Capharnaüm

*
recensie Capharnaüm

Ideologie van een betere wereld

door Tim Bouwhuis

Wat doe je als recensent wanneer een film je tegen wil en dank kotsmisselijk maakt? De fantasierijke kaders van je ‘neutrale’ blik worden met geweld aan stukken geslagen. De pijnlijke eer gaat naar Nadine Labaki’s Capharnaüm, een ronduit tendentieuze film die onze gevoeligheid voor sociale misère uitbuit om een politiek punt te kunnen maken.

In de Engelse taal is een ‘capharnaum’ een mengelmoes, een plaats waar wanorde heerst. De gelijknamige Israëlische nederzetting kennen we van Bijbelse wonderverhalen. Het mirakel vindt plaats als de normale orde van zaken wordt doorbroken voor een hoopvol moment van chaos. In Capharnaüm geldt het tegenovergestelde. Chaos en wanorde zijn de wetten van de wereld: het Libanon van de film is een land van verval en structureel ongeluk. Enkel in de rechtszaal heerst een vorm van hoop en orde. Het is de plaats waar de jonge protagonist het onrecht kan bevragen om zijn recht te laten zegevieren. Zijn recht – rond dat begrip zal de gehele film zich samenballen.

Capharnaüm

De macht van perspectief
In de openingsscène klaagt de twaalfjarige Zain (Zain Al Rafeaa) zijn ouders aan vanuit een dan nog surrealistisch motief: hij wil hen laten bestraffen voor het feit dat ze hem op de wereld hebben gezet. De bespreking van de zaak onthult de contouren van een onherstelbaar bezwaard verleden. Zain blijkt zelf al langdurig vast te zitten voor een steekpartij, maar die actie kwam voort uit het onvergeeflijke kwaad dat zijn ouders daarvoor begingen. Gedreven door de wanhoop van hun erbarmelijke leefomstandigheden huwelijkten ze hun elfjarige dochter Sahar (Cedra Izam) uit. De bruidsschat: een handvol kippen. De ontstellende sequentie is het begin van een lange flashback, die vertraagd toewerkt naar een typische climax – dezelfde rechtszaak die de film ook al inluidde. Het is niet toevallig dat Capharnäum in de rechtszaal begint en eindigt. Door de film te openen met de climax creëert Labaki een duidelijk kader waardoor we het leeuwendeel van het drama kunnen bekijken. Het schisma tussen goed en kwaad kweekt sympathie voor het narratief dat volgt.

In de lange flashback blijft het centrale perspectief van de jonge hoofdrolspeler leidend. We volgen hem na zijn vlucht weg van het incident, dwalend door een zee van chaos. Zain is alleen op de wereld. Hij beweegt zich tussen verwaarloosde baby’s en vervuild drinkwater. Onderweg ontfermt hij zich over het kind van een Ethiopische immigrante (Yordanos Shifera). Het zorgt voor nog meer schrijnende taferelen, die niets aan de verbeelding overlaten. Wie nu nog een tekort aan empathie heeft, moet wel heel laaghartig zijn. Op den duur blijkt dat alleen het stempel van een vluchteling Zain misschien kan helpen. Er zit één scène in de film die haast te ironisch is om waar te zijn: Al Rafeaa, zelf een Syrische vluchteling, doet zich voor als een Syrische vluchteling om de diepe put van zijn maatschappij te ontvluchten.

Sociaalrealisme en politiek
De persoonlijke achtergronden van de niet-professionele acteurs zijn krachtige spiegels voor hun rollen in de film. Zo werd de Ethiopische Shifera na haar arrestatie in Capharnaüm daadwerkelijk in hechtenis genomen; leden van het productieteam deden er twee weken over om haar weer vrij te krijgen. Het zijn dit soort omstandigheden die Labaki carte blanche geven. Iedere mogelijke politieke onderlaag kan eenvoudig van tafel geschoven worden met de lijvige claim van waarachtigheid.

Het zijn immers de personages die zich uitspreken, en die personages zijn eigenlijk geen personages: het zijn mensen van vlees en bloed. Binnen zo’n denkkader kan alleen Zain verantwoordelijk zijn voor zijn uitspraken. De façade van de werkelijkheid waart de ideologie van de regisseuse vrij.

Capharnaüm

Cinema als gevaar
De politieke boodschap van Capharnaüm is een verbijsterende schreeuw om orde uit chaos te creëren. Zain vraagt niet alleen of de zwangerschap van zijn moeder gestopt kan worden. Hij stelt ook dat ouders als die van hem (lees: ouders die onder de armoedegrens leven) geen kinderen meer zouden moeten krijgen. Dat gaat veel verder dan een algemeen argument voor abortus: de aanspraak op de mogelijkheid geboortebeperking rechtelijk, en, vooral, voor een specifieke maatschappelijke groep te organiseren riekt naar eugenetica, ofwel het idee dat de bevolkingssamenstelling van een land gericht geoptimaliseerd kan worden. Eugenetica draagt het loodzware gewicht van historische precedenten. Een directe analogie met nazi-ideologie gaat veel te ver, maar de suggestie van een vergelijkbaar gedachtegoed baart grote reden tot zorgen.

