Isle of Dogs

***

recensie Isle of Dogs

Dystopische poppenkast

door Sjoerd van Wijk

Isle of Dogs is een dystopische poppenkast (met stemmen van een grote sterrencast) die het universum van schrijver/regisseur Wes Anderson uit weet te breiden.

In een nabije toekomst zit de fictieve Japanse metropolis Megasaki met een hondenprobleem. De dieren zijn geïnfecteerd met een ongeneeslijke ziekte, die semi-dictator Kobayashi doet besluiten hen te verbannen naar het nabijgelegen afvaleiland. De film volgt de avonturen van vier honden, die samen met een jongetje op zoek gaan naar de hond van de laatste. Een complicatie is dat het jongetje de geadopteerde zoon van Kobayashi (Koyu Rankin) is en de missende hond zijn voormalige wachthond. Terug in de grote stad komt langzaam maar zeker een opstand op gang, aangevoerd door een eigenzinnige uitwisselingsstudente (Greta Gerwig). 

Isle of Dogs

Bekend terrein
Deze tweede stop-motion film (na The Fantastic Mr. Fox) laat wederom zien hoezeer deze techniek past bij Wes Andersons droogkomische oog voor detail. Het is vanaf het eerste moment duidelijk wie de film heeft geregisseerd. De gebruikelijke gestileerde mise-en-scène en strak gevoerde camera creëren in combinatie met de stop-motion techniek een betoverende poppenkast. De permanente pokerfaces van de karakters en de verfijnde details in de decors werken droogkomisch dankzij de minutieus getimede camerabewegingen.

De creaties van klei versterken waar Wes Anderson goed in is: het creëren van een wereld die meandert tussen kinderlijke fantasie en volwassenen oprechtheid. Normaliter gaat deze spanning gepaard met een melancholische ondertoon, alsof iedereen zich realiseert dat de terugkeer naar de kindertijd onmogelijk is. Het is hier dat Isle of Dogs voor Wes Anderson onbekend terrein betreedt. 

Exotica
Naast de gebruikelijke stilistische kenmerken is het met name prijzenswaardig dat in Isle of Dogs een nieuwe dimensie in het universum van Wes Anderson wordt aangeboord. De melancholische ondertoon maakt pas op de plaats voor de bouw van een vervallen wereld met subtiele sociale kritiek. Het futuristische Japan komt op volledig eigenzinnige wijze net zo inlevend buitenaards over als klassieke anime’s zoals Ghost in the Shell.

Er wordt volop in het Japans zonder ondertiteling gesproken en vele van de zo bekende details zijn geschriften in kanji of Japanse symboliek. Het maakt de film tot een waar exotisch theaterspel waaruit respect voor het land blijkt. Dit zorgt ervoor dat de dystopie van de mens die haar trouwste metgezel aan de kant zet innemend vervreemdend overkomt. Zo wordt op ludieke wijze herinnerd aan de huidige milieuproblematiek, wat de film hoopvol maakt in plaats van te kapitaliseren op misère. 

Isle of Dogs

Verstijvende tijd
De cast is zoals altijd gevuld met (de gebruikelijke) sterren, van wie ditmaal Bryan Cranston als trotse zwerfhond de show steelt. Toch zit hier ook de zwakte van de film. De karakters voelen onderontwikkeld, waardoor de taferelen op een afstand blijven. Het is een gebruikelijk defect in de regiestijl van Wes Anderson, waar karakters al snel te stijve ornamenten in het decor dreigen te worden.

In Isle of Dogs lijkt er echter ook in het scenario te weinig aandacht te zijn geweest om meer dan rudimentaire motivaties aan alle personages te geven. Het zorgt er tevens voor dat het tempo van de film niet lijkt te stroken met de wendingen van het verhaal. De flashbacks die meer achtergrond horen te geven, halen de vaart uit het avontuur door de houterige wijze waarop ze het tempo opbreken. 

Uiteindelijk is Isle of Dogs daarom niet een volledig geslaagd experiment. Aan de ene kant excelleert Wes Anderson door zijn regiestijl te gebruiken om een volledig nieuwe waarlijk exotische wereld te bouwen. Aan de andere kant is het scenario onderontwikkeld en komen de gebruikelijke zwaktes van zijn karakters naar voren.
 

4 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Unsane

***

recensie Unsane

Een paranoïde film voor paranoïde tijden

door Alfred Bos

Stephen Soderbergh draait op zijn iPhone een psychologische thriller met een psychiatrische inrichting als het afgelegen kasteel uit de klassieke griezelfilm. Wie is er gek, de patiënt of de directeur? Of het systeem?

Wie is gestoord? De jonge vrouw die zegt te worden belaagd door een afgewezen aanbidder? De man in kwestie die weigert in te zien dat de vrouw hem niet lust? De directie van de psychiatrische inrichting die in iedereen een patiënt ziet? Of de samenleving die de zorg voor labiele mensen heeft uitbesteed aan bedrijven met winstoogmerk?

Unsane

Steven Soderbergh speelt een spel met de kijker in Unsane, een atypische genrefilm: horror met engagement. Het zijn immers de tijden van identiteitspolitiek met #vulmaarin-mediastormen en groeiende weerstand tegen neoliberale sprookjes over succes als keuze en het zelfregulerend vermogen van de markt. De regisseur verpakt zijn boodschap over paranoïde tijden in een film over paranoia, een allegorie over seksuele intimidatie op de werkvloer en vrouwen die niet worden geloofd. Over nep en echt.

Unsane speelt grotendeels in een gesloten inrichting, het eigentijdse equivalent van het geïsoleerde kasteel uit de traditionele griezelfilm en tevens metafoor voor de filmindustrie. De film heeft niets van de zwier van Behind the Candelabra uit 2013, indertijd aangekondigd als zijn afscheid, en mist de kluchtige bruis die zijn comebackfilm Logan Lucky tot een onverdeeld kijkgenoegen maakt. De heist-film was een omkering van zijn grootste publiekssucces, Ocean’s Eleven, met boerenkinkels in plaats van gesoigneerde oplichters.

Haaibaai
Ook met Unsane tweekt Soderbergh een van zijn eerdere films tot tegenpool. Dat is in dit geval Sex, Lies, and Videotape, de film waarmee hij in 1989 op slag het nieuwe wonderkind van de Amerikaanse cinema werd. Die film was, net als Unsane, gedraaid voor een mager budget en had video als belangrijk plotpunt. Ditmaal is dat de iPhone en beeldtechnologie mag dan in de tussenliggende jaren zijn gedemocratiseerd, de samenleving is juist conformistischer geworden. En meer neurotisch.

