Kedi

***

recensie Kedi

Istanbul door de ogen van de kat

door Suzan Groothuis

Istanbul kennen we van De Blauwe Moskee en de Aya Sofia. Maar Istanbul is ook onlosmakelijk verbonden met katten. Eén van Istanbuls inwoners in Ceyda Toruns documentaire zegt het mooi: “Zonder de kat zou Istanbul een deel van zijn ziel verliezen.”

Kedi gaat over de vele straatkatten die Istanbul rijk is. Er zijn er duizenden en als je goed oplet zie je ze overal: bij marktkraampjes, de vissershaven, in magazijnen (heerlijke plek voor een nestje) en bij restaurants of bij mensen thuis.

Kedi

Sterke persoonlijkheid
De camera volgt verschillende katten met een sterke persoonlijkheid. Katten die onmiskenbaar verbonden zijn met Istanbul en zijn inwoners. Sari, Bengü, Psikopat, Deniz, Aslan Parçasi, Duman en Gamsiz heten ze. Allen met een eigen karakter: de één een verleider, de ander een ware psychopaat die zelfs pitbulls verjaagt.

Met de oortjes gespitst sluipen ze door de stad. Op zoek naar eten, naar aandacht en naar liefde. Ondertussen vertellen inwoners van Istanbul over hun band met katten, of met een specifieke kat in het bijzonder. Al zijn het straatkatten, de beestjes die in beeld zijn gebracht, hebben toch een soort van thuis. Psikopat bijvoorbeeld, die “harde” liefde ontvangt van de man die zich over haar ontfermt. Geknuffeld worden vindt ze maar niks, maar ruwe streken over haar vacht doen haar genieten. Ondertussen laten beelden zien dat zij de baas is en zich niets laat vertellen. Ze heeft een partner, maar als ze gevoerd worden wijkt hij opzij en eet zij als eerste. Vrouwelijke concurrentie blaast ze weg. En als visdief is zij iedereen te slim en te snel af.

Katten als zingeving
Veel geïnterviewden hebben een moeilijke tijd doorgemaakt en zijn voor de straatkatten gaan zorgen uit zingeving en troost. Een man die dagelijks met hen in de weer is zegt dat als je kan genieten van een kat, de wereld aan je voeten ligt. Een ander heeft het weer over een magisch moment waarin een straatkat een grote rol speelde. Zo staat de kat symbool voor mysterie, geluk en troost.

In Kedi zijn stad en dier verbonden met elkaar, waarbij de kat selectief is in het kiezen van plek en mens. Een mooi voorbeeld is de adellijke Duman, die al twee jaar bij een delicatessenzaak “woont”. Duman is een kat met manieren, maar weet heel goed wat hij wil en hoe hij het kan krijgen. Hij komt de zaak niet binnen, maar krabbelt als hij honger heeft met zijn pootjes tegen het raam. Nog enthousiaster wordt hij als het personeel naar zijn favoriete hapjes loopt: manchego en kalkoen. Achter zijn verzorgde en charmante uiterlijk schuilt nog steeds een straatkat.

Kedi

Vermakelijk met een boodschap
De verhalen van de inwoners over de katten komen grotendeels op hetzelfde neer, waarmee Kedi naar het einde toe in herhaling valt. De liefde voor de dieren leidt tot hoge rekeningen bij de dierenarts, bij wie menigeen inmiddels een schuld open heeft staan. Maar de katten zorgen ook voor verrijking. Ze worden als probleem gezien, maar Kedi toont een andere blik op de straatkat: namelijk die van cultureel symbool.

Zo hartverwarmend als de prachtige documentaire The Wild Parrots of Telegraph Hill, waarin een man zorg draagt voor wilde parkieten in San Francisco, wordt het niet in Kedi. Omdat gekozen is voor een fragmentarisch karakter, blijft de film wat vrijblijvend. Het is vooral een blik op stad, mens en dier en hoe die in verhouding staan tot elkaar. Vermakelijk met een boodschap: mens en dier moeten leren samenleven, in plaats van de conclusie stellen dat er voor de straatkat in de stad geen plek meer is.
 

20 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Homo Sapiens

****

recensie Homo Sapiens

Concrete vragen

door Ralph Evers

Een requiem gegoten in beton. Verlatenheid als hoofdrolspeler, ondersteund door wind, regen, insecten en vogels. Een onalledaags portret van de mens, waarin hij als levend wezen de grote afwezige is. 

In 2007 bracht de Amerikaanse journalist Alan Weisman zijn boek The world without us (de wereld zonder ons) uit. Een boek dat de gevolgen beschrijft van een plotseling verdwijnen van de mensheid van deze planeet. Daarin heeft hij een citaat van een boer opgenomen: “Als je een stal wilt verwoesten, maak dan een gat van zo’n vijftig bij vijftig centimeter in het dak. Moet je zien wat er op den duur gebeurt”. Het boek vervolgt met verlaten gebieden, waar dergelijke daken veelal vindbaar zijn. Een parallel is te trekken met de nieuwste documentaire van de Oostenrijker Nicolaus Geyrhalter, Homo Sapiens.

Homo Sapiens

In louter vanuit stilstaande camera geschoten beelden, zien we een door de mens verlaten wereld, overgenomen door padden, vogels, insecten en veel groen. Op de meest onvoorstelbare plekken (zoals de rubberbanden van legertuig) zien we alg en mos opkomen, die in de afgelopen decennia de tijd hebben genomen om aan te tonen dat alles altijd in verval (of verandering) is.

Raadspelletje
Verlaten plaatsen spreken veel mensen tot de verbeelding. Het is daarbij niet de eerste film van Geyrhalter die hierop inspeelt. Eerder maakte hij al Pripyat, over het nu uitgestorven Tsjernobyl en met zijn kenmerkende, registrerende stijl, legt hij slechts vast, zonder een oordeel te vellen. Dat is aangenaam. Zeker ook in het trage tempo dat Homo Sapiens heeft, waardoor je de beelden tot je door kan laten dringen.

Er zit een sereniteit in de verlatenheid, die doet verlangen naar minder van onze soort om ons heen op plekken waar we tot rust willen komen en in tegenstelling tot de film van de unieke esthetiek willen genieten. Dat is namelijk een opvallend aspect, tenzij je (zoals de schrijver dezes) van verval houdt, roepen de meeste beelden niet direct schoonheid op. Of althans niet wat we doorgaans onder schoonheid verstaan. Het is soms echter amusant te zien wat de natuur met een door ons gecreëerde plek doet, eens ze haar gezag daar weer terug heeft. Ook is het af en toe een uitdaging te zien wat er getoond wordt, zoals de kippenboerderij met al zijn buitenaards aandoende lege drinkbakken. Of de macabere overblijfselen van een slachthuis. Of, dichtbij huis, hoe het Rotterdamse Tropicana letterlijk overgenomen is door de natuur (inmiddels zit er een paddenstoelenboerderij, Rotterzwam).

