Room

***

recensie  Room

Moeder en zoon versus De Wereld

door Ashar Medina

Brie Larson en nieuwkomer Jacob Tremblay schitteren als moeder en zoon die jarenlang gevangen worden gehouden door een psychopaat die ze behandelt als zijn huisdieren. Drama, suspense en een heel klein beetje actie kunnen echter niet verhullen dat de makers bleven hinken op twee gedachten.

Room is als film moeilijk te recenseren zonder teveel weg te geven. Het zijn eigenlijk twee verhalen in een. De eerste helft laat zien hoe Joy (Larson) het leven voor haar 5-jarige zoontje Jack zo normaal mogelijk probeert te maken. Ze zitten al jarenlang vast in een kleine schuilkelder, waar ze elke avond bezoek krijgen van hun cipier, Old Nick. Jack is zelfs geboren in de ‘room’, en weet niet beter dan dat dit de wereld is. Dat is ook gelijk het meest aangrijpende aan het verhaal dat wordt verteld via zijn voice-over.

Room

Jacks naïeve, onschuldige kinderstem staat in schril contrast met de onmenselijke omstandigheden waarin hij en zijn moeder verkeren. Zijn enthousiaste verwondering over een eenzaam eikenblad dat neerdwarrelt op het dakraam (hun enige uitzicht op de buitenwereld) is vertederend en hartverscheurend tegelijk. De gedachte dat dit lieve jongetje misschien wel zijn hele leven zal doorbrengen in deze gevangenis is onmenselijk en drijft Joy tot drastische maatregelen.

Het is ook de motor van de film, waar regisseur Lenny Abrahamson (Frank, 2014) dankbaar gebruik van maakt – een gecontroleerde cameravoering en een strakke montage geven ons het gevoel dat we in goede handen zijn. Ongeveer een uur lang is Room daardoor een subtiele dramatische thriller, met twee innemende protagonisten en een oprecht enge vijand die elk weldenkend mens angst zal inboezemen.

Eindelijk thuis?
De tweede helft is echter een ander verhaal. Letterlijk en figuurlijk. Wie verrast wil worden kan deze recensie beter wegleggen, hierna volgt een (semi-)spoiler. Halverwege de film verandert namelijk alles. Joy en Jack weten ternauwernood te ontsnappen aan hun folteraar en keren terug naar de ‘echte wereld’. Althans, voor Joy is het een terugkeer, voor Jack is het een angstige kennismaking met alles wat hem tot nu toe is onthouden. Hij leert zijn familie kennen en ziet voor het eerst auto’s, huizen en echte dieren, in tegenstelling tot de getekende versies uit zijn kleurboeken.

Het is interessant om te zien hoe de kleuter daarmee omgaat. Hij is in wezen een soort Mowgli, het wolvenkind uit The Jungle Book dat opgroeide in de wildernis en niet kon aarden in de maatschappij. In hun gevangenis was Jack heer en meester; hij kende elk hoekje van de ruimte als zijn binnenzak en kreeg alles gedaan van zijn moeder, die hem natuurlijk vertroetelde om zijn leven makkelijker te maken. De ‘room’ was veilig, en hij heeft er dan ook geen slechte herinneringen aan.

Joy is aanvankelijk dolblij verlost te zijn van de hel die ze zo lang haar thuis moest noemen. Ze stort zich op haar oude leven, maar merkt al gauw dat dat niet meer bestaat. Haar vriendinnen zijn inmiddels getrouwd of hebben succesvolle carrières en dachten dat zij dood was. Hetzelfde geldt voor een deel van haar familie, die ook niet meer hetzelfde is. De wereld is zonder haar doorgegaan en dat doet pijn.

Room

Beklemmende vrijheid
Room verandert dus in een soort coming of age-drama, toegespitst op de ‘revalidatieperiode’ van moeder en zoon. Joy’s posttraumatische stress drijft een wig tussen haar en Jack, die zichzelf totaal geen houding weet te geven. Zijn enige steunpilaar valt zo weg en het is fascinerend om te zien hoe de twee eerst elkaars enige steun en toeverlaat waren, maar nu de meest levendige herinneringen vormen van hun lijdensweg. Zo zien en voelen we dat vrijheid soms gek genoeg heel beklemmend kan zijn.

Room is een bewerking van een bestseller en het is te merken dat de makers moeite hadden met kiezen. Waar leg je de nadruk? Bij het leven in de schuilkelder en de spannende ontsnappingspogingen, of bij de terugkeer naar de echte wereld en de problemen die dat teweegbrengt. Uiteindelijk is er dus geen keuze gemaakt, mede omdat beide delen gewoon heel goed drama bieden en boeiend zijn om naar te kijken. Daardoor voelt de film wel wat onevenwichtig. Na de ontsnapping valt een groot deel van de spanning weg en wordt deze vervangen door een psychologisch portret van twee zwaar gehavende mensen die moeten leren leven met elkaar, wanneer ze niet meer het enige zijn wat ze hebben. Prachtig verteld, maar misschien iets teveel van het goede.

 

1 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

D’Ardennen

****

recensie  D’Ardennen

Hoedt u voor de hond

door Alfred Bos

Deze opvallend sterke debuutfilm uit Vlaanderen, op het snijvlak van sociaal drama en thriller, doet niet aan het romantiseren van misdaad. Rond de kerstdagen loopt een broedertwist volledig van de rails.

