Heldin

****
recensie Heldin
Veel meer dan pleisters plakken

door Cor Oliemeulen

Florence Nightingale zorgde in de 19e eeuw dat verpleging een erkend en professioneel beroep werd, met duidelijke standaarden. Floria Lind laat in Heldin zien hoe een verpleegkundige vandaag de dag, ondanks hoge werkdruk en personeelstekort, haar werk met zorg en menselijkheid uitoefent.

Floria begint goedgemutst haar late dienst op de oncologische chirurgische afdeling van een Zwitsers ziekenhuis, samen met een arts en een stagiaire. Haar werkzaamheden zijn heel divers: van medicijnen toedienen en vitale functies controleren, tot wonden verzorgen, patiënten begeleiden en dossiers bijhouden. Maar dat is lang niet alles wat op haar pad komt.

Heldin

Rollercoaster
Een eenzame patiënt heeft extra aandacht nodig en wil een foto van zijn hond laten zien. Dan moet Floria weer iemand troosten, geruststellen of een hand vasthouden. Een oudere patiënt raakt in paniek; Floria zingt een liedje om haar te kalmeren, en haast zich daarna naar de volgende patiënt.

De Zwitserse/Italiaanse filmmaakster Petra Volpe (Die göttliche Ordnung, 2017) introduceert de toegewijde verpleegkundige in een rollercoaster die voelt als een one-take real-time ervaring. Tijdens haar ronde wordt er regelmatig elders in het ziekenhuis hulp gevraagd. Ze beantwoordt vragen van familieleden van patiënten, maar krijgt ook verwijten toegeworpen nadat iemand tevergeefs is gereanimeerd.

Omgaan met emoties
Heldin is gezegend met de hoofdrol van Leonie Benesch, die in 2009 doorbrak in Das weiße Band van Michael Haneke. De Duitse actrice schitterde in Das Lehrerzimmer (2023) als jonge lerares op een middelbare school die te maken krijgt met intimidaties nadat ze de moeder van een leerling verdenkt van diefstal. Ook al zo’n rol waarin Benesch laveert tussen toegewijd haar professie uitoefenen en het ontplooien van uiteenlopende emoties.

Ook bij een heldin kan onder druk soms het elastiek bijna breken. Als Floria gaat kijken bij een rijke patiënt die een kamer voor zichzelf heeft en zich beklaagt omdat hij te lang heeft moeten wachten op een kopje verse muntthee, kan ze haar emoties even niet in bedwang houden. In een impuls gaat ze over tot een daad, die niet alleen woede bij de patiënt veroorzaakt, maar later in de film een staartje zal krijgen.

Heldin

Want naast de registratie van alle werkzaamheden van Floria die alle ballen in de lucht moet zien te houden, kent Heldin enkele gedramatiseerde wendingen die de hoge werkdruk en emotionele belasting van de verpleegkundige ook bij de kijker extra voelbaar maken. Wat heel goed werkt en mooie ontroering oproept, is het eind van de film als Floria na een lange, intensieve dienst neerploft op een stoel in de bus op weg naar huis, waar ze nog een heel bijzonder bezoek van een patiënt krijgt.

Mens of robot?
“Verpleegkundigen zorgen voor ons als we ziek en oud zijn, als we het meest kwetsbaar zijn. Iedere dag dragen ze een enorme verantwoordelijkheid”, zegt regisseur Petra Volpe. “Daarom wilde ik een film maken die dit beroep viert.”

Heldin beleefde in februari haar wereldpremière in Berlijn, nadat een aantal verpleegkundigen op de rode loper de aandacht had gevestigd op het schrijnende personeelstekort in de zorg. In 2030 heeft Zwitserland een tekort van 40.000 verpleegkundigen en zijn er volgens gezondheidsorganisatie WHO wereldwijd meer dan 13 miljoen verpleegkundigen te weinig. Bovendien stopt ruim een derde binnen 4 jaar vanwege de hoge werkdruk.

In een wereld waarin de eerste robots aan het bed verschijnen, laat Heldin zien dat verpleegkundigen zoals Floria Lind door hun zorg, aandacht en menselijke betrokkenheid simpelweg onvervangbaar zijn.

 

15 september 2025

 

ALLE RECENSIES

El jockey

***
recensie El jockey
Vorm en sfeer boven inhoud

door Cor Oliemeulen

Remo is een jockey die ooit grote successen kende, maar verslaafd raakte aan alcohol en drugs. Maffiabaas Sirena probeert hem weer sober en scherp te krijgen. Hij koopt een duur Japans paard en hoopt om met weddenschappen veel geld te verdienen. Tijdens de beslissende race krijgt Remo echter een zwaar ongeluk en verdwijnt spoorloos uit het ziekenhuis. In een toestand van geheugenverlies, identiteitsverwarring en vervreemding dwaalt hij rond in Buenos Aires.

El jockey begint met beelden van mannen die frontaal en nagenoeg bewegingsloos poseren voor de camera van Timo Salminen, de vaste cameraman van de Finse regisseur Aki Kaurismäki (Fallen Leaves). Strakke kaders, uitgesproken kleuren en een melancholische atmosfeer. Nadat we kennismaken met onze protagonist Remo (Nahuel Pérez Biscayart) – grote ogen en een stoïcijnse kop als Buster Keaton – glijden we halverwege de film van een gortdroge, absurdistische zwarte komedie in een vervreemdend, nihilistisch universum waarin het zoeken van een nieuwe identiteit het thema lijkt.

El jockey

Hallucinante trip
Vanaf het moment dat Remo met zijn nieuwe renpaard is gecrasht en stiekem het ziekenhuis verlaat – gestoken in een zwarte bontjas en het verband als een tulband om zijn gehavende hoofd – probeert hij aan zijn baas en geldschieter Sirena (Daniel Giménez Cacho) te ontsnappen. Als in een koortsachtige droom spookt hij rond in de vage krochten van de hoofdstad. Inhoud maakt plaats voor vorm en sfeer, en er is nog nauwelijks een touw aan vast te knopen, of zoals de Argentijnse regisseur Luis Ortega zegt in een interview: “Ik begrijp het zelf ook niet allemaal.”

