Dust in the Wind

***

recensies  A Time to Live and a Time do Die + Dust in the Wind

Slaapverwekkend mooi

door Cor Oliemeulen

De Iraanse cineast Abbas Kiarostami zei ooit in een interview dat hij het liefst films kijkt waarbij hij zich goed kan ontspannen en in slaap kan vallen. Hij zal dan met genoegen de opgroeitrilogie van zijn Taiwanese collega Hsiao-Hsien Hou hebben beleefd.  

Het tweede en derde deel van dit drieluik – respectievelijk A Time to Live and a Time do Die (Tong nien wang shi, 1985) en Dust in the Wind (Lian lian feng chen, 1987) – beleven een re-release een week voor de Nederlandse première van het spirituele martial arts-drama The Assassin, dat dit jaar de Gouden Palm in Cannes veroverde. We bespreken beide films in deze recensie.

A Time to Live and the Time do Die

Indringende, maar afstandelijke familiekroniek
A Time to Live and a Time do Die is gebaseerd op de jeugd van regisseur Hsiao-Hsien Hou en doet denken aan de humanistische documentairestijl van de Indiase regisseur Satyajit Ray en de beschouwing van families van de Japanse cineast Yasujiro Ozu. In lange shots portretteert Hou een gezin dat in 1947 het Chinese vasteland verruilt voor een dorp op Taiwan en door de communistische revolutie van Mao niet meer kon terugkeren.

In een tijdbestek van achttien jaar volgen we het leven van Ah-ha (de regisseur) en zijn ouders, drie broers, zijn zus en zijn oma. Op de momenten dat de kleine jongen zich niet bezighoudt met kattenkwaad, hangt hij rond met leeftijdsgenootjes of wandelt hij met zijn verwarde oma naar een brug, want zij denkt dat zij terug kan naar haar geboorteland China. Later zien we de ontworteling van Ah-ha en het verlies van zijn kinderlijke onschuld als hij zich heeft ontpopt als een kleine crimineel. Het drama springt abrupt in de tijd en doet soms wat gedateerd aan, maar heeft ontegenzeggelijk nostalgische trekken en toont een periode en samenleving waarin gejaagdheid nog niet leek te bestaan.

Dat zien we in het simpele leven van alledag (Ah-ha gaat weer eens in bad) met traditionele opvattingen (de dochter kan zich liever richten op koken dan op studeren) dat wordt afgewisseld met de dood en de emoties die hiermee gepaard gaan. Waarmee het ambivalente karakter van deze familiekroniek is samengevat: de camera blijft altijd op afstand en identificeren met de personages is lastig.

Als vader plotseling overlijdt (hij bleek tuberculose te hebben, wat postuum de distantie tot zijn kinderen verklaart) is het hartverscheurende geschrei van zijn vrouw indringend, maar gereserveerd, in beeld gebracht. En als uiteindelijk de grootmoeder sterft, en de camera in geuren en kleuren registreert op welke fysiologisch onsmakelijke manier dat is gebeurd, is de lauwe reactie van de familieleden moeilijk te doorgronden. Echter dat maakt A Time to Live and the Time do Die niet minder oprecht en realistisch.

Dust in the Wind

Traditioneel leven in Taiwan
Dust in the Wind is volgens dezelfde technisch knappe cinematografische ideeën gemaakt. Het traditionele leven in Taiwan trekt in lange statische camerashots, vaak met een diepe focus, aan het oog van de toeschouwer voorbij. We volgen de jongen Ah-yuan, die na zijn schooldiploma zijn vriendin Ah-yun in het dorp achterlaat om te gaan werken in de hoofdstad Tapei. Een jaar later voegt zij zich bij hem en proberen ze genoeg geld te verdienen om te kunnen trouwen. Maar dan moet Ah-yuan in het leger en rijst de vraag of Ah-yun kan wachten op zijn terugkomst.

De afsluiting van deze trilogie voelt door het speelse karakter en de sporadische humor wat losser aan dan A Time to Live and the Time do Die, maar de beschouwing is even afgemeten en hiermee het inlevingsvermogen lastiger, zoals je vaker in Chinese films ervaart. Naast het visuele aspect besteedt Hou veel aandacht aan de geluidsband: omgevingsgeluiden staan centraal en slechts af en toe hoor je wat korte klanken van een akoestische gitaar om de scènes aan elkaar te rijgen. Samen met Ay-yun tellen we tergend langzaam de dagen af.

De in het westen veel geroemde opgroeitrilogie van Hsiao-Hsien Hou vormt de opmaat van zijn trilogie die de enerverende geschiedenis van Taiwan centraal stelt. Het eerste drama in de reeks, A City of Sadness (Bei qing cheng shi, 1989), mag dan wel op dezelfde authentieke leest zijn geschoeid, de spoedige overgang van de Japanse naar de Chinese onderdrukking levert in ieder geval meer actie op dan in de vorige drie films samen. Dat neemt niet weg dat Hou’s originele filmpoëzie van A Time to Live and a Time do Die en Dust in the Wind slaapverwekkend mooi is.

 

12 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Goosebumps

***

recensie  Goosebumps

Kippenvel in uw eigen bios

door Cor Oliemeulen

Aanstekelijk spel en fantasievolle griezels garanderen een leuk uitje in uw plaatselijke filmtheater.

In de week waarin filmproducenten en distributeurs de Nederlandse Staat aanklagen voor schade die zij volgens eigen zeggen lijden vanwege downloaden, verschijnen er gewoon weer films in de bioscoop, omdat de aantrekkingskracht van het grote witte doek vaak nu eenmaal groter is. Wanneer de branche zich iets beter aanpast aan de moderne tijd en het bioscoopbezoek aantrekkelijker en vooral goedkoper zou maken, hoeft niemand worden verstoken van al het moois en nuttigs dat het medium film kan bieden. Of zoals de Amerikaanse filosoof Robert M. Pirsig het ooit zei: “Als je het pad van kwaliteit volgt, kunnen er schijnbaar vanuit het niets prachtige inzichten, gedachten en oplossingen ontstaan.”

