Lamentations of Judas

****
recensie Lamentations of Judas 

Verlaten mensen

door Sjoerd van Wijk

Lamentations of Judas schept op respectvolle wijze een indringend beeld van aan hun lot overgelaten Angolese oud-soldaten. Het Zuid-Afrika van de Apartheid rekruteerde hen ooit. Die tegenstrijdigheid tekent de eenzame gezichten tijdens indringende interviews.

Er gaat een complexe geschiedenis aan vooraf dat de oud-soldaten zich ophouden bij een voormalige asbestmijn in Pomfret vlakbij de Kalahari-woestijn. Afkomstig van verschillende Angolese milities die de strijd in 1975 verloren, vluchtten ze naar huidig Namibië. Daar vormde het Zuid-Afrikaanse leger hen om tot het beruchte 32ste bataljon (bijnaam De Verschrikkelijken). Ze ondernamen missies in Angola namens het Apartheid-regime, dat bang was voor de socialistische noorderburen. Gerepatrieerd in Pomfret werden ze nog eenmaal ingezet tijdens de overgang naar democratie en leidde hun manier van orde bewaken in zwarte gemeenschappen wederom tot controverse. Het zijn dus zwarte soldaten die in een roerig tijdperk voor de witte overheerser vochten, door iedereen werden verlaten en zijn achtergebleven met tegenstrijdige gevoelens. In deze documentaire spelen ze het verhaal van Jezus en Judas’ verraad na en gaan de confrontatie met hun herinneringen aan.

Lamentations of Judas

Open boek
De ensceneringen van Jezus’ verhaal en de sfeerbeelden van Pomfret krijgen structuur door individuele interviews met de voormalige leden van het bataljon. Regisseur wijlen Boris Gerrets etaleert zo een christelijke vergevingsgezindheid die boeken opent. Dankzij de recht voor hun raap natuur drijft het vragenvuur de herinneringen aan het beruchte verleden naar boven. Het begint militair als iedereen monotoon zijn naam en registratienummer opdreunt vanachter een tafel waarvan Nic Hofmeyrs camera op gepaste afstand blijft.

Al snel komen de parallellen met Jezus’ verhaal en de Romeinse soldaten die hem arresteerden op tafel – de aanleiding voor overpeinzingen over vrije wil en de schuldvraag. Het komt sterk over als velen vinden dat de Romeinse soldaten de gevangenis verdienen maar niet hun orders mochten weigeren. Afkeuring en plichtsbesef met elkaar in strijd. Het bekende idee van slechts orders volgen is echter een opstapje voor diverse perspectieven. De een vertelt vol overtuiging hoe zij juist een bijdrage aan dekolonisatie leverden, de ander deelt gebroken zijn berouw. De film komt letterlijk met indringende montage en figuurlijk dichterbij op zulke intense momenten.

Lamentations of Judas

Bijbelspel
De antwoorden in de interviews geven het bijbelspel extra cachet met de treffend gekozen focus op de klassieke verrader Judas Iskariot. Maar de gepaste afstand van de camera breekt hier dikwijls de film op. Ondanks de vernuftige parallellen komt het spel soms losjes over binnen de strakke structuur. In de verte banjeren de apostelen voort in de woestijn en mist de link met de beleving van het spelen van de rollen door de oud-soldaten.

De beleving dringt daarom zelden in, behalve bij het intiemere Laatste Avondmaal of Jezus die in een onderonsje Judas vergeeft en hem aanspoort diens lot te ondergaan. De episode waarin Jezus als strijdvaardige activist de bankiers uit de tempel verdrijft, mengt fictie met herinnering en levert een huiveringwekkende glimp op van de bataljonmethodiek.

Eenzaamheid
De figuren afgetekend tegen de droge Kalahari-vlakte met hier en daar een vervallen huis geeft daarentegen wel de eenzaamheid van deze groep weer. De Zuid-Afrikaanse staat behandelde hen als oud vuil door ze hier weg te moffelen. Een trap na gezien hun controversiële status binnen de gemeenschap vanwege hun rol in de Apartheid. Het desolate landschap, waar de enige metgezellen op een zeldzaam kind na de oud-strijdgenoten en het geweten zijn, zorgt voor een decor van tragische boetedoening. Dat gaat gepaard met een soms hoogdravende sturing door spirituele Afrikaanse muziek en filosofisch getinte voice-overs. Ondanks dat soort wereldwijsheid blijft Lamentations of Judas een krachtig portret van door iedereen verlaten mensen die de vraag over schuld en vrije wil in systemische misstanden scherpstelt en hen in hun waarde laat.

 

4 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Sing me a Song

***
recensie Sing me a Song

De verlokkingen van Bhutan

door Paul Rübsaam

Tot eind vorige eeuw nog was er in het Himalayastaatje Bhutan geen elektriciteit en geen televisie. De ontwikkelingen daar zijn echter razendsnel gegaan. In de documentaire Sing me a Song is de jonge boeddhistische monnik Peyangki non-stop in de weer met zijn smartphone en droomt hij van de meisjes in het hoofdstadje Thimphu.

‘Heer der Heren, u overwint al het kwaad. U straalt de zoete levensgeur uit en onderwerpt de schaduwen der onwetendheid…’ Een groep jonge monniken in kleermakerszit, waaronder de zeventienjarige hoofdpersoon Peyangki, brengt zingend deze en andere gebedsstrofen ten gehore. Ondertussen zitten de jongens, niet één uitgezonderd, met een smartphone te chatten of een videogame te spelen. Het is één van de opmerkelijke scènes uit de geromantiseerde documentaire Sing me a Song van de Franse regisseur Thomas Balmès.

Sing me a Song

Monnikenbestaan
Eerder kreeg de samenwerking tussen Balmès en zijn protagonist gestalte in de documentaire Happiness (2013). Daarin zien we Peyangki als onbevangen klein jongetje dat met hart en ziel voor het monnikenbestaan heeft gekozen, maar wel blij is als er eindelijk in het dorpje Laya, waar hij vandaan komt en waar ook de tempel is gevestigd, een elektriciteitsnet en een asfaltweg worden aangelegd. Verschillende fragmenten uit Happiness keren in Sing me a Song terug als flashbacks.