In het jaar dat Sex, Lies, and Videotape uitkwam, 1989, zou Sawyer Valentini, de getraumatiseerde jonge vrouw (gespeeld door Claire Foy) waar Unsane rond draait, als haaibaai wellicht een man aan de haak hebben kunnen slaan in de yuppiebars van toen. In 2018 gaat ze als vrijgezel door het leven en wordt tegen haar wil voor een week opgenomen in een gesticht. Ter observatie, heet het.

Sawyer is niet de enige die onder valse voorwendsels in de inrichting verblijft. Maar lijdt ze aan wanen of is die mannelijke zuster (rol van David Strine) in werkelijkheid de stalker voor wie ze naar een andere stad is gevlucht? Ze maakt ruzie met een gestoorde zaalgenote, niet toevallig Violet (naar violence) geheten, gespeeld door Juno Temple. En ze heeft een lotgenoot in Nate Hoffman (Jay Pharaoh), die als undercoverjournalist in het gesticht vertoeft.

Unsane

iPhone
Unsane is geheel gedraaid met de camera van de iPhone en dat is in dit geval geen gimmick. De beperking van de lens verbeeldt het vernauwde bewustzijn van de geplaagde protagonist. Soderbergh heeft de film geschoten met natuurlijk licht wat – zeker in combinatie met de iPhone-lens – de claustrofobische atmosfeer van de gesloten inrichting onderstreept. Horror speelt wel vaker met de vorm, denk aan de found footage van Troll Hunter, en The Blair Witch Project, en het is de vraag of Unsane met normale lenzen een betere film zou zijn geweest. Waarschijnlijk niet.

Hoe diep de ironie reikt toont de scène waarin Matt Damon – zijn bijrol staat niet op de aftiteling – een beveiligingsconsultant speelt. “Beschouw je smartphone als je vijand”, luidt zijn advies aan Sawyer, data-analist van beroep. Het is de meest speelse steek van Soderbergh in deze met een smartphone gerealiseerde film.

Soderbergh is ook een te intelligente regisseur om zijn kijkers een rechttoe-rechtaan-griezelverhaal voor te schotelen over de nachtmerrie van een ongewenst verblijf tussen gekken en mensen in witte jassen. Gaandeweg blijkt dat er meer aan de hand is dan de wanen van een bitse vrouw en Soderbergh gebruikt de clichés van het genre – onze filmische vooroordelen – om naast de #metoo-boodschap nog een maatschappelijk punt te maken. Zorg en op winst gerichte bedrijfsvoering gaan niet samen. We zijn niet gek.
 

29 april 2018

 
MEER RECENSIES

Frankenstein vraagt: wie ben ik?

De roman van Mary Shelley heeft het eeuwige leven
Frankenstein vraagt: wie ben ik?

door Alfred Bos

Met Frankenstein schreef Mary Shelley de eerste moderne sciencefictionroman. Het boek stelt fundamentele vragen over wetenschap en vooruitgang; en over identiteit. Dankzij talloze films is haar schepping niet meer weg te denken uit het collectieve bewustzijn.

Frankenstein is een verwarrend woord. Daarvoor verantwoordelijk is de klassieke horrorfilm van James Whale uit 1931. Boris Karloffs vertolking van Frankensteins creatie, met dat lange rechthoekige hoofd en bouten die uit zijn nek steken, is iconisch geworden. Daar denkt iedereen aan bij ‘Frankenstein’; niet aan Victor Frankenstein, de wetenschapper, maar aan het naamloze monster. De schepper is zijn schepping geworden. En dat is in het geval van Frankenstein, het boek en de boodschap van het verhaal, heel toepasselijk.

Tussen boek en film liggen meer dan honderd jaar. Toen Mary Wollstonecraft Shelley op 1 januari 1818 haar debuutroman publiceerde – in drie delen, oplage 500 exemplaren – was ze twintig jaar oud. Het boek verscheen niet onder haar naam, die stond pas op het schutblad van de tweede editie (in twee delen), van 1822. De roman wordt nog steeds gelezen en dat is doorgaans in de tekst van de derde, flink herschreven editie van 1831; tevens de eerste die in een handzaam formaat werd uitgebracht.

Radicaal boek
Frankenstein; or, The Modern Prometheus
is een spectaculair boek en Mary Shelley was een spectaculaire vrouw. Als dochter van politiek filosoof William Godwin en de oerfeministe Mary Wollstonecraft groeide ze op in een erudiet en liberaal milieu. Na de plotselinge dood in 1822 van haar echtgenoot, de dichter Percy Bysshe Shelley, heeft ze tot haar overlijden in 1851 zelfstandig in haar levensonderhoud voorzien. Ze schreef een reeks biografieën en essays, reisverslagen, korte verhalen en zeven romans. Ze moet de eerste vrouw zijn geweest die van haar pen kon leven.

Haar debuutroman was, en is tweehonderd jaar later nog steeds, een radicaal boek. Het is de eerste moderne sciencefictionroman, de ground zero van een genre dat lange tijd als pulp werd weggezet maar inmiddels mainstream is geworden. Het boek maakt duidelijk dat wetenschap niet zonder moreel besef kan. Wetenschapper Victor Frankenstein maakt leven uit dode materie en schrikt van zijn schepping. Moraal: mensen kunnen niet ongestraft voor god spelen. Sleutelen aan de natuur heeft consequenties.

Bride of Frankenstein

Frankenstein is ook een psychologische roman. Het boek handelt niet alleen over hybris, de menselijke hoogmoed die wedijvert met de goden, maar ook over afwijzing en vervreemding. Frankensteins creatie neemt gruwelijk wraak op zijn schepper, want Victor weigert een vrouwelijke metgezel voor hem te maken. Hij ziet in zijn kunstmens een monster en monsters moeten geen kinderen baren, zich niet vermenigvuldigen. Hij ervaart zijn schepping als een bedreiging voor de mensheid.

Het is nog steeds een actueel boek. Victors creatie, kunstmatig leven in de vorm van een mens, keert zich tegen hem. De parallellen met kunstmatige intelligentie zijn evident. Onder meer Elon Musk en Stephen Hawking hebben gewaarschuwd voor de risico’s van AI (kunstmatige intelligentie) en die opvatting wordt breed gedeeld, zelfs verzekeringsmaatschappijen publiceren er rapporten over. Ze zeggen, in navolging van Victor aan het slot van de roman: “avoid ambition”, wees niet te ambitieus, want de schepping kan zijn schepper overvleugelen. De boodschap van Frankenstein is van alle tijden.

Toneel en filmbewerkingen
Mary Shelley’s boek sprak direct tot de verbeelding. De tweede uitgave verscheen naar aanleiding van de succesvolle toneelbewerking Presumption; or, the Fate of Frankenstein door Richard Brinsley Peake; in gezelschap van haar vader William Godwin zag Shelley de voorstelling in de English Opera House. Vier jaar later, in 1826, opende in Londen het toneelstuk The Man and The Monster; or The Fate of Frankenstein van Henry M. Milner. In 1887 werd het bewerkt tot de muzikale parodie Frankenstein, or The Vampire’s Victim, populair in de Victoriaanse revues van Londen.

