***** IFFR Unleashed – 1985: Stop Making Sense Van nerd naar funkbeest
door Alfred Bos
De klassieke concertfilm van Jonathan Demme is nog altijd even spectaculair als op de dag dat hij in 1985 verscheen. Dat komt volledig op het conto van Talking Heads en hun voorman David Byrne.
Stop Making Sense was bij verschijning in 1985 in Nederland – in de USA een jaar eerder – een baanbrekende concertfilm. Woodstock (1970) is de registratie van een historisch muziekfestival. The Last Waltz (1978) is de registratie van een concert, het laatste van The Band. Stop Making Sense is de registratie van een theatervoorstelling. Het documenteert een concept.
In 1977 was Talking Heads een opvallende debutant, buitenbeentjes binnen een nieuwe lichting rockgroepen uit New York. Van die nieuwe golf werd Blondie wereldberoemd, The Ramones een punklegende, Television een gewaardeerde cult-act. De groep rond zanger David Byrne volgde een ander traject, het verlegde grenzen.
Avant-pop
Het keurslijf van de populaire muziek heeft David Byrne nimmer gepast. Hij is een observator à la Lou Reed, een conceptueel kunstenaar als Laurie Anderson. Onder zijn leiding ontwikkelde Talking Heads zich in luttele jaren van new wave-trio tot negenkoppig funk-orkest. Voor de muziekliefhebber was het adembenemend.
Begin jaren tachtig begon het rockcorset te knellen. Byrne maakte met de Britse studiovisionair Brian Eno een baanbrekend album dat preludeerde op sample-muziek. De andere twee van het oorspronkelijke trio, het echtpaar Tina Weymouth (bas) en Chris Frantz (drums), scoorde als Tom Tom Club internationale hits. Avant-garde en pop gaan bij Talking Heads hand in hand.
In 1983 kwamen ze terug met hun beste album, Speaking in Tongues, en een reeks opzienbarende optredens. De nieuwe show was geen traditioneel rockconcert, het was een concept waarin muziek, choreografie, kostumering, belichting en multimedia samenkwamen. Het werd door regisseur Jonathan Demme vastgelegd als de concertfilm Stop Making Sense.
Orgie van funk
Alles aan het optreden en de film is conceptueel. Byrne deconstrueert het fenomeen rockconcert door het te reconstrueren. De film opent met een close-up van een schaduw in de coulissen en eindigt met een blik vanaf het podium op een zaal met extatisch publiek. Doek. Tijdens de aftiteling zien we vanuit de verlaten zaal hoe toneelassistenten het decor afbouwen.
Het optreden opent met David Byrne op een leeg toneel. Hij begeleidt zichzelf op akoestische gitaar, geholpen door een ritmebox die vanaf een cassette uit een gettoblaster klinkt. Anderhalf uur later sluit het concert zinderend af met een orgie van funk. Op het scherm heeft zich de evolutie van de groep – dat wil zeggen, de emancipatie van David Byrne – ontrold.
In de tussentijd speelt de groep zeven van de negen nummers van Speaking In Tongues, aangevuld met een nummer van hun debuutalbum, drie van hun tweede album, twee van hun derde album, twee van hun vierde album en één nimmer opgenomen nummer. What a Day That Was is alleen hier te horen.
We zien de transformatie van David Byrne, van wereldschuwe nerd tot bezeten funkmeister. Treffend is Once in a Lifetime, waarin hij, compleet met bril, de extase van een Amerikaanse plattelandsdominee verbeeldt. Net als David Bowie, die andere theaterman van de rock, zingt hij zijn nummers niet, hij acteert ze. Zijn theater is, alweer als Bowie, tegelijkertijd naturel en conceptueel.
Gortdroge registratie Stop Making Sense, concertfilm en gelijknamig livealbum, markeerde het artistieke hoogtepunt van de groep. Na de tournee van 1983 zouden ze nooit meer optreden. Ze maakten nog drie albums, maar haalden nimmer het niveau van Speaking in Tongues en de daarop volgende concertfilm. De fut leek eruit en eind jaren tachtig was het voorbij.
Paolo Sorrentino liet zich door Stop Making Sense inspireren voor zijn This Must Be The Place, de film die voorafgaat aan La GrandeBellezza. Het gelijknamige nummer – David Byrne herhaalt in Sorrentino’s film zijn enscenering in de concertfilm – is in het nieuwe millennium uitgegroeid tot het populairste liedje van de groep, inmiddels meer dan veertig keer gecoverd.
Stop Making Sense inspireerde ook David Byrne. Regisseur Spike Lee filmde op diens verzoek Byrne’s Broadway-voorstelling American Utopia, een performance waarin muziek en choreografie samenvloeien. (De film was te zien tijden IDFA 2020 en verschijnt binnenkort in de Nederlandse bioscoop.)
Jonathan Demme’s concertfilm uit 1983 is gortdroog, het eerste publiekshot is op een uur en 24 minuten. Dat is een wijze aanpak, want de voorstelling is zo doordacht van opzet en uitvoering dat een simpele registratie genoeg is om er spektakel van te maken. En voor wie Talking Heads nog niet kent, is Stop Making Sense een overweldigende kennismaking met de beste band van de wave-generatie.
*** IFFR Unleashed – 1984: Sans Soleil Herinneringen van een rusteloze premiejager
door Cor Oliemeulen
Chris Marker wordt beschouwd als een van de meest innovatieve film- en documentairemakers van de jaren 60 en 70. Maar zijn meest gewaardeerde productie is Sans soleil uit 1983 waarin de menselijke herinnering centraal staat.
Dit moeilijk te duiden filosofische beeldessay van de Franse cineast en videokunstenaar Chris Marker komt tot de kijker als een persoonlijk dagboek dat wordt voorgelezen door een vrouwenstem. Het leidt tot een film over subjectiviteit, dood, identiteit en bewustzijn. Markers toenmalige kijk op de wereld voedt zich met levenservaring die hij jarenlang opdeed in alle uithoeken van de wereld.
Raakvlakken en associaties Sans soleil focust vooral op Tokio, maar maakt kleine uitstapjes naar andere continenten. Op een hoogst originele manier legt Marker verbanden die alle kanten opschieten. Zo leren we van de voice-over dat de kunstenaar het beeld van drie kinderen op een weg in IJsland in 1965 voor hem het ultieme geluk uitstraalt. Dat beeld wordt direct gevolgd door rijke, gehaaste Japanners op het vliegveld en op een veerboot. We horen hoe Marker zich voelt als een rusteloze premiejager, die na enkele malen rond de wereld te hebben gereisd, mogelijk alleen nog maar oog lijkt te hebben voor het banale, hoewel dat bij hem soms juist abnormaal lijkt.
Van emoes in Île de France, meisjes op de Bissagoseilanden van Guinee-Bissau die zelf hun verloofden uitkiezen, rouwende bezoekers van een Japans kattenkerkhof naar een door bier van gefermenteerde melk bedwelmende alcoholist die al regelend het verkeer ontregelt. Ogenschijnlijk losse beeldfragmenten die middels filosofische beschouwingen plotseling raakvlakken en onverwachte associaties krijgen.