Goosebumps

Vermaak
Goosebumps is typisch zo’n film die in de bioscoop veel beter tot zijn recht komt dan op een beeldscherm thuis. Het verhaal over een schrijver van enge kinderboeken, die zijn griezels uit voorzorg heeft opgesloten, zijn dochter en haar nieuwe buurjongen is een vermakelijke, fantasierijke avonturenfilm, ideaal voor een avondje bios met familie of vrienden. Verstrooiing, escapisme, loslaten – een yogales voor het overbelaste brein, voor jong en oud. Service in optima forma en de mogelijkheid om heerlijk te worden vertroeteld door het gastvrije cinemapersoneel. Het enige dat nog ontbreekt, is een voetmassage.

Na een televisieserie, enkele videospellen en een stripserie is er nu Goosebumps, de speelfilm. Van deze Kippenvel-boeken verschenen al bijna 200 titels waarvan wereldwijd al meer dan 400 miljoen exemplaren zijn verkocht. De vraag was dan ook: welk boek ga je verfilmen? Het antwoord lag voor de hand: alle griezelige hoofdpersonages uit alle boeken komen samen in één film. Simpel en briljant, want het idee pakt fantastisch uit. Goosebumps is een geslaagde combinatie van grappig en griezelig, van spanning en avontuur, van kalverliefde en vaderlijke bescherming.

Goosebumps

Terreur
Jack Black speelt de schrijver van de succesvolle Goosebump-serie, R.L. Stine, die low profile door het leven gaat en zijn enige dochter angstvallig afschermt van mannelijke leeftijdsgenoten en andere pottenkijkers. Black – het leukst in The School of Rock en Kung Fu Panda (en met zijn fameuze lofzang op Led Zeppelin in het Kennedy Center in 2012) – is de ideale protagonist in zijn bundeling van een ijzig en aanstekelijk voorkomen. Een hoogst onaangenaam en onvoorspelbaar heerschap, tot het moment dat zowel de nieuwe buurjongen als de kijker zijn grote geheim ontdekken en de terreur van de ontsnapte Goosebumps-griezels is begonnen.

De sadistische pop Slappy the Dummy fungeert als het alter ego van Stine. Als het brein achter de opstand zweert hij dat zijn tot leven gekomen fictieve collega’s nooit meer in boeken zullen worden opgesloten. De weerwolf, verschrikkelijke sneeuwman, slangenvrouw, geestendokter, gnomen, vleesetende planten, speelgoedrobots, reuzenbidsprinkhaan, vampieren, aliens, zombies, mummies, een krankzinnige clown en talloze andere engerds richten een ware ravage aan in de stad, niet gehinderd door een koppel niet al te snuggere agenten. Hoewel sommige monsters zeer wrede bedoelingen hebben, worden ze plotseling grappig als blijkt dat ze een raar hoog stemmetje hebben, zodat ook de jongste kijkers zich niet zo snel in hun popcorn zullen verslikken.

 

5 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

5 oorlogsfilms die wat toevoegen

Vijf oorlogsfilms die wél wat toevoegen

Oorlogsfilms: The Big Parade

De meeste oorlogsfilms die met enige regelmaat in de bioscoop verschijnen, zijn behoorlijk patriottistisch en blinken niet bepaald uit in subtiliteit. Dat kan zeker worden gezegd van 13 Hours: The Secret Soldiers of Benghazi van Michael Bay. De Amerikaans regisseur doet verslag van een militaire actie in Libië, waarbij hij zijn gebruikelijke bombastische capriolen geenszins schuwt. Vijf oorlogsdrama’s uit vijf landen en vijf filmperiodes die wél wat toevoegen.

door Cor Oliemeulen

1. – The Big Parade (King Vidor, 1925)

King Vidor was bijna zeventig jaar lang actief als regisseur, maar het meest succesvol was hij met zijn stomme films. The Big Parade dient nu nog als inspiratiebron voor oorlogsfilms die verder kijken dan heldenverering. Een rijkeluiszoon (gespeeld door John Gilbert, die door deze film een grote ster werd) meldt zich bij het leger om tijdens de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk te gaan vechten. Hij wordt verliefd op een mooie boerendochter (Renée Adorée), maar dan moet het regiment halsoverkop vertrekken naar het front. Hartstochtelijke romantiek maakt plaats voor oorlogshandelingen, voor die tijd geweldig spannend en realistisch in beeld gebracht. Onze held zal uiteindelijk een been verliezen en vindt zijn geliefde na de oorlog terug. Zie fragment.

The Big Parade is de beste (anti)oorlogsfilm van de jaren 20 en geeft een veel beter beeld dan filmpionier D.W. Griffith dat doet in The Birth of a Nation (1915). In zijn vroege meesterwerk trekt Griffith weliswaar alle creatieve, technische en financiële middelen uit de kast voor de knappe verfilming van een liefdesgeschiedenis tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, maar vervalt hij in het tweede deel in stuitende propaganda voor de Ku Klux Klan, kennelijk de enige partij die destijds de eenheid van de staat kon garanderen.

2. – Roma città aperta (Roberto Rossellini, 1945)

Italië zat na de Tweede Wereldoorlog in een economische en morele crisis. Twintig jaar dictatuur van Mussolini leverde vooral armoede en werkloosheid op. Filmmakers, meestal met een marxistische achtergrond, gingen de straat op en legden op documentaire-achtige manier het authentieke leven van de arbeidersklasse vast. Ze zetten zich af tegen de banale Italiaanse films van het grote studiocomplex Cinécitta en tegen de schijnwereld van Hollywood. Bovendien was het filmen buiten op straat zonder belichting, decors en professionele acteurs veel goedkoper. Zie hier in een notendop het Italiaans Neorealisme, waarvan Roma città aperta een vaak geciteerd voorbeeld is.

Roberto Rossellini had tijdens de oorlog gewerkt als regisseur van fascistische films, maar in het geheim maakte hij een documentaire over moedige verzetsmensen. Roma città aperta borduurt hierop verder. In de toenmalige ‘open stad’ Rome volgen we de zwangere moeder Pina wiens verloofde wordt opgepakt door de Gestapo en (deels in beeld) doodgemarteld omdat hij zijn kameraden niet wil verraden. Tragische, realistische film met de doorbraak van Anna Magnani. Het fragment waarin Pina probeert te verhinderen dat haar verloofde wordt afgevoerd, is iconisch. Ook de smartelijke finale is onvergetelijk en zeventig jaar later helaas nog aan de orde van de dag.

3. – Skammen (Ingmar Bergman, 1968)

Van de talloze meesterwerken die de Zweedse regisseur Ingmar Bergman heeft gemaakt, is Skammen (Schaamte) misschien een van de minst bekende, maar wel een van de meest beklijvende. Huisacteurs Liv Ullmann en Max von Sydow vormen het koppel Eva en Jan. Ze hebben afscheid genomen als muzikanten van een orkest, willen op een klein eiland gaan genieten van de rust en hebben een kinderwens. Op een dag raken ze betrokken bij een burgeroorlog en wordt hun relatie ernstig op de proef gesteld.

Als geen ander kan Bergman mensen laten worstelen met hun existentiële angsten. Net als in zijn meeste drama’s is ook in het levensechte Skammen de man het prototype van een angsthaas en de vrouw de dominerende factor. Maar de horror en onderdrukking van de oorlog zetten alle patronen en zekerheden op losse schroeven en maakt van Jan, die aanvankelijk nog zeurt over een verstandskies, een moordende macho. Hun ultieme overlevingstocht is uiterst beklemmend in beeld gebracht. Vooral Liv Ullmann speelt de sterren van de troosteloze hemel en zou zich na de filmopnames wereldwijd actief gaan inzetten voor oorlogsslachtoffers en vluchtelingen.

4. – Ran (Akira Kurosawa, 1985)

Sinds Akira Kurosawa in 1950 met Rashômon de Japanse film in het westen op de kaart zette, werd hij hier meer bewonderd dan in eigen land. Dat had onder meer te maken met het feit dat deze grensverleggende regisseur een aantal van zijn proefstukken baseerde op niet-Aziatische werken van bijvoorbeeld Dostojewski en Shakespeare. Zo is het epische oorlogsdrama Ran – na Rashômon en Seven Samurai (1954) waarschijnlijk Kurosawa’s beste film – gebaseerd op King Lear, maar zijn de drie dochters die strijden om het bezit van hun vader, vervangen door drie zoons. Het gebruik van Shakespeare’s ‘eeuwige nar’ die zijn landheer tegenspreekt en ridiculiseert, werd in de Japanse cultuur bovendien maar moeilijk begrepen.

Nadat de landheer zijn rijk heeft verdeeld onder zijn drie zonen, waarbij de oudste het voor het zeggen krijgt en de jongste wordt verbannen omdat hij teveel tegenstribbelt, breekt al snel de pleuris uit. Door allerlei intriges is het uiteindelijk de vader die door zijn op macht beluste zonen wordt verbannen en nota bene moet worden gered door zijn zoon die als eerste in onmin was gevallen. Een schrijnende geschiedenis, met typisch Japans pathos en rijkelijk gelardeerd met indrukwekkende, kleurrijke, massale gevechten. Dan zijn de grote, met de computer gemanipuleerde, strijdtonelen in The Lord of the Rings plotseling wel heel erg nep.

5. – Brotherhood (Je-kyu Kang, 2004)

Als je Saving Private Ryan al een goede oorlogsfilm vindt, hoe moet je het Zuid-Koreaanse oorlogsdrama Brotherhood (Taegukgi hwinalrimyeo) dan noemen? Als in 1950, twee jaar na de splitsing van Korea, het noorden de zuidelijke staat binnenvalt, worden twee broers gerekruteerd en moeten ze aan het front vechten tegen de communistische agressors. De oudste, Jin-tae, waakt over de jongste, Jin-seok, en doet er alles aan om zijn broertje snel en veilig naar huis te krijgen. Hij denkt dat de beste manier hiervoor is om zich als held te gaan gedragen. Terwijl Jin-tae zich aanmeldt voor de gevaarlijkste opdrachten, steeds meer risico’s neemt, bijna in zijn eentje voor overwinningen zorgt en zich als moordmachine ontpopt, keert Jin-seok zich steeds verder van hem af en ontstaan er hartverscheurende situaties.

Brotherhood was een grote hit in het thuisland en maakte Dong-gun Jang (Jin-tae) beroemd in Azië. Het knappe van de film is dat hij niet direct partij kiest, maar zich vooral focust op de niets ontziende overlevingsstrijd. Op enkele sentimentele fragmenten en de dito soundtrack na raak je door de opvallend natuurgetrouwe gevechtsscènes twee uur lang verdoofd en gefascineerd tegelijk. Nadat naar het einde toe tragedie op tragedie wordt gestapeld, bekrachtigt de slotscène, waarin we een van de broers vijftig jaar later zien, de flagrante waanzin van oorlog.

3 februari 2016

 

Alle leuke filmlijstjes

 

Spotlight

****

recensie  Spotlight

Je zegt geen ‘nee’ tegen God

door Cor Oliemeulen

De onthullingen hadden tot gevolg dat wereldwijd seksueel misbruik door priesters aan het licht kwam. Of de katholieke kerk er veel van heeft geleerd, blijft de vraag. De kardinaal in Boston nam weliswaar ontslag, maar kreeg een baan in een van de belangrijkste basilieken van Rome.

De nieuwe baas van The Boston Globe, Marty Baron (Liev Schreiber), windt er tijdens zijn eerste werkdag geen doekjes om: het seksueel misbruik van priesters moet publiekelijk aan de kaak worden gesteld en de katholieke kerk zal boeten voor haar zonden. Baron heeft makkelijk praten. Niet alleen omdat hij jood is, maar vooral omdat hij, komend uit het genaakbare Florida, niets heeft te maken met de conservatieve, gesloten gemeenschap van Boston net na de millenniumwisseling. Een tijd waarin velen in de stad wisten van de misstanden, maar angstvallig de andere kant op keken.

De macht van de kerk
Dat merkt ook het team van het journalistieke onderzoeksteam Spotlight dat probeert te achterhalen hoe het toch kon dat de lokale priester John Geoghan jarenlang structureel vooral jongens in verschillende parochies kon misbruiken. Al na het eerste speurwerk blijkt dat nog meer geestelijken zorgden voor meer dan alleen de ziel van kinderen. De kerk schikte veelal met de slachtoffertjes en hun ouders, waarna een aantal priesters in andere parochies opnieuw vrijelijk kun gang konden gaan. De invloed en uitgestrekte macht van het kerkelijke instituut blijkt evident.