Ook in het filmtijdperk is de schepping van Mary Shelley tot de verbeelding blijven spreken. Victor Frankenstein en/of diens monsterlijke creatie figureren in meer dan vijftig films. De speelfilm van James Whale uit 1931 was niet de eerste adaptatie voor het witte doek. In 1910 regisseerde J. Searle Dawley voor de filmstudio van uitvinder Edison de eerste boekverfilming, de ‘kinetogram’ Frankenstein. De tweede, Life Without Soul uit 1915 door Joseph W. Smiley, is verloren gegaan. Il mostro di Frankenstein (1920) van Eugenio Testa is een vroeg voorbeeld van giallo, de Italiaanse horrorfilm.

Frankenstein van James Whale was een hit en zette een reeks vervolgfilms in gang, allemaal variaties op het thema dat was gezet met het boek van Shelley. Whale zelf regisseerde Bride of Frankenstein (1935) en daarna daalde het niveau snel. Son of Frankenstein (1939), de laatste film met Boris Karloff als monster, introduceerde Dracula-acteur Bela Lugosi als Igor, de sinistere assistent van de professor. Dit trio films van de Universal Studio vormde het bronmateriaal van Mel Brooks’ hilarische parodie Young Frankenstein (1974), met de Britse komiek Marty Feldman als Igor (“Where wolf? There wolf!”).

Universal zette de reeks in 1942 voort met The Ghost of Frankenstein, waarin Bela Lugosi’s Igor als enige is overgebleven van het oorspronkelijke team acteurs. gevolgd door exploitatiefilms als Frankenstein Meets the Wolf Man (1943), House of Frankenstein (1944) en de komedie Abbott and Costello Meet Frankenstein (1948). Toen was de koek wel op. Het is aan Universal te danken dat het publiek bij het woord Frankenstein niet denkt aan Victor Frankenstein, maar aan het monster.

Opiumtinctuur
De Britse Hammer Studio deed het kunstje van Universal vanaf 1957 nog eens over. The Curse of Frankenstein, met Peter Cushing als Victor Frankenstein en Christopher Lee als het monster, was Hammers eerste film in kleur en een groot succes. Het vormde de basis voor wat uitgroeide tot het fenomeen Hammer Horror, goed voor maar liefst zes in kwaliteit aflopende vervolgfilms tussen 1958 en 1974. De meest authentieke boekverfilming is van acteur en regisseur Kenneth Branagh; in Mary Shelley’s Frankenstein (1994) speelt Robert De Niro het wezen. We noemen het ‘wezen’, want ‘monster’ is voor de pulpverfilmingen.

De personages van Mary Shelley’s debuutroman zijn in het nieuwe millennium net zo populair als tijdens de Universal-reeks uit de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Victor Frankenstein en zijn creatie figureren prominent in de Victoriaanse horror tv-serie Penny Dreadful. De Amerikaanse speelfilm Frankenstein (Bernard Rose, 2015) – FRANKƐN5TƐ1N volgens het affiche – vertelt het verhaal vanuit het gezichtspunt van het monster. Victor Frankenstein (2016) van regisseur Paul McGuigan daarentegen kiest voor de optiek van Igor, een personage dat niet voorkomt in de roman van Mary Shelley.

De professor en diens creatie zijn niet weg te branden uit het collectieve bewustzijn van de westerse cultuur en Frankenstein de roman is zo beroemd dat zelfs de ontstaansgeschiedenis algemeen bekend is: gezelschap zit door slecht weer opgesloten in villa aan het meer van Genève en vermaakt zich door elkaar zelf verzonnen griezelverhalen te vertellen. Verbeelding, bliksem en laudanum (opiumtinctuur) doen de rest. Zo leidde een mislukte vakantie tot een nieuw literair genre, zijn tijd ver vooruit.

Mary Shelley kneedde de gothic novel, de romantische griezelroman die rond 1800 populair was, om tot sciencefiction en al is Frankenstein met afstand haar bekendste boek, het is niet de enige toekomstroman die ze schreef. In 1826 publiceerde ze The Last Man, een dystopische roman die speelt aan het eind van de eenentwintigste eeuw op een aarde die door een besmettelijke ziekte nagenoeg is ontvolkt. Het boek werd bij verschijning afgekraakt als ‘ziek’ en raakte in vergetelheid, tot Mary Shelley in de jaren zestig werd herontdekt als voorloopster van het feminisme. Het werd in 1924 in Amerika losjes verfilmd als The Last Man of Earth en de tijd lijkt rijp voor een remake door Ridley Scott of Christopher Nolan.

Existentiële vragen
Voor de lezer en de filmkijker heeft die mislukte vakantie in de sombere zomer van 1816 meer opgeleverd dan het startpunt van het sciencefictiongenre en en een iconisch filmpersonage. Mary Shelley reageerde op de uitdaging van gastheer Lord Byron (‘laten we zelf een griezelverhaal schrijven’) met Frankenstein; or, The Modern Prometheus. John Polidori, Byrons lijfarts (en dealer annex minnaar, wordt gefluisterd), liet zich door volksverhalen over een bloedzuigende ondode inspireren tot The Vampyre, een verhaal dat in 1819 werd gepubliceerd.

The Vampyre was het eerste literaire werk dat alle vampierelementen uit volksverhalen samenbracht tot de vorm waarin we het nog steeds kennen. Het vormde de directe inspiratie voor Bram Stoker en diens roman Dracula (1897). Zo werden sciencefiction, fantasy en horror – hoekstenen van de populaire, sommigen zeggen subversieve, cultuur – geboren in Villa Diodati aan het meer van Genève. Waar een verregende zomer, spits gezelschap en een beetje dope niet toe kunnen leiden.

Het feminisme beleeft een nieuwe, derde golf en daarin past hernieuwde waardering voor Mary Shelley, de onafhankelijke vrouw met de messcherpe geest. Als personage was ze voor het eerst op het filmdoek te zien in James Whale’s Bride of Frankenstein, waarin Elsa Lanchaster zowel Shelley als de bruid speelde. Dit najaar verschijnt in de Nederlandse bioscoop Mary Shelley (2017) van de Saoedische filmmaakster Haifaa Al-Mansour, met Elle Fanning in de titelrol. En ook The Vampyre wordt verfilmd, door Rowan M. Ashe; de film moet najaar 2019 uitkomen.

