Menino (O Menino e o Mundo)

****

recensie  Menino

Kleurrijke heldenreis

door Ralph Evers

Het jongetje Cuca groeit op in een hemels paradijs op aarde. Liefdevolle ouders, maagdelijke natuur, en een en al verwondering met flora en fauna. Deze utopische wereld komt op zijn kop te staan wanneer de vader van Cuca vertrekt naar de grote stad. Hiermee begint Cuca’s zoektocht naar zijn vader, waarmee hij tevens uit zijn droomwereld ontwaakt. 

Wat hij nog onthouden heeft is de melodie, die zijn vader op zijn fluit speelt. De wereld ontvouwt zich in een veelvoud aan percussieklanken. Aansluitend bij de belevingswereld van jonge kinderen, die meer gericht zijn op klank, kleur en fantasie. Zo ook de trein waarmee zijn vader naar de grote, verre stad gaat om geld te verdienen, die in de ogen van Cuca als een duizendpoot is.

Recensie Menino

Polariteiten
Wat direct opvalt aan Menino (volledige titel O Menino e o Mundo, vertaald als The Boy and the World)  is de volstrekt eigen (teken)stijl. Met potlood en krijt, uitbundige kleuren en een effectieve interactie tussen vormen en kleur, zien we een volwassen verhaal. De film is grotendeels 2D, waarbij via handige trucjes een 3D-gevoel gegenereerd wordt. Daarnaast doet de stijl her en der denken aan het dadaïsme. Voornamelijk de scènes van de grote stad en de industrialisering. Ook popart elementen komen hierin terug. Dit is animatie pur sang. In de betekenis van bezieling.

Het knappe is dat regisseur Alê Abreu ondanks zijn eigen stijl heel herkenbaar blijft. We zien steden als bergen, machines als dieren en steden in de lucht. De moderniteit wordt vanuit de positie van de katoenplukker verteld. Daarmee is de film te zien als metafoor voor de snelle economische verandering in Brazilië (maar eigenlijk elk zich ontwikkelend land). De kloof tussen arm en rijk gaat in een rap tempo, versneld door het WK 2014 en de opkomende Olympische Spelen.

Een ander verrassend gegeven is het feit dat er praktisch niet gesproken wordt (en als dat wel gebeurt is het onverstaanbaar). Als tegenhanger van de uniforme Pixar- en Disney-blockbusters, waarin alles kan praten en uitgelegd wordt… want stel je voor dat je de uitgekauwde Hollywood-waarden niet zou begrijpen!

Recensie Menino

De mythe van het kapitaal
Daarnaast zouden genoemde studio’s nooit de ballen hebben om op een schrijnende manier rijkdom en armoede naast elkaar te plaatsen. Of technologische vooruitgang en ecologische vernietiging. Hierin wordt de film uitgesproken duister. Temeer wanneer de kleurrijke vogel die de vrijheid van het volk symboliseert door een zwarte vogel vernietigd wordt en daarmee de overwinning van het kapitalisme symboliseert. De boodschap is helder: verkies de mythe van het kapitaal, ook al eindig je als arme sloeber of dakloze. Deze mythe is altijd beter dan die van uw voorouders, die nog in harmonie leefden met hun omgeving, namen wat nodig is en de balans respecteerden. Of…?

De atypische verhaallijn is gepuzzel voor volwassenen, maar voor kinderen vooral zinnenprikkelend en verrassend. De contrasten tussen het onbezorgde kinderleven en de boze buitenwereld, zijn krachtig neergezet, doch gedoseerd. Zo blijft de film in haar kinderlijke harmonie. De soundtrack hierbij is perfect afgestemd, waardoor zowel een te grote vrolijkheid als een te zware melancholie nimmer de overhand krijgt.

 

9 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Big Hero 6

**

recensie Big Hero 6
Tussen belediging en gemakkelijk vermaak

door Ralph Evers

Wanneer de veelbelovende uitvinding van een jonge robotbouwer wordt gejat door een slechterik lijkt de pleuris uit te breken. Gelukkig kijken we naar een Disneyfilm en is vrijwel de gehele verhaallijn er op gericht om middels veel actie en ontroerende speeches tot een goed einde te komen. 

Big Hero 6 speelt zich af in de moderne stad San Fransokyo. Onze held heet Hiro (what’s in a name) Hamada. De broer van Hiro, Tadashi, studeert aan de prestigieuze universiteit van Fransokyo, waar hij werkt aan een gezondheidszorgrobot: Baymax. Hiro verdient zijn geld met illegale bot-battles. Wanneer hij ternauwernood ontsnapt aan een bad guy  in deze gokwereld, besluit ook hij zich in te schrijven voor de universiteit. Met een geniale uitvinding wordt Hiro aangenomen, maar dan slaat het noodlot toe. In een felle brand komt Tadashi te overlijden en wordt het geniale idee van Hiro door iemand met minder goede bedoelingen meegenomen. Samen met de vrienden van Tadashi en Baymax bindt Hiro de strijd aan tegen de kwade machten in San Fransokyo.

Recensie Big Hero 6

Gebaseerd op een Marvel-comic doet de film denken aan Wreck-it Ralph (ook van Disney). In het hoge verteltempo lukt de actie goed, de humor blijft jammerlijk achterwege.

