Planeet van de sensatiebelusten?

Ondertussen, op de redactie:

Planeet van de sensatiebelusten?

RALPH:

Hoe kun je een kikker die in een put leeft de grootsheid van de oceaan duidelijk maken? Hij zal je niet begrijpen – Taoïstisch gezegde.

Ik zag onlangs Planet of the Humans en heb daarna e.e.a. gelezen over de film. Een film die veel (fijn)stof heeft doen opwaaien en ook onze recensent Sjoerd meekrijgt in het aanstippen van de kritiek die de film spuit op hernieuwbare energie.

Het zou de ogen van de ‘groenen’, de ‘duurzaamheidshippies’ en klimaatactivisten hebben moeten openen, maar zij worden nu weggezet als fundamentalisten die niet tegen kritiek kunnen. Want de film is sterk bekritiseerd vanuit de klimaat-activistische hoek. En terecht. Van Michael Moore is bekend dat hij jokt, bedriegt en op grote schaal manipuleert. Hij verstaat de kunst als geen ander om middels selectieve montage menig emotie op te roepen en het kritische denken bij de niet-ingewijden te doen versuffen en je mee te krijgen voor zijn boodschap. (In Bowling for Columbine leek het alsof hij bij het openen van een bankrekening een jachtgeweer kreeg en zijn Sicko is eveneens zeer selectief).

Jeff Gibbs doet weinig anders. Evenals Ozzie Zehner, ze hebben geld in de docu gestoken, zijn overtuigd van hún boodschap, dus hoppatee, open die registers! Het past naadloos binnen de factfree, posttruth samenleving onder Trump, de grootste jokkebrok van allen. Ik laat het  factchecken over aan degenen die er verstand van hebben, zoals Jasper Vis: https://jaspervis.wordpress.com/2020/05/01/ik-zocht-de-feiten-bij-de-film-planet-of-the-humans-van-jeff-gibbs-michael-moore-en-gooide-halverwege-mijn-laptop-in-de-tuin/

Mij gaat het hier over een ander punt. En niet eens het punt dat Jan Rotmans aansnijdt: https://www.trouw.nl/opinie/en-toch-heeft-michael-moore-een-punt-met-planet-of-the-humans~b639b0b4/

Evenals de makers stipt ook Rotmans de voortdurende groei aan. De filmmakers lijken zich vernieuwend te wanen in dat ze de bevolkingsgroei aankaarten en dat dit begrensd zou moeten worden, alsmede onze consumptie. Maar dit is inmiddels al gemeengoed om hierover te spreken.

Planet of the Humans

Ik bemerk in Sjoerds recensie eenzelfde cynisme als in de film. Haha niks werkt, we zijn gewoon met teveel en de energietransitie is onzin. Achter alle bewegingen zit uiteindelijk het grote (corrupte) geld. Kijk eens hoe ‘evil’ ze zijn en ze geloven ook nog in biomassa en moet je eens zien hoe slecht dat is! Lekker kort door de bocht, zodat je niet hoeft na te denken en ook niet hoeft te veranderen, want cynisme impliceert machteloosheid en machteloosheid geeft al aan hoeveel je er aan kan doen: niets. En met een nieuw sprookje gaan we het dan ook niet redden, want sprookjes zijn sprookjes en geen realiteit.

Daar die groeigedachte verweven is met het neoliberale gedachtegoed, zou een kritiek juist in moeten gaan op dat neoliberale doen en laten. Maar men lijkt de eigen kaders niet te zien, zoals de kikkers in de put die horen van een ‘oceaan’. Je kunt de groeigedachte letterlijk toepassen op de bevolkingsgroei of consumptie, maar da’s binnen het kader (erg slap trouwens dat er geen woord is gerept over de vleesproductie en consumptie in de VS. Dat zou van enige durf hebben getuigd, maar net als bij Al Gore, niets over deze ‘olifant’ in de Amerikaanse kamer) van het neoliberalisme.

De andere weg zit hem niet in het afzeiken van nieuwe technologie middels gedateerde beelden, maar in het ter discussie stellen van ons (economische) denken en te zoeken naar alternatieven of ten diepste te beseffen waar we inzitten en je dit niet ongemoeid laten.

PS: Ik moest ‘agitprop’ effe opzoeken trouwens. Wellicht een idee om sommige woorden van iets meer context te voorzien in onze recensies.

 

SJOERD:

Ik ben geen cynicus, maar een optimistische realist. In tijden van rampspoed komt naar mij idee het beste in de mens naar boven. Ik geloof dan ook meer in een Frank Capra-einde dan een Mad Max-dystopie, helaas wel met vele mensen minder op aarde.

Wat ik in de vele reacties op de film bespeur is een defensieve houding. Voorbij al het factchecken maakt de film invoelbaar hoe destructief ons industrieel systeem is. Dat kan nogal rauw op het dak komen van mensen die hun hoop hadden gevestigd op technologische oplossingen voor de ecologische crisis of als activist hun identiteit daaraan hadden verbonden. Ik kan me voorstellen dat mensen dan boos worden, zich verliezen in de details van de film of drogredeneringen in de strijd werpen. Interessant om te zien dat dat laatste vooral gebeurt door mensen werkzaam in de energiesector.

Planet of the Humans

Dan lijkt me dat Planet of the Humans dus toch iets goed doet. Het confronteert mensen met het feit dat de huidige levensstijl niet meer door kan gaan. En daarmee een handreiking om de ecologische ramp een nieuwe plaats in je leven te geven en na te denken over alternatieven.

PS: Wat er ‘neoliberaal’ is aan het bekritiseren van de groeigedachte ontgaat mij. Volgens mij is bijvoorbeeld de degrowth beweging beïnvloed door onder andere E.F. Schumacher toch verre van dat.

 

COR:

Net als politici moeten documentairemakers het hebben van hun geloofwaardigheid. Het is daarom nooit handig (ook al zijn het misschien details) onnauwkeurigheden en gedateerde info gepaard te laten gaan met de boodschap van je verhaal.

 

TIM:

Kritische deconstructies van kapitalisme en hypocrisie juich ik alleen maar toe – daar kun je immers over praten, of het argument nu volledig sluitend is of niet. Het is van groot belang dat thema’s bespreekbaar blijven. Dus natuurlijk moet een documentaire als deze gemaakt kunnen worden. Dat sommige klimaatactivisten (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/30/klimaatactivisten-eisen-verbod-op-nieuwe-film-michael-moore-a3998390) Planet of the Humans klaarblijkelijk willen laten verbieden, is waanzin.

De documentaire raakte mij ten dele kwijt door de duidelijke Moore-trucjes (ja, Jeff Gibbs, maar onder de mantel van Moore is de vraag naar de autonomie van deze regisseur een interessante), die afdoen aan de argumentatie. Ik moest stiekem ook even grinniken toen een door Gibbs bezocht festival een grote dieselgenerator achter had staan, maar daar win je geen enkele oorlog mee.

An Inconvenient Truth

De échte nekslag: het schuldgevoel dat het publiek wordt opgelegd, in een argumentatief kader dat zich gemakkelijk zou lenen voor eugenetische praktijken en ecofascisme. “We zijn met te veel”, stelt Gibbs letterlijk; nadat hij zijn vizier heeft gericht op corporaties en machtsmisbruik, richt hij zich in zijn slotbetoog impliciet tot de kijker. Toen was ik er direct klaar mee. Houd je dialectische antwoord op An Inconvenient Truth (kennelijk zijn daar nu zelfs twee delen van) voor jezelf en had je beperkt tot een meer volwassen vormgegeven discours rond de rol van grote spelers.

 

ALFRED:

Overtuigen op basis van een enkelvoudig gezichtspunt noemt men framing.

