Nebraska

****

recensie  Nebraska

Diep in het hart van Amerika

door George Vermij

Met Nebraska heeft Alexander Payne een mooie variatie gemaakt op de vaste thema’s die terugkomen in zijn oeuvre. In een schijnbaar doelloze tocht door het failliete Amerikaanse achterland schetst hij een mooi beeld van een disfunctionele familieband. 

Voor velen zal de staat Nebraska vooral associaties oproepen met het gelijknamige album van Bruce Spingsteen. Op het titelnummer zingt The Boss  over een troosteloos en uitgestrekt gebied waar zinloze moorden worden gepleegd. Een verwijzing naar de moorddadige tocht die Charles Starkweather maakte door die staat en die als basis gold voor de prachtige film Badlands van Terence Malick. Dat Nebraska tot de Amerikaanse verbeelding spreekt heeft misschien iets te maken met zijn locatie in het midden van de VS wat de staat tot het symbolische hart van het land maakt. Nebraska is ook de thuisstaat van Alexander Payne en zijn eerste films speelden zich daar af. Payne keert na zijn uitstapjes naar Californië (Sideways) en Hawaii (The Descendants) in zijn nieuwste film terug naar de staat.

Recensie Nebraska

Misleidende reclameactie
De eerste beelden van Nebraska tonen een verwarde oude man die een snelweg afloopt en wordt aangehouden door de politie. Het is Woody Grant (Bruce Dern) die op weg is naar Lincoln, Nebraska om een geldprijs op te halen. Later haalt zijn zoon David (komiek Will Forte in een ingetogen rol) hem op van het bureau en ziet dat de prijs waar Woody heilig in gelooft een misleidende reclameactie is. Zijn vader moet echter niets van Davids twijfels weten en wil koste wat het kost naar Nebraska.

Davids leven is ook niet bepaald op orde en het is om die reden dat hij besluit om met zijn vader de tocht te maken ook al weet hij dat het tot niets gaat leiden. Ze reizen zo door de VS en maken een tussenstop in Woody’s oude en vervallen geboortedorp waar de Amerikaanse droom aan voorbij is gegaan.

Familiebanden
Nebraska is net als Sideways een roadmovie waar de reis uiteindelijk belangrijker is dan de bestemming. In het thema van een familie die weer bij elkaar komt, heeft de film ook raakvlakken met The Descendants. De van elkaar vervreemde vader en zoon komen in de film wat dichter bij elkaar, maar het knappe is dat Payne hier niet valt in sentimentele valkuilen. Ondanks de familieband is er een afstand merkbaar tussen Woody en zijn zoon die vooral te verklaren is door Woody’s opkomende dementie en groeiende verwardheid, perfect door Dern overgebracht. Daarnaast draagt Woody een erfenis van alcoholisme die zijn tol heeft geëist op het gezinsleven en op David. Deze serieuze zaken worden door de personages echter op humoristische wijze besproken en daarmee raakt Payne de juiste balans tussen lach en traan.

Zo ook in een van de mooiste scènes uit de film waar Woody’s temperamentvolle vrouw (briljant en chagrijnig gespeeld door June Squibb) op een begraafplaats tegen David praat over de mensen die daar liggen. Het gezegde ‘over de doden niets dan goeds’ gaat zeker niet op voor de barrage van beledigingen die zij uitkraamt over de sobere grafstenen.

Recensie Nebraska

Solide cast
Nebraska bevat een solide cast die de sterke rol van Dern als Woody perfect aanvult. Zo is daar de sluwe ex-zakenpartner van Woody gespeeld door acteerveteraan Stacy Keach en Bob Odenkirk (advocaat Saul uit Breaking Bad) duikt op in een bescheiden vertolking. De film is verder mooi geschoten in zwart-wit waarmee beeldcomposities ontstaan die doen denken aan de sobere highway foto’s van Lee Friedlander.

Met Nebraska weet Alexander Payne Amerikaans realisme met humor en empathie te brengen. Daarbij schroomt hij niet om te tonen dat het slecht gaat in het hart van Amerika waar vervallen spooksteden nog lang niet zijn bijgekomen van de crisis en mensen worstelen met hun bestaan.

23 februari 2014

 

MEER RECENSIES

Winter’s Tale

**

recensie  Winter’s Tale

Mierzoet liefdesdebacle

door Joan Gebraad

Kleed een Amerikaanse fantasybestseller uit 1983 uit. Zet een Oscar-winnende scriptschrijver op de regisseursstoel en voeg daar een sterrencast aan toe. Overgiet het geheel met een saus van clichés en mierzoete romance en je hebt een recept voor een debacle.  

Winter’s Tale speelt zich af in drie tijdepisodes. In 1895 wordt baby Peter Lake (Colin Farrell), zoon van immigranten, de toegang tot Ellis Island ontzegd. Zijn ouders stoppen het kind in een miniatuurschip en zo drijft Peter à la Mozes Manhattan binnen. Satans maffiamaatje Pearly Soames (Russell Crowe) neemt het grut onder zijn hoede en maakt een meesterdief van hem.

