Farewell Paradise

****
recensie Farewell Paradise

Keihard eerlijk

door Sjoerd van Wijk

Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.

Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.

Farewell Paradise

Pratende hoofden
Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.

Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.

Wederhoor geen kruisverhoor
Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.

Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.

Farewell Paradise

Ontwapenend openhartig
Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.

Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.

 

26 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Última Primavera, La

***
recensie La Última Primavera 

De ontheemden ontheemd

door Paul Rübsaam

In La Última Primavera zijn we van nabij getuige van het wel en wee van de Spaanse outsidersfamilie Gabarre Mendoza. Een gemeentelijk bestemmingsplan verordonneert dat hun schamele, maar vertrouwde woning in een sloppenwijk net buiten Madrid met de grond gelijk zal worden gemaakt.

La Última Primavera (De laatste lente) is het speelfilmdebuut van de Spaans-Nederlandse regisseuse Isabel Lamberti (1987). Haar hybridedebuut met speelfilmlengte, om precies te zijn. De film waarin bestaande mensen een situatie naspelen (voorspelen) die zich in hun leven werkelijk zal gaan voordoen, bevindt zich op het grensgebied tussen speelfilm en documentaire.

La Última Primavera

Het gaat om de verschillende leden van de Spaanse familie Gabarre Mendoza. Je zou ze ‘zigeuners’ kunnen noemen, maar over de juistheid van die term valt te twisten. Ze leven in ieder geval met veel familieleden onder één dak en bevinden zich zowel wat hun huisvesting als hun werkzaamheden betreft in de marge van de samenleving. Hun zelfgebouwde woning in de sloppenwijk La Cañada Real, net buiten Madrid, zal evenals alle andere woningen daar gesloopt worden en dat maakt hun toekomst uiterst onzeker.

Oude bekenden
Het hybridegenre is niet nieuw voor Lamberti. Ook de personages in La Última Primavera zijn tot op zekere hoogte oude bekenden van haar. In haar eerdere korte film Volando Voy (Vliegend ga ik, 2015) draaide het al om twee jongens die in La Cañada Real woonden en de avonturen die zij beleefden op de ellenlange weg langs snelwegen en verlaten bouwterreinen die zij lopend van school naar huis af moesten afleggen.

Eén van die twee, David Gabarre Mendoza, is in de tussenliggende jaren van een beginnende puber een jongeman geworden. Hij wil soms een beetje stoer doen, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Tegen heug en meug laat hij zich overhalen om onderdelen van gestolen auto’s te helen. Tegelijkertijd betoont hij zich een ambitieuze leerling bij zijn kappersopleiding en solliciteert hij fanatiek naar een baan in een kapperszaak.

Davids oudere broer Ángelo is getrouwd met María, tot ongenoegen van haar in een keurige flat in Madrid wonende moeder. Ze hebben een zoontje dat aan het begin van de film zijn derde verjaardag viert. Het drietal woont in bij Ángelo’s eigen ouders, die naast Ángelo en David nog een zwangere dochter hebben en een zoontje van negen. De Gabarre Mendoza’s zijn het zo gewend en willen het ook zo. De ambtenaren die moeten beslissen over het toewijzen van een nieuwe woning aan de familie hebben hier echter andere ideeën over.

De (groot)vader van de familie, een schroothandelaar die evenals zijn zoon David heet, volgt een computercursus om de aanvraag voor een nieuwe woning zo goed mogelijk te laten verlopen. Ook is hij is steevast van de partij bij door de gemeente Madrid georganiseerde inspraakavonden. De bureaucratie waarop hij stuit, maakt hem soms moedeloos. Als hij daarover verslag doet aan zijn vrouw Agustina reageert zij vaak emotioneel.

Over de vraag wannéér de woning van de familie Gabarre Mendoza en de andere woningen in La Cañada Real precies gesloopt zullen worden, laten de ambtenaren grote onduidelijkheid bestaan. Die onduidelijkheid heeft de nodige gevolgen. Zo vraagt vader David zijn buren toch nog om mee te betalen aan een betere elektriciteitsvoorziening voor de sloppenwijk. Aangezien de toekomst echter zo onzeker is, wil niemand zo’n investering doen.

La Última Primavera

Kaal en onbestemd
De vorm die de regisseuse voor haar film gekozen heeft, werkt gedeeltelijk. Je kunt je in ieder geval goed identificeren met haar waarachtige personages. Maar dat niet alles wat de Gabarre Mendoza’s overkomt op het moment van filmen daadwerkelijk plaatsvindt, leidt er ook toe dat La Última Primavera bij de kijker een wat kale en onbestemde indruk achterlaat.

Het is duidelijk dat de familieleden met hun sterke onderlinge banden gehecht zijn aan hun woning en hun manier van leven in La Cañada Real. Tamelijk laat in de film blijkt echter ook dat het dicht op elkaar zitten onder oncomfortabele omstandigheden aanleiding kan zijn voor ruzies en spanningen. Is die verhuizing die wel een beetje wordt nagespeeld, maar waar we niet werkelijk getuige van zijn dan alleen maar slecht, ga je je als kijker afvragen. ‘Show, don’t tell’ luidt het voorschrift voor schrijvers en filmmakers. Je kunt dat ook omdraaien. Isabel Lamberti laat in samenwerking met haar niet-professionele acteurs zeker het nodige zien. Maar wat wil ze precies vertellen?

