Anton Corbijn over Spirits in the Forest

Anton Corbijn over Spirits in the Forest:
“Depeche Mode is een enorme cultband”

door Alfred Bos

Met Spirits in the Forest heeft Anton Corbijn zijn derde concertfilm van Depeche Mode gemaakt. Het is een mengvorm van concertregistratie en documentaire over fans van de groep. ”Die fans zijn een fenomeen.”

Anton Corbijn (Strijen, 1955) is al meer dan dertig jaar de hoffotograaf van U2 en Depeche Mode. Control, zijn speelfilm uit 2007 over Ian Curtis, zanger van de Britse new waveband Joy Division, verhief de cultgroep tot stijlicoon en vestigde hun reputatie als klassieke rockact. Sindsdien is Corbijn naast wereldvermaard fotograaf tevens gevierd cineast. Met George Clooney maakte hij de eigentijdse western The American, voor de verfilming van John le Carré’s spionagethriller A Most Wanted Man werkte hij met Philip Seymour Hoffman en met Life richtte hij zijn lens op de door Corbijn bewonderde fotograaf Dennis Stock, die in 1955 een aantal klassiek geworden portretten van James Dean schoot.

Spirits in the Forest

Zijn nieuwe film is een concertfilm annex documentaire over Depeche Mode. In 1986 regisseerde hij zijn eerste videoclip voor het Engelse synthipopkwartet en sindsdien is hij de vaste regisseur van hun clips en andere visuele uitingen; ze zijn bepalend gebleken voor het imago van de groep. Spirits in the Forest is niet de eerste concertregistratie die Corbijn over Depeche Mode heeft gemaakt. In 2002 verscheen de dvd One Night In Paris, in 2014 Live in Berlin.

Spirits in the Forest verschijnt niet op dvd, maar in de bioscoop. De registratie documenteert de concerten in de Waldbühne, een sfeervol openluchttheater in Berlijn, waar Depeche Mode in juli 2018 zijn anderhalf jaar durende Global Spirit-tournee afsluit. De film volgt tevens een half dozijn fans. Hoe is het idee ontstaan?

Corbijn: “Ik ontwerp al 25 jaar het podium voor de groep. Ik wil daar eigenlijk altijd een registratie van hebben, want als de tournee voorbij is, is het weg. Ik doe ook de films die tijdens de concerten worden geprojecteerd. Ik suggereerde om weer een dvd te doen, maar zij stelden dat de markt daarvoor een beetje weg is. Ze hadden niet de behoefte aan weer een live-film, dat werd een beetje repetitief.”

“Band en management kwamen op het idee om iets met de fans te doen. Depeche Mode is zo’n enorme cultband. Ze zijn zo groot als U2, maar dat houden ze heel stil. Ze spelen zelden in stadions, je hoort er veel minder over. De Global Spirit-tournee die vorig jaar is afgelopen, is de grootste tournee die ze ooit hebben gedaan. Het is ook hun meest succesvolle tour ooit. Er zijn fans die hen volgen op die toer, die fans zijn een fenomeen.”

Anton Corbijn (Foto: Stephan Vanfleteren)

Anton Corbijn (Foto: Stephan Vanfleteren)

Meer dan één generatie fans
In 1989 regisseerde D.A. Pennebaker de eerste concertfilm rond Depeche Mode, 101, de registratie van het afsluitende, honderd-en-eerste concert van hun toenmalige wereldtournee, in het Rose Bowl Stadium in Pasadena, Californië.

Corbijn: “Dat was voor de groep toen het grootste concert dat ze tot dat moment hadden gedaan. De film ging over een bus fans die naar Pasadena reisde. Dit keer wilde ik fans die een verhaal hadden. Fans voor wie Depeche Mode centraal staat in hun leven.”

Hoe zijn die fans gevonden en waarop zijn ze geselecteerd?

“Aan het begin van de tournee heeft de groep een Facebook-pagina geopend. Die pagina werd elke dag door iemand anders beheerd. Fans konden zich aanmelden en schrijven waarom zij daarvoor in aanmerking kwamen. Dat gaf de groep een archief van duizenden fans die allemaal hun reden hebben waarom Depeche Mode belangrijk voor hen is. Daaruit is geselecteerd. We wilden diversiteit in cultuur en geografische spreiding.”

“Depeche Mode heeft veel jonge fans, dat is heel apart. Wellicht zijn het de teksten over seks en geloof waar veel mensen zich in kunnen vinden. Ook jonge mensen. Dat zie je in de film terug. Het publiek van de groep omvat meer dan één generatie.”

Waarom is er gekozen voor het slotconcert van de tournee, in Berlijn?

“Praktische redenen: kosten, schema’s. Ik wilde ook graag twee concerten op dezelfde locatie filmen. Dan heb je extra materiaal, dat is zekerder. Al heb ik maar één optreden echt gefilmd. De eerste nacht heb ik met iemand anders zelf ook nog beeld gedraaid, dan kun je posities innemen waar anders iemand met een camera in het kader zou hebben gestaan.”

“Ik vond zelf de Waldbühne in Berlijn altijd een prachtige locatie. Je gaat naar het bos om een concert te zien. Dat is toch anders dan al die sportstadions. Er kunnen iets van zestien- tot achttienduizend mensen in, maar het heeft toch iets intiems. Ik kende het, ik ben er vaker naar concerten geweest. Daar is de filmtitel van afgeleid.”

Muziekbiopics
Spirits in the Forest wordt op een afwijkende, relatief nieuwe manier gedistribueerd. De film is op één avond wereldwijd in een select aantal cinema’s te zien, zoals dat al enige jaren gebeurt met opera- en balletvoorstellingen. Het biedt een tussenvorm tussen thuis virtueel een optreden meemaken en fysiek aanwezig zijn bij een concert.

Corbijn: “Nick Cave en Metallica hebben het ook al gedaan, Coldplay idem. Het is winstgevend, men wil de kosten terugverdienen. Nu dvd’s niet meer zo goed verkopen, is het een leuke manier, omdat je als kijker toch een gemeenschappelijke ervaring hebt in de bioscoop. Dat is toch anders dan thuis in je eentje op de laptop of tv naar zo’n registratie te kijken. Het is geen vervanging van het concert, maar het komt er wel dichterbij dan thuis iets zien.”

Spirits in the Forest

Muziek is momenteel erg populair in de bioscoop: muziekbiopics, concertfilms, documentaires over muzikanten en artiesten. Daar heb jij tien jaar geleden ook aan meegedaan met Control. Heb jij een verklaring voor het feit dat muziek zo hot is in de cinema?

“Nee, niet helemaal. Queen en Elton John zijn entertainment geworden. Dat was Control niet helemaal. Dat is ook een cultfilm, The Independent noemde het de beste biopic. Het probleem van films als Bohemian Rhapsody is dat ze als film niet goed zijn, maar hele goede muziek hebben. Daardoor vindt iedereen het een te gekke film. Dat had je vroeger al met videoclips: als je een slechte clip had bij een goed nummer, vond iedereen het een goede videoclip.”

Zou het ook kunnen zijn dat biopics een manier zijn om een nieuwe generatie te bereiken, als de oorspronkelijke muzikanten zelf niet meer optreden of dood zijn?

“Absoluut, die bands zijn daar hartstikke blij mee. Elton ook. Aan alle kanten is het raak, natuurlijk.”

Dus we kunnen tegenwoordig kiezen: of we gaan naar het optreden met de hologram van de overleden artiest of we gaan naar de biopic in de bios.

“Dan is de biopic toch leuker dan het hologram, denk ik. Ik las net dat ze James Dean weer tot leven willen brengen voor een film.”

Wat is jouw idee daar over?

“Dat vind ik heiligschennis. Het is een artiest en die kiezen voor bepaalde dingen of doen dat op een bepaalde manier. Als jij denkt dat je de geest van de artiest kunt zijn … dat is een beetje als klonen.”

Sorry dat ik het zeg, want het klinkt nogal onsmakelijk, maar het is alsof je een lijk opgraaft.

“Ja, het is necrofilie.”

Nu we bezig zijn over nieuwe ontwikkelingen: zie jij Netflix als een bedreiging voor film?

“Ik weet het niet zo goed. Het is zo’n veranderende wereld op het ogenblik. De ontwikkelingen gaan zo snel. Om films gemaakt te kunnen laten worden, moet je mensen in de bioscoop krijgen. Als je het beide kunt doen, thuisscherm en bioscoop, dan gebruik je de kabel om een bepaald soort films te redden. Ik ben er nog niet over uit, moet ik zeggen.”

Jouw ideeën over superheldenfilms?

“Ik zie ze nooit. Dus daar kan ik geen oordeel over geven.”

Laatste vraag: zit er een nieuwe speelfilm aan te komen?

“De film waar ik aan werkte is weggevallen helaas, mede door de wind of change die er op het moment waait in de filmindustrie. Daar kan ik niet mee verder gaan. Ik heb er vier jaar min of meer aan gewerkt; nog niet gefilmd, maar wel gewerkt aan script en voorbereiding. Er komt nog een U2-film van mij uit. Ik doe volgend jaar een documentaire over iets. Ik ben scripts aan het lezen, maar op het ogenblik heb ik niks wat ik kan meedelen.”

Spirits in the Forest is op donderdag 21 november en zondag 24 november te zien in deze bioscopen.

 

18 november 2019

 

MEER INTERVIEWS

Ring of Dreams

****
recensie Ring of Dreams

Meditatie in de boksring

door Ries Jacobs

Het liefst willen ze, in navolging van hun helden Terry ‘Hulk’ Hogan en Dwayne ‘The Rock’ Johnson, worstelen in volle arena’s. Maar ze voeren hun shows op voor een handjevol mensen. Toch keren de Nederlandse showworstelaars in Ring of Dreams steeds weer terug in de boksring, want “het is emotie op zijn hoogtepunt.”

In Amerika trekt professional wrestling (ook wel show-worstelen genoemd) miljoenen televisiekijkers. In ons land is het marginaal vertegenwoordigd. Regisseur Willem Baptist brengt de wereld van het Nederlandse show-worstelen in beeld door de ogen van Tengkwa. Deze altijd gemaskerde worstelaar is een van de steunpilaren van Pro Wrestling Nederland.

