Ma Loute

***

recensie Ma Loute

Van toeristen kun je eten

door Cor Oliemeulen

Na het succes van zijn absurdistische komedie P’tit Quinquin, vooral in eigen land, flikt de Franse regisseur Bruno Dumont met Ma Loute deels hetzelfde kunstje.

Achterlijke, afzichtelijke autochtonen op het Franse platteland figureren tegen de achtergrond van mysterieuze misdaden die nooit en te nimmer zullen worden opgelost omdat de politieagenten zo gek zijn als een looien deur. Waar we in het experimentele P’tit Quinquin konden kennismaken met een onverstaanbare, motorisch gestoorde commissaris en zijn al even snuggere hulpje met een fietsenrek en een voorliefde voor autorijden op twee wielen, ontmoeten we in Ma Loute karikaturen van Sherlock Holmes en Doctor Watson, of beter: Laurel en Hardy. De Dikke, inspecteur Machin, is zo volumineus dat de Dunne, assistent Malfoy, hem regelmatig overeind moet helpen – hier in de duinen onder Calais waar toeristen spoorloos verdwijnen.

Ma Loute

Vallende ziekte
Bijna iedereen valt weleens in Ma Loute. Zoals de emotioneel en lichamelijk ingesnoerde rijke dame Isabelle van Peteghem (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano), de nerveuze, bekakt sprekende André Van Peteghem (Fabrice Luchini: Gemma Bovery) en de extatische snob Aude van Peteghem (Juliette Binoche: Clouds of Sils Maria). Samen met drie kinderen en een al even curieuze neef viert deze welgestelde familie uit Lille in de zomer van 1910 vakantie in en om een prachtig wit huis bovenop een duin aan de baai van Slack.

In contrast met deze incestueuze familie – “industriële verbintenissen: neef trouwt met nicht, zo doen families dat in het noorden” – staan de leden van de teruggetrokken familie Brufort. Zij moeten zien rond te komen met het vangen van mosselen en het overzetten van toeristen bij wassend water (bij voorkeur dragend) en blijken liefhebbers van mensenvlees (bij voorkeur toeristen). Terwijl vader Brufort in zijn authenticiteit door de rijkaards wordt beschouwd als de belichaming van perfectie en totale schoonheid, krijgt zijn oudste zoon, Ma Loute, te maken met de avances van de oudste telg van de Van Peteghems. Het blijft lang onduidelijk of deze Billie een meisje is dat zich als jongen kleedt of een jongen die zich als meisje vermomt.

Ma Loute

Kansen
Anders dan in P’tit Quinquin heeft Bruno Dumont begrijpelijkerwijs gekozen voor enkele professionele acteurs, die zich met zichtbaar plezier uitleven in hun groteske rollen (met name Binoche speelt totaal over de top), maar gelukkig zijn de plattelandslieden ook in Ma Loute heerlijk streekgebonden boers en ongecompliceerd. Maar nog meer dan in zijn absurdistische voorganger is het gemis van enig plot en noodzakelijke twists voelbaar. Met alleen bijzondere typetjes, droogkomische scènes, aardige cinematografie en een soundtrack waarin het piepen en kraken van (vooral menselijke) bewegingsapparaten wordt afgewisseld met klassieke muziek, laat de regisseur uitgelezen kansen voor een werkelijk oorspronkelijk filmjuweeltje liggen.

In P’tit Quinquin zit een vette knipoog naar Federico Fellini’s La Dolce Vita: als een koe (vol mensenresten) met een helikopter door de lucht wordt getransporteerd; de finale van Ma Loute doet sterk denken aan een andere klassieker van deze Italiaanse meesterregisseur, 8 ½: als een rariteitenkabinet zich in polonaise over het strand beweegt en iemand als een vlieger in de lucht zweeft met een touw aan een been. Met het genre drama (L’humanité, Flandres) bewees Dumont over veel eigenzinnig talent te beschikken, met zijn absurde komedies valt nog de nodige winst te behalen.
 

18 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Now You See Me2

**

recensie Now You See Me 2

De Wet van Freeman houdt stand

door Alfred Bos

Met veel effectbejag opgeklopt vervolg van de verrassinghit rond vier avontuurlijke illusionisten in een mix van Mission Impossible, X-Men en The Great Buck Howard.

Succes baart succes, zei mijn opa zaliger op zijn meer bezonken momenten, en aldus verschijnt Now You See Me 2, niet Now You Don’t. Het is het vervolg op de verrassingshit uit 2013 rond een groepje illusionisten die hun talenten voor trucs en magie aanwenden om banken van hun geld te verlossen en de buit over het publiek uit te strooien. Robin Hood met een vleugje superheldenpathos, Justice League goes David Copperfield. Die overigens een van de geldschieters achter deze nieuwe franchise is.

Now You See Me 2

Voor een speelfilm over verrassingen was Now You See Me bepaald voorspelbaar, want hij houdt zich keurig aan wat filmfans kennen als de Wet van Freeman: elke film waarin Morgan Freeman zijn kunstje van vaderlijke autoriteitsfiguur afdraait is een marketing mormel. Als Thaddeus Bradley, voormalig illusionist en nu ontmaskeraar van magie, draaft hij voor deel 2 opnieuw op om de Four Horsemen, zoals de altruïstische illusionisten zich noemen, het leven zuur te maken. Vrees niet, de Wet van Freeman houdt stand. De tweede ster boven dit stukje is er voor zijn tegenspelers.