Eigenlijk begon de voorgeschiedenis van Sing me a Song nog eerder. In 1998 al, toen de toenmalige koning van Bhutan, Jigme Singye Wangchuck, het groene licht gaf voor de komst van elektriciteit, televisie en internet in het traditionele boeddhistische koninkrijk. Of zelfs daarvoor nog, toen Balmès zonder aan Bhutan en de nog niet geboren Peyangki te denken al rondliep met plannen voor een film over de ingrijpende gevolgen van de ontwikkelingen in de communicatietechnologie.

Liefdesliedjes
In Sing me a Song zien we Peyangki nog altijd braaf de ontelbare kaarsjes in de gebedsruimte van de tempel aansteken. Ook probeert hij de teksten van de belangrijkste gebeden op te schrijven en uit zijn hoofd te leren. Maar van dat laatste brengt hij weinig terecht, tot ergernis van zijn leermeester en zijn moeder, die af en toe op bezoek komt.

Sing me a Song

Hij verkeert namelijk in andere sferen. Met de verkoop van de medische paddenstoelen die hij in het hooggebergte plukt, hoopt hij een eigen bestaan op te kunnen bouwen. Maar vooral is hij in de ban van Ugyen, een meisje dat hij via de chatbox WeChat heeft leren kennen. Ze treedt op als zangeres in Thimphu en zingt op zijn verzoek liefdesliedjes voor Peyangki.

Als de jonge monnik op een gegeven moment een lift krijgt naar Thimphu, het hoofdstadje waar het inwonertal de afgelopen twintig jaar bijna is verdrievoudigd naar 115.000, ontmoet hij daar Ugyen in levende lijve. Ze blijkt wat ouder dan hij. Haar carrière als zangeres is niet datgene wat hij zich ervan voor had gesteld. Bovendien draagt ze van een eerdere relatie nog de sporen met zich mee en koestert ze plannen om Bhutan te verlaten. Voor Peyangki dreigt zich een desillusie af te tekenen.

Steriel
De beelden van de hoogvlaktes in de Himalaya, het klooster in het op vierduizend meter hoogte gelegen Laya en het rap moderniserende Thimphu zijn indrukwekkend. Tevens valt het niet moeilijk sympathie op te vatten voor de introverte Peyangki met zijn melancholieke, grote bruine ogen. Een gevoel van verbijstering is voorts onontkoombaar als het de snelheid betreft waarmee het traditionele, ongerepte Bhutan en zijn inwoners veranderen.

Toch maakt Sing me a Song een ietwat steriele indruk. Mogelijk heeft dat te maken met de achter de schermen te aanwezige regisseur, die zelf het televisiekijken geheel heeft afgezworen en niet alleen met Happiness, maar ook met eerdere documentaires als Maharadjah Burger (1997) en Christ comes to the Papuans (2001) al de twijfelachtige invloed van de westerse wereld wilde schetsen op verre landen met een rijke culturele en religieuze traditie.

Sing me a Song

Neem de eerder beschreven scène met de biddende en chattende monniken. Zou er in werkelijkheid niet één zijn geweest die tijdens het gebed niet met zijn smartphone zat te spelen? Een bepaalde mate van enscenering moet een rol hebben gespeeld. En dat gevoel heb je vaker. Kijken we werkelijk naar het leven van Peyangki, of eerder naar diens uitbeeldingen van Balmès’ beweringen over de teloorgang van traditionele beschavingen?

Ook als Sing me a Song de ontwikkelingen in Peyangki’s leven getrouw weergeeft, kun je je afvragen of die ontwikkelingen zo dramatisch zijn. Wordt het zuivere joch door de moderne communicatietechnologie ten gronde gericht? Of maakt hij op zijn manier mee wat opgroeiende jongens overal en altijd meemaken en komt het wel weer goed met hem? Het zijn vermoedelijk niet de vragen die Balmès ons mee wilde geven.

 

27 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Yellowstone

***
recensie Yellowstone

Het nut van beren en wolven

door Paul Rübsaam

De oude berenmoeder Qoad Mom en de eenzame wolf Blacktail zijn de helden in de natuurdocumentaire Yellowstone. Samen met hun soortgenoten herstellen deze vleeseters het natuurlijk evenwicht in het oudste natuurreservaat ter wereld.

Onder invloed van de excentrieke geleerde en globetrotter Alexander von Humboldt (1769-1859) won in de loop van de negentiende eeuw de opvatting terrein dat natuur een kostbaar, maar ook kwetsbaar goed is. Dat resulteerde onder andere in de opening in 1872 van het Amerikaanse Yellowstone National Park. Vanaf dat jaar hebben het landschap van dit oudste nationale park ter wereld en een deel van de dieren die er leven een beschermde status.

Yellowstone

Het inzicht dat niet alleen prooidieren, maar ook roofdieren als beren, wolven, coyotes en poema’s bescherming verdienen, is van veel recentere datum. Aanvankelijk opende het Amerikaanse leger in Yellowstone Park juist de jacht op de verguisde vleeseters. Zo werd de laatste grijze wolf in 1926 doodgeschoten en was het lot van de grizzlyberen niet veel beter. Alleen coyotes met hun grote aanpassingsvermogen en de voornamelijk ’s nachts actieve poema’s wisten min of meer stand te houden.

Uit balans
De natuurdocumentaire Epic Yellowstone – Return of the Predator van de Amerikaanse regisseurs Eric Bendick en Tom Winston vertelt ons echter dat het ecosysteem van Yellowstone uit balans raakte door de afwezigheid van de grote vleeseters. Bij gebrek aan natuurlijke vijanden graasden de grote kuddes van herbivoren de weides van het park volledig kaal. Er moest dus iets gebeuren.

In 1995 werden er vijftien in Canada gevangen grijze wolven in Yellowstone losgelaten Maar zouden de dieren het redden? Zouden ze hun ecologische taak naar behoren weten te vervullen? Dezelfde brandende vraag kon gesteld worden naar aanleiding van de gedecimeerde grizzlyberen met hun tijdrovende paringsrituelen en lange draagtijd.

Stoere protagonisten
Yellowstone roept enige associaties op met televisiezenders als RTL 7 en National Geographic. Je zou het een natuurdocumentaire ‘voor mannen’ kunnen noemen. Niet het broedgedrag van kleine vogeltjes staat centraal, maar de survival van beren en wolven, die zich wagen aan de jacht op bizons en elanden, toch ook niet de kleinste vertegenwoordigers van het dierenrijk. De voice-over van de Amerikaanse acteur Bill Pullman, met zijn doorrookte, ietwat hees klinkende stem, voorziet de wederwaardigheden van de vleeseters van commentaar. Het brengt bij de kijker een westernachtig gevoel teweeg.