 

25 oktober 2020

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Phil Lynott: Songs for while I’m away

**
recensie Phil Lynott: Songs for while I’m away

Half boef, half dromer

door Alfred Bos

Documentaire die het tragisch geëindigde leven van Thin Lizzy-voorman Phil Lynott retoucheert tot portret van een romantische rockheld. Collega-muzikanten en familieleden nemen het H-woord niet in de mond.

Thin Lizzy is de beste rockgroep die het nooit heeft kunnen maken in Amerika, het beloofde land voor iedere muzikant van een zekere generatie. Tijdens hun hoogtepunt, midden jaren zeventig, was het kwartet – een blanke Ier, een zwarte Ier, een Schot en een Amerikaan – de definitie van rock. Niet hardrock, niet heavy metal en zeker niet metal. Maar rock, onverdund en zonder toevoegingen. Gitaren, branie en outsiderromantiek. Met een herkenbaar eigen geluid, de dubbele, harmoniërende gitaarlijnen.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Phil Lynott (1949-1986), de boomlange bassist van Iers-Nigeriaanse afkomst, was het middelpunt van de band, de leider. Hij trok de aandacht, op het podium als zanger en daarbuiten als rockgod. Hij schreef de teksten, was als co-componist betrokken bij alle liedjes, bepaalde de muzikale koers en domineerde het groepsimago. Een natuurtalent met het charisma van een gulhartige piraat. Half boef, half dromer. Of de boef uiteindelijk de dromer de das om deed, of de dromer de boef, is een vraag die de documentaire Phil Lynott: Songs for while I’m away onbeantwoord laat.

Vrijbuiters en vagebonden
De wereld maakte kennis met Thin Lizzy – vernoemd naar een strip over een vrouwelijke robot, Tin Lizzy – in het vroege voorjaar van 1973 en de hit Whiskey In The Jar. Het Ierse volksliedje werd opgenomen als grap, maar bevat met de wijsheid van achteraf meerdere elementen die de groep en haar loopbaan typeren. Het gaat over een struikrover die wordt verraden door de liefde. De folktraditional is Iers tot in het merg. En de whiskey zou in het geval van Lynott en Thin Lizzy heroïne blijken. Maar ‘there’s smack in the needle’ bekt niet zo lekker.

Lynott, zoon van een Ierse moeder en een Nigeriaanse vader, werd geboren in Londen, maar groeide op bij zijn grootouders in Dublin. Hij voelde zich Iers, identificeerde zich met de Keltische cultuur – en cowboys – was trots op zijn Ierse bloed. Een zwarte Ier was in het Dublin van de jaren vijftig en zestig een exotisch unicum.

Die rol van outsider voedde Lynotts romantische inborst. In de liedjes van Thin Lizzy wemelt het van de vrijbuiters en vagebonden, macho’s buiten de maatschappelijke orde, gebonden aan god noch gebod, gemankeerd door hun ontembare natuur of het drijfzand van de liefde. De boef was de buitenkant van Lynott, achter die façade school een verlegen dromer. De twee kwamen samen in zijn songteksten, die meer persoonlijk getint waren dan het publiek destijds kon vermoeden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Geretoucheerd portret
Romantiek en roem kunnen een fatale cocktail zijn, zeker wanneer ze samenkomen in een heroïnespuit. Got To Give It Up stelde Lynott in het gelijknamige nummer van het album Black Rose uit 1979. Op die plaat bezingt hij ook Sara, de eerste dochter uit de relatie met zijn latere echtgenote Caroline Crowther (Cathleen, zijn tweede dochter, kreeg haar nummer op zijn tweede soloplaat). Zijn stem werd minder; op het laatste Thin Lizzy-album, Thunder And Lightning uit 1983, met onder andere Cold Sweat, klinkt hij schor en verstopt.

De Amerikaanse doorbraak is er nooit gekomen en niet alleen door botte pech. De eerste tournee door de States werd voortijdig afgebroken omdat Lynott hepatitis had opgelopen (vervuilde naald). De tweede moest worden uitgesteld omdat gitarist Brian Robertson zijn hand had verwond in een ontaarde ruzie. Halverwege de derde Amerikaanse tournee vertrok gitarist Gary Moore (hij was het heroïnegebruik van Lynott en gitarist Scott Gorham beu) en trok de Amerikaanse platenmaatschappij zijn handen van de groep.

Het woord heroïne valt niet in Phil Lynott: Songs for while I’m away. Het is een geretoucheerd portret van een complex talent, met bijdragen van oud-collega’s (eerste Lizzy-gitarist Eric Bell, Scott Gorham, maar geen Brian Robertson), muzikanten (U2-bassist Adam Clayton, Midge Ure, Metallica’s James Hetfield, Suzy Quatro) en familie (zijn vrouw en dochters, moeder Philomena ontbreekt). Dat hij ten onder ging aan zijn imago is een romantisch cliché en een uitgekauwde smoes die de mythe rond Lynotts persoon – en persona – in stand houdt. Deze ‘definitieve’ docu is gelikt, ook qua presentatie. Op YouTube zijn oudere en betere documentaires te vinden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away is op 27 oktober in deze bioscopen te zien. Op 23 oktober is de 6CD+DVD Rock Legends verschenen, met demo’s, liveopnames, radiosessies, single edits en de BBC-documentaire Bad Reputation uit 2015.

