X-Men: Days of Future Past

****

recensie  X-Men: Days of Future Past

Sterke nieuwe doorstart

door Karina Meerman

Dreiging van onverslaanbare vijanden dwingt X-Men tot wanhoopsdaad. Teruggaan naar het verleden creëert nieuwe sterke ploeg voor X-Men-franchise, samengesmeed door een vitale Wolverine.  

“Wij zullen u assimileren en uw technologie bij de onze voegen.” O, wat waren de Borg ooit eng, maar het zijn watjes vergeleken bij de Sentinels. Deze metershoge machines van ondoordringbaar materiaal nemen de speciale krachten over van de mutanten die ze vermoorden. Wat de één leert, kan de ander. Ze kunnen vliegen, klimmen, door rotsen graven, metaal smelten, vuur bevriezen. Ze hebben geen gevoelens, zijn in geen enkel opzicht menselijk. Hun detectieapparatuur bespeurt niet alleen actieve mutaties, maar ook latente: potentiële vaders en moeders van nieuwe generaties mutanten. Het is, kortom, een duistere tijd voor iedereen die niet puur van het menselijk ras is.

Recensie X-Men: Days of Future Past

Sleutelmoment
X-Men: Days of Future Past opent in een uitzichtloze wereld. Jonge mutanten zijn bijzonder goed geworden in het samenwerken tegen de Sentinels, maar al snel wordt duidelijk dat het niet genoeg is. Een laatste doldwaze actie is nodig om de wereld weer goed te maken. Professor Charles Xavier (Patrick Stewart) en Magneto (Ian McKellen) hebben het sleutelmoment in de tijd gevonden waarop alle ellende is begonnen. Alles draait om Raven/Mystique (Jennifer Lawrence). Wolverine (Hugh Jackman) moet terug naar 1973, om met een jonge Xavier (James McAvoy) en dito Magneto (Michael Fassbender) de boel weer recht te breien. Dit alles natuurlijk in een afgelegen locatie die vooralsnog vrij is van Sentinels. Vooralsnog, want het is wel een actiefilm.

Aangezien Wolverine erg langzaam ouder wordt, kon Hugh Jackman zowel zijn jongere als zijn oudere zelf spelen. Daardoor blijft de koppeling met de toekomst de hele film intact, zonder een overdaad aan flashforwards. Het is overigens heel fijn te merken dat Wolverine zijn midlifecrisis voorbij is.

Genieten
Na de deprimerende opening belanden we in de zonnige jaren zeventig en dan is het een kwestie van genieten van een scala aan uitstekende acteurs. De jonge versies van de oude mannen zijn goed gekozen. Fassbender heeft een griezelig kille uitstraling als Magneto, terwijl McAvoy als Xavier overloopt van empathie. Jennifer Lawrence is een sterke en kwetsbare Mystique. Het is even wennen dat Tyrion Lannister (Peter Dinklage als Dr. Bolivar Trask) een pak draagt, maar de gedachte aan Game of Thrones verdwijnt al snel naar de achtergrond. Er is te veel te zien en te horen.

Recensie X-Men: Days of Future Past

De interactie tussen de personages is de prettige mengeling van humor en actie die we leerden kennen in de eerste X-Men in 2000. In een aantal scènes maakt die plaats voor tegeltjeswijsheden en dat is jammer, maar kennelijk noodzakelijk om psychologische veranderingen te volbrengen. Want die zijn nodig. De jonge Charles Xavier lijkt nog weinig op de wijze man die hij later wordt. Hij worstelt met zijn gave, heeft gebroken met zijn vriend Erik Lensherr en verstopt zich voor de wereld met de hulp van Hank McCoy/Beast (Nicholas Hoult). Het is aan de weinig subtiele Wolverine om vrede en inzicht te brengen. Ga er maar aan staan.

Met StarTrek: The Future Begins (2009) gaf regisseur J.J. Abrams een oud en geliefd instituut een nieuwe impuls door het verleden opnieuw vorm te geven. Days of Future Past doet hetzelfde voor X-Men. Een nieuwe, sterke ploeg, een nieuw verleden en heel veel nieuwe mogelijkheden. Bravo, Bryan Singer. Maar wat ga je doen met Wolverine?

 

18 mei 2014

 
ALLE RECENSIES

100-jarige man die uit het raam klom en verdween, De

****

recensie  De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

Explosief lekkere feelgoodfilm

door Joan Gebraad

De Zweedse regisseur Felix Herngren verfilmde de bestseller De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson. Dat deed hij prima. Bereid je voor op een heerlijke feelgoodfilm met veel humor.  

In de eerste scène zien we de kwieke nestor Allan (Robert Gustafsson) een vos opblazen. Het schurftige dier heeft immers zijn kat gedood! Het beest knalt in honderd stukjes de hemel in. Dat zal hem leren! De toon is gezet.