Spotlight

Regisseur Tom McCarthy (bekend van het filmjuweeltje The Station Agent, 2003) kende zelf ook een katholieke opvoeding, waarin begrip, bewondering en respect voor de kerk vanzelfsprekend waren. Met zijn film, waarvoor hij een deel van het scenario schreef, opent hij niet zozeer de aanval op de katholieke kerk, maar laat hij sommige van zijn personages zich wel hardop afvragen waarom getuigen niet opstonden en aan de bel trokken. Ook leren we dat de meeste slachtoffers niet in de publiciteit wilden of durfden.

Gedetailleerd
Het is knap hoe de makers van Spotlight de tijdgeest en omstandigheden weten te vangen. Zo werd het redactielokaal met de meer dan honderd cubicles van The Boston Globe minutieus nagebouwd en bereidden sommige acteurs zich consciëntieus en met veel oog voor detail (uiterlijk, tongval) voor op hun rollen door de vele gesprekken die zij voerden met de echte hoofdrolspelers: journalisten, advocaten, slachtoffers en andere betrokkenen. Ook al vermoed je vrij snel hoe het verhaal afloopt, je ziet aan alles dat de film met liefde en toewijding tot stand is gekomen.

Michael Keaton, die al in 1994 overtuigend een editor speelde in The Paper van Ron Howard en vorig jaar een zeer geslaagde comeback maakte in en als Birdman, is de leider van het Spotlight-team, Walter Robinson. Zijn meest fanatieke medewerker is onderzoeksjournalist Michael Rezendes, vertolkt door Mark Ruffalo, de laatste jaren vooral bekend als het Avengers-personage Bruce Banner/The Hulk. Hoewel Ruffalo in Spotlight niet als een olifant in een porseleinkast rondstruint, is hij wel degene die zich het meest vastbijt en kan hij nauwelijks wachten om de misstanden in de katholieke kerk met het lezerspubliek te delen. Echter Marty Baron wil pas publiceren als ‘het systeem’ kan worden veroordeeld.

Spotlight

Eerst spiritueel misbruik
Terwijl Rezendes zich vooral bezighoudt met de juridische kant van de zaak, heeft zijn collega Sacha Pfeiffer (Rachel McAdams) de zware taak om slachtoffers van het seksueel misbruik te interviewen. “Eerst word je spiritueel misbruikt – want je zegt geen ‘nee’ tegen God – dan komt het seksueel misbruik”, aldus een gedupeerde. Het contact met de daders blijkt natuurlijk nog veel moeilijker. Als zij op een gegeven moment aan een voordeur in gesprek gaat met een verdachte priester die op het punt staat openheid van zaken te geven, wordt de man snel door diens zus naar binnen getrokken. Uiteindelijk roept het team de hulp in van een advocaat (Stanley Tucci) die zich al jaren bezighoudt met de belangen van honderden slachtoffers, maar hij worstelt danig met de balans tussen privacy en openbaarheid en wordt regelmatig paranoïde omdat kerk en politiek in zijn nek hijgen.

Lang na All the President’s Men (1976) van Alan J. Pakula waarin The Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein het afluisterschandaal Watergate onthulden, is er eindelijk weer eens een goed biografisch drama over onderzoeksjournalistiek. Niet zoals het gros van het hedendaagse journaille dat achterover leunt, na-aapt en elke scheet van elke ‘beroemdheid’ volgt en werkelijk geen idee heeft wat hoor-wederhoor betekent, maar nog gewoon zoals het hoort: vastbesloten duiken in knipselmappen, boeken, bibliotheken en stoffige archieven om de enige echte waarheid boven tafel te krijgen.

 

22 januari 2016

 
ALLE RECENSIES

Creed

**

recensie  Creed

Jonge god en ouwe knar

door Cor Oliemeulen

Het plot van deze zevende Rocky-film is niet minder afgezaagd dan dat van zijn meeste voorgangers en de meeste boksscènes zijn even onrealistisch. Gelukkig is daar nog steeds Sylvester Stallone als de onverwoestbare bokslegende.

Een kinderhand is gauw gevuld. De tegenstander van Rocky in de allereerste gelijknamige boksfilm uit 1976, Apollo Creed, blijkt een buitenechtelijke zoon te hebben. Hij heet Adonis Johnson, vernoemd naar zijn surrogaatmoeder (de moeder in The Cosby Show). Adonis wil niet teren op de naam van zijn vader, een ex-wereldkampioen zwaargewicht. Deze jonge god verlaat Los Angeles en gaat in het Rocky-walhalla Philadelphia op zoek naar de legendarische bokser. De vuistvechter, die in Rocky 4 wint van de Russische bokser die Adonis’ vader in de ring doodsloeg, is de ideale kandidaat om hem de fijne kneepjes van het vak bij te brengen. Zoals dat gaat in dit soort sprookjes wil Rocky eerst niet, maar vindt hij exact genoeg redenen om het fysieke en mentale avontuur aan te gaan. En natuurlijk is er een meisje (dat lijkt op de dochter in The Cosby Show) voor de emotionele balans.

Recensie Creed

Eeuwig Rocky
Het meest bijzondere van Creed is de prima ‘eeuwige’ rol van Sylvester Stallone, voor diens doen opvallend aandoenlijk vertolkt, de rest van de film is verwaarloosbaar. De liefhebber die verder kijkt dan deze conventionele opsomming van genreclichés, kan met gemak tientallen betere boksfilms ontdekken.

Er is wat opschudding ontstaan over het feit dat er geen enkele Afro-Amerikaan is genomineerd voor een Oscar in 2016. Zo ontbreekt de hoofdrolspeler van Creed, Michael B. Jordan, op de lijst, terwijl bijrolacteur Sylvester Stallone juist wel is genomineerd.

Hoewel het stemgedrag van het zesduizend koppige gezelschap van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences (volgens een studie uit 2012 was 94% blank en 77% man) op zijn minst een tikkeltje conservatief en soms onvoorspelbaar is te noemen, is de Oscarnominatie van Stallone begrijpelijk, hoewel verzilvering zou grenzen aan waanzin. Het lukt hem op zijn oude dag zowaar twee ‘Oscar winnende speeches’ van een minuut (waarvan eentje met traan) op te lepelen. Sentiment was Hollywood nooit vreemd. Waarom de hoofdrolspeler niet is genomineerd? Aan zijn afgetrainde lijf zal het niet liggen, maar Michael B. Jordan krijgt door het kleffe script niet de kans boven zichzelf uit te stijgen.

