Reality

***

recensie  Reality

Vrolijke Italiaanse film met absurde bite

door Eva Baaren

Wat doe je als je zeker weet dat je beroemd wordt, maar het verlossende telefoontje steeds maar op zich laat wachten? Tegenstellingen tussen het verlangen naar roem en de realiteit van het leven in een humoristische Italiaanse film met een rauw tintje.

Als de uit Napoli afkomstige visboer Luciano (Aniello Arena) door zijn kinderen aangespoord wordt om deel te nemen aan de tv-realityshow Big Brother doet hij voor de grap auditie. Na twee succesvolle rondes begint voor hem, zijn familie en zijn dorpsgenoten het lange wachten op de uitslag. Maar hoe langer het verlossende telefoontje uitblijft hoe meer hij zijn grip op de realiteit verliest en hoe meer zijn familieleden hun grip verliezen op hem.

Italiaanse lelijkheid
In Reality zien we een grote Zuid-Italiaanse familie, chaotische discussies, een schattig dorpsplein, eigenwijze oude vrouwtjes, Mariabeelden, kleine zwembaden en slecht televisie-entertainment. Voeg hieraan een kleurenfilter toe en je hebt de nieuwste film van Matteo Garrone (First Love, Gomorra): een Italiaanse setting met magisch tintje waarin iemand makkelijk zijn realiteitszin verliest.

Recensie Reality

Maar Garrone zou Garrone niet zijn als de film niet ook een rauwe kant zou hebben. Net als in Gomorra zet Garrone een beeld neer van een arm Zuid-Italië waar het leven hard is en de verlangens naar een rijker leven groot. De verzadigde kleuren dragen hieraan flink bij, samen met te dikke familieleden in te krappe kleren, afgebladderde muren en troosteloze uitgaansgelegenheden. De rauwe lelijkheid dient in Reality eerder een komisch dan een tragisch doel: ze zorgt voor een bijna absurde wereld waarin Luciano’s verlangen naar echte roem in contrast staat met de dagelijkse kitscherige neproem waarvan zijn familie zich (van) bedient.

Hoop, geloof en familieliefde
Dat een protserige familie uiteindelijk toch beter is dan een de illusie van roem, maakt Garrone op subtiele manier duidelijk. De beweeglijke camerashots op ooghoogte van de acteurs maken de kijker tot een toevallige passant in het verhaal. Ze volgen niet alleen Luciano, maar ook de reddingspogingen en gesprekken van Luciano’s gezin en familie, die hem ondanks zijn gedrag proberen te ondersteunen en bij te sturen.

Het zijn deze pogingen en een reeks verwijzingen naar katholieke waarden die een duidelijke moralistische hint geven op de vraag wat realistisch, echt betekenisvol is en wat slechts een onbelangrijke illusie. Deze hint komt echter eerder bij de kijker aan dan bij de hoofdpersoon. De afloop van de film blijft daarom onzeker.

 

6 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

Matterhorn

****

recensie  Matterhorn

Pas-de-deux

door Cor Oliemeulen

Duizendpoot Diederik Ebbinge vervolgt zijn carrière van cabaretier van De Vliegende Panters, acteur, columnist en regisseur van theaterstukken en korte films met een veelbelovend speelfilmdebuut.

Hij schrijft en regisseert een tragikomedie over de strenggelovige Fred, die zijn dagen slijt in een bekrompen gehucht. Voor de buitenwereld aanvankelijk een rustig en degelijk type, achter de gordijnen een man die wegkwijnt in eenzaamheid na de dood van zijn vrouw en het verlies van zijn zoon. Een ontmoeting met een zwerver verschaft hem de moed te ontsnappen uit zijn benauwende bestaan op zoek naar vriendschap.

Matterhorn

Verlichtingsverhaal
Het gegeven van de zwerver die het leven van de toevallige passant opnieuw zin geeft, is al zo oud als City Lights (1931) waarin vagebond Charlie Chaplin een depressieve miljonair van de verdrinkingsdood redt en en passant het hart van een blind bloemenmeisje verovert. Matterhorn is een persoonlijk verlichtingsverhaal waarin de ontwikkeling en het komen tot inzicht van de hoofdpersoon voorop staat. Volgens Ebbinge gaat het niet zozeer over het losbreken uit een religieuze dogmatiek; zoiets laat hij liever over aan schrijver Maarten ’t Hart.