Roofdieren zijn anders dan plantenetende prooidieren, wier voedsel alom aanwezig is, volledig afhankelijk van vlees. Hun jachtpartijen zijn lang niet altijd succesvol, waardoor ze regelmatig balanceren op de rand van de hongerdood. Toch weten de wolven die zich verenigd hebben in roedels met illustere namen als The Mollie Pack en The Wapiti Pack het te redden in Yellowstone. De enige eenzaat is de jonge wolf Blacktail. Pullman spreekt diens naam uit met een mannelijke snik in zijn stem.

Yellowstone

Voor de grizzlyberen is de vruchtbare berin Quad Mom het boegbeeld. Ze dankt haar naam aan een nest met maar liefst vier welpen, een zeldzaamheid onder grizzlyberen, wat in 2010 een ferme bijdrage aan het opkrikken van het berenbestand in Yellowstone betekende. Quad Mom is herkenbaar aan een litteken op haar voorhoofd, een herinnering aan een gevecht met een mannetjesgrizzly die haar welpen wilde doden.

Seizoenen
Bendick en Winston hadden het geluk dat zich tijdens de opnames van de documentaire een enkele minuten durende volledige zonsverduistering boven Yellowstone voltrok, terwijl de volgende pas over 235 jaar te verwachten is. Het levert prachtige beelden op. Voor het overige dienen de vier seizoenen als weinig origineel fundament voor het draaiboek.

Maar helemaal voorspelbaar is Yellowstone toch niet. Als recensent moet je wel degelijk op je hoede zijn voor spoilers. Vindt Blacktail nog aansluiting bij een roedel? Zullen de twee laatste welpen van de eigenlijk al te oude berenmoeder Quad Mom hun winterslaap overleven? We zullen het niet verklappen.

 

26 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Collective

***
recensie Collective

Medisch machteloos

door Tim Bouwhuis

In de nasleep van een clubbrand legt een reeks dodelijke ziekenhuisopnames een web van bestuurlijke corruptie en nalatigheid bloot. Menig auteur van medische thrillers zou tekenen voor een premisse van deze aard, maar Collective is ‘gewoon’ een documentaire uit Roemenië. Het is, en dat mag een understatement heten, niet gemakkelijk om dit verslag van mensonterende praktijken en medische misère te bekijken tijdens een lopende gezondheidscrisis van mateloze omvang.

Boekarest, 30 oktober 2015. Een korte, maar felle brand maakt een tragisch einde aan een muzikaal optreden in een nachtclub. 26 mensen laten het leven, mede door een gebrek aan goede branduitgangen. In de nasleep van de ramp belanden brandwondenslachtoffers van de regen in de drup: 38 van hen sterven aan infecties die bestreden worden met sterk verdunde desinfectiemiddelen. De verantwoordelijke partij, Hexi Pharma, opereert onder het fiat en medeweten van de Roemeense overheid.

Collective

De journalist en de minister
De eerste helft van Collective concentreert zich op dit farmaceutische schandaal, dat publiek barstte toen sportkrant Gazeta Sporturilor maanden nadien over durfde te gaan tot het publiceren van haar onthullende bevindingen. In november 2015 hadden gespannen protesten in de hoofdstad dan wel bijgedragen aan het aftreden van het toenmalige kabinet, de opvolgers waren hooguit nieuwe vertakkingen van verrotte wortels.

Regisseur Alexander Nanau (Toto and His Sisters was in 2015 te zien op het IFFR) heeft in dit corrupte autoriteitskader willen uitgaan van de spaarzame stemmen (met invloed) die zich tegen de doofpotaffaire uitspraken. In gesprek met De Groene Amsterdammer geeft Nanau aan dat de redactieleden van de sportkrant “de eersten waren die de juiste vragen stelden (…) de leugens van de autoriteiten in de zaak-Colectiv ontdekten.” Omgekeerde werelden schreeuwen om kritische denkers en onderzoekers. “Als de pers buigt voor de autoriteiten, zullen die autoriteiten misbruik maken van het volk”, laat Gazeta-journalist Cătălin Tolontan vroeg in de film optekenen.

Ongeveer halverwege Collective verlegt Nanau zijn focus van de krantenredactie naar het doen en laten van Vlad Voiculescu, die zich in mei 2016 van zijn taak kweet de opgestapte schandaalminister van volksgezondheid op te volgen. Voiculescu’s nobele wens om het beste te doen voor de slachtoffers van de abominabele Roemeense gezondheidszorg maakt hem duidelijk een uitzonderingsgeval binnen het corrupte politieke bestel. Dit kan direct verklaren waarom de camera’s de minister ook achter de schermen mochten blijven volgen, waar ze Voiculescu’s persoonlijke overwegingen en conversaties met collegae uitvoerig vastlegden.

De film wordt er in deze fase zeker niet minder interessant op, maar verliest wel veel van zijn scherpte. Waar het journalistieke venster tenminste ten dele inzichtelijk maakt wie er achter de schermen nu precies verantwoordelijk en betrokken waren, benadrukt het kortstondige functioneren van de minister (Voiculescu diende nog geen acht maanden) vooral het failliet van eerlijkheid en rechtvaardigheid, zonder dat er echt oplossingen of concrete (voor)uitzichten worden aangedragen. Tijdens een nachtelijke autorit vat Voiculescu zijn machteloosheid eigenlijk perfect samen: als het volk tijdens de lokale verkiezingen van 2016 gewoon weer blijkt te stemmen voor de sociaaldemocratische partij die primair verantwoordelijk is geweest voor het Colectiv-schandaal, wat kan hij als eerlijke tegenstem dan nog doen?

Collective

Als kijker kun je cynisch op die vraag reageren, en daarmee de hoop van journalisten als Tolontan genadeloos onder het tapijt vegen. Gelukkig handelden niet alle mensen die er in de context van Collective in de allereerste plaats toe doen op deze manier. Voor veel Roemeense kijkers betekende de gedocumenteerde erkenning van het berokkende leed op zichzelf al heel veel, zo bewezen reacties na de eerste premières in eigen land.

