El jockey

***
recensie El jockey
Vorm en sfeer boven inhoud

door Cor Oliemeulen

Remo is een jockey die ooit grote successen kende, maar verslaafd raakte aan alcohol en drugs. Maffiabaas Sirena probeert hem weer sober en scherp te krijgen. Hij koopt een duur Japans paard en hoopt om met weddenschappen veel geld te verdienen. Tijdens de beslissende race krijgt Remo echter een zwaar ongeluk en verdwijnt spoorloos uit het ziekenhuis. In een toestand van geheugenverlies, identiteitsverwarring en vervreemding dwaalt hij rond in Buenos Aires.

El jockey begint met beelden van mannen die frontaal en nagenoeg bewegingsloos poseren voor de camera van Timo Salminen, de vaste cameraman van de Finse regisseur Aki Kaurismäki (Fallen Leaves). Strakke kaders, uitgesproken kleuren en een melancholische atmosfeer. Nadat we kennismaken met onze protagonist Remo (Nahuel Pérez Biscayart) – grote ogen en een stoïcijnse kop als Buster Keaton – glijden we halverwege de film van een gortdroge, absurdistische zwarte komedie in een vervreemdend, nihilistisch universum waarin het zoeken van een nieuwe identiteit het thema lijkt.

El jockey

Hallucinante trip
Vanaf het moment dat Remo met zijn nieuwe renpaard is gecrasht en stiekem het ziekenhuis verlaat – gestoken in een zwarte bontjas en het verband als een tulband om zijn gehavende hoofd – probeert hij aan zijn baas en geldschieter Sirena (Daniel Giménez Cacho) te ontsnappen. Als in een koortsachtige droom spookt hij rond in de vage krochten van de hoofdstad. Inhoud maakt plaats voor vorm en sfeer, en er is nog nauwelijks een touw aan vast te knopen, of zoals de Argentijnse regisseur Luis Ortega zegt in een interview: “Ik begrijp het zelf ook niet allemaal.”

Absurdistische beelden, bijvoorbeeld van dansende jockeys in de kleedkamer, sensuele kennismakingen met Remo’s geliefde Abril (Úrsula Corberó) die zijn kind draagt, worden afwisselend ondersteund met muzikale klanken: van bandoneon tot technobeat, van Caruso tot pop: de soundtrack zwalkt al net zo chaotisch als Remo’s geest.

El jockey beschouwt filmkijken als een zintuigelijke ervaring, maar symboliek sluipt bijna overal doorheen. De paardenrace is niet alleen een sportwedstrijd, maar een metafoor voor de genadeloze competitie van het leven, waar winnen gelijkstaat aan overleven. De vlucht uit het ziekenhuis markeert Remo’s symbolische verval en iets wat op zijn wedergeboorte lijkt, hoewel Abrils zwangerschap meer hoop suggereert. Het zijn slechts enkele momenten die houvast bieden in de chaos.

El jockey

Ontwricht Argentinië
Dat Ortega de jockey als hoofdpersoon kiest, is geen toeval. In Argentinië worden jockeys vaak uitgebuit: ze moeten bijna onmenselijk licht (amper 50 kilo) zijn, leven onder grote druk en komen meestal uit arme milieus. Jockeys zijn pionnen in een wereld die draait om geld en prestige, en zodra de mannetjes breken, worden ze vervangen. Zo is ook Remo een symbool voor een Argentijnse realiteit van klassenverschil en uitbuiting.

De nieuwe generatie van Argentijnse filmmakers van deze eeuw (Nuevo Cine Argentino) combineert rauw realisme met een dromerige atmosfeer en absurde humor, waarbij er zelden sprake is van verlossing van de personages. Sinds de economische crisis van 2001 zie je vaak ongelijkheid, vervreemding en identiteitscrisissen, zoals bij regisseurs als Lucrecia Martel (La Ciénaga, 2001) en Lisandro Alonso (Los muertos, 2004). El jockey past in dat stramien.

Waar de internationale filmhuishit Wild Tales (2014) van Damián Szifron woede en absurditeit uitvergroot in scherpe, toegankelijke verhalen vol zwarte humor, laat Ortega met zijn gefragmenteerde vertelling en leegte de kijker in een doolhof achter. Beide films tonen, ieder op hun eigen manier, een ontwrichte Argentijnse samenleving.

 

10 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Put Your Soul on Your Hand and Walk

****
recensie Put Your Soul on Your Hand and Walk
Aangrijpend monument voor Palestijnse fotojournalist

door Jochum de Graaf

Hoe actueel kan een documentaire zijn? Een dag nadat Put Your Soul on Your Hand and Walk half april dit jaar voor Cannes geselecteerd werd, kwam hoofdpersoon, fotografe Fatma ‘Fatem’ Hassona, samen met zes familieleden om het leven bij een Israëlisch bombardement in het noordwesten van Gaza.  

Anderhalve week voordat de documentaire in de bioscoop ging draaien, verschenen de laatste foto’s van Mariam Abu Dagga, eveneens fotografe in Gaza, in de media. Ze had zich maandag 25 augustus naar het Nasserziekenhuis in Khan Younis gehaast om verslag te doen van het zoveelste Israëlische bombardement. Dagga was een van de vijf Palestijnse journalisten die toen werden gedood.

Put Your Soul on Your Hand and Walk

Journalist in Gaza is een dodelijk beroep
De aftiteling van Put Your Soul vermeldt dat er sinds het begin van de oorlog, 7 oktober 2023, 211 journalisten, waarvan 28 vrouw, zijn omgekomen, het hoogste aantal ooit in een gewapend conflict. Inmiddels zullen er weer ettelijke slachtoffers bijgekomen zijn. In een gecoördineerde actie gingen op 1 september honderden media over de hele wereld ‘op zwart’. De Volkskrant publiceerde foto’s van omgekomen journalisten rond het bericht ‘Journalist in Gaza is een dodelijk beroep’; de NRC had een compleet zwarte voorpagina met de tekst ‘Zonder verslaggevers gaat het beeld uit Gaza op zwart’.