 

23 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Sweet Thing

***
recensie Sweet Thing

Te vroeg volwassen

door Yordan Coban

Alexandre Rockwell en haar gezin brengen ons een ingetogen en visueel in het oog springende film over kinderen die vroeg geconfronteerd worden met de akeligheden uit de boze grotemensenwereld.

Deze gezinsfilm speelt zich af rond kerst maar mist de stemming ervoor. Het merendeel van de film is in zwart-wit. De sporadische verschijning van kleur is gekoppeld aan de ontlading van emotie van de kinderen. De film vloeit ook voort uit hun perspectief. Dromerig en speels. De kinderen zijn Billie (gespeeld door Lana Rockwell) en Nico (gespeeld door Nico Rockwell). Ze wonen bij hun vader Adam (gespeeld door Will Patton) wiens leven een goot te noemen is. Vader drinkt heel veel en verdient heel weinig. Moeder Eve (gespeeld door Karyn Parsons) is nog in beeld, maar lijkt vooral voor zichzelf gekozen te hebben. Een rolverdeling die normaal gesproken omgedraaid is.

Sweet Thing

Billie Holiday
Billie is vernoemd naar Billie Holiday. Niet omdat Holiday mooi kon zingen maar omdat het zo uniek klonk, legt haar vader uit. Mensen die vernoemd zijn naar een bekend persoon zijn daar vaak niet heel enthousiast meer over in later stadium van hun leven. Het is dan vaak verdrongen tot een vermoeiende triviale referentie. Ergens is dat fenomeen wel kernachtig voor deze film. Het perspectief van Billie is nog hoopvol, nog niet bedorven.

In een interview geeft Alexandre Rockwell aan dat haar intentie was om het verhaal vanuit de beleving van de kinderen te vertellen. Het geeft de lens een filter van onschuld zoals we dat ook zien in films als The Florida Project (2017) en George Washington (2000). De keerzijde is echter dat dit in enkele scènes onnatuurlijk voelt. Scènes die moeten illustreren dat er lol gemaakt wordt, komen nep over.

In films met vergelijkbare onderwerpen, films als Shoplifters (2018), Lean on Pete (2017) en Chop Shop (2007) zien we dat de kinderen gedwongen worden om vroeg op te groeien, sterk te zijn. In Sweet Thing is dit voornamelijk vanwege het niet functioneren van de ouders en de armoede binnen het gezin die dat teweegbrengt.

Sweet Thing

Ensemblestuk
Het is niet de eerste keer dat dit gezin samen een film maakt. In haar eerdere films Little Feet (2013) en Pete Smalls is Dead (2010) speelden Rockwells kinderen ook al mee. Karyn Parsons acteert al wat langer dan vandaag. Haar rol als Hilary Banks in The Fresh Prince of Bel-Air (1990-1996) is de meest memorabele.

De film lijkt ook kort in te haken op het maatschappelijke debat dat ontstaan is na de protesten tegen het politiegeweld in de Verenigde Staten. Zo doet zich in de film een ontspoorde arrestatie voor zoals dat al zo vaak is voorgekomen. De film gaat er verder niet op in. Dit heeft ook eigenlijk geen plek in een kinderwereld. Rockwell wilde de weerbarstigheid van kinderen tonen. Wiens vermogen om plezier te maken onbegrensd lijkt. Allemaal kinderen die puzzelend kijken naar de absurditeit van de wereld van de volwassene.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Last Right, The

****
recensie The Last Right

In een oude Volvo dwars door Ierland

door Ries Jacobs

‘Weet je, jullie twee hebben wel iets weg van Rain Man.’ Met deze woorden begint Mary de tocht dwars door Ierland die ze samen met de broers Daniel en Louis Murphy onderneemt. Bij het kijken van The Last Right kun je niet om de klassieker uit 1988 heen. Daarvoor zijn de gelijkenissen – twee broers, waarvan er een autistisch is, op een roadtrip – te treffend.

De film nadert zijn eindfase als de drie een doodskist rondzeulen door een weiland in Noord-Ierland. De voettocht door het gras is de climax van hun reis die als doel heeft het lichaam van een dode man naar zijn laatste rustplaats te brengen. De hieraan voorafgaande reeks van absurde gebeurtenissen begint als Daniel van New York naar Ierland vliegt om zijn overleden moeder te begraven. Door een speling van het lot krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het stoffelijk overschot van een tijdens zijn vlucht overleden medepassagier.

The Last Right

De botsende persoonlijkheden van de autistische Louis, de egocentrische Daniel en de extraverte Mary zorgen voor zowel emotionele als hilarische scènes. Kenmerkend is de scène waarin Louis aangeeft niet met een lijkwagen op pad te willen. De autistische tiener durft alleen in de vertrouwde Volvo-stationwagen van zijn moeder te zitten. Om op pad te kunnen binden ze de doodskist tenslotte vast op de dakdragers van de Volvo.