Ring of Dreams

Tengkwa staat regelmatig in de ring en traint jongelui die net als hijzelf gek zijn van pro wrestling. Allen dromen van applaus en roem, sommigen zelfs van een professionele carrière. Een van deze jongens is Krystian, een doodgewone iele tiener die in niets op een showworstelaar lijkt, maar wel een enorm doorzettingsvermogen heeft. Dankzij zijn ijzeren wil lukt het hem om de dreunen op zijn lichaam te incasseren.

Toneelstuk voor macho’s
Baptist bouwt zijn ruim een uur durende documentaire zorgvuldig op. Hij laat de kijker rustig kennismaken met de wereld van het Nederlandse show-worstelen. Juist door de zorgvuldige opbouw is Ring of Dreams aanvankelijk wat eendimensionaal. De kijker ziet voornamelijk mannen in te strakke broeken die spelen dat ze elkaar tot moes slaan.

Op het eerste gezicht is dit aandoenlijk. Volwassen mannen (en een enkele vrouw) vermaken in achterafzaaltjes, waar graffiti de muren versiert, anderhalve man en een paardenkop met pro wrestlingshows waarvan iedereen weet dat ze nep zijn. Om die reden doen we er in ons nuchtere land soms ten onrechte wat lacherig over. Een film is ook niet echt, maar daar laten we ons wel door meeslepen. Pro wrestling is een toneelstuk van en voor macho’s.

Ring of Dreams

Geen toekomst of verleden
Baptist kiest er  bewust voor om, evenals bij eerdere films, het verhaal voornamelijk te vertellen aan de hand van de beelden. Deze aanpak, waarbij hij de worstelaars mondjesmaat aan het woord laat, pakt goed uit. De regisseur weet uiteindelijk door te dringen tot de kern van deze subcultuur. Richting het einde krijgt Ring of Dreams – naast mooi weergegeven visueel spektakel – karakter. Steeds dieper graaft de filmmaker in de ziel van de show-worstelaars. Waarom willen ze in de ring staan?

Doe je het omdat je ervan droomt om in Amerika of Tokio in volle arena’s te staan? Dan zul je het waarschijnlijk niet redden, daarvoor is pro wrestling lichamelijk en geestelijk te zwaar. Volgens worstelaar Sitoci is het “wel show, maar niet voor watjes.” Wie hieraan begint om geld en roem te vergaren houdt het niet vol. De ene na de andere aspirant haakt gaandeweg de documentaire af. Wie overblijft beoefent zijn hobby in het weekend naast een baan in de IT, de beveiliging of de zorg.

Ze doen het omdat ze er, ondanks alle ontberingen, een kick van krijgen. De macho’s in de ring duiken in een fantasiewereld met helden en slechteriken. In het weekend gooien ze alle spanning en frustratie van de week eruit. In de ring is er geen toekomst of verleden, alleen het moment. Ring of Dreams vertegenwoordigt daarmee een maatschappelijke trend, namelijk de wens van velen om te leven in het hier en nu. Even komen de worstelaars los van het dagelijkse leven met al zijn zorgen en beslommeringen. Pro wrestling is voor hen een vorm van meditatie.

 

12 november 2019

 

ALLE RECENSIES

30 Tips voor IDFA 2019

Documentaire-festival Amsterdam meer dan ooit inclusief
30 Tips voor IDFA 2019

door Bob van der Sterre

Het 32e International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) is meer dan ooit het festival van de inclusiviteit – helemaal volgens de idealen van IDFA. Dus meer gendergelijkheid dan ooit, bijna evenveel vrouwelijke als mannelijke regisseurs.

Wat zijn de trends van het programma? Natuurlijk, met meer vrouwelijke regisseurs ook meer portretten van sterke vrouwen en vrouwen op zoek naar roots. Verrassend dit jaar is dat films over de oorlogen in Syrië en Oekraïne uit de mode lijken. Ook films over vluchtelingen lijken iets minder vertegenwoordigd, net als films over wetenschap en economie (de ergernis over de crisis is misschien wat weggezakt)..

King of the Cruise

Toegenomen zijn films over geschiedenis, maar dat heeft ook met de themaprogramma’s te maken (Villain, It still hurts en Re-releasing history). Ook traumaverwerking komt vaak terug. Films over gevangenissen. En opvallend veel films over families en zoeken naar het verleden. Zelfs de bekende Engelse documentaire-regisseur Nick Broomfield is op zoek naar zijn eigen jeugd.

Top 30
Deze 30 films (hier per thema ingedeeld) raden we aan. Dat wil niet zeggen dat je er blind heen moet of er verder geen andere films de moeite waard zijn. Er zijn gewoon ontzaglijk veel films en elke selectie helpt met zoveel films. Klik op de titel voor een link naar de website van IDFA. De redactie van InDeBioscoop wenst alle IDFA-gangers veel plezier!

Bijzondere levens
The Amazing Johnathan Documentary
De extreme goochelaar The Amazing Johnathan werd nog drie maanden te leven verklaard in 2014. Maar hij leeft nog steeds. Ben Bergman wilde een documentaire over hem maken, maar hier komt de twist: zo nog vier anderen. Klinkt als de ideale tragikomedie. Ook boeiend lijkt I Walk. Sportjournalist, dichter, wonend op Haïti, psychische problemen, reizen naar Laos voor een kunstwerk (in de jungle): het unieke leven van Jørgen Leth.

 

Coming of age
Punks
Tieners die niet meer te handhaven zijn, wat moet je ermee? Naar Frankrijk, naar een boerderij om zichzelf ‘op het rechte pad’ te krijgen. Vermoedelijk veel pijnlijke, wrange scènes over moeilijke kinderen, type ‘lach en een traan’. Nederlandse documentaire van Maasja Ooms zal er bij het publiek ingaan als koek. Enigszins verwant aan Carroussel, over criminelen die in Rotterdam een tweede kans krijgen.

 

Experimenteel
Selfie
Twee Napolitaanse tieners met een selfiecamera. Op zich een geniaal simpel idee om zo een wereld te ontsluiten, met misdaad en de eeuwig gepassioneerde Napolitanen (denk aan de geweldige docu van vorig jaar: Dark Corner). Lichtvoetig en experimenteel.

 

Feelgood
King of the Cruise
Vermoedelijk diverse lachsalvo’s oproepende documentaire van Nederlandse bodem (Sophie Dros). Ronald Reisinger is een rijke Schotse baron en een geweldige protagonist voor een film over het belegen leven op een cruiseschip. La Mami is ook een potentiële winnaar van de publieksprijs: een eigenwijs wc-dametje.

 

Feelbad/Drama
I Love You, I miss You, I Hope I See You Before You Die
Deense regisseuse maakt een portret van een jonge tienermoeder (twee kinderen) in Colorado, die leeft ‘op de grens van hoop en wanhoop’. Een film waar er volgens mij al talloze van zijn geweest – je moet ervan houden – maar rechter voor zijn raap wordt het niet. Wie meer houdt van een setting in de Britse arbeidersklasse: in Scheme Birds zien we de jonge Schotse Gemma proberen te overleven met haar pasgeboren kind.

Fictie
La Jetée
Amper een half uur maar desondanks toch zeer beroemde ‘documentaire’ van Chris Marker uit 1962. Postapocalyptisch (gaat over de wereld na de Derde Wereldoorlog) en artistiek enorm interessant. Een film die in de top-van-de-toplijstjes voorkomt. Volgens IDFA een ‘meesterlijke overdenking van de kracht van herinnering en het onafwendbaar verstrijken van de tijd’.

 

Gender & seksualiteit
XY Chelsea
Portret van een van de beroemdste transgenders van de wereld: Chelsea Manning. Een curieus persoon: eerst klokkenluider, daarna van man naar vrouw. Wie meer wil weten van het nieuws achter het nieuws heeft een goede aan deze film.

 

Geschiedenis
General Idi Amin: A Self Portrait
Idi Amin in een portret van regisseur Barbet Schroeder uit 1974. Het verhaal is bizar en het resultaat een klassieker in de documentairewereld. Dit is de versie die na het overlijden van Idi Amin in 2003 werd gemaakt – de versie ervoor… Nou ja, met een dictator is het lastig zakendoen, laten we maar zeggen.

 

Gevangenissen
Prison for Profit
Geprivatiseerde gevangenissen beter dan niet-geprivatiseerde? Dat zou je zeker niet denken als je deze docu kijkt die misstanden laat zien in een geprivatiseerde Zuid-Afrikaanse gevangenis (de Mangaung-gevangenis). Geen film om blij van te worden. Meer gevangenisfilms op IDFA: Arcana (portret van een gevangenis in Valparaiso in Chili uit 2006), The Cause (gevangenis in Venezuela), Sunless Shadows (jonge Iraanse vrouwen in de gevangenis), The Unseen (vrouwelijke daklozen die in Iraanse gevangenissen belanden).

 

Journalistiek  
Collective
Deze film laat zien wat er gebeurde na de brand in de nachtclub Colectiv in Boekarest. Dat leidde tot de val van de Roemeense regering. Ik denk dat het een schandalige film zal zijn, met veel onthullingen en gefrustreerde mensen.

 

IDFA-gast
The Battle of Chile: The Insurrection of the Bourgeosie / The Battle of Chile: Coup d’État / The Battle of Chile: Popular Power
Trilogie over de staatsgreep in Chili in 1973. Films uit 1975 (conflicten), 1976 (staatsgreep) en 1979 (laatste jaar Allende). Maker is regisseur Patricio Guzmán, ook de gast van deze IDFA. Als documentairemaker zag hij alles voor zijn neus gebeuren.

 

Klassieker
The Fog of War
Errol Morris (lees zijn profiel) is gespecialiseerd in een bepaald soort interview. Dit interview hield hij met Robert McNamara, Amerikaans minister van Defensie in de jaren zestig. Errol Morris’ interviews zijn altijd sterk. De vraag is alleen of het niet te ver van ons Nederlandse bed is.

 

Kunst
Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer
Het leven van Tarkovski, door hemzelf verteld, door zijn zoon samengesteld. Klinkt als voer voor de fans. Toevallig (niet echt denk ik) is er ook een Tarkovski-special in Eye. Lees ook ons interview met de zoon van Tarkovski op InDeBioscoop! In dit genre nog twee filmregisseursfilms: Forman vs. Forman (over Milos Forman van onder andere Amadeus, The Fireman’s Ball en One Flew over the Cuckoo’s Nest) en Varda by Agnès (over Agnes Varda, die een film over zichzelf maakte, in het jaar dat ze ook overleed).