Dingen opblazen
Na deze knaller belandt de bejaarde schelm in het bejaardentehuis. Een schelm is Allan zeker. Sinds zijn kinderjaren blaast hij graag dingen op. Soms pakt dat verkeerd uit: de auto van een dorpeling ontploft per ongeluk en het hoofd van het onbedoelde slachtoffer landt pardoes naast de jonge Allan. Soms is het resultaat gunstig, maar toch wel lichtelijk dubieus: wanneer Allan met een stel partizanen door Spanje banjert om de dictator Franco op te blazen, gaan de explosieven te vroeg af. Allans maten zijn dood, maar hij redt een man. Laat dat nu net Franco zijn. Na deze heldendaad worden de twee vrienden.

Recensie De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

Het bevalt Allen dan ook totaal niet tussen al die saaie, oude lieden. Terwijl de voorbereidingen voor zijn honderdste verjaardag in volle gang zijn, besluit Allen op avontuur te gaan. Hij stapt het raam uit. Dat is het begin van een absurde en humoristische roadtrip.

We volgen de avontuurlijke Allen tijdens zijn kleurrijke reis door Zweden met een paar bijzondere kompanen, op de hielen gezeten door een stel niet al te schrandere criminelen. Ook een lokale detective wordt op de zaak gezet. Hij kan echter zijn ogen al snel niet meer geloven wanneer hij het spoor van Allan begint te volgen. Een moord? Een olifant? Connecties met een gevaarlijke motorbende? Deze roadtrip wordt afgewisseld met beelden uit zijn bijzondere levensgeschiedenis. Die is al even bizar en kleurrijk als de roadtrip in het heden.

Grappig en verrassend
De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween moet het niet hebben van maatschappelijke thema’s, filmische vernieuwing of baanbrekend plot. De verfilming bevat dezelfde absurde humor als de roman van Jonas Jonasson. Wie verwacht er nu dat een honderdjarige een koffer jat van een neonazi? Of tegen Stalin zegt dat Franco een mietje is, omdat echte mannen niet dansen, maar even later met de beruchte dictator zelf op zijn Russisch aan het hopsen is? Of op de vlucht slaat in een circuswagen met een gigantische olifant aan boord?

Verder is het geweldig leuk om te zien hoe Allan toevallig betrokken is bij allerlei belangrijke hoogtepunten uit de westerse contemporaine geschiedenis. Allan, niet Einstein, is het genie achter de atoombom. Hij zit aan tafel met John F. Kennedy’s rechterhand als deze wordt neergeschoten, spioneert zowel voor de Amerikanen als de Russen en ontmaskert een dubbelspion. In dit opzicht doet de film denken aan Forrest Gump.

Recensie De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween

De film doet daarnaast vaak denken aan een detective. Als toeschouwer kijk je als het ware mee over de schouder van de politierechercheur die Allan moet zoeken. Hij representeert het dit-kan-niet-waar-zijn-gevoel van de kijker. Alles wat er gebeurt, hoe bizar soms ook, is met elkaar verbonden.

Zak onderuit en lach
Ook wat de rest aangaat is De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween een prima film. De acteurs spelen goed en hebben duidelijk plezier. De muziek, die bij tijd en wijlen zelf ook grappig is, ondersteunt de gebeurtenissen goed. De beelden zijn mooi. Wat wens je nog meer? Zak onderuit, laat je verrassen en lach. Je moet weinig gevoel voor humor hebben wil je chagrijnig de bioscoop verlaten.

 

25 april 2014

 
ALLE RECENSIES

Minuscule

****

recensie  Minuscule

Een episch kleinood

door Ralph Evers

Schaarste leidt niet zelden tot conflicten, dat weten we als mens maar al te goed. Menig oorlog is reeds gevoerd voor de laatste druppels goedkope olie. In de insectenwereld gaat het er weinig vredelievender aan toe. Wanneer een zwarte mier een blik suiker ontdekt en een andere kolonie hier lucht van krijgt, dreigt er een heuse oorlog tussen de mieren. 

Minuscule

De film begint fluweelzoet. Prachtige Franse landschappen met geanimeerde hoofdrolspelers (insecten) tonen zich paradijselijk aan de kijker. We zoomen in op de geboorte van lieveheersbeestjes en hun eerste pogingen om te leren vliegen. Een van de jongelingen faalt hierin en blijft achter. Hij wordt nog belachelijk gemaakt door een stel bravoure bromvliegen ook.

Ondertussen heeft een regenbui een picknickend stel weggejaagd en in alle haast zijn ze hun etenswaar vergeten. Talloze insecten weten wel raad met al dat lekkers en al gauw heeft ‘de natuur’ de rotzooi alweer opgeruimd. Behalve een mysterieus blik. Een dappere mier gaat op onderzoek uit naar dit voorwerp dat oogt als een monoliet. De inhoud blijkt een waar El Dorado voor mieren. En dit blijft niet onopgemerkt.

