Hereditary

***

recensie Hereditary

Pionnen in een transcendent schaakspel

door Tim Bouwhuis

In het openingsshot van Hereditary zien we een verfijnde miniatuur van een groot landhuis. Het interieur beheerst de bewoners; levenloze vormpjes die verdwijnen in een groter geheel. Tot de camera langzaam inzoomt. We onze blik verleggen naar één van die vele kamers. En het levenloze tot leven komt.

Miniaturen als replica’s van de werkelijkheid, angstbeelden waarin je verdwalen kunt. Voorafschaduwingen van (of terugblikken op?) een nare familiegeschiedenis. Al snel schijnt één waarheid door: de bewoners zijn pionnen in een transcendent schaakspel. Veel keuze hebben ze ook niet. Zoals de filmtitel al insinueert liggen de wortels van het kwaad in het verleden. Zoveel wordt al zichtbaar op de katalyserende begrafenis van de mater familias. In de hoek van de rouwkamer kijkt een ongenode gast breed grijnzend toe. Het einde is slechts het begin.

Hereditary

Een valse tong
Hereditary is een ijzingwekkend effectieve genreflick, maar de echte spanningen van de film zitten niet in geestverschijningen of schrikeffecten (of hooguit die klikkende tong?). Full feature-debutant Ari Aster (zie voor zijn meest spraakmakende short The Strange Thing About the Johnsons) gebruikt de aanzienlijke speelduur om de conflicten binnen de familie Graham langzaam uit de hand te laten lopen. Hoogtepunt is een emotionele uitbarsting van Annie (Toni Collette), die zelfs haar rebellerende zoon Peter (Alex Wolff) verbijsterd achterlaat.

De vraag is wie hier wie imponeert – even lijkt Wolff vooral onder de indruk van de vurige Collette. En zo kruipen de acteurs wel vaker uit hun keurslijf. De hysterische reacties van Wolff, hoe ernstig de situatie ook is, laten zich nauwelijks meten met de angstaanjagende kalmte van Gabriel Byrne. Als bron van rust blijft zijn vaderpersonage vanzelfsprekend wat op de achtergrond.

Aster laat de kans liggen om meer met die dynamiek te doen: naarmate de film vordert, wordt de focus redelijk plichtmatig verlegd naar de toenemende bezetenheid van Peter.

Hereditary

Over de grens
Die bezetenheid komt uit de vroeg geopende doos van Pandora. Als de spiritueel gevorderde Joan (Ann Dowd) Annie een bloedlink voorstel doet, moet de modelscepticus daar in eerste instantie niets van weten. De moderne mens gelooft niet meer in contact met de doden. Tot er contact gemaakt wordt natuurlijk. De rigide distincties tussen geloof en ongeloof vervagen als de wereld van Hereditary steeds echter wordt. Angstaanjagender. En er geen priesters (The Exorcist) of markante demon hunters (de Warrens in de Conjuring-films) meer zijn om het kwaad te verdrijven.

Af en toe vergeet componist Colin Stetson in dat kader ook dat Hereditary vooral ook een heel subtiele slowburner mocht zijn. De drammerige geluidsband (denk Insidious) bij groteske taferelen zorgt ervoor dat Aster qua toon en opbouw soms iets te veel in de valkuilen van een James Wan trapt: sfeer wint altijd van bombast.

Zo bewijst ook de slotsequentie, waarin de beelden een bedriegende kalmte ademen, de wereld van Hereditary niet langer de wereld lijkt. Het is het werk van een regisseur die zijn filmgeschiedenis kent. Subversieve psychologie onder de mantel van het (on)bekende; ook voor Aster is het einde waarschijnlijk alleen maar het begin.
 

10 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Charlie & Hannah gaan uit

**

recensie Charlie & Hannah gaan uit

De willekeur regeert

door Sjoerd van Wijk

Charlie & Hannah gaan uit wil zich op alle fronten bewijzen met een overdadige mix van stijlen. Deze aanpak werkt averechts, want de bewijsdrang gaat ten koste van een onderhoudend verhaal. 

Op een avond gaan hartsvriendinnen Charlie en Hannah op stap in de stad met een stel vrienden. Uit voorzorg hebben ze een mysterieus snoepje met hallucinerende werking genomen. De beide dames splitsen op, als Charlie vroeg naar huis gaat. Ze wordt vergezeld door Hannah’s eenmalige scharrel Fons, die een onderhoudende nachtelijke conversatie beginnen. Hannah legt wat aan met nieuwe scharrel Vincent. Al snel volgen de knotsgekke belevenissen elkaar in rap tempo op. Of het nu door de snoepjes komt of niet, de gebeurtenissen zijn bij vlagen bizar. Van rondwandelen in een zwart gat tot het volgen van een ananas naar een spookhuis. De rode draad van het verhaal is de liefdeslevens van beide dames. 

Charlie & Hannah gaan uit

Kleurrijke pastiche
De film is het debuut van schrijver-regisseur Bert Scholiers en dit blijkt wel uit de speelsheid waarmee de fantasierijke taferelen elkaar in rap tempo opvolgen. Zo ongeveer elke stijl passeert de revue met een geestdrift die doet denken aan de Franse Nouvelle Vague (bijvoorbeeld Pierrot le Fou, 1965). Van een bedrieglijke slice of life-opening tot geanimeerde totaalbeelden van de stad.

Ook het zwart-wit van de beelden is niet heilig, zoals voor een spookhuis sequentie in kitscherige neonkleuren zoals bij een Italiaanse giallo. De enige consequente factor is de camera, die op naturalistische wijze de karakters rond laat lopen in de maffe situaties. Dit draagt bij aan de surrealistische atmosfeer, alsof alle gebeurtenissen droomscènes zijn die voor de dromers zelf echt aanvoelen. Het geheel doet denken aan een frivole versie van Holy Motors, niet in de laatste plaats omdat er nu pratende gebouwen in plaats van pratende auto’s zijn. 