Absurdistische beelden, bijvoorbeeld van dansende jockeys in de kleedkamer, sensuele kennismakingen met Remo’s geliefde Abril (Úrsula Corberó) die zijn kind draagt, worden afwisselend ondersteund met muzikale klanken: van bandoneon tot technobeat, van Caruso tot pop: de soundtrack zwalkt al net zo chaotisch als Remo’s geest.

El jockey beschouwt filmkijken als een zintuigelijke ervaring, maar symboliek sluipt bijna overal doorheen. De paardenrace is niet alleen een sportwedstrijd, maar een metafoor voor de genadeloze competitie van het leven, waar winnen gelijkstaat aan overleven. De vlucht uit het ziekenhuis markeert Remo’s symbolische verval en iets wat op zijn wedergeboorte lijkt, hoewel Abrils zwangerschap meer hoop suggereert. Het zijn slechts enkele momenten die houvast bieden in de chaos.

El jockey

Ontwricht Argentinië
Dat Ortega de jockey als hoofdpersoon kiest, is geen toeval. In Argentinië worden jockeys vaak uitgebuit: ze moeten bijna onmenselijk licht (amper 50 kilo) zijn, leven onder grote druk en komen meestal uit arme milieus. Jockeys zijn pionnen in een wereld die draait om geld en prestige, en zodra de mannetjes breken, worden ze vervangen. Zo is ook Remo een symbool voor een Argentijnse realiteit van klassenverschil en uitbuiting.

De nieuwe generatie van Argentijnse filmmakers van deze eeuw (Nuevo Cine Argentino) combineert rauw realisme met een dromerige atmosfeer en absurde humor, waarbij er zelden sprake is van verlossing van de personages. Sinds de economische crisis van 2001 zie je vaak ongelijkheid, vervreemding en identiteitscrisissen, zoals bij regisseurs als Lucrecia Martel (La Ciénaga, 2001) en Lisandro Alonso (Los muertos, 2004). El jockey past in dat stramien.

Waar de internationale filmhuishit Wild Tales (2014) van Damián Szifron woede en absurditeit uitvergroot in scherpe, toegankelijke verhalen vol zwarte humor, laat Ortega met zijn gefragmenteerde vertelling en leegte de kijker in een doolhof achter. Beide films tonen, ieder op hun eigen manier, een ontwrichte Argentijnse samenleving.

 

10 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Ran (4K re-release)

*****
recensie Ran
Kurosawa’s duistere meesterwerk

door Cor Oliemeulen

Als iemand Akira Kurosawa vroeg wat zijn beste film was, antwoordde hij steevast: “de volgende”. Totdat hij op 75-jarige leeftijd Ran (1985) voltooide: een episch oorlogsdrama over een oude krijgsheer die zijn rijk verdeelt onder zijn drie zoons en ten onder gaat aan verraad en geweld. Gebaseerd op Shakespeare’s King Lear en Japanse samoeraiverhalen, toont dit meesterwerk een wereld in fysiek en moreel verval. Vier decennia later keert Ran terug op het witte doek in een oogstrelende 4K-restauratie.

Akira Kurosawa, een van Japans grootste filmmakers, werd in het buitenland vaker geprezen dan in eigen land. Hij bekritiseerde de Japanse filmindustrie om haar rigide studiosysteem, dat regisseurs beperkte in hun vrijheid en vasthield aan veilige, traditionele verhalen in plaats van films met risicovolle, meer menselijke thema’s.

Tegelijk kreeg Kurosawa in Japan ook zelf kritiek: zijn films zouden te westers zijn en te veel nadruk leggen op individuele helden, in tegenstelling tot de collectieve waarden van de Japanse cultuur, zoals groepsharmonie, loyaliteit en plichtsbesef. Zijn collega Yasujirō Ozu voldeed juist wél aan deze normen, met verstilde familiedrama’s die de traditionele Japanse levensvisie weerspiegelden. Door Kurosawa’s kritische en onafhankelijke houding werd Ran niet door Japan voorgedragen voor de Oscars, maar uiteindelijk wel door een onafhankelijke groep en alsnog genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.

Ran

Van Shakespeare tot Leone
Ruim 25 jaar voor Ran gebruikte de regisseur Shakespeare’s Macbeth als basis voor een herinterpretatie in Throne of Blood (1957). Ook in die film spelen de schermutselingen zich af in het feodale Japan van de zestiende eeuw en ligt de nadruk meer op vorm dan op dialoog. Kurosawa liet zich in zijn films ook inspireren door andere Westerse literatuur, zoals de morele en psychologische diepgang van Dostojewski die je terugziet in Rashomon (1950) met existentiële vragen over waarheid en perspectief, en Ikiru (1952) over een man die worstelt met de zin van het leven.

Tegelijk lieten Westerse filmmakers zich inspireren door het werk van Kurosawa, zoals John Sturges die met The Magnificent Seven (1960) een remake maakte van Seven Samurai (1954) en Sergio Leone die met A Fistful of Dollars (1964) een remake maakte van Yojimbo (1961).

Wind, regen en vuur
Wat vooral opvalt in die remakes is het gebruik van de dynamische cameravoering die Kurosawa hanteerde. Denk aan lange takes waarbij de camera meebeweegt met de actie, bijvoorbeeld lopende, rennende en vechtende personages. Of het gebruik van meerdere camera’s om verschillende hoeken vast te leggen, een spel tussen voorgrond en achtergrond, en het afwisselen van rustige en chaotische shots.

Maar het meest karakteristieke van Kurosawa’s cameravoering is wel het gebruik van de natuur en de weersomstandigheden. Zo opent Rashomon (1950) met beelden van een bos na een zware regenbui en de glinstering van de zon door de bomen, en in Seven Samurai (1954) trotseren de boeren, bandieten en samoerai wind, opstuivend zand, regen en modder. In Ran leeft het landschap: wind, rook en vuur brengen de scènes in beweging, terwijl de lucht langzaam steeds donkerder wordt naarmate het drama zich ontwikkelt.

In de huidige tijd worden de meeste actiescènes met computers gemaakt en kopieer je de poppetjes om een indrukwekkend legertje strijders te krijgen. In Ran zie je zo’n 1400 figuranten die werden gehuld in even zoveel vechtkostuums die allemaal met de hand werden gemaakt.

Kleuren als symboliek
Maar liefst tien jaar werkte de regisseur aan zijn storyboard: van elk shot maakte hij een schilderij in kleur. En toen hij de film uiteindelijk kon draaien, bleken die prenten onmisbaar voor zijn assistenten omdat hij zelf bijna blind was geworden.

