Trance

*****

recensie  Trance

Schaamhaar als plotelement

door Alfred Bos

Wat krijg je wanneer je Eternal Sunshine of the Spotless Mind kruist met Inception? Dan krijg je Trance, het huzarenstukje van Danny Boyle dat de kijker voortdurend op het verkeerde been zet en naar adem laat happen. Niet met megalomane computertrucages, maar met een intelligent script, dynamische montage en een spetterende cameravoering.

Je moet er maar opkomen: een verhaal over liegen en bedriegen waarin onderbewustzijn en geschoren schaamstreken een sleutelrol spelen. Trance is een visueel imponerende actiethriller waarin het verhaal lijkt op een ui die je laag na laag afpelt om telkens te ontdekken dat niets is wat het lijkt – en zelfs dat is het niet. Het is ook een surrealistisch psychodrama over identiteit en manipulatie. Trance snijdt filosofische vragen aan als: Wat is een mens anders dan zijn geheugen? Zijn mijn herinneringen authentiek? Kan ik mezelf vertrouwen?

Trance begint als een heist movie. Veilingmeester Simon (James McAvoy) is de inside man van een bende die ‘het eerste moderne schilderij’ wil stelen. Dat schilderij is Francisco Goya’s Heksen In De Lucht (1798) dat het vrouwenlichaam niet idealiseert, maar afbeeldt zoals het is, inclusief harige schaamstreek. Zonder iets te verklappen, dat schaamhaar is een plotelement.

Trance

Spiegelpaleis
Trance heet Trance omdat hele stukken van de film zich afspelen in het gehypnotiseerde brein van de vergeetachtige veilingmeester. Er is tijdens de overval iets fout gegaan en om een cruciaal detail boven water te krijgen stuurt bendeleider Franck (de Franse steracteur Vincent Cassel) Simon naar een hypnotiseur, de donkere schoonheid Elizabeth (Rosario Dawson inmiddels Boyle’s ex). Werkelijkheid en waan beginnen door elkaar te lopen en de kijker raakt net zo in de war als het filmpersonage.

Het script, bewerkt door John Hodge, die ook meeschreef aan Boyle’s filmdebuut Shallow Grave (1995) en diens doorbraak Trainspotting (1996), heeft jarenlang op de plank gelegen en stamt nog van vóór The Usual Suspects (1995), de film die het genre van de puzzelthriller introduceerde. Als spiegelpaleis van intrige en tegen-intrige slaat Trance alles wat er tot op heden in de bioscoop is verschenen.

Broeierige paranoia
Trance is film noir op zijn 21ste-eeuws, visueel net zo imponerend als Boyle’s voorlaatste krachttoer, 127 Hours, of zijn zwaar onderschatte sciencefiction meesterwerk Sunshine. De film speelt zich af op voor Boyle vertrouwd terrein: de broeierige paranoia van Shallow Grave en de waanwereld van Trainspotting. Je moet als regisseur goed in je vel zitten en een volmaakt vertrouwen in je vakmanschap hebben om zo’n gewaagd kunststukje als Trance  af te leveren.

De eerste reacties op deze film zijn gemengd. Sommigen kunnen geen touw aan het verhaal vastknopen. Wie alleen iets kan waarderen als hij alles snapt, krijgt met Trance een pak slaag. Maar laat je je als kijker meeslepen – en overdonderen – door deze gekmakend goede film, dan komt het allemaal in orde, want aan het slot blijken alle eindjes keurig verknoopt en is er voor iedere verrassing een verklaring, Maar niet zoals je denkt.

 

6 juni 2013

 
ALLE RECENSIES

Ginger & Rosa

**

recensie  Ginger & Rosa

De setting maakt de film

door Wouter Spillebeen

Regisseur Sally Potter vertelt in Ginger & Rosa het verhaal van twee Londense vriendinnen tijdens de Cubaanse raketcrisis. In tegenstelling tot de crisis escaleert hun thuissituatie drastisch.

In 1962 is de wereld in de ban van de Cubaanse raketcrisis. De bommen kunnen op ieder moment vallen en dat lijkt niemand beter te beseffen dan de Londense Ginger (Elle Fanning). Haar vader Roland (Alessandro Nivola), die niet meer samen is met moeder Nathalie (Christina Hendricks), leert haar als pacifist constant minimalistisch te denken en het ergste te verwachten.

ginger-&-rosa

Samen met haar levenslange vriendin Rosa (Alice Englert) wil Ginger de wereld helpen redden door te betogen, maar al snel blijkt dat ze niet op dezelfde manier tegen het leven aankijken. Terwijl de existentialistische en intellectuele Ginger zich verdiept in de crisis en haar poëzie, papt Rosa aan met Roland. Ginger zakt steeds dieper in een depressie.

