Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

*
IFFR Unleashed – 1994: Schramm, Into the Mind of a Serial Killer
Fascinerende afschuwelijkheid

door Cor Oliemeulen

We kunnen deze filmbespreking beginnen met een korte opsomming van alle afschuwelijkheden in Schramm, Into the Mind of a Serial Killer, maar dan haken de meeste lezers direct af. Of juist niet?

Waarom zou iemand in de hersenen van een seriemoordenaar willen kijken? De Duitse filmmaker Jörg Buttgereit zei in een interview dat films over seriemoordenaars eigenlijk altijd gaan over politieagenten, die bijvoorbeeld problemen met hun vrouw of een verslaving hebben, en uiteindelijk de seriemoordenaar oppakken. Buttgereit haat dat soort films, want we komen volgens hem veel te weinig te weten over de seriemoordenaar. Tegelijkertijd kun je je afvragen welk nut het dient om überhaupt iets te weten over de impulsen van een zieke geest. Zeker als handelingen niet worden verklaard, zoals dat bijvoorbeeld wel gebeurt bij andere Duitse seriemoordenaars in M (1931), Der Untergang (2004) en Der goldene Handschuh (2019).

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Perversiteiten
Aangezien Buttgereit – in kleine kring beroemd door zijn films over necrofilie – zelfs te weinig geld had om een politiewagen te huren, koos hij ervoor om zich volledig te concentreren op het lugubere bestaan van een psychisch gestoorde taxichauffeur (collega Travis Bickle in Taxi Driver is met hem vergeleken een zeer mild geval). Deze Lothar Schramm is een einzelgänger, komt niet onsympathiek over buitenshuis, maar in zijn eigen woning geeft hij zich over aan activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Voor Buttgereit genoeg reden om ’s mans extreme activiteiten op camera vast te leggen. Natuurlijk met een korrelige 18 mm-camera, want dan lijken alle perversiteiten nóg realistischer.

Aan acteur Florian Koerner von Gustorf (die later een aantal uitstekende films van Christian Petzold zou produceren) de dubieuze taak om te neuken met het onderlichaam van een sekspop en om vrouwen naar binnen te lokken, zodat hij die kan vermoorden, van make-up voorzien en misbruiken. De man is zo gefrustreerd door zijn seksuele stoornissen dat hij, mogelijk om zichzelf te straffen, op een gegeven moment zijn geslachtsdeel aan een tafel vastspijkert. Om aan een en ander kennelijk nog een artistieke betekenis te geven, zijn de beelden schokkerig en repetitief, soms voorzien van kleurenfilters en is de geluidsband al even verontrustend.

Associaties
Eerlijk gezegd heeft de schrijver dezes weinig ervaring met dit type van horror en wordt hij over het algemeen al snel lacherig van de voorspelbaarheid van het verhaal (als dat er al is) en rondvliegend bloed. Het moet gezegd dat Schramm, Into the Mind of a Serial Killer is doordrenkt met een zweem van onsamenhangende authenticiteit, maar dat de bloedballetten nog best meevallen en het uitlepelen van een mensenoog voor weinig extra opwinding zorgt. De montage van beeld en geluid, onverwachte weerzinwekkende handelingen en de algehele teloorgang kun je ongetwijfeld associëren met de hersenen van een krankzinnige, maar de vraag blijft waartoe dit alles dient.

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Geweld als pornografie? Net zo waarschijnlijk vinden sommige mensen het leuk om te choqueren of om zich te laten choqueren. Voor andere kijkers biedt deze film mogelijk een uitstekende gelegenheid om over nimmer uitgesproken gedachten te fantaseren. Er zijn gelukkig nog geen berichten dat iemand, na het kijken van Schramm, besloot om seriemoordenaar te worden. Misschien dat deze rerelease in het IFFR Unleashed-programma nog een duit in het zakje kan doen.

Smaak
Een groot onderzoek dat in 2015 in The Lancet werd gepubliceerd, over de vraag of (jonge) mensen zich gewelddadiger gaan gedragen nadat ze gewelddadige beelden hebben gezien, wees uit dat een dergelijk kopieergedrag nauwelijks voorkomt. Dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld het beeld van iemand op straat die zich plotseling met een pistool door het hoofd schiet een onrustige nacht kan opleveren, of simpelweg de mensenziel weer een heel klein beetje donkerder kleurt.

In 1978 verscheen de eerste Faces of Death-mockumentaire – vol fragmenten van wereldburgers die op de meest uiteenlopende manieren om het leven komen – die volgens de statistieken op IMDb voornamelijk bij mannelijke tieners in de smaak viel. We zullen de hang naar het kijken van zeer schokkende beelden maar een typisch gevalletje van intrigerende afschuwelijkheid noemen. Doe jezelf een lol en kijk liever naar de fysieke ongein in die Jackass-films – kun je tenminste nog af en toe lachen om krankzinnige types.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

1 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Tale of Zatoichi, The

****
IFFR Unleashed – 1991: The Tale of Zatoichi
Kaskraker over blinde samoerai

door Cor Oliemeulen

Goede Japanse samoeraifilms behelzen veel meer dan een potje zwaardvechten. Het personage Zatoichi verdient een bijzondere plaats in het genre, want hij behoort tot de absolute onderklasse, houdt van gokken én is blind. The Tale of Zatoichi (1962) is de eerste film in een lange, succesvolle reeks.

De verhalen spelen zich af in een van de laatste periodes van het Edo-tijdperk (1830-1850) waarin het regerende shogunaat in het vroegere Tokio was gevestigd voordat de keizer de macht kreeg. Zatoichi werd geïntroduceerd door novellist Kan Shimozawa. Het titelpersonage verloor zijn gezichtsvermogen als kind door een ziekte, ging trainen met een zwaard nadat zijn vader hem op vijfjarige leeftijd had verlaten, werd lid van de yakuza, doodde veel mensen, kwam tot inkeer, ging rondzwerven en verzette zich tegen corruptie en onrecht. Hij ontwikkelde een uitstekend hoor- en reukvermogen, zodat hij bliksemsnel kon reageren op dreigend gevaar.