Game of Thrones
Dit doet denken aan de scène van Rain Man waarin de door Dustin Hoffman gespeelde Raymond Babbitt alleen met Qantas wil vliegen omdat van deze luchtvaartmaatschappij nog nooit een vliegtuig is neergestort. Toch lukt het acteur Samuel Bottomley om van Louis een aandoenlijke tiener te maken die menselijker overkomt dan Hoffmans personage. De jongen lijkt een normale tiener die een jeugdvriendinnetje heeft, maar toont zijn autistische trekken als hij aan zijn reisgenoten vertelt dat hij drie maanden, acht dagen en vijf uur verkering met haar heeft.

The Last Right

Ook het acteerwerk van de overige hoofdrolspelers is degelijk. Onze eigen Michiel Huisman neemt de rol van Daniel op zich, een gewiekste advocaat die ook gevoelens blijkt te hebben. Huisman zet het personage evenwichtig neer, geen moment komt van beide kanten van zijn personage teveel op de voorgrond. Hij heeft al meerdere malen laten zien goed overeind te blijven tussen het internationale acteertalent (onder andere in de hitseries Orphan Black en Game of Thrones) en doet dat nu weer.

Sprookje
The Last Right is de eerste lange film van de Ierse regisseuse Aoife Crehan, die ook het script schreef. Ze hanteert het heerlijk snelle tempo dat we vaker zien bij comedy’s, de kijker valt vanaf minuut één in de film. Tegelijkertijd ontroert de manier waarop met name Mary en Louis zich staande proberen te houden in een wereld die hen overweldigt en die ze bovendien niet begrijpen. Toegegeven, de plot hangt aan elkaar van ongeloofwaardige toevalligheden en dat maakt The Last Right even realistisch als een sprookje of de gemiddelde actiefilm, maar storend is dat geen moment. Bovendien creëert ze samen met Bottomley een autistisch personage dat complex, maar geloofwaardig is. Gecombineerd met het lichte en vaak humoristische verhaal kunnen we The Last Right typeren als de lightversie van Rain Man.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

***
recensie Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Weesliederen uit de gotische koffer

door Alfred Bos

Stevie Nicks introduceert haar nieuwe livealbum met een concertfilm die wereldwijd op twee avonden in geselecteerde zalen is te zien. Er is niet alleen muziek, maar ook een zangeres op haar praatstoel.

In 1981 zei Stevie Nicks tegen haar collega’s van Fleetwood Mac: ‘Ik zal de groep altijd trouw blijven en ik ga een soloplaat maken.’ Dat album, Bella Donna, was in Amerika goed voor drie hits. Opvolger The Wild Heart leverde eveneens drie (Amerikaanse) hits op en zo werd Stevie Nicks de eerste vrouw die tweemaal zou worden opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame: met Fleetwood Mac én op eigen kracht, als soloartiest.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Er zijn weinig muzikanten in geslaagd om buiten een succesvolle groep om gelijktijdig een eigen pad naar bijval en roem te navigeren. Dat zegt iets over Nicks’ talent en, vooral, over haar karakter. Sterke vrouw, onafhankelijk en eigenzinnig, vlinderend door de ijlste regionen van het popbedrijf. Romantisch gelieerd aan meerdere muzikanten van de grootste Amerikaanse bands van de jaren zeventig, Fleetwood Mac en The Eagles, maar slechts éénmaal – en dan voor slechts drie maanden – getrouwd en bewust kinderloos gebleven. Gewone stervelingen schenken de wereld kroost, Stevie Nicks geeft de wereld muziek.

Praatgraag
Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert documenteert de tournee van 2017 die in het teken stond van het 24 Karat Gold album uit 2014, een verzameling nummers afkomstig uit (in Nicks’ woorden) ‘the gothic trunk of lost songs’, liedjes over relaties die om uiteenlopende redenen nooit eerder waren uitgebracht. Niet op de langspelers van Fleetwood Mac, omdat de groep met drie componisten materiaal genoeg had. Niet op Nicks’ soloplaten, omdat ze de tijd niet rijp achtte.

De concertfilm is opgenomen in Indianapolis en Pittsburgh, in zalen met de intimiteit van een sporthal. Begeleid door haar vaste band sinds de jaren tachtig, onder muzikale leiding van gitarist Waddy Wachtel, staat Nicks dik twee uur op het toneel voor een selectie bekende nummers uit de vroege jaren tachtig (Bella Donna, Stop Draggin’My Heart Around, Edge of Seventeen, Stand Back) en weesliederen uit de gotische koffer (Starlight, Belle Fleur, I Don’t Care).

Tussendoor vertelt Nicks ontspannen en niet gehinderd door gêne over de achtergrond van een aantal liedjes. Een enkele maal is dat onbedoeld hilarisch, zoals het verhaal over de plaatopnamen van Fleetwood Mac in een Frans kasteel ‘zonder airco en ijsblokjes’. Nicks is in haar woorden ‘a reporter, I chronicle things, I archive things’. Ze is ook brutaal genoeg, zo blijkt, om Prince te bellen en hem te vertellen dat ze een van diens composities heeft herschreven met een eigen tekst en nieuwe muzikale draai: Little Red Corvette werd Stand Back.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Soundstage Sessions
In visueel opzicht is de concertfilm vergelijkbaar met de tv-registraties van Soundstage, de concertreeks van de Amerikaanse publieke omroep waarvan een aantal op dvd zijn uitgebracht (in 2009 de aflevering met Stevie Nicks) . Belichting en montage zijn conventioneel, ondergeschikt aan de performance. De enige concessie aan theatrale presentatie is het – voor stadionconcerten bijna verplichte – levensgrote beeldscherm als achterwand.