Recensie Winter's Tale

Wanneer Peter twintig jaar later tijdens een rooftocht het huis van een rijke krantenmagnaat binnensluipt, stuit bij op Beverly Penn (Jessica Brown Findlay, Downton Abbey). Peter schuimbekt nog net niet. De jongeling ziet het licht, zweert zijn criminele bestaan af en begint aan een onstuimige romance. Peter gelooft oprecht dat het zijn levensmissie is Beverly te redden. Soames probeert met zijn criminele matties Peter ten val te brengen. Echter, de grote vraag is of Peter zijn lot wel goed heeft voorzien. Aldus begint een eeuwenlange apocalyptische strijd tussen goed en kwaad, die zijn hoogtepunt vindt in 2014. Met New York als decor.

Verwarrende aaneenschakeling van scènes
Regisseur Akiva Goldman (A Beautiful Mind, I,Robot, Batman and Robin) neemt geen tijd om dingen uit te leggen, wat funest is. Hij haast van scène naar scène. Het resultaat is een onbegrijpelijk en vaak ongeloofwaardig verhaal vol clichés. Waar komt die computergeanimeerde pegasus ineens vandaan? En is Peter nu echt zo’n oelewapper dat hij zelfs na honderd jaar niet verder komt dan dit hemelse wezen, dat toch echt Anthenor heet, aan te spreken met ‘Paard’? Nog zoiets. Tijdens Beverly’s begrafenis kijkt Peter tussen de graven toe. Een paar seconden later weet hij plotsklaps niet meer wie hij is. De film verspringt zonder uitleg naar 2014. Peter moet inmiddels over de honderd zijn, maar lijkt geen dag ouder. En wat te denken van Peter die binnen een paar minuten een meisje met een kaal hoofd ziet, beseft dat zij ongeneeslijke kanker heeft, begrijpt dat zij zijn lotsbestemming is, haar enkele seconden later flauw ziet vallen, vlucht, vecht met de slechteriken en haar redt?

Vriendjespolitiek
Wat de casting betreft lijkt Goldman een blik vriendjes te hebben opengetrokken. Dit pakt niet altijd goed uit. Zo werkte de oude rot eerder met Jessica Brown Findley, Colin Farrell en Russell Crowe. En Will Smith. Die opduikt in een nietszeggende scène als opper-demonen-homeboy Lucifer om Soames nog eens aan zijn missie te herinneren. Russell Crow had beter zijn gladiatorenoutfit aan kunnen trekken. Hoewel Crowe duidelijk plezier beleeft in zijn rol als slechterik, boezemt hij weinig angst in. Getooid met een lelijk litteken, een negentiende-eeuwse Britse outfit en een verschrikkelijk slecht geïmiteerd Iers accent, gromt en vecht hij als een slappe wannabe crimineel. Van een levensgevaarlijke demon verwacht je op zijn minst de slechtheid à la Al Pacino in The Devils Advocate.

Recensie Winter's Tale

Debacle vol liefdesclichés
Het meest storende aan deze film is Goldmans veelvuldige beroep op liefdesfilmclichés. Deze verpulveren de aandacht voor personageontwikkeling, magische verhaalelementen en diepere betekenissen van Mark Helprins roman.

De te bombastische en storend aanwezige muziek roept associaties op met allerlei romantische filmepen. Tel daarbij op Colin Farrell als de letterlijke prins op het witte (vliegende) paard, geleuter over lotsbestemmingen en ware liefde én het stereotiepe van de koene ridder die het meisje redt. Winter’s Tale is Batman and Robin onder de magisch-realistische, romantische films. We hebben het allemaal al eens gezien. En beter.

 

16 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

12 Years a Slave

****

recensie  12 Years a Slave

Een bezoek van de zweep

door Cor Oliemeulen

Een verzonnen verhaal, hoe fantasierijk dan ook, kan nooit de onvoorstelbare werkelijkheid benaderen. Als het lukt om een echt gebeurd relaas zonder franje, pretenties en aanzwellende violen te verfilmen, kan zomaar een meesterwerk ontstaan.  

Na de bevlogen Zwarte Pietendiscussie en het wezenlijke soap- en blote borstengehalte van het overigens niet onverdienstelijke Hoe Duur was de Suiker kan Nederland zich opmaken voor de release van 12 Years a Slave. Het onwaarschijnlijke verhaal van de violist Solomon Northup die aanvankelijk gelukkig leeft met vrouw en kinderen in het New York van 1841. Als een van de weinige kleurlingen, gestoken in keurig kostuum, beweegt hij zich ongehinderd en gerespecteerd in sociale en politieke kringen. Na een optreden in Washington wordt hij bedwelmd, ontvoerd en als slaaf op transport gezet naar het racistische zuiden.

Recensie 12 Years a Slave

Persoonlijke hel
De tegenstelling tussen de noordelijke en zuidelijke staten over de afschaffing van de slavernij wordt breed uitgemeten in Steven Spielbergs Lincoln met de magistrale titelrol van Daniel Day-Lewis. De Britse regisseur Steve McQueen vertelt de omgekeerde chronologie: een vrije man is gedoemd tot slaaf. Geen politiek verhaal, maar een persoonlijke hel. Gebaseerd op een krantenartikel in The New York Times uit 1853 en het bij monde van Solomon Northup zelf door ene David Wilson opgetekende verhaal Twelve Years a Slave. De vrouw van Steve McQueen ontdekte het boek bij toeval. De regisseur zocht vervolgens contact met scenarist John Ridley, die een gat in de lucht sprong, omdat hij al een tijd rondliep met de wens om een uniek slavendrama te schrijven.

