Atelier, L’

****

recensie L’Atelier

Een confronterend document

door Sjoerd van Wijk

L’Atelier is een beklemmende documentatie van modern onbehagen. Ze fascineert door met een begripvolle onbevangenheid diep in de karakters te graven. 

In de aan lager wal geraakte Zuid-Franse havenstad La Ciotat houdt schrijfster Olivia een workshop met zeven jongeren. Ze schrijven gezamenlijk een roman die zich afspeelt in La Ciotat zelf. Terwijl de groep gaandeweg overeenstemming bereikt over het onderwerp, een criminele thriller, valt Antoine op. Hij zet zich tegen alles en iedereen af, wat regelmatig tot ruzie leidt. En zijn proeftekst voor de roman lijkt iets te veel te sympathiseren met een koelbloedige massamoordenaar. In zijn vrije tijd dweept hij dan ook met fascistische ideeën en geweld. Olivia raakt geïntrigeerd en wilt zijn drijfveren weten. Op zijn beurt koestert Antoine een fascinatie voor zijn lerares. Er ontstaat een spanningsveld dat bol staat van de onverwachte wendingen. 

L’Atelier

Zware brainstorm
De workshopsessies worden zorgvuldig opgeladen. Deze intieme scènes blijven dicht op de huid de  discussies volgen, waardoor de omslag in spanning als Antoine provoceert heftig overkomt. Regisseur Laurent Cantet geeft de acteurs volledig de ruimte om hun karakters uit te bouwen. Een groot aantal momenten komt dan ook voort uit improvisatie met de acteurs.

Dit vertrouwen betaalt zich uit, aangezien de gehele groep vol overgave de brainstorm naar windkracht tien weet op te voeren. Gecombineerd met de naturalistische dialogen voelt de workshop als echt, met de kijker als getuige. Dikwijls snijdt de film abrupt af in overgangen. Deze kiene montage zorgt ervoor dat de impact van de verbale (en soms fysieke) intensiteit lang na blijft zinderen. 

Politieke urgentie
Het plotsklaps veranderen van onderwerp voorziet de interacties bij de workshop van een sociale context. Zo zijn er amateurbeelden van de oude haven en fragmenten van Antoine’s favoriete videogames, waaronder het desolate The Witcher 3: Wild Hunt. Regisseur Cantet weet zo met zijn coscenarist Robin Campillo (120 BPM) de confronterende interacties breder te trekken zonder expliciet stelling te nemen. Dit sociale engagement komt ook terug in hun eerdere werk, zoals het heftige schoolklasdrama Entre les murs (2008). Ze tonen Antoine’s leven in alle facetten zonder opgeheven vinger. Het uitgangspunt is te begrijpen wat hem drijft. Dit geeft L’Atelier een uitermate belangrijke politieke urgentie. 

Antoine’s gevoelswereld doet namelijk sterk denken aan de Alt-right, een fascistische internetsubcultuur ontstaan op het forum 4chan. Deze stroming propageert een masculien recht van de sterkste. Net als Antoine zijn het jonge mannen die geen plaats in de wereld kunnen vinden en dit op het internet omzetten in een nihilistisch dedain.

De onderliggende destructieve houding heeft figuren als Donald Trump aan de macht geholpen. Trump is niet door hen gekozen ondanks zijn incompetentie, maar dankzij. Om de wereld te zien branden. De oplossing, zoals L’Atelier wil zeggen met een hoopvolle epiloog, is begrip te tonen zonder belerend te zijn. Een relevante boodschap nu er grote stappen naar een rechtvaardigere en milieuvriendelijkere wereld moeten worden genomen. 

L’Atelier

Vergeven gebreken
Het begrip tussen de uitzichtloze jongere Antoine en de verheven schrijfster Olivia komt niet zonder slag of stoot. Matthieu Lucci (Antoine) en Marina Foïs (Olivia) zetten met overtuiging een complexe wisselwerking tussen de twee tegenpolen neer. Elke scène tussen de twee broeit met tal van subtiele onderlagen.

Waar Cantet en Campillo meerdere keren met het scenario voor de bekende weg kunnen gaan om beiden nader tot elkaar te laten komen, kiezen zij steevast voor een onverwachte, maar achteraf begrijpelijke wending. Dit maakt L’Atelier tot een diep humane film met een beklemmende confrontatie die lang rond blijft spoken. De drijfveren van zowel Antoine als Olivia liggen verscholen en zullen zich alleen prijsgeven door kritische introspectie van de kijker. Hierbij fascineert met name Lucci als Antoine. Het is lovenswaardig om een karakter met meerdere weerzinwekkende trekjes zo sympathiek over te laten komen. Zijn gebreken zijn te vergeven doordat bij Antoine altijd de menselijkheid op de loer ligt. L’Atelier start daarom een belangrijke dialoog met frisse onbevangen blik.
 

29 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Apparition, L’

***

recensie L’Apparition

Leeft Jeanne D’Arc nog?

door Tim Bouwhuis

We kunnen het bovennatuurlijke altijd in twijfel trekken. Begin maar eens over feiten in een discussie over geloof – controverse en oneindige gespreksstof gegarandeerd. Precies om die reden begrijpt de sceptische onderzoeksjournalist Jacques (Vincent Lindon) dan ook niet waarom juist hij gevraagd wordt een serie vermeende verschijningen van de maagd Maria na te gaan. Toch vertrekt hij na een briefing in Rome richting het Zuid-Franse platteland. Je zou er het oeuvre van Dan Brown gemakkelijk mee kunnen samenvatten.

Gelukkig is L’Apparition meer dan een doorzichtig aftreksel van The Da Vinci Code of Angels & Demons. Regisseur Xavier Giannoli (À l’Origine, Marguerite) is nauwelijks geïnteresseerd in groteske samenzweringstheorieën, tikkende tijdbommen of spelletjes symbolisch spoorzoeken. De premisse blijkt eerder een aanzet tot een veel persoonlijker verhaal, waarbinnen het drama rond de verschijningen de psychologische uitdieping krijgt die een Dan Brown-verfilming nooit had.