Tweehonderd jaar na publicatie van haar debuutroman lijkt Mary Shelley actueler dan ooit. Sciencefiction is eindelijk mainstream geworden; het feminisme maakt een nieuwe opleving door; en we leven in nostalgische tijden, want de toekomst is niet meer wat zij was. Maar ook zonder die context staat Frankenstein; or, The Modern Prometheus recht overeind. Voor Guillermo Del Toro is Shelley’s roman hét puberboek par excellence. Het gaat over afwijzing en er niet bij horen; en stelt existentiële vragen van kind aan ouder: wie ben ik en waarom ben ik hier?

Frankenstein is een nieuwe fabel, de eerste uit de moderne tijd.

Het Imagine Film Festival in EYE, Amsterdam vertoont Frankenstein (James Whale, 1931) op maandag 16 april, 20:00. Met live muziek van Kevin Toma en live foley door Ronnie van der Veer.

 
7 april 2018
 
 
MEER ESSAYS

Lady Bird

****

recensie Lady Bird

Gewoon het leven zoals het is

door Nanda Aris

Ontroerend, speels en komisch opgroeiverhaal over een 17-jarig meisje dat botst met haar moeder en haar plaatsje probeert te veroveren in het Californië van 2002. 

‘I wish I could live through something’, verzucht Christine in de auto met haar moeder. ‘Well, aren’t you?’, vraagt haar moeder lichtelijk geïrriteerd en ze starten te kibbelen – precies zoals een moeder en dochter dat kunnen. De opmerkingen worden venijniger en al snel worden er dingen gezegd die geen van beiden zo vervelend bedoeld heeft te zeggen. Het is een prachtige opening van de film, waarin de moeder-dochterrelatie een belangrijke rol speelt. 

Lady Bird

Debuut
Lady Bird is de solo-debuutfilm van actrice Greta Gerwig (Frances Ha, Maggie’s Plan, 20th Century Women), en dat bleef niet onopgemerkt. Ze kreeg meerdere prijzen en nominaties voor haar schrijven en regisseren van Lady Bird. Ze maakt dankbaar gebruik van een goede cast, zoals hoofdrolspeelster Saoirse Ronan, die in 2008 op 13-jarige leeftijd haar eerste Oscar-nominatie voor haar rol in Atonement (2007) in de wacht sleepte en ook dit jaar kanshebber voor de Academy Award was. Ook Timothée Chalamet, Christine’s geliefde Kyle in Lady Bird, kreeg toen een Oscar-nominatie: voor zijn optreden in Call Me by Your Name.

Sacramento
Het verhaal speelt in 2002, Sacramento, Californië, waar Gerwig zelf opgroeide. De 17-jarige Christine, oftewel Lady Bird, zoals ze zichzelf graag noemt, heeft weinig affiniteit met haar geboortestreek (net als Gerwig vroeger zelf). Liever zou ze richting het oosten gaan – daar waar cultuur is –  naar een stad als New York. Ze besluit zich aan te melden voor studies aldaar, zonder medeweten van haar moeder, maar met haar vaders steun.

Ondertussen gaat het laatste jaar op de christelijke school door, met alle perikelen die daarbij komen kijken. Jongens, vriendschappen, en cijfers maken het voor een 17-jarige niet makkelijk. De film is komisch, zoals wanneer Lady Bird achter de auto van de non op school een bord ‘Married to Jesus’ hangt. Gelukkig kan de non er zelf ook om lachen.

Lady Bird

Arm
Het gezin waarin Lady Bird opgroeit is niet rijk. Haar vader is net zijn baan verloren, haar moeder werkt als verpleegkundige en haar broer werkt samen met zijn vriendin in de supermarkt. Ze wonen ‘aan de verkeerde kant van het spoor’, zoals Lady Bird dat zelf noemt. De favoriete zondagsbesteding van moeder Marion en Lady Bird is het doen alsof ze interesse hebben in dure huizen, en daar rondkijken en wegdromen.

Marion is een mooie rol van Laurie Metcalf. We proeven de liefde die ze voelt voor haar dochter, maar tegelijkertijd wil ze haar ook opvoeden, haar behoeden voor misstappen en daardoor kan ze soms behoorlijk pinnige opmerkingen maken.

Speels
Gerwig’s stijl doet denken aan films als 20th Century Women (waarin ze dus zelf speelt) en aan Boyhood (2014). De luchtige en grappige speelsheid waarmee belangrijke thema’s als opgroeien, volwassen worden, vriendschappen en het leven in al zijn facetten behandeld worden zijn vergelijkbaar. Het is fijn dat personages geen karikaturen zijn, en dat situaties begrijpelijk zijn. Geen grote tragedies, gewoon het leven zoals het is.
 

1 april 2018

 
MEER RECENSIES

Ready Player One

**

recensie Ready Player One

The Hunger Games meets Tron

door Alfred Bos

Ready Player One is de verfilming van een sciencefictionroman over een virtuele wereld die is opgebouwd uit videogames, een mediawereld die verwijst naar media. Het Droste cacaobus-effect op het witte doek.

Ready Player One is de verfilming van het gelijknamige boek waarmee Ernest Cline in 2011 debuteerde. Aanvankelijk een culthit in kringen van gamers, groeide het uit tot een van de meest succesvolle sciencefictionromans van dit decennium en werd vertaald in meer dan twintig talen. Boek en film staan bol van de verwijzingen naar de popcultuur van de jaren tachtig: muziek, films, strips, maar vooral videogames. Boek en film spelen voor een groot deel in een videogame. Ready Player One is The Hunger Games gekruist met Tron.

Ready Player One

Het jaar is 2045 en de plek is Columbus, Ohio. Het vrije markt-kapitalisme heeft de wereld gereduceerd tot vuilnisbelt, het volk brengt zijn tijd door in een kunstmatige fantasiewereld. OASIS (Ontologically Anthropocentric Sensory Immersive Simulation) is een virtueel universum waarin alle videogames die ooit op de markt zijn gebracht, worden voorgesteld als eigen werelden, als planeet.

Na zijn overlijden maakt de schepper van OASIS, James Donovan Halliday, speelnaam Anorak (Mark Rylance), via videoboodschap bekend dat hij drie geheime sleutels in zijn spelletjesuniversum heeft verstopt. Wie als eerste het raadsel oplost, erft zijn astronomische vermogen en wordt eigenaar van zijn online creatie.

Liefdessprookje tussen avatars
Ready Player One verhaalt de race naar de sleutels. De strijd gaat tussen vijf jongvolwassenen en de multinational IOI (Innovative Online Industries), in de persoon van een valsspelende pyschopaat, Nolan Sorrento (Ben Mendelsohn). Die wil van het gratis toegankelijke OASIS een geldmachine maken. De High Five, gemarginaliseerde gamefanaten, strijden tegen een overmacht en redden de virtuele wereld. Uiteraard is er ook een liefdessprookje tussen twee avatars, Parzeval (speelnaam van Wade Watts, vertolkt door Tye Sheridan) en Art3mis (Samantha Evelyn Cook, de Engelse actrice Olivia Cooke).