De vraag is hoeveel tijd, moeite en innerlijke strijd het kost om tot nieuwe inzichten te komen. En hoezeer je daarvoor een spiegel nodig hebt in de vorm van een ander persoon. Voor Fred is de zwerver de spiegel. Voor hem is het niet van belang dat hij geen gesprek kan voeren met een zwakbegaafde man, die zich beperkt tot het uitkramen van een incidenteel ‘ja’ en het geluid van geiten en kippen. Voor Fred is de zwerver meer dan alleen de ideale figuur om enige structuur bij te brengen, hij is vooral essentieel om Fred uit het zinledige te trekken.

Matterhorn

Uitgekotst
Een vergelijking met de absurde zwarte komedies van eigenzinnig landgenoot Alex van Warmerdam ligt op de loer. Ook Matterhorn speelt zich weliswaar af in een kleine gemeenschap met zonderlinge, realistische figuren in onalledaagse situaties, echter de typische absurditeiten met de zwarte humor maken ruim baan voor meer tragiek. Zo begint Fred als de Barmhartige Samaritaan omdat hij een hulpeloze onderdak verleent, maar wordt allengs uitgekotst door de hypocriete dorpsmeute nadat de zwerver zich in kleren van zijn overleden vrouw buiten op een trapveldje vertoont. Freds strohalmen zijn flessen jenever, een reis naar de Zwitserse alpentop Matterhorn, waar hij zijn vrouw ten huwelijk vroeg, en het samenzijn met de zwerver.

Het eenvoudige verhaal heeft een slot dat het verdient en doet wonderen door de fantastische chemie tussen Ton Kas (Fred) en René van ’t Hof (zwerver), die al samen speelden in Ebbinge’s korte films Succes (2008) en Gewoon Hans (2009). Beide acteurs zijn gepokt en gemazeld in het theater en dat werpt zijn vruchten af in deze ‘kleine’ film. Het duo maakt van Matterhorn een acteerfeestje met een perfect gevoel voor non-verbale communicatie.

 

3 februari 2013

 
ALLE RECENSIES

Lay the Favourite

*

recensie  Lay the Favourite

Gegokt en verloren

door Cor Oliemeulen

Bijna elke gerenommeerde regisseur slaat wel eens de plank volkomen mis. Stephen Frears lanceert een komedie die om te janken is.

Over gokken in een casino zijn genoeg mooie films gemaakt, zoals Bob le Flambeur (1956) en Rounders (1998). Films over het gokken op sportwedstrijden zijn dunner bezaaid. Terwijl films als The Killing of a Chinese Bookie (1975) van John Cassavetes en Two for the Money (2005) met Al Pacino zich centreren rond de dramatische verwikkelingen bij bookmakers, wil Lay the Favourite (Lay the Favorite voor de Amerikaanse markt) vooral een luchtige, pretentieloze komedie zijn. Helaas verzaken sterren als Bruce Willis, Catherine Zeta-Jones en Vince Vaughn om er een feestje van te maken.

Ambitie als serveerster in Las Vegas
De enige die er nog iets van bakt, is Rebecca Hall, bekend door Vicky Cristina Barcelona (2008) en overtuigend in The Awakening (2012). Zij speelt de hoofdrol van Beth Raymer, die na slechte ervaringen als privé-danser de ambitie heeft om serveerster in Las Vegas te worden, bij toeval gaat werken voor een bekende bookmaker en over haar leven een bestseller schrijft. Stephen Frears maakte een film van Lay the favorite: A Memoir of Gambling en laat Hall opdraven in een kort broekje, zoals hij eerder in zijn comedy Tamara Drewe (2010) een meisje indruk op haar omgeving laat maken door het tentoonstellen van haar benen.

Recensie Lay the Favourite

Ook de boekverfilming heeft weinig om het lijf. Beth is lief en heeft een lieve hond, Otis. Beroepsgokker Dink (Bruce Willis in korte broek met witte sokken) vindt haar sympathiek, opgewekt en spontaan. Zij wordt aangenomen op zijn kantoor om weddenschappen af te sluiten en is betrouwbaar genoeg om geld op te halen en te bezorgen. Maar nadat ze verliefd wordt op Dink en te maken krijgt met zijn jaloerse, facelift minnende echtgenote Tulip (een dunne Catherine Zeta-Jones) wordt Beth ontslagen. Vervolgens duikt ze maar met een andere vent de koffer in en vertrekt naar New York om te werken voor Rosie, een concullega van Dink.

