Hotell

**

recensie   Hotell

Escapistische expeditie

door Suzan Groothuis 

Een ogenschijnlijk perfect leven verandert na een moeizame bevalling. In het Zweedse Hotell krijgt dit gegeven een eigenzinnige draai, maar de combinatie van licht absurdisme en drama pakt niet goed uit. 

Hotell laat ons vluchtig kennismaken met Erika (Alicia Vikander). Een jonge, knappe vrouw die alles lijkt te hebben. Maar na een moeizame en pijnlijke bevalling verandert haar leven plotsklaps. Erika belandt in een depressie en kan de zorg voor haar zieke baby niet aan. Ze belandt in een therapiegroep, waar ze stilletjes de problemen van de anderen aanhoort. Pas wanneer een van de groepsgenoten de wens uit eens in de huid van een ander te willen kruipen, grijpt dit Erika aan. Precies dat is wat zij voelt en ervaart. Ze wil niet een leven met een kind aan de slangen. In plaats daarvan voelt Erika de drang om te ontsnappen: haar innerlijke zelf verplaatsen, alsof je van hotel naar hotel gaat. 

Recensie Hotell

Die vergelijking brengt haar groepsgenoten op een idee. Zij sporen Erika aan het gewoon te doen en eventjes uit het alledaagse te stappen. Beter nog, ze gaan met haar mee! Zo staat Erika onverwachts met haar therapiegroep voor de uitdaging om haar zijn even te verruilen voor spanning en avontuur. Al snel checken ze in bij een hotel, waar ze – aangewezen op elkaar – hun problemen op een andere manier onder ogen zien. 

Ieder zijn worstelingen
Het dramatische begin van de film, waarin de bevalling een zichtbaar pijnlijke ervaring is en de relatie met Erika’s vriend danig onder druk komt te staan, slaat om wanneer de hotelexpeditie begint. Regisseur Lisa Langseth voert de kijker langs een scala van licht absurdistische ervaringen. Hierbij draait het niet langer om Erika, ook de problemen van haar therapiegroepsgenoten komen aan bod. Rikard bijvoorbeeld, met zijn sadomasochistische trekjes en moedercomplex. Of de jonge en onzekere Ann-Sofi, die nooit gezien of opgemerkt wordt. En dan de stille Peter en de eenzame Pernilla, die stiekem hunkert naar seks met een getrouwde man. 

Wensen en behoeften worden besproken, uitdagingen bedacht en uitgevoerd. De licht absurdistische toon van de film doet wat denken aan Lars von Triers The Idiots (1998). In die film wordt uitdaging gezocht in het naar boven brengen van de ‘innerlijke idioot’, waarbij de personages breken met geldende normen en waarden. In Hotell worden ook de grenzen opgezocht, maar is het doel anders: ieder moet een manier vinden om met zijn problemen om te gaan. 

Recensie Hotell

Vooral leegte
Waar Von Trier vooral de confrontatie en ongemakkelijkheid opzoekt, is Langseths film een stuk luchtiger. Haar Hotell is een tijdelijke ontsnapping, die weer kracht geeft om het gewone leven in te stappen. Toch werkt de film niet. Ondanks het belichten van hun onzekerheden en problemen willen de personages maar niet dichter tot de kijker komen en beroeren. Het zijn vooral mensen met specifieke problemen, die dermate uitvergroot worden dat de verbinding met de kijker verdwijnt. De finale, waarin een escalatie emotie en verbondenheid beoogt, doet geforceerd aan.

Als kijker voel je slechts leegte. Daar kan zelfs de cast, waaronder karakteracteur David Dencik als Rikard (bekend van Tinker Tailor Soldier Spy en The Girl with the Dragon Tattoo) geen verandering in brengen. Wat overblijft, is een olijk, wat vreemd schouwspel met een dramatisch randje dat eerder irriteert dan aangrijpt. Nee, dan The Reunion (2013) van landgenoot Anna Odell: die slaagt er beter in door vanuit een originele invalshoek te tonen hoe je met persoonlijke worstelingen omgaat. 

 

5 augustus 2014

 

ALLE RECENSIES

Reunion, The

***

recensie  The Reunion

Pseudocumentaire over pesten

door Karina Meerman

Film mixt realiteit en fictie in een ongemakkelijk onderzoek naar de oorzaak en gevolgen van pesten.  

In Återträffen (The Reunion) onderzoekt de Zweedse kunstenares Anna Odell (1973) het fenomeen pesten en de hiërarchie binnen groepen. Zij regisseert de film, speelt de hoofdrol en maakt er vervolgens een soort documentaire van gebaseerd op haar eigen ervaringen. Realiteit wordt gemengd met spel, in een poging sociale conventies te onderzoeken en doorbreken.