De zangeres laat haar publiek na twee uur en twintig minuten niet naar huis gaan zonder haar bekendste en meest gewaardeerde bijdragen aan Fleetwood Mac te hebben gezongen: Gold Dust Woman (wellicht haar signature song), Rhiannon en het gelauwerde Landslide. Het geeft haar ook de kans om haar elfje-op-acid derwisjdans te etaleren. Ondanks haar status heeft Stevie Nicks op haar achtenzestigste nog steeds iets te bewijzen. Daar zal geen fan om rouwen.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert is op 21 en 25 oktober in deze bioscopen te zien. Het gelijknamige album verschijnt op 30 oktober.

 

18 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

I Am Greta

*
recensie I Am Greta

Gewichtige nepperij

door Sjoerd van Wijk

I Am Greta voelt als een rekruteringsfilmpje waarbij de vraag wie daarvan profiteert speelt. Het portret van klimaatactiviste Greta Thunberg veinst authenticiteit en gebruikt deze voor gewichtige nepperij.

Terwijl dit jaar de omvang van ijskappen op de Noordpool bijna het dieptepunt uit 2012 evenaarde, realiseren steeds meer kinderen zich dat hen een precaire toekomst wacht. Zo ook de Zweedse Greta Thunberg (frappant genoeg familie van Svante Arrhenius die het broeikaseffect theoretiseerde). Als vijftienjarige domineerde ze een tijd lang de media met haar viraal gaande schoolstaking om aandacht te vragen voor de klimaatcatastrofe. Of zij net als Severn Cullis-Suzuki de vergetelheid ingaat of een blijvende stem in de klimaatbeweging blijft, moet nog blijken, maar I Am Greta komt uit aan het einde van haar sabbatical besteed aan voltijds activisme. Documentairemaker Nathan Grossman volgt haar vanaf het prille begin in Stockholm tot de massale scholierprotesten in Brussel en haar bezoek aan de internationale klimaattoppen.

I Am Greta

Real Deal
Op losse wijze hangt de camera rond achter de schermen als Thunberg ronddanst met zichtbaar plezier of helemáál geen zin heeft iets te eten ondanks het aandringen van vader Svante. Ook haar frustraties over de almaar niet luisterende politici komen voorbij, iets wat ze met overgave in haar dikwijls louterende speeches verwerkt. Daar kan vader Svante niets aan veranderen.

Grossman besteedt ook aandacht aan haar thuishaven, waar tijdens huiselijke taferelen op openhartige wijze haar heftige jeugd met eco-depressie en moeizaam opgebouwde sociale vaardigheden door het syndroom van Asperger ter sprake komt. De vlammende voordrachten suggereren in tandem met de intiemere momenten een authenticiteit, dat Thunberg de ‘real deal’ is wat betreft het actievoeren.

Marketingmachine
Als mediafenomeen ligt dat anders. Iedereen plakt zijn eigen etiket op Thunberg of gebruikt opportunistisch haar persona. De een droomt van een Jeanne d’Arc voor de klimaatbeweging, de ander hoopt op een mooie foto uit pr-overwegingen, wat Thunberg zelf ook doorheeft. Dan zijn er nog de vele sneren, die Grossman door de documentaire snijdt, inclusief haar laconieke reacties. Klimaatscepsis of smerige persoonlijke aanvallen, veelal geuit door verongelijkte babyboomers, de generatiekloof impliciet in het klimaat spijbelen getrouw.

I Am Greta

I Am Greta plakt echter zelf ook een etiket op Thunberg, waarmee de authenticiteit verdwijnt. Zo insinueert de film dat zij een grassrootsbeweging startte, terwijl Grossman al vanaf haar start toevallig daar rondloopt. Niet vermeld wordt onder andere de vroege social mediasteun van de NGO We Don’t Have Time (van het type waarvoor Planet of the Humans waarschuwt), voor wie Thunberg een tijd jeugdadviseur was. Haar zeiltocht naar de Verenigde Staten onthaalt de film als een morele keuze om emissies uit te sparen. Dat het dan vreemd is als een deel van de crew van de professionele YouTube-zeiler daarvoor moet overvliegen, laat Grossman opvallend ongemoeid. Kortom, de marketingmachine achter Thunberg blijft frappant genoeg buiten beeld.

Hypocriet heldendom
Het gaat hier om een heldin die strijdt tegen de algehele apathie rondom de klimaatcatastrofe, zo blijkt uit de grandioze muzikale begeleiding en gewichtige speeches. In de climax van de film komen massa’s spijbelende schoolkinderen voorbij alsof het een revolutie betreft. Dat voelt een jaar na dato al aan als verleden tijd nu de media hun aandacht hebben verlegd en door het coronavirus het milieuactivisme op een laag pitje staat. Het getuigt van een potsierlijke eigendunk typerend voor bourgeois activisme: het verkopen van deugd signalerende demonstraties als succesvolle rebellie.

Thunberg staart over zee zittend in de boot, terwijl de golven over haar heen spatten. Door de onbesproken marketing en overschatting van het succes komt dat eerder ergerlijk over dan heroïsch. Schrijver Edward Abbey (Desert Solitaire) etaleert een meeslepender vorm van hypocriet heldendom. Diens overdreven machismo roept dankzij de onderliggende satire op krachtige wijze rebelse gevoelens op jegens de systemische oorzaken van de ecologische catastrofe waar Thunberg deze juist kanaliseert.

