Gambit

***

recensie  Gambit

Britse stiff upperlip versus Texaanse cowgirl

door Alfred Bos

De heist komedie Gambit is het soort film dat anderhalf uur weet te charmeren, om daarop te direct te worden vergeten. Perfect vermaak voor een luie zomeravond zonder zorgen, in een stijl die herinnert aan de jaren ’50 en ’60 komedies met Cary Grant of Peter ‘The Pink Panther’ Sellers.

Gambit is geschreven door de gebroeders Coen en hun melige, absurdistische humor typeert de verwikkelingen rond een obscuur schilderij van de Franse meesterschilder Monet. De erg Britse Harry Deane (Colin Firth) werkt als kunstkenner voor de grofgebekte mediatycoon Lionel Shahbandar (Alan Rickman) en adviseert hem bij het uitbreiden van diens kunstcollectie. Hij is het beu door zijn baas doorlopend te worden geschoffeerd en verzint een list.

Gambit

Daarvoor heeft Deane de medewerking nodig van een plat knauwende en op een trailerpark wonende cowgirl uit de binnenlanden van Texas, PJ Puznowski (Cameron Diaz). De humor komt uit het spelen met culturele cliché’s – soms bevestigen, dan weer op zijn kop zetten – en de tegenstelling tussen personages die niets gemeen hebben, maar door omstandigheden noodgedwongen samenwerken. De combinatie van Britse stiff upperlip en Texaanse rauwdouwerigheid biedt volop gelegenheid tot komisch misverstand.

Blunderende kneus
Dat klinkt flinterdun en het is flinterdun. Colin Firth is voornamelijk bekend om zijn dramatische rollen (The King’s Speech, Tinker Tailor Soldier Spy), maar hij zet de kneuzige doch volhardende Deane met flair neer. Cameron Diaz walst als het simpele provinciaaltje uit cowboyland door alle grollen en verwikkelingen zonder een buikspier te verrekken en ook de bijpersonages (de mediatycoon, de gepensioneerde kolonel, de Japanse zakenlieden, het snobistische hotelpersoneel) zijn archetypes van het hyperbolische soort.

Als voorbeeld moeten Ethan en Joel Coen de Pink Panther-films met Peter Sellers voor ogen hebben gehad. Dat blijkt al direct uit de filmtitels van Gambit, wier cartoonstijl verwijst naar de Inspector Clouseau-films van Blake Edwards. Een blunderende kneus met ambities is altijd geestig, maar Harry Deane is een man van zijn tijd en weet dat hij moet manipuleren om zijn gelijk te halen.

Gambit

Beschaafde dames
De geestigste bijfiguur is Deane’s directe concurrent, de Duitse kunsthistoricus Martin Zaldenweber (Stanley Tucci) die zijn baantje dreigt over te nemen en daarmee het grote plan om zeep helpt. Zaldenweber is vals, onberispelijk gemanicureerd en übergay. De met beleefdheden uitgevochten verbale duels tussen de twee kemphanen geven de film frisson. Daar staat onderbroekenlol – in dit geval letterlijk – met een kostbare Chinese vaas en een verloren pantalon tegenover. O ja, ook beschaafde dames laten winden.

Gambit is een tussendoortje van de Coen-broers, een script dat ze er op routine en om de verveling te verdrijven moeten hebben opgehoest. Regisseur Michael Hoffman is een solide Hollywood vakman, die keer op keer brave, degelijke films aflevert zonder ooit een keer op te vallen of een hit te scoren. De ideale man om dit aardige, maar vluchtige niemendalletje te draaien.

 

17 juni 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

Frances Ha

***

recensie  Frances Ha

Vals geluk van een afgestudeerde

door Joan Gebraad

Geweldige baan, leuk leven en ze voelen zich natuurlijk altijd fántástisch. Gelukkig en succesvol, dat is wat afgestudeerde jongeren zijn. Frances Ha prikt deze illusie genadeloos door. 

De 27-jarige Frances (goed neergezet door Greta Gerwig) heeft het goed voor mekaar: de afgestudeerde danseres werkt bij een dansgezelschap, deelt een appartement met haar BFF Sophie (Mickey Sumner) in wereldstad New York en heeft een lieftallige vriend. Tot die haar vraagt samen te gaan wonen. Ze zou wel willen, maar… ze heeft afgesproken haar huurcontract te verlengen. Met Sophie.