Setting
De verhaallijn en de ontwikkeling ervan zijn niet origineel. De intriges, de ruzies en het bedrog zijn eerder al vertoond in talloze teleurstellende dramafilms. Neem de setting van de Cubaanse raketcrisis weg en er blijft een tienerfilm van dertien in een dozijn over. Maar de setting verantwoordt de paniek en hysterie die Ginger bij de gebeurtenissen in haar familie voelt, net als het fatalistische gedrag van haar vader Roland. Anders was het drama onbenullig en de reactie van Ginger onzinnig geweest. Het protest tegen de atoombommen is net te weinig uitgewerkt om meer dan sporadisch op de voorgrond te treden. Het familiedrama is belangrijker.

ginger-&-rosa

Onafscheidelijk
Ginger en Rosa zouden hartsvriendinnen moeten zijn, maar dat komt nooit zo over. In het begin doen ze alles samen: uit het huis sluipen om te feesten, jongens verleiden en liften voor het plezier. Toch lijkt het alsof de twee nooit op dezelfde golflengte zitten. Rosa is een rokende, lichtjes religieuze meid die Ginger achterlaat voor een kans om met een onbekende jongen te vrijen. Ginger is een terughoudende intellectueel, die poëzie schrijft en zich laat meeslepen door de wilde Rosa. De film overtuigt niet dat Ginger en Rosa onafscheidelijk zijn. Daardoor mist hun stuklopende vriendschap impact.

Valse accenten
Het Britse taaltje komt vaak geforceerd over. Begrijpelijk, aangezien de volledige hoofdcast Amerikaans, Canadees of Nieuw-Zeelands is. De valse accenten trekken je soms helemaal uit de filmervaring en dat is jammer voor een film die hard probeert meeslepend en fascinerend te zijn. In die opzet slaagt Ginger & Rosa bijna nooit, tenzij Miles Davis of Dave Brubeck de soundtrack sieren.

 

30 mei 2013

 

ALLE RECENSIES

 

Alan Clarke: Woedende openbaringen

Alan Clarke: Woedende openbaringen

Het oeuvre van de Britse regisseur Alan Clarke (1935 -1990) is in Nederland helaas nog weinig te zien geweest ondanks zijn grote invloed op een breed scala van eigentijdse filmmakers. De eerste keer dat ik zijn naam tegenkwam was in een interview met Harmony Korine over inspiratiebronnen voor zijn film Gummo. Korine bekende dat hij bepaalde shots letterlijk van Clarke had gejat en dat hij zijn compromisloze en pure manier van filmen erg bewonderde. Nieuwsgierig geworden, probeerde ik iets van Clarke te vinden. Dat bleek moeilijk te zijn ondanks de lange filmografie die vermeld staat op IMDb.

door George Vermij

Clarke heeft bijna uitsluitend films gemaakt voor de Britse tv en zijn relatie met dat medium is een complexe. In de jaren zestig begon hij zijn carrière bij de BBC. In die tijd bood de zender ruimte voor experiment en stonden ze open voor vernieuwende producties met een maatschappijkritische inslag. Vanaf midden jaren zeventig maakte Clarke naam met de tv-films Diane en Penda’s Fen. Die laatste is een curiosum in zijn oeuvre en kan worden omschreven als een surrealistische coming-of-agefilm doordrenkt van heidense symboliek die niet zou misstaan in The Wicker Man.

Alan Clarke

Te gewelddadig en choquerend voor tv
Clarke ondervond grote problemen met Scum (1979) waarin hij de schrijnende omstandigheden in een jeugdgevangenis aan de kaak stelt. De BBC vond de film te gewelddadig en choquerend en besloot de film daarom niet te vertonen. Ook werd hem verweten dat de film te veel zou lijken op een documentaire. In Scum maakt een jonge Ray Winstone indruk als de boze en rebelse Carlin die zich niet conformeert aan de strenge leiding van de bajes en aan de onderlinge pikorde.

Het personage van het kwade, gedesillusioneerde individu zou terugkeren in Clarke’s films van de jaren tachtig. Als karakter past het ook perfect in het tijdsgewricht na de Britse punkexplosie. De verontwaardiging en de hypocrisie over het Engelse klassensysteem schemert door in de film, waar de jongeren worden behandeld als working class tuig zonder kansen of een recht op een fatsoenlijke toekomst. Scum is ook nog steeds ongekend hard en rauw in het tonen van geweld en Clarke deinst niet terug om dingen te verbloemen of te versimpelen.

Made in Britain
Clarke maakte vervolgens Made in Britain (1982) met een ijzersterke Tim Roth als de skinhead Trevor. Vanaf de eerste scènes, waar je een close up ziet van Trevors gezicht met een swastika op zijn voorhoofd onder het geluid van keiharde skinheadpunk, kan je als kijker niet om hem heen. Hij is een boze aanwezigheid gedesillusioneerd over alles. Het knappe van Clarke´s portret en Roths vertolking is dat ondanks de weerstand die Trevor oproept hij geleidelijk aan een personage van vlees en bloed wordt. Zijn boosheid wordt tastbaar omdat je een idee krijgt van het kansloze Engeland waar Trevor in opgroeit.

Gastblog George Vermij over regisseur Alan Clarke - Tim Roth in Made in Britain

Clarke toont ook de bureaucratie van opvanghuizen en jeugdzorg die Trevor proberen te helpen, maar ook gebonden zijn aan regels en beperkingen. Ook hier weet Clarke een gebalanceerd beeld te geven en te tonen dat er geen makkelijke oplossingen zijn. Made in Britain zou de eerste keer zijn dat Clarke uitvoerig gebruik zou maken van steadycams voor lange ononderbroken shots. Deze methode versterkt het realisme en past perfect voor het vastleggen van de opgekropte woede die onder Trevors huid borrelt en op momenten tot uitspatting komt.