Komedie zonder humor
Is dat alles? Jawel! Lay the Favourite heeft geen plot, geen subplot en dus zeker geen plotwisselingen. Diepgang is ver te zoeken en er is nauwelijks achtergrondinformatie over het fenomeen gokken en de toegepaste technieken. Enige spanning, een werkelijke crisis of intrige om het verhaal naar een ander niveau te tillen ontbreken. Erger nog: het is een komedie zonder humor. En hoe romantisch de film soms met vlagen wil zijn, er is geen enkele chemie tussen de spelers, dus enige betrokkenheid met de personages is volstrekt uitgesloten.

Ondanks deze miskleun blijft de loopbaan van de Engelse regisseur Stephen Frears imposant. Hij brak in 1985 door met het gedurfde My Beautiful Laundrette, waarin een Pakistaanse jongen een openlijke liefdesaffaire krijgt met een blank schoffie (Daniel Day-Lewis). Hij is verantwoordelijk voor prachtige drama’s (Dangerous Liaisons, 1988 en The Queen, 2006), memorabele misdaadfilms (The Grifters,1990 en Dirty Pretty Things, 2002) en meesterlijke komedies (Hero, 1992 en High Fidelity, 2000). Met het saaie scenario en een totaal gebrek aan bezieling heeft Frears met Lay the Favourite gegokt en kansloos verloren.

 

18 januari 2013

 
ALLE RECENSIES

Scabbard Samurai

***

recensie  Scabbard Samurai

Samoerai zonder zwaard wordt joker

door Alfred Bos

Schede zonder zwaard
Samoerai verliest zijn eer
De grap brengt redding

Komiek en regisseur Hitoshi Matsumoto is wereldberoemd in Japan, daarbuiten is hij alleen bekend bij een cult-publiek. Het is de vraag of de release van zijn derde film, die in Nederland wordt uitgebracht onder de Engelse titel Scabbard Samurai (Samoerai Zonder Zwaard, scabbard = schede), daar veel verandering in zal brengen. Humor is cultureel bepaald en de filosofische ondertoon van de film is Oosters. De wereld die de film toont, is exotisch.

In het Westen beleven we tijd als een rivier; hij heeft een richting. In Japan ziet men dat anders. Daar zijn de tijd en het leven geen lijn, maar een cirkel. ‘Alles gaat rond en meer is er niet’, zoals een anonieme buitenstaander aan het slot van de film declameert/zingt.

Lachen om vernedering
Nomi is een samoerai op leeftijd, wiens vrouw tijdens een epidemie is overleden. Uit wanhoop werpt hij zijn zwaard weg en laat zijn meester in de steek. Plichtsverzaak is strafbaar en bovendien verliest een samoerai met zijn zwaard ook zijn eer. Nomi wordt opgepakt, maar kan zich redden wanneer hij de 30 dagentaak volbrengt. De samoerai zonder zwaard krijgt die periode dagelijks de gelegenheid om de depressieve prins, die treurt om zijn tijdens dezelfde epidemie overleden moeder, aan het lachen te maken. Faalt hij als komiek, dan wacht hem seppuku, de rituele zelfmoord.

Recensie Scabbard Samurai

Die dertig pogingen om de apathische prins in beweging te krijgen vormen de romp van de film. Het idee is dat je je eer kunt redden door jezelf te vernederen. Nomi is, net als de prins, passief. De invallen voor zijn komische kunsten komen van zijn beide cipiers en van zijn dochtertje. Niet alle grollen zijn in westerse ogen om te schateren, maar de herhaling werkt komisch (‘alles gaat rond’) en tijdens de voorpremière waren er een aantal lachmomenten in de zaal.

Kop van Jut
De samoerai als joker, het is Matsumoto’s bespiegeling over de rol van de komiek in de samenleving. Hij bestaat dankzij de lach die hij opwekt. Redt Nomi zijn eer en daarmee zijn leven? Het slot van de film biedt een troostrijke filosofische boodschap, die een kijkje geeft in de Japanse geest en cultuur: de vader wordt het kind van zijn dochter. Tip: sta niet direct op zodra de (Japanse) aftiteling begint.

