Apparition, L’

***

recensie L’Apparition

Leeft Jeanne D’Arc nog?

door Tim Bouwhuis

We kunnen het bovennatuurlijke altijd in twijfel trekken. Begin maar eens over feiten in een discussie over geloof – controverse en oneindige gespreksstof gegarandeerd. Precies om die reden begrijpt de sceptische onderzoeksjournalist Jacques (Vincent Lindon) dan ook niet waarom juist hij gevraagd wordt een serie vermeende verschijningen van de maagd Maria na te gaan. Toch vertrekt hij na een briefing in Rome richting het Zuid-Franse platteland. Je zou er het oeuvre van Dan Brown gemakkelijk mee kunnen samenvatten.

Gelukkig is L’Apparition meer dan een doorzichtig aftreksel van The Da Vinci Code of Angels & Demons. Regisseur Xavier Giannoli (À l’Origine, Marguerite) is nauwelijks geïnteresseerd in groteske samenzweringstheorieën, tikkende tijdbommen of spelletjes symbolisch spoorzoeken. De premisse blijkt eerder een aanzet tot een veel persoonlijker verhaal, waarbinnen het drama rond de verschijningen de psychologische uitdieping krijgt die een Dan Brown-verfilming nooit had.

L’Apparation

Het onmogelijke verkopen
Maria’s uitverkorene is de 18-jarige Anna (Galatea Bellugi), een weesmeisje dat op basis van haar waarnemingen op een voetstuk is geplaatst door een katholieke pastoor (Patrick D’Assumcao). Anna’s vrome voorkomen schreeuwt er bijna om L’Apparition in een contrastvolle double bill met Bruno Dumonts Jeannette (2017) te bekijken. Als we Dumont moeten geloven was Jeanne D’Arc gewoon gek. Als we L’Apparition zien, begrijpen we misschien hoe het geweest moet zijn om tegenover haar te staan. Bellugi speelt Anna met zoveel overtuiging dat ze gerust had kunnen beweren dat ze de maagd Maria zelf was.

Anderzijds is Anna uiteindelijk geen Jeanne D’Arc, en de film speelt niet in de vijftiende eeuw. Het riekende bedrog achter de verschijningen lijkt zo tastbaar dat we er niets eens van op hoeven te kijken dat nota bene het Vaticaan Jacques heeft ingehuurd. Met de leugen binnen handbereik snappen we ook dat de pastoor die zich over Anna ontfermt pottenkijkers en criticasters graag de deur wil wijzen. Oók als het in kapitaal geschreven ‘Bienvenue’ bij de ingang van de kerk daardoor niet al te veel meer voorstelt. Wie in kapitalen schrijft, denkt ook in kapitalen: de interviews met Anna worden in verschillende landen gestreamd, talloze pelgrims trekken naar hun nieuwe bedevaartsoord en zelfs de nodige merchandise blijft niet achter.

De waarheid mag een mysterie blijven
Tegen de sluimerende achtergrond van corruptie en religieuze exploitatie nemen Gianolli en zijn twee coscenaristen alle tijd om de geleidelijke toenadering tussen de verlichte journalist en de verlichte gelovige uit te werken. In eerste instantie lijkt de kloof tussen de twee immens: Jacques rouwt om de verse dood van een collega die altijd en overal naar feiten zocht, terwijl Anna juist omarmd heeft wat ze nooit bewijzen kan. Beiden spelen of denken dat ze weten wat waarheid is; ze hebben maar deels gelijk. De antwoorden van L’Apparition – de waarheden, zo je wilt – houden het echte mysterie in stand.

Gianolli onderstreept het kunstmatige onderscheid tussen geloof en wetenschap met een wat belerende voice-over. ‘’De waarheid ligt altijd elders’’, mijmert Jacques in de slotakte. Die uitspraak mag dan passen in de kern van het verhaal, ze is ook wat tekenend voor een film die de kracht van beelden af en toe vergeet. Gianolli had de waarheid meer kunnen tonen en minder kunnen vertellen.

L’Apparation

De psychologische insteek en het potentieel van de expressieve, sterk acterende Bellugi maken het betreurenswaardig dat L’Apparition naast de zojuist benoemde voice-over uitleggerige zijplotjes gebruikt om het verhaal van Anna van context te voorzien. Voor een film die eerder dramatisch en filosofisch wil werken dan in termen van suspense is de aanpak veel te sterk op de plot gericht. De ondermaats gebruikte muziekfragmenten van Arvo Pärt, Jóhann Jóhansson en Georges Delerue versterken dat gevoel nog eens.

Witte tranen
Er is één prachtige uitzondering: op een zeker moment vullen de gangen van Anna’s werkverblijf zich met de dwarrelende witte veren van een ongecontroleerd doordraaiende katoenmachine. De veren doen denken aan de witte sneeuwvlokken die eerder in de film te zien zijn – binnen de gesloten ruimte van een als koopwaar aangeprezen glazen sneeuwbol.

Een foto van Anna prijkt in het centrum van het gekooide winterlandschap. Speelt Gianolli hier visueel met het contrast tussen vrijheid en gevangenschap? Onschuldige associaties van die aard zijn moeilijk tastbaar, laat staan dat je er iets mee kunt ‘bewijzen’; maar is dat dan ook niet het laatste wat een film over geloof moet willen doen?
 

21 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Mektoub, My Love: Canto Uno

**

recensie Mektoub, My Love: Canto Uno

Het achterste uit de kan

door Sjoerd van Wijk

Mektoub, My Love: Canto Uno haalt het achterste uit de lege kan qua levenslust. Gratuite billenshots verstoren echter de zomerse idylle. 

De film is het eerste deel van een tweeluik over de jonge scenarist Amin op zoek naar de liefde en zichzelf. Na een jaar oeverloos studeren in Parijs keert hij voor de zomer terug naar de Zuid-Franse badplaats Sète, waar hij vandaan komt. Het is een groot weerzien met zijn uitgesproken Tunesische familie en vrienden. Dankzij neef Toni, een ervaren rokkenjager, zijn er ook nieuwe gezichten bij. Amin dompelt zich onder in het vakantieleven zoals iedereen. De zorgeloze zomer kabbelt voort terwijl hij zijn fotografie ontwikkelt en omgaat met verschillende dames, waaronder zijn losbandige jeugdvriendin Ophélie. Het is een tijd van strand, drank en discotheken. 