Ook de Afrikaanse vrouwen op een markt lijken in eerste instantie zo gewoon en op afstand, totdat ze heel kort in de camera kijken en daardoor een gezicht krijgen. En dan weer terug naar Tokio, een stad die door Markers lens voelt als een stripverhaal. Een snelle gedachte aan een film van Godard, een toneelstuk van Shakespeare en een vijftiende-eeuws gedicht van Basho. Al even gemakkelijk en acceptabel linkt een uitspraak van filosoof Rousseau aan de Rode Khmer in Cambodja. ‘Is het toeval of historisch besef?’, citeert de vertelster.
Gefragmenteerd wereldbeeld
De filosofische overpeinzingen verwijzen regelmatig naar beroemde films, zoals Apocalypse Now waarin we het personage van Marlon Brando horen zeggen dat horror een gezicht en een naam heeft, en dat je daarom van horror je vriend moet maken. Marker voegt er dan direct aan toe dat je je van horror kunt bevrijden door het een andere naam en een ander gezicht te geven, om vervolgens in te gaan op Japanse horrorfilms. Ook het uitstapje naar San Francisco waar we alle filmlocaties van Hitchcocks Vertigo bezoeken, lijkt volstrekt willekeurig, echter blijkt toch op de een of andere manier te passen in Markers gefragmenteerde wereldbeeld van herinneringen.
Qua aanpak en vormgeving doet Sans soleil heel af en toe denken aan het caleidoscopische Koyaanisqatsi dat in hetzelfde jaar 1983 werd gemaakt. Echter waar documentairemaker Ron Fricke kiest voor grote groepen mensen als naamloze individuen in een immens, vaak verontrustend, decor koppelt Chris Marker de mens aan andere plaatsen en tijden. En waar in Koyaanisqatsi de beelden sfeervol worden begeleid door de minimalistische synthesizermuziek van Philip Glass, hoor je in Sans soleil experimentele elektronische interpretaties van muziekstukken van de Russische componist Moessorgski (onder andere Sunless = sans soleil) met een onthechtende uitwerking en als doel sommige herinneringen van de maker te vernietigen.
De subjectiviteit van herinneringen en observaties, de muziek en de soms hallucinerende videokunst (onder meer abstract gekleurde beelden van kamikazepiloten boven Pearl Harbour) maken van Sans soleil een transcendent filmessay dat een nieuwe trend zette in de non-fictiefilm. Een persoonlijk monument, dat bewust wat op afstand blijft door de maker in de derde persoon te introduceren (Chris Marker wilde ook niet voor niets niet als regisseur op de aftiteling worden vermeld). Op die manier blijft er voldoende ruimte voor de kijker om diens eigen herinneringen en associaties op de meanderende beelden en woorden los te laten.
De gele hesjes domineren het nieuws allang niet meer, maar nog wel de levens van hen die tijdens demonstraties blijvend verminkt raakten. Regisseur David Dufresne stelt voormalige gele hesjes, politiemedewerkers, sociologen en andere deskundigen de vraag: was het politiegeweld destijds buitensporig?
Hoe zat het ook alweer? De beweging die de geschiedenis in zou gaan als de Gele Hesjes ontstond al in 2018 op Facebook, maar werd pas in 2019 wereldnieuws toen ontevreden Franse burgers massaal de straat opgingen. De beelden van gewelddadige gele hesjes en een bij vlagen nog gewelddadiger leger van ME’ers schokten de wereld.
Nu de rust is wedergekeerd, confronteert Dufresne voor- en tegenstanders van het politieoptreden met de beelden hiervan. We zien ME’ers die inhakken op demonstranten, mensen uit auto’s sleuren en individuen meppen die weerloos op de grond liggen. Een demonstrant provoceert de aanwezige politiemacht in de hoop hen uit de tent lokken. Natuurlijk trapt één ME’er, woest om zich heen slaand met zijn gummiknuppel, in de door de demonstrant gezette val.
Het meest confronterende beeld is een groep arrestanten, knielend met de handen op het achterhoofd. Dienders van de staat staan er smalend omheen volgens een van hen is het ‘une classe qui se tient sage’ (een klas die zich goed gedraagt).
Filosofische zwaargewichten Tussen deze beelden door zien we slachtoffers, ooggetuigen en deskundigen die hun visie geven over wat ze zien. Dufresne plaatst alle gezichten die de kijker ziet tegen een zwarte achtergrond, stilistisch fraai en bovendien is iedereen zo gelijk. Ook geeft de regisseur de mensen in beeld geen namen of titels. We zien dus niet dat we kijken naar een geel hesje, een deskundige of een woordvoerder van de politie. Dit moet het publiek zelf uit de woorden opmaken.
Ze bediscussiëren de rol van de politie binnen de samenleving. De agent is de enige in de samenleving die geweld mag gebruik en dit recht geeft hem een grote verantwoordelijkheid. Hierbij vliegen de uitspraken van filosofen de kijker om de oren. De filosofische zwaargewichten Weber, Rousseau, Arendt en Foucault komen voorbij. De overpeinzingen over de rol van de politiemacht, hoewel soms moeilijk te volgen, vormen een goed tegenwicht tegenover het nogal masculiene geweld in de straten van Parijs en andere Franse steden.
Geen toekomst Dufresne, als filmmaker het meest bekend van de experimentele roadmovie Prison Valley (2010), is in de rol van journalist en schrijver al even maatschappijkritisch. Volgens zijn zus is hij ‘trouw aan de idealen uit zijn jeugd’. Un pays qui se tient sage ademt dit idealisme, maar toch bekruipt het gevoel dat in deze documentaire meer had gezeten.
Een documentaire heeft, evenals een fictief verhaal, een plot nodig waarin een verhaal of een hoofdpersoon zich ontwikkelt. Deze ontwikkeling is bij Un pays qui se tient sage nauwelijks zichtbaar. De film bestaat enkel uit een orgie van politiegeweld, doorspekt met (quasi)filosofische uitspraken over de rol van de politie in een democratie. Wie de film na een uur voor lief neemt, mist inhoudelijk niets.
Waarom gaat regisseur Dufresne niet dieper in op de achtergrond van de gele hesjes? Ze worden tot bloedens toe in elkaar gemept door dienders van een staat die hen niet lijkt te representeren, een staat die meer en meer een vertegenwoordiger lijkt van de aan tradities en sociale verworven vasthoudende Franse middenklasse. De in gele hesjes gestoken marginalen, veelal laaggeschoold en zonder vast contract, worden door de staat en de middenklasse met de rug aangekeken en aan hun lot overgelaten. Het is jammer dat Dufresne deze maatschappelijk tweedeling, die zich in Frankrijk nadrukkelijker manifesteert dan in de omringende landen, nauwelijks belicht.
Deze film is vanaf 4 maart te zien op Picl en Vitamine Cineville.
De titel doet vermoeden dat de laatste film van regisseur Maite Alberdi een spionagefilm is in de trant van 007. Na het zien van de film blijkt dit in het geheel niet het geval te zijn, maar wat is het dan wel?