D’Ardennen is een moderne variant op het aloude Bijbelverhaal over Kaïn en Abel. Twee broers, verbonden door bloed, maar zo verschillend. Kenny (Kevin Janssens) is een kort lontje dat zich snel te kort voelt gedaan, geweld volgt hem als een schaduw. Dave (Jeroen Perceval) is even gevoelig, maar meer introvert. Tussen hen staat een vrouw. Sylvie (sterke rol van Veerle Baetens) was de vriendin van Kenny, maar als die uit het gevang komt scharrelt ze inmiddels met Dave. De geliefden proberen hun relatie voor Kenny geheim te houden. Dat alles in volks dialect, ondertiteld voor de niet-Antwerpenaars.

D'Ardennen

D’Ardennen is de eerste speelfilm van Robin Pront, een nog geen dertigjarige regisseur uit Antwerpen die eerder twee kortfilms maakte. In beide figureert acteur Jeroen Perceval, verantwoordelijk voor het draaiboek. Perceval, zoon van acteur/regisseur Luk Perceval, is een multitalent, met de acts Kramer en Eigen Makelij ook actief in de Vlaamstalige hiphop scene van Antwerpen. Hij schreef D’Ardennen als theaterstuk voor het Antwerpse gezelschap Het Toneelhuis en bewerkte het met de regisseur tot filmscript.

Verkeerde keuzes
Wat opvalt aan film en scenario is de precisie van psychologie en plot. Het verhaal draait rond een lijk dat Kenny wil wegwerken via zijn vroegere celmaat Stef (Jan Bijvoet), die een autosloperij ergens in de ruigte van de Ardennen bestiert. Dave moet zijn broer helpen, want bloed verplicht. Wat volgt is een afdaling in de hel. De ontknoping wordt fijntjes en met aandacht voor detail opgezet en komt als een volstrekte verrassing. Het is ook een onontkoombaar noodlot, het gevolg van een reeks verkeerde keuzes.

Scenarist Perceval omschrijft zijn existentiële vertelling, geschreven in reactie op een verbroken relatie, als ‘een emotioneel verhaal over mensen die niet met emoties kunnen omgaan’. De bullebak Kenny is in emotioneel opzicht een kleuter, impulsief en jaloers, een psychopaat. Wellicht zo geworden omdat moeder liefde en straf niet uit elkaar kan houden. In een sterke scène, wanneer moeder, zonen en vriendin, op kerstavond in de keuken aan de frieten zitten komt de cocktail van familieband, wantrouwen en emotioneel verraad vervaarlijk dicht tot het kookpunt. Het sterke is: de klap komt niet. Iedereen houdt zijn muil, ook de hond.

D'Ardennen

Argeloze viervoeter
En dat had Daisy, de chihuahua van Sylvie, beter niet kunnen doen. D’Ardennen is de film van de argeloze viervoeter, ’s mans (en vrouws) beste vriend, die onbedoeld alle snode plannen omver kegelt, wat ook in je nadeel kan uitpakken, zoals Kenny zal ontdekken. En het zijn niet alleen honden die een sleutelrol vervullen in de lotsbestemming van Kenny en Dave, ook het gevogelte heeft zijn plek in D’Ardennen. Kenny gebruikt de kraanvogel als metafoor om Dave de liefde tussen man en vrouw te schetsen en dan zijn er nog—hier zwijgen we devoot, om een van de meest originele plotwendingen uit de filmhistorie niet te verklappen.

Op een paar mindere regiemomenten na klopt alles aan D’Ardennen. Hoewel sterk qua karaktertekening en intrige wordt het verhaal vooral verteld via de beelden, subtiel door middel van spiegels of vensters, en virtuoos in lange takes. Het raakt aan genrefilms, maar is verre van generiek. Het is een Shakespeareaans noodlotsdrama over tokkies, eigen van toon en uitwerking. Dit Antwerpse meesterstukje is in bijna alles het tegendeel van zijn Brusselse tegenhanger Black, dat bulkt van clichés en valse romantiek. Na Rundskop is er uit België geen betere debuutfilm gekomen.

2 februari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Criminal Activities

**

recensie  Criminal Activities

Smakeloze smoothie

door Cor Oliemeulen

De schrijver van Criminal Activities schijnt al in 1977 te zijn overleden, maar desondanks lijkt dit misdaaddrama op een mislukt afgietsel van Reservoir Dogs. Rara, hoe zit dat?

Ook Pulp Fiction (1994) is al een hele tijd geleden, maar elke keer als John Travolta sindsdien op het affiche verschijnt, ben je benieuwd welk personage hij zal vertolken en hoop je tegen beter weten in op een nieuwe comeback. In Criminal Activities van bijrolacteur Jackie Earle Haley zien we voormalig discodanser Travolta voor de zoveelste keer een gangster spelen: Vincent heet nu Eddie en ditmaal moeten geen Kahuna-burger en Franse frietjes met ketchup, maar een smoothie van gedehydreerd cactuspoeder en een monoloog over de ‘zeven wetten van de economie’ zijn excentriciteit onderstrepen. Het vettige haarstukje en plastisch opgesmukte gezicht nemen we op de koop toe.

Criminal Activities

Kidnap
Met twee lijfwachten annex huurmoordenaars (regisseur Haley zelf speelt de meest spraakzame) in zijn kielzog zet hij vier vrienden voor het blok. Het kwartet heeft gespeculeerd met aandelen en het geleende geld blijkt nu afkomstig van Eddie. Hun schuld kan worden afgelost als ze een crimineel ontvoeren en hem een etmaal vasthouden, zodat Eddie zijn dubbele agenda kan afwerken. Na de nodige aarzelingen – de jongens hebben geen ervaring met geweldplegingen en hoesten nota bene na het inhaleren van een joint – stemmen ze toe.