Heldenverhalen
Afgelopen jaren hebben we vaker naar het wel en wee van insecten in animatiefilms kunnen kijken. Niet zelden krijgen de insecten hierin menselijke trekken toegewezen en zit het creatieve van de animatie hem in dit saaie gegeven. Zoals in A Bugs Life en Antz. Wat voorheen mensen waren, zijn nu insecten, die vervolgens dezelfde (oppervlakkige) problemen hebben als de mensen in een doorsnee Hollywood-productie.

Een verademing is het dan om de vaak toch veel eigenzinnigere Europese producties te zien. Minuscule is daarvan een voorbeeld. De insecten zijn in proportie gehouden, zonder al te grote ogen en ze communiceren allen op hun eigen wijze. Dit geeft een fris komische saus aan deze film en laat de kijker vrij om zelf in te vullen wat er gaande is.

Minuscule

Hommages
De film weet ingenieus verwijzingen naar andere films te integreren. Met de nodige fantasie zijn hints naar de The Good, The Bad and The Ugly terug te vinden, de slagvelden uit menig spektakelfilm als Lord of the Rings en Star Wars. Daarnaast zit er voor Hitchcock-liefhebbers een vermakelijke hommage aan diens Psycho in, wanneer we met wat omwegen bij een spin ’thuis’ komen.

De film ontvouwt zich en laat zich vertellen op eenzelfde, haast nonchalante en in werkelijkheid perfect getimede Tati- en Chaplin-esque manier. Je wordt als kijker uitgenodigd in een andere wereld, meegenomen op verschillende avonturen, op en top vermaakt en weer veilig thuisgebracht.

 

21 april 2014

 
ALLE RECENSIES

Grand Budapest Hotel, The

*****

recensie  The Grand Budapest Hotel

Verlopen schoonheid betovert

door Alfred Bos 

Relaties staan centraal (à la Woody Allen), de humor is droog-absurdistisch (Coen Brothers), de filmverwijzingen postmodern (Tarantino) en de stylering eerder Japans dan Amerikaans, maar Wes Anderson is zijn eigen man. Met The Grand Budapest Hotel overtreft hij zichzelf. 

Wes Anderson, de regisseur wiens verbeelding wegheeft van een kleuterschool bevolkt door volwassenen, is mid-veertiger. Een kleine twintig jaar actief als filmmaker heeft hij inmiddels zeven speelfilms op zijn naam staan. Er staan krasjes op zijn ziel, hij heeft de ervaring van een veteraan en is in de kracht van zijn leven; tijd dus voor zijn magnum opus. En de man die de kijker telkens weet te verrassen met zijn kinderlijke fantasie doet precies wat er van hem wordt verwacht: hij levert.

Recensie The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel, Andersons achtste film, is een absurdistische pastiche van de Hollywood-actiekomedie, strak gecomponeerd en fraai gestyleerd op de wijze die zijn handelsmerk is geworden en films als The Life Aquatic with Steve Zissou (2005, zijn ‘doorbraak’ in Nederland) of Moonrise Kingdom (2012, zijn voorlaatste) tot zo’n onverdeeld genoegen maakten. Voeg daarbij een overdaad aan topacteurs, ook voor de bijrollen, en het resultaat is een maf meesterwerkje dat de potentie heeft om de cultstatus te ontstijgen.

Vernuftige vertelvorm
Andersons motief is de familie, of liever: de gebroken familie en hoe mensen dat gemis compenseren door surrogaatverwanten rond zich te verzamelen, en The Grand Budapest Hotel is daarop geen uitzondering. De film, geïnspireerd door het werk van de Oostenrijkse auteur Stefan Zweig, speelt in het denkbeeldige centraal-Europees staatje Zubrowka tussen de twee Wereldoorlogen en draait rond een verdwenen Renaissance-schilderij. M. Gustave (Ralph Fiennes) is conciërge van het Grand Budapest Hotel, die vriendschap sluit met de nieuwe piccolo Zero Moustafa (Tony Revolori), een Arabische vluchteling.

De vertelvorm is vernuftig. Er zijn drie verhaallagen: het boek waarnaar de film is vernoemd, de auteur op leeftijd van het boek (Tom Wilkinson) en Zero senior (F. Murray Abraham), eigenaar van het verlopen hotel, die zijn verhaal vertelt aan de jeugdige versie van de auteur (Jude Law). Zero’s verhaal is de film, die vervolgens in vijf aktes is opgedeeld. Veel wordt verteld via voice-over, vaak een irritante kunstgreep die in dit geval evenwel naadloos aansluit op de ‘boekige’ vorm. Het geeft de film vaart en houdt het verhaal overzichtelijk.