Recensies Creed

Aftakelende held
Personages die ziek, zwak en misselijk zijn, hebben bij de Oscars bovendien traditioneel een streepje voor. De eerste vraag is of het trouwe Rocky-publiek wel zit te wachten op een aftakelende held, ondanks het nobele streven van zowel bokser als trainer om een vuist te maken voor het leveren van een bijna onmogelijke strijd binnen en buiten de ring. De slotvraag is of een van de bekendste filmhelden uit de moderne filmgeschiedenis in Creed een definitieve knock-out is toegebracht, of dat hij misschien later zélf nog een buitenechtelijk kind met boksambities blijkt te hebben.

Elke gefabriceerde comeback lijkt mogelijk in deze afgekloven toverformule die Rocky heet, zolang er maar in een behoefte wordt voorzien en de kassa’s blijven rinkelen. Hopelijk laat Michael B. Jordan zich niet verleiden voor een Creed 2, daarvoor is zijn talent als filmacteur te groot. In het biografische drama Fruitvale Station (2013) kan hij een veel grotere emotionele en psychologische reikwijdte etaleren. Overigens dánkzij regisseur Ryan Coogler, die met Creed én Jordan zijn pas tweede speelfilm maakte en veel beter lijkt te passen bij serieuzer drama.

 

17 januari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Big Short, The

****

recensie The Big Short
Het geheim van de winnaars

door Cor Oliemeulen

De bankencrisis van 2008 kende hoofdzakelijk verliezers. Heel veel verliezers. Maar er waren ook winnaars: enkelingen verdienden miljarden door het voorspellen van het instorten van de Amerikaanse huizenmarkt. Sommigen deden het voor geld en prestige, anderen om hypotheekverstrekkers, overheid en kredietbeoordelaars de oren te wassen.

Hedgefondsmanager Michael Burry (Christian Bale) heeft een glazen oog, het aspergersyndroom, een voorliefde voor heavy metal én een vooruitziende blik. In 2005 koopt hij tientallen verzekeringspolissen tegen het risico dat huiseigenaren in Amerika hun hypotheek niet meer kunnen aflossen. Hij is bang dat ook anderen ontdekken dat de huizenmarkt op instorten staat, maar als hij deals maakt bij investeringsbanken wordt hij keihard achter zijn rug uitgelachen. Burry was één van de weinigen die zich verdiepte in de keerzijde van de hosannastemming, moeite deed om hypotheekcontracten te doorgronden en in een vroeg stadium concludeerde dat de Amerikaanse huizenmarkt op drijfzand was gebouwd. Als jaren later de rook rond de immense crisis is opgetrokken, blijkt Burry tientallen miljarden te hebben verdiend.

The Big Short

Underdogs
Terwijl de financiële thriller Margin Call (2011) met Kevin Spacey het vergrootglas richt op de laatste stuiptrekkingen van een grote investeringsbank en het ontstaan van de mondiale economische crisis, focust The Big Short op het geheim van de winnaars. Naast Michael Burry zijn dat een aalgladde handelaar van de Deutsche Bank (Ryan Gosling), een beheerste gepensioneerde effectenhandelaar (Brad Pitt) die twee onervaren beleggers onder zijn hoede neemt en een wantrouwige kruisvaarder die op het spoor van de financiële luchtbel komt na een verkeerd doorverbonden telefoontje (Steve Carell). Al deze personages zijn uitstekend neergezet als outsiders en underdogs, gebaseerd op bestaande figuren. Het enige minpuntje is dat de kijker geen tijd krijgt om zich werkelijk te identificeren met deze karakters.

Regisseur Andy McKay (vooral bekend van komedies als Anchorman en The Other Guys) zet er dan ook vanaf de eerste minuut behoorlijk de vaart in. Door een voice over en personages direct in de camera te laten spreken, korte monologen van bekende sterren die hun satirische visie op de huizenmarkt geven (Margot Robbie met champagne in bad, Selena Gomez achter de Black Jack-tafel in een casino), alsook snelle montages, korte flashbacks, animaties en humoristische dialogen, doet The Big Short aanvankelijk denken aan de biografische stijl van The Wolf of Wall Street, maar weet McKay een eigen stempel op de wonderlijke geschiedenis te drukken.

The Big Short

Rommelhypotheken
De verfilming van de gelijknamige bestseller van Michael Lewis staat onoverkomelijk bol van bankjargon, echter ook de kijker die nooit te maken heeft gehad met woningbezit hoeft zich slechts te realiseren dat er voorafgaand aan de crisis structureel werd gerommeld met hypotheken. Zoals een beroemde kok het vanuit zijn restaurantkeuken toont: als je rotte vis mengt met een aantal gezonde ingrediënten lijkt het gerecht op je bord nog altijd zeer appetijtelijk. Gesteund door mooie praatjes van banken en adviseurs kwam immers iedereen in aanmerking voor een hypotheek. Zowel de hebzucht van verstrekkers als de naïviteit van ondertekenaars leidden tot een luchtbel die tot aan de hemel reikte.

Het instorten van de Amerikaanse huizenmarkt betekende uiteindelijk een verlies van vijf biljoen dollar aan hypotheekwaarde, obligaties, spaartegoeden en beleggingen. Alleen al in Amerika verloren acht miljoen mensen hun baan en zes miljoen mensen hun huis. De conclusie van The Big Short is dat we nauwelijks van het verleden hebben geleerd, want anno 2016 zou er zomaar weer een nieuwe bankencrisis kunnen ontstaan. Naar aanleiding van de filmrelease zegt de ‘echte’ Michael Burry in New York Magazine: “We zitten weer in hetzelfde schuitje: met gemakkelijk geld groei willen stimuleren.” Een gedachte die treffend wordt ondersteund door de blues van Led Zeppelin tijdens de aftiteling: ‘When the Levee Breaks’.

 

15 januari 2016

 

MEER RECENSIES

 

Criminal Activities

**

recensie  Criminal Activities

Smakeloze smoothie

door Cor Oliemeulen

De schrijver van Criminal Activities schijnt al in 1977 te zijn overleden, maar desondanks lijkt dit misdaaddrama op een mislukt afgietsel van Reservoir Dogs. Rara, hoe zit dat?