Evenwel ontbreken de voor de hand liggende plekken, zoals de verlaten olievelden van Baku, Azerbeidzjan, Ta Prom in Cambodja of de dome houses in het zuidwesten van Florida. Soms, omdat sommige verlaten plekken, ook enkele die getoond worden, niet meer bestaan.

Betonnen hier-en-nu
Door te vertragen en te tonen opent Geyrhalter een hernieuwde blik op onze wereld, die bij wijze van spreken om de hoek ligt. Niet zelden geeft dit een wat unheimische sfeer, en soms, zoals in zijn Unser Täglich Brot, waar hij de industriële massavernietiging van kippen, varkens en koeien laat zien, een ongemakkelijk beeld van ons, homo sapiens.

Homo Sapiens

Creativiteit is een complex samenspel tussen vernietiging en vormgeving, voorafgegaan door bezinning en geworteld in een existentiële oerdrift tot… creatie. Een circulair proces. Ze toont op een tragere (beton is langzaam) en grotere (beton is groots) schaal onze creaties, zoals een voormalig bewoond eiland om delfstoffen te winnen, een verlaten bunker voor wapentuig, overwoekerde parkeerplaatsen bij een kernreactor. Het verstillende karakter van Homo Sapiens is als een contemplatie op onze creaties en ons aanwezig zijn op deze planeet. Gegoten in beton is niet meer iets permanents, maar eveneens een bevestiging van onze tijdelijkheid en evenals onze consumptiedrift een surrogaat voor betekenisgeving.

Homo Sapiens is een film die in haar eenvoud fundamentele vragen stelt. Vragen als: wie is de mens? Sartre zei: “Alles wat je over de mens kunt zeggen is precies niet wat de mens is”. De van nature kunstmatige mens (een uitspraak van Helmuth Plessner) laat onder andere beton na. Vreemd genoeg is dit dode, kille materiaal iets heel menselijks geworden. Kortom, een film die vanuit vele invalshoeken aangevlogen kan worden en waarvan Geyrhalter in een interview aangaf dat het aan de kijker zelf is om betekenis te geven aan hetgeen je ziet.
 

23 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Last Waltz, The

The Last Waltz heeft anno 2017 niets aan kracht ingeboet
Toen muziek nog uniek en oprecht was

door Cor Oliemeulen

“This film should be played loud!” Ik zal het nooit vergeten toen ik in 1978 als middelbare scholier naar de bioscoop ging en een plaatsje bemachtigde tussen overwegend oudere hippies en rockers. The Last Waltz mocht dan wel het afscheidsconcert van The Band zijn, voor mij betekende deze film de eerste kennismaking met grote muzikanten op het witte doek.

Mensen die niet zijn opgegroeid in de jaren 70 van de vorige eeuw hebben iets wezenlijks gemist. Okay, de lange haren en de te strakke terlenka broeken met wijde pijpen zagen er soms wat vaag uit. De meeste jongens rookten shag (waarin bij gelegenheid hasjiesj of wiet ging) en droegen snorren, maar ook de meeste meisjes lieten al hun lichaamshaar onberoerd.

The Last Waltz

Het was een onschuldige tijd. In de weekends en vakanties werkte ik op een groot selfservice tankstation waar je nog nooit van kogelvrij glas had gehoord. Politie en politiek straalden in de meeste gevallen nog autoriteit uit. Op maatschappelijk vlak had je democratisering en op cultureel gebied beleefde de populaire muziek zijn grootste vernieuwingen. Dat vooral hebben mensen die later zijn opgegroeid, jammerlijk gemist. Het is geenszins vreemd dat artiesten uit die periode bij leven en welzijn nog steeds optreden, want sindsdien is het meestal armoe troef.

Martin ScorseseNoord en zuid komen samen
Ik word meteen gegrepen door The Band. De charismatische frontman Robbie Robertson betreedt het podium met een flesje bier en een peuk in zijn hand. Ik hoor zijn typische tokkelende gitaargeluid, zie hoe hij zich langzaam in het zweet werkt en lach tussendoor om anekdotes over hun beginjaren als band: de worstelingen en de weg naar succes (Pas later las ik dat Robertson de film van Martin Scorsese had geproduceerd en dat enkele andere bandleden zich hadden beklaagd dat zij in de documentaire The Last Waltz minder aan bod waren gekomen). Ik hoor een mix van folk, rock, country en blues. Ik leer dat muziekstijlen van noord en zuid samenkomen, immers de band bestaat uit vier Canadezen en een Amerikaan.

Ik zie een vijftal sympathieke rasmuzikanten die spelen met hun hart. De met zijn bas (en soms viool) wiegende Rick Danko met zijn halve kopstem, de altijd lachende Richard Manuel achter de toetsen, de geniale multi-instrumentalist Garth Hudson die zijn ouders had verteld dat hij muziekleraar was (zijn collega’s van The Band vonden dat ook en betaalden hem in de beginjaren) en de enige Amerikaan in The Band, Levon Helm, de drummer, die de helft van de nummers zingt. Bijna het hele repertoire van The Band is meerstemmig. ‘The Night They Drove Old Dixy Down’ durf ik nog steeds uit volle borst mee te zingen. In de auto.

Kippenvel
Ze spelen hun eigen klassiekers en begeleiden een dozijn gastartiesten. Zoals hun eerste bandleider, rockabilly-zanger Ronnie Hawkins (The Band heette aanvankelijk The Hawks). Ik onderga vol bewondering de optredens van Dr. John, Joni Mitchell, Van Morrison, Muddy Waters, Neil Diamond en Eric Clapton. Iemand declameert beatnik-poëzie, iemand anders een alternatieve versie van het ‘Onze Vader’.

Op het moment dat Neil Young het podium betreedt, slaat even de vertwijfeling toe, ook zichtbaar bij de bandleden. De zanger lijkt compleet gedrogeerd en heeft een uitgelaten melige lach op zijn gezicht, die tijdens de slotact nog steeds niet is verdwenen. Maar nadat Neil Young zijn eerste gitaarklanken laat horen en vocaal de eerste strofe van ‘Helpless’ inzet, staat het kippenvel onmiddellijk op de armen en besef je hoe volstrekt uniek en oprecht zijn sound is.

De concertregistraties en een paar studio-opnames worden afgewisseld met korte interviews. Hoewel begonnen in 1960 ontstond pas acht jaar later hun uiteindelijke naam: The Band. Ze vertellen dat ze al een hoop namen hadden geprobeerd, maar niets viel bij hunzelf in de smaak. Aangezien de band inmiddels enkele tournees van Bob Dylan had begeleid, noemde iedereen hen simpelweg The Band.

Het afscheidsconcert (The Band noemt het liever “a celebration”) op Thanksgiving 1976 in San Francisco’s Winterland Ballroom wordt logischerwijs afgesloten met Bob Dylan. Hij was de reden dat ik destijds naar The Last Waltz ging, want hij was mijn grote held vanaf het moment dat ik de klanken en de tekst van ’Hurricane’ had gehoord. Ik kocht de elpee ‘Desire’, raakte volkomen in de ban van Bob Dylan en kocht met terugwerkende kracht al zijn albums van mijn salaris van de pomp.