Formulefilms
Disney staat bekend om zijn formulefilms. De held van het verhaal ontsteekt rond twee derde van de film een emotionele speech, die Obama niet zou misstaan. Een speech die echter zelden past bij mensen van vlees en bloed en daarna nog minder zelden tot de beoogde verandering zou leiden. Daarnaast kennen de films als thema’s broederschap, vriendschap, familiebanden en de verplichte lach en de traan. Big Hero 6 voldoet volledig aan dit stramien, maar weet daar pompeuze actie aan toe te voegen. Alsof het team aan adrenaline verslaafd was.

In de bijna 80 jaar dat Disney films maakt (de eerste film Sneeuwwitje en de zeven dwergen is uit 1937), zou het een fijne afwisseling zijn wanneer er genoeg moed verzameld was om eens werkelijk uit de bocht te vliegen. Helaas. Terwijl tegenstellingen doorgaans zo goed werken. Nou vooruit, de knuffelrobot Baymax offert zichzelf op om de mensen te redden, en daarvoor is een behoorlijke goof nodig, om uiteindelijk toch met een happy end af te sluiten. Want één ding moet je ze wel nageven: Disney en Pixar krijgen alles tot leven, met meelijwekkende karakters, waardoor ze appelleren aan je empathische gevoelens.

Recensie Big Hero 6

Publiek
Het publiek waarop men zich richt zal tussen de 6 en 18 zijn. De absurde personages zullen bij kinderen wel werken. Ook de voor de hand liggende plottwist bij de ontmaskering van de bad guy, die je als normaal intelligente kijker al mijlenver voelt aankomen, zal wel werken. Zo laveert Big Hero 6 tussen belediging en gemakkelijk vermaak en is het aan het inschattend vermogen van de filmkijker of hij hieraan zijn geld gaat uitgeven.

 

7 februari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Night at the Museum: The Secret of the Tomb

***

recensie  Night at the Museum: Secret of the Tomb

Geschifte geschiedenislessen

door Ralph Evers

Ook het derde deel van de trilogie Night at the Museum staat garant voor doldwaze geschiedschrijving en avontuur. Een keur aan historische figuren en de vertrouwde personages uit deel I en II. Tevens de laatste film met een fysiek aanwezige Robin Williams. 

In het eerste deel werden op een fantasierijke manier allerlei gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis tot leven geroepen. Middels een magisch tablet komen de vele verschillende objecten in het museum tot leven. De Night at the Museum-trilogie brengt bij veel kijkers ongetwijfeld een dosis nieuwsgierigheid naar de wereldgeschiedenis naar boven.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Het tweede deel, The Battle of the Smithsonian, zat zo vol ideeën dat het aan zijn eigen overdaad ten onder ging. Hoewel vermakelijk, was er van enige diepgang geen sprake en kende de film een zeer voorspelbaar karakter. In deel drie grijpt men terug op het eerste deel. We zijn weleens benieuwd hoe dat nou met dat tablet zit. In vogelvlucht leren we die geschiedenis en wordt in een zucht en een kreun de link naar de eerste film gelegd. Het probleem echter wat deel III kenmerkt is dat de magische tablet aan corrosie onderhevig is. Nog even en het museum zal voor altijd tot zijn oorspronkelijke rust terugkeren. Verteltechnisch kent deze film het probleem van exact dezelfde formule.

Charmant
Dan is er namelijk meer tijd voor actie. Directeur McPhee meldt dat een belangrijk deel van de collectie naar het British Museum in London verhuist. Kapucijner Dexter is echter zo gewiekst om het tablet te jatten. Een nieuw museum betekent nieuwe historische figuren. Daarin zit de charme van deze trilogie. De humor is gelaagd. Grappen met anachronisme, personages en feiten die nooit samen hadden kunnen komen, de chemie tussen de acteurs (Ricky Gervais is gewoon altijd David Brent, of is David Brent Ricky Gervais?) en het spelen met meta-realiteit.

Zo weet men de fantasierijke vondst uit The Battle of the Smithsonian – waarbij men verdwaalde in schilderijen of foto’s – te overtreffen in het verdwalen in een heuse Escher. Met het onderlinge spel en dit soort vondsten weet de film haar charmes goed te gebruiken.

Recensie Night at the Museum: The Secret of the Tomb

Bye Teddy
Met de onthulling van het mysterie van het tablet en het afronden van de open eindes van het eerste deel (de geschiedenis van de vorige nachtwakers), nemen we vermoedelijk afscheid van een filmserie die de geschiedenislessen in ieder geval een stuk levendiger hebben gemaakt. Vermoedelijk, omdat met de stroom aan vervolgfilms van de laatste tijd niet zomaar te zeggen is dat een einde een einde is.

Dat blijkt wel uit de laatste scène, waarin het afscheid van London in New York een groteskere (Amerikaansere) herkansing krijgt. Toch zal elk ander vervolg het moeten doen zonder die vriendelijk ogende, prettig naïeve Teddy Roosevelt, die met z’n catchy  oneliners weet te amuseren. Met als laatste woorden: “Bye Teddy, farewell Lawrence”, sluit een markant acteur zijn carrière af.