Recensie The Reunion

Nostalgie fileren
In het eerste half uur zien we Odell op een reüniediner. Zij speelt een versie van zichzelf. Zonder te zijn uitgenodigd, komt deze Anna Odell opdagen om voormalig klasgenoten te confronteren met hun gedrag van twintig jaar geleden. Zij vertelt hoe het voor haar was en eist een verklaring. Waar haar klasgenoten blijde herinneringen willen ophalen, blijft Odell aandacht vragen voor de pijn dat ze vroeger werd buitengesloten. Dat is niet hoe reünies horen te gaan en dat voelt ongemakkelijk. Ze fileert hun nostalgie en zet haar eigen akelige ervaringen daar tegenover. Maar waarom is Odells gedrag zo ergerlijk? Waarom zouden pestkoppen niet geconfronteerd mogen worden met de consequenties van hun gedrag? De feestgangers zeggen: “Wij waren slechts kinderen.” En dan zegt zij: “Dat was ik ook.”

Dan begint het tweede deel van Återträffen waarin Odell met veel moeite op zoek gaat naar haar echte ex-klasgenoten om hen te confronteren met haar film en haar eigen verleden. Zij is veel gepest op school en werd evenmin uitgenodigd voor een reünie. Het wordt een soort documentaire. De reacties van de volwassenen zijn eigenlijk best sneu: je hebt de verkeerde voor je, zo is het helemaal niet gegaan, we wisten niet wat we deden. Het gedrag van de mensen die Odell sprak, is weinig veranderd sinds de schooljaren. Omdat bijna niemand voor de camera wilde, gebruikt Odell acteurs om de realiteit na te bootsen.

Recensie The Reunion

Analytisch zonder sentiment
Odells project Återträffen belicht veel vragen rondom pesten. Waarom doen kinderen het? Wat zijn de gevolgen voor de slachtoffers? Hoe werkt de hiërarchie in een groep? Odell behandelt het onderwerp analytisch en zonder sentiment. Wat wringt is dat Odell niet heel sympathiek overkomt: ze gaat ver in het mensen zover krijgen dat ze haar film bekijken. We willen medelijden hebben met iemand die ellendige schooljaren heeft gehad, maar Odell is ons medelijden voorbij.

In Återträffen weten we niet wie van de mensen echt is en wie gespeeld. We weten niet welke reacties echt zijn en welke gespeeld. We weten wel dat de film een scherp beeld geeft van pesten, het slachtoffer, de daders en de mensen die erbij stonden en niets deden. En dat twintig jaar later weinig is veranderd. Wie zelf gepest is, weet hoe indringend die ervaringen zijn en dat het decennia kan duren voordat de schade aan zelfvertrouwen en ego is hersteld. Tevredenheid met ons eigen leven en persoonlijkheid is de enige juiste wraak voor getreiterd zijn in onze jeugd. En dat lijkt Odell wel te hebben bereikt.

 

7 juli 2014

 
ALLE RECENSIES

100-jarige man die uit het raam klom en verdween, De

****

recensie  De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

Explosief lekkere feelgoodfilm

door Joan Gebraad

De Zweedse regisseur Felix Herngren verfilmde de bestseller De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson. Dat deed hij prima. Bereid je voor op een heerlijke feelgoodfilm met veel humor.  

In de eerste scène zien we de kwieke nestor Allan (Robert Gustafsson) een vos opblazen. Het schurftige dier heeft immers zijn kat gedood! Het beest knalt in honderd stukjes de hemel in. Dat zal hem leren! De toon is gezet.

Dingen opblazen
Na deze knaller belandt de bejaarde schelm in het bejaardentehuis. Een schelm is Allan zeker. Sinds zijn kinderjaren blaast hij graag dingen op. Soms pakt dat verkeerd uit: de auto van een dorpeling ontploft per ongeluk en het hoofd van het onbedoelde slachtoffer landt pardoes naast de jonge Allan. Soms is het resultaat gunstig, maar toch wel lichtelijk dubieus: wanneer Allan met een stel partizanen door Spanje banjert om de dictator Franco op te blazen, gaan de explosieven te vroeg af. Allans maten zijn dood, maar hij redt een man. Laat dat nu net Franco zijn. Na deze heldendaad worden de twee vrienden.

Recensie De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

Het bevalt Allen dan ook totaal niet tussen al die saaie, oude lieden. Terwijl de voorbereidingen voor zijn honderdste verjaardag in volle gang zijn, besluit Allen op avontuur te gaan. Hij stapt het raam uit. Dat is het begin van een absurde en humoristische roadtrip.

We volgen de avontuurlijke Allen tijdens zijn kleurrijke reis door Zweden met een paar bijzondere kompanen, op de hielen gezeten door een stel niet al te schrandere criminelen. Ook een lokale detective wordt op de zaak gezet. Hij kan echter zijn ogen al snel niet meer geloven wanneer hij het spoor van Allan begint te volgen. Een moord? Een olifant? Connecties met een gevaarlijke motorbende? Deze roadtrip wordt afgewisseld met beelden uit zijn bijzondere levensgeschiedenis. Die is al even bizar en kleurrijk als de roadtrip in het heden.