Pronken met plaatjes
Ook de karakters weten te voorkomen dat de carrousel niet volledig op hol slaat. Nuchter als ze zijn, laten ze zich niet uit het veld slaan door weer een rare wending. Met natuurlijk spel en dialoog geven de hoofdspelers een inkijkje in de psyche van met name Charlie en Hannah. De mindset van deze karakters lijkt de intentie achter de hele beeldparade te verraden.

De invloed van Woody Allen is duidelijk te zien in het algehele verhaal over liefdesperikelen en de dagelijkse praktijken van de gegoede middenklasse. De twee dames hadden met hun neurotische ideeën over het leven zo uit een van zijn scenario’s kunnen zijn gekopieerd. In plaats van welgestelde mensen in een midlifecrisis gaat het nu over jonge mensen met een quarterlife-crisis. De kleurrijke pastiche komt daardoor voornamelijk over als een manier om te pronken, net zoals jonge mensen spitsvondige plaatjes op sociale media posten. Dit wordt verder versterkt doordat de karakters meerdere malen het publiek toespreken, om de nonchalante ironie extra vet te onderstrepen. 

Charlie & Hannah gaan uit

Op veilig spelen
Op deze manier heeft de film dezelfde zwakte die Woody Allen ook vaak heeft. De bizarre droomscènes lijken een poging om lol te trappen met de gezapige levens van de karakters. Maar het weet niet te ontsnappen aan hetgeen het de draak mee steekt. Charlie & Hannah gaan uit komt daarom gewaagder over dan de film werkelijk is. Het spervuur aan ideeën heeft geen onderliggende visie. De scènes gaan alle kanten op en de willekeur ligt op de loer.

Omdat alles kan in de film, is er geen reden aan te wijzen waarom voor deze specifieke uitvoeringen gekozen is. Het geheel komt daarom gekunsteld over, met onhandige overgangen van de ene naar de andere situatie. Aangezien de karakters weinig diepgang hebben naast het neuroticisme, zijn hun perikelen nogal triviaal. Paradoxaal genoeg speelt de film ondanks de ogenschijnlijke risico’s die het neemt met de stijlenblender daardoor op veilig. Het is niets meer en minder dan een verzameling maffe clips, waar weinig subversieve geluiden uit voortkomen.
 

9 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Ubiquity

***

recensie Ubiquity

Een probleem dat niet bestaat

door Cor Oliemeulen

Iedereen kent wel iemand die zegt veel last van straling te hebben. Het is echter een probleem dat niet bestaat, omdat het zo moeilijk aantoonbaar is. Documentairemaakster Bregtje van der Haak portretteert drie mensen met EHS (Elektro Hypersensitiviteit), waarmee zij de impact van draadloze technologie bespreekbaar wil maken.

De grote internetbedrijven (Facebook en Google) en telefoonmaatschappijen willen het wereldwijde web van digitale netwerken volledig dekkend maken, zodat iedereen altijd en overal met het internet verbonden is. Sommige mensen voelen de elektromagnetische straling van wifi, smartphones en zendmasten in hun hoofd en lichaam. Samen met de toenemende mondiale dekking stijgen zowel het aantal slachtoffers als het verzet, maar aan onbegrip en wegkijkgedrag lijkt vooralsnog weinig te veranderen.

Ubiquity

Op de vlucht
In Ubiquity (letterlijk vertaald: alomtegenwoordigheid) volgen we drie mensen die de straling proberen te ontvluchten. De beelden en interviews worden begeleid door een elektronische geluidsband die soms beangstigt, als ware het een thriller. De draadloze netwerken worden hoorbaar en bijna voelbaar door het geluidsontwerp van Vincent Sincerettu, die zelfs muziekstukjes van wifi-signalen componeert.

Soms zijn de beelden opzettelijk wazig of voorzien van een rood filter. De drone-beelden van bovenaf tonen de drukke wereld daar beneden en wekken de suggestie van een stijgend stralingsniveau. Neem een mensenmassa in een willekeurige stad en je ziet dat meer dan de helft in zichzelf gekeerd een mobieltje in de hand heeft. Over communicatie gesproken.

Frequenties in je hoofd
De Zweedse ingenieur Per werkte eind jaren tachtig bij telecommunicatiebedrijf Ericsson aan een prototype van de smartphone. Hij werd ziek van de hoofdpijn en kon tot verdriet van zijn kinderen niet in Stockholm blijven. Al achttien jaar woont hij in een huisje in de bossen, zo ver mogelijk van stralingsbronnen. Hij heeft vooral last van digitale apparatuur. Daarom filmt de crew de interviews met een ouderwetse Bolex-camera die je met de hand moet aanzwengelen. De mobieltjes gaan tijdelijk in een aluminium pan.

Per zegt dat hij frequenties in zijn hoofd hoorde. Als hij teruggaat naar ‘de beschaving’ komt het geluid onmiddellijk terug. Hij trilt nog steeds. Komt dat door de straling, of kan het ook een andere oorzaak hebben? Per weet het antwoord wel. De oud-ingenieur maakt een eenzame indruk midden in de natuur. Het incidentele contact met de buitenwereld is met een man in een bestelbusje die boodschappen komt brengen.

Ubiquity

Draadloos is overal
Ook de Nederlandse Anouk (36) nam ontslag. Ze kreeg zware hoofdpijn en huiduitslag nadat op haar werk nieuwe wifi-routers en een zendmast werden geplaatst. Ze legt haar twee jonge kinderen uit wanneer ze het meest last heeft. Samen doen ze met een apparaatje metingen bij een telefoonmast. Haar dochtertje draagt een T-shirt waarop staat dat je beter offline kunt zijn. Hun halve huis zit vol aluminiumfolie, in de meeste gevallen zwart geverfd. Zo blijft de meeste straling buiten, zegt Anouk, die hogere waardes meet achter het raam dan achter de beplakte muur. Ze maakt zich zorgen over de toekomst van haar kinderen. Draadloos is overal en neemt alleen maar toe.