 

31 januari 2015

 
ALLE RECENSIES

Michiel de Ruyter

****

recensie  Michiel de Ruyter

Houtsplinters als confetti

door Alfred Bos

Spannende verhalen heeft de Nederlandse geschiedenis genoeg te bieden en weinig verhalen zo spannend als dat van Michiel de Ruyter, de archetypische zeeheld uit de Gouden Eeuw die als ‘sterke man’ van Johan de Witt de Engelsen voortdurend dwars zat.

Wie in de schoolbanken, tijdens het lesuur Vaderlandsche Geschiedenis, hoofdstuk Gouden Eeuw, wegdroomde bij de verhalen over ‘onze zeehelden’ kan zijn of haar hart ophalen aan de biografische film van Roel Reiné over de grootste held van allemaal, Bestevâer alias Michiel de Ruyter (1607-1676). Waarbij aangetekend moet worden dat een aantal details zijn geromantiseerd en er wordt gespeculeerd over de rol – en seksuele voorkeur – van prins Willem III in de gruwelijke lynchdood van de gebroeders De Witt, maar dat mag de pret niet drukken. De kijker wordt aan zijn bioscoopstoel gespijkerd, om 150 minuten later als uit een roes te ontwaken.

Recensie Michiel de Ruyter

Zeeslagspektakel
In die zwijmel heb je tevens de neiging om de houtsplinters van je schouders te vegen, want Reiné’s rolprent biedt, uitgesmeerd over een half dozijn actiescènes, niet minder dan drie kwartier met veel tromgeroffel gelardeerd zeeslagspektakel waarbij het kanonvuur een regen van splinterend hout over het dek uitstrooit. Er zijn maar liefst vijf bloedstollende zeegevechten te zien: de slag bij Ter Heijde (1653, waarbij Maarten Tromp door een Engelse sluipschutter werd gedood), de Vierdaagse Zeeslag (1666), de Tweedaagse Zeeslag (1666), Kijkduin (1673) en Augusta (1676).

We zien De Ruyter uitgroeien tot een nuchtere – als de splinters zijn neergedaald gaat hij de kippen aan dek voeren – en loyale opvolger van de briljante admiraal Tromp, die voortborduurt op diens schepen-in-slaglinie tactiek, het belang van organisatie begrijpt en het Engelse systeem van vlagseinen verfijnt. Bijna terloops fluistert hij zijn baas, raadspensionaris De Witt, het idee in voor wat we nu kennen als de mariniers, in de zeventiende eeuw een wereldprimeur.

Wilders-kapsel
Met een internationale cast – de Britse acteur Charles Dance (bekend als Tywin Lannister in Game of Thrones) als de Engelse koning Charles II, de Française Aurélie Meriel als diens maîtresse Louise, de Belg Filip Peeters als de Franse admiraal Duquesne, naast een batterij bekende Nederlandse filmgezichten, waaronder Rutger Hauer als Maarten Tromp – en een voor Nederlandse begrippen ruimhartig budget oogt Michiel de Ruyter  als episch filmspektakel dat onder de titel Admiral  ook een niet-Nederlands publiek moet kunnen bekoren.

Tussen al het maritieme geweld en fraai gekostumeerde drama zal het die kijker wellicht niet opvallen dat de hoofdpersonen, Michiel de Ruyter (Frank Lammers), Johan de Witt (Barry Atsma), prins Willem III (Egbert-Jan Weeber) en de Orangistische intrigant in de Staten-Generaal, regent Kievit (Derek de Lint, compleet met Wilders-kapsel), in vijftien jaar filmverhaal geen dag ouder worden.

Zelfmoordmissie
Valt er op zee genoeg te beleven, aan wal is het ook niet rustig. De Republiek, onder leiding van Johan de Witt en diens minstens zo schrandere broer Cornelis (de beste bijrol, van Roeland Fernhout), is niet alleen in handelsoorlog met Engeland, de spanningen tussen de staatsgezinden en de prinsgezinden lopen op en er dreigt een burgeroorlog. De veenbrand slaat uit in het rampjaar 1672 en culmineert in de dramatische – en dramatisch in beeld gebrachte – moord op de gebroeders De Witt.

Recensie Michiel de Ruyter

De Ruyter redt de Verenigde Provinciën door via een tactische trouvaille de gecombineerde Engels-Franse vloot bij Kijkduin te kijk te zetten, maar als sterke man van De Witt is hij een blok aan het been van Willem III en wordt er op uitgestuurd om in de Middellandse Zee de Fransen te kortwieken. De film suggereert dat het een zelfmoordmissie was (slechts 12 schepen tegenover een Franse overmacht), maar in werkelijkheid waren de verhoudingen gelijk: bij de slag van Augusta stonden zeventien Hollandse en tien Spaanse schepen tegenover een lijn van 29 Franse schepen. Wel historisch: de Franse admiraal Duquesne staakte de strijd na te hebben vernomen dat De Ruyter dodelijk was gewond.