I Am Greta

Ingekapseld
De filosoof Herbert Marcuse beschreef hoe systeemkritiek ingekapseld raakt en zo haar angel verliest. Waarvoor peppen Thunbergs speeches eigenlijk op? De catharsis van Greta’s “How dare you?” komt op hetzelfde neer als Zach de la Rocha’s (Rage Against the Machine) “Fuck you, I won’t do what you tell me!” Een kanaliseren van terechte woede naar onschuldiger wateren. Sterker nog, door de roep voor Green New Deals zelfs schadelijk – actievoeren voor massale investeringen in zonne- en windenergie waarvan energiebedrijven de vruchten zullen plukken, maar de ecosystemen waar de mineralen en metalen zich bevinden niet.

De aan de schoolstakingen gerelateerde Sunrise-beweging werd “grassroots” gestart door het gecompromitteerde Sierra Club, gerund door een staf van meer dan vijftien personen. Zo lijken de spijbelende kinderen de inzet voor een campagne waarvan de motieven in het duister blijven. Op eenzelfde wijze voelt I Am Greta aan als het geniepig ronselen van zieltjes en is daarmee nep.

 

16 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Painted Bird, The

*
recensie The Painted Bird

Groteske geweldsorgie

door Michel Rensen

The Painted Bird schetst een verdorven, gewelddadige samenleving waarin de holocaust onvermijdelijk lijkt. Bij de opeenstapeling van grotesk geweld verstomt enige vorm van gevoel of reflectie.

Gehijg. Met zijn huisdier in de hand probeert het Joodse jongetje Joska aan zijn belagers te ontkomen, maar zijn leeftijdsgenoten zijn hem te slim af. Nadat hij tegen de grond gewerkt wordt, gieten zijn belagers een brandbare vloeistof over het dier heen voor ze het levend verbranden. De openingsscène zet de toon voor de rest van de film. De gruwelijke dood van het beestje zal snel overstemd worden door nog veel ergere geweldsuitbarstingen.

The Painted Bird

Joska blijkt op weg te zijn naar zijn tante, waar zijn ouders hem uit voorzorg naar toe hebben gestuurd. Wanneer zijn tante snel overlijdt en Joska per ongeluk de hele boerderij in de fik zet, staat hij er helemaal alleen voor. De weg terug naar huis zoekend, struikelt hij van de ene in de andere nare situatie. Van dorpelingen die hem met alle vooroordelen proberen te verdrijven tot religieuze fanatici en seksueel verdorven vrouwen. En dan liggen ook het Duitse en het Russische leger telkens op de loer.

Wereld vol geweld
De lang aanhoudende, zwart-witcinematografie is een wonder voor het oog, maar ook het geweld wordt met dezelfde schoonheid vastgelegd. De film is een kruisbestuiving tussen Tarkovski’s Ivan’s Childhood, waar ook een kind in zwart-wit door oorlogsgebied trekt, en de rauwe anti-oorlogsfilm Come and See, wiens hoofdrolspeler Aleksey Kravchenko in deze film een Russische officier speelt. The Painted Bird mist echter de filosofische reflecties die van deze twee voorgangers tijdloze meesterwerken maken.

Wanneer Udo Kier uit jaloezie de ogen van een man uit zijn oogkassen lepelt, omdat hij naar zijn vrouw zou hebben geloerd, begin je je af te vragen wat deze film probeert te zeggen. Is de film een kritiek op de geweld verheerlijkende samenleving waar de holocaust uit voortkwam? Of is de film net zo hard aan het genieten van zijn geweldsfantasieën als je van een slasherfilm zou verwachten? De film blijft vasthouden aan een realistische verfilming, terwijl de geweldsuitspattingen dusdanig overdreven worden dat ze niet binnen een realistisch kader te vatten zijn. De opeenstapeling van exploitatief, grotesk geweld verstomt het relatief gematigde, antisemitische geweld van de Duitse soldaten. Noch als kritiek, noch als emotioneel beladen film weet The Painted Bird te raken.

The Painted Bird

Historisch besef
Het wrange aan deze film is dat het iets oprechts lijkt te willen zeggen over de samenleving in Europa waar de holocaust kon gebeuren, maar de film presenteert een wereld die zo doorgrond is van geweld dat er geen onderscheid is tussen verschillende vormen van geweld. Het verbranden van een dier door tieners, het verblinden uit jaloezie en de moorden van nazi’s zijn allemaal het gevolg van deze verdorven samenleving.

Hierdoor trekt The Painted Bird de holocaust los van zijn context. De Tweede Wereldoorlog en al zijn uitspattingen zijn slechts het onoverkomelijke gevolg van deze gewelddadige wereld en niet een gerichte genocide opgezweept door nationalisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat. Dat The Painted Bird zo blind is voor de politieke context is niet alleen zorgwekkend, maar toont vooral een heel groot gebrek aan historisch besef.