Mektoub, My Love: Canto Uno

Zonovergoten zwoel
De zonovergoten beelden voeren mee diep de zwoele zomer van Sète in. De camera zweeft sensueel van de ene feestende jongere naar de volgende, terwijl Amin vooral toekijkt. Iedereen lijkt op zoek naar verbondenheid, of het nu gaat om liefde of seks. Hij houdt zich als introvert staande in de extraverte wereld van zijn uitgebreide Tunesische familie en aanhang.

Het zinderende gehalte van het hedonistische strandleven krijgt extra statuur door de energieke dialogen. Vol leven wordt alles, maar dan ook alles, besproken door en met iedereen. Mektoub raakt zo in een wulpse flow, die meeslepend is. Het leven spat in al haar excessen van het scherm dankzij het temperamentvolle acteerwerk van Amins omgeving, waar zijn stoïcijnse blik schril bij afsteekt. De excessen lopen met regelmaat zelfs over, doordat de scènes telkens langer doorgaan dan noodzakelijk is. Een misstap die snel kan worden vergeven door de warme menselijke touch van regisseur Abdellatif Kechiche. 

Vrouwenlichaam
Bij tijd en wijle dringen zich echter verstorende elementen op die het zwoele vakantiegevoel teniet doen. Zo wordt het aandoenlijke bacchanaal af en toe begeleid door majestueuze klassieke muziek en start de film met twee soortgelijke quotes uit de bijbel en de koran. In combinatie met dames in bikini die elkaar het water in duwen komen dergelijke pretenties voornamelijk potsierlijk over.

Maar waar Mektoub echt uit de pas schiet, is in de behandeling van het vrouwenlichaam. De sensuele beelden zweven dikwijls over de schaars geklede dames en blijven met name hangen op de billen. Het stuitendste voorbeeld is een twerkende Ophélie, waar minutenlang het schuddende achterwerk bewonderd kan worden. Deze grotesk erotische benadering staat in schril contrast tot de anders zo menselijke behandeling van de karakters. Hetzelfde element speelt ook in Kechiche’s vorige film La vie d’Adèle, waarin een al te rauwe tien minuten durende seksscène bijna de indrukwekkend opgebouwde romance vergalt. Je kunt van geluk spreken dat de enige seksscène van Mektoub slechts vijf minuten duurt, maar daar staan eeuwen beeldmateriaal van billen tegenover. 

Plat en vlak
De objectiverende shots van het vrouwenlichaam tonen op platte wijze het gebrek aan diepgang van de karakters. De mannen zijn niet veel meer dan sluwe versierders, zoals de manipulatieve neef Toni en de dronken oom, die met verbazingwekkend veel wangedrag weet weg te komen. Amin, die de film hoort te dragen, heeft weinig te doen. De vlakheid van zijn karakter is niet zozeer te wijten aan acteur Shaïn Boumedine, maar meer aan het scenario van Kechiche en vaste coscenarist Ghalia Lacroix. Het materiaal waar Boumedine mee moet werken is summier. Zijn passies voor fotografie en film blijven onderbelicht en in zijn interacties met vrouwen wordt nooit duidelijk wat zijn doel is, waardoor zijn lot (‘mektoub’ in het Arabisch) niet pakkend is.

De vakantiegangers Céline en Charlotte zijn de enige karakters met ontwikkeling, ondanks de vleeskeuring die ook zij moeten ondergaan. Nachtscène na nachtscène toont subtiel hun vergane vriendschap op de achtergrond. Met name Charlotte’s verhaallijn is aangrijpend in zijn eenvoud. Als Mektoub Charlotte als voorbeeld had genomen voor alle andere belangrijke karakters en niet in de laatste plaats Amin, was het wellicht te vergeven geweest dat de film overboord gaat in wellust. De film is nu vooral een plezierige vakantie die in september is vergeten.
 

17 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Sunset Boulevard

*****

recensie Sunset Boulevard

In de ban van het verleden

door Yordan Coban

Ergens is de dood van Joe Gillis zelfmoord te noemen. Moedwillig valt hij ten prooi aan de betovering van Norma Desmond. Haar enorme villa aan Sunset Boulevard is als het web van een zwarte weduwe, geweven met vergane glorie.

Sunset Boulevard (1950) is een film over de filmindustrie, met in de hoofdrol de onsuccesvolle schrijver Joe Gillis (William Holden). Hij zit diep in de schulden en komt per toeval in aanraking met Norma Desmond (Gloria Swanson). Norma is een filmster van vroeger die met zijn hulp haar comeback wilt maken. Zij spreken een samenwerkingsrelatie af die langzaam uitdraait op de inbezitneming van Joe. Hij moet kiezen tussen zijn artistieke wens en de verleiding van het grote geld van Norma.

Sunset Boulevard

Vergane glorie
Norma Desmond, gespeeld door Gloria Swanson, is een gevallen ster uit een andere tijd; een tijd van zwijgende films. Norma Desmond heeft ook veel van Gloria Swanson’s eigen val van glorie. Een populaire aanname was dat, net zoals Lina Lamont uit Singin’ in the Rain (1959), het karakter Norma Desmond gebaseerd is op de oud-actrice Norma Talmadge.

Billy Wilder heeft daar echter over gezegd dat het een combinatie is van verschillende sterren uit het oude Hollywood. Toen Wilder net in Los Angeles woonde begin jaren 40, raakte hij naar eigen zeggen gefascineerd met de grote bijna leegstaande villa’s van oude filmsterren. Sterren voor wie de parade van Hollywood allang gepasseerd was. Dat gold ook voor Swanson, ooit spelend in films als Sadie Thompson (1928), Queen Kelly (1929) en Male and Female (1919), wiens carrière al jaren opgedroogd was. Gloria stond te boek als een verwende actrice met een ijdele aard. Dit maakte haar perfect voor deze rol.

Butler
Gloria Swanson is niet de enige grote naam uit de silent era die voorbij komt in Billy Wilders’ meesterwerk. In een ludieke scene waarin Norma een paar vrienden van vroeger over de vloer heeft om te kaarten, zien we Buster Keaton, Anna Q Nilsson en H.B. Warner voorbij komen. Ook Cecil B. DeMille passeert een aantal keren de revue. Norma verzoekt hem haar script te lezen en ‘net als vroeger’ films met haar te gaan maken. DeMille ziet echter geen brood meer in haar verteerde staat van dienst.

