijn grillige persoonlijkheid blootlegt.

Swintons filmdebuut in Caravaggio valt niet los te zien van de periode waarin Jarman de film maakte. Engeland verkeerde in politieke en sociale beroering: Thatchers beleid zorgde voor polarisatie, stedelijke kunst- en LGBTQ+-gemeenschappen zochten nieuwe, kritische vormen van expressie, en de opkomst van aids bracht angst en kwetsbaarheid, vooral in de kunstscene. Zie hier de voedingsbodem voor Jarmans intense ondertoon.

Caravaggio

Caravaggio (Foto: British Film Institute)

De filmmaker Derek Jarman
Derek Jarman was veelzijdig: regisseur, schilder, kostuumontwerper, schrijver en homorechtenactivist. Hij stond bekend om zijn experimentele en vaak provocerende films met politieke en maatschappelijke thema’s. Zijn doorbraak kwam met Jubilee (1978), een kritisch portret van een Engeland vol sociale ontwrichting, drugsgebruik en een nihilistische punkbeweging, terwijl Jarman al net zo makkelijk de monarchie, de consumptiemaatschappij en religie op de hak nam.

Een decennium later vermengde Jarman in Caravaggio (1986) en The Last of England (1987, ook met Swinton) film, poëzie en schilderkunst tot een eigenzinnige stijl. Naast hun artistieke en provocerende kwaliteiten, hebben veel van zijn films uit die tijd een queer-georiënteerde inslag. Geen expliciet politieke statements, maar stevige kritiek op macht, hypocrisie en sociale conventies. Vaak fragmentarisch, chaotisch en surrealistisch, en dus ook vernieuwend.

Deze vernieuwende stijl krijgt in Caravaggio extra betekenis dankzij de low-budgetproductie: de beperkte middelen dwongen Jarman creatief om te gaan met decors, licht en compositie. Daardoor krijgt dit drama vaak een toneelachtige uitstraling, met geïsoleerde sets en zorgvuldig geënsceneerde scènes die doen denken aan podiumvoorstellingen en schilderijen. Het geheel werkt als een poëtische collage, waarin tekst, dialoog en visuele stijl elkaar versterken.

Foto: Brigitte LacombeDe kunstenaar Caravaggio
Jarman wilde geen film maken over een schilder, maar een film die een schilderij was. “Caravaggio was een straatjongen, een oplichter en een outsider, daarom voelde ik me zo close met hem”, zei hij na het verschijnen van de film.

Caravaggio is gebaseerd op de historische figuur Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610). De film is eerder een poëtische interpretatie dan een biografische reconstructie.

Vanaf zijn sterfbed in 1610 blikt de armoedige renaissancekunstenaar Caravaggio (Nigel Terry) terug op zijn bewogen driehoeksverhouding met twee van zijn modellen: crimineel Ranuccio (Sean Bean) en diens liefje Lena (Tilda Swinton).

In Jarmans beleving is Caravaggio’s kunstenaarswereld een microkosmos van macht, intriges en afhankelijkheid. Sociale status bepaalt wie succes heeft en overleeft. Zijn reputatie als schilder van religieuze taferelen trekt de aandacht van kardinaal Del Monte, die hem bescherming biedt en toegang tot invloedrijke kringen, maar ook loyaliteit en wederdiensten verwacht, waarbij seksuele spanning tussen hen wordt gesuggereerd. Zo zijn kunst, macht (van kerkelijke autoriteiten) en verlangens in Caravaggio’s wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tegelijkertijd is er hypocrisie: hij schildert heiligen en Bijbelse scènes, terwijl zijn eigen leven vol conflicten, geweld en (homo)seksuele vrijheid zit.

De “bewuste fouten” in tijd en stijl
De film is bezaaid met mooie, literaire teksten: niet louter informatief, maar symbolisch en reflecterend op Caravaggio’s innerlijke belevingswereld. Hierop stapelt Jarman bewust een aantal anachronismen: elementen die niet in Caravaggio’s tijd thuishoren, maar zijn bedoeld om de kijker uit zijn historische comfortzone te halen en parallellen met de moderne wereld te trekken.

Zo verwijst de spontane verschijning van een typemachine naar bureaucratie, terwijl het plotselinge treingeluid een gevoel van dreiging en ontsnapping oproept. Het taalgebruik uit de Londense underground van de jaren 80 plaatst Caravaggio’s conflicten en verlangens in een universele, tijdloze context, waardoor de emoties en strijd van de personages voor een hedendaags publiek voelbaar blijven.

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

De tijdloze look van Tilda Swinton
In een interview met The Guardian legde Tilda Swinton uit waarom Derek Jarman haar castte. “We mochten elkaar heel erg en ik leek op meisjes in schilderijen.” Veel critici zijn het er over eens dat het gezicht van de actrice iets abstracts heeft dat je kunt ‘lezen’ als klassiek én modern. Met haar androgyne uitstraling kan ze zowel mannelijk als vrouwelijk, alsook engelachtig of demonisch, spelen. In Caravaggio zien we voor het eerst haar bleke huid (met blosjes op de wangen), de scherpe gelaatstrekken en haar klassieke schoonheid – alsof ze uit een zeventiende-eeuws schilderij is gestapt.