Raadaels-in-raadsels
Dat zijn acteurs van naam die bijschnabbelen in een publiekshit om hobby’s – zoals in het geval van Freeman zijn bluescafé in New Orleans – of de pensioenkas te financieren. Jesse Eisenberg, Woody Harrelson en Dave Franco (jongere broer van) zijn als de Four Horsemen ditmaal in het gezelschap van nieuwkomer Lizzy Caplan. Na zich anderhalf jaar koest te hebben gehouden worden ze door een onbekende weer verenigd voor een nobele klus, de ontmaskering van een tech-enterpreneur met een fascistoïde agenda. Het is slechts de opmaat voor een cavalcade van illusie, dubbelspel en raadsels-in-raadsels.

De Four Horsemen strijden nu op drie fronten tegelijk, want naast Thaddeus Bradley jaagt niet alleen de FBI, maar ook überboef Arthur Tressler (Michael Caine) achter hun broek. Die laat het vuile werk over aan zijn luitenant, waarin we Daniel Radcliffe herkennen. Merritt McKinney (Woody Harrelson) blijkt een stinkend jaloerse tweelingbroer te hebben die zich als zijn donkere spiegelbeeld in de ophef mengt. Tussen de partijen zweeft voormalig FBI-agent Dylan Rhodes (Mark Ruffalo), die een dubbelrol speelt want niets is wat het lijkt.

Now You See Me 2

Overstimulatie
Dit vervolg – hoewel, kennis van deel 1 helpt niet om chocola te maken van de kolderieke plot – begint met een ernstige handicap: de verrassing is er af. Dat gebrek herstelt regisseur Jon M. Chu (die eerder gepimpte exploitatiefilms als G.I. Joe: Retalitation en Jem and the Holograms afleverde) door de effectendoos open te trekken. De cameravoering is nerveus, op de momenten die tellen raggen de trommels op de geluidsband de spanning aan gort en wanneer na al dat subliminale geweld de climax moet worden geaccentueerd barst een operazangeres los in een aria over overspel. Now You See Me 2 wil via overstimulatie een overprikkeld publiek hypnotiseren..

Al opent Now You See Me 2 in New York en is de viertrapsraket van de finale gesitueerd in een Oud & Nieuw vierend Londen, de film richt zich nadrukkelijk op de Chinese markt. Een flink brok van het verhaal speelt zich af in Macau, het Vegas van China, en de Taiwanese rockster Jay Chou (eerder te zien in The Green Hornet) helpt als de mysterieuze Li de benarde Horsemen uit exotische complicaties. Drie keer wedden dat Li weer opduikt in deel 3, want die komt er ook.
 

11 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Ogres, Les

****

recensie Les Ogres

Het theater van het leven

door Cor Oliemeulen

Les Ogres is een filmdrama met een toneelsetting dat gaat over de drang naar vrijheid en botsende relaties. Een levendig authentiek schouwspel, puur en zonder oordelen.

In een wereld waar niets meer hoeft dan het opvoeren van een theaterspel en het liefdevol als een grote familie met elkaar omgaan, ontmoeten we de leden van Le Davaï. Samen met hun kroost trekken ze in auto’s, busjes en caravans van plaats naar plaats om de bevolking te verblijden en te verrassen met een stuk van Tsjechov. Elke avond is een feest van verleiding en ongebreideld enthousiasme waarvan het publiek met volle teugen deelgenoot kan worden. De kunst van het leven in dit stemmige verhaal mogen ze doortrekken naar de realiteit, wat aardig lijkt te lukken – totdat de komst van een oude bekende de aanleiding vormt voor een reeks dramatische verwikkelingen.

Les Ogres

Uitbundig
We begrijpen al snel dat de mannen, vrouwen en jongvolwassenen, zoals dat gaat, al de nodige perikelen achter de rug hebben, maar een ex-geliefde die allengs wordt opgetrommeld nadat een van de theateractrices tijdens een voorstelling uit een lamp is gevallen, zet onbedoeld een aantal verhoudingen op scherp. Identiteitscrisis, ontrouw, minderwaardigheidscomplex, onuitgesproken gevoelens. Maar steeds als de lucht is geklaard, keert het uitbundige leven terug, resulterend in de liefde en waardering voor de ander. Men danst, men zingt en ’s morgens spelen de kinderen buiten aan tafel tussen de lege flessen en worden de volwassenen gewekt door wat ontsnapte koeien.

In haar tweede boreling laat de Franse filmmaakster Léa Fehner de camera heel toepasselijk en sfeervol door het veelal uitzinnige gezelschap zwieren. Maar we beleven ook de onstuimigheid en onrust van mensen met hun onzekerheden en onverwerkt leed, wat zo nu en dan leidt tot groot, sterk geacteerd drama, waarvan je stil wordt. De balans is evenwel uitstekend en het is maar goed dat de film eindigt zoals hij begint: een onbeteugelde drang om onbekommerd en in alle vrolijkheid te leven.

Les Ogres

Verlossing
Zelf opgegroeid in een rondreizend theatergezelschap lukt het Fehner uitstekend die boodschap over te brengen. Ze laat zowaar haar bloedeigen vader en zus, verdienstelijk en geraffineerd, figureren in deze geschiedenis die is gecentreerd rond de teruggekeerde Lola (de ervaren Spaanse actrice Lola Dueñas: Volver, Hable con ella, Alléluia) en de zwangere Mona (het intrigerende talent Adèle Haenel: Naissance des pieuvres, Les combattants). De een fungeert zowel als splijtzwam als katalysator, de ander creëert verlossing door het brengen van aards leven.