Het gezin gaat verhuizen van de stad naar de provincie. Als ze uiteindelijk een boerderij hebben gevonden en Anouk een ‘acceptabel’ aantal microwatts heeft gemeten, krijgt manlief groen licht. Wel een beetje jammer dat er vlakbij de basisschool een telefoonmast staat. We zien Anouk tijdens een hoorzitting in haar nieuwe gemeente, maar erg serieus wordt ze niet genomen.

Hetzelfde probleem heeft Asaka (31) die de drukte van Tokio is ontvlucht. Ze zegt dat haar lichaam werkt als een gloeiende antenne en dat ze veel last heeft van haar hoofd en oren en af en toe een bloedneus krijgt. Ze meet de elektromagnetische straling in haar nieuwe buurt. Desgewenst geeft ze uitleg, sommigen halen hun schouders op. Asaka verspreidt stickers met de boodschap om in de trein je mobieltje uit te zetten. Ze is realistisch: “Mensen met EHS zijn klokkenluiders. Maar zolang hun ziekte niet wordt erkend, gebeurt er niets.”

Ubiquity

Invoelbaar
In 1995 maakte de onafhankelijke Amerikaanse regisseur Todd Haynes het beklemmende filmdrama Safe over de lotgevallen van een vrouw (Julianne Moore) die ziek wordt van haar omgeving. Zij krijgt hoofdpijn, ademnood en uitslag van één of meer van de 60.000 chemische componenten die dagelijks in onze nabijheid zijn, echter dokters kunnen geen lichamelijke oorzaak voor haar klachten vinden. Totaal verzwakt en bewapend met een zuurstoffles belandt zij uiteindelijk in een speciaal gebouwd ‘safe house’, waardoor zij bijna geheel van de buitenwereld is afgesloten.

In de 23 jaar tot de Nederlandse documentaire is er weinig gebeurd om het leven van hypersensitieve mensen wat aangenamer te maken. Hoewel Apple deze week op de nieuwe versie van haar iOS-besturingssysteem Digital Health introduceert, met als doel gebruikers wat vaker hun iPhone en iPad weg te laten leggen, blijven serieuze maatregelen achterwege en lijkt de alsmaar toenemende elektrosmog steeds meer slachtoffers te eisen.

Ubiquity registreert prima en zet niemand in het beklaagdenbankje, echter het invoelbare blijft wat op afstand en de toon is braaf. Maar misschien maakt dat de film juist erg geschikt als discussiestuk, vooral op middelbare scholen. Van een beetje bewustwording is nog nooit iemand ziek geworden.
 

2 juni 2018

 
MEER RECENSIES

My Generation

****

recensie My Generation

Klassenstrijd in klank en kleur

door Alfred Bos

Acteur Michael Caine praat met zijn netwerk van creatieve generatiegenoten over Swinging London, de culturele revolutie van de jaren zestig die de Britse samenleving opschudde. Met beelden en muziek van toen.

Zo leeg is een persvoorstelling zelden, we zitten met zijn vieren in de zaal. De film begint, op het scherm verschijnt een stadsbeeld van Londen in de jaren zestig. De Theems in tegenlicht, de Tower steekt scherp af tegen de zalmroze zonsondergang. Waterloo Sunset, zeg ik zonder nadenken. Op de geluidsband beginnen The Kinks aan Dead End Street. Beelden van Engelse arbeiders in beroerde wijken. Dan klinkt Waterloo Sunset. Nathalie van de KRO Gids buigt zich naar me toe. “Ze kunnen de hele documentaire vullen met The Kinks.”

My Generation

Het zegt iets over The Kinks, de Britse band die als geen andere popgroep de jaren zestig wist te vangen via sociaal-culturele portretten in hét medium van die dagen, popliedjes. En het zegt iets over Swinging London, die twee dozijn maanden rond het midden van de jaren zestig waarin zich langs de boorden van de Theems een heuse culturele revolutie voltrok. Een generatie Britse arbeiderskinderen, geboren tijdens en kort na de oorlog, brak met de traditie van hun ouders. De grauwe realiteit van de wederopbouw maakte plaats voor spetterend technicolor. De wereld kreeg kleur, letterlijk.

Pop-art
My Generation is een rondleiding door die betoverde (en betoverende) tijd aan de hand van acteur Michael Caine. Hij is de ideale gids: ervaringsdeskundige, typerend exponent van het fenomeen dat hij beschrijft, geplaatst in het hart van de culturele revolutie en gezegend met een nuchtere blik waarin humor en zelfspot zelden afwezig zijn. Hij praat met generatiegenoten, net als hijzelf gangmakers die uitgroeiden tot iconen, zoals Who-zanger Roger Daltrey, Beatles-bassist Paul McCartney, zangeres Marianne Faithfull, modeontwerper Mary Quant, model Twiggy en fotograaf David Bailey.

Het sterke van My Generation is dat de documentaire geen reeks pratende grijze hoofden op het filmdoek projecteert. We horen ze terugblikken en kijken naar beelden van toen, grafisch fraai bewerkt en flitsend gemonteerd. Op de geluidsband klinkt muziek uit die dagen plus het luchtige commentaar van Caine, die en passant een scherpe analyse geeft van het hoe en waarom.