L’Apparation

Het onmogelijke verkopen
Maria’s uitverkorene is de 18-jarige Anna (Galatea Bellugi), een weesmeisje dat op basis van haar waarnemingen op een voetstuk is geplaatst door een katholieke pastoor (Patrick D’Assumcao). Anna’s vrome voorkomen schreeuwt er bijna om L’Apparition in een contrastvolle double bill met Bruno Dumonts Jeannette (2017) te bekijken. Als we Dumont moeten geloven was Jeanne D’Arc gewoon gek. Als we L’Apparition zien, begrijpen we misschien hoe het geweest moet zijn om tegenover haar te staan. Bellugi speelt Anna met zoveel overtuiging dat ze gerust had kunnen beweren dat ze de maagd Maria zelf was.

Anderzijds is Anna uiteindelijk geen Jeanne D’Arc, en de film speelt niet in de vijftiende eeuw. Het riekende bedrog achter de verschijningen lijkt zo tastbaar dat we er niets eens van op hoeven te kijken dat nota bene het Vaticaan Jacques heeft ingehuurd. Met de leugen binnen handbereik snappen we ook dat de pastoor die zich over Anna ontfermt pottenkijkers en criticasters graag de deur wil wijzen. Oók als het in kapitaal geschreven ‘Bienvenue’ bij de ingang van de kerk daardoor niet al te veel meer voorstelt. Wie in kapitalen schrijft, denkt ook in kapitalen: de interviews met Anna worden in verschillende landen gestreamd, talloze pelgrims trekken naar hun nieuwe bedevaartsoord en zelfs de nodige merchandise blijft niet achter.

De waarheid mag een mysterie blijven
Tegen de sluimerende achtergrond van corruptie en religieuze exploitatie nemen Gianolli en zijn twee coscenaristen alle tijd om de geleidelijke toenadering tussen de verlichte journalist en de verlichte gelovige uit te werken. In eerste instantie lijkt de kloof tussen de twee immens: Jacques rouwt om de verse dood van een collega die altijd en overal naar feiten zocht, terwijl Anna juist omarmd heeft wat ze nooit bewijzen kan. Beiden spelen of denken dat ze weten wat waarheid is; ze hebben maar deels gelijk. De antwoorden van L’Apparition – de waarheden, zo je wilt – houden het echte mysterie in stand.

Gianolli onderstreept het kunstmatige onderscheid tussen geloof en wetenschap met een wat belerende voice-over. ‘’De waarheid ligt altijd elders’’, mijmert Jacques in de slotakte. Die uitspraak mag dan passen in de kern van het verhaal, ze is ook wat tekenend voor een film die de kracht van beelden af en toe vergeet. Gianolli had de waarheid meer kunnen tonen en minder kunnen vertellen.

L’Apparation

De psychologische insteek en het potentieel van de expressieve, sterk acterende Bellugi maken het betreurenswaardig dat L’Apparition naast de zojuist benoemde voice-over uitleggerige zijplotjes gebruikt om het verhaal van Anna van context te voorzien. Voor een film die eerder dramatisch en filosofisch wil werken dan in termen van suspense is de aanpak veel te sterk op de plot gericht. De ondermaats gebruikte muziekfragmenten van Arvo Pärt, Jóhann Jóhansson en Georges Delerue versterken dat gevoel nog eens.

Witte tranen
Er is één prachtige uitzondering: op een zeker moment vullen de gangen van Anna’s werkverblijf zich met de dwarrelende witte veren van een ongecontroleerd doordraaiende katoenmachine. De veren doen denken aan de witte sneeuwvlokken die eerder in de film te zien zijn – binnen de gesloten ruimte van een als koopwaar aangeprezen glazen sneeuwbol.

Een foto van Anna prijkt in het centrum van het gekooide winterlandschap. Speelt Gianolli hier visueel met het contrast tussen vrijheid en gevangenschap? Onschuldige associaties van die aard zijn moeilijk tastbaar, laat staan dat je er iets mee kunt ‘bewijzen’; maar is dat dan ook niet het laatste wat een film over geloof moet willen doen?
 

21 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Aus dem Nichts

****

recensie Aus dem Nichts

Een oog om een oog, een tand om een tand?

door Ries Jacobs

‘Living well is the best revenge.’ Deze uitspraak van de zestiende-eeuwse Welshman George Herbert is nog steeds actueel. Maar kun je nog wel goed leven als je echtgenoot en zoon door een aanslag om het leven komen? Regisseur Fatih Akin brengt dit drama in beeld. 

Katja verliest haar man Nuri en zoon Rocco bij een aanslag. De twee racistisch gemotiveerde verdachten hebben het gemunt op Nuri, een Duitser van Koerdische afkomst. Ze worden opgepakt en het proces gaat van start, maar de weg naar gerechtigheid blijkt lang en zwaar.

Aus dem Nichts

Spijkerbom
De film volgt Katja die het wegvallen van haar gezin een plaats probeert te geven. Volgens Akin wilde de in Duitsland geboren Hollywoodster Diane Kruger, bekend van onder andere Troy en Inglourious Basterds, dolgraag een keer met hem samenwerken. De samenwerking pakt goed uit. Krugers vertolking van Katja is intens, maar geloofwaardig.  Een even indrukwekkende rol zet de Oostenrijker Johannes Krisch neer. Hij speelt Haberbeck, de geslepen advocaat die de verdediging van de verdachten op zich neemt.

Haberbeck zaait twijfel en weet zo het proces naar zijn hand te zetten. In de garage van één van de verdachten heeft de politie alle ingrediënten voor een spijkerbom gevonden. De doortrapte jurist stelt dat meerdere mensen wellicht toegang tot de garage hebben, want onder een steen bij de ingang van de garage heeft de verdachte een sleutel verstopt. ‘Also draußen vor der Tür’, verduidelijk de advocaat.

Deze referentie aan het gelijknamige toneelstuk van Wolfgang Borchert is treffend. Net als  hoofdpersoon Beckmann in ‘Draußen vor der Tür’ staat Katja buiten de samenleving. Haar gezin is dood, haar schoonouders nemen haar de dood van hun kleinzoon kwalijk en Katja raakt steeds meer vervreemd van haar ouders en haar beste vriendin. Niemand kan Katja helpen om de leegte in haar leven een plaats te geven.