Les Ogres is een welhaast nostalgische trip, wetende dat er in de huidige wereld, waarin veel zekerheden zijn weggevallen, nog steeds ruimte is voor de begeerte naar vrijheid, wars van autoriteit en burgerlijke mores. Maar je moet er wel naar zoeken, en mensen blijven mensen.

 

6 juni 2016

 
MEER RECENSIES

Elle

*****

recensie Elle

Verknipte zielen

door Alfred Bos

Begeleid door een Hitchcock-achtige soundtrack van Anne Dudley daalt Paul Verhoeven af in de krochten van de mensenziel. Daar woeden primaire emoties en onbeheersbare wanen. Elle is wellicht zijn beste film.

Elle opent met een kaakslag, niet alleen figuurlijk. Zwart scherm, gesteun en brekend servies op de geluidsband. Eerste beeld: close-up van een zwarte kat. Die ziet wat de kijker vervolgens ook ziet, een brute verkrachting. Vrouw van middelbare leeftijd wordt in haar patriciërswoning belaagd door een gemaskerde man. Die verdwijnt na de daad weer even geruisloos als hij binnensloop.

Elle-nieuw

Paul Verhoeven zet zijn publiek direct recht in de cinemastoel. Hier worden geen slappe koekjes geserveerd, geen ulevellen rondgedeeld. Hier deelt het leven oorvegen uit. Zijn eerste film in tien jaar – een Franse productie – bevat alle elementen die we uit de Verhoeven-catalogus kennen en vervolgens nog iets meer: evenwicht. Alles in deze rijke, gelaagde, verontrustende en nimmer belerende of kokette film is in balans. Het is een evenwichtsoefening van pose en authenticiteit, van waan en werkelijkheid.

Lustobject?
Na het huiselijke geweld vervolgt Michèle Leblanc (een bloedsterke Isabelle Huppert) haar leven als directeur van een firma die gewelddadige games, inclusief virtuele verkrachtingen, produceert. Wel koopt ze een bus pepperspray en slaapt met een hamer op het kussen. Ze weigert slachtoffer te zijn en doet geen aangifte. Daar zijn redenen voor en die liggen in haar verleden, dat langzaam wordt onthuld. Michèle heeft een verknipte relatie met mannen –Simone de Beauvoirs De Tweede Sekse wordt terloops geciteerd – maar zo ongeveer iedereen in haar omgeving is in mindere of meerdere mate verknipt.

Sympathiek is deze protagonist niet, wel eindeloos fascinerend. Wat drijft Michèle? Is ze het lustobject van een stille (en gewelddadige) aanbidder, slachtoffer van een haatcampagne of is ze de masochistische wreker die haar prooi tergend langzaam maar trefzeker naar het schavot verleidt? Is ze een psychopaat of een sterke vrouw? De mens is een zwarte doos, zelfs van personen die je intiem kent weet je nauwelijks wat er in rondgaat. Elle zou een verfilming van Dostojevsky kunnen zijn, het zwarte wereldbeeld verluchtigd met Verhoeviaanse galgenhumor. Die overigens niet alleen op mensen, maar ook op de Lieve Heer is gericht.

Elle

Geen lekkertjes
De mannen die rond Michèle cirkelen zijn niet de fraaiste exemplaren van de soort, perverse loeders dan wel hypocriete vreemdgangers. Of ze zijn afwezig. Wie niet wordt gedreven door lust, leeft met de waan van liefde, zoals Michèles zoon Vincent (Jonas Bloquet), die evident wordt bedrogen door zijn bazige vriendin, en haar muizige overbuurvrouw Rebecca (Virginie Efira), die meer oog heeft voor haar antieke heiligenbeelden dan voor haar echtgenoot Patrick (Laurent Lafitte). De vrouwen zijn trouwens ook geen lekkertjes, alleen Michèles jeugdvriendin en collega Anna (Anne Consigny) is recht door zee. Maar juist die bedriegt ze.

Elle is geen thriller à la Basic Instinct noch een psychologische schets van een getroebleerde ziel in de sfeer van Polanski’s Repulsion. Het is psychodrama op zijn Verhoevens, een zwarte komedie dus, genadeloos in zijn analyse van de menselijke natuur, rauw in zijn humor en kritisch over de moraliteit van een wereld die geweld beschouwt als koopwaar, maar uiteindelijk voortreffelijk in balans, want met compassie. Wanneer je je afvraagt hoe de regisseur deze kluwen van perversie in hemelsnaam tot een acceptabele conclusie weet te breien, betoont hij zich geen cynicus maar een humanist: aan iedereen zit een steekje los. Het is de vraag of er dit jaar een betere film zal verschijnen.

 

31 mei 2016

 

MEER RECENSIES

Idol, The

***

recensie  The Idol

De raket van Palestina

door Cor Oliemeulen

De lange, moeizame weg naar succes is een favoriet onderwerp voor film. The Idol is een inspirerend Palestijns sprookje dat werkelijkheid wordt.