 

Lengte
Heimat is a Space in Time (218 minuten)
Documenten, brieven, cv’s, dagboeken. Via veel voorleeswerk krijgen we een beeld van de geschiedenis van Duitsland. Dat gaat samen met voorbij glijdende beelden van de genoemde locaties in het heden. Ruim drie uur experimentele film van Thomas Heise.

 

Lichtvoetig
My Darling Supermarket
Een heerlijk niemendalletje tussen alle ‘serieuze’ documentaires. Deze film gaat over medewerkers van een grote supermarkt in Brazilië en hun persoonlijke levens. Vermoedelijk prettige film met wat gegrinnik van tijd tot tijd.

 

Literatuur
Margaret Atwood: a Word After a Word After a Word is Power
Geldt voor alle schrijversbiografieën: je moet wel fan zijn, anders wordt het saai. Ik heb zelf niet veel met Atwood maar voor de fans zal dit vermoedelijk geweldig materiaal zijn. Ook in dit genre, maar met een heel ander verhaal uiteraard: Toni Morrison: The Pieces I Am.

 

Maatschappelijk engagement
Push
Gentrificatie (beter bekend als gentrification) is een probleem. Daar ben ik van overtuigd, en veel anderen met mij. Interessant onderwerp dus waar veel over gepraat wordt maar tot nu toe niet over nagedacht wat de gevolgen zijn, hoe woonsteden in feite veranderen in hotelsteden. Zweedse documentaire reist de wereld rond om meer te weten te komen van dit fenomeen.

 

Misdaad
Mafia is Not What it Used to Be
Falcone en Borsalino, de twee vermoorde maffiarechters, worden in Palermo herdacht via een parade. Deze parade is het begin van een portret van mensen die hiermee te maken hebben, als kritisch persoon (fotografe Letizia Bataglia) of als artiest bij de parade. Dit kan wel interessant zijn, omdat de film maffia alleen als beginpunt neemt, maar niet als onderwerp van een journalistieke documentaire. Er is trouwens op IDFA ook een film over Letizia Bataglia zelf, waar ik erg nieuwsgierig naar ben, want ze behoort toch wel tot een van mijn fotografische helden.

 

Muziek
Marianne & Leonard: Words of Love
Nick Broomfield, die diverse pittige docu’s maakte (over Biggie & Tupac; Kurt & Courtney; seriemoordenaar in LA), gaat nu aan de gang met een softer onderwerp: de lastige relatie tussen Leonard Cohen en Marianne Ihlen. Zij was onderwerp van het beroemde liedje So Long, Marianne en, pikant genoeg, later ook partner van Broomfield op het artistieke vakantie-eiland Hydros.

 

Natuur
Earth
Een film over het verbouwen van natuur voor de ontwikkeling van de mens. Typisch een onderwerp voor Nikolaus Geyrhalter, die aantrekkelijke rustige films maakt over interessante onderwerpen. Hij weet mensen op ontspannende wijze vast te leggen. Zijn vorige film, The Border Fence, draaide ook op IDFA. Ook in deze stijl maakte hij Abendland, Pripyat, Homo Sapiens.

 

Oorlog
The Cave
Voor de liefhebber van écht hartverwarmende menselijkheid in een oorlogssituatie. In Oost-Ghouta in Syrië is een ondergronds ziekenhuis. Deze documentaire legt die wereld bloot. Interessant, schokkend, sentimenteel, naargeestig; dat is wat je kunt verwachten van deze Deense documentaire. Meer Syrië: For Sama filmde de opstand in Aleppo vanuit persoonlijk perspectief. Zou wel eens hoog kunnen scoren bij het publiek. En meer oorlog: Warheads. Beroemde docu uit 1992 over huursoldaten van Romuald Karmakar.

 

Politiek
Citizen K
Alex Gibney met weer een spraakmakend portret. Na James Brown, Steve Jobs, Elizabeth Holmes en Fela Kuti, maakt hij nu een film over Chodorkovski, wiens levensverhaal menigeen wel bekend is (de oligarch die tien jaar in een Siberisch strafkamp zat). Gibney is een type onthullende documentairemaker – hij maakte ook Zero Days over Stuxnet. Benieuwd hoe de combinatie met hem en Rusland en Chodorkovski uitpakt. Wel een lange zit.

 

Rampen
Once the Dust Settles
John Appel (bekend van de André Hazes-documentaire) heeft een boeiend uitgangspunt voor zijn nieuwe documentaire genomen: het toerisme van rampplaatsen. Zoals Amatrice (door aardbeving verwoest), Tsjernobyl (kernramp) en Aleppo (oorlog). Best vreemd als je erover nadenkt: de littekens van rampen bewonderen. Er zit iets pervers in die belangstelling. Over Fukushima, dat hier ontbreekt, is ook een film te zien: Rising from the Tsunami.

 

Reizen
LA Tea Time
Documentaires met humor, ja graag! Deze lichtvoetige documentaire gaat over de Quebecoise filmmaker Sophie Bedard Marcotte, die op zoek gaat naar Miranda July, regisseur van de aangename komedie Me and You and Everyone We Know. Met Chantal Akerman als gids. De premisse is daarmee al geslaagd – hopelijk levert dat ook de geestige roadmovie op waar je dan op hoopt.

 

Spiritualiteit en religie
Buddha in Africa
Film over een wonderlijke combinatie: boeddhisten en weeskinderen in Malawi. De kinderen krijgen Chinese les en komen in aanraking met een totaal vreemde cultuur. Die ook kansen biedt. Klinkt als bemoedigende, interessante productie. Meer films over jonge boeddhisten? Sing me a Song gaat over jonge boeddhisten in Bhutan. Film vertelt hoe de moderne tijd ook hun levens verandert.

 

Sport
Marshawn Lynch: A History
Als deze naam je niets zegt, ben je vermoedelijk ook geen fan van American Football. Ondergetekende is dat ook niet maar ik heb wel eens van Lynch gehoord als eigenzinnig persoon binnen dat wereldje. Deze film legt dat bloot met veel video-anekdotiek en ook een portret van waar hij vandaan komt (Oakland).

 

Video-essay
Letter to the Editor

Duizenden foto’s uit The New York Times aan elkaar gemonteerd? In elk geval een foto-essay over fotografie en journalistiek, project van documentairemaker Alain Berliner.

 

Vluchtelingen
Tiny Souls
Portret van Syrische vluchtelingen, vooral twee kinderen, die in Jordanië in vluchtelingenkampen wonen. Ze kregen een camera van de regisseur (Dina Naser) en filmen hun leven van binnenuit. Dat moet wel een emotioneel pittig verhaal zijn om te kijken. Ongetwijfeld eentje die de juiste snaar zal raken bij het IDFA-publiek. Ik zie de tweets al op het scherm passeren: ‘Net Tiny Souls gezien. Aangrijpend en indrukwekkend.’

 

Vrouwen
Bellissime
Drie Italiaanse vrouwen, zussen, kindmodellen. Het is niet makkelijk om door te breken tot de modellenelite. Hun coach is hun moeder. In deze film zijn we via homevideo’s getuige van hun honger naar succes en pogingen om het te maken.

 

Wetenschap
Hi AI
Wat is de toekomst van mensen en AI? Dat is het onderzoeksdoel van deze docu. Een luchtige documentaire, met wat lachsalvo’s en ook wat aandoenlijke momenten over eenzaamheid. En natuurlijk met een griezelig tintje. In dit genre ook: iHuman.

 

11 november 2019

 

MEER FILMFESTIVAL

Galápagos: Hope for the Future

**
recensie Galápagos: Hope for the Future

Symptoombestrijding op eilanden

door Sjoerd van Wijk

De titel geeft het al weg. Galápagos: Hope for the Future steekt de kop in het zand voor de ecologische catastrofe. In plaats daarvan speelt deze documentaire mooi weer met een tachtig minuten durende reclame voor producent de Charles Darwin Foundation.

Nu desastreuze klimaatverandering en biodiversiteitsverlies onafwendbaar zijn, heeft de mensheid geen hoop nodig maar moed. Om dapper te aanvaarden dat velen zullen sterven en talloos niet-menselijk leven wordt meegenomen in hun kielzog. Deze realiteit zouden natuurdocumentaires niet uit de weg moeten gaan, maar zien als een kans de resulterende rouw een plaats te geven. Hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn, door te doen alsof er oplossingen mogelijk zijn terwijl het in werkelijkheid draait om schadebeperking bewijst Galápagos: Hope for the Future de bijzondere flora en fauna aldaar geen goede dienst.

Galápagos: Hope for the Future

Kermisattractie
Allereerst is er het gebruikelijke tonen van de pracht en praal, in dit geval van de Galápagos-eilanden. Onder begeleiding van onnozele deuntjes passeren alle bijzondere diersoorten van dit gebied de revue, alsof zij een soort kermisattractie zijn. En er dus geen vuiltje aan de lucht is. De secce close-ups hebben in ieder geval niet de Instagram-kwaliteit van cameraman Emmanuel Lubezki’s werk met Terrence Malick of het sturende gehalte van Baraka. Opeens zijn daar dan de anonieme helden van de Charles Darwin Foundation die hun best doen de al sterk teruggelopen populaties weer groot te maken.

Daarbij neemt de vertelster geen adempauze om elk beeld te duiden. Waar een documentaire als Sengiré sereen handelingen toont zonder er doorheen te praten, is dat bij Galápagos: Hope for the Future tegenovergesteld. Daarbij negeert het de olifant in de kamer waarom het slecht is gesteld met de eilanden. Of wat het eiland te wachten kan staan met rijzende zeespiegels en dergelijke. Door het zo optimistisch te hebben over het goede werk van de onderzoekers praat de documentaire eigenlijk de systemische oorzaken goed. In dat opzicht is het tekenend hoe de zeehonden die vis op de markt stelen vooral koddig zijn. Als de documentaire al een probleem benoemt, is het slechts aanstippen. Het opruimen van plastic in de omgeving is zo een clandestiene operatie, om blind optimisme aan te wakkeren.

Galápagos: Hope for the Future

Antropocentrisme
Deze onkritische viering van natuurbehoud etaleert dan ook de onderliggende denkwijze van het antropocentrisme. Het begrip natuur impliceert dat de mens hier buiten zou staan, wat ook naar voren komt in het dweilen met de kraan open van de conservatiepogingen. Galápagos: Hope for the Future bejubelt de technische oplossingen die qua denkwijze tevens de oorzaak zijn van de rampspoed. Galágapos ziet reden voor vreugde dat Ecuador als eerste land natuurrechten in de grondwet vastlegde. Daarmee kiest deze documentaire ongegeneerd partij voor de separatie tussen mens en ecosysteem.