Frances Ha

Niet snel daarna is Frances single, appartementloos, werkeloos en bijna blut. Ze begint een zoektocht naar een nieuwe woonruimte, naar wie haar vrienden zijn en een verwezenlijking van haar grootse dansdromen. Ze houdt zich en anderen een mooie illusie voor. Na een flutweekend Parijs staat in New York het slechte nieuws al te wachten: de danscompagnie heeft geen werk voor haar. Wel een kantoorbaantje. Frances ziet er niets in. Ze wil danseres worden. Haar begeleider wijst Frances op de harde realiteit, maar het kwartje valt nog steeds niet. Zal ze ooit de realiteit onder ogen zien?

Frances: symbool voor de liberal arts student
Op het eerste gezicht lijkt Frances Ha vooral een aaneenschakeling van scènes uit het dagelijkse leven van de afgestudeerde Frances. Het verhaal van een individu. Maar dit verhaal staat niet op zichzelf. Frances is de verpersoonlijking van de liberal arts student anno nu. Dat is zeer confronterend. Haar verhaal is dat van vele andere afgestudeerden in de kunst, de creatieve sector of een (universitaire) opleiding in de geesteswetenschappen. Of je nu droomt van een toekomst als gevierd danser, kunstenaar, schrijver of journalist: uiteindelijk wordt iedereen geconfronteerd met de harde werkelijkheid. De financiële crisis, maar ook de crisis in deze branches zelf, veroorzaakt door de opkomst van internet. Iedereen heeft nu de mogelijkheid zichzelf te bombarderen tot kunstenaar, schrijver of specialist. Dat maakt de toekomst een stuk onzekerder dan voorheen.

Hoe ga je hiermee om? Kun je terugvallen op financieel welgestelde ouders? Geef je die grote succesdroom compleet op, stel je je doelen bij of blijf je vechten? Erken je dat het leven soms klote is? Ook eenzaamheid, komen en gaan van vrienden, financiële onzekerheid en tegenslagen in het vinden van werk en woning horen bij net afgestudeerd zijn. Wat de opgewekte statussen op sociale netwerken ons ook willen doen geloven.

Frances Ha

Burgertruttige moraal
Frances Ha doet denken aan de thematiek in Tiny Furniture, (van Lena Dunham, bedenker van de succesvolle HBO-serie Girl  waarin de afgestudeerde filmstudent Aura met moeite iets van haar leven probeert te maken.

In vergelijking tot Frances, zinkt Aura echt diep. Na haar afstuderen woont ze bij haar moeder, een kunstenares. Ze komt niet verder dan een baantje bij een restaurant, haalt een compleet onbekende mafketel in huis om maar niet alleen te zijn, klokt haar moeders drankvoorraad weg en heeft seks in de kou in een betonnen buis op een verlaten bouwterrein.

Beide films zijn komisch en tragisch tegelijk, maar waar Tiny Furniture komisch-absurdistisch is, blijft Frances Ha realistisch. Frances stelt uiteindelijk haar doelen bij. Misschien brengt de toekomst ooit roem, maar voor nu is ze Frances Ha, een onbekende choreografe. Met een eigen woning. Hierdoor wordt het laatste gedeelte van deze film jammer genoeg enigszins saai.

De boodschap is duidelijk en belerend: stel je ambities bij. Misschien wordt het dan ooit nog eens wat. Een (betweterig) advies van menig babyboomer, die zelf echter diep gefrustreerd is, omdat hij zijn dromen niet achterna is gegaan. Kortom: Frances Ha is een grappige en confronterende film, maar met een te burgertruttige moraal.

15 juni 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Wadjda

**

recensie  Wadjda

Tipje van sluier is jammerlijke stereotiepe blik

door Astrid van Pelt

Nog nooit eerder maakte een vrouwelijke regisseur uit Saoedi-Arabië een lange speelfilm. Wadjda brengt hierin verandering. Jammer alleen dat deze ‘unieke’ film een weinig vernieuwende boodschap heeft. 

De jonge puber Wadjda is niet geknipt voor de strakke leefregels van de Saoedische maatschappij. Ze is rebels, houdt van westerse muziek en draagt haar hoofddoekje alleen als dat strikt noodzakelijk is. Tot grote schande van haar omgeving wil ze een fiets bemachtigen, zodat ze straatraces kan houden met haar platonische vriendje Abdullah. Volgens Wadjda is het een dubbele nederlaag als een jongen verliest van een meisje. Daar zit voor haar de uitdaging.