In een notendop: arbeiderskinderen hadden – voor het eerst – toegang tot de kunstacademie en stroomden uit in de wereld van media, mode en muziek. Ze hadden geen boodschap aan traditie en conformisme; tijdens hun opleiding hadden ze kennis gemaakt met conceptuele kunst en pop-art, en die ideeën brachten ze in praktijk. Pete Townshend sloeg op het podium zijn gitaar aan gruzels. Dat had hij op de kunstacademie geleerd van Gustav Metzger, de pionier van auto-destructieve kunst.

My Generation

Radiopiraat
Wat hielp waren toevalligheden die qua timing perfect uitpakten. In 1964 werd de pil beschikbaar en begon radiopiraat Radio Caroline (de Engelse tegenhanger van Veronica) net buiten de Britse territoriale wateren de nieuwste popmuziek de ether in te sturen. De rol van Caroline als alternatief voor de gevestigde media en muziek als aanjager van de ommekeer is cruciaal gebleken. ‘Swinging London’ valt samen met de actieve jaren van de piraat, van 1964 tot en met 1967. Niet toevallig ook de piekjaren van de popsingle.

Michael Caine schetst de revolutie die medio jaren zestig de Britse samenleving kleur gaf en Londen voor even het culturele centrum van de wereld maakte als een klassenstrijd. De nieuwe generatie creatievelingen nam geen genoegen met de plek die de Britse klassenmaatschappij hen toedacht. Met een explosie van kleur en klank eisten en namen ze hun vrijheid.

De soundtrack doet recht aan de rijkdom en variatie die er in 1966 uit de transistorradio klonk. In de gecanoniseerde geschiedschrijving verklanken Beatles en Rolling Stones de jaren zestig. Maar de scherpste waarnemers van hun eigen revolte zijn minder vaak bejubelde helden als The Who, The Kinks en Donovan, wiens Sunshine Superman de aftiteling tot een feest maakt.

My Generation

Kater
My Generation eindigt een beetje vreemd. Teneur: het feest had lang genoeg geduurd, de energie ebde weg, de kater nam over. Daar laten Michael Caine en regisseur David Batty (bekend van een reeks documentaires over religie) een gouden kans liggen. Ze zetten het toneel klaar voor de spetterende finale, maar lopen hoofdschuddend de deur uit. In plaats van You Can’t Always Get What You Want had de film moeten eindigen met Street Fighting Man. Want de culturele revolutie van 1965-1967 ging naadloos over in de politieke revolutie van 1968.

Zo bevestigt My Generation een oude wijsheid: het voorspel is vaak leuker dan de climax. En Ray Davies, voorman van The Kinks, zong in 1971 ‘I’m a 20th century man but I don’t wanna be here’. Hadden de technocraten toch gewonnen.
 

29 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Lean on Pete

***

recensie Lean on Pete

Galopperend ontsnappen aan armoede

door Yordan Coban

Lean on Pete is de naam van het racepaard wiens vriendschap van grote waarde is voor de vijftienjarige Charley als het leven hem ongezind is. We volgen zijn bittere leven en zijn ontvluchting aan afhankelijkheid.

Geboren in armoede moet Charley vechten voor zijn plekje op de wereld. Daar waar hij eigenlijk buiten zou moeten spelen met leeftijdsgenoten, is een paard zijn enige vriend in de harde grotemensenwereld.

Lean on Pete

Zelfstandig
Charley woont bij zijn vader maar als zijn vader plots niet meer voor hem kan zorgen, staat hij er helemaal alleen voor. Hij gaat op zoek naar zijn tante, met wie hij vroeger een sterke band had. Hij moet niks hebben van jeugdzorg en leunt enkel op Pete voor kracht en genegenheid. Echter kent Pete een onzeker bestaan aangezien hij naar de slachterij gestuurd zal worden als hij zijn race niet wint.

Net als in Chop Shop (2007), waarin een jongen zich stort op het repareren van auto’s, hebben we hier te maken met een krachtig kind-personage dat aan zijn eigen lot is overgelaten. Wat Charley ook op zijn pad krijgt, ze krijgen hem niet klein. Hij zet door. Maar wat Charley ook leert is dat zonder middelen hij soms niet anders kan dan een dubbeltje van de duivel te lenen.

De ethiek van een hongerige dief is een uitvoerig behandelde kwestie in zowel film als literatuur. Zij die ver van armoede af staan kunnen makkelijk oordelen over de mensen die er in vast zitten. Als de neorealistische klassieker The Bicycle Thieves (1948) ons iets geleerd heeft, is het wel dat het makkelijk is om te praten over goed en kwaad als je buik gevuld is.

Charlie Plummer speelt Charley als een erg timide jongen, wat past in deze kalme film. Lean on Pete kent ook intense momenten maar is misschien wel juist het sterkst als hij ingetogen is. Regisseur Andrew Haigh, bekend van 45 Years (2015) en Weekend (2011), geeft zijn film de natuurlijke elan van een meanderende rivier. Als kijker drijf je mee op de rustige stroming van de film, met hier en daar een dramatische stroomversnelling.

Lean on Pete

Armoede
Dit is een film over armoede. Armoede als kwaal wordt vaak te makkelijk aan de verantwoordelijkheid van haar slachtoffers gekoppeld. De film toont ons alcoholistische daklozen die elk misgelopen fortuin aan zichzelf te wijten hebben. Maar hij toont ons ook de situatie van kinderen als Pete die nooit een eerlijke kans gekregen hebben om aan hun armoede te ontsnappen.

Als er in de film één personage is dat zich zonder er zelf van bewust te zijn in beangstigende onzekerheid bevindt, is het Lean on Pete wel. Als hij niet hard genoeg rent, moet hij naar de slacht.

Een maatschappij zonder een fatsoenlijk sociaal vangnet is niet ver verwijderd van een vergelijkbare realiteit. Competitie kan prachtige resultaten teweeg brengen, maar het kan niet de bedoeling zijn dat de verliezers in absolute armoede achterblijven.