De drieëntachtigjarige Sergio Chamy beantwoordt een advertentie van een detectivebureau waarin ze zoeken naar een undercoveragent. In tegenstelling tot de meeste personeelsadvertenties is het ditmaal geen probleem dat de sollicitant op leeftijd is. Sterker nog, ze zoeken juist iemand van tachtig plus. Na een uitgebreide sollicitatieprocedure krijgt Sergio de opdracht.
De weduwnaar leert zo goed mogelijk om te gaan met een mobiele telefoon zodat hij kan communiceren met zijn opdrachtgever. Hij moet in een bejaardentehuis gaan wonen om uit te zoeken of het personeel steelt van de bewoners. De dochter van een van de bewoonsters vermoedt dat dit het geval is en nam daarom een detectivebureau in de hand.
Traliewerk Een leuk detail is dat The Mole Agent een Nederlandse inbreng heeft. Vincent van Warmerdam, de broer van regisseur Alex van Warmerdam, componeerde de muziek voor de negende documentaire van Alberdi. Bijna altijd stelt deze regisseur sociale kwesties aan de kaak, zo ook in The Mole Agent. Eerder bracht ze de ouderen van haar thuisland Chili in beeld, in de films Yo no soy de aquí (2016) en La Once (2014).
Origineel is de regisseur ditmaal zeker, ze gaf de spion op leeftijd opdracht te infiltreren in het bejaardentehuis en deed tegelijkertijd alsof er gefilmd werd voor een documentaire. De kijker ziet voornamelijk de beelden die de filmcrew schoot. Door het verhalende karakter heb je als kijker vaak het idee dat je naar een speelfilm kijkt, maar The Mole Agent is wel degelijk een documentaire.
Sergio had er eveneens geen idee van dat hij de hoofdrolspeler van een documentaire was. Aanvankelijk vervult hij zijn opdracht voortvarend, maar gaandeweg trekt hij zich het lot van de bewoners steeds meer aan. De empathische man wint al snel de harten van de voornamelijk vrouwelijke bewoners en probeert hen zo goed als hij kan bij te staan en te helpen. Hierdoor lukt het de crew om de eenzaamheid, de verveling en de doelloosheid van de bewoners vast te leggen. Het meest aangrijpend zijn de bewoonsters die achter het traliewerk van de ijzeren poort bij de ingang staan en zich afvragen waarom ze de deur niet uit mogen.
Gissen Tegelijkertijd verklaart de documentaire niets. Geen moment wordt duidelijk waarom de senioren in het tehuis zo eenzaam en verveeld zijn. Is de oorzaak een gebrek aan financiële middelen? De kijker kan alleen maar gissen dat dit wellicht de oorzaak is, maar weet dan nog niet waarom de Chilenen niet beter voor hun oudere landgenoten zorgen. Het Zuid-Amerikaanse land is immers allang geen ontwikkelingsland meer.
De unieke manier waarop Alberdi deze film gemaakt heeft, stelt haar in staat om dicht op de huid van de hoofdrolspelers te komen, maar is tegelijkertijd een valkuil. The Mole Agent mist de spanning en de plotontwikkelingen van een speelfilm, maar ook de diepgang van een documentaire. Dit maakt het laatste werk van de Chileense documentairemaakster tot iets dat vlees noch vis is.
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
door Jochum de Graaf
Het is natuurlijk maar relatief of je een film politiek of geëngageerd kunt noemen. Pakweg de helft van de IDFA-films kun je met gemak onder het thema ‘politiek’, ‘maatschappelijk’, ‘sociaal bewogen’ scharen. Voor de wegwijzers Power to the People en The Backstage of Politics zijn een stuk of twintig films geselecteerd.
Opmerkelijk dan toch dat in het juryrapport van Best Feature Length-winnaar Radiography of a Family (niet in deze selectie opgenomen), regisseur Firouzeh Khosrovani geroemd wordt omdat ze ‘zo subtiel en poëtisch laat zien hoe politiek een gezin voor altijd kan veranderen’. En het toeval wil dat in deze laatste aflevering van Power to the People en The Backstage of Politics toevallig ook twee andere award-winnaars zijn opgenomen. Gorbachev. Heaven won de prijs voor Beste Regie en Inside the Red Brick Wall de prijs voor de Beste Montage.
Gorbachev. Heaven
Daar zit hij dan, als enige, aan een lange tafel, moeizaam aan komen strompelen met looprek. De tafel is goed Russisch gedekt, kenmerkend met flesjes sap, schaaltjes vleeswaren, een kokkin brengt hapjes en wodka. Vooral zijn hoofd is dikker geworden, met die kenmerkende bloeduitstorting, een broze man. Dit is de man die het leven van miljoenen mensen ingrijpend veranderd heeft.
Michael Gorbatsjov (89), de laatste secretaris-generaal van de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie), de man die met zijn politiek van perestrojka en glasnost het einde van de Koude Oorlog en daarmee ook van de Sovjet-Unie in gang zette.
Regisseur Vitaly Mansky – hij maakte op het vorige IDFA furore met Putin’s Witness – concentreert zich op zijn eigen beelden van Gorbatsjov, maakt geen gebruik van archiefmateriaal, slechts af en toe een foto met korte tekst over wie Breznjev en Andropov ook al weer waren. Zo krijg je een levendig gevoel hoe Gorbatsjov zijn eigen leven ziet. Er ontstaat een boeiend, ietwat verleidelijk beeld van zijn karakter, teder en humoristisch, maar soms een hint naar zijn donkere kwaliteiten. Gorbatsjov citeert dichters Poesjkin en Yesenin, en zingt voluit Oekraïense volksliedjes.
Mansky hanteert een doortastende, vasthoudende interviewstijl, bepaalt Gorbatsjov telkens weer tot het onderwerp. Waarom vermijdt hij de ineenstorting van de Sovjet-Unie, waarom gaat hij niet in op de vraag of hij het Sovjetleger heeft bevolen het vuur te openen in de Baltische staten? Gorbatsjov zwijgt, krabt zich langdurig aan een huidwond op zijn arm.
Gorbatsjov doet een paar onthullende observaties. Ronald Reagan zag hij als ‘een echte dinosaurus’; hij is hoogst onaangenaam over zijn opvolger Boris Jeltsin. Op de vraag wie van de Sovjetleiders nog als socialist kan worden beschouwd, antwoordt hij schalks lachend: ‘ik natuurlijk’. Over Poetin is hij de ene keer diplomatiek en een andere keer nauw verholen scherp kritisch. Tijdens de Oudejaarsviering in de flat bij assistent Volodya en zijn vrouw Tanya is Poetin alom tegenwoordig op de tv-schermen. Het is vast toeval, maar wanneer Poetin zijn Nieuwjaarstoespraak uitspreekt, verliest Gorbatsjov zijn gehoorapparaat.