Sociaal filosoof en natuuronderzoeker Thoreau beschreef hoe ronddwalen in het wilde de geest verruimt. Bij deze documentaire mist eenzelfde soort ontzag om de Galápagos oprecht te tonen. De vertelster is er à la de homevideoprogramma’s als de kippen bij om dieren als mensen te beschouwen als dat ook maar even kan. Dat komt kleinerend over. Als een toerist ziet Galápagos: Hope for the Future de eilandenpracht vooral als iets leuks voor de mens. Daarmee vertelt de film een oneerlijk verhaal.

 

29 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Amazing Grace

*****
recensie Amazing Grace

Ziel, zaligheid en Aretha

door Alfred Bos

Amazing Grace documenteert de opnamen voor het gelijknamige gospelalbum uit 1972 van Aretha Franklin. Helaas moest de bejubelde soulzangeres overlijden om deze schitterende concertfilm voor openbare vertoning vrij te kunnen geven.

Aretha Franklin, volgens velen de grootste soulzangeres die de wereld heeft gekend, was een kind van de kerk. Vader C.L. Franklin, dominee van de New Bethel Baptist Church in Detroit, reisde in de jaren vijftig als prediker door Amerika en zijn dochter werd onderdeel van de muzikale eredienst. Thuis kwam Mahalia Jackson, de Queen of Gospel, geregeld over de vloer en fungeerde gospelzangeres Clara Ward als stiefmoeder. Aretha Franklin is gospel tot in haar merg.

Amazing Grace

Nadat ze in de late jaren zestig een reeks pophits had gescoord en was uitgegroeid tot de Queen of Soul, wilde Franklin met het dubbelalbum Amazing Grace, verschenen in 1972, laten horen waar ze vandaan kwam. Zo’n plaat kon volgens haar alleen worden opgenomen met publiek in een kerk. De sessies werden gefilmd door Sidney Pollack, maar door technische problemen – beeld en geluid bleken niet te synchroniseren – bleef het materiaal opgeborgen in de archieven.

Nadat de film vele jaren later door middel van nieuwe technologie alsnog kon worden voltooid, hield Franklin openbare vertoning tot tweemaal toe via de rechter tegen. Na haar overlijden in 2018 gaven de erven toestemming en is Amazing Grace, de weergave van twee bevlogen avonden in de New Temple Missionary Baptist Church te Los Angeles, met 47 jaar vertraging in de bioscoop te zien.

Verlossing
In zijn introductie noemt dominee James Cleveland gospel ‘the greatest sound in the world’ en daar kunnen niet de minste muzikanten zich in vinden. Het was het favoriete genre van Elvis Presley. Ambient-producer Brian Eno is een verklaard liefhebber. Voor Johnny Cash was zijn wekelijkse tv-show ondenkbaar zonder gospel. En Mick Jagger en Rolling Stones-drummer Charlie Watts stonden tijdens de tweede avond in de doopsgezinde kerk gebiologeerd toe te kijken en te luisteren.

Veel is er niet voor nodig om het vuur te ontsteken, zo blijkt. Zangeres, koor, muzikanten en het publiek, zo’n tweehonderd voornamelijk Afro-Amerikaanse vrouwen en een enkele blanke man (plus twee Rolling Stones), waren er op 13 en 14 januari 1972 klaar voor. Eerst achter de piano, daarna vanaf de kansel, zingt Aretha Franklin een selectie van traditionals en meer recent gospelrepertoire. Aan bezieling geen gebrek, haar vader zit pal voor haar neus. Naast hem zien we stiefmoeder en inspiratie Clara Ward, wier How I Got Over de kwintessens van gospel vangt: verlossing van aardse ellende door de liefde van de hemelse vader.

Typerend voor de invloed van gospel op de populaire muziek van na de oorlog is de medley van Precious Lord, Take My Hand en You’ve Got A Friend, twee ogenschijnlijk breed verschillende nummers die naadloos in elkaar overgaan. Het eerste is een compositie van Thomas A. Dorsey, de vader van de gospel, en vaak vertolkt door Mahalia Jackson. De tweede is een nummer van singer-songwriter Carol King, zelf diepgaand beïnvloed door zwarte kerkmuziek. De beste popmuziek heeft de bezieling van gospel, Motown is er een instituut mee geworden. Tijdens Amazing Grace, een krachttoer van elf minuten, gebeurt er iets. Het publiek roert zich en dominee Cleveland krijgt het te kwaad.

Amazing Grace

Huldebetoon
Amazing Grace documenteert niet alleen een eredienst, het is evenzeer een huldebetoon aan Aretha Franklin zelf. De zangkwaliteit is boven elke twijfel verheven, de intensiteit ongekend, de repertoirekeuze raak—niet voor niets groeide de dubbelelpee uit tot het best verkochte gospelalbum ooit. Maar het is ook een geconstrueerde setting, met geregisseerde beleving. De voor gospel zo kenmerkende vraag-en-antwoorddynamiek tussen voorzanger en koor is grotendeels afwezig. De interactie tussen voorganger en publiek – die tijdens verhitte diensten kan leiden tot extase – is voor deze gelegenheid eerder routineus dan begeesterd. Al inviteert dominee Cleveland het publiek vooraf om zich te roeren, de omstandigheden zijn wellicht te intimiderend om alle gêne te laten varen.

Ondanks die kanttekening is Amazing Grace een spektakel. Het toont in volle glorie een bezieling die uit de eenentwintigste-eeuwse muziek nagenoeg is vervlogen. Zoals Marvin Gaye’s Wholy Holy met zijn oproep ‘people we’ve got to come together’ actueler is dan ooit, zo kunnen eigentijdse zangeressen als Beyoncé en Rihanna – die soul hebben verruild voor marketing – een dosis bevlogenheid node gebruiken. En zij niet alleen.

Sidney Pollack heeft in januari 1972 tijdens repetities en uitvoeringen twintig uur aan materiaal geschoten. Daaruit is deze concertfilm van 87 minuten samengesteld, hij dekt slechts een deel van de plaatopnamen. Naar verluidt wordt er gewerkt aan een langere versie, die volgend jaar moet uitkomen. Wie verstandig is, wacht daar niet op.

 

28 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Richard Lowenstein over Mystify: Michael Hutchence

Richard Lowenstein over Mystify: Michael Hutchence:
“Gezichten verouderen, stemmen niet”

door Alfred Bos

De documentaire Mystify: Michael Hutchence is een intiem portret van de zanger die in de jaren tachtig als voorman van INXS menig meisjeshart op hol bracht. Regisseur Richard Lowenstein heeft hem goed gekend. “Hij keek op tegen intellectuelen.”

“Ik wist niet wat charisma was tot ik Michael Hutchence leerde kennen. Je kon er niet ongevoelig voor blijven. Hij had het op het podium en hij had het daarbuiten, in het sociale verkeer. En dan, als je de camera op hem richtte…”

Richard Lowenstein

Mystify: Michael Hutchence is het filmportret dat Richard Lowenstein heeft gemaakt van de charismatische zanger van INXS, na AC/DC de populairste rockact uit Australië. In de jaren tachtig was de groep niet van het MTV-scherm te branden, met hits als Original Sin, Need You Tonight, New Sensation en Suicide Blonde. In de vroege morgen van 22 november 1997 werd de ster dood aangetroffen in een hotelkamer van het Ritz-Carlton-hotel in Sydney, zijn geboorteplaats. Doodsoorzaak: verhanging. Hutchence werd 37 jaar.

“Speelfilms brachten niet veel op,
videoclips betaalden wel”

Richard Lowenstein draaide in 1984 zijn eerste videoclip voor de groep, Burn For You. Er zouden er nog zeventien volgen. Hij werd bevriend met Hutchence en vroeg de zanger mee te spelen in zijn tweede speelfilm, Dogs in Space (1986). “Ik was net van de filmschool gekomen en maakte als freelancer muziekvideo’s. Die gaven me de gelegenheid een experimentele filmmaker te zijn. Speelfilms brachten niet veel op, clips betaalden wel.”

Bij de kennismaking trof Hutchence hem als vriendelijk en nederig, vertelt Lowenstein. “Geen poseur, geen pretentieuze rockster.” Zijn ogen gingen open tijdens de shoot van de clip voor Dancing on the Jetty. “Ik herinner me het nog goed, ik kijk naar de zwart-witmonitor en tijdens de derde take gebeurt er iets. Je zag dat charisma en dat onbenoembare iets wat men screen presence noemt. Het knalde van het scherm.”

Digitale filmscanner
Richard Lowenstein (Melbourne, 1959) heeft in zijn loopbaan clips, documentaires en speelfilms gedraaid. “Mijn vader was een filmliefhebber en nam me mee naar de bioscoop. Vanaf mijn tiende of twaalfde heb ik alle grote films gezien van Kurosawa, Buñuel en Renoir, met hun non-lineaire manier van vertellen. Op de filmacademie werden alle nieuwe manieren om te vertellen met film benadrukt.”

Mystify: Michael Hutchence

Hij draaide in 1985 de kortfilm White City, die het gelijknamige album van Pete Townshend visualiseert. Naast INXS maakte hij videoclips voor U2 en Crowded House, en documentaires over de Australische muziekscene. Lowenstein werkte aan het script van een biopic over Hutchence toen in 2014 de miniserie INXS: Never Tear Us Apart op de Australische tv werd uitgezonden. De biopic werd een documentaire, de regisseur zat op een vracht archiefmateriaal.

“Niet alleen de homevideo’s die ik kreeg van zijn familie en zijn exen. Zelf had ik ook een berg aan filmbeelden, outtakes en ongebruikt materiaal. Die archiefbeelden waren zeer geschikt om de verhalen over Michael mee te illustreren. Ik wilde een onderdompelende cinema-ervaring creëren.”

“Je kunt nu voor een redelijk bedrag
je eigen digitale filmscanner aanschaffen”

Er zijn de afgelopen jaren meer documentaires gemaakt over muzikanten. Met Amy begon de trend. Zou deze documentaire vijftien jaar geleden mogelijk zijn geweest?