De grote Bob Dylan
Ik had allang zijn ‘Hard Rain’-concert uit 1976 van het legendarische Duitse tv-programma Rockpalast op een VHS-band opgenomen en het live album van deze Bob Dylan Rolling Thunder Revue tot afgrijzen van mijn ouders knalhard grijsgedraaid, maar nu zag ik de grote Bob Dylan voor het eerst levensecht van dichtbij en in vol ornaat. Hij komt op: witte hoed met rood veertje, zwart leren jack, spijkerbroek, gitaar en mondharmonica om de nek. Hij lacht wat met zijn oude bandleden, zet in en brengt twee nummers ten gehore, waaronder ‘Forever Young’.

Nog toepasselijker is het slotakkoord met alle artiesten samen op het podium: ‘I Shall Be Released’. Bob Dylan zou doorgaan tot op de dag van vandaag, maar The Band stopt direct na deze geweldige en onvergetelijke show, bevrijd na zestien jaar bijna continu ‘On the Road’.

“There’s not much left that we really can take from the road”, bekent Robbie Robertson aan Martin Scorsese. “May be it’s superstitious, but you can press your luck. The Road has taken a lot of the great ones: Hank Williams, Buddy Holly, Otis Redding, Janis, Jimi Hendrix, Elvis… It’s a goddamn impossible way of life!“ 

The Last Waltz is de beste muziekfilm ooit gemaakt en voor mij de ultieme nostalgie.

 

21 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Winnie

***

recensie Winnie

Portret van een omstreden heldin

door Cor Oliemeulen

Winnie gaat over de gelijknamige zwarte mensenrechtenactiviste die werd bewonderd én verguisd. Net als Bram Fischer een nuttig document om je wat in de turbulente geschiedenis van Zuid-Afrika te verdiepen. De docu toont vooral een, soms eenzijdig, portret van een heldin.

Weinig mensen zo toegewijd als Winnie Nomzalo Madikizela: aan haar man Nelson Mandela en haar strijd tegen de Apartheid. In de documentaire Winnie van Pascale Lamche vertelt één van haar biografen dat Winnie heel vaak is verraden door mensen in haar omgeving die ze vertrouwde en dat ze jarenlang systematisch in de gaten werd gehouden en getreiterd door de geheime dienst van Zuid-Afrika. Terwijl echtgenoot Nelson een ‘levenslange’ gevangenisstraf uitzat, was Winnie één van de weinigen die hem heel af en toe mocht bezoeken op Robben Island.

Winnie

Fanatiek voorvechtster
Tijdens zijn 27-jarige gevangenschap heeft Nelson Mandela de wereld vooral door Winnie’s ogen gezien. De opstanden in de zwarte woonwijken, de repressie en het extreme politiegeweld tot en met de groeiende steun voor gelijke rechten uit het buitenland. Zo werd Winnie ooit opgezocht door Bobby Kennedy, maar sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan zich uit tegen haar terroristische activiteiten. Van hem mocht Zuid-Afrika beslist geen communistische staat worden en bovendien mocht het olietransport vanuit het Midden-Oosten geen gevaar lopen.

Winnie Mandela groeide snel uit tot dé voorvechtster van de strijd tegen de blanke onderdrukking. Zij komt zelf aan het woord, toen en nu, net als haar dochter, journalisten en andere volgers en betrokkenen. Het beeld ontstaat dat Winnie altijd scherp in de gaten werd gehouden en vaak werd opgepakt, ondervraagd en in de gevangenis gezet. Zij vormde een regelrechte bedreiging voor de positie van de witte macht. Zij werd verbannen naar het kleine gehucht Branston, waar zij zich vervoerde in een rode Kever en haar strijd geenszins zou temperen.

Beschadigde reputatie
Winnie’s tegenstanders bewerkten de media om haar reputatie te beschadigen en haar politiek te neutraliseren. Meer dan eens werd ze in verband gebracht met liefdesaffaires, fraude, diefstal en het aanmoedigen van geweld tegen infiltranten. Eén van de sterkste punten van Winnie is het interview met Vic McPherson, het toenmalige hoofd van Stratcom Operations die de heksenjacht op Winnie graag bevestigt. Met een hond op zijn schoot vertelt hij in geuren en kleuren over surveillance, infiltraties en de vele campagnes om de activiste zwart te maken. Samen met de terugblik van het toenmalige hoofd van de nationale veiligheidsdienst maakt dat de documentaire minder eenzijdig.

De documentaire is een eerbetoon aan de krachtige persoonlijkheid Winnie Mandela, en laat derhalve enkele zwarte bladzijden buiten beeld. Er is weliswaar aandacht voor haar militante aanpak om het apartheidsregime omver te blazen – variërend van een trainingskamp in Lesotho en aanvallen op economische doelen en politiebureaus tot en met de ontvoering en moord op de jeugdige infiltrant Stompie Moektsei in 1991, waarvoor volgens een rechtbankgetuige Winnie persoonlijk haar bodyguards van de Mandela United Football Club opdracht zou hebben gegeven. Maar onvermeld blijven de zogenaamde halsbandmoorden op (vermeende) collaborateurs – de slachtoffers kregen om hun nek een met benzine overgoten autoband, die vervolgens in brand werd gestoken –  waarover Winnie nooit haar afkeuring uitsprak.

Winnie

Omstreden heldin
Door haar politieke denkbeelden en de agressieve manier waarop volgens haar de Apartheid moest worden bestreden, werd haar positie in het ANC (African National Congress) meer en meer omstreden. Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en de legalisatie van het ANC begonnen voorzichtig de onderhandelingen met het regime. Terwijl Winnie voor veel jongeren in de zwarte woonwijken en bewonderaars in het buitenland een heldin bleef, werd zij zowel persoonlijk als politiek langzaam, maar gedecideerd, aan de kant geschoven.

Die troosteloze ontwikkeling geeft de film een wrange en aandoenlijke lading. Door Winnie’s omstreden gedrag, de druk van andere ANC-kopstukken en het beoogde presidentschap voelde Nelson zich genoodzaakt om van haar te scheiden. We zien vervolgens hoe Winnie tijdens de beëdiging ergens achteraf op een stoel wordt gemanoeuvreerd en hoe de vermaarde bisschop Desmond Tutu haar openlijk oproept tot het maken van excuses voor alle fouten die zij volgens hem heeft gemaakt. Het is begrijpelijk en bewonderenswaardig dat Winnie zich niet helemaal naar de slachtbank heeft laten leiden. Tot op de dag van vandaag is zij een nog door velen gerespecteerd lid van het Zuid-Afrikaanse parlement.
 

17 juni 2017

 
MEER RECENSIES

I Am Not Your Negro

****

recensie I Am Not Your Negro

De kracht van het woord

door Cor Oliemeulen

Het verhaal van ‘de neger in Amerika’ is het verhaal van Amerika. Dat is in een notendop de inhoud van de veelvuldig bekroonde documentaire I Am Not Your Negro. Het is geen mooi verhaal, maar wel een pakkend hedendaags perspectief op de tijd dat de zwarte Amerikaan stelselmatig werd onderdrukt. Volgens sommigen is er bar weinig veranderd.