The Tale of Zatoichi

Edelmoedig maar resoluut
Eigenlijk heet hij Ichi. Zato is de benaming voor iemand die behoort tot de laagste van de vier klassen binnen het todoza, het traditionele gilde voor blinde mannen die zich voornamelijk ten dienst stellen als masseur. Zatoichi verdient liever de kost met gokken, heeft geen afgetraind lichaam en is meer antiheld dan held. Als we in The Tale of Zatoichi (Zatôichi Monogatari) voor het eerst met hem kennismaken, laat hij zich door leden van een clan ogenschijnlijk een poot uitdraaien, maar wint hij vervolgens een klein fortuin door op fantastische wijze hun oneerlijkheid af te straffen.

Zatoichi (Shintaro Katsu, die als kind les van een blinde zwaardvechter zou hebben gehad) heeft zich laten inhuren door de clanleider van die valsspelers omdat diens grote concurrent eveneens een samoerai heeft ingehuurd. Maar als die strijder ziek blijkt, wil Zatoichi niet met hem zwaardvechten. Uiteindelijk heeft hij geen keus, beslecht de strijd en vertrekt naar zijn volgende tijdelijke verblijfplaats, een smachtende weduwe achterlatend. Iemand die niet van zichzelf houdt, kan immers ook moeilijk een geliefde gelukkig maken.

The Tale of Zatoichi

Langlopende reeks
The Tale of Zatoichi is geregisseerd door Kenji Misumi, die in 1954 had gedebuteerd met Tange Sazen: Kokezaru no tsubo (1954), het verhaal over een samoerai met één arm en één oog, en werd in eigen land een kaskraker. Hij ging voortvarend door met het maken van succesvolle zwaardvechtfilms, wat zou leiden tot maar liefst 26 speelfilms (1962-1989) over Zatoichi. De zeventiende film, Zatoichi Challenged, kreeg in 1989 een Amerikaanse remake met als titel Blind Fury en Rutger Hauer als blinde zwaardvechter annex Vietnamveteraan.

In de periode 1974-1979 draaide in Japan een televisiereeks van ruim honderd afleveringen, waaraan zowel vertolker Shintaro Katsu als regisseur Kenji Misumi enkele malen hun medewerking verleenden. Misumi was tevens verantwoordelijk voor vier van zes Lone Wolf-samoeraifilms, te beginnen met Lone Wolf and Cub: Sword of Vengeance in 1972, gebaseerd op de mateloos populaire gelijknamige stripserie.

Vredelievende oplossing
Zatoichi opteert altijd voor een vredelievende oplossing van een conflict en trekt zijn zwaard pas als het echt niet anders kan. Liefhebbers van actie moeten in The Tale of Zatoichi dus lang wachten, want net als bijvoorbeeld in Seven Samurai (Shichinin no samurai, 1954) van Akira Kurosawa worden in de eerste helft de belangrijkste karakters geïntroduceerd, leren we die aardig kennen en begrijpen we beter hun motivatie waarom zij uiteindelijk tot actie overgaan. Bovendien doet Misumi’s debuut denken aan Kurosawa’s ongeëvenaarde klassieker door de mooie zwart-witbeelden, de choreografie en het gebruik van water en wind om de frames meer dynamiek te geven.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

28 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Tampopo

****
IFFR Unleashed – 1988: Tampopo
Smaakvolle hartstocht voor eten

door Cor Oliemeulen

De hilarische Japanse rolprent Tampopo was medio jaren 80 zijn tijd ver vooruit. Dé eetfilm der eetfilms verleidt de kijker nu nog steeds met onvergetelijke scènes die in sommige gevallen uitnodigen tot opvolging.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière toonden al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Luchtig
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taarten gooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Van alle eetfilms is Tampopo (1985) na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Allerbeste noedelsoep
Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid in Tokio (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedelwestern en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sleepwalk

**
IFFR Unleashed – 1987: Sleepwalk
Slaapwandelen door Manhattan

door Cor Oliemeulen

Onafhankelijk filmmaakster Sara Driver brengt in haar speelfilmdebuut Sleepwalk (1986) een ode aan Lower East Side, New York waar ze opgroeide. Denk niet aan een luchtig, hilarisch eerbetoon als Manhattan (1979) van Woody Allen, maar aan in het halfduister verscholen personages en een mysterieus Chinees manuscript in een fantasieverhaaltje.

Sleepwalk mag worden gerekend tot de zogenaamde New Cinema, die medio jaren 70 ontstond. Onafhankelijke filmmakers in Lower East Side, New York spraken liever van ‘no wave’, een stroming die min of meer parallel liep met de opkomst van de (art)punk en new wave in de muziek. Zo zie je in de eerste undergroundfilm van die beweging, The Blank Generation (1976), optredens van Blondie, The Ramones, Iggy Pop, Television en Talking Heads.

Sleepwalk

Blauwdruk Jim Jarmusch
Een van de bekendste filmmakers aldaar, Jim Jarmusch, die in 1980 debuteerde met Permanent Vacation (zijn afstudeerfilm), voelde zich als een vis in het water in het New York van de late jaren 70. “Alles leek mogelijk. Je kon een film of een plaat maken, parttime werken en een appartement voor 160 dollar per maand huren. Gesprekken gingen over ideeën. Niemand sprak over geld. Het was fantastisch en ik ben blij dat ik daar was.”

Ondertussen had Jim Jarmusch een relatie gekregen met Sara Driver (met wie hij 20 jaar zou samenwonen), die Permanent Vacation (en een aantal andere van zijn films) produceerde. Op zijn beurt deed Jarmusch het camerawerk van Drivers korte filmdebuut You Are Not I (dat draaide op het IFFR van 1982) en ook deels voor Sleepwalk. Je kunt er gif op innemen dat hij de beelden schoot van de uitgestorven straten vol rommel, oude panden vol graffiti en glimpen van een brug en een rivier bij nacht. De zon lijkt er letterlijk en figuurlijk nooit te schijnen. Zo vormen Drivers eerste films qua atmosfeer een blauwdruk van die van Jarmusch.

Maar in diezelfde films gebeurt er ook verdomd weinig en hangen de personages ogenschijnlijk maar een beetje rond. Jarmusch verkent de contouren van existentialisme en nihilisme (op een droogkomische manier), terwijl Driver haar karakters laat ronddwalen in een spookachtige droomwereld. Hoofdrolspeelster Nicki (Suzanne Fletcher) van Sleepwalk werkt op een schimmig, slecht verlicht kantoor. Ze verwerkt medische data in een bakbeest van een computer, haar zweterige baas heeft drie telefoons op zijn bureau en eet tussen de gesprekken door een zak chips leeg en een collega scheurt met een liniaal repen van een rol computerpapier (let ook op een van de eerste rolletjes van Steve Buscemi). Alles is ogenschijnlijk doelloos, met de nadruk op mysterieus.