Boordevol tableau
En dan is er ook nog het huzarenstukje der huzarenstukjes, de tocht naar Chatham en de vermaarde ketting die werd stukgevaren. Op instigatie van De Witt zoekt De Ruyter de gehavende Engelse vloot op in het dok waar ze wordt gerepareerd, om door Bestevâer, bijgestaan door zijn innovatie, de mariniers onder aanvoering van Van Ghent (Tygo Gernandt), te worden gedecimeerd. Het Engelse vlaggenschip Royal Charles gaat als trofee mee op sleeptouw naar Hellevoetsluis. De spiegel is nog steeds te bewonderen in het Rijksmuseum.

Tussen al dat drama en spektakel is er jammer genoeg nauwelijks tijd om op adem te komen. De aandacht voor het privéleven van de zeeheld – de derde verhaallijn in deze overvolle film – beperkt zich tot enkele huiselijke scènes met zijn vrouw Anna (Sanne Langelaar). Ook de relatie met Johan de Witt, toch de centrale dynamiek van dit heldenepos, komt slechts beknopt aan bod. Maar het is ook een boordevol tableau dat regisseur Reiné (Gouden Kalf in 1999 voor The Delivery) in zijn eerste Nederlandstalige film probeert te schetsen. Hij verwierf in Hollywood een reputatie als vakbekwaam regisseur van generieke actiefilms en met de actie zit het in Michiel de Ruyter wel snor. Sinds Soldaat van Oranje (1977) niet meer zo’n onderhoudende avonturenfilm van Nederlandse makelij gezien.

 

23 januari 2015

 
ALLE RECENSIES
 

INTERVIEW met Roel Reiné, regisseur Michiel de Ruyter!

Hobbit: The Battle of the Five Armies, The

*****

recensie  The Hobbit: The Battle of the Five Armies 

Een waardig afscheid van Midden-Aarde

door Karina Meerman

The Battle of the Five Armies is een ‘one last hurrah’ voor het Midden-Aarde van Peter Jackson. Werkelijk iedereen schittert nog één keer op het grote doek, voordat het allemaal voorbij is. 

Aan het eind van The Desolation of Smaug lieten we de hobbit en een paar dwergen achter in een door draak bedreigd Meerstad en Thorin Eikenschild (Richard Armitage) was op weg naar Erebor om zijn berg te claimen. The Battle of the Five Armies pakt de draad direct weer op. In het belaagde Meerstad ontpopt Bard (Luke Evans) zich tot een leider van mensen. Zijn heldenmoment is het eerste in deze film waarvan iedereen er eentje lijkt te hebben. Zelfs lafbekken als de Meester (Stephen Fry) en Alfrid (Ryan Gage) worden nog even prettig uitvergroot voor ze voorgoed uit ons leven verdwijnen. We zien ook een hele andere kant van Galadriel (Cate Blanchett) in een confrontatie met de dodenbezweerder. En wanneer Saruman (Christopher Lee) tegen het gezelschap zegt dat hij wel met die Sauron zal afrekenen, weten wij allang dat de ellendeling dat niet gaat doen. Maar dat is een andere trilogie.

Recensie The Hobbit: The Battle of the Five Armies

Drakenziekte
Onder leiding van Bard trekken de mensen naar de eenzame berg, waar Thorin zich heeft verschanst. Hij blijkt bevangen door de drakenziekte: een alles verterende jaloezie om zijn goud te behouden. Hij riskeert zelfs liever oorlog met elfenkoning Thranduil (Lee Pace) dan dat hij ook maar één gouden munt kwijtraakt. Met het elfenleger voor de poort, roept Thorin de hulp in van zijn neef Dain (Billy Connolly, die in deze film eindelijk het uiterlijk heeft dat bij zijn stem past). Terwijl een dwergenleger zich opmaakt om de berg te verdedigen tegen elfen en mensen, verzamelt de dodenbezweerder zijn eigen legers. Onder aanvoering van Azog (Manu Bennett) en Bolg (John Tui) marcheren aardmannen, orks en andere onprettigheden richting het goud. En daar hebben we dan de vijf legers.

Bilbo
The Battle of the Five Armies kan gezien worden op IMAX-grootte, in 3D, met een hoge beeldjessnelheid (HFR) en in surround-sound. Dat is misschien ook het beste, met de duikvluchten die de camera neemt langs Nieuw-Zeelands panorama en de overzichtsbeelden van de veldslag. Geen idee hoe dat zich zal vertalen naar klein scherm. Dat trekt dan misschien de aandacht naar de kleinere verhaallijnen: de aantrekkingskracht tussen Kili (Aiden Turner) en Tauriel (Evangeline Lilly); het verdriet van Balin (Ken Stott) om de drakenziekte; de spanning tussen Thranduil en Legolas (Orlando Bloom); de vriendschap tussen Thorin en Bilbo (Martin Freeman). Vooral dat laatste verdient onze aandacht, want Bilbo dreigt een beetje in de verdrukking te raken in al dat oorlogsgeweld. En dat terwijl hij de naamgever is van het grote verhaal.