Anders Breivik
Racisme, onrecht en de positie van Turkse migranten in de Duitse samenleving zijn de centrale thema’s in Aus dem Nichts. Deze onderwerpen komen vaak terug in de films van Akin (o.a. Gegen die Wand en Soul Kitchen). De in Hamburg geboren regisseur schrijft het script voor zijn films vaak zelf en blijft hierbij meestal dicht bij zijn Turkse wortels.

Ook voor deze film schreef Akin het script, een verhaal dat als je er over nadenkt verontrustend realistisch is. Op tweeëntwintig  juli 2016, precies vijf jaar na de terreurdaad van Anders Breivik in Noorwegen, schoot een tiener met nazisympathieën in München negen mensen dood. We verwachten terreur vaak vanuit een andere hoek, maar ook een rechts-extremistische aanslag ligt altijd op de loer.

Onverwacht slotstuk
Hoever wil je gaan in je queeste naar rechtvaardigheid? In ruim anderhalf uur worden de aanslag, het rouwproces en de rechtszaak erdoorheen gejaagd om uit te monden in een onverwacht slotstuk. Akin houdt de vaart in de film waardoor deze geen moment verveelt. Niet voor niets won hij dit jaar de Golden Globe en was het de afvaardiging van Duitsland voor de Oscars. Met een soms kil aandoend realisme brengt Aus dem Nichts een van de problemen van de westerse samenleving in beeld.
 

25 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Amori Fragili

***

recensie Amori Fragili

Strijdend voor liefde

door Suzan Groothuis

De relatie tussen Claudia en Flavio, beiden hoogleraren aan de universiteit, houdt geen stand. Francesca Comencini’s film, gebaseerd op haar roman over liefdes waarvoor geen plaats is, toont hoe angst en ouder worden invloed hebben op samenzijn. In zijn geheel onevenwichtig, maar met name in de tweede helft zijn er wat pakkende, komische momenten over die moeilijke jaren van de menopauze en nog mee tellen op de seksuele markt.  

Claudia’s en Flavio’s zevenjarige relatie is er een van vuur. Tijdens een voordracht leren ze elkaar kennen, waarbij Claudia Flavio op felle wijze interrumpeert omdat ze vindt dat hij liefde en vrouwen tweederangs maakt in zijn betoog over epische verhalen en oorlog. Hun discussie eindigt in een café, waarbij zij toegeeft dat ze, zomaar ineens, verliefd op hem geworden is.

Amori Fragili

Hoewel Claudia’s leeftijd niet genoemd wordt, is zij duidelijk een vrouw in de overgang. Onwelkome haren steken de kop op. En van het liefdeshormoon oxytocine is iets teveel aanwezig. Het geeft Claudia een wispelturig, intens karakter. Ze stort zich vol overgave in de liefde. Zelfs wanneer haar relatie met de zelfingenomen Flavio voorbij is, stuurt ze hem nog berichtjes. Ook het liefdeshormoon is bij hem aanwezig, aldus Claudia, maar hij is vergeten dat hij van haar houdt.

Liefde niet kunnen en willen vergeten
Amori Fragili is gebaseerd op Comencini’s roman Amori che non sanno stare al mondo. Het verhaal, over liefdes waarvoor geen plaats is, is een mengeling van drama en komedie. Leidend is Claudia, onze intense, chaotische en hysterische hoofdpersoon. Ze kan en wil haar liefde voor Flavio niet vergeten. Zeker niet wanneer blijkt dat hij gekozen heeft voor een twintig jaar jongere vrouw. Iets dat Claudia niet kan accepteren.

De film start rommelig, met een duik in de onstuimige relatie van Claudia en Flavio aan de hand van tijdsprongen. Met name zij is wennen: we zien een hysterische en bekvechtende Claudia. Een kenau volgens Flavio, die tegenover haar bazige wispelturigheid een zorgeloze zekerheid uitstraalt. Claudia heeft er met name ‘s nachts een handje van discussies te beginnen. Een bodemloze strijd, want, zoals Luke Sanderson uit The Haunting (1963) al zei: “Only one way to argue with a woman Doc… Don’t. 

Amori Fragili

Manier zoeken van in het leven staan
Claudia’s angst Flavio te verliezen leidt uiteindelijk tot een breuk. Ze moet haar eigen leven weer op poten zien te krijgen, maar dat is lastig met hem nog in haar hoofd. Met de breuk tussen de twee krijgt Amori Fragili meer inhoud. Is Claudia in eerste instantie vooral een typetje (denk aan de neurotische hoofdpersonen van films van Woody Allen, plus vurig, intens Italiaans bloed) dat eerder irritatie dan sympathie opwekt, naarmate de film vordert worden haar karakter en de fase van haar leven waarin ze zit, interessanter. De beste scène uit de film illustreert treffend hoe vrouwen van rond de vijftig liggen op de seksuele markt van een hetero kapitalistische maatschappij. De scène had zo uit een Almodóvar-film kunnen komen: in afwijkende kleuren (zwart-wit geschoten) wordt een minitheater opgevoerd waarin een kordate docente mooie dames op leeftijd laat zien hoe hun seksuele status ervoor staat. Komisch, driftig en met een raak stukje man-vrouwbeeld.

Uiteindelijk is Amori Fragili geen geruststellende film waarin een man en vrouw die een grote passie voor elkaar voelden weer bij elkaar komen. Comencini laat zien dat liefde strijd kost. Claudia (een rol van Lucia Mascino, onder meer bekend van de serie Suburra) moet een muur van leed doorbreken om weer rust te vinden. En ook Flavio (Thomas Trabacchi, binnenkort te zien in de biopic Nico, 1988) is niet zonder liefdesdemonen. Een beetje zoals het Amerikaanse The Lovers, waarin een stel hun uitgebluste huwelijk weer jeu probeert te geven. Maar sommige relaties houden gewoonweg geen stand, al is er nog zoveel aantrekkingskracht.
 

13 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Avicii: True Stories

***

recensie Avicii: True Stories

De kunstenaar wint, niet het geld

door Alfred Bos

Vorig jaar kondigde de Zweedse superster-deejay Avicii aan te stoppen met optreden. Een zeldzaam openhartige documentaire toont hoe de producer moest knokken om het juk van de roem af te schudden.

Tim Bergling was 21 jaar toen hij in 2011 als deejay optrad voor een uitverkocht stadion in zijn geboorteplaats Stockholm. Na afloop vraagt een journaliste hem: Wat is je doel? Dit zo lang mogelijk doen, antwoordt Bergling bleu maar tevens blij. Op 28 augustus 2016 deed hij zijn laatste optreden, in de club Ushuaia op Ibiza. Wat er in de vijf tussenliggende jaren gebeurde is het onderwerp van Avicii: True Stories.

Avicii: True Stories

De film toont kanten van het bestaan als internationaal vermaarde superster-deejay die doorgaans voor het publiek verborgen blijven. Als één van de populairste deejays en best verkopende producers van de planeet is Avicii een geldmachine en die wordt door de krachten achter de schermen, zijn manager voorop, genadeloos geëxploiteerd. Tot er iets knapt. Levan Tsikurishvili – die eerder enkele kortfilms rond nummers van Avicii regisseerde – heeft de Werdegang van Bergling als een vlieg op de muur geregistreerd. Hij toont de werkelijkheid achter het imago, het marketing-masker.

Monsterhit Wake Me Up
Tim Bergling (8 september 1989) leert zichzelf produceren door instructiefilmpjes op YouTube te bestuderen. Zijn held is de Nederlandse producer Laidback Luke, hij stuurt hem vijf demo’s per week. Ook een andere Nederlander, Tiësto, hoort zijn talent en draait als eerste topdeejay Avicii’s tracks. Dan verschijnt Ash Pournouri in beeld. Hij heeft op internet Berglings eerste producties gehoord en meent de ruwe diamant te kunnen slijpen tot een superster.

Dat lukt boven verwachting. In het najaar van 2011 maakt de hit Levels van Avicii een internationale ster. Zijn track Wake Me Up, volgens Incubus-gitarist Mike Einziger ‘geschreven in een half uur’, is in 2013 een monsterhit. In Nederland wordt het de bestverkochte single van dat jaar; het nummer staat 82 (!) weken in de Single Top 100. Bergling heeft talent – getuigen ook profi’s als Nile Rodgers, Wyclef Jean en Coldplay’s Chris Martin – en werkt hard voor zijn succes. Hij is constant bezig, slaat nachtrust over.

Avicii: True Stories

Het succes van Avicii reikt tot de stratosfeer. Optredens op grote festivals, blokboekingen in Las Vegas, studiotijd met beroemde muzikanten, Madonna die hem aankondigt in Miami en tournees langs zo ongeveer alle continenten. Maar dan volgt tegenslag. Bergling krijgt lichamelijke klachten (galblaas, appendix) en ligt met zijn laptop in het ziekenhuisbed te werken. Het toeren gaat hem tegenstaan, hij is niet gebouwd voor de niet aflatende werkdruk.

‘De betekenis van geld’
Het hart van de film is de strijd tussen de deejay en diens manager om controle over de loopbaan van de ster. Bergling begint langzaam iets te dagen. Hij leest de Zwitserse psycholoog Carl Jung en ontdekt dat hij introvert is; op intuïtie koest, niet volgens een plan. Hij wil minder optreden of eigenlijk helemaal niet meer. De mensen om hem heen zetten de producer in een droomvilla op Ibiza en vervolgens een strandwoning in het Californische Malibu, maar de stressklachten blijven. Avicii wil eruit. Stoppen met toeren, lekker muziek maken in de studio; met vrienden, collega’s of alleen.

‘Hij snapt de betekenis van geld niet’, zegt manager Ash over Avicii en dan weet je dat de breuk onvermijdelijk is. Bonentellers en creatievelingen leven in gescheiden werelden en op zijn zesentwintigste stapt Avicii weloverwogen uit het spotlicht. Hij ging bijna kapot aan de stress van het succes en moest vechten voor zijn vrijheid. Hij zit nu met gitaar op het strand van een paradijselijk eiland nabij Madagaskar en werkt aan zijn nieuwe album. Met Avicii komt het goed.

Avicii: True Stories

Asif Kapadia, de regisseur van de documentaire Amy over Amy Winehouse, moest het doen met home movies en via smartphone gedraaide filmbeelden. Levan Tsikurishvili is een jeugdvriend van Tim Bergling en kon de producer jarenlang van nabij volgen. Dat resulteert in een ongewoon openhartige documentaire die – anders dan Amy – eindigt met een persoonlijke triomf.

Avicii: True Stories – vernoemd naar de titels van zijn eerste twee albums, True (2013) en Stories (2015) – ging afgelopen week in wereldpremière tijdens het Amsterdam Dance Event en draait op donderdag 26 oktober wereldwijd eenmalig in de bioscoop. In Nederland is de film hier te zien. Na afloop van de documentaire wordt een concertfilm van dertig minuten over Avicii’s afscheidsoptreden op Ibiza vertoond.
 

24 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Aquarius

****

recensie Aquarius

Strijdlustig standhouden

door Suzan Groothuis

Aquarius speelt in Recife, Brazilië, en draait om de 65 jarige Clara. Een weduwe die al jaren in het prachtige Aquarius-gebouw woont, maar nog de enige bewoonster is. In drie hoofdstukken krijgen we een impressie van Clara’s leven, waarbij haar band met haar geliefde woning centraal staat. Een band die onder druk komt te staan door een projectontwikkelaar die Clara wil uitkopen.

De film opent met prachtige zwart-wit beelden van de stad Recife, om vervolgens over te gaan in kleur en de beats van Queens ‘Another One Bites The Dust’. Een nieuwe ontdekking van de jonge Clara, voor wie muziek een grote passie is. Na dit muzikale tripje aan het strand belanden we in het Aquarius-gebouw, waar de verjaardag van tante Lucia gevierd wordt. Terwijl Clara’s kinderen lovende woorden uitspreken, kijkt Lucia naar een oud dressoir en hoe zij daar ooit wilde seks op had.

Aquarius

Terwijl Lucia’s leven gevierd wordt, staat Clara’s man stil bij 1979, het jaar dat Clara moest strijden tegen kanker. Een ziekte die overwonnen is, maar Clara haar lange haren en een borst kostte. Lange haren die ze jaren laten gracieus losschudt op het strand in hetzelfde Recife. De stad waar ze is blijven wonen, in het tweelaagse Aquarius-gebouw waar het kastje van tante Lucia nog steeds een prominente plek heeft.

Alleen in een verlaten gebouw
In drie hoofdstukken toont regisseur Kleber Mendonça Filho de jaren na 1980. Een ziekte overwonnen, haar man overleden en kinderen die volwassen zijn geworden. En ondertussen is Clara de enige bewoonster van Aquarius, want het pand is doelwit geworden van een projectontwikkelaar die iedereen behalve de trotse Clara heeft uitgekocht.

Waarom Clara graag in haar woning wil blijven, maken beelden duidelijk. Gelegen aan een zonnig strand en prachtig ingericht met een imposante platencollectie en zorgvuldig gekozen meubels en accessoires.  En natuurlijk het kastje van tante Lucia, waarop de camera subtiel rust om aan te tonen dat dit huis een geschiedenis, een ziel heeft.

Ook Clara wordt benaderd door de projectontwikkelaars, maar hun aanbod om haar uit te kopen wijst ze resoluut af. In haar woning zal ze sterven. En zo ontstaat een grimmige situatie, waarbij Clara moet opboksen tegen de macht van de harde bureaucratie. En hoewel Clara het hoofd fier rechtop blijft houden, ontstaan er zorgen bij haar kinderen of ze wel zo moet doorgaan. Want wat kan je in je eentje tegen een van de machtigste projectontwikkelaars van het land?

Aquarius

Ingetogen, maar gevoelsrijke film
Aquarius is Kleber Mendonça Filho’s tweede speelfilm. Zijn debuut Neighboring Sounds (2012) speelt zich ook af in Recife, in een middenstandswijk waar onrust groeit en een beveiligingsbedrijf net op het juiste moment zijn diensten aanbiedt. Een broeierige film die toont hoe woongenot negatief beïnvloed wordt en de rol van geld, macht en corruptie. Daarmee is er een link met het ingetogenere Aquarius, waar de praktijken van de projectontwikkelaars allerminst zuiver zijn en er vuile spelletjes ontstaan.

Neighboring Sounds is fragmentarisch van opzet, met een zekere afstand tot de personages. In tegenstelling tot Aquarius die drijft op de hoofdpersoon, een prachtige rol van Sonia Braga (Kiss of the Spider Woman). Als Clara is zij bevlogen, standvastig en koppig. Ofwel in haar eigen woorden: “I am a woman and a child”.

Maar Aquarius is meer dan een film over een vrouw die een eenzame strijd tegen een machtig bedrijf voert. Hij gaat over nostalgie, ouder worden, liefhebben, passie en verlangens. Met muziek als middelpunt: Clara, immer omgeven door haar omvangrijke platencollectie, is muziekrecensent geweest en heeft haar passie kunnen overdragen aan haar neef. In een prachtige scène laten hij en zijn vriendin Clara een Braziliaans nummer horen en zie je hoe gevoel overmeestert en muziek samenbrengt. Clara’s muzikale erfgoed zal voortleven.

Met Aquarius levert Kleber Mendonça Filho een ingetogen, maar gevoelsrijke film, die handelt over menselijke waarden en behoeften en ondertussen subtiel de verschillen laat zien: tussen arm en rijk, individu en bureaucratie, veiligheid en onrust en zuiverheid en corruptie. En, vooral, het niet opgeven van een geliefde plek, een plek waar je als kijker de ziel voelt en die je doet verlangen naar een tripje exotisch Brazilië.
 

14 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Atomic Blonde

**

recensie Atomic Blonde

Volstrekt ridicule spionagethriller slaagt op de valreep als luchtige actiefilm 

door Vincent Hoberg

Regisseur David Leitch doet zijn John Wick-truukje nog eens dunnetjes over met ditmaal een vrouwelijke sloopkogel. Helaas leent het spionagetoneel van het Berlijn van de late jaren ’80 zich een stuk minder voor zijn amusante actie-onzin.

De vrouwelijke filmactieheld is helaas een zeldzaamheid, zeker als ze in haar eentje een film moet dragen zonder een reddende man in haar kielzog. Toen Geena Davis in 1996 met machinegeweren zwaaide in The Long Kiss Goodnight werd de film door vrijwel alle – uiteraard mannelijke – critici weggehoond als belachelijk. Dat men twintig jaar later moet beamen dat die film eigenlijk best oké was en zijn tijd blijkbaar ver vooruit, is een stuk belachelijker. En het lijstje met vrouwelijke ijzervreters bleef al die jaren angstwekkend kort, terwijl de heren gewoon lustig door bleven schieten.

Atomic Blonde

Zoals Keanu Reeves die in 2014 als verse vijftiger de beuk erin gooide als John Wick. Co-regisseurs David Leitch en Chad Stahelski debuteerden met dit spektakel over een ex-crimineel die wegens een vermoorde hond weer de schietijzers uit het vet haalt en het bleek een groot succes. De mannen hadden er allebei al een loopbaan als stuntman / stuntcoördinator opzitten, wat duidelijk te zien was aan de balletachtige vecht- en schietpartijen die de film uittilden boven de standaard. Ook Charlize Theron was fan en zij zag in Leitch de ideale regisseur voor haar passieproject Atomic Blonde, een spionagethriller gebaseerd op de graphic novel ‘The Coldest City’ van Antony Johnston en Sam Hart.

Verwarde spionnen
Theron, die na Mad Max: Fury Road de actiesmaak te pakken had gekregen, vond het hoog tijd dat een vrouw weer eens de klappen uitdeelde en Lorraine Broughton, het hoofdpersonage uit het boek, leek in haar ogen daarvoor de ideale figuur. Terecht, want de spionne is in het uitstekende verhaal alle kerels te slim af terwijl ze in het wespennest van Berlijn vlak voor de val van de Muur een lijst met geheim agenten moet zien terug te vinden.