Put Your Soul on Your Hand and Walk beslaat een periode van een klein jaar. De Iraanse filmregisseur Sepideh Farsi (The Siren, 2023) had april 2024 het misschien wat naïeve idee om naar de Gazastrook te gaan en het alledaagse leven onder het Israëlische beleg vast te leggen, maar ze wordt onder de militaire perscensuur niet toegelaten.

Videogesprekken tussen de vernietiging
Ze komt in contact met de jonge fotojournaliste Fatem Hassona in Gaza-stad en bouwt door middel van videogesprekken een warme vriendschapsband met haar op. Die vorm waarbij ze met haar smartphone filmt hoe ze Fatma op haar smartphone probeert te bereiken, werkt sterk. Farsi’s mobiel doet het altijd en overal, Fatem moet vrijwel steeds op zoek naar een nieuwe plek waar ze toevallig internet heeft. Als ze geluk hebben, kunnen ze een paar minuten met elkaar praten, maar vaak wordt de verbinding meerdere keren verbroken of hebben ze een aantal dagen geen contact.

Sepideh Farsi is veel onderweg, reist de wereld over voor de promotie van haar film en meldt zich dan vanuit Italië, Canada, Marokko, waar ze wat besmuikt over vertelt. En telkens is de vraag ‘waar ben je?’, waarop Fatem steevast antwoordt: ‘ik ben thuis’. Zij wordt een aantal keren gedwongen te verkassen maar zelfs met alle vernietiging en verwoesting om haar heen, Gaza blijft haar thuis. Al droomt ze soms weg van Gaza over een toekomst waarin alle geweld en onmenselijke ontberingen allemaal achter de rug zullen zijn. Indrukwekkend de manier waarop ze Sepideh probeert te troosten als die haar onvermogen uit om Fatem en de Gazanen te kunnen helpen. ‘Het is genoeg dat je naar me luistert’, zegt Fatem. ‘Ik ben zo blij dat ik hier ben en ik ben zo blij dat je naast me staat.’

Put Your Soul on Your Hand and Walk

‘We zullen lachen en leven’
De vele haperende videogesprekken worden afgewisseld met live tv-beelden van de heftige gebeurtenissen op het strijdtoneel die ook dagelijks bij ons in de huiskamer binnenkomen. Ze kunnen elkaar soms niet verstaan vanwege de helikopters en drones die boven Fatems hoofd vliegen, de bommen die op hoorbare afstand vallen. Fatem richt de camera van de telefoon op zeker moment op een rookkolom vlak naast de zoveelste plek waar ze tijdelijk onderdak heeft. Een minuut geleden stond daar nog een druk bewoond flatgebouw.

Belangrijk en indrukwekkend de foto’s van Fatem zelf die ze van het haast ondraaglijke leven van alledag in Gaza maakte. Palestijnen die gelaten, zorgelijk in de camera of juist naar het verre niets kijken, nog iets van waardigheid proberen hoog te houden tussen de puinhopen, het hoog opgestapelde verwrongen staal en beton, de achtergrond van de langzaam maar zeker instortende stad. Onwaarschijnlijk en surreëel hoe ze daarin slaagde tussen alle bombardementen door. ‘Taking photos in Gaza is like putting your soul on your hands and walking the streets’, zegt ze tegen Farsi.

Meest aangrijpend is die glimlach, die onweerstaanbare glimlach van de fotogenieke Fatem die je voorgoed bij blijft. Ondanks dood en verderf om haar heen, brengt ze haar nieuws en informatie met een bijna stralend gezicht over, in een poging positief te blijven, zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden. Als ze gevraagd wordt waar ze de moed vandaan haalt, is de aangrijpende, indrukwekkende reactie: ‘Het maakt niet uit of ze ons doden, we zullen lachen en leven.’

 

3 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Grave of the Fireflies

****
recensie Grave of the Fireflies
Door brandbommen getekend

door Bert Potvliege

In de slotfase van de Tweede Wereldoorlog slaan de tiener Seita en zijn jonge zusje Setsuko op de vlucht voor de verwoestende brandbommen die hun Japanse thuisland in as leggen. Terwijl hun huis in vlammen opgaat, raakt hun moeder dodelijk gewond. Dakloos en alleen probeert Seita wanhopig te overleven en zijn zusje te beschermen, zelfs door haar de waarheid over hun moeders dood te besparen. Hun ontroerende reis, aangrijpend verbeeld in de animatiefilm Grave of the Fireflies (1988), is een tragische lijdensweg vol verdwijnende hoop. Dit Japanse meesterwerk draait vanaf 28 augustus voor het eerst in de Nederlandse bioscopen. 

Animatiestudio Studio Ghibli behoeft nauwelijks nog introductie, vooral dankzij het wereldwijde succes van grootmeester Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Boy and the Heron, The Wind Rises). Iets minder bekend bij het grote publiek is medeoprichter Isao Takahata, maar zijn werk veroorzaakte wel de nodige deining. Hij wordt geprezen om de emotionele diepgang en volwassen thematiek van zijn films (Only Yesterday, Pom Poko, The Tale of the Princess Kaguya). Zijn hoogtepunt Grave of the Fireflies geldt als een klassieker in het genre van de anti-oorlogsfilm.

Grave of the Fireflies

Dat vlammend betoog tegen de humanitaire waanzin van oorlog wordt ontzettend schrijnend door de hopeloosheid te contrasteren met het ontwapenende portret van een onschuldig klein meisje. Het oorlogsdrama snijdt dieper wanneer je haar, temidden van de verwoesting, ziet spelen en verwonderd vuurvliegjes ziet vangen. Het zachte licht van de insecten weerspiegelt haar kinderlijke fascinatie – een moment van schoonheid in een wereld vol geweld. Verwondering en wreedheid bestaan hier pijnlijk naast elkaar.

Het vuur van pessimisme
Omdat de plot beknopt is en alles draait rond het overleven, creëert Takahata ruimte om de twee kinderen in hun gedrag te kunnen observeren. Zo maken we kennis met Setsuko als het allerschattigste meisje: hoe ze haar geldbeugel van haar hals haalt, hoe ze voorzichtig een kom water draagt zonder te morsen. Dit lijken maar details, maar ze vormen de kern van Takahata’s intentie. De ellende – en zodoende de boodschap – komt harder binnen wanneer de kijker enkel mededogen voelt voor haar. De rode kleur die vaak het scherm vult, symboliseert de dreiging die dichtbij sluimert. De vuurvliegjes die haar fascineren, worden visueel gespiegeld in de brandbommen die uit de lucht neerdalen.

Seita is een complexer personage: hij moet niet alleen voor zichzelf sterk zijn, maar ook voor zijn kleine zusje. Verzwolgen door het verdriet om het verlies van hun moeder en de verantwoordelijkheid om voor Setsuko te zorgen, zet hij een masker op om haar in het ongewisse te houden over de ellende van hun situatie: ze krijgen geen onderdak meer bij hun tante, ze zijn genoodzaakt eten te stelen, Setsuko wordt ziek door de ontbering. Ondanks zijn liefde voor haar, die hem op de been houdt, lijdt Seita zwaar onder hun situatie. Het feit dat de film begint met de dood van beide kinderen, maakt het verhaal extra aangrijpend en moeilijk te verwerken.

De film roept herinneringen op aan La vita è bella van Roberto Benigni, waarin ook alles wordt gedaan om een kind te beschermen tegen de gruwelen van oorlog. Toch is er een belangrijk verschil: terwijl Benigni als toegewijde vader vooral hoop en positiviteit uitstraalt, is Seita een diep verscheurd personage. Zusje Setsuko kan zijn innerlijke strijd niet doorgronden, maar de kijker wordt onverbiddelijk geconfronteerd met zijn pijn en worstelingen. Hoewel de ontroering die de film oproept enigszins vergelijkbaar is met die van Benigni’s werk, is de teneur daarvan geheel anders. Grave of the Fireflies is allesbehalve een optimistische film.

Grave of the Fireflies

Als een goocheltruc
Een mogelijk minpunt is dat Takahata’s regie soms te nadrukkelijk mikt op emotionele ontlading. Hij lijkt er alles aan te doen om tranen bij de kijker los te weken, waardoor zijn intentie bij momenten te transparant wordt. Hoewel zijn aanpak oprecht aanvoelt, is het mechanisme achter de emotionele sturing niet moeilijk te doorzien. Het roept associaties op met het werk van Florian Zeller, die in The Father en The Son eveneens een sterke nadruk legt op het willen ontroeren. Dat kan oprecht emotioneel zijn (de slotscène van Anthony Hopkins in The Father is hartverscheurend) maar zodra je als kijker achter de schermen begint te turen, vervaagt de magie en blijft vooral de constructie zichtbaar. Takahata laat weinig aan de verbeelding over wat zijn bedoelingen betreft.

Grave of the Fireflies is een krachtig voorbeeld van Studio Ghibli’s kunnen – een harde, oprechte en diep ontroerende film. De band tussen broer Seita en zusje Setsuko is met tederheid en nuance verfilmd, en vormt het hart van het verhaal. Zoals Takahata het bedoeld heeft, worden we nog maar eens geconfronteerd met de gruwel en zinloosheid van oorlog.

 

27 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Slocum et moi

**
recensie Slocum et moi
Te lief eerbetoon aan vergeten avonturier

door Ralph Evers

Joshua Slocum was een Canadese zeeman, avonturier en degene die als eerste persoon alleen rond de wereld is gevaren. Jean-François Laguionie brengt met zijn nieuwste film een eerbetoon aan deze vergeten avonturier. 

Slocum et moi opent met de van regisseur Laguionie bekende pasteltinten, potloodtekeningen en schetsmatige proeven van landschappen en decorsetting. Dit alles ondersteund met door Debussy geïnspireerde muziek volgen we een hap uit het leven van de dromerige jongeman François. Zijn vader Pierre, die de bijnaam Slocum krijgt, is een gesloten man, tikje nors, die wanneer diens werk als marketeer voorbij is, zich wijdt aan zijn werkelijke passie: dingen maken, waaronder eenzelfde boot als avonturier Slocum.

Moeder Geneviève komt wat flets uit de verf, daar zij de goedheid zelve is en zowel haar man als zoon in alles steunt en zich gedwee voegt naar haar rol. Het is tenslotte 1949 in Frankrijk. Dit alles geaccentueerd in een dromerigheid die kenmerkend is voor de films van Laguionie. 

Slocum et moi

Geïdealiseerd verleden
Al met al wanen we ons al gauw in een geïdealiseerd verleden, waar de Fransman z’n alpinopetje draagt, iedereen naar elkaar omziet en er een vredigheid heerst die ernstig contrasteert met de bombardementen van enkele jaren daarvoor. Vader Pierre besluit, nadat de toon van de film is gezet, met het bouwen van een boot in zijn achtertuin. Jawel, eenzelfde boot al Joshua Slocum bouwde en de wereldzeeën bevoer.

Geen onvertogen woord van de buren, geen enkel smetje op het huwelijk van ouders, een man wiens energie, tijd en geld gaat zitten in een naïef project. Deze film kent, zelfs tijdens de jazz-tonen, geen enkele dissonant (of het moet de Lovecraftiaanse Kraken zijn, die het bootje van Slocum in een van diens dagboekvertellingen aandoet). 

En die verheerlijking van die goeie ouwe tijd is in deze tijden nog kwalijk ook. Temeer wanneer je alle kleinburgerlijke bekrompenheid uit beeld houdt. Het is dan ook best ironisch dat die goede oude tijd, waar Slocum zich afspeelt, met digitale middelen is gemaakt. Hierdoor gaat evenwel het authentieke, simpele, dat deze film poogt te ademen, binnen de lijntjes verloren.

Slocum et moi

Loslaten
Slocum doet denken aan een herhaling van Louise en hiver, waarin vrijwel dezelfde nostalgie wel werkt. Het is een sfeer die opgeroepen wordt, die raakt aan verlangens die de meesten van ons wel hebben. Een kindertijd die verloren is, een paradijs verloren. Het is tegelijkertijd een beperkt venster dat Laguionie op de wereld laat, waarbij het interessant is hoe gemakkelijk je mee wilt gaan in die idealisering, dat smetteloze, dat dromerige en magisch realistische van een kind.

Edoch, als deze fata morgana al bij de aftiteling knapt, heb je als maker toch iets gemist. Al het paradijselijke morgen- en avondrood en de kinderlijke idylle ten spijt, zou je toch enige wijsheid van de inmiddels 85-jarige Laguionie verwachten.

Maar nee, de door de tijd tot zorgeloze jeugdherinneringen vervormde herinneringen van Laguionies jeugd, doen geen recht aan de kijker. Ze fungeren slechts als behoefte van een oude man die moet gaan loslaten wat nooit perfect was.

 

20 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Traffic

***
recensie Traffic
De wereld achter de kunstroof

door Jochum de Graaf

In de nacht van 15 op 16 oktober 2012 werden in de Kunsthal Rotterdam binnen een paar minuten schilderijen van Picasso, Gauguin, Lucian Freud, Monet en Manet van de muur gerukt en haastig in boodschappentassen gestopt. Doordat het brandalarm afging, konden de dieven vrijwel onopgemerkt via de nooduitgang ontsnappen. De roof werd wereldnieuws en leidde voor de Kunsthal tot reputatieschade omdat het museum de beveiliging niet op orde had. Traffic is gebaseerd op deze bizarre kunstroof.

Na een aantal maanden leidde het spoor naar de daders in Roemenië, waar een schilderij van Picasso te koop werd aangeboden. Wat leek op een uiterst zorgvuldig voorbereide roof, bleek het werk van een paar kleine criminelen die geen benul hadden van kunst en al helemaal niet hoeveel de gestolen werken waard waren. Van de drie daders werden er – na een moeizaam proces met betrokkenheid van de Rotterdamse en Roemeense politie en de bekende kunstdetective Arthur Brand – twee tot relatief lichte gevangenisstraffen veroordeeld. Van de kunstwerken is er nooit een teruggevonden.

Traffic

De achterkant van arbeidsmigratie
Het verhaal van de kunstroof was aanleiding tot twee romans van schrijfster Mira Feticu en een spannende nagespeelde reconstructie, het docudrama Kunstroof van Jorien van Nes, dat vorig jaar mei in première ging. 

Traffic, de tweede film van de Roemeens-Vlaamse Teodora Mihai (aanmoedigingsprijs voor La Civil op Cannes 2021), heet losjes op de echte kunstroof gebaseerd te zijn, maar volgt tamelijk waarheidsgetrouw het verhaal van 2012 inclusief de bizarre ontknoping waarbij de moeder van een van de daders verklaart een of meer schilderijen te hebben verbrand om sporen uit te wissen.

Traffic is in tegenstelling tot Kunstroof evenwel niet een heistfilm waarin uitgebreid de voorbereiding en uitvoering van een kraak wordt getoond, maar concentreert zich vooral op de omgeving en de omstandigheden waaronder de kunstroof plaats kon vinden. Het is het schrijnende verhaal van de achterkant van de arbeidsmigratie.

Wraak voor onrechtvaardige welvaartsverdeling
In de beginbeelden, tegen het grauwgrijze decor van het Roemeense platteland, kust arbeidsmigrant Natalia haar dochtertje vaarwel om in België te gaan werken. Zoals zoveel Roemeense ouders laat ze haar kind achter bij haar grootouders. In België helpt ze als tolk mee om andere arbeidsmigranten in te delen in ploegendiensten, plantjes plukken in een enorme kas.

De malafide recruiter blijkt van het toch al karige loon de helft in eigen zak te steken. Verloofde Ginel werkt in de afvalverwerking, werk dat nog lager op de maatschappelijke ladder staat. Hij heeft een fikse schuld bij ook naar het Westen uitgeweken half-criminele mededorpelingen die hij met zijn nog kariger loon niet kan aflossen.

Ginel en Natalia proberen hun werk zoveel mogelijk nog legaal en netjes te doen, maar plaatsgenoot Ita, schuldeiser van Ginel, voorziet in zijn onderhoud als kruimeldief terwijl hij zijn vriendin aanzet tot een aardige bijverdienste in hun slaapkamer. Wanneer ze min of meer bij toeval – Natalia wordt serveerster op recepties en vernissages – in de kunstwereld terechtkomen bedenken ze een onnozel plan om met een kunstroof aan veel geld te komen. Ginel wordt in het criminele wereldje getrokken, hij moet als helper de vluchtauto besturen.

Daartegenover schildert de film het fakemilieu van de kunstwereld waar in de ogen van de Roemenen op niets gebaseerde enorme bedragen voor eenvoudige schilderijtjes worden betaald. De kunstroof is uit wraak voor de onrechtvaardige welvaartsverdeling en overlevingsdrang ingegeven.