Helden tegen beter weten in?
Tegelijkertijd is Collective niet de eerste Roemeense film die de ziekenhuiswereld (mede) bekijkt in het donkere licht van bureaucratisering en politieke nevenbelangen. Cristi Puiu, wiens meest recente Malmkrog (Berlinale 2020) hopelijk nog op Nederlandse distributie mag rekenen, maakte in 2005 The Death of Mr. Lazarescu, over de tamelijk bizarre ziekenhuisgang van een man die alleen maar geholpen hoeft te worden. Het helaas mager uitgewerkte Thou Shalt Not Kill (Catalin Rotaru, Gabi Virginia Sarga, 2018), eveneens over het schandaalgegeven van verdunde ontsmettingsmiddelen, draaide afgelopen najaar nog op Film Fest Gent.

Collective moet het met zijn gedefinieerde helden op voorhand opnemen tegen een wereld die murw geslagen is door stelselmatig onrecht. Precies daarom was Todd Haynes’ recente Dark Waters (in januari in Nederland uitgebracht) ook zo’n frustrerende kijkervaring. Held bij uitverkiezing is daar een advocaat met geweten (Mark Ruffalo), maar ook deze klokkenluider kan de corrupte machine niet volledig tot stilstand brengen. Het berokkende leed teniet doen. De helden die films ons graag blijven voorhouden, worden in werkelijkheid helaas maar al te vaak weggevaagd door de storm.

4 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Somebody Up There Likes Me

**
recensie Somebody Up There Likes Me

Leve de lol en excuses voor de brokken

door Alfred Bos

Sympathieke, maar rommelige documentaire over de schilderende schelm van de Britse rockaristocratie, Stones-gitarist Ron Wood. “Waarschijnlijk vind ik dingen te lekker.”

Sommige mensen zwijnen door het leven. Neem Ron Wood, gitarist van The Rolling Stones en bon vivant par excellence. Zijn vader een onverbeterlijke pretletter, zijn beide broers alcoholist, hijzelf misbruiker van meerdere substanties. Maar ook: intiem met de Britse rockroyalty, altijd op het juiste moment op de juiste plek, heel sociaal, te aardig om boos op te worden.

En getalenteerd. Dubbel zelfs, als muzikant en beeldend kunstenaar, net als zijn tien jaar oudere broer Art. Ron Wood (1947) is van de Britse generatie arbeiderskinderen die na de oorlog via de kunstacademie aan hun milieu konden ontsnappen, evenals collega-Rolling Stone Keith Richards, Who-voorman Pete Townshend, meestergitarist Eric Clapton en vele anderen.

Somebody Up There Likes Me

En ook: het jongste broertje, letterlijk en figuurlijk. Nooit de brandhaard zelf, wel altijd dicht bij het vuur te vinden. En genoeg feestnummer om de kachel op te stoken wanneer de vlam dreigt te smeulen. Het boefje dat door iedereen wordt vergeven, omdat—wel, wat heeft hij eigenlijk kwaad gedaan? We hadden toch lol?

Ron Wood is twee keer opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, in 1989 met The Rolling Stones en in 2012 met The Faces. Iemand daarboven had een oogje op hem.

In de sterren geschreven
In The Rolling Stones is Wood de sparringpartner van Keith Richards, samen vlechten ze het gitaartapijt waarop Mick Jagger danst. Als Stones-fan van het allereerste uur heeft hij die rol altijd geambieerd. Toen Brian Jones in 1969 uit de Stones werd geknikkerd, was hij al in beeld als vervanger. Zijn kans zou later komen.

De derde band waarmee Ron Wood had kunnen schitteren in de Rock and Roll Hall of Fame is de Jeff Beck Group, waarin hij speelde als bassist. Die groep pionierde het geluid waarmee Led Zeppelin wereldberoemd werd. Daar leerde hij Rod Stewart kennen en als The Faces zetten ze begin jaren zeventig nieuwe records op het vlak van feestelijke uitspattingen. In muzikaal opzicht waren The Faces een kloon van de Stones.

Wanneer The Faces op pauze stonden omdat Stewart druk was met zijn solocarrière, toerde Wood met Keith Richards en andere bevriende muzikanten als Woody & Friends. Richards speelde ook mee op Woods eerste soloalbums, I’ve Got My Own Album To Do (1974) en Now Look (1975), evenals Mick Jagger, de andere Stones-gitarist Mick Taylor en voormalige Beatle George Harrison.

Toen Mick Taylor in 1975 de Stones plots verliet, was zijn opvolger snel gevonden. Het stond in de sterren geschreven.

Somebody Up There Likes Me

Ons-kent-ons
De loopbaan van Ron Wood is die van insider in bevoorrechte kringen en jammer genoeg heeft de documentaire Somebody Up There Likes Me een hoog ons-kent-ons gehalte. Niks mis mee, alleen wordt er niets uitgelegd en teveel aan de kijker overgelaten. Geen context, geen achtergrond—het wordt kennelijk bekend verondersteld. Zo is het gesprek tussen Peter Grant, manager van Led Zeppelin, en Malcolm McLaren, manager van de Sex Pistols, voor niet-insiders volstrekte abracadabra en zijn hun opmerkingen over de links tussen gangsters en de Londense muziekscene van de jaren zestig interessant genoeg voor een eigen documentaire.

Er is geen duidelijke tijdlijn en geen helder verhaal. Er zijn clips van toen. We zien Wood in de weer met penseel en gitaar. Rod Stewart is Rod Stewart, ook al gaat het over Ron Wood. Diens problemen met alcohol en drugs worden eufemistisch aangestipt door Mick Jagger, Charlie Watts en Keith Richards, die erg hun best doen om in vleiende termen ’s mans schaduwkanten te schetsen. Het feestvarken zelf, charmant en de vriendelijkheid zelve, constateert dat hij altijd kiest voor avontuur, zonder nadenken. Keith Richards roemt zijn gestel: “Hij heeft een hoge tolerantie voor pijn en een geweldig afweersysteem.”

Somebody Up There Likes Me van de Engelse regisseur Mike Figgis (bekendste werk: Leaving Las Vegas, 1995) stond aanvankelijk gepland als openingsfilm van het muziekdocumentairefestival In-Edit. Veel wijzer worden we niet van deze korte, krap vijf kwartier durende documentaire. Misschien is documentaire een te groot woord voor deze film. Het is eerder een ‘Wij van Wc-eend’ portret van iemand die brokken maakt. En hem veel geluk brachten.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Gauguin: From the National Gallery, London

***
recensie Gauguin: From the National Gallery, London

De geboorte van de schilder als kunstenaar

door Ries Jacobs

Op 8 mei 1903 stierf de schilder en beeldhouwer Paul Gauguin na een leven vol armoede en miskenning. Nu zijn de kunstwerken die hij maakte miljoenen waard. Gauguin: From the National Gallery, London toont ons het leven en werk van de kunstenaar aan de hand van de tentoonstelling die afgelopen najaar in het museum in de Engelse hoofdstad te zien was. 