Voor ondergetekende werd zo’n suggestie van een dubbele agenda nog eens gesterkt door het feit dat de armoede in de film ontdaan is van enige context. Demografische variaties zijn zo veel mogelijk omzeild om het overkoepelende beeld van misère zo krachtig mogelijk te maken: wie de film ziet, kan haast niet meer om Zains finalepleidooi heen. ‘Poverty porn’ is een harde, maar geen onterechte term om de opgedrongen kadrering te karakteriseren. De politieke gedachte achter de chaos: stop de chaos, dan kunnen we naar een omgekeerde wereld toe. Capharnäum is geen ‘plaats waar wanorde heerst’, maar een heimelijke utopie over de ruggen van de veroordeelden.

De film verhoudt zich zo openlijk maar toch verhuld tot het soort politiek dat de grens tussen kunst en moraal op ingrijpende wijze doet vervagen. Wat een oprecht drama lijkt te zijn, is in feite een politiek pamflet, dat haar boodschap zo verpakt dat een publiek haar in potentie volledig onwetend kan omarmen. Dat soort cinema is niet langer onschadelijk – laat de zegetocht langs de festivals een alarmkreet zijn.

 

25 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Werk ohne Autor

****
recensie Werk ohne Autor

Authenticiteit versus het collectief

door Ries Jacobs

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Hollywood de eerste films over helden die het opnamen tegen nazi’s. Daarna volgden vele honderden producties over dit onderwerp. Kun je dan nu nog een originele film maken over de periode 1933-1945?

Op veertien juli 1933, enkele maanden nadat Hitler aan de macht kwam in Duitsland, trad de Sterilisatiewet in werking. Ongeveer vierhonderdduizend mensen met een beperking of een mentale stoornis zijn na de invoering van deze wet tegen hun wil gesteriliseerd. Velen van hen zijn later systematisch vermoord. Dit tot nu toe nauwelijks in de cinema belichtte thema is het uitgangspunt van Werk ohne Author, ook uitgebracht onder de Engelse titel Never Look Away.

Werk ohne Autor

Kurt Barnert is nog een kind als zijn tante Elisabeth wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. “Kijk niet weg”, zijn de laatste woorden van Elisabeth aan Kurt voordat ziekenbroeders haar wegvoeren. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Elisabeth wordt aangemerkt als geestesziek en jaren later vermoord. Na de oorlog is Kurt student aan een kunstacademie in de DDR en krijgt hij een relatie met de dochter van de man die verantwoordelijk is voor de dood van zijn tante.

Manipulerende familiepatriarch
Na zijn vermakelijke Hollywooduitstapje The Tourist keert regisseur Florian Henckel von Donnersmarck met Werk ohne Author terug naar zijn vaderland. Voor zijn gang naar Amerika werkte hij in het Oscarwinnende drama Das Leben der Anderen met hoofdrolspeler Sebastiaan Koch. De samenwerking pakt opnieuw goed uit. Koch speelt een  manipulerende familiepatriarch en gewetenloze naziarts. Deze rol, waarin menig acteur overacterend uit de bocht zou vliegen, zet hij overtuigend neer. Hiermee plaatst hij de andere hoofdrolspelers wel in zijn schaduw. Hun personages blijven wat vlak.

Tom Schilling speelt de getalenteerde en optimistische kunstenaar Kurt Barnert. Dit lichtvoetige personage, dat geen enkele rancune lijkt te hebben jegens de mensen die hem zijn naasten hebben afgepakt, is een mooie tegenhanger van de loodzware thematiek van de film. De sfeer wordt geen moment te beklemmend, ook door enkele humorvolle scènes zoals die waarin Kurt via het slaapkamerraam van vriendinnetje Ellie moet ontsnappen om te voorkomen dat haar ouders hem betrappen.

Werk ohne Autor

De essentie van kunst
Werk ohne Autor belicht chronologisch de naziperiode, de opkomst van het Oost-Duitse socialisme en de bouw van de Berlijnse Muur. Gedurende deze episodes van de Duitse geschiedenis kijkt Barnert – een personage gebaseerd op Gerhard Richter, de grondlegger van de kunststroming kapitalistisch realisme – nooit weg. Hij wil als kunstenaar altijd zijn diepste gevoelens weergeven op het doek. Henckel von Donnersmarck stelt de vraag of individuele authenticiteit het hoogste doel in de kunst is of dat kunst juist in dienst moet staan van het collectief, zoals in de DDR en tijdens het naziregime.

In het Duitsland van de nationaalsocialisten moest kunst in dienst van het rijk staan. Werken die het nationaalsocialisme niet verheerlijkten, golden als entartete Kunst en werden verboden. Individuen die zich niet nuttig konden maken voor het rijk golden als onzuiver en nutteloos. Werk ohne Author laat ons zien hoe mensen, kunst en eigenlijk alles ondergeschikt aan het politieke systeem was.