Eindeloze rij kwaliteitsacteurs
Het hotel is, zoals een van de personages opmerkt, een ‘betoverende ruïne’. Net als in La grande bellezza is verlopen schoonheid het thema van The Grand Budapest Hotel. De nostalgische inhoud (de kracht van de traditie tegenover de leegte van de consumptiemaatschappij) heeft een actuele boodschap (de morele kanker van vreemdelingenhaat) en wordt gebracht in een eenentwintigste eeuwse vorm. Compositie, montage, mise-en-scène en kleurgebruik verwijzen eerder naar de Japanse cinema dan naar de screwball comedy’s uit het Hollywood van de jaren dertig die Anderson als voorbeeld nam.

Recensie The Grand Budapest Hotel

Opvallend maar passend is de ‘ouderwetse’ 1,37:1 aspect ratio waarin de film (grotendeels) is gedraaid, want er is in elk shot zoveel te zien dat breedbeeld de kijker wellicht horendol had gemaakt. Nu kan die kijker zich concentreren op een eindeloze rij kwaliteitsacteurs. Een kleine greep: de voortreffelijke Tilda Swinton als de licht geschifte Madame D om wier erfenis de plot draait; Willem Dafoe die kostelijk de sinistere schurk Jopling vertolkt; Jeff Goldblum als de met Freud-baard getooide advocaat Deputy Kovacs. Voor de liefhebber zijn er een aantal verwijzingen naar klassieke Hollywood-films. Zo valt er op meerdere manieren te genieten van dit fantasierijke kunststukje.

11 maart 2014

 
ALLE RECENSIES

Kenau

***

recensie  Kenau

Feeks temt furie, voor even

door Alfred Bos 

De aandacht voor de historische figuur Kenau Simonsdochter Hasselaer – boeken, tentoonstellingen, zelfs een opera – mondt uit in een filmepos rond een legendarische episode uit de vaderlandse historie. Op zijn Hollands gebracht, dat ook. 

De vaderlandse geschiedenis zit vol met meeslepende verhalen die smeken om vertelling via het filmdoek, maar het duurde tot 2011 eer een regisseur – Reinout Oerlemans – zich eraan waagde. Diens Nova Zembla is om uiteenlopende redenen niet helemaal je dat, dus Kenau kon op voorhand, bij deze kijker althans, rekenen op hoopvolle belangstelling. Zou er een jeugddroom, een spannend filmepos over (een episode uit) de Tachtigjarige Oorlog, in vervulling gaan? 

Recensie Kenau

Niet helemaal. De film is er en Kenau doet een gooi naar allure – en mist. Het gegeven is spectaculair: het Beleg van Haarlem door Fadrique Álvarez de Toledo, zoon van de infame landvoogd Alva. Het is de meest spraakmakende episode van de Spaanse veldtocht van 1572-73, die als de Spaanse Furie (bloedbad in Zutphen, Naarden uitgemoord) bekend is geworden. Haarlem hield lang stand, maar werd uiteindelijk opgeofferd om Alkmaar te redden, waar vervolgens de victorie begon. Politieke intrige, massale vechtscènes, duivelse dilemma’s, persoonlijke offers – daar zit een megafilm in. Maar daar moet je dan wel het budget voor hebben. 

Gelaagd personage
Aan de acteurs ligt het niet. Monic Hendrickx doet wat ze in de tv-serie Penoza eerder deed: ze speelt een sterke vrouw met gewonde ogen die door omstandigheden wordt gedwongen van zich af te bijten. Haar Kenau is een mengeling van woede en mededogen, een gelaagd personage dat Hendrickx ondanks de beperkingen van het scenario – zo zijn veel scènes nogal karig met dialoog bedeeld – overtuigend neerzet. Barry Atsma vertolkt adequaat de gezant van de Prins van Oranje, Wigbolt Ripperda, terwijl betrekkelijke nieuwkomer Sallie Harmsen als Kenau’s oudste dochter Kathelijne de camera als het ware naar zich toe zuigt. 

De makke van Kenau, dat om kostenredenen werd gefilmd in Hongarije, zit hem in het gat tussen pretentie en realisering. Regisseur Maarten Treurniet oogstte veel lof voor De Heineken ontvoering (2011), maar het voor een historisch epos schamele budget van (naar verluidt) zes miljoen euro slaat hem de middelen uit handen om zijn bedoelingen recht te doen. De computerbeelden van het beleg en de zestiende-eeuwse binnenstad ogen onaf en zijn niet overtuigend in de live action geïntegreerd. Ook valt het op dat alle stadscènes maar op twee of drie locaties zijn gedraaid. En dan de dialogen, als ze er al zijn: zo praten mensen alleen op papier. 

Recensie Kenau

Overval op het ijs
Er valt ondanks die beperkingen het een en ander te genieten. Al is het niet optimaal in beeld gebracht – je moet er niet aan denken wat een Ridley Scott met zo’n scène had gedaan – de episode waarin de vrouwen tijdens de barre winter van 1573 een Spaans voedseltransport op de bevroren Haarlemmermeer, in het wit gekleed en op de schaats, slinks beroven is origineel en nog niet eerder op het witte doek vertoond. Dan weten regisseur en scenaristen met beperkte middelen wel te verrassen en bij de kijker diens ‘suspension of disbelief’ te activeren. Er hadden meer van zulke momenten mogen zijn. 