Grappig en verrassend
De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween moet het niet hebben van maatschappelijke thema’s, filmische vernieuwing of baanbrekend plot. De verfilming bevat dezelfde absurde humor als de roman van Jonas Jonasson. Wie verwacht er nu dat een honderdjarige een koffer jat van een neonazi? Of tegen Stalin zegt dat Franco een mietje is, omdat echte mannen niet dansen, maar even later met de beruchte dictator zelf op zijn Russisch aan het hopsen is? Of op de vlucht slaat in een circuswagen met een gigantische olifant aan boord?

Verder is het geweldig leuk om te zien hoe Allan toevallig betrokken is bij allerlei belangrijke hoogtepunten uit de westerse contemporaine geschiedenis. Allan, niet Einstein, is het genie achter de atoombom. Hij zit aan tafel met John F. Kennedy’s rechterhand als deze wordt neergeschoten, spioneert zowel voor de Amerikanen als de Russen en ontmaskert een dubbelspion. In dit opzicht doet de film denken aan Forrest Gump.

Recensie De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

De film doet daarnaast vaak denken aan een detective. Als toeschouwer kijk je als het ware mee over de schouder van de politierechercheur die Allan moet zoeken. Hij representeert het dit-kan-niet-waar-zijn-gevoel van de kijker. Alles wat er gebeurt, hoe bizar soms ook, is met elkaar verbonden.

Zak onderuit en lach
Ook wat de rest aangaat is De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween een prima film. De acteurs spelen goed en hebben duidelijk plezier. De muziek, die bij tijd en wijlen zelf ook grappig is, ondersteunt de gebeurtenissen goed. De beelden zijn mooi. Wat wens je nog meer? Zak onderuit, laat je verrassen en lach. Je moet weinig gevoel voor humor hebben wil je chagrijnig de bioscoop verlaten.

 

25 april 2014

 
ALLE RECENSIES

Keeper of Lost Causes, The

***

recensie  The Keeper of Lost Causes

Solide start Deense thrillerfilmreeks

door Alfred Bos 

Na een niet aflatende stroom thrillerreeksen, tv-series en spannende-boekverfilmingen uit Scandinavië is er een franchise die een succesvolle reeks uit Denemarken naar de bioscoop brengt. De introductie is gemaakt door de regisseur van Borgen. 

De thrillers uit Scandinavië blijven komen en met de wassende kwantiteit raakt de kwaliteit wel eens uitgespoeld. Op uitstekende tv-series als The Killing en Arne Dahl en het internationale succes van The Girl With The Dragon Tattoo verfilming stroomden tv-scherm en filmdoek  – bijna onvermijdelijk – over van verdunde middelmaat dan wel brakke ellende; herinnert u zich de Noorse serie Varg Veum nog? The Keeper of Lost Causes combineert de marketing-aanpak van boekverfilming en tv-serie: hij introduceert een reeks boekverfilmingen voor de bioscoop. 

Recensie The Keeper of Lost Causes

Cold case-onderzoeker Carl Mørck is een schepping van de Deense auteur Jussi Adler-Olsen. Die publiceerde in 2007 Kvinden i buret (De vrouw in de kooi), de eerste van een reeks thrillers – inmiddels zes delen groot en groeiende – onder de overkoepelende noemer Afdeling Q. Mørck wordt vertolkt door de in eigen land veelgevraagde Nikolaj Lie Kaas, die eerdaags ook te zien is in de met internationale sterren bezaaide verfilming van Tom Rob Smiths succesroman Child 44. Voor de regie tekent Mikkel Nørgaard, bekend van een aantal afleveringen van Borgen. 

Blauw-grijs gefilterd
The Keeper of Lost Causes biedt liefhebbers van de Scandinavische thriller precies wat ze blieven: een contactgestoorde hoofdpersoon die ijzerenheinig meerderen en collegae schoffeert, politiek-correcte kwezels die protocols hoger achten dan resultaten en buitenscènes die een blauw-grijs gefilterde blik bieden op contreien waar de winter nooit helemaal lijkt te verdwijnen. Gelachen wordt er niet, gemopperd ook nauwelijks. Men is vooral druk met het ophouden van de schijn. 

In deze door de werkmaatschappij van Lars von Trier, Zentropa, geproduceerde introductie op de reeks maken we kennis met inspecteur Mørck en leren over het ontstaan van Afdeling Q. Zoals de licht-autistische Sherlock Holmes met zijn omgeving communiceert via de trouwe en ietwat sullige Watson, zo wordt Mørcks gebrek aan sociale vaardigheden gecompenseerd door zijn assistent Assad, een geassimileerde vluchteling uit Syrië, gespeeld door de in Libanon geboren acteur Fares Fares. Ook dat is de Scandinavische thriller: ziet u Grijpstra al rechercheren met een Ahmed aan zijn zijde? 

Psychologie boven actie
In The Keeper of Lost Causes (een generieke titel, die de serie inluidt en niets zegt over de plot) staat het wraakmotief centraal. Mørck gelooft niet dat een verdwenen politica zelfmoord heeft gepleegd en hij krijgt gelijk. Uiteraard is zijn huwelijk kapot en wordt hij tegengewerkt door zijn baas, maar de film overstijgt de clichés door de aandacht voor het motief van de dader. Dat is aanzienlijk beter – en origineler – onderbouwd dan in de doorsnee-thriller uit Amerika, waar actie het doorgaans wint van psychologie. Bovendien bevat de film een aantal sadistische horrorscènes die niet op het effect spelen, maar de claustrofobische sfeer accentueren. 