Overtuigen op basis van geselecteerde informatie noemt men spin.

Overtuigen op basis van positieve (nieuwe) kenmerken noemt men marketing.

Overtuigen op basis van negatieve (bekende) kenmerken noemt men agitprop.

Overtuigen op basis van bewust onvolledige informatie noemt men propaganda.

Overtuigen op basis van onjuiste informatie noemt men nepnieuws.

De begrippen kunnen elkaar uiteraard overlappen. Agitprop is een vorm van propaganda, marketing gebruikt vaak spin. Met betrekking tot Jeff Gibbs’ De planeet der mensen: kiest u maar.
Eén ding is duidelijk, de kijker wordt schaamteloos gemanipuleerd.

Blijf gezond, en kritisch.

 

SJOERD:

Tim, overbevolking in een adem noemen met ecofascime is een vrij gemakkelijk stromannetje.

 

TIM:

Precies wat ik zeg: Gibbs’ lompe, als spontane meditatie verpakte slotbetoog laat zich in potentie ‘oppikken’ in deze kaders. Of dat daadwerkelijk ook gebeurt, is een andere kwestie, maar ik had de suggestie in spe er liever niet in gelezen.

 

SJOERD:

Het lijkt er op dat je zelf meteen die link legt. Overbevolking is echter naast overconsumptie ook een serieus probleem.

 

YORDAN:

Ik sluit me aan bij Gibbs sceptische houding tegenover technologie. Technologie als oplossing voor ons ecologisch probleem is te vergelijken met iemand die wil afvallen en stopt met het eten van koek en chocola, om vervolgens zoveel “gezondere” snacks te gaan eten dat het eigenlijk geen effect heeft. Als je wilt afvallen, moet je minder eten. Zo simpel is het. We kunnen onszelf niet uit de problemen kopen.

Ik ben het verder ook eens met het idee dat overbevolking de drijvende kracht achter het probleem van overconsumptie is. Het demografische transitiemodel biedt ons wel een antwoord op dat probleem: verdeelde welvaart zorgt voor een bevolkingsafname. De VN voorspelt dat de 12 miljardste mens nooit geboren zal worden.

Mad Max: Fury Road

Als corona mij iets duidelijk gemaakt heeft is dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten en je blind staren op nationale verhoudingen en nationalisme nergens toe leidt. De problemen van onze tijd vragen om internationalisme. Inkomensongelijkheid aanpakken op internationaal niveau is denk ik niet alleen een morele verantwoordelijkheid historisch gezien, maar ook waarschijnlijk één van de belangrijkste oplossingen voor onze ecologische en geopolitieke problemen.

En ja, anders gaan we naar een wereld zoals in Children of Men of Mad Max. Ik ben dan wel bang dat in zo een cinematische wereld, documentaires over de realiteit veel interessanter zullen zijn dan fictie. Fantasieverhalen zullen dan gaan over die saaie oude wereld waarin je nog zorgeloos onnodig kon consumeren.

 

RALPH:

Mijn idee was om aan te kaarten dat fakenews kwalijke vormen aanneemt, met name in sensationele docu’s. Hoewel ik de boodschap onderschrijf, is een ander voorbeeld daarvan The Game Changers, waar de vegan-lifestyle als absoluut beter wordt voorgesteld dan de carnivore lifestyle, waarbij aardig wat wetenschap aangepast werd en voorbarige conclusies getrokken werden (heb wel een maand lang vegan geprobeerd, maar vega is zoveel gemakkelijker en de mens is gesteld op diens comfort).

The Game Changers

Daarnaast dient een recensent (voor zover mogelijk) kritisch tegenover dergelijke docu’s te staan en moet deze misschien wel wat factchecken (niet alles, maar voldoende om diens punt te onderbouwen).

Enfin, wellicht zitten er goede reacties tussen, al heb ik ook op die van Yordan weer de meer inhoudelijke neiging om tegen dat idee van overbevolking in te gaan, want dat besteden we aan anderen uit. Indien jezelf een kinderwens hebt, dan geldt de roep om minder mensen ineens niet. De mens is hopeloos inconsequent.

 

18 mei 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Planet of the Humans

****
recensie Planet of the Humans

Met de neus op de feiten

door Sjoerd van Wijk

Planet of the Humans drukt met de neus op de feiten. Dit vlammende exposé toont hoe zonne-, wind- en biomassa-energie valse hoop bieden om een duurzame wereld te creëren. De documentaire agiteert met een oncomfortabele waarheid dat het klimaat geen probleem met oplossingen is, maar een regelrechte catastrofe. 

Een van de grote mysteries van deze tijd is dat groene bewegingen het gebruik van zonnepanelen en windmolens propageren. Daar moet een hele hoop marketing van fabrikanten achter hebben gezeten, zo doet ook Planet of the Humans vermoeden. Regisseur Jeffrey Gibbs gaat op onderzoek uit en ziet hoe zogenaamd hernieuwbare energie afhankelijk is van fossiele brandstoffen en net zo goed voor milieuvervuiling zorgt. Achter alle investeringen staan vooral megacorporaties en rijke durfkapitalisten die en passant ook aan elke relevante milieubeweging hebben gedoneerd. Zo spannen zij het potentieel revolutionaire gedachtegoed van die bewegingen voor hun eigen karretje, iets om in het achterhoofd te houden bij de hype rondom de Green New Deal.

Planet of the Humans

Klimaat concreet
Normaliter is Gibbs de producent van documentairemaker Michael Moore, dit keer zijn de rollen omgedraaid. Hij prikt recht door zijn raap door de illusie van zonne-, wind- en biomassa-energie heen met monotone voice-over. Schaapachtig lachen directeurs voordat ze weglopen nadat Gibbs vraagt waar de stroom van een elektrische auto vandaan komt. Ritjes naar een woestijn vol zonnepanelen over de houdbaarheidsdatum of een biomassacentrale waar bomen aan de lopende band in de fik gaan, zeggen waar het op staat, ‘hernieuwbaar’ is ook gewoon ecologische destructie. Boze bewakers jagen de filmploeg weg, alsof dit een geheim is.

Het debat over het klimaat verzandt vaak in een abstract verhaal over emissiereductie, maar Gibbs slaagt er in om de onoplosbaarheid van de catastrofe concreet te maken. Met het directe tonen van de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld zonnepaneelproductie komt dit over als een poging groenen hardhandig uit de hernieuwbare droom wakker te schudden.

Oppepper
Dat gebeurt met een dosis ironie. Gibbs hakt als een recalcitrante punker in op de illusies. Rap gaat het heen en weer tussen hoogdravende speeches van een durfkapitalist of milieugoeroe en het resultaat van hun initiatief, omvallende bomen of meren vol blubber. Nonchalante deuntjes begeleiden montages van ecocide wat extra het bloed onder de nagels vandaan haalt. Enigszins smalend predikt Gibbs tegen het einde een cliché-boodschap over minder spullen willen, om vervolgens het laatste optimisme de kop in te drukken met hartverscheurende beelden van een in chemicaliën gedrenkte orang-oetan.

Planet of the Humans

Dat agiteert. In het opruien zit een diepe teleurstelling in de groene beweging, die niet gevrijwaard blijft van Gibbs’ spot. Tegelijkertijd pept de onderliggende woede, een veelvoorkomende emotie bij klimaatangst, op. Zoveel vernietiging zien terwijl hypocriete groenen joelen op een festival gerund op zonne-energie (Gibbs vindt echter de dieselgenerator) laat kriebelen om een effectievere vuist te maken.