Henckel von Donnersmarck neemt de tijd om deze opvatting uiteen te zetten. Hoewel de drie uur durende film aan het einde wat vaart verliest, is het geen te lange zit. De regisseur geeft de filmbeelden hetzelfde grijze en benauwende karakter als Das Leben der Anderen. Hij heeft de gave om dit subtiel te doen, zonder slagregens of vallende herfstbladeren, en weet de kijker vanaf het eerste moment de film in te trekken. Kun je nog een originele film maken over de periode 1933-1945? Het antwoord is een volmondig ja.

 

20 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Hate U Give, The

****
recensie The Hate U Give

Effectief rassendrama voor jongeren

door Paul Rübsaam

De zestienjarige Afro-Amerikaanse Starr Carter woont in het arme dorpje Garden Heights, waar haar vader een kleine kruidenierszaak runt. Ondertussen probeert ze een modelleerling op een blanke particuliere school te zijn. Totdat ze na een feestje met oude vrienden bij een schietincident betrokken raakt en de vicieuze cirkel van rassenhaat leert kennen. 

Aan de eettafel pleegt kruidenier Maverick Carter zijn drie kinderen op de toon van een drilsergeant te doceren dat ze trots moeten zijn op hun zwarte identiteit. Maar ze moeten wel op hun tellen passen. Dus demonstreert vader hoe je je handen gespreid op het dashboard van je auto moet leggen bij een verkeerscontrole. Zodat die blanke politieagenten kunnen zien dat je ongewapend bent.

The Hate U Give

Starr luistert wel naar haar vader. Maar ze is ook een gewoon meisje van zestien dat wel tien paar fonkelnieuw ogende sneakers in haar kast heeft staan en graag in de smaak valt bij haar medeleerlingen op de deftige Williamson Preparatory School. Zich onberispelijk gedragend geeft ze daar in haar eigen woorden ‘Starr version two’ gestalte. Haar aanpassingsvermogen werpt zijn vruchten af, want ze heeft zelfs een blank vriendje, de knappe, dromerige Chris, waar menig wit meisje haar om benijdt.

In het weekend is er weer ruimte voor ‘Starr version one’. Op een dansfeestje waar Starr haar Afro-Amerikaanse vrienden ontmoet, gaat er echter iets fout. Een paar jongens krijgen ruzie, waarbij een schot valt. Khalil, een jeugdvriend van Starr, geeft haar een lift met zijn auto om haar in veiligheid te brengen. Als hij wordt aangehouden en zijn papieren moet tonen, laat Khalil zich provoceren door het botte optreden van de blanke politieagent. Hij stapt op diens bevel uit de auto, maar steekt zijn arm door het raampje om bij wijze van grap een haarborstel te pakken. De agent ziet het voorwerp aan voor een wapen aan en vuurt met zijn haastig getrokken pistool drie keer. Khalil overleeft het niet.

Gelukkige mix
George Tillman Jr. heeft als filmregisseur zijn sporen verdiend als ambachtsman, niet vanwege zijn artistieke hoogstandjes. Zo vervaardigde hij in 2010 Faster, een actiefilm met veel schietgeweld waarin een ex-gedetineerde zijn vermoorde broer wil wreken en in 2015 The Longest Ride, een zwijmeldrama waarin een New Yorkse kunststudente verliefd wordt op een plattelandsjongen annex cowboy. Met The Hate U Give laat de Afro-Amerikaanse Tillman een mix zien van eerder getoonde vaardigheden in een relatief zachtaardige film die zich afspeelt in een wereld waarin haat, wrok, vooroordelen en geweld de toon zetten.

Die mix werkt goed. Tevens is dat de verdienste van de twintigjarige actrice Amandla Stenberg, die Starr Carter aanvankelijk eerder neerzet als een piepjonge, aaibare everywoman dan als een geëngageerd zwart meisje. Als verbijsterde getuige van de dood van haar vriend Khalil stort Starr zich bepaald niet hals over kop in de Black Lives Matter-beweging. Niet alleen omdat ze haar imago op school wil beschermen. Maar ook omdat ze om recht te doen aan haar onschuldige, vermoorde vriend het liefst alles over hem zou willen vertellen, inclusief de minder onschuldige dingen die hij deed. Dat laatste zou drugsdealer King, leider van The King Lords, een bende die in Garden Heights de lakens uitdeelt, niet bepaald leuk vinden. Juist door die twijfels van Starr, die zich pas gaandeweg meer durft uit te spreken, kan iedere kijker met haar meeleven. 

The Hate U Give

Iedereen verneukt?
De titel van de film en het gelijknamige boek van Angie Thomas verwijst naar Thug Life, de naam van de hiphopband met de fameuze Tupac Shakur als voorman. Shakur flirtte niet alleen met een crimineel imago, maar vroeg met het acroniem voor ‘The Hate U Give Little Infants Fucks Everybody’ ook aandacht voor de vicieuze cirkel waarin veel zwarte jongeren (en met hen de hele Amerikaanse samenleving) gevangen zitten. Ze groeien op met een negatief zelfbeeld in een wereld vol geweld, wat er vaak toe dat leidt dat ze in hun latere leven met al dan niet criminele activiteiten snel geld willen verdienen en dat versterkt dan weer de vooroordelen jegens hen.