Geloofwaardigheid
De adembenemende shots in de film zijn dun gezaaid, maar ze zijn er wel degelijk. Zoals het haast symbolische fragment waarin Wadjda een fiets zonder bestuurder door het dorre landschap ziet rijden. Wanneer even later de barrière van een zandmuur verdwijnt, zodat ze vrij zicht heeft op de onderliggende auto die de fiets op het dak draagt, zet ze de achtervolging in. Die fiets zal van haar worden!

Recensie Wadjda

Dat Wadjda de nodige hordes moet nemen om die droom in vervulling te laten gaan, blijkt al snel. Dat vormt het centrale thema van de film. Een eenvoudig thema, maar het biedt wel een kapstok om allerhande maatschappelijke en religieuze kwesties aan op te hangen. Dit gaat echter al snel irriteren, waardoor de film zijn geloofwaardigheid verliest.

Onderbuikgevoelens
De personages in de film lijken er genoegen in te scheppen alle Saoedi-Arabische mores over de positie van de vrouw uitentreuren te herhalen: ‘respectabele meisjes gaan naar binnen als mannen hen kunnen zien’ of: ‘iedereen weet dat je de koran niet mag aanraken als je ongesteld bent’. Zulke passages worden al snel stereotiep. Bovendien: als die zaken zo geaccepteerd zijn, waarom moeten ze dan nog uitgesproken worden? De film lijkt hier duidelijk klakkeloos in te spelen op de onderbuikgevoelens van de islamofobe westerse markt.

In dit strikt chronologische verhaal lijkt Wadjda recht op haar doel, haar droomfiets, af te stevenen. Je ziet immers al van kilometers ver aankomen dat zij de Koran-reciteerwedstrijd zal gaan winnen. Pas als blijkt dat ze haar beloning niet kan opstrijken vanwege de onacceptabele bestemming van het geld, komt het verhaal en de bijbehorende spanning op gang. Helaas resteren dan nog slechts enkele minuten tot het einde.

 

13 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Stand Up Guys

***

recensie  Stand Up Guys

Tarantino-met-rollator

door Alfred Bos

Drie bejaarde gangsters beleven voor een nacht en een dag de kameraadschap en opwinding van hun gloriejaren. Maar er zit een adder onder het gras.

Het is belegen nieuws: Hollywood heeft de senioren ontdekt. De oudere consument, niet opgegroeid met internet of slimme telefoon en in staat zich langer dan vijftien seconden te concentreren, geeft – in Amerika althans – meer geld uit aan bioscoopbezoek dan de 24 op 7 aan het web gelinkte digifielen. Met als resultaat: filmsterren van toen doen hun kunstje vrolijk verder; rimpels geen bezwaar.

Stand Up Guys

En waarom ook niet? Karakter (doorgaans geen selling point in Hollywood) is onbetaalbaar en hoe knoestiger de kop, des te ‘authentieker’ het karakter. Voeg daar een vleugje zelfspot aan toe – de krasse knarren weten wie ze zijn, ook een teken van rijpheid – en de houdbaarheidsdatum heeft een face-lift gekregen. Stand Up Guys, met hoofdrollen voor Al Pacino, Christopher Walken en de iets minder bekende Alan Arkin, is zo’n film.

Dialogen om te smullen
Stand Up Guys is een buddy film over drie voormalige gangsters op leeftijd. Het is ook een kruising van komedie en misdaadfilm. En hij draait om de personages, minder om de plot. De actie is beperkt en de dialogen zijn om te smullen. Kortom, Stand Up Guys is zo’n film zonder pretentie waarin vakmensen ontspannen hun kunstje doen; een soort Tarantino-met-rollator, zeg maar, die de mondhoeken doet krullen.

Val (Al Pacino) heeft 28 jaar gevangen gezeten voor een misdaad die zijn maten hebben begaan. Zijn beste vriend en kompaan van toen, Doc (Christopher Walken), wacht hem op bij de gevangenispoort; Doc wordt door lokale opperschurk Claphands gedwongen Val binnen 24 uur te vermoorden. Doc rekt de tijd door Val te trakteren op drank en vrouwen. Ze betrekken een oude maat, Hirsch, in het feestgedruis. Val heeft geen notie wat hem te wachten staat.