Open agenda
Hoe precies laat Gibbs in het midden. Over de oorzaak is het opgeroepen contingent experts in Planet of the Humans eensgezind: overconsumptie en overbevolking. Zolang men deze olifant in de kamer niet erkent, gaat het van kwaad tot erger met een Vierde Industriële Revolutie van ‘hernieuwbare’ energie in plaats van de nodige de-industrialisering. Maar zoals Ted Kaczynski al dertig jaar geleden opmerkte, zijn de consequenties van de Industriële Revolutie een ramp voor het menselijk ras gebleken.

Gibbs hamert door over de olifant en de schijnoplossing van zogenaamd hernieuwbare energie. Zijn agenda schreeuwt luid en duidelijk, waar hij af en toe drogredeneringen niet schuwt zoals schuld door associatie. Hij speelt ongelijk op de man gegeven de buitenproportionele aandacht voor activist Bill McKibben. En zijn recalcitrantie zal de factcheckers in het verkeerde keelgat schieten. De kernboodschap blijft echter overeind. Deze samenleving kan niet zonder fossiele brandstoffen en voor de klimaatcatastrofe is geen magische oplossing.

Sociale horzel
Deze agitprop voelt met haar ironische montages in de verte als een Russische film uit de jaren 1920. Maar waar een Battleship Potemkin vooral bekrompen goed en slecht scheidt door middel van vlees met maden, werkt Planet of the Humans eerder bevrijdend. Het idee aan de basis drukt met de neus op oncomfortabele feiten. Gibbs is zo bezien een sociale horzel die bubbels doorprikt. De onvermijdelijke catastrofe onder ogen komen, vergt initieel moed, maar daagt uit nieuwe betekenis aan het leven te geven. Dat dit euforisch kan werken, bewijst bijvoorbeeld Enter Shikari met hun onlangs verschenen album Nothing Is True & Everything Is Possible.

Veiligheid zoeken in randzaken die Gibbs fout zou hebben, houdt de illusie in stand. Het is ook voor groenen moeilijk toe te geven dat het huidige materieel comfortabele leven niet door kan gaan. Belangrijker nog is dat de agitatie die de film oproept, uitnodigt om het begrip duurzaamheid opnieuw vorm te geven. Planet of the Humans is een tijdige waarschuwing niet in het sprookje van een energietransitie te geloven maar een nieuw sprookje te maken.

Planet of the Human is gratis te zien op YouTube.

 

27 april 2020

 

ALLE RECENSIES

Cordillera de los sueños, La

***
recensie La cordillera de los sueños

Heimwee naar een verloren land

door Ries Jacobs

Chili is meer dan het geboorteland van regisseur Patricio Guzmán, het is zijn muze. Bijna al zijn werk gaat over de maatschappelijke situatie in het land dat hij midden jaren 70 om politieke redenen ontvluchtte. Voor zijn laatste film keert hij wederom naar terug maar Chili.

Guzmán, afgelopen najaar hoofdgast op het IDFA, begint La cordillera de los sueños (De bergketen van dromen) met beelden van de Andes, het gebergte dat in Latijns-Amerika ook wel la Cordillera wordt genoemd. Zijn lofzang aan de macht en de kracht van de Andes en de tradities van haar bewoners vormt een poëtische, maar ook wat langdradige introductie.

La cordillera de los sueños

Daarna draait het verhaal honderdtachtig graden wanneer Guzmán de politieke situatie in Chili belicht. Aan de hand van archiefbeelden uit de jaren 70 en 80 schetst de filmmaker kort de geschiedenis die iedereen kent: de machtsgreep van Pinochet in 1973, demonstraties, politieke gevangenen en verdwijningen. Enkele van deze beelden ‘leent’ Guzmán van filmmaker Pablo Salas. Hij is na de staatsgreep wel in Chili gebleven en bouwde decennialang aan zijn archief met beeldmateriaal van politieke bijeenkomsten, demonstraties en andere maatschappelijke manifestaties.

Latijns-Amerikaanse broer
Salas filmt nog steeds, want de maatschappelijke onrust in Chili duurt voort. Volgens Guzmán komt dit omdat de echo van het regime van Pinochet doordreunt tot in het hedendaagse Chili. De handlangers van de toenmalige president hebben nu nog de economische macht in handen en hebben de kopermijnen in het noorden van het land aan buitenlandse bedrijven verkocht. De ‘gewone man’ heeft het nakijken.

Hier heeft de regisseur een punt. De inkomensverdeling in Chili is nog minder gelijk dan bij zijn grote Latijns-Amerikaanse broer Brazilië, het land dat bekendstaat als het schoolvoorbeeld van economische ongelijkheid. Slechts een beperkt aantal inwoners profiteerde in de afgelopen jaren van de economische spurt die het land doormaakte.

La cordillera de los sueños

Ruïne
Deze maatschappijkritiek illustreert de ambivalente relatie die Guzmán heeft met zijn geboorteland. De filmmaker houdt van het Chili van zijn jeugd, waar oude gebruiken plaatshadden onder de goedkeurende blik van machtige Andestoppen. Maar dit Chili hield op elf september 1973 abrupt op te bestaan. De besneeuwde Andestoppen zijn nog steeds dezelfde, maar Chili is een ander land, een land waar Guzmán zich sindsdien ‘niet meer thuis voelt’.

Guzmán brengt dit op een persoonlijke manier in beeld (hij bezoekt bijvoorbeeld de ruïne van wat ooit zijn ouderlijke huis was), maar het geheel oogt wat rommelig. Hij springt nogal eens van de hak op de tak. La cordillera de los sueños – het slotstuk van Guzmáns trilogie over de erfenis van Pinochet (na Nostalgia de la luz in 2010) en El botón de nácar in 2015) – bestaat niet uit hapklare brokken. De kijker moet zijn best moet doen om zelf de puzzelstukken op de juiste plekken te leggen. Bovendien plaatst Guzmán het geïdealiseerde verleden van zijn jeugd wel erg gemakkelijk tegenover de rauwe realiteit van na 1973. De regisseur geeft de zaken nogal zwart-wit weer.

Anderzijds is dit typerend voor een gevluchte dissident als Guzmán. De regisseur belichaamt het probleem waarmee iedere migrant, iedere vluchteling en iedere ‘economische gelukszoeker’ op leeftijd worstelt. Het nieuwe vaderland voelt nooit helemaal als een thuis, terwijl het land van de jeugd niet meer bestaat.

 

2 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

For Sama

*****
recensie For Sama

Een film die gezien moet worden

door Jochum de Graaf

Nu het slotoffensief op Idlib, het laatste grote verzetsbolwerk in Noord-Syrië, is ingezet, is er geen actuelere of misschien beter gezegd, urgentere film te bedenken dan For Sama. In haar aangrijpende indrukwekkende documentaire-debuut legt burgerjournalist Waad al-Kateab met een eenvoudige digitale camera de ondergang van haar geliefde Aleppo vast.

Zij filmt vanaf het begin, de studentenopstand tegen dictator Assad in 2012, tot aan de gedwongen evacuatie eind 2016 na een maandenlang beleg van, net als nu in Idlib, door de Syrische regeringstroepen, met steun van bondgenoten Rusland en Iran.

For Sama

Er is de laatste jaren een serie indrukwekkende films en documentaires over de Syrische tragedie uitgebracht, A Syrian Love Story, Last Men in Aleppo, Of Fathers And Sons, Radio Kobani om er maar een paar te noemen. Een paar weken geleden ging The Cave in première, de beklemmende documentaire over het ondergrondse ziekenhuis in Oost-Gouta, genomineerd voor een Oscar.

Die films zijn zonder uitzondering ‘indringend’, ‘aangrijpend’, maar For Sama, winnaar van de Audience Award op het afgelopen IDFA en inmiddels ook Oscar genomineerd, is meer nog dan alle anderen de Syrische opstand van binnenuit gefilmd. Veel dichterbij kan een oorlog niet komen.

