Shallows, The

***

recensie The Shallows

Verraderlijk paradijs

door Suzan Groothuis

Een tripje naar een afgelegen, mystiek strand mondt uit in een ware hel, wanneer een witte haai de kustlijn onveilig maakt. Daar zit je dan als vrouw alleen in het water, met de kust in zicht en de haai als barrière. Het vraagt moed, creativiteit en wat hi-tech hulp om tegen het dodelijke monster op te boksen. Haai, eat your heart out!

In The Shallows volgen we de jonge Nancy (Blake Lively) die in Mexico haar innerlijke rust probeert te vinden. Hoewel een gedreven student geneeskunde, twijfelt ze aan haar toekomst. Temeer omdat haar moeder, met wie ze een nauwe band had, net is overleden. Op haar surfboard, ook een geliefde hobby van haar moeder, vindt Nancy haar rust en uitdaging. En om het plaatje compleet te maken vindt ze met hulp van een lokale gids een afgelegen, voor toeristen verborgen gehouden strand. Voor Nancy heeft het strand een bijzondere betekenis: het was het speciale plekje van haar moeder. De naam ervan blijft echter in het ongewisse. Dus bedenkt Nancy er zelf één: ‘mom’s beach’.

The Shallows

Van paradijs naar hel
Het wonderschone en verscholen strand is een paradijselijk plaatje. Eenmaal aangekomen volgen vlotte montages van Nancy’s strakke lijf dat zich in een surfpak hijst en golven waaraan alleen een gedisciplineerde surfer zich kan wagen. Wanneer Nancy twee lokale surfers tegenkomt, geven ze haar goedbedoelde adviezen mee. Niet surfen als het donker wordt, want het tij keert snel. Waarop Nancy als gedreven surfer natuurlijk voorbereid is dankzij een hi-tech surfhorloge. Na wat flitsende beelden van de drie onder torenhoge golven gaan ze uiteen en besluit Nancy na een droogbeurt op het strand nog eenmaal het water in te gaan.

Het is zo’n zet waarvan je als kijker weet dat het niet handig is. Neem talloze horrorfilms waarin naïeve tieners het nachtelijk donker verkennen na het horen van een plots luid gekraak buiten. Lang duurt het niet voordat de dreiging toeslaat. In The Shallows is dat niet anders, want Nancy ziet zichzelf al snel geconfronteerd met een bloeddorstige witte haai. De spanning naar die eerste confrontatie is fraai opgebouwd en in beeld gebracht. Nancy weet zichzelf na een bloedstollende aanval in veiligheid te brengen, waarna een ware overlevingsstrijd volgt.

Tot het uiterste
Vanaf dat moment draait het om Nancy en de haai en doet de film denken aan ‘overlevingsvoorgangers’ als Cast Away en All Is Lost. Films waarin de hoofdpersonen psychisch en fysiek tot het uiterste gaan om te overleven. Zo ook Nancy, die na een fikse haaienbeet haar heil zoekt op een uitstekende rots en de wond moet zien te hechten. Het levert een nagelbijtende scène op, niet wetende dat oorringen ook een andere functie kunnen hebben. En ze vindt zowaar troost in een eenzame gestrande zeemeeuw, gewond aan een vleugel en haar gezelschap houdend. Ondertussen is de kust slechts op een paar honderd meter afstand van Nancy’s rots, met een immer aanwezige haai die er omheen cirkelt. Vastberaden om de kust te bereiken, volgen de acties en de confrontaties met de haai zich in rap tempo op.

The Shallows

Chick met ballen versus bloeddorst
Blake Lively (The Age of Adaline, Café Society) speelt vaak veilige, weinig opzienbarende rollen. In The Shallows zien we een andere Lively, want hier is ze een chick met ballen die uit al haar creativiteit en krachten put om het op te nemen tegen het grote, dodelijke witte monster. Dat het een blonde schone betreft wordt door de camera opzichtig in beeld gebracht, met name de shots wanneer ze zich klaarmaakt om te surfen. Hey, het oog wil ook wat!

En dan de haai: Lively’s tegenstander. Regisseur Jaume Collet-Serra, vooral bekend van horrors House of Wax en Orphan, lijkt het uiterste uit zijn haai – een digitale creatie – te willen halen. Is in de eerste kennismaking alleen de vin van het beest zichtbaar, dan zien we ‘m later in volle glorie met opengesperde bek uit het water springen. Er ontstaat zowaar een persoonlijke vete, waarbij de haai niets liever wil dan de blonde schone verslinden. Hoe slimmer zij ‘m af is, hoe bozer hij wordt. Het haalt een stukje geloofwaardigheid en realisme weg, waarop de film zich eerder met zijn ‘lonely survive’-thema nog zo beroept.

Overdaad boven suggestie en spanning
Een ander storend element in de film is het gebruik van digitale media en technologie. Appjes op de telefoon, aankondigingen van hoog- en laagtij en het inzetten van de timer worden apart in het beeld gemonteerd. De shots van het mooie landschap en de woeste overlevingsstrijd krijgen daardoor iets kunstmatigs. En roept de vraag op in hoeverre we tegenwoordig echt in staat zijn om te overleven. In het geval van The Shallows helpen de digitale hulpmiddelen, naast moed, creativiteit en vergezocht geluk, in ieder geval goed mee.
 

16 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Suburra

****

recensie Suburra

Riool aan het Romeinse strand

door Alfred Bos

Suburra is een eigentijdse thriller uit Italië, waarin politiek en misdaad in hetzelfde bed slapen. Regisseur Stefano Sollima (bekend van de tv-series Romanza Criminale en Gomorra) toont regen en neon, neo noir dus. Volgend jaar als tv-serie via Netflix, nu als film in de bioscoop.