Stand Up Guys

Chemie tussen giganten
Zo’n film lukt alleen als er acteurs met een hoofdletter A aan meewerken en was er ooit een betere filmschurk dan Christopher Walken (kleine greep: King Of New York, Batman Returns, The Funeral en onlangs nog Seven Psychopaths)? Al Pacino beleefde zijn doorbraak als titelheld van The Godfather en zijn Tony Montana (Scarface) is legendarisch. Als Val doet Pacino wat hij al jaren doet, uitzinnig schmieren, maar ditmaal past het voortreffelijk bij zijn personage. Het is de chemie tussen deze twee giganten die Stand Up Guys zijn charme geeft.

En zo kan het gebeuren dat een niet bijster origineel script, een onbekende regisseur (de acteur Fisher Stevens, die hier voor zijn tweede feature tekent) en een bescheiden budget een film opleveren die onderhoudender is dan menig met special effects en computeranimaties dicht gepleisterde spektakel blockbuster. Vakmanschap kent geen leeftijd.

 

9 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Quartet

****

recensie  Quartet

Wij zijn oud, let’s get’s loud!

door Joan Gebraad

Op 75-jarige leeftijd debuteert acteur Dustin Hoffman (Kramer vs Kramer, Rain Man)  als regisseur met een geestige komedie over een viertal gepensioneerde operazangers.

Het is een drukke bedoening in Beecham House – genoemd naar een grootverdiener aan laxeermiddelen – want de jaarlijkse Verdi-gala-avond komt eraan. De egoïstische en nooit tevreden Cedric (Michael Gambon) coördineert het gebeuren en gaat met de zweep erover. Het niveau van de stukken en zangers is beneden peil. Dit jaar is de noodzaak voor een goed programma groter dan ooit. Als Beecham geen nieuwe financiële weldoeners aantrekt, kan het wel eens finito zijn voor het luxe bejaardenverblijf.

Quartet

Hoop op een geweldig programma voor de gala-avond en flink wat drama vieren hoogtij met de onverwachte komst van Jean (Maggie Smith). Deze voormalige operaster is veranderd in een gevallen, onzekere, doch trotse diva. Cedric spoort Cissy (Pauline Collins) en Wilf Bond (Billy Connolly), haar voormalige vrienden, en Reginald Paget (Tom Courtenay), nota bene de gekwetste ex-echtgenoot van Jean, aan Maggie over te halen om als kwartet Verdi’s Rigoletto te zingen. In hun hoogtijdagen was hun gezamenlijke uitvoering een hit. Kan Jean haar trots en onzekerheid voor de uitvoering opzij zetten? Kunnen zij en Reggie elkaar vergeven?

Lekker gebekt
De operavedettes zijn bepaald geen kleurloze knorrepotten die verveeld voor de tv hangen. Ze flirten, musiceren, zingen, salsadansen en bekvechten erop los. Hun taalgebruik doet opvallend jong en verrassend aan en werkt vaak op de lachspieren. ‘Steek een vork in je reet’ tijdens een lunchruzie. Of Wilf die de baas van het verzorgingstehuis dr. Cogan (Sheridan Smith) probeert te versieren: ‘Niemand heeft zulke mooie tieten als jij.’ Of Jean als zij op de aanwezigheid van een traplift wordt gewezen. ‘En wat als ik naar beneden wil skiën?’

De plot van Quartet is eenvoudig en enigszins voorspelbaar, maar dat geeft niks. Dustin Hoffman heeft namelijk een blik aan Engelse topacteurs opengetrokken. Maggie Smith geeft met verve gestalte aan de diva in Jean, maar toont ook haar kwetsbare kanten. Zij laat zien hoe vergankelijk succes is en hoe afhankelijk zangers van hun stem zijn. Courtenay is vertederend als de zachtaardige, gekwetste Reggie. Ook vertederend zijn de scènes waarin hij een klas kinderen gepassioneerd uitlegt wat de overeenkomst is tussen opera en rap, en zijn confrontatie met Jean in een kerk.

Conolly werkt op de lachspieren als scherpgebekte casanova en Collins herinnert het publiek als de zachtaardige Cissy aan de tragiek van de vergetelheid die gepaard gaat met Alzheimer. En hoewel zonder baard en toverstaf, doen de fladdergewaden van de knorrige Cedric (het is Cédric, niet Cèdric!) toch herinneren aan Albus Dumbledore.

Quartet

Muzikale ondersteuning
Naast de acteurs maken de cinematografie en muziek de film de moeite waard. Het omringende landschap van Beecham is wonderschoon en mooi in beeld gebracht. Passend bij de karakters wordt het verhaal van Quartet ondersteund met onder meer bekende (Italiaanse) aria’s, jazz en rap.