Recensie The Keeper of Lost Causes

De introductie van deze franchise is bij regisseur Mikkel Nørgaard in veilige handen. Hij verfilmde eerder een aantal thrillers van Arne Dahl voor de naar deze Zweedse auteur (opmerkelijk genoeg niet naar de hoofdpersoon) vernoemde tv-serie en gebruikt voor The Keeper of Lost Causes een bijna strip-achtige aanpak van korte scènes, afwijkende cameravoering, snelle montage en karige dialoog: inderdaad, een tv-film voor het witte doek. De opvolger van deze solide genrefilm, De Fazantenmoordenaars (Engelse titel: The Absent One), is al klaar.

 

7 april 2014

 

ALLE RECENSIES

We Are The Best!

***

recensie  We Are The Best!

Onstuitbare puberpunkers

door George Vermij

We Are The Best! toont dat zelfs de saaie buitenwijken van Stockholm niet veilig waren voor de energie van de punkexplosie. De pubermeisjes Bobo en Klara herontdekken zichzelf in de harde gitaarklanken en onconventionele gitaarstijl van de stroming, waarna ze besluiten om een band te beginnen. Regisseur Lukas Moodysson laat met de film zien dat hij weer terug in vorm is en de zware pretenties van zijn vorige films heeft laten varen. 

De carrière van Lukas Moodysson heeft wat pieken en dalen gekend. Hij viel op met charmante maar realistische films zoals Fucking Åmål en het lekker nostalgische Together. In die films vermengde hij drama met humor en maakte zo herkenbare portretten van buitenbeentjes. Dit veranderde met zijn keiharde en troosteloze film over kinderprostitutie Lilja Forever. Hierna leek Moodysson zich verloren te hebben in experimentele en pretentieuze films zoals Container  om vreemd genoeg terug te komen met de grotere Amerikaanse film Mammoth. In die film probeerde hij grotere maatschappelijke problemen aan te kaarten in de vorm van een mozaïekfilm zoals Babel en Crash. De film was echter commercieel noch kritisch een succes.

Recensie We Are The Best!

Gelukkig is Moodysson nu weer terug op vertrouwd terrein met We Are The Best!. Hij laat zien dat hij een ongekend talent heeft om met jonge acteurs te werken. De film speelt zich af in de vroege jaren tachtig en Moodysson filmt het met hetzelfde licht nostalgische en komische oog voor detail als de jaren zeventig in zijn film Together. We Are The Best! heeft ook meer links met zijn vroege films. Zo is het pubermeisje Bobo net zozeer een outsider als de kinderen die in de commune wonen van Together en de twee meisje die vastzitten in het saaie Åmål.

Nostalgische energie
Bobo en Klara vinden uiteindelijk troost bij elkaar en in de muziek van Zweedse punkbands die de burgerlijke wereld bekritiseren. Moodysson is hier wel zo eerlijk om te laten zien dat de meisjes nog deels onvolwassen zijn en niet altijd begrijpen wat het nou is waar ze tegen zijn. Ze zijn nog in ontwikkeling met alle komische misverstanden die dat met zich meebrengt. Ook zijn er de terecht puberale discussies over welke bands wel of niet punk zijn en welke groepjes op school truttig zijn.

Bobo en Klara worden perfect vertolkt door Mira Barkhammer en Mira Grosin en ze vormen een leuk contrast. Waar Bobo met haar sombere gezicht constant chagrijnig is en meer iets weg lijkt te hebben van een jongen, is Klara impulsiever en de knappere van de twee. Dit leidt ook tot spanningen als ze allebei verliefd worden op een punker. Waar de meisjes ook goed in zijn is het narren en provoceren van de buitenwereld. De dynamiek wordt nog eens versterkt als er een net christelijk meisje bij de groep komt omdat Bobo en Klara vinden dat ze goed gitaar kan spelen, waarna zij gaan oefenen voor hun eerste grote optreden.

Recensie We Are The Best!

Genieten
We Are The Best! is grappig en herkenbaar, maar wordt nergens te serieus. In zijn vorm is de film daarmee ook punk en soms iets te vrijblijvend en stuurloos. Together is in vergelijking een betere film. Moodysson heeft wel duidelijk genoten van de jeugdige energie en het oproepen van een verloren decennium. Als kijker ga je daarom makkelijk mee in de punkpassie van pubers die eindelijk iets gevonden hebben waar ze een deel van uitmaken. Het zal herkenbaar zijn voor iedereen die zelf jong is geweest en het strubbelende pad van de puberteit heeft bewandeld.

 

2 maart 2014

 
ALLE RECENSIES

Nymphomaniac II

**

recensie  Nymph()maniac: Volume II

Scandinavische slaplullen

door Alfred Bos

Slotdeel van Lars von Triers tweeluik over een seksverslaafde vrouw, waarin de beloofde porno (goeddeels) uitblijft en er met veel vertoon een anticlimax wordt opgediend.