Na Secret Impressionists van de serie Arts in Cinema is Paul Gaugain aan de beurt. Tot zijn bekendste werken behoren ongetwijfeld de schilderijen van Polynesische vrouwen die hij aan het einde van zijn leven tijdens zijn twee verblijven in Tahiti maakte. Zijn aankomst op het eiland in de Stille Zuidzee was echter een bittere teleurstelling. Waar hij natuurmensen verwachtte te zien die niet aangetast waren door de moderniteit, stuitte hij op keurige Fransen en verpauperde kolonialen. Pas toen hij dieper landinwaarts trok, zag hij wat hij hoopte.

Gauguin: From the National Gallery, London

Zijn leven lang was Gauguin gefascineerd door het eenvoudige (boeren)leven als beter alternatief voor de grauwe moderniteit van de stad. De documentaire laat goed zien waar de oorsprong van deze fascinatie ligt. Zijn vader Clovis Gauguin, een maatschappijkritische journalist, vluchtte in 1850 na politieke omwentelingen van Frankrijk naar Peru en nam zijn jonge kinderen mee. De vroegste jeugdherinneringen van Gauguin stammen uit Peru. In 1848 keerde hij als zesjarige terug in Frankrijk en bracht zijn jeugd door in Orléans en Parijs. De rest van zijn leven had hij een hang naar het eenvoudige (Peruviaanse) leven.

Vincent van Gogh
Beïnvloed door de impressionisten, met name Camille Pissarro, begon de huisvader en zakenman Gauguin in de jaren 1870 te schilderen om zich hier vanaf 1885 volledig op toe te leggen. Drie jaar later leefde en werkte hij samen met Vincent van Gogh in het Zuid-Franse Arles. Beiden hadden de idylle van het landleven als voornaam thema, maar waar Van Gogh het doek royaal met verf besmeerde, was Gauguin soberder en ingetogener.

In The National Gallery loopt kunstenaar Billy Childish langs de geëxposeerde schilderijen en vergelijkt het portret dat Gauguin maakte van madame Roulin met het schilderij dat Van Gogh maakte van deze dame. Dit doet hij zonder teveel in te gaan op technische details, waardoor zijn uitleg ook voor mensen zonder kunsthistorische achtergrond te volgen is. Gauguin: From the National Gallery, London is meer dan een biografie, maar toch toegankelijk voor iedereen.

Gauguin: From the National Gallery, London

Eigen invulling van de realiteit
De voice-over is van acteur Dominic West (bekend van onder andere The Wire) en de Britse documentairemaakster Patricia Wheatley neemt de regie voor haar rekening. Wat ze niet belicht is de invloed die de uitvinding van de fotografie heeft op de schilderkunst in de tweede helft van de negentiende eeuw. Daarvoor werkten schilders vaak in opdracht. De technisch meest vaardige schilders verdienden veel geld en lof. Na de intrede van de fotografie was het voor de schilder niet langer zaak om de realiteit zo goed mogelijk op het doek te kopiëren, het was de bedoeling om een eigen invulling te geven aan die realiteit. Mensen gingen voor het vastleggen van een portret of iets anders naar de fotograaf.

Gauguin: From the National Gallery, London laat wel zien hoe in die periode aan nieuw soort schilder zijn intrede deed. Gauguin en veel van tijdgenoten creëerden wat zij voelden en waren daarin compromisloos, wat vaak resulteerde in miskenning en bittere armoede. Deze tijd markeerde de geboorte van de schilder als bohemien en kunstenaar.

Kijk hier waar Gaugain: From the National Gallery, London vanaf 2 juli draait.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Elephants Up Close

***
recensie Elephants Up Close

De porseleinkast van het olifantenbestaan

door Paul Rübsaam

In de natuurdocumentaire Elephants Up Close leren we olifanten van nabij kennen. Het blijken fijnzinnige, sociale en in hun voortbestaan bedreigde dieren. Hun tere huid heeft bovendien regelmatig een modderbad nodig.

Natuurdocumentaires dienen van oudsher tot lering en vermaak. De lering is de laatste decennia echter op de voorgrond komen te staan. Nadrukkelijk confronteren hedendaagse documentaires ons ermee dat natuur een welhaast museaal begrip is geworden. Door de alomtegenwoordigheid van de mens bestaat de huidige wereld louter uit steden, dorpen, weilanden, akkers en plantages, met nog slechts hier en daar ruimte voor een natuurreservaat.

Elephants Up Close

De spectaculaire ontwikkeling van de cameratechnieken stelt ons evenwel in staat de levens van onze niet menselijke medeschepselen in hun steeds kleiner wordende habitat nauwkeurig te registreren. We leren veel dieren wrang genoeg pas echt kennen nu het bijna te laat is.

Weinig kijkers zullen ooit eerder olifanten van zo dichtbij en in zulke grote getale hebben gezien als in Elephants Up Close (Elefanten Hautnah), een documentaire van de Duitse regisseurs Jens Westphalen en Thoralf Grospitz, die in het kader van Wild Life Film Festival Rotterdam on tour (door de coronacrisis uitgesteld) de landelijke bioscopen aandoet. In close-ups zien we de lange zwarte wimpers rond de kleine ogen van de zachtaardige reuzen. En middels panoramashots vanuit de lucht de bijeenkomst van vele honderden olifanten bij een drinkplaats.

Verfijnde communicatietechnieken
De kolossale, tonnen wegende olifanten zijn allesbehalve onkwetsbaar, zo vernemen we. In voorbije jaren waren er diverse plaatsen in Afrika waar de dieren met velen bijeenkwamen. Maar door stroperij en de toenemende droogte op het Afrikaanse continent vormen de rivierdelta’s in het noorden van Botswana (nabij de grens met Namibië) nog een van de weinige gebieden waar je de dikhuiden in groten getale kunt zien.