In een moordend tempo gaat het twee uur en twintig minuten lang (en dat is lang) van virtueel gevecht naar gesimuleerde strijd en terug, om te culmineren in een climax die de clash tussen de vijf legers in Lord of the Rings aftroeft, want er klapt een atoombom. Virtueel uiteraard. Dat klinkt kinderachtig en dat is het ook. Fans van Pacific Rim en Transformers zullen smullen.

Dat had de kijker met kennis van jaren tachtig popcultuur vanaf de eerste seconde kunnen weten, want de film trapt af met Van Halens halfslappe Jump op de geluidsband. Dat had natuurlijk Kill ‘Em All van Metallica moeten zijn. Of minstens een track van Moving Pictures van Rush, de favoriete band van OASIS-schepper Halliday. Ready Player One speelt op veilig.

Ready Player One

Eindeloze reeks referenties
Ready Player One is de nieuwe sciencefictionfilm van Steven Spielberg en komt luttele weken na diens op feiten gebaseerde The Post. Het contrast tussen beide films kan nauwelijks groter zijn en dat zegt wellicht iets over het vakmanschap van ’s werelds meest succesvolle regisseur. Waar The Post het kritisch denkende deel van het filmpubliek bedient, is Ready Player One gemaakt voor joelende pubers met een overdosis suiker in hun systeem.

Een van de mediawerelden waarin de film zich afspeelt is The Shining, de klassieke horrorfilm van Stanley Kubrick. Die scène komt niet voor in het boek, het is een coup van Spielberg. (De regisseurs waren bevriend; Kubrick vroeg Spielberg zijn afgebroken filmproject AI te voltooien.) Het is de meest geslaagde van een eindeloze reeks referenties aan film, comics, games en muziek.

Ready Player One is een zeeziek makende orgie van beelden en oogt spectaculair, maar haal alle verwijzingen weg en er blijft niets over: de film speelt in een mediawereld die verwijst naar media. Dan klinkt de boodschap aan het slot – alleen het echte leven is echt – niet alleen flets, maar ook een tikje hypocriet. Voor de vorm, dus.
 

27 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Hostiles

****

recensie Hostiles

Reis door land en ziel

door Alfred Bos

In deze western staat niet gebrek aan gezag centraal, maar gebrek aan empathie. Vertolkt door een sterke ensemble-rolbezetting trekt een multicultureel gezelschap door de Amerikaanse wildernis en wordt geconfronteerd met zichzelf.

De western is van alle tijden want hij gaat met zijn tijd mee. Het genre blijft regisseurs en publiek boeien omdat het een elementaire setting biedt: de menselijke natuur in een omgeving zonder regels. In de western bestaat er geen samenleving – hooguit in embryonale vorm: de ranch, de postkoetsherberg, het mijnstadje – en regeert het eigenbelang van het individu. Het gezag is afwezig, wetteloosheid regeert. Hoe te overleven?

Hostiles

In Hostiles (‘vijanden’) stelt regisseur Scott Cooper een andere vraag: hoe om te gaan met anderen? Zijn western gaat over moreel gedrag in een immorele wereld. Kapitein Joseph Blocker (Christian Bale) is een veteraan van de oorlog die het Amerikaanse leger in het laatste kwart van de negentiende eeuw voerde tegen de oorspronkelijke bewoners van het wilde westen. Hij heeft verschrikkelijke dingen gezien. En, in reactie daarop, gedaan. Hij haat indianen, punt. “Men heeft geen idee wat oorlog doet met een man”, mompelt hij.

Blockers laatste opdracht is om een krijgsgevangen Cheyenne-opperhoofd, Yellow Hawk (Wes Studi, Magua in The Last of the Mohicans), en diens familie te verplaatsen naar het land van zijn voorouders in Montana; de chief heeft terminale kanker. De tocht van Fort Beringer in de woestijn van New Mexico naar de Berenvallei aan de voet van de Rocky Mountains leidt door ongerept, dus wetteloos gebied. Een reeks van incidenten onderweg wrikt het morele anker van de kapitein los. De reis is – heel klassiek, we kennen het al van middeleeuwse ridderromans – een transformatie. Het is een reis door de ziel.

Hostiles

Revisionistische western
Hostiles is een variant op de revisionistische western die in de jaren zestig opgang deed. Daarin waren de indianen het slachtoffer van blanke agressie en niet andersom, zoals in de traditionele western. In Coopers film gaat iedereen gebukt onder het geweld. De kapitein is getekend door zijn verleden, het Cheyenne-opperhoofd wordt in de blanke blik gereduceerd tot primitieve wilde, pelsjagers verkrachten net zo vrolijk blanke als indiaanse vrouwen, Comanche-indianen zijn sadistische slangen en blanke landeigenaren vegen met het gezag, zelfs dat van de Amerikaanse president, hun reet af. Het is allemaal historisch correct.

In Hostiles zijn alle personages gegijzeld door hun rol in de primitieve samenleving. Ze hebben de waarden van hun stereotype geïnternaliseerd, ze zijn geworden wat de omgeving in hen ziet. Het heeft hun identiteit gevormd en misvormd. De film heeft als motto een citaat van D.H. Lawrence, in parafrase: Amerika is een hard land, want de Amerikaanse ziel is nooit ontdooid. Iedereen is de vijand van iedereen.

Kapitein Blocker wordt tijdens de reis gaandeweg zichzelf door de morele waarden die passen bij zijn stereotype – de matrix van vooroordelen waarin iedereen gevangen zit – laag voor laag af te schaven. Hij wordt daarbij geholpen door een weduwe, Rosalie Quaid (Rosamund Pike), wier familie in de proloog van de film door een bende Comaches is uitgemoord. En door een vroegere strijdmakker, Charles Wills (Ben Foster), zijn sergeant van dienst bij de slachtpartij van Wounded Knee. Die moordt na de oorlog nog steeds indianen uit en wordt tijdens een tussenstop in Fort Winslow in Colorado als gevangene aan het reisgezelschap toegevoegd.

Hostiles

Romeinse code
Zo heeft regisseur Cooper een microversie van de Amerikaanse samenleving op reis gestuurd door het overweldigende landschap: man, vrouw en kind (Little Bear, de kleinzoon van de chief, gespeeld door Xavier Horsechief); blank, indiaan en neger (Blockers korporaal Woodson, gespeeld door Jonathan Majors). De moraal van kapitain Blocker wordt gespiegeld in de gefossiliseerde ideeën van de blanke psychopaat, Wills; de ethiek van de Cheyenne in de wreedheid van de Comanches. De moraal van de film komt uit de mond van Blockers eerste sergeant, Thomas Metz (Rory Cochrane): “Wat we de indianen hebben aangedaan is onvergeeflijk.”