Het was notabene een blanke onderwijzeres die in de jaren dertig de tienjarige James Baldwin stimuleerde om veel boeken te gaan lezen. Tegenwoordig wordt deze Afro-Amerikaan beschouwd als een van de grootste Amerikaanse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Opgegroeid in Harlem, New York verliet Baldwin, gefrustreerd door het racisme, op zijn vierentwintigste zijn land om zich te vestigen in Parijs waar hij bijna zijn hele leven zou blijven wonen. Hij ontpopte zich als een geniale maatschappijcriticus met veel verstand van politiek en geschiedenis die zich uitsprak over de tegenstellingen op het gebied van ras, sekse en klassen in de westerse wereld. Zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie zien we terug in de documentaire I Am Not Your Negro.

I Am Not Your Negro

Door de taal gegrepen
Regisseur Raoul Peck kreeg van Baldwins zus, Gloria, een brief die James had geschreven aan zijn literair agent Jay Acton. Hierin vertelt hij hoe hij tot zijn beslissing kwam om zijn volgende, en mogelijk laatste, boek ‘Remember This House’, te gaan schrijven. Peck verwierf de rechten om Baldwins gehele oeuvre te gebruiken voor het witte doek. In eerste instantie dacht hij aan een speelfilm, maar het lukte Peck vooralsnog niet om het project in Hollywood van de grond te krijgen, dus verlegde hij zijn focus naar een documentaire. Het idee van I Am Not Your Negro kreeg pas gestalte nadat Gloria kwam aanzetten met een stapeltje getypte papieren, het begin van ‘Remember This House’, het boek dat Baldwin niet meer kon voltooien.

Raoul Peck werd gegrepen door de taal van de auteur, omdat James Baldwin een wereld beschreef waarin hij niet zomaar een voetnoot is. Peck las de verhalen over menselijke relaties waarmee hij zich kon identificeren. Zelf geboren in Haïti, een land dat net als Amerika is getekend door de pijnlijke en bloedige geschiedenis van de slaaf op weg naar zijn bevrijding, vond de regisseur in Baldwin de stem, de woorden en de retoriek. “Alles wat ik kende door instinct en ervaring kreeg een naam en een vorm.”

Niet alle blanken zijn duivels
I Am Not Your Negro is de geschiedenis van Amerika door de ogen van drie beroemde publieke tegenstanders van segregatie en racisme: Malcolm X, Martin Luther King en Medgar Evers – allen voor hun veertigste levensjaar kort na elkaar vermoord. Desalniettemin is de documentaire opgehangen aan het persoonlijke verhaal van James Baldwin zelf. “Ik was geen Black Muslim of een Black Panther, want ik geloofde niet dat alle blanke mensen duivels waren. En ik wilde niet dat jonge zwarte mensen dat geloofden. Ik was geen lid van een christelijke gemeenschap omdat zij niet leefden volgens het gebod ‘heb de ander lief zoals je jezelf liefhebt’. Ook hield ik mij niet bezig met collectes of marsen.”

I Am Not Your Negro

Ondanks dat James Baldwin zich niet actief bezighield met het verzet en nog maar weinig in Amerika vertoefde, voelde hij zich wel degelijk als een getuige van de onderdrukking en onrechtvaardigheid. Hij koos niet voor geweld of stigma’s en vooroordelen, maar voor bewustwording en inzicht. Memorabel is zijn optreden in The Dick Cavett Show waarin hij een blanke universiteitsprofessor vol overgave verbaal op zijn plaats zet. Baldwin zag de meeste blanken vooral als mensen die apathisch en onwetend tegenover zwarten staan. “Ze weten niet wat er aan de andere kant van de muur gebeurt, want ze wíllen het niet weten.” Niet alleen door het gebruik van zijn krachtige teksten, maar ook door zijn homoseksualiteit werd de schrijver door de FBI extra in de gaten gehouden.

Sterke vorm
I Am Not Your Negro onderscheidt zich van andere documentaires over segregatie en racisme van de zwarte bevolking door de vorm. Raoul Peck hanteert een niet-alledaagse stijl van vertellen en het door elkaar monteren van archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger – alles voortdurend springend van verleden naar heden en gelardeerd met zwarte muziek, zonder dat dit ook maar één moment stoort.

Alle woorden in de documentaire zijn Baldwins woorden, met name strofes uit de brief aan zijn literair agent en zijn onvoltooide boek. Vertolkt door de betrokken, karakteristieke, soms gedragen, stem van acteur Samuel J. Jackson die (in tegenstelling tot in zijn speelfilms) opvallend ingetogen is. Alle monologen – uit Baldwins andere boeken, essays, interviews, tv-uitzendingen en toespraken – vormen woorden uit vervlogen tijden die nu, tientallen jaren later, nog als een echo weerklinken.
 

6 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Hoe hebben jullie naar Zero Days gekeken?

Ondertussen, op de redactie:

Hoe hebben jullie naar Zero Days gekeken?

ALFRED:

Ik heb begrepen dat Cor en Bob Zero Days hebben gezien, de documentaire van Alex Gibney over de Stuxnet-worm. Ik zag hem vorig jaar zomer op YouTube; in juli was de film in de Amerikaanse bioscopen gaan draaien. Niet lang daarna, zo rond de tijd dat in Nederland die verschrikkelijke docu van Werner Herzog over internet uitkwam  (september dus), was Zero Days al geblokkeerd op YouTube. Begrijpelijk overigens.

Ik had Zero Days snel op de korrel omdat ik een wekelijks blog schrijf over – om het maar eens ronkend te formuleren – digitale technologie en de impact op individu, cultuur en samenleving: Signaal & Ruis.

Ik ben geen techneut, het gaat me niet om de technologie (dat is een stuk gereedschap, als een hamer of een bril), maar om wat die technologie met ons doet. Iedere nieuwe technologie – vuur, gloeilamp, antibiotica, internet – verandert onze omgeving en daarmee onszelf. Dat heb ik niet zelf bedacht, dat inzicht is van Marshall McLuhan, de Canadese mediafilosoof die in de jaren zestig veel furore maakte; hij muntte de kreet ‘the medium is the message’. McLuhan had oog voor de inwerking van media op samenleving en gedrag. Digitale technologie heeft een vergelijkbare impact. Daar gaat Signaal & Ruis over.

Zero Days is geen gezellige docu en ik merk in mijn omgeving dat veel mensen willens en wetens wegkijken van de donkere kanten die er, naast alle voordelen, ook aan web, smartphone en sociale media kleven; privacy-issues en cyberveiligheid voorop.

Hoe staan jullie daar tegenover? Hoe hebben jullie naar Zero Days gekeken?

 

Zero Days

 

BOB:

Ja, ik heb met verbazing zitten kijken naar Zero Days. Heb hem ook gerecenseerd tijdens IDFA, zie hier.