Billy WilderHet meest tragische is de rol van Erich von Stroheim. Hij speelt Max Von Mayerling, de butler van Norma. Zowel in de film als in het echte leven was hij ooit de regisseur van Gloria Swanson. Von Stroheim was een grootse regisseur in de silent era maar met de komst van geluid verviel zijn carrière in het spelen van kleine rolletjes. In Sunset Boulevard speelt hij een dergelijke kleine rol. Hij is de ex-man van Norma die nu slechts gereduceerd is tot haar bediende. Zijn berusting in nederigheid is pijnlijk en tegelijk aandoenlijk.

William Holden speelt zijn rol als Joe precies tussen wijsneuzerig en naïef in. De ernst in de ogen van Max als hij Joe vertelt dat hij ooit met Norma getrouwd was, had een waarschuwing voor Joe moeten zijn.

Liefde of lust
Ondanks dat Norma de jongste niet meer is, is er wel degelijk een element van lust tussen haar en Joe. Het is dezelfde spanning die te voelen is tussen Nurse Ratched (Louise Fletcher) en McMurphy (Jack Nicholson) in One Flew Over the Cuckoo’s Nest (1975). Een lust die meer te maken heeft met macht als Joe zich in bezit laat nemen door Norma, een femme fatale in optima forma.

Liefde links laten liggen en je overgeven aan lust is een thema wat ook terug komt in klassiekers als Vertigo (1957) en Blue Velvet (1986). In Vertigo (1957) volgt Scottie (James Stewart) zijn lust en fantasieën en eindigt het in een nachtmerrie. Ook Sunset Boulevard is een fascinerende kijk op de destructieve dualistische aard van de verlangens van mensen. Ten overstaand van Norma vindt namelijk ook Betty (Nancy Olson) een weg tot het leven van Joe. Zij is alles wat hij denkt te zoeken in een vrouw maar hij is volledig in de ban van Norma en de gewenning aan het leventje in haar grote mansion.

Sunset Boulevard

Huis als personage
Norma’s huis aan Sunset Boulevard is doemend en groots in elke zin. Het huis doet denken aan het karakteristieke paleis Xanadu uit Citizen Kane (1941). Ook het huis van Norma is als een eigen personage te noemen. Het is leeg, vervallen, verlaten en beladen met rijkdom uit een vergane tijd; net als Norma zelf. Het huis houdt haar bewoners vast in een waanwereld. Een wereld waarin zowel Norma als Joe niet geconfronteerd worden met de pijnlijke realiteit van hun teleurstellingen.

Joe belichaamt Norma’s drang naar jeugdigheid. Joe verlangt naar iemand die zijn zorgen uit handen neemt. Echter had hij niet voor rekening genomen dat dat een dergelijk fatale wending zou nemen. Achteraf terugkijkend ondergedompeld in haar zwembad had hij misschien toch voor de liefde moeten kiezen.

12 juli 2018

Sunset Boulevard draait o.a. in het Billy Wilder-programma in EYE Amsterdam. Klik hier voor de data.

MEER BILLY WILDER

Que Dios Nos Perdone

****

recensie Que Dios Nos Perdone

Ambigue rechtvaardiging

door Suzan Groothuis

In een zinderend Madrid speelt een moordzaak, waarop twee detectives worden gezet. Twee uitersten, maar beiden complex. Een grimmige kijk op de Spaanse recherchewereld, waarin rechtvaardigheid een relatief begrip is als je eigen demonen je in de weg zitten.

2011, Madrid in een loeihete zomer. De film opent met straten die worden schoon gespoten, begeleid door een dreigend klinkende soundtrack. Het vuil en de viezigheid van de straat gespoeld, maar daarmee is de Spaanse hoofdstad niet rein. Er is namelijk net een oude vrouw dood in haar portiek gevonden. Een val, lijkt het. Maar bij nader onderzoek blijkt ze verkracht en vermoord.

Que Dios Nos Perdone

Detectives Velarde en Alfaro worden op de zaak gezet, beiden twee uitersten, zoals we dat wel vaker in politiefilms zien. Alfaro is een opgewonden standje, die twee maanden uit de roulatie is geweest dankzij een geweldsincident op het werk. Twee maanden therapie moeten hem tot een mak lammetje maken, maar de kijker voelt allang dat dit een typische good cop/ bad cop is. Alfaro gaat af op zijn gevoel van rechtvaardigheid en schuwt niet zijn mond open te trekken of zijn vuisten te gebruiken als dat nodig is. Zijn partner Velarde lijkt zijn tegenpool, altijd strak in het pak, timide en stotterend, maar met een ingehouden agressie.

Brute moorden en pauselijk bezoek
De twee ontdekken dat er zes maanden eerder een vergelijkbare moord was. Er is een seriemoordenaar actief en de verwachting is dat hij snel weer zal toeslaan. Terwijl de hitte toeneemt en de stad in afwachting is van de komst van de paus, tast het rechercheteam in het duister over de identiteit van de moordenaar. Daarbij geschiedt het onderzoek in volledige discretie, want de gruwelijke waarheid omtrent de dodelijke ongevallen mag niet naar buiten worden gebracht. De media zijn gericht op het bezoek van de paus, niet op bejaarde dames die bruut en onwaardig om het leven zijn gebracht.

Het is niet de seriemoordenaar die centraal staat in Que Dios Nos Perdone; regisseur Rodrigo Sorogoyen (vooral bekend van tv-series) focust op de twee partners en de bureaucratie van de recherche. Er zijn wetten en regels en die zijn er ook weer om te omzeilen of zelfs te breken. En Alfaro en Velarde, beiden outsiders binnen hun team, hebben ook zo hun eigen innerlijke demonen.

Onconventionele aanpak
Que Dios Nos Perdone roept qua sfeer het Zuid-Koreaanse Memories of Murder op, waarin een rechercheteam belast is met de zoektocht naar een seriemoordenaar. Een onderzoek dat onconventioneel en chaotisch verloopt en emotioneel zijn tol eist van de rechercheurs, die ook niet zonder gebreken zijn. Het impulsieve en lompe komt ook terug in Que Dios Nos Perdone. Wanneer de zoon van een van de slachtoffers ondervraagd wordt door Alfaro en Velarde en zijn ergernis over de gang van zaken laat blijken, laat Velarde zich ineens ontvallen dat ze alleen maar de verkrachter van zijn moeder willen vinden. De man ontgoocheld achterlatend.