Lange shots als handelsmerk
De lange shots zouden een handelsmerk worden van Clarke die de stijl tot het extreme door zou voeren in zijn latere films. Zo volgt de korte film Christine (1987) een jonge heroïneverslaafde door de voorsteden van Londen terwijl zij van huis tot huis loopt om te scoren. De film heeft geen duidelijke verhaallijn en is bijna hypnotisch in zijn minimalistische lange shots. Clarke toont hiermee de verveling en monotonie van drugsverslaving. Een onderwerp dat in cinema vaak wordt verbeeld als een psychedelische trip die visueel wordt aangekleed. In Christine  ziet de kijker alleen de machinale handeling van het spuiten en daarna de glazige blik van de verslaafde die gevangen in een roes voor de toeschouwer ongrijpbaar blijft.

In Road (1987) volgt Clarke uiteenlopende personages in lange shots door typische Noord-Engelse arbeidswijken terwijl zij in een gedachtestroom praten over van alles. Road  lijkt qua stijl realistisch, maar is ook beïnvloed door het werk van toneelschrijver Samuel Beckett en op momenten absurd en poëtisch. Clarke´s meest experimentele gebruik van het long shot is de korte film Elephant (1989) die geheel bestaat uit mensen die gevolgd worden voordat ze worden neergeschoten. De film heeft geen dialogen en is niets meer dan een herhaling van moorden die kil worden vastgelegd. Clarke maakte de film om de situatie in Noord-Ierland te illustreren. Als hommage aan Clarke noemde Gus Van Sant zijn film ook Elephant waar hij dezelfde lange shots hanteert.

De makelaar als voetbalhooligan
Clarke´s laatste tv-film is het gewelddadige The Firm (1989) met een agressieve maar tegelijk ook charmante Gary Oldman als voetbalhooligan. De film toont de strijd tussen verschillende firms (hooliganbendes) die escaleert in de aanloop op de Europese kampioenschappen. Oldman is een makelaar die een schijnbaar respectabel leven leidt met zijn vrouw en kind in een Engelse suburb. Hij is een van de nieuwe klasseloze Britten die in het Engeland van Thatcher snel geld heeft gemaakt. Geweld is echter een onvermijdelijke drijfveer en met zijn maten zoekt hij de confrontaties op die leiden tot een fatale conclusie.

The Firm

Clarke overleed kort na The Firm. Zijn nalatenschap is groot ondanks zijn relatieve onbekendheid bij het grote publiek. Veel regisseurs hebben zijn stijl gekopieerd. In bepaalde gevallen zou je haast kunnen spreken van arthouse clichés die gemeengoed zijn geworden. Denk aan de lange vervreemdende shots, personages geschoten van hun rug en de voorkeur voor realistische settings in veel serieuze filmhuisfilms. Je ziet het terug in de cinema van de Dardennes en Haneke. Sociaal realisme is ook een term die vaak gehanteerd wordt om Clarke’s films te vatten, maar de term doet eigenlijk geen recht aan zijn unieke rauwheid en drang om zichzelf te vernieuwen. In vergelijking met zijn landgenoot Ken Loach is Clarke minder openlijk politiek en zijn zijn films complexer, confronterender en troostelozer.

Clarke was uiteindelijk ook essentieel in de ontwikkeling van de carrières van de Britse acteurs Ray Winstone, Gary Oldman en Tim Roth. Zij speelden hun eerste belangrijke rollen in Clarke’s films en kregen alle ruimte om op te gaan in de personages. Het is ook de geest van Clarke die ronddoolt in Gary Oldmans intense en confronterende regiedebuut Nil by Mouth waarin Winstone ook de hoofdrol speelt.

30 mei 2013

 

Alle gastblogs

Quartet

****

recensie  Quartet

Wij zijn oud, let’s get’s loud!

door Joan Gebraad

Op 75-jarige leeftijd debuteert acteur Dustin Hoffman (Kramer vs Kramer, Rain Man)  als regisseur met een geestige komedie over een viertal gepensioneerde operazangers.

Het is een drukke bedoening in Beecham House – genoemd naar een grootverdiener aan laxeermiddelen – want de jaarlijkse Verdi-gala-avond komt eraan. De egoïstische en nooit tevreden Cedric (Michael Gambon) coördineert het gebeuren en gaat met de zweep erover. Het niveau van de stukken en zangers is beneden peil. Dit jaar is de noodzaak voor een goed programma groter dan ooit. Als Beecham geen nieuwe financiële weldoeners aantrekt, kan het wel eens finito zijn voor het luxe bejaardenverblijf.

Quartet

Hoop op een geweldig programma voor de gala-avond en flink wat drama vieren hoogtij met de onverwachte komst van Jean (Maggie Smith). Deze voormalige operaster is veranderd in een gevallen, onzekere, doch trotse diva. Cedric spoort Cissy (Pauline Collins) en Wilf Bond (Billy Connolly), haar voormalige vrienden, en Reginald Paget (Tom Courtenay), nota bene de gekwetste ex-echtgenoot van Jean, aan Maggie over te halen om als kwartet Verdi’s Rigoletto te zingen. In hun hoogtijdagen was hun gezamenlijke uitvoering een hit. Kan Jean haar trots en onzekerheid voor de uitvoering opzij zetten? Kunnen zij en Reggie elkaar vergeven?

Lekker gebekt
De operavedettes zijn bepaald geen kleurloze knorrepotten die verveeld voor de tv hangen. Ze flirten, musiceren, zingen, salsadansen en bekvechten erop los. Hun taalgebruik doet opvallend jong en verrassend aan en werkt vaak op de lachspieren. ‘Steek een vork in je reet’ tijdens een lunchruzie. Of Wilf die de baas van het verzorgingstehuis dr. Cogan (Sheridan Smith) probeert te versieren: ‘Niemand heeft zulke mooie tieten als jij.’ Of Jean als zij op de aanwezigheid van een traplift wordt gewezen. ‘En wat als ik naar beneden wil skiën?’

De plot van Quartet is eenvoudig en enigszins voorspelbaar, maar dat geeft niks. Dustin Hoffman heeft namelijk een blik aan Engelse topacteurs opengetrokken. Maggie Smith geeft met verve gestalte aan de diva in Jean, maar toont ook haar kwetsbare kanten. Zij laat zien hoe vergankelijk succes is en hoe afhankelijk zangers van hun stem zijn. Courtenay is vertederend als de zachtaardige, gekwetste Reggie. Ook vertederend zijn de scènes waarin hij een klas kinderen gepassioneerd uitlegt wat de overeenkomst is tussen opera en rap, en zijn confrontatie met Jean in een kerk.

Conolly werkt op de lachspieren als scherpgebekte casanova en Collins herinnert het publiek als de zachtaardige Cissy aan de tragiek van de vergetelheid die gepaard gaat met Alzheimer. En hoewel zonder baard en toverstaf, doen de fladdergewaden van de knorrige Cedric (het is Cédric, niet Cèdric!) toch herinneren aan Albus Dumbledore.

Quartet

Muzikale ondersteuning
Naast de acteurs maken de cinematografie en muziek de film de moeite waard. Het omringende landschap van Beecham is wonderschoon en mooi in beeld gebracht. Passend bij de karakters wordt het verhaal van Quartet ondersteund met onder meer bekende (Italiaanse) aria’s, jazz en rap.

Hoffman besluit zijn acteurs niet zelf te laten zingen, maar muziek gezongen door operagrootheden onder de film te monteren. Waarschijnlijk een verstandige keuze: de filmgeschiedenis heeft geleerd dat niet alle acteurs beschikken over een gouden stemgeluid. Zeker operazang is een vak apart. De aftiteling is daarom zeker het bekijken waard: alle namen van muziekgrootheden komen voorbij.

Al met al is het debuut van Hoffman een geestige komedie over een groep kleurrijke ouden van dagen in een zeer esthetisch Brits decor met sterke acteurs. Maar de film is meer. Tussen de vrolijkheid door is Quartet een ode aan operamuziek en -zangers en een confrontatie met de menselijke vergankelijkheid.

 

8 mei 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf acteurs die slechts één film regisseerden.

Berberian Sound Studio

***

recensie Berberian Sound Studio
Bijzonder: een film voor de oren

door Alfred Bos

De tweede film van cult-regisseur Peter Strickland lijkt aan de buitenkant een ode aan giallo (Italiaanse horror uit de jaren ’70), maar is iets heel anders: een surrealistische mindfuck van een film, het resultaat van een morbide en unieke verbeelding.

Peter Strickland debuteerde enkele jaren terug met Katalin Varga, een op 16 millimeter gedraaide film waarin een jonge vrouw door de Karpaten trekt, op zoek naar haar verkrachters en vader van haar kind. Een beklemmende vertelling over goed en kwaad; fraai geschoten, niet-lineair verteld en voorzien van een bovengemiddeld knappe, intrigerende soundtrack die de film een metafysische dimensie geeft.

In Berberian Sound Studio staat de soundtrack centraal, letterlijk. De Engelse geluidstechnicus Gilderoy – geen achternaam, zoals bijna geen enkele personage in deze film – is gevraagd te assisteren bij het vervaardigen van de geluidsband voor een Italiaanse horrorfilm over heksen en sadistische priesters; daarin zullen giallo-fans Suspiria (1977) van Dario Argento herkennen. Naarmate de film, en het werk aan de soundtrack, vordert gaan werkelijkheid en verbeelding door elkaar lopen. Het resultaat is bizar.

Film over filmgeluid
Berberian Sound Studio is gefinancierd door Warp X, de filmtak van het Britse Warp-label, dat is gespecialiseerd in avontuurlijke elektronica. De bijbehorende soundtrack is gemaakt door Warp-act Broadcast en is, als zelfstandig uitgebracht album, een volwaardige release. Broadcasts score is aangevuld met soundscapes van onder meer Nurse With Wound (Steven Stapleton) en Sonic Catering Band, het experimentele trio waarin Strickland actief was voor hij naar de filmcamera greep.