Ineens was hij daar: Hany Abu-Assad. In 1961 geboren in Nazareth emigreerde deze Israëliër – hij noemt zich veel liever Palestijn – begin jaren tachtig naar Nederland waar hij studeerde en ging werken als vliegtuigtechnicus. Hij werd tv-producer/regisseur en verraste in 2006 vriend en vijand met Paradise Now, een visie op het Israëlisch-Palestijnse conflict die leidde tot het overrompelende verhaal over twee jeugdvrienden die een zelfmoordactie in Tel Aviv plannen. De film won het belangrijkste Gouden Kalf en werd namens Nederland ingezonden voor de Oscars.

The Idol

In het even krachtige en eveneens genomineerde Omar (2013) volgt Abu-Assad de worstelingen van een Palestijnse jongen die door de Israëlische geheime dienst voor het blok wordt gezet: lang de gevangenis in óf fungeren als informant. Hoe anders is zijn meest recente speelfilm, The Idol, weliswaar met hetzelfde conflict op de achtergrond, maar verstoken van ellende en opgediend als een hartverwarmend biografisch drama. Gebaseerd op feiten schreef de regisseur het opmerkelijke verhaal van Muhammad Assaf, de enige Palestijn die het lukte deel te nemen aan de Arabische versie van Idols en in twee maanden uitgroeide tot een ware volksheld.

Voorspelbaar, maar inspirerend
Terwijl je bij Paradise Now en Omar de afloop kunt vermoeden, maar de schok pas voelt tijdens de trieste apotheose, weet je bij The Idol al van tevoren hoe het verhaal eindigt. Dat is eerder een voordeel dan een nadeel, want Hany Abu-Assad doet hierdoor de kijker steeds verder reikhalzend uitzien naar de finale. Een 22-jarige bescheiden jongeman uit het bezette Gaza die miljoenen hoop geeft en Palestina op de internationale kaart zet en ondertussen bijna bezwijkt onder de verwachtingen en de druk. ´De wereld verwacht meer van deze stem dan die geven kan’, verzucht Muhammed na een paniekaanval die hem in het ziekenhuis doet belanden.

The Idol begint met Muhammed Assaf als klein jongetje met een gouden stemmetje dat samen met zijn zusje en twee vriendjes een muziekbandje probeert te formeren. Een mooi portret over opgroeiende kinderen in een conflictgebied: vastbesloten, vrolijk, soms beangstigend en cumulerend in een huiselijke tragedie die Muhammed later zal inspireren om zijn ultieme doel te bereiken. Als we jaren verder in de tijd springen, zien we de protagonist, geloofwaardig neergezet door Tawfeek Barhom, werken als taxichauffeur om zijn studie te bekostigen en zijn muzikale aspiraties als bruiloftszanger bijna doodbloeden.

The Idol

Auditie via skype
Van opgeven wil hij niet weten, ofschoon het pad naar de voorrondes niet direct over rozen gaat. Door de Israëlische checkpoints kan Muhammed bijvoorbeeld Rammalah niet op tijd bereiken, maar mag hij alsnog auditie doen via skype. Net voor aanvang valt echter de stroom uit (iemand zegt cynisch: ‘zal ik even Israël bellen zodat ze het kunnen regelen?’), dus wordt er in allerijl een generator aangesleept. Helaas is de verbinding slecht en vliegt de generator in de fik. De laatste kans om deelname af te dwingen is Egypte. Muhammeds onderneming om de grens te passeren is spannend, en met het nodige geluk en toeval weet hij de jury diep te ontroeren.

Hany Abu-Assad was in 2013 een van de duizenden die in Nazareth op een plein stond te juichen toen de uitslag van Arab Idol op televisie werd bekendgemaakt. Hij zag direct mogelijkheden voor een inspirerende film over een underdog die vecht en overleeft in barre omstandigheden. Hij maakte een integer vertelde geschiedenis over hoop en succes in een wereld van uitzichtloosheid, armoede en onderdrukking. The Idol is zeer onderhoudend en doet wat denken aan Slumdog Millionaire, maar is minder verrassend en gelaagd in de uitvoering.

 

29 mei 2016

 
ALLE RECENSIES

Love & Friendship

*****

recensie  Love & Friendship

Weduwe op mannenjacht

door Alfred Bos

Voor liefhebbers van kostuumdrama en romantische komedie is de verfilming van een minder bekende (brieven)roman van Jane Austen verplichte kost. Voortreffelijke rolbezetting, puntgave karaktertekening en scherpe dialogen maken een perfecte genrefilm.

Het probleem voor de eenentwintigste-eeuwse lezer met de romans van Jane Austen is wellicht hun tempo. Ze zijn traag: uitgebreide beschrijvingen, lange terzijdes. Maar plak de dialogen achter elkaar en je hebt Shakespeare. Fantastische tweespraken, scherpe humor, diep inzicht in wat mensen drijft. De romans en verhalen van de Britse schrijfster – en grondlegger van de moderne roman – zijn derhalve geknipt voor verfilming.

Love & Friendship

Een ellenlange rij van bewerkingen voor tv-scherm en filmdoek van haar zes romans bewezen het en Love & Friendship, de hilarische verfilming van Austens novelle in briefvorm Lady Susan, onderstreept het wederom: de vertellingen van Jane Austen zijn van alle tijden. Voeg daarbij de laat achttiende-eeuwse setting en een bonte rij van herkenbare karakters (zonder uitzondering vlekkeloos neergezet door een voortreffelijke ensemble cast) en je hebt een kostuumdrama om van te smullen.