Sleepwalk

Stijloefening
De geheimzinnigheid neemt toe nadat een Chinese man en zijn lange, donkere assistent (met een paar afgehakte vingers in een bebloed verband) plotseling voor Nicki staan met een Chinees manuscript, dat zij tegen betaling mag vertalen in het Engels. Nicki heeft een Chinees zoontje, dus dat moet vast wel gaan lukken. Hoewel. Vanaf het moment dat ze ’s avonds na haar werk op het verlaten kantoor aan de klus begint, gaat een vinger spontaan bloeden en worden haar pupillen af en toe groen. In haar omgeving ruikt men een amandellucht. Een geslaagd magisch-realistisch ritje in een goederenlift en de nachtelijke gang naar haar al even miserabele appartementje versterken de onheilspellende, droomachtige sfeer.

Films kunnen in beginsel zonder plot, echter Sleepwalk blijft hangen in die sfeer zonder maar een enkele van de schaarse handelingen of gebeurtenissen te verklaren. Dat mag de kijker natuurlijk doen. Als vriendin en flatgenootje Isabelle na een bezoek aan de manuscript vertalende Nicki al haar haren verliest, gaat ze niet naar de dokter (ze is een illegaal) om de oorzaak te achterhalen, maar wil ze zich gewoon een tijdje terugtrekken in de hoop dat haar haren gaan aangroeien. En als in de tussentijd ook nog eens Nicki’s zoontje per ongeluk wordt ontvoerd, denkt niemand aan de politie. Het abrupte open einde past prima in deze bescheiden stijloefening van suspense, die blijft steken in de experimentele fase.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

20 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sans soleil

***
IFFR Unleashed – 1984: Sans Soleil
Herinneringen van een rusteloze premiejager

door Cor Oliemeulen

Chris Marker wordt beschouwd als een van de meest innovatieve film- en documentairemakers van de jaren 60 en 70. Maar zijn meest gewaardeerde productie is Sans soleil uit 1983 waarin de menselijke herinnering centraal staat.

Dit moeilijk te duiden filosofische beeldessay van de Franse cineast en videokunstenaar Chris Marker komt tot de kijker als een persoonlijk dagboek dat wordt voorgelezen door een vrouwenstem. Het leidt tot een film over subjectiviteit, dood, identiteit en bewustzijn. Markers toenmalige kijk op de wereld voedt zich met levenservaring die hij jarenlang opdeed in alle uithoeken van de wereld.

Sans soleil

Raakvlakken en associaties
Sans soleil focust vooral op Tokio, maar maakt kleine uitstapjes naar andere continenten. Op een hoogst originele manier legt Marker verbanden die alle kanten opschieten. Zo leren we van de voice-over dat de kunstenaar het beeld van drie kinderen op een weg in IJsland in 1965 voor hem het ultieme geluk uitstraalt. Dat beeld wordt direct gevolgd door rijke, gehaaste Japanners op het vliegveld en op een veerboot. We horen hoe Marker zich voelt als een rusteloze premiejager, die na enkele malen rond de wereld te hebben gereisd, mogelijk alleen nog maar oog lijkt te hebben voor het banale, hoewel dat bij hem soms juist abnormaal lijkt.

Van emoes in Île de France, meisjes op de Bissagoseilanden van Guinee-Bissau die zelf hun verloofden uitkiezen, rouwende bezoekers van een Japans kattenkerkhof naar een door bier van gefermenteerde melk bedwelmende alcoholist die al regelend het verkeer ontregelt. Ogenschijnlijk losse beeldfragmenten die middels filosofische beschouwingen plotseling raakvlakken en onverwachte associaties krijgen.

Ook de Afrikaanse vrouwen op een markt lijken in eerste instantie zo gewoon en op afstand, totdat ze heel kort in de camera kijken en daardoor een gezicht krijgen. En dan weer terug naar Tokio, een stad die door Markers lens voelt als een stripverhaal. Een snelle gedachte aan een film van Godard, een toneelstuk van Shakespeare en een vijftiende-eeuws gedicht van Basho. Al even gemakkelijk en acceptabel linkt een uitspraak van filosoof Rousseau aan de Rode Khmer in Cambodja. ‘Is het toeval of historisch besef?’, citeert de vertelster.

Sans soleil

Gefragmenteerd wereldbeeld
De filosofische overpeinzingen verwijzen regelmatig naar beroemde films, zoals Apocalypse Now waarin we het personage van Marlon Brando horen zeggen dat horror een gezicht en een naam heeft, en dat je daarom van horror je vriend moet maken. Marker voegt er dan direct aan toe dat je je van horror kunt bevrijden door het een andere naam en een ander gezicht te geven, om vervolgens in te gaan op Japanse horrorfilms. Ook het uitstapje naar San Francisco waar we alle filmlocaties van Hitchcocks Vertigo bezoeken, lijkt volstrekt willekeurig, echter blijkt toch op de een of andere manier te passen in Markers gefragmenteerde wereldbeeld van herinneringen.

Qua aanpak en vormgeving doet Sans soleil heel af en toe denken aan het caleidoscopische Koyaanisqatsi dat in hetzelfde jaar 1983 werd gemaakt. Echter waar documentairemaker Ron Fricke kiest voor grote groepen mensen als naamloze individuen in een immens, vaak verontrustend, decor koppelt Chris Marker de mens aan andere plaatsen en tijden. En waar in Koyaanisqatsi de beelden sfeervol worden begeleid door de minimalistische synthesizermuziek van Philip Glass, hoor je in Sans soleil experimentele elektronische interpretaties van muziekstukken van de Russische componist Moessorgski (onder andere Sunless = sans soleil) met een onthechtende uitwerking en als doel sommige herinneringen van de maker te vernietigen.