De samoerai zonder zwaard wordt met onverwoestbare lijdzaamheid gespeeld door Takaaki Nomi, die regelmatig de kop van Jut is in het razend populaire tv-programma van komiek Matsumoto. Anders dan in zijn beide vorige films staat hijzelf in Scabbard Samurai (2010) alleen achter de camera. De film draait in een beperkt aantal Nederlandse bioscopen. Big Man Japan (2007) en Matsumoto’s tweede, Symbol (2009), komen gelijktijdig met de filmrelease van Scabbard Samurai uit op dvd. EYE, Amsterdam en De Keizer, Deventer vertonen alle drie de films van de regisseur.

 

14 juni 2013

 
ALLE RECENSIES

Seven Psychopaths

****

recensie  Seven Psychopaths

Meer lagen dan de sjiekste bruidstaart

door Karina Meerman

Stel dat Quentin Tarantino en Danny Boyle het op een zuipen hadden gezet en samen een filmscript hadden bedacht, dan had het resultaat Seven Psychopaths kunnen zijn. Regisseur Martin McDonagh (In Bruges) presteerde het in zijn eentje.

‘Eén alcoholistische schrijver en zijn gestoorde vrienden’ bekt minder lekker maar dekt ook de lading van Seven Psychopaths. De trailer doet vermoeden dat het om zeven personages gaat met een gelijkwaardige rol, die ergens in het verhaal toch wel samen zullen komen. Niet echt. Een paar van hen verdwijnt eigenlijk weer net zo snel als ze verschijnen en samenkomen – tsja. Als je een schema zou proberen te maken van de verbanden tussen de verhaallijnen in deze film, dan kwam er een heel warrig tekeningetje uit. Maar wel een heel komische tekening. Het gevatte script doet een hoop zijpaden vergeven en is in feite de ster van deze film.

Seven Psychopaths

Shih Tzu Bonnie
De grote lijnen dan maar. Colin Farrell speelt de Ierse Marty, een zware drinker die een filmscript probeert te schrijven. Zijn beste vriend Billy (een fantastische rol van Sam Rockwell) helpt hem daarbij, maar op een manier die je je grootste vijand niet toewenst. Marty wil een verhaal maken over zeven psychopaten en Billy adviseert hem hierin, met name door echte psychopaten in Marty’s leven te brengen. Een van hen is de gestoorde maffiabaas Charlie, gespeeld door een wijdogige Woody Harrelson, tevens eigenaar van Shih Tzu Bonnie.

Billy en zijn maat Hans (Christopher Walken) ontvoeren (‘lenen’) honden, die ze dan terugbrengen zodra er een beloning voor ze is uitgeloond. Dan kidnapt (‘leent!’) Billy de Mogwai-achtige Bonnie. Charlie is ontroostbaar. De kille moordenaar houdt meer van zijn hond dan van wie dan ook en baant zich een bloederig pad naar zijn geliefde pluizenbol.

De psychopaat met het konijn
Naast de vriendschap tussen mannen en de liefde tussen man en hond, spelen nog wat andere verhaallijnen, zoals die van ‘de psychopaat met het konijn’ (Tom Waits), een wraakzuchtige Vietnamees (Long Nguyen) en de zoektocht naar innerlijke vrede (je verzint het niet).

Seven Psychopaths

Het mooiste is dat de psychopaten zelf natuurlijk niet door hebben hoe gestoord ze zijn, maar ze zien dat wel aan een ander. Hoe anders kan je – met pistool in de hand – je maat verwijten dat hij iets aan zijn drankprobleem moet doen want ‘van te veel drinken ga je dood’. Het geeft Colin Farrell in ieder geval genoeg gelegenheid om die energieke wenkbrauwen te laten acteren.