Begrip
Waad al-Kateab ontmoet in de begindagen van wat toen de Arabische Lente werd genoemd haar grote liefde Hamza, arts en ziekenhuisdirecteur die als een van de laatste op zijn post blijft. Ze draagt de film op aan hun dochter Sama die temidden van de heftige oorlogsomstandigheden geboren wordt. ‘Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.’

In de vijf jaar die de film beslaat gebeurt veel: de hoopgevende studentenopstand wordt neergeslagen, de stad Aleppo belegerd en continu gebombardeerd. For Sama laat met gerichte stappen in de tijd zien hoe de oorlog steeds dichterbij komt in het persoonlijk leven van Waad Al-Kateab en de haren. Met haar handheld camera filmt ze het oorlogsgeweld in het steeds kleiner wordende stukje Aleppo om haar heen in alle bloederige details, soms is ze bijna zelf slachtoffer. Ze heeft geluk dat ze net niet aanwezig zijn wanneer de Russen het ziekenhuis bombarderen en 53 slachtoffers vallen.

For Sama

En toch, ondanks al die verschrikkingen, wordt er ook nog zoiets als een ‘gewoon’ leven voortgezet. Er wordt getrouwd en gefeest, samen gegeten, er wordt onderwijs gegeven, kinderen spelen vrolijk in het karkas van een volledig uitgebrande bus, springen in een bomkrater om te zwemmen.

Wereld steeds kleiner
De wereld om hen heen wordt kleiner en kleiner, op het laatst bevinden ze zich op de laatste vierkante kilometers waar de rebellen nog stand houden. Acht van de negen ziekenhuizen zijn weggebombardeerd, per dag worden ruim driehonderd gewonden behandeld, zesduizend mensen moeten worden opgevangen.

Halverwege de film is er die scène die allesomvattend de mix van horror en hoop samenvat. In de nasleep van opnieuw een zwaar bombardement wordt een zwangere vrouw met gebroken ribben en een granaatscherf in haar buik binnengebracht. Ze ondergaat een spoedkeizersnede en we zien minutenlang de baby ondersteboven bungelen, nog inclusief navelstreng. Artsen en verpleegsters wrijven op de rug en buik, slaan hem op z’n billen, er lijkt geen leven in te zitten. Net op het moment dat je wilt smeken om op te houden omdat het een hopeloze zaak lijkt, opent het baby’tje zijn ogen en slaakt een zucht.

Te midden van de waanzin besluiten Waad en Hamza op familiebezoek te gaan naar Turkije, waar zijn ouders naartoe zijn gevlucht. Ondanks ontspannende dagen en een indringend verzoek van de grootouders keren ze toch weer terug naar Aleppo. Waad zegt tegen ons als kijker dat ze willen blijven tot het bittere einde omdat ze wil registreren wat er gebeurt en omdat haar man Hamza een van de weinige dokters is die onder de barre omstandigheden de gewonden blijft helpen. Aan Sama vertelt ze te hebben gevochten voor ‘de belangrijkste zaak ooit’, ‘Ik kan niet wachten tot jij vertelt wat je ervan vindt.’

For Sama

Gruwelijke scènes
Er zijn nogal wat scènes waarbij je liever wilt wegkijken, de lijken die al bij het begin van de opstand uit de rivier worden gevist, de compleet verwoeste straten en wijken van Aleppo, de verschrikkelijke verwondingen van chemische wapens en vatbommen, de twee jongetjes onder het stof van het zoveelste bombardement in de gang van het ziekenhuis op zoek naar hun jongere broertje die horen dat hij geen polsslag meer heeft en zien dat een blauwe zak om het lichaam wordt geschoven.

Hoeveel kun je als mens verdragen, willen we dit allemaal wel aanzien? Het antwoord op die vraag wordt gegeven door een vrouw, moeder, die vol ongeloof aanhoort dat haar zoon is overleden en in eerste instantie sterk afwerend reageert op de filmploeg. Eenmaal buiten op de stoep van het ziekenhuis klemt ze de lijkzak stevig tegen zich aan, schreeuwt het uit van verdriet, maar wil dat de camera op haar gericht blijft. ‘Filmen!’, roept ze, ‘film dit!’ De wereld moet zien hoe het eraan toegaat in die vreselijke oorlog in Syrië.
For Sama is een film die gezien moet worden.

 

21 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

LFF toont potentieel filmregio Limburg

LFF toont potentieel filmregio Limburg

door Sjoerd van Wijk

Voor de vierde maal vond in Venlo het Limburg Film Festival (LFF) plaats. Het is niet alleen een terugblik op het voorgaande jaar, maar ook een vooruitblik op een nieuw filmseizoen voor de Limburgse film.

Het festival laat zien dat Limburg een regio met veel filmpotentieel is. Er hangt een amicale sfeer bij de Q&A’s, waar filmmakers eerlijk de voors en tegens van hun werk bespreken. En collega’s durven elkaar ook lastige vragen te stellen zonder harde gevoelens. Dit trekt zich ook door in het uitgebreide programma voor professionals, waar veel ruimte is voor de onafhankelijke film. In bijvoorbeeld de writers room bespreken ambitieuze makers open elkaars plannen en lijkt iedereen welkom. Zo voelt het LFF als een festival voor en door makers en zet het Limburg op de kaart als een welkom toevluchtsoord voor hen die aan de Amsterdamse dominantie binnen de Nederlandse filmwereld willen ontsnappen. Dat uit zich ook in de programmering, waar de documentaire een prominente plaats inneemt.

Basquiat in Heerlen

Braaf Basquiat
Basquiat in Heerlen volgt de voorbereidingen van het Heerlense Schunk Museum voor zijn grootste expositie ooit. Het kleine provinciale museum gaat namelijk topwerken van de straatschilder Basquait exposeren, wat gegeven de verwachtingen (bezoekersaantallen van een jaar in een maand tijd) presteren op het top van je kunnen betekent. Cameraman Wouter Nelissen maakt een sympathiserend portret waarin vooral de gekte rond moderne beeldende kunst centraal staat. Verzekeraars hebben de meest stringente eisen, maar gelukkig (of helaas) verloopt alles vlekkeloos wat de documentaire te braaf maakt. De rebelse The Velvet Underground & Nico als soundtrack is een aardige knipoog naar Basquiat maar gegeven de rustige beelden misplaatst.

Onsamenhangend potsierlijk
Bij De dans van Tislit lijkt de aanname dat het maken van een zogenaamde kunstfilm een vrijbrief voor onsamenhangende potsierlijkheid inhoudt. Geboekstaafd door een Marokkaanse mythe over een watergodin verhaalt deze documentaire over van alles en nog wat, waarbij een uitwisseling tussen Marokkaanse en Nederlandse kunstenaars de rode draad zou moeten zijn. Het enige wat van die reis bijblijft zijn wat platitudes over hoe anders het leven in Marokko is. De mythe zelf steekt comeback Terrence Malick de loef af qua pseudo-spiritualiteit. Daar fietsen vervolgens nog verhandelingen over de klimaat catastrofe, dijkwerkers, de watersnoodramp en meer doorheen.

Sentimentele voltreffer
Het winnen van het Oud Limburgs Schuttersfeest is niet alleen een grote eer, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Want de winnaar organiseert de volgende editie. Documentairemaker Ruud Lenssen, met drie films goed vertegenwoordigd op het LFF, volgt in De zes van Zaerum de schutterij van Sevenum bij de organisatie en weet innemend de drijfveren van de zes schutters te tonen. Zij vertellen uit het hart gegrepen verhalen over de betekenis van deze Limburgse traditie. Op lyrische wijze prikt deze documentaire door tot de kern van de hechte gemeenschap rond het schieten. Net als Nao ‘t zuuje over Limburgs carnaval schuurt deze ode aan de Limburgse cultuur soms wel tegen het sentimentele aan.