Kenau biedt geen geschiedenisles, maar romantische verdichting rond een historisch gegeven. Zo werd Kenau in werkelijkheid door de Spanjolen niet in het Spaarne gekieperd, een lot dat veel Oranje-soldaten wel ondergingen. Ook komt de boertige scène rond Kenau’s vrouwenleger op de stadswallen waar, om de Spaanse soldaten af te leiden, de rokken omhoog en de buizen uit gaan, uit de verbeelding van de schrijvers. We kijken naar de zestiende eeuw met eenentwintigste-eeuwse ogen. Was Kenau een feministe avant la lettre? Om het pedante slotwoord van de filmmakers te citeren: wij weten beter.

 

3 maart 2014

 

ALLE RECENSIES

Nebraska

****

recensie  Nebraska

Diep in het hart van Amerika

door George Vermij

Met Nebraska heeft Alexander Payne een mooie variatie gemaakt op de vaste thema’s die terugkomen in zijn oeuvre. In een schijnbaar doelloze tocht door het failliete Amerikaanse achterland schetst hij een mooi beeld van een disfunctionele familieband. 

Voor velen zal de staat Nebraska vooral associaties oproepen met het gelijknamige album van Bruce Spingsteen. Op het titelnummer zingt The Boss  over een troosteloos en uitgestrekt gebied waar zinloze moorden worden gepleegd. Een verwijzing naar de moorddadige tocht die Charles Starkweather maakte door die staat en die als basis gold voor de prachtige film Badlands van Terence Malick. Dat Nebraska tot de Amerikaanse verbeelding spreekt heeft misschien iets te maken met zijn locatie in het midden van de VS wat de staat tot het symbolische hart van het land maakt. Nebraska is ook de thuisstaat van Alexander Payne en zijn eerste films speelden zich daar af. Payne keert na zijn uitstapjes naar Californië (Sideways) en Hawaii (The Descendants) in zijn nieuwste film terug naar de staat.

Recensie Nebraska

Misleidende reclameactie
De eerste beelden van Nebraska tonen een verwarde oude man die een snelweg afloopt en wordt aangehouden door de politie. Het is Woody Grant (Bruce Dern) die op weg is naar Lincoln, Nebraska om een geldprijs op te halen. Later haalt zijn zoon David (komiek Will Forte in een ingetogen rol) hem op van het bureau en ziet dat de prijs waar Woody heilig in gelooft een misleidende reclameactie is. Zijn vader moet echter niets van Davids twijfels weten en wil koste wat het kost naar Nebraska.

Davids leven is ook niet bepaald op orde en het is om die reden dat hij besluit om met zijn vader de tocht te maken ook al weet hij dat het tot niets gaat leiden. Ze reizen zo door de VS en maken een tussenstop in Woody’s oude en vervallen geboortedorp waar de Amerikaanse droom aan voorbij is gegaan.

Familiebanden
Nebraska is net als Sideways een roadmovie waar de reis uiteindelijk belangrijker is dan de bestemming. In het thema van een familie die weer bij elkaar komt, heeft de film ook raakvlakken met The Descendants. De van elkaar vervreemde vader en zoon komen in de film wat dichter bij elkaar, maar het knappe is dat Payne hier niet valt in sentimentele valkuilen. Ondanks de familieband is er een afstand merkbaar tussen Woody en zijn zoon die vooral te verklaren is door Woody’s opkomende dementie en groeiende verwardheid, perfect door Dern overgebracht. Daarnaast draagt Woody een erfenis van alcoholisme die zijn tol heeft geëist op het gezinsleven en op David. Deze serieuze zaken worden door de personages echter op humoristische wijze besproken en daarmee raakt Payne de juiste balans tussen lach en traan.

Zo ook in een van de mooiste scènes uit de film waar Woody’s temperamentvolle vrouw (briljant en chagrijnig gespeeld door June Squibb) op een begraafplaats tegen David praat over de mensen die daar liggen. Het gezegde ‘over de doden niets dan goeds’ gaat zeker niet op voor de barrage van beledigingen die zij uitkraamt over de sobere grafstenen.

Recensie Nebraska

Solide cast
Nebraska bevat een solide cast die de sterke rol van Dern als Woody perfect aanvult. Zo is daar de sluwe ex-zakenpartner van Woody gespeeld door acteerveteraan Stacy Keach en Bob Odenkirk (advocaat Saul uit Breaking Bad) duikt op in een bescheiden vertolking. De film is verder mooi geschoten in zwart-wit waarmee beeldcomposities ontstaan die doen denken aan de sobere highway foto’s van Lee Friedlander.