Je meest angstaanjagende vrienden
Seven Psychopaths is een film in een film, een plakboek met anekdotes van je meest angstaanjagende vrienden. Het voelt als een privé-project van regisseur McDonagh, maar eentje waar je als kijker gelukkig wel deelgenoot van gemaakt wordt. De mannen in de film zijn hilarisch. De vrouwen: daar hebben Billy en Hans zelf kritiek op, wanneer ze Micky helpen met zijn filmscript. Billy vat het wel goed samen: ‘Je kunt geen dieren vermoorden in films, maar wel vrouwen.’ Niet dat McDonagh zich daartoe beperkt. Wie In Bruges heeft gezien, weet dat.

Al met een al een fijne duistere film, met meer lagen dan de sjiekste bruidstaart. Een extra ster voor de openingsdialoog van de film, ook omdat die blonde engerd (Michael Pitt) uit Boardwalk Empire hier dan eindelijk zijn verdiende loon krijgt.

 

8 december 2012

 
ALLE RECENSIES

Few Best Men, A

***

recensie  A Few Best Men

De perfecte bruiloft

door Cor Oliemeulen

De orde verstorende perikelen van een stel losbandige vrienden tijdens een vrijgezellenavond en bruiloft zijn allesbehalve origineel. Toch maken de hilarische verwikkelingen van A Few Best Men een onderhoudende klucht.

De Engelse jongeman David (Xavier Samuel) ontmoet op een tropisch vakantie-eiland het Australische meisje Mia en ze worden verliefd. Eenmaal thuis vertelt hij zijn drie beste vrienden dat ze gaan trouwen. De onvolwassen Tom (Kris Marshall), de door liefdesverdriet overmande Luke (Tim Draxl) en de fatterige zeurkous Graham (Kevin Bishop) vliegen met tegenzin naar Australië om daar de bruiloft bij te wonen en als getuigen namens de bruidegom enkele onvergetelijke bijdragen te leveren. De ellende vangt aan als ze de dag voor de bruiloft een met emoties worstelende drugsdealer bezoeken en per abuis diens tas met cocaïne en een vuurwapen meenemen.

A Few Best Men

Hielen likkende senator
David en zijn vrienden maken kennis met de steenrijke ouders van Mia. Vader Jim blijkt een starre, hielen likkende senator, die indruk wil maken op zijn politieke vrienden door het organiseren van de perfecte bruiloft. Maar al te graag ontvluchten ze de etiquette om tijdens hun vrijgezellenfeestje nog eenmaal uit hun dak gaan. Als ze op de ochtend van de bruiloft wakker worden, zijn ze hun nachtelijke escapades totaal vergeten. Zit het gezelschap in The Hangover (2009) opgezadeld met de tijger van Mike Tyson, in A Few Best Men staat het met lingerie, mascara en lippenstift toegetakelde prijsschaap van de senator opgewonden te blaten.

Tot hier moet je nog wennen aan de karakters en dreigt de film te verzanden in clichés en banaliteiten. Maar tijdens de zich snel opstapelende problemen weet de cast zich goed te ontwikkelen en zijn geloofwaardigheid te behouden. Kris Marshall (al goed op dreef in Love Actually, 2003) krijgt alle ruimte om zijn vrienden tot onstuimige en onsmakelijke activiteiten te bewegen in het script van Dean Craig (Death at a Funeral, 2007). De fotografie is mooi, de soundtrack passend, de montage functioneel en de regie bekwaam.

A Few Best Men

Botsende cultuurverschillen
Australiër Stephan Elliott maakte in 1994 de travestietenkomedie Priscilla, Queen of the Desert en drie jaar geleden Easy Virtue waarin een jonge Engelsman met een rijke Amerikaanse trouwt. Hoewel A Few Best Men minder goed is, wordt hierin ook gretig gebruik gemaakt van botsende culturen. Tijdens een speech vertrouwt één van de vrienden de deftige toehoorders zelfs toe dat alle Australiërs afstammen van het gespuis dat vroeger vanuit Engeland op het eiland werd gedumpt.

Van het soort humor moet je wel houden. De dialogen hebben een hoog onderbroekenlolgehalte, terwijl de handelingen variëren van het onvrijwillig naakt poseren met een SM-masker tot het met de arm anaal penetreren van een schaap om opgeslokte bolletjes cocaïne te kunnen traceren. Een onverwacht genot om naar te kijken is Olivia Newton-John. Wereldberoemd als de stoer in leren broek gestoken, maar preutse Sandy in de musical Grease, steelt ze krap 35 jaar later de show als de aanvankelijk elegante en ingehouden senatorenvrouw die volkomen los gaat na de nodige drank en drugs.