Traffic

Scherp contrast tussen Oost en West
Het scenario van Christian Mungiu (4 Months, 3 Weeks, 2 Days; Gouden Palm 2007) is in eerste aanleg wat vlak, maar in het tweede deel van de film, dat zich met de ontrafeling van de kunstroof in Roemenië afspeelt, wordt het door het sterke acteerwerk van Anamaria Vartolomei (Natalia) en Ionut Niculae (Ginel) steeds sterker. Dan krijgt het scherpe contrast tussen de tegengestelde werelden van het postcommunistische Oosten en het decadent-kapitalistische Westen pas goed reliëf.

Er is de treffende scène waarin de Nederlandse en de Roemeense politie, de officier van justitie en vertegenwoordigers van het museum Ginel thuis in zijn plattelandsdorp ondervragen. De rechercheurs voeren de druk sterk op, Ginel zwijgt, de museummensen willen alleen maar weten of de schilderijen nog in goede staat verkeren. Ginel weet nergens van, en op de achtergrond beklaagt zijn moeder zich over hoe hun dorp totaal is vergeten door de overheid. Er is geen perspectief, de jongeren trekken weg om in het rijke Westen geld te gaan verdienen, de hoop op een beter leven, de ouderen blijven achter in bittere armoede.

Kijk naar de hartverscheurende slotscène met Natalia en haar dochtertje, er is niets veranderd. Het zou me niets verbazen wanneer achter de kunstroof in het Drents Museum eind januari dit jaar een soortgelijk drama schuil gaat.

 

6 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Ran (4K re-release)

*****
recensie Ran
Kurosawa’s duistere meesterwerk

door Cor Oliemeulen

Als iemand Akira Kurosawa vroeg wat zijn beste film was, antwoordde hij steevast: “de volgende”. Totdat hij op 75-jarige leeftijd Ran (1985) voltooide: een episch oorlogsdrama over een oude krijgsheer die zijn rijk verdeelt onder zijn drie zoons en ten onder gaat aan verraad en geweld. Gebaseerd op Shakespeare’s King Lear en Japanse samoeraiverhalen, toont dit meesterwerk een wereld in fysiek en moreel verval. Vier decennia later keert Ran terug op het witte doek in een oogstrelende 4K-restauratie.

Akira Kurosawa, een van Japans grootste filmmakers, werd in het buitenland vaker geprezen dan in eigen land. Hij bekritiseerde de Japanse filmindustrie om haar rigide studiosysteem, dat regisseurs beperkte in hun vrijheid en vasthield aan veilige, traditionele verhalen in plaats van films met risicovolle, meer menselijke thema’s.

Tegelijk kreeg Kurosawa in Japan ook zelf kritiek: zijn films zouden te westers zijn en te veel nadruk leggen op individuele helden, in tegenstelling tot de collectieve waarden van de Japanse cultuur, zoals groepsharmonie, loyaliteit en plichtsbesef. Zijn collega Yasujirō Ozu voldeed juist wél aan deze normen, met verstilde familiedrama’s die de traditionele Japanse levensvisie weerspiegelden. Door Kurosawa’s kritische en onafhankelijke houding werd Ran niet door Japan voorgedragen voor de Oscars, maar uiteindelijk wel door een onafhankelijke groep en alsnog genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.

Ran

Van Shakespeare tot Leone
Ruim 25 jaar voor Ran gebruikte de regisseur Shakespeare’s Macbeth als basis voor een herinterpretatie in Throne of Blood (1957). Ook in die film spelen de schermutselingen zich af in het feodale Japan van de zestiende eeuw en ligt de nadruk meer op vorm dan op dialoog. Kurosawa liet zich in zijn films ook inspireren door andere Westerse literatuur, zoals de morele en psychologische diepgang van Dostojewski die je terugziet in Rashomon (1950) met existentiële vragen over waarheid en perspectief, en Ikiru (1952) over een man die worstelt met de zin van het leven.

Tegelijk lieten Westerse filmmakers zich inspireren door het werk van Kurosawa, zoals John Sturges die met The Magnificent Seven (1960) een remake maakte van Seven Samurai (1954) en Sergio Leone die met A Fistful of Dollars (1964) een remake maakte van Yojimbo (1961).

Wind, regen en vuur
Wat vooral opvalt in die remakes is het gebruik van de dynamische cameravoering die Kurosawa hanteerde. Denk aan lange takes waarbij de camera meebeweegt met de actie, bijvoorbeeld lopende, rennende en vechtende personages. Of het gebruik van meerdere camera’s om verschillende hoeken vast te leggen, een spel tussen voorgrond en achtergrond, en het afwisselen van rustige en chaotische shots.

Maar het meest karakteristieke van Kurosawa’s cameravoering is wel het gebruik van de natuur en de weersomstandigheden. Zo opent Rashomon (1950) met beelden van een bos na een zware regenbui en de glinstering van de zon door de bomen, en in Seven Samurai (1954) trotseren de boeren, bandieten en samoerai wind, opstuivend zand, regen en modder. In Ran leeft het landschap: wind, rook en vuur brengen de scènes in beweging, terwijl de lucht langzaam steeds donkerder wordt naarmate het drama zich ontwikkelt.

In de huidige tijd worden de meeste actiescènes met computers gemaakt en kopieer je de poppetjes om een indrukwekkend legertje strijders te krijgen. In Ran zie je zo’n 1400 figuranten die werden gehuld in even zoveel vechtkostuums die allemaal met de hand werden gemaakt.

Kleuren als symboliek
Maar liefst tien jaar werkte de regisseur aan zijn storyboard: van elk shot maakte hij een schilderij in kleur. En toen hij de film uiteindelijk kon draaien, bleken die prenten onmisbaar voor zijn assistenten omdat hij zelf bijna blind was geworden.