Armoede is een neerwaartse spiraal, vaak beginnend met depressie gevolgd door verslaving en isolatie. Niet iedereen is sterk genoeg om zich tegen de greep van armoede te verzetten. Niet iedereen kan hard genoeg rennen.
 

29 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Only the Brave

**

recensie Only the Brave

Soms werkt een documentaire beter dan een speelfilm

door Cor Oliemeulen

Zoals koppen in kranten prikkelen om het verhaal te lezen, verzint Hollywood pakkende filmtitels die soms weinig aan de verbeelding overlaten. Only the Brave gaat inderdaad over op het oog onverwoestbare helden. ‘Gelukkig’ is er een pluspuntje: de film loopt niet goed af.

Deze biografie van brandweermannen die omkomen tijdens hun werk levert een dubbel gevoel op. Deze gepassioneerde vuurvreters verdienen zonder twijfel een eerbetoon, maar hun noeste arbeid in Only the Brave wordt te vaak gehinderd door romantisering en dramatisering. Zo redt de misfit in het vuurbestrijdingsteam het leven van een collega door hem nog net onder een vallende boom uit te trekken, waardoor hij direct geaccepteerd wordt. En als de teamleider op een dag tegen zijn vrouw zegt dat deze brand wel meevalt en dat hij rond de middag weer thuis zal zijn, weet iedereen dat dit het moment is waarop we al de hele tijd zaten te wachten.

Only the Brave

Hotshots
In het Arizona van 2007 houdt een groep rouwdouwers zich bezig met het bestrijden van bosbranden. Aangevuurd door de wens, kennis en ervaring van hun teamleider probeert de ploeg de status van hotshots te bemachtigen. Zonder dit certificaat moeten zij bij grote branden wachten totdat een elitegroep is gearriveerd. We leren al snel dat deze hotshots geen water, maar vuur, gebruiken om vuur te bestrijden. Door gecontroleerde branden achter een gegraven geul kan de aanstormende brand worden gestopt. Meestal dan.

Het is slechts een kwestie van tijd dat onze groep helden zich de Granite Mountain Hotshots mag noemen. In de film volgen we de privélevens van twee van hen: teamleider Eric (Josh Brolin) en misfit Brendan (Miles Teller). Eric verwaarloost zijn vrouw Amanda (Jennifer Connelly) die gewonde paarden verzorgt en er schoon genoeg van heeft dat Eric zo weinig thuis is. Maar niet getreurd: als Eric op een avond een gezellig kampvuur (!) maakt, slaan de romantische gevoelens toe en begrijpt ook hij dat zij een kind wil.

Tijdens onze eerste kennismaking met Brendan zien we een notoire drugsgebruiker die bij toeval ontdekt dat zijn ex-vriendin zwanger van hem is, maar zij zegt dat zij niets meer met hem te maken wil hebben en dat zij het kind straks alleen zal opvoeden. Nadat ook Brendans moeder hem de deur heeft gewezen, besluit de junk zich aan te melden bij het brandweerkorps van Eric, die hem na veel vallen en opstaan aanneemt. Als hij na de geboorte van zijn kind boodschappen bij de voordeur van zijn ex neerzet, weten we dat het wel goed komt met Brendan.

Only the Brave

Oudgedienden
Only the Brave is een typische Hollywoodfilm: een simpel verhaal en geen plaats voor karakterontwikkeling; mooie omgevingsplaatjes en een sentimentele finale. Het is geen verrassing dat regisseur Joseph Kosinski (die eerder nog maar twee speelfilms maakte: Tron en Oblivion) waarschijnlijk het ‘langverwachte’ vervolg van Top Gun (1986) zal maken. De soundtrack – met weliswaar voordehandliggende vuurvreetnummers als ‘Tush’ (ZZ Top), ‘Jump in the Fire’ (Metallica) en ‘It’s A Long Way To The Top’ (AC/DC) – houdt de vaart er aardig in.

Naast Josh Brolin, Jennifer Connelly en Miles Teller zien we twee oudgedienden wiens rollen redelijk onduidelijk blijven. Het optreden van Andie MacDowell is een niets toevoegende cameo, terwijl haar echtgenoot (?) in de film, Jeff Bridges, fungeert als een soort mentorfiguur die ook nog een countrynummertje mag zingen. Hoewel voor menig kijker op het eind een zakdoekje geen overbodige luxe zal zijn, is het Bridges die met slechts één korte snikkende kreet de meest pure emotie van heel Only the Brave produceert. Sommige gebeurtenissen lenen zich nu eenmaal beter voor een documentaire dan voor een speelfilm.
 

28 mei 2018

 
MEER RECENSIES

November

****

recensie November

Wonderlijk overwinteren

door Suzan Groothuis

Eén van de opmerkelijkste films van het afgelopen Imagine Film Festival in Amsterdam: November uit Estland, waarin magie, kwaad en liefde samenkomen in prachtig gefilmd zwart-wit. De Estische cultuur van bijgeloof en het leven na de dood er duidelijk in doorschemerend, waan je je in een donker, wonderlijk sprookje waarin ook de nodige humor niet ontbreekt.

Een wolf rent door een fraai winterlandschap, gefilmd in contrasterend diepzwart en helderwit. Hij wentelt zich door de sneeuw, om vervolgens zijn pad te vervolgen. Maar in het Estische November is niets wat het lijkt. Dat blijkt wel uit de volgende absurdistische scène, waarin een koe ontvoerd wordt door aan elkaar gebundelde stokken met een dierenschedel erop. Wanneer het beest bij zijn onrechtmatige eigenaar is beland, spreekt het bizarre stokkenschepsel met zijn baas. Het wil meer werk en krijgt vervolgens de opdracht om van brood een ladder te maken. Een eigenzinnige kennismaking met een wonderlijke wereld, waarin kratts (krakkemikkige constructies van gereedschappen en andere gebruiksvoorwerpen) werk verrichten voor de arme, luie boerengemeenschap.