De als nomaden voorttrekkende olifanten leven in familieverbanden, met een zekere scheiding tussen stierenkuddes en koeienkuddes. Van de koeienkuddes maken de kalveren van uiteenlopende leeftijd deel uit. Een koeienkudde wordt aangevoerd door een matriarch, wier zusters en volwassen dochters tevens tot de kudde behoren. Ieder lid van deze groep draagt verantwoordelijkheid voor alle kalveren.

Verschillende olifantenfamilies kunnen allianties met elkaar aangaan. Olifanten zijn met hun verfijnde communicatietechnieken in staat deel uit te maken van grotere gemeenschappen. Van het scala aan verschillende geluiden dat ze met hun stembanden voortbrengen, is een deel voor mensen onhoorbaar. Die diepe geluiden laten ze met behulp van hun poten via de grond resoneren, zodat soortgenoten de vibraties met informatie over drinkplaatsen, aankomende stormen en dergelijke op grote afstand op kunnen vangen.

Elephants Up Close

Behendig en kwetsbaar
Zoals bekend beschikken olifanten over een uitstekend geheugen. De ooit naar een drinkplaats afgelegde route wordt jaren later nog feilloos gevolgd. Maar niet alleen de intelligentie en sociale gezindheid van olifanten doet bijna menselijk aan. Met hun slurf, hielen en tenen kunnen de schijnbaar plompe dieren tevens verfijnde bewegingen maken. Een scène in Elephants Up Close waarin een stier het lichaam van een aan dorst overleden, bevriende soortgenoot aan een nauwkeurig, maar teder onderzoek onderwerpt, laat dat fraai zien.

Dat olifanten graag een modderbad nemen, wijst eerder op hun kwetsbaarheid, dan op hun slechte manieren. Het modderlaagje beschermt hen tegen de felle Afrikaanse zon, die zelfs voor hun dikke, donkergrijze huid te veel kan zijn. Bovendien is de modder een probaat middel tegen hinderlijke insecten en parasieten.

Pro olifant
Zoals niet verbazen zal, zijn de documentairemakers bij uitstek pro olifant. Dat olifanten met hun vraatzucht het landschap van de savannen zouden verwoesten, wordt gerelativeerd. Dat landschap herstelt zich wel weer. Men benadrukt daarentegen dat olifantenuitwerpselen voedzaam zijn en dat onder anderen bavianen en vlinders zich eraan te goed kunnen doen.

Westphalen en Grospitz hopen dat wie de grijze gigant beter leert kennen vanzelf van het dier zal gaan houden. De boodschap dat het lot van het grootste landzoogdier op aarde in onze handen ligt, wordt niet al te fanatiek ingewreven. De kijker hoeft zich slechts te verwonderen over de leefwijze en de talenten van de sympathieke dieren met hun koddige koters. Dat moet het begin zijn van een verandering in ons denken die de olifanten uiteindelijk ten goede komt.

 

27 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Stamping Ground

**
recensie Stamping Ground

Woodstock achter de dijken

door Alfred Bos

Exact vijftig jaar na ‘Kralingen’ is de concertfilm over het eerste meerdaagse popfestival op het Europese continent een weekend lang opnieuw te zien. Maar kan Stamping Ground wedijveren met de fameuze Woodstock-concertfilm?

In het laatste weekend van juni 1970 vond het Holland Pop Festival plaats, het eerste meerdaagse muziekfestival van Nederland. Het is bekend geworden als ‘Kralingen’, naar de locatie van het evenement: het park aan de oever van de Kralingse Plas bij Rotterdam. Kaarten kostten 35 gulden in de voorverkoop (veertig aan de deur) en er kwamen volgens de organisatoren, Georges Knap en Mojo-oprichter Berry Visser, zo’n honderdduizend mensen op af. Kralingen is de geschiedenis ingegaan als ‘het Nederlandse Woodstock’.

Stamping Ground

Het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk stond garant voor 25.000 gulden en het gebruik van (soft)drugs werd door de politie gedoogd; alcohol was verboden. Op donderdag 25 juni, daags voor de aanvang van het driedaagse festival, was in de Nederlandse bioscopen de concertfilm Woodstock in première gegaan. Die hadden de hippies die zich dat weekend verzamelden op de zonnewei van Kralingen, nog niet gezien. Maar ze gedroegen zich opmerkelijk identiek aan hun Amerikaanse tegenhangers: zorgeloos, vredelievend en non-conformistisch. Menigeen stapte uit de kleren en dook in de plas.

Chaotisch allegaartje
Kralingen had betere faciliteiten dan het festival in Bethel, New York. Het programma telde enkele prominente acts van het Woodstock-affiche: Santana, Canned Heat, Jefferson Airplane, Country Joe. Er was ook noodweer, net als tijdens Woodstock. En, de overeenkomsten houden niet op, een jaar later draaide er in de cinema een filmverslag van het gebeuren. Stamping Ground (de Amerikaanse titel, in Europa kwam de film uit als Love and Music) was een Duits-Nederlandse productie, geregisseerd door Hans Jürgen Pohland en George Sluizer. Jan De Bont en Theo van de Sande, die nadien carrière maakten in Hollywood, deden – met anderen – het camerawerk. George Sluizer, overleden in 2014, maakte in 1993 Spoorloos (The Vanishing), gewaardeerd door Stanley Kubrick. Van Pohland is weinig meer vernomen.

Vreemd is dat niet. Stamping Ground was in zijn originele versie een tamelijk chaotisch allegaartje van concertbeelden, nietszeggende interviews, shots van festivalpubliek in diverse stadia van ontkleding en—toeristische beelden van molens en bollenvelden? Over dat beeld werden teksten geprojecteerd die de lof zongen van het vreedzame publiek: ‘de helft is tussen de 17 en 22 jaar oud of jonger’, ‘41% van de bezoekers is vrouw’. Tussen de concertfilms van begin jaren zeventig, naast Woodstock onder meer Gimme Shelter (Altamont, met de Stones, te zien op YouTube) en Wattstaxx (het ‘zwarte Woodstock’, te zien op YouTube), is de film van Pohland een losse flodder; het camerawerk niet zelden beroerd, de montage een hutspot, het resultaat – hoe is het mogelijk? – ronduit saai.