De kleuren in Ran zijn symbolisch en essentieel. In King Lear verdeelt de koning zijn erfenis onder drie dochters, in Kurosawa’s herinterpretatie verdeelt krijgsheer Hidetora Ichimonji (Tatsuya Nakadai) de erfenis onder zijn zonen. Die zonen worden vanaf de openingsscène opgevoerd in het dragen van een eigen kleur. De oudste, Taro, draagt gele kleren (waarin keizers in Oost-Azië zich vaak hulden), de middelste zoon, Jiro, is gestoken in rood (dat staat voor ambitie en geweld), terwijl de jongste, Saburo, gehuld is in blauw (dat staat voor helderheid en eerlijkheid).

Deze kleuren versterken niet alleen het gevoel dat de kijker bij de verschillende personages heeft, ze dienen ook als herkenbaarheid (in harnassen en vlaggen) van de legers op het slagveld. Immers, het verdelen van de erfenis leidt tot oorlog tussen de broers. Taro en Jiro smeren hun vader honing om de mond, maar Saburo is kritisch op Hidetora’s besluit en voorspelt dat de erfenis tot een hoop ellende gaat leiden. Hidetora is woedend en verbant Saburo. Maar zodra de oorlog tussen de twee oudste broers uitbreekt, zwerft Hidetora als een waanzinnige over de vlaktes.

Ran

De schoonheid van de tragedie
Net als in King Lear gebruikt Kurosawa in Ran een hofnar, in dit geval in de persoon van de androgyne Kyōami, die niet alleen dient als trouwe dienaar van Hidetora, maar met diens scherpzinnige en ironische commentaar op de gebeurtenissen bijdraagt aan de tragikomische toon van de film. Want tragisch is Ran zeker. Bijna alle hoofdpersonages sterven, een handje geholpen door Taro’s vrouw Kaede (Mieko Harada). Nadat Taro het kasteel van zijn vader heeft overgenomen, wordt zij koningin van het domein dat ooit was van haar eigen familie, die eerder door Hidetora was uitgemoord. Langzaam ontvouwt zich haar uitgekiende, dodelijke wraakplan. De kijker is opgelucht als haar eigen bloed tegen de muren spat.

Waar Shakespeare’s King Lear nog momenten van liefde, vergeving en verzoening kent (zoals de hereniging met de jongste dochter Cordelia), ontbreekt dat in Kurosawa’s Ran vrijwel volledig. King Lear is tragisch, maar eindigt met een sprankje hoop en menselijkheid. Ran is tragisch in de zuiverste zin: een wereld zonder troost. De schoonheid van de tragedie zit in de poëtische vormgeving van verval en vergankelijkheid, de filosofische diepgang en de morele reflectie. Geen goddelijke gerechtigheid, geen redding. Alleen de leegte die mensen zelf veroorzaken.

 

30 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Zwei zu eins

** zu *
recensie Zwei zu eins
Ossies zijn sukkels, Wessies geldwolven

door Jochum de Graaf

Het is zomer 1990, een half jaar eerder is de Muur gevallen, maar de officiële hereniging van Oost- en West-Duitsland heeft nog niet plaatsgevonden. In de nadagen van de DDR vallen de nodige massaontslagen, de oude vertrouwde staatsbedrijven worden op grote schaal failliet verklaard. In het stadje Halberstadt, niet ver van de grens met de Bondsrepubliek, slaan de desillusie en verveling toe.

Drie vrienden – Maren (Sandra Hüller), Robert (Max Riemelt) en Volker (Ronald Zehrfeld) – besluiten een kijkje te nemen in een slecht bewaakte bunker, even buiten de stad. Buurtgenoot Markowski (Peter Kurth), ontevreden met zijn werk in de bunker, kan hen toegang verschaffen. Tot hun verrassing stuiten ze in een zijgang op een enorme berg papiergeld, miljarden zogenaamde Ostmarken, ingezameld om vernietigd te worden. Het DDR-geld is waardeloos geworden, in het herenigde Duitsland is de harde West-Duitse D-mark het enig wettig betaalmiddel. Er is een verplichte wisselkoers bepaald van twee Ostmark voor één Westmark: ‘zwei zu eins’.

Zwei zu eins

Goudmijn
Het drietal neemt een aardig stapeltje Ostmarken mee naar huis. Wanneer een West-Duitse colporteur met magnetrons en andere luxe keukenapparatuur aan de deur komt en ze gewoon met hun Ostmarken kunnen betalen, worden ze gewaar dat ze nog drie dagen hebben om het ‘gevonden geld’ wit te wassen. Ze hebben een goudmijn aangeboord. Om niet al te veel aandacht en argwaan van de autoriteiten te wekken, betrekken ze de hele buurt erbij, delen het geld uit en rijden de busjes met luxe-apparatuur af en aan.

Als ze na die drie dagen nog steeds grote hoeveelheden Ostmarken over hebben, ontdekken ze nog een maas in de wet. DDR-burgers die in het buitenland wonen, hebben nog drie dagen extra om Ostmarken in te wisselen. En ons drietal boort al hun contacten, diplomaten, wetenschappers, studenten die merendeels in bevriende socialistische landen werkzaam zijn aan om mee te werken aan de geldzwendel.

Nee, voor Maren, Robert en Volker is het geen misdaad, ze geven er in hun optiek een positieve draai aan door het met de buurt verdiende geld in te zetten voor de redding van een oude fabriek, in de DDR-tijd garant voor redelijke welvaart en welzijn in de buurt. ‘We zijn geen criminelen, maar willen een beetje gerechtigheid’ is de redenering.