Vroeger had je politieke thrillers en misdaadfilms waarin helden en schurken duidelijk van elkaar waren onderscheiden, net zoals beide genres van elkaar verschilden: politiek was politiek en misdaad was misdaad. Tegenwoordig is het verschil tussen gezag en geboefte vervaagd en heeft de misdaadthriller een politieke ondertoon, en vice versa.

Suburra

Een voorbeeld van de eigentijdse thriller waarin misdaad politiek is en politiek misdaad, is Suburra, de tweede speelfilm van de Italiaan Stefano Sollima. Hij is als regisseur van de internationaal gewaardeerde tv-series Romanzo Criminale en Gomorra gepokt en gemazeld in het genre en dat is aan Suburra af te zien. Net als La Isla Minima, de verrassende Spaanse zomerhit van vorig jaar, is het een met veel overmacht geregisseerde genrefilm die draait om de psychologie van het verderf. De filmtitel verwijst naar een wijk van het oude Rome waar senatoren en misdadigers elkaar troffen voor duistere zaken.

Las Vegas in Ostia
Suburra toont een röntgenfoto van het maatschappelijke systeem dat in het Italië van Berlusconi is ontstaan. De film verhaalt hoe in november 2011 in een week tijd de corrupte machinaties rond een groot bouwproject ontaarden in de dood van de voornaamste betrokken maffiosi en de val van de politicus die verantwoordelijk is voor het project, de constructie van een groot uitgaanscomplex aan de Romeinse kust. Dat moet van Ostia, het strand van Rome, het Las Vegas van Italië maken en de onderwereld is dronken van het vooruitzicht.

De verwevenheid van misdaad en politiek, en zelfs het Vaticaan, is niet nieuw voor het filmdoek, maar het aardige van Suburra is dat het laat zien hoe verdeeld de wereld in de schemerzone van de legaliteit is. Er zijn maar liefst vier partijen die een scheve schaats rijden.

Samurai (Claudio Amendola) is een schimmige figuur, een beroepscrimineel op leeftijd die achter de schermen het bouwproject controleert. Hij doet geheime zaken met Numero 8 (Alessandro Borghi), de criminele zoon van een van Samurais vroegere handlangers en eigenaar van een nachtclub in Ostia, die op hardhandige wijze grond en vastgoed opkoopt voor het bouwproject. Ze houden de lokale afperser, de zigeuner Anacleti (Adamo Dionisi), schielijk buiten de plannen. Die krijgt er echter lucht van wanneer zijn jongere broer wordt ingehuurd om een lijk te doen verdwijnen. Dat lijk is de partner van een luxehoer, haar pooier Sebastiano (Elio Germano) is de vierde criminele partij en de schakel tussen onder- en bovenwereld.

Suburra

Stortregens
Sollima liet in ACAB (All Cops Are Bastards), zijn debuutfilm over de mobiele eenheid van Milaan, al zien dat hij actie, misdaad en psychologie kan versnijden tot een krachtige cocktail en Suburra is nog een tandje ambitieuzer van opzet. Het complexe verhaal wordt klip en klaar verteld, de personages treffend neergezet zonder karikaturaal te worden – wat vooral in het geval van de zigeuner en diens huishouden geen sinecure is – en het geweld zonder enige opsmuk, bijna achteloos getoond.

Treffend is de positie van de politicus, Filippo Malgradi (Pierfrancesco Favino), die moeiteloos ambtenaren, bestuurders en zelfs de kerk kan corrumperen, maar moet vrezen voor een schandaal rond seks met een minderjarige. Tegenover die hypocrisie van de heersende klasse staat de oog-om-oog moraal van onderwereld én de wrekende engel. Op zijn Kurosawa’s stortregent het op de sleutelmomenten van dit fictieve drama en op de dag van de ondergang treedt de Tiber heel symbolisch uit zijn oever. In het echt viel op 12 november 2011 de regering van Berlusconi.

Al zijn er voornamelijk verliezers en geen duidelijke winnaars, de donkere moraal van Suburra biedt toch een sprankje hoop. Het zijn de krabbelaars, zij die overleven door te schipperen tussen wat goed en wat slecht is, die het slagveld, zij het geschonden, levend weten te verlaten. Toch nog gerechtigheid, van de bruut-poëtische soort. En goed om de uitstekende Franse wave-groep M83 op de soundtrack te horen.
 

16 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Neon Demon, The

****

recensie The Neon Demon

De zucht naar nep

door Alfred Bos

In een wereld waarin mensen zich gedragen – en worden behandeld – als objecten is de empathie verdwenen, maar vieren primaire emoties als lust en jaloezie hoogtij. De Deense regisseur Nicolas Winding Refn kent geen genade.

In de visie van de Britse schrijver J.G. Ballard, auteur van het boek waarop High-Rise is gebaseerd, leven we in een wereld waarin de gescripte werkelijkheid van de media de realiteit van atomen en natuurwetten, van toeval en de dood, heeft vervangen. De dagelijkse blootstelling aan virtuele versies van de echte wereld zorgt voor verwarring en vervreemding, een door media geïnduceerde psychose waarin de waan niet meer van de werkelijkheid wordt onderscheiden. Ons bewustzijn is gekaapt door reclame.

The Neon Demon

Aldus leven we zonder het te beseffen in twee werelden tegelijk, de fysieke wereld en die van onze gemanipuleerde verbeelding. In The Neon Demon neemt de Deense regisseur Nicolas Winding Refn, de man van Drive en Only God Forgives, die schizofrenie op de korrel met een overgestileerde, surrealistische en gitzwarte tragikomedie, gesitueerd in het modemilieu van Los Angeles.