 

9 oktober 2012

 
ALLE RECENSIES
 

Ronal the Barbarian

**

recensie  Ronal the Barbarian

Zouteloos Barbaars

door Ralph Evers

Deze animatiefilm is van het Deense trio, dat eerder wist te vermaken met Terkel i Knibe en Rejsen till Saturn. Ronal Barbaren (Ronal the Barbarian)  is hun derde creatie, een parodie op onder andere Conan the Barbarian. De film blinkt uit in flauwe grappen, poep- en pishumor, karikaturen en seksueel getinte ongein.

Het verhaal is flinterdun. In Ronal the Barbarian volgen we een barbarendorp dat zich onoverwinnelijk waant. De gemeenschap wordt door een ongelukkige samenloop van omstandigheden onder de voet gelopen door een clubje zwarte ridders onder aanvoering van Lord Volcazar, die zich gesteund weet door een Balrog. De onhandigste der barbaren en tevens slapjanus, Ronal, is de enige die de dans weet te ontspringen. Samen met de hardrock-bard Aliberd gaat hij op pad naar het legendarische zwaard, dat als enige de boze tegenstander zou kunnen verslaan.

Recensie Ronal the Barbarian

Een uiteraard moeizame tocht staat hen te wachten, vol gevaren en reddingen, die op onverwachte wijze het verhaal in sluipen en geheel in lijn van de filmmakers doorgaans gekruid zijn met flauwe humor. Later in de film ontmoeten de ‘helden’ de pittige tante Zandra, voor wie geen gevaar te groot lijkt. Haar zoektocht is een heel andere, namelijk een man vinden die háár aankan. Nu hebben zich in de film al de nodige gegadigden voorgesteld, maar Zandra is uit speciaal hout gesneden. Zij heeft geen haar, maar staaldraad, op haar tanden. Zo’n type.

Voor Ronal is Zandra een welkome gast, maar voor de kijker zou het gevaar kunnen ontstaan dat de film saai wordt. Gelukkig is zij ‘zelfstandig’ en eigenzinnig. Voordat Ronal goed kan profiteren van Zandra’s superkrachten bevindt hij zich in een nieuwe netelige situatie.

Wie van flauwe humor en hersenloos vermaak houdt en niet al te gauw gechoqueerd is, zal in deze film prima aan zijn trekken komen. Wellicht handig om een potje zout mee te nemen voor de soms erg flauwe grappen.

 

31 augustus 2012

 
ALLE RECENSIES

God Bless America

***

recensie  God Bless America

Irritante aso’s moeten dood

door Cor Oliemeulen

‘Ik wil alleen maar mensen doden die verdienen te sterven’, stelt hoofdrolspeler Frank. In de zwarte komedie God Bless America moeten mensen uit realityshows en commercials, nieuwslezers, rechtse politici en andere irritante aso’s vrezen voor hun leven.

Regisseur Bobcat Goldthwait (World’s Greatest Dad, 2009) schreef naar eigen zeggen het verhaal nadat hij ooit met stijgende verbazing een marathonuitzending van het realityprogramma My Sweet Sixteen had gekeken. Hij dacht ogenblikkelijk aan een ‘liberal with a gun’, die de verloedering om zich heen niet langer pikt.

God Bless America

Onophoudelijke stroom van vulgaire stompzinnigheid
Veertiger Frank (Joel Murray) lijdt aan slapeloosheid en migraine, wordt onterecht ontslagen en krijgt te horen dat hij een hersentumor heeft. Tijdens het nachtelijke zappen aanschouwt hij een onophoudelijke stroom van vulgaire stompzinnigheid in realityprogramma’s, reclamespotjes en het nieuws. Een varken in een cartoon laat een scheet, Obama met Hitlersnorretje in een nazipak, een show over ruziënde vrouwen van wie eentje een gebruikte tampon bij de ander in het gezicht smijt, jongens die een dakloze in brand steken en het filmpje op YouTube zetten. Niets is te gek in het door God gezegende Amerika in de 21ste eeuw.