Ostalgie
Zwei zu eins is op ware gebeurtenissen gebaseerd. Bij Halberstadt was inderdaad een bunker met geld opgeslagen en in de DDR had men niet de beschikking over goede verbrandingsovens. De film speelt sterk in op de zogenaamde Ostalgie: heimwee en verlangen naar de DDR, de tijd dat de kapitalistische hebzucht het leven nog niet geperverteerd had. De sfeer van saamhorigheid, onderlinge solidariteit, Spreewald-augurken en Rotkäppchen-sekt is met kleding, decors en kleurgebruik goed getroffen.

Zwei zu eins

Er komt bovendien met Sandra Hüller (Oscar-nominatie voor Anatomy of a Fall; briljante rol in The Zone of Interest), Max Riemelt (Netflix-serie Sense8), Ronald Zehrfeld (Phoenix) en Peter Kurth (Goodbye Lenin) een complete, van origine Oost-Duitse sterrencast aan te pas. De regie is van Natja Brunckhorst, die in 1981 wereldroem kreeg als titelvertolkster van Christiane F. – Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Maar Zwei zu eins lost de grote verwachting niet in, de film lijdt onder een gebrek aan drama. De ongemakkelijke driehoeksverhouding tussen Maren, Robert en Volker wordt niet goed uitgewerkt. De tegenstellingen tussen Oost en West worden nogal karikaturaal ingevuld: de Ossies zijn sukkels, de Wessies louter op geld belust. De plotwending om het gevecht over het behoud van de fabriek is met allerlei verwarrende verwikkelingen nogal gekunsteld en duurt veel te lang.

Na de aftiteling volgt nog een heel exposé dat het ware verhaal eigenlijk nooit opgehelderd is. Waar Goodbye Lenin indertijd als bijtende satire zo goed slaagde, komt Zwei zu eins niet veel verder dan een wat absurdistische klucht die slechts een enkel moment grappig is.

 

23 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

10 giorni con i suoi

**
recensie 10 giorni con i suoi
10 dagen tussen kaaslucht en cultuurclash

door Cor Oliemeulen

In 10 giorni con i suoi reist een gezin uit Rome naar het Italiaanse platteland, waar de botsing tussen stadse neuroses en landelijke eigenaardigheden het toneel is van een vervolgfilm die zich vermomt als een feelgoodkomedie.

Het moet gezegd: het droogkloterige karakter van huisvader Carlo (Fabio De Luigi) is soms geestig, juist door zijn dwarse houding. Tijdens de lange autorit van Rome naar de zuidelijke regio Apulië (de hak van Italië), vragen zijn echtgenote Giulia (Valentina Lodovini) en hun drie kinderen zich af wat er zo stinkt. Als Carlo opbiecht dat het een typische streekkaas is – bedoeld als cadeau voor het gastgezin Paradisos – klinkt dat bijna als een statement. Hij ziet het namelijk helemaal niet zitten dat hun oudste dochter Camilla (Angelica Elli) wil gaan samenwonen met Antonio, de zoon des huizes.

10 giorni con i suoi

Stad versus platteland
Eenmaal gearriveerd, blijken de Paradisos te wonen in een monumentaal landhuis dat vroeger werd omringd door zelfvoorzienende landbouwbedrijven. Het imposante landgoed wekt ontzag bij de kinderen, maar Carlo blijft zakelijk en nuchter, wat botst met de overdreven gastvrijheid van Antonio’s ouders. Zij zijn emotioneel, willen alle gasten knuffelen en voelen zich één met de natuur. Zij houden van tennis en speervissen, terwijl Camilla’s gezin veel meer houdt van bekvechten.

Het mag geen verrassing zijn dat de film drijft op de tegenstellingen tussen twee culturen: de koele, neurotische stadsmens versus de relaxte plattelandsbewoner met zijn gewoonten en gebruiken. Zo moet Carlo beslist de bevalling van een koe meemaken en heeft hij de eer om het kalfje uit de buik van zijn moeder te trekken. Later wordt Carlo uitgenodigd voor een traditionele martelarenprocessie en wordt hij geacht de rol van Jezus op zich te nemen. Enkel gehuld in een juten onderbroek en met een zwaar kruis op zijn schouder, sterft de scène in onbenulligheid als een gekke pastoor hem met een zweepje maant om door te lopen.

Formule
Humor kent vele vormen. 10 giorni con i suoi bedient zich van het gemakzuchtige soort, en leent bovendien kwistig van succesvolle komedies, zoals Meet the Parents, dat de middelmaat ontloopt door sterk acteerwerk en een betere timing. En natuurlijk is er altijd wat ruimte voor misverstanden en een snufje drama. Alles om kijkers met een goed gevoel achter te laten.

10 giorni con i suoi

Regisseur Alessandro Genovesi krijgt maar geen genoeg van deze formule. Hij begon zijn drieluik over deze Romeinse familie in 2019 met 10 giorni senza mamma, waarin Giulia besluit om tien dagen weg te gaan zodat Carlo kan leren wat het is om voor hun drie kinderen te zorgen. Een jaar later volgde 10 giorni con Babbo Natale, waarin het gezin naar Lapland reist om de Kerstman te ontmoeten. In zijn jongste film laat Genovesi zien hoe ouders moeten wennen aan het idee dat een kind volwassen wordt. De herkenbaarheid van de situaties is net zo vanzelfsprekend als het gebrek aan originaliteit.

Over tien jaar volgt ongetwijfeld een vierde deel, waarin Carlo met pensioen gaat en in een zwart gat valt, met als titel: 10 giorni senza scopo (‘10 dagen zonder doel’).