Dat is 12 Years a Slave ook zeker geworden. Met een fantastische hoofdrol van de relatief onbekende Chiwetel Ejiofor die zijn roots heeft in de toneel- en theaterwereld van Londen. Een pijnlijk zielig hoofd, grote ogen met daartussen diepe groeven tamboereren zijn onfortuinlijke lot. Een beroemde filmacteur had nooit met dezelfde geloofwaardigheid een schijntje van de intellectuele slavenidentiteit van Solomon Northup kunnen oproepen. Ejiofor speelt een erudiete man, die snel doorheeft dat hij niet al teveel mag opvallen. Niet zeggen wie je bent, betekent overleven. Ook niet als een slavenhandelaar vraagt of hij onderwijs heeft genoten. ‘Nee’, zegt Solomon uit zelfbehoud. ‘Nikkers worden ingehuurd om te werken, niet om te lezen of schrijven.’ Desondanks weet hij zich door zijn kennis, slimheid en vioolspel te onderscheiden van zijn lotgenoten. En van zijn meester.

Omdat God het zo wil
Zijn bijzondere karakter valt ook Edwin Epps op. Michael Fassbender (schitterde al in Steve McQueens Hunger  en Shame) is eng realistisch als de meedogenloze, tirannieke landeigenaar. Het psychologische kat- en muisspel met zijn gekochte slaaf Solomon vormt het hoogtepunt van de film. Seksueel wordt Epps aangetrokken door de slavin Patsey (indrukwekkend speelfilmdebuut van Lupita Nyong’o). Van alle slaven plukt zij het meeste katoen, soms wel 500 pond per dag. Geboren en opgegroeid op de plantage is ze voor Epps een geschenk van God, die hem uiteraard toestaat het meisje te misbruiken en op gruwelijke wijze te straffen, onder het aanmoedigende oog van zijn echtgenote (Sarah Paulson).

Recensie 12 Years a Slave

Het lukt slechts een enkeling de horror van zweepslagen, ophangingen en vernederingen te ontvluchten. De zwarte vrouw van de mildere landeigenaar Shaw vertrouwt Patsey toe: ‘Eens heb ik gediend, nu heb ik anderen die mij dienen. De kosten van mijn huidige bestaan zijn om de genegenheid van meester Shaw te beantwoorden.’ Met haar pink omhoog neemt ze een slokje van haar thee en vervolgt: ‘Ik weet hoe het is om het doel van een meester zijn voorliefde en eigenaardigheden te zijn. Een wellustig bezoek in de nacht of een bezoek van de zweep. Maar de Heer zal met Epps en met iedereen afrekenen.’

Vergetelheid
Prachtige rollen in kleine, intieme settings met sublieme dialogen doen soms denken aan Shakespeare. Mooie natuurplaatjes en kleurrijke luchten contrasteren met de verschrikkingen van het slavenleven. Maar gelukkig is er één persoon die uiteindelijk weet te ontsnappen aan zijn beroerde voorzienigheid. Na twaalf jaar als slaaf zal Solomon Northup ontegenzeggelijk een toontje lager spelen. Niemand heeft later nog ooit iets van de violist vernomen. Tot nu.

 

14 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

American Hustle

*****

recensie American Hustle

Het onbenul van Rosalyn

door Alfred Bos

De reacties in Amerika op deze quasi-waargebeurde oplichterstragikomedie-in-retro-stijl zijn gemengd, van zuinigjes tot jubel. Er wordt in ieder geval geweldig in geacteerd, met een bijna onherkenbare Christan Bale in de hoofdrol. 

Er staan een flink aantal Oscars op de rol voor deze bij vlagen hilarische film en één daarvan verdient Jennifer Lawrence voor haar (vrouwelijke bij)rol van Rosalyn Rosenfield, het ultieme domme blondje dat zonder enig realiteitsbesef door FBI-operaties en maffiaopzetjes blundert terwijl ze haar partner toezucht ‘Thank God for me’. Lawrence, na in 2010 te zijn doorgebroken met Winter’s Bone vorig jaar goed voor een Oscar voor haar hoofdrol in Silver Linings Playbook, is niet de enige topacteur in deze carrousel van schijn.

Recensie American Hustle

De 23-jarige actrice vertolkt de echtgenote van Irving Rosenfeld (Christian Bale), een getalenteerde oplichter die met zijn vriendin, Sydney Prosser (Amy Adams), door een manipulatieve FBI-agent, Richie DiMaso (Bradley Cooper), wordt gedwongen mee te werken aan een plan om corrupte bestuurders en maffioso ondernemers strafrechtelijk aan te klagen. Een flink deel van de cast – waaronder Robert De Niro, niet op de titelrol vermeld als de louche Victor Tellegio – werkte eerder met regisseur David O. Russell, onder meer aan een van zijn beide voorgaande films, The Fighter (2010) en het genoemde Silver Linings Playbook (2012). Bovendien is komiek Louis C.K. (Blue Jasmine) van de partij.