De kidnapping verloopt allesbehalve soepel en tijdens het volgende etmaal nemen de spanningen uiteraard toe. Zo worstelt de een met een overspelige vriendin en een ander met traumatische jeugdervaringen waarvoor weer een andere vriend verantwoordelijk is, terwijl de derde hongerklop krijgt en de vierde zich door de ontvoerde crimineel laat manipuleren. Later zal blijken waarom sommige kidnappers zich zo debiel gedragen, maar dan heeft Criminal Activities als boeiende, oorspronkelijke en consistente thriller allang gefaald. Of was het de bedoeling dat de film ook grappig moest zijn?

Criminal Activities

Uithoudingsvermogen
Als recensent dien je soms over een goed uithoudingsvermogen te beschikken. Net als in de recente rampenfilm San Andreas (tenenkrommend acteren en bak clichés in aanloop naar de ongetwijfeld spectaculair in beeld gebrachte superaardbeving) zou je tijdens Criminal Activities het liefst na een half uur afhaken. De volhardende kijker wordt deels beloond. Pas in de uitgerekte finale zul je de vele stompzinnige acties van enkele personages begrijpen en hun uitgekookte plannetjes kunnen ontrafelen, althans een serieuze poging hiertoe kunnen doen.

Mengelmoesjes en elixers van hippe, intelligente gangsterfilms in de naam van Quentin Tarantino en Guy Ritchie zijn inmiddels ontelbaar, echter afgesloten en opgediend als een grande dessert, sjabloon The Usual Suspects (1995), is zowel ontzettend gekunsteld als een hele tube wasabi na de sushi. En daarvan krijg je dorst, veel dorst, naar oude meesters die door ingenieuze montage zelfs van een middelmatig verhaal een kunststukje wisten te maken.

10 januari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

600 Miles

***

recensie  600 Miles

Mexicaanse misdaad in flarden

door Bob van der Sterre

Je bent een wapenhandelcontroleur in de grensstreek van de VS en Mexico. Het meeste van je werk is routine. Maar dan zal je altijd zien dat die ene dag komt waarop je gekneveld op een achterbank in Mexico zit en geen idee hebt wat er met je gaat gebeuren.

Het overkomt Hank Harris, die belandt in de auto van de Mexicaanse wapensmokkelaar Alfonso Rubio. Het ene moment is hij ‘geld waard’ om zijn kennis, het andere moment is hij een last aan Rubio’s been, het volgende moment redt hij zijn leven met zijn ervaring over kartels.

Recensie 600 Miles

Rubio en Harris ontwikkelen een vreemde verstandhouding. Twee verschillende culturen, verschillende karakters, verschillende leeftijden en uiteraard verschillende landen. De een is een jonge gay die nog uit de kast moet komen (Kristyan Ferrer), de ander is een nuchtere volwassen man die net zo zakelijk met zijn liefdesleven omgaat als met zijn werk (rol van Tim Roth).

Mexico
Mexico en zijn misdaad is al lange tijd een populair onderwerp. Aanvankelijk waren er vooral actiekomedies als Desperado en El Mariachi. Intussen zijn ze vervangen door films die de wereld van de Mexicaanse misdaad op een dramatische manier vertolken. De films zijn lang niet zo grappig meer. De Mexicaanse misdaad is nu een grimmig genre met films als Sicario (2015), Narco Cultura (2013), Savages (2012), El Narco (2010), Days of Grace (2011) en Heli (2014). De cinematografisch meest interessante prestatie vind je vermoedelijk terug in Breaking Bad.

Waarom het niet meteen goed doen en overstappen op de realiteit? Cartel Land en Kingdom of Shadows draaien tijdens het IDFA van 2015. El Sicario (2011) is al even indrukwekkend. Je begrijpt waarom deze wereld cinematografisch zoveel interesse trekt. Een combinatie van gruwelijke misdaad en een creepy, surrealistische atmosfeer, die je aldoor voelt. Achter iedere boom kan een misdadige clan zitten.

De meest vernieuwende van allemaal was vermoedelijk Miss Bala uit 2011, die ongelooflijk realistisch was gefilmd. Een choreografie van misdaad – zodanig dat je er bijna honderd procent zeker misselijk van wordt. Een onvolprezen meesterwerk.

Alles gebeurt plotseling
Hoe past deze film in dat plaatje? Het goede van 600 Miles is dat de film onduidelijk is, met aparte locaties. De trend van het hyperrealisme. Veel stoffig gedoe in en om Mexicaanse snelwegen, schokkerig, beschrijvend, plotseling. Dus ook geen fatsoenlijke kop en staart; je valt als een baksteen in hun levens en je vliegt er als een speer ook weer uit.

Veel merkwaardige karakters. Zoals de oom van Rubio, een man die eerst zijn afwas doet alvorens iemand te fusilleren. Of de makker van Rubio, Carson (Harrison Thomas), die wapens koopt en tegelijkertijd snoep steelt.

Recensie 600 Miles

Een sterk moment is als een bepaalde gang (Vigilantes? Een andere bende? Je hebt geen idee) ze onderweg laten stoppen bij de blokkade van een snelweg. Gaan ze geëxecuteerd worden? Komen ze in handen van een foute bende met een voorliefde voor martelen? Dan besef je hoe het leven voor veel Mexicanen moet zijn: het wetteloze voel je door het bioscoopscherm heen.

Flarden werkelijkheid
Maar kijk je onder dat filmische trucje door, dan zie je een verhaalopzet als duizend andere films (twee tegengestelde karakters die met elkaar praten en een band krijgen; het verloren vader en zoon thema; de roadtrip). De aparte karakters in de film kunnen dat niet compenseren.