“In theorie wel”, meent Lowenstein. “Maar het was toen erg duur om al die verschillende soorten beeldmateriaal digitaal te scannen. Zo duur dat het niet werd gedaan, uitzonderingen daargelaten. De technologie is sindsdien gevorderd en je kunt nu voor een redelijk bedrag je eigen digitale filmscanner aanschaffen. Dat is de reden dat we al die prachtige documentaires à la Amy in de bioscoop zien. Ik had een kast vol ongearchiveerde films; die stuurden we naar de scanner en kregen een aantal harddrives met beeldmateriaal in 4K-resolutie retour. Dergelijke technologie bestond vijftien jaar terug nog niet.”

“Veel filmproductiebedrijven en archieven wereldwijd laten hun collecties digitaal scannen. Er komt steeds meer archiefmateriaal beschikbaar. Dat maakt al die documentaires mogelijk. Amy en Searching for Sugar Man hebben aangetoond dat er ook publiek voor is. De documentaire heeft lang last gehad van een stigma. Daar viel in de bioscoop geen geld mee te verdienen.”

Lowenstein kon ook putten uit het materiaal dat Michael Hutchence zelf had gefilmd. “Hij was een van de eersten die een homevideocamera aanschafte. Hij had daar het geld voor. Goddank, daardoor heeft hij veel persoonlijke beelden kunnen schieten. Daarna heeft hij een handheld Bolex uit de jaren vijftig gekocht en 16 millimeterfilm gedraaid. Ik had zo’n camera voor Bono gekocht. Michael zag dat en wilde er ook een.”

Byroniaanse held
Het succes van INXS was vooral te danken aan frontman Michael Hutchence en diens sexappeal op het podium en tv-scherm. Zijn liefdesleven was turbulent, hij had relaties met de Australische zangeres Kylie Minogue, het Deense fotomodel Helena Christensen en de Engelse tv-presentatrice Paula Yates, de vrouw en latere ex van Bob Geldof. Hutchence was een rockzanger à la Mick Jagger en Jim Morrison. Gevaarlijk, maar sensitief en intelligent: de Byroniaanse held.

Richard Lowenstein knikt instemmend. “Dat was de rol die hij speelde tot de adoratie van de rockzanger als seksgod hem teveel werd en zijn lange romantische lokken liet knippen. Daarmee liep hij, grappig genoeg, vooruit op de Britpop van Suede en Oasis.”

Hutchence was ook een gretige lezer. Lowenstein: “Hij keek op tegen intellectuelen en de boeken die hij las neigden naar het sensuele, zoals Het Parfum van Patrick Süskind, Les Enfants Terribles van Jean Cocteau en het werk van Markies De Sade. Je zag zijn levenslust terug in zijn literatuursmaak.”

“Michael zat liever tot diep in de nacht met zijn
vrienden te praten over film, kunst en politiek”

“Hij was zich erg bewust van iets wat Bono zich ook goed realiseert. Wanneer je op jeugdige leeftijd succesvol bent, heb je geen tijd om een opleiding af te maken. Hij zag dat de andere groepsleden van INXS bleven steken in een soort kinderlijk stadium. Hij wilde zich ontwikkelen, was heel nieuwsgierig en las veel, over uiteenlopende onderwerpen. Hij begreep dat hoe meer hij las, hoe hoger het niveau van de conversatie zou zijn.”

“Hij adoreerde de literaire wereld. Ik heb vrienden in de boekenwereld van Londen en Michael ging vaak mee. Natuurlijk met zijn bril op, om de intellectueel uit te hangen. Ik heb hem een keer moeten losscheuren van Salmon Rushdie. Rocksterren worden geacht losbollen te zijn, maar Michael zat liever tot diep in de nacht met zijn vrienden te praten over film, kunst en politiek.”

Mystify: Michael Hutchence

Interviews zonder camera
Mystify: Michael Hutchence bestaat uit archiefbeelden, concertregistraties en homevideo’s, waarbij op de geluidsband direct betrokkenen het verhaal vertellen. Er zijn in de documentaire geen talking heads te zien, een bewuste keuze. De interviews werden afgenomen in een verduisterde geluidsstudio.

“Ik heb altijd een probleem gehad met talking heads”, zegt Lowenstein. “Wat ik met de film wilde laten zien, was een verhaal dat door het toeval was geschreven als klassiek drama, inclusief de drie aktes en de bliksemschicht van Zeus. Mijn doel was om het publiek in dat drama onder te dompelen alsof het een speelfilm is. Als je het gezicht ziet van iemand die anno nu reflecteert op iets wat twintig jaar daarvoor is gebeurd, haalt dat de kijker uit het verhaal. Gezichten verouderen, maar stemmen niet.”

“Daar komt nog iets bij. Als je een interview filmt met een cameraman, een lichtman en een geluidsman is de situatie onnatuurlijk. In ieder geval minder natuurlijk dan bij een dagelijks gesprek. Dat leidt af, het geeft druk. Wanneer je mensen interviewt in het donker is er geen afleiding of druk. Het voelt intiem, vertrouwd; alsof je praat met een therapeut. Kylie Minogue liet haar reserves varen en kwam los. Ze liet haar foto’s en films zien. Het was ogenblikkelijk duidelijk dat de interviews zonder camera veel opener en onthullender werden.”

“Mijn moeder was een orale historicus, die in de jaren zeventig door Australië reisde om de verhalen van gewone mensen en arbeiders op te nemen met een bandrecorder. Ik ging mee als technicus en nam de gesprekken op, ik was tien of twaalf jaar oud. Dat realiseerde ik me pas nadat ik deze film had gemaakt.”

Het Kopenhagen-incident
De bliksemschicht van Zeus waar de regisseur over spreekt, is het incident dat in 1992 plaatsvond in Kopenhagen. De belangrijkste en enige getuige, buiten de dader, is Hutchence’s toenmalige vriendin, Helena Christensen. Lowenstein: “Ze gingen op de fiets een pizza halen. Michael blokkeert met zijn fiets een nauwe doorgang voor een taxi, maar heeft dat niet door. De chauffeur stapt uit en slaat Michael neer. Hij valt met zijn hoofd op de stoep. Op dat moment draait Helena zich om. De taxichauffeur stapt in zijn auto en rijdt weg.”

“Helena dacht dat Michael dood was. Er kwam bloed uit zijn neus en zijn oren. Er komt een ambulance, het personeel denkt dat hij een dronken rockster is. Dat denken de artsen en verplegers is het ziekenhuis ook. Hij komt bij en gaat tekeer als een dronken rockster. Alleen Helena weet: we hebben een pizza gehaald, we zijn niet naar een club geweest. Dat was wat ík had gehoord, een dronken incident tijdens het uitgaan.”

“Hij kon geen wijn meer proeven,
of de geur van zijn vriendin opsnuiven”

“Ik heb de consequenties van dat incident onderschat. Er was sprake van beschadigingen in de frontale kwabben, een zogeheten frontaal syndroom. Ik heb artsen en neurologen gevraagd wat de consequenties zijn van dergelijk hersenletsel. Het antwoord: arrogant gedrag, opvliegerigheid en ongeduld, plotselinge stemmingswisselingen, onvermogen om met emotionele uitdagingen om te gaan. Kort gezegd, het gedrag van een arrogante rockster.”

“Vlak voor en kort na het incident in Kopenhagen werkte ik nauw met hem samen. Ik zag die opmerkelijke verandering in zijn persoonlijkheid. Ik dacht toen: Michael gaat naast zijn schoenen lopen. Tegen mij vertelde hij dat hij zijn hoofd had gestoten en zijn reukvermogen was kwijtgeraakt en voor een groot deel ook zijn smaak. Hij kon geen wijn meer proeven, of de geur van zijn vriendin opsnuiven. Alle bonussen van het succes, allemaal weg. Hij barstte in tranen uit.”

“Nu zie ik het anders, het was brain damage als gevolg van dat incident. Maar dat wist ik toen niet, want Michael deed er geheimzinnig over. Hij sprak er nooit over en had dat Helena ook verboden. Het hersenletsel kwam aan het licht bij de autopsie na zijn overlijden, maar de resultaten zijn nooit gepubliceerd. Pas tijdens het maken van de documentaire kwam ik erachter.”

Blockbusteritus is besmettelijk
Na in Londen en Amsterdam interviews te hebben gegeven, is Rome de volgende bestemming voor Lowenstein. Hij gaat met zijn Italiaanse producent praten over zijn volgende film. De regisseur loopt niet over van enthousiasme voor het huidige filmklimaat. Dat doet hij al langere tijd niet, in 2004 sprak hij reeds over ‘the dumbing down of the art of filmmaking’. Hij constateerde toen: ‘when it comes to cinema language, history seems to be going backwards’. Een ontwikkeling die haaks staat op wat de Britse filmhistoricus Peter Cowie noteert in zijn boek Revolution: The Explosion of World Cinema in the Sixties.

Mystify: Michael Hutchence

Lowenstein lacht. “Ik ben een stokebrand. Ik sta nog steeds achter die uitspraak, al generaliseer ik natuurlijk. Er zijn altijd uitzonderingen als Wes Anderson of Quentin Tarantino. Ik ben sterk beïnvloed door de ensemblefilms van Robert Altman en de Hollywood-mavericks van de jaren zeventig die de regels doorbraken. In de jaren tachtig en negentig is dat verdwenen en domineert het conservatisme van Hollywood weer. De cinemarevolutie is volledig veranderd tot de productie van massavermaak dat het publiek niet aanmoedigt om na te denken. Ze worden aangemoedigd om een verhaal te volgen.”

Het is nog erger, Hollywood heeft de verbeelding van de kijker kapot gemaakt. Het brein is plastisch: functies die je niet gebruikt, raak je kwijt.

“Neem films als Los olvidados van Buñuel of Umberto D. van De Sica, die nodigen je uit tot een persoonlijke reactie. Tegenwoordig zijn zelfs de kunstfilms in het arthouse conventioneel.”

“Films worden simpeler en
simpeler, het verkleutert”

Hollywood voert de kijker met een lepel.

“Mee eens, alles wordt uitgelegd. Er is niets te raden. In de bioscoop draaien alleen nog superheldenfilms en wat voorheen werd vertoond in het arthouse is nu te zien via streamingdiensten. Die films kun je niet eens meer op een groot scherm zien. De eerste Superman-film is een arthousefilm vergelijken bij de blockbusterspektakels van nu. Films worden simpeler en simpeler, het verkleutert. Veel blockbusters zijn in feite animatiefilms, ze bestaan voor negentig procent uit computerbeelden met acteurs die acteren voor een groen scherm.”