November

Leven en dood vermengen zich in Novembers wereld. Zo zijn kratts schepsels met een ziel, verkocht door de duivel in ruil voor mensenbloed. Ze nemen werk uit handen, maar kunnen zich ook tegen hun eigenaar keren als ze te weinig werk krijgen. En op Allerzielen zoeken de doden hun dierbaren op, om zich tegoed te doen aan een lekkere maaltijd en een goed bed. Een wrang gegeven, want de boerenbevolking moet het zelf doen met bomenschors en vleermuizen. De doden hebben het beter dan de levenden, zo blijkt.

Donker liefdessprookje
Hoewel November in eerste instantie wat gefragmenteerd oogt, zit er wel degelijk een lijn in het verhaal. Het draait namelijk om de jonge Liina en Hans. Zij is verliefd op hem, maar hij valt als een blok voor de dochter van de baron, die iets verderop in een groot, maar vervallen landhuis woont. Een onbeantwoorde liefde dus, van beide kanten. Maar dan is er nog magie, waarmee de twee hopen te krijgen waarnaar ze verlangen. Liina doet een beroep op een heks om Hans’ liefde voor zich te winnen. En Hans koopt bij de duivel een ziel voor zijn kratt, een gefabriceerde sneeuwpop. Zijn kratt draagt de wijsheid van alle wateren in zich en legt in poëtische bewoordingen uit hoe de liefde werkt.

November is een donker liefdesverhaal in een middeleeuwse wereld, doordrenkt van Estische mythologie en volksgeloven. Thema’s als bijgeloof, magie, kwaad, zonden en liefde komen allen voorbij. En er is ook kritiek, dan weer onverbloemd en dan weer subtiel: op de rol van religie, op landbezit en eigendomsrecht en op de Letten (wier mond met een kont vergeleken wordt). Alles en iedereen is te misleiden. Zoals de pest die zich als schone blonde dame het water over laat dragen en als geit haar intrede doet in het dorp om haar virus te verspreiden.

Maar zoals de pest kan misleiden kunnen de dorpelingen dat ook: trek een broek over je hoofd en de pest denkt dat je twee konten hebt en zal weer weg gaan. Zelfs de duivel is om de tuin te leiden door hem sap van fijngeknepen bessen te geven in plaats van bloed. En de dorpelingen zijn ook niet vrij van verdorvenheid, door van elkaar te stelen en elkaar te bedriegen. Een van hen zegt het dan ook treffend: “Ik heb geen ziel”. 

November

Een surreëel spel van contrasten
Regisseur Rainer Sarnet weet een fraai, fantasierijk decor neer te zetten dat filmisch een lust voor het oog is. Onberispelijk wit gaat samen met diepzwart en levert adembenemende plaatjes. Zoals de doden die in smetteloze witte kleding vanuit het bos hun dierbaren opzoeken. Of het rustieke sneeuwlandschap waar wolven – of weerwolven, schijn bedriegt – de dienst uitmaken. De contrasterende zwart-wit kleuren spelen met de tegenstellingen die de film rijk is: smerigheid tegenover schoonheid, armoede tegenover rijkdom en kwaad versus goedheid.

Als deze onnavolgbaar originele film dan toch vergeleken moet worden, denk dan aan werk van stop-motion animator Jan Švankmajer, of aan Oost-Europese cinema als het sprookjesachtige Valerie and her Week of Wonders en het eveneens in zwart-wit geschoten, grimmige Marketa Lazarová. November weet de kijker bijna twee uur lang onder te dompelen in een surreële wereld die niet de onze is, maar die toch herkenbaar is met al het menselijk gekonkel dat wij rijk zijn. Immers, geluk en liefde wil iedereen en met magie in het spel kan dat op zijn minst tot bijzondere taferelen leiden.
 

21 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Under the Tree

****

recensie Under the Tree

Ideale inspiratiebron voor burenconflict

door Cor Oliemeulen

In IJsland hebben ze kennelijk geen Rijdende Rechter om in een burenconflict te bemiddelen, dus escaleren de perikelen rondom een boom snel, nadat er een kat is verdwenen. Under the Tree is een ideale inspiratiebron voor steggelende buren.

Under the Tree begint als een drama met thrillerelementen. Nadat Atli (de in eigen land populaire komiek Steinþór Hróar Steinþórsson) door zijn vrouw Agnes met een hand in zijn broek wordt betrapt als hij een sekshomevideo van hem en zijn ex-vriendin Rakel kijkt, is hun toch al moeizame relatie direct over. Rakel vervangt het slot van de voordeur en ontneemt Atli contact met hun dochtertje Asa. Dat leidt onder meer tot onaangename bezoeken aan de peuterspeelzaal en Agnes’ kantoor, alsook een spannende achtervolgingsscène.

Under the Tree

Kettingzaag
Atli wil tijdelijk bij zijn ouders gaan wonen en merkt dat ook moeder Inga en vader Baldvin middenin een conflict zitten. Inga is zichzelf niet meer na de zelfgekozen dood van haar oudste zoon. Met de komst van Atli neemt haar irritatie en drankgebruik alleen maar toe. Haar frustratie viert zij verbaal bot op Eybjorg, de nieuwe vrouw van buurman Konrad. Inga vindt Eybjorg een tikkeltje te sportief en aantrekkelijk en bovendien schijt haar herdershond Askur weleens in hun tuin. Nee, als het aan Inga ligt, wordt er nog geen takje gesnoeid, ook al neemt hun boom bijna alle zon uit Eybjorgs en Konrads tuin weg.