De subjectiviteit van herinneringen en observaties, de muziek en de soms hallucinerende videokunst (onder meer abstract gekleurde beelden van kamikazepiloten boven Pearl Harbour) maken van Sans soleil een transcendent filmessay dat een nieuwe trend zette in de non-fictiefilm. Een persoonlijk monument, dat bewust wat op afstand blijft door de maker in de derde persoon te introduceren (Chris Marker wilde ook niet voor niets niet als regisseur op de aftiteling worden vermeld). Op die manier blijft er voldoende ruimte voor de kijker om diens eigen herinneringen en associaties op de meanderende beelden en woorden los te laten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

14 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Ilha dos Amores, A

***
IFFR Unleashed – 1983: A Ilha dos Amores
Ontmoeten is het begin van scheiden

door Cor Oliemeulen

A Ilha dos Amores gaat over het leven, de liefdes en de dood van de Portugese schrijver Wenceslau de Moraes. Het drama van Paulo Rocha is door zijn theatrale, literaire en historische aanpak veel meer dan het lot van de zoveelste kunstenaar die na een turbulent en ellendig leven verpaupert en in eenzaam sterft.

Wenceslau de Moraes werd in 1854 in Lissabon geboren en overleed in 1929 in het Japanse Tokushima. De man kon moeilijk op één plek blijven. Zo vertoeft hij als marineofficier in Mozambique, vertrekt met zijn maîtresse Isabel naar Macau (sinds 1557 een belangrijke Portugese handelspost in Zuid-China), laat na enkele jaren zijn Chinese vrouw Atchan en hun twee kinderen achter voor een post als consul van Portugal in het Japanse Kobe (dat zijn haven had opengesteld voor handel met het westen), trouwt daar de Japanse O-Yoné, zegt na haar dood zijn baan op, trekt zich terug in het provinciestadje en vindt een nieuwe liefde met O-Yoné’s nichtje Ko-Haru, die zelf nog een andere geliefde heeft. Als haar kind wordt geboren, en spoedig sterft, is het niet duidelijk wie de vader is. Ko-Haru overlijdt niet lang daarna aan tuberculose.

A Ilha dos Amores

Filmmaker volgt schrijver
‘Ontmoeten is het begin van scheiden’, verzucht De Moraes (rol van Luís Miguel Cintra), die ’s nachts in een aftandse kimono rondzwerft bij de graftombes van zijn overleden geliefden en zich de rest van zijn leven aan schrijven zal wijden. Tussen 1916 en 1929 produceert hij zijn belangrijkste werken, waaronder De Dodendans van Tokushima. Zijn levenswandel in Azië wordt regelmatig onderbroken door kunstzinnige verwijzingen en korte fragmenten van het thuisfront waar vooral zijn zus Francesca haar broer mist. De prachtige, vrij statische cinematografie, bijna overal op locatie, is van Acácio de Almeida, Elso Roque en Kôzô Okazaki.

De temperamentvolle Wenceslau de Moraes wilde graag het materialisme van het westen inruilen voor het spirituele van het oosten. Bovendien had hij weinig op met de politieke toestand in zijn geboorteland. De Oktoberrevolutie van 1910 zorgde voor het verdwijnen van de constitutionele monarchie en het begin van de republiek waarin corruptie hoogtij vierde, wat uiteindelijk zou uitdraaien op een dictatuur.

Ook regisseur Paulo Rocha, die het scenario van A Ilha dos Amores schreef, hield het opmerkelijk genoeg niet uit in zijn geboorteland Portugal. Hij bereidde daar zijn film jarenlang voor, maar door de politieke spanningen, de oorlogen in het naar onafhankelijkheid snakkende Mozambique en Angola die het moederland in armoede hadden gestort, de linkse staatsgreep tijdens de Anjerrevolutie in 1974 (die direct de onafhankelijkheid van die Afrikaanse kolonies inleidde) leek het hem beter te vertrekken naar Japan, in het kielzog van De Moraes.

A Ilha dos Amores

Ontdekkingen
De negen hoofdstukken van A Ilha dos Amores verwijzen naar ruim tweeduizend jaar oude gedichten van de vader van de Chinese poëzie, Qu Yuan, terwijl de filmtitel is ontleend aan een hoofdstuk uit het beroemdste gedicht (Os Luciadas) van Portugals zestiende-eeuwse schrijver des vaderlands Luís de Camões (werkzaam als onderofficier in Macau!). Daarin bezingt hij de roem van de Portugezen en hoe ontdekkingsreiziger Vasco da Gama door de Romeinse godin Venus naar het eiland der liefdes (A Ilha dos Amores) wordt gevoerd om daar de geheimen van het leven en de liefde te kunnen ontdekken. In de roman Het Verboden Rijk van J. Slauerhoff (1898-1936) volgt onze eigen grote schrijver en dichter op zijn beurt de levenswandel van Luís de Camões.

Terwijl Wenceslau de Moraes in deze bijna drie uur durende film steeds ouder en grijzer wordt en steeds krommer gaat lopen, zoekt hij affectie bij een nichtje van Ko-Haru. Echter de inmiddels in eigen land geliefde schrijver is ver van huis verworden tot een getormenteerd mens, dienend als spiegel van een gedoemd land. De artistieke cameravoering – vaak half verscholen achter een boom of een grafsteen, door ramen, deuren en klamboes, of via een spiegel – maken de betrokkenheid met het personage lastiger. Zowel de schoonheid van de kunsten als de zeer originele en ambitieuze aanpak van filmmaker Rocha kunnen ten langen leste niet voorkomen dat A Ilha dos Amores een enigszins afstandelijke en deprimerende indruk achterlaat.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

12 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Uski roti

***
IFFR Unleashed – 1982: Uski roti
Wachten tot er iets gebeurt

door Cor Oliemeulen

Het destijds baanbrekende Indiase drama Uski roti is een film over wachten. Een jonge vrouw loopt elke dag vanuit een armzalig dorpje een paar kilometer naar een bushalte aan de onverharde hoofdweg om haar man, een buschauffeur, haar zelfgebakken brood te geven. Als ze door een vervelend voorval met haar zusje toevallig een keer te laat is, is hij beledigd en negeert hij haar.

Met terugwerkende kracht is het voor de doorsneekijker niet heel gemakkelijk om te bepalen waarom een film bij zijn verschijnen 50 jaar geleden een nieuwe standaard zette. Uski roti (Ons dagelijks brood) is het kalme, rustige en volgens sommigen slaapverwekkende – maar in feite meditatieve – debuut van Mani Kaul dat volgens de Indiase filmmaker zelf gaat over de projectie van de fantasieën van een vrouw.