600 Miles is zodoende eigenlijk heel beperkt. Flarden werkelijkheid; dat is de inhoud. Word je daar gelukkig van? Dat is aan de kijker. Bewondering voor hoe het wordt gemaakt, absoluut, maar er blijft na de film veel te weinig over om als filmliefhebber tevreden over te zijn.

 

28 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Bridge of Spies

****

recensie  Bridge of Spies

De mens achter het verhaal

door Alfred Bos

Fraai drama over een bijna vergeten incident uit de hoogtijdagen van de Koude Oorlog: de eerste uitruil van Russische en Amerikaanse spionnen, op de Glienicke-brug in Berlijn. Na Saving Private Ryan, Catch Me If You Can en The Terminal werken regisseur Steven Spielberg en acteur Tom Hanks opnieuw samen.

De films van Steven Spielberg vallen ruwweg uiteen in twee categorieën: zijn romantische avonturenfilms voor kinderen en jong volwassen (E.T., Jurassic Park, De avonturen van Kuifje) en zijn serieuze vertellingen over individuen die ‘grote’ voorvallen uit de recente geschiedenis personifiëren (Schindler’s List, Saving Private Ryan, Munich). Het op waargebeurde incidenten gebaseerde Bridge of Spies valt in de laatste categorie. Het is een Spielberg-film uit het boekje.

Recensie Bridge of Spies

Bridge of Spies, naar een draaiboek van de Coen-broers, koppelt Spielberg opnieuw aan Tom Hanks. Die deelt met de regisseur een fascinatie voor geschiedenissen die de grootsheid en het unieke van het idee ‘Amerika’ illustreren. Hanks produceerde (en speelde soms mee in) gevierde tv-series over het Apollo-programma en de reis naar de maan, de vroege Amerikaanse president John Adams, de negentiende eeuwse ontdekkingsreizigers Lewis & Clark, en de culturele omwentelingen van de jaren zestig en de jaren zeventig. Hij is geïnteresseerd in de mens achter het verhaal.

Karakter en sfeer
Hanks speelt James Donovan, een New Yorkse advocaat die zich heeft begraven in verzekeringszaken. Hij krijgt van zijn baas de ondankbare taak om een Russische spion, Rudolf Abel (Mark Rylance), te verdedigen die door de Amerikaanse inlichtingendienst in New York is opgepakt. Het is 1957 en de Koude Oorlog werkt toe naar een kookpunt. Het tijdsbeeld is voortreffelijk gevisualiseerd, de toenmalige psychologie wordt scherp neergezet en de problematiek komt helder voor het licht. Hier zijn overduidelijk vaklui met veel plezier aan het werk.

Donovan redt de Rus van de elektrische stoel, door zijn charmes in de strijd te gooien bij de rechter én door een scherp tactisch inzicht: waarom de spion niet gebruiken als toekomstig ruilmiddel, want je kunt erop wachten dat de Russen een Amerikaanse spion zullen strikken. Dat moment komt in 1960, wanneer piloot Gary Powers met zijn U2-spionagevliegtuig boven Rusland wordt neergeschoten. Het levert de enige en spectaculair verbeelde actiescène uit de dik twee uur durende film op. Die moet het juist hebben van karakter en sfeer.

Bridge of Spies

Gemilitariseerde stad
Bridge of Spies toont Donovans geheime missie: hoe hij in Berlijn met de Russen onderhandelt over de uitruil van de gevangenen, hoe de Oost-Duitsers daar tussen proberen te gaan zitten en hoe Donovan, ondanks alle psychologische en morele druk, zijn missie tot een geslaagd einde weet te brengen. Dat inmiddels vergeten verhaal komt tot leven via Hanks voortreffelijke karakterrol en een reeks van sterke bijrollen.

Ook het decor is evocatief: in het Berlijn van begin jaren zestig is de oorlog nog voelbaar; de gemilitariseerde stad is vuil en grauw, hele blokken liggen nog in puin en de bewoners gedragen zich daarnaar. De sfeer is zo kil dat je als toeschouwer een jas wilt aantrekken.

Wanneer regisseurs in hun film de gevel van een bioscoop laten zien is het altijd opletten geblazen en hier worden in de Amerikaanse sector van Berlijn twee films uit 1960 vertoond: Spartacus (over een slavenopstand) en Village of the Damned (een paranoiathriller). Ze markeren de tijd én geven commentaar op de handeling. Maar het artistieke succes van Bridge of Spies hangt niet af van dergelijke subtiliteiten, het is een publieksfilm met reliëf, bij wijlen een tikje sentimenteel (vooral dankzij de soundtrack) en onverholen patriottistisch, gemaakt met de zwier waarin zich de hand van de meester toont.

23 november 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Maryland

***

recensie  Maryland

Knuffelhulk als hoeder

door Alfred Bos

De Franse regisseur Alice Winecour schreef haar tweede speelfilm Maryland speciaal voor Matthias Schoenaerts. De Belgische acteur speelt met verve een soldaat met posttraumatische stress-stoornis. 

Vorig jaar was hij in vier speelfilms te zien en dit jaar eveneens, in producties van Britse, Franse, Italiaanse en Amerikaanse makelij. Sinds zijn indrukwekkende transformatie tot menselijke bulldog in het Belgische drama Rundskop (2012) is de uit Antwerpen afkomstige Matthias Schoenaerts uitgegroeid tot een van de meest gevraagde acteurs van zijn generatie. En een van de meest opmerkelijke.