Recensie The Hobbit: The Battle of the Five Armies

Wat deze film vooral doet, is The Hobbit ferm vastknopen aan The Lord of the Rings, terwijl elke losse draad wordt afgehecht. Het begon allemaal met één zinnetje, dat J.R.R. Tolkien uit verveling schreef tijdens het nakijken van Engels huiswerk. “In een gat in de grond, daar woonde een hobbit.” Dertien jaar na de eerste film van Peter Jackson, is de hobbit weer terug in zijn huis. En wat een avonturen hebben we mogen zien.

 

8 december 2014

 
ALLE RECENSIES

Wiplala

***

recensie  Wiplala

Kinder-kersthit vol actie

door Nanda Aris

Wiplala is een fijne kinderfilm, die een groot beroep doet op de fantasie. Het kleine mannetje Wiplala brengt de familie Blom zowel problemen als avontuur. 

Wiplala is de vijfde bioscoopfilm van Tim Oliehoek sinds hij in 2005 debuteerde met Vet Hard. Spectaculaire films maakt Oliehoek, hij is niet van het zachtzinnige werk. Geschikt blijkt hij dus ook als maker van een fantasievolle kinderfilm, de boekverfilming van Annie M.G. Schmidts Wiplala. Het drukt ook gelijk een Oliehoek-stempel op de film, want bijvoorbeeld de achtervolging door de stad typeert hem als filmmaker.

Recensie Wiplala

Géza Weisz speelt de kleine Wiplala, zijn tweede hoofdrol sinds Alleen maar nette mensen  in 2012. Soms speelt hij net iets te dik aangezet, maar soms is hij ook erg grappig. Zoals wanneer hij in de pot pindakaas rolt en uitroept: ‘Wat is dit voor oppersmurrie!’ Weisz is zelf met zijn 1.65 meter een kleine verschijning, en lijkt daarmee geknipt voor de vertolking van de kleine Wiplala. Toch zijn alle hoofdpersonages grotendeels van de tijd zelfs maar tien centimeters groot. Door de ontwikkelingen op special effects gebied, was het mogelijk de film anno nu wel te maken, en was dat een tiental jaren geleden nog vrijwel (financieel) onmogelijk.

Tinkelen
De film vertelt het verhaal van de kleine Wiplala, een klein mannetje uit een land waarin iedereen kan toveren. ‘Tinkelen’ noemen ze het daar, maar Wiplala was er niet heel goed in. Door het tinkelen van Wiplala ontstaan er lastige situaties. Zo tinkelt hij de dromerige poëet Arthur Hollidee (Paul R. Kooij) naar een metershoog standbeeld, maar krijgt hij hem niet meer terug getinkeld.

Door een lange gang komt Wiplala bij de jonge Johannes (Sacha Mylanus) terecht. De nadruk in het begin ligt op de introductie van de personages, de actie speelt later in de film. De race door de stad in een speelgoedauto is spectaculair, niet altijd geloofwaardig, maar voor kinderen vast heel spannend.

Door de introductie van de personages valt het acteren meer op – soms ietwat houterig. De verklaring zou kunnen zijn dat de film chronologisch opgenomen is, doordat de jonge acteurs zich dan beter emotioneel in kunnen leven in de film. Peter Paul Muller als verstrooide vader Blom is goed gecast. Hij straalt de warmte en bezorgdheid van een vader uit, maar is als alleenstaande vader af en toe ook behoorlijk verstrooid.

Recensie Wiplala

Fantasie
De film is geïnspireerd op films als ET, Honey, I Shrunk the Kids en Jumanji. De vergelijking met Honey, I Shrunk the Kids behoeft geen verdere uitleg, en eigenlijk de andere twee films ook niet. Jumanji is een heerlijk fantasierijke kinderfilm (met Robin Williams in de hoofdrol), waarin de actie snel opvolgt. Niet heel geloofwaardig allemaal, maar voor kinderen hoeft dit ook niet. Dit geldt ook voor Wiplala. ET ertelt over de vriendschap tussen een klein jongetje en een buitenaards wezen. Wiplala is geen alien, maar wel van een ander denkbeeldig land. In beide films werkt de verboden vriendschap goed als spanningsboog.

Wiplala  peelt vanaf 19 november in de bioscoop en zou wel eens een kersthit kunnen worden. Een fijne film voor ouders met kinderen in de vakantie.

 

14 november 2014

 
ALLE RECENSIES

Interstellar

*****

recensie  Interstellar

Kosmisch surrealisme

door Alfred Bos

Met het ambitieuze en spectaculaire Interstellar plaatst de Britse regisseur Christopher Nolan zich in het rijtje meesters dat de sciencefictionfilm vernieuwde. Is de mens groot genoeg voor het heelal?

In 2014 lijken de sciencefictionfilms als rijp fruit van de cinemaboom te waaien. Werd de boekenvariant al eens dood verklaard – de SF-toekomst is inmiddels realiteit – op het grote doek bloeit het genre. Dan bedoelen we niet de verfilmde striphelden, maar ‘klassieke’ SF met bespiegelingen over samenlevingen waarin robotten, kunstmatige intelligentie en andere technische toverij even normaal zijn als water uit de kraan. SF op zijn best is surrealisme met een wetenschappelijke onderbouw en Interstellar biedt ‘klassieke’ SF van superieur gehalte.

Recensie Interstellar

Regisseur Christopher Nolan (de Batman-trilogie, Inception) schreef, zoals voor al zijn films, zelf het script, in dit geval in samenspraak met zijn jongere broer Jonathan. Interstellar verhaalt over een verkenning in deep space naar bewoonbare planeten en maakt en passant abstracte concepten als de Einstein-Rosen-brug oftewel wormgaten (gaten in de ruimtetijd van het universum) en de consequenties voor het begrip tijd van Einsteins relativiteitstheorie inzichtelijk voor het grote publiek. Dat is op zich al een krachttoer en zo’n breed ontwerp vraagt om een breed canvas. Interstellar gebruikt elke minuut van de kleine drie uur die de film duurt om de kijker emotioneel te engageren.

Vader-dochterrelatie
Het intelligente script wordt tot leven gewekt door een imposante reeks acteurs. Matthew McConaughey vertolkt Cooper, een voormalige testpiloot; Jessica Chastain is Coopers dochter Murph; Casey Affleck zijn zoon Tom; Anne Hathaway Coops college-astronaut Amelia (naar Amelia Earheart, de eerste vrouw die solo over de Atlantische en de Grote Oceean vloog?); bovendien zijn er bijrollen voor onder meer Michael Caine, John Lithgow en Matt Damon. In Interstellar draait het niet om technologie, maar om mensen en de consequenties van hun keuzes.

Die kunnen ze nauwelijks overzien, te meer daar de wetten van de kosmos werken op een andere schaal dan op een boerderij in het Amerikaanse Midwesten. Voor een astronaut die reist met de snelheid van het licht gaat de tijd vele malen trager dan op aarde en wanneer Cooper terugkeert van zijn kosmische avontuur is zijn dochter, nog geen tiener toen hij vertrok, een stokoude vrouw, omgeven door klein leger van kinderen en kleinkinderen. Zijn relatie met haar vorm het hart van de film.

Recensie Interstellar

Vierde dimensie gevisualiseerd
Is het scenario al een huzarenstukje – Nolan deed het overigens eerder met het in vijf (!) realiteiten spelende Inception en het zowel van achter naar voren als chronologisch vertelde Memento, zijn debuutfilm uit 2000 – ook in visueel opzicht verlegt de film grenzen. De lancering van de interstellaire raket is ‘klassieke’ SF in het voetspoor van Kubricks 2001: A Space Odyssey, maar wat daarop volgt verlegt grenzen. Het meest spectaculair is de wijze waarop Nolan de vierde dimensie visualiseert als een soort bibliotheek waarin alles wat ooit is gebeurd zich gelijktijdig voltrekt. Veel films gaan in de derde acte onderuit, Interstellar komt dan juist tot ontplooiing.

De Britse SF-auteur (en schrijver van het 2001: A Space Odyssey-scenario) Arthur C. Clarke heeft eens opgemerkt dat geavanceerde technologie zich niet laat onderscheiden van magie en zelden is die observatie zo fraai geïllustreerd als in Interstellar. Nolan slaat een nieuw piketpaaltje in de sciencefictionfilmtraditie en schaart zich in de reeks Fritz Lang (Metropolis, Frau im Mond), William Menzies (Things to Come), Fred Wilcox (Forbidden Planet), Jean-Luc Godard (Alphaville), Stanley Kubrick (2001), Andrei Tarkovsky (Solaris), Ridley Scott (Bladerunner) en de Wachowski-broers (The Matrix) meesters wiens verbeelding geen grenzen kende. SF-film van het jaar. En misschien wel van de laatste tien jaar.

 

3 november 2014

 

ALLE RECENSIES

Tale of the Princess Kaguya, The

*****

recensie  The Tale of the Princess Kaguya 

Tekenfilmsprookje uit Japan

door Alfred Bos

Na Hayao Miyazaki (The Wind Rises) heeft ook medeoprichter van de befaamde Ghibli Studio, Isao Takahata, zijn pensioen aangekondigd. Zijn beeldschone afscheidsfilm – met Japanse stemmen, Nederlands ondertiteld – illustreert een boeddhistische boodschap.  

Isao Takahata is een van de reuzen van de Japanse tekenfilm (anime). Anders dan zijn zes jaar jongere collega Hayao Miyazaki – van wie eerder dit jaar het verbluffende The Wind Rises te zien was – begon Takahata als regisseur en is hij pas later gaan tekenen en illustreren. Het geeft zijn films een unieke toets, zoals op wonderschone wijze duidelijk wordt uit zijn laatste – in dit geval helaas in beide betekenissen van het woord – werkstuk, The Tale of Princess Kaguya.

Recensie The Tale of the Princess Kaguya

Takahata staat bekend om zijn afwijkende, niet-cartooneske stijl. Geïnspireerd door het Italiaanse neorealisme en de Franse nouvelle vague regisseerde hij in de jaren zestig tekenfilmseries voor de televisie waarin het dagelijkse leven met veel aandacht voor detail werd neergezet. Zijn feature tekenfilms richten zich op een volwassen publiek en zijn regelmatig gebaseerd op Westerse romans; onderwerpen die anime  doorgaans mijdt. Zo is zijn Only Yesterday (1991) eerder verwant aan het sociale drama van de Japanse filmgigant Yasujiro Ozu, de man van Tokyo Story, dan aan, pak ‘m beet, Walt Disney of Ghibli-collega Miyazaki.

