I Am Greta

*
recensie I Am Greta

Gewichtige nepperij

door Sjoerd van Wijk

I Am Greta voelt als een rekruteringsfilmpje waarbij de vraag wie daarvan profiteert speelt. Het portret van klimaatactiviste Greta Thunberg veinst authenticiteit en gebruikt deze voor gewichtige nepperij.

Terwijl dit jaar de omvang van ijskappen op de Noordpool bijna het dieptepunt uit 2012 evenaarde, realiseren steeds meer kinderen zich dat hen een precaire toekomst wacht. Zo ook de Zweedse Greta Thunberg (frappant genoeg familie van Svante Arrhenius die het broeikaseffect theoretiseerde). Als vijftienjarige domineerde ze een tijd lang de media met haar viraal gaande schoolstaking om aandacht te vragen voor de klimaatcatastrofe. Of zij net als Severn Cullis-Suzuki de vergetelheid ingaat of een blijvende stem in de klimaatbeweging blijft, moet nog blijken, maar I Am Greta komt uit aan het einde van haar sabbatical besteed aan voltijds activisme. Documentairemaker Nathan Grossman volgt haar vanaf het prille begin in Stockholm tot de massale scholierprotesten in Brussel en haar bezoek aan de internationale klimaattoppen.

I Am Greta

Real Deal
Op losse wijze hangt de camera rond achter de schermen als Thunberg ronddanst met zichtbaar plezier of helemáál geen zin heeft iets te eten ondanks het aandringen van vader Svante. Ook haar frustraties over de almaar niet luisterende politici komen voorbij, iets wat ze met overgave in haar dikwijls louterende speeches verwerkt. Daar kan vader Svante niets aan veranderen.

Grossman besteedt ook aandacht aan haar thuishaven, waar tijdens huiselijke taferelen op openhartige wijze haar heftige jeugd met eco-depressie en moeizaam opgebouwde sociale vaardigheden door het syndroom van Asperger ter sprake komt. De vlammende voordrachten suggereren in tandem met de intiemere momenten een authenticiteit, dat Thunberg de ‘real deal’ is wat betreft het actievoeren.

Marketingmachine
Als mediafenomeen ligt dat anders. Iedereen plakt zijn eigen etiket op Thunberg of gebruikt opportunistisch haar persona. De een droomt van een Jeanne d’Arc voor de klimaatbeweging, de ander hoopt op een mooie foto uit pr-overwegingen, wat Thunberg zelf ook doorheeft. Dan zijn er nog de vele sneren, die Grossman door de documentaire snijdt, inclusief haar laconieke reacties. Klimaatscepsis of smerige persoonlijke aanvallen, veelal geuit door verongelijkte babyboomers, de generatiekloof impliciet in het klimaat spijbelen getrouw.

I Am Greta

I Am Greta plakt echter zelf ook een etiket op Thunberg, waarmee de authenticiteit verdwijnt. Zo insinueert de film dat zij een grassrootsbeweging startte, terwijl Grossman al vanaf haar start toevallig daar rondloopt. Niet vermeld wordt onder andere de vroege social mediasteun van de NGO We Don’t Have Time (van het type waarvoor Planet of the Humans waarschuwt), voor wie Thunberg een tijd jeugdadviseur was. Haar zeiltocht naar de Verenigde Staten onthaalt de film als een morele keuze om emissies uit te sparen. Dat het dan vreemd is als een deel van de crew van de professionele YouTube-zeiler daarvoor moet overvliegen, laat Grossman opvallend ongemoeid. Kortom, de marketingmachine achter Thunberg blijft frappant genoeg buiten beeld.

Hypocriet heldendom
Het gaat hier om een heldin die strijdt tegen de algehele apathie rondom de klimaatcatastrofe, zo blijkt uit de grandioze muzikale begeleiding en gewichtige speeches. In de climax van de film komen massa’s spijbelende schoolkinderen voorbij alsof het een revolutie betreft. Dat voelt een jaar na dato al aan als verleden tijd nu de media hun aandacht hebben verlegd en door het coronavirus het milieuactivisme op een laag pitje staat. Het getuigt van een potsierlijke eigendunk typerend voor bourgeois activisme: het verkopen van deugd signalerende demonstraties als succesvolle rebellie.

Thunberg staart over zee zittend in de boot, terwijl de golven over haar heen spatten. Door de onbesproken marketing en overschatting van het succes komt dat eerder ergerlijk over dan heroïsch. Schrijver Edward Abbey (Desert Solitaire) etaleert een meeslepender vorm van hypocriet heldendom. Diens overdreven machismo roept dankzij de onderliggende satire op krachtige wijze rebelse gevoelens op jegens de systemische oorzaken van de ecologische catastrofe waar Thunberg deze juist kanaliseert.

I Am Greta

Ingekapseld
De filosoof Herbert Marcuse beschreef hoe systeemkritiek ingekapseld raakt en zo haar angel verliest. Waarvoor peppen Thunbergs speeches eigenlijk op? De catharsis van Greta’s “How dare you?” komt op hetzelfde neer als Zach de la Rocha’s (Rage Against the Machine) “Fuck you, I won’t do what you tell me!” Een kanaliseren van terechte woede naar onschuldiger wateren. Sterker nog, door de roep voor Green New Deals zelfs schadelijk – actievoeren voor massale investeringen in zonne- en windenergie waarvan energiebedrijven de vruchten zullen plukken, maar de ecosystemen waar de mineralen en metalen zich bevinden niet.

De aan de schoolstakingen gerelateerde Sunrise-beweging werd “grassroots” gestart door het gecompromitteerde Sierra Club, gerund door een staf van meer dan vijftien personen. Zo lijken de spijbelende kinderen de inzet voor een campagne waarvan de motieven in het duister blijven. Op eenzelfde wijze voelt I Am Greta aan als het geniepig ronselen van zieltjes en is daarmee nep.

 

16 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

QT8: The First Eight

***
recensie QT8: The First Eight

Quentin Tarantino: stem van zijn generatie

door Cor Oliemeulen

Mag je wel lachen als een hippe gangster per ongeluk iemands hoofd aan gort schiet en je wordt bedolven onder een lading bloed en hersenen? Quentin Tarantino introduceerde begin jaren negentig met Reservoir Dogs en Pulp Fiction een nieuwe filmtaal vol krankzinnige gebeurtenissen en opmerkelijke dialogen en werd daarmee de stem van zijn generatie. In de documentaire QT8: The First Eight vertelt een aantal getrouwen over Tarantino’s bevlogenheid.