De strip, in de traditie van John le Carré en Len Deighton, snijdt een interessant thema aan. Want wat moet je als spion in Berlijn in hemelsnaam doen als de Muur valt? Als Oost en West elkaar broederlijk in de armen gaan vallen, is er geen werk meer. En dan? Het is deze extra laag die ‘The Coldest City’ zijn kracht geeft en Atomic Blonde zou een veel betere verfilming zijn geweest als scenarist Kurt Johnstad deze laag intact(er) had gehouden. Liefhebbers van de betere spionagefilm hebben hier namelijk helemaal niets te zoeken.

Atomic Blonde

Magische koffers
De hyperkinetische knokbombarie past prima in een film als John Wick, aangezien daar verder niet echt sprake van een plot is en nadenken volstrekt niet nodig. Wie zijn hersens niet volledig uitschakelt tijdens de openingsminuut van Atomic Blonde gaat een zware 115 minuten tegemoet, want de stapel plotgaten, ridicule twists en absurditeiten is zo hoog dat het opsommen meerdere pagina’s gaat kosten.

Theron’s Broughton arriveert in Berlijn met twee koffertjes die magisch blijken, omdat ze er gedurende de film tientallen flitsende outfits uit tovert die op z’n zachtst gezegd niet echt praktisch zijn voor een UNDERCOVER agent. Wie het Atomic Blonde-drinkspel wil gaan spelen, mag na afloop direct naar de eerste hulp want de hoeveelheid wodka die Broughton wegstouwt, doet zelfs de grootste alcoholist huiveren. Constant worden we eraan herinnerd dat het de jaren ’80 zijn want iedereen rookt, overal en altijd, non-stop begeleid door een – volgens de regisseur – zeer zorgvuldig geselecteerde soundtrack met 80’s hits die in 1989 zelfs in Oost-Berlijn al nergens meer op de radio te horen waren.

Aanstormende Trabant
Het laatste restje realisme verdwijnt krijsend onder de wielen van een aanstormende Trabant als een Oost-Berlijnse punker gaat breakdancen op Nena’s ‘99 Luftballons’ waarop een Stasi-officier hem neerslaat met zijn skateboard. Dan rest er weinig meer dan hoofdschuddend achterover te leunen en te gaan kijken naar datgene waar de film wel in slaagt.

Atomic Blonde

Theron trainde zich suf om geloofwaardig over te komen in de vele vechtscènes en dat is te zien. Gewapend met stilettohakken, waterslangen of gewoon de blote vuist dunt ze een flink leger vijandelijke agenten uit en die scènes zijn de aankoop van een entreekaartje meer dan waard. Het leidt in elk geval de aandacht af van heel wat tenenkrommende ergernis en irritante nevenpersonages. James McAvoy komt als ‘excentrieke topspion’ vooral over als een lompe karikatuur van een tweedehands autodealer en de gewoonlijk betrouwbare Eddie Marsan is een totale miscast als Stasi-kopstuk met een Duits accent dat in misluktheid slechts overtroefd wordt door Ralph Fiennes’ nazi in Schindler’s List.

Het is prijzenswaardig dat Charlize Theron een vrouwelijke actieheld wilde creëren als tegenwicht voor het mannelijk testosteron in de knokfilm, maar als haar Lorraine Broughton terug gaat komen in een sequel, dan graag met een veel beter scenario.
 

8 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

After Hours

After Hours: De film die het (film)leven van Martin Scorsese redde

door Vincent Hoberg

Vraag een willekeurig persoon vijf films van Martin Scorsese op te noemen en de kans is klein dat After Hours (1985), de belangrijkste film uit zijn loopbaan, erbij zit. Logisch misschien. Scorsese’s relaas over een New Yorkse hellenacht leverde hem weliswaar een Gouden Palm op, maar is ook de laatste film van de regisseur die geen enkele nominatie kreeg tijdens het jaarlijkse Oscarfestijn.

Wie After Hours ziet, zal die ‘belangrijkste film’ stelling ook in twijfel trekken en eerder gaan voor Mean Streets, Taxi Driver of Raging Bull, de films die Scorsese rotsvast op de cinematische landkaart hadden gezet. Een nadere blik leert echter dat Scorsese zonder After Hours het maken van speelfilms zeer waarschijnlijk helemaal vaarwel had gezegd.

After Hours

Depressie
In zijn hoofd had Scorsese’s leven en loopbaan begin jaren ’80 een dieptepunt bereikt. Een zware cocaïne- en drankverslaving eind jaren ’70 had zijn tol geëist en ondanks het grote succes van Raging Bull (1980) was hij de lol in het filmen volledig kwijt. Een lievelingsproject moest uitkomst bieden, maar zijn eerste uitstap naar de spirituele kant met The Last Temptation of Christ bleek niet de verwachte redding.

De film viel, zoals Scorsese zelf zegt, ‘uit elkaar’ en nadat ook het commerciële succes van The King of Comedy (1982) uitbleef, wilde hij het hele speelfilms maken voor gezien houden en zich slechts nog richten op documentaires. En daar, op het dieptepunt van zijn depressie, was opeens het script van After Hours.

Tim Burton
Producers Griffin Dunne en Amy Robinson hadden het tijdens Sundance opgepikt en vrijwel direct Scorsese als ideale regisseur voor ogen. Wie anders zou er beter passen bij een duister verhaal dat zich afspeelde tijdens een krankzinnige nacht in New York, de stad waar hij inmiddels synoniem mee was geworden?

Na een lange radiostilte benaderden ze als tweede optie ene Tim Burton, een jonge filmmaker die zocht naar een eerste speelfilmproject, maar vrijwel tegelijkertijd ging de telefoon en bleek Scorsese dol te zijn op het idee. Terug naar de bron, een kleine film met een kleine crew, in New York, geen poespas, geen druk. Toen Burton hoorde dat de kleine meester ook geïnteresseerd was, trad hij direct terug, want ‘niemand mocht Scorsese weerhouden om die film te gaan maken als hij dat wilde’. De lange weg uit het dal kon beginnen. 