Lowenstein is nu los. “Ik ben een oldskool purist, misschien ben ik een anachronisme. Computergames hebben de jeugdige doelgroep overgenomen. Het bioscooppubliek is heel anders geworden, ouder vooral. Martin Scorsese meent dat superheldenfilms in het themapark thuishoren, niet in de bioscoop. Scorsese’s nieuwe film is één week in bioscoop te zien, een film van honderden miljoenen dollars. Scorsese kiest voor een streamingdienst omdat de gebruikelijke producenten zijn film niet willen betalen.”

Hoe ziet u de toekomst van cinema?

“Film keert terug naar zijn wortels. De middelen zijn ook veel goedkoper geworden. Of die films in de bioscoop te zien zullen zijn, is weer een ander verhaal. Wellicht komt de kleinere bioscoop voor liefhebbers weer terug. Ik hoop op een culturele renaissance, zodat men iets anders wil zien dan de laatste blockbuster. Films waarin regisseurs sociaal commentaar leveren via toegankelijke kunstwerken.”

Mystify: Michael Hutchence draait vanaf 24 oktober in de bioscoop. Op 22 november wordt de concertfilm INXS: Live Baby Live uitgebracht, een registratie van het optreden van 13 juli 1991 in de Wembley Arena te Londen. De 35 millimeterfilm is digitaal omgezet naar Ultra HD 4K, met audio in Dolby Atmos; de beeldratio 4:3 is uitvergroot tot 16:9. Vanaf 15 november is het gelijknamige livealbum in een nieuwe audiomix beschikbaar op 2 cd’s en 3 elpees.

 

22 oktober 2019

 

MEER INTERVIEWS

Itzhak

***
recensie Itzhak

Viool als replica van de ziel

door Cor Oliemeulen

Itzhak Perlman is een prima verteller, zelfverzekerd, goedlachs en gevat. Hij geldt als een van de grootste violisten van de tweede helft van de twintigste eeuw. “Waar ter wereld ik ook kom, het enige verzoek dat ik krijg, is de muziek van Schindler’s List.”

Itzhak ademt een onvoorwaardelijke liefde voor de kunst. Alison Chernik maakte eerder korte documentaires over popartheld Roy Lichtenstein, beeldend kunstenaar Jeff Koons, expressionistisch schilder Jackson Pollock, multitalent Julian Schnabel, alsook de filmregisseurs Pedro Almodóvar en Francis Ford Coppola. Ditmaal neemt ze vijf kwartier de tijd voor de man op en achter de viool. Niet alleen muziek komt aan bod; eten en honden lopen als leuke draadjes door de film heen.

Polio
Getroffen door polio op zijn vierde, zien we Perlman nu altijd en overal op zijn scootmobiel. Zoals wanneer hij in een vol honkbalstadion het Amerikaanse volkslied speelt voor een wedstrijd van de New York Mets, luisterend naar een mooie speech van de Amerikaanse president Obama, tijdens een optreden met zanger Billy Joel, het repeteren met andere muzikanten en wanneer acteur Alan Alda een hapje komt eten en een goed glas wijn komt drinken. Op visite bij de Israëlische premier Netanyahu zal hij beslist niet over politiek praten, en inderdaad zien we even later dat het gesprek gaat over eten en honden. De een miljoen dollar behorende bij de prestigieuze Genesis Prize in Jeruzalem zal hij aanwenden voor het opleiden van jong muzikaal talent, met de nadruk op gehandicapten.

Nadat hij op zijn dertiende met zijn moeder naar New York verkaste omdat hij was aangenomen op het beroemde Juilliard viel het zijn tweede vioollerares (de eerste was een kreng) op hoe virtuoos de jeugdige Itzhak al was: “Hij speelde Mendelssohn twee keer sneller dan het moest, maar het was ongelooflijk”, zegt ze. “Ik denk dat ik verliefd op hem was.” Dat gold ook voor Perlmans huidige echtgenote, de vrolijke Toby, die hem na een optreden ten huwelijk vroeg. Itzhak was nog maar zeventien en kreeg een jaar de tijd om zijn relatie met een ander meisje op wie hij nog verliefd was te verbreken. Meer dan vijftig jaar later is Toby nog steeds lyrisch over zijn spel, maar een kritische noot schuwt ze nooit. “Je kende nog niets van Schubert toen we elkaar ontmoetten.”

Net gearriveerd in New York werd de jonge Itzhak uitgenodigd voor de Ed Sullivan Show en aangekondigd als uitzonderlijk talent. We horen hoe prachtig hij daar speelde. Terugblikkend: “Ik weet niet of ik toen was uitgenodigd voor mijn vioolspel.” Toby weet het wel: “Je was die arme kleine kreupele jongen.” Tegenwoordig speelt Perlman altijd op zijn Stradivarius uit 1714 die volgens hem precies de klank heeft die hij van binnen voelt. “Als je een hond hebt en je bent nerveus, dan is je hond nerveus. Als je rustig bent, is je hond rustig. De viool is de replica van de ziel.”

Itzhak

Auschwitz
En zo zit Itzhak vol ontmoetingen, herinneringen en gesprekken, gelardeerd met kort archiefmateriaal. Met zijn joodse achtergrond is Auschwitz nooit ver weg. Op weg daar naartoe namen joden bijna altijd hun viool mee. Die instrumenten werden natuurlijk door de nazi’s afgepakt, waarna de eigenaren naar de gaskamer moesten. De violen gingen naar het orkest, dat een enkeling aangreep om aan het verschrikkelijke lot te ontsnappen. De al even beroemde violist Isaac Stern antwoordde ooit op de vraag waarom zoveel joden viool spelen: “Dit is het gemakkelijkste instrument om op te pakken en weg te rennen.”

Perlman horen we soms heel aardig relativeren en blijkt niet vies van de nodige ironie, maar de enige keer dat we hem niet opgewekt zien, is het moment waarop de joodse eigenaar van een vioolwinkel een oude viool toont. Als hij het instrument openmaakt, zien we daarin een papieren vel in de vorm van een viool met daarop de tekst ‘Heil Hitler 1936’ en de tekening van een hakenkruis. “Zorg ervoor dat er geen snaren meer op komen”, zegt Perlman veelbetekenend.

De bijzondere geschiedenis van een groot kunstenaar maakt een portret al snel de moeite waard. Juist om die reden is de spontane, probleemloze documentaire Itzhak niet uitsluitend boeiend voor liefhebbers en beoefenaars van klassieke muziek.

 

6 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Last Male on Earth, The

***
recensie The Last Male on Earth

Een diersoort kost wat kost behouden

door Nanda Aris

The Last Male on Earth toont de laatste duizend dagen van Sudan, de enige mannelijke noordelijke witte neushoorn op aarde. Tot aan zijn dood in maart 2018 leefde hij op de Keniaanse savanne en werd daar verzorgd door bevlogen mensen, die hun leven zouden geven om hem te beschermen. 

Het team bestaat niet alleen uit rangers, verzorgers, en pr- en marketingmedewerkers, maar ook uit wetenschappers die met nieuwe technieken proberen de neushoorn te laten voortbestaan. Vele toeristen en journalisten trekken naar Ol Pejeta om de neushoorn te aanschouwen. ‘Vertel zijn verhaal’, zegt James, een van de tourleiders, ‘Wij moeten voor hem spreken, hij kan het niet meer.’ Maar is dit ware bevlogenheid, of een gecreëerde en opgetuigde kermis? 

The Last Male on Earth

Floor van der Meulen (1989) debuteerde met haar film Paradijsbestormers (2014), waarin ze Nederlandse jihadstrijders aan de Syrische grens portretteert. Haar korte film 9 Days – From My Window in Aleppo (2015, in co-regie met Thomas Vroege) toont de eerste negen dagen van de burgeroorlog in Aleppo, gefilmd door het raam van de Syrische fotograaf Issa Touma. Deze film won de European Film Award voor de beste korte film.

Mensheid
The Last Male on Earth start met de voice-over die het verhaal vertelt van God en de keuze die hij geeft aan steen, het dier en de mens. Een eeuwig leven zonder kinderen, of kinderen krijgen maar sterfelijk zijn. Ieder gaat zijns weegs en komt terug om de keuze aan God door te geven. De steen kiest voor een eeuwig leven, het dier voor de sterfelijkheid, maar de mens keert niet terug bij God. Met deze metafoor lijkt Van der Meulen ons duidelijk te willen maken dat de mens zijn weg gaat en denkt dat hij het voor het zeggen heeft.

Alle mensen rondom de neushoorn vertellen waarom Sudan zo belangrijk voor hen is, en wat hij met hen doet. Naarmate de film vordert, en ook de toeristen aan het woord zijn om te vertellen wat het aaien van de neushoorn met hen gedaan heeft, proeven we steeds meer de kritische, sarcastische toon van het verhaal. De rangers die in het veld liggen en oefenen, toegeroepen door hun baas – het heeft iets lachwekkends. De plaatsvervangende schaamte die ons soms ten deel valt, doet lichtelijk denken aan de schaamte die de kijker voelde bij het bekijken van Oeke Hoogendijks Het Nieuwe Rijksmuseum (2014).

The Last Male on Earth

Uitsterven
We volgen ook de wetenschappers, die het sperma van Sudan voor de volgende 3.000 jaar weten te bevriezen, en zo tijd winnen om met een oplossing te komen. Van der Meulen vraagt de wetenschappers waarom we de noordelijke witte neushoorn niet mogen laten uitsterven. En daar weten ze niet direct een antwoord op. Er volgen scènes waaruit we kunnen concluderen dat Van der Meulen ons aan het denken wil zetten over welk belang we aan een dier hangen; het insect dat met een vliegenmepper tijdens een persconferentie over Sudan de volle laag krijgt, het schaap dat geslacht wordt, en de vliegen die tegen het elektrische rooster verbrand worden.

Ondertussen tikken Sudans dagen weg, zich van geen kwaad bewust en niet beseffend dat hij de laatste van zijn soort is. Hij ondergaat de aaitjes van toeristen, wordt ouder met de dag, neemt zijn eten in ontvangst en krijgt naar het einde toe steeds meer wonden op zijn lijf.

Terechte vragen
Het is goed dat Van der Meulen ons aan het denken wil zetten, goed dat ze terechte vragen stelt, maar het roept ook een beetje medelijden op met iedereen die wordt geportretteerd. De film mist soms een beetje snelheid en de boodschap is niet eenduidig. Maar goed is het wel dat we nadenken over waarom we een diersoort kost wat kost willen behouden, in plaats van ons als mensheid boven alles te plaatsen en te denken dat wij een diersoort moeten redden. Hadden we ook niet beter iets eerder in actie kunnen komen? Dan had de onwetende Sudan niet beschermd hoeven worden door de mens die hem naar het randje van de afgrond bracht.