Erotische verwikkelingen
Hoewel, drama? Dat zijn Dangerous Liaisons (ook gebaseerd op een brievenroman, van de Franse auteur Chodelos de Laclos) en Kubricks Barry Lyndon. Love & Friendship heeft met die films de historische setting (de pruikentijd), erotische verwikkelingen (wie gaat met wie?) en economisch gewin in amoureuze vermomming (omhoog trouwen) gemeen. Maar een drama is het geenszins, eerder een comedy of manners die speelt in 1794, toen de wereld nog feodaal was en de sociale etiquette van de bezittende klasse byzantijns ingewikkeld.

Dat is de lijst met personages en hun onderlinge familiebanden en vriendschappen ook, maar de Amerikaanse regisseur Whit Stillman, die zich heeft gespecialiseerd in de romcom met sociaal-culturele laag, maakt het glashelder door de veelheid aan karakters te introduceren met portretjes. Zelfs een Asperger-patiënt kan de stoet pruiken en baljurken rond Lady Susan Vernon, een weduwe op mannenjacht, moeiteloos uit elkaar houden.

Love & Friendship

“Feiten zijn vreselijke dingen”
Lady Susan (Kate Beckinsale) zoekt een geschikte huwelijkskandidaat om haar sociale en, vooral, economische status te handhaven. Ze heeft echter onbedoelde concurrentie van haar puberdochter Frederica (Morfydd Clark), die valt voor de man die de geboren intrigante voor zichzelf in gedachten heeft. Als bliksemafleider engageert ze de steenrijke sul – het Engels heeft daarvoor de onovertroffen term fop – Sir James Martin (Tom Bennett). Rond de amoureuze valkuil cirkelen haar schoonfamilie, de Vernons, en aangetrouwde familie De Courcy. Hun beminnelijke zoon Reginald (Xavier Samuel) lijkt een prooi, maar blijkt het aas.

Lady Susan kent geen scrupules, chanteert desgewenst haar beste vriendin en vertrouweling, de Amerikaanse en dus niet-blauwbloedige Alicia Johnson (Chloë Sevigny, achttien jaar na Stillmans klassieke komedie The Last Days of Disco herenigd met Beckinsale), en charmeert een adellijke adonis uit zijn broek, een indiscretie met onvoorziene verwikkelingen. Intrige, list en overspel volgen haar als een schaduw. “Ze is de slang in Eden”, weet haar schoonzus Catherine De Courcy Vernon (Emma Greenwell), die als enige haar machinaties doorziet. “Facts are horrid things”, zucht Lady Susan wanneer haar reputatie dreigt te wankelen.

Deze Iers-Frans-Nederlandse coproductie, waarvan de computerbeelden (voornamelijk straattaferelen) in Amsterdam zijn afgewerkt, weet alle verwikkelingen, zonder overbodige scènes of nodeloze dialoog, in een compacte 92 minuten te vertellen. Aan het slot komt alles goed, behalve voor Sir James Martin dan. En zelfs die is blij. Heerlijke film voor alle gezindten, de zomerhit voor iedereen die moet gapen van superhelden.

 

24 mei 2016

 

ALLE RECENSIES

 

Wave, The

**

recensie  The Wave

The Towering Inferno in een Noorse fjord

door Bob van der Sterre

Noorwegen is dat mooie, sprookjesachtige land. Maar dat kan verraderlijk zijn. Op een dag heeft natuur andere plannen: een landverschuiving brengt een tsunami op gang. Rennen voor je leven in Bølgen / The Wave.

Een scenarioschrijver. Je beseft pas weer wat het belang is van zo’n functie als je een film ziet die niets origineels te bieden heeft. De rampenfilm The Wave houdt zich voortreffelijk aan alle eerder bedachte opzetjes hoe een rampenfilm moet worden gemaakt, letterlijk een schoolvoorbeeld.

Het is alsof je aan Google vraagt: hoe maak ik een rampenfilm? En dit is dan het eerste beste antwoord dat je vindt.

The Wave

Clichés overvallen je meteen. Een geoloog, Kristian. Zijn laatste dag (uiteraard), hij gaat verhuizen. Hij neemt afscheid van zijn werk. Maar er zijn rare signalen met het grondwater. Merkwaardig. Hij staat klaar om de pont op de rijden maar keert op het laatste moment om en gaat onderzoek doen.

Kristian heeft twee kinderen (jong meisje, skateboardende puber) en een vrouw die vindt dat hij zich niet meer zo moet opwinden. Het is zijn werk toch niet meer?

Ramp
De clichételler staat dan al op 79. Maar er komt meer. Hij doet onderzoek bij een berg in de Geirangerfjord. Sommige kabels zijn gebroken. Op kantoor schreeuwt hij dat een ramp staat plaats te vinden. Hij slaat letterlijk met de vuist op tafel. Helpt het? Uiteraard niet. De baas wil de alarmknop echt niet indrukken, het is immers nog toeristenseizoen.

Later gaat de ongelovige baas zelf een keer kijken. Je kunt wel raden wat er op dat moment gebeurt.