Hoffman besluit zijn acteurs niet zelf te laten zingen, maar muziek gezongen door operagrootheden onder de film te monteren. Waarschijnlijk een verstandige keuze: de filmgeschiedenis heeft geleerd dat niet alle acteurs beschikken over een gouden stemgeluid. Zeker operazang is een vak apart. De aftiteling is daarom zeker het bekijken waard: alle namen van muziekgrootheden komen voorbij.

Al met al is het debuut van Hoffman een geestige komedie over een groep kleurrijke ouden van dagen in een zeer esthetisch Brits decor met sterke acteurs. Maar de film is meer. Tussen de vrolijkheid door is Quartet een ode aan operamuziek en -zangers en een confrontatie met de menselijke vergankelijkheid.

 

8 mei 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf acteurs die slechts één film regisseerden.

Identity Thief

*

recensie  Identity Thief

Clichéklucht

door Cor Oliemeulen

Als iemand je credit card gegevens steelt en de politie niets doet, spoor je zelf de dader op. In de weinig originele actiekomedie Identity Thief worstelen de personages meer met de identiteit van het verhaal dan met hun persoonlijkheden.

In onze voortschrijdende informatiemaatschappij lijkt het stelen van iemands identiteit soms een peulenschilletje. Populair bij fraudeurs zijn skimming (kopiëren van kaartgegevens bij gebruik in een winkel of geldautomaat), pharming (hacken van computersystemen) en phishing (persoonlijke informatie opvragen en omleiden naar officieel uitziende websites). Iemand met minder technische aanleg kan zich voordoen als vriendelijke bankemployé en een goedgelovige persoon vriendelijk verzoeken persoonlijke gegevens beschikbaar te stellen.

Identity Thief

Naam zuiveren
Sandy Patterson (Jason Bateman, Horrible Bosses) trapt erin. Iemand geeft zich voor hem uit, koopt zich scheel aan prullaria, bezoekt op zijn kosten kledingzaken en beautysalons, en trakteert zonder enige gêne de hele kroeg op een avondje gratis alcohol. Al snel kan Patterson zijn rekeningen niet meer betalen en wordt zijn credit card geblokkeerd. De politie constateert weliswaar fraude, maar zegt geen actie te kunnen ondernemen. Pattersons nieuwe baas geeft hem een week om zijn naam te zuiveren. Dus verlaat de echte Sandy Patterson tijdelijk vrouw en kinderen om de onechte Sandy Patterson negentien staten verder op te sporen. Als zij bekent, mag hij zijn baan houden.

Identity Thief

De nep-Sandy (Melissa McCarthy, Bridesmaids) noemt zich Diana en mag dan wel slechts ‘de hoogte van een Hobbit’ hebben, ze blijkt gewiekst, agressief en legt haar volle overgewicht in de schaal. Ze is zich van geen kwaad bewust en doet alsof zij slachtoffer is en hij dader. Pas als blijkt dat twee incompetente drugsdealers en een domme premiejager jacht maken op Diana kan Sandy haar overtuigen mee te gaan, met de belofte dat hij geen aangifte zal doen. Er volgt een road movie met twee tegenovergestelde persoonlijkheden die tot elkaar zijn veroordeeld én van elkaar zullen leren. Pijnlijke dialogen, gelardeerd met misverstanden, vuurgevechten, autoachtervolgingen en onwaarschijnlijke ontsnappingen, monden uit in een sentimentele finale.

Platitudes
Identiteitsdiefstal leent zich beter voor een thriller (The Bourne Identity, 2002). Een comedy vervalt al snel in een clichéklucht met alle platgetreden paden en platitudes van dien. Identity Thief is geen uitzondering, ondanks het gegeven dat Melissa McCarthy de film draagt en heerlijk recht voor haar raap is. Helaas bedient het script haar meer van minder leuke dan van leuke grappen en gloort nergens een sprankje originaliteit. Gelukkig maar dat het Diana lukt het om haar eigen identiteit te ontdekken en Sandy om een fractie van zijn burgerlijke onbenulligheid af te schudden.

 

16 april 2013

 
ALLE RECENSIES

Grand Soir, Le

*

recensie  Le Grand Soir

Ode aan de punker

door Wouter Spillebeen

Uit Frankrijk komt Le Grand Soir, een film van Benoît Delépine en Gustave Kervern. Deze komedie heeft stukken minder impact dan hun debuut Aaltra uit 2004.