Kapitein Blocker is een moderne man, al beseft hij dat aan het begin van de film nog niet. Hij vertrouwt blind op zijn korporaal, een Afro-Amerikaan, die zijn flank dekt. Hij spreekt met de Cheyenne in hun taal. En zijn code is, interessant genoeg, niet de christelijke moraal van de bijbel. Zijn held is Julius Caesar, hij leest diens beschrijving van de veldtochten in Gallië in het latijn. De Romeinen beschaafden barbaren door ze op te nemen in het Romeinse Rijk, niet door dwang en genocide. Aan het slot van de film stapt Blocker, in burgerkloffie, op dat westernsymbool van de beschaving, de trein.

Scott Coopers vierde film (de regisseur viel eerder op met de psychologisch sterke en maatschappelijk geëngageerde films Crazy Heart, Out of the Furnace en Black Mass) is net te schetsmatig van opzet om te verbluffen. De film wil, heel politiek correct, alle ethische kwesties met evenveel gewicht aansnijden, maar houdt daardoor meer ballen in de lucht dan de verhaallijn aan kan. Dat is wellicht het resultaat van snoeiwerk in de montagekamer, waar de vier uur die de film aanvankelijk duurde is teruggebracht tot twee uur en een kwartier. We zien Hostiles graag nog eens terug op oorspronkelijke lengte, als tv-serie.
 

26 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Gringo

**

recensie The Gringo

In volle vaart op een gammele achtbaan

door Sjoerd van Wijk

The Gringo is een duizelingwekkende achtbaanrit waarbij het wagentje aan alle kanten rammelt. 

Harold (David Oyelowo) is een doorsnee kantoorklerk met een solide baan en leuke vrouw. Althans, dat is wat Harold denkt. Zijn wereld is echter van het kaliber man bijt hond, maar dan waar de mensen ook honden zijn. Zijn lompe baas Richard (Joel Edgerton) houdt een aanstaande fusie waarbij Harold zijn baan zal verliezen geheim. Zijn vrouw heeft ook geheimen, waar de oplopende credit card schuld nog de minste van is. Alles raakt in stroomversnelling als Harold met Richard en de andere gemene bazin Elaine (met verve gespeeld door Charlize Theron) op zakenreis gaat naar Mexico. Gefrustreerd en in geldnood probeert Harold te doen alsof hij is ontvoerd, met alle bizarre gevolgen van dien. Niet in de laatste plaats omdat het bedrijf er louche praktijken met de “Black Panther” op nahield. 

The Gringo

Over de top
Van de grauwe kille kantoorwereld naar het kleurrijke warme Mexico. En weer terug. En weer een andere plek. En weer een nieuw karakter. The Gringo springt van de hak op de tak en gaat van hot naar her. Met de vlugge montage worden kogels afgevuurd die naar alle kanten terugkaatsen. Alles in de film is erop gericht de voortgang van het verhaal permanent op elf te hebben. Het wagentje in de achtbaan is duidelijk over de top en raast in vogelvaart naar beneden.

De vele verschillende spelers met elk hun eigen agenda tonen een complexe wereld waar de homo economicus hoogtij viert. Alles is een transactie waar maximaal rendement op moet worden gehaald. De te aardige Harold en naïeve toerist Sunny (Amanda Seyfried) die hij toevallig tegen blijft komen, steken hier schril bij af. Dit scherpe contrast geeft de film zijn spanning, wat verder versterkt wordt doordat alle karakters tot werkelijk alles in staat zijn. De onvoorspelbaarheid houdt ons gissende. 

Scatter plot
Toch is deze onvoorspelbaarheid ook een zwakte van de film. Scenaristen Matthew Stone (vooral bekend van de Coen Brothers-film Intolerable Cruelty) en Anthony Tambakis (die Suicide Squad 2 en The Karate Kid 2 zal meeschrijven) halen dermate veel uit de trukendoos dat de goochelshow iets te ongeloofwaardig wordt. Het plot is bij vlagen onaannemelijk omdat het van een enorme hoeveelheid toevalligheden aan elkaar hangt. 

Met name de manier waarop de karakters worden neergezet verdient de aandacht. Vaak nemen zij beslissingen die onbegrijpelijk zijn. Zo is er Mitch, de broer van Richard die als humanitair werker nog eenmaal zijn voormalig beroep van criminele huurling oppakt voor het geld. Waarom gaat zo’n professional in het openbaar bier drinken met Harold die veilig thuis moet komen, ondanks dat hij Harold net heeft gered van een stel drugdealers die achter hem aan zaten? Nu is The Gringo weliswaar een actiecomedy, wat de cartooneske karakters verklaart, maar dit betekent niet dat je elke vorm van logica overboord moet gooien als het plot daar om vraagt. 

The Gringo

Vergezocht vermaak
Het komische karakter delft het onderspit ten opzichte van het spannende plot en de opzwepende actie. De grappen lijken niet altijd in goede aarde te vallen. De cynische dog-eat-dog wereld van The Gringo werkt helaas door in de humor. Zo is de grote liefde van de maffiabaas voor The Beatles bedoeld als komisch element, maar hebben de scènes waar deze band besproken wordt te snel een morbide karakter door het brute geweld wat een verkeerd antwoord oplevert. In plaats van een symbiose tussen de bizarre immer veranderende situaties en de schematische spelers vervalt alles in cynisme en werkt het niet op de lachspieren. 

Het geheel is zelfs eerder nihilistisch dan dat het leven wordt omarmd. In dat kader kan ook de motivatie voor deze film in twijfel worden getrokken. In feite is de film een grote dolpartij met op de achtergrond de Mexicaanse burgeroorlog tussen drugsbendes, de overheid en geheime diensten. Waar een geslaagde comedy hoop zou kunnen putten uit deze uitzichtloze situatie lijkt The Gringo echter eerder te gaan voor het transformeren van de verschrikkingen in onschuldig vermaak.

Daarom is The Gringo voornamelijk een avond onvervalst escapisme van het kantoorleven door inleving met de brave Harold die zichzelf realiseert als de ontwaakte Harry. Als de humor en de menselijkheid niet uit het oog waren verloren had het meer kunnen doen met de Mexicaanse situatie.
 

18 maart 2018

 
MEER RECENSIES

LBJ

****

recensie LBJ

President tegen wil en zonder dank

door Alfred Bos

Lyndon B. Johnson werd na de moord op John F. Kennedy Amerika’s 36ste president. Hij voltooide een historische taak en doorbrak een traditie. Acteur Woody Harrelson toont de man achter het mediabeeld.