Uski roti

Fotografische blik
Het bijna twee uur durende Uski roti mag worden beschouwd als een van de sleutelfilms van de Indiase New Wave, omdat vorm, techniek en verteltrant een experimenteel karakter hebben, waarmee de film zich afzette tegen de commerciële mainstreamfilms van die tijd. Regisseur Mani Kaul – wiens films nog zeven keer op het IFFR zouden draaien – focust op het beeld; het plot en de summiere dialoog zijn ondergeschikt. De schaarse geluiden en een enkel Indiaas muziekje lijken later aan de film toegevoegd.

Het realistische karakter vloeit voort uit de al even humane en stilistische aanpak van grootheid Satyayit Ray, die met zijn Apu-trilogie (1955-1959) de Indiase cinema internationaal op de kaart zette. Uski roti is minimalistischer en doet door de ogenschijnlijk expressieloze personages al snel denken aan de Franse cineast Robert Bresson (Pickpocket, 1959) die net als Mani Kaul begon als schilder. Het stemmige in zwart-wit geschoten Uski roti verraadt Kauls talent als iemand met een krachtige fotografische blik en zijn streven naar het perfecte frame.

Regelmatig kiest hij voor close-ups om iets van de innerlijke belevingswereld van de personages te kunnen doorgronden, want de gezichten vertrekken meestal nauwelijks een spier, zodat vooral de grote Indiase ogen (zeker van de vrouw) boekdelen spreken. Wat verder opvalt, zijn de tussenshots van handen en voeten, en het plaatsen van de personages in minder traditionele posities voor de camera. Zo kun je bijna elk beeld van Uski roti als originele kunst aan je muur hangen.

Uski roti

Neorealisme
Ontegenzeggelijk is Mani Kaul, net als het gros van zijn tijdgenoten, bewust of onbewust beïnvloed door het Italiaanse neorealisme van net na de Tweede Wereldoorlog. Van filmen in een studio was geen sprake, het alledaagse leven op straat was de leidraad en niet-professionele acteurs werden in documentairestijl geportretteerd. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het Iraanse drama The Cow, dat net als Uski roti in 1969 verscheen en waarmee wij deze special over 50 jaar IFFR aftrapten. Zo krijgen weinig ophef makende handelingen als het verzorgen van een koe of het kneden van brood al snel een extra dimensie.

‘De projectie van de fantasieën van een vrouw’ in Uski roti beperkt zich in feite tot een hang naar traditionele waarden. De buschauffeur, die slechts op dinsdag thuiskomt, in de stad een liefje heeft en daar wat lol trapt met vrienden, vraagt uiteindelijk bijna uit medelijden aan zijn echtgenote waarom ze toch elke dag dat hele stuk loopt om hem zijn lunch te brengen en vaak zo lang moet wachten totdat hij voorbij komt. Maar zij ziet het nu eenmaal als haar taak plichtsgetrouw te zijn en vindt het beter dat hij één keer per week thuiskomt dan helemaal niet.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

10 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

India Song

***
IFFR Unleashed – 1975: India Song
Poëtisch psychodrama

door Cor Oliemeulen

India Song behandelt veel thema’s, zoals liefde, verlangen en sociale ongelijkheid als gevolg van koloniale overheersing. Bijna een halve eeuw na de vertoning op het IFFR mag je dit poëtische psychodrama van Marguerite Duras nog gerust zeer experimenteel noemen.

Op het filmdoek zien we tergend traag bewegende personages in weliswaar soms adembenemende interieurs, echter de werkelijke actie – in de vorm van vertellingen en herinneringen – speelt zich geheel buiten beeld af, en niet eens synchroon!

Het fragmentarische verhaal wordt verteld door vier stemmen: twee vrouwen en twee mannen, die zich de gebeurtenissen herinneren van een nachtelijk feest op de Franse ambassade in Calcutta in 1937 en de volgende dag in de Franse residentie op een eiland in de Indische Oceaan. Anne-Marie (Delphine Seyrig) is voor iedereen een bron van fascinatie. Hoewel ze is getrouwd met ambassadeur Stretter, heeft ze Michael Richardson (Claude Mann) als minnaar. Ze dansen in een kamer met een grote spiegel, terwijl twee andere mannen ook verliefd op haar zijn.

Onvoorwaardelijke beleving
De jonge Franse attaché (Matthieu Carrière) mag zo nu en dan aftikken, echter de komst van de Franse viceconsul van Lahore (Michael Lonsdale) zet de liefdesverhoudingen op scherp. Iedereen mijdt hem, want in de voice-overs blijkt dat hij vroeger een misdaad heeft begaan. De oplettende luisteraar leert verder dat Anne-Marie zelfmoord heeft gepleegd door de oceaan in te lopen om zichzelf te verdrinken. Haar eerdere lotgevallen spelen zich af binnen de weelderige grenzen van het Europese koloniale leven, waar de bevoorrechte blanken zich veilig afschermen voor de armoede, ziekte en honger van het Indiase volk. De kijker ziet niets daarvan, maar hoort bijvoorbeeld wel soms de snijdende klaagzang van een bedelaarster buiten de poort. Hoewel de film zich afspeelt in India is hij bijna geheel opgenomen in Château Rothschild nabij Parijs.

India Song is gebaseerd op een toneelstuk van Marguerite Duras uit 1972 dat eerst in boekvorm en als film verscheen en pas in 1993 voor het eerst op de planken werd opgevoerd. Het zou zomaar kunnen dat de tragische liefdesgeschiedenis van de ambassadeursvrouw vaak te gecompliceerd werd geacht, echter ook de film verlangt een tomeloos inlevings- en uithoudingsvermogen, en wordt misschien pas echt begrijpelijk als je hem nog een keer kijkt, en nog een keer. Tegelijkertijd is de door Duras gekozen vorm origineel: poëtisch, uitdagend, experimenteel. Begrip is misschien niet zozeer nodig, onvoorwaardelijke beleving staat voorop.

Duras lijkt in dat opzicht op de maestro van de moderne cinema Michelangelo Antonioni die in feite geen woorden nodig had om de vervreemding van zijn personages en de vrouwelijke zoektocht naar liefde en betekenis uit te drukken. Het beeld vormt immers de spiegel van emoties. Maar tegelijkertijd is het juist die dichterlijke brij van woorden in India Song die bijvoorbeeld Gustave Flauberts archetypische personage Madame Bovary doet verbleken in haar drang te ontsnappen aan de banaliteit en de leegheid van het bestaan.