Recensie Maryland

Zo opmerkelijk, dat de Franse regisseur Alice Winocour het draaiboek voor haar tweede speelfilm Maryland schreef met Schoenaerts in gedachten. Die is gespecialiseerd in het vertolken van de sensitieve oerman, de knuffelhulk met de gewonde ogen, een slapende vulkaan met driften die elk moment kunnen opspelen. Gevaarlijk, maar aaibaar. Of andersom. Het goede nieuws: Schoenaerts maakt de verwachtingen waar. De film minder, die ontwikkelt zich van veelbelovend tot generiek.

Pseudo-gezin
In Maryland vertolkt Schoenaerts de rol van Vincent Loreau, een soldaat die in Afghanistan emotioneel is beschadigd en op retraite in Frankrijk een bijbaantje krijgt aangeboden als beveiliger van een feest met hoge gasten uit zakenleven en politiek in het landhuis van een steenrijke Libanese zakenman. Wanneer die voor zaken naar het buitenland afreist, huurt hij Loreau in voor de bescherming van zijn achterblijvende vrouw Jessie (de Duitse actrice Diana Kruger) en zoontje Ali. Gaandeweg worden moeder, zoon en beveiliger een pseudo-gezin.

Winocour maakt er geen geheim van dat Schoenaerts de raison d’être van haar film is. Hij is in zo ongeveer ieder shot te zien, vaak in close-up; de camera volgt hem als een verliefde hond. Het geeft de acteur de kans om zijn voornaamste wapen, zijn sprekende ogen waarachter een draaikolk van emoties schuilgaat, ten volle in te zetten. Het geeft de film ook iets claustrofobisch, te meer daar een flink deel van Maryland zich afspeelt in het landhuis van die naam. De elektronische soundtrack van de Franse techno-producer Gesaffelstein (Mark Lévy) verklankt de chaos in Vincents hoofd.

Recensie Maryland

Overprikkeld en paranoïde
De Afghaan-veteraan is  – zeker na de recente gebeurtenissen in Parijs  – symbolisch voor de huidige staat van de Franse, en bij uitbreiding, westerse samenleving. Hij zit vol wantrouwen; is ronduit, maar niet ten onrechte, paranoïde. Nimmer op zijn gemak, altijd op zijn hoede, is hij overprikkeld; hij staat strak als een gespannen veer, klaar om bij de geringste aanleiding te exploderen in een orgie van geweld. Dat laatste komt goed uit, wanneer de vrouw en haar kind door kidnappers en huurmoordenaars worden belaagd.

Overprikkeld en paranoïde, dat zijn symptomen van een getraumatiseerde persoonlijkheid. Daarom is het net iets teveel gevraagd van de geloofwaardigheid om de met zijn demonen kampende beveiliger te laten ontwikkelen tot zorgzame hoeder. De situatie en omstandigheden zijn op maat voor emotionele interactie tussen beide hoofdpersonen, maar het script laat hen in de steek. Zowel Schoenaerts als Kruger hebben weinig om mee te werken, waardoor de film langzaam leegloopt. Grof geweld en genreclichés moeten de spanning erin houden.

Winocour draaide deze psychologische thriller met horror-feel (het afgesloten, donkere, labyrinthische landhuis is een klassieke setting van de gothic novel) als een reportage, met veel van de schouder geschoten beelden. Het geeft Maryland een rauwe urgentie, die spoort met Schoenaerts’ intense vertolking. Vrouwen van een zekere leeftijd en opleiding hebben een nieuw lustobject.

 

16 november 2015

 
ALLE RECENSIES

Gift, The

****

recensie  The Gift

Het leven is een geschenk

door Cor Oliemeulen

Als je vroeger voor het leven bent beschadigd door pesterijen kun je misschien het best twee dingen doen: in therapie gaan én de verantwoordelijke confronteren. In The Gift bevestigt het slachtoffer de hernieuwde kennismaking aanvankelijk met leuke cadeautjes.

Volgens Simon bestaat de wereld uit winnaars en losers. Hijzelf behoort natuurlijk tot de eerste categorie, hoewel de promotie op zijn werk op dubieuze wijze is verlopen, terwijl zijn oud-klasgenoot Gordo in zijn optiek een kansloze idioot is. Je mag aannemen dat Simons vrouw Robyn na een aantal jaren huwelijk op de hoogte is van het hokjesdenken van haar man, echter het feit dat Simon vroeger een heuse bully was, weet zij pas vanaf het moment dat Gordo zich heeft ontpopt als stalker.

Recensie The Gift

Psychologische thriller
The Gift is om meerdere redenen een verrassende psychologische thriller. Het is de debuutfilm van de Australische bijrolacteur Joel Edgerton die een aardig script met subthema’s als privacy en kinderloosheid neerpende en zich de overtuigende rol van de zonderlinge Gordo toe-eigende. Jason Bateman, vooral bekend van matige komedies als Horrible Bosses en Identity Thief, blijkt ook in de serieuze rol van Simon het juiste irritatiegehalte te kunnen uitstralen. En de kijker blijft tot het einde (dat doet denken aan een iets betere Spaanse horrorthriller uit 2011 waarvan we de titel niet zullen verraden) op het puntje van zijn stoel.

De Engelse actrice Rebecca Hall laat in haar tweede echte hoofdrol zien dat zij als vrijgevochten, intelligent vrouwfiguur (zie de bovennatuurlijke suspensethriller The Awakening, 2011) veel beter tot haar recht komt dan in komedies (zie het Stephen Frears-misbaksel Lay the Favourite, 2012). Hoewel zij een krachtigere en meer uitgebalanceerde persoonlijkheid heeft dan Simon, wordt ze langzaam gek van de mysterieuze gebeurtenissen die Gordo lijkt aan te richten. Of zijn het de pillen die haar waanideeën veroorzaken?