Ook Pulp Fiction (1994) is al een hele tijd geleden, maar elke keer als John Travolta sindsdien op het affiche verschijnt, ben je benieuwd welk personage hij zal vertolken en hoop je tegen beter weten in op een nieuwe comeback. In Criminal Activities van bijrolacteur Jackie Earle Haley zien we voormalig discodanser Travolta voor de zoveelste keer een gangster spelen: Vincent heet nu Eddie en ditmaal moeten geen Kahuna-burger en Franse frietjes met ketchup, maar een smoothie van gedehydreerd cactuspoeder en een monoloog over de ‘zeven wetten van de economie’ zijn excentriciteit onderstrepen. Het vettige haarstukje en plastisch opgesmukte gezicht nemen we op de koop toe.

Criminal Activities

Kidnap
Met twee lijfwachten annex huurmoordenaars (regisseur Haley zelf speelt de meest spraakzame) in zijn kielzog zet hij vier vrienden voor het blok. Het kwartet heeft gespeculeerd met aandelen en het geleende geld blijkt nu afkomstig van Eddie. Hun schuld kan worden afgelost als ze een crimineel ontvoeren en hem een etmaal vasthouden, zodat Eddie zijn dubbele agenda kan afwerken. Na de nodige aarzelingen – de jongens hebben geen ervaring met geweldplegingen en hoesten nota bene na het inhaleren van een joint – stemmen ze toe.

De kidnapping verloopt allesbehalve soepel en tijdens het volgende etmaal nemen de spanningen uiteraard toe. Zo worstelt de een met een overspelige vriendin en een ander met traumatische jeugdervaringen waarvoor weer een andere vriend verantwoordelijk is, terwijl de derde hongerklop krijgt en de vierde zich door de ontvoerde crimineel laat manipuleren. Later zal blijken waarom sommige kidnappers zich zo debiel gedragen, maar dan heeft Criminal Activities als boeiende, oorspronkelijke en consistente thriller allang gefaald. Of was het de bedoeling dat de film ook grappig moest zijn?

Criminal Activities

Uithoudingsvermogen
Als recensent dien je soms over een goed uithoudingsvermogen te beschikken. Net als in de recente rampenfilm San Andreas (tenenkrommend acteren en bak clichés in aanloop naar de ongetwijfeld spectaculair in beeld gebrachte superaardbeving) zou je tijdens Criminal Activities het liefst na een half uur afhaken. De volhardende kijker wordt deels beloond. Pas in de uitgerekte finale zul je de vele stompzinnige acties van enkele personages begrijpen en hun uitgekookte plannetjes kunnen ontrafelen, althans een serieuze poging hiertoe kunnen doen.

Mengelmoesjes en elixers van hippe, intelligente gangsterfilms in de naam van Quentin Tarantino en Guy Ritchie zijn inmiddels ontelbaar, echter afgesloten en opgediend als een grande dessert, sjabloon The Usual Suspects (1995), is zowel ontzettend gekunsteld als een hele tube wasabi na de sushi. En daarvan krijg je dorst, veel dorst, naar oude meesters die door ingenieuze montage zelfs van een middelmatig verhaal een kunststukje wisten te maken.

10 januari 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Joy

**

recensie  Joy

Dweilen met de kraan open

door Cor Oliemeulen

Een gescheiden moeder in New York ontdekt een apparaat dat menige huisvrouw laat kirren van genot. Joy is een komisch drama over ambitie, vertrouwen, verbeelding, familie en het overwinnen van tegenslagen.

De hernieuwde samenwerking van de regisseur en drie hoofdrolspelers van Silver Linings Playbook wekt verwachtingen. In 2012 maakte David O. Russell (The Fighter, 2011) een grotendeels geslaagd portret van een disfunctionele familie met een opgefokte vader (Robert De Niro) en een bipolaire zoon (Bradley Cooper) die in een even onevenwichtig meisje (Jennifer Lawrence) zijn nieuwe liefde en balans vindt. Muze Lawrence en ideale schoonzoon Cooper inviteerde hij voor zijn oplichtingsdrama American Hustle (2014) en in Joy keert De Niro terug, ditmaal als vader van Lawrence. Helaas ziet de kijker deze castingtruc mislukken, want ditmaal is er geen enkele chemie tussen de drie.

Joy

Kliederboel
Een film die Joy heet, een dweil als leidmotief heeft en een kliederboel is, vraagt om woordspelingen. De familie van het titelpersonage, een gescheiden moeder – losjes gebaseerd op de New Yorkse uitvindster Joy Mangano – is mogelijk nog disfunctioneler dan die van Silver Linings Playbook. Dat komt het verhaal niet ten goede. Joys ex-man Tony (Édgar Rámirez) woont in de kelder en wil de nieuwe Tom Jones worden, haar vader Rudy (Robert De Niro) heeft een autogarage en krijgt de helft van de kelder omdat zijn vriendin hem eruit heeft gegooid, en haar moeder Terry (Virginia Madsen) kijkt de hele dag in bed naar soaps. Joys grootmoeder Mimi (Diana Ladd) is de stabiele factor in huis. En dan is er ook nog Trudy (Isabelle Rossellini), de nieuwe, rijke Italiaanse vriendin van pa Rudy.

Grote acteernamen, weinig scriptruimte, veel verspild talent – David O. Russell verzuimt om ook maar een enkel karakter uit te diepen. Zelfs het titelpersonage blijft opvallend vlak: een soort van Amerikaanse Bridget Jones, bij wie onzekerheid in liefde is vervangen door onzekerheid in zaken. Jennifer Lawrence heeft bovendien geen schijn van kans om af te rekenen met de warrige en ongeloofwaardige tijdspanne van vier decennia waarin zij is beland, maar zal alleen vanwege haar charmante aandoenlijkheid mogelijk opnieuw voor een Oscar worden genomineerd (die zij won voor haar rol in Silver Linings Playbook).

Joy

Tell Sell
Door de ambitieuze, maar matig uitgevoerde, cinematografische ideeën die de verschillende stadia van Joys leven representeren (kleurgebruik, droombeelden) en het belabberd gemonteerde verhaal, blijft Joy beperkt tot de contouren van een feelgood-film over de menselijke conditie, de Amerikaanse Droom met de obligate lach en traan incluis. Terwijl de geschiedenis van Joy juist zoveel potentie biedt. Een vrouw die bij toeval een geweldige uitvinding doet: een dweil aan een stok die zichzelf uitwringt en tien maal zoveel absorptievermogen dan zijn voorgangers heeft. Welke schoonmaakster wil zo’n ding nou niet?