Mysterieus relatiespel
Duras geldt als exponent van de Nouveau Roman, een literaire beweging die in de jaren 40 en 50 tot bloei kwam en afrekende met de conventionele romanvorm. De eigen verbeelding en de persoonlijke reflectie van het personage, dat de neiging heeft het verleden te reconstrueren, staat centraal. Beroemd zijn de poëtische teksten die zij schreef voor de gekwelde actrice in Hiroshima mon amour (1959), de debuutspeelfilm van Alain Resnais. Deze regisseur integreerde Duras’ dialogen subliem in een psychologisch relatiespel, wat hij in zijn volgende monumentale film, L’année dernière à Marienbad, verder, en mysterieuzer, zou uitwerken. De setting en het psychologische relatiespel van India Song doen niet voor niets denken aan Resnais’ Marienbad.

Marguerite Duras is veel meer dan alleen de regisseur en schrijver van India Song. In een interview rond de première in Cannes liet ze weten dat ze ook in de film zit. Niet alleen de vrouw, maar ook alle andere personages zijn reflecties van haarzelf en haar demonen. Je vraagt je af of Duras wel voldoende tevreden was met het resultaat van de niet afgesloten herinneringen en overpeinzingen van een overleden vrouw, want al een jaar later maakte ze Son nom de Venise dans Calcutta désert met opnieuw Anne-Marie Stretter, opnieuw vertolkt door Delphine Seyrig, volgens Duras de beste Franse actrice in die tijd. Het feit dat Duras de complete geluidsband van India Song opnieuw (!) gebruikte voor de emotionele innerlijke zelfwaarneming van de hoofdpersoon onderstreept nog meer haar cinematografische vernieuwingsdrang dan haar eigenzinnigheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

1 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1:
Het jaar van de vrouw

door Cor Oliemeulen

Minder films in de bioscoop en meer films op videokanalen. Ondanks corona was er dit jaar genoeg moois te zien. Wat mij vooral opviel, waren de vele films van vrouwen met vrouwen. Hier volgt mijn top 10.

Little Women

Little Women

10. PROXIMA
Hoofdrol: Eva Green
Regie: Alice Winocour
Alice Winocour schreef mee aan het prachtige Turkse filmdrama Mustang waarin vijf ontembare tienerzusjes in een dorp aan de Zwarte Zee zich proberen te ontworstelen aan tradities en onderdrukking. In de derde speelfilm die de Parisienne regisseerde, draait het om de relatie tussen moeder Sarah (prachtig ingetogen Eva Green), die als astronaut een jaar de ruimte ingaat, en haar dochtertje Stella, die het natuurlijk nog moeilijker vindt om afscheid te nemen. Hoe archetypisch het beeld van onze carrièrevrouw in een mannenwereld ook mag zijn neergezet, zo’n emotioneel filmdrama zonder vals sentiment kan alleen maar door een vrouw worden gemaakt.

9. THE PERFECT CANDIDATE
Hoofdrol: Mila Al Zahrani
Regie: Haifaa Al-Mansour
Haifaa Al-Mansour maakte in 2012 Wadjda, de eerste speelfilm die in zijn geheel in Saudi-Arabië is opgenomen. Acht jaar later lijkt het erop dat vrouwen geleidelijk meer vrijheden krijgen, hoewel Amnesty International nog steeds aandacht vraagt voor de hachelijke positie van vrouwenactivisten en criticasters van het koningshuis. Vrouwen mogen tegenwoordig ongesluierd over straat, mits respectvol en niet te progressief, en ze mogen nu ook autorijden. In The Perfect Candidate volgen we de vrouwelijke arts Maryam, die de politiek in wil om een verharde weg naar haar ziekenhuis te realiseren. Mooi portret van een moedige vrouw, echter nog steeds wat braaf, want in dit land lijken slechts kleine veranderingen uiteindelijk tot gelijke rechten te kunnen leiden.

8. NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS
Hoofdrol: Sidney Flanigan
Regie: Eliza Hittman
Op een dag ontdekt de 17-jarige kassière Autumn tot haar schrik dat ze zwanger is. In het conservatieve Pennsylvania lijkt abortus onbespreekbaar, dus reist Autumn met haar nichtje stiekem naar New York waar ze in een kliniek wél met liefde en aandacht wordt omringd. Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman, die zich ook in haar eerdere films richtte op jongeren die hun identiteit zoeken, toont in Never Rarely Sometimes Always met een soms griezelige precisie de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Kalme, meeslepende roadtrip, waarin de meiden nauwelijks een woord met elkaar wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk zijn.

7. SIBEL
Hoofdrol: Damla Sönmez
Regie: Çagla Zencirci (en Guillaume Giovanetti)
Met haar grote vurige ogen is de 25-jarige Sibel een opvallende verschijning. Ze kan sinds haar kindertijd niet meer praten en bedient zich van een fluittaal in het bergachtige gebied van Noordoost-Turkije. Bijna iedereen in deze kleine traditionele gemeenschap mijdt haar als de pest. Sibel loopt zelfs het gevaar te worden verstoten nadat ze in de bossen wordt gesignaleerd met een onbekende man, die ze heeft geholpen omdat hij gewond was. In tegenstelling tot het titelpersonage figureren alle anderen, vooral de mannen, als laffe bangeriken die alles bij het oude willen laten. Sibel is een universeel verhaal met een ode aan de onafhankelijke geest en een schreeuw om acceptatie.

6. DAS VORSPIEL
Hoofdrol: Nina Hoss
Regie: Ina Weisse
Wie vroeger tijdens de Duitse les niet goed heeft opgelet en ongeduldig zit te wachten op een onstuimige seksscène komt in Das Vorspiel bedrogen uit. Het gaat in de film(titel) om de auditie van viooltalent Alexander, die in de weg daarnaartoe flink is afgeknepen door vioollerares Anna (Nina Hoss, die ook al zo sterk acteerde in twee films van Christian Petzold: Barbara en Phoenix). Ina Weisse (zelf geen onverdienstelijke actrice) maakt in haar tweede speelfilm een indringende karakterstudie van een wispelturige, onzekere vrouw die niet gelukkig in haar huwelijk is en zelf faalde als beroepsviolist. In haar missie om Alexander wél te laten slagen, ontstaan er conflicten, ook met haar zoontje Jonas die eveneens vioolles volgt, maar zich door zijn moeder verwaarloosd voelt. Met alle gevolgen van dien.