De kleuren in Ran zijn symbolisch en essentieel. In King Lear verdeelt de koning zijn erfenis onder drie dochters, in Kurosawa’s herinterpretatie verdeelt krijgsheer Hidetora Ichimonji (Tatsuya Nakadai) de erfenis onder zijn zonen. Die zonen worden vanaf de openingsscène opgevoerd in het dragen van een eigen kleur. De oudste, Taro, draagt gele kleren (waarin keizers in Oost-Azië zich vaak hulden), de middelste zoon, Jiro, is gestoken in rood (dat staat voor ambitie en geweld), terwijl de jongste, Saburo, gehuld is in blauw (dat staat voor helderheid en eerlijkheid).

Deze kleuren versterken niet alleen het gevoel dat de kijker bij de verschillende personages heeft, ze dienen ook als herkenbaarheid (in harnassen en vlaggen) van de legers op het slagveld. Immers, het verdelen van de erfenis leidt tot oorlog tussen de broers. Taro en Jiro smeren hun vader honing om de mond, maar Saburo is kritisch op Hidetora’s besluit en voorspelt dat de erfenis tot een hoop ellende gaat leiden. Hidetora is woedend en verbant Saburo. Maar zodra de oorlog tussen de twee oudste broers uitbreekt, zwerft Hidetora als een waanzinnige over de vlaktes.

Ran

De schoonheid van de tragedie
Net als in King Lear gebruikt Kurosawa in Ran een hofnar, in dit geval in de persoon van de androgyne Kyōami, die niet alleen dient als trouwe dienaar van Hidetora, maar met diens scherpzinnige en ironische commentaar op de gebeurtenissen bijdraagt aan de tragikomische toon van de film. Want tragisch is Ran zeker. Bijna alle hoofdpersonages sterven, een handje geholpen door Taro’s vrouw Kaede (Mieko Harada). Nadat Taro het kasteel van zijn vader heeft overgenomen, wordt zij koningin van het domein dat ooit was van haar eigen familie, die eerder door Hidetora was uitgemoord. Langzaam ontvouwt zich haar uitgekiende, dodelijke wraakplan. De kijker is opgelucht als haar eigen bloed tegen de muren spat.

Waar Shakespeare’s King Lear nog momenten van liefde, vergeving en verzoening kent (zoals de hereniging met de jongste dochter Cordelia), ontbreekt dat in Kurosawa’s Ran vrijwel volledig. King Lear is tragisch, maar eindigt met een sprankje hoop en menselijkheid. Ran is tragisch in de zuiverste zin: een wereld zonder troost. De schoonheid van de tragedie zit in de poëtische vormgeving van verval en vergankelijkheid, de filosofische diepgang en de morele reflectie. Geen goddelijke gerechtigheid, geen redding. Alleen de leegte die mensen zelf veroorzaken.

 

30 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

10 giorni con i suoi

**
recensie 10 giorni con i suoi
10 dagen tussen kaaslucht en cultuurclash

door Cor Oliemeulen

In 10 giorni con i suoi reist een gezin uit Rome naar het Italiaanse platteland, waar de botsing tussen stadse neuroses en landelijke eigenaardigheden het toneel is van een vervolgfilm die zich vermomt als een feelgoodkomedie.

Het moet gezegd: het droogkloterige karakter van huisvader Carlo (Fabio De Luigi) is soms geestig, juist door zijn dwarse houding. Tijdens de lange autorit van Rome naar de zuidelijke regio Apulië (de hak van Italië), vragen zijn echtgenote Giulia (Valentina Lodovini) en hun drie kinderen zich af wat er zo stinkt. Als Carlo opbiecht dat het een typische streekkaas is – bedoeld als cadeau voor het gastgezin Paradisos – klinkt dat bijna als een statement. Hij ziet het namelijk helemaal niet zitten dat hun oudste dochter Camilla (Angelica Elli) wil gaan samenwonen met Antonio, de zoon des huizes.

10 giorni con i suoi

Stad versus platteland
Eenmaal gearriveerd, blijken de Paradisos te wonen in een monumentaal landhuis dat vroeger werd omringd door zelfvoorzienende landbouwbedrijven. Het imposante landgoed wekt ontzag bij de kinderen, maar Carlo blijft zakelijk en nuchter, wat botst met de overdreven gastvrijheid van Antonio’s ouders. Zij zijn emotioneel, willen alle gasten knuffelen en voelen zich één met de natuur. Zij houden van tennis en speervissen, terwijl Camilla’s gezin veel meer houdt van bekvechten.

Het mag geen verrassing zijn dat de film drijft op de tegenstellingen tussen twee culturen: de koele, neurotische stadsmens versus de relaxte plattelandsbewoner met zijn gewoonten en gebruiken. Zo moet Carlo beslist de bevalling van een koe meemaken en heeft hij de eer om het kalfje uit de buik van zijn moeder te trekken. Later wordt Carlo uitgenodigd voor een traditionele martelarenprocessie en wordt hij geacht de rol van Jezus op zich te nemen. Enkel gehuld in een juten onderbroek en met een zwaar kruis op zijn schouder, sterft de scène in onbenulligheid als een gekke pastoor hem met een zweepje maant om door te lopen.

Formule
Humor kent vele vormen. 10 giorni con i suoi bedient zich van het gemakzuchtige soort, en leent bovendien kwistig van succesvolle komedies, zoals Meet the Parents, dat de middelmaat ontloopt door sterk acteerwerk en een betere timing. En natuurlijk is er altijd wat ruimte voor misverstanden en een snufje drama. Alles om kijkers met een goed gevoel achter te laten.

10 giorni con i suoi

Regisseur Alessandro Genovesi krijgt maar geen genoeg van deze formule. Hij begon zijn drieluik over deze Romeinse familie in 2019 met 10 giorni senza mamma, waarin Giulia besluit om tien dagen weg te gaan zodat Carlo kan leren wat het is om voor hun drie kinderen te zorgen. Een jaar later volgde 10 giorni con Babbo Natale, waarin het gezin naar Lapland reist om de Kerstman te ontmoeten. In zijn jongste film laat Genovesi zien hoe ouders moeten wennen aan het idee dat een kind volwassen wordt. De herkenbaarheid van de situaties is net zo vanzelfsprekend als het gebrek aan originaliteit.