Goede film. Was onder de indruk. Het Stuxnetvirus als een soort bom van enen en nullen. En ik snapte het ook nog. De visualisatie in die docu, met de uitleg van de ontdekkers, die maakt het ineens begrijpelijk. Spannend verhaal ook, met een sterk ironische twist. Misschien was Stuxnet wel de wijze les. Maar dat zal wel niet. Als het om oorlogvoeren gaat, zijn mensen ineens erg koppig.

Veel mensen kijken de andere kant op, zoiets zei ik ook in mijn stukje. Wie is er immers Edward Snowden of Jason Bourne? Tot je eigen pc een keer gegijzeld wordt. Dan komt het ineens ‘heel dichtbij’.

Laatst las ik over een Oostenrijks hotel waarbij, op afstand, door hackers alle kamers op slot werden gedaan. Dokken maar. Pas na betaling kreeg het hotel de systemen weer terug. En ze wisten niet hoe snel ze de elektrische systemen moesten vervangen door gewone sleutels.

Zero Days past helemaal in het cybercynisme van deze tijd. Waar is het lieve internet van AltaVista en Startpagina heengegaan? Wat kun je nog vertrouwen online? En wie houdt je aldoor in de gaten? Deep Web, mailtjes met linke zip-files, nepnieuws uit Macedonië, identiteitsdiefstal, revenge-porn, online gokverslavingen en iets wat doxing heet. Om maar het topje van de ijsberg te noemen. Werden in de Bondsdag niet eens alle pc’s vervangen nadat ze vermoedden dat ze besmet waren met iets?

Doxing

COR:

Cyberwar heeft twee zeer verontrustende kanten:

1) De meeste industriële en infrastructurele systemen zijn niet goed beveiligd tegen wormen van het kaliber Stuxnet, dus met veel vernuft en een beetje slechte wil is een ziekenhuis of vliegveld zo plat te leggen;

2) Het lijkt ondoenlijk om – net als bij nucleaire en chemische wapens – goede internationale afspraken te maken, omdat je een computeraanval nauwelijks kunt traceren en controleren.

Het verbaast me geenszins dat volgens Zero Days Amerika en Israël die vernietigende worm ontwikkelden, met als doel het ontregelen van de nucleaire industrie van Iran.

Zou het niet prachtig zijn als de gerenommeerde maker van Zero Days, Alex Gibney, binnenkort eens net zo duidelijk uit de doeken doet waarom die twee landen achter Stuxnet ook direct verantwoordelijk zijn voor 9/11?

 

ALFRED:

Het komt niet helemaal als een verrassing, maar toch ben ik verbaasd over hoe de kranten omgaan met Zero Days. Ze schrijven er over, zeker, maar het zijn korte plichtmatige stukjes van het kaliber ‘deze week ook nog’. Beetje monkelen over de weinig verrassende vorm (‘pratende hoofden’), inhoud samenvatten in vijftig woorden–dat is het.

Het zijn niet de lappen tekst die er aan vermaak als Ghost in the Shell worden gewijd, dat snap ik ook wel. Het bevestigt niettemin mijn stellige indruk dat je voor kritische berichtgeving niet (meer) bij de mainstream media moet zijn en daar reken ik de zogenaamde kwaliteitskranten ook onder. Die bieden meer en meer verstrooiing en meer en meer lifestyle, ze verkleuteren als het ware. Zo kwam ik vandaag in een niet nader te noemen kwaliteitskrant, voormalige slijpsteen van de geest, een verhaal tegen over, hou je vast, vijftig jaar Big Mac. Je zou bijna je abonnement opzeggen.

Wat is een goede reactie op het soort feiten dat een docu als Zero Days naar voren brengt? Boos worden is nutteloos, bang worden dito. Elke reactie lijkt nutteloos, want wat doe je eraan als burger of consument? Maar in de jaren tachtig gingen de mensen nog de straat op om massaal tegen neutronenbommen te protesteren. Zie ik met cyberwapens niet gebeuren. Een kwestie van teveel Big Macs (brood) en Ghosts in the Shells (spelen). Men is murw.

De enige zinvolle reactie is bewustwording creëren, dat is ook de inzet van Gibney en zijn film. Daarom vallen die weggemoffelde krantenstukjes me tegen. Dus kun je de vraag stellen: is de doorsnee filmcriticus die wekelijks het Hollywood-vermaak en de arthouse-breiwerkjes recenseert, wel de aangewezen persoon om over Zero Days te berichten?

Wat denken jullie?

 

Zero Days

 

BOB:

De goede reactie is… er zelf over schrijven. Zoals wij nu doen!

Ik zei toevallig in november min of meer hetzelfde als jij nu:
‘Wat me altijd verbaast, is dat deze feiten op straat liggen (nou ja, min of meer). Het is de teneur van de onthullingen van de laatste jaren: er is veel bekend, maar er gebeurt niets. Films als Iraq for Sale, Food Inc. of Shadows of Liberty laten zoveel schandalen zien. En het veroorzaakt amper een rimpel. Je kunt er zoals Zero Days laat zien uitstekende journalistieke producties over maken, het ene feit maakt nog meer indruk dan het andere, maar er verandert niets. Hoe frustrerend.’

Ben het helemaal met je eens dat media de wereld van cultuur gemakzuchtig benaderen. Beetje festival, berichtjes over prijswinnaars, routineuze recensies. Wat je mist: verbeelding en wat meer risico’s durven nemen.

Nou moet ik wel zeggen dat de kwaliteitskranten soms ook opduiken in de kleine tentoonstellingen die ik ook bezoek (maar dat is niet sterk voor het betoog, laten we deze zin dus als ongelezen beschouwen).

Zero Days is weer een voorbeeld van die laconieke houding. Sterke uitspraken, opmerkelijke feiten, goede presentatie en schokkende boodschap (inderdaad die infrastructuur, Cor; wat als iemand met stoplichten gaat spelen (en dan verzin ik nog iets relatief onschuldigs)). En toch geen rimpel. Hoe kun je nou de stijl van pratende hoofden erger vinden dan de inhoud?

 

ALFRED:

Beetje tamtam maken, dat kunnen we doen. En de strepen tussen de punten trekken, de incidenten aaneenrijgen tot een verhaal. Of een betoog. Contextualiseren noemen ze dat, meen ik.

In het kader van Zero Days en Stuxnet: zo rond de tijd dat Gibney’s docu vorig jaar zomer in Amerika uitkwam, werd bekend dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA was gehackt en er door onbekenden cyberwapens waren gestolen. Daarmee kunnen bedrijven en landen worden gechanteerd, zoals ook gebeurt: Bob noemde het voorbeeld van het Oostenrijkse hotel. Dat staat niet op zichzelf. Het meeste haalt de krant niet, weinigen lopen ermee te koop dat ze worden afgeperst. Niet goed voor de beeldvorming.

NSA gehackt?

Voorts is er de slepende kwestie van Russisch pogingen om langs digitale weg het democratische verkiezingsproces in de Verenigde Staten en Brazilië te manipuleren. De resultaten zijn bekend, van Trump als president ligt menigeen wél wakker. Ook hier geldt: Stuxnet is geen incident, maar een symptoom van een gigantisch probleem. Wegkijken helpt niet.