Na nogmaals 120 minuten met Lars von Triers bespiegelingen over vrouwelijke seksualiteit te hebben uitgezeten, is het duidelijk: Nymph()maniac  aat helemaal niet over seks; het is ook geen arthouse porno. In zijn monsterproductie – opgeknipt in twee delen van twee uur elk – worstelt de Deense regisseur, net als zijn Italiaanse tegenhanger Paolo Sorrentino in diens herfsthit La Grande Bellezza, met de leegte van het bestaan. Die wordt in dit tweeluik verbeeld door het vrouwelijke geslachtsdeel. Het is de horror vacui die moet worden gevuld.

Recensie Nymphomaniac II

Nadat de jeugdige Joe (Stacy Martin) in de vijf hoofdstukken van het eerste deel haar seksualiteit ontdekte en schaamteloos ontwikkelde, loopt in het vervolg de volwassen Joe (Charlotte Gainsbourg) tegen problemen aan. Nymph()maniac: Volume II telt drie hoofdstukken en dat is geen toeval, want Joe werd op haar vijftiende ontmaagd met drie stoten van voren en vijf van achteren. De formele aanpak typeert het cerebrale karakter van de film, dat eerder een soort beeldessay is dan het artistiek verantwoorde equivalent van wat ooit besmuikt films-voor-volwassenen werd genoemd.

Scandinavische ‘mannen’
In de christelijke wereld staat seks gelijk aan schuld, maar anders dan de levensgenietende hoofdpersoon van Sorrentino’s in katholicisme gedrenkte overpeinzing betoont Von Trier zich de politiek correcte representant van de Noord-Europese protestante cultuur. Waar Sorrentino zijn nihilisme omzwachtelt met schoonheid, blijkt Von Trier een cynische Machiavelli-adept, die gespeelde empathie inzet om kwetsbare zielen te manipuleren. Daarnaast poneert hij een provocerende kromredenering waarin pedofielen als tragische helden worden afgeschilderd. En jakkes, wat zijn Scandinavische mannen toch onmogelijke slaplullen, want Joe’s gesprekspartner, de maagdelijke intellectueel Seligman, probeert zich aan een slapende Joe te vergrijpen. Ja, dan durft-ie wel.

Nymph()maniac is een gewichtig opgediend staaltje zelfhaat, waarin alle mannen of laf of dom of onbetrouwbaar of elke deelcombinatie daarvan zijn, om te worden ontmaskerd door de animus (het mannelijke in de vrouw) van Joe. Het culmineert in een slotscène waarin Joe het pistool, fallussymbool par excellence, ter hand neemt en na een pleitrede van zo’n vier uur het vonnis voltrekt. Op de symbolische castratie volgt een zwart scherm, hetzelfde lege scherm waarmee deel één opende. Het is een in zijn voorspelbaarheid geeuw verwekkende anticlimax.

Artistiekerig voyeurisme
Dat alles zou, los van het te lullige slot, best boeiend kunnen zijn, ware het niet dat Von Triers nadruk op analyse en erudiet commentaar ten koste gaat van het verhaal; de regisseur houdt angstig afstand tot het onderwerp en blijft de toekijkende buitenstaander. Scènes worden niet gespeeld, maar verteld door de voice-over van Joe, ondersteund door beelden die de vertelling illustreren. Nymph()maniac is derhalve, nu pun intended, eerder een strip dan een film. Structuur, verteltechniek en het strak volgehouden formalisme staan haaks op de nerveuze cameravoering, die kunstzinnigheid suggereert maar dikwijls onbeholpen overkomt.

Recensie Nymphomaniac II

Nymph()maniac is ingesnoerd in het korset van een raamvertelling en staat in dat opzicht haaks op Von Triers vorige film, het neurotisch-chaotische Melancholia (2011), dat merkwaardige parallellen vertoont met Terrence Malicks superieure The Tree of Life (eveneens uit 2011). Maar ook dit werkstuk blijkt doodgeboren: het concept overtreft de uitwerking. Voor het beste moment moeten we wachten tot de aftiteling, die voorbij rolt terwijl Charlotte Gainsbourg het lied Hey Joe (met gun in haar hand) al kreunzingend deconstrueert. Je moet het Von Trier nageven, hij weet zijn artistiekerige voyeurisme op de valreep te rechtvaardigen.

 

7 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Nymph()maniac

***

recensie  Nymph()maniac (I)

De Brazilian wax voorbij

door Alfred Bos

Lars von Trier brengt de pornografie naar het arthouse. Na het zien van Nymph()maniac kijk je anders naar deuren. 

Lars von Trier mag graag een knuppel in het kippenhok gooien en met Nymph()maniac kiepert hij de kip in het knuppelhok. Zijn laatste werkstuk is een vier uur durende raamvertelling, waarin een seksverslaafde vrouw, Joe (Charlotte Gainsbourg), haar levensverhaal vertelt. Het is een komen en gaan van erecte piemels en vochtige vagijnen, pornografie dus, maar dan gebracht met een cerebrale distantie en gerechtvaardigd door filosofische beschouwingen. Hier buigen hersens naar de schaamstreek, om elkaar ergens ter hoogte van de spleen te treffen.