Baldvin is een goedzak, die in een mannenkoor zingt en wel begrip heeft voor de klacht van de buren. Maar als op een dag de vier banden van zijn auto zijn lek gestoken, krijgt hij zijn twijfels. Als dan ook nog Inga’s kat spoorloos is, raken de poppen aan het dansen. Bloemen worden uit de grond getrokken, tuinkabouters worden verhuisd en ook Askur verdwijnt, maar meldt zich later op wonderbaarlijke wijze weer op de stoep bij de voordeur. En als Inga haar buurman een kettingzaag uit de kofferbak ziet halen, blijkt die aangeschafte veiligheidscamera geen overbodige luxe.

Under the Tree

Akkoord
In zijn pas derde speelfilm Under the Tree weet de IJslandse regisseur Hafsteinn Gunnar Sigurðsson subtiele Noord-Europese droogheid uitstekend te combineren met een dramatisch plot vol zwarte humor. Na elke pesterij toont hij een tussenshot van de omstreden boom: even langzaam als de zonnestralen zich een weg banen door de bladeren, verdwijnen ze ook weer. Geleidelijk krijgt de dreigende muziek wat frivolere klanken.

De plot van de overspelige man die zijn vrouw om vergeving vraagt omdat hij zijn dochtertje wil blijven zien en de plot van de ruziënde buren vormen samen een gedoseerde reeks van escalaties die leiden tot een regelrechte tragedie. Het meest sprekende personage is Baldvin (Sigurður Sigurjónsson, o.a. Rams) die zich lange tijd zoveel mogelijk afzijdig houdt maar zijn ogen boekdelen laat spreken. Hij heeft ook de mooiste dialoog, bijvoorbeeld als hij tot zijn zoon Atli spreekt: ‘Ik dacht dat jullie wel tot een akkoord zouden komen, zoals volwassenen dat doen.’

Tot de gewelddadige finale van Under the Tree beweegt de kijker zich tussen een gevoel van lachen en janken. Maar als aan alle ruzies dan een definitief einde is gekomen, realiseer je je in één simpel shot hoe kinderachtig volwassenen kunnen zijn. Zelfs in IJsland, waar je relatief weinig bomen en zonuren hebt.
 

13 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Marjorie Prime

****

recensie Marjorie Prime

Je bent wat je je herinnert

door Alfred Bos

Marjorie Prime is een sciencefictionfilm van de meest ingetogen soort. Actrice Lois Smith debuteerde in East of Eden naast James Dean. Als 87-jarige speelt ze de titelrol in de verfilming van een toneelstuk over de rol van het geheugen.

Marjorie Prime is de verfilming van het gelijknamige toneelstuk van Jordan Hammond. Het handelt over ouder worden, geheugen en identiteit. Wat is een mens anders dan zijn of haar herinneringen? Je bent wat je hebt meegemaakt.

Marjorie is oud, zo oud dat er gaten in haar geheugen vallen. Ze begint te dementeren, heeft goede en minder goede dagen. Op de bank van haar villa aan de zee zit Walter, haar man. Walter vraagt naar triviale feitjes over hun huwelijk. Hij is een hologram, een kunstmatige intelligentie met het uiterlijk van Marjorie’s echtgenoot zoals ze hem zich herinnert. Walter heeft de vorm van de Walter die haar ooit het hof maakte.

Marjorie Prime

De hologram Walter is een simulatie, een zogenaamde prime. Hij heeft het voorkomen van Marjorie’s man, ook diens persoonlijkheid. Maar niet diens geheugen. Toneelstuk en film snijden filosofische vragen aan. Wat betekent geheugen voor identiteit? Kan technologie een mens simuleren? Hardware en software kunnen een imitatie van Walter creëren, zijn vorm en zijn aard. Maar niet diens content, wat hij met Marjorie heeft meegemaakt. De dementerende Marjorie moet hem bijpraten.

Onvervangbare content
Vergelijk Walter met een laptop. Wanneer je die verliest, moet je een nieuwe kopen. Ook de software van de laptop moet je opnieuw installeren. Dat is allemaal vervangbaar. Maar wat er op de laptop stond – foto’s, teksten, bookmarks – ben je kwijt, tenzij je zo slim was om dagelijks een backup te maken op een externe schijf of in de cloud. Die content is het meest waardevolle van je laptop. Die is onvervangbaar. Die is persoonlijk. Dat ben jij.

Zo is het ook met het geheugen. Wanneer je je laptop verliest, ben je een stuk van jezelf kwijt: de content. Wanneer je je geheugen verliest, verdwijnt een deel van jezelf. Je identiteit verdampt, zoals Alzheimer keihard duidelijk maakt.

Marjorie Prime is een ingetogen, toneelmatige film die grotendeels speelt in en om Marjorie’s luxe villa aan zee, afgewisseld met flashbacks die herinneringen van Marjorie visualiseren. Daarin is ze bejaard, haar omgeving heeft de leeftijd van ‘toen’. Zo worden herinneringen gekleurd, een mengvorm van verbeelding en wat er zich feitelijk heeft voorgedaan.

Toneelverfilming
Marjorie wordt gespeeld door actrice Lois Smith, inmiddels 87 jaar oud. Ze debuteerde naast James Dean in East of Eden en kreeg een onderscheiding voor haar rol in de al even klassieke film Five Easy Pieces met Jack Nicholson. Haar tegenspeler in Marjorie Prime is John Hamm als Walter. Hamm is tevens coproducer van deze toneelverfilming, nadat Smith de rol van Marjorie had gespeeld in de succesvolle theaterproductie.