Magisch denken
The Neon Demon is gegoten in een provocerende mengvorm van David Lynchs droomlogica en giallo, Italiaanse cult-horror uit de jaren zeventig. Qua toon en thematiek is de film verwant aan David Cronenbergs Maps to the Stars en Paul Verhoevens Showgirls, maar dan bevangen door de geest van Markies de Sade. Refn gaat necrofilie (seks met lijken) en kannibalisme niet uit de weg. Zijn methode: hij presenteert het figuurlijke als letterlijk. De waan is de werkelijkheid geworden, schoonheid een fetisj. Magisch denken met een chirurgiemes.

Jesse (een sterke rol van Elle Fanning) is kort na haar zestiende verjaardag als wees vanuit de provincie naar LA verkast om haar ongerepte schoonheid te exploiteren als model. Ze heeft geen enkel talent maar ze is mooi, zegt ze over zichzelf, terwijl ze slaapwandelt door een piranhapoel. Ze logeert in een ranzig woonblok in Pasadena, het Osdorp van LA, en we leren haar kennen via een fotoshoot waarin een lijk oogt als een pop, het is Jesse. Refn is vanaf de eerste seconde glashelder over haar lot en in de twee uur die volgen wordt de onschuld stap voor stap gecorrumpeerd, opgevreten door de waan.

Lippenstift
Ogen en spiegels zijn de meest prominente motieven van de surrealistische filmers en schilders van de twintigste eeuw (Buñuel, Cocteau, Dalí, Magritte) en Refn zet ze volop in. Hij voegt daar een fallisch schoonheidsattribuut aan toe, de lippenstift. In een huiveringwekkende scène kort na het begin van de film staat Jesse op het damestoilet van een bondagefeest, het blijkt een haaientank.

Ze is daar met Ruby (Jena Malone), een iets oudere visagiste die een oogje op haar heeft. Terwijl Ruby haar lippen stift verschijnen haar vriendinnen, Gigi (Bella Heathcote) en Sarah (Abbey Lee), verveelde modellen voor wie cosmetische chirurgie ‘gewoon goede verzorging’ is.

Het gesprek gaat over lippenstift: waarom hebben de verschillende kleurtinten altijd namen die verwijzen naar voedsel of seks? Jesse weet het niet, ze is – in de woorden van Ruby – een hert met grote ogen dat is bevroren in het licht. Wat ben jij, willen Gigi en Sarah van Jesse weten, voedsel of seks? Jesse is nog maagd. Drie keer raden hoe het afloopt.

The Neon Demon

Overstilering
Nu ons bewustzijn is gekoloniseerd door media, is alleen het onderbewustzijn nog van onszelf. Dromen zijn het product van dat onderbewustzijn en Refn laat Jesse in haar slaap een extreem onaangename verkrachting door haar botte huisbaas (Keanu Reeves) beleven. Die gebruikt een mes, Refns vierde motief, wederom fallisch. De droom waarschuwt haar voor de werkelijkheid, maar het voorval drijft haar in de armen van vrouwtjesroofdier Ruby. In Ruby’s domein verliest Jesse definitief haar naturel en is haar lot bezegeld. Het is geen toeval dat ze wordt belaagd met keukenmessen.

Refns portret van de zucht naar nep – en de gekmakende jaloezie op de niet-maakbare authenticiteit van het natuurlijke – is verbeeld via een overmatig gestileerd hyperrealisme waarin textuur en kleur domineren. Die overstilering is de neon duivel uit de titel: het is kunstmatig, het is zielloos en het verdoemt. Het laatste shot toont de zilte leegte van Death Valley.

The Neon Demon roept een breed scala aan emoties op, maar ‘feel good’ hoort daar niet bij. Je kunt de film walgelijk vinden, of briljant, zelfs geniaal. Dat is hij geen van beiden, het is een zedenpreek over verdorven deugd. Deze spiegel toont een zwart gat, de aars van de duivel. Lars von Trier zal aan het banket van de Deense Oscars een stoel moeten opschuiven.
 

10 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Purge: Election Year, The

***

recensie The Purge: Election Year

Bloedige strijd om presidentschap

door Wim Meijer

 

The Purge uit 2013 kostte 2,8 miljoen dollar, hetgeen een schijntje is in de filmindustrie. Vrijwel direct kreeg regisseur James DeMonaco een telefoontje van Universal om de tweede film te gaan maken. Niet vreemd, want The Purge leverde wereldwijd bijna negentig miljoen dollar op, gezien het budget een monsterbedrag. The Purge: Anarchy verscheen een jaar later en leverde 111 miljoen dollar op met een productiebudget van negen miljoen dollar. Dat vinden filmstudio’s leuk. Nu verschijnt het derde (en laatste?) deel van de franchise.

 The Purge: Election Year

Geld is echter niet de enige reden dat deze films gemaakt worden. DeMonaco werkt zijn genrefilms namelijk goed uit, vult ze subtiel en minder subtiel met eigen ideeën en tilt zo de B-film naar een hoger plan. Daarnaast spreekt het concept een groot publiek aan, zo bleek. De film draait om de Amerikaanse samenleving waarin eens per jaar een wetteloze nacht – Purge Night – plaatsvindt. Alles dat normaal per wet verboden is, is toegestaan. Het gevolg: totale chaos, een enorm bloedbad, een hoop gore, maar ook naakt, fascisme, extreem geweld en andere factoren die kenmerkend zijn voor het genre. Dit alles wordt grafisch verfilmd met vooral handheld camerawerk.