Bazige moeders
American Hustle  is, meer dan vergelijkbare oplichtersfilms als The Sting (1973) en The Grifters (1990), een spel met de werkelijkheid. Het verhaal, gesitueerd in 1978, wordt gepresenteerd als gedeeltelijk waar gebeurd, maar komt uit de koker van de regisseur; het logo van de distributeur is de versie die destijds werd gebruikt, net zoals de logo’s van de producenten quasi-retro zijn. In de openingsscène zien we Rosenfeld voor de spiegel bezig met zijn toupet en ook DiMaso’s kroeskop is nep; hij gebruikt haarkrullers. Alle personages wenden voor iemand anders te zijn om, naar eigen zeggen, te kunnen overleven.

In deze film speelt Christian Bale, compleet met buik en kalende schedel, een personage dat wordt geterroriseerd door vrouwen: vroeger zijn dominante moeder (leren we uit voice-overs), nu door de onmogelijke Rosalyn. Daarnaast speelt vriendin Sydney onder zijn ogen  spelletjes met de opdringerige FBI-agent. Bale heeft zich voor zijn rol zichtbaar laten inspireren door James Gandolfini’s Tony Soprano, maar dan goedzakkeriger. Ook DiMaso wordt geplaagd door een bazige moeder, zijn bravoure is een act. Alles in deze film is een act, behalve het onbenul van Rosalyn. Ze valideert het bedrog.

Recensie American Hustle

Surrealistische dialoog
Thematiek (oplichting) en toon (neiging tot uitzinnigheid) vertonen overeenkomsten met The Wolf of Wall Street, maar het scenario van American Hustle is ingenieuzer. Elk van de hoofdpersonen levert een existentiële strijd en balanceert doorlopend op het randje van hysterie, de gedreven FBI-agent niet uitgezonderd. Ver over de rand verkeert Rosenfeld’s vrouw Rosalyn, zoals een surrealistische dialoog tussen de echtelieden illustreert. In die briljante scène botsen twee overlevingsstrategieën frontaal: Rosenfelds bedrog is gebaseerd op calculatie en empathie; Rosalyn laveert impulsief, koersend op eigenwaan en tegeltjeswijsheid, door het mijnenveld. Ze leven in parallelle werelden.

Speciale vermelding verdient de voortreffelijke geluidsband en ook die truukt de kijker, want al speelt deze film in 1978, we horen hit-singles uit 1972 en 1973 van onder meer Steely Dan, Chicago, Todd Rundgren, Electric Light Orchestra, Temptations en Wings. En waar hebben ze die, perfect getimede, Arabische versie van Jefferson Airplane’s White Rabbit vandaan? Sterk scenario (inclusief geslaagde running gag), geweldige acteerprestaties en een fantastische soundtrack—American Hustle is een instant klassieker.

 

4 februari 2014

 
ALLE RECENSIES

Out of the Furnace

***

recensie  Out of the Furnace

Getergd fatsoen in failliete gemeenschap

door Alfred Bos

Sociaal drama met thriller-trekjes waarin karakteracteurs zonder opsmuk figureren in de wraakactie van een brave burger die zijn wereld uiteen ziet vallen. Familiebanden en vriendschappen overstijgen bestuurlijke onmacht. 

Wanneer neem je het recht in eigen handen? Is het überhaupt verstandig om voor eigen rechter te spelen? De Amerikaanse cinema is dol op de vigilante, verzot op de wreker. Waar het centrale gezag faalt – incompetent of corrupt of beide – moet het individu zijn boontjes zelf doppen. Voor criminelen is dat gesneden koek, maar voor de goedwillende burger kan het uitdraaien op een oudtestamentisch drama waarin goed en fout, schuld en onschuld tot een onontwarbare kluwen verwikkeld raken. Afgelopen najaar gaf Prisoners een subtiele variant op het thema. In Out of the Furnace liggen de lijnen tussen goed en fout duidelijker. Maar het dilemma blijft.

Recensie Out of the Furnace

Russell Baze (Christian Bale), de protagonist van Out of the Furnace, bezemt keurig zijn betegelde veranda schoon en schilt na het werk een appeltje. Hij leeft in de wereld van Bruce Springsteen: het provinciestadje North Braddock (Pennsylvania) in de Appalachian Mountains. Ooit de zelfverklaarde ‘geboorteplaats van het staal’, nu een vermoeid dorp waar achter dichtgetimmerde ramen de ratten scharrelen. Baze werkt in de staalfabriek, net als ooit zijn vader en zijn oom. Zijn jongere broer Rodney (Casey Affleck) vergokt zijn geleende geld. De ex-marinier is uit Irak teruggekeerd als getroebleerde ziel die zich niet kan conformeren aan de traditionele orde.

Illegale free-fights
Het zal niet helemaal toevallig zijn dat regisseur Scott Cooper in zijn tweede, wederom zelfgeschreven film (de voormalige acteur debuteerde in 2009 verdienstelijk met Crazy Heart) uitgerekend Christian Bale de rol van wreker laat vertolken. Bale kroop eerder in het vleermuispak van Bruce Wayne/Batman, de ultieme vigilante, die bovendien wreker is want hij verdelgt het gespuis omdat zijn ouders voor zijn ogen werden vermoord. Daarnaast vertolkt Bale in Public Enemies (2009) de rol van de gedreven speciaal agent die de legendarische bankrover John Dillinger opjaagt en kalt stelt. Bale kan heel goed de verbeten wraakengel spelen.