Over tien jaar volgt ongetwijfeld een vierde deel, waarin Carlo met pensioen gaat en in een zwart gat valt, met als titel: 10 giorni senza scopo (‘10 dagen zonder doel’).

 

15 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

The Teacher Who Promised the Sea

***
recensie The Teacher Who Promised the Sea
Het belang van mogen dromen

door Cor Oliemeulen

Als je op school geen leraar hebt gehad die jou op een verfrissende manier kon enthousiasmeren voor een bepaald onderwerp, ken je vast wel een leraar uit verhalen die zijn leerlingen op een bevlogen manier wist te inspireren. De Spaanse boekverfilming The Teacher Who Promised the Sea is zo’n voorbeeld, dat bovendien speelt in een tijd dat je je leven niet zeker was.

Enkele jaren geleden maakte Pedro Almodóvar met Madres Paralelas (2021) een drama over de verwisseling van twee pasgeboren baby’s tegen de achtergrond van het openen van massagraven waarin tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) meer dan honderdduizend mensen verdwenen. Pas vanaf 2007 mogen de naar schatting 2.500 massagraven (voor zover de locaties bekend zijn) worden geopend, maar het identificeren van de slachtoffers is een lastige kwestie. Op dit moment zijn nog maar zo’n 12.000 mensen opgegraven.

The Teacher Who Promised the Sea

Massagraf
Ook Almodóvars collega Patricia Font (vooral bekend als regisseur van tv-series) verweeft haar hoofdthema – een leraar die zijn jonge leerlingen inspireert – met de Spaanse Burgeroorlog en het openen van een massagraf. In The Teacher Who Promised the Sea is Ariadna (Laia Costa) op zoek naar de resten van de vader van haar grootvader, die altijd heeft gezwegen over het verleden en ook zijn kinderen verbood om erover te praten. Nu haar grootvader ziek is en niet meer lang te leven heeft, gaat Ariadna op zoek naar antwoorden. Ze vertrekt naar de provincie Burgos, waar een massagraf is geopend en ontdekt daar het (waargebeurde) verhaal van Antoni Benaiges (Enric Auquer), de leraar die zijn leerlingen de zee beloofde.

Voor de meeste inwoners van het conservatieve dorpje is het wennen als de progressieve onderwijzer Antoni in 1935 het vervallen schoolgebouwtje nieuw leven inblaast. Mondjesmaat melden kinderen tussen pakweg 6 en 12 jaar zich in zijn klaslokaal. Het kruisbeeld gaat van de muur, een drukpers doet zijn intrede. ‘Jullie worden schrijvers, of journalisten’, lacht Antoni het klasje toe. De kinderen mogen samen boekjes schrijven én drukken – uiteindelijk een boekje over de zee, want zijn leerlingen hebben nog nooit de zee gezien.

Waarschuwing
Het is geen verrassing dat lang niet alle ouders zich kunnen vinden in de werkwijze van de nieuwe leraar. Maar ja, die oude pastoor (die tijdens een bezoekje aan de klas door Antoni resoluut de deur wordt gewezen) was ook niet alles. En terwijl de nieuwe onderwijzer het klaarspeelt om zijn bevlogenheid met zijn leerlingen te delen, wuift hij een enkele waarschuwing over een veranderend politiek klimaat met een glimlach weg.

The Teacher Who Promised the Sea

The Teacher Who Promised the Sea is zeker een inspirerende film over een leraar die weet hoe hij zijn leerlingen kan begeesteren. Enric Auquer is geloofwaardig, net als de kinderen, die uit meer dan duizend leeftijdsgenootjes werden gecast. De schokkende afloop geeft het drama een extra dimensie, met echo’s van de Spaanse filmklassieker La lengua de las mariposas (1999) – dat zich ook afspeelt aan de vooravond van de burgeroorlog, maar meer uitblinkt door de landelijke atmosfeer, de historische context en de intiemere relatie tussen leraar en leerling.

Desondanks maakte Patricia Font met The Teacher Who Promised the Sea een verhaal dat verteld moet worden. Ze laat niet alleen zien hoe zelfs nog de huidige generatie lijdt onder de gevolgen van de Spaanse Burgeroorlog, maar toont vooral de onverwoestbare kracht van vrijheid in een wereld die haar probeert te onderdrukken.

 

9 juni 2025

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

CinemAsia 2025 – Deel 3: Delinquenten zoeken rechte pad

CinemAsia 2025 – Deel 3:
Delinquenten zoeken rechte pad

door Cor Oliemeulen

Als je jaren in de gevangenis hebt gezeten, zou je moeten snakken naar vrijheid. In dit laatste deel van ons verslag van CinemAsia 2025 drie films die laten zien hoe moeilijk een terugkeer naar de maatschappij kan zijn.

 

Pierce

Pierce – Broederliefde
Eens een crimineel, altijd een crimineel. De moeder van Zijie verbiedt haar jongste zoon contact met haar oudste zoon, Zihan, die na enkele jaren jeugdgevangenis wegens goed gedrag vrijkomt, maar thuis de deur wordt gewezen. Zihan werd veroordeeld vanwege de dood van een tegenstander tijdens een schermwedstrijd. Niemand geloofde zijn verhaal dat zijn degen per ongeluk afbrak, waarna het noodlot toesloeg. Zijie is de enige die geneigd is zijn broer te geloven. Dat komt omdat Zihan hem vroeger van de verdrinkingsdood heeft gered.

Pierce, het speelfilmdebuut van de Singaporese Nelicia Low, begint met die scène. Vage onderwaterbeelden met spartelende armen en benen, afgewisseld door beelden van moeder die roepend en schreeuwend naar het water rent, suggereren die reddingspoging. Aan het eind van de film zien we wat er precies gebeurde.

Het drama neemt veel tijd om het aarzelende weerzien tussen de twee broers vorm te geven. Zijie blijkt een heel zachtaardige jongen, die zijn oudere broer heeft gemist, en neemt het zijn moeder kwalijk dat zij niets meer met Zihan te maken wil hebben. De terugkomst van Zihan levert wel een dilemma op met de nieuwe partner van de moeder, die liegt over het verleden van haar oudste zoon. Zihan speelt het spel meesterlijk mee.