 

13 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Corpus Christi

****
recensie Corpus Christi

Tussen spiritualiteit en zonde

door Cor Oliemeulen

Laat je niet afschrikken door de titel of door het verhaal over een priester. Het voor een Oscar genomineerde Poolse drama Corpus Christi is een rauwe spirituele film, die vragen stelt over het vermogen tot verandering van mensen die zijn gevormd door het verleden. Hebben we te maken met een criminele charlatan of een begenadigd geestelijk leider die troost brengt?

Je hebt mensen die zich uitgeven voor iemand anders maar door geheugenverlies niet meer weten hoe het zo ver kon komen, zoals Gregory Peck in Alfred Hitchcocks psychologische thriller Spellbound (1945). Je hebt ook mannen die zich als vrouw verkleden om zich te verstoppen voor de maffia, zoals Tony Curtis en Jack Lemmon in Billy Wilders weergaloze komedie Some Like It Hot (1959). Het gegeven van het aannemen van een andere identiteit is in beide filmklassiekers niet geheel authentiek, maar dat hoeft ook niet.

Corpus Christi

In het recente Poolse drama Corpus Christi, een filmklassieker in wording, valt of staat de fysieke identiteitsfraude wél met de geloofwaardigheid van het karakter en de situatie. Regisseur Jan Komasa inspireerde zijn film op het verhaal van een jongeman die zich voordeed als priester in een Pools stadje en slaagt erin de komst en het optreden van de misleider van begin tot einde uiterst aannemelijk te houden.

Spirituele transformatie
Daniel (Bartosz Bielenia) zit in een jeugdgevangenis. Het blijft lang onduidelijk wat hij op zijn kerfstok heeft. Wat we wel al snel zien, is het feit dat hij wordt beschouwd als buitenbeentje dat regelmatig door medegevangenen gemolesteerd wordt. Deze omgeving blijkt geen onlogische voedingsbodem voor iemand die zijn leven wil beteren en zich overgeeft aan het geloof, geïnspireerd door priester Tomasz die de diensten in het detentiecentrum leidt. Het is de vraag of Daniel als lid van de burgermaatschappij ook gevoelig voor een spirituele transformatie zou zijn geweest.

Op een dag mag Daniel op werkverlof. Het is de bedoeling dat hij zich meldt bij een zaagfabriek op het Poolse platteland, maar eenmaal in het stadje aangekomen, lopen de zaken anders. Allereerst bezoekt hij een kapel waar hij het meisje Lidia (Eliza Rycembel) ontmoet. Hij laat zich verleiden tot een leugentje, en voordat hij het zich realiseert, wordt Daniel gevraagd om de priester van de kleine geloofsgemeenschap te vervangen. Die is bezweken aan de gevolgen van een alcoholverslaving en vertrekt tijdelijk naar een afkickkliniek. Zijn eerste kerkdienst is nog wat onwennig, maar het duurt niet lang voordat Daniel zich geheel in zijn element voelt. Hij neemt biechten af en leidt processies. Zijn drugsgebruik en tatoeages blijven vooralsnog verborgen.

Corpus Christi

Fris pragmatisme
Hoewel we te maken hebben met een conservatieve parochie is Daniel in korte tijd vele malen populairder dan de oude priester. Niet alleen zijn expressieve ogen verschaffen hem een charismatische uitstraling, maar vooral zijn onorthodoxe visie en frisse pragmatisme leveren hem zowel bijval als nieuwe kerkgangers op. Het duurt niet lang voordat Daniel merkt dat een deel van de gemeenschap rouwt om een recente verkeerstragedie waarbij een aantal dorpsgenoten omkwam en die het dorp in tweeën splitste. Wonderwel vindt Daniel de juiste aanpak en woorden voor verzoening en troost.

Dat alles maakt van Corpus Christi een rauw drama met een vleugje humor, mooi gefilmd, gedecideerd geregisseerd en gezegend met een fantastische hoofdrolspeler. Deze sublieme film vertelt een universeel verhaal over het verdienen van een tweede kans en speelt met het gegeven van de voorbeeldige persoon die slechte dingen doet en met de slechte persoon die goede dingen doet. Daniel laveert tussen spiritualiteit en zonde. Het is een kwestie van tijd dat hij zal worden ontmaskerd, want hij neemt de nodige risico’s door zich op te offeren voor het herstel van een harmonieuze gemeenschap. Bovendien geeft hij niet toe aan de nukken en bedreigingen van de corrupte burgemeester die hij tijdens het zegenen van de zaagfabriek (!), samen met andere hoogwaardigheidsbekleders, pardoes in de modder laat knielen voor een gebed. Ook zijn ongemakkelijk broeiende relatie met Lidia komt tot een climax. De uiteindelijke boodschap van Corpus Christi is snoeihard: niemand kan ontsnappen aan het verleden.

 

5 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

QT8: The First Eight

***
recensie QT8: The First Eight

Quentin Tarantino: stem van zijn generatie

door Cor Oliemeulen

Mag je wel lachen als een hippe gangster per ongeluk iemands hoofd aan gort schiet en je wordt bedolven onder een lading bloed en hersenen? Quentin Tarantino introduceerde begin jaren negentig met Reservoir Dogs en Pulp Fiction een nieuwe filmtaal vol krankzinnige gebeurtenissen en opmerkelijke dialogen en werd daarmee de stem van zijn generatie. In de documentaire QT8: The First Eight vertelt een aantal getrouwen over Tarantino’s bevlogenheid.