Que Dios Nos Perdone

En wanneer er dan uiteindelijk zicht op de meedogenloze moordenaar is, volgt een woeste achtervolging die gepaard gaat met dwingende, staccato soundtrack. In de verhitte stad, waar mensen samenstromen om de paus te zien, beuken Alfaro en Velarde zich een weg door de menigte om de dader te vinden. Hij is als een speld in een hooiberg, maar de honger om hem te pakken is zo groot dat de twee alles op alles zetten. Dat ze tijdens de achtervolging een spoor van vernieling achterlaten, deert hen niet.

Rauwe dierlijkheid
De rauwe dierlijkheid van de twee rechercheurs is geloofwaardig in beeld gebracht. Bij Alfaro (een intense rol van Roberto Álamo, The Skin I Live In) is die expliciet en explosief, bij Velarde (Antonio de la Torre, die ook in het vergelijkbare La Isla Mínima te zien was) kil en onderhuids. Naarmate het onderzoek vordert voel je de spanning bij de twee oplopen, zeker wanneer hun privéleven steeds meer wankelt.

Que Dios Nos Perdone is een film die niet typisch hoopvol eindigt, maar die de vraag oproept wat zuiver en rechtvaardig is. Er ligt net zo’n schaduw op communiejongens als op de woeste honden van de recherche. Een grimmige, ambigue wereld waarin kwaad en dwalingen niet eenduidig zijn en iedereen zijn zonden heeft. Niets en niemand is onbevlekt.
 

10 juli 2018

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

MEER RECENSIES

Lost Weekend, The

****

recensie The Lost Weekend

Koorddansen over de Niagara-watervallen 

door Cor Oliemeulen

Een talentvolle schrijver in New York dompelt zich vier dagen lang bijna onafgebroken onder in de sterke drank. The Lost Weekend was de allereerste film die de alcoholist niet neerzet als een lollige karikatuur, maar is een serieus portret van iemand die worstelt met zijn verslaving. Dit drama over verloren dromen, verstopte flessen en gebroken beloftes is ruim zeventig jaar later nog uiterst relevant.

Billy Wilder was één van de meest veelzijdige filmmakers van Hollywood. Hij beheerste bijna alle genres en stijlen: film noir (Double Indemnity, 1944 en Sunset Blvd., 1950), drama (Ace in the Hole, 1951), oorlogsfilm (Stalag 17, 1953) en comedy (Some Like It Hot, 1959 en The Apartment, 1960). De ene film is nog klassieker en onvergetelijker dan de ander. The Lost Weekend (1945) verdient om meerdere redenen een bijzondere plaats in Wilders oeuvre. En niet alleen vanwege de Oscars voor beste film, acteur, scenario en regie.

The Lost Weekend

Worsteling
Dat de ervaringen van de alcoholist worden verhaald vanuit het perspectief van de eerste persoon was niet echt nieuw, maar wel bijzonder op momenten dat het lijkt alsof de drank de vertellersrol overneemt. Don Birnam (Ray Milland), de schrijver met een leeg wit vel in zijn typemachine, levert een voortdurende worsteling vol stress, pijn en waan naar de volgende slok in dit verloren weekend dat vier dagen zal duren. In verhelderende, soms hartverscheurende flashbacks zien we hoe het zover is gekomen en dat de toewijding van zijn broer (Phillip Terry) en zijn liefde (Jane Wyman) gedoemd lijkt te mislukken.

De in Wales geboren Ray Milland speelde voorheen vooral lichtvoetige karakters, zoals in Billy Wilders regiedebuut The Major and the Minor (1942). In The Lost Weekend vertolkt hij de rol van alcoholverslaafde grandioos. Don is een arme stumper, maar geen chagrijnige klootzak. Hij mag dan geen letter op papier krijgen, eenmaal in aangeschoten toestand lepelt hij de mooiste teksten op. Zoals tegen de barman van zijn favoriete buurtkroeg die hem graag wil redden van de ondergang, maar onder Don’s druk telkens maar weer bijschenkt.

Billy WilderCompetent
“Het krimpt mijn lever, nietwaar, Nat? Het pakt mijn nieren aan, ja. Maar wat doet het in mijn gedachten? Het gooit de zandzakken overboord zodat de ballon kan stijgen. Plots ben ik boven het gewone. Ik ben competent, uiterst competent. Ik dans koord over de Niagara-watervallen. Ik ben één van de groten. Ik ben Michelangelo, die de baard van Mozes vormt. Ik ben Van Gogh, puur zonlicht schilderend. Ik ben Horowitz, die de Emperor Concerto speelt. Ik ben John Barrymore voordat de films hem bij de keel grepen. Ik ben Jesse James en zijn twee broers – alle drie. Ik ben W. Shakespeare. En daarginds is het niet langer Third Avenue: het is de Nijl, Nat, de Nijl – en daar naartoe beweegt het schip van Cleopatra.”

Op momenten dat Don Birnam niet beeldend spreekt, maar zich in een naderend delirium bevindt, sleurt de filmmuziek van Miklós Rózsa de kijker verder mee in de malaise. De herhaaldelijk opklinkende elektronische klanken van de theremin laten niemand nog twijfelen aan de verwarde toestand van de alcoholist. De Hongaarse componist had al in hetzelfde jaar in de psychoanalytische setting van Spellbound de theremin in de cinema geïntroduceerd en won vanwege die originaliteit een Oscar – overigens tot ergernis van Alfred Hitchcock die klaagde dat het jankende gejengel zijn regie had dwarsgezeten. Thrillerregisseurs zouden de theremin nog vele jaren inzetten om extra spanning te creëren.

Inlevingsvermogen
The Lost Weekend is gebaseerd op het bekendste boek van de Amerikaanse schrijver Charles Jackson, die het verhaal baseerde op zijn eigen leven. Billy Wilder schreef met Charles Brackett het scenario. Dit duo vormde een van de meeste bejubelde samenwerkingen in de geschiedenis van de cinema; Life Magazine noemde het tandem ooit ‘the happiest couple in Hollywood’. Na veertien filmscenario’s samen – variërend van Ninotchka (1939) tot en met Sunset Blvd. (1950) waarvoor ze opnieuw een Oscar wonnen – gingen ze ieder hun eigen weg.