Ook de acteur die Baze’s tegenstrever neerzet, de onmogelijk lompe mountain man Harlan DeGroat, lijkt te zijn getypecast. DeGroat is een criminele hufter van het onmogelijkste soort, een halfgeletterde bruut die in staat van oorlog leeft met iedereen die zijn blikveld betreedt. Hij huist in uitgewoonde krotten in de beboste heuvels van Pennsylvania en verdient zijn geld door het gokken op illegale free-fights te manipuleren. Woody Harrelson speelt hem met verve, compleet met lolly tussen de kiezen. Sinds Natural Born Killers (1994) staat hij in het collectieve geheugen van de bioscoopbezoekers gegrift als de antisociale maniak bij uitstek.

Geruïneerde moraal
Het universum van North Braddock is het huidige Amerika in het klein. De traditionele orde is kapot, de droom vervlogen. Wat rest is een existentiële jungle, waarin recht een farce van procedures en papierwerk is en misdaad meer loont dan deugdzaamheid. Russell schikt zich, broer Rodney niet. Dat verandert wanneer Russell, ondanks zijn goede bedoelingen, achtereenvolgens zijn vrijheid, zijn vader, zijn vriendin en uiteindelijk zijn broer verliest. Dan staat de getergde engel der wrake op.

Recensie Out of the Furnace

Ook de bijrollen in deze door Leonardo DiCaprio en Ridley Scott gecoproduceerde film zijn ingevuld door karakteracteurs als Willem Dafoe, Sam Shepard en Forest Whitaker. Out of the Furnace portretteert een gebroken samenleving met een geruïneerde moraal en stelt een vraag die centraal staat in de betere film noir van de jaren veertig en vijftig. Mag wie alles is kwijtgeraakt zijn rol van slachtoffer overstijgen door dader te worden? Hoe krom is recht? In Public Enemies droeg Bale’s personage een politiepenning en nu niet. Dat is de premisse die Out of the Furnace op scherp zet.

 

28 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Parkland

**

recensie  Parkland

Onder de Texaanse zon

door Cor Oliemeulen

Wat gebeurde er direct nadat John F. Kennedy op 22 november 1963 werd vermoord? Het docudrama Parkland reconstrueert de drie dagen die volgden. Verwarring, chaos en ongeloof na de aanslag zijn meeslepend, maar niet genoeg. 

Het gros van de Amerikanen gelooft niet dat Lee Harvey Oswald de (enige) moordenaar is van de vijfendertigste president van de Verenigde Staten. De laatste halve eeuw zijn tal van zinnige en onzinnige complottheorieën de revue gepasseerd. CIA, FBI, banken, maffia, Israël, Fidel Castro, Aristoteles Onassis, de Sovjet-Unie en zelfs vicepresident Lyndon B. Johnson, allen zouden hun eigen motieven hebben gehad om zich van Kennedy te ontdoen. Parkland gaat uit van de officiële versie van de Commissie Warren die concludeerde dat één schutter drie kogels afvuurde vanuit de Texas Book Depository. Oliver Stone legt in JFK (1991) de nodige tegenstrijdigheden en aannames bloot, onder meer de mysterieuze baan van één van de projectielen.

Recensie Parkland

Complotdenkers
Parkland  biedt geen enkel voer voor complotdenkers, maar richt zich op de hulpverleners, de geheime dienst, de familie Oswald en op Abraham Zapruder die per toeval de beroemdste homevideo aller tijden maakte. Debuterend regisseur Peter Landesman schept met schokkerige beelden een vergelijkbare dramatische, realistische sfeer zoals te zien in de docudrama’s van Paul Greengrass. De slachtpartij van het Britse leger in Noord-Ierland in Bloody Sunday (2002) en de vliegtuigkaping op 9/11 in United 93 (2006) kennen dezelfde authentieke, historische context als de gebeurtenissen vanaf het moment dat Kennedy het Parkland Memorial Hospital in Dallas wordt binnengebracht.

Het grootste verschil en gemis is echter dat Landesman zich in zijn beeldverslag te veel focust op de diverse handelingen en discussies, waarmee hij identificatie met de personages bijna onmogelijk maakt. Dat is zonde als je de beschikking hebt over de indringend ernstige blik van Marcia Gay Harden (hoofdzuster), het sentimentele hoofd van Zac Efron (reanimatiedokter) en de onmiskenbare talenten van Paul Giamatti (Zapruder) en Billy Bob Thornton (CIA-baas). Ondergedompeld in een mix van archiefmateriaal en documentaire-achtige opnames spreken ook de (gelaten) broer en (maffe) moeder van Oswald te weinig tot de verbeelding.

Recensie Parkland

Geen onthullingen
Wat rest is een steriele boekverfilming zonder noemenswaardige spanning en onthullingen. Zo zal het niemand verbazen dat de operatiekamer is gevuld met nerveuze zwaar bewapende agenten. Of dat de zuster op een gegeven moment een stukje schedel en hersenen van Kennedy in haar hand heeft; dat de doktersjassen opvallend rood kleuren; dat de reanimatiepogingen tevergeefs zijn en het medische team twee dagen later vecht voor het leven van Oswald. Ook de heisa rondom het confisqueren van JFK’s stoffelijke overschot, waardoor de patholoog in Dallas geen autopsie kan plegen, brengt niets nieuws onder de Texaanse zon.

 

25 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Dallas Buyers Club

****

recensie  Dallas Buyers Club

Cowboy met AIDS weigert op te geven

door Alfred Bos 

Sociaal drama over een stoere Texas-cowboy die te horen krijgt dat hij HIV-positief is en op zoek gaat naar veilige geneesmiddelen. Matthew McConaughey is imponerend in het verfilmde levensverhaal van de in Amerikaanse AIDS-kringen legendarische Ron Woodroof. 

Dallas Buyers Club is gebaseerd op het verhaal van Ron Woodroof, een elektricien en rodeocowboy uit Dallas die in 1985 als HIV-positief werd gediagnosticeerd. De film toont diens persoonlijke gevecht tegen de ziekte, de maatschappelijke vooroordelen, het medische establishment en de farmaceutische industrie. Door die ongelijke strijd verandert Woodroof van een onbehouwen macho tot een bevlogen vechter voor een menselijke én medisch verantwoorde behandeling van AIDS-patiënten.

Recensie Dallas Buyers Club

Woodroof wordt indrukwekkend vertolkt door Matthew McConaughey, die voor deze rol menige kilo afviel en als een naald onder stroom door de twee uur durende film schicht; zijn lijzige zuidelijke accent (McConaughey is Texaan van geboorte) komt hem daarbij goed van pas. Ook de dragende bijrollen zijn sterk ingevuld. De eveneens in Texas geboren Jennifer Garner vertolkt ingehouden de met Woodroof sympathiserende arts Eve, terwijl rockzanger Jared Leto meer dan overtuigt als de travestiet Rayon, die Woodroofs onwaarschijnlijke strijdmakker wordt.

Oscar-waardig
In een film over zware emoties en doodernstige zaken moet er ook ruimte zijn voor een lichte toets en die komt van Woodroofs extraverte persoonlijkheid. Hij is een flierefluiter, maar ook een vechter; een lomperik die tevens elegant kan charmeren; een bekrompen geest die zich ontwikkelt tot onverschrokken activist. Woodroof is het hart en de ziel van de Dallas Buyers Club, een juridische constructie waarmee AIDS-patiënten de wetgeving rond niet-goedgekeurde AIDS-medicijnen weten te omzeilen. En ook van de gelijknamige film, bijna iedere scène draait rond de onverzettelijke AIDS-cowboy.

Matthew McConaughey excelleert in deze veeleisende rol en ontwikkelt zich tot een van de beste acteurs van zijn generatie. De zelfverklaarde bewonderaar van Paul Newman dreigde na een veelbelovende start in de jaren negentig – zo is hij te bewonderen in John Sayles’ fenomenale Lone Star (1996) – zijn loopbaan te saboteren, maar na sterke rollen in recente producties als The Lincoln Lawyer, Mud en The Wolf of Wall Street kan niemand meer om zijn talent heen. Deze vertolking van een ansich onsympathieke protagonist is Oscar-waardig; je gaat als kijker gaandeweg voor Woodroof voelen. Het doet onwillekeurig denken aan de doorbraak van Tom Hanks via het AIDS-drama Philadelphia (1993).

Farmaceutische industrie
En passent krijgt de kijker ook een kijkje in de mores van de jaren tachtig, toen AIDS nieuw en onbekend was, en de vooroordelen nog talrijk waren. AIDS krijg je als je een homo een hand heeft, dat werk. Woodroof vindt geen enkele steun in zijn voormalige milieu van handarbeiders en stoere cowboys; hij moet ook de congsi van FDA (het overheidsorgaan dat bepaalt welke medicijnen zijn toegestaan) en farmaceutische industrie weerstaan. Die zijn meer geïnteresseerd in winst dan in het genezen van AIDS-patienten en schromen niet om de belastingdienst op hem af te sturen. Ze krijgen Woodroof er niet onder, hij weet telkens een manier te vinden om de in Amerika niet-verkrijgbare of illegaal verklaarde drugs uit het buitenland (waaronder Amsterdam) te betrekken.

Recensie Dallas Buyers Club

Woodroof levert een uitzichtloos gevecht tegen vooroordelen en almachtige instituties, en groeit uit tot de onwaarschijnlijke held van de lokale AIDS-gemeenschap. Dit waar gebeurde verhaal is door de in sociaal drama gespecialiseerde regisseur Jean-Marc Vallée (Café de Flore, The Young Victoria, C.R.A.Z.Y.)  vlot, pregnant en vol medeleven tot speelfilm vertaald. De echte Ron Woodroof kreeg bij de diagnose te horen dat hij dertig dagen had, maar leefde nog zeven jaar. Dit is een waardig eerbetoon.