Na veel beren op de weg – Joy’s zus is jaloers, Trudy wil het project slechts onder strikte voorwaarden mede-financieren, de productpromotie is een fiasco, naasten laten Joy vallen terwijl zij zelf verantwoordelijk zijn voor een debacle, een familielid sterft – lukt het Joy haar Magische Dweil te presenteren bij een reclamebons (Bradley Cooper). We schrijven de jaren negentig, de geboorte van de Tell Sell-achtige commercials waarin je tijdens een live-demonstratie zomaar tienduizenden artikelen in een paar minuten via de telefoon kunt verkopen.

De kijker daarentegen moet bijna twee uur lang wringen en zwabberen voordat duidelijk wordt of Joy haar langgekoesterde droom kan vervullen. Maar dan is het in deze halfslachtige productie allang dweilen met de kraan open.

 

2 januari 2016

 

MEER RECENSIES

Top 5 2015

Top 5 films + Miskleun van 2015

Durak (The Fool)

Negen recensenten van Indebioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die zij helaas misten in de bioscoop. Tot en met Oudejaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2015.

Cor DEEL 9 (slot): Cor Oliemeulen

Wat viel mij zoal op in het filmjaar 2015? Neem nu de langverwachte Frank, de zanger van Soronprfbs met zijn hoofd van papier-maché, of de Zweedse tragikomedie A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence, met niet alleen de langste en origineelste titel maar ook de meest droog-absurdistische scènes van het jaar. En wat te denken van Réalité : surrealistische verwikkelingen in een film-in-een-film? Om nog maar te zwijgen van de volmaakte dubbelgangers in The One I Love, het grimmige sprookje The Lobster  en Hard to be a God, een minutieus gecomponeerd visueel spektakel waarin drek, kots, bloed en uitwerpselen je drie uur bijna non-stop om de oren vliegen. Stuk voor stuk bijzondere en lovenswaardige producties, maar minder sterk en belangwekkend dan de vijf volgende films.

5. – YOUTH

Na La grande bellezza  weet Paolo Sorrentino met zijn onvervalste beeldgrammatica opnieuw een melancholische symfonie te componeren. Harvey Keitel (als regisseur) en Michael Caine (schitterend als gepensioneerde toondichter/dirigent) zijn oude vrienden die samen optrekken in een luxueus Zwitsers kuuroord, alwaar zij zich verwonderen over de populaire beschaving en mijmeren over het verloren verleden. Prima scenario, oogstrelende beelden, originele muziek en leuke bijrollen (o.a. Rachel Weisz als treurende dirigentendochter, Jane Fonda als gewichtige Hollywood-ster en een verbluffende lookalike van Diego Maradona) maken van Youth  een feestje voor cinefielen.

4. – CITIZENFOUR

Terecht draaien documentaires steeds vaker in de bioscoop, immers vaak is de werkelijkheid boeiender dan fictie. Klokkenluider Edward Snowden onthult het bijna onvoorstelbare afluister- en datamining-schandaal van de Amerikaanse geheime dienst NSA en de kijker mag hiervan getuige zijn. We volgen de gevluchte medewerker vanaf het moment dat hij in een hotelkamer in Hongkong in het geheim enkele journalisten ontmoet tot en met de eerste spectaculaire nieuwsuitzending op CNN die een mediastorm teweeg brengt. Citizenfour  laat zich kijken als thriller: Snowden is vastberaden om de omvangrijke privacyschending te openbaren, maar tegelijkertijd onzeker omdat hij bang is ontdekt te worden.

3. – THE LOOK OF SILENCE

Het scenario van The Look of Silence  is te krankzinnig voor welke speelfilm dan ook. Als een moordenaar bekent dat hij het bloed uit de doorgesneden kelen van zijn slachtoffers opdronk ‘om niet gek te worden’, oogt zijn dochter diep geschokt, maar zegt zij snel dat haar vader een seniele, oude man is. Joshua Oppenheimer filmde jarenlang met gevaar voor eigen leven in Indonesië om inzicht te krijgen in de moordpartijen na de staatsgreep in de jaren zestig die een miljoen (vermeende) communisten het leven kostten. In het bekroonde The Act of Killing  portretteerde hij de beulen, die tot in detail beschrijven en naspelen hoe zij doodden, in dit even verbijsterende vervolg zoekt onze hoofdpersoon de confrontatie met de man die verantwoordelijk is voor de dood van zijn broer.

2. – EL CLUB

De Chileense regisseur Pablo Larraín heeft ontegenzeggelijk een eigen stijl: een mix van een onalledaags verhaal, krachtige dialogen, intense incidenten en inktzwarte humor. In zijn grandioos geregisseerde en geacteerde El Club  draait hij beslist geen doekjes om seksueel misbruik door priesters. Vier van deze zelfbenoemde ‘koningen der verdringing’ zijn door het Vaticaan weggemoffeld in een huisje aan zee om te bidden en boete te doen. Liever gokken ze op windhonden en worden ze dronken van de opbrengst. De komst van een nieuwe geëxcommuniceerde priester zet hun niet onaangename leven op het spel en zal nog de nodige tipjes van de gewaden oplichten.

1. – DURAK (THE FOOL)

Er zijn heel wat films over corruptie gemaakt, maar die grijpen je lang niet altijd bij de strot. Het huidige Rusland biedt een ideale voedingsbodem voor drie recente topdrama’s waarin autoriteiten de gewone man piepelen. Vorig jaar werd de filmliefhebber verrast met het vlammend tragische Leviathan  van Andrey Zvyagintsev en 2015 betekende de doorbraak van Yuriy Bykov, die The Major  en Durak  gelijktijdig in de Nederlandse bioscoop zag draaien. In Durak (The Fool)  bezatten de stadsbestuurders zich liever op een nachtelijk feest dan het gepeupel voor een instortende flat te behoeden. Hulde aan de eenling die een rechtvaardige – maar troosteloze – strijd voert!