Vanaf hier gaat de scenarioschrijver volledig op de automatische piloot; je kunt rustig concluderen dat The Wave helemaal 0% origineels te bieden heeft in het rampengenre. De landverschuiving vindt plaats, creëert een tsunami, laat een familie vervolgens survivallen in het water, zoon, moeder, dochter, ze doen allemaal mee, hier en daar een paar offers van onbelangrijke bijrollen (‘vrienden’), allemaal zo voorspelbaar als dat morgenochtend de klok weer naar rechts zal lopen.

Een paar van de clichés: brommend geluid van de dreigend aankomende golf; mensen staren ongelovig in plaats van hard weg te rennen; slow motion door het water drijven, wisselend geluid en stilte; plassen water door de gangen van een gebouw; kindje kwijtraken, plots terugvinden; verdrinken, water spugen en je bent er weer; kindje ziet ouders en trekt een spurt; moeder die gilt omdat zoon/man/anyone dreigt te verdrinken.

The Wave

Nachtmerrie
Het is The Towering Inferno maar dan in een Noorse fjord. En dat is dan het enige pluspunt: het is een mooie rampplek. Het CGI-team heeft de nachtmerrie van velen mooi uitgebeeld: een tsunami tussen de fjorden waar je zo hard mogelijk vandaan moet rennen. Watergolven die door een hotel sjezen. Leuk bedacht. Bijna jammer van de film die eromheen zit.

Over The Wave nadenken zou tijd verspillen zijn. Ja, die ramp in Geiranger kan echt plaatsvinden. Ja, om dat te weten kunnen we ook een documentaire kijken of een boek openslaan. Dat die ramp rampzalig zal zijn, daarvoor hoeven we ook geen speelfilm te kijken (trouwens, Istanbul kampt met hetzelfde gevaar, en Tokio, en San Francisco, je kunt er een hele serie van maken, The Wave II, The Wave III, de volgende Hollywood-franchise staat al klaar).

Beter om zelf een wandeling door de fjorden maken! Maar wat je moet doen als je die golf dan ziet aankomen? Wel of niet in die auto duiken, de film lijkt het zelf ook niet te weten.

 

18 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Remember

***

recensie  Remember

Nooit te oud om te leren

door Cor Oliemeulen

Sommige acteurs lijken nog beter te acteren naarmate ze ouder worden. Christopher Plummer kruipt in de huid van een dementerende man die na de dood van zijn vrouw wil afrekenen met een kampbeul van Auschwitz.

Wraakfilms trekken meestal een trouwe horde liefhebbers, want het is gemakkelijk je te identificeren met iemand die de verantwoordelijke(n) wil straffen nadat hem of haar groot onrecht of verdriet is aangedaan. Een dergelijke actie-reactie krijgt een extra dimensie als het een ouder personage betreft, zoals Michael Caine die in Harry Brown (2009) de dood van zijn beste vriend vergeldt met onvermijdelijk grof geweld en (gelukkig) niet in de kraag wordt gevat. Als dan ook nog de Holocaust een rol gaat spelen en de wreker een aandoenlijke, beverige en vergeetachtige hoogbejaarde is, lijkt bij voorbaat elke represaille gerechtvaardigd.

Remember

Geheugen opfrissen
Atom Egoyan (The Sweet Hereafter, 1997) werd aangewezen als regisseur van Remember, het navrante wraakverhaal van de negentigjarige Auschwitz-overlevende Zev (Christopher Plummer). Er is één aanzienlijk probleem: Zev lijdt aan dementie en heeft een abominabel geheugen. Telkens als hij wakker wordt, roept hij zijn vrouw Ruth en moet iemand hem uitleggen dat zij onlangs is overleden.

Zijn vriend Max (Martin Landau, Oscar beste mannelijke bijrol Ed Wood, 1994) herinnert hem er aan dat Zev op Ruths sterfdag heeft gezworen wraak te nemen op de nazikampbeul die zeventig jaar geleden zijn familie heeft vermoord en nu onder een andere naam in Amerika leeft. Met een gedetailleerde instructiebrief van Max en een som geld verlaat Dev stiekem het verzorgingshuis en neemt hij de trein naar Cleveland. Op de ene arm het getatoeëerde nummer van Auschwitz, op de andere arm een tekst zodat hij niet vergeet om steeds weer het doel van zijn missie te lezen.

Oudjes
Debuterend scenarist Benjamin August schreef zijn originele script met Christopher Plummer in het achterhoofd. Deze gevierde acteur van het toneel en televisiescherm (veel bekroonde Shakespeare-rollen) speelde in meer dan honderd speelfilms (o.a. The Sound of Music, The Man Who Would Be King) en wist uiteindelijk in 2010 zijn eerste Oscar te verzilveren voor zijn bijrol in Beginners als een man die uit de kast komt nadat zijn vrouw is overleden. Ook Atom Egoyan was in zijn nopjes toen hij hoorde dat de producers van Remember Plummer hadden weten te strikken. Ze kenden elkaar nog van Ararat (2002), een drama over de Turkse genocide in Armenië.

Remember

Het zijn de oudjes in Remember die de schrale regie van Egoyan verbloemen. Zev’s confrontaties met twee potentiële kampbeulen (Bruno Ganz: Der Untergang en Jürgen Prochnow: Das Boot) zorgen voor enige verdieping en emotionele betrokkenheid die de regisseur ook in zijn recente Devil’s Knot verzuimde te bewerkstelligen. Het scenario is weliswaar intelligent met een logische en voorspelbare opbouw, fraaie spanningsboog halfweg en een briljante finale. Maar door het gebrek aan karakteriële diepgang en psychologisch drama lijkt de film teveel op een gemiddelde tv-thriller.