Het belangrijkste deel van Pierce speelt zich af in de schermschool, waar Zijie zich voorbereidt op een toernooi en waar hij wordt genegeerd door andere schermers, die weten dat hij Zihans broer is. Buiten de school krijgt Zijie les van zijn broer, maar ook soms binnen, want schermers hullen zich in identieke outfits en zijn vooral door de maskers onherkenbaar. Regisseur Low speelt met dit gegeven door thrillerelementen aan het verhaal toe te voegen, maar heel overtuigend is het niet. Door het groteske karakter komt de climax zeer onverwacht en met een keiharde twist, die het begrip broederliefde een nieuwe dimensie geeft.

Nog te zien tijdens CinemAsia 2025.

 

Yen and Ai-Lee

Yen and Ai-Lee – Verstopte emoties
De delinquent in het sfeervolle, in zwart-wit geschoten, Taiwanese familiedrama luistert naar de naam Yen. In de openingsscène zien we haar van verre aan komen fietsen, en als ze voor de camera stopt, zien we bloedvlekken op haar shirt en gezicht. Met een mes in de hand loopt ze naar het politiebureau waar ze zichzelf aangeeft.

Acht jaar later keert Yen terug bij haar moeder Ai-Lee, die thuis een winkeltje runt. Yen trekt zich terug in haar kamer en probeert aan de nieuwe situatie te wennen. Ze gaat solliciteren, maar vindt moeilijk een baan. Ondertussen maakt ze contact met een jongen met wie ze vroeger op school zat en krijgt ze te maken met de vriendin van haar vader, die probeert haar zoontje Wei, Yens halfbroertje, naar eigen zeggen voor een maand bij Yen achter te laten. Yen ziet het idee niet zitten, maar heeft uiteindelijk geen keus om voor Wei te zorgen.

In zijn vijfde speelfilm Yen and Ai-Lee behandelt regisseur Tom Lin drie thema’s: huiselijk geweld, moeder-dochterrelatie en identiteit. Yen moest de gevangenis in omdat ze genoeg had van het huiselijke geweld en krijgt bij terugkeer opnieuw hiermee te maken. De fragiele relatie tussen moeder en dochter is subtiel opgebouwd en geloofwaardig neergezet. Vooral in haar precaire relatie met Wei glorieert Yang Kuei-mei, die de rol van moeder Ai-Lee voor haar rekening neemt. Zij is een bekende Aziatische actrice, die al in 1994 een hoofdrol speelde in Eat Drink Man Woman van Ang Lee.

En dan speelt nog het thema identiteit een wezenlijke rol in dit intelligente drama. De regisseur koos voor de rol van Yen zijn vrouw Kimi Hsia, die ook in haar echte leven worstelde met een disfunctionele familie. Zij speelt in Yen and Ai-Lee een dubbelrol: die van dochter Yen én die van Ai-Lee, een jonge vrouw die sterk lijkt op Yen en die zich aanmeldt voor een toneelklas. De keuze voor dit personage geeft niet alleen de filmtitel een extra lading, maar biedt de regisseur een mooie gelegenheid om verstopte emoties tot wasdom te brengen.

Nog te zien tijdens CinemAsia 2025.

 

Black Dog

Black Dog – Twee outsiders worden vrienden
Black Dog van Guan Hu is een sociaal drama dat zich richt op de rauwe realiteit van het hedendaagse China. Net als zijn collega-filmmakers Jia Zhang-ke (A Touch of Sin) en Wang Xiaoshuai (So Long, My Son), heeft Guan Hu een scherp oog voor de gevolgen van economische veranderingen. In een trage, poëtische verteltrant toont Black Dog de eenzaamheid en vervreemding van mensen aan de zelfkant van een snel moderniserende samenleving. Plaats van handeling is een spookstadje aan de rand van de Gobi-woestijn in Noord-China waar roedels zwerfhonden veel overlast veroorzaken.

Het verhaal draait om de mysterieuze dertiger Lang (Eddie Peng) die na een gevangenisstraf terugkeert naar de plaats waar hij opgroeide en (zo vertelt iemand) furore maakte als rockster. Het oude theater zal worden gesloopt, de meeste huizen zijn onbewoond na het verdwijnen van de mijnbouw. Om geld te verdienen, gaat Lang werken bij een team dat zwerfhonden vangt. Hij raakt gefascineerd door een grote, dunne zwarte hond, omdat die gevaarlijk zou zijn. Black Dog focust zich op de ontmoetingen tussen deze twee eenzame outsiders en de band die ze opbouwen. Ondertussen maken we kennis met Langs vader, een alcoholist die in een gesloten dierentuin voor een tijger zorgt, een meisje van een circus dat aan de rand van het stadje is neergestreken en de slangenkweker Hu, die Lang verantwoordelijk houdt voor de dood van zijn neef.

Er is weinig dialoog, de beelden van het vervallen stadje met resten van vergane glorie en de desolate uitgestrektheid van de woestijn geven de film een melancholische sfeer. En dan is er die indrukwekkende magisch realistische scène als Lang op zijn motor met zijn zwarte hond in het zijspan in de woestijn stuit op honderden stilstaande honden op en naast de weg.

Terwijl op de achtergrond bijna voortdurend goederentreinen langs het stadje tuffen en de eerste bulldozers woningen met de grond gelijk maken, ontdoet regisseur Guan Hu zijn protagonist van zijn heldenstatus. Dat het Lang tot tweemaal toe niet lukt om met zijn motor over een gapend gat in de weg te springen, laat zien dat hij een mens van vlees en bloed is. Met een voorliefde voor bijzondere honden. En Pink Floyd.

Nog te zien tijdens CinemAsia 2025.

 

9 maart 2025

 

CinemAsia 2025 – Deel 1: Onmogelijke liefdes
CinemAsia 2025 – Deel 2: Het welzijn van de generaties

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2025 – Deel 1: Onmogelijke liefdes

CinemAsia 2025 – Deel 1:
Onmogelijke liefdes

door Cor Oliemeulen

CinemAsia – van 6-11 maart in Amsterdam – mag dan niet een van de grootste filmfestivals van het land zijn, het programma biedt de laatste jaren een uitgekiende mix van debuutfilms, recente arthouse-pareltjes, gerestaureerde klassiekers en shorts uit Azië. InDeBioscoop ontdekte in deze editie drie interessante thema’s: onmogelijke liefdes, generaties en delinquenten. In dit eerste deel drie films over onmogelijke liefdes.