The Lost Weekend

Wilder en Bracket hadden het voordeel dat filmmaatschappij Paramount het duo relatief veel vrijheid gaf. The Lost Weekend verscheen in een periode dat patriottistische avonturenverhalen en romantische komedies de Amerikaanse bioscopen domineerden. De film kwam echter precies op het juiste moment en werd een onverwacht succes. Zeer waarschijnlijk had dit te maken met het toegenomen inlevingsvermogen, want veel teruggekeerde soldaten van de Tweede Wereldoorlog hadden door lichamelijk en geestelijk letsel een alcoholprobleem ontwikkeld.

Hoewel The Lost Weekend af en toe neigt naar melodrama, maakte Billy Wilder een geloofwaardig en compromisloos portret, hoewel hij de latente homoseksualiteit van schrijver Charles Jackson buiten beschouwing laat. Desalniettemin is het opvallend dat de film zijn weg vond door de censuur, want volgens de toen geldende Hays Code waren films over verslaving taboe. Dat verklaart in ieder geval het Hollywood-einde: een optimistische finale met een prekerige toon. Het neemt niet weg dat alle latere films over verslaving schatplichtig zijn aan deze krachttoer. Zelfs het geniale Le Feu Follet (1963) van de Franse cineast Louis Malle waarin de alcoholist in kwestie wél ten dode is opgeschreven.
 

7 juli 2018

 
Kijk hier waar deze film is te zien! 

 

MEER BILLY WILDER

Tiere

****

recensie Tiere

Spel van verbeelding in puzzelfilm

door Sjoerd van Wijk

Tiere is een raadsel dat blijft rondspoken. De antwoorden lijken voor de hand te liggen, maar blijven toch ongrijpbaar.

De kinderboekenschrijfster Anna heeft een uitgebluste relatie met de chef-kok Nick. Ze gaan voor een half jaar op retraite in een Zwitserse berghut. Zij om aan haar nieuwe boek, een roman voor volwassenen, te werken. Hij om nieuwe recepten te ontdekken. Onderweg rijden ze een schaap aan en niets is meer wat het lijkt. Hoe ernstig was het ongeluk eigenlijk? Waarom lijkt een ijsverkoopster als twee druppels water op huisoppasser Mischa (en op bovenbuurvrouw Andrea, met wie Nick een affaire heeft)? En waarom is een mysterieuze deur in het huis op slot? Deze vragen en meer rijzen op in een spel van verbeelding. De hamvraag die er als rode draad doorheen loopt is wat nu de realiteit is en wat verbeelding. En wiens verbeelding?

Tiere

Passende puzzel
Tiere ontpopt zich dankzij het waterdichte scenario van wijlen Jörg Kalt tot een puzzel waar alle stukjes in elkaar passen. De vraag is echter hoe. Alle elementen van het verhaal komen voortdurend in verschillende samenstelling terug. Een gesprek in de ene scène kan aanwijzingen bevatten voor de betekenis van een volgende. Het is daarom opletten geblazen.

Op geniepige wijze wisselt het perspectief tussen de karakters. Zo lijkt door voorgaande scènes de focus op het ene karakter te liggen, maar gebeurt er plots iets in een volgende scène wat deze aanname teniet doet. Ondanks dat de film qua realiteitszin geen coherent verhaal bevat, voelt het op instinctief niveau juist wel coherent. Een eigenzinnige droomlogica, waar op instinctief niveau passende associaties tussen gebeurtenissen en karakters wordt gelegd.

Magische werkelijkheid
De droomwereld van Tiere krijgt extra cachet dankzij de regie van Greg Zglinski. Zijn registratie van de gebeurtenissen komt naturel over. Kalme totaalbeelden waar de karakters op losse wijze gewoontjes met elkaar omspringen. De montage en het camerawerk bevatten geen foefjes, waardoor de werkelijkheid juist magisch gaat aanvoelen. Elk nieuw opgeworpen vraagstuk voelt des te indringender zonder het met toeters en bellen aan te kondigen.

Zowel qua scenario als regie doet het denken aan Realité (geschreven en geregisseerd door de Franse muzikant Quentin Dupieux), die op eenzelfde wijze zich tussen de oren wurmt om er niet meer weg te gaan. Alles is significant en we moeten vertrouwen op ons gevoel.

Tiere

Instinct, geen intellect
Bij een dergelijke puzzelfilm bestaat het gevaar dat het vooral een intellectuele exercitie betreft. Maar dit weet Greg Zglinski (die het scenario van Jörg Kalt herschreef) te ontwijken door de focus te houden op de emoties van de karakters. Het punt van de puzzel is daarom niet hoe de vork precies in de steel steekt qua narratief. Het gaat er meer om wat er door de hoofdpersonen heen gaat. Alle vervreemdende situaties die conventionele logica te buiten gaan, houden verband met de belevingswereld van de karakters. Zo schippert Nick in het verhaal tussen een huichelachtige bedrieger en zorgzame echtgenoot.

Welke onderdelen in zijn verhaal de waarheid bevatten blijft in het duister. Wij moeten zelf op de tast. Tiere is een geraffineerde droom, die bijblijft. Om de logica van zijn onderbewustzijn te doorgronden, moeten we op onderzoek uit. Het antwoord ligt zowel bij onszelf als bij zijn karakters en is voor iedereen anders.
 

30 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Zagros

****

recensie Zagros

Oude tradities in een moderne wereld

door Ries Jacobs

Een man wordt door zijn familie gedwongen zijn vrouw te vermoorden en zo de eer van de familie te redden. Hij houdt tegelijkertijd zielsveel van zijn vrouw. Zagros is een film over een wereld waarin eer belangrijker is dan liefde.

Zagros is gelukkig als vader van de negenjarige Rayhan en echtgenoot van Havin. In de bergen van Turkije hoedt de Koerdische herder zijn schapen. Niet alleen het landschap doet denken aan de bergen waarheen Michael Corleone vluchtte in het eerste deel van The Godfather, ook de dorpsbewoners vertonen gelijkenissen. Familie, trots en eer zijn kernwaarden in hun leven.

Zagros

De dorpelingen roddelen over Havin. Ze zou Zagros bedriegen met een andere man. Haar in de eer aangetaste schoonfamilie haalt verhaal bij Havin, die het benauwd krijgt en naar Brussel vlucht. Zagros reist haar achterna en probeert met zijn gezin een nieuw leven op te bouwen. Nog steeds opgehitst door zijn familie, de haar eer wil wreken met het leven van Havin, wantrouwt Zagros zijn vrouw meer en meer.