Met Nebraska weet Alexander Payne Amerikaans realisme met humor en empathie te brengen. Daarbij schroomt hij niet om te tonen dat het slecht gaat in het hart van Amerika waar vervallen spooksteden nog lang niet zijn bijgekomen van de crisis en mensen worstelen met hun bestaan.

23 februari 2014

 

MEER RECENSIES

Ender’s Game

***

recensie  Ender’s Game

Ultiem leiderschap

door Karina Meerman 

Hoogbegaafde kinderen worden spelenderwijs klaargestoomd voor het ultieme leiderschap in een buitenaardse oorlog.  

Jonge hersenen kunnen meer data verwerken dan oude en daarom worden in de toekomst kinderen en tieners opgeleid tot soldaten met behulp van complexe computersimulaties. De vijand is een insectachtig ras (‘kruiperds’), dat aarde aanviel in een oorlog die miljoenen levens kostte. Om herhaling van een dergelijke slachting te voorkomen, selecteert het leger de slimste jongens en meisjes voor Krijgsschool. Ze leren in teams vechten in een omgeving zonder zwaartekracht en hun strategisch en tactisch denken wordt getraind met computerspellen. Spelenderwijs worden ze getraind voor een strijd die de aarde moet redden.

Recensie Ender's Game

Heldere ster
Het is de hoop van Colonel Graff (Harrison Ford) en Major Gwen Anderson (Viola Davis) tussen de groentjes een briljante geest te vinden, die te vormen is tot een commandant die de vijand voor eens en voor altijd vernietigt. Vijftig jaar na de eerste oorlog is de helderste ster de jonge Ender Wiggins (Asa Butterfield). Zijn gewelddadige broer Andrew is uit de opleiding gezet. Zijn invoelende zus Valentine had te veel mededogen. Ender zou wel eens de ideale mix van beide kunnen zijn. Een tweede oorlog nadert en alle hoop is op hem gevestigd. Om zijn potentieel tot volle bloei te laten komen, wordt hij gemanipuleerd en gestuurd. Zijn drang tot winnen wordt gescherpt tot een briljante oorlogsmachine, die de gevolgen van zijn daden niet kan overzien.

Ender’s Game is het prijswinnende boek van homofoob Orson Scott Card die, ondanks zijn uitgesproken persoonlijke overtuigingen, in 1985 een geniale SF-klassieker schreef. Volwassenen zetten hoogbegaafde kinderen in voor hun eigen doeleinden, met weinig aandacht voor de emotionele gevolgen daarvan. Juist de beschrijvingen van die lastige emoties en de persoonlijke groei van Ender Wiggins door vriendschap en leiderschap, maken het boek bijzonder. In de film is daar weinig ruimte voor. Vooral in het eerste deel worden de zo belangrijke vriendschappen weggewuifd en de tergende eenzaamheid van Ender is niet echt af te lezen van het gezicht van Asa Butterfield. Tijd verstrijkt in een onduidelijk tempo en kleine voorvallen leiden soms onbegrijpelijk tot grootse inzichten.

Weinig poppetjes
Pas wanneer Ender oog in oog komt te staan met Ben Kingsley krijgt de film meer diepte en drama. Wie het boek kent, weet wat er speelt lang voor Ender dit ontdekt en dat creëert compassie voor de jongen. Niet dat kennis van het boek nodig is om van de film te genieten. Het geheel is visueel aantrekkelijk en Butterfield een plezier om naar te kijken. Regisseur Gavin Hood heeft groots uitgepakt met computer gegeneerde ruimteschepen en zwermende vijanden. Toch heeft vooral het eerste deel een leegte. Letterlijk, omdat er in die enorme ruimteschepen wel heel weinig poppetjes rondlopen, maar ook figuurlijk. Er is een emotionele leegte in de interactie tussen de handvol personages die er toe doen.

Recensie Ender's Game

Het kan niet eenvoudig zijn geweest voor Hood om trouw te blijven aan het boek (dat jaren overbrugt) en een onderhoudende film af te leveren die een breed publiek aanspreekt. Al met al zwabbert Ender’s Game tussen actiefilm en psychologisch drama, terwijl het met een snufje meer diepgang beide had kunnen zijn.

20 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

All Is Lost

*****

recensie All Is Lost
De oude man en de zee

door Karina Meerman

Woordloze film over solozeiler die schipbreuk lijdt is fascinerend sober aan ingrediënten maar rijk aan beeld en geluid.  

Een man lijdt schipbreuk op de Indische Oceaan. Dobberend is hij overgeleverd aan de elementen en zijn eigen vernuft, in de hoop op redding. Life of Pi? Absoluut niet. Het enige dat een naam heeft in All is Lost  is het schip. De enige die geluid maken zijn het water, de wind en het schip.