 

Bona

Bona – Een warm bad
De Filipijnse regisseur Lino Brocka (1939-1991) werd internationaal bekend door zijn kritische films tijdens de dictatuur van Marcos. Bona (1980) is grotendeels ongezien gebleven, omdat men lange tijd dacht dat er delen uit de film ontbraken. Dit drama is nu prachtig 4K-gerestaureerd en te zien op CinemAsia. Met Engelse ondertiteling, net als alle andere films op het festival.

Met Bona maakte Lino Brocka een van zijn meest gewaardeerde sociaal bewogen films die de onrechtvaardigheid en de problemen van de Filipijnse samenleving aan de kaak stelt. Vanwege zijn activistische inslag kreeg hij regelmatig te maken met censuur en vervolging. Deze film speelt zich af in een krottenwijk van hoofdstad Manilla waar de bewoners worstelen met armoede en troost zoeken in alcohol. Tegen de achtergrond van tradities en sociale normen, toont Brocka de indringende realiteit van het dagelijks leven door innerlijke, en vaak intens emotionele, conflicten van zijn personages.

Het verhaal begint met een religieuze processie met deelname van honderden jonge mannen. Het feit dat hier nauwelijks een vrouw valt te bekennen, zet de toon voor de verhouding tussen mannen en vrouwen.

We volgen Bona (gespeeld door Nora Aunor, een van de meest geliefde actrices in de Filipijnse filmgeschiedenis), die liever naar filmopnamen in de buurt gaat dan naar school. Bona heeft liefdevolle gevoelens voor wannabee acteur Gardo (Phillip Salvador), die aan het miserabele leven in de krottenwijk wil ontsnappen, maar het moet doen met kleine filmrolletjes. Aan Bona zal het niet liggen. Na elke scène veegt ze zijn voorhoofd af, geeft hem een sigaret en een glas water. Nadat haar vader haar heeft mishandeld, omdat Bona niet naar school gaat en laat thuiskomt, vindt ze onderdak in het huisje van Gardo. Ze begint meteen te schrobben en te poetsen, zorgt voor het eten, wast zijn kleren, haalt water, stopt hem in een provisorisch badje en wast hem. Bona ziet met lede ogen hoe Gardo regelmatig dronken thuiskomt met scharrels om vervolgens een paar meter verder de liefde te bedrijven.

Brocka bouwt Bona’s nieuwe, slaafse leven met haar worstelingen langzaam op naar een onvermijdelijke climax. Want terugkeren naar huis is onmogelijk, net als haar verlangen naar liefde en erkenning. Sterke regie en hoofdrollen.

Nog te zien tijdens CinemAsia 2025.

 

The Glassworker

The Glassworker – Gebroken glas
Een leuk aspect van CinemAsia is de kennismaking met films die je anders waarschijnlijk nooit zult zien. Dat geldt zeker voor The Glassworker (2024), de eerste met de hand getekende Pakistaanse animatiefilm. Regisseur Usman Riaz en een team van tientallen tekenaars werkten bijna tien jaar aan deze sfeervolle film, die werd ingezonden voor de Oscars maar de shortlist niet haalde. De film ontving lovende kritieken voor de visuele pracht en de krachtige anti-oorlogsboodschap.

Het verhaal gaat over Tomas Oliver, een meester-glasblazer die zijn zoon Vincent opleidt om glaskunstwerken te maken. Een oorlog zet het idyllische leven van Vincent op zijn kop. Hij krijgt warme gevoelens voor Alliz, de dochter van de commandant wiens leger het land heeft bezet. Terwijl de meeste inwoners de bezetters met open armen lijken te ontvangen, worden Tomas en Vincent neergezet als pacifisten. Tomas verbiedt Vincent omgang met Alliz, en Vincent sluit zich in tegenstelling tot zijn vriendjes niet aan bij de jeugdbeweging van de bezetters. Ondertussen weten Vincent en Alliz elkaar vluchtig te ontmoeten, en wordt Tomas voor een dilemma geplaatst als hij wordt gedwongen glazen ‘rectifiers’ te maken voor oorlogsmachines.

The Glassworker is het eerste grote project van de Mano Animation Studios en doet door de traditionele handgetekende animatiestijl met de nadruk op natuur, emoties en menselijke relaties denken aan het werk van de beroemde Japanse animatiestudio Ghibli. De Pakistaanse stijl is indrukwekkend, maar mist de vloeiende, gedetailleerde animatie en nuance in beweging die Ghibli kenmerkt. Bovendien is de storytelling en de karakterontwikkeling van de personages minder subtiel.

Toch weet The Glassworker van begin tot eind te betoveren, bijvoorbeeld met twee krachtige overgangen. Eerst zien we een scène met Vincent en Alliz liggend in het gras tussen vlinders en klinkt romantische muziek op de achtergrond, abrupt verstoord door het sombere beeld van zeppelins die bommen op de stad gooien. Dan de scène met Vincent die teleurgesteld een zelfgemaakt glazen beeldje voor Alliz in het vuur van de glasblazerij gooit, gevolgd door de scène waarin Alliz thuis viool speelt voor de openhaard en we het instrument in het vuur zien branden.

Ondanks enkele kleine oneffenheden in het verhaal is The Glassworker een fantastische animatiefilm met een inspirerende boodschap, al even delicaat en liefdevol gemaakt als de glazen objecten van Tomas en Vincent.

Nog te zien tijdens CinemAsia 2025.

 

Salli

Salli – Online romance
In het romantische drama Salli (2023) is de afstand tot liefde nog groter dan in The Glassworker. Debuterend filmmaker Chien-Hung Lien portretteert de 38-jarige Hui-jun op het platteland van Taiwan waar ze een kippenboerderij runt. Haar omgeving vindt dat ze maar eens moet trouwen, maar de enige vent die dicht bij haar in de buurt komt, is haar onafscheidelijke witte haan. Misschien dat haar hippe, moderne tienernichtje het tij kan keren. Zij adviseert haar tante om online te daten en maakt voor haar een account aan met de naam Salli. Binnen mum van tijd zit Salli met behulp van een vertaalapp te chatten met ene Martin in Parijs. Terwijl haar omgeving roddelt over Salli’s online romance, waarschuwen haar tante en haar nichtje haar tegen online oplichters, zeker nadat Martin zegt dat hij met Salli wil trouwen en haar om geld vraagt. Maar in plaats van luisteren, danst ze van geluk tussen de kippen.