Recensie Nymphomaniac I

Joe worstelt niet met haar seksualiteit noch gebruikt ze haar sieraad als wapen. Ze is bevangen door lust en geeft zich daar zonder remmingen aan over, zonder dat haar dagelijkse leven noemenswaardig van de rails loopt. Dat klinkt niet erg realistisch en hoewel de coïtus in vele variaties natuurgetrouw in beeld wordt gebracht, biedt Von Trier de kijker surrealisme van het onderkoelde, minimalistische soort dat we eerder zijn tegengekomen in het oeuvre van de tegendraadse Deense regisseur. Na het zien van Nymph()maniac kijk je anders naar deuren.

Analytisch over emoties
Joe vertelt haar verhaal aan Seligman (Stellan Skarsgård), een oudere intellectueel die haar bloedend op straat aantreft en thuis verzorgt. Seligman is Jiddisch voor ‘gelukkige man’ en hij is het koor bij haar tragedie. Hij becommentarieert en expliceert Joe’s relaas via metaforen en analogieën. Joe vertelt haar verhaal strikt linear, vanaf haar ontmaagding op 15-jarige leeftijd tot haar ontdekking, aan het einde van het eerste deel van dit tweeluik, dat liefde het geheime ingrediënt is van seks. Haar sekspartners zijn geen personen, maar functies: ze worden aangeduid met een letter. Voor een film over ongrijpbare emoties is Nymph()maniac opmerkelijk analytisch.

Nymph()maniac is een keten van elkaar chronologisch opvolgende episodes, elk met hun eigen visuele stijl, die bijeen worden gebonden door de basisscène van Joe die over haar leven vertelt tegen het klankbord Seligman. In dit eerste deel zien we de jeugdige versie van Joe, gespeeld door de 20-jarige actrice Stacy Martin. Ze ondergaat zowel het drama in haar privéleven – de dood van haar vader (Christian Slater); het zoeken naar ongeschoold werk; Mrs. H (Uma Thurman), de uitzinnige echtgenote van een filanderende huisvader – als de steeds explicieter gedraaide seksscènes met een onwezenlijke onthechtheid. Er is nauwelijks contact tussen haar fantasie en de realiteit.

Frontaal gedraaide cunnilingus
Dit is na Antichrist (2009) en Melancholia (2011) Von Triers derde opeenvolgende film met Charlotte Gainsbourg in de hoofdrol; daarmee is zijn Depressie-trilogie voltooid. De regisseur monteerde zelf een versie van meer dan vijf uur, die door zijn eigen distributiebedrijf Zentropa is ingekort tot twee delen van respectievelijk 116 en 126 minuten. De seks is in dit eerste deel nog redelijk tam, op een frontaal gedraaide cunnilingus en een sessie met Joe’s favoriete sater Jerôme (Shia LaBeouf) na. De SM en de sandwiches volgen in het tweede deel.

Recensie Nymphomaniac I

Ronduit zwak is het gebruik van populaire muziek op de geluidsband. Het controversiële Rammstein – die de clip van hun single Pussy opleukten met expliciete seks – ligt voor de hand, maar om de scène waarin de prille Joe en haar jeugdvriendin B tijdens een treinrit zoveel mogelijk sexpartners pogen te scoren, te voorzien van het uitgekauwde Born To Be Wild van Steppenwolf getuigt van gebrek aan fantasie dan wel volstrekte desinteresse voor de soundtrack. Dat kost een ster.

Is Nymph()maniac een analyse van dan wel ode aan de vrouwelijke seksualiteit? Is het een filmessay over de aard van lust? Stelt de film indringende vragen over de sociale mores rond seksualiteit, zoals: waarom is er geen mannelijk equivalent van het woord ‘nymfomaan’? Of: hoe beïnvloedt de tegenwoordig alom aanwezige porno het liefdesleven? En: is de door lust bevangen vrouw dader dan wel slachtoffer? Misschien weten we het als we het tweede deel hebben gezien. Wat we na deel één wél weten is dat de hype van de Brazilian wax zijn beste tijd heeft gehad. Het schaamhaar is terug.

Nymph()maniac 2 draait vanaf 9 januari. Op 26 december worden in een select aantal bioscopen deel 1 en deel 2 achter elkaar vertoond.

 

22 december 2013

 
ALLE RECENSIES

Otto is een neushoorn

***

recensie  Otto is een neushoorn

Onverzadigbare, vriendelijke veelvraat

door Ralph Evers

Wat doe je wanneer je met een magisch potlood een getekende neushoorn tot leven ziet komen? Dan blijf je natuurlijk rustig en zoek je naar een manier hoe de situatie onder controle te houden. Dat mag voor de buitenwereld dan weliswaar gek lijken, maar hoe zou dat voor jou zijn in eenzelfde situatie? De vrolijke fantasie in Otto is een neushoorn prikkelt zowel jong als oud.  