Broers Not (Benoît Poelvoorde) en Jean-Pierre (Albert Dupontel) leiden zeer verschillende levens. Not is de oudste punk met hond van Frankrijk. Hij zwerft rond op straat, schopt keet en zet zijn hanenkam recht met bier. Jean-Pierre is een matrassenverkoper met een agressieprobleem. Zijn vrouw wil hem niet meer zien of spreken en hij slaagt er niet in zijn verkoopquota te halen. Wanneer de werkdruk hem te groot wordt, slaat hij door, waardoor hij zijn job verliest. Hij belandt op straat met zijn broer, die hem leert vrij te zijn.

Le Grand Soir

Franse humor
Het komedieaspect komt vooral van Franse taalgrappen, zoals een gesprek dat enkel bestaat uit variaties op de typische zegswijze ‘ça va’. Die humor werkt op het Franstalige grondgebied bijzonder goed, maar gaat in een vertaling volledig verloren. Franse komedies concentreren zich behalve op taalhumor vaak op karakterhumor, zoals iedere film met Louis de Funès (Le Gendarme de Saint-Tropez, Les Aventures de Rabbi Jacob)  of het recentere Bienvenue Chez les Ch’tis aantoont. Die combinatie is in Le Grand Soir prominent aanwezig en werkt niet altijd even goed over de grens.

Topcast
De film heeft een ontegensprekelijke topcast. De hoofdrollen worden vertolkt door twee van Frankrijks beste hedendaagse acteurs. Daarnaast zijn cameo’s weggelegd voor onder andere Yolande Moreau (Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, Séraphine)  en niemand minder dan Gérard Depardieu (Cyrano de Bergerac, The Man in the Iron Mask). Zoals de laatste tijd wel vaker het geval is, kan over het piepkleine rolletje dat Depardieu speelt enkel gezegd worden dat het compleet overbodig is. Het lijkt alsof zijn scène (want er is er maar een) er achteraf is bijgeschreven. Het voegt niets toe aan het verhaal en het past niet in de context.

Le Grand Soir

Punk Is Not Dead
De makers van Le Grand Soir proberen zeer hard alternatief te zijn op dezelfde manier waarop veel regisseurs dat tegenwoordig proberen: met een schuddende camera, lange shots waarin amper iets gebeurt en een pittige en uitdagende soundtrack. In een film die essentieel een hommage is aan de punk verwachten we immers iets alternatiefs. Op een niet zo subtiele referentie naar de bekende lijfspreuk ‘Punk Is Not Dead’ na, raakt deze poging haar doel niet echt. Shots zijn zo lang dat ze gaan vervelen, sommige scènes komen geforceerd over en alles is te voorspelbaar. Daardoor verrast Le Grand Soir  nooit en gaat alle opbouw helemaal in rook op.

Als drama over de transformatie van Jean-Pierre of als ode aan de levensstijl van de punker had Le Grand Soir goed kunnen zijn. Maar de onvertaalbare humor en het eendimensionale verhaal zorgen voor een minder dan aangename filmervaring.

 

23 maart 2013

 

 

ALLE RECENSIES

 

&ME

***

recensie  &ME

Luchthartige comedy over zware materie

door Astrid van Pelt

Kan een driehoeksverhouding uitgroeien tot een liefdevolle relatie zonder frustratie en onderling wantrouwen? De onderhoudende romantische komedie &ME wil die vraag beantwoorden. Helaas staat de luchtige vertelformule de interessante dramatische thematiek soms in de weg.

Regisseur Norbert ter Hall baseerde zich voor &ME op de Nederlandse roman Fremdkörper van Oscar van den Boogaard. De film vertoont echter ook onvervalste A’dam – E.V.A.-karakteristieken, de VARA-serie die Ter Hall ook regisseerde. Teun Luijkx vervult in zowel de serie als in &ME een van de hoofdrollen en in beide projecten zijn we getuige van lovers die voor elkaar lijken voorbestemd maar desondanks keer op keer over een nieuw relatieconflict struikelen.