Salli draait om het contrast tussen traditie en het moderne leven. Een goed voorbeeld van bijgeloof zien we in de scène met een huwelijksadviseur die de juiste omstandigheden wil creëren voor de bruiloft van Salli’s broer. Salli mag niet op de bruiloft komen, want ze is geboren in 1986, het Jaar van de Tijger, én ze is ongetrouwd. Als ze wél naar de bruiloft komt, zal het stel geen kinderen krijgen. Ondertussen probeert Salli stiekem de lippenstift en nagellak van haar nichtje uit en betreedt ze de online wereld, die leidt naar de wereldstad Parijs, waar een cultuurclash wacht.

Salli is een feelgoodfilm die de grootste clichés van het genre weet te vermijden en eindigt minder voorspelbaar dan je misschien zou verwachten. De charme van hoofdrolspeelster Esther Liu als het naïeve boerenmeisje dat haar hart wil volgen, verliefd wordt op een onbekende, Franse hipsters ontmoet en enkele levenslessen leert, draagt bij aan het onderhoudende karakter van de film, en daar is alles mee gezegd.

Nog te zien tijdens CinemAsia 2025.

 

7 maart 2025

 

CinemAsia 2025 – Deel 2: Het welzijn van de generaties
CinemAsia 2025 – Deel 3: Delinquenten zoeken rechte pad

 

MEER FILMFESTIVAL

Becoming Led Zeppelin

***
recensie Becoming Led Zeppelin
Documentaire schreeuwt om vervolg

door Cor Oliemeulen

De documentaire Becoming Led Zeppelin over de beste rockband ooit is vooral voer voor fans. Zoals de filmtitel aangeeft beperkt regisseur Bernard MacMahon zich tot de ontstaansgeschiedenis. Dat is leuk als het gaat om de vele anekdotes, maar jammer omdat er juist ook na die eerste jaren zoveel interessants te vertellen, te horen en te zien valt.

De vier leden van Led Zeppelin worden geïntroduceerd als oorlogskinderen in Engeland, geboren in of net na de Tweede Wereldoorlog. Ze groeien op in de jaren ’50 en ’60 als er een nieuwe jeugdcultuur ontstaat, beïnvloed door de rock-‘n-roll en de blues uit Amerika.

Becoming Led Zeppelin

Jimmy, John Paul, Robert en John
Becoming Led Zeppelin wisselt anekdotische interviews af met archiefbeelden, foto’s en geluidsfragmenten. Zo speelde gitarist Jimmy Page al in een bandje op de middelbare school en luisterde veel naar Amerikaanse rock-‘n-roll. Hij ging werken als studiomuzikant in Londen. Page heeft zijn agenda van 1964 goed bewaard. De camera zoomt in op de data waar hij zijn afspraken heeft genoteerd. Sessies met The Rolling Stones, David Bowie, Petula Clark, en voor de eerste plaat van The Who.

In de studio’s liep hij bassist/toetsenist John Paul Jones tegen het lijf. Jones vertelt dat hij stamt uit een muzikale familie en op zijn veertiende speelde op het kerkorgel bij een ‘coole priester’. Jones deed naar eigen zeggen vooral ‘brave’ studiosessies, zoals voor zangeres Lulu. Hij speelde samen met Page in het orkest dat het Bond-nummer Goldfinger van Shirley Bassey in de Abbey Road Studios opnam.

Net als Jimmy Page en John Paul Jones was zanger Robert Plant actief in allerlei bandjes. Hij vertelt over de ‘shock’ die hij voelde toen hij Little Richard hoorde zingen. Dat wilde hij ook, maar dan het liefst blues en R&B. Dat schoot bij zijn ouders in het verkeerde keelgat, want die zagen liever dat hij ging werken als accountant.

En dan is er nog drummer John Bonham, bekend van zijn krachtige, ritmische stijl. We zien hem niet in interviews, maar horen zijn stem, want hij overleed in 1980. Eén ontroerende blik van Robert Plant is eigenlijk alles wat de documentaire te melden heeft over deze tragische gebeurtenis en het einde van de legendarische band. Plant zat samen met Bonham in The Band of Joy, dat voornamelijk blues- en rockcovers speelde. We horen hoe Bonham praat over zijn grote voorbeeld Gene Krupa en hoe hij al op jonge leeftijd een gezinnetje sticht.

The New Yardbirds
In Becoming Led Zeppelin wordt Jimmy Page neergezet als de oprichter en leider van de band. Hij speelde als bassist samen met gitarist Jeff Beck in The Yardbirds. Toen deze band in 1968 uiteenviel, bleef Jimmy Page als enige over met de rechten op de bandnaam. Hij had nog een contract om een paar shows te spelen, dus moest hij snel een nieuwe band samenstellen. John Paul Jones vroeg Page om auditie te doen, Robert Plant werd vanwege zijn stem en energie uit zijn toenmalige band Hobbstweedle geplukt. En Plant maakte Page opmerkzaam op de kwaliteiten van Bonham. Het kwartet speelde voor het eerst samen op 12 augustus 1968 in een kelder van een platenwinkel aan de Gerrard Street in Londen.

Het zijn mooie beelden van hun eerste optredens tijdens hun tournee in Denemarken later dat jaar, toen nog als The New Yardbirds. Hier konden muziekliefhebbers voor het eerst live genieten van hun mix van blues, hard rock en psychedelica, ondersteund door complexe ritmes, de iconische stem van Plant en de epische gitaarpartijen van Page. Tijdens zijn solo in Dazed and Confused introduceert de gitarist het gebruik van een vioolstrijkstok op zijn elektrische gitaar. Het experimentele, mystieke geluidseffect, versterkt door een wah-wah pedaal en echomachine, illustreert hoe vernieuwend het Led Zeppelin-in-wording was.

En dan het zelfverzekerde statement van Jimmy Page: ‘We willen geen singles uitbrengen, maar een albumband worden.’ De eerste elpee – Led Zeppelin – verscheen begin 1969 en werd uitgebracht door Atlantic Records en geproduceerd door Page.