Persoonlijk drama
Zagros is de eerste lange speelfilm van regisseur Sahim Omar Kalifa. Het script schreef hij zelf, samen met Jean-Claude van Rijckeghem. Zij hebben ervoor gekozen om het verhaal door middel van korte scènes snel te vertellen. Al na tien minuten ziet de kijker dat Havin wordt beschuldigd van overspel en Turkije verlaat. Het lukt de regisseur om de vaart in de film te houden en het verhaal begrijpelijk te maken.

De hoofdpersoon in de film volgt het pad dat Kalifa  eerder als vluchteling volgde, zij het dat de regisseur uit Irak kwam. Zijn politiek actieve vader werd het daar te heet onder de voeten, waarna de familie besloot te vluchten. Ook Kalifa is Koerdisch, ook Kalifa moest in zijn geboortedorp keuzes maken onder druk van zijn omgeving, ook Kalifa stak illegaal de grens over.

Ook in eerdere korte films blijft de regisseur dicht bij zijn Koerdische wortels. Een opvallend voorbeeld hiervan is zijn voorlaatste film Bad Hunter (2013), die ook gaat over eerwraak. De filmmaker snijdt hiermee een maatschappelijk beladen thema aan. Ook in Nederland vinden er jaarlijks honderden aan gewraakte eer gerelateerde geweldsincidenten plaats, waarvan de meeste gelukkig zonder dodelijke afloop. Kalifa neemt subtiel een maatschappelijke stelling in. Nooit legt hij zijn mening er te dik bovenop.  Mede hierdoor weten alle acteurs hun karakter geloofwaardig neer te zetten. Dit geeft de film een constante spanning die pas aan het einde tot uitbarsting komt.

Zagros

Sombere wereld
Het speelfilmdebuut van Kalifa is meer dan een verhaal over de gespannen verhouding tussen oude tradities en de moderne wereld. Hij laat ook de illegale reis naar het westen en de sombere wereld van migranten zien. De beelden van Turkije zijn groen en zonnig, die van Brussel zijn grijs en donker.

De Koerdisch-Belgische regisseur laat zien dat hij een verhaal kan vertellen, oog heeft voor sfeer zonder overdadig te worden en het beste uit acteurs weet te halen. Als hij dit niveau kan vasthouden in volgende films kan hij uitgroeien tot een van de betere regisseurs van onze zuiderburen.
 

24 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Third Murder, The

*****

recensie The Third Murder

De waarheid is een olifant

door Alfred Bos

Wat is de derde moord en wie is daarvan het slachtoffer? De moordenaar zelf? De waarheid? De Japanse regisseur Hirokazu Koreeda speelt een verfijnd spel met schijn en werkelijkheid in de psychologische triller The Third Murder.

De Japanse regisseur Hirokazu Koreeda (vier lettergrepen: ko-re-e-da) wordt wel de eigentijdse pendant genoemd van Yasujirō Ozu, de maker van subtiel registrerende films over familierelaties. Achter een onthechte, schijnbaar objectief observerende blik schuilt empathie met het menselijke onvermogen. Die onthechting is geen arrogantie of desinteresse, het scherpt juist de focus zodat de patronen zichtbaar worden in de ruis van het dagelijkse leven, dat in feite een burleske van misverstanden is.

The Third Murder

Koreeda’s oeuvre zit er vol mee, met mensen die zichzelf in de weg zitten omdat ze niet goed luisteren of voorbij hun neus kunnen kijken. Emoties maken de mens, maar kunnen hem ook breken. De antiheld van zijn voorlaatste film, The Third Murder – die vorig jaar in première ging tijdens het filmfestival van Venetië en nu in de Nederlandse bioscoop is te zien – weet zijn emoties te mennen met zijn intellect en volbrengt een huzarenstukje. Dat hij zijn doel, het ontkennen van zijn bestaan, bereikt door via moord het bestaan van een ander te bevestigen, zegt genoeg over de diepgang en pyschologische verfijning van de film.

Roofmoord
The Third Murder is een buitengewoon rijke film. Het is ook een fijntjes opgebouwde en in psychologisch opzicht ongekend subtiele film. Zo subtiel dat veel kijkers, en blijkens de reacties en vragen tijdens Koreeda’s persconferentie in Venetië ook veel professionele filmkijkers, de pointe missen. Ja, het is een psychologische thriller, maar dan van het Zen-filosofische soort. Nee, het is geen Rashomon-achtige boutade over de onmogelijkheid om de waarheid te kennen. De waarheid ligt voor je neus, aldus Koreeda. Maar je moet hem wel zien.

Shimiru, de held van The Third Murder (gespeeld door de Japanse popster en acteur  Masaharu Fukuyama), is jurist; hij moet voor zijn cliënt een adequate verdedigingsstrategie ontwikkelen. De cliënt is Misumi (Kôji Yakusho), de antiheld, die zal worden berecht voor roofmoord; daarop staat de doodstraf. Hij geeft grif toe zijn voormalige werkgever, de baas van een fabriek waar voedsel wordt verwerkt, vanwege gokschulden te hebben beroofd en vermoord, om vervolgens het lijk te verbranden. De advocaat gaat op onderzoek; als hij de aanklacht van beroving kan weerleggen is de doodstraf mogelijk te vermijden.

The Third Murder

Spiegelbeelden
Wat volgt is een gang door het labyrint van het leven, een warboel van suggesties, leugens, intenties en feiten; een ruis van details en trivia. In de voedselfabriek blijken alleen marginale types te werken die elders niet terecht kunnen; ze worden door hun baas onderbetaald, of uitgebuit. Misumi werkte daar na zijn ontslag uit de gevangenis. Hij heeft een straf van dertig jaar uitgezeten voor tweevoudige moord op woekeraars die hem geld hadden geleend, geld dat hij door gokschulden niet kon terugbetalen. Zijn dochter was toen zes jaar oud, sindsdien heeft hij haar niet meer gezien.

Misumi is voor die dubbele moord tot dertig jaar celstraf veroordeeld door de vader van zijn advocaat, een inmiddels gepensioneerde rechter. Die twijfelt nu openlijk of hij er niet verkeerd aan heeft gedaan om Misumi destijds niet ter dood te veroordelen; hij heeft immers opnieuw gemoord. Zijn zoon probeert precies het tegenovergestelde te bewerkstelligen: hij wil Misumi van de doodstraf redden. Het is het eerste spiegelmotief dat regisseur Koreeda opzet in een film vol gespiegelde personages en motieven.