Volmaakte liefde
Zelfs de manier waarop de hoofdpersonages in elkaars leven verschijnen, verloopt in beide verhalen op dezelfde manier: met een knal. De Nederlander Richard (Teun Luijkx), de Spaanse Edurne (Veronica Echegui) en de Duitser Eduard (Mark Waschke) zijn om uiteenlopende carrièremotieven bij het Europees Parlement in Brussel komen werken. In het gebouw komen Edurne en Eduard met elkaar in botsing. Resultaat: allebei een gebroken arm.

Recensie &ME

Edurne en Eduard komen elkaar de dagen na de hardhandige ontmoeting te pas en te onpas tegen. Hun dates bestaan uit tripjes door het stadshart van Brussel, gelardeerd met zoveel historische feiten en openingstijden dat het een commercial van de lokale tourist information lijkt. Edurne en Eduard komen snel nader tot elkaar en gaan samenwonen. De sympathie met de personages blijft, maar de ze-leefden-nog-lang-en-gelukkig illusie doet concessies aan het spanningsniveau.

Biseksueel trio
Pas wanneer Richard, die getuige was van hun botbreekontmoeting, een bezoekje aan hun huis brengt, ontstaat er een ingewikkelde driehoeksverhouding. Eduard heeft namelijk een voorliefde voor mannen en Edurne laat Richard glimlachend in hun leven toe. Is ze naïef, of heeft ze juist een groot hart en een uitstekende intuïtie en gunt ze Eduard deze toevoeging in hun relatie? Of zit er meer achter? Om tot een antwoord op deze vragen te komen, is veel inlevingsvermogen en overpeinzingtijd vereist.

En daar wringt het soms: de kracht en zwakte van &ME is dat het verhaal heel toegankelijk wordt gepresenteerd. Hierdoor raak je direct betrokken bij de levens van de personages, maar soms komen de snelle en dynamische dialogen te veel over als hapklare blokken. Het verhaal blijft te veel in de comedysfeer hangen en existentiële vraagstukken komen minder goed tot hun recht. Dat de match tussen boek en filmuitwerking niet altijd goed uitpakt, neemt niet weg dat &ME ook veel moois te bieden heeft. De manier waarop Veronica Echegui Edurne neerzet als bang, aanhankelijk meisje vol oprecht kinderlijke onschuld is prachtig om te zien.

 

16 maart 2013

 
ALLE RECENSIES

Silver Linings Playbook

***

recensie Silver Linings Playbook

Gek is wie gek doet

door Wouter Spillebeen

Silver Linings Playbook is een film over mentale stoornissen, American football, dans en uiteraard: de liefde. Gelukkig is dit geen alledaagse romantische komedie.

Wanneer Pat Jr. (Bradley Cooper) na acht maanden uit een psychiatrisch instituut ontslagen wordt, wil hij alleen zijn vrouw terugwinnen. Hij heeft een plan: sporten om gewicht te verliezen, boeken lezen om haar te tonen dat hij geïnteresseerd is in haar werk en vooral constant een positieve houding aannemen. Er zit namelijk een zilveren rand aan iedere grijze wolk. Al snel wordt duidelijk dat Pat nog niet de mentaal stabiele man is die hij wil zijn en wanneer hij weduwe Tiffany (Jennifer Lawrence) leert kennen gaat zijn toestand van kwaad naar erger. Ook zijn directe omgeving, waar iedereen wel een beetje gek lijkt, werkt zijn plan danig tegen.

Mentale stoornissen
Alledaagse gekkigheid wordt uitgespeeld tegen gediagnosticeerde mentale stoornissen. Pat Jr. mag dan bipolair zijn, zijn vader (Pat Sr., gespeeld door Robert De Niro) lijkt er nog erger aan toe dan hij. Die is ervan overtuigd dat zijn favoriete American Footballploeg alleen kan winnen als zijn zoon supportert met een zakdoek in de ene en de afstandsbediening in de andere hand. Ondertussen laat de depressieve Tiffany zich door iedere man bespringen die maar avances maakt. Wie is hier de echte gek?

Recensie Silver Linings Playbook

Op de acteerprestaties valt nauwelijks iets aan te merken, zoals te verwachten met een cast als deze. Vooral Bradley Cooper brengt de wanhoop van zijn personage tot leven. Robert De Niro speelt op dezelfde manier als altijd en hij doet dat met glans. De interacties tussen de verschillende figuren zijn niet altijd hilarisch, dit is geen bulderlachkomedie, maar altijd op een of andere manier amusant.