Frank wordt er niet blij van. Aan de telefoon hoort hij de enorme boosheid van zijn achtjarige dochtertje omdat haar moeder als verjaardagsgeschenk geen iPhone maar een Blackberry heeft gekocht. Juist als hij op het punt staat zelfmoord te plegen, ziet hij op straat Chloe, het verwende nest van Super Sweet Sixteen. Hij besluit háár te doden in plaats van zichzelf. Haar klasgenote Roxy (Tara Lynne Barr), die Franks actie heeft gadegeslagen, is vol lof en bewondering. Samen besluiten ze om alle hatelijke en vervelende mensen naar de andere wereld te helpen.

God Bless America

Vette knipogen
Hun moordtocht doet denken aan Natural Born Killers (1994). Waar Mickey en Mallory zich ontwikkelen als psychopathische seriemoordenaars, doden Frank en Roxy niet zomaar voor de kik, maar uit frustratie die wordt opgewekt door gedrag van anderen. Dezelfde beweegredenen heeft Michael Douglas in Falling Down (1993), zij het dat God Bless America overloopt van de satire. Hier en daar is er een vette knipoog, bijvoorbeeld naar Taxi Driver (1976) als een handelaar uiterst zakelijk uitleg geeft over de effectiviteit van verschillende wapens.

De moordpartijen zijn gestileerd in beeld gebracht. Ze worden ondersteund door vrolijke deuntjes of klassieke muziek. Antiheld Frank, die zijn daden pleegt gekleed in een keurig vest met twee paardenhoofden, is intelligent en heeft een uitgesproken mening over de vrije val van normen en waarden. Dit blijkt uit de scène in de bioscoop, waar de enige van het luidruchtige gezelschap die niet dood wordt geschoten, beleefd krijgt te horen: ‘bedankt voor het stoppen met praten en het uitzetten van je mobieltje’.

Tea Party
In het land waarin alleen conservatieven worden geassocieerd met wapens ontstond direct een controverse nadat God Bless America was uitgebracht. Politiek links verkneukelt zich om de belachelijke liefhebberijen en verwerpelijke opvattingen van het andere kamp, rechts spreekt schande van de scène waarin Frank en Roxy enkele leden van de Tea Party doodschieten. Als kijker is het moeilijk je blijvend te identificeren met de hoofdpersonages: mensen simpelweg afknallen kan nooit de oplossing zijn. Dit neemt niet weg dat er genoeg momenten zijn dat je kunt gniffelen en uitbundig lachen in deze originele aanklacht tegen het ‘moderne’ Amerika.

 

20 augustus 2012

 
ALLE RECENSIES
 

You Instead

**

recensie  You Instead

Tot elkaar veroordeeld

door Cor Oliemeulen

Als je houdt van muziekfestivals levert You Instead ongetwijfeld een gevoel van weemoed en herkenning op. De perikelen van een Amerikaanse zanger en een Engelse zangeres, die letterlijk aan elkaar geketend een etmaal met elkaar moeten doorbrengen, zijn echter wel magertjes en voorspelbaar.

Het is een aardig idee van regisseur David Mackenzie om het driedaagse Schotse festival ‘T In The Park’ als decor van zijn jongste romantische komedie te gebruiken. Het uitgangspunt is al even origineel. Adam (Luke Treadaway), de helft van het elektronische popduo The Make, krijgt op het festivalterrein ruzie met Morello (Natalie Tenan), zangeres van de punky meidengroep The Dirty Pinks. Nadat een religieuze beveiligingsmedewerker tevergeefs het opstootje probeert te sussen, slaat hij de twee kemphanen samen in één paar handboeien en verdwijnt met de sleutel in de menigte.

Recensie You Instead

Chaotische entourage
Tussen 85.000 bezoekers in een chaotische entourage van podia, tenten, kermisattracties, drank, regen en modder zijn ze veroordeeld tot elkaar. Aanvankelijk kunnen ze elkaars bloed wel drinken, maar natuurlijk ervaren ze gemeenschappelijkheid en intimiteit. Praktische zaken als toiletbezoek, douchen, omkleden, slapen en vrijen met hun eigen partners zorgen voor hilariteit en verbondenheid – ook in overdrachtelijke zin. Maar een consistent plot en een soepele montage zijn in You Instead jammer genoeg ver te zoeken.