Thomas schreef haar boek naar aanleiding van de dood van Oscar Grant, een 22-jarige, ongewapende Afro-Amerikaan die in 2009 door politiekogels om het leven kwam, en over wie de film Fruitvale Station werd gemaakt. Het uitspellen van het hele acroniem van Shakur zou een te lange titel opleveren. Bovendien vond Thomas’ uitgever het F-woord vermoedelijk niet geschikt voor het beoogde lezerspubliek van young adults, die eerder tot nadenken moesten worden aangezet dan opgehitst.

Maar nadenken of niet, Oscar Grant is wel dood. Datzelfde geldt voor onder anderen Trayvon Martin, Michael Brown en de twaalfjarige Tamir Rice, die eveneens slachtoffer werden van ongerechtvaardigd politiegeweld. Het filmpersonage Khalil kan niet worden losgezien van hun nagedachtenis. Alleen daarom al hoop je als kijker dat Starr Carter alsnog op de barricaden zal klimmen en dat ze Shakurs vicieuze cirkel, al was het maar in het klein, weet te doorbreken.

 

19 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

I Dream in Another Language

***
recensie I Dream in Another Language

Vastleggen van eeuwenoude uitstervende taal blijkt opgave

door Nanda Aris

Diep in het oerwoud van Mexico wordt Zikril gesproken; een taal die nog maar een paar personen kennen. Martin, een student linguïstiek, wil de taal graag vastleggen, zodat deze niet verloren gaat. Maar de twee mannen die deze taal nog spreken, hebben al jarenlang ruzie met elkaar en zijn niet van plan om deze zomaar bij te leggen. 

De gebroeders Ernesto (regisseur) en Carlos (schrijver) Contreras werkten eerder samen, onder andere voor de film Las Oscuras Primaveras (2014) en Párpados Azules (2007). In I Dream in Another Language (Sueño en otro idioma) staat het verhaal dichtbij de broers zelf. Hun grootmoeder werd geboren in het gebied Tehuantepe in het zuiden van Mexico, en sprak Zapoteco. Als kind hoorde Ernesto haar liever Spaans praten, maar toen ze overleed, vond hij het jammer dat hij de taal niet kende. Het Zikril is speciaal bedacht voor de film.

I Dream in Another Language

Taal
De spontane student linguïstiek Martin (Fernando Alvarez Rebeil) probeert bij aankomst in het afgelegen dorpje de enige twee mannen, Evaristo (Eligio Meléndez) en Isauro (José Manuel Poncelis) die het Zikril spreken, nader tot elkaar te brengen. De jarenlange ruzie van de ooit intens bevriende mannen heeft te maken met een voorval in hun jongere jaren.

Mooie beelden van strand, de weelderige groene bebossing, de schooltijd, kortom de onbezorgde jeugdjaren, volgen. Beide jongens waren verliefd op hetzelfde meisje, Maria (Nicolasa Ortíz Monasterio). Evaristo, de enige van de twee die naast het Zikril ook Spaans spreekt, trouwt haar en de mannen spreken elkaar nooit meer.

Teruggetrokken
Isauro trekt zich terug aan de rand van het dorp, buitengesloten door het Spaans dat hij niet spreekt. Evaristo woont na het overlijden van Maria als bittere en norse man samen met zijn mooie dochter Lluvia (Fátima Molina). Het is overduidelijk dat Martin en Lluvia een romance zullen starten. Nadat Evaristo Martin streng toespreekt en hem waarschuwt geen vinger naar zijn dochter uit te steken, treffen we de twee samen in bed aan. Daardoor voelt het alsof de romance niet heel veel toevoegt aan het verhaal.

I Dream in Another Language

Het verwezenlijken van deze film is een manier om de kijker bewust te maken van het feit dat talen uitsterven, en dat daarmee een unieke kijk op het leven verdwijnt. Het idee dat er een taal bestaat die niet alleen door mensen begrepen wordt, maar ook door andere bewoners van het oerwoud, is mooi. Maar daar had het magisch realisme beter op kunnen houden. Dat de Zikril-sprekers samenkomen in een grot na hun dood, maakt het geheel wat ongeloofwaardig.

I Dream in Another Language is een lieve film, die meer indruk had kunnen maken als het bovennatuurlijke geloofwaardiger was geweest, en de karakters, vooral van de jonge spelers, iets meer diepgang had gekregen. Maar de film is wel origineel en toont mooie beelden van Mexico, dus het bekijken waard.

 

15 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Styx

****
recensie Styx

Weinig woorden en daden

door Cor Oliemeulen

Net als de meeste drama’s over vluchtelingen stemt Styx niet vrolijk. Hoewel de Oostenrijkse regisseur Wolfgang Fischer hen hoofdzakelijk op afstand houdt, komt het morele dilemma angstvallig dichtbij.

De veertigjarige Rike (Susanne Wolff) is een daadkrachtige arts. We zien haar bijstand verlenen na een auto-ongeluk in Keulen. Ter ontspanning maakt ze met enige regelmaat in haar eentje zeiltochten. Ditmaal vertrekt ze vanuit Gibraltar voor een tocht naar het eiland Ascension in het zuiden van de Atlantische Oceaan.

Styx

Paradijs
Toen Charles Darwin, de vader van de evolutietheorie, in zijn zoektocht naar bijzondere plaatsen in 1836 het vulkanische eiland Ascension aandeed, zag hij een nagenoeg boomloze omgeving. Dat was niet prettig voor de Engelsen. Zij hadden er een strategische basis om de verrichtingen van de verbannen Franse dictator Napoleon Bonaparte op het nabijgelegen Sint-Helena te kunnen volgen. Darwin bedacht het idee om bomen (die regenwater vasthouden) naar het eiland te verschepen om op die manier meer vers water te krijgen. Anno 2019 is Ascension (hemelvaart) een paradijselijk eilandje waar de leefomstandigheden uitstekend zijn.

Hoe anders is het gesteld op de vaarroutes tussen Afrika en Europa waar commerciële scheepvaart en plezierjachten tegenwoordig zomaar kunnen stuiten op gammele boten met vluchtelingen. Misschien minder dichtbij dan wanneer je als toerist op een Grieks eiland ligt te zonnen, terwijl een bootje uitgeputte Afrikanen aanspoelt. Maar wel meer confronterend, omdat je hier op het open water voor een hels moreel dilemma komt te staan. Vaar ik naar die gestrande vissersboot, waar misschien wel honderd mensen in de verte roepen om hulp en sommigen in paniek in het water springen, of blijf je op veilige afstand? Jouw boot is maar tien meter lang en je wilt immers niet je eigen leven riskeren.

Het is een extra moeilijke afweging voor iemand die gewend is om het leven van (gewonde) mensen te redden. In haar hart wil Rike wel, maar via de radio verbieden zowel kustwacht als andere organisaties haar om dat onverantwoorde risico te nemen. Commerciële schepen, die groot genoeg zijn om mensen aan boord te nemen, beginnen er meestal niet aan om vluchtelingen te redden. Bedrijfsbeleid heet dat.

Styx

Nonchalance
Rike weet in ieder geval een tienerjongen (Gedion Oduor Weseka) uit het water te vissen. Zij verzorgt hem vakkundig en zodra hij wat is opgeknapt, probeert hij begrijpelijkerwijs druk op haar uit te oefenen, want ook zijn zusje zit op de gestrande vluchtelingenboot. Dat leidt tot een aantal goed geacteerde scènes waarin realisme wint van sentiment. Op één moment dreigt Rike’s leven alsnog gevaar te lopen.

De filmtitel laat weinig aan de verbeelding over. Styx betekent letterlijk ‘afschuw’ en in de Griekse mythologie is zij de rivier die de aarde scheidt van de onderwereld. Ook het grote moeras in dat schimmenrijk Hades wordt Styx genoemd. Hier op de woelige baren van de oceaan is die rampspoed en innige afkeer van menselijke nonchalance uiterst voelbaar. De vraag blijft of en wanneer Rike besluit om alsnog naar de vluchtelingen te varen.

Net als de doorleefde Robert Redford in de ‘openzeethriller’ All Is Lost (2013) weet de doorgewinterde actrice Susanne Wolff in Styx de ogen van begin tot eind op zich gericht. Weet Redford zich fors gesteund door special effects (om nog maar te zwijgen van Life of Pi (2012) waarin de schipbreukeling geheel in een zwembad met groene schermen is opgenomen), Styx speelt zich daadwerkelijk af op open water, en dat zie je. Alleen de stormscènes zijn geschoten in een grote watertank. Net als in All Is Lost (het personage van Redford roept zelfs alleen maar een paar keer ‘help!’) zijn in Styx de woorden schaars en ondergeschikt. In dit relevante humane drama gaat het immers om (het gebrek aan) daden.

 

12 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Schweigende Klassenzimmer, Das

*
recensie Das Schweigende Klassenzimmer

Episch verraad

door Sjoerd van Wijk

Das Schweigende Klassenzimmer verraadt zichzelf met valse heroïek. Het Duitse drama verloochent de intrigerende premisse met mondain tienerdrama vol schematische tegenstellingen. En stuurt opzichtig aan op een clichématige catharsis. 

In een tijd waarin scholieren zoals de Zweedse Greta Thunberg in opstand komen tegen de algehele apathie omtrent de klimaatcatastrofe lijkt Das Schweigende Klassenzimmer een welkome blik op tienerrebellie te werpen. Het jaar is 1956 in de DDR en de Sovjet-Unie is in een bloedige strijd verwikkeld tegen Hongaarse opstandelingen. De eindexamenklas in de kleine industriestad Stalinstadt (tegenwoordig Eisenhüttenstadt) besluit onder leiding van de geëngageerde Kurt twee minuten stilte te houden om de gevallenen te herdenken, na illegaal kennis te hebben genomen van de westerse verslaggeving over deze gebeurtenis. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Schematische strijd
Maar wat begint als democratisch gekozen ludieke geste blijkt al snel bloedserieus te worden genomen door tal van autoriteiten. De schoolmeester foetert en de schooldistrictsleider is duivels manipulatief. De leerlingen probeerden weg te komen met een leugentje dat ze stil waren wegens het vermeende overlijden van voetballer Puskás. Dit is een zwart-wit strijd tussen idealisme en grote boze mensen die dat niet kunnen waarderen. Dat de kwade ouders zelf ook skeletten in de kast hebben zo vlak na de Tweede Wereldoorlog leidt tot verontwaardiging over hypocrisie. 

Het grote conflict tussen idealisme over de Hongaarse opstand versus het pragmatisme om het schooldiploma te behalen via verraad is op deze manier een wedstrijd waar de uitslag al van bekend is. De snijdende spanning in het klaslokaal is zo onecht en een tragische schooldirecteur, die ook niet op deze afgang zat te wachten, is een ondergeschoven kindje in het verhaal. Schrijver/regisseur Lars Kraume (Der Staat gegen Fritz Bauer, 2015) kiest voor de meest triviale tienerproblemen om reuring in de klas te veroorzaken. Als ieders toekomst op het spel staat, lijkt een ordinaire driehoeksverhouding niet het eerste om mee bezig te zijn. 

Sierlijk gestuurd
Al deze karikaturale tegenstellingen dienen dan ook het doel van valse ontroering. Sierlijk bewegen Kurt, nonchalante boezemvriend Theo en diens idealistische vriendin Lena zich voort in Stalinstadt terwijl de muziek eraan herinnert dat hun stilte een epische vorm van rebellie is. Dat buiten hen alleen de fragiele Erik en pientere Paul nog aandacht krijgen, geeft de actie een gezicht. Maar met deze individualisering van de problematiek blijft het onbekend hoe alle overige klasgenoten er over denken. 

Deze personages lijken bovendien meer een spil in het plot dan dat zij deze voortstuwen. Het is vanaf moment een al duidelijk dat de overtuigde communist Erik een onzekerheid is, die de grote boze mensen gemakkelijk kunnen breken. Dat Kurt hierdoor de zware keuze zich op te offeren voor de klas uit de weg kan gaan, lijkt Kraume niet als wrang op te vatten maar als een reden hem als rechtschapen te verheerlijken. 

Das Schweigende Klassenzimmer

Nepheldendom
Het stuurt allemaal aan op het groots opgezette moment van de waarheid. Maar de oppervlakkige catharsis valt niet anders te bestempelen dan als hoogverraad. De stilte blijkt puur heldendom waar niets op af te dingen valt, dankzij een tenenkrommend “I’m Spartacus”-moment. In plaats van de vrolijke anarchie van Zéro de Conduite (1933), die tienerrebellie opzwepend wist te vatten, gaat Das Schweigende Klassenzimmer voor nepsentiment van betweterige opoffering. Het is een vals heldendom vol pompeuze vroomheid. 

De collectieve vlucht naar het westen, waarvoor Theo een onbegrijpelijke honderdtachtig graden draai in karakter maakt, is daarom een verder verraad. Aangezien de film op een waargebeurd verhaal is gebaseerd (zoals opgeschreven in gelijknamige boek van Dietrich Garstka), is dit historisch accuraat. Maar het gemak wat uitstraalt van een trein vol lachende scholieren is als een trap na als zij even daarvoor hun toekomst uit overtuiging vergooiden. Greta Thunberg kan hier niets van leren. Het is daarom beter om over Das Schweigende Klassenzimmer te zwijgen.

 

11 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ONDERTUSSEN, OP DE REDACTIE: Lars von Trier: gek of geniaal?

 

ALLE RECENSIES

Genesis 2.0

**
recensie Genesis 2.0

De zoektocht naar een uitgestorven zoogdier

door Ries Jacobs

Less is more. Had de Zwitserse documentairemaker Christian Frei deze wijze les maar in zijn oren geknoopt voordat hij begon aan Genesis 2.0. De regisseur wil teveel in de zijn nieuwste film proppen, wat het resultaat onsamenhangend maakt.

De documentaire opent met het shot van een man die in een rubberboot door de ijskoude wateren boven Siberië vaart. Dit mooie beeld belooft veel. De man is op weg naar een eiland waar hij samen met anderen zoekt naar slagtanden van mammoeten die hier duizenden jaren geleden leefden. Frei legt vast hoe de mannen gedurende een permanent als herfst ogende zomer zoeken naar slagtanden van de prehistorische giganten.

Genesis 2.0

Naast de slagtandenjagers toont Frei genetici die werken in laboratoria of spreken op congressen. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat Genesis 2.0 over gentechnologie, in het bijzonder over pogingen van verschillende wetenschappers om een mammoet te klonen. De opzet van de documentaire is al snel duidelijk. Alle hoofdrolspelers zijn op hun eigen manier op zoek naar de mammoet.

Morele vraagstukken
Met een Oscarnominatie voor War Photographer (2001), vertoningen op grote festivals en uitstekende recensies heeft regisseur Frei allang bewezen bij de groten te horen, ondanks dat hij in zijn bijna drie decennia omvattende carrière nauwelijks meer dan tien films heeft gemaakt. Ook voor Genesis 2.0 lijkt hij de tijd te hebben genomen. Met beelden geschoten in Siberië, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en China doet de filmmaker duidelijk zijn best om van dit werk iets moois te maken. Daarom is het jammer dat het verhaal niet goed uit de verf komt.

De bijna twee uur die Frei uittrekt voor zijn film zijn niet voldoende om de verhalen van zowel de slagtandenjagers als de genetici goed in beeld te brengen. De filmmaker belicht bijvoorbeeld nauwelijks wat met de gevonden slagtanden gebeurt nadat deze het vasteland bereiken. Blijkbaar gaat het meeste ivoor naar China, maar hierover bericht de filmmaker uiterst summier.

Genesis 2.0

Ook de wetenschappers vertellen weinig interessants. Ze lopen rond in hun laboratoria en verkondigen op congressen dat biotechnologie de wetenschap van de toekomst is, maar wat de recente doorbraken op dit gebied zijn, belicht de documentaire nauwelijks. Ook toont de documentaire nauwelijks wat de wereld in de nabije toekomst kan verwachten op het gebied van genetische manipulatie. Maar de grootste tekortkoming van Genesis 2.0 is dat de onlosmakelijk met genetische vooruitgang verbonden morele vraagstukken nauwelijks aan bod komen. Dit hoort een onderdeel te zijn van een documentaire over dit onderwerp.

Verzameling beelden
Het lukt Frei niet om van de film een logisch geheel te maken. Zijn poging voor een connectie tussen de slagtandenjagers en de genetici die een mammoet willen klonen, komt niet uit de verf. Het blijven twee verhalen binnen één film. Daardoor is Genesis 2.0 is niet meer dan een verzameling beelden. Het geheel is best het aankijken waard, maar het leidt nergens heen. Een verhaallijn, een plot en een concluderend slot ontbreken. Al met al ontstijgt bijna twee uur Genesis 2.0 nauwelijks het niveau van anderhalf uur Veronica Inside.

 

5 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Versos del Olvido, Los

***
recensie Los Versos del Olvido

Naamloos, maar niet vergeten

door Paul Rübsaam

Los Versos del Olvido benadert de dood vanuit de schijnbaar onpersoonlijke invalshoek van het begrafeniswezen. De hoofdpersoon, een beheerder van een mortuarium ergens in Zuid-Amerika, heeft echter een verrassend goed geheugen voor feiten die anderen liever verborgen houden. Dat komt een niet geïdentificeerde dode ten goede. 

Het gat van een graf, waaruit keer op keer het blad van een schop omhoog komt en een groeiende berg aarde naast het gat. De stem van de onzichtbare man die de schop hanteert. Hij vertelt een anekdote over degene voor wie hij de kuil graaft, om vervolgens mobiel telefonerend en gestaag doorscheppend een empathische toon aan te slaan. Hij spreekt alweer met een nieuwe klant: een vrouw die zojuist haar dierbare heeft verloren.

Los Versos del Olvido

Naast het graf staat de collega van de dienstdoende doodgraver tegen een boom geleund een trosje druiven te nuttigen. Deze oude, zwijgzame man met grijs haar, een grijze baard, een doorgroefd gelaat en een zachtmoedige uitdrukking in de ogen is de beheerder van het verveloze mortuarium, dat lijken herbergt waarvan sommige nog geïdentificeerd moeten worden.

Deze impressie van een door twee man gerunde begrafenisonderneming, ergens in verlaten, heuvelachtig gebied in een niet bij name genoemd Zuid-Amerikaans land vormt het begin van Los Versos del Olvido (Oblivion Verses), het speelfilmdebuut van de uit Iran afkomstige regisseur Alireza Khatami.

De beheerder van het mortuarium (Juan Margallo) is de hoofdpersoon. Alles onthoudt hij en alles telt hij. Het aantal graven dat gegraven is, maar ook het exacte aantal dagen dat hem, maar ook anderen scheidt van belangrijke gebeurtenissen in een ver verleden. Namen willen hem niet te binnen schieten, zelfs zijn eigen naam niet.

Walvissen op het strand
Met oog voor detail en een tempo dat aansluit bij de trage motoriek van de bejaarde, maar scherpzinnige protagonist lijkt in Los Versos aanvankelijk alles zijn gangetje te gaan. Wat kan doden ook eigenlijk overkomen op een begraafplaats? Toch wel iets, zo blijkt. Het mortuarium wordt binnenkort gesloten om plaats te maken voor een nieuwe vestiging elders. Bovendien zijn sommige ongeïdentificeerde doden slachtoffers van een militaire operatie die de verantwoordelijke legerleiding absoluut geheim wil houden.

Als de militairen meedogenloos schoon schip willen maken, ontsnapt één dode aan hun aandacht: een jonge vrouw, met een met bloed besmeurd, engelachtig gezicht. De beheerder vindt haar in een lade van het mortuarium die hij aanvankelijk niet open kan krijgen. Dat zij gedumpt zal worden in een onvindbaar graf kan hij niet verdragen. De band die hij door zijn eigen verleden met haar voelt, brengt hem tenslotte op een idee. Schijnbaar niet ter zake doende, meldt de radio ondertussen dat er op een strand een groep in doodsnood verkerende walvissen is aangespoeld.

Los Versos del Olvido

Vergeten, herinneren, symbolen
Wie zou zeggen dat Los Versos del Olvido een toch al ambitieus thema als het leven en de dood bij de kop pakt, onderschat nog de beoogde reikwijdte van de film. Alles komt aan de orde dat te maken heeft met herinneren, vergeten, moeten onthouden en moeten vergeten. Aan symboliek kent de film bepaald geen gebrek. Iemand die de wrange werkelijkheid niet zien wil, heeft een groeiende barst in de voorruit van zijn auto. Een aardbeving doet een glas trillen op een tafelrand. Zal het vallen? Een klosje garen dat gebruikt wordt om de weg terug te vinden in een labyrintisch archief breekt bijna, maar net niet. Een beeld van een enorme, uitgestoken hand rijst op uit het zand van een woestijn, vermoedelijk zowel ondergang als redding die nabij is symboliserend.

Per stuk zijn al die ‘zinnetjes’ met symbolische beeldtaal niet onfraai. Maar de overdaad schaadt hier en daar. Te meer daar de eigenlijke verhaallijn overtuigingskracht tekort komt. Het duurt al lang voordat we bij de centrale gebeurtenis van de vondst van de dode jonge vrouw zijn aangekomen. Vervolgens verzandt de voor dit zwaar aangezette werk iets te lichtvoetige plot een beetje tussen opnieuw die ‘zinnetjes’ (is die jonge jongen die hem helpt bij het openen van een gesloten deur de hoofdpersoon zelf in zijn jaren van jeugdige overmoed?, vast wel). Een subplot die de zaak moet stutten ontroert weliswaar, maar neemt het gevoel dat er verhaaltechnisch gedanst wordt op een koord niet weg.

En dan de hoofdpersoon. Over zijn persoonlijke geschiedenis komen we wel iets te weten, maar niet zo veel. Datzelfde geldt voor de intriges rond het optreden van een militaire junta in heden en verleden. Of in een sfeerrijke en parabelachtige film als Los Versos alles opgehelderd moet worden, is voor discussie vatbaar. Maar als vergeten, herinneren, de doofpot en eerherstel nou juist de onderwerpen van de parabel zijn?

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Woman at War

****
recensie Woman at War

Vrouw wil moeder aarde redden

door Nanda Aris

Woman at War is een politieke, licht absurdistische en droogkomische film over een vrouw met een dubbelleven. Het plezier van film maken straalt van het doek in deze IJslandse inzending voor de Oscars. 

Halla (Halldóra Geirharðsdóttir) is de vijftigjarige dirigente van een koor, maar in het geheim een activiste. Ze dwarsboomt de aluminiumindustrie door elektriciteitsmasten te saboteren – met pijl en boog, zaag of slijptol – met als doel om de mooie IJslandse natuur te beschermen.

Woman at War

Heldhaftig
De film van Benedikt Erlingsson (Of Horses and Men, 2013), opent met Halla die haar pijl en boog klaarmaakt om te schieten, begeleid door opzwepende drums. We zien haar in een ruig landschap, ‘gesierd’ met elektriciteitsmasten. Deze saboteert ze, om zo de aluminiumindustrie schade toe te brengen. Halla is een soloactiviste, die zich geholpen ziet door een schapenherder in de bergen en een bevriend koorlid, dat ook politiek actief is.

Ze maken zich zorgen om Halla, maar die laat zich niet zomaar afschrikken. Heldhaftig gaat ze drones te lijf, verstopt zich voor patrouillerende helikopters en houdt zich schuil tussen de schapen. Net wanneer de aandacht van politie verscherpt en Halla als de ‘Mountain Woman’ haar volgende grote actie plant, krijgt ze bericht van het adoptiebureau.

Er volgt een hele mooie scène, waarin een tai-chiënde Halla het nieuws over klimaatproblemen op tv bekijkt en gebeld wordt. De camera houdt ons beeld op de tv waarop we mensen gered zien worden van een overstroming. Halla krijgt te horen van het adoptiebureau dat er een Oekraïens meisje beschikbaar is. Op de achtergrond fluit de waterketel hard op het vuur, symbool voor Halla’s gevoel. Het is de vraag of ze de verantwoordelijkheid op zich neemt als moeder van het Oekraïense meisje of dat ze verder wil gaan met haar activistische plannen om moeder aarde te redden.

Woman at War

Vervreemding
Ondanks dat dit pas zijn tweede speelfilm is, is Erlingssons werk herkenbaar: droogkomisch, lichtvoetig, maar met serieuze thema’s. Met Woman at War geeft hij recht aan de natuur en vertelt hij een heldenverhaal. Zijn held Halla wordt, net als bij de oude Grieken, geïnspireerd door een muziekband (tegenover het Griekse koor) die Erlingsson bewust zichtbaar in