Swinton heeft een tijdloze uitstraling die een eeuwenoud archetype weerspiegelt. In Orlando (1992) reist haar personage door vier eeuwen en verandert probleemloos van man in vrouw. Als Witte Heks in The Chronicles of Narnia (2005) is ze sprookjesachtig en koel modern tegelijk. In Only Lovers Left Alive (2013) belichaamt ze letterlijk onsterfelijkheid, en in Doctor Strange (2016) is ze de “Ancient One”, een bron van eeuwenoude wijsheid.

En zo werd wat één film had moeten zijn, een imposante filmcarrière die Tilda Swinton tot een van de meest bijzondere en veelzijdige actrices van onze tijd maakt.

Caravaggio is in een digitaal gerestaureerde versie te zien in Eye en een aantal andere bioscopen.

 

30 september 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Andrea Bocelli: Because I Believe

**
recensie Andrea Bocelli: Because I Believe
Mooie beelden en geluiden, maar oppervlakkig portret

door Jochum de Graaf

Andrea Bocelli bereidt zich voor op een optreden in de Thermen van Caracalla, Rome. Het is voor hem een extra speciale locatie omdat hier in 1990 het legendarische concert van de Drie Tenoren – Luciano Pavarotti, Plácido Domingo en José Carreras – plaatsvond, een event dat een tv-publiek van 800 miljoen trok. Voor Bocelli was het een enorme inspiratie voor zijn carrière als operazanger. Op zekere dag wilde hij daar zelf staan en nu, juni 2023, is het zover.    

‘Realiseer je je’, zegt Bocelli tegen zijn collega Massimo Cavaletti ‘dat morgenavond, als ik hier sta te zingen, mijn team Inter in de finale van de Champions League staat? Dat gebeurt maar eens in de zoveel tijd. Ik denk er over om de wedstrijd te volgen via een oortje terwijl ik sta te zingen.’

Natuurlijk komt hij niet met een oortje in het podium op, maar tussen de bedrijven door volgt hij de wedstrijd op de voet, die voor Inter op een deceptie uit zal lopen, Manchester City wint met 1-0. Dat Bocelli absoluut niet tegen zijn verlies kan, laat hij het publiek niet merken. Uiterst professioneel volbrengt hij het concert.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Levensverhaal
Because I Believe
vertelt Andrea Bocelli’s levensverhaal, zijn jeugd op het geliefde platteland van Toscane, de jaren op een kostschool. Hij werd geboren met glaucoom, een oogaandoening waardoor hij steeds minder ging zien. Toen hij 12 was, verloor hij definitief het zicht door een ongelukkige voetbal op zijn oog. Bocelli stortte zich op de muziek, leerde zichzelf pianospelen, ontwikkelde zijn geweldige stem en trad jarenlang op in pianobars waar hij zichzelf begeleidde met een repertoire van populaire rocksongs met af en toe een uitstapje naar opera.

De ontdekking door Luciano Pavarotti, die diep onder de indruk was van een demotape, leverde hem zijn eerste platencontract op. Zijn absolute doorbraak kwam met het nummer  Time to Say Goodbye (Con Te Partiro), het geweldige duet dat hij met Sarah Brightman zong. De beelden van de huilende Duitse profbokser Henry Maske bij zijn afscheid en dan Time to Say Goodbye gingen de hele wereld over en maakten van Bocelli in een klap een superster.

Van duetten naar opera
Bocelli maakt de sprong naar de meest gerenommeerde concertzalen en podia: van Madison Square Garden tot Pompeï, en treedt toe tot de jetset van de allegrootsten. Later in de film zien we even zo succesvolle duetten met zangeressen als Céline Dion, Jennifer Lopez en Dua Lipa. En de enige grote Italiaanse rockster Zucchero komt uitgebreid aan het woord over hun samenwerking in de jaren voor Bocelli naar zijn grote liefde opera overstapt.

Zoals bij veel blinden ontwikkelde Bocelli door zijn visuele handicap andere zintuigen – tast, reukzin, gehoor – en oefent zich in echolocatie: een techniek waarbij je net als vleermuizen door middel van klikgeluiden je positie kunt bepalen en je vrij van obstakels kunt bewegen. Het stelt Bocelli in staat bijna als een niet-gehandicapt mens te leven. Hij kan zijn grote passie voor paardrijden uitoefenen en we zien hem naast zijn vrouw op een kaarsrechte weg een heel eind fietsen. En hij kan behalve blindschaken ook heel goed de stukken over het bord bewegen.

Andrea Bocelli ziet er altijd goed gestileerd uit, nu en dan getrimd baardje, dan weer gladgeschoren, altijd volgens de laatste mode gekleed, steevast een zonnebril op, in alle opzichten een Italiaans stijlicoon.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Geen diepgang of hogere betekenis
Van een film die door de hoofdpersoon zelf en zijn naasten geproduceerd is, valt geen kritische, dramatisch doorwrochte documentaire te verwachten. Pas op twee derde van de film komt er iets van spanning als de crisis in zijn leven ter sprake komt: de scheiding van zijn eerste vrouw. Zijn twee volwassen zonen verschijnen kort in een scène waarin Bocelli schitterend duetteert met Ed Sheeran. Maar het feit dat Bocelli zijn gezin in de steek heeft gelaten, wordt niet meer dan aangestipt.