Wat wel helpt: een kritische houding tegenover media in het algemeen en digitale technologie in het bijzonder. Realiseer je dat er kwaadwillenden in je smartphone, dus in je broekzak schuilen. Dat is geen paranoia, dat is gezond verstand.

Nu is het tijd voor een vermakelijk filmpje! Resident Evil, anyone?

 

2 april 2017

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Zero Days

****

recensie Zero Days

Oorlog in het digitale domein

door Alfred Bos

Hoe geheime diensten hun hand overspeelden en een tactisch cyberwapen onbedoeld zich over de hele wereld verspreidde. Zero Days zet het digitale equivalent van de atoombom in de schijnwerpers.

Zero days is het jargon van hackers voor nog niet ontdekte codeerfouten die kunnen dienen als toegangsdeur om in te breken in een computer of computersysteem. Ze zijn de graal voor criminelen en spionnen, want is het gat eenmaal gebruikt dan is het ook bekend bij de gedupeerde en wordt doorgaans snel gedicht. Zero days zijn handel op de illegale marktplaats van internet, het donkere web alias darknet.

Zero Days is de titel van de film die de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney heeft gemaakt over het meest opzienbarende – en angstaanjagende – voorbeeld van cyberwarfare, oorlog die zich afspeelt in het digitale domein maar verregaande consequenties heeft voor de wereld van baksteen en asfalt. Het idee: leg een energiecentrale plat en een stad zit zonder stroom. Dat is een stuk efficiënter en kosteneffectiever dan platbombarderen.

Zero Days

Vernietigende worm
Centraal in Zero Days staat Stuxnet, de naam waaronder een geheimzinnige computercode bekend werd. In 2010 voor het eerst geïdentificeerd als malware (software voor spionage- of sabotagedoeleinden), werd binnen kringen van internetbeveiligers gaandeweg duidelijk wat Stuxnet feitelijk was: een worm die het atoomprogramma van Iran saboteerde. Verbazing, zelfs ontzag, was er over de verfijning en de complexiteit van de worm.

Virussen vallen computers aan en worden door een netwerk verspreid door de gebruikers van de geïnfecteerde computers. Computerwormen attaqueren een netwerk en verspreiden zichzelf, daar zijn geen onwetende gebruikers voor nodig. Stuxnet zat zo sluw in elkaar dat het nooit het product van één hacker kon zijn. Niemand is zo slim en niemand heeft de tijd om zo’n omvangrijk programma te schrijven. Stuxnet moest de creatie van een team zijn.

De sporen wezen naar de geheime diensten van Israël en Amerika, landen die ten koste van alles wilden verhinderen dat het door conservatieve islamitische geestelijken geregeerde Iran over een atoomwapen zou kunnen beschikken. Zero Days opent spectaculair met een nagespeelde aanslag op een Iraanse atoomfysicus en maakt vervolgens veel tijd vrij om het hoe, wat en waarom van de zaak helder te maken.

Bloedstollende implicaties
Het onderwerp van Zero Days staat voor de meeste kijkers wellicht ver van hun bed en de grimmigheid van het Stuxnet-verhaal haaks op het enthousiasme waarmee men zich dagelijks overgeeft aan de virtuele wereld van de sociale media.

Daar is de regisseur – hij maakte recentelijk spraakmakende en onthullende documentaires over Steve Jobs (The Man in the Machine) en de Scientology ‘kerk’ (Going Clear: Scientology and the Prison of Belief ) – zich terdege van bewust en hij steekt veel energie in de uitleg en presentatie van het exotische onderwerp. Pratende hoofden van insiders (technici, politici en spionnen) wisselen af met verhelderende animaties en gestileerde graphics. Saai is Zero Days nimmer.

Dat kan ook nauwelijks, want het verhaal en zijn implicaties zijn bloedstollend. Tussen 2008 en 2010 functioneerde Stuxnet perfect. De centrifuges van het Iraanse atoomprogramma trilden kapot, terwijl de technici op hun monitors niets vreemd aflazen. Toen ging het mis. Men ging aan Stuxnet sleutelen, de nieuwe versie was agressiever dan de vorige en—Stuxnet ontsnapte. De worm vermenigvuldigde zich vanuit Iran en dook op in industriële installaties over de hele wereld, ook Amerika. Zo werd Stuxnet ontdekt.

Officieel is de worm niet meer actief sinds 24 juni 2012; in de code was een einddatum geprogrammeerd. Het is echter niet bekend of alle kopieën van Stuxnet zijn gedetecteerd dan wel verwijderd en in beginsel kan de sluimerende malware opnieuw worden geactiveerd. Dat zou de infrastructuur van menige geïndustrialiseerde natie kunnen platleggen, een grotere nachtmerrie is nauwelijks denkbaar.

Zero Days

Digitale atoombom
Voormalig CIA- en NSA-directeur Michael Hayden spreekt over Stuxnet als het digitale equivalent van de atoombom en pleit voor meer openheid van spionagediensten en overheden over hun cyberwapenprogramma. Net zoals er internationale verdragen zijn voor atoomwapens moet er een verdrag voor cyberwapens komen.

En daar zit het horror-aspect van Zero Days. Het is niet eens de technologie, het is hoe de politiek daar mee omgaat. Ze houden hun speelgoed liever onder de pet en ontkennen de risico’s, ook daar is de documentaire glashelder over. Ondertussen is er vorig jaar ingebroken in de computers van de NSA en zijn cyberwapens – net als Stuxnet – ‘ontsnapt’ naar het publieke domein. De mogelijke consequenties doen de nachtrust geen goed.

Stuxnet ontbreekt geheel in de gesponsorde propagandafilm Lo and Behold die Werner Herzog het afgelopen jaar over internet maakte. Alex Gibney’s Zero Days haalt dat sprookje hard onderuit, in het net slaapt een grote boze wolf. Na het zien van Zero Days kijk je nooit meer hetzelfde naar je smartphone.
 

24 maart 2017

 

Ondertussen, op de redactie:
Hoe hebben jullie naar Zero Days gekeken?


MEER RECENSIES

Life, Animated

****

recensie Life, Animated

Disney als referentiekader

door Cor Oliemeulen

Door het kijken naar animatiefilms van Disney leren opgroeiende kinderen vaak wat goed en slecht is. Eenmaal volwassen zijn de meesten in staat de nuance te zoeken. In de verwonderlijke documentaire Life, Animated maken we kennis met een autistische jongen die Disney gebruikt om de echte wereld te leren begrijpen.

Owen Suskind lijkt tot zijn derde een normale peuter, maar dan verandert hij plotseling. Diagnose: autisme. Hij praat niet meer, sluit zich op in zijn hoofd en is bijna vier jaar niet te bereiken. De wereld is te intens voor zijn hersenen, zegt zijn moeder. Het enige waarop Owen reageert zijn Disney-films. Zijn ouders ontdekken dat ze slechts met hun jongste zoon kunnen communiceren op de manier waarop personages uit Disney-films praten. Tot het moment dat hij zijn schooldiploma haalt en zowaar verliefd wordt, leert Owen heel langzaam de echte wereld te begrijpen aan de hand van de uitvergrote karakters van zijn tekenfilmhelden. Maar het echte leven is geen Disney-script, dus wordt Owen onzeker, vooral nu hij op het punt staat om zelfstandig te gaan wonen.