Marjorie Prime

Wie een film als Her verwacht, komt bedrogen uit; hij is meer Eternal Sunshine of the Spotless Mind dan Blade Runner. De film past naadloos in het oeuvre van regisseur Michael Almereyda, die eerder eigentijdse bewerkingen van Shakespeare-stukken als Hamlet en Cymbeline naar het filmdoek vertaalde. Zijn verfilming concentreert zich op dialoog en personages. Het is een film van en voor liefhebbers van toneel, met gewaardeerde acteurs als Geena Davis in de rol van Marjorie’s dochter Tess en Tim Robbins als diens echtgenoot Jon.

Je kunt klagen over de vorm: Marjorie Prime is geen filmische film, het is verfilmd toneel. Je kunt ook zeggen: dat past bij de thematiek, de film is de mediapresentatie van een toneelstuk. Het is, om in het jargon van toneelstuk en film te blijven, een prime.

Homeopathisch verdund
Uiteraard speelt de dynamiek tussen familieleden, levend en dood, een rol, maar het punt van Marjorie Prime is de functie van het geheugen voor identiteit en de loze belofte van kunstmatige intelligentie als menselijk gezelschap. De herinneringen van Walter, een simulatie, komen van beelden die hij heeft gezien op de televisie, een mediarepresentatie van de werkelijkheid: dubbelnamaak dus. En uiteindelijk leeft ook Marjorie voor haar schoonzoon voort als prime, een simulatie die moet worden gevuld met herinneringen van herinneringen.

En wie op die manier het eeuwige leven denkt te bewerkstelligen ziet zijn herinneringen steeds verder verdund, tot er een homeopathische schim van de oorspronkelijke identiteit is overgebleven. Ben jij dat? Echt? In een tijd waarin muzieklegendes als Elvis Presley en ABBA optreden als hologram is Marjorie Prime een kleine film over grote vragen. Fijnproevers zullen hem weten te vinden.
 

8 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Homecoming (1945)

***

recensie Homecoming (1945)

Verwrongen erfenis

door Tim Bouwhuis

In de nazomer van 1945 arriveren twee orthodoxe Joden in een klein Hongaars dorpje. De nieuwkomers handelen bedachtzaam, gereserveerd: het leed dat ze meedragen vraagt om een gepast stilzwijgen. Voor de bewoners vertelt het plotse bezoek een heel ander verhaal. Terwijl de Joden met paard en wagen de omgeving intrekken, pakken donkere wolken zich samen boven een verzwegen dorpsgeschiedenis.

Voor Homecoming (1945) werkte regisseur Ferenc Török (Moscow Square) intensief samen met Gabor T. Szanto, de romanschrijver wiens kortverhaal aan de basis van de film stond. Szanto’s retrospectief (Hazatérés, 2004) op de Hongaarse verwerking van WO II verkent de grenzen van collectieve schuld: waar vervaagt de rol van het individu, en wordt een complete gemeenschap verantwoordelijk? Is verzoening überhaupt mogelijk als er zoveel afwijkende perspectieven op een verwrongen verleden zijn? Török toont de recente geschiedenis nooit direct. Wat we meekrijgen over het oorlogsverleden wordt bemiddeld door de dorpsbewoners. Stuk voor stuk geven ze hun eigen betekenis aan het bezoek van de Joden. De waarheid is het domein van de herinnering – nu al.

Homecoming (1945)

Er zijn er al twee
In stijlvol zwart-wit oogt de film een stuk gewichtiger dan hij inhoudelijk is. In het eerste kwartier is er nog een bruiloft op komst, op het platteland spreken arbeiders over het vooruitzicht van een nieuwe wereld. Na de oorlog mag er gedroomd worden. Het verloop van Homecoming (1945) schetst een weemoediger beeld. Op ideologisch vlak is er niets veranderd: antisemitisme sluimert, het vuur van het patriottisme woekert.

Een vlugge inventarisatie van het collectieve wantrouwen leert dat de twee Joden een voorbode zijn van ongeluk, misschien zelfs van meer Joden. Je herkent ze van verre, want een hoed dragen ze allemaal en een baard ontbreekt nooit. In de film zijn het opmerkingen in de marge, in context zijn het verhalen op zichzelf. Terwijl de angst van de dorpsbewoners verder gevoed wordt, onthaalt de vaderlandslievende Szentes (Bence Tasnádi) een oorlogsveteraan op een anders besloten feest.

Collectieve psyche
Vlekkeloos worden deze onderliggende sentimenten niet uitgespeeld. Török en Szanto geven hun dorpse personages eigenschappen en handelsmerken die om een bredere psychologische uitwerking vragen. Uitingen van hypocrisie, egoïsme en ongeremd patriottisme missen hun emotionele draagkracht door de generieke manier waarop de individuen zijn geschetst. Gezegd moet wel dat ook de korte speelduur en de beperkte reikwijdte van het narratief hier een rol spelen.

Homecoming (1945)

Homecoming (1945) overspant de loop van een enkele dag, en leent zich daardoor beperkter voor (karakter)ontwikkelingen op de lange termijn. Dat neemt niet weg dat een minder eenzijdige benadering de film goed had gedaan. De twee Joden dienen te nadrukkelijk als katalysators voor het collectieve reactievermogen van het dorp. De tragiek van hun eigen geschiedenis schemert constant door maar wordt nergens écht tastbaar.

Het weer als waarheid
De manco’s op vertellend vlak ten spijt is Homecoming (1945) een stijlvol gefilmd drama, dat tegelijk beklemt en betovert. De elegante zwart-wit fotografie van Elemér Ragalyi doet onder andere denken aan het bekroonde Ida (2013). Ook in die film komt het verleden tot leven omdat er sprake is van onverwerkt leed. Personages zoeken naar waarheid; persoonlijke waarheid (de Poolse Anna in Ida) of de collectieve waarheid van de dorpsbewoners. Als die al bestaat: na de broeierige en bloedhete namiddag op het Hongaarse platteland hangt de passende dreiging van een onweersbui in de lucht.
 

7 mei 2018

 
MEER RECENSIES