Het slot is weemoedig, melancholiek over zijn toewijding aan zijn vrouw Raisa, nu alweer twintig jaar geleden overleden. De vrouw die bekend stond als de eerste en enige first lady van de Sovjet-Unie. We zien een prachtige scène met Gorbatsjov als een klein figuurtje in de deuropening van zijn kantoor naast een enorme foto van een glimlachende Raisa. Gorbatsjov brengt een bezoek aan haar graf op de schitterende begraafplaats Novodjevitsje. Hij zegt dat hij al geboekt heeft voor een eigen plaats.
Gorbachev.Heaven is een meeslepende terugkijk op een leven dat de wereld veranderd heeft.
Inside the Red Brick Wall
PolyU, de polytechnische universiteit van Hongkong, ingeklemd tussen wolkenkrabbers en een wirwar van snelwegen, werd tijdens de grote demonstraties zomer 2019 in Hongkong tegen de gewraakte uitleveringswet van de Volksrepubliek China twee weken lang belegerd door de politie. Studenten hebben zich in de steeds grimmig wordende strijd verschanst in het rood bakstenen gebouw en komen meer en meer als ratten in de val te zitten.
Inside the Red Brick Wall (de titel slaat zowel op de kleur van het gebouw als op de straatstenen die de studenten naar de politie gooien) is een onverhuld verslag van de schermutselingen tussen studenten en politie. Het begin is nog energiek en moedige studenten weten soms inventief een gat in de belegering te vinden, gaandeweg wordt het een kat-en-muispelletje en je weet de afloop van de ongelijke strijd. Behalve met stokken, stenen, slagwapens, traangas, waterkanonnen, helmen, bivakmutsen, wordt de strijd in dit digitale tijdperk ook met iPhones, grote screens met eigen tv-kanalen gevoerd.
Daarbij is het ook een propagandaoorlog. De strijdende partijen bestoken elkaar aan de frontlinie met luide leuzen en keiharde muziek: de demonstranten spelen keihard ‘Fuck the Popo’, de politie tracht de moraal te ondermijnen met ‘Surrounded’ en ‘Ambush from Ten Sides’.
Moeten de demonstranten de strijd opgeven, zich naar buiten vechten, toch nog volhouden? Gaandeweg slaan de angst en vertwijfeling toe. Buiten de Red Brick Wall is het zeker dat ze hardhandig opgepakt worden en lange gevangenisstraffen tegemoet kunnen zien. Maar het bijzondere aan de film is dat je er als het ware helemaal in wordt gezogen door de vrijwel zonder uitzoomen vanaf ooghoogte gefilmde scènes vanuit verschillende perspectieven. Een briljante montage van de HK Documentary Filmmakers, terecht beloond met de Best Editing Award.
Final Account
‘Monsters, schreef Primo Levi ooit, ‘zijn altijd aberraties. Maar de kleine lieden die vanaf de zijlijn toekijken en af en toe voorover leunen om een handje te helpen: die zijn het echte gevaar. Die zijn veel erger dan de monsters.’
De Britse documentairemaker Luke Holland, die kort na het voltooien van zijn magnum opus overleed, verzamelde in ruim tien jaar getuigenissen van Duitsers en Oostenrijkers die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de nazi’s stonden. Kleine krabbelaars die in het Duitsland en Oostenrijk van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw een ‘normaal’ leven leidden als frontsoldaat, als eenvoudige accountants of opgroeiden in de Hitlerjugend.
Mensen als Margarette Schwarz, die zich herinnert dat haar tanden gevuld en rechtgetrokken werden door gevangenen van Dachau. ‘Het waren hele aardige gevangenen’, zegt ze. Een man als Herman Knoth, die uitlegt dat de Waffen-SS in hoog aanzien stond als de elite van de natie, ‘niet alleen fysiek, ook geestelijk’. En iemand als Karl Hollander, die half doof en blind aan het eind van zijn leven benadrukt dat hij nog steeds grote bewondering voor Hitler heeft en die joden, ja dat was misschien erg, maar ze hadden veel eerder een eigen land moeten krijgen.
Ze voelden zich geborgen in de sportieve cultuur van de Hitlerjugend, loven de kameraadschap van de SS, en die kampen hadden toch ook betekenis voor de lokale economie: de bakkers, slagers, kruideniers, iedereen profiteerde ervan, alleen de mensen die opgesloten zaten niet. Na zoveel jaar ontkennen ze dat ze wisten wat er aan de hand was – ‘wir haben es nicht gewusst’ – of wanneer ze er wel iets van hadden geweten, droegen ze geen verantwoordelijkheid, waren slechts een klein radertje in het geheel, ‘we konden niet anders’. Slechts een enkeling bekent dat toch menigeen geweten moet hebben wat er aan de hand was, op twee kilometer van de kampen kon je de verbrande lijken nog ruiken.
Onthutsend die slotscène in Wannsee, de ‘schuldige’ locatie waar de Endlosung werd uitgedacht en waar de bejaarde Hans Wierk, gewezen frontsoldaat, zijn schaamte uitspreekt voor de Duitse geschiedenis. Tegenover hem een niet nader aangeduide, lompige kale student die hem daarvoor hekelt: de oude man zou zich veel meer zorgen moet maken over Albanese immigranten die rovend rondtrekken. Met zijn hoofd in de handen, luisterend naar deze tirade, roept Wierk radeloos en bijna in tranen: ‘ik vraag alleen dit van jou, laat je niet verblinden’.
Final Account is een eenvoudige, onopgesmukte studie van het alledaagse kwaad, een die de ooggetuigenverslagen in balans brengt met archiefbeelden, geprojecteerd op muren van gebouwen en huizen waar het zich allemaal afspeelde. Melancholieke beelden van bergen, bossen en door bladeren overwoekerde spoorlijnen in winterkleuren.
De film laat expliciet zien hoe honderd grijstinten samen een duisternis kunnen vormen. En impliciet waarschuwend dat het nog een keer zou kunnen gebeuren.
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
door Jochum de Graaf
Als het om de achterkant van de politiek en over de macht aan het volk gaat, zijn de Verenigde Staten op dit moment wel het meest interessante land om de ontwikkelingen te volgen. In aflevering 2 van de politieke wegwijzers van IDFA drie urgente films.
City Hall
Het is misschien niet zijn absolute magnum opus, daarvoor heeft de 90-jarige Frederick Wiseman sinds 1963 te veel documentaire meesterwerken gemaakt, maar zonder twijfel is City Hall opnieuw een indrukwekkende aflevering uit zijn lange carrière sinds 1963.
In de herfst van 2018 en de winter van 2019 volgde Wiseman het stadsbestuur van Boston en in City Hall worden we ruim vier en een half uur ondergedompeld in het openbare leven van Amerika’s meest Europese stad. 272 Minuten waarin we burgemeester Marty Walsh, Democraat van Ierse komaf, volgen bij zijn werkbezoeken in de wijken, zijn ontmoetingen met zakenlieden in de haven die hij toespreekt over de impact van klimaatverandering, met veteranen die in Faneuil Hall hun verhalen vertellen op 11 november Veterans Day, met de vrijwilligers van Goodwill Industries bij de viering van Thanksgiving Day, met de organisatoren van de Boston Red Sox Parade ter viering van het kampioenschap.