Bocelli heeft zijn leven dankzij tweede vrouw Veronica, in alles zijn rechterhand en co-producer van de film, meer dan goed op de rails. Met hun vroeg oude en tamelijk over het paard getilde dochter Virginia van dertien zingt hij een fraai duet: Leonard Cohens Hallelujah.

De film is technisch knap gemaakt door regisseur Cosima Spender. Mooie beelden, mooie geluiden. Wanneer je van Bocelli’s geweldige stem houdt, kom je goed aan je trekken. Maar enige diepgang of hogere betekenis zit er verder niet achter.

 

21 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Heldin

****
recensie Heldin
Veel meer dan pleisters plakken

door Cor Oliemeulen

Florence Nightingale zorgde in de 19e eeuw dat verpleging een erkend en professioneel beroep werd, met duidelijke standaarden. Floria Lind laat in Heldin zien hoe een verpleegkundige vandaag de dag, ondanks hoge werkdruk en personeelstekort, haar werk met zorg en menselijkheid uitoefent.

Floria begint goedgemutst haar late dienst op de oncologische chirurgische afdeling van een Zwitsers ziekenhuis, samen met een arts en een stagiaire. Haar werkzaamheden zijn heel divers: van medicijnen toedienen en vitale functies controleren, tot wonden verzorgen, patiënten begeleiden en dossiers bijhouden. Maar dat is lang niet alles wat op haar pad komt.

Heldin

Rollercoaster
Een eenzame patiënt heeft extra aandacht nodig en wil een foto van zijn hond laten zien. Dan moet Floria weer iemand troosten, geruststellen of een hand vasthouden. Een oudere patiënt raakt in paniek; Floria zingt een liedje om haar te kalmeren, en haast zich daarna naar de volgende patiënt.

De Zwitserse/Italiaanse filmmaakster Petra Volpe (Die göttliche Ordnung, 2017) introduceert de toegewijde verpleegkundige in een rollercoaster die voelt als een one-take real-time ervaring. Tijdens haar ronde wordt er regelmatig elders in het ziekenhuis hulp gevraagd. Ze beantwoordt vragen van familieleden van patiënten, maar krijgt ook verwijten toegeworpen nadat iemand tevergeefs is gereanimeerd.

Omgaan met emoties
Heldin is gezegend met de hoofdrol van Leonie Benesch, die in 2009 doorbrak in Das weiße Band van Michael Haneke. De Duitse actrice schitterde in Das Lehrerzimmer (2023) als jonge lerares op een middelbare school die te maken krijgt met intimidaties nadat ze de moeder van een leerling verdenkt van diefstal. Ook al zo’n rol waarin Benesch laveert tussen toegewijd haar professie uitoefenen en het ontplooien van uiteenlopende emoties.

Ook bij een heldin kan onder druk soms het elastiek bijna breken. Als Floria gaat kijken bij een rijke patiënt die een kamer voor zichzelf heeft en zich beklaagt omdat hij te lang heeft moeten wachten op een kopje verse muntthee, kan ze haar emoties even niet in bedwang houden. In een impuls gaat ze over tot een daad, die niet alleen woede bij de patiënt veroorzaakt, maar later in de film een staartje zal krijgen.

Heldin

Want naast de registratie van alle werkzaamheden van Floria die alle ballen in de lucht moet zien te houden, kent Heldin enkele gedramatiseerde wendingen die de hoge werkdruk en emotionele belasting van de verpleegkundige ook bij de kijker extra voelbaar maken. Wat heel goed werkt en mooie ontroering oproept, is het eind van de film als Floria na een lange, intensieve dienst neerploft op een stoel in de bus op weg naar huis, waar ze nog een heel bijzonder bezoek van een patiënt krijgt.

Mens of robot?
“Verpleegkundigen zorgen voor ons als we ziek en oud zijn, als we het meest kwetsbaar zijn. Iedere dag dragen ze een enorme verantwoordelijkheid”, zegt regisseur Petra Volpe. “Daarom wilde ik een film maken die dit beroep viert.”

Heldin beleefde in februari haar wereldpremière in Berlijn, nadat een aantal verpleegkundigen op de rode loper de aandacht had gevestigd op het schrijnende personeelstekort in de zorg. In 2030 heeft Zwitserland een tekort van 40.000 verpleegkundigen en zijn er volgens gezondheidsorganisatie WHO wereldwijd meer dan 13 miljoen verpleegkundigen te weinig. Bovendien stopt ruim een derde binnen 4 jaar vanwege de hoge werkdruk.

In een wereld waarin de eerste robots aan het bed verschijnen, laat Heldin zien dat verpleegkundigen zoals Floria Lind door hun zorg, aandacht en menselijke betrokkenheid simpelweg onvervangbaar zijn.

 

15 september 2025

 

ALLE RECENSIES