Stamping Ground

Amerikaans georiënteerde muziekselectie
De director’s cut, toegeschreven aan George Sluizer en gerestaureerd door EYE Filmmusuem, zet de voornaamste bezwaren recht. De toeristische liflafjes en wervende teksten over het beeld zijn verdwenen. Wat is gebleven zijn de impressionistische montage (van de latere James Bond-regisseur Roger Spottiswoode), de nutteloze interviews (van creatief bloemenkind Laurie Langenbach) en het bij vlagen flodderige camerawerk.

Ook gebleven is de Amerikaans georiënteerde muziekselectie. The Byrds zijn – in de film althans – het muzikale hoogtepunt van het festival. Daar staan terecht vergeten Amerikaanse acts als It’s A Beautiful Day (een soort Jefferson Airplane light) en The Flock (een mislukte poging tot progrock) tegenover. Er is een contingent interessante bands uit Engeland, maar men kiest voor de hippiekarikatuur van Quintessence, terwijl artistieke zwaargewichten als Pentangle, Fairport Convention en Fotheringay worden genegeerd. Van de Nederlandse bijdragen van C.C.C. Inc., Focus en Ekseption geen glimp.

Het missen van Mungo Jerry op zondag is een regelrechte blunder. In the Summertime was dé zomerhit van 1970, het nummer bleek tijdens het weekend van Kralingen de grootste steiger in de Top 40 van Radio Veronica: van 22 naar 5 (twee weken later stond het op de eerste plaats). Zie het voor je: een zonnige festivalwei met freewheelende hippies die meedeinen op de muziek van Ray Dorset en zijn mannen. Maar niemand van het filmteam lette op, er was kennelijk geen redactie. Het had de Stamping Ground-tegenhanger kunnen zijn van het beroemde Fish Cheer-moment met Country Joe uit de Woodstock-film.

Stamping Ground

Culturele revolutie
Nog geen kwart van de bezoekers betaalde voor toegang en de Stichting Holland Pop Festival ging failliet. In 1971 verscheen – naast de film – het boek Kralingen ’70 ’n Grote Blijde Bende. Mojo Concerts groeide uit tot de grootste concertpromotor van Nederland, verantwoordelijk voor een reeks festivals. C.C.C. Inc.-leden Huib Schreurs en Jaap van Beusekom werden directeur van respectievelijk Paradiso en het Nederlands Pop Instituut; Ernst Jansz richtte Doe Maar op. Focus werd wereldberoemd. Interviewster Laurie Langenbach overleed in 1984 aan kanker. In 2013 verscheen aan de oever van de Kralingse Plas een monument ter herinnering aan het eerste meerdaagse festival op het Europese continent.

In de eenentwintigste eeuw werd Kralingen een studieobject van cultuursociologen. Het festival markeert in Nederland het begin van ontzuiling en gedoogbeleid. Het begon met Radio Veronica en Provo en eindigde op een grasveld bij een Rotterdamse plas: de culturele omwenteling van de jaren zestig was voltooid. Holland Pop Festival alias Kralingen is inderdaad ‘het Nederlandse Woodstock’. In 1970 al was Nederland het ijverigste jongetje van de klas als het gaat om Amerika nadoen.


De gerestaureerde director’s cut van
Stamping Ground is op vrijdag 26, zaterdag 27 en zondag 28 juni, exact vijftig jaar na het evenement, als stream te zien via Pathé Thuis en in enkele bioscopen. De oorspronkelijke versie van de film is te zien op YouTube. 

 

22 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Secret Impressionists

***
recensie Secret Impressionists

De natuur is de artiest

door Cor Oliemeulen

De impressionistische schilders ontketenden met hun nieuwe thema’s en technieken een revolutie en openden de deur voor avant-gardistische stromingen na hen. In Secret Impressionists maken we nader kennis aan de hand van vijftig onbekende werken uit privécollecties die bijna anderhalve eeuw later niets van hun aantrekkingskracht hebben verloren.

Na Leonardo: The Works en Lucian Freud: A Self Portrait brengt Arts in Cinema dit jaar een vijftal kunstdocumentaires van ABC Film Distribution in de bioscoop. Secret Impressionists, dat vanaf 11 juni is te zien, zal worden gevolgd door Gaugain: From The National Gallery London (2 juli), Frida Kahlo (10 september), Maverick Modigliani (8 oktober) en Raphael: The Young Prodigy (12 november).

Secret Impressionists

Spiegel van de alledaagse ziel
We trappen dus af met Secret Impressionists dat misschien wel de grootste kunstrevolutie belicht: het impressionisme. Zoals de titel aangeeft, betreft het nooit eerder voor het publiek vertoonde werken van onder meer Manet, Caillebotte, Renoir, Monet, Cézanne, Signac, Sisley en Berthe Morisot. Aan het woord komen de twee curatoren van de tentoonstelling in Palazzo Bonaparte in Rome, experts, historici, kunstenaars, verzamelaars en andere kenners die vanuit hun expertise hun licht over de vijftig schilderijen laten schijnen. Zij geven een antwoord op de vragen hoe de impressionisten de wereld zagen, hoe het publiek aanvankelijk op hun werk reageerde en hoe het impressionisme andere kunststromingen zou beïnvloeden. Alles begeleid door een meditatief muziekje en soms gelardeerd met impressionistische camerabeelden.

Iemand die een beetje verstand van kunst heeft, weet dat het bij het impressionisme vooral draait om licht en kleur. En dat je bijna altijd vrolijk wordt als je een impressionistisch schilderij ziet. Ontstaan rond 1870 zette een nieuwe lichting kunstschilders in Frankrijk zich af tegen de toenmalige praktijken en thema’s. De impressionisten hadden geen gemeenschappelijke regels, maar gaven door hun focus op licht en kleur een nieuwe visie op de wereld, waarin de natuur, het dagelijkse leven en het vangen van het moment centraal stonden. Iedere vertegenwoordiger had zijn eigen thema en zijn eigen penseelstreken.

Secret Impressionists

Filmdoek is geen museum
We leren dat de impressionisten niet welkom waren in de kunstgaleries en dat ook het publiek deze moderne interpretatie van de werkelijkheid aanvankelijk niet kon waarderen. En zoals dat vroeger vaak ging met kunstschilders leefden ze vaak onder erbarmelijke omstandigheden en werd hun kunst pas gewaardeerd nadat ze er zelf niets meer aan hadden. Eén van de uitzonderingen was Claude Monet, bij de meeste mensen bekend van zijn waterlelies, die een obsessie voor het gebruik van licht ontwikkelde. Gelukkig vormden de impressionisten volgens de documentaire uiteindelijk een grote familie. Bijna alle belangrijke vertegenwoordigers komen in vogelvlucht voorbij, met een prominente rol voor de enige vrouw (die vooral vrouwen en kinderen schilderde) in het gezelschap, Berthe Morisot, die later zelfs nog model stond voor collega en vriend Édouard Manet.