Christopher Plummer zet zijn personage van hoogbejaarde wreker zeer geloofwaardig neer: enigszins gammel, maar zeer vastbesloten. Het is opmerkelijk en ontzagwekkend tegelijk dat hij pas in de late herfst van zijn onuitputtelijke filmcarrière met Remember zijn eerste echte hoofdrol wist te bemachtigen.

 

17 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Creative Control

****

recensie  Creative Control

Een bril waar je verslaafd aan raakt

door Bob van der Sterre

Een nieuwe bril, een soort Google Glass voor gevorderden: de Augmenta-bril. Reclameman David moet het aanprijzen. Maar hij doet meer dan alleen aanprijzen, hij raakt er verslaafd aan.

Een nabije toekomst (pakweg 2025). Davids relatie met yogadocente Juliette loopt al een poosje stroef. Dan komt hij Sophie weer tegen, het vriendinnetje van zijn beste vriend Wim. Wat een leuk meisje! Maar waarom wil ze nou niets met hem – en wel met Wim, de beste vriend van David, hoewel hij het niet zo nauw neemt met zaken als trouw?

Creative Control

Zeurpieten?
Creative Control blijkt een film die louter negatieve reacties oproept. Een 5,5 op IMDb! ‘Troep voorbestemd om in vergetelheid te raken.’ Je hoeft geen recensies op te zoeken om te weten dat de messen van critici voor deze film scherp geslepen worden.

Hebben de zeurpieten gelijk? Er zijn een hoop rode lappen voor nogal wat kijkers. Zwart-wit. Karakters die niet al te likeable zijn. Snobistische sciencefiction. Klassieke muziek. Slow motion. Rommelig begin. En de aanwezigheid van überhipster Reggie Watts (als Reggie Watts).

Als we door de vooroordelen heen kijken, zien we een film die zich langzaam ontvouwt als een vermakelijke tragikomedie. Het idee van Augmenta is bijvoorbeeld heel aardig uitgewerkt. Je doet je bril op en alles wat je er handmatig mee ontwerpt wordt voor je geprojecteerd, in ogenschijnlijk 3D. Google Glass voor gevorderden dus.

David is de ideale kandidaat om er als eerste aan te bezwijken – voordat het product op de markt is, mag hij er al een beetje mee spelen. Maar David is overspannen, gebruikt drugs, is instabiel. Niet echt de juiste ingrediënten om met zo’n speeltje te mogen werken.

In veel films zou zo’n idee te technisch worden uitgewerkt, maar in Creative Control blijft alles op een menselijke schaal. Hier zijn mensen geen bordkartonnen figuren maar echte karakters, Wim, Sophie en Julliette. Daardoor kan de film aannemelijker maken wat verslaving aan zo’n virtual realitywereld kan betekenen voor de mensen om je heen. Misschien wel het sociale probleem van de toekomst?

Creative Control

Lichtvoetig
Het sterkste punt van Creative Control is de poging om de cinematografie wat speelser aan te pakken. Visueel een sterke passage is als ze een commercial filmen, met een piloot die iets tegen paniekaanvallen aanprijst. Drie keer maken we een rondje van de piloot die zijn zinnen zegt, naar iemand die het niet goed vindt, naar de regisseur, en terug naar de piloot. Het bedwelmende feestje met Reggie Watts is fraai. De slow-motionbeelden in het hotel. De yogales met tegenlicht. De keuze voor zwart-wit blijkt ook een reden te hebben: het biedt meer mogelijkheden om subtiele futuristische edits toe te voegen.

Een soort lichtvoetige indie-sf dus, passend in de categorie lichtvoetige indiefilms van de jaren negentig, zoals Daytrippers, Living in Oblivion en In the Soup (uitschieters in het oeuvre van intussen vergeten namen als Greg Mottola, Tom DiCillo en Alexandre Rockwell). Geen slechte familie. De subtiele schimpscheuten op zaken als yoga en de relatieperikelen laten je soms in de waan dat je een vergeten werk van Woody Allen uit 2004 aan het kijken bent.

Geschreven, geregisseerd en met hoofdrol van Benjamin Dickinson (die dus ook creatieve controle had over zijn film).

16 mei 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Heimat 1

*****

recensie  Heimat 1

Het is alsof je weer thuiskomt

door Cor Oliemeulen

Hele volksstammen laten zich tegenwoordig overstelpen met Amerikaanse series, terwijl het merendeel niet eens bekend is met een van de beste filmreeksen ooit: Heimat. Het eerste deel van de trilogie – Heimat: Eine deutsche Chronik – is schitterend gerestaureerd, maakt binnenkort een tournee langs ruim dertig filmtheaters en wordt nadien uitgebracht op dvd en Blu-ray.

Je hoeft niet de Tweede Wereldoorlog te hebben meegemaakt om deze monumentale serie van Edgar Reitz uit 1984 te kunnen begrijpen en waarderen. De geschiedenis van drie families in de plattelandsregio Hunsrück van 1919 tot 1982, destijds in elf delen op televisie verschenen, zou nog twee even sterke vervolgseries krijgen, waarna de liefhebber zich ook nog in 2013 mocht laven aan de prequel Die andere Heimat – Chronik einer Sehnsucht. Nu is er de 4K-restauratie, die drie decennia later exact laat zien hoe Reitz het destijds bedoelde, maar nog niet de technische mogelijkheden bezat.