Martin ScorseseHitchkafkaïaanse waanzin
Met al deze informatie in het achterhoofd wordt After Hours een heel andere film. Het verhaal lijkt, zoals gezegd, klein en simpel. Paul Hackett (Griffin Dunne) ontmoet ’s avonds bij een diner de aantrekkelijke, ietwat vreemde Marcy (Rosanna Arquette) en denkt een leuke date voor die avond te hebben geregeld. Het loopt anders.

In bliksemvaart verzeilt Paul in steeds merkwaardiger situaties met een lange stoet karakters bij wie allemaal een flinke steek los zit. (Dat Cheech & Chong op Dunne na de meest normale figuren in de film spelen, zegt meer dan genoeg). Als een Alfred Hitchcock en Franz Kafka die samen een flinke fles pruimenschnapps soldaat hebben gemaakt, sleurt Scorsese zijn antiheld door de eindeloze nacht.

Lezers van voornoemde schrijver zullen Kafka’s beroemde Voor de Wet-parabel uit het Proces zelfs letterlijk voorbij horen komen als Paul zich met pijn en moeite voorbij een uitsmijter probeert te praten. De (vooral cameratechnische) Hitchcock-referenties zijn bijna ontelbaar, al laat een overduidelijke verwijzing naar Rear Window de beste grap van de film uit Paul’s mond rollen.

Scorsese en de in april overleden DOP Michael Ballhaus gaan helemaal los in hun eerste samenwerking: wat Ballhaus hier allemaal uitspookt met de camera behoort tot zijn allerbeste werk en Scorsese’s pure liefde voor film spat er aan alle kanten van af.

After Hours

Zelf-exorcisme
Maar wie de film nog een laag dieper bekijkt, ziet hier een overduidelijke parallel met het leven van de regisseur. De manier waarop Scorsese Paul door de hel stuurt is puur zelf-exorcisme ingekleurd met pikzwarte humor. Luid gniffelend in zijn baard schijnt hij achter de camera te hebben gezeten bij elke ramp die zijn arme held overkwam, maar één ding is zeker. Ingekakte kantoorslaaf Paul werpt de volgende dag gelouterd zijn huid af om opnieuw te beginnen.

Of Pauls leven ingrijpend veranderd is, zullen we nooit weten, maar After Hours gaf Scorsese een nieuwe impuls die drie jaar later eindelijk leidde tot zijn geliefde project The Last Temptation of Christ. De film zette een zegereeks van geweldige films in die nog steeds voortduurt. Gewoon door een kleine film te maken. Geen psychiater had het beter kunnen oplossen.

After Hours @ EYE: zaterdag 22 juli, 20:00 uur.

 

18 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Alien: Covenant

****

recensie Alien: Covenant

Alien als Wagneriaanse opera

door Alfred Bos

Ridley Scott vervolgt zijn herstart van de Alien-saga met een actie-epos dat verwijst naar Wagner en Frankenstein. Is het buitenaardse monster een schepping van de natuur of het product van biotechnologie?

In de proloog van Alien: Covenant speelt David (Michael Fassbender), de synthetische mens, op de piano een stukje Wagner voor zijn schepper, Peter Weyland (Guy Pearce). We horen Intocht van de goden in Walhalla, uit Das Rheingold en dat is weer de proloog van Wagners monumentale operacyclus Der Ring des Nibelungen. Je krabt je achter de oren: regisseur Ridley Scott zou toch niet …? Jawel, hij doet het. Met Alien: Covenant vertelt Scott zijn klassiek geworden sciencefiction/horrorfilm Alien uit 1979 opnieuw, maar dan als Wagneriaanse opera.

Recensie Alien: Covenant

Alien: Covenant is het vervolg op Prometheus (2012), de film waarmee Scott aanknoopte op het universum dat hij in 1979 introduceerde. Vijf jaar terug speelde de regisseur leentjebuur bij de Griekse mythologie, ditmaal mengt hij, via Wagner, Germaanse en Noorse sagen in de steeds complexer worden verhaalmix. Was de in 3D gedraaide Prometheus een visuele extravaganza, het 2D-vervolg doet daar met zijn gul uitgeserveerde actiescènes en verbluffende beelden van buitenaardse ruimteschepen en een paradijselijke planeet niet voor onder. Voeg daarbij een doordacht verhaal vol verrassingen en de franchise is terug op niveau.

Walter is David is Siegfried
In de grond van de zaak is Alien: Covenant een remake van Alien voor een generatie filmkijkers die dankzij computeranimaties en superheldenfilms gewend is geraakt aan popcornvermaak. Die kijker zal zich niet vervelen, want de actie gaat crescendo en culmineert in een finale met een twist. De Alien-aficionado zal twee uur lang puzzelen om alle stukjes van het immer uitdijende verhaal naadloos in elkaar te passen. En de toeschouwer die heeft doorgeleerd vermaakt zich met de verwijzingen naar mythologie en literatuur. Die ziet in Weyland de oppergod Wotan en in David (bij Wagner het product van incest) herkent hij Siegfried.

Alien: Covenant opent op 5 december 2104, elf jaar na Prometheus. Walter is de robot van dienst op het ruimteschip waar de film naar vernoemd is, met 2000 mensen in kunstmatige slaap en 1120 ingevroren embryo’s op weg naar de verre planeet Origae-6. Walter is de geupdate versie van David, de robot die aan het slot van Prometheus vertrekt naar de planeet van de Engineers, de goddelijke scheppers die leven uitzaaien in het universum. Daar komt, na het oppikken van een intrigerende boodschap, ook een verkenningsteam van het Covenant-schip terecht. En dan begint het gedonder.

Recensie Alien: Covenant

Narcist
De Ripley van deze Alien-in-een-nieuw-jasje is Daniels (Katherine Waterstone). Zij voorziet onheil, wanneer Covenant-kapitein Oram (Billy Crudup) besluit de kolonisten naar die wel erg verleidelijke onbekende planeet te gidsen. Daar lijkt het paradijs gevonden, maar wacht de hel. Daar leert de kijker ook meer over de oorsprong van de alien, het buitenaardse en intelligente monster. Het zou flauw zijn om meer te verklappen, alleen dit nog: Michael Fassbender speelt letterlijk – en zijn personage ook figuurlijk – een dubbelrol. Robot Walter staat oog in oog met zijn vorige zelf, David. Naar zijn intenties blijft het lang gissen.