Telkens maakt hij het persoonlijk: met de veteranen deelt hij zijn strijd tegen alcoholisme, met een groep protesterende verpleegsters het verhaal van kanker in zijn kinderjaren, met een groep latino’s die opkomen voor een betere scholing en opleiding refereert hij aan de emancipatiestrijd van de Ieren, de bevolkingsgroep waar hij zelf uit voortkomt.
Maar City Hall is niet alleen een studie van de burgemeester maar vooral ook hoe een stadsbestuur, met al zijn afdelingen en diensten, met politie en brandweer, met burgerzaken, diversiteitsraden, vuilnisophaal, armoedebestrijding, veteranenzaken, huisvesting en ongediertebestrijding functioneert. En ook hoe die alledaagse gang van zaken daar bovenuit stijgt en de grote vraagstukken van het leven aanraakt.
Illustratief is de scène waarin een blanke veteraan met een arbeidersachtergrond bezoek krijgt van de ongediertebestrijding, het gaat na verloop van tijd niet zozeer om de last van de muizenplaag die hij heeft maar om zijn schaamte voor de omstandigheden waarin hij leeft.
Vooral in het begin mis je de context van de film; waar zijn we en wie is er nu eigenlijk aan het woord. Maar dat is nu het eigene, fascinerende van Wisemans aanpak, in plaats van talking heads met tijd en plaats op te voeren maakt hij documentaires waarin de actie de informatie is.
In plaats van een dramatische verhaallijn van personages biedt Wiseman een uitgekiende spanningsboog van ideeën. De film begint met een overzicht hoe de ruim 300 telefonisten binnenkomende telefoontjes afhandelen en eindigt met een indrukwekkende ‘State of the city’-toespraak van Marty Walsh in Symphony Hall.
Natuurlijk, vier en een half uur is een forse zit en tussen de scènes kun je je rustig even een hapje eten en drinken, een sanitaire stop maken, of met je huisgenoten de crisis bij Forum voor Democratie doornemen, maar bij iedere volgende scène haak je toch weer aan bij het fascinerende beeld hoe een fatsoenlijke overheid en daarmee onze democratie werkt.
City Hall gaat de tegenstellingen in de stad tussen verschillende bevolkingsgroepen niet uit de weg, maar laat vooral ook zien hoe de ambtenaren en politici in Boston telkens stuiten op het beleid van de regering Trump. Wiseman in een interview bij het Toronto Film Festival: ‘City Hall is een anti-Trumpfilm omdat de burgemeester en de mensen die voor hem werken geloven in democratische normen. Ze vertegenwoordigen alles waar Donald Trump niet voor staat.’
White Noise
Van een geheel ander kaliber is White Noise, Daniel Lombroso’s intrigerende inkijk in de wereld van alt-right (alternatief rechts) in de VS. ‘Heil Trump’ roept bedenker van de term Richard Spencer, al drie dagen dronken na diens verkiezingsoverwinning in 2016 en in het publiek wordt fors de rechterarm in de lucht gestrekt. Verderop in de film komt Spencer in moeilijkheden als organisator van de demonstraties in Charlotsville waar een demonstrant door een auto wordt overreden en waar Trump uitroept dat er schuldigen zijn ‘on many sides’.
‘Fuck Islam’ schildert influencer Laura Southern met lippenstift op haar wang en we volgen haar op bezoek bij geestverwanten in Frankrijk en in Rusland waar ze tamelijk naïef de inmenging van Poetin in de Amerikaanse presidentsverkiezingen zegt te onderzoeken.
Mike Cernovich, de derde alt-righter die we volgen, is een straffe anti-feminist die zich ontwikkelt tot complotdenker, nationalist en Trump-propagandist.
Al krijgen we soms een glimp van twijfel en frustraties van de drie protagonisten te zien, White Noise schetst toch vooral een genadeloos beeld van de deerniswekkende narcisten en aandachtstrekkers die extreemrechts bevolken.
MLK/FBI
Martin Luther King groeide na zijn gewelddadige dood in 1968 tot een held van bijna mythische proporties. In MLK/FBI, Sam Pollards docu over de jacht op King door de FBI, wordt hij teruggebracht tot redelijker proporties. Hij had weliswaar enorme gaven, organisatietalent en die weergaloze retoriek, maar het was ook een man met een aantal karakterzwakheden.
Van de FBI daarentegen en zijn grote voorman J. Edgar Hoover, in de jaren ‘50 en ‘60 met een zorgvuldig opgepoetst onkreukbaar imago, krijgen we te zien hoe ze in werkelijkheid in die jaren uitgroeiden tot een daadwerkelijke deep state, een in het duister opererende schaduwoverheid. In de jacht op King werd geen middel geschuwd om bewijsmateriaal tegen hem te verzamelen: over zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën, over het privéleven van zijn belangrijkste assistent die er communistische sympathieën op na zouden houden en vooral ook over zijn buitenechtelijke escapades.
Al dat bewijsmateriaal wordt op volstrekt illegale wijze verkregen, met het onder druk zetten van naasten van King, met het afluisteren van zijn telefoongesprekken, met geheime opnamen van zijn vele ontmoetingen met allerlei prominenten als president Johnson. Het gaat zover dat de FBI een brief met uitgebreide details over zijn seksuele escapades dreigt te openbaren, in een poging hem tot zelfmoord aan te zetten.
Met een goed gemonteerde combinatie van reportages, interviews, slim gekozen fragmenten uit speelfilms, van commentaar voorzien door personen als FBI-directeur James Comey en burgerrechtenactivist Andrew Young wordt de jarenlange heksenjacht in beeld gebracht. Het is de tijd waar nog onbekommerd het N-woord wordt gebruikt, Martin Luther King is ‘the most dangerous negroe in America’.
Onthutsend is het speelfilmfragment waarin een zwarte jongen gelyncht wordt nadat hij zich aan een blank meisje zou hebben vergrepen. Maar het is anderzijds ook de tijd van optimisme en hoop, de sixties en de opkomst van de burgerrechtenbeweging, die met de moord op Martin Luther King even de kop in werd gedrukt, maar achteraf toch doorzette.
MLK/FBI is een zeer belangwekkende historische reconstructie van een scharnierpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten.
Documentaire-festival Amsterdam begint 18 november 30 Tips voor IDFA 2020
door Bob van der Sterre
Deze IDFA is alles anders. Het festival dat begint op 18 november en eindigt op 6 december zal zich grotendeels online afspelen. Wat valt er te zien? InDeBioscoop duikt weer diep in het programma en maakt een top 30 van films.
Onderstaande links leiden naar de pagina van de documentaire op de IDFA-site, waar je ook meteen kaartjes kunt bestellen. Het leeuwendeel van de bezoekers zal met het geringe aantal ‘echte zitplaatsen’ de films online gaan kijken. Het is best ingewikkeld allemaal dus… misschien wel handig om de instructievideo’s te bekijken.