Recensie All Is Lost

Verdwaalde zeecontainer
Onze Man (Robert Redford) staat naamloos aan het roer van een twaalf meter lang zeilschip de Virgina Jean. Waarom weten we niet. Waar hij naartoe gaat of vandaan komt, weten we ook niet. Na een paar korte openingszinnen over zijn spijt dat hij niet meer van mensen heeft gehouden, wordt er ook niet meer gesproken. Geen tekst, geen uitzinnige speciale effecten, geen tijgers. Na aanvaring met een verdwaalde zeecontainer, stroomt zeewater naar binnen via een gat in de romp. Dit beschadigt zijn navigatieapparatuur waardoor de zeeman ongewild richting een zware storm koerst.

Een man, een boot, een storm en geen dialoog. Toch krijgt regisseur J.C. Chandor (Margin Call) het voor elkaar dat we anderhalf uur lang de ogen niet van het doek kunnen houden. Dit is ook zeker te danken aan de pianoloze muziek van Alex Ebert, die de menselijke strijd en de grootsheid van de oceaan weet samen te binden tot een spannend verhaal dat drama bevat maar geen melodrama. Maar het is vooral Robert Redford die onze aandacht vasthoudt.

Extra dimensie
Als acteur doorgebroken in Butch Cassidy and The Sundance Kid (1969), later ook succesvol als regisseur (Oscar voor Ordinary People in 1980) en initiator van het onafhankelijke Sundance Festival werd hij in 1989 verkozen tot Sexiest Man Alive. Redford is nu 77 maar nog steeds een plezier om naar te kijken. Juist zijn leeftijd en belijnde gezicht geven de film een extra dimensie, al is het alleen maar omdat bij een jongere acteur of actrice ervaren zeemanschap ongeloofwaardig was geweest. Niet dat Onze Man als een jonge hinde over de boot huppelt. Redford is zichtbaar in lichamelijk goede conditie, maar feitelijk een bejaarde. Je ziet het in de manier waarop hij beweegt: iets trager, iets minder soepel. Dan komen de klappen toch harder aan en is het helemaal niet vanzelfsprekend dat hij het woeste water overleeft.

Recensie All Is Lost

Deze ‘openzeethriller’, zoals het persbericht het noemt, komt ook dichtbij omdat het zo op de huid is gefilmd. We zien details van het schip waarvan niet-nautici geen idee hadden dat ze bestonden. We zitten bovenop de lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen van Onze Man, onze enige graadmeters voor wat er in hem omgaat. Want ook op momenten waar ieder ander mens een litanie aan verwensingen zou loslaten, blijft hij gesloten. Dat laat veel ruimte over voor een eigen visie op hoe zijn leven is geweest en waarom hij zich zo graag afzondert van de wereld.

 

11 januari 2014

 
ALLE RECENSIES

Tarzan

**

recensie  Tarzan

Aapmens in lendendoek 3.0

door Simone Vogel

De mogelijkheden en ontwikkelingen op het gebied van animatiefilms groeien rap. Veel films worden in een modern jasje gestoken. Zo ook Tarzan. De aapmens die al jaren tot de verbeelding spreekt, is in 3D haast onherkenbaar. 

Dankzij Motion Capture Technologie zijn menselijke en dierlijke bewegingen steeds beter en natuurlijker over te brengen op het witte doek. Deze techniek zorgt dat Tarzan zich aapachtiger beweegt dan voorheen. De kijker kan zich nu, in tegenstelling tot de eerdere films, herkennen in de mens die zich gedraagt als aap.

Recensie Tarzan

Moderne twist
De laatste honderd jaar zijn tientallen verhalen en films gebaseerd op het werk van Edgar Rice Burroughs’ boek ‘Tarzan’. Sinds de eerste vertoning op het witte doek in 1918 zijn er zo’n negentig aanpassingen geweest op het bekende karakter in zijn lendendoek. In Tarzan 3D heeft het verhaal van de aapmens een moderne twist. De basis van het verhaal speelt zich nog steeds af in de jungle, maar in dit avontuur moet Tarzan meer beschermen dan zijn familie. Het voortbestaan van de wereld is van hem afhankelijk.

Een meteoor, die controle heeft over de natuurelementen, stort neer op Aarde en verwoest alles om zich heen. Miljarden jaren later doet de vader van de kleine JJ onderzoek naar deze meteoor. Ondertussen slingert JJ slingert in lianen. Hij noemt zich ‘Tarzan, koning van de jungle’. Door een tragisch ongeluk komen zijn ouders om het leven. Gorilla-vrouwtje Kala adopteert het hummeltje en voedt hem op als haar zoon. Al snel leert de jonge Tarzan te leven als een aap en tegen de tijd dat hij een tiener is, is hij het grootste deel van zijn menselijke verleden al vergeten.