De film is licht verteerbaar, onderhoudend en grappig door het opvoeren van typetjes in realistische situaties. Maar de grote makke is dat het geketende stel teveel figureert in plaats van uitblinkt. Gelukkig raken de makers zo nu en dan de gevoelige snaar waarbij romantiek en drama samensmelten. En de noodgedwongen duo-uitvoering van Tainted Love  is ronduit aanstekelijk. Dit neemt niet weg dat een film met een dergelijke interessante premisse meer voorbereiding, een groter budget en een sterker scenario had verdiend.

 

30 juni 2012

 
ALLE RECENSIES

Happy, Happy

***

recensie  Happy, Happy (Sykt lykkelig)

Zonder drama geen geluk

door Cor Oliemeulen

In een afgelegen Noors sneeuwlandschap worstelen vier volwassenen met hun eigen én elkaars gevoelens. Happy, Happy (Sykt lykkelig) is een luchtig drama dat opvalt door de volwassen en begripvolle benadering.

Elisabeth (Maibritt Saerens) en Sivge (Henrik Rafaelsen) verhuizen van de grote stad naar het platteland. Met groot enthousiasme worden ze verwelkomd door Kaja (Agnes Kittelsen), die is getrouwd met de introverte Eirik (Joachim Rafaelsen). Al direct de eerste avond nodigt ze hun nieuwe buren uit voor het eten: een door Eirik geschoten eland. Vanaf de eerste conversatie kijkt Kaja op tegen het andere, schijnbaar gelukkige, koppel. De verschillen tussen beide stellen worden verder benadrukt tijdens een hoe-goed-ken-je-je-partnerspelletje.

Happy, Happy (Sykt lykkelig)

Tegenstellingen en geheimen
Advocaat Elisabeth is gereserveerd, terwijl haar gastvrouw zeer spontaan is. Hoewel de afstand naar zowel haar man als zoontje steeds groter is geworden, strijdt Kaja met een onverzettelijk optimisme voor het behoud van hun gezin. Eirik is een man van weinig woorden en valt door zijn schaarse opmerkingen uit de toon in het gezelschap. Sivge blijkt net zo openhartig als Kaja. Beiden staan garant voor enkele ontboezemingen. Zo zegt Kaja dat Eirik veel liever op jacht gaat met vrienden dan dat hij seks met haar heeft. En Sivge onthult dat hun vertrek uit de stad heeft te maken met de recente buitenhuwelijkse affaire van Elisabeth.

De nieuwe bewoners raken vlot ingeburgerd en treden toe tot het plaatselijke koortje. Terwijl Eirik en Elisabeth buitenshuis werken, krijgen thuisblijvers Kaja en Sivge alle gelegenheid om naar elkaar toe te groeien. Er ontstaat een sfeer van gelijkgestemdheid, intimiteit en heimelijke voorvallen die uitmondt in actie en reactie tussen beide stellen. Het ene moment dramatisch of ontroerend, het andere moment grappig of hilarisch. Kaja ontpopt zich als het belangrijkste personage, energiek neergezet door de innemende Agnes Kittelsen.

Happy, Happy (Sykt lykkelig)

Meester en slaaf
De subplot in Happy, Happy gaat over de zoontjes van beide koppels. Elisabeth en Sigve hebben een geadopteerd zwart jongetje Noa. Theodor, het blonde, blauwogige zoontje van Kaja en Eirik, laat er vanaf hun eerste ontmoeting geen misverstand over bestaan dat Noa zijn slaaf is. In diverse scènes loopt Noa verplicht dingen rond te sjouwen, terwijl Theodor niet schroomt om Noa soms een pak rammel te geven. Het gegeven van meester en dienaar heeft waarschijnlijk als doel te tonen hoe in relaties de ene helft vaak meer macht heeft dan de andere, maar helaas verpesten enkele fragmenten het lichtvoetige karakter van de film.

De intermezzo’s van een barbershopkwartet zijn kennelijk luchtig bedoeld, feitelijk beroven ze het verhaal van zijn dramatische dynamiek en zijn ze overbodig. Debuutregisseur Anne Sewitsky had de onderlinge lotgevallen van twee koppels best in één uur speeltijd kunnen stoppen. Die tijd is voldoende om aan te tonen hoe nutteloos het is om je eigen relatie te vergelijken met die van een ander stel.

 

8 maart 2012

ALLE RECENSIES