De Mythe van het Meer

Duik aan de oppervlakte
Ruud Lenssen tracht ingetogen in de huid van zijn subjecten te kruipen met levendig camerawerk. In De Mythe van het Meer (gekozen tot beste korte documentaire) probeert hij dat bij een duiker die in het Oostvoornse meer op zoek is naar de wrakstukken van een in 1940 neergestort Engels vliegtuig. Voor de duiker zelf heeft dit grote persoonlijke significatie wegens zijn hechte band met zijn opa, van wie hij het gerucht had opgepikt. De zoektocht naar het wrak verloopt moeizaam en loopt met een sisser af als hij de familie van de piloot op het spoor komt. De documentaire voelt anti-climactisch aan, omdat deze niet tot de kern van de duikers drijfveren weet te komen. Door de geslotenheid blijft alles aan de oppervlakte.

Venlose fröbelaar
De Venlonaar Bernard Martens stort zich met overgave in vele soorten media, van striptekeningen tot poppen en korte films. Dat doet hij als zijn alter ego Maberi. In Maberi, Myself & Me toont Martens het maffe oeuvre van Maberi en hoe deze zich gaandeweg ontwikkelt van een artistiek kluizenaar tot frontman van diverse bands. Zijn cinema heeft de ad hoc benadering van Tommy Wiseau of Neil Breen, met abrupte montage van archiefbeelden en fragmenten van zijn werk. Bij Martens spreekt daar een aandoenlijke authenticiteit van uit, die van de bij vlagen hilarisch droge opsomming van artistieke avonturen een plezante ervaring maken. Dit soort oprecht fröbelen brengt het plezier in creatie terug.

 

13 januari 2020


MEER FILMFESTIVAL

Marianne & Leonard: Words of Love

****
recensie Marianne & Leonard: Words of Love

Captain Mandrax op de loop voor leven en liefde

door Alfred Bos

De film van de Britse documentairemaker Nick Broomfield over de romantische relatie van de Canadese singer-songwriter Leonard Cohen en diens Noorse muze Marianne Ihlen is soms pijnlijk intiem en vaak pijnlijk eerlijk.

Hij was de dichter van de quasi-depressieve vrouwen van zijn tijd, aldus zijn producer. Leonard Cohen – singer-songwriter, zanger, gitarist, schrijver, maar vooral dichter – maakte donkere muziek voor mensen met een donkere ziel. Nick Cave, zelf geen toonbeeld van joi de vivre, ziet hem als zijn grote voorbeeld. Halleluja, Cohens befaamdste compositie, is hemelse grafmuziek. Op zijn tong smaakt melancholie als ambrosium.

Marianne & Leonard: Words of Love

Leonard Cohen (1934-2016) had zijn tijd mee. Hij was een romanticus in een rationele eeuw, maar net toen hij besloot om als zingende dichter zijn brood te verdienen omdat het schrijven van romans geen kruimel betaalde, zette een culturele revolutie de ideeën over vrijheid en levensvervulling op de kop. Cohen is geen product van de tegencultuur van de jaren zestig, eerder het uithangbord dat ook het culturele establishment kon behagen.

Leonard Cohen had meer mee. Geboren in Montreal, Canada als zoon van een welgestelde Joodse familie. Opgegroeid in een cultureel milieu. Opgeleid als student letteren. Een elegante man met een markante kop en een donkere stem—in combinatie met zijn poëtische ziel woest aantrekkelijk voor vrouwen. Hij brak harten met een flair die voor vergelijkbare hippieminstrelen als James Taylor en Cat Stevens onbereikbaar is gebleken. Zie ze backstage zwijmelen aan zijn voeten, Cohens gêne is vertederend.

Zuurstof voor mannelijk vuur
Maar als de documentaire Marianne & Leonard: Words of Love één ding duidelijk maakt, is het dat Leonard Cohen niet was geboren voor het geluk dat al die meevallers doorgaans brengen. Hij werd gedreven door existentiële onrust. Cohen speelde regelmatig en voor eigen plezier in instellingen voor geesteszieken. Zijn moeder was zo gek als een deur, volgens mensen die haar hebben gekend. Hij was op de loop voor zichzelf.

Marianne & Leonard: Words of Love

Vrouwen zijn het favoriete gezelschap van Leonard Cohen en staan centraal in zijn leven, blijkt uit de film van de Britse documentairemaker Nick Broomfield (1948). Vrouwen als prikkelend gezelschap, als zuurstof voor mannelijk vuur, als muze. Marianne & Leonard: Words of Love vertelt het verhaal van de Canadese dichter-zanger en diens grote liefde, de Noorse Marianne Ihlen (1935-2016). Ze is het onderwerp van So Long, Marianne; het lied Bird on a Wire is tot haar gericht. Marianne had de zorg voor het huishouden terwijl Leonard op het Griekse eiland Hydra zijn romans The Favourite Game (1963) en Beautiful Losers (1966) schreef. Ook toen ze uit elkaar waren, hielden ze contact.

Broomfield neemt, al is het zijdelings, deel aan de vertelling. Hij had een affaire met Marianne en bleef met haar bevriend. Aldus behoort de regisseur tot de kring van intimi en het geeft hem toegang tot persoonlijk, niet eerder vertoond beeldmateriaal en brengt insiders voor de camera die ongeremd – en niet altijd even vleiend – hun indrukken en herinneringen verwoorden. Veel dichter op de huid van de bronstige bard en diens muze zullen we als buitenstaander niet komen.

Ontsnappen aan het leven
De documentaire is meerdere films ineen. Hij schetst de geliefden en hun relatie. Het is tevens een biografisch portret en graaft naar Cohens beweegredenen. En hij geeft in het voorbijgaan een minidocumentaire over Hydra, het paradijselijke eiland in de Egeïsche Zee waar Cohen in 1960 een woning kocht. Het was een toevluchtsoord voor existentialisten en artistieke bohemiens, de Europese tegenhangers van de beatniks en voorlopers van de hippies. Ze waren “vluchtelingen”, aldus Marianne Ihlen. Het liep zelden goed af, Cohen is een uitzondering. Ihlens biografe Helle Goldman: “Er was teveel vrijheid op Hydra.”

De ontsnapping – aan een academische loopbaan, een burgerlijk bestaan, een bindende liefde, het leven zelf? – staat centraal in de film. Het is een terugkerend motief in het werk van Cohen, denk aan The Partisan: “the frontiers are my prison”. De depressies, waarin hij werd verteerd door twijfel grenzend aan zelfhaat, worden in poëzie gegoten: ‘I stepped into an avalanche, it covered up my soul’ (Avalanche, van Songs of Love and Hate, gecoverd door Nick Cave). Het succes als zingende dichter viel hem in de schoot. Maar hij was niet gemaakt voor een carrière in de muziekindustrie, meent gitarist Ron Cornelius, jarenlang Cohens vaste begeleider.

Marianne & Leonard: Words of Love

Romantiek op zijn meest romantisch
Dichters – en creatievelingen in het algemeen – zijn geen goede echtgenoten, merkt Aviva Layton, de vrouw van een huisvriend, op: ze zijn getrouwd met hun muze. De gave van Leonard Cohen was dat hij goed kon luisteren en vrouwen het gevoel gaf aantrekkelijk te zijn. Dat stofgoud streek ook neer op Marianne Ihlen, toen ze hem als gescheiden vrouw met baby en minderwaardigheidscomplex ontmoette op Hydra. Ze kwam gebutst maar ongebroken uit de langzaam dovende knipperlichtrelatie met Cohen, altijd die ene maar nimmer de enige. Het verhaal van Marianne en Leonard is romantiek op zijn meest romantisch, maar zoon Alex betaalde de tol voor de passie.