Die link met elektronische muziek is belangrijk, want Katalin Varga en Berberian Sound Studio al helemaal onderscheiden zich door afwijkend en bijzonder gebruik van de geluidsband. Die zorgt een vervreemdend, om niet te zeggen hallucinant effect. De horror in Berberian Sound Studio wordt nimmer getoond, maar is doorlopend te horen. Foley artiesten (die de analoge geluidseffecten verzorgen), stemactrices (voor de filmdialogen en ijzingwekkende kreten) en de timide geluidstechnicus Gilderoy staan centraal. Dit is een film over filmgeluid.

Droste cacaobus-effect
Berberian Sound Studio is niet alleen een claustrofobische verkenning van een ruimte zonder ramen. De film is meerdere dingen tegelijk; er zit ook een meta-film in die bespiegelt hoe fantasie of virtuele werkelijkheid (in dit geval film) en realiteit verstrengeld kunnen raken. In een visueel verbluffende scène wordt Gilderoy – gespeeld door Toby Jones, die onlangs nog als Alfred Hitchcock schitterde in de HBO film The Girl – wakker in zijn eigen film en ontvouwt zich een surrealistisch Droste cacaobus-effect waarvoor Jean Cocteau zich niet zou hoeven te schamen.

Die scène alleen al maakt Berberian Sound Studio – net als Katalin Varga naar een script van de regisseur – de moeite waard. Fans van Italiaanse horror moeten wellicht hun verwachtingen bijstellen, maar liefhebbers van eigenzinnige cultfilms zullen genieten. Strickland is nog geen Leos ‘Holy Motors ’ Carax, maar geeft niettemin blijk te beschikken over een originele en binnen het huidige aanbod unieke verbeelding. Het is te hopen dat hij de kans krijgt zich verder te ontwikkelen.

 

5 mei 2013

Sweeney, The

***

recensie  The Sweeney

Sneller, harder en groffer

door Alfred Bos

Tussen 1975 en 1978 was de door de commerciële zender ITV uitgezonden serie The Sweeney het kijkcijferkanon van Engeland en er volgden twee spin-offs voor het witte doek. De serie katapulteerde de carrières van John Thaw (Inspector Morse) en Dennis Waterman (New Tricks). Na een pauze van 35 jaar is The Sweeney terug, als bioscoopfilm met een glansrol voor Ray Winstone.

In de dagen dat The Sex Pistols het Britse establishment uitdaagden, maakten Jack Regan en zijn tien jaar jongere sidekick George Carter jacht op het geboefte van de Londense onderwereld. Met hun baas Frank Haskins, een bureaucraat die op zijn tijd niet vies was van wat actie, vormden ze een cel van de Flying Squad, alias The Sweeney, een speciale politie-eenheid die zware misdaad bestreed. Al is alles in de wereld sneller, harder en groffer geworden, de originele serie is nog steeds het aankijken waard.

The Sweeney

Dat moet Nick Love, Brits regisseur van stoere mannenfilms als The Business, Outlaw en The Firm, ook hebben gedacht en hij blies Jack Regan en George Carter nieuw leven in middels een script waaraan hij zelf meeschreef. Een remake kun je deze film niet noemen, want het verhaal is nieuw. Gebleven zijn de personages en die zijn in Love’s versie groffer, harder en sneller dan voorheen, net als het 21ste-eeuwse Londen waarin zowel de criminaliteit als de wapens van een zwaarder kaliber zijn.

Explosieve cocktail
De ex-bokser Ray Winstone (aan het begin van zijn acteursloopbaan speelde hij een bijrol in een aflevering van de originele serie) zet Jack Regan neer als een vuilbekkende zuipschuit met een lage geweldsdrempel. Zijn rechterhand Carter, een rol van Ben Drew, is ditmaal een gewezen boef die heeft gekozen voor de actie van de wetshandhaving; zijn accent is niet cockney, maar het patois van de sociale onderklasse. De Amerikaanse tv-ster Damian Lewis (bekend van onder meer de serie Homeland) blijft als bureauchef Haskins in de schaduw, het lukt hem nauwelijks om het projectiel Jack Regan op koers te houden.

Regans eenheid is een succes, zijn team plukt met grof geweld de schurken van de straat, maar de vijand komt – is het een teken des tijds? – van binnenuit. Ivan Lewis van de interne dienst komt klagen dat Regan en zijn team bij hun arrestaties teveel geweld gebruiken en teveel interieurs slopen. Wat ook niet helpt is dat Regan een affaire heeft met zijn teamlid Nancy Lewis, de vrouw van zijn opponent. Het is een explosieve cocktail met een lange lont, maar de knal is er niet minder om.

Snelle auto’s
Ray Winstone, eerder dit jaar 56 geworden, speelt Jack Regan als een ontembare oerkracht en laat daarmee weer een ander facet van zijn talent zien, na recentelijk te hebben overtuigd in komische rollen (Snow White and the Huntsman, The Hot Potato) en als Alzheimerpatiënt in het psychodrama Ashes. Als actieheld-op-leeftijd is Winstone zeker zo geslaagd als Bruce Willis en deze film is minstens zo onderhoudend als de laatste Die Hard-variatie, waarmee hij de vader-zoonrelatie gemeen heeft.