Moord om snoep
In The Purge nam Ethan Hawke het op tegen een stel moordlustige loonies, The Purge: Anarchy trok de horror naar een breder plan in de straten van Los Angeles en in dit deel verhoogt DeMonaco de inzet nog maar eens. Waar in vorige films mensen als senatoren immuun waren (toch geen volledige anarchie dus), is dit nu jaar niet meer het geval. Dat is slecht nieuws voor Senator Charlie Roan (Elizabeth Mitchell) die zich kandidaat heeft gesteld voor het presidentschap, met als speerpunt van haar verkiezingsprogramma het afschaffen van de purge. Aan Leo Barnes (Frank Grillo) de taak om de senator in leven te houden. Hij krijgt daarbij hulp van een groep zwarte vigilantes die gewonden verzorgen tijdens de purge en een Mexicaanse snoepverkoper.

The Purge: Election Year borduurt vooral voort op de bestaande franchise. Wederom verschijnt een lading gestoorde karakters ten tonele, zoals twee zwarte, schaars geklede dames die snoep stelen, worden gepakt en vervolgens besluiten de eigenaar van de snoepwinkel om te leggen. Het zijn dit soort gedachtekronkels waar menigeen van zal gruwelen en waar anderen zich aan verlekkeren.

 The Purge: Election Year

Politieke statements
Naast moordzuchtige maniakken, al dan niet religieus, verwerkt James DeMonaco andere elementen in zijn film. Schrikeffecten bijvoorbeeld – bijzonder effectief met al die mafkezen. Lachwekkend zijn de moordtoeristen, fascistische Scandinaviërs die speciaal voor deze nacht naar Amerika afreizen. Onder hen zit Earl Danzinger (Terry Serpico), een commando die met zijn eenheid de opdracht van Roach politieke tegenstanders krijgt om Amerika te zuiveren van het kwaad. Dat is mooie taal van politiek zwaargewicht dominee Edwidge Owens (Kyle Secor), waarmee hij niets meer bedoelt dan het vermoorden van senator Roach.

Met het derde deel in de Purge-franchise verwijst DeMonaco wederom veelvuldig naar de Amerikaanse samenleving. Racisme is daar aan de orde van de dag, tegenwoordig zelfs op het hoogste niveau. Dat het verkiezingstijd is, is ook geen toeval. DeMonaco schreef het script afgelopen jaar. Dat juist een groep zwarte mensen en een Mexicaan senator Roach beschermen tegen moordlustige invloeden is niet eens een hint meer te noemen, maar naast wat politieke statements is het vooral genieten van een geslaagde, cynische B-film.
 

3 juli 2016

 
MEER RECENSIES

Elle

*****

recensie Elle

Verknipte zielen

door Alfred Bos

Begeleid door een Hitchcock-achtige soundtrack van Anne Dudley daalt Paul Verhoeven af in de krochten van de mensenziel. Daar woeden primaire emoties en onbeheersbare wanen. Elle is wellicht zijn beste film.

Elle opent met een kaakslag, niet alleen figuurlijk. Zwart scherm, gesteun en brekend servies op de geluidsband. Eerste beeld: close-up van een zwarte kat. Die ziet wat de kijker vervolgens ook ziet, een brute verkrachting. Vrouw van middelbare leeftijd wordt in haar patriciërswoning belaagd door een gemaskerde man. Die verdwijnt na de daad weer even geruisloos als hij binnensloop.

Elle-nieuw

Paul Verhoeven zet zijn publiek direct recht in de cinemastoel. Hier worden geen slappe koekjes geserveerd, geen ulevellen rondgedeeld. Hier deelt het leven oorvegen uit. Zijn eerste film in tien jaar – een Franse productie – bevat alle elementen die we uit de Verhoeven-catalogus kennen en vervolgens nog iets meer: evenwicht. Alles in deze rijke, gelaagde, verontrustende en nimmer belerende of kokette film is in balans. Het is een evenwichtsoefening van pose en authenticiteit, van waan en werkelijkheid.

Lustobject?
Na het huiselijke geweld vervolgt Michèle Leblanc (een bloedsterke Isabelle Huppert) haar leven als directeur van een firma die gewelddadige games, inclusief virtuele verkrachtingen, produceert. Wel koopt ze een bus pepperspray en slaapt met een hamer op het kussen. Ze weigert slachtoffer te zijn en doet geen aangifte. Daar zijn redenen voor en die liggen in haar verleden, dat langzaam wordt onthuld. Michèle heeft een verknipte relatie met mannen –Simone de Beauvoirs De Tweede Sekse wordt terloops geciteerd – maar zo ongeveer iedereen in haar omgeving is in mindere of meerdere mate verknipt.

Sympathiek is deze protagonist niet, wel eindeloos fascinerend. Wat drijft Michèle? Is ze het lustobject van een stille (en gewelddadige) aanbidder, slachtoffer van een haatcampagne of is ze de masochistische wreker die haar prooi tergend langzaam maar trefzeker naar het schavot verleidt? Is ze een psychopaat of een sterke vrouw? De mens is een zwarte doos, zelfs van personen die je intiem kent weet je nauwelijks wat er in rondgaat. Elle zou een verfilming van Dostojevsky kunnen zijn, het zwarte wereldbeeld verluchtigd met Verhoeviaanse galgenhumor. Die overigens niet alleen op mensen, maar ook op de Lieve Heer is gericht.

Elle

Geen lekkertjes
De mannen die rond Michèle cirkelen zijn niet de fraaiste exemplaren van de soort, perverse loeders dan wel hypocriete vreemdgangers. Of ze zijn afwezig. Wie niet wordt gedreven door lust, leeft met de waan van liefde, zoals Michèles zoon Vincent (Jonas Bloquet), die evident wordt bedrogen door zijn bazige vriendin, en haar muizige overbuurvrouw Rebecca (Virginie Efira), die meer oog heeft voor haar antieke heiligenbeelden dan voor haar echtgenoot Patrick (Laurent Lafitte). De vrouwen zijn trouwens ook geen lekkertjes, alleen Michèles jeugdvriendin en collega Anna (Anne Consigny) is recht door zee. Maar juist die bedriegt ze.