21 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Ender’s Game

***

recensie  Ender’s Game

Ultiem leiderschap

door Karina Meerman 

Hoogbegaafde kinderen worden spelenderwijs klaargestoomd voor het ultieme leiderschap in een buitenaardse oorlog.  

Jonge hersenen kunnen meer data verwerken dan oude en daarom worden in de toekomst kinderen en tieners opgeleid tot soldaten met behulp van complexe computersimulaties. De vijand is een insectachtig ras (‘kruiperds’), dat aarde aanviel in een oorlog die miljoenen levens kostte. Om herhaling van een dergelijke slachting te voorkomen, selecteert het leger de slimste jongens en meisjes voor Krijgsschool. Ze leren in teams vechten in een omgeving zonder zwaartekracht en hun strategisch en tactisch denken wordt getraind met computerspellen. Spelenderwijs worden ze getraind voor een strijd die de aarde moet redden.

Recensie Ender's Game

Heldere ster
Het is de hoop van Colonel Graff (Harrison Ford) en Major Gwen Anderson (Viola Davis) tussen de groentjes een briljante geest te vinden, die te vormen is tot een commandant die de vijand voor eens en voor altijd vernietigt. Vijftig jaar na de eerste oorlog is de helderste ster de jonge Ender Wiggins (Asa Butterfield). Zijn gewelddadige broer Andrew is uit de opleiding gezet. Zijn invoelende zus Valentine had te veel mededogen. Ender zou wel eens de ideale mix van beide kunnen zijn. Een tweede oorlog nadert en alle hoop is op hem gevestigd. Om zijn potentieel tot volle bloei te laten komen, wordt hij gemanipuleerd en gestuurd. Zijn drang tot winnen wordt gescherpt tot een briljante oorlogsmachine, die de gevolgen van zijn daden niet kan overzien.

Ender’s Game is het prijswinnende boek van homofoob Orson Scott Card die, ondanks zijn uitgesproken persoonlijke overtuigingen, in 1985 een geniale SF-klassieker schreef. Volwassenen zetten hoogbegaafde kinderen in voor hun eigen doeleinden, met weinig aandacht voor de emotionele gevolgen daarvan. Juist de beschrijvingen van die lastige emoties en de persoonlijke groei van Ender Wiggins door vriendschap en leiderschap, maken het boek bijzonder. In de film is daar weinig ruimte voor. Vooral in het eerste deel worden de zo belangrijke vriendschappen weggewuifd en de tergende eenzaamheid van Ender is niet echt af te lezen van het gezicht van Asa Butterfield. Tijd verstrijkt in een onduidelijk tempo en kleine voorvallen leiden soms onbegrijpelijk tot grootse inzichten.

Weinig poppetjes
Pas wanneer Ender oog in oog komt te staan met Ben Kingsley krijgt de film meer diepte en drama. Wie het boek kent, weet wat er speelt lang voor Ender dit ontdekt en dat creëert compassie voor de jongen. Niet dat kennis van het boek nodig is om van de film te genieten. Het geheel is visueel aantrekkelijk en Butterfield een plezier om naar te kijken. Regisseur Gavin Hood heeft groots uitgepakt met computer gegeneerde ruimteschepen en zwermende vijanden. Toch heeft vooral het eerste deel een leegte. Letterlijk, omdat er in die enorme ruimteschepen wel heel weinig poppetjes rondlopen, maar ook figuurlijk. Er is een emotionele leegte in de interactie tussen de handvol personages die er toe doen.

Recensie Ender's Game

Het kan niet eenvoudig zijn geweest voor Hood om trouw te blijven aan het boek (dat jaren overbrugt) en een onderhoudende film af te leveren die een breed publiek aanspreekt. Al met al zwabbert Ender’s Game tussen actiefilm en psychologisch drama, terwijl het met een snufje meer diepgang beide had kunnen zijn.

20 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Jack Ryan: Shadow Recruit

**

recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Knulletje versus Russische maffia

door Simone Vogel

Spionagefilms vervelen nooit. Dat moeten ook de makers van Jack Ryan: Shadow Recruit hebben gedacht. Nine eleven, oorlogsveteranen, de CIA en Rusland-politiek worden samengebracht in dit gecompliceerde en toch vlakke aftreksel van de succesvolle boekenreeks van Tom Clancy.  

Jack Ryan (Chris Pine) is een gewone economiestudent. Na de aanslagen van 11 september komt de patriot in hem naar boven. Hij sluit zich aan bij het leger en vecht mee met de ‘War on Terror’ in Afghanistan. Door een tragisch ongeluk moet hij weer huiswaarts keren, waar hij tijdens zijn revalidatie wordt opgepikt door een CIA-agent. Ryan gaat undercover als financieel analist op Wall Street. Dat baantje lijkt nogal saai, tot hij op verdachte transacties stuit die kunnen leiden tot een tweede reeks aanslagen. Wanneer hij als geheim agent naar Moskou reist, is zijn leven ineens niet meer zo saai.