Naast een filmgenieke held biedt The Sweeney veel actie. Een diamantroof ontaardt in een publieke schietpartij waarbij het marmer van de beelden op Trafalgar Square wordt geknald en de specialiteit van de oorspronkelijke tv-serie, achtervolgingen met snelle auto’s, wordt tot twee keer toe uit het vet gehaald. Zelfs de finale lijkt een eerbetoon aan de inspiratiebron. Maar dan sneller, harder en groffer. Missie geslaagd.

 

13 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Hitchcock

***

recensie  Hitchcock

Hoe fameuze regisseur ons het slasher-genre gaf

door Alfred Bos

Psycho is de beroemdste en meest succesvolle film uit het omvangrijke oeuvre van de even omvangrijke Hollywood-legende Hitchcock. De gelijknamige film vertelt hoe Hitch en diens vrouw Alma reputatie en villa-met-zwembad op het spel zetten om een tegendraads idee te verwezenlijken. Hollywood gruwde, het publiek smulde. En het is (bijna) allemaal waar gebeurd.

Psycho (1960) is een van de meest legendarische films ooit gemaakt. De douchescène, begeleid door de ijzingwekkende violen van filmcomponist Bernard Herrmann, is iconisch. Het verhaal – gebaseerd op de gelijknamige roman van Robert Bloch, naar de levensgeschiedenis van de necrofiele moordenaar Ed Gein – breekt met conventies: welke regisseur laat zijn leading lady al na dertig minuten vermoorden? Het Hollywood establishment moest er niets van hebben en de filmcensuur uiteraard ook niet, maar Hitch zette met eigen geld door en werd door het publiek beloond. Psycho maakte hem financieel onafhankelijk.

Hitchcock

Alfred Hitchcock is 59 jaar oud en een zwaargewicht als in de zomer van 1959 zijn meesterwerk North by Northwest in première gaat. De gevierde regisseur staat op de piek van zijn kunnen en zijn macht. Maar hij verveelt zich, wil zichzelf niet herhalen en ziet een uitdaging in de verfilming van een pulproman over een gestoorde moordenaar. Verwarring bij Hitchs assistenten en de bazen van de filmstudio’s waarvoor hij werkt. Alleen zijn agent en zijn vrouw Alma steunen hem onvoorwaardelijk.

Dodelijk understatement
Deze debuutfilm van de net als Hitch in Londen geboren, maar in Hollywood werkende regisseur Sacha Gervasi (hij maakte eerder een documentaire over heavy metalband Anvil) zoomt in op de relatie tussen de gevierde maar eigenzinnige regisseur (gespeeld door Anthony Hopkins) en diens wederhelft, een verrukkelijke rol van Helen Mirren. Het echtpaar is onmiskenbaar Brits, zoals blijkt uit de spitsvondige dialogen tussen de echtelieden, waarin Alma zich de kampioene van het dodelijke understatement toont. Hitchcock  vertelt een stukje filmgeschiedenis, maar is vooral een acteursfilm. De Anthony Perkins (schurk in het origineel) van James D’Arcy is griezelig echt.

Al draait Hitchcock  om Hitchcock, de ware held van deze film is Alma Reville, die uit de schaduw treedt van haar legendarische echtgenoot. Ze is Hitchs klankbord, met een scherp oog voor continuïteitsfouten, en heeft zelf vele filmscripts geschreven of bewerkt. Terwijl Hitch zich op zijn Psycho-project stort, helpt Alma een bevriende maar niet bijster getalenteerde schrijver (Whitfield Cook, gespeeld door Danny Huston op zijn gladst) zijn script te polijsten. Wanneer Hitch ziek van stress op bed ligt, neemt ze zijn rol op de studiovloer over en trekt de gestrande verfilming vlot.

Hitchcock

Droomscènes
De regisseur die beroemd is geworden door de schaduwkant van de mens in zijn films centraal te stellen, heeft zelf ook rare trekjes. Hij fantaseert over zijn leading lady (Scarlett Johansson in de rol van Janet Leigh, de oorspronkelijke hoofdrolspeelster van Psycho) en meent dat Alma vreemd gaat met ‘Whit’. Die donkere fantasieën worden verbeeld in droomscènes waarin Hitch praat tegen Ed Gein. Bepaald geestig is de wijze waarop Hitch de filmcensuur – die zelfs iets tegen toiletpotten heeft – buitenspel weet te zetten.

Hitchcocks spel met fantasie en werkelijkheid wordt op merkwaardige wijze gespiegeld in deze film-over-een-film. De kern van het verhaal is historisch correct; de decors, kostuums en filmsets roepen de laatste gloriejaren van het klassieke Hollywood in herinnering; de verlate erkenning voor de rol die Alma Reville heeft gespeeld in de loopbaan van de Master of Suspense is terecht. Maar het beste moment van Hitchcock, wanneer Hitch tijdens de première van zijn Psycho in de bioscooplobby Herrmanns strijkers bij de douchescène dirigeert, is pure fantasie. Want het blijft film.