Lyndon B. (Baines) Johnson was de eerste ‘Zuidelijke’ Amerikaanse president. Hij was tevens de machtigste man van het land (en de wereld) tijdens de meest turbulente periode uit de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. De strijd om de burgerrechten, de escalatie van oorlog in Vietnam die het land diep verdeelde en de culturele revolutie van de jaren zestig bereikten hun crescendo tijdens LBJ’s periode in het Witte Huis. In 1968 had hij er genoeg van. Het land was onherkenbaar veranderd. De politieke traditie in Amerika eveneens.

LBJ

Johnsons voorganger, John F. (Fitzgerald) Kennedy, was net als diens voorganger Eisenhower en alle Amerikaanse presidenten voor hem, afkomstig uit de elite van de Amerikaanse oostkust. Na 1968 heeft Amerika geen presidenten meer gekend die hun machtsbasis hadden in New England. Nixon en Reagan kwamen uit Californië; Carter, Bush Senior, Clinton en Bush Junior uit het Zuiden; Obama leerde het politieke vak in Chicago. De huidige president, Trump, is in meerdere opzichten een anomalie. In één aspect zet de vastgoedbaron uit New York het door LBJ geïntroduceerde patroon voort: hij is geen elite.

Bruggenbouwer
Johnson is derhalve een markante president, maar – al wordt zijn verblijf in het Witte Huis in- en uitgeleid door twee politieke moorden: op president Kennedy en Martin Luther King, voorman in de strijd voor burgerrechten en in die functie Johnson voornaamste politieke kompaan – minder mythisch dan zijn voorganger, Kennedy, of zijn opvolger, Nixon. De speelfilm van Rob Reiner corrigeert dat gebrek en concentreert zich op de aanloop naar en eerste maanden van Johnsons presidentschap.

Woody Harrelson speelt Johnson als boerse pragmaticus met mensenkennis en haarfijn politiek inzicht. Hij is ambitieus én bescheiden, een geboren bruggenbouwer. Wanneer de senator voor Texas het in 1960 tegen Kennedy opneemt als presidentskandidaat van de Democraten, verliest hij in de eerste stemronde. John F. Kennedy (Jeffrey Donovan, hij speelde Robert Kennedy in J. Edgar) kiest Johnson, in bijna ieder opzicht zijn tegendeel, als running mate. Zijn broer Robert (Michael Stahl-David) wantrouwt de Texaan vanaf dag één, maar Kennedy ziet in Johnson de man die hem de Zuidelijke stem zal geven.

De voormalige leraar uit West-Texas wil eigenlijk geen vicepresident worden. Zijn vrouw, Lady Bird (Jennifer Jason Leigh): “Hij is bang dat de mensen niet van hem houden.” John F. Kennedy: “Het is een gevoelige man met een enorm ego.” Hij is niet te beroerd om zijn mentor, de senator voor Georgia, Richard Russell (Richard Jenkins), in diens gezicht een racist te noemen. Johnson zit met Lady Bird in de derde auto van president Kennedy’s motorcade, wanneer die op 23 november 1963 in Dallas, Texas wordt vermoord. Om 15:39, drie uur na de aanslag, wordt Johnson ingezworen als de 36ste president van de Verenigde Staten.

LBJ

Kennedy’s erfenis
LBJ telt opvallende parallellen met Darkest Hour, de recente film over Winston Churchill. We zien een man die op een moment van crisis ongevraagd de macht in handen krijgt geschoven en vier dagen later, op 27 november, in een historische toespraak tegen het Congres (zijn eerste als president) het martelaarschap van Kennedy inzet om diens omstreden beleid door het politieke systeem te loodsen. Johnson is de geschiedenis ingegaan als een man van daden, maar Reiner toont hem als man van het woord, Shakespeare en Lincoln citerend.

Met de Civil Rights Act van 2 juli 1964 zette Johnson niet alleen Kennedy’s ideeën om in wettelijk vastgelegde praktijk, als eerste Zuidelijke president voltooide hij tevens de taak die zijn voorganger Lincoln zichzelf in 1861 had opgedragen en hielp Amerika daarmee af van een kwestie die het land sinds de Burgeroorlog had verdeeld. Een maand later begon de escalatie van Kennedy’s andere erfenis, de oorlog in Vietnam, die bepalend zou blijken voor Johnsons reputatie als president. Amerika raakte opnieuw tot op het bot verdeeld, maar daar gaat LBJ niet over.

Regisseur Rob Reiner werd bekend als de acteur die Meathead speelde in de befaamde jaren zeventig tv-serie All In The Family en als de regisseur van de rockparodie This Is Spinal Tap en de klassiek geworden romcom When Harry Met Sally. Zijn curriculum telt meerdere films over politieke onderwerpen en LBJ past daar naadloos tussen. Deze ode aan een miskende man is degelijk, bijna ‘ouderwets’ vakwerk zonder knaleffecten of fictieve feel good scènes. Zonder hype dus, net als LBJ zelf.
 

13 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Lucky

****

recensie Lucky

De weg naar Verlichting

door Tim Bouwhuis

“Realisme is een ding. Het is de gewoonte om een situatie te accepteren zoals ze is en de bereidheid hebben daarnaar te handelen”. Woordenboeken hebben de gewoonte om simpele betekenissen te vermommen als tegeltjeswijsheden. Lucky doet feitelijk niets meer dan een poging om zijn kruiswoordpuzzel af te maken, als zijn zoektocht naar synoniemen hem bij de kern van zijn persoonlijkheid brengt.

De negentigjarige Lucky (Harry Dean Stanton) is eigenzinnig, cynisch, maar ook goudeerlijk. Altijd en overal is hij op zoek naar de essentie van dingen. Naar de wetenschap dat alles eens zal verdwijnen, dat de ‘ziel’ niet bestaat. Je zou Lucky een atheïst kunnen noemen. Tijdens de film valt die term echter geen moment. De nadruk ligt niet op labels en categorieën, maar op Lucky’s menselijkheid. Als we oud zijn, en onze dood gedwongen onder ogen zien, worden onze illusies en dromen ons ontnomen. We kijken naar de wereld zoals we die op dat moment zien. Al het andere is opgeslokt door de tijd.

Lucky

Heilige regelmaat
Voor Lucky is het menszijn een symfonie van dagelijkse routines. Terug komen de yogaoefeningen, de quizprogramma’s. Er is een vaste buurtshop, een vast koffiehuis en een vaste kroeg. De koelkast is gevuld met melkpakken van hetzelfde merk. Je kunt met Lucky te doen hebben, hem een zielige einzelgänger noemen. Het is echter alsof de scenaristen (een samenwerking tussen Logan Sparks en Drago Sumonja) al van meet af aan op zo’n houding anticipeerden: een ongeruste buurtbewoner krijgt te horen dat ‘alleen zijn’ toch echt iets anders is dan eenzaamheid.