Stoere chick
Disney bracht in 1999 een animatiefilm van Tarzan uit. De rolverdeling in deze film is traditioneel: Tarzan is een wilde die nooit contact heeft gehad met mensen, Clayton is een kwaadaardige jager en Jane een hulpeloze rijkeluisdochter. Tarzan 3D breekt met deze stereotypes. De kijker krijgt een opgroeiende Tarzan (Jan Kooijman) te zien die last heeft van zijn hormonen wanneer de stoere chick Jane (Yolanthe Sneijder-Cabau) met kortgeknipt haar en wandelschoenen door de jungle stuitert. Slechterik Clayton is uitgegroeid tot een magnaat die geen enkel middel uit de weg gaat om zijn doel te bereiken.

Recensie Tarzan

Avatar
In 1999 werd vol lof gesproken over de mogelijkheden die waren benut om de animatie tot leven te laten komen. Tarzan 3D doet daar een schepje bovenop. Waar eerder animatiefilms (zeker in het Disney-genre) werden ingekleed als musical, is hier een verhaal met geschiedenis, plotwendingen en echte emoties neergezet. Misschien minder geschikt voor de jongere kijker, maar een grote verbetering voor de doorgewinterde filmliefhebber. Het voornaamste verbeterpunt met betrekking tot de techniek zit hem in de echtheid van de 3D-animatie. De makers zijn er niet in geslaagd de personen echt genoeg te laten lijken. De grens tussen animatie en echtheid is dun, maar toch pijnlijk duidelijk. Er had beter gekozen kunnen worden voor 3D in combinatie met echte acteurs zoals in Avatar. Dat is prettiger om naar te kijken.

 

17 december 2017

 
ALLE RECENSIES

Amazonia

**

recensie Amazonia
Verrassend saai apendrama

door Karina Meerman

Het had zo mooi kunnen zijn, het avontuur van een hulpeloos jong kapucijnaapje dat leert zich staande te houden in het Amazonegebied. Het werd een bewegend fotoalbum.  

Braziliaans circusaapje Shaï reist mee in een vliegtuigje dat neerstort in het Amazonegebied. Piloot stapt ongeschonden uit, maar laat aapje achter in zijn kooi. Neusberen peuteren het slot los en aapje begint aan een avontuur door de jungle. Huilend in het gebladerte of jammerend op een vlot ziet hij een reeks onwaarschijnlijke dieren, die vooral geselecteerd lijken op kleur en vormgeving.

recensie Amazonia 3D

Op het hoogtepunt van zijn eenzaamheid ontmoet aapje andere aapjes, trekt met hen op, overweegt nog even terug te gaan naar de mensheid en kiest uiteindelijk voor de liefde. Want mensen zijn slecht en het oerwoud is goed en moet in stand gehouden worden. Dat we die boodschap wel even meekrijgen.

Wondere wereld voelt geënsceneerd
Amazonia 3D is een visueel en auditief kunststukje, dat staat vast. Regisseur Thierry Ragobert had een set van zes miljoen vierkante kilometer om in te werken. Gedurende achttien maanden filmde hij met zijn team de wondere wereld van het regenwoud. De majestueuze grootheid van de jungle glijdt voorbij, van bovenaf gefilmd lijkt het bladerdak zich over de hele wereld uit te strekken.

Op de grond en in de bomen zit de camera bovenop de dieren. Het geluid is haarfijn vastgelegd, het klikken van mierenpoten, het kloppen van toekans, het geschuifel van slangen. Ragoberts camera’s zitten zó dicht op het leven in de Amazone, dat het allemaal geënsceneerd voelt. Misschien is het vanwege de technische hoogstandjes, dat het brein voortdurend bezig is zich af te vragen hoe de film is gemaakt, in plaats van mee te leven met het aapje.

Dierentuin
Er zit nauwelijks verhaal in de beelden terwijl de film zich presenteert als een kruising tussen een documentaire en een avontuur. Het lijkt meer een reeks videoclipjes van bijzondere dieren die we uit de dierentuin kennen, terwijl dierentrainers net buiten beeld staan te wachten om iedereen weer in zijn hok te doen. Blauwe ara: check. Zee-arend: check. Jaguar: check. Amazonedolfijn: check. Toegegeven, de luiaard was een blijde verrassing voor wie van luiaards houdt en een zwemmend gordeldier zien we ook niet iedere dag. Ja, het zijn prachtige beelden, begeleid door de oorstrelende muziek van Bruno Coulais, maar is het een onderhoudende film?

Recensie Amazonia 3D

Nee. Amazonia is verrassend saai. Ondanks 3D. Aapjes zijn geen acteurs, ze hebben beperkte gezichtsuitdrukkingen, en laten we wel zijn: ze maken rotgeluiden. Ze piepen, krijsen, jammeren, fluiten, loeien en schreeuwen. Shaï ziet er vaak uit of hij doodsbang is of ongelukkig; dat is waarschijnlijk ook het idee, maar dat voelt toch ook als dierenleed. Wat uiteindelijk overblijft is vooral bewondering voor de technische kwaliteiten van de filmmaker en een milde bezorgdheid over het geluk van een kapucijnaapje.

 

13 december 2013

 
ALLE RECENSIES