Let op als je écht naar de bioscoop wil: er zijn heel weinig kaartjes beschikbaar. Voorstellingen zijn dus nóg sneller uitverkocht dan andere jaren.
Top 30 IDFA 2020
Deze 30 films (hier per thema ingedeeld) raden we aan. Dat wil niet zeggen dat je er blind heen moet of er verder geen andere films de moeite waard zijn. Er zijn gewoon ontzaglijk veel films en elke selectie helpt met zoveel films. Klik op de titel voor een link naar de website van IDFA. De redactie van InDeBioscoop wenst alle IDFA-gangers veel plezier!
Auteurs Epicentro
Film van Hubert Sauper, regisseur die beroemd werd met de documentaire Darwin’s Nightmare. Een nieuwe film gemaakt over Cuba. Volgens IDFA een ‘kalm, caleidoscopisch portret’. Ongetwijfeld het aanzien waard, ik kan niet wachten.
Coming of age Il mio corpo
Een Italiaan en een Nigeriaan hebben meer gemeen dan je zou denken. Deze film van Michele Pennetta laat coming-of-age nu eens niet op de meest afgezaagde manier zien. Hun leeftijd speelt meer een bijrol. Er is veel meer coming of age: Far from You I Grew (jongens die weglopen in Odessa); Long, Live, Love (tiener van vijftien die al twee keer kanker heeft gehad); Things We Dare Not To (Mexicaans jongetje trekt soms meisjeskleding aan).
Dieren & natuur Gunda
Victor Kossakovsky, van wie ik al lang fan ben, maakt mij als vegetariër (is hij zelf ook) erg blij met een lieve film over varkens. Erg spijtig is dat deze filmtip al nergens meer op slaat want er is maar een voorstelling in Tuschinski en die is uiteraard al uitverkocht. In verband met distributie-afspraken is er geen online versie van. Klote-corona! Dan misschien maar naar Stray (over drie zwerfhonden).
Drama Everything Will Not Be Fine
Een intieme film over mensen die kampen met de gevolgen van de kernramp in Tsjernobyl. Deels egodocument (regisseurs Adrian Pirvu en Helena Maksyom zijn de hoofdrolspelers) maar ze ontmoeten ook anderen die hiervan dagelijks de gevolgen merken.
Egodocumenten 5 Houses
‘Bitterzoete zoektocht’ naar jeugdherinneringen in Brazilië van Bruno Gularte Barreto. Oude dozen in de schuur van je opa: soms heb je niet meer nodig.
Experimenteel The Foundation Pit
Met de toegenomen beeldkwaliteit van smartphones, zie je ze ook vaker terugkeren in documentaires. Zoals vorig jaar bijvoorbeeld in Selfie. In deze Russische film monteerde Andrey Gryazev zelf gefilmde scheldkanonnades van zijn landgenoten. Het artistieke zit hem in het samenballen van kritiek in één goedlopende superfrustratie.
Families El Father Plays Himself
Uit het Best of Fests-programma is dit een curieuze film van een man (Jorge Thielen Armand) die een fictiefilm maakte over zijn vader (die tijdens afgelopen IFFR te zien was), die zelf weer gefilmd werd (door Mo Scarpelli) tijdens het filmen van die film. Reken op veel pijnlijke discussies, heftige schreeuwpartijen, huilbuien. IDFA zegt: ‘Het gebruik van fragmenten uit homevideo’s van een jonge vader en zoon voegt een ontroerende en pijnlijke laag toe’. Dan weet je het wel. Een stuk meer ontspannend is Bosco.
Fictie? The Filmmaker’s House
Documentairemaker Marc Isaacs beschrijft een wanhopige poging om een documentaire te maken met mensen uit zijn eigen omgeving. Spannend!
Geschiedenis An Ordinary Country
Een stroom van illegale opnamen van de Poolse geheime dienst in de jaren zestig, zeventig en tachtig aaneengeplakt door Tomasz Wolski. Geweldig documentairemateriaal dat bijna niet te verknallen is. Zal op zijn minst een fascinerend inkijkje geven in wat een totalitaire staat behelst.
IDFA-gast Fire at Sea
Bijzondere film uit 2016 over migranten op Lampedusa heeft al menig filmfestival gezien. Een van de films van het retrospectief van Gianfranco Rosi.
Internet Feels Good Man
De meme Pepe the Frog was een underground cartoon, tot een van de plaatjes een meme werd. Daarna ging het van kwaad tot erger: het werd een symbool van neonazi’s. Film van Arthur Jones focust op wat dat doet met de tekenaar, Matt Furie.
Journalistiek Oeconomia
Deze documentaire buigt zich over de vraag: hoe kunnen we zoveel rijker zijn geworden en merkt bijna niemand daar wat van? Of te wel: wat doet de financiële wereld met geld? Ingewikkeld en serieus onderwerp (hopelijk) teruggebracht tot de menselijke maat. Met deze onderwerpen waar aldoor onbegrijpelijke technische details om de hoek loeren, is het te hopen dat deze film van Carmen Lossmann met beide benen op de grond blijft.
Klassieker Anna
De dakloze Anna (16) wordt in 1972 gevolgd door documentairemakers Alberto Grifi en Massimo Sarchielli. De documentairemakers ontwikkelen een intieme band met haar. Klassieke docu met nagespeelde scènes. Film uit de top 10 van Rosi.
Kunst Paris Caligrammes
Kunstenares Ulrike Ottinger was erbij, in de jaren zestig in de Parijse kunstscene. Niet alleen kunst gaan we zien, ook de foute dingen zoals racisme en kolonialisme. ‘Een collage van archiefmateriaal en fragmenten uit speelfilms en homemovies.’ Kan een prachtduik in de kunstgeschiedenis zijn, maar ook los zand.
Lengte The Works and Days (of Tayoko Shiojiri in the Shiotani Basin)
Ja, kijk maar eens goed: een film van C.W. Winter en Anders Edström waar je om 13.30 binnenstapt en die je om 23.30 weer verlaat. Wie heeft er geen 480 minuten van zijn of haar leven over voor een meditatief meesterwerk, deze ‘integrale registratie van het Japanse plattelandsbestaan’?
Lichtvoetig Garage People
Een portret van hoe Russen omgaan met hun garages. Voor de een fitnessruimte, voor de ander een kippenstal. Ik verwacht dat Natalija Yefimkina hiermee de perfecte vermakelijke documentaire van deze IDFA heeft gemaakt. Ik ben ook wel benieuwd naar The Mole Agent(detective gaat naar een bejaardentehuis) en The Truffle Hunters (truffeljagers in Piemonte).
Maatschappijkritiek Arica
Je zal maar dit Zweedse bedrijf zijn dat giftig spul in Chili wilde laten verwerken. Het werd gedumpt en de mensen in Arica kregen massaal kanker. Een rechtszaak zoekt naar gerechtigheid. Film van Lars Edman en William Johansson Kalén is waarschijnlijk eentje waardoor je uit boosheid de armen van je bank vastgrijpt.