Elle is geen thriller à la Basic Instinct noch een psychologische schets van een getroebleerde ziel in de sfeer van Polanski’s Repulsion. Het is psychodrama op zijn Verhoevens, een zwarte komedie dus, genadeloos in zijn analyse van de menselijke natuur, rauw in zijn humor en kritisch over de moraliteit van een wereld die geweld beschouwt als koopwaar, maar uiteindelijk voortreffelijk in balans, want met compassie. Wanneer je je afvraagt hoe de regisseur deze kluwen van perversie in hemelsnaam tot een acceptabele conclusie weet te breien, betoont hij zich geen cynicus maar een humanist: aan iedereen zit een steekje los. Het is de vraag of er dit jaar een betere film zal verschijnen.

 

31 mei 2016

 

MEER RECENSIES

Wave, The

**

recensie  The Wave

The Towering Inferno in een Noorse fjord

door Bob van der Sterre

Noorwegen is dat mooie, sprookjesachtige land. Maar dat kan verraderlijk zijn. Op een dag heeft natuur andere plannen: een landverschuiving brengt een tsunami op gang. Rennen voor je leven in Bølgen / The Wave.

Een scenarioschrijver. Je beseft pas weer wat het belang is van zo’n functie als je een film ziet die niets origineels te bieden heeft. De rampenfilm The Wave houdt zich voortreffelijk aan alle eerder bedachte opzetjes hoe een rampenfilm moet worden gemaakt, letterlijk een schoolvoorbeeld.

Het is alsof je aan Google vraagt: hoe maak ik een rampenfilm? En dit is dan het eerste beste antwoord dat je vindt.

The Wave

Clichés overvallen je meteen. Een geoloog, Kristian. Zijn laatste dag (uiteraard), hij gaat verhuizen. Hij neemt afscheid van zijn werk. Maar er zijn rare signalen met het grondwater. Merkwaardig. Hij staat klaar om de pont op de rijden maar keert op het laatste moment om en gaat onderzoek doen.

Kristian heeft twee kinderen (jong meisje, skateboardende puber) en een vrouw die vindt dat hij zich niet meer zo moet opwinden. Het is zijn werk toch niet meer?

Ramp
De clichételler staat dan al op 79. Maar er komt meer. Hij doet onderzoek bij een berg in de Geirangerfjord. Sommige kabels zijn gebroken. Op kantoor schreeuwt hij dat een ramp staat plaats te vinden. Hij slaat letterlijk met de vuist op tafel. Helpt het? Uiteraard niet. De baas wil de alarmknop echt niet indrukken, het is immers nog toeristenseizoen.

Later gaat de ongelovige baas zelf een keer kijken. Je kunt wel raden wat er op dat moment gebeurt.

Vanaf hier gaat de scenarioschrijver volledig op de automatische piloot; je kunt rustig concluderen dat The Wave helemaal 0% origineels te bieden heeft in het rampengenre. De landverschuiving vindt plaats, creëert een tsunami, laat een familie vervolgens survivallen in het water, zoon, moeder, dochter, ze doen allemaal mee, hier en daar een paar offers van onbelangrijke bijrollen (‘vrienden’), allemaal zo voorspelbaar als dat morgenochtend de klok weer naar rechts zal lopen.

Een paar van de clichés: brommend geluid van de dreigend aankomende golf; mensen staren ongelovig in plaats van hard weg te rennen; slow motion door het water drijven, wisselend geluid en stilte; plassen water door de gangen van een gebouw; kindje kwijtraken, plots terugvinden; verdrinken, water spugen en je bent er weer; kindje ziet ouders en trekt een spurt; moeder die gilt omdat zoon/man/anyone dreigt te verdrinken.

The Wave

Nachtmerrie
Het is The Towering Inferno maar dan in een Noorse fjord. En dat is dan het enige pluspunt: het is een mooie rampplek. Het CGI-team heeft de nachtmerrie van velen mooi uitgebeeld: een tsunami tussen de fjorden waar je zo hard mogelijk vandaan moet rennen. Watergolven die door een hotel sjezen. Leuk bedacht. Bijna jammer van de film die eromheen zit.

Over The Wave nadenken zou tijd verspillen zijn. Ja, die ramp in Geiranger kan echt plaatsvinden. Ja, om dat te weten kunnen we ook een documentaire kijken of een boek openslaan. Dat die ramp rampzalig zal zijn, daarvoor hoeven we ook geen speelfilm te kijken (trouwens, Istanbul kampt met hetzelfde gevaar, en Tokio, en San Francisco, je kunt er een hele serie van maken, The Wave II, The Wave III, de volgende Hollywood-franchise staat al klaar).

Beter om zelf een wandeling door de fjorden maken! Maar wat je moet doen als je die golf dan ziet aankomen? Wel of niet in die auto duiken, de film lijkt het zelf ook niet te weten.

 

18 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Remember

***

recensie  Remember

Nooit te oud om te leren

door Cor Oliemeulen

Sommige acteurs lijken nog beter te acteren naarmate ze ouder worden. Christopher Plummer kruipt in de huid van een dementerende man die na de dood van zijn vrouw wil afrekenen met een kampbeul van Auschwitz.

Wraakfilms trekken meestal een trouwe horde liefhebbers, want het is gemakkelijk je te identificeren met iemand die de verantwoordelijke(n) wil straffen nadat hem of haar groot onrecht of verdriet is aangedaan. Een dergelijke actie-reactie krijgt een extra dimensie als het een ouder personage betreft, zoals Michael Caine die in Harry Brown (2009) de dood van zijn beste vriend vergeldt met onvermijdelijk grof geweld en (gelukkig) niet in de kraag wordt gevat. Als dan ook nog de Holocaust een rol gaat spelen en de wreker een aandoenlijke, beverige en vergeetachtige hoogbejaarde is, lijkt bij voorbaat elke represaille gerechtvaardigd.