Geïnspireerd door oude cultfilms en tv-series creëerde de in 1963 in Knoxville, Tennessee geboren Tarantino een geheel eigen universum waarin cartoonesk geweld nooit ver weg is, met ruim baan voor wraakexercities, bijvoorbeeld in Inglourious Basterds (2009) en Django Unchained (2012), misschien wel zijn grootste succes. Huisacteurs als Samuel L. Jackson, Michael Madsen, Tim Roth, Christoph Waltz en Kurt Russell nemen de kijker middels anekdotes in vogelvlucht mee door de stormachtige carrière van het Amerikaanse filmgenie, die in de documentaire van Tara Wood wordt afgeschilderd als een perfectionist en wandelende filmencyclopedie, maar bovenal een prettig mens met een onmiskenbaar talent.

QT8: The First Eight

Anekdotes en fragmenten
Storyboards gebruikt Tarantino niet, elke scène zit in zijn hoofd en speelt hij desnoods zelf voor. Zijn scripts lezen als enerverende romans waarin je altijd zit te wachten totdat er weer iets heftigs gebeurt. Ondanks het veelvuldige geweld vindt menigeen hem een romanticus – met de nodige originele zwarte humor. Dat blijkt al in het door Tarantino geschreven misdaaddrama True Romance (1993) van Tony Scott waarin een geniale dialoog zit: het personage van Dennis Hopper, die weet dat zijn einde aanstaande is, legt het personage van Christopher Walken, een trotse Siciliaanse maffiabaas, fijntjes uit dat hij afstamt van ‘negers’.

Ook leuk zijn de anekdotes over Tarantino’s lowbudgetdebuut Reservoir Dogs (1992) waarin de overval op een juwelier hopeloos uit de hand loopt en uiteindelijk iedereen elkaar neerschiet. De onafhankelijke filmmaker verzocht de acteurs in een zwart pak op de set te verschijnen, maar sommigen hadden slechts een zwarte spijkerbroek (Steve Buscemi) of zwarte laarzen (Michael Madsen). Iedereen moest wennen aan Tarantino’s aanpak en keuzes. “Ik wilde best gedood worden door Harvey Keitel, maar zeker niet door Tim Roth”, blikt Madsen terug. “Bovendien moest ik van Tarantino dansen, iets wat ik helemaal niet kan.” Kijkend naar de bewuste scène maakt zijn personage desalniettemin coole moves op Stuck in the Middle with You van Stealers Wheel. Tarantino’s soundtracks spelen een essentiële, sfeerbepalende rol in zijn oeuvre.

QT8: The First Eight

Comebacks
Zoals gedateerde songs een nieuwe betekenis kregen en scènes een extra dimensie gaven, wist Tarantino ook acteurs en actrices aan de vergetelheid te onttrekken en naar een grandioze comeback op te stuwen. Denk aan babyfluisteraar John Travolta als Vincent Vega in Pulp Fiction (1994) en voormalige Blaxploitation-actieheldin Pam Grier als ‘badass leading lady’ in Jackie Brown (1997). En nog slechts weinigen kenden Uma Thurman, die als Mia Wallace in Pulp Fiction op wonderbaarlijke wijze een heroïne-overdosis overleeft en onsterfelijk zou worden als wraakengel The Bride in Kill Bill (2003) door een gros tegenstanders met een zwaard een kopje kleiner te maken.

QT8: The First Eight is de eerste film over het fenomeen Quentin Tarantino, die zelf niet aan het woord komt. De documentaire biedt een leuke introductie voor filmliefhebbers die nog niet zo bekend zijn met diens oeuvre, terwijl de meeste anekdotes gesneden koek zijn voor de fans, maar ook zij kunnen zich natuurlijk laven aan een groot aantal memorabele scènes, tot en met zijn jongste films The Hateful Eight (2015) en Once Upon a Time in Hollywood (2019).

QT8: The First Eight

Smet op het succes
Hoe origineel en vernieuwend de filmmaker ook moge zijn, jammer genoeg rust er een smet op zijn blazoen: Harvey Weinstein. De machtige Hollywood-producer was voor Tarantino een vaderfiguur, die bijna al zijn films produceerde en distribueerde, en dus mede verantwoordelijk is voor Tarantino’s succes. Weinstein wordt op de valreep van QT8: The First Eight nog even afgeschilderd als een bullebak die velen angst en afschuw inboezemde. Veel actrices durfden geen melding van Weinsteins (seksuele) wangedrag te maken omdat ze bang waren nooit meer in een film te kunnen spelen.

Had Quentin Tarantino zich misschien teveel gefocust op zijn films? In een interview met The New York Times in oktober 2017 verklaarde Tarantino dat hij de geruchten destijds helaas niet serieus genoeg nam, zelfs niet nadat zijn voormalige vriendin, actrice Mira Sorvino, hem vertelde dat Weinstein onwelkome avances had gemaakt en niet met zijn handen van haar kon afblijven. “Ik wist wel van een paar gevallen”, aldus Tarantino. “Ik wou dat ik meer verantwoordelijkheid had genomen. Als ik had gedaan wat ik had moeten doen, had ik niet meer met hem moeten werken. Ik heb de incidenten gemarginaliseerd, maar alles wat ik nu zeg, klinkt als een zwak excuus.”

Gelukkig hebben we de films nog.

 

28 september 2020

 

ALLE RECENSIES