5. KOM HIER DAT IK U KUS
Hoofdrol: Tanya Zabarylo
Regie: Sabine Lubbe Bakker (en Niels van Koevorden)
Deze verfilming van de bestseller van Griet Op de Beeck is al even deprimerend als haar Vele Hemels boven de Zevende, maar de beklemmende familiesfeer is perfect neergezet en de casting formidabel. Met name de hoofdrol van Tanya Zabarylo is zeer aangrijpend. Zij personifieert de volwassen Mona, die als kind haar moeder verloor bij een auto-ongeluk en te maken kreeg met de nieuwe vrouw van haar vader die op haar labiele manier graag Mona’s moeder wil zijn. Zabarylo heeft de gave de kijker mee te slepen in haar onmacht om voor zichzelf op te komen. Een sterk staaltje mimiek in het tonen van zwakte. Het is juist de geëngageerde documentairestijl van Sabine Lubbe Bakker die de pijnlijke afstandelijkheid in Mona’s relaties benadrukt.

4. GOD EXISTS – HER NAME IS PETRUNYA
Hoofdrol: Zorica Nusheva
Regie: Teona Strugar Mitevska
Petrunya is een historicus die maar niet aan de bak komt en nog bij haar moeder woont in het behouden noorden van Macedonië. Op een koude januaridag ziet zij een groep mannen bij de rivier voor een religieuze ceremonie. Degene die het kruisbeeld, dat door de priester in het ijskoude water wordt gegooid, het eerst opduikt, kan een jaar lang geluk tegemoet zien. Nadat Petrunya spontaan in het water is gesprongen en naar boven komt met het kruisbeeld, zijn de rapen gaar. Er ontspint zich een bij vlagen satirisch verhaal over de rol van de vrouw in een patriarchale gemeenschap waarin ontgoochelde mannen, politie, kerk en media met Petrunya en elkaar strijden om een acceptabele oplossing.

3. LITTLE WOMEN
Hoofdrol: Saoirse Ronan
Regie: Greta Gerwig
Na haar eerste schreden als regisseur (Lady Bird) ontwikkelde Greta Gerwig haar verfilming van de klassieke autobiografische roman van Louisa May Alcott met een budget van 40 miljoen dollar tot een kleurrijk cinematografisch hoogstandje. Gesteund door de sfeervolle klanken van Alexandre Desplat zal bijna iedere kijker zich laten meeslepen door de opgroeiperikelen van vier zusjes (Saoirse Ronan, Emma Watson, Florence Pugh, Eliza Scanlen) in de jaren na de Amerikaanse Burgeroorlog. Lief en leed in een geromantiseerd, feministisch jasje, met vooral een fantastische Saoirse Ronan (vaak op de huid gefilmd) die onverdroten doorzet om haar boek gepubliceerd te krijgen in plaats van een rijke man te trouwen.

2. HOUSE OF HUMMINGBIRD
Hoofdrol: Ji-hu Park
Regie: Bora Kim
Eén van de grote verrassingen van het filmjaar is dit Zuid-Koreaanse coming-of-agedrama dat zich afspeelt in 1994 tegen de achtergrond van een ingestorte brug in hoofdstad Seoul. We volgen de verlegen scholiere Eun-hee in haar zoektocht naar vriendschap en liefde, die ze bij haar rumoerige en ongeïnteresseerde gezinsleden niet vindt. Pas als er een gezwel achter haar oor wordt geconstateerd, lijkt ze op enige compassie te kunnen rekenen. Troost en enkele simpele levenslessen vindt ze bij een lerares, die op een dag niet meer terugkeert. Ji-hu Park is met haar naturelle voorkomen in een troosteloze omgeving zo uit het leven gegrepen dat je het trage tempo graag voor lief neemt (in een tijd dat tieners hun verstrooiing nog niet in een mobieltje zochten).

1. FOR SAMA
Hoofdrol: Waad Al-Kateab
Regie: Waad Al-Kateab (en Edward Watts)
Van de vele films over de oorlog in Syrië snijden The Cave en vooral For Sama het meest door de ziel, omdat je zelfs in een ziekenhuis niet veilig bent. Waad Al-Kateab filmt de onvoorstelbare catastrofe in Aleppo die begint met de studentenopstanden tegen president Bashar al-Assad tot en met de verwoestende bombardementen van de Syrisch-Russische alliantie die ook het laatste ziekenhuis in de stad treffen. Waad en haar toekomstige echtgenoot Hamza, een chirurg, houden hier stand terwijl gewonde slachtoffers worden binnengebracht en we vooral kinderen zien doodgaan. Tussen alle beschietingen door wordt Sama geboren. De documentaire van haar moeder is zowel een liefdesverklaring als een testament aan haar.

Waar zijn de mannen?
Natuurlijk zijn er ook talrijke mannen die een aardig potje acteren. Kijk bijvoorbeeld naar Willem Dafoe en Robert Pattinson die elkaar het leven zuur maken in The Lighthouse. Of de charismatische Bartosz Bielenia die het schopt van jeugdige delinquent tot priester in het Poolse drama Corpus Christi. En wat te denken van het psychologische gevecht tussen de politieman en de drugsdealer in het ongenadige Iraanse misdaaddrama Just 6.5, wat mij betreft een van de betere films dit jaar. Als klap op de vuurpijl kruipt een ouderwets eigenzinnige Gary Oldman in het Hollywood van de jaren dertig en veertig in de huid van scenarioschrijver Herman Mankiewicz. In Mank van David Fincher heeft de alcoholistische antiheld schijt aan het studiosysteem en geniet daar met volle teugen van, terwijl hij in de clinch ligt met Orson Welles over wie de meeste credits verdient voor het uiteindelijke scenario van diens meesterwerk Citizen Kane.

Het is niet zo dat er dit jaar geen vrouwen met elkaar ruzie maakten. Neem de Vlaamse psychologische thriller Duelles waarin twee vriendinnen elkaar naar het leven staan nadat de een de ander verantwoordelijk houdt voor de fatale val uit het raam van haar kind. Of de fijnzinnige confrontatie tussen moeder (een onverwoestbare Catherine Deneuve) en dochter (Juliette Binoche) in het lichtvoetige Frans drama La Vérité van de Japanse meestercineast Hirokazu Koreeda.