Otto is een neushoorn is de derde van de trilogie aan verfilmde boeken van de Deense kinderboekenschrijver Ole Lund Kirkegaard. Eerder werd al Orla de Kikkerslikker en Pudding T verfilmd.

Recensie Otto is een neushoorn

Tekening komt tot leven
Het is de eerste dag van de zomervakantie wanneer Topper, een 10-jarige jongen met een levendige fantasie, een magisch potlood vindt. Samen met zijn vriend Hugo tekent Topper een neushoorn op het behang van zijn appartement op twee hoog. Tot hun verbazing komt de tekening tot leven en staat er in de kamer een vriendelijk glimlachende, doch zeer hongerige neushoorn, die zijn honger stilt door de meubelen op te peuzelen. Aangezien de neushoorn onverzadigd blijkt, zakt hij gaandeweg naar de onderburen door. Dit zorgt voor flink wat leven in het anders zo slaperige dorpje aan zee.

Grappige personages
De film zit vol met aparte eendimensionale typetjes. Dit maakt de personages herkenbaar en versterkt de vrolijke toon van de film. Zo zijn er de duivelse broodbakkers. Een stel onnavolgbare winkeliers bij wie de meesten na een eenmalige ervaring ver uit de buurt blijven. De politiechef die liever lui is dan moe. De vader van Hugo, ook Otto geheten, die een betweterige vrek speelt, met een café waar geen sterveling naar binnen wil. Deze man lijkt met enige fantasie wel op Basil Fawlty. Daarnaast hebben de andere medebewoners van Toppers flat zo hun kuren. Holm is een praatzieke fantast en zijn onderbuurvrouw is Oost-Indisch doof, hetgeen een leuk uitgewerkte running gag  is. Ondertussen is Topper verliefd op Sille, een meisje uit zijn klas.

Plots
De film is met veel zorg gemaakt en er zitten mooie vondsten in, zoals de zweeftocht van het lieveheersbeestje in het begin. Er wordt goed gebruik gemaakt van het 3D-effect. Het verhaal kent een aantal subplots die evenals de personages meer uitwerking vragen. Het tempo ligt hoog, waardoor het einde van de film een afgeraffeld gevoel geeft. Dit is jammer, want daarmee smoort de film het plezier die hij oproept.

Recensie Otto is een neushoorn

De Vlaamse stemmen zijn passend en enthousiast ingesproken. De humor is aan de brave en veilige kant. Er zijn weinig visuele grappen, terwijl de mogelijkheden zich meer dan eens voordoen. Zo lijkt de focus vooral op kinderen gericht. Daarmee hebben de filmmakers overigens wel een punt. Kinderen dienen verbaasd en verwonderd te worden en een ideaal medium hiertoe is de animatiefilm. Meer nog dan gewone film kan de animatiefilm tarten met de grenzen van wat mogelijk is. Dit gegeven wordt dankbaar gebruikt in Otto is een neushoorn.

 

17 november 2013

 
ALLE RECENSIES

Kapringen

****

recensie  Kapringen

Oeverloos spannend

door Wouter Spillebeen

In Denemarken is Tobias Lindholm een gevestigde waarde en internationaal groeit zijn reputatie dankzij zijn scenario’s voor Jagten en Submarino. Het minimalistische gijzeldrama Kapringen is de tweede film die hij regisseerde. 

Een Deens vrachtschip wordt in de Indische Oceaan overvallen door Somalische piraten, die de crew van zeven gijzelen voor losgeld. Scheepskok Mikkel Hartmann (Pilou Asbæk) wordt aan mentale folteringen onderworpen wanneer hem gevraagd wordt zijn CEO Peter Ludvigsen (Søren Malling) over te halen om het losgeld te betalen. In Denemarken zit Peter tussen twee vuren: als hij toegeeft of emotie toont zullen de piraten steeds meer vragen, en als hij niet betaalt heeft hij de moord van de hele crew op zijn geweten. De maandenlange onderhandelingen eisen het uiterste van de bikkelharde zakenman en de bange scheepslui.

Gijzelaarsbaarden
De film is geïnspireerd door kapingen van Deense schepen in 2007 en 2008, maar vertelt geen waargebeurd verhaal. Lindholm wil een echte kaping nabootsen en slaagt grotendeels hierin. De lange shots dragen bij aan de realistische sfeer. De kaping duurt meer dan 130 dagen en zo voelt het ook aan. De personages zijn niet grotesk neerzet en lijken ‘echte’ mensen. Het enige probleem is dat de haren en baarden van de gijzelaars niet groeien, ofwel tijdig worden bijgeknipt door de Somaliërs.

Recensie Kapringen

Alles is in het werk gesteld om Kapringen realistisch te maken: het schip waarop gefilmd wordt, is er een dat ooit echt gekaapt is. Die set voelt claustrofobisch en smerig aan. Een van de acteurs is een specialist in onderhandelen met terroristen – en om de telefoongesprekken tussen Denemarken en de Indische Oceaan op te nemen, hebben ze die echt gevoerd.