Had de oorspronkelijke Alien-film een intelligente buitenaardse levensvorm als plot-sturend personage, in Alien: Covenant is de synthetische mens Walter/David het centrale karakter. De robot is een narcist, hij kust zichzelf. Hij heeft, zoals zijn maker Weyland in Prometheus al verklapte, geen ziel. Het gevaar komt ditmaal niet van buitenaf, zoals in Alien, maar van binnenuit, van de technologie waarmee de mens de grenzen van het leven verlegt. Aldus lijkt de film te waarschuwen voor de risico’s van kunstmatige intelligentie.

Literaire referenties versterken die boodschap. Er is een geestige verwijzing naar Bladerunner, Scotts SF-meesterwerk, de douchescène uit Psycho komt langs en de climax spiegelt de labyrint-scène uit Alien³ (het filmdebuut van David Fincher). Maar de crux is een verwijzing naar Ozymandias, het gedicht van de Britse Romantische dichter Shelley dat, net als Wagners Nibelungenring, handelt over macht. Shelley’s echtgenote Mary is de auteur van Frankenstein, de SF-roman over kunstmatig leven dat zich tegen zijn schepper keert.

Covenant is het Engelse woord voor overeenkomst of verdrag. Met de duivel kun je beter geen verbond aan gaan.
 

16 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Alone in Berlin

***

recensie Alone in Berlin

Burgermoed in nazi-Berlijn

door Alfred Bos

Engelstalige Europese coproductie verfilmt de Duitse succesroman over een echtpaar in het Berlijn van de jaren veertig dat ansichtkaarten inzet tegen de propaganda van Hitler. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.

Rond de jaarlijkse dodenherdenking verschijnen er in de bioscoop meer films dan gewoonlijk die spelen in of qua thematiek verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Alone in Berlin is de filmversie van de roman Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn), die de Duitse schrijver Hans Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen) kort voor zijn plotselinge dood in 1947 in vier weken tijd schreef. Hij handelt over een echtpaar van middelbare leeftijd wiens enige zoon als soldaat van het Duitse leger in de eerste oorlogsweken is gesneuveld. Ze komen op hun eigen naïeve manier in opstand tegen Hitler.

Alone in Berlin

Otto Quangel (de Ierse acteur Brendan Gleeson) is voorman op een houtzagerij, doodskisten zijn het voornaamste product. Laag opgeleid maar intelligent, begint hij uit verdriet om zijn verloren kind een eenmansactie tegen de nazi’s. Quangel schrijft anti-naziteksten op ansichtkaarten die hij achterlaat in openbare gebouwen en kantoren in Berlijn. Zo wil hij een stem geven aan zijn gemoed en de alom aanwezige nazipropaganda ondergraven. De kaarten worden door de burgers van Berlijn echter niet aan elkaar doorgegeven, maar ingeleverd bij de politie. Die gaat op jacht. Quangel schrijft door. Hij besteedt al zijn vrije tijd aan het project en betrekt zijn vrouw Anna (Emma Thompson) er in.

Niemand is te vertrouwen
De 600 pagina’s van de roman zijn ingedikt tot een film van zeven kwartier, waarbij onvermijdelijk hele stukken van het boek zijn verdwenen of vervangen door nieuwe scènes uit de pen van scenarist Achim von Borries (Good Bye Lenin!) en regisseur Vincent Perez. De film concentreert zich op de kern van het op feiten gebaseerde verhaal: de alom aanwezige sfeer van intimidatie en terreur, de lompheid van het nazi-apparaat, de onzekerheid van het dagelijkse bestaan in oorlogstijd. Het wemelt van de meelopers en de opportunisten, niemand is te vertrouwen. De Quangels zijn—alleen in miljoenenstad Berlijn.

Goed en fout lopen langs onzichtbare lijnen dwars door elkaar, ook in het appartementengebouw waar de Quangels wonen. Een Joodse weduwe wordt belaagd door een buurman met nazisympathieën en diens bloedfanatieke zoon, Baldur geheten. Een gepensioneerde rechter steunt waar mogelijk, terwijl een nietsnuttende zuipschuit de boel voor eigen gewin verraadt. Dan is er nog de postbode die helpt waar ze kan; haar bangige echtgenoot probeert een wit voetje te halen bij de nazi’s. De breuklijn loopt ook door huwelijken. En door het politieapparaat.

Alone in Berlin

Leven onder een bezettingsmacht
Het net sluit zich langzaam rond de Quangels, maar het thrilleraspect is niet het hart van Alone in Berlin. Dat is de psychologie van de terreur en het leven onder een bezettingsmacht. Integere burgers, maar ook inspecteur Escherich (Daniel Brühl) die met de zaak van de ansichtkaarten is belast, worden voor onmogelijke keuzes geplaatst. Wat boek en film glashelder maken is dat ook voor de neutrale Duitse bevolking het nazibewind een nachtmerrie is geweest. Van de 285 kaarten die Otto en Anna Quangel tussen 1940 en 1943 hebben verspreid, zijn er 267 aangegeven bij de politie. Hun opzet is niet gelukt: de kaarten zijn niet doorgegeven, de angst zat te diep.

Alone in Berlin is een keurige film over keurige mensen in een immorele wereld. Deze Duits-Frans-Engelse coproductie mikt op het Europese mainstream-publiek en heeft een internationale rolbezetting en een Franse regisseur, de steracteur Vincent Perez. Hij is braaf – trouw aan het boek, grove scènes worden elliptisch verbeeld – en keurig opgedeeld in drie aktes. De bedrukte stemming van het leven in oorlogstijd wordt gevisualiseerd door grauwe kleding en sombere interieurs; suggestie wint het van actie. Dat de Engelstalige dialogen met Duits accent worden uitgesproken is de voornaamste smet op deze geslaagde verfilming van een ijzersterk boek.
 

25 april 2017