Women Make Film

Vrouwelijke spirit
In deze onzekere tijden met vaak onvoorspelbare masculiene neigingen is de wereld toe aan een snelwerkend vaccin met vrouwelijke spirit. Cinema is een ideaal medium om ons de juiste weg te wijzen als het gaat om vrede, verdraagzaamheid en verbondenheid. In het jaar dat het Nederlands Film Festival (NFF) en de Dutch Academy for Film (DAFF) voorstellen om voortaan geen onderscheid meer te maken tussen acteurs en actrices – en denken aan het uitreiken van een genderneutraal Gouden Kalf – pleit ik voor het afschaffen van de Oscar… en de introductie van de Meryl.

Bovendien kijk ik reikhalzend uit naar de 14 uur durende documentaire over vrouwelijke filmmakers, Women Make Film: A New Road Movie Through Cinema, die begin volgend jaar in Nederland in de bioscoop zal verschijnen. Tenminste, als de mannen het niet opnieuw verkloten.

 

24 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Perfect Candidate, The

***
recensie The Perfect Candidate

Eén zwaluw maakt geen zomer

door Cor Oliemeulen

Een vrouwelijke arts in Saudi-Arabië heeft genoeg van alle beperkingen voor vrouwen in haar islamitische land. The Perfect Candidate laat zien dat de recent verworven vrijheden nog lang niet ver genoeg gaan.

Hoewel Amnesty International zich terecht onverdroten blijft inzetten voor de hachelijke positie van vrouwenactivisten en criticasters van het koningshuis, zijn de recente veranderingen voor talrijke vrouwen in Saudi-Arabië een verademing vergeleken met de vele jaren van onderdrukking en vrijheidsbeperkingen. Sinds kort mogen vrouwen in dit islamitische land – mits respectvol en niet te progressief – ongesluierd over straat, werken in het openbaar, fietsen en zelfs autorijden. Dat laatste was voorheen verboden, want volgens religieuze geleerden zou autorijden slecht zijn voor de eierstokken.

The Perfect Candidate

Kleine vrijheden
Het is dan ook niet voor niets dat we in de openingsscène van The Perfect Candidate het hoofdpersonage, Maryam Alsafan (Mila Al-Zahrani), zien autorijden op weg naar haar werk, het ziekenhuis van een plattelandsstadje waar ze als dokter werkt. Misschien komt het juist omdat ze dokter is, wanneer ze gehuld in een traditionele zwarte nikab voor de ingang hartelijk wordt begroet door enkele werklieden. Eenmaal binnen, als de gezichtsbedekkende sluier af gaat, blijkt al snel dat niet iedereen met de tijd meegaat, getuige een oude mannelijke patiënt die absoluut niet door een vrouwelijke arts behandeld wil worden, laat staan door haar aangeraakt wil worden. Aanvankelijk lijkt het erop dat hij liever sterft.

Toen Haifaa Al-Mansour in 2012 haar debuut Wadjda, de eerste speelfilm die in zijn geheel in Saudi-Arabië was opgenomen, het levenslicht liet zien en vervolgens internationaal tientallen prijzen in ontvangst mocht nemen, waren in dat conservatieve land al heel voorzichtig wat tekenen van meer vrijheid te zien. De film gaat over het gelijknamige pubermeisje dat alles in het werk stelt om een fiets te bemachtigen, zodat ze kan meedoen aan een straatrace (met jongens). Hoewel Wadjda al een heel klein beetje ontwikkelingsperspectief voor opgroeiende meisjes leek te bieden (en de censuur over haar schouder meekeek), gingen de verworvenheden velen destijds nog lang niet ver genoeg.

Binnen onverhuld
Nu, acht jaar verder, kunnen vrouwen in Saudi-Arabië weliswaar langzaam meer vrijheden tegemoet zien, maar Al-Mansour lijkt in The Perfect Candidate tussen de regels door te benadrukken dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Er is nog heel wat werk aan de winkel, maar misschien zijn steeds meer kleine veranderingen kansrijker dan een revolutie en kan iedereen geleidelijk aan het idee wennen dat vrouwen uiteindelijk (bijna) dezelfde rechten als mannen hebben. Zoals ook The Perfect Candidate toont, zijn veel Saudische vrouwen binnenshuis of onder elkaar heel vrij, getuige gesprekken en (vaak westerse) kledingkeuze. Zodra de alles verhullende gewaden en gezichtsbedekkingen zijn verdwenen, zien we pas hoe mooi de (meeste) vrouwen zijn.

The Perfect Candidate

Dat geldt ook voor dokter Maryam en haar twee zussen die tijdelijk alleen in het ouderlijke huis wonen nu hun moeder is overleden en hun vader, een zanger op huwelijksfeesten, met een band op tournee is. Als Maryam naar een groot dokterscongres wil reizen, blijkt dat ze niet mag vliegen omdat ze geen schriftelijke toestemming van een man kan tonen (tijdens de opname van de film moest dit nog, onlangs is deze wet afgeschaft). Haar motivatie om voor zichzelf op te komen, wordt versterkt door het feit dat de onverharde weg naar het ziekenhuis na regenval in een bijna onbegaanbare modderpoel verandert, waardoor sommige patiënten te laat op de eerste hulp arriveren.

Politieke ambities
Maryam besluit, met hulp van haar zussen, de plaatselijke politiek in te gaan, want die verharde weg moet en zal er komen. Het mag duidelijk zijn dat Maryams ambitie op de gebruikelijke weerstand stuit. Ondertussen zien we hoe haar sympathieke vader, die als artistieke man maatschappelijke progressie lijkt toe te juichen – maar zich hierover naar zijn mannelijke collega’s niet uitlaat – onderweg krijgt te maken met conservatieve krachten, zoals radicalen die dreigen hun tourbusje op te blazen omdat muziek maken volgens het geloof niet zou mogen.

In de slotscène van The Perfect Candidate mag eenieder voor zichzelf concluderen of die kleine vrijheidsstip aan de horizon voor vrouwen in Saudi-Arabië voldoende perspectief voor de toekomst biedt.

 

30 november 2020

 

ALLE RECENSIES