Heimat 1

Hunsrücker Platt
In mei 1919 loopt Paul Simon in zes dagen van Frankrijk naar Hunsrück om zich na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog te herenigen met zijn vader Matthias, de smid van het fictieve dorp Schabbach, zijn nuchtere moeder Katharina, zijn zus Pauline, die met een horlogemaker trouwt, en zijn broer Eduard. Laatstgenoemde is een tikkeltje naïef en tobt al op jonge leeftijd met zijn gezondheid. “Eduard, dein Lung!”, roept Katharina hem toe als haar zoon voor het open venster geestdriftig het nieuws uit de krant voorleest. Een regelmatige, goedbedoelde waarschuwing die je ruim dertig jaar later niet bent vergeten. Net als het heerlijk gemoedelijke streekdialect, het Hunsrücker Platt.

Paul trouwt met Maria (Marita Breuer), het hoofdpersonage van Heimat – Eine Deutsche Chronik, met wie hij twee kinderen krijgt: Anton (“Antonchen”) en Ernst (“Ernstchen”). Paul is ondernemend: hij experimenteert met radio’s. Hij is ook lusteloos: op een dag zegt hij Maria dat hij een biertje gaat drinken, maar in plaats hiervan loopt hij Schabbach uit, steeds verder en verder weg, en belandt hij in Amerika waar hij later een succesvolle elektronicaonderneming bezit. Tot aan Maria’s sterfdag weet niemand waarom Paul zomaar zijn familie in de steek liet, ook Paul zelf moet het antwoord schuldig blijven.

Heimat 1

Grote technologische en historische ontwikkelingen
Schabbach is meer dan zestig jaar lang het midden van de wereld, Heimat een meeslepende en leerzame kroniek van het Europa van de twintigste eeuw. Met de familie Simon als spil en referentiekader wordt de kijker meegevoerd in een tijd van grote technologische ontwikkelingen en bepalende historische gebeurtenissen. Zo zien we de introductie van de auto, de radio en de telefoon. De opkomst van Hitler en het nationaalsocialisme, de Tweede Wereldoorlog, de bevrijding door de Amerikanen en de wederopbouw van het land. En al die tijd kan de kijker zich identificeren met de talrijke aansprekende, levensechte personages: van idealist tot opportunist, van inwoners die zweren bij de traditie tot zij die popelen om de wereld daarbuiten te ontdekken.

Regisseur Edgar Reitz toont het leven van alledag: geboorte en dood, liefde en rouw, geluk en ongeluk – alles realistisch en zonder opsmuk, fragmentarisch maar vlot en gedetailleerd verteld en met een strakke regie waardoor wonderwel alle personages in hun eigen belevingswereld tot hun recht komen. Zijn kroniek hoeft het niet te hebben van intriges of mensen die elkaar het leven zuur maken (daar was men destijds in een dergelijke omgeving kennelijk nog niet aan toe) en de enige echte klootzak die we gedurende de hele serie ervaren is Maria’s broer Wilfried, die zich ontpopt als fanatieke SS-er. Of je moet vinden dat ook Paul Simon fout is door die lieve, mooie Maria met hun twee zoontjes zomaar in de steek te laten.

Mengen van zwart-wit en kleur
Een onvervalst handelsmerk van Heimat is de afwisseling van zwart-witte en kleurenbeelden, spontaan en intuïtief toegepast door Edgar Reitz en zijn cinematograaf Gernot Roll. Het duo experimenteerde in de hele trilogie met het mengen van deze sequenties. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen”, aldus Reitz. “Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Heimat 1

Aan het begin van de vijf jaar durende restauratie lag hier de grootste uitdaging. Na een kwart eeuw opslag bleken de oorspronkelijke beelden volledig hun kleuren te hebben verloren. Alle scènes, ook de zwart-witbeelden, waren zalmrode monochroom-beelden geworden en elk contrast was zoek. Ook de negatieven in het rijksarchief hadden chemische veranderingen ondergaan en ze waren bovendien intensief gebruikt voor het maken van kopieën.

Hels karwei met verbluffend resultaat
Wie denkt dat de kleurenrestauratie van George Méliès’ sciencefictionklassieker Voyage dans la Lune met zijn krappe vijftien minuten beeldmateriaal (24 frames per seconde) al monnikenwerk was, realiseert zich direct hoe omvangrijk het moet zijn geweest om de meer dan anderhalf miljoen afzonderlijke beelden (met een gezamenlijke duur van zestien uur) één voor één te fotograferen, meermaals te scannen en te bewerken. Kleuren, gradaties, beeldpositie en grootte moesten met speciale software worden bewerkt en geherdefinieerd, ook de beschadigde fragmenten.

Als je het oorspronkelijke, analoge materiaal legt naast de digitale restauratie is het resultaat verbluffend, ook de overgangen tussen zwart-wit en kleur zijn vloeiender. Het originele themamuziekje blijkt even onsterfelijk als dat van Twin Peaks: na tientallen jaren kruipt het onmiddellijk in je hoofd en laat het niet meer los. Het is alsof je weer thuis komt, terug in je Heimat: je geboorteland vol van verlangens, wensen en verzuchtingen.

 

14 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Is de seriekijker slaaf van de moderne tijd?