Recensie The Gift

Wraak of acceptatie?
Films over pestkoppen en hun slachtoffers zijn net als wraakfilms van alle tijden. The Gift stelt de vraag in hoeverre het wenselijk is dat de pestkop twintig jaar na dato zijn verfoeilijke gedrag onderkent en zijn slachtoffer oprecht excuses maakt. Ook al heb je een partner die je aanmoedigt om met jezelf in het reine te komen, kan het om bepaalde redenen toch lastig blijken je verantwoordelijkheid als eervol en fatsoenlijk mens te nemen.

Nog belangrijker is de rol die is weggelegd voor het slachtoffer: kan hij het aangedane leed verwerken en de eventuele excuses accepteren, of blijft hij volharden om het leven van zijn ex-plaaggeest tot een ware hel te maken? Regisseur Joel Edgerton denkt met The Gift een pasklaar antwoord te hebben gevonden.

31 oktober 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Spectre

****

recensie  Spectre

‘Spectreculaire’ Bond-film

door Ralph Evers

Temidden van de día de muertos  in Mexico-Stad onderneemt James Bond een soloactie om een gewraakt lid van een internationale misdaadorganisatie uit te schakelen. Het tumult dat volgt levert Bond een geheimzinnige ring op. Die lijkt meer te vertellen over zijn verleden dan hem lief is.

De nieuwste Bond-film borduurt voort op de vorige delen, Skyfall en Quantum of Solace. Een wraakactie op Marco Sciarra, een laatste wens van de vorige M (Judi Dench) is het startschot van een nieuw Bond-spektakel. Een reeks intriges en liquidaties later, is 007 iets groots op het spoor. Een internationaal netwerk, genaamd SPECTRE en geleid door een illustere bad guy.

In zijn zoektocht wordt Bond bijgestaan door een charmante femme fatale, Dr. Madeleine Swann (Léa Seydoux), die een onuitputtelijke garderobe in haar reiskoffer weet mee te zeulen. Kan hij rekenen op de coole technische snufjes van Q, het scepticisme van M, de loyaliteit van Miss Moneypenny en de tegenwerking van een half leger zware jongens, die zelfs een uitgekiend romantisch diner in een heksenketel veranderen.

Recensie Spectre

Stripboek
James Bond beweegt zich in een wereld die parallel is aan de onze. Hij is de superheld zonder superkrachten, de galante, charmante gentleman  zoals we ze uit de Engelse literatuur kennen. De intelligente mooiboy uit de archetypische spionnenroman, die precies van alles voldoende kennis in huis heeft. Zijn vindingrijkheid doet een McGyver of een A-team flink in de schaduw staan. Zijn geluk is minstens zo groot als dat van Kuifje. Bond is een stripheld tot leven gekomen via boek op het witte doek en appelleert daarmee aan zowel de realiteit als het sprookje.

Sprookje
Van dat laatste bevatten de Bond-films altijd voldoende elementen. De prachtige omgevingen (alsof je terugkomt van vakantie, als de aftiteling begint), vrouwen, decors, twists en in Spectre een heuse metatwist (met de ontdekking van de geschiedenis van de bad guy, overtuigend gespeeld door een schmierende Christoph Waltz).

Tot slot natuurlijk de tegenstellingen, explosieve actie versus idyllische rust, goed versus kwaad, man versus vrouw. De elementen die subtiel benadrukt worden door het sublieme camerawerk van Hoyte van Hoytema (een naam die zo uit een Suske en Wiske weggelopen is), die we ook kennen van Tinker, Tailor, Soldier; Spy en Interstellar. Zijn cameravoering versterkt subtiel de sfeer van de scènes door een uitgekiende kleurstelling. Met name in de rustige scènes geeft dit kleurpalet een sereniteit die welkom is na de actiescènes en tegelijk onheilspellend aanvoelt. Die rust wordt gecontrasteerd door de ritmische muziek onder de actie, vrijwel naadloos gechoreografeerd op elkaar, waardoor Bond op meerdere zintuigen tegelijk je hersenen binnen dendert. En niet alleen bij de kijker zelf. Ook Bond ervaart dit aan den lijve.

Spectre

Alfaman
Bond, de alfaman der alfamannen, heeft niet alleen concurrentie van zijn vele tegenstanders. Ook daarbuiten tracht men aan zijn status te tornen. De Mission Impossible-films katapulteren Tom Cruise als Amerikaanse tegenhanger-superheld, met dito exotische locaties, coole gadgets  en wat dies meer zij. We zien hints terug van Bond in de Largo Winch-reeks en de Sherlock Holmes  van Guy Ritchie. Allen gentleman-helden, maar er is maar één James Bond, en dat wordt dan ook ruimschoots bewezen in de nieuwste affiche.

Charmant
Wat Bond als cultuuricoon en filmheld tijdloos maakt, is onder andere het feit dat de films met hun tijd meegaan. Het is gemakkelijk allerlei geopolitieke ontwikkelingen terug te zien in een Bond-film en deze te gebruiken als duiding, terwijl deze doorgaans voornamelijk als achtergrond van het verhaal dienen.