Het verhaal van Captain Mandrax, zoals zijn bijnaam rond 1970 luidde, en zijn Noorse nimf wordt tamelijk abrupt schetsmatig wanneer Marianne Ihlen is teruggekeerd naar Oslo. Zij hertrouwt en leidt een anoniem maar gelukkig bestaan als secretaresse. Hij raakt in een crisis, het briljante Halleluja wordt afgewezen door de platenmaatschappij en hij trekt zich terug in een klooster. Financieel aan de grond wanneer zijn manager zijn persoonlijke vermogen blijkt te hebben verduisterd, maakt hij een verbluffende comeback en groeit uit tot de artistieke opa die iedereen zich wenst.

Marianne Ihlen overlijdt op 27 juli 2016. Cohen stuurt haar een liefdevol en ontroerend afscheidsbericht. De filmkijker ziet Marianne op haar sterfbed terwijl de woorden van haar voormalige amant worden voorgelezen en het is een knappe jongen die zijn kaken strak weet te houden. Hij overlijdt amper drie maanden later. Het is het sobere slot van een film over een diepgevoelde liefde en de man die die liefde liet schieten voor “an education in the world”. Marianne & Leonard: Words of Love is niet de definitieve documentaire over Leonard Cohen, wel de intiemste. En wellicht de raakste. So long, Leonard.

 

7 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Honeyland

***
recensie Honeyland

Stekend vloeibaar goud

door Suzan Groothuis

In Noord-Macedonië volgt een kleine crew de laatste vrouwelijke honingjager. Maar de komst van buren heeft grote gevolgen voor het voortbestaan van haar wilde bijenvolken.

In de openingsscène zien we een imposant, verlaten landschap waar een tengere vrouw zich een weg baant langs een gevaarlijk uitziende klif. Met trefzekere pas begeeft ze zich naar een rotswand waar een bijenkorf verstopt zit. Met haar blote handen, voorzichtig en zonder gestoken te worden, ontvreemdt ze wat honingraten uit de korf om mee te nemen naar huis.

Honeyland

Daar, in een afgelegen vallei, wordt de bijenkolonie getransplanteerd in een stenen muur vlakbij haar huis. De vrouw die we volgen heet Hatidze en zij is wat je de laatste vrouwelijke honingjager kan noemen. Hatidze zorgt voor haar 85-jarige moeder, die bij haar inwoont en niet meer in goede gezondheid is. Ze leven arm en eenvoudig, zonder elektriciteit. Geld wordt verdiend met de pure, onbewerkte honing van Hatidzes bijen. Die verkoopt ze in het nabijgelegen Skopje, waar ze bekend staat als iemand die superieure honing verkoopt.

Tot zover is Honeyland observerend in het volgen van Hatidzes reilen en zeilen, waarbij de aandacht gericht is op haar werk met de bijen en het verzorgen van haar moeder. Hatidze heeft respect voor de ambachtelijke wijze waarop honing verkregen wordt. Een van haar credo’s is dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen. Neem een halve raat en laat de ander voor de bijen.

Honeyland

Verkwistende buren
En dan is een kentering met de komst van rumoerige, Turkse buren. Hatidze, zelf van Turkse origine, kijkt toe hoe het grote gezin met een kudde runderen de vallei betrekt en zich installeert. Vader Hussein zet iedereen, waaronder peuters en kleuters, in beweging, zodat er gewerkt en verdiend wordt. Wanneer hij doorheeft dat Hatidze goed verkoopt met haar honing, besluit hij ook bijen te houden. Haar wijze les, dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen, geeft ze hem meerdere malen mee. Er is genoeg voor iedereen, zolang je er goed mee omgaat.

De camera is vanaf de entree van de Turkse buren op hen gericht. We zien vooral chaos en ruwheid, in hun manier van leven en werken. Hussein is begonnen met de bijen, waarbij opvalt hoe verschillend hij en Hatidze met de ijverige beestjes omgaan. Hatidze respectvol, met ze dansend en zingend. Maar Hussein gaat voor het snelle verdienmodel. Een handelaar wil zijn honing en overtuigt hem veel te produceren. Hatidzes waarschuwende woorden klinken na wanneer we zijn honingraten grof vermalen zien worden en de honing vloeit. Een duister omen hangt boven de vallei.

En zo ontstaat er een spanning in een documentaire die haast bezwerend begon. Met lede ogen ziet Hatidze toe hoe haar buren de heilige graal tot zich nemen en vernietigen. De enige van wie ze erkenning krijgt is Husseins zoon, die met Hatidze optrekt en van haar leert over de bijen. Hij probeert zijn vader duidelijk te maken dat hij geen goede bijenhouder is, maar de koppige en trotse Hussein wil van niets weten.

Honeyland

De laatste in haar soort
Honeyland is een documentaire die aanvoelt als een observerende speelfilm. De makers volgden Hatidze drie jaar lang, met als het ware een onzichtbare camera; van de documentaire-ploeg is niets merkbaar. We zien mooie shots van het bergachtige, eenzame landschap, waar Hatidze op haast poëtische wijze met haar wilde bijenvolk omgaat. Tegelijkertijd is er de onmiskenbare armoede waarin zij en haar moeder leven. Een uitzichtloos bestaan, want Hatidze beseft dat zij als alleenstaande vrouw de vallei niet meer zal verlaten. En dan is er de komst van haar buren, die de natuur om hen heen exploiteren en verkwisten.

De titel Honeyland is wat misleidend. Want in dit land van honing is er vooral sprake van overleven. Als in een Ken Loach-film zien we hoe de protagonist voor hete vuren komt te staan en de hoop op beter steeds meer uit zicht raakt. Opeenstapelingen van ellende maken het leven voor Hatidze moeilijk. Bescheiden en geduldig als ze is, kan je haar als een eenzame strijder zien, als de laatste in haar soort. Schurend tussen pijnlijk, intens en poëtisch, geeft Honeyland een boodschap over hoe we omgaan met wat de natuur te bieden heeft. Daarin is Hatidze een voorbeeld, maar haar dromen van een andere toekomst – ver weg van de werkelijkheid – maken haar lot ook wrang.

 

7 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Elvis: That’s the Way It Is

*****
recensie Elvis: That’s the Way It Is 

Eén been in Memphis, het andere in Las Vegas

door Alfred Bos

Elvis Presley’s tweede live-registratie vangt de zanger op een kantelpunt in zijn carrière. Het is een magisch moment.

Elvis: That’s the Way It Is is de eerste niet-speelfilm in de loopbaan van The King. De film documenteert een serie optredens van augustus 1970 in het International Hotel in Las Vegas, inclusief de voorbereidingen van de concertreeks. De film van regisseur Denis Sanders verscheen in november van dat jaar in de Amerikaanse bioscoop, gelijktijdig met de gelijknamige langspeelplaat, Elvis’ twaalfde. In 2001 werd een opnieuw gemonteerde versie uitgebracht: minder documentaire en meer concertfilm. In 2007 volgde de dvd. Op 8 januari, de verjaardag van Presley, draait de film, voor het eerst en voor één dag, in de versie van 2001 in de Nederlandse bioscoop.

Elvis: That’s the Way It Is

Voor zijn fans, en muziekliefhebbers in het algemeen, is dat een buitenkans, want Presley heeft nooit buiten Amerikaans grondgebied opgetreden. (We tellen de hologramconcerten niet mee, dat spreekt.) De tv-registratie Elvis: Aloha from Hawaii van 4 april 1973 – die via satelliet naar de kijkers van betaaltelevisie werd uitgestraald – laat een showbizz-ster zien die druk doende is zijn publiek, maar vooral zijn manager te behagen.