Geïnspireerd door oude cultfilms en tv-series creëerde de in 1963 in Knoxville, Tennessee geboren Tarantino een geheel eigen universum waarin cartoonesk geweld nooit ver weg is, met ruim baan voor wraakexercities, bijvoorbeeld in Inglourious Basterds (2009) en Django Unchained (2012), misschien wel zijn grootste succes. Huisacteurs als Samuel L. Jackson, Michael Madsen, Tim Roth, Christoph Waltz en Kurt Russell nemen de kijker middels anekdotes in vogelvlucht mee door de stormachtige carrière van het Amerikaanse filmgenie, die in de documentaire van Tara Wood wordt afgeschilderd als een perfectionist en wandelende filmencyclopedie, maar bovenal een prettig mens met een onmiskenbaar talent.

QT8: The First Eight

Anekdotes en fragmenten
Storyboards gebruikt Tarantino niet, elke scène zit in zijn hoofd en speelt hij desnoods zelf voor. Zijn scripts lezen als enerverende romans waarin je altijd zit te wachten totdat er weer iets heftigs gebeurt. Ondanks het veelvuldige geweld vindt menigeen hem een romanticus – met de nodige originele zwarte humor. Dat blijkt al in het door Tarantino geschreven misdaaddrama True Romance (1993) van Tony Scott waarin een geniale dialoog zit: het personage van Dennis Hopper, die weet dat zijn einde aanstaande is, legt het personage van Christopher Walken, een trotse Siciliaanse maffiabaas, fijntjes uit dat hij afstamt van ‘negers’.

Ook leuk zijn de anekdotes over Tarantino’s lowbudgetdebuut Reservoir Dogs (1992) waarin de overval op een juwelier hopeloos uit de hand loopt en uiteindelijk iedereen elkaar neerschiet. De onafhankelijke filmmaker verzocht de acteurs in een zwart pak op de set te verschijnen, maar sommigen hadden slechts een zwarte spijkerbroek (Steve Buscemi) of zwarte laarzen (Michael Madsen). Iedereen moest wennen aan Tarantino’s aanpak en keuzes. “Ik wilde best gedood worden door Harvey Keitel, maar zeker niet door Tim Roth”, blikt Madsen terug. “Bovendien moest ik van Tarantino dansen, iets wat ik helemaal niet kan.” Kijkend naar de bewuste scène maakt zijn personage desalniettemin coole moves op Stuck in the Middle with You van Stealers Wheel. Tarantino’s soundtracks spelen een essentiële, sfeerbepalende rol in zijn oeuvre.

QT8: The First Eight

Comebacks
Zoals gedateerde songs een nieuwe betekenis kregen en scènes een extra dimensie gaven, wist Tarantino ook acteurs en actrices aan de vergetelheid te onttrekken en naar een grandioze comeback op te stuwen. Denk aan babyfluisteraar John Travolta als Vincent Vega in Pulp Fiction (1994) en voormalige Blaxploitation-actieheldin Pam Grier als ‘badass leading lady’ in Jackie Brown (1997). En nog slechts weinigen kenden Uma Thurman, die als Mia Wallace in Pulp Fiction op wonderbaarlijke wijze een heroïne-overdosis overleeft en onsterfelijk zou worden als wraakengel The Bride in Kill Bill (2003) door een gros tegenstanders met een zwaard een kopje kleiner te maken.

QT8: The First Eight is de eerste film over het fenomeen Quentin Tarantino, die zelf niet aan het woord komt. De documentaire biedt een leuke introductie voor filmliefhebbers die nog niet zo bekend zijn met diens oeuvre, terwijl de meeste anekdotes gesneden koek zijn voor de fans, maar ook zij kunnen zich natuurlijk laven aan een groot aantal memorabele scènes, tot en met zijn jongste films The Hateful Eight (2015) en Once Upon a Time in Hollywood (2019).

QT8: The First Eight

Smet op het succes
Hoe origineel en vernieuwend de filmmaker ook moge zijn, jammer genoeg rust er een smet op zijn blazoen: Harvey Weinstein. De machtige Hollywood-producer was voor Tarantino een vaderfiguur, die bijna al zijn films produceerde en distribueerde, en dus mede verantwoordelijk is voor Tarantino’s succes. Weinstein wordt op de valreep van QT8: The First Eight nog even afgeschilderd als een bullebak die velen angst en afschuw inboezemde. Veel actrices durfden geen melding van Weinsteins (seksuele) wangedrag te maken omdat ze bang waren nooit meer in een film te kunnen spelen.

Had Quentin Tarantino zich misschien teveel gefocust op zijn films? In een interview met The New York Times in oktober 2017 verklaarde Tarantino dat hij de geruchten destijds helaas niet serieus genoeg nam, zelfs niet nadat zijn voormalige vriendin, actrice Mira Sorvino, hem vertelde dat Weinstein onwelkome avances had gemaakt en niet met zijn handen van haar kon afblijven. “Ik wist wel van een paar gevallen”, aldus Tarantino. “Ik wou dat ik meer verantwoordelijkheid had genomen. Als ik had gedaan wat ik had moeten doen, had ik niet meer met hem moeten werken. Ik heb de incidenten gemarginaliseerd, maar alles wat ik nu zeg, klinkt als een zwak excuus.”

Gelukkig hebben we de films nog.

 

28 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Allen Tegen Allen

****
recensie Allen Tegen Allen

Fascinatie voor fascisme

door Sjoerd van Wijk

Allen Tegen Allen geeft een intrigerende geschiedenisles over het Nederlandse fascisme van de vroeg twintigste eeuw. Het brengt een fascinatie over het ongrijpbare van de ideologie maar houdt daardoor de boot af voor een fundamentelere analyse.

Waar een klein land al niet groot in kan zijn. Deze documentaire doet een boekje open hoe fascisme in Nederland meer is dan de NSB en Anton Mussert, ook al neemt diens muur in Lunteren een prominente plaats in. De documentaire vertelt over de steeds wijdere vertakkingen die met elkaar in onmin leven. Van de prille ideologische invloed van professor Gerard Bolland tot de flamboyante artiest Erik Wichman die voor het Nederlands fascisme een vergelijkbare rol vervulde als Gabriele d’Annunzio voor het Italiaanse. De rode draad bestaat uit het zoeken naar die rode draad. Op essayistische wijze tracht regisseur Luuk Bouwman met een breed scala aan gasten te achterhalen wat het fascisme nu eigenlijk inhoudt. Die kwamen er overigens zelf ook niet uit op een internationaal congres in 1934. Allen Tegen Allen refereert daar niet zonder reden aan, want de definitie glipt steevast tussen de vingers.

Allen Tegen Allen

Nieuwsgierigheid
Als het decor voor menig geluidsfragment of voorgedragen citaat van sleutelfiguren als Anton Meijer en Jan Baars (die later in het verzet ging) ligt daar het vlakke Nederlandse grasland doorkruist door een rivier in mist gehuld. Het uitzicht op die nevelen à la Caspar David Friedrichs wandelaar hinten naar een Romantisch verlangen en daaruit voortkomende vervreemding. Fascisten kapitaliseren ook dikwijls op gevoelens van vervreemding zoals ook uitgesproken door een van de gasten.

Deze mystiek vol weemoed vat zowel een stuk fascistische psychologie als dat het prikkelt te ontdekken wat iemand beweegt zich tot die ideologie aangetrokken te voelen. Daardoor spreekt uit deze met drone geschoten vergezichten een soort morbide nieuwsgierigheid, die de gasten zelf ook allen etaleren.

Levende geschiedenis
Deze documentaire voelt niet puur over het fascisme door die onderhuidse fascinatie. Terug op aarde tonen fervente verzamelaars van fascistische parafernalia hun pronkstukken en vertellen daarbij in geuren en kleuren hoe het fascisme zich ontwikkelde in Nederland. Samen met diverse auteurs trekken zij een blik aan vaak in de Nederlandse geschiedenis onderbelichte informatie open.

Een nonchalante handcamera begeleidt de gasten op onbewaakte momenten als ze ritselen in paperassen op zoek naar dat ene ding zoals Musserts paspoort. De geschiedenis komt tot leven als heden en verleden door elkaar heen lopen, met oude videofragmenten van bijvoorbeeld oud-leden van het Zwart Front die het antisemitisme van die club op voorspelbare wijze ontkennen. De aantrekkingskracht van deze boeiende historie dwingt zo als vanzelf tot reflecteren.

Allen Tegen Allen

Om de hete brij heen
Het ongrijpbare blijft overeind, want de gasten spreken elkaar regelmatig tegen. De hamvraag wat fascisme is, blijft overeind wanneer de vele facetten de revue passeren, waarbij prijzenswaardig het heden buiten beschouwing blijft. Bouwman laat daarmee het verleden voor zichzelf spreken, wat de aantrekkingskracht van de geschiedenis sterk maakt. De psychologie neemt een belangrijke plaats in bij Bouwmans filmessay. Allen tegen allen past wat dat betreft in de canon voor wie de fascist wilt doorgronden, zoals bijvoorbeeld Visconti’s meeslepende The Damned of primaire bronnen als Ohm Krüger.

Dat ongrijpbare betekent wel dat de film snel om de hete brij heen draait. In plaats van een resolute analyse komen platitudes over populisme langs en krijgt Plato voor zijn kritiek op de democratie op zijn dak – terwijl deze getuige het electorale succes van vele fascisten wel een punt heeft. Diepere structurele pijnpunten waarom het fascisme de kop op kan steken, laat Allen Tegen Allen zo ongemoeid. Maar het spreekt voor de film dat deze de fascinatie voor fascisme deelt en zo uitnodigt zelf de geschiedenisles af te maken.

 

27 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Chili

***
recensie Chili

Veertig breedtegraden in vijftig minuten

door Paul Rübsaam

De duizenden kilometer lange sliert land die Chili heet, vormt wat betreft landschap, flora en fauna een dwarsdoorsnede van het zuidelijk halfrond. Kun je dat laten zien in een natuurdocumentaire van slechts vijftig minuten?

Na een afwezigheid van twintig jaar keerde de natuurdocumentarist Christian Muñoz-Donoso terug naar Chili om de ontzagwekkende en veelzijdige natuur van zijn geboorteland te vereeuwigen. Chile: A Wild Jouney werd een serie in acht delen. Het laatste deel vat de serie samen en fungeert nu als bioscoopfilm met dezelfde naam.

Chili

Die vijftig minuten durende documentaire begint en eindigt in het nationaal park Torres del Paine in het zuidelijke Patagonië. Tussendoor krijgen we onder andere de vijfduizend kilometer noordelijker gelegen Atacama-woestijn te zien. Er worden reuzensprongen gemaakt, maar wel met de nodige primeurs.

Walvisdialect
In het naar het Paine-bergmassief met zijn imposante torenspitsachtige bergen genoemde Torres del Paine bevolken grote kuddes guanaco’s (lama-achtigen) de lager gelegen heuvels en prairies. Zij vormen het voedsel voor de poema’s, die evenals de guanaco’s door de jacht lange tijd met uitsterven bedreigd zijn geweest. In het warme licht van de late middagzon zien we een moederpoema stoeien met haar welpen en deze later ook zogen. Nooit eerder werd dit laatste in het wild gefilmd.

Westwaarts, in de richting van de Grote Oceaan, verandert het Patagonische landschap. Tal van eilanden flankeren de grillige kustlijn. Nabij het Chiloë-eiland is de voedselrijke zee het domein van een ander mythisch dier: de blauwe vinvis. De Chileense variant van dit grootste dier op Aarde vormt een ondersoort en beschikt over een eigen ‘dialect’. Voor het eerst kunnen we dit geluid, dat doet denken aan het gepuf van een stoomschip, horen.

Niet ver van de wateren waar het grootste zeezoogdier op Aarde huist, bevindt zich de verblijfplaats van het kleinste: de zuidelijke zeeotter. Met aanstekelijk hedonisme nuttigt dit dier ruggelings op het water dobberend de schaaldieren die hij uit de zee heeft opgedoken. Evenals andere dieren die leven in dit deel van de oceaan wordt de otter in zijn voortbestaan bedreigd door de winning van zeewier en de toenemende huizenbouw aan de Chileense kust.

Chili

Bloemenzee
Veel noordelijker, op een eiland ter hoogte van de Atacama-woestijn, hangen vampiers met hun tenen aan de wanden van een grot. Deze vleermuissoort heeft een weinig aantrekkelijk snuitje, maar is ongevaarlijk voor mensen. Wél leeft de vampier van bloed, zoals Charles Darwin in de negentiende eeuw ontdekte. Maar dan alleen van dat van vogels en kleine zoogdieren.

In de open vlakte van de Atacama voltrekt zich nu en dan een merkwaardig verschijnsel. Onder invloed van het weerfenomeen El Niño valt er eens in de zoveel jaar een aanmerkelijke hoeveelheid regen. Die doet de woestijn geleidelijk aan groen kleuren, tot er uiteindelijk een veelkleurige bloemenzee ontluikt. Zelfs een hagedis, die zich normaal gesproken met insecten voedt, kunnen we dan naar bloemblaadjes zien happen. Ook dit werd volgens de makers nooit eerder met een camera vastgelegd.

Chili

Meer hoogtepunten
De kleinste katachtige van Amerika: de zogeheten Kodkod, de kleinste hertensoort: de Pudu en de rode Chileense klokbloem (de nationale bloem) passeren nog de revue. Alsmede de Degoe, een knaagdier dat veel weg heeft van een kruising tussen een rat en een konijn. In de hete zomers kan deze wekenlang rustig wachten tot de wind de peulen uit een meidoornboom blaast, waarna hij die buit vervolgens zo snel als hij kan naar zijn in de schaduw gelegen hol sleept.

Weer terug in Patagonië zien we dat niet alleen de poema zich te goed doet aan het vlees van de guanaco’s. De chilla, een grijze Zuid-Amerikaanse vos, doet dat eveneens, maar dan als aaseter. Evenals de condor, de koningsgier die met zijn voor het Guinness Book of Records in aanmerking komende spanwijdte in een Zuid-Amerikaanse natuurfilm niet mag ontbreken.

Chili is bijna voortdurend ademberovend. Er ontbreekt echter een narratieve structuur die de kijker het gevoel kan geven dat hij Chili in zijn eigen tempo mag ontsluieren. In plaats daarvan wordt hij meegesleept van het ene record naar het volgende extreem. Dat bevredigt niet helemaal, maar maakt wel benieuwd naar de gehele achtdelige serie.

 

21 september 2020

 

ALLE RECENSIES

White Riot

****
recensie White Riot

De straat als podium

door Alfred Bos

In de jaren zeventig sloegen punk en de Engelse antiracisme-organisatie Rock Against Racism de handen ineen. Activisten en muzikanten van toen kijken terug op een explosieve tijd. Is er sindsdien veel veranderd?

Eric Clapton stond dronken op het toneel en mompelde in de microfoon iets over ‘roetmoppen’ en ‘wegwezen’. Het kwam in de krant en Red Saunders, freelance fotograaf en undergroundtheatermaker, krabde in zijn rosse baard. Hij startte een politiek-culturele beweging, Rock Against Racism (RAR), gekeerd tegen de extreemrechtse partij National Front en het racisme dat zich in het Engeland van de jaren zeventig steeds openlijker manifesteerde. Muziek en activisme gingen hand in hand, de straat was het podium.

White Riot

RAR werd opgericht in 1976, het jaar waarin punk zich begon te roeren. RAR en punk deelden een mentaliteit, ze stonden buiten de maatschappelijke orde en creëerden hun eigen autonome (wan)orde: do it yourself. Stencilmachines en offsetdrukpersen waren de sociale mediakanalen van het pre-internettijdperk. Sniffin’ Glue was het eerste van talloze punkblaadjes. RAR had Temporary Hoarding (met de letter RAR in de naam) als huisorgaan, het liet zich handig uitvouwen tot poster.

Vergaarbak
Punk was een vergaarbak van Britse jongeren voor wie er in de klassenmaatschappij vanwege achtergrond (arbeider), opleiding (niet-academisch) of huidskleur (gekleurd) slechts een marginale of helemaal geen plaats was. Punk was ‘rebel music’, net als reggae, de muziek van de West-Indische immigranten (zoals Don Letts eerder op InDeBioscoop heeft uitgelegd). De twee muziekgenres, zo verschillend van stijl en culturele achtergrond, stonden niettemin schouder aan schouder. Ze waren het organische tegendeel van racisme, het duidelijkst belichaamd door punkgroep The Clash. De band annexeerde het RAR-logo en gebruikte het in hun eigen iconografie.

White Riot, de eerste lange documentaire van Rubika Shah, een jonge Britse van Pakistaanse afkomst, schetst de opkomst van de beweging en het socioculturele klimaat van de late jaren zeventig. Ze spreekt met RAR-oprichters Red Saunders en Roger Huddle, en muzikanten van toen als Dennis Bovell, Pauline Black (The Selecter), Topper Headon en Paul Simenon (The Clash), Poly Styrene (X-Ray Spex) en David Hinds (Steel Pulse). Archiefbeelden illustreren hun herinneringen en observaties. De punk van 999, The Clash en Sham 69 klinkt op de geluidsband

White Riot

Van Maggy naar Boris
Rock Against Racism hield het zes jaar vol en was een krachtig geluid in een roerige tijd vol ingrijpende veranderingen, economisch, sociaal en cultureel. White Riot, vernoemd naar de debuutsingle van The Clash, culmineert in wat het meest zichtbare moment was voor RAR: de mars van 30 april 1978 dwars door het Londense East End, een wijk met veel National Front-aanhang. De optocht eindigde in het Victoria Park in de ‘zwarte’ wijk Hackney, waar X-Ray Spex (punk), Steel Pulse (reggae), Tom Robinson (openlijk homofiel) en The Clash optraden voor honderdduizend antiracisten uit heel Engeland.

Dat was ook het moment waarop punk zich splitste. Het conservatieve deel werd Oi (zo heette dat toen) en openlijk rechts. Het progressieve deel werd postpunk en ontwikkelde zich tot een baaierd van stijlen, veelal maatschappelijk geëngageerd. Maar zover rekt de film niet. Die concentreert zich op de culturele explosie van 1976-1978, waarin luttele maanden zoveel gebeurde dat er een reeks boeken en documentaires over gemaakt kan worden.

Niet dat er door RAR veel veranderde. Op 4 mei 1979 won Margaret Thatcher de Britse verkiezingen en kwam het neoliberalisme aan de macht. Op 12 en 13 oktober 1982 trad The Clash in de voetsporen van The Beatles en speelde in het Shea Stadion te New York. Veertig jaar later is racisme nog springlevend. En ligt Engeland meer dan ooit in de knoop met zichzelf.

 

14 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Frida Kahlo

***
recensie Frida Kahlo

Tussen intense verbeelding en persoonlijke tragiek

door Sjoerd van Wijk

Frida Kahlo brengt het werk van deze Mexicaanse kunstenares tot leven. De kunstdocumentaire ontsnapt niet volledig aan de beperkingen van een museum door een toeristische benadering.

Al jarenlang brengt de productiemaatschappij Seventh Art Productions onder leiding van Phil Grabsky de filmserie Exhibition on Screen uit. Dit zijn kunstdocumentaires die tot in detail de besproken werken opnemen en van context laten voorzien door kunsthistorici en andere relevante figuren. Na Secret Impressionists en Gaugain is het de beurt aan de Mexicaanse Frida Kahlo. Haar schilderijen raken door haar intense verbeelding verweven met persoonlijke tragiek die desalniettemin universeel aangrijpt. Aan de hand van een aantal chronologisch gepresenteerde sleutelwerken, vage beelden van een fictieve Kahlo aan de make-up en plaatsen waar ze heeft geleefd, vertelt de documentaire een verhaal over haar leven en kunst.

Frida Kahlo

Rondleiding
Het is een filmversie van een rondleiding door het museum, maar door de uitgekiende selectie vervalt dit niet in een overdaad van werken in te korte tijd aanschouwd en een prijzige ansichtkaart na afloop. Er zit een goede balans tussen bekender werk als The Broken Column en onderschat werk als My Nurse and I. Elk besproken schilderij krijgt de ruimte om in te werken. De doeken komen tot leven zodra de camera er minutieus overheen glijdt. Doorweven met opheldering over haar veelbewogen leven resoneert de sterk persoonlijke dimensie van Kahlo’s werk, waardoor de film tegelijk functioneert als een biografie. De toewijding waarmee deze documentaire de doeken de ruimte geeft, zegt meer over dat leven dan de tandeloze biopic Frida (2002) met Salma Hayek.

Niet alleen over privé-invloeden, maar ook over artistieke invloeden zoals fotografie of retablos (kleine schilderingen van Christelijke iconen) deelt de film veel over Kahlo. Daar zit echter een beperking aan. Niets is zo verstikkend voor de beleving van de schilderkunst als een museum, waarin werken hangen als een steriele verzameling, dikwijls voorzien van een paneel vol academisch jargon om een en ander te duiden. Kunst hoort te ademen binnen een passende praktische context. Maar in deze film legt men al snel de eigen interpretatie op als men bijvoorbeeld gaat doorzagen over de symboliek van een klein detail op een schilderij, net zoals de panelen in musea.

Frida Kahlo

Toeristisch
Het haalt de angel uit Kahlo’s werk. Een zich opmakende fictieve Kahlo vernauwt de verbeelding over haar persoonlijkheid. Exhibition on Screen: Frida Kahlo voelt soms als een toeristische aangelegenheid, een veilig gereguleerde ervaring. De overdaad aan beelden van het weliswaar fraaie La Casa Azul in Coyoacán of een Mexicaans bandje als afsluiter komen daarin over als een stukje exotisme.

Teksten geschreven door Kahlo of tijdsgenoten voegen veel toe aan het verhaal, maar de geforceerde accenten van het gesproken Engels maakt het tot een beschamend relaas dat herinnert aan de slechtste aspecten van een toeristisch museum. En clichés over genialiteit voelen overbodig als Frida Kahlo de werken al zo sterk voor zich laat spreken.

 

Kijk hier waar de documentaire Frida Kahlo draait.

 

8 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Sidik en de panter

****
recensie Sidik en de panter

De bergen als enige vrienden

door Paul Rübsaam

Koerdistan is officieel geen land, maar heeft wel een eigen taal, een eigen leger en een beeldschoon berglandschap. In Sidik en de panter van Reber Dosky zoekt Sidik Barzani in dat landschap naar de uiterst zeldzame Perzische panter. De vondst van het dier zou volgens hem de redding van de geplaagde Koerdische bevolking betekenen.

Van afstand nemen we een man waar die met een lange wandelstok voortploegt over besneeuwde hellingen, waar kale bomen uit omhoog steken. Van dichtbij gezien blijkt hij ergens in de vijftig te zijn. Hij draagt een donkergroen windjack en om zijn hoofd een Koerdische sjaal.

Sidik en de panter

Samen met hem kan de kijker het landschap van de autonome Koerdische regio in Noord-Irak verkennen. Dat blijkt afwisselend: hoge bergen met steile wanden, grillige rotsformaties en groene valleien. Steenbokken, eekhoorns, wolven uilen en gieren vallen er te spotten, maar ook fraaie kleine vogels.

Indrukken
De natuurvorser en pelgrim Sidik Barzani, het centrale personage in de geëngageerde natuurdocumentaire
Sidik en de panter, bedient zich hoofdzakelijk van een verrekijker die nog van zijn grootvader is geweest, een kleine aantekenboekje en een ballpoint. Met behulp van dat laatste instrument schat hij tevens de afmetingen van een pootafdruk in de sneeuw, die naar hij hoopt afkomstig is van de Perzische panter waarnaar hij al vijfentwintig jaar op zoek is.

Sidik noteert niet alleen zijn feitelijke bevindingen, ook zijn gedachten over de natuur, de mens en Koerdistan schrijft hij op. Voorts legt hij zijn indrukken vast van de ontmoetingen die hij onderweg met anderen heeft: ouderen, jongeren, oorlogsweduwen, boeren en gelukszoekers. De gesprekken gaan over de lang verbeide panter, maar ook over de bewogen geschiedenis van de mensen die in het gebied wonen. Ondanks het huidige zelfbestuur van de Koerden ligt de terreur van de voormalige dictator Saddam Hoessein bij velen, waaronder Sidik zelf, nog vers in het geheugen.

Sidik en de panter

Gedenkteken
Ook Reber Dosky, de regisseur van de documentaire, meldt zich om aan Sidik zijn verhaal te vertellen. Hij doet dat als de natuurvorser is aangekomen bij de plaats waar Dosky’s grootvader als Peshmergastrijder in 1975 (het jaar van Dosky’s geboorte) in een hinderlaag liep, waarna hij door Saddams mannen wreed werd vermoord. Onder de vaderlijke leiding van Barzani zien we een geëmotioneerde Dosky met keien en veldbloemen een gedenkteken voor zijn grootvader maken.

Een niet te strikte scheiding tussen de mensen achter de camera of andere verslaggevers en de direct betrokkenen bij het verhaal dat verteld wordt, zou je een handelsmerk kunnen noemen van de Koerdisch-Nederlandse documentairemaker Reber Dosky. In zijn eerdere documentaire Radio Kobanî (2016) kreeg de jonge Koerdische radioverslaggeefster Dilovan Kîko door een van haar studiogasten bijvoorbeeld de vraag voorgelegd hoe ze zelf de bezetting door IS en de latere bevrijding van de Koerdische stad Kobanî in Noord-Syrië had beleefd.

Evenals Dilovan Kîko was de protagonist van Sidik en de Panter al eerder een bekende van de regisseur. Deze had zich tot hem gewend nadat hij Dosky’s documentaire De Lokroep (2013) had gezien. Afgaande op een poster van die film (over de mislukte hereniging van een vader en zijn zoon in Koerdisch Oost-Turkije) dacht Barzani dat de Koerdische natuur daarin centraal zou staan. Tot zijn teleurstelling bleek dat niet het geval te zijn. Met Sidik en de Panter heeft Dosky dit op zijn eigen manier rechtgezet.

Sidik en de panter

Vertwijfeling en hoop
Het contrast tussen Sidik en de Panter en met name Radio Kobanî lijkt op het eerste gezicht immens. De beelden van het opgraven van half vergane lijken onder het puin van Kobanî in laatstgenoemde documentaire zijn verbijsterend. In Sidik en de Panter daarentegen zien we zelfs niets van de jacht die de alom aanwezige dieren op andere dieren maken. Maar terwijl Radio Kobanî hoopvol eindigt, vormen in Sidik en de Panter de vertelde verhalen een virtuele wond in het ogenschijnlijk zo fraaie landschap.

‘De bergen zijn de enige vrienden van de Koerden’, luidt een door Peshmergastrijders ondertekende tekst die Sidik ergens in de wand van een grot gekrast ziet staan. Het is niet direct een boodschap waarvan je vrolijk wordt. Toch is Sidik ervan overtuigd dat in die bergen de verlossing zich zal aandienen. Als het vrede blijft en de natuur zich verder herstelt, keert de panter hoe dan ook terug. Koerdistan zou dan de status van nationaal park kunnen krijgen en nooit meer gebombardeerd worden.

Wie scherp wil slijpen, ontwaart in Sidik en de panter wellicht een zweem van naïviteit. ‘Koerdistan’ is een lappendeken verspreid over vijf verschillende landen, de Koerden zelf zijn onderling verdeeld en in de Koerdische gebieden wonen tal van mensen met een andere etniciteit. Het neemt niet weg dat Reber Dosky er zonder meer in is geslaagd de barrière te slechten tussen de vaak voor escapistisch versleten liefde voor ongerepte natuur en de soms al te verstedelijkte atmosfeer van gangbaar politiek engagement.

 

5 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Living in the Future’s Past

****
recensie Living in the Future’s Past

Introductie over verval en liefde

door Sjoerd van Wijk

Als beknopt overzicht van de collapsologie slaagt Living in the Future’s Past er in om het complexe en deprimerende onderwerp van verval bespreekbaar te maken. Het geduld en respect waarmee dit gebeurt, betekent echter dat de film geen gewaagd terrein betreedt.

Denken over maatschappelijk en ecologisch verval kreeg in 1972 een impuls met de oprichting van de Club van Rome. Terwijl vijftig jaar lang de waarschuwingen van het Grenzen aan groei-rapport zijn genegeerd, volgt de wereld volgens onderzoeken angstwekkend accuraat het bekende World3-model welke leidt tot verval. Het is dan ook een misplaatst idee dat 2020 een uitzonderlijk jaar is – alle gebeurtenissen passen in het plaatje van een globaal systeem in neerwaartse spiraal. De documentaire Living in the Future’s Past zet in heldere termen de dynamiek van en psychologie achter dit proces uiteen, in voice-over verteld door Jeff Bridges (The Big Lebowski).

Living in the Future’s Past

Uitnodigend tot onderzoek
Een doordachte verzameling ingewijden onderbreken Bridges’ vertelling. Club van Rome-lid Ugo Bardi draaft niet toevallig op als een van de gasten. Rangerend van een milieubewuste Republikeinse oud-senator tot archeoloog Joseph Tainter, wiens boek The Collapse of Complex Societies (1988) een van de standaardwerken over het onderwerp is, legt men de materie uit. Denken over verval wint de laatste jaren aan terrein getuige zogenaamde “collapsnik” internetfora of de Franse collapsologie-beweging, maar een toegankelijke introductie ontbreekt. Hier leggen de gasten voor hen bekende concepten als Energy Return on Investment op informele wijze uit alsof men aan de theetafel zit.

Als introductie tot de collapsologie nodigt Living in the Future’s Past daarom uit tot verder onderzoek. Aan Bridges’ vertelling schreven diverse gasten zoals filosoof Timothy Morton mee en dat levert de nuchtere, redelijke en aangrijpende monologen op. Hij herhaalt vriendelijk hoe de vork in de steel zit en overpeinst in voice-over pienter over het geleerde. Dat de psychologen in de film vooral speculeren over de mentale processen die leiden tot verval stimuleert meer de reflectie dan dat het verhaal aan overtuiging inboet. Tevens helpt het een abstract onderwerp behapbaar te maken. Beelden ondersteunen vaak letterlijk waar men het over heeft, maar met Koyaanisqatsi-achtige versnellingen en totaalopnames maakt regisseuse Susan Kucera desalniettemin een meeslepend essay van de film die de overtuigingskracht van de gasten versterkt.

Living in the Future’s Past

Blinde vlek
Men praat van mens tot mens hier. De overtuigingskracht van Bridges en zijn gasten zit daardoor ook in een respectvolle houding naar de medemens zonder te prediken of te beleren. De veelbesproken milieudocumentaires Planet of the Humans (2020) en Cowspiracy (2014) stippen op instinctieve wijze onrecht aan maar porren zo effectief door een manipulatieve houding. Dat leidt bij de een nog tot een onthulling van de illusies rond zonne- en windenergie, de ander dringt echter de ideologie van de makers op. Living in the Future’s Past laat in het midden wat de verstrekte informatie betekent. De overpeinzingen van Bridges stimuleren vooral wat van het leven te maken, maar niet hoe. Te reflecteren over de positie van de mens, maar niet welke positie dat moet zijn.

Die oproep bevat echter een blinde vlek. Verval komt over als een monolithisch geheel. Het grote verhaal over energie wekt de suggestie dat dit proces gelijkmatig verloopt in de wereld. De film benoemt weliswaar de grotere problematiek voor armere landen, maar vergeet te concluderen dat verschillende gebieden op verschillende wijzen verval meemaken. Bridges’ aansporingen werken voor een westers publiek, maar bijvoorbeeld stammen in de Amazone moeten al leven met de consequenties van verval.

Living in the Future’s Past

Implicaties
Living in the Future’s Past brandt zich niet aan de gewaagdere implicaties van zijn verhaal. Dat de Neolithische Revolutie resulteerde in een ecologisch Ponzi-schema zit tussen de regels door. Een scepsis over vooruitgangsdenken, zoals filosoof John Zerzans kritiek op de symbolisering van beschaving of de technologiekritiek van Ted Kaczynski, blijft eveneens onbesproken. In dat soort gedachtegoed zitten juist de complexe vraagstukken, zoals de onmogelijkheid van een terugkeer naar jagen-verzamelen of de door de film benoemde paradox dat men deel uitmaakt van een destructief systeem dat moet plaatsmaken voor iets anders.

Een prozaïsche lofzang op de liefde concludeert de film. Daarmee vormt het qua optimisme en helderheid een perfecte double bill over verval met Jean-Luc Godards enigmatisch apocalyptische essayfilm Le livre d’image (2018) – verval roept immers verschillende emoties op. Waar Godard echter blijft graven, beperkt Living in the Future’s Past zich tot een individualistische kijk op verval.

De focus op liefde geeft geen plaats aan andere emoties die gepaard gaan met denken over verval zoals woede evenals reflecties op gemeenschappelijke ondernemingen. Hoe sympathiek Bridges à la The Dude ook in de camera blikt en de aftiteling vol Instagram waardige natuurshots ook zindert, Living in the Future’s Past lijkt zo te zijn vergeten dat Jezus Christus weliswaar naastenliefde predikte maar ook ferme politieke actie ondernam toen hij met harde hand de geldwisselaars uit de tempel verdreef.

25 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Once Were Brothers

****
recensie Once Were Brothers

Broederschap, heroïne, autowrakken en Dylan

door Alfred Bos

Terug naar de wortels, was het muzikale credo van The Band. Hun verhaal valt nagenoeg samen met de ontwikkeling van de rockmuziek tussen eind jaren vijftig en midden jaren zeventig. “We stonden in de frontlinie van twee of drie muzikale revoluties”, aldus gitarist en voornaamste songschrijver Robbie Robertson in de documentaire Once Were Brothers, over de loopbaan van de groep.

Iedereen had het over ‘de band’, dus noemden ze zich The Band. Het debuutalbum veroorzaakte weinig minder dan een muzikale revolutie – ook The Beatles en Eric Clapton spiegelden zich eraan – en definieerde een tijdperk. Ze waren het lokaas om Bob Dylan uit zijn zelf verkozen retraite te bewegen. Ze voelden zich broers, maar weinig is zo licht ontvlambaar als familie. Dus na een dozijn jaren was The Band gedaan, de broers van elkaar vervreemd.

Once Were Brothers

Dat ‘broers van elkaar’ is de beleving van Robbie Robertson (1943), gitarist en voornaamste songschrijver van The Band, maar die had daar als enig kind wellicht het meest behoefte aan. Of de andere vier groepsleden die zienswijze delen, leert de documentaire Once Were Brothers niet. Pianist Richard Manuel (1943-1986), bassist Rick Danko (1943-1999) en drummer Levon Helm (1940-2012) leven niet meer; organist en saxofonist Garth Hudson (1937) leidt een teruggetrokken bestaan in Woodstock, New York. Daar groeide ‘de band’ uit tot The Band en beleefde er enkele idyllische jaren.

Boeiende verteller
De film ziet de loopbaan van The Band dus door de bril van Robertson. Zijn verhaal vormt de leidraad, de beelden uit zijn archief illustreren de vertelling, en het is zijn muziek die de aftiteling begeleidt. De film stopt op het moment dat Robbie Robertson stopt met The Band.

Wat de film niet vertelt, is dat The Band zonder Robertson in de jaren tachtig opnieuw ging toeren en in de jaren negentig nog enkele albums opnam. De film vermeldt evenmin dat Robertson in 2002 Garth Hudsons aandeel in de groep uitkocht. De relatie tussen Robertson en Levon Helm was verzuurd, maar Helm heeft zijn eigen film, Ain’t In it For My Health. In Once Were Brothers komen enkele intimi van Helm aan het woord, dat weer wel.

Eerlijk is eerlijk: Once Were Brothers is niet de complete filmtitel. Hij heeft nog een ondertitel en die is duidelijk genoeg: Robbie Robertson and The Band. De film schetst de evolutie van de tienerjaren als The Hawks, de begeleiders van rock’n-rollzanger Ronnie Hawkins; vervolgens op eigen benen als Levon and The Hawks; via naamloze begeleiders van Bob Dylan; naar de opkomst, gloriejaren en neergang als The Band. Robertson kan er boeiend over vertellen.

Once Were Brothers

Grondleggers van de rootsrock
Zo als dat gaat met verhalen die uit het leven zijn gegrepen, ontkomt ook het relaas van The Band niet aan de nodige ironie. De groep bestond uit vier Canadezen (alleen Helm had een Amerikaans paspoort) en wordt – dankzij hun debuutalbum Music From Big Pink uit 1968 – gezien als de grondlegger van het rootsrock-genre, tegenwoordig ook wel Americana genoemd.

Verfijnde ironie schuilt in hun samenwerking met Bob Dylan, die ze midden jaren zestig begeleidden tijdens de elektrisch versterkte concerten van de voormalige folkbard. Nadat Dylan zich in 1966 had teruggetrokken uit de muziekindustrie en The Band onder eigen vlag tot sterren waren uitgegroeid, werd de associatie in 1974 hernieuwd met de Before The Flood-tournee. Dylan is sindsdien al weer bijna een halve eeuw onafgebroken op tournee.

De broederschap van The Band daarentegen bladderde na de gezamenlijke concertreeks af. Op 27 november 1976, Thanksgiving Day, stonden ze voor het laatst in de oorspronkelijke bezetting op het toneel. Het concert werd, op verzoek van Robertson, als The Last Waltz op film vastgelegd door Martin Scorsese, die nadien concertfilms en documentaires heeft gemaakt over Bob Dylan, George Harrison en The Rolling Stones.

Once Were Brothers

Rock-’n-roll-lifestyle
Scorsese is een van de vele talking heads van naam die in Once Were Brothers aan het woord komt, naast een stoet vermaarde muzikanten als Bruce Springsteen, George Harrison, Eric Clapton (hij wilde in The Band spelen), Van Morrison (hun buurman in Woodstock) en Bob Dylan. Een ware schat aan archiefbeelden illustreert hun commentaar en de muziek is boven alle twijfel verheven. Het soundtrackalbum van Once Were Brothers – is er niet, gek genoeg – zou een fraaie Best of hebben opgeleverd.

Hoe kon de broederschap uiteenvallen? Om de bekende reden: de rock-’n-roll-lifestyle, drank en drugs. In de jaren dat The Band resideerde in de bosrijke omgeving van Woodstock zijn er verschillende automobielen om een boom gevouwen en werd de natte lunch afgetopt met heroïne. Het drietal grootverbruikers leeft al lang niet meer. Robertson, toentertijd getrouwd en vader: “My family was my saving grace.”

En dan nu de huiskamervraag: tijdens hun afscheidsconcert stond Eric Clapton met The Band op het toneel. Clapton – die inmiddels zijn eigen documentaire heeft: Life in 12 Bars (2017) – is gelieerd aan nog twee belangrijke Amerikaanse rootsrockgroepen. Welke? Het antwoord: de The Allman Brothers Band en Delaney & Bonnie, sleutelacts waarover ook weleens een documentaire gemaakt mag worden. Tot die tijd, en ondanks zijn beperkingen, verveelt Once Were Brothers geen seconde.

 

18 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Kingmaker, The

****
recensie The Kingmaker

Manipulatieve Moeder van de Natie

door Suzan Groothuis

Ze noemt zichzelf de moeder van haar natie. De moeder van iedereen. Lauren Greenfield, die eerder in The Queen of Versailles vastlegde hoe rijkdom en overdaad zich verhouden, toont het leven van de omstreden Filipijnse voormalige first lady Imelda Marcos. Een inkijkje in een gouden, corrupte kooi.

Terwijl ze door de sloppen van Manilla rijdt, trekt voormalig Imelda Marcos een stapel bankbiljetten tevoorschijn. Met een treurig gezicht deelt ze ze uit aan een rij bedelende kinderen die almaar groter wordt. Hoe anders was het tijdens het bewind van haar man Ferdinand Marcos, merkt ze op. Toen was deze armoede er nog niet.

The Kingmaker

De Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Lauren Greenfield duikt met haar nieuwste film in het leven van Imelda. Greenfields fascinatie voor rijkdom was eerder te zien in The Queen of Versailles, waarin ze een biljonair koppel volgt tijdens de constructie van hun eigen gouden Versailles-paleis. Maar de komst van een economische crisis maakt harde metten met hun kapitaal: hun gouden bubbel stort ineen. In haar expositie Generation Wealth borduurt Greenfield voort op het thema rijkdom, middels overdadige fotowerken waar de overvloed vanaf spat. Maar de weelde van de één procent rich and famous heeft een keerzijde: wat blijft er nog van je identiteit over, als je alles wat je hebt verliest?

Omstreden weelde
In The Kingmaker (hit op IDFA 2019 en nu eindelijk in de bioscoop) draait het om een vrouw die bewijst dat je alles kan kopen, zolang er maar geld is om uit te geven. Omstreden geld, dat wel, want het Marcos-regime was doorspekt met corruptie. The Kingmaker toont zowel beelden van het nu als de opkomst van de politieke carrière van Imelda. Ze verloor als jong meisje haar moeder. Een verlies dat een diepe impact op haar had en haar neiging om te “moederen” deed groeien. Die kans benutte ze ten volle toen ze Ferdinand Marcos in 1954 ontmoette. Zijn politieke carrière was in opmars en met Imelda aan zijn zijde veroverden ze het volk. Hij, met zijn daadkrachtige speeches en zij, met haar schoonheid en charme. In 1965 werd Marcos president en Imelda first lady. Haar moederlijke medeleven met de burgers leverde haar de titel Moeder van de Natie op.

En dan zijn er de omstreden gebeurtenissen, zoals de moord op oppositieleider Benigno Aquino in 1983. Veel mensen dachten dat de Marcossen ermee te maken hadden, maar dat is nooit bewezen. Imelda’s extravagante levensstijl en onbedwingbare koopzucht nam grote proporties aan: van haar gigantische schoenencollectie tot de aanschaf van gebouwen zoals de Crown Building in Manhattan. Meest frappant is echter het opzetten van het Calauit Safari Park in de Filipijnen. Onder meer giraffes, zebra’s en impala’s werden overgebracht vanuit Afrika en neergeplant op het eiland. De bewoners van Calauit moesten hun heil elders zoeken. Alles opzij voor de Moeder van de Natie!

The Kingmaker

Uiteindelijk kwam er tegenspoed op het pad van de Marcossen: het wantrouwen van het volk groeide en in 1986 moesten ze gedwongen aftreden. Meer en meer ontstond het idee van corruptie, want waar kwamen al die overdadige geldbestedingen vandaan? Ondanks metersdikke dossiers van aanklachten, waren er geen harde bewijzen en werd Imelda (haar Ferdinand was toen al overleden) onschuldig verklaard.

Herhaling van de geschiedenis
Die onschuld is in The Kingmaker moeilijk aan te nemen. Hoewel Imelda vol lof over de politiek van haar man spreekt en haar exuberante aankopen als iets doodnormaals ziet, zijn er getuigenissen van activisten en politieke tegenstanders die je heel anders naar haar gouden werkelijkheid doen kijken.

Anno nu zitten de Marcossen weer volop in de politiek. Zoon Bongbong met zijn hang naar het vice-presidentschap en moeder Imelda als congreslid. Duterte, de huidige, en eveneens van corruptie verdachte president van de Filipijnen, is met financiële investeringen van de Marcossen naar de politieke top geklommen. De donkere geschiedenis herhaalt zich. Greenfields documentaire laat op bijtende wijze zien hoe groot en absurd de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn. Imelda is hierin niet de held van het verhaal, maar een weerzinwekkende koningin, steevast gepositioneerd temidden van haar overdadige luxe. Een vrouw die in haar eigen geschepte werkelijkheid gelooft, getuige haar woorden: “The poor always look for a star in the dark of the night.”

 

8 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES