Alone in Berlin

***

recensie Alone in Berlin

Burgermoed in nazi-Berlijn

door Alfred Bos

Engelstalige Europese coproductie verfilmt de Duitse succesroman over een echtpaar in het Berlijn van de jaren veertig dat ansichtkaarten inzet tegen de propaganda van Hitler. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.

Rond de jaarlijkse dodenherdenking verschijnen er in de bioscoop meer films dan gewoonlijk die spelen in of qua thematiek verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog. Alone in Berlin is de filmversie van de roman Jeder stirbt für sich allein (Alleen in Berlijn), die de Duitse schrijver Hans Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen) kort voor zijn plotselinge dood in 1947 in vier weken tijd schreef. Hij handelt over een echtpaar van middelbare leeftijd wiens enige zoon als soldaat van het Duitse leger in de eerste oorlogsweken is gesneuveld. Ze komen op hun eigen naïeve manier in opstand tegen Hitler.

Alone in Berlin

Otto Quangel (de Ierse acteur Brendan Gleeson) is voorman op een houtzagerij, doodskisten zijn het voornaamste product. Laag opgeleid maar intelligent, begint hij uit verdriet om zijn verloren kind een eenmansactie tegen de nazi’s. Quangel schrijft anti-naziteksten op ansichtkaarten die hij achterlaat in openbare gebouwen en kantoren in Berlijn. Zo wil hij een stem geven aan zijn gemoed en de alom aanwezige nazipropaganda ondergraven. De kaarten worden door de burgers van Berlijn echter niet aan elkaar doorgegeven, maar ingeleverd bij de politie. Die gaat op jacht. Quangel schrijft door. Hij besteedt al zijn vrije tijd aan het project en betrekt zijn vrouw Anna (Emma Thompson) er in.

Niemand is te vertrouwen
De 600 pagina’s van de roman zijn ingedikt tot een film van zeven kwartier, waarbij onvermijdelijk hele stukken van het boek zijn verdwenen of vervangen door nieuwe scènes uit de pen van scenarist Achim von Borries (Good Bye Lenin!) en regisseur Vincent Perez. De film concentreert zich op de kern van het op feiten gebaseerde verhaal: de alom aanwezige sfeer van intimidatie en terreur, de lompheid van het nazi-apparaat, de onzekerheid van het dagelijkse bestaan in oorlogstijd. Het wemelt van de meelopers en de opportunisten, niemand is te vertrouwen. De Quangels zijn—alleen in miljoenenstad Berlijn.

Goed en fout lopen langs onzichtbare lijnen dwars door elkaar, ook in het appartementengebouw waar de Quangels wonen. Een Joodse weduwe wordt belaagd door een buurman met nazisympathieën en diens bloedfanatieke zoon, Baldur geheten. Een gepensioneerde rechter steunt waar mogelijk, terwijl een nietsnuttende zuipschuit de boel voor eigen gewin verraadt. Dan is er nog de postbode die helpt waar ze kan; haar bangige echtgenoot probeert een wit voetje te halen bij de nazi’s. De breuklijn loopt ook door huwelijken. En door het politieapparaat.

Alone in Berlin

Leven onder een bezettingsmacht
Het net sluit zich langzaam rond de Quangels, maar het thrilleraspect is niet het hart van Alone in Berlin. Dat is de psychologie van de terreur en het leven onder een bezettingsmacht. Integere burgers, maar ook inspecteur Escherich (Daniel Brühl) die met de zaak van de ansichtkaarten is belast, worden voor onmogelijke keuzes geplaatst. Wat boek en film glashelder maken is dat ook voor de neutrale Duitse bevolking het nazibewind een nachtmerrie is geweest. Van de 285 kaarten die Otto en Anna Quangel tussen 1940 en 1943 hebben verspreid, zijn er 267 aangegeven bij de politie. Hun opzet is niet gelukt: de kaarten zijn niet doorgegeven, de angst zat te diep.

Alone in Berlin is een keurige film over keurige mensen in een immorele wereld. Deze Duits-Frans-Engelse coproductie mikt op het Europese mainstream-publiek en heeft een internationale rolbezetting en een Franse regisseur, de steracteur Vincent Perez. Hij is braaf – trouw aan het boek, grove scènes worden elliptisch verbeeld – en keurig opgedeeld in drie aktes. De bedrukte stemming van het leven in oorlogstijd wordt gevisualiseerd door grauwe kleding en sombere interieurs; suggestie wint het van actie. Dat de Engelstalige dialogen met Duits accent worden uitgesproken is de voornaamste smet op deze geslaagde verfilming van een ijzersterk boek.
 

25 april 2017

 

Frantz

***

recensie Frantz

Te mooi om waar te zijn

door Cor Oliemeulen

Een Franse jongeman met een schuldgevoel wordt opgenomen in een Duits gezin en vervangt hun enige zoon die sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zijn verhalen en vioolspel verzachten het verdriet en brengen troost.

De Franse regisseur François Ozon liet zich grijpen door een verhaal van ene Maurice Rostand, die het direct na afloop van de Eerste Wereldoorlog schreef. Ozon ontdekte dat niemand minder dan zijn oude Duitse collega Ernst Lubitsch in 1932 het verhaal had verfilmd en besloot om deze tragische geschiedenis over schuld en vergeving een andere wending te geven.

Frantz

Troost
In Frantz heet de Franse jongeman Adrien (Pierre Niney), het Duitse meisje Anna (Paula Beer) en is het titelpersonage de dode soldaat. We schrijven 1919. Anna legt elke dag bloemen op het graf van Frantz en ziet op een dag hoe de Fransman hetzelfde doet en zich verdrietig toont. Uiteindelijk treffen ze elkaar bij Anna’s schoonouders, want Adrien wil wat kwijt over hun zoon Frantz. Hij krijgt echter niet de kans. De vader, huisarts, die net als zijn dorpsgenoten overloopt van anti-Franse sentimenten, wijst hem direct de deur, want hij acht iedere Fransman verantwoordelijk voor de dood van zijn enige zoon.

Niet veel later wint Adrien het hart van Frantz’ ouders, omdat hij hen doet denken aan Frantz en met zijn verhalen hun verdriet verzacht. Ook Anna vindt troost bij Adrien, omdat hij prachtig vertelt over zijn vriendschap met Frantz, hun gedeelde passie voor viool en hun bezoekjes aan het Louvre in Parijs. En ondertussen lijkt het er verdacht veel op dat ook Anna deze aanvankelijk mysterieuze Adrien gaat zien als substituut van haar geliefde. Maar Adrien blijkt een hoopje ellende, verteerd door schuldgevoelens en iemand die zich niet kan binden, omdat hij een geheim met zich meedraagt. Nadat hij Anna heeft geconfronteerd, keert hij terug naar Frankrijk en besluit Anna haar schoonouders Adriens schokkende onthulling te besparen en een eigen verhaal te verzinnen.

Frantz

Schuld en vergeving
Tot hier is de Frans-Duitse coproductie van François Ozon boeiend en veelbelovend, maar het te trage tempo komt het naar antwoorden en verlossing schreeuwende vervolg niet ten goede. De regisseur kiest voor het perspectief van de verliezers van de oorlog en wil graag de broederschap tussen de twee landen tonen, maar had zich iets meer op karakterstudie dan op omstandigheden en atmosfeer mogen richten. Het grote gemis is het gebrek aan ambiguïteit van Anna nadat Adrien zijn geheim heeft onthuld: een greintje haat hadden we van haar wel mogen verwachten.

Daarentegen is de mise-en-scène bijna vlekkeloos en is de film bijna geheel geschoten in stemmig zwart-wit, met sporadisch intuïtief kleurgebruik van een landschap of in flashbacks, waardoor Frantz realistisch werkt. En ook over beide jonge, relatief onbekende hoofdrolspelers valt weinig te klagen.

Dat alles neemt niet weg dat Ozons zestiende speelfilm voortdurende finesse mist, zoals in zijn meesterstuk Dans les Maisons (2012). De premisse is fantastisch, het vergevingsthema universeel en Adriens laatste mokerslag onverwacht, maar de apotheose verdiende een beter lot. Frantz speelt met klassieke melodramatische motieven als schuld en vergiffenis, echter eindigt te hoopvol om het stempel van onvervalst melodrama te krijgen. Het lijkt plots alsof er voor Anna licht aan het eind van de tunnel is, deze kijker was liever net zo gedesillusioneerd gebleven.
 

28 november 2016

 
MEER RECENSIES

Toni Erdmann

****

recensie Toni Erdmann

De gekke vader en de vervreemde zakenvrouw

door George Vermij

De Duitse regisseuse Maren Ade heeft met haar kleine oeuvre bewezen dat ze een eigentijdse meester is in het tonen van ongemakkelijke situaties die een diepere waarheid blootleggen. Haar nieuwste film Toni Erdmann is een ambitieuze voortzetting van die thematische lijn en is al volop geprezen in de pers en op festivals.

Maren Ade’s eerste film was het pijnlijk herkenbare Der Wald vor Lauter Bäumen waarin een jonge lerares voor het eerst les gaat geven in een nieuwe stad. Haar dromen en ambities vallen al snel uit elkaar als blijkt dat zij haar klas niet in bedwang kan houden. Langzaamaan vereenzaamt zij in een onbekende omgeving. Haar tweede film Alle anderen is een subtiel portret van een koppeltje dat een schijnbaar idyllische vakantie heeft op Sardinië. Spanningen borrelen echter onder de oppervlakte op als de verschillen tussen beide personen langzaam worden onthuld.

Toni Erdmann

Meelevend oog
In beide films heeft Ade een scherp en meelevend oog voor vrouwen en hun verstoorde zelfbeeld: de onhandige lerares die geaccepteerd wil worden en stug haar best blijft doen wat juist averechts werkt; de jonge verliefde vrouw in Alle Anderen die door haar strenge geliefde wordt gewezen op haar impulsieve persoonlijkheid en daardoor gaat twijfelen aan zichzelf.

Toni Erdmann is ook een onthullend portret. Ditmaal van carrièrevrouw Ines Conradi die werkt als een business consultant. De film begint met haar vader Winfried die de postbode voor de gek aan het houden is. Winfried is een liefhebber van ongemakkelijke practical jokes waar hij iedereen mee lastig valt. Hij verkleedt zich of doet zich voor als iemand anders door middel van een nepgebitje. Zijn vreemde en kinderlijke gedrag staat op het eerste gezicht in schril contrast met zijn serieuze dochter. Zij is een zakenvrouw op weg naar de top, maar wat betekent dat eigenlijk?

Ongegeneerd hielenlikken
Ade levert in de film een antwoord op die vraag door Ines op te zadelen met haar gekke vader. Nadat zijn hond is overleden besluit Winfried om zijn dochter op te zoeken in Boekarest. Ines is daar bezig met het zoeken naar kostenbesparende oplossingen voor haar bedrijf. In zakenjargon heeft zij het over het flexibel outsourcen van arbeid. Eufemismen voor het uitbesteden van werk naar andere goedkopere landen, waardoor werknemers in Roemenië moeten worden ontslagen.

Winfried verstoort Ines’ wereld van businessclass hospitality en expats die praten in de lingua franca van de internationale economie. Ade spaart deze mensen niet en toont een cultuur van ongegeneerd hielenlikken, valse beleefdheid en verkapt seksisme. Dat alles verpakt in de glamour van een corporate lifestyle: cocktails en massages op kosten van de zaak in steriele luxe bars en dure hotels die niet van elkaar zijn te onderscheiden.

Haar vader ziet dit allemaal aan, maar verwerkt het op zijn eigen gekke manier. Hij vermomt zich als zakenman Toni Erdmann en zijn verwarde dochter speelt het spelletje wanhopig mee. Bizar genoeg wordt de vreemde Erdmann ook nog serieus genomen door Ines’ opportunistische zakenvrienden. Kaartjes worden uitgewisseld en zijn bizarre gedrag wordt gezien als een excentrieke nieuwe coachingsmethode.

Toni Erdmann

De film heeft heerlijke komische momenten die werken wegens de plaatsvervangende ongemakkelijkheid die Ade weet te vangen. Haar stijl is schatplichtig aan de kale registraties van de Dogma-stroming. Denk aan een bewegende camera en het gebruik van natuurlijk licht. Ade hanteert die methode meesterlijk zoals in haar voorgaande films. Het acteerwerk is ook zeer sterk en Sandra Hüller is als Ines fascinerend om naar te kijken. Serieus, stijf en zakelijk maar evengoed ongemakkelijk. Haar mondhoeken scherp naar beneden alsof zij haar gekozen carrière onderhuids niet kan verdragen. Peter Simonischek is een heerlijk contrast met zijn ontwapende geintjes die vreemd zijn en geleidelijk aan het ijs breken.

Diepere lagen
Deze komische kanten van de film illustreren natuurlijk dieperliggende onzekerheden en spanningen: De generatiekloof tussen de streberige Ines en haar rare hippie-achtige vader. De beleefde en harde internationale zakenwereld die alles regelt en waaraan arbeiders ondergeschikt zijn. En vooral de ambigu positie van vrouwen in het bedrijfsleven. Ines doet enerzijds haar best om zo professioneel mogelijk te zijn. Anderzijds wordt zij door een van haar superieuren gevraagd om de vrouw van een belangrijk contact te vergezellen met het shoppen omdat zij als vrouw daar schijnbaar verstand van moet hebben. En zo wordt er ook van haar verwacht dat zij zich verleidelijk kleedt omdat dat invloed kan hebben op een gewenste cliënt.

Al die zaken maken Toni Erdmann een ambitieuze film over actuele situaties die herkenbaar zullen zijn bij veel kijkers. Ade’s boodschap is kritisch op een absurd-komische manier en bijzonder waarheidsgetrouw. Zij heeft oog voor de zwaktes van haar personages en dat maakt haar films zo menselijk en empathisch. Toni Erdmann is daarom terecht gelauwerd, wat hopelijk zal leiden tot een breder publiek voor haar eerdere films. Want er zijn maar weinig regisseurs die ons zo een eerlijke en onverbloemde spiegel voorhouden als Maren Ade.
 

7 november 2016

 
MEER RECENSIES

Heimat 1

*****

recensie  Heimat 1

Het is alsof je weer thuiskomt

door Cor Oliemeulen

Hele volksstammen laten zich tegenwoordig overstelpen met Amerikaanse series, terwijl het merendeel niet eens bekend is met een van de beste filmreeksen ooit: Heimat. Het eerste deel van de trilogie – Heimat: Eine deutsche Chronik – is schitterend gerestaureerd, maakt binnenkort een tournee langs ruim dertig filmtheaters en wordt nadien uitgebracht op dvd en Blu-ray.

Je hoeft niet de Tweede Wereldoorlog te hebben meegemaakt om deze monumentale serie van Edgar Reitz uit 1984 te kunnen begrijpen en waarderen. De geschiedenis van drie families in de plattelandsregio Hunsrück van 1919 tot 1982, destijds in elf delen op televisie verschenen, zou nog twee even sterke vervolgseries krijgen, waarna de liefhebber zich ook nog in 2013 mocht laven aan de prequel Die andere Heimat – Chronik einer Sehnsucht. Nu is er de 4K-restauratie, die drie decennia later exact laat zien hoe Reitz het destijds bedoelde, maar nog niet de technische mogelijkheden bezat.

Heimat 1

Hunsrücker Platt
In mei 1919 loopt Paul Simon in zes dagen van Frankrijk naar Hunsrück om zich na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog te herenigen met zijn vader Matthias, de smid van het fictieve dorp Schabbach, zijn nuchtere moeder Katharina, zijn zus Pauline, die met een horlogemaker trouwt, en zijn broer Eduard. Laatstgenoemde is een tikkeltje naïef en tobt al op jonge leeftijd met zijn gezondheid. “Eduard, dein Lung!”, roept Katharina hem toe als haar zoon voor het open venster geestdriftig het nieuws uit de krant voorleest. Een regelmatige, goedbedoelde waarschuwing die je ruim dertig jaar later niet bent vergeten. Net als het heerlijk gemoedelijke streekdialect, het Hunsrücker Platt.

Paul trouwt met Maria (Marita Breuer), het hoofdpersonage van Heimat – Eine Deutsche Chronik, met wie hij twee kinderen krijgt: Anton (“Antonchen”) en Ernst (“Ernstchen”). Paul is ondernemend: hij experimenteert met radio’s. Hij is ook lusteloos: op een dag zegt hij Maria dat hij een biertje gaat drinken, maar in plaats hiervan loopt hij Schabbach uit, steeds verder en verder weg, en belandt hij in Amerika waar hij later een succesvolle elektronicaonderneming bezit. Tot aan Maria’s sterfdag weet niemand waarom Paul zomaar zijn familie in de steek liet, ook Paul zelf moet het antwoord schuldig blijven.

Heimat 1

Grote technologische en historische ontwikkelingen
Schabbach is meer dan zestig jaar lang het midden van de wereld, Heimat een meeslepende en leerzame kroniek van het Europa van de twintigste eeuw. Met de familie Simon als spil en referentiekader wordt de kijker meegevoerd in een tijd van grote technologische ontwikkelingen en bepalende historische gebeurtenissen. Zo zien we de introductie van de auto, de radio en de telefoon. De opkomst van Hitler en het nationaalsocialisme, de Tweede Wereldoorlog, de bevrijding door de Amerikanen en de wederopbouw van het land. En al die tijd kan de kijker zich identificeren met de talrijke aansprekende, levensechte personages: van idealist tot opportunist, van inwoners die zweren bij de traditie tot zij die popelen om de wereld daarbuiten te ontdekken.

Regisseur Edgar Reitz toont het leven van alledag: geboorte en dood, liefde en rouw, geluk en ongeluk – alles realistisch en zonder opsmuk, fragmentarisch maar vlot en gedetailleerd verteld en met een strakke regie waardoor wonderwel alle personages in hun eigen belevingswereld tot hun recht komen. Zijn kroniek hoeft het niet te hebben van intriges of mensen die elkaar het leven zuur maken (daar was men destijds in een dergelijke omgeving kennelijk nog niet aan toe) en de enige echte klootzak die we gedurende de hele serie ervaren is Maria’s broer Wilfried, die zich ontpopt als fanatieke SS-er. Of je moet vinden dat ook Paul Simon fout is door die lieve, mooie Maria met hun twee zoontjes zomaar in de steek te laten.

Mengen van zwart-wit en kleur
Een onvervalst handelsmerk van Heimat is de afwisseling van zwart-witte en kleurenbeelden, spontaan en intuïtief toegepast door Edgar Reitz en zijn cinematograaf Gernot Roll. Het duo experimenteerde in de hele trilogie met het mengen van deze sequenties. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen”, aldus Reitz. “Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Heimat 1

Aan het begin van de vijf jaar durende restauratie lag hier de grootste uitdaging. Na een kwart eeuw opslag bleken de oorspronkelijke beelden volledig hun kleuren te hebben verloren. Alle scènes, ook de zwart-witbeelden, waren zalmrode monochroom-beelden geworden en elk contrast was zoek. Ook de negatieven in het rijksarchief hadden chemische veranderingen ondergaan en ze waren bovendien intensief gebruikt voor het maken van kopieën.

Hels karwei met verbluffend resultaat
Wie denkt dat de kleurenrestauratie van George Méliès’ sciencefictionklassieker Voyage dans la Lune met zijn krappe vijftien minuten beeldmateriaal (24 frames per seconde) al monnikenwerk was, realiseert zich direct hoe omvangrijk het moet zijn geweest om de meer dan anderhalf miljoen afzonderlijke beelden (met een gezamenlijke duur van zestien uur) één voor één te fotograferen, meermaals te scannen en te bewerken. Kleuren, gradaties, beeldpositie en grootte moesten met speciale software worden bewerkt en geherdefinieerd, ook de beschadigde fragmenten.

Als je het oorspronkelijke, analoge materiaal legt naast de digitale restauratie is het resultaat verbluffend, ook de overgangen tussen zwart-wit en kleur zijn vloeiender. Het originele themamuziekje blijkt even onsterfelijk als dat van Twin Peaks: na tientallen jaren kruipt het onmiddellijk in je hoofd en laat het niet meer los. Het is alsof je weer thuis komt, terug in je Heimat: je geboorteland vol van verlangens, wensen en verzuchtingen.

 

14 mei 2016

 

MEER RECENSIES

 

Is de seriekijker slaaf van de moderne tijd?

Er ist wieder da

***

recensie  Er ist wieder da

Een klucht van nazistische proporties

door Damian Uphoff

De Duitse regisseur David Wnendt zette zich met zijn twee eerste speelfilms, het controversiële drama Kriegerin en de komedie Feuchtgebiete, direct in de schijnwerpers. Met zijn excentrieke Hitler-satire scoort hij in zijn thuisland een gigantische hit. Duitsers blinken doorgaans niet uit in een geweldig gevoel voor humor, maar Er is wieder da mag daar gerust een uitzondering op heten.

Adolf Hitler – een man die geen nadere uitleg behoeft – wordt op een dag wakker op de plek waar vroeger zijn beruchte bunker stond. Van het hoe, wat en waarom heeft hij geen enkele notie, en ook de kijker blijft erover in het ongewisse. Zijn plotselinge terugkeer zorgt voor veel consternatie in het land; men denkt dat hij een Hitler-imitator is. Hij trekt er op uit om het in zijn ogen zwaar gedegenereerde Duitse volk weer op de been te brengen, alleen gezien hij nog een aantal jaartjes achterloopt, gaat dat natuurlijk niet bepaald van een leien dakje.

Recensie Er ist wieder da

One-man-show
Nochtans lukt het Hitler – de geschiedenis herhaalt zich – om het volk bij de kladden te vatten. Hij duikt, na ontdekt te zijn door de onlangs ontslagen filmmaker Sawatzki, op in allerhande tv-shows, waarna hij al snel tot een grote publiekslieveling uitgroeit. Niet louter vanwege zijn geweldig accurate Hitler-‘imitatie’, maar ook omdat het Duitse volk vindt dat hij een aantal valide punten over de huidige situatie in Duitsland heeft. U kunt het al ruiken: dat wordt stront aan de knikker.

Het zal vast geen eenvoudig karwei geweest zijn: een geschikte acteur vinden die Hitler adequaat kan vertolken. Maar met Oliver Masucci heeft Wnendt een echte troef in handen. Zijn kop is misschien net wat te robuust om als een echte Hitler-lookalike door te gaan, maar met zijn mimiek, zijn maniertjes en zijn bij vlagen hilarische spel compenseert hij dat ruimschoots. Een knappe performance, helemaal met de wetenschap dat we met een relatief onbekend acteur te maken hebben.

De Führer als komiek
Er ist wieder da  is in eerste instantie bedoeld als een komische film. Gedurfd is het wel, de notoire Adolf Hitler als ‘clown’. De gelijknamige satirische roman van Timur Vermes, die ook al het nodige stof deed opwaaien, bemachtigde de eerste plek op de bestsellerlijst van Der Spiegel, dus de lat lag hoog.

Hoewel deze verfilming, logischerwijs, niet bij iedereen in even goede aarde valt, heeft hij tot dusver niet veel last van boycotgekkies en andere protestacties. Er ist wieder da  is – hoewel het weinig scrupules kent – qua humor dan ook niet ál te plat. Wnendt weet een aantal vervaarlijke valkuilen (makkelijke Jodengrapjes, voor de hand liggende humor) te ontwijken en komt geregeld zelfs best scherp uit de hoek. De verwijzing naar Der Untergang is daar een uitgelezen voorbeeld van, evenals het moment waarop de schijn gewekt wordt dat de film afgelopen is, terwijl er nog een flink stuk volgt.

Recensie Er ist wieder da

Scripttrucjes
Gaandeweg lijkt het humoristische karakter wat te verwateren, maar telkens wanneer je denkt dat de boel inzakt, komt Wnendt met een nieuwe komische uithaal. Later komen er zelfs wat ludieke scripttrucjes bij, zoals het film-in-film principe: je ziet hoe de personages bezig zijn met het maken van de film. Zoiets heeft een grappig, speels effect.

De eindscène is wat serieuzer van toon, wat een beetje detoneert met het komische karakter van voorheen. Typisch dat de regisseur het nodig vindt om wat oude archiefbeelden van stal te halen, om nog even snel een soort obligaat maatschappijkritisch randje mee te geven. Maar erg veel doet het niet af aan dit komische schouwspel.

 

20 november 2015

 

 

MEER RECENSIES

 

Chaim! – To Life!

***

recensie  L’Chaim! – To Life!

Opgewekte zelfdestructie

door Cor Oliemeulen

In tegenstelling tot hun eigen ouders overleefden zijn vader en moeder de nazivernietigingskampen. Bij zijn geboorte kreeg hij toepasselijk de naam Chaim: ‘op het leven’. De documentaire L’Chaim – To Life! portretteert een man die al 63 jaar wordt geconfronteerd met de gevolgen van de Holocaust.

De hoogbejaarde Nechuma Lubelski heeft als overlevende van de Holocaust haar schaterlach nog niet verloren. Sinds het overlijden van haar man ontfermt zoon Chaim zich over haar in een Antwerps ouderentehuis. Met zijn petje, baard, sjofele kleren en sympathieke, intelligente babbel is hij een excentrieke verschijning. Ooit was Chaim achtereenvolgens student, zwerver, hippie, schaakprof en miljonair, die bijna al zijn vermogen op de beurs verloor. Tegenwoordig staat zijn leven in het teken van de onvoorwaardelijke zorg voor zijn moeder.

Recensie L’Chaim! - To Life!

Blowen als redmiddel
Samen lachen en zingen ze heel wat af. Zodra oorlogsherinneringen bovenkomen, valt er een pijnlijke stilte, maar weet Chaim zijn moeder snel naar het heden te charmeren. Nechuma roept ’s nachts om haar vermoorde ouders en overdag kijkt ze oude foto’s en leest ze als verstrooiing de Duitse Bild. Zestiger Chaim heeft zich volkomen weggecijferd. Hij denkt dat hij het leven slechts aankan door de hele dag jointjes te roken. De huidige maatschappij ervaart hij als onnatuurlijk en oppervlakkig.

Alleen tijdens zijn bezoekjes aan Jeruzalem ziet hij soms nog ‘echte’ mensen: personen die ook in zeer barre weersomstandigheden bij de Klaagmuur bidden en niet om zich heen kijken of anderen wel zien hoe vroom ze zijn. Ook Chaim is religieus, ook al zien we hem niet bidden, noch klagen. Zijn appartement in Jeruzalem heeft hij aangehouden voor zijn boekenverzameling, want “religieuze boeken horen niet in dozen”. Wegens financiële redenen moet het er nu toch van komen.

Wanhoop door de lol heen
Regisseur Elkan Spiller, ook kind van Holocaust-overlevenden, draaide enkele jaren geleden al een heel kort filmpje over moeder en zoon Lubelski. Zijn documentaire L’Chaim! – To Life!, die tot stand kwam door crowdfunding, verdiept hun liefdevolle relatie. Door alle lol en relativeringspogingen heen zien we de wanhoop van een man die naar eigen zeggen verkeert in een toestand tussen vegeteren en zelfdestructie. Je vraagt je af wat hij verder met zijn leven aan moet nadat zijn moeder is overleden.

Recensie L’Chaim! - To Life!

De documentaire maakt soms een rommelige indruk, want Spiller plakt simpelweg een aantal scènes achter elkaar om een atmosfeer te creëren. Ondertussen vergeet hij een mooie dramatische opbouw. Het sterkste punt van L’Chaim! – To Life! is het zinderende fragment als blijkt dat Chaim al zes jaar lang de dood van zijn zus verzwijgt omdat hij meent dat dit nieuws fataal voor zijn moeder is. De kijker vraagt zich af of Chaim dit recht wel heeft. Grappig daarentegen is het fragment waarin hij in een park kleine jongetjes met keppeltjes amuseert door hun kennis van joodse feestdagen te testen.

De première van L’Chaim – To Life! is donderdag 8 oktober in Het Ketelhuis (Amsterdam) in aanwezigheid van regisseur Elkan Spiller en hoofdpersoon Chaim Lubelski. Hierna maakt de documentaire een tour door het land en zal de regisseur bij een aantal vertoningen beschikbaar zijn voor een nagesprek.

 

3 oktober 2015

 

MEER RECENSIES

 

She´s Funny That Way

***

recensie  She´s Funny That Way

Pretentieloos vermaak in nostalgische komedie

door Cor Oliemeulen

She´s Funny That Way biedt uitkomst in een tijd waarin de ene romantische komedie de andere overtreft in stompzinnige luiheid. Zie hier een originele klucht die de sfeer van weleer oproept. Lang niet zo ingenieus als Midnight in Paris, maar onderhoudend genoeg voor een regenachtige zondagmiddag of een zwoele zomeravond.

“I’ve got a man crazy for me. He’s funny that way”, zong Billy Holliday in een tijd waar puurheid het nog won van commercie. De hang naar nostalgie vinden we volop terug in de jongste film van Peter Bogdanovich, een Amerikaanse filmmaker die in de jaren ’70 klassiekers als The Last Picture Show en Paper Moon maakte en zo’n status verwierf dat hij de regie van The Godfather en Chinatown aan zich voorbij kon laten gaan. Na een handvol televisiefilms, een aflevering van The Sopranos en een documentaire over Tom Petty and the Heartbreakers keert de inmiddels 75-jarige Bogdanovich terug naar het witte doek met een kolderieke klucht die teruggrijpt naar het hoge tempo van de klassieke romantische komedies uit de jaren ’30, begeleid door een dito soundtrack, en slim genoeg vol zit met verwijzingen naar films van weleer.

Recensie She´s Funny That Way

Callgirl wordt actrice
She’s Funny That Way is een hilarisch praatfeestje waar het spelplezier regelmatig van het scherm spat. Owen Wilson speelt de bekende theaterregisseur Arnold Albertson, voor wie je sympathie blijft houden, zelfs als hij door de ene telefoon praat met zijn vrouw en kinderen en tegelijkertijd belt met een escortservice om een callgirl te bestellen. Even later ligt de bevallige Isabelle (Imogen Poots) in zijn hotelkamerbed en biedt Arnold haar 30.000 dollar zodat zij kan stoppen met de exploitatie van haar lichaam en kan gaan werken aan haar ambitie om actrice te worden. Alle gekkigheid begint als Isabelle zonder dat zij het weet een auditie doet voor het nieuwe stuk van Arnold en iedereen imponeert zodat zij wordt gekozen voor de hoofdrol, jawel: een callgirl.

Bogdanovich charterde zijn bevriende collega’s Wes Anderson (The Grand Budapest Hotel) en Noah Baumbach (Frances Ha) als executive producers zodat zijn film, die al vijftien jaar in zijn hoofd spookte, eindelijk van de grond kon komen en sterren als Owen Wilson (vaste acteur van Wes Anderson) en Jennifer Aniston (als bitchy psychiater) binnen boord konden worden gehaald. Opvallend genoeg bespeur je in She’s Funny That Way enkele handelsmerken van genoemde regisseurs: de droogabsurde situaties van Anderson en de relatieperikelen van Baumbach. Ook doet de film soms denken aan nostalgische vertellingen van Woody Allen, vooral omdat Bogdanovich’ komedie zich afspeelt in New York, wat wordt benadrukt door het vette Brooklyn-accent van de Engelse Imogen Poots.

Recensie She´s Funny That Way

Boordevol leuke rollen
Het verhaal stelt niet veel voor, maar de situaties en onderlinge confrontaties zijn kostelijk. Tegenwoordig zie je nog maar zelden romantische komedies die het niet hoeven te hebben van seksbanaliteiten, onderbroekenlol en clichés. Alleen al om die reden is She’s Funny That Way dik de moeite waard. Het is een onderhoudend, pretentieloos blijspel boordevol leuke rollen.

Naast Wilson, Poots en Aniston, maken we kennis met Rhys Ifans als de populaire sterspeler van het theaterstuk, Will Forte als scenarioschrijver die keihard valt voor de callgirl en Cybill Shepherd (sinds haar doorbraak in The Last Picture Show jarenlang de geliefde van Peter Bogdanovich) als haar bezorgde moeder. De cameo van Quentin Tarantino aan het eind valt jammerlijk uit de toon en bewijst hoe moeilijk het is om een geslaagde komedie in stijl af te ronden.

 

18 juli 2015

 

MEER RECENSIES

Every Thing Will Be Fine

**

recensie  Every Thing Will Be Fine

Gevoelstemperatuur onder nul

door Alfred Bos

De nieuwe film van Wim Wenders is een studie in afwezigheid. James Franco speelt een romanschrijver die buiten zijn schuld een kind doodrijdt. Al duurt het jaren, er komt verlossing.

Wim Wenders, de man van Paris, Texas en de Buena Vista Social Club-documentaire, is het slag regisseur dat vooral aandacht besteedt aan personages en sfeer, minder aan verhaal en intrige. Zijn laatste werkstuk is een goed voorbeeld van die aanpak. In Every Thing Will Be Fine moet een opkomende schrijver, gespeeld door James Franco, zijn intellect in balans brengen met zijn gevoel. Hoewel uiterlijk succesvol, schrijnt zijn ziel. Hij heeft buiten zijn schuld een kind doodgereden. Hij is een instrument van het lot en dat knaagt.

Recensie Every Thing Will Be Fine

James Franco als karakteracteur, wie had dat durven dromen. Hij komt er heel aardig mee weg, mede omdat zijn personage, auteur Tomas Eldan, vooral in diens hoofd leeft en nauwelijks emotioneel contact lijkt te maken met zijn omgeving. Zijn vriendin, Sara (Rachel McAdams), kan met zo’n afwezige man niet leven en verlaat hem. Wanneer ze elkaar jaren later tegenkomen – zij getrouwd en moeder, hij successchrijver en stiefpa – beseft Tomas nauwelijks wat hij bij Sara verkeerd heeft gedaan. Hij is meer geest dan mens.

Confrontatie
Zijn tegendeel is Kate (Charlotte Gainsbourg), de moeder van het verongelukte jongetje. Ze is een alleenstaande ouder, eveneens een geabsorbeerde creatieveling, een illustrator, die op het platteland van Quebec, Canada in haar eigen wereld opgaat. Anders dan Tomas accepteert ze haar rol in het drama. Kate koestert geen wrok tegen de man die haar jongste kind doodreed en helpt hem het trauma te verwerken. Ze is nuchter en aards, ziet schoonheid in de dagelijkse dingen, de natuur en de seizoenen.

Kate’s oudste zoon, Christopher (Robert Maylor), was getuige van het noodlottige ongeval en is in zekere zin het spiegelbeeld van Tomas, broeierig en bezeten. Hij groeit zonder broer op tot een getroebleerde tiener die geobsedeerd is door de man die zijn leven overhoop trok. Wanneer Tomas twaalf jaar later een roman publiceert waarin het incident een rol speelt, zoekt Christopher hem op. Door de confrontatie worden de wonden eindelijk geheeld, het gat gevuld.

Every Thing Will Be Fine

Mannelijke identiteitscrisis
Every Thing Will Be Fine is een film over absentie: Kate was er niet voor haar zoontjes, ze was verdwenen in het boek dat ze zat te lezen. De mannelijke hoofdpersonen, Tomas en Christopher, missen een emotionele basis, een fundament onder hun bestaan. De vrouwelijke personages daarentegen, Kate en Sara, zijn zeker van hun zaak. Zo is de film te ‘lezen’ als een eigentijdse zedenschets met een emancipatoire ondertoon, een politiek correct commentaar op de mannelijke identiteitscrisis. Feit is dat het draaiboek werd geschreven door de Noor Bjørn Olaf Johannessen; in zijn script van Nowhere Man (2008) staat eveneens een twijfelende man centraal.

Het tempo van Every Thing Will Be Fine is traag, onthecht bijna. Het suggereert een diepgang die nimmer manifest wordt en zo is de film zelf de uitdrukking van zijn hoofdthema, afwezigheid. Er valt op Wenders’ werk nauwelijks iets aan te merken: de fotografie is fraai, de acteurs competent, het thema verantwoord. En toch is het lastig om gevoelsmatig contact te maken met het verhaal, alsof het allemaal te afstandelijk, te netjes, te verantwoord is. Wenders’ laatste fictiefilm, Palermo Shooting (2008), had een mediterraanse esprit. Deze film staat daar haaks op. De Scandinavische kilheid slaat naar binnen en laat, helaas, de kijker koud achter.

14 juli 2015

 

MEER RECENSIES

 

White Shadow

***

recensie  White Shadow

Het chaotische leven van een albino

door Cor Oliemeulen

Buitenbeentjes vormen een dankbaar thema voor filmmakers, zeker als ze voortdurend in levensgevaar zijn. White Shadow is de eerste speelfilm over Afrikaanse albino’s die hoog op het verlanglijstje van idiote medicijnmannen staan.

In een aantal Oost-Afrikaanse landen lopen albino’s het risico in mootjes te worden gehakt, omdat toverdokters denken dat hun lichaamsdelen geluk brengende eigenschappen bezitten. Volgens het Rode Kruis betalen handelaren tot wel 75.000 duizend euro voor een complete set van lichaamsdelen van een albino. Volgens de Verenigde Naties zijn er in Tanzania vanaf 2000 al bijna tachtig albino’s gedood. President Kikwete liet in maart van dit jaar meer dan tweehonderd toverdokters en traditionele genezers arresteren om een eind te maken aan deze praktijk.

Recensie White Shadow

Goed bedoeld, maar rommelig
Albinisme is het aangeboren ontbreken van het pigment melanine in het haar of de huid, wat resulteert in een gedeeltelijk of geheel witte huid en rode ogen. Terwijl in westerse landen 1 op 20.000 mensen als albino wordt geboren, zou deze afwijking in Tanzania 1 op 1.400 keer voorkomen. Onderzoekers brengen dit fenomeen in verband met inteelt. De laatste jaren is in documentaires en reportages steeds meer aandacht voor de precaire positie van albino’s in Oost-Afrika.

De Israëlisch-Duitse regisseur Noaz Deshe besloot er een fictieve film over te maken. Door de lastige culturele en infrastructurele omstandigheden moest hij veelal werken met beperkte technische middelen. Zijn debuutfilm White Shadow lijkt dan ook soms op een reportage, omdat bijna alle scènes met één handheld camera zijn opgenomen. Het is een gefragmenteerd drama waarin registrerende, dramatische, gewelddadige en poëtische fragmenten elkaar afwisselen. Hoe goed bedoeld dan ook maakt het geheel een rommelige indruk waarbij je regelmatig de draad kwijtraakt.

Recensie White Shadow

Opvallende verschijning
Hoofdpersoon van White Shadow is de tienerjongen Alias. Nadat zijn albinovader met hakmessen is vermoord, vertrouwt zijn lieve moeder hem toe aan een oom, omdat de grote stad misschien veiliger voor hem is en meer perspectief biedt. Alias moet op straat zonnebrillen, telefoons en films aan automobilisten verkopen. Met zijn bleke huid en rossige krulletjes is hij natuurlijk een opvallende verschijning die altijd op zijn hoede moet zijn. Alias raakt bevriend met de dochter van zijn oom, maar samen knuffelen gaat oom te ver.

In feite is White Shadow even chaotisch als het leven van een albino in Tanzania. De jongen Alias is geknipt voor de hoofdrol en weet voldoende empathie voor zijn uitzonderlijke situatie en zijn weinig hoopgevende vooruitzicht op te wekken. De meeste van zijn leeftijdsgenootjes vinden hem vies en honen hem weg, zodat hij zich het meest geborgen voelt tussen andere albinokinderen die op verborgen locaties zijn ondergebracht.