Elvis: That’s the Way It Is toont Elvis op een vork in zijn loopbaan en leven. Hij is 35 jaar oud, een gelouterde ster. Hij is ook een overrijpe vrucht, smaakvol en sappig; op zijn beste moment, kort voor de rot inzet. Met zijn ene been staat hij nog in Memphis, met het andere in Vegas. Het is een onmogelijke pose, zijn karate-splits kunnen het nakende bederf niet verhullen. Zijn cool staat op het punt van smelten.

Creatief bevrijd
Maar nu nog even, heel even niet, in het strijklicht van het uur voor zonsondergang wordt alles goud. In de zomer van 1970 was Elvis nog steeds bevrijd. Van het bestaan van een idool dat wordt geleefd door management en entertainmentindustrie. Van het juk van zakelijke verplichtingen en veilige keuzes. Van een verloederde reputatie. Met Elvis: The Comeback Special had hij op 3 december 1968 in een uur tv-tijd zijn faam én creatieve ruimte teruggewonnen.

Met als resultaat: het beste album uit zijn carrière, From Elvis In Memphis, een plaat waarop country, soul, gospel en rock versmelten. Plus een reeks hits, waaronder In The Ghetto, Suspicious Minds, zijn eerste Amerikaanse nummer 1-hit in zeven jaar, en The Wonder of You, nummer 1 in Engeland. En een terugkeer naar het podium. De verloren jaren in Hollywood en een eindeloze reeks steeds lamlendiger exploitatiefilms waren voorbij.

Elvis: That’s the Way It Is

Op 31 juli 1969 stond Elvis voor de eerste keer sinds 1956 op een podium in Las Vegas, dat van het International Hotel. Op dat engagement van vier weken volgden halfjaarlijkse verplichtingen in Vegas, daags na zijn terugkeer in Vegas onderhandeld door zijn manager: jaarlijks in februari en augustus een maand lang twee shows per dag in het International. Zakelijk gezien een briljante zet – het publiek reist naar de artiest, niet andersom – maar al snel een verstikkende sleur, zou blijken.

Aanstekelijke energie
Van sleur is nog weinig te merken in de aanloop naar de concerten van augustus 1970, zijn derde reeks in Vegas. We zien Elvis grollen tijdens de repetities in Culver City, Californië. Hij is het centrum van de aandacht. Zijn band, onder leiding van gitarist James Burton, volgt gedwee. Hij doet een geweldige Little Sister (een B-kant uit 1961). Hij stoeit met Words van de Bee Gees en Get Back van The Beatles. Hij doet wat in hem opkomt. Hij wipt rusteloos met zijn been. Heeft Elvis ADHD? Zijn energie is aanstekelijk. Zijn overhemd oogverblindend. Elvis bruist. Hij is de god die alle vrouwen en veel mannen in hem zien.

Hij stoeit met de jongens en is hoffelijk tegen de meiden, de soulzangeressen van The Sweet Inspirations die met de mannen van The Imperials zijn gospelkoor vormen. Tijdens de zaalrepetities klinken ze prominent in Bridge Over Troubled Water en even is de hotelzaal een kerk. Eenmaal in zijn karateshowkostuum gehesen – speciaal voor hem ontworpen door Bill Belew, de man die hem in het leer stak voor de comeback-tv-special – blijft hij ook voor een zaal met filmsterren, opgedirkte huisvrouwen van onbestemde leeftijd en gehypnotiseerde bakvissen de charme zelve. Er is tijd voor een kussessie met vrouwelijke fans.

Elvis heeft er trek in. Hij weet wie hij is en wat men van hem verwacht. Hij zingt hits van toen (Heartbreak Hotel), hits van nu (In The Ghetto) en toekomstige hits (Dusty Springfields You Don’t Have to Say You Love Me). Hij stoeit met broeierige soulrock, Poke Salad Annie. De majestueuze countrygospel van Just Pretend doet de studioversie (van het album Elvis: That’s the Way It Is) vergeten. Hier klinkt een reus.

Elvis: That’s the Way It Is

Onmogelijke spagaat
Op 10, 11, 12 en 13 augustus van 1970 (de dagen waarop Elvis: That’s the Way It Is werd gedraaid) is Elvis nog even de muziekfan die door de wereld werd aanbeden als popidool en sekssymbool. Maar wie goed luistert, hoort het onheil naderen. De rock, country, gospel en soul worden geserveerd naast muzikaal fondant, gladgestreken middle of the road-repertoire als het weeïge The Wonder of You en de orkestrale pop van You Don’t Have To Say You Love Me. De powerballad lonkt.

En wie goed kijkt, kan de eerste glimp van verval niet ontgaan. De rockheld van weleer staat op het punt plaats te maken voor de allemansvriend die in Las Vegas audiëntie houdt. Roots-muziek en gepolijst entertainment, het gaat niet samen. Maar ergens middenin die veeleisende spreidsprong doet Elvis Presley in de tweede week van augustus 1970 op het podium van het International Hotel een laatste, onmogelijke spagaat.

Hij is de Elvis van zijn toenmalige tienerpubliek, dertigers inmiddels. Hij is de herboren Elvis van de Comeback Special, de Elvis op de toppen van zijn kunnen. En hij is de Elvis die, gehuld in rhinestonepakken, langzaam zal wegzinken in pillenverneveling, junkfood-postuur en middelbare leeftijd; de Elvis die een karikatuur van zichzelf werd. Hij is al die Elvissen op dat ene, door goudlicht bestreken moment dat door Denis Sanders op film werd gevangen. Het is pure magie.

 

4 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Cave, The

****
recensie The Cave

Opereren in Syrische grot

door Yordan Coban

Na de feestdagen is het misschien goed om even stil te staan bij de mensen die het niet zo gezellig hebben gehad de afgelopen tijd. Bij het bekijken van de documentaire The Cave doemt zich langzaam de verschrikking van oorlog aan het bewustzijn van haar toeschouwers op. Laten we in godsnaam hopen dat 2020 het jaar wordt dat de oorlog in Syrië ten einde komt.

De oorlog in Syrië kleurt nu al bijna het gehele decennium. Gruwelijk statelijk geweld van alle actoren der wereldpolitiek die zich actief bemoeien met het conflict, met voornamelijk één groep slachtoffers: de Syrische bevolking. In The Cave zien we de bombardementen van de Russische luchtmacht wiens bommen geen onderscheid maken tussen militaire targets en ziekenhuizen. Sterker nog, in de betreffende locatie in Ghouta, staat geen ziekenhuis meer overeind. De tragische realiteit in Ghouta is echter niet de uitzondering maar eerder de regel. Het enige werkende ziekenhuis is verborgen in een complex gangennetwerk onder de grond. Een gangennetwerk zo indrukwekkend, het fungeert als een waar monument van menselijke inventiviteit.

The Cave

Onverzettelijk
In de documentaire volgen we een groepje dokters en medewerkers die zich in de hel van Ghouta storten op verminkte en gebroken lichamen. Onzelfzuchtigheid stroomt door hun aderen, maar ook zij voelen dat ze langzaam ten onder gaan aan hun werk. Er komen dagelijks afgrijselijke vertoningen de grot binnen. Maar juist in het midden van dergelijke gruwelijkheid zien we een onverzettelijkheid bij de dienstverleners die zelfs in fictie onrealistisch zou lijken.