Waar de jaren 60- en 70-Bonds vooral over het Rode Gevaar gingen en de vijand steevast Russen waren, gaat het sinds de jaren 90 en 00 naar andere gebieden. Toch ook komen er andere thema’s aan bod. Mediadictatuur, waterdictatuur en ditmaal een surveillancedictatuur. Terecht dat M (ditmaal Ralph Fiennes) een opmerking maakt over het uitkomen van Orwell’s droom.

Spectre

Menselijker
Waar Bond vroeger die halfgod was, die nauwelijks geraakt werd, laat staan gewond, die door onuitstaanbare pijnen ging en in een split second de juiste beslissing nam – naast het feit dat hij nimmer verliefd werd en we nauwelijks iets over zijn geschiedenis kenden – zien we nu juist een ommekeer hierin. Nog altijd schiet hij scherper dan een goed getrainde sluipschutter. Nog altijd kan hij onder gigantische druk de juiste beslissingen nemen, maar nieuw is dat we meer over zijn verleden komen te weten, dat hij verliefd kan worden, gevoelens heeft en gewond raakt.

Hij heeft echter één onmiskenbaar Brits medicijn tegen al zijn tegenslag: humor. Gortdroge humor. Dat zit doorspekt doorheen Spectre. De overdreven actiescènes, de coole one-liners en de interactie tussen alle allianties van Bond met hun demonen. Het zijn de ingrediënten die de Bond-film zo aantrekkelijk maken.

 

28 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Fazantenmoor-denaars, De

**

recensie  De Fazantenmoordenaars

Waar zijn de fazanten?

door Alfred Bos

Het was een succes in Denemarken, de verfilming van het eerste boek in een thrillerreeks rond een afdeling voor onopgeloste moordzaken. De verfilming van boek twee struikelt over de intrige.

Het productiehuis van Lars von Trier startte twee jaar terug de verfilming van de reeks Afdeling Q-romans rond de horkerige inspecteur Carl Mørck en diens assistent Assad, een creatie van de Deense auteur Jussi Adler-Olsen. The Keeper of Lost Causes, een succes in de Deense cinema’s en het afgelopen jaar in Nederland te zien, was een degelijke genrefilm en dat geldt, zij het in mindere mate, ook voor nummer twee, De Fazantenmoordenaars.

Recensie De Fazantenmoordenaars

De serie ontleent zijn naam aan de afdeling voor onopgeloste misdrijven waar de eeuwig boze speurder Mørck (Nikolaj Lie Kaas) zijn antisociale tendensen kan uitleven. Net als Sherlock Holmes heeft hij een met iets meer emotionele intelligentie begiftigde rechterhand nodig om met zijn directe omgeving en de wereld te kunnen communiceren. Die taak is aan Assad (Fares Fares), een volledig geïntegreerde migrant uit de Mahgreb die Mørck volgt als een verliefde herdershond en diens meeste bête uitglijders glad poetst. Een privéleven heeft de gescheiden Mørck niet, al leren we in deze aflevering zijn puberzoon kennen.

Industrieel zonder scrupules
De Fazantenmoordenaars  draait om een dubbele moord, een verdwenen getuige en een geperverteerde rijkeluiszoon. De laatste, achteloos grimmig neergezet door topacteur Pilou Asbæk (we kennen hem als de spindoctor uit de Borgen tv-serie en van de film Kapringen), is een industrieel zonder scrupules; met zijn vriendjes annex onderknuppels jaagt hij op zijn landgoed op… zebra’s, geen fazanten.  Het verhaal pendelt tussen begin jaren negentig, toen het boefje een elitekostschool terroriseerde, en het heden waarin kwaaie zaken van toen hun bekomst krijgen.

De schakel tussen beide tijdslijnen is de verdwenen getuige en daar begint de intrige te rammelen. Want hoe geloofwaardig is een timide kostschoolmeisje dat, na twintig jaar zwerven langs Gods dreven, een heuse vechtjas blijkt en zich dure hotelkamers kan veroorloven? En Mørck is een watje, want welke speurder legt begripvol zijn pistool weg wanneer hij zich tegenover een bewezen killer ziet geplaatst? Zo zijn er meer momenten waarop het realisme wordt geofferd voor de spanningsboog. Honderdtwintig pagina’s script bieden onvoldoende ruimte voor de nuance van vierhonderd pagina’s boek.

Recensie De Fazantenmoordenaars

Geen excuserend gepsychologiseer
Met bijna twee uur speelduur is De Fazantenmoordenaars aan de lange kant, waar de flashbacks naar begin jaren negentig verantwoordelijk voor zijn. De film heeft geen last van excuserend gepsychologiseer, anders dan ‘de gelegenheid maakt de dief’; de personages blijven makkelijk-eendimensionaal. Typisch Scandinavisch zijn de vraagtekens bij een kostschool voor de maatschappelijke elite. Sterker, het niet-mengen met het gewone volk kweekt ons-kent-ons netwerken die hun eigen regels stellen. Het is een vage echo van Sjöwall & Wahlöö, de peetouders van de maatschappijkritische thriller uit Scandinavië, al mist de film hun kenmerkende ironie.

Regisseur Mikkel Nørgaard heeft ervaring met de filmadaptatie van Scandinavische thrillers – hij vertaalde eerder enkele boeken van de Zweedse auteur Arne Dahl naar het witte scherm – en slaat zich er, net als hij deed bij de eerste Afdeling Q-verfilming, manmoedig door heen. De Fazantenmoordenaars biedt degelijk vakwerk voor de liefhebber van het genre, maar is eerder een adequate, doch warrige tv-film dan vertelkunst voor het grote doek. Dat moeten de makers zich ook hebben gerealiseerd, want de serie lijkt na aflevering twee reeds te zijn gestaakt.