Life, Animated

Leren leven dankzij Disney
Regisseur Roger Ross Williams werd in ons land vooral bekend door Blackface, een korte documentaire over Zwarte Piet die hier en daar op de nodige weerstand stuitte. Williams is zwart, homofiel en voelde zich als kind, net als Owen Suskind, afgesloten van de wereld. Hij moest een manier vinden om contact met de echte wereld te maken. Net als Owen trok hij zich terug in fantasieën en creëerde hij verhalen in zijn hoofd.

Het is dus niet verwonderlijk dat outsiders een belangrijke rol in Williams’ loopbaan spelen. In Amerika genoot hij faam als tv-journalist en won in 2010 als eerste Afro-Amerikaanse filmregisseur een Oscar: voor Music by Prudence, zijn eerste korte documentaire waarin hij een groep gehandicapte Afrikaanse muzikanten volgt. De fascinatie voor buitenstaanders, gekoppeld aan zijn persoonlijke leven en betrokkenheid geeft Life, Animated een mooie gelaagdheid. De film is gebaseerd op een boek van Owens vader, Ron Suskind.

Het intieme portret van Owen Suskind is niet zomaar een documentaire over een autist die langzaam zelfstandig wordt. Hij is een fenomeen die na een periode van louter brabbeltaal leert praten én leven, dankzij de animatiefilms van Disney. Owen kent niet alleen alle teksten van buiten, de overdreven emoties van Disney zijn gemakkelijker te begrijpen. Owen gebruikt filmscènes om zichzelf uit te drukken. Zo is Hercules zijn voorbeeld voor als je niet wilt opgeven, Jungle Book als je vrienden nodig hebt en fungeert Pinokkio om te leren hoe het voelt om een echte jongen te zijn.

Life, Animated

Perspectief op ingewikkelde wereld
We observeren Owen in zijn dagelijkse activiteiten en zien hoe hij een Disney Club voor lotgenoten heeft opgericht. Ze kijken en bespreken wat bepaalde scènes in hun eigen leven betekenen. Het bezoek van twee bekende stemauteurs van Disney is prachtig en hilarisch. Het sterkste punt van Life, Animated is dat we Owen niet alleen observeren, maar vooral ín het hoofd van Owen zitten. We zijn getuige van zijn perspectief op hemzelf en de ingewikkelde wereld om hem heen. Een gevoel dat wordt versterkt door de vormgeving: een combinatie van homevideo’s uit Owens kindertijd, animaties die zijn gebaseerd op zijn eigen tekeningen en natuurlijk scènes uit Disney-klassiekers, waaraan Owen behoefte blijft houden en die hij met intense gevoelens volgt.

Owen is goedlachs, emotioneel, openhartig en eerlijk. Hij mag dan wel voornamelijk leven volgens mythes en fabels en een onschuldige kijk op de wereld hebben, maar dat maakt zijn perspectief soms juist bijzonder origineel en meer dan eens verrassend wijs. Nu is hij 23 en is het zijn ouders gelukt om hem een beetje uit zijn ‘gevangenis’ te trekken. De tijd van zelfstandigheid breekt aan, alle veranderingen zijn nieuw en spannend voor hem. Gelukkig heeft Owen een bepaald bewustzijn ontwikkeld: hij kan goed reflecteren op zijn leven en de moeilijkheden waarmee het gepaard gaat. En mocht hij eens triest zijn, dan kan Owen zelf zomaar in een animatiefilm belanden.
 

18 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Gimme Danger

***

recensie Gimme Danger

Verguisd maar niet vergeten

door Alfred Bos

Te zien in gelimiteerde release: het verhaal van The Stooges, de band rond Iggy Pop. Ze maakten toen geen enkele deuk, maar gelden inmiddels als de eerste punkband. Vastgelegd door Stooges-fan Jim Jarmusch.

Mooi om te zien hoe Iggy Pop (James Ostenberg, 1947) na een halve eeuw in de schaduw is uitgegroeid tot onversneden cultheld. Hij is niet uit de media weg te slaan; zijn gelooide tronie met die melancholieke blik straalt een authenticiteit uit die voor de muziekgeneratie van nu – de Justin Biebers en de Lady Gaga’s – met geen stylingrecept, tatoeëernaald of heroïnespuit valt te kopiëren. Iggy is echt. Hij heeft het leven geleefd. Kom daar maar eens om bij de jonkies.

Gimme Danger

Aldus liggen er twee recent verschenen boeken over hem in de winkel, is hij de gids in Erik Lieshouts documentaire To Stay Alive – A Method, werkt hij als acteur mee aan de nieuwe film van Terrence Malick en is er voor de ware fan een heus Iggy Pop action figure. Nu zowel Lou Reed als David Bowie rocken met de engelen, is Pop de laatste der Mohicanen, ieders favoriete rock & roll opa. Waar die platina reputatie op is gebaseerd, toont de documentaire Gimme Danger, die Iggy-fan Jim Jarmusch (Pop acteert in Dead Man en Coffee and Cigarettes) heeft gemaakt over Iggy’s eerste band-met-platencontract, The Stooges.

Nihilisme en rudimentaire rock
Net als The Velvet Underground werden The Stooges tijdens hun actieve jaren nauwelijks opgemerkt – alleen gewaardeerd door een minieme groep liefhebbers; de toen nog onbekende David Bowie was fan van beide bands – en is hun reputatie door de jaren heen langzaam gegroeid. Eerst onder muzikanten, na de reünie van 2003 ook bij het publiek.

The Velvet Underground staat inmiddels bekend als de aartsvaders van de alternatieve rock en The Stooges worden erkend als pioniers van punk. Er zijn meerdere lijnen tussen beide bands: VU-bassist John Cale produceerde het debuutalbum van The Stooges, Iggy scharrelde met VU-zangeres Nico en David Bowie produceerde zowel voormalig VU-voorman Lou Reed als Pop.

Dat debuutalbum, The Stooges uit 1969, en plaat nummer twee, Fun House van een jaar later, verkochten indertijd voor geen meter. Maar het nihilisme en de rudimentaire rock van die twee klassiek geworden albums, haaks op de hippiegeest van Woodstock, vormden midden jaren zeventig een voorname inspiratiebron voor punk: The Sex Pistols coverden de Stooges-track No Fun. Iggy is de granddaddy of punk. De complete punk en new wave-scene van New York in de jaren zeventig – New York Dolls, Patti Smith, Ramones – heeft naar The Stooges geluisterd. Ook Jim Jarmusch was fan.