Twee standpunten
Kapringen verspringt steeds tussen het standpunt van Mikkel op de boot en dat van Peter in Denemarken. Daardoor weet je vaak niet wat aan de andere kant van de kaping gebeurt, net als de personages. We weten niet of Mikkel is doodgeschoten, want we zien alleen Peter, die zich hetzelfde afvraagt. Dat zorgt niet alleen voor een intense spanning, het dwingt je om te geven om de personages. Je voelt je bijna in hun schoenen staan.

De acteerprestaties van Asbæk en Malling houden langere en minder bewogen scènes interessant. Asbæk, vooral bekend als Kasper Juul uit de politieke dramaserie Borgen, portretteert met verve een gijzelaar die de hoop op redding stilaan ziet wegebben, zonder grote emotionele uitspattingen. Mallings verbeten uitdrukking tijdens onderhandelingen verbergt duidelijk een man die zich veel liever zou overgeven in plaats van zijn werknemers veilig thuis te brengen. De combinatie van goed opgebouwde dialogen en puike acteerprestaties maakt Kapringen geloofwaardig en oeverloos spannend.

 

3 juli 2013

 
ALLE RECENSIES

Call Girl

***

recensie  Call Girl

Keerzijde van de jaren ‘70

door Eva Baaren

Een verknipt meisje, een eigenwijze politieagent en een politiek seksschandaal. Call Girl is een thriller over het politieke Zweden van de jaren ‘70 in een bekend Stieg Larsson-jasje.

Stockholm, 1976. Nadat de veertienjarige Sonja (Josefin Asplund) door haar moeder in een opvangtehuis voor onhandelbare kinderen is geplaatst, trekt ze samen met een oude vriendin het nachtleven van Stockholm in. Als snel komt ze te werken een escortbureau, waarbij een groep ministers van de zittende regering nauw betrokken blijkt. Agent John Sandberg (Simon J. Berger) is het zaakje op het spoor en is vastberaden de waarheid boven tafel te krijgen. De uitkomst van zijn onderzoek is Sonja’s redding, maar ook haar ondergang.

Call Girl

Bekende formule, nieuwe context
Strikt genomen draait Call Girl om twee hoofdpersonages. Het eerste is dat van het verknipte veertienjarige meisje dat door haar verkeerde keuzes en een disfunctionerende omgeving terechtkomt bij een escortbureau, gerund door de Zweedse minister Dagmar Glans (Pernilla August). Het tweede is dat van de eenzame cowboyfiguur, in dit geval een jonge politieagent, die koste wat het kost de waarheid boven tafel wil krijgen.

Regisseur Mikael Marcimain (o.a. de serie The Laser Man en de film Wallander) tapt met dit verhaal uit een bekend vaatje dat qua formule sterk doet denken aan Stieg Larssons Millennium Trilogie, waar de cowboy geen agent maar een eigenwijze journalist is. Het verhaal is daarmee weinig vernieuwend, maar de uitwerking wel.

Vrije liefde
Geïnspireerd op een politieke crisis in 1976, waarin de zittende premier Olaf Palme bijna zijn kabinet verloor, dompelt de film zich stilistisch onder in de jaren ’70. Een groot deel is te danken aan de Polaroid kleurstelling, elektronische filmmuziek, ABBA-kapsels, grote brillen en bruine interieurs. Ook zijn er veel verwijzingen naar een tijd waarin vrije liefde en het collectieve leven als oplossing voor alle problemen werd gezien.

Call Girl

Een niet functionerend opvangtehuis, politici die seksfeesten houden, agenten die met meerdere partners wonen en een terloopse wetswijziging over leeftijdsgrenzen, die in deze tijd veel stof zou doen opwaaien. Het zijn deze elementen die film maken tot meer dan een strijd tussen een slachtoffer, een politieman en de heersende macht. De sterk verbeelde tijdgeest waarin anders werd gedacht over tolerantie en taboes maakt de scheidslijn tussen goed en fout problematisch en het werk van Marcimain tot een waardevol werk vol verwondering.

Toch liever een serie
Ook al is Call Girl spannend om naar te kijken, soms is het lastig het verhaal te volgen. Met 140 minuten is de film aan de lange kant, ook schort het vaak aan informatie. Zo passeren de eerste 45 minuten veel anonieme politieke figuren de revue, van wie de achtergrond lange tijd onduidelijk blijft. Hoewel dit een bewuste keuze van de regisseur lijkt (de mate van betrokkenheid van een aantal ministers en de minister-president is destijds nooit opgehelderd), moet de kijker te vaak raden naar de situatie en raakt hierdoor makkelijk de draad kwijt. De rolprent zou dan ook beter functioneren als korte dramaserie, waar meer tijd is de puzzelstukjes te verwerken, dan als feature film.

Desondanks haalt Call Girl ook als film het beste en het slechtste uit de Zweedse jaren ’70 naar boven met een hippe Instagram-stijl, een uptempo fictieverhaal en een serieuze politiek geëngageerde ondertoon.

2 april 2013

ALLE RECENSIES