Avengers: Age of Ultron

Miskleun van 2015:

AVENGERS: AGE OF ULTRON

Slim van Marvel om zijn vier belangrijkste wrekers bijeen te brengen in één flitsende actiefilm. IJzeren Man, Ongelooflijke Hulk, Kapitein Amerika en Man met de Hamer: ieder botviert zijn eigen specialiteit op de vijand. Zoals Iron Man 3  faliekant de mist inging door het exclusieve karakter van het titelpersonage onstuimig te vermenigvuldigen, zo faalt Avengers: Age of Ultron  door overdadig sloopgeweld en onzinnig verhaal. De volgende Avengers  heet – hoe origineel – Infinity War  en zal in twee delen verschijnen. Gezien de leeftijdsgrens hoeven we geen schietende tieten van Black Widow te verwachten, maar misschien is het een idee om de wrekers te laten sparren met de dino’s van Jurassic World  tijdens een allesverwoestende aardbeving in San Andreas. In deel twee kunnen ze dan proberen definitief af te rekenen met Adam Sandler.

Silent Heart

Gemist in de bios in 2015:

SILENT HEART

Het faillissement van A-Film heeft kennelijk de uitgestoken nekken van een aantal overgebleven filmdistributeurs ingekort. In het eerste land waar euthanasie is gelegaliseerd, bleek geen plaats voor het aangrijpende Silent Heart  van Bille August. Tijdens een vervroegd kerstdiner neemt een moeder afscheid van haar twee dochters. Ze kampt met een spierziekte die haar, volgens de diagnose van haar echtgenoot, snel zal verlammen. Aangezien euthanasie strafbaar is, moet het slikken van de dodelijke pil lijken op zelfmoord, wat alleen kan nu moeder haar arm nog kan bewegen. Dit mooie Deense euthanasiedrama kent een krachtige wending als bij de dochters de twijfel toeslaat.

31 december 2015

 

Alle terugblikken op 2015 (klik op de naam):
Suzan Groothuis
Alfred Bos
Ashar Medina
Bob van der Sterre
George Vermij
Wouter Spillebeen
Nanda Aris
Ralph Evers
Cor Oliemeulen

Enfants du paradis, Les

****

recensie  Les enfants du paradis

Gedoemde liefdes in Parijs theater

door Cor Oliemeulen

Er is weinig paradijselijks aan Les enfants du paradis, dat direct na de bevrijding van Frankrijk in première ging. Bovendien heeft slechts één kind een rol. Dit meesterwerk van Marcel Carné, volgens sommige critici de beste Franse film ooit, is digitaal gerestaureerd en de komende tijd te bewonderen in een aantal bioscopen.

Het ruim drie uur durende romantische drama uit 1945 speelt zich een eeuw voor die tijd af in het overweldigende Parijse theaterdistrict Boulevard du Temple – in de volksmond Boulevard du Crime, verwijzend naar de vele crimineel getinte melodrama’s die er destijds in de talloze theaters werden opgevoerd. Centraal staat het Funambules-theater waar zich een relatie ontspint tussen een schone dame en vier aanbidders: een acteur, een pantomimespeler, een moordenaar en een graaf.

Recensie Les enfants du paradis

De magie van het theater
De productie was een heuse tour de force, aangezien de film werd opgenomen tijdens de Duitse bezetting, waardoor joodse medewerkers, zoals de decorbouwer, de componist en enkele acteurs, angstvallig verborgen moesten blijven. Toch is niets nagelaten om de toenmalige magische theatersfeer op te roepen. Zo werden alle voorgevels van de boulevard over een afstand van vierhonderd meter minutieus nagebouwd (het grootste decor uit de Franse filmgeschiedenis), een paar duizend uitstekend uitgedoste figuranten opgetrommeld en is de mise-en-scène van begin tot eind oogstrelend.

De tijdgeest is gevangen in een gelaagd scenario met zowel dramatische als frivole gebeurtenissen, uitmondend in krachtige dialogen – sfeerrijk en niet zonder humor op schrift gesteld door dichter Jacques Prévert, die met Les enfants du paradis een Oscar won en zijn jarenlange samenwerking met regisseur Marcel Carné bekroonde. Zonder uitzondering spelen alle acteurs fantastisch en geloofwaardig. Prévert modelleerde drie van zijn hoofdpersonages naar historische figuren, slechts de beminde dame Garance (een rol van Arletty) is fictief.

Allereerst is daar de niet-onsympathieke rokkenjager Frédérick Lemaître (Pierre Brasseur). Hij begon in het volkse Funambules en eindigde als gevierd acteur in de grote theaters. Frédérick is de eerste die Garance in zijn armen mag sluiten, maar omringt zich liever met gemakkelijker knuffelbare meisjes. Pierre-François Lacenaire (Marcel Herrand) was een mislukte dichter, die zich bezighield met criminele activiteiten (in het echte leven zou hij worden geëxecuteerd wegens een dubbele moord) en in Garance slechts een bewonderaar van zijn stoere verhalen vindt. En tenslotte de zachtaardige Baptiste Debureau (Jean-Louis Barrault), die als wit geschminkte mime-artiest furore maakte in Funambules, het theater van zijn vader, en daar zijn hele carrière voor een grote schare fans zou blijven spelen.

Les enfants du paradis

Alleen weelde is niet genoeg
Baptiste wordt verliefd op Garance en Garance op Baptiste, maar zij laat zich wegens dwingende omstandigheden inpalmen door een graaf, met wie zij in weelde gaat leven. Desondanks keert Garance jaren later incognito terug om de inmiddels getrouwde Baptiste weer te kunnen zien. Dat klinkt als een melodrama, en zo eindigt het relaas ook. Hoe tijdloos en universeel de waanzin der liefde ook is, voor de slotactie van Baptiste valt niet heel veel begrip op te brengen.

Baptiste’s beslissing past evenwel in het plaatje van het poëtisch realisme, een filmbeweging waarvan Les enfants du paradis het hoogtepunt en het sluitstuk is: een gestileerde werkelijkheid met marginale karakters die ondanks romantische oplevingen ten onder gaan aan nostalgie, melancholie en fatalisme. Zijn zij – de dame, de acteur, de mimespeler, de moordenaar en de graaf – dan cynisch gezegd de ‘kinderen van het paradijs’? Zoals je wilt, hoewel de filmtitel in eerste instantie refereert naar de tweede ring in het theater, waar volkse toeschouwers dicht op elkaar gepropt voor een paar dubbeltjes op luidruchtige wijze carrières konden maken en breken.

 

12 december 2015

 
ALLE RECENSIES