Halfbakken anekdotes
En dat is misschien wel de grootste makke van Gimme Danger, Jarmusch zit zijn onderwerp te dicht op de huid. De betrokkenheid en kennis van zaken zit in ieder frame van de 108 minuten die de docu duurt. Er is echter geen kritische afstand, weinig context, geen brede visie. Jarmusch heeft ook de handicap dat zijn film eigenlijk te laat komt. Gitarist Ron Asheton is in 2009 overleden, toen zijn reputatie dankzij de groepsreünie van 2003 was gezet. Jarmusch was nog net op tijd om drummer Scott Asheton (overleden in 2014) en saxofonist Steve Mackay (overleden in 2015) voor de camera te halen.

Gimme Danger

Als overlever lijkt Pop onthecht en niet wezenlijk geïnteresseerd in een evaluatie van zijn jeugdwerk; hij beperkt zich tot een paar halfbakken anekdotes. Wat ook niet helpt is dat The Stooges in hun klassieke bezetting maar twee platen hebben gemaakt; de versie met James Williamson op gitaar steekt bleekjes af tegen The Stooges van hun debuutplaat en Fun House. Er is dus niet zo heel veel te vertellen. Bovendien is beeldmateriaal van toen schaars en hebben de nog levende bandleden weinig te melden. Het verhaal van The Stooges, hun belang en waarom ze zo lang zijn genegeerd, vraagt om een bredere aanpak.

Persoonlijke moed
Dat neemt allemaal niet weg dat Gimme Danger de ware fans zal plezieren, want iedere snipper info over de legendarisch maar lang ondergerapporteerde band is een te koesteren kleinood. Hoe diep de liefde bij die fans zit, illustreert een persoonlijke anekdote. In de winter van 1985, het zal eind februari geweest zijn, speelde de Schotse band The Jesus & Mary Chain hun Nederlandse debuutconcert in De Melkweg te Amsterdam. Na afloop gingen we bij mij thuis bier drinken en muziek luisteren. De eerste plaat die drummer Bobby Gillespie uit de kast trok was—Fun House.

Maar bovenal is Gimme Danger het best denkbare complement van To Stay Alive, de documentaire van Erik Lieshout over persoonlijke moed en de helende kracht van kunst. Kijken dus.
 

15 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Magnus

****

recensie Magnus

Gezin als hoeksteen van succes

door Cor Oliemeulen

Magnus is een documentaire over de gelijknamige Noorse wereldkampioen schaken die zich laat kijken als een spannend jongensboek.

“Ik heb nog nooit zoiets indrukwekkends gezien”, verzucht iemand als Magnus Carlsen uit zijn hoofd alle zetten van zijn partij tegen een zojuist verslagen opponent in Harvard University opschrijft. Normaal geef je zo iemand misschien je handtekening, maar de Noorse schaakgrootmeester overhandigt liever een notatieformulier als herinnering. Ook de negen andere advocaten hadden tijdens de blindsimultaan tegen de ‘Mozart of Chess’ geen schijn van kans gehad.

Magnus

De kunst van het componeren
Componeren op het schaakbord. Schaken als kunst. Weinigen zo creatief als Magnus Carlsen, op 30 november 1990 geboren in het stadje Tønsberg. Aan de hand van homevideo’s blikt vader Henrik terug op de kindertijd van zijn enigste zoon. Terwijl we zijn drie zusjes spontaan zien ravotten in de Noorse natuur, denkt de vierjarige Magnus eerst goed na voordat hij tot actie overgaat. Drie jaar later kent hij de hoofdsteden, vlaggen en inwonersaantallen van de meeste landen van buiten. Hij is gek van lego, én van schaken. We zien Magnus weliswaar de Donald Duck lezen, maar volgens zijn vader vertellen vooral cijfers en nummers hem het verhaal. Dat maakt hem op school een eenling, een outsider. Hij wordt veel gepest omdat hij altijd in gedachten is. “Schaken was goed voor zijn zelfvertrouwen”, vertelt Henrik. Magnus Carlsen werd al op zijn dertiende Noors schaakkampioen. Het begin van een glansrijke carrière.

Nadat zijn landgenoot Øyvind Asbjørnsen in de korte documentaire The Prince of Chess in 2005 het wonderkind portretteerde, neemt Benjamin Ree in Magnus als het ware het stokje over vanaf het moment dat Carlsen internationaal doorbreekt. Zijn camera draait tijdens alle belangwekkende gebeurtenissen met de lens vaak dicht op de huid en op het schaakbord. Het resultaat is een sympathieke coming of age van een ongekend talent dat we zien opgroeien van tiener tot volwassene, zowel in de arena als in zijn gezin. Een must voor de schaakliefhebber, maar zeker zo interessant voor de liefhebber van een geobsedeerd persoon die zijn hele leven in het teken stelt van het doel om de beste te worden. Tegelijkertijd blijkt Magnus een zeer gesloten persoon. “Ik houd mijn demonen voor mezelf. Soms is het zwaar dat je de enige bent die iets begrijpt.”

Magnus

Meer mens dan computer
Schaken en cool zijn, gaat niet goed samen. Dat imago veranderde enigszins toen een bekend jeansmerk Magnus Carlsen in 2010 als boegbeeld van zijn reclamecampagne naar voren schoof, in stoere poses door Anton Corbijn vereeuwigd. Dit hoefde kennelijk niet in de documentaire, want Magnus blijkt sowieso veel meer mens dan computer. Hij houdt niet van het gedisciplineerd uitpluizen van databases met alle openingen en partijen van zijn tegenstanders, maar speelt liever intuïtief. Een groot contrast met de Indiase grootmeester Viswanathan Anand, de wereldkampioen die in 2013 door Carlsen wordt uitgedaagd voor de titel. Tijdens de eerste vier partijen van de tweekamp is de uitdager bloednerveus – hij laat zowaar een paar keer een stuk uit zijn hand vallen – maar als hij op de eerste rustdag veel lol heeft gemaakt met zijn zusjes en ouders, zit vanaf de vijfde partij een volkomen ontspannen en zelfverzekerde toekomstige wereldkampioen achter het bord.

Magnus Carlsen heeft de hoogste schaakrating ooit. Of hij de beste schaker aller tijden is, zal blijken als hij net als Garry Kasparov het mondiale schaken twee decennia lang kan beheersen en dezelfde mate van vernieuwing en creatief aanvalsschaak op het bord kan toveren als de Rus (die enigszins nerveus op zijn stoel schuift als een 13-jarige Magnus tegenover hem aan het bord zit). Maar dat Carlsen een genie is, staat buiten kijf. Misschien wel even geniaal als Bobby Fisher, ongrijpbaar op en naast het bord. Die tijd dat iemand zijn tegenstander zo genadeloos van het bord kon vegen is (jammer genoeg) voorbij, want na de introductie van schaakcomputers weet je bijna exact welke openingen je tegenstander speelt en kun je je heel gericht voorbereiden.

Je vraagt je af wat er van Bobby Fisher terecht zou zijn gekomen als ook hij in een stabiel gezin was opgegroeid. Van Magnus Carlsen hoeven we niet snel te verwachten dat hij ten prooi valt aan paranoia en zal doordraaien. In dat geval zou dat vast een even mooie vervolgdocumentaire opleveren.
 

13 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Vijf goede schaakfilms