Boeddha op een wolk
The Tale of Princess Kaguya behoort tot de minderheid van Takahata’s oeuvre waarin het fantastische een voorname rol speelt. Het is de tekenfilmadaptatie van een Japans sprookje uit de tiende eeuw over een bamboesnijder die op een dag tijdens de kap in het bos een bamboespruit met een prinsesje vindt. Hij neemt haar mee en voedt haar samen met zijn vrouw op. De bamboesnijder weet dat zijn pleegkind bijzonder is en introduceert haar aan het hof, waar voorname edellieden naar haar hand dingen. Ze scheept hen af met onmogelijke opdrachten.

Kaguya verzet zich tegen de traditie, ze wil vrij zijn. Maar gelukkig is de prinses, die van de maan afkomstig blijkt, op aarde niet: ‘Ik ben nep en alles is mijn schuld’. Ze kiest ervoor terug te gaan naar de maan, waarna Boeddha haar komt halen op een wolk. Het is een filosofisch getint sprookje over de zin van het bestaan. Het leven is een droom en al wat groeit en bloeit, van mensen tot insecten, is bijzonder, waarbij de seizoenen de cyclische levensgang verbeelden. Kaguya’s afscheid van de aarde overstijgt het sentimentele en is van een indringende schoonheid.

Recensie The Tale of the Princess Kaguya

Speciale techniek
The Tale of Princess Kaguya is Takahata’s eerste feature film sinds My Neighbors The Yamadas uit 1999 en hij heeft er zes jaar aan gewerkt. Met zijn eeuwenoude verhaal en filosofische moraal is het een buitenbeentje in de wereld van de tekenfilm, wat nog wordt versterkt door de afwijkende, maar beeldschone tekenstijl: impressionistische aquarellen van grote zeggingskracht waarin de getekende karakters dankzij een speciale techniek bijzonder realistisch bewegen. In plaats van celanimatie (decors en karakters los van elkaar getekend) zijn achtergrond en personages in de animatie geïntegreerd. Aldus wordt met een paar streken de kruipende baby Kaguya levensecht neergezet.

Het is tevens Takahata’s laatste werkstuk voor de Ghibli Studio in Tokio, het productiehuis dat hij in 1985 met Miyazaki opzette en is gespecialiseerd in ‘ouderwetse’ animatie: alles met de hand getekend, geen computertechniek. Nu beide oprichters hun afscheid hebben aangekondigd was er onder fans even schrik over de toekomst van de wereldvermaarde studio, maar de directie heeft verkondigd door te gaan met een nieuwe generatie animators. De film When Marnie Was There van Hiromasa Yonebayashi draait al in Japan en is aangekondigd voor Nederland. Tot die tijd kan iedereen zich laven aan het verhaal van Princess Kaguya: tekenfilms van dit kaliber zijn zelden te zien.

 

1 september 2014

 
ALLE RECENSIES

Guardians of the Galaxy

*****

recensie  Guardians of the Galaxy

Rock-‘n-roll sciencefiction

door Karina Meerman 

Guardians of the Galaxy van regisseur James Gunn is van het zeldzame soort mainstream sciencefiction dat de juiste balans treft tussen humor, sentiment, muziek, spanning en explosies.  

Oké, misschien zijn er erg veel explosies, maar wanneer je als vogelvrijen achterna gezeten wordt door een keur aan slechteriken moet er hier en daar wel iets spectaculair ontploffen.

Recensie Guardians of the Galaxy

De hoofdpersonen van dit avontuur zijn een overmoedige ruimtecowboy, een moordlustige autist, een sexy moordenaar, een geniale wasbeer en een zwijgzame plant. Zij proberen een mysterieuze bol uit handen van een krankzinnige wereldveroveraar te houden. In eerste instantie om er veel geld aan te verdienen, maar later komen daar nobeler motieven bij. Niet te nobel, want Guardians of the Galaxy is buiten de waanzinnige actie ook een heel grappige film. En dat komt onder andere door de soundtrack.

Soundtrack
De walkman die Peter Quill (Chris Pratt) bij zich had toen hij als jochie van aarde werd ontvoerd bevatte een bandje met suffe popklassiekers en ouwe rock die zijn moeder voor hem uitzocht. De mixtape is Peters meest geliefde bezit en eigenlijk het zesde personage in dit team van sociopaten. De soundtrack brengt luchtigheid in een verhaal dat heel serieus had kunnen zijn, want iedereen heeft een treurige familiegeschiedenis.

De groene Gamora (Zoe Saldana) zoekt wraakt voor haar ellendige jeugd, net als Drax (Dave Bautista) wiens vrouw en kind bruut zijn vermoord. De bionische wasbeer Rocket (stem van Bradley Cooper) is uniek in zijn soort en zijn enige vriend is een enorme plant genaamd Groot (stem van Vin Diesel). The Guardians kennen eenzaamheid, verlies en vader- en moederissues. In zo’n setting verwacht je niet Escape (The Piña Colada Song) of  I Want You Back van The Jackson 5 te horen. Gelukkig zijn ze dat wel.