Ongewone gedachtegangen
Silver Linings Playbook begint sterk. De ongewone gedachtegangen van de hoofdpersonages illustreren de mentale toestanden die ze proberen te overwinnen. Ondersteund door een heerlijke soundtrack (Led Zeppelin en The Eagles of Death Metal tot Johannes Brahms en Dave Brubeck) zie en voel je levens die ondanks alle verwoede pogingen niet op het juiste spoor geraken.

Jammer genoeg vervalt de derde en laatste akte in alle mogelijke clichés van deze chickflick. Van de worsteling is bijna geen sprake meer en het happy end is van kilometers ver te ruiken. Niet dat dat noodzakelijk slecht is: het is feelgood zonder schroom, toegeven aan de nood van de kijker om met de glimlach naar huis te gaan. Silver Linings Playbook is een atypische romantische komedie met een einde dat enkel dient om de kijker gerust te stellen. Maar laat dat je niet afschrikken. De eerste twee delen maken deze film de moeite waard.

 

23 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

Cheerful Weather for the Wedding

**

recensie  Cheerful Weather for the Wedding

Ingehouden romantiek

door Cor Oliemeulen

Op de dag van haar huwelijk weet een meisje dat ze een grote vergissing zal begaan. Het soms komische drama Cheerful Weather for the Wedding keuvelt lekker door tot de onvoorspelbare finale, maar verrast te weinig onderweg.

Ruim tachtig jaar nadat Julia Strachey het gelijknamige boek schreef, heeft het thema nauwelijks aan verbeeldingskracht ingeboet. De aanstaande bruid is onzeker en leegt haar maag boven de wc-pot. Dolly (Felicity Jones) sluit zich vervolgens op boven in haar slaapkamer met een fles rum in een poging haar innerlijke strijd te neutraliseren. De grote vraag is of het (volgens kenners) poëtisch geschreven grimmige verhaal goed tot zijn recht komt op het witte doek. Debuterend regisseur Donald Rice doet zijn best, maar staat voor een lastige opgave.

Cheerful Weather for the Wedding

Chaotische taferelen met venijnige opmerkingen
Beneden in het landhuis wachten familie, vrienden en personeel gespannen totdat Dolly in haar prachtige trouwjurk de trap zal afdalen. Het gemengde gezelschap is een circus met chaotische taferelen en venijnige opmerkingen, maar de emoties blijven allemaal keurig binnen de perken, zoals dat hoort in de jaren dertig. De komst van Dolly’s ex-geliefde Joseph (Luke Treadaway) zet de boel op scherp. Vooral bij Dolly’s moeder (Elizabeth McGovern) die een hekel heeft aan de enigszins pedante Joseph en in de degelijke maar saaie Owen een meer geschikte echtgenoot ziet.

De scènes van de trouwdag ademen een kille, winderige, regenachtige atmosfeer. Iedereen oogt wat verfomfaaid en eenmaal binnen zijn er drank en spijzen, echter warm en gemoedelijk wordt het zelden. Plichtplegingen zijn gelardeerd met bijtende opmerkingen. Het levert een potpourri van snelle gebeurtenissen en conversaties op. Erg Engels, soms grappig, maar te onrustig en warrig om werkelijk te fascineren. De flashbacks, geschoten met warme tinten in de laatste zomer, blijken veel gemakkelijker verfilmbaar en vormen een mooi contrast. In pittoreske shots wordt langzaam duidelijk hoe Dolly en Joseph samen een gelukkige tijd doorbrengen. Hoewel je voor de eerste kus wel bijna een uur geduld moet hebben.

Cheerful Weather for the Wedding

Meer huilebalk dan romanticus
De verfilming Cheerful Weather for the Wedding oogt wat onaf. Niet in de laatste plaats omdat het de twee hoofdpersonages nauwelijks lukt veel sympathie op te wekken. Dolly is ondoorgrondelijk en egoïstisch, Joseph is over het paard getild en praat een tikkeltje te geaffecteerd. Uiteindelijk gedraagt hij zich meer als huilebalk dan als onvervalst romanticus. De kleinere rollen (Dolly’s zus Kitty die schreeuwt om mannelijke aandacht en dominee Oom Bob die vrouwen lieve woordjes toefluistert) zijn veel interessanter, maar bieden evenmin veel houvast. Toch zal het verhaal bij liefhebbers van ingehouden romantiek de nodige weemoed en spanning oproepen. Zeker omdat Dolly maar niet kan kiezen met wie ze haar leven wil delen.

 

8 februari 2013

 

 

ALLE RECENSIES