Mannenfilms A Boy
Zo vader zo zoon in Rusland. Regisseur Vitaly Akimov is de zoon van protagonist en dan is er nog het stiefkind van zijn broer.
Mensen Bloody Nose, Empty Pockets
Een laatste etmaal van een buurtkroeg van Las Vegas, waar je de echte Amerikaan nog tegenkomt. Ik verwacht een parade van ‘oorspronkelijke’ karakters die je niet kunt verzinnen als scriptschrijver. Een soort blootgelegd bar-ecosysteem door Bill Ross IV en Turner Ross. Ik ben ook wel benieuwd naar Bitter Love (portret van een riviercruise over de Wolga). De cruise is ontdekt in documentaireland, denk ook aan King of the Cruise vorig jaar.
Misdaad Crazy not Insane
Dorothy Lewis is superkenner op het gebied van seriemoordenaars. Deze film vertelt wat in haar hoofd zit. Kan een interessante film zijn: misdaad ontleed. Film van Alex Gibney, die nu wel een grote meneer is in de documentairewereld (Citizen K, Zero Days, Finding Fela, Mr. Dynamite). Produceert ook veel. Reken op een vlotte documentaire vol interessante feiten.
Nederland Sheltered
Nederlandse docu’s hebben vaak een prettige nuchtere basis. Gewoon camera ergens neerzetten, observeren, mensen laten praten. Denk aan Garage 2.0 (autoverkoperswereld) of Schapenheld (schapenherder). Sheltered observeert een dierenartspraktijk. De film van Saskia Gubbels biedt vast een boel warme momenten over dierenliefde maar zal verder vermoedelijk geen artistieke potten breken.
Onderwijs Hey! Teachers!
Twee jonge leerkrachten in Rusland in deze film van Yulia Vishnevets. Ook hier zal de Russische cultuur vermoedelijk geen seconde vervelen. Wel boeiend om te zien hoe leerlingen en leraren daar met elkaar samenwerken.
Oorlog The Earth is Blue as an Orange
Afgelopen jaren stroomden de docu’s over de burgeroorlog in de Oekraïne binnen. Nu is alleen deze film een afgevaardigde van die oorlog. Hierin kijken we naar het maken van een korte film over een gezin in deze oorlogstijd. Film van Iryna Tsilyk (die dus filmde hoe dochter Myroslava de film filmde in deze film) won in Sundance de prijs voor beste regie. Meer oorlog in Oekraïne is: This Rain Will Never Stop (Oekraïense familie betrokken bij de oorlog in Syrië).
Seksualiteit The Night Flowers
‘Las Flores de la Noche’ heten de Mexicaanse transgenders die in deze film van Omar Robles en Eduardo Esquivel worden gevolgd. Achter deze jongeren schuilt volgens IDFA ‘een authentiek verlangen naar vrijheid’.
Spiritualiteit en religie Songs of Repression
Voer voor veel films geweest: rare Duitse sektes in Zuid-Amerika. Deze bestond echt. Ex-naxi Paul Schäfer had hier in de jaren zestig een sekte in Chili. Deze docu zoomt met veel interviews in op die periode. Film van Estephan Wagner en Marianne Hougen-Moraga in het Best of Fests-programma.
Verdriet The Magnitude of All Things
Voor wie een kleine portie verdriet nog niet genoeg is: deze film van Jennifer Abbott (bekend van The Corporation) gaat over verdriet wereldwijd. Een filmreis vol tranen. Gaat niet per se om afscheid nemen, maar ook verdriet vanwege de impact van het veranderende klimaat.
Vluchtelingen The Blue House
Senegalese kunstenaar leefde in de jungle van Calais, of te wel het intussen opgeruimde vluchtelingenkamp vlakbij die stad. Portret van Hamedine Kane is niet het eerste over dit vluchtelingenkamp maar kan wel een eyeopener zijn voor iedereen die een abstract beeld heeft van ‘de vluchteling’.
Vrouwen Jungle
In deze film van Louise Mootz volgen we vier jonge, ‘luidruchtige’ Parijse vrouwen in hun begin-twintigersbestaan. Uit het Best of Fests-programma. Ook interessant: Dormant (vrouwen in de Argentijnse samenleving).
Wetenschap New Gods
Interessant klinkende korte Franse film van Loïc Hobi. We kijken naar de online optredens van ene LonerWolf58. Lid van de incel-beweging (‘involuntarily celibate’), net als de moordenaar Elliot Rodger, over wie deze film eigenlijk gaat. Vooral het perspectief van de verteller klinkt boeiend: de algoritmen van het internet.
Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.
Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.
Pratende hoofden Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.
Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.
Wederhoor geen kruisverhoor Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.
Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.
Ontwapenend openhartig Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.
Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.
Documentaire die het tragisch geëindigde leven van Thin Lizzy-voorman Phil Lynott retoucheert tot portret van een romantische rockheld. Collega-muzikanten en familieleden nemen het H-woord niet in de mond.
Thin Lizzy is de beste rockgroep die het nooit heeft kunnen maken in Amerika, het beloofde land voor iedere muzikant van een zekere generatie. Tijdens hun hoogtepunt, midden jaren zeventig, was het kwartet – een blanke Ier, een zwarte Ier, een Schot en een Amerikaan – de definitie van rock. Niet hardrock, niet heavy metal en zeker niet metal. Maar rock, onverdund en zonder toevoegingen. Gitaren, branie en outsiderromantiek. Met een herkenbaar eigen geluid, de dubbele, harmoniërende gitaarlijnen.
Phil Lynott (1949-1986), de boomlange bassist van Iers-Nigeriaanse afkomst, was het middelpunt van de band, de leider. Hij trok de aandacht, op het podium als zanger en daarbuiten als rockgod. Hij schreef de teksten, was als co-componist betrokken bij alle liedjes, bepaalde de muzikale koers en domineerde het groepsimago. Een natuurtalent met het charisma van een gulhartige piraat. Half boef, half dromer. Of de boef uiteindelijk de dromer de das om deed, of de dromer de boef, is een vraag die de documentaire Phil Lynott: Songs for while I’m away onbeantwoord laat.
Vrijbuiters en vagebonden
De wereld maakte kennis met Thin Lizzy – vernoemd naar een strip over een vrouwelijke robot, Tin Lizzy – in het vroege voorjaar van 1973 en de hit Whiskey In The Jar. Het Ierse volksliedje werd opgenomen als grap, maar bevat met de wijsheid van achteraf meerdere elementen die de groep en haar loopbaan typeren. Het gaat over een struikrover die wordt verraden door de liefde. De folktraditional is Iers tot in het merg. En de whiskey zou in het geval van Lynott en Thin Lizzy heroïne blijken. Maar ‘there’s smack in the needle’ bekt niet zo lekker.
Lynott, zoon van een Ierse moeder en een Nigeriaanse vader, werd geboren in Londen, maar groeide op bij zijn grootouders in Dublin. Hij voelde zich Iers, identificeerde zich met de Keltische cultuur – en cowboys – was trots op zijn Ierse bloed. Een zwarte Ier was in het Dublin van de jaren vijftig en zestig een exotisch unicum.