Becoming Led Zeppelin

Populairder in Amerika
Dat Amerikaanse platenlabel van Led Zeppelin was geen toeval. De documentaire vertelt overzichtelijk hoe de band aanvankelijk moeite had om door te breken in eigen land, terwijl ze in de Verenigde Staten juist snel populair werden. Dit kwam omdat de Britse muziekscene eind jaren ’60 en begin jaren ’70 al verzadigd was met grote namen als The Beatles, The Rolling Stones en The Who, waardoor het moeilijk was om op te vallen. Daarnaast was hun muziek niet direct mainstream, waardoor ze als cultband werden gezien.

In de VS daarentegen sloeg hun debuutalbum direct aan en kregen ze veel radio-aandacht. De vele concerten aldaar versterkten hun populariteit. Pas met de release van Led Zeppelin II eind 1969 brak de band echt door in Engeland. En daarmee stopt de film.

De creatieve reis en de persoonlijke verhalen van de bandleden en de weergave van de populaire muziek eind jaren ’60 maken van Becoming Led Zeppelin het boeiende deel van de documentaire. Maar het is jammer dat het portret van de opkomst van de legendarische band eindigt voordat Led Zeppelin de wereld zou veroveren en de liefhebber zou trakteren op legendarische optredens, zoals in 1973 in Madison Square Garden in New York, voor het nageslacht vastgelegd in dubbelalbum en muziekfilm The Song Remains the Same (1976). Kijkende fans van de documentaire komen er bekaaid vanaf met slechts een paar live-registraties. Voor de rest hoor je Led Zeppelin-nummers, maar zie je (regelmatig dezelfde) beelden van andere optredens.

 

26 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

Belle de Jour (4K re-release)

****
recensie Belle de Jour (4K re-release)
Fatsoenlijke vrouw met verborgen verlangens

door Cor Oliemeulen

Belle de Jour vertelt het verhaal van een getrouwde vrouw die stiekem overdag in een bordeel gaat werken om haar verborgen verlangens te bevredigen. De gelijknamige roman van Joseph Kessel uit 1928 was vooral bijzonder vanwege de psychologische diepgang. Een kolfje naar de hand van de Spaanse filmmaker Luis Buñuel, die het boek in 1967 verfilmde en ooit zei: “Seks zonder zonde is als een gekookt ei zonder zout.”

Onderdrukte seksuele verlangens, veroorzaakt door de katholieke kerk, is een duidelijk thema in het werk van Luis Buñuel, de vader van het filmsurrealisme. Al in 1930 maakte hij, met scriptbijdragen van Salvador Dalí, het omstreden L’Age d’Or, waarin een man zo hopeloos is aangetrokken tot een vrouw dat alle sociale normen van die tijd werden ondermijnd.

Belle de Jour

Masochistische fantasieën
Belle de Jour
– nu opnieuw in de bioscoop als 4K-restauratie – is veel subtieler, maar het thema blijft hetzelfde: Séverine (Catherine Deneuve) onderdrukt haar seksuele verlangens binnen haar burgerlijke, schijnbaar perfecte huwelijk met de rijke chirurg Pierre (Jean Sorel). Zij houdt van hem, maar vermijdt fysieke toenadering. In een heel korte scène van Séverine als kind in bijzijn van een werkman wordt een mogelijk jeugdtrauma gesuggereerd, zonder dat misbruik wordt benoemd. Alsof voor de volwassen Séverine intimiteit gepaard gaat met onderwerping en geweld.

Buñuel portretteert een vrouw die balanceert tussen verlangen en angst, en gebruikt hiervoor surrealistische droombeelden. Al in de openingsscène zien we hoe Séverine door Pierre uit een koets wordt getrokken en door twee van zijn vrienden wordt vastgebonden en afgeranseld. Dit soort masochistische fantasieën suggereren dat haar verlangens diep onderdrukt zijn en alleen op een gecontroleerde manier tot uiting kunnen komen, door (dag)dromen én door te gaan werken in een bordeel.

Séverine wordt op dat idee gebracht tijdens een samenzijn met vrienden op een wintersportvakantie. De antiburgerlijke rokkenjager Henri (wie anders dan Michel Piccoli) vertelt over een welgestelde vrouw die in het geheim in een bordeel zou werken. Niemand verwacht zoiets, want wat heeft een vrouw te klagen als je alles hebt wat je hartje begeert? Toch gaat bij Séverine steeds meer de nieuwsgierigheid overheersen. We zien hoe deze mooie, elegante Parisienne, onberispelijk gekleed in haute couture van Yves St. Laurent en bedekt achter een zonnebril, informeert in een bordeel. Eerst rent ze verschrikt weg, maar uiteindelijk kan ze zich niet meer verzetten tegen het werken in het bordeel om haar seksuele angsten en verlangens te begrijpen en accepteren. Tegelijkertijd is zij bang dat haar dubbelleven zal worden ontdekt, zeker nadat een jonge bezoekende crimineel Séverine obsessief begint te claimen.

Belle de Jour

Vrij of gevangen?
Met zijn contrasten tussen elegantie en decadentie, biedt Parijs de perfecte setting voor dit morele psychologische drama. De stad weerspiegelt Séverine’s innerlijke conflict: van de ene kant de ordelijke, traditionele wereld van haar huwelijk en sociale status, aan de andere kant de verborgen, zondige onderwereld. Ondanks het thema is Belle de Jour uiterst kuis gefilmd. Van zichtbare seks is geen sprake, en Catherine Deneuve is slechts een paar keer heel even met onbedekte achterkant te bewonderen.

De toeschouwer van toen – maar ook nog ruim een halve eeuw later – kan na het kijken van Belle de Jour bepalen in hoeverre Buñuels oogstrelende meesterwerk een feministische film is. Buñuel zelf was zeker geen uitgesproken feminist, hij was allereerst een criticus van de bourgeois moraal en de hypocrisie rondom seksualiteit. Zijn film is geen aanklacht tegen het patriarchaat, maar werpt vragen op over vrouwelijke begeerte en maatschappelijke verwachtingen. Heeft Séverine uiteindelijk haar vrijheid gevonden, of blijft ze gevangen in een mannelijke fantasiewereld?

 

5 februari 2025

 

ALLE RECENSIES