Lynchiaans leven
Stanton bijt op een heerlijk droge wijze van zich af, en brengt daarmee de verhouding tussen drama en humor in balans. Komische hoogtepunten zorgen ervoor dat de emotionele kern van het verhaal er nooit te dik bovenop komt te liggen. De scène waarin Lucky een onbeholpen advocaat (Ron Livingston) te kijk zet is goud waard, en de bijrol van David Lynch brengt alles wat de film verder nog nodig had.

Lynch lijkt gewoon zichzelf  te spelen: de gerenommeerde regisseur verschijnt als een eigenaardige barganger die op zoek is naar zijn weggelopen landschildpad. Met zijn geloof in de aantrekkingskracht van het onverklaarbare (zie Twin Peaks) is Lynch de perfecte ideologische tegenpool van Stanton, die er tot Lynch’ ergernis nog niet eens in slaagt water- en landschildpadden van elkaar te scheiden.

Lucky

Een simpel verhaal
Bovenstaande omschrijving mag misschien wat absurdistisch overkomen, met Stanton en Lynch blijft alle integriteit gewaarborgd. Sterker nog, de schildpad speelt een symbolische sleutelrol, ook al moet je daar toch echt de film zelf voor bekijken. Debuterend regisseur John Carroll Lynch (eerder als acteur in onder meer Fargo, Shutter Island en Jackie) slaagt erin met een uiterst minimale film veel te verbeelden. Door het lome tempo, de rurale en desolate setting en de muzikale toon doet Lucky sterk denken aan The Straight Story van David Lynch.

Lynch zelf maakte zijn meest conventionele film als een door en door menselijk portret, waarin de belangrijkste emoties onuitgesproken bleven. De tocht die Alvin (Richard Farnsworth) ondernam is bij Lucky van een meer spirituele aard, maar dat maakt de uitkomst niet minder waardevol.

Licht na het zwarte gat
Integendeel, de meest ingrijpende scène van de film vindt plaats als Stanton voorbij zijn dagelijkse routines en zijn starre cynisme moet redeneren. Uit het niets valt de acteur flauw in zijn woonkamer, en dan treedt de angst in: de angst voor wat komen gaat, de angst voor het zwarte gat na het einde. Stanton verwerkt zijn bangheid eerst nog als een geheim, maar geleidelijk zal hij zijn gemoedstoestand moeten accepteren. Met een grote glimlach, en zonder spijt.

Harry Dean Stanton stierf veertien maanden na de laatste opnames van Lucky.
 

3 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Phantom Thread

****

recensie Phantom Thread

Capitulatie in de liefde

door Yordan Coban

De achtste film van Paul Thomas Anderson gaat over de strijd in de verhoudingsstructuur binnen een relatie en de zoektocht naar een balans tussen de liefde die we willen krijgen en de liefde die we te bieden hebben.

Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) is een elitaire kledingmaker. Zijn jurken zijn alleen bedoeld voor de meest gefortuneerde. Woodcock is een erg elegante maar moeilijke man. Hij is ijdel, verwend en obsessief bezig met de perfectie in zijn vakmanschap. Alles draait om zijn wil en hij dwingt ieder tot een passantenrol in zijn wereld. Alleen de relatie met zijn assistente Cyril is gebaseerd op wederzijds respect. Cyril (Lesley Manville) is een erg strenge no-nonsense vrouw die weet hoe ze een blaffende hond in bedwang moet houden.

Phantom Thread

Reynolds is nooit getrouwd en formuleert zijn leven stellig als een liefdeloze eenling die toebedeeld is aan zijn vak. Hier komt verandering in als hij valt voor de jonge Alma (Vicky Krieps), in wier imperfecties hij perfectie ziet. De film leert ons aan het begin dat er een routine is in de manier waarop Woodcock verliefd wordt. Hij valt voor uiterlijke schoonheid en raakt na geringe tijd geïrriteerd op de vrouwen uitgekeken. Hij is even veeleisend voor zijn vrouwen als voor zijn jurken.

Alma lijkt in het begin te bezwijken onder zijn regie in de relatie. Echter kan Alma door zijn poppenkast heen prikken. Het is interessant om te zien wie nu werkelijk de bespeler van wie is. Reynolds had een bijzondere relatie met zijn moeder. Hij vertelt Alma hierover tijdens hun eerste etentje. Hij is op zoek naar bemoederende liefde, al laat zijn neurotische drang naar controle dit niet toe. Alma is echter een sterke vrouw en kent hem beter dan hij zichzelf kent.

Transitie in stijl
De regiestijl van Paul Thomas Anderson heeft in de loop van zijn carrière een verandering ondergaan. Hij begon met flitsend, dynamisch camerawerk. Snel bewegende scènes waarin veel informatie zich snel na elkaar opvolgde onder begeleiding van catchy popmuziek, zoals in Boogie Nights (1997) en Magnolia (1999). Deze flashy heersende filmdoctrine uit de jaren negentig, die begon met de innovaties van Goodfellas (1990), kleurde zijn werk op significante wijze. Regisseurs als Martin Scorsese, Quentin Tarantino, Oliver Stone en David Fincher zijn collega’s die een overeenkomende regiestijl hanteerden.

Phantom Thread

Paul Thomas Anderson is echter sinds de 21ste eeuw een andere richting ingeslagen. Een richting die minder op het werk van Scorsese lijkt maar meer overeenkomsten heeft met de stijl van Stanley Kubrick en Terrence Malick. Deze transitie begint subtiel in Punch-Drunk Love (2002) maar is radicaler in There Will Be Blood (2006) en The Master (2012). Paul Thomas Anderson gebruikt nu voornamelijk klassieke of experimentele melodieën om zijn werk te ondersteunen. Verder is het camerawerk (wat hij in Phantom Thread voornamelijk zelf deed) rustiger en eleganter geworden met scènes die nu meer ademruimte krijgen maar nooit statisch zijn. 

Maar misschien wel het belangrijkste in Paul Thomas Anderson’s werk is ook het hoogtepunt in Phantom Thread: het acteerwerk. De drie grote rollen in de film worden heel genuanceerd gespeeld. Het kan geen toeval zijn dat de films van Anderson misschien wel het beste acteerwerk van de laatste twintig jaar bevat. Joaquin Phoenix, Julianne Moore, Philip Seymour Hoffman, Daniel Day-Lewis of Adam Sandler, Anderson weet altijd een maximale performance uit zijn acteurs te halen.

Overgave
Er gebeurt niet veel in Phantom Thread. Er zijn geen grote gebeurtenissen waaraan het verhaal zich optrekt. We kijken naar twee mensen en de verloop van hun relatie. Er is geen overdreven romantiek, maar een psychoanalytische studie over de liefde die ze delen. De twee dansen een wals vol compromissen, strijd en acceptatie. De overgave aan dat wat zij zoeken in een partner.
 

28 februari 2018

 
MEER RECENSIES