 

16 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Miles Davis: Birth of the Cool

****
recensie Miles Davis: Birth of the Cool

Portret van een gekwelde trompetkunstenaar

door Cor Oliemeulen

Zelfs als je jazz beschouwt als een gruwelijke bak herrie of onophoudelijk zenuwachtig gefiep, is de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool fascinerend om naar te kijken. Een nadere kennismaking met de grootste jazzvernieuwer die minder cool was dan de titel doet vermoeden.

Miles Davis kon zich muzikaal uitstekend aanpassen aan de tijdsgeest: van bebop in de jaren 40, via cooljazz, hardbop, jazzrock, fusion, acid jazz tot en met commerciële nummers in de jaren 80. Niet alleen door de omgevingsfactoren, maar ook door emoties toonde Davis zich een kameleon: net als zovele jazzmuzikanten worstelde hij met een drugsverslaving en daarbovenop had hij problematische relaties met vrouwen. Door middel van interviews en deels niet eerder gebruikte beelden ontstaat het portret van een gekwelde trompetkunstenaar.

Miles Davis: Birth of the Cool

Liever cool dan bebop
Miles Davis (1926-1991) zette in juli 1944 zijn eerste grote schreden in Club Riviera in St. Louis als invaller in een band met jazzlegendes Charlie Parker, Art Blakey en Dizzy Gillespie. De jonge Miles was zo zenuwachtig dat hij voor elk optreden moest overgeven. Zijn welgestelde ouders (vader was tandarts) drongen aan dat hij piano of viool zou gaan studeren. Het werd toch de trompet, maar dan wel aan het beroemde Juilliard-conservatorium in New York. Die studie zou hij niet afmaken, want veel liever trad hij avond na avond op in de clubs van 52nd Street, het toenmalige mekka van de jazz. Na drie jaar spelen in het kwintet van Parker had Davis genoeg van diens snelle, gecompliceerde en virtuoze bebop. Miles wilde voortaan zelf de muzikale lijnen uitzetten. Dat leidde in 1957 tot het baanbrekende album Birth of the Cool. Een nieuwe jazzstijl was voor het grote publiek geboren.

Terwijl de toenmalige CBS-anchorman Walter Cronkite jazz bestempelde als ‘muzikale herrie’, roemen velen Davis’ cooljazz als elegant, romantisch, kwetsbaar en verrassend. Met meestal een demper op zijn trompet creëerde hij zijn typische, herkenbare timbre met een ingehouden, lyrische, melodieuze speelstijl. Andere mijlpalen zijn Miles Ahead (1957) en Kind of Blue (1959), nog steeds het meest verkochte jazzalbum ooit. Ooggetuigen vertellen hoe Davis voor twee opnamesessies bij Columbia Records collega’s als John Coltrane en Bill Evans slechts wat toonladders en melodielijnen toestopte, de rest van Kind of Blue is improvisatie. Sketches of Spain (1960) is een flirt met Spaanse muziek en Bitches Brew (1970) verruilt de traditionele akoestische instrumenten voor elektrische jazzrock. Criticus Greg Tate noemde Davis een ‘hoodoo voodoo priest of music’.

Miles Davis: Birth of the Cool

Artiesten en intellectuelen
Waar talking heads (kenners, exen, kinderen, jazzgiganten als Ron Carter, Wayne Shorter, Herbie Hancock, Quincy Jones, Mike Stern en Marcus Miller) Miles Davis op muzikaal gebied de hemel in prijzen, krijgt de persoon achter de muzikant ook minder jubelende kwalificaties toebedeeld: koud, direct, excentriek, jaloers, op zichzelf, tegen het asociale aan. Karaktereigenschappen die al dan niet werden versterkt nadat hij gedesillusioneerd terugkwam van zijn verblijf in Parijs in 1949. Daar was geen rassenscheiding en werd hij opgenomen in een kring van artiesten en intellectuelen (Picasso en Sartre waren fan). De Franse zangeres Juliette Gréco vertelt hoe ze verliefd hand in hand met Miles Davis door de straten van Parijs flaneerde, maar aan het sprookje kwam een eind toen hij terug in Amerika weer direct werd geconfronteerd met racisme en zich stortte in een heroïneverslaving die de rest van zijn leven zou bepalen. Net als een aanvaring met een agent die een bloedende Davis naar het politiebureau begeleidde.

Zoals in zijn vorige documentaires neemt filmmaker Stanley Nelson (o.a. The Black Panthers: Vanguard of the Revolution, 2015) de tijd voor rassenongelijkheid. Met zijn opzichtige dure auto’s en luxe kleding was Miles Davis voor sommige blanken een doorn in het oog. Hij portretteert Davis als activist en krachtig symbool voor Afro-Amerikanen die geen blad voor zijn mond neemt. Terwijl in de jaren 60 de jazz door de opkomst van rock en funk minder populair werd, paste Davis zijn muziek aan en zocht hij inspiratie in andere culturen en kunstvormen. Dat leidde onder meer tot zijn opname van het Disney-liedje Someday My Prince Will Come (1961). Davis flipte toen hij op de albumcover een blanke vrouw zag en eiste van Columbia Records om ’that white bitch’ te verwijderen en te vervangen door Frances Taylor, zijn eerste echtgenote, als eerbetoon aan haar en aan alle zwarte vrouwen.

Miles Davis: Birth of the Cool

Rake anekdotes
Ook in Miles Davis: Birth of the Cool heeft de populaire ex-danseres, Frances Taylor, een prominente plaats. Ze deelt persoonlijke herinneringen, en krijgt (weliswaar erg kort) de kans om ook ’s mans ellende van drugs en paranoia uit de doeken te doen. We zien de pijn in haar ogen als ze vertelt hoe ze direct vertrok nadat Davis haar tegen de grond had geslagen, maar ze zou altijd van hem blijven houden. Ook volgende exen hadden het niet gemakkelijk met de jazzlegende. Een onmiskenbare invloed had de pittige funk- en soulzangeres Betty Mabry eind jaren zestig. Davis was altijd onberispelijk gekleed in een donker pak, maar Betty ging hem hip en extravagant kleden: laag uitgesneden shirts, patchwork broeken met opzichtige riemen en grote zonnebrillen.

De documentaire zoomt echter vooral in op Davis’ hoogtijdagen daarvoor, de decennia waarin geschiedenis werd geschreven, zoals de totstandkoming van zijn geïmproviseerde soundtrack van Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle. We zien nog wel een kort optreden op het podium met Prince in 1987, maar toen was Davis al erg fragiel als gevolg van jarenlang drugsgebruik. De kijker blijft met een triest gevoel achter, wetende dat er nooit meer iemand van dit muzikale kaliber zal opstaan, maar dat maakt deze biografie niet minder mooi en leerzaam. Misschien is de enige kleine tegenvaller dat je op de aftiteling leest dat het niet de rasperige voice-over van Miles Davis is die je hoorde, maar van Carl Lumbly die voorleest uit de in 1990 verschenen autobiografie Miles. Dat karakteristieke gekraste stemgeluid van Davis (veroorzaakt door een keeloperatie) wordt ook voorbeeldig, en soms gekscherend, geïmiteerd in de talrijke rake anekdotes.

 

7 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Woodstock: bepalend moment van de babyboomers

50 jaar Woodstock
Bepalend moment van de babyboomers

door Alfred Bos

Het begon als een idee voor een platenstudio. Het werd het meest beroemde, ophefmakende, historisch significante popfestival ooit. Op de vijftigste verjaardag van Woodstock is de documentaire van Michael Wadleigh voor één dag opnieuw te zien.

De zomer van 1969 was een waterscheiding in de westerse cultuur. Op 20 juli zette Neil Armstrong als eerste mens voet op een ander hemellichaam, het was wereldnieuws. Diezelfde week oversteeg de rekenkracht van alle computers tezamen het rekenvermogen van de mensheid, de kranten zwegen erover.

Woodstock (50th Anniversary)

Leden van Charles Mansons sekte pleegden in de nachten van 9 en 10 augustus de geruchtmakende Tate/La Bianca-moorden en verstoorden de hippiedroom. Nog geen week later, van vrijdag 15 tot en met maandagmorgen 18 augustus, vond in Bethel, New York het Woodstock-festival plaats, aangekondigd als ‘drie dagen van vrede en muziek’. Er kwam een half miljoen bezoekers op af en de gouverneur van de staat New York riep de festivallocatie uit tot rampgebied. In luttele weken werden historische grenzen overschreden.

Voor iedereen die er niet bij kon zijn, draaide in Amerika vanaf 26 maart 1970 de documentaire die de onafhankelijke cineast Michael Wadleigh over het festival – de muziek en de bezoekers – maakte. Woodstock opende op 25 juni in Nederland; ná de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk, maar vóór de rest van de wereld. Vanaf 11 mei van dat jaar lag de driedubbelelpee met opnamen van het festival in de winkel, een jaar later gevolgd door een dubbelaar.

Voor wie er echt geen genoeg van kan krijgen, is er ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Woodstock een speciale uitgave met 38 cd’s verschenen. Daarop staan alle 432 nummers die de 32 acts en artiesten hebben gespeeld tussen vrijdagmiddag 5 uur (Richie Havens) en maandagmorgen 11 uur (Jimi Hendrix). Eén cd verzamelt alle podiumaankondigingen: “Klim niet in de torens”. “De bruine acid die rondgaat is niet bijzonder goed, we raden aan om er weg van te blijven”. “Vanaf nu is het een gratis concert”. Woodstock is een geval apart.

Festivalkoorts
Dat er überhaupt een film was te zien, is te danken aan voormalige platenbaas en muzikant Artie Kornfeld. Samen met concertpromotor Michel Lang benaderde hij de financiële adviseur Joel Rosenman en de rijke zakenman John P. Roberts. Aanleiding was een advertentie in de Wall Street Journal waarin dat tweetal zich had geafficheerd als ‘jongemannen met ongelimiteerd kapitaal’, op zoek naar zakelijke ideeën. Het idee van Lang en Kornfeld was om een opnamestudio te openen in Woodstock, in upstate New York. Het werd een meerdaags muziekfestival; niet in Woodstock (geen locatie beschikbaar), niet in Walkill (protest van bewoners), maar in Bethel, op het terrein van boer Max Yasgur.