Een tweede spiegelbeeld zijn Misumi’s dochter (die we nimmer te zien krijgen) en de dochter van de vermoorde fabriekseigenaar, Sakie (Suzu Hirose). Beiden zijn gehandicapt, hebben een mank been. Heeft Sakie iets met de moord te maken?

Schuivend perspectief
Het perspectief op de moord – wat er is gebeurd en waarom – verschuift voortdurend. Elk detail dat het onderzoek aan het licht brengt doet het beeld kantelen. Is het wel roofmoord? Is het mogelijk een liefdesmoord? Of moord in opdracht? Misumi past voortdurend zijn verhaal aan naar de nieuwe feiten waar zijn advocaat hem mee confronteert. Gaandeweg begint de filmkijker te beseffen, hier is meer aan de hand. En de kernvraag stelt Misumi zelf aan zijn verdediger: wat is mijn ware motief?

Voor de oplettende kijker wordt het allengs duidelijk wat Misumi drijft, waarom hij de moord op de fabriekseigenaar heeft gepleegd en wat hij daarmee wil bereiken. Ook dat doel is dubbel, hij vervult met de moord een diepe emotionele wens en brengt – op zijn eigen, gebrekkige maar in feite geniale manier – gerechtigheid waar het recht het laat afweten; hij slaat zelfs drie vliegen in één klap. Alle elementen die nodig zijn om antwoord te geven op de vraag, wat wil Misumi, worden in de film gegeven. Doorgaans terloops, als terzijdes, net als in het leven zelf waar de hoofdzaken verdwijnen in de ruis van triviale kwesties en de waan van het moment.

The Third Murder

(On)betrouwbare verteller
Maar voor zijn verdediger, de advocaat Shimiru, blijft de moordenaar een mysterie. In de bloedsterke slotscène kantelt Koreeda het perspectief een laatste maal. Met een techniek die direct is ontleend aan het slot van Akira Kurosawa’s politiethriller High and Low laat hij held en antiheld van plaats verwisselen. Dat gebeurt, het kan niet anders in een film vol spiegelingen, met een spiegeleffect.

The Third Murder is een klassieke Koreeda-film en wellicht een van zijn beste. Familierelaties staan centraal in de plot en motieven van de personages. De poëzie schuilt in de details en de subtiele observaties. In de film wordt de Indische gelijkenis over de zes blinden en de olifant aangehaald: ze ‘zien’ allemaal iets anders, want de een betast de slurf en de ander de staart. De waarheid is een olifant en advocaat Shimiru is door vooringenomenheid niet in staat het complete beeld – de waarheid achter Misumi’s handelen  – te zien.

Koreeda wilde aanvankelijk romanschrijver worden, maar koos voor de cinema. In Venetië gaf hij te kennen dat de film eigenlijk alleen met een alwetende verteller is te realiseren, maar dat vond hij een onelegante aanpak. Zijn oplossing voor dat verteltechnische probleem is briljant: Misumi is de ogenschijnlijk onbetrouwbare verteller die als enige in de film alwetend is en in de slotscène verschijnt hij via een spiegeleffect als betrouwbare verteller. Het zou verbazen als er dit jaar een betere film verschijnt. Op de nieuwe Koreeda na dan, verwacht in december.
 

17 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Betty: They Say I’m Different

****

recensie Betty: They Say I’m Different

De vrouw met het hete telefoonboekje

door Alfred Bos

In de jaren zeventig was er meer vrijheid dan ooit. Maar een zwarte vrouw die openlijk zong over seks was twee stappen te ver: vrouw en zwart. Deze documentaire is een ode aan en eerherstel voor vergeten funkicoon Betty Davis.

Betty: They Say I’m Different

Veel popmuziek gaat over seks en het genre dat funk genoemd wordt al helemaal; het scheelt maar één letter. Beyoncé en Rihanna maken er geen geheim van, Macy Gray en Erykah Badu doen er ook niet moeilijk over, maar de eerste zwarte vrouw die openlijk over seks zong was Betty Davis. In de jaren zeventig, ruim voor Prince zijn hitsigheid omzette in hits, zong Davis in bloemrijk straatjargon over jeukende geslachtsdelen en marathonparingen. Luister naar Shoo-B-Doop And Cop Him, het openingsnummer van haar tweede album They Say I’m Different uit 1974, en het is klaar: deze vrouw doet wat haar lust.

Tussen 1973 en 1975 maakte Betty Davis drie platen die de heilige graal zijn onder liefhebbers van lowdown dirty ass funk. Ze verkochten nauwelijks en de artieste verdween geruisloos van het toneel. De wereld was nog niet klaar voor een vrouw die niet bleu was over haar driften, en al helemaal geen zwarte vrouw. Ze pionierde de weg voor Grace Jones en Madonna, popsterren die in de jaren tachtig de braafheid afwierpen. Met #metoo als ruggesteun is de tijd rijp voor eerherstel van vrouwelijke kunstenaars die (te) lang onder het tapijt zijn geschoven. Deze korte documentaire (55 minuten) is perfect getimed.

Miles Davis
Betty Davis, geboren Mabry, van bouwjaar 1945, was een vlinder. Kleurrijk, fragiel, gevoelig, creatief; een gangmaker in het bohemienmilieu van New York midden jaren zestig. Twee mannen hebben haar leven getekend. Ze adoreerde haar vader, die haar onvoorwaardelijk steunde. En ze was, van 1968 tot 1969, een jaar lang getrouwd met Miles Davis. Het huwelijk van de jazztrompettist, toen 42 jaar oud, en zijn 23-jarige muze heeft beide partners wederzijds en blijvend beïnvloed. Zij stelde hem voor aan Jimi Hendrix en liet hem de muziek van Sly & The Family Stone horen. Hij stimuleerde haar om haar teksten en muziek zelf op te nemen.

Betty Davis siert de hoes van Filles de Kilimanjaro, het album uit 1968 waarop Miles Davis de eerste stappen zet op weg naar de fusie van jazz en rock die uitmondde in het legendarische dubbelalbum Bitches Brew (1970); de titel was een suggestie van Betty. Miles Davis geeft in zijn autobiografie grif toe dat het Betty was die hem de ogen opende en op nieuwe ideeën bracht. Het moet een speciale relatie zijn geweest, want zelfs jaren na de scheiding was er een band. Op haar derde album, Nasty Girl (1975), staat het nummer You And I, geschreven in samenwerking met Miles (en gearrangeerd door Gil Evans). Het gaat over Miles.