 

15 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Plein Soleil (4K re-release)

****
recensie Plein Soleil (4K re-release)
Alain Delon steelt identiteiten

door Bob van der Sterre

Gezellige vrienden op een terrasje. Dat is wat je denkt van Tom en Philippe. Maar zo simpel is het niet. De een is steenrijk en de ander een identiteitensteler. Hoe lang gaat dat goed? Niet lang, blijkt uit Plein Soleil, de film uit 1960 van René Clement, die nu in 4K-resolutie is verschenen.

Twee keer eerder zag ik Plein Soleil. Toen was me nog niet opgevallen hoe enorm snel deze film wel is… De film begint met een dialoog op een terrasje. Rap gebabbel van drie mannen, een van hen koopt een boek van kunstenaar Fra Angelico, de ander bietst een wandelstok van een blinde en die verkopen ze aan een vrouw met wie ze (samen) kussen in een open koets.

Plein Soleil

Wat een vragen geven deze vijf minuten. Zijn Philippe en Tom vrienden, oplichters, rijkelui, geliefden? Zijn ze uit op relschoppen? En waarom voelt die Tom een beetje raar aan?

Dan zitten ze opeens op een zeilboot, Tom wordt in een balorige actie alleen op zee gelaten, Philippe haalt hem weer op. Ze zetten zijn vriendin Marge af. Dan (let op: spoiler in aantocht…) volgt een bizarre dialoog:

– Dus je vermoordt me en je bent rijk?
– Je mist niets, hè?
– Het lijkt erg ingewikkeld. Je zou meteen gepakt worden.
– Dat hoeft niet. Ik heb veel fantasie.

Wat Tom dan dus prompt doet. Vervolgens moet hij zich in allerlei bochten wringen om bij Philippe’s geld te komen. Hier en daar mensen omleggen en laten verdwijnen, Philippe’s stem en handtekening imiteren, naar de bank gaan, de politie mijden, enzovoort. (Er zitten een paar bizarre scriptwendingen in, bijvoorbeeld hoe de reusachtige tochten van vasteland naar Sicilië in een oogwenk plaatsvinden, maar laten we die maar even met rust.)

Een film die mooi is om te zien
Ja, Plein Soleil van René Clement is een zeer prettige film ‘voor het oog’, met een erg goed passende Alain Delon in de hoofdrol. Hij ziet er gek genoeg meer uit als een gewone Franse acteur dan de superster die hij nog zou worden.

1960 was zijn doorbraakjaar, toen hij ook in Rocco e i suoi fratelli speelde. Twee memorabele rollen. Misschien wel omdat de arrogantie nog moest komen, die hem trouwens ook geen kwaad deed, gezien zijn latere rollen in Le Samurai, Le Cercle Rouge of Mr. Klein. Na een lang en actief filmleven is Delon vorig jaar overleden, bijna negentig jaar.

De intensiteit van de acteurs, vooral Delon, maar ook Maurice Ronet (die grappig wordt geïmiteerd door Delon) past bij het tempo en helpt ook bij de filmervaring.

Regisseur René Clement die dit vastlegde is geen Truffaut of Godard (verwacht van hem geen ‘artistieke fratsen’) maar had wel al vrij sterke films op zijn cv, zoals Monsieur Ripois en Jeux Interdits. Niet raar voor iemand die kennis had opgebouwd als documentairefilmer.

Ook Patricia Highsmith, de schrijfster van The Talented Mr. Ripley – waar de film op is gebaseerd – vond het “very beautiful to the eye and interesting for the intellect”. Alleen vond ze het veranderde einde erg jammer. En of er echt iets homoseksueels in zit (sterke passage als Tom Philippe nadoet in de spiegel) is lastig te zeggen. In films uit die tijd bleef dat in het ongewisse.

Plein Soleil

Warmbloedige Hitchcock
Plein Soleil ziet eruit en werkt als een warmbloedige Alfred Hitchcock-film. Dat is misschien ook niet zo raar, want de scenarioschrijver, Paul Gégauff, werkte ook voor Claude Chabrol, die ook wel bekendstond als ‘de Franse Hitchcock’. Doet dit verhaal je bijvoorbeeld denken aan Chabrols Les Biches uit 1968? Ook die film is een beetje gebaseerd op The Talented Mr. Ripley.

Clement had hierna nog een paar jaar succes, maar na de kostbare misser Paris brûle-t-il? (een film ramvol Amerikaanse en Franse vedettes, toch bliefde niemand het) halverwege de jaren zestig kwam er eigenlijk geen echt goede film meer uit zijn handen. Hij kon zich niet vernieuwen zoals vele anderen dan wel konden in de jaren zeventig.

Nu nóg beter
De film van 1999 en serie van 2024 zijn misschien bekender, maar niet beter. James Berardinelli, een redelijk bekende criticus, vatte het wel goed samen: ‘Almost every aspect of Rene Clement’s 1960 motion picture is superior to that of Minghella’s 1999 version, from the cinematography to the acting to the screenplay.’

Nu dus zelfs in 4K. 4K-films klinkt voor mij altijd als een hype. Fijn hoor, die geweldige kwaliteit (vier keer meer pixels dan in HD) maar als HD al geweldig is, hoe geweldig is dan nog 4 keer geweldiger? Ik heb nog een klein scherm, kijk wel eens dvd, zelfs YouTube als het uitkomt. Ik koester de vlekjes en oneffenheden van het celluloid, het hoort bij film als barstjes in de muur.

Toch snap ik wel waarom CanalPlus koos voor een 4K-restauratie van Plein Soleil. Het is bijna een no-brainer. De film heeft veel actie en een hoog tempo. Het is spannend. Geweldige zomerse beelden van de middellandse zee (letterlijk: de zee). Italiaanse steden, prachtige auto’s, cafés, straten, winkels. De zonnige kleuren spatten van het scherm.

Er zijn vast slechtere films om in 4K-resolutie te kijken.

 

7 juli 2025

 

ALLE RECENSIES