4 augustus 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Isla Minima, La

*****

recensie  La Isla Minima

True Detective in Andalusië

door Alfred Bos

Spaanse thriller over verdwenen meisjes in een godverlaten moerasdelta die dankzij zijn rake psychologie naast een eigentijdse noir western een film is over Spanje op de overgang van dictatuur naar democratie.

Het Guadalquivir-moeras in de Zuid-Spaanse regio Andalusië is de locatie voor deze onderkoelde, met veel overmacht geregisseerde thriller. Het landschap is van een onbarmhartige schoonheid, bevolkt door sjofele dagloners, arglistige stropers en vissers die klussen als smokkelaar. Armoe en bijgeloof bepalen het dagelijkse leven. Hier zijn de feodale Middeleeuwen nooit helemaal verdwenen.

Recensie La Isla Minima

Seriemoordenaar
Wanneer na de jaarlijkse kermis in september de twee puberdochters van een lokale veerman zijn vermist, worden uit het verre Madrid twee rechercheurs naar La Isla Mínima, een vlek in de delta, gestuurd om het incident te onderzoeken. De speurders zijn tegenpolen, de een heeft een verleden bij de geheime dienst van dictator Franco, de ander is vanwege zijn anti-autoritaire denkbeelden uit zijn post gezet.

Als de vermiste meisjes gruwelijk toegetakeld worden gevonden, moeten Juan en Pedro, de rechercheurs, op zoek naar een seriemoordenaar die in de voorgaande jaren, ook tijdens de kermis, al heeft toegeslagen, alleen waren er toen geen lijken aangetroffen. Zonder forensische ondersteuning, het is 1980, maar met klassiek rechercheren – getuigen ondervragen, verdachten observeren, aanwijzingen natrekken – gaan ze op zoek. Ze raken verstrikt in het wantrouwen van de lokale gemeenschap, inclusief gespannen samenwerking met de militaire politie, maar vinden in een dramatisch climax de seksuele sadist.

La Isla Mínima

Rijk psychologisch canvas
Regisseur Alberto Rodríguez liet zich inspireren door het landschap van het Parque Nacional de Donona, een geïsoleerd moerasgebied tussen Sevilla en de Golf van Cadiz. De lege rietvlaktes, doorsneden door kreken en dijken, zijn in feite de hoofdpersoon van deze thriller. Pedro en Juan zoeken niet alleen naar een vrouwenhater die als een geest opgaat in het landschap, ze zijn op zoek naar hun ziel. Pedro (Raúl Aréalo) veracht zijn collega Juan (Javier Gutiérrez) en diens hardhandige ondervragingsmethodes. Juan heeft niet alleen een donker verleden, achter zijn branie worstelt hij met zijn gezondheid – en zijn sterfelijkheid. De levensgenieter Juan symboliseert het verleden, Franco; de idealist Pedro de toekomst, democratie.

Het is een rijk psychologisch canvas waarop Rodríguez zonder poespas en met veel beheersing het verhaalt schildert. Het wordt nog beter wanneer ook de psychologie van de lokale bewoners en hun motivatie messcherp blijkt getroffen. De pubermeisjes willen weg uit het godverlaten gat, de lokale bink denkt met zijn piemel, de guardia civil wil alleen maar de schijn van routine ophouden, de journalist zoekt gore details, de landeigenaar staat boven de wet en de vissers schromen politieaandacht. Alleen de stroper weet dat wegkijken nu niet helpt.

La Isla Mínima is een film over overgang en transformatie, over de schemerzone (gradiënt) waar het leven het heftigst is. De moerasdelta is het verraderlijke overgangsgebied tussen land en water. Daar moeten de speurders, de een op de overgang van leven naar dood, de ander tussen gefnuikte loopbaan en gerechtigheid, op zoek naar een schim die beweegt tussen schaduwen. En dat alles in een Spanje dat officieel een democratie is geworden, maar nog steeds de geest van Franco ademt. Zo’n film kan alleen maar noir zijn.

Recensie La Isla Minima

Hallucinante schoonheid
Dat Rodríguez een bovengemiddeld onderhoudende thriller met actie, menselijk drama en gelaagde personages kan maken, wisten we al van zijn vorige film, Grupo 7 (2012), over een team van vier undercover-agenten die infiltreren in het drugsmilieu van Sevilla, vlak voor de Wereldtentoonstelling van 1992. La Isla Mínima stijgt ver boven de genreconventies uit, mede door de setting en de schitterende fotografie. De met een drone gedraaide openingsbeelden van de moerasdelta, met getijdeneilandjes als menselijke hersenen, zijn van een hallucinante schoonheid. Die droneshots komen op goed gekozen momenten terug en scheppen, letterlijk, lucht. Ook is er oog voor detail, de climax wordt subtiel aangekondigd wanneer de eerste regendruppels op de voorruit van Pedro en Juans huurauto vallen.

La Isla Mínima kreeg in eigen land maar liefst tien Goya’s, het Spaanse equivalent van de Oscar, en werd internationaal, onder de titel Marshland, met applaus ontvangen. Hij fungeerde als openingsfilm van het eerste Amsterdam Spanish Film Festival, afgelopen mei, en draait nu, midden in de vakantieperiode, in de Nederlandse bioscoop. Daardoor is de kans groot dat de liefhebber een van de beste films die er dit jaar zal verschijnen, door omstandigheden misloopt. Dat zou spijtig zijn, want veel beter dan La Isla Mínima worden ze niet gemaakt: het is in feite de perfecte film.

 

6 juli 2015

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

ALLE RECENSIES