Woodstock (50th Anniversary)

In de zomer van 1969 had Amerika last van festivalkoorts. Vanaf het eerste weekend van april (Palm Springs, Californië) tot en met het laatste weekend van augustus (Lewisville, Texas en Prarieville, Louisiana) was de kalender van oostkust tot westkust gevuld met een reeks festivals: West Hollywood (Florida), San Jose (Californië), Detroit (Michigan), Denver (Colorado), Edwardsville (Illinois), Hampton (Georgia), Laurel (Maryland), Milwaukee (Wisconsin), Woodinville (Washington) en Atlantic City (New Jersey) waren het decor van drukbezochte rockfestivals.

Woodstock leek de zoveelste in een rij, de organisatie rekende op het respectabele aantal van maximaal honderdduizend betalende bezoekers. Het werden er zo’n half miljoen, waarvan het overgrote deel zonder kaartje. Opeens was de wei in Bethel onbedoeld een stad van een kleine half miljoen inwoners, een stad zonder infrastructuur. Zonder voedsel, zonder medicijnen, zonder sanitair. Onbereikbaar ook, de wegen zaten tot ver in de omtrek verstopt, alle hulp moest worden ingevlogen. Het had zomaar kunnen uitdraaien op een humanitaire ramp.

De lokale bevolking begon voedsel in te zamelen, het leger vloog met helikopters veldartsen in, de Hog Farm-commune-activisten van Wavy Gravy (Hugh Romney) bemanden een gaarkeuken en deelden gratis eten uit. Gouverneur Rockefeller verklaarde Bethel tot rampgebied. Bovendien werkte het weer niet mee. Op zondagmiddag maakte een zomerstorm van de weide een modderpoel. Maar ondanks alle ontberingen klaagde niemand, iedereen hielp elkaar. Het gevoel van eenheid onder het publiek oogt vijftig jaar na dato nog steeds utopisch.

Woodstock Nation
Elk van de half miljoen bezoekers – en de muzikanten niet uitgezonderd – had het gevoel deel van iets unieks te zijn. Woodstock werd het bepalende moment voor de generatie van de naoorlogse baby boomers. “We zochten geen antwoorden, we zochten gelijkgestemden”, zeggen bezoekers van toen vijftig jaar later. Die vonden ze op de heuvels van Bethel.

Het gaf hen een gemeenschappelijk levensgevoel, zelfbewustzijn, een identiteit en cultureel momentum. Hun belevingswereld verschilde ingrijpend van die van hun ouders en dier conservatieve ideeën, burgerlijke waarden en zielloze bestaan. Ze noemden het ‘Woodstock Nation’, waar de verbeelding aan de macht was. Dat weekend werden babyboomers de Woodstockgeneratie.

50 jaar Woodstock

Twee dingen waren cruciaal voor het gevoel van verbondenheid dat het half miljoen vreemden op de weide van zuivelboer Max Yasgur met elkaar deelden: muziek en Vietnam. Het protest tegen de oorlog in Vietnam was de motor achter het ontstaan van de tegencultuur die de psychedelische revolutie, het ecoprotest van The Whole Earth Catalog en de alternatieve media van underground comix en tijdschriften à la Rolling Stone had voortgebracht.

Boven de babyboomers hing de dreiging van militaire dienstplicht. Wie werd opgeroepen, kon naar Vietnam worden gezonden en terugkeren in een bodybag. Ze ontvluchtten die donkere werkelijkheid in muziek, en drugs. Muziek was het cement dat alle uiteenlopende interesses en belangen van de tegencultuur tot een geheel kitte. Festivalafsluiter Jimi Hendrix bracht in zijn deconstructie van het Amerikaanse volkslied Vietnam en muziek samen.

Woodstock en al die andere festivals in de zomer van 1969 hadden Montery Pop, van juni 1967, als voorbeeld. De moeder aller rockfestivals was bedoeld om rockmuziek dezelfde culturele status als jazz en folk te geven. Lou Adler, mede-organisator van Montery Pop: “Montery draaide om de muziek. Woodstock draaide om het weer en de bezoekersaantallen.” Maar tijdens Woodstock overstegen het publiek en hun tegencultuur de betekenis van de muziek. Het festival markeert het moment waarop de tegencultuur de nieuwe mainstream werd.

Chicago maakt plaats voor Santana
Meer dan een kwart van de acts die hadden gespeeld op Montery Pop stond ook op Woodstock: Jimi Hendrix, The Who, Janis Joplin, Jefferson Airplane, Country Joe & The Fish, The Grateful Dead, Paul Butterfield Blues Band, Canned Heat en Ravi Shankar. Ze waren symbolen van de tegencultuur en vormden het hart van het Woodstock-affiche. Dat werd verder gevuld met nieuwe en minder bekende namen als Joe Cocker, The Band, Mountain, Johnny Winter, Santana en Crosby, Stills, Nash & Young (het was hun tweede optreden). Sly & The Family Stone vervulde op Woodstock de rol die Otis Redding en de Stax-revue hadden op Montery, die van excuus-soulact.

Voor de hand liggende namen ontbraken om uiteenlopende redenen. Bob Dylan vertrok op de openingsdag van Woodstock naar Engeland, om daar op 31 augustus te spelen op het Isle of Wight Festival of Music. Simon & Garfunkel werkten aan een nieuw album, dat in 1970 zou verschijnen als Bridge Over Troubled Water. The Byrds hadden hun buik vol van festivals. The Doors zegden op het laatste moment af, ze vreesden ‘een tweederangs Montery’. Love was uitgenodigd, maar paste. Chicago werd door concertpromotor Bill Graham (we zien hem in de backstagebeelden) van het affiche gemanipuleerd. De reden: zo kon hij de nieuwe groep onder zijn hoede, het op dat moment volstrekt onbekende Santana, aan het Woodstock-programma toevoegen. Santana vulde de plek van Chicago.

Woodstock (50th Anniversary)

Santana was als grote onbekende dé relevatie van het festival en levert het muzikale hoogtepunt van de documentaire. Omdat de groepsleden lsd hadden geslikt, werd hun bijdrage een uur uitgesteld. Een akoestisch optreden van Country Joe McDonald vulde het gat, zijn vertolking van Fish Cheer is een van de iconisch momenten in de film. Santana’s rock met latin-elementen was in 1969 een nieuw geluid en de verbazing en opwinding onder het publiek worden in de split screenbeelden van Woodstock raak gevangen. Mede dankzij de lsd heeft de groep vleugels en stijgt boven zichzelf en het moment uit.

De registratie van Soul Sacrafice, het slotnummer van Santana’s optreden, biedt pure magie. Het is één van de beste liveperformances uit de rockhistorie en maakte de reputatie van de groep. Twee weken na Woodstock verscheen het titelloze debuutalbum, werd een hit en de rest is geschiedenis. Geen groep heeft zoveel baat gehad bij Woodstock als Santana, het festival lanceerde de carrière van de band. Het werkte wederzijds, met Santana had Woodstock een uniek en onderscheidend moment. Het complete Woodstock-concert is terug te horen op bonus-cd bij de heruitgave uit 2004 van Santana.

Martin Scorsese
Woodstock is één van de beste concertfilms ooit, misschien wel de beste. Het is de eerste en enige documentaire van regisseur Michael Wadleigh en won in 1971 een Oscar. (Wadleigh maakte daarnaast slechts de thriller Wolfen, een film die cultfaam onder liefhebbers van horror heeft.) De cameramensen hadden in 1969 ongekende vrijheid om de optredens op en rond het podium te filmen. Ze zitten de muzikanten letterlijk dicht op de huid, wat de beelden ongewoon intiem maakt. De split screen-editing is functioneel en werkt dramatisch in het voordeel van de muziek, zo maakt de montage de registratie van The Who extra krachtig.

Voor de montage waren zeven editors verantwoordelijk, waaronder Thelma Schoonmaker en Martin Scorsese. Schoonmaker werd nadien de vaste editor van Scorsese, die tevens als assistent-regisseur aan de film heeft meegewerkt. Die ervaring heeft hij nadien benut voor zijn concertfilms en muziekdocumentaires over The Band (The Last Waltz, 1978), Bob Dylan (No Direction Home, 2005), Rolling Stones (Shine a Light, 2008), George Harrison (Living in a Material World, 2011) en opnieuw Bob Dylan (Rolling Thunder Revue, 2019).

Woodstock (50th Anniversary)

Bij het vijfentwintigjarige bestaan in 1994 kwam Woodstock in Amerika opnieuw uit. De oorspronkelijk versie uit 1970 is 184 minuten (drie uur en vier minuten) lang. De director’s cut van 1994 telt 224 minuten (drie uur en drie kwartier), aan de eerste versie zijn opnamen van Canned Heat, Janis Joplin en Jefferson Airplane toegevoegd; de laatste twee waren niet in het origineel te zien. Het segment over Jimi Hendrix is uitgebreid met een verbluffende vertolking van Voodoo Child (Slight Return). Niet in de bioscoop vertoond materiaal kwam in 2009 op dvd beschikbaar via de 40th Anniversary-uitgave van de film.

Kassucces
Woodstock was een bijgedachte en kostte 600.000 dollar om te maken. Door omstandigheden werd Woodstock een gratis toegankelijk festival, wat het kwartet organisatoren in eerste instantie een miljoenenschuld opleverde. De film bleek echter een kassucces en heeft vijftig jaar later, los van plaatverkoop en merchandise, naar schatting vijftig miljoen dollar opgebracht. Ook dat typeert de babyboomers.

Waarom werd Woodstock het kantelpunt en niet een van al die andere festivals die zomer? Woodstock haalde in Amerika de nationale pers: er ging van alles fout en toch liep het, als een mirakel en met dank aan de verdraagzaamheid van de bezoekers, niet uit op een ramp. Woodstock bracht het mirakel naar de rest van de wereld.

Maar het meest fundamentele facet van de culturele waterscheiding die in de zomer van 1969 gestalte kreeg, is dit: de film van het festival, de virtuele werkelijkheid, is lucratiever dan het festival zelf, de fysieke werkelijkheid. Zo symboliseert Woodstock via Woodstock met terugwerkende kracht de door media geschapen hyperrealiteit van de eenentwintigste eeuw.

De director’s cut van Woodstock (224 minuten lang) beleeft zaterdag 17 augustus zijn ‘première’ op Lowlands en is zondag 18 augustus eenmalig te zien in meer dan honderd bioscopen.

 

10 augustus 2019


ALLE ESSAYS