Kraai
Betty Davis was überhip, had een excellente smaak en een heet telefoonboekje met de nummers van gevierde en bevriende muzikanten. In 1973 nam ze met onder meer de ritmesectie van Sly & The Family Stone haar titelloze debuutalbum op. De openingstrack, If I’m In Luck I Might Get Picked Up, windt er geen doekjes om. En geen enkele vrouw had op dat moment zulke moddervette, van geiligheid schuimende funk op plaat gezet. Dat was schrikken, ook voor media en muziekindustrie.

Een vierde album kwam nooit uit (het verscheen pas in 2009 als Is It Love Or Desire?) en Betty Davis verdween, ook voor haar directe omgeving en vrienden. Ze werd een kluizenaar en groeide onder ingewijden – vergelijkbaar met voormalig tieneridool annex avant-garde muzikant Scott Walker – uit tot een mythe. De documentaire maakt duidelijk dat Davis de dood van haar vader emotioneel nooit te boven is gekomen. “Er heeft altijd een vogel in me gewoond”, zegt ze. Een kraai. Maar na de dood van haar vader “kon ik de kraai niet meer horen”.

Betty: They Say I’m Different is een met veel liefde gemaakt portret dat op esthetische wijze haar privacy respecteert. De film, die tijdens IDFA 2017 in première ging en deels met crowdfunding is gefinancierd, is betrokken van toon en afwijkend van vorm; animaties en beeldbewerking illustreren interviews. Aan het woord komen muzikanten, intimi en Davis zelf, 72 inmiddels. Maar niet zoals je verwacht. Ze is nog steeds net een tikje anders.
 

16 juni 2018

 
MEER RECENSIES

Klanken van Oorsprong

*

recensie Klanken van Oorsprong 

Fantastische klanken, vage oorsprong

door Alfred Bos

Nederlanders met een Indische achtergrond leverden een spraakmakende en unieke bijdrage aan de muziekcultuur van Nederland. Daar zit meer dan één verhaal in. Klanken van Oorsprong wil ze allemaal tegelijk vertellen en faalt dramatisch.

Nederland sprak in de jaren zestig en begin jaren zeventig een aardig woordje mee in de internationale popmuziek van die dagen. De basis daarvoor werd midden jaren vijftig gelegd in Den Haag, waar zogeheten Indo’s (Nederlanders met een Indische achtergrond) als eersten op het continent van Europa de nieuwe popmuziek uit Amerika, rock-’n-roll, begonnen te spelen. Althans, het leek er erg op, maar het was net even anders. Een uniek geluid, blijkt achteraf.

Klanken van Oorsprong

De indorockbands speelden voornamelijk ruige instrumentale rock-’n-roll en hadden er veel succes mee in Duitsland, want aan het land van bierfeesten en Schlagers was de muzikale revolte geheel voorbij gegaan. Daar lag een markt voor de driehonderd (!) indorockbands die er begin jaren zestig Duitse tieners vermaakten (naast bands uit Engeland als The Beatles). Klapstuk van de indorock waren de Tielman Brothers: podiumbeesten met een unieke sologitarist, Andy Tielman, de Jimi Hendrix van zijn tijd.

Indorock wijkt subtiel af van de Amerikaanse rock ’n roll, het is niet geworteld in rhythm & blues. Er zijn invloeden uit krontjong, achterbuurtmuziek uit Jakarta met Portugees/Indonesische wortels. En krontjong is “reggae zonder drums”, aldus Doe Maar-pianist en Indische Nederlander Ernst Jansz. Anneke Grönloh: “Reggae is krontjong.” Razend boeiend allemaal, daar zit een knaller van een documentaire in, rijp voor de internationale markt. Maar Klanken van Oorsprong is die documentaire niet.

Geen Molukkers
Het probleem van Klanken van Oorsprong is het gebrek aan focus. Het verhaal van de Indische Nederlanders en mensen uit Indonesië, inclusief de Molukken, die na de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring naar Nederland kwamen is een complex verhaal. Nederlanders keken raar naar Indo’s en Indo’s keken raar naar Molukkers. De term Indo staat voor een heterogene groep, de documentaire brengt geen helderheid. Erger, ze vertroebelt het beeld door alles op één hoop te vegen.

Maar de Ambonezen (of in ruimere zin: Molukkers, zo subtiel liggen de verschillen en zo complex is het verhaal) schitteren in Klanken van Oorsprong door afwezigheid. Geen Massada, geen Daniel Sahuleka, geen Erwin Java. Waarom is volstrekt onduidelijk.

De film toont daarentegen wel Nederlandse muzikanten die in voormalig Nederlands-Indië, tegenwoordig Indonesië, zijn geboren. Boudewijn de Groot bezoekt nog steeds pasar malams, Indische markten, en weet zelf eigenlijk ook niet waarom. Liesbeth List vertelt, opnieuw, het verhaal over haar moeder die in een Jappenkamp werd misbruikt en zelfmoord pleegde. Met Indorock heeft het allemaal niets van doen. En als De Groot en List aan het woord komen, waar is Jan Rot dan? En wat doet Kaz Lux in deze docu? De man heeft nota bene Poolse wortels!

Klanken van Oorsprong

Van Halen
Helemaal krankzinnig wordt het in het laatste deel van Klanken van Oorsprong. Zitten we opeens te luisteren naar een Amerikaanse muzikant die in Eindhoven rockliedjes staat te spelen. Pardon? Oh, zijn ouders waren Indo en zijn naar Amerika geremigreerd. Dan kunnen de broertjes Alex en Eddie van Halen, die van die rockband met hun achternaam, er ook nog wel bij. Eddie en Alex verschijnen echter niet voor de camera, wel een nicht en een tante. Waarom de buurvrouw eigenlijk niet? En wat doet Leo Blokhuis daar opeens?

Met meer focus en wat competente redactie had Klanken van Oorsprong iets moois kunnen opleveren, want het verhaal van de muziek die Nederlanders met een Indische achtergrond de afgelopen zestig jaar hebben gemaakt is het vertellen ruimschoots waard. Wie er meer over wil weten (en horen) leest de boeken van Lut Mutsaers, Rockin’ Ramona, over indorock, en Roep der verten, over krontjong. En zoekt op YouTube naar clips, met de onovertroffen Tielman Brothers voorop.
 

15 juni 2018

 
MEER RECENSIES