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Ongeloofwaardig
Chris Pine is niet de eerste acteur die de rol van Jack Ryan vertolkt. Alec Baldwin, Harrison Ford en Ben Affleck gingen de acteur voor. Jack Ryan: Shadow Recruit is de eerste film die niet is gebaseerd op een boek van Tom Clancy. Het karakter is los getrokken uit de bekende verhalen en beleeft nu zijn eigen avontuur. Al is het de vraag of het personage sterk genoeg is om een film te kunnen dragen. Ryan is niet bepaald het prototype James Bond. In de film zien we een onervaren, naïeve jongen. Het is dan ook zeer ongeloofwaardig wanneer dit knulletje het opneemt tegen de Russische maffia. Ineens is Ryan een meesterspion die de straten van Moskou op zijn duimpje kent en voor ieder ingewikkeld probleem een oplossing weet.

Spionnendrama
Daar wringt dan ook de schoen. De meeste spionagefilms zijn doorspekt met plotwendingen en actie. Jack Ryan laat de bezoeker met een teleurgesteld gevoel achter. Hoewel regisseur Kenneth Branagh, die ook de rol van Russische superschurk op zich neemt, zijn strepen heeft verdiend in de filmwereld met kaskrakers als Hamlet  en Thor, weet hij de kijker in dit spionnendrama niet te prikkelen. De karakters spreken niet aan en het plot is – voor een film waarin de CIA probeert een tweede Koude Oorlog te voorkomen – zeer zwakjes opgezet.

Recensie Jack Ryan: Shadow Recruit

Jack Ryan: Shadow Recruit mist diepgang. Het moeilijke taalgebruik van Ryan lijkt bedoeld om het gebrek aan verhaal en tempo goed te maken. Keira Knightley lijkt toegevoegd om het mannelijke publiek te prikkelen, wat ze als vrouwelijke superschurk misschien wel had kunnen doen. Knightley’s rol irriteert meer dan dat ze iets toevoegt. In vorige vertolkingen van Jack Ryan kozen de makers voor de verfilming van een boek van Tom Clancy. Dat hadden ze nu beter ook kunnen doen.

 

17 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

All Is Lost

*****

recensie All Is Lost
De oude man en de zee

door Karina Meerman

Woordloze film over solozeiler die schipbreuk lijdt is fascinerend sober aan ingrediënten maar rijk aan beeld en geluid.  

Een man lijdt schipbreuk op de Indische Oceaan. Dobberend is hij overgeleverd aan de elementen en zijn eigen vernuft, in de hoop op redding. Life of Pi? Absoluut niet. Het enige dat een naam heeft in All is Lost  is het schip. De enige die geluid maken zijn het water, de wind en het schip.

Recensie All Is Lost

Verdwaalde zeecontainer
Onze Man (Robert Redford) staat naamloos aan het roer van een twaalf meter lang zeilschip de Virgina Jean. Waarom weten we niet. Waar hij naartoe gaat of vandaan komt, weten we ook niet. Na een paar korte openingszinnen over zijn spijt dat hij niet meer van mensen heeft gehouden, wordt er ook niet meer gesproken. Geen tekst, geen uitzinnige speciale effecten, geen tijgers. Na aanvaring met een verdwaalde zeecontainer, stroomt zeewater naar binnen via een gat in de romp. Dit beschadigt zijn navigatieapparatuur waardoor de zeeman ongewild richting een zware storm koerst.

Een man, een boot, een storm en geen dialoog. Toch krijgt regisseur J.C. Chandor (Margin Call) het voor elkaar dat we anderhalf uur lang de ogen niet van het doek kunnen houden. Dit is ook zeker te danken aan de pianoloze muziek van Alex Ebert, die de menselijke strijd en de grootsheid van de oceaan weet samen te binden tot een spannend verhaal dat drama bevat maar geen melodrama. Maar het is vooral Robert Redford die onze aandacht vasthoudt.

Extra dimensie
Als acteur doorgebroken in Butch Cassidy and The Sundance Kid (1969), later ook succesvol als regisseur (Oscar voor Ordinary People in 1980) en initiator van het onafhankelijke Sundance Festival werd hij in 1989 verkozen tot Sexiest Man Alive. Redford is nu 77 maar nog steeds een plezier om naar te kijken. Juist zijn leeftijd en belijnde gezicht geven de film een extra dimensie, al is het alleen maar omdat bij een jongere acteur of actrice ervaren zeemanschap ongeloofwaardig was geweest. Niet dat Onze Man als een jonge hinde over de boot huppelt. Redford is zichtbaar in lichamelijk goede conditie, maar feitelijk een bejaarde. Je ziet het in de manier waarop hij beweegt: iets trager, iets minder soepel. Dan komen de klappen toch harder aan en is het helemaal niet vanzelfsprekend dat hij het woeste water overleeft.

Recensie All Is Lost

Deze ‘openzeethriller’, zoals het persbericht het noemt, komt ook dichtbij omdat het zo op de huid is gefilmd. We zien details van het schip waarvan niet-nautici geen idee hadden dat ze bestonden. We zitten bovenop de lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen van Onze Man, onze enige graadmeters voor wat er in hem omgaat. Want ook op momenten waar ieder ander mens een litanie aan verwensingen zou loslaten, blijft hij gesloten. Dat laat veel ruimte over voor een eigen visie op hoe zijn leven is geweest en waarom hij zich zo graag afzondert van de wereld.

 

11 januari 2014

 
ALLE RECENSIES