Hoe leuk het ook is om je kennis van dit boeiend stukje kunstgeschiedenis bij te spijkeren, blijkt het altijd lastig om een documentaire over kunstenaars of kunststromingen samen te stellen. Je moet ervoor waken dat het geen saaie geschiedenisles van jaartallen en feitjes wordt. Na een uurtje is de eerste geeuw moeilijk te onderdrukken. Je kunt immers pas werkelijk kennismaken met een kunstwerk op een bankje in een museum. Je vergeet de tijd door helemaal op te gaan in het schilderij dat jou zo raakt en hebt de gelegenheid om allerlei details te ontdekken. Desalniettemin is het lesje kunstgeschiedenis op afstand in Secret Impressionists over het algemeen een lust voor het oog, maar tevens een reclamefilm voor een bezoek aan de expositie in Rome.

Tenminste, dat zou je zeggen. Nadat de beoogde expositie door het coronavirus moest worden uitgesteld, is de korte heropening (van 30 mei tot en met 7 juni) ook al weer voorbij. Kennelijk konden de verzamelaars hun beschikbaar gestelde impressionistische schilderijen niet langer missen. Gelukkig hebben we de film nog.

Kijk hier waar deze film draait.

 

9 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Vliegende Hond, De

****
recensie De vliegende Hond

De grens tussen passie en obsessie

door Paul Rübsaam

Filmmaker Johannes Hogebrink heeft een droom: een hond te laten vliegen. Al meer dan zes jaar probeert hij die droom te verwezenlijken. Maar vindt zijn hond Chayka dat wel zo leuk?

‘Van mij hoefde het niet. Maar ja, ik wilde ook niet lullig doen’, horen we het uit Bosnië afkomstige terriërachtige bastaardhondje Chayka zeggen in een voice-over waarvoor hij het vermaarde stemgeluid van cineast Frans Bromet heeft geleend. Met hondentrouw, scepsis en toenemende nervositeit slaat hij de pogingen van zijn baas Johannes gade om een deltavleugel op maat voor hem te vervaardigen.

De vliegende Hond

‘De eerste die aan de zwaartekracht ontsnapte, was een hond. Net als ik. En daarom is Laika de allergrootste held ooit’, overpeinsde de schijnbaar filosofisch gestemde Chayka (Russisch voor meeuw) al eerder. ‘Tenminste, als ik het goed heb begrepen’, voegde hij daar nog aan toe. Hij lepelde immers maar op wat Johannes hem wilde laten geloven. Dat de Russische hond Laika, die in 1957 als eerste levende wezen in een raket rond de aarde cirkelde al naar korte tijd stierf door stress en oververhitting, heeft zijn baas hem niet verteld.

Droom
Chayka is niet degene die een droom koestert, maar zijn baas: filmmaker, kunstschilder en beeldhouwer Johannes Hogebrink (1976). Hogebrink moet en zal zijn hond leren deltavliegen en wil daar per se een film over maken. De documentaire De vliegende Hond vormt zowel voor wat het eerste als het tweede betreft het verslag van zijn pogingen.

Hogebrink liep al met zijn plannen rond toen zijn vorige hond Sopje nog leefde. Maar Sopje, die zelfs Hogebrinks fiets durfde te besturen, overleed in 2013. Nu moet de arme Chayka, getraumatiseerd als hij is door het harde straathondenbestaan in Bosnië zich ontworstelen aan de slagschaduw van zijn aanbeden voorganger.

De bergen in
In Nederland maakt Hogebrink de nodige vorderingen met het ontwerp van de deltavleugel op schaal. Maar voor de eerste echte testvluchten moet hij uitwijken naar minder vlak terrein. Bovendien heeft hij deskundig advies nodig. Dus vertrekt hij met Chayka naar Stiermarken in Oostenrijk, waar de bevriende vlieginstructeur Maurice van den Hurk les geeft in deltavliegen.

Met behulp van radiografische besturing en een steen die even zwaar is als Chayka laten Hogebrink en Van den Hurk de hondendeltavleugel proefvluchten uitvoeren. Met wisselend succes. Ook proberen ze Chayka alvast te laten wennen aan het gevleugelde vehikel. Maar dat lukt niet erg. Als hij de alpenwei afraast, klemt de op het karretje vastgezette hond van angst zijn staart tussen zijn achterpoten.

Langzaam maar zeker dringt het tot Johannes door dat Chayka nog niet klaar is voor zijn grote pionierswerk. Hij besluit de hulp van een Oostenrijkse hondenfluisteraarster in te roepen, om inzicht te krijgen in de psyche van zijn hond. Ondertussen dringt de tijd. Er is al een door Hogebrink zelf uitgenodigde filmploeg in aantocht die maar één doel heeft: het filmen van een vliegende hond.

De vliegende Hond

Obsessie
Man on Wire (2008) van James Marsh over de Fransman Philippe Petit die in 1974 over een koord danste dat gespannen was tussen de Twin Towers in New York en Episode 3: Enjoy Poverty (2009) van Enzo Martens, die toont hoe westerse filmmakers financieel profiteren van beelden van schrijnende armoede in ontwikkelingslanden, zijn naar eigen zeggen Hogebrinks favoriete documentaires. Een voorliefde voor spraakmakende, maar schijnbaar zinloze exercities en een neiging om de motieven van de filmmaker ter discussie te stellen, zie je tevens terug in De vliegende Hond.

Je zou met de man Johannes Hogebrink best een stevig gesprek kunnen voeren over wat je je hond wél en niet moet aandoen. Hoe dan ook slaagt hij er als filmmaker in een tegendraadse film voor het hele gezin af te leveren die grappig, spannend en ontroerend is en juist de vraag opwerpt hoe ver je moet gaan om je droom te verwezenlijken en daar een film over te maken. Zoals de regisseur dat zelf omschrijft in een gesprek met filmproducent René Huybrechtse verkent De vliegende Hond de grens tussen passie en obsessie. Dat mag je een belangwekkende onderneming noemen.

 

24 mei 2020

 

ALLE RECENSIES