Remember

Geheugen opfrissen
Atom Egoyan (The Sweet Hereafter, 1997) werd aangewezen als regisseur van Remember, het navrante wraakverhaal van de negentigjarige Auschwitz-overlevende Zev (Christopher Plummer). Er is één aanzienlijk probleem: Zev lijdt aan dementie en heeft een abominabel geheugen. Telkens als hij wakker wordt, roept hij zijn vrouw Ruth en moet iemand hem uitleggen dat zij onlangs is overleden.

Zijn vriend Max (Martin Landau, Oscar beste mannelijke bijrol Ed Wood, 1994) herinnert hem er aan dat Zev op Ruths sterfdag heeft gezworen wraak te nemen op de nazikampbeul die zeventig jaar geleden zijn familie heeft vermoord en nu onder een andere naam in Amerika leeft. Met een gedetailleerde instructiebrief van Max en een som geld verlaat Dev stiekem het verzorgingshuis en neemt hij de trein naar Cleveland. Op de ene arm het getatoeëerde nummer van Auschwitz, op de andere arm een tekst zodat hij niet vergeet om steeds weer het doel van zijn missie te lezen.

Oudjes
Debuterend scenarist Benjamin August schreef zijn originele script met Christopher Plummer in het achterhoofd. Deze gevierde acteur van het toneel en televisiescherm (veel bekroonde Shakespeare-rollen) speelde in meer dan honderd speelfilms (o.a. The Sound of Music, The Man Who Would Be King) en wist uiteindelijk in 2010 zijn eerste Oscar te verzilveren voor zijn bijrol in Beginners als een man die uit de kast komt nadat zijn vrouw is overleden. Ook Atom Egoyan was in zijn nopjes toen hij hoorde dat de producers van Remember Plummer hadden weten te strikken. Ze kenden elkaar nog van Ararat (2002), een drama over de Turkse genocide in Armenië.

Remember

Het zijn de oudjes in Remember die de schrale regie van Egoyan verbloemen. Zev’s confrontaties met twee potentiële kampbeulen (Bruno Ganz: Der Untergang en Jürgen Prochnow: Das Boot) zorgen voor enige verdieping en emotionele betrokkenheid die de regisseur ook in zijn recente Devil’s Knot verzuimde te bewerkstelligen. Het scenario is weliswaar intelligent met een logische en voorspelbare opbouw, fraaie spanningsboog halfweg en een briljante finale. Maar door het gebrek aan karakteriële diepgang en psychologisch drama lijkt de film teveel op een gemiddelde tv-thriller.

Christopher Plummer zet zijn personage van hoogbejaarde wreker zeer geloofwaardig neer: enigszins gammel, maar zeer vastbesloten. Het is opmerkelijk en ontzagwekkend tegelijk dat hij pas in de late herfst van zijn onuitputtelijke filmcarrière met Remember zijn eerste echte hoofdrol wist te bemachtigen.

 

17 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Midnight Special

****

recensie  Midnight Special 

De messias als zevenjarig jongetje

door Alfred Bos

In zijn vierde film ronselt regisseur Jeff Nichols een batterij gekende acteurs in hoofd- en bijrollen voor een psychologisch portret van het hedendaagse Amerika, vermomd als mysterieuze actiethriller.

Jeff Nichols is wellicht de interessantste regisseur die er de afgelopen tien jaar in Amerika is opgestaan. Als je een luie denker bent, zou je hem de nieuwe Terrence Malick kunnen noemen. Maar dat doen we niet, want Nichols is zijn eigen man. Een auteur met een persoonlijke stem die zijn eigen scripts schrijft en met een vast team van acteurs werkt, zoals Kurosawa en Fellini dat deden.

Midnight Special

Nichols’ films hadden alleen nu, in de eenentwintigste eeuw, gemaakt kunnen worden. Ze handelen over onzekerheid en paranoia, en het vastklampen aan een irrationele overtuiging omdat er verder niets is om in te geloven. Het is het Amerika van na 11 september, een onttoverde wereld waarin de mens zich staande moeten houden. Dat doet hij met magisch denken.

Vervreemding
Net als zijn drie voorgaande films speelt Midnight Special zich af in een onbestemd landschap, een niemandsland zonder identiteit of geschiedenis. Roy (vaste Nichols-acteur Michael Shannon) en Lucas (een onderkoelde en sterke Joel Edgerton) racen in een verduisterde auto van motel naar motel, aan de haal voor autoriteiten – naast FBI ook NSA – en wraakzuchtige leden van een onbestemde sekte. Op de achterbank zit Alton, de zevenjarige zoon van Roy en het object van verering van voornoemde sekte. Ze zijn op weg naar zijn moeder, gespeeld door Kirsten Dunst in een rol die herinnert aan haar personage in de tv-serie Fargo.

Alton is geen gewoon jongetje. Hij heeft de gaven van een superheld, kan met zijn geest de kosmos dirigeren, zoals enkele spectaculaire scènes illustreren. Omdat Nichols de achtergrond van het verhaal stukje bij beetje onthult via spaarzame dialoog, blijft de kijker lang onzeker over de betekenis van de handeling en bedoelingen van de diverse partijen. Niet alleen het landschap is vervreemdend, dat is het gedrag van de mensen ook. De elektronische soundtrack versterkt de onbestemde sfeer.

Midnight Special

Oeuvre in aanbouw
Midnight Special is evenwel geen puzzelfilm (zoals het gemaniëreerde Gone Girl) noch een superheldenepos uit de stal van Marvel of DC, maar gebruikt die tropen om de psychische Gestalt van het huidige Amerika te verbeelden. Alton is uitzonderlijk begaafd: “I think you’re a weapon”, zegt Sevier (Adam Driver), de man van de NSA. Het leger, met opmerkelijk veel Afro-Amerikanen, benadert iedereen als schietlustige terrorist en ook de sekte, geleid door een wereldmoede dominee (Sam Shepard), leeft in zijn eigen waanwereld. In Midnight Special is het leven een begoocheling geworden.

Sciencefiction dus, maar dan van de onderkoelde, op psychologie leunende soort, vergelijkbaar met het recente The Wakhan Front uit Frankrijk. Je zou er ook verwijzingen in kunnen zien naar George Lucas’ THX 1138 en (vooral) Spielbergs Close Encounters of the Third Kind. Maar Nichols is zijn eigen man en Midnight Special past naadloos in een oeuvre in aanbouw. Het heeft de paranoia en claustrofobie van zijn debuutfilm Shotgun Stories, de poëzie van Take Shelter en de buiten de beschaving opererende levenswil van Mud.

Zou het toeval zijn dat de film zijn kosmische climax bereikt in het Texaanse zoutmoeras langs de Golf van Mexico, dezelfde ecotoop waarin de Amerikaanse SF-auteur Jeff Vandermeer zijn Southern Reach-trilogie heeft gesitueerd? Het oord is een overgangsgebied tussen zee en land, zout en zoet, aarde en hemel, fysica en metafysica, de gradiënt waar het wonder zich voltrekt. Maar dan in omgekeerde vorm, want de goden hebben ons verlaten.

 

10 mei 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Eye in the Sky

****

recensie  Eye in the Sky

De politiek gevoelige drone

door Wim Meijer

Eye in the Sky toont zowel het politieke als militaire aspect van drone-aanvallen en doet dat veelal goed. Van piloot tot president, iedereen passeert de revue en doet z’n plasje over de operatie, om het eens met managementtermen te zeggen. Want management is wel het sleutelwoord in dezen.

De missie: de nummer twee, vier en vijf van de meest gezochte terroristen van Oost-Afrika gevangen nemen. Ze bevinden zich allemaal in hetzelfde complex, ergens in Kenia. De situatie loopt echter al snel uit de hand, waardoor het leger dodelijk geweld in de vorm van Hellfire-raketten wil gebruiken.

Eye in the Sky

Besluitvorming
Een nieuwe missie kent ook nieuwe autorisatie en de vraag naar legitimiteit. Onschuldige Keniaanse burgers slijten hun handelswaar en omringen het complex van de terroristen. Een Hellfire eist wellicht ook burgerslachtoffers, naast een hoop negatieve publiciteit. Daarnaast is Kenia geen oorlogsgebied, althans niet voor Engeland en Amerika, en een drone-aanval ligt politiek zeer gevoelig. Wanneer ook nog eens een klein meisje broden verkoopt op straat en een inslag van een Hellfire-raket vermoedelijk niet zal overleven, lopen de gemoederen hoog op.

Door slim gebruik te maken van verschillende locaties creëert regisseur Gavin Hood overzicht. Piloot Steve Watts (Aaron Paul) zit in een container in Vegas, zijn meerdere in een barak iets verderop, de kolonel Catherine Powell (Helen Mirren) in een ondergronds hoofdkwartier in Londen, generaal Frank Benson (Alan Rickman) in een conferencehal en de Keniaanse troepen ter plekke bezetten een gebouw, rijden in een busje of verkopen spullen op straat. Meteen herken je als kijker wie de volgende schakel in de besluitvorming is. Een knappe prestatie met de hoeveelheid aanwezige personages.

Politiek spel
Het politieke spel en de spanning zijn bijzonder effectief verfilmd. Pas als een meisje haar broden heeft verkocht zal ze de plek des onheils verlaten en langzaam raakt ze door haar voorraad heen. Spanning gegarandeerd. Hier tegenover staan banale situaties: de minister van BuZa die met Chinezen pingpongt en het hele voorval afdoet als een formaliteit op het moment dat hij gebeld wordt. Natuurlijk wil hij een raket door dat dak jagen, hij kijkt immers niet op de monitoren.

Eye in the Sky is bij tijden bijzonder luchtig en ja, de komische scènes doorbreken de spanning op effectieve wijze, maar schieten hun doel ook voorbij. Lachsalvo’s om scènes als pingpongende ministers zijn toch misplaatst in een film als deze. Wanneer kolonel Powell vervolgens op een volstrekt belachelijke manier haar luitenant onder druk zet om een herberekening van de collateral damage door te voeren, komt dat de geloofwaardigheid niet ten goede. Toch zijn dit details in een verder sterke film.

Eye in the Sky

De actuele dilemma’s in Eye in the Sky zijn al eens getackeld door Good Kill, maar dan op kleine schaal. Het gaat steeds om de afweging tussen onschuldige mensenlevens versus het uitschakelen van een gevaarlijke terrorist. Good Kill beleeft de kijker door de ogen van de dronepiloot, gespeeld door Ethan Hawke, en diens persoonlijke situatie. De film geeft de impact van dit soort missies op individueel niveau mooi weer.

Eye in the Sky vergroot de scope en brengt op fraaie wijze alle lagen van de besluitvorming in beeld. Dat daarbij ook de politiek wordt meegenomen geeft de film de nodige relevantie, gezien het feit dat ook de Nederlandse luchtmacht onlangs heeft besloten drones te kopen. Je vraagt je af hoe Nederland straks omgaat met dit soort situaties, wanneer ze ook de wapens voor de drones bestelt.

Alan Rickman
Helen Mirren geeft een daverende performance als de doortastende kolonel Powell. Haar toenemende frustratie is knap gespeeld wanneer de terroristen dreigen te ontkomen. Alan Rickman vertolkt zijn laatste rol – hij overleed in januari aan pancreaskanker. Onverwacht voor velen, want Rickman had vrijwel niemand op de hoogte gesteld van zijn ziekte. De Britse gigant, zowel in toneel als cinema, zal bij het jongere publiek vooral bekend zijn als Severus Snape in Harry Potter, maar schitterde al decennia voordat hij drankjes mixte.

Zijn laatste rol – Rickman verleent alleen nog zijn iconische stem aan de nieuwe Alice in Wonderland – speelt hij met verve en samen met Helen Mirren voert hij de spanning tot ongekende hoogte op. Eye in the Sky is mede dankzij een ijzersterke cast enorm spannend tot aan de daverende finale toe.

 

8 mei 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Bigger Splash, A

****
recensie A Bigger Splash
Opera met stomme zangeres

door Alfred Bos

De Italiaanse regisseur Luca Guadagnino is geschoold in de klassieke (niet alleen Italiaanse) cinema. Met de verteltechniek van toen maakt hij zinderende actualiteit. In zijn relatiethriller A Bigger Splash schittert een kwartet gekende acteurs.

Luca Guadagnino viel in 2009 internationaal op met zijn familiedrama Io sono l’amore (Ik ben liefde), met Tilda Swinton in de rol van verwaarloosde societydame. Broeierigheid is zijn signatuur, de hartstocht – met name van de vrouw – zijn onderwerp. Het is cinema zoals de klassieke regisseur die maakten, van Hitchcock tot Bertolucci, en het rolt zo makkelijk van het filmdoek je hersenpan binnen dat je het vakmanschap niet ziet. De maker verdwijnt achter zijn film en dat is tegenwoordig eerder uitzondering dan regel. Zo kunstzinnig als Guadagnino’s films zijn, gekunsteld zijn ze niet.

A Bigger Splash

A Bigger Splash, de vierde speelfilm van de documentairemaker, kortfilmer en operaregisseur, speelt op het eilandje Pantelleria, zo’n honderd kilometer ten zuidwesten van Guadagnino’s geboorteplek Sicilië. Een androgyne rockster, Marianne Lane (Tilda Swinton), komt in een afgelegen villa bij van een stembandoperatie. Haar jongere minnaar, de ex-alcoholist Paul de Smedt (Matthias Schoenaerts), is een filmmaker die ze kent via haar voormalige geliefde, muziekproducer Harry Hawkes (Ralph Fiennes). Die duikt plotseling in de villa op, vergezeld van zijn 22-jarige dochter Penelope Lanier (Dakota Johnson). Het is op slag gedaan met de rust.

Hormonenbom
Niet alleen is Harry een neurotische druktemaker van jewelste, hij heeft een verborgen agenda. Zijn dochter kent hij nauwelijks, want ze is niet door hem opgevoed. Penelope is een wandelende hormonenbom en lonkt naar Paul. Die ziet met enige argwaan hoe Harry steeds persoonlijker wordt met Marianne, diens ex die hij aan Paul heeft overgedaan toen de bruis was vervlogen. Marianne op haar beurt moet zwijgen en houdt Harry aanvankelijk op armlengte. Dat kan niet goed blijven gaan en dat doet het ook niet. Eén van de vier komt niet meer van het eiland af.

A Bigger Splash is een remake van Jacques Deray’s suggestieve maar fletse cultfilm La Piscine (Het Zwembad) uit 1969, met Alain Delon, Romy Schneider en een jonge Jane Birkin in haar tweede grote film. De personages, setting en intrige zijn identiek. Maar er is een belangrijk verschil, deze film knettert wél. Guadagnino heeft een paar subtiele aanpassingen die de verhoudingen van het origineel omkeren en het drama uitdiepen.

A Bigger Splash

Rolling Stones
Het belangrijkste verschil tussen 1969 en nu zijn de veranderde man-vrouwverhoudingen. De Penelope van Guadagnino is een quasi-naïeve vamp, geen passieve prooi. Paul is geen verveelde playboy, maar een betrokken minnaar. Ook de locatie, met zijn immigranten, is elegant in de plot geschreven: de lokale diender van dienst is een bewonderaar van de zangeres. En dat Marianne, met haar besneden stembanden, zich nauwelijks kan uitspreken is een gouden vondst. Het maakt de witte olifant in de villa alleen maar witter.

De Harry van Ralph Fiennes is een hartelijke, energieke maar diep getroebleerde man die ooit het album Voodoo Lounge van The Rolling Stones heeft geproduceerd (in werkelijkheid was dat Don Was). Hij doet een kostelijke Mick Jagger op Emotional Rescue – het thema van de film – maar blijkt, om in de groepsdynamiek van de Britse rockers te blijven, de Brian Jones van het stel. De bubbel van de luxe villa heeft nood aan een ventiel.

Aan A Bigger Splash valt veel te genieten. Gelaagde personages, afwendbaar noodlot met geraffineerd opgezette twist, schitterende locaties en, bovenal, sterke acteerprestaties. Schoenaerts weet tederheid in zijn stoere minnaar leggen; Fiennes pelt laag voor laag de tragiek van Harry bloot; Dakota Johnson is de heks in Assepoester-vermomming die moet opereren in de schaduw van diva Swinton, in haar derde film met Guadagnino. Die werkt nu aan een remake van Dario Argento’s giallo-klassieker Suspiria, opnieuw met Johnson en Swinton. En goed om Captain Beefheart op de soundtrack te horen.

 

5 april 2016

 

INTERVIEW MET REGISSEUR LUCA GUADAGNINO

 

MEER RECENSIES