Recensie Guardians of the Galaxy

Humor
De grappen zitten in zoveel kleine en grote dingen. Drax is een autist in de zin dat hij alles wat hij hoort en ziet letterlijk neemt, wat uiteraard tot misverstanden leidt (“ik ben geen prinses”). Rocket is dan misschien een wasbeer, maar gedraagt zich als een babbelgrage Arnold Schwarzenegger. En een plant die weinig zegt kan altijd nog komisch doen. De dialoog is geestig, de humor soms plat, maar nooit te. Nu is humor uitleggen natuurlijk verschrikkelijk en voor iedereen anders. Laten we het er op houden dat tijdens de persvoorstelling ook de meest blasé filmjournalist minstens twee keer heeft gegrinnikt.

En dan zijn er die geweldige speciale effecten die vorm geven aan klassieke SF-landschappen, monsters en aliens. Het aandeel goedgebouwde mannen is prima vertegenwoordigd en ook met een groene huid is Zoe Saldana een prachtige vrouw. Het is zoveel makkelijker schrijven over een slechte film: een 5-sterrenrecensie loopt het risico een saaie opsomming van hoogtepunten te worden. Samengevat is Guardians of the Galaxy twee uur plezier en voor herhaling vatbaar. Zeker voor de SF-liefhebber, die overal kleine referenties ziet naar andere films, comics en boeken uit het genre. Eén minpuntje dan: de cameo van Nathan Fillion is voorbij voor je het weet.

10 augustus 2014

 
ALLE RECENSIES

Hoe tem je een draak 2

****

recensie  Hoe tem je een draak 2

Weelderig drakenavontuur

door Karina Meerman 

Weelderige animatiefilm met knuffelbare draken en grootse avonturen doet eer aan het woord ‘episch’.  

Het leven op het eiland Berk is veranderd in de vijf jaar sinds de Viking Hikkie zijn draak Tandloos temde. Berk is een drakenparadijs, een veilige haven voor alle draken in de omgeving. Voor de schapen is het allemaal een stuk ongemakkelijker geworden: de lievelingssport van Vikingen en draken is een soort zwerkbal met wollige slurken. Hikkie doet vaak niet mee: hij vliegt met Tandloos naar onbekende gebieden om ze in kaart te brengen.

Recensie Hoe tem je een draak 2

Op een van zijn reizen komt hij een mysterieuze drakenrijder tegen. Ook vindt het duo rare ijsformaties die niet te verklaren zijn. De draken op Berk blijken niet de enigen te zijn. Hikkie en Tandloos raken verzeild in een gevaarlijk avontuur, dat zij alleen kunnen overleven met behulp van hun vrienden. En wie is toch die drakenrijder? Is dat de grote slechterik die draken gevangen neemt?  

Nieuwe technologie
Hoe Tem je een Draak 2 is een werkelijk prachtige animatiefilm. In de vijf jaar sinds het eerste deel is ook in animatieland een hoop veranderd. Dreamworks Animation ontwikkelde software (Apollo) waarmee kunstenaars makkelijker en sneller kunnen werken. De animatoren werken met de tekenpen in plaats van een toetsenbord. Ze hoeven niet meer te wachten tot de computer de aanpassingen aan een personage of landschap heeft doorberekend, alles is direct zichtbaar op het scherm. Hierdoor kunnen de animatoren sneller werken en hebben zij meer vrijheid in wat ze naar het grote doek brengen.  

Ogen tekort
Het resultaat is verbluffend: baarden wuiven in de wind, water en wolken bewegen mee met de drakenvluchten. Het detailniveau maakt van Hoe Tem je een Draak 2 een zeer weelderige film. Maar het is vooral in de achtergrond waar de groei in technologie zichtbaar is. In animatie lag de nadruk op de verhaallijn en de achtergrond diende als context. Mooie plaatjes, waar verder weinig gebeurde. In deze film kom je ogen tekort. Terwijl Astrid en Hikkie in gesprek zijn, dollen en passant hun draken als jonge honden in de achtergrond (Tandloos gedraagt zich sowieso als een hele grote hond). We worden getrakteerd op de vlucht van honderden draken en scheren met Hikkie en Tandloos mee over het wateroppervlak.  

Recensie Hoe tem je een draak 2

Drakenoverdaad
In al die kleurrijke blijdschap zijn er ook wat minpuntjes. Zo heeft de enige slechterik als enige een Arabisch uiterlijk. Dat is jammer. En in de Amerikaanse versie is de stem wederom van Hikkie (Hiccup) die van acteur Jay Baruchel (The Sorcerer’s Apprentice). Daar moet je tegen kunnen. Zijn nogal karakteristieke geluid is niet erg geschikt voor emotionele gesprekken. Dan klinkt de Nederlandse Patrick Martens een stuk prettiger.  

Voor de allerkleinsten is deze film misschien wat heftig in beeld en geluid, maar wie tegen overdaad kan en van draken houdt, gaat 102 zeer onderhoudende minuten tegemoet in de bioscoop. Met recht is dit onderdeel van een ‘epische trilogie’.  

 

27 juni 2014

 

ALLE RECENSIES