 

13 maart 2013

 

ALLE RECENSIES

Broken

*****

recensie  Broken

Hard en vertederend

door Wouter Spillebeen

Regisseur Rufus Norris debuteert met een steenhard drama dat onder het vel kruipt en nooit meer vertrekt.

Broken vertelt een verhaal over hoe pestgedrag veel mensen tegelijk treft en over de breekbaarheid van kinderlijke onschuld. Rick (Robert Emms), een sociaal afgezonderde twintiger die bij zijn ouders woont, wordt door een misverstand aangevallen door zijn buurman Bob (Rory Kinnear), de alleenstaande en getormenteerde vader van drie pestende en leugenachtige dochters. Dat alles voor de ogen van Skunk (Eloise Laurence), een jong meisje met type 1 diabetes.

Broken

Om Skunk heen verandert alles na dat incident. De kettingreactie die in gang wordt gezet, maakt duidelijk dat de wereld rondom haar uit een onstabiele mix van karakters bestaat. Zij probeert haar jonge leven voort te zetten, maar de relaties tussen haar en haar gezin, haar vrienden en haar buren zullen nooit meer dezelfde zijn.

Opbouw
Het verhaal begint vrij minimalistisch, bouwt op en groeit op magistrale wijze. Door de manier waarop de ene gebeurtenis de andere altijd verklaart, krijg je als kijker nooit het gevoel dat het verhaal onrealistisch is, integendeel. De film demonstreert op zeer realistische wijze hoe één misverstand een kruitvatsituatie kan doen ontploffen. Door het anachronistische verloop van sommige scènes (soms wordt eerst het gevolg getoond, dan pas de oorzaak), laat de film je eerst raden naar de reden waarom iets gebeurd is, vooraleer die reden te tonen. Bijna alsof je het achteraf door een roddel verneemt.

Broken is tegelijk ongelooflijk hard en vertederend. Het verhaal speelt zich af in een woonwijk met mensen zoals we die iedere dag tegenkomen. De gebeurtenissen vernietigen naar het einde toe bijna ieder personage tot op het bot, maar voor dat gebeurt kan je zowaar ontroerd worden door de prachtige relaties tussen Skunk en haar vader, haar broer, haar oppas en haar nieuw vriendje.

Broken

Herkenbaar
In de relatie tussen Skunk en haar vader Archie kan iedere vader zich herkennen, of zelfs de liefde tussen de twee benijden. Tim Roth portretteert uitstekend de liefdevolle en bezorgde vader, die enkel probeert goed te doen voor zijn kinderen en zichzelf. Eloise Laurence, een nieuwe naam op het witte doek, speelt haar rol geloofwaardiger dan de meeste acteurs van haar leeftijd.

De overtuigende acteerprestaties, een bom van een verhaal, een beklijvende soundtrack en sfeervol camerawerk maken van Broken een parel. Verwacht geen film met blockbusterallures of ontzagwekkende special effects, maar laat je meeslepen door een intrigerend verhaal met een opbouw en een finale om ‘u’ tegen te zeggen.

 

9 maart 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Imposter, The

****

recensie  The Imposter

Terugkeer van de verloren zoon

door Wouter Spillebeen

In juni 1994 verdwijnt de dertienjarige Nicholas Barclay spoorloos. In oktober 1997 duikt hij weer op, of toch niet? De documentaire The Imposter brengt het absurde en meeslepende verhaal van een Fransman die zich uitgeeft voor een vermiste Texaanse jongen.

Door middel van interviews en reconstructies vertelt The Imposter het verhaal van Frédéric Bourdin, een drieëntwintigjarige Fransman die, in een poging zich een andere identiteit aan te meten, beweert de drie jaar vermiste Nicholas Barclay te zijn. Liegend overtuigt hij iedereen ervan dat hij ontsnapt is van een plaats waar hij door mannen in uniform bijna iedere dag fysiek en seksueel mishandeld werd. Zelfs het gezin van de vermiste jongen schijnt er geen graat in te zien dat de blonde jongen met de blauwe ogen er nu helemaal anders uitziet. Geleidelijk aan ontrafelt zich een groter verhaal, een regelrechte thriller.

The Imposter

Waarom?
Hoe is het mogelijk dat niemand merkt dat Bourdin nauwelijks iets met Nicholas Barclay gemeen heeft? Waarom probeert hij de identiteit van de jongen te stelen? Hoe kan het dat de Fransman zo makkelijk een Amerikaans paspoort krijgt? En vooral: Waarom ziet een moeder geen verschil tussen haar eigen zoon en een bedrieger? Regisseur Bart Layton biedt op een beklijvende manier antwoord op deze vragen.

De documentaire is spannend van begin tot eind. De kijker puzzelt mee terwijl de personages vertellen hoe ze zelf de stukjes in elkaar passen. De gereconstrueerde scènes maken van The Imposter een belevenis, waarin je je helemaal kunt inleven. De film blijft interessant doordat de situaties in beeld komen terwijl de interviews hoorbaar zijn. De keuze van de regisseur om zelf niet in beeld te komen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Michael Moore (Bowling for Columbine, Sicko), geeft het gevoel dat de filmmaker niet het tempo bepaalt, maar enkel het verhaal zelf.