En dan komen de gebeurtenissen plots in een stroomversnelling. Tijdens een lynchpartij staat Alias oog in oog met een foute toverdokter en krijgt hij een mes in zijn hand gedrukt…

 

1 mei 2015

 

MEER RECENSIES

5 tot dusver onderbelichte Duitse films

Vijf onderbelichte Duitse films

Gespenster

Wegens de première van Christian Petzolds Phoenix gaat Indebioscoop op zoek naar onderbelichte Duitse films die weer even in de schijnwerper mogen staan. 

door George Vermij

1. – Das Kaninchen bin ich (1965, Kurt Maetzig)

Een opmerkelijke film om verschillende redenen. Das Kaninchen bin ich werd gefilmd in Oost-Berlijn net nadat De Muur de stad op wrede wijze in tweeën had gedeeld. Regisseur Kurt Maetzig had in de DDR al een reputatie opgebouwd als filmmaker die werkte binnen de sociaal-realistische lijn die door de strenge partijtop werd voorgeschreven. Maar toen maakte hij deze film die op momenten stilistisch doet denken aan de nouvelle vague. Filmische vernieuwing hing blijkbaar overal in de lucht in de jaren zestig.

Het verhaal draait om Maria, een jonge vrouw die in voice-over vertelt over haar leven in Berlijn. Als haar broer wordt opgepakt wegens subversieve activiteiten, wordt haar leven onmogelijk gemaakt door de staat die overal zijn strenge invloed op uitoefent. Een lichtpuntje is een relatie die zij opbouwt met een oudere man. Dat verandert als zij erachter komt dat hij als rechter haar broer heeft veroordeeld. Dat de film te vrij en vernieuwend was blijkt wel uit de reactie van Erich Honecker die de film, ondanks Maetzigs communistische sympathieën, een symbool van westerse decadentie vond. Das Kaninchen bin ich werd al snel met andere “subversieve” DDR-films verboden. Deze films werden toepasselijk door het systeem gebrandmerkt als Kaninchenfilme.

Das-Kaninchen-bin-ich

2. – Supermarkt (1973, Roland Klick)

Als je het rauwe Supermarkt moet geloven dan is Hamburg even rauw en vervallen als het New York van The French Connection en Taxi Driver. Door morsige straten met seksclubs en dronken hoerenlopers volgt regisseur Roland Klick met zijn vloeiende camera de jonge Willi. Iemand die voor galg en rad is geboren en tussen de dealers en criminelen probeert te overleven. Dit wordt snel en zonder veel achtergrondinfo getoond, waardoor het verhaal op momenten niet even geloofwaardig overkomt. Wat de film wel pakkend maakt is de rauwe en inventieve stijl van Klick en de haast protopunk alles-naar-de-klote houding van zijn hoofdpersoon. Supermarkt  is ook een fascinerende tijdcapsule naar de vieze Duitse jaren zeventig met Hamburg als een waar Gommora dat Klick in al zijn decadente glorie weet te vangen.

3. – Der Wald vor lauter Bäumen (2003, Maren Ade)

Alhoewel onderwijs een geliefd thema is voor filmmakers, zijn er maar weinig films die op zo’n indringende wijze tonen wat er gebeurt als het allemaal misgaat. Melanie is een jonge vrouw die na haar opleiding les gaat geven op een middelbare school. In de film komt zij over als timide persoon die steeds bevestiging nodig heeft en zichzelf te veel forceert om te presteren. Het knappe is dat regisseuse Maren Ade haar hoofdpersoon niet altijd sympathiek aan ons voorschotelt. Melanie wordt zo een echt mens van vlees en bloed met zwakke maar herkenbare kanten die genadeloos door haar leerlingen worden uitgebuit. Ondertussen raakt zij steeds meer geïsoleerd in haar nieuwe omgeving waardoor zij gaat twijfelen aan haarzelf. Der Wald vor lauter Bäumen is een meesterlijke film van een regisseuse die meer aandacht verdient. Zij volgde deze film op met het sterke Alle Anderen  waar op een net zo indringende wijze een liefdesrelatie wordt ontleed.

Der Wald vor lauter Bäumen

4. – Gespenster (2005, Christian Petzold)

Christian Petzold heeft zich bewezen als het boegbeeld van de nieuwe Duitse cinema en als productieve auteur-cineast. Zijn beste film is het mysterieuze en vervreemdende Gespenster. De film volgt de jonge en kwetsbare Nina in Berlijn die in contact komt met de zelfverzekerde en onberekenbare Toni. Ze dwalen door de stad, terwijl in een parallelle verhaallijn een Franse vrouw haar vermiste dochter denkt te herkennen in een van de meisjes. De film heeft een hypnotisch tempo en drijft op de kracht van de twee vrouwelijke hoofdrolspelers: de ingetogen Julia Hummer als Nina en de charismatische Sabine Timoteo als Toni. Met als hoogtepunt een intieme monoloog van Nina die doet denken aan vergelijkbare filmische bekentenissen uit Jean-Luc Godards Weekend en Ingmar Bergman’s Persona.

5. – Der Freie Wille (2006, Matthias Glasner)

Zeker geen makkelijke film dit. Het begint gelijk al akelig met een lange en wrede verkrachtingsscène die door bepaalde critici wordt vergeleken met Gaspar Noé’s Irréversible. Regisseur Matthias Glasner wil met deze lange film echter niet alleen choqueren, maar ook een beeld schetsen van de complexe psychologie van een verkrachter. Als Theo (een ongemakkelijke Jürgen Vogel) na een jarenlange gevangenisstraf weer vrijkomt, probeert hij een normaal leven op te bouwen. Hij komt in contact met Netti (wederom een sterke rol van Sabine Timoteo) die ook haar psychische problemen heeft. Moeizaam maar geleidelijk lijkt een normaal leven mogelijk, maar de vraag is voor hoelang.  Door middel van het beklemmende spel tussen Vogel en Timoteo weet deze film ondanks zijn lange duur en zware thematiek je geboeid te houden.

28 maart 2015

 

Alle leuke filmlijstjes