Een goede documentaire probeert de realiteit op cinematische wijze weer te geven, zonder afbreuk te doen aan diezelfde realiteit. The Cave lijkt soms in scène gezet, gesprekken lijken iets te camerabewust plaats te vinden. Toch leidt het nooit echt af van de essentie van de film: de horror van oorlog. Bijna alle documentaires zijn in zekere zin, min of meer, in scène gezet. Van belang is of voldoende recht wordt gedaan aan de realiteit die de documentaire belichten wil.

The Cave

Vrouwen
In The Cave gaat het sporadisch ook over vrouwenrechten. Zelfs in oorlogstijden zijn er mannen die de deskundigheid van een vrouwelijke arts in twijfel trekken. Het is frustrerend om te zien dat vrouwelijke artsen op deze manier een tweefrontenoorlog moeten voeren. De manier hoe tegen de vrouwelijke arts gepraat wordt, doet denken aan interacties uit films als Offside (2006) en Beauty and the Dogs (2017).

Vanaf 23 januari verschijnt een andere indrukwekkende documentaire over de oorlog in Syrië in de bioscoop, genaamd For Sama. Een documentaire die niet dezelfde productiekwaliteit heeft als The Cave, maar qua choquerende beelden wel degelijk van dezelfde gradatie is. Bij het zien van een mogelijk resultaat van statelijk optreden begint men zich toch af te vragen naar de legitimiteit ervan. Als de centralisatie van macht zich op deze weerzinwekkende manier vertoont, is die dan nog wel te rechtvaardigen?

Het zijn slechts de zinloze gedachtespinsels die de machteloze kijker uit wanhoop en frustratie produceert, om hetgeen The Cave ons toont te verwerken. Gedachtespinsels die met een harde knal uit de gedachte verdwijnen als het ontploffende vuurwerk van de overbuurjongen de ijzige stilte doorbroken heeft.

 

31 december 2019

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2019 – Deel 9

IDFA 2019 – Deel 9 (slot):
Terugblik op filmgeschiedenis

door Michel Rensen

Naast het retrospectief van Patricio Guzmán blikte IDFA dit jaar ook terug op wijlen D.A. Pennebaker en zijn partner Chris Hegedus. Ook documentaires over filmmakers vormen een soort retrospectief binnen een film. Daarnaast kijken enkele documentaires terug op de sociale context van cinema in een dictatuur. 

In augustus overleed direct cinema-voorman D.A. Pennebaker op 94-jarige leeftijd. Ter ere van zijn werk en dat van zijn artistieke en levenspartner Chris Hegedus, met wie hij sinds de jaren 70 een vruchtbare samenwerking had, waren onder andere Pennebakers eerste korte film Daybreak Express (1953) en zijn bekendste werk Don’t Look Back (1967) te zien, evenals de co-geregisseerde Town Bloody Hall (1979) en The War Room (1993).

Town Bloody Hall

Vruchtbare samenwerking
Pennebaker en Hegedus werkten voor het eerst samen aan Town Bloody Hall. Midden tijdens de tweede feministische golf organiseerde schrijver Norman Mailer een town hall meeting, waarin een panel met vooraanstaande feministen, onder wie Germaine Greer en Jill Johnston, een intellectuele discussie voerde. In 1971 gefilmd door D.A. Pennebaker, maar onzeker over hoe hij recht kon doen aan de geraffineerde, intellectuele feministen belandde de film op de plank. Chris Hegedus bewerkte jaren later het ruwe materiaal tot een verfijnde masterclass in filmmontage die de levendige tijdgeest ving.

Al een aantal keer hadden Pennebaker en Hegedus geprobeerd om rond de verkiezingen een film over één van de kandidaten te maken, maar zonder succes. In 1992 lukte het hen geld én toegang tot het campagneteam van toenmalig gouverneur Bill Clinton te krijgen. Zonder andere opties en met de drang om die verkiezingsfilm toch te maken, gokte het duo op het juiste paard. Mede dankzij de verkiezingszege van Clinton blijft The War Room een prachtig document van een roerige verkiezingstijd. Door de excentrieke campagnestrateeg James Carville en de nuchtere George Stephanopoulos is de film ook een genot om te kijken.

Forman vs. Forman

In eigen woorden
Met Varda by Agnès, Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer en Forman vs. Forman waren films over filmmakers goed vertegenwoordigd op IDFA. Opvallend in al deze documentaires is het verhaal van de makers in hun eigen woorden. Agnès Varda regisseerde haar eigen elegie, terwijl Tarkovski’s zoon Andrei A. een ode aan zijn vader maakte bestaand uit fragmenten uit Tarkovski’s archief. Forman vs. Forman hanteert vergelijkbare principes als de andere twee films. Bestaand uit interviews van Tsjechisch regisseur Miloš Forman, fragmenten uit zijn films en ander archiefmateriaal, aangevuld met citaten die door zijn zoon Petr ingesproken zijn, vertelt ook Forman vs. Forman het verhaal van de bekende regisseur in zijn eigen woorden.

De film legt een direct verband tussen zijn films en de zoektocht naar artistieke vrijheid. Onder het communistisch regime in Tsjechië zorgde de censuur niet alleen voor beperkingen, maar leidde het omzeilen van de censuur ook tot creatieve mogelijkheden volgens Forman. Na de Praagse Lente ontstond een korte periode van vrijheid, maar die periode was van korte duur. Forman verkaste daarop zonder zijn familie naar de Verenigde Staten en behaalde grote successen met One Flew Over the Cuckoo’s Nest en Amadeus. Voor het schieten van Amadeus keerde hij als Amerikaans staatsburger terug naar zijn geboorteland.

Dictaturen
Forman vertrok naar Amerika om zijn artistieke vrijheid na te jagen, maar onder dictaturen blijft een land zonder filmkunst achter. The Forbidden Reel vertelt het verhaal van het archief van staatsbedrijf Afghan Film, jarenlang de enige productiemaatschappij in Afghanistan. Na een roerige periode in de jaren 70 werd het land bezet door de Sovjet-Unie, waardoor de filmindustrie ook hier onder hevige censuur kwam te staan. De val van de Sovjet-Unie leidde in Afghanistan tot nieuwe onrust, waarna de Taliban in 1996 hoofdstad Kabul innam. Voor hen ging censuur niet ver genoeg, het gehele archief moest verbrand worden. De geschiedenis van Afghanistan moest men vergeten.

The Forbidden Reel

Met een truc verborgen medewerkers van Afghan Film vrijwel het complete archief en vervingen zij de te verbranden films door filmrollen van Amerikaanse en Russische makelij. Hierdoor is de Afghaanse filmgeschiedenis – bestaand uit enkele fictiefilms, maar ook veel documentair materiaal – bewaard gebleven. The Forbidden Reel vertelt niet alleen de geschiedenis van het archief, maar laat ook zien hoe regisseurs en archivisten zich op dit moment sterk maken om het gehele archief te digitaliseren, zodat de Afghaanse geschiedenis ook voor volgende generaties beschikbaar zal zijn.

In Sudan werd na de coup van kolonel Al-Bashir de filmindustrie kapot gemaakt door een economisch onwerkbare situatie te creëren. Langzaam verdween cinema uit de straten van Khartoum. Vier regisseurs laten het daar echter niet bij zitten en samen richtten zij een filmclub op om cinema terug naar Sudan te brengen. Na kleine voorstellingen te organiseren, besluiten ze dat het tijd wordt om een grote, vervallen bioscoop in de Sudanese hoofdstad nieuw leven in te blazen. Ondanks alle tegenslagen blijven ze hoopvol dat cinema terug in hun land komt. Na de val van Al-Bashir zal het slechts een kwestie van tijd zijn voor de gedroomde heropening van de bioscoop, die heel passend Revolution Theatre heet.

 

3 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8

MEER FILMFESTIVAL