Zwaar Frans accent
Het zware Franse accent van Bourdin wordt na een tijd bijna onuitstaanbaar en soms ziet de film er meer uit als een Hollywood-interpretatie van een echt gebeurd verhaal dan als een waarheidsgetrouwe documentaire. Desondanks is The Imposter zeer boeiend en vaak ontroerend op zijn eigen manier. Het camerawerk is op niveau, het verhaal pikt een comfortabel tempo op, de vertelstijl is elegant en het geheel past geweldig samen. Layton slaagt met deze prent in zijn opzet: het publiek meezuigen in een spannend verhaal met zoveel lagen en kronkels dat iedereen er het zijne van kan denken. Een absolute aanrader voor liefhebbers van documentaires, thrillers en een goed absurd verhaal.

 

22 februari 2013

 

ALLE RECENSIES

I Give It A Year

***

recensie  I Give It A Year

Feelgood movie over ‘feelbad’ huwelijk

door Eva Baaren

Neem een flinke relatiecrisis, de auteur van Borat en de producenten van Love Actually. Gooi daarover een dikke saus van Britse acteurs, serveer met een paar Amerikanen en je hebt het recept voor een beetje vreemde, maar wel lekkere film.

In het regiedebuut van Dan Mazer (schrijver van Da Ali G Show, Borat en Bruno) volgen we een jong koppel dat onbezonnen in het huwelijksbootje is gestapt. Nadat Josh (Rafe Spall) en Nat (Rose Bryne) elkaar ten overstaan van een hoestende en proestende pastoor het jawoord hebben gegeven, slaat bij het paar al snel de twijfel toe. Onder het toeziend oog van sceptische vrienden en familie probeert het koppel er het beste van te maken. Maar met een aantrekkelijke collega en een zachtaardige ex-vriendin in de buurt is dat makkelijker gezegd dan gedaan.

 I Give It A Year

Wie denkt dat I Give It A Year een film is zoals vele anderen heeft het mis. Los van het verhaal is de filmstijl een eigenaardig huwelijk tussen een romantische Britse komedie en slapstick. Mazer heeft opnieuw de samenwerking gezocht met filmproducenten Tim Bevan en Eric Fellner (French Kiss, Notting Hill, Bridget Jones’ Diary, About a Boy, Ali G in da House, Love Actually), dit keer met het plan een film te maken die meer (maar niet helemaal) mainstream is. Het resultaat is een humoristische romantische film die van tijd tot tijd vervreemdend is.

Grappig en pijnlijk
Net als in de genoemde kaskrakers hangt deze film aan elkaar van Britse tegenstellingen tussen de karakters van de vele personages, van wie de ene helft een ‘stiff-upper-lip’ heeft en de andere helft het moet hebben van sarcasme en zelfspot. Het verhaal zit vol zure gezichten en grappig bedoelde misplaatste opmerkingen (o.a. door acteurs als Minnie Driver en Stephen Merchant), die niet alleen de Britten, maar ook de Amerikaanse personages (Anna Faris, Simon Bowler) vaak tegenover elkaar zetten. Deze tegenstellingen zorgen voor grappige en pijnlijke momenten die voor liefhebbers van de Britse romantische komedie bekend terrein zijn.

Waar pijnlijke en grappige tegenstellingen in de meeste romantische komedies worden afgewisseld door onvervalste liefdesscènes waarin men dichter tot elkaar komt, blijven die in I Give It A Year lange tijd uit. In plaats daarvan worden potentieel romantische momenten meer dan eens verstoord door slapstickachtige gebeurtenissen zoals de reanimatie van een neergestorte duif. Deze satirische scènes leiden voor de personages vaak tot een anticlimax en stellen de tolerantie van kijkers die zich willen onderdompelen in een fijn liefdesverhaal regelmatig op de proef.

 I Give It A Year

Nog lang en ongelukkig
Toch heeft het slapstickeffect in Mazers’ narratief een aangename functie. I Give It A Year begint waar de meeste sprookjes ophouden nadat je voor elkaar hebt gekozen: teleurstelling en twijfel kunnen gemakkelijk toeslaan en de concurrentie van vrijgezelle exen en collega’s ligt altijd op de loer.

Dat de kijker door elementen van absurditeit op enige emotionele afstand tot de personages staat, betekent ook dat deze zijn focus richt op de schoonheid van het menselijke falen en de manier waarop zowel mannen als vrouwen gestuurd worden door verwachtingen, verlangens, schuldgevoel en onvermogen. In een film die gaat over de negatieve aspecten van een relatie, kan de kijker zich in deze zaken herkennen zonder dat het verhaal zwaar wordt. Samen met een eigenzinnig doch prettig einde slaagt Mazer er in om van een ‘feelbad’ thema een feelgood movie te maken. Al kunnen pas getrouwde stellen met een prangende relatiecrisis de film misschien toch beter even overslaan.

 

18 februari 2013

 

ALLE RECENSIES