Die rol van outsider voedde Lynotts romantische inborst. In de liedjes van Thin Lizzy wemelt het van de vrijbuiters en vagebonden, macho’s buiten de maatschappelijke orde, gebonden aan god noch gebod, gemankeerd door hun ontembare natuur of het drijfzand van de liefde. De boef was de buitenkant van Lynott, achter die façade school een verlegen dromer. De twee kwamen samen in zijn songteksten, die meer persoonlijk getint waren dan het publiek destijds kon vermoeden.
Geretoucheerd portret
Romantiek en roem kunnen een fatale cocktail zijn, zeker wanneer ze samenkomen in een heroïnespuit. Got To Give It Up stelde Lynott in het gelijknamige nummer van het album Black Rose uit 1979. Op die plaat bezingt hij ook Sara, de eerste dochter uit de relatie met zijn latere echtgenote Caroline Crowther (Cathleen, zijn tweede dochter, kreeg haar nummer op zijn tweede soloplaat). Zijn stem werd minder; op het laatste Thin Lizzy-album, Thunder And Lightning uit 1983, met onder andere Cold Sweat, klinkt hij schor en verstopt.
De Amerikaanse doorbraak is er nooit gekomen en niet alleen door botte pech. De eerste tournee door de States werd voortijdig afgebroken omdat Lynott hepatitis had opgelopen (vervuilde naald). De tweede moest worden uitgesteld omdat gitarist Brian Robertson zijn hand had verwond in een ontaarde ruzie. Halverwege de derde Amerikaanse tournee vertrok gitarist Gary Moore (hij was het heroïnegebruik van Lynott en gitarist Scott Gorham beu) en trok de Amerikaanse platenmaatschappij zijn handen van de groep.
Het woord heroïne valt niet in Phil Lynott: Songs for while I’m away. Het is een geretoucheerd portret van een complex talent, met bijdragen van oud-collega’s (eerste Lizzy-gitarist Eric Bell, Scott Gorham, maar geen Brian Robertson), muzikanten (U2-bassist Adam Clayton, Midge Ure, Metallica’s James Hetfield, Suzy Quatro) en familie (zijn vrouw en dochters, moeder Philomena ontbreekt). Dat hij ten onder ging aan zijn imago is een romantisch cliché en een uitgekauwde smoes die de mythe rond Lynotts persoon – en persona – in stand houdt. Deze ‘definitieve’ docu is gelikt, ook qua presentatie. Op YouTube zijn oudere en betere documentaires te vinden.
Phil Lynott: Songs for while I’m away is op 27 oktober in deze bioscopen te zien. Op 23 oktober is de 6CD+DVD Rock Legends verschenen, met demo’s, liveopnames, radiosessies, single edits en de BBC-documentaire Bad Reputation uit 2015.
*** recensieStevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert
Weesliederen uit de gotische koffer
door Alfred Bos
Stevie Nicks introduceert haar nieuwe livealbum met een concertfilm die wereldwijd op twee avonden in geselecteerde zalen is te zien. Er is niet alleen muziek, maar ook een zangeres op haar praatstoel.
In 1981 zei Stevie Nicks tegen haar collega’s van Fleetwood Mac: ‘Ik zal de groep altijd trouw blijven en ik ga een soloplaat maken.’ Dat album, Bella Donna, was in Amerika goed voor drie hits. Opvolger The Wild Heart leverde eveneens drie (Amerikaanse) hits op en zo werd Stevie Nicks de eerste vrouw die tweemaal zou worden opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame: met Fleetwood Mac én op eigen kracht, als soloartiest.
Er zijn weinig muzikanten in geslaagd om buiten een succesvolle groep om gelijktijdig een eigen pad naar bijval en roem te navigeren. Dat zegt iets over Nicks’ talent en, vooral, over haar karakter. Sterke vrouw, onafhankelijk en eigenzinnig, vlinderend door de ijlste regionen van het popbedrijf. Romantisch gelieerd aan meerdere muzikanten van de grootste Amerikaanse bands van de jaren zeventig, Fleetwood Mac en The Eagles, maar slechts éénmaal – en dan voor slechts drie maanden – getrouwd en bewust kinderloos gebleven. Gewone stervelingen schenken de wereld kroost, Stevie Nicks geeft de wereld muziek.
Praatgraag Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert documenteert de tournee van 2017 die in het teken stond van het 24 Karat Gold album uit 2014, een verzameling nummers afkomstig uit (in Nicks’ woorden) ‘the gothic trunk of lost songs’, liedjes over relaties die om uiteenlopende redenen nooit eerder waren uitgebracht. Niet op de langspelers van Fleetwood Mac, omdat de groep met drie componisten materiaal genoeg had. Niet op Nicks’ soloplaten, omdat ze de tijd niet rijp achtte.
De concertfilm is opgenomen in Indianapolis en Pittsburgh, in zalen met de intimiteit van een sporthal. Begeleid door haar vaste band sinds de jaren tachtig, onder muzikale leiding van gitarist Waddy Wachtel, staat Nicks dik twee uur op het toneel voor een selectie bekende nummers uit de vroege jaren tachtig (Bella Donna, Stop Draggin’My Heart Around, Edge of Seventeen, Stand Back) en weesliederen uit de gotische koffer (Starlight, Belle Fleur, I Don’t Care).
Tussendoor vertelt Nicks ontspannen en niet gehinderd door gêne over de achtergrond van een aantal liedjes. Een enkele maal is dat onbedoeld hilarisch, zoals het verhaal over de plaatopnamen van Fleetwood Mac in een Frans kasteel ‘zonder airco en ijsblokjes’. Nicks is in haar woorden ‘a reporter, I chronicle things, I archive things’. Ze is ook brutaal genoeg, zo blijkt, om Prince te bellen en hem te vertellen dat ze een van diens composities heeft herschreven met een eigen tekst en nieuwe muzikale draai: Little Red Corvette werd Stand Back.
Soundstage Sessions
In visueel opzicht is de concertfilm vergelijkbaar met de tv-registraties van Soundstage, de concertreeks van de Amerikaanse publieke omroep waarvan een aantal op dvd zijn uitgebracht (in 2009 de aflevering met Stevie Nicks) . Belichting en montage zijn conventioneel, ondergeschikt aan de performance. De enige concessie aan theatrale presentatie is het – voor stadionconcerten bijna verplichte – levensgrote beeldscherm als achterwand.
De zangeres laat haar publiek na twee uur en twintig minuten niet naar huis gaan zonder haar bekendste en meest gewaardeerde bijdragen aan Fleetwood Mac te hebben gezongen: Gold Dust Woman (wellicht haar signature song), Rhiannon en het gelauwerde Landslide. Het geeft haar ook de kans om haar elfje-op-acid derwisjdans te etaleren. Ondanks haar status heeft Stevie Nicks op haar achtenzestigste nog steeds iets te bewijzen. Daar zal geen fan om rouwen.
Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert is op 21 en 25 oktober in deze bioscopen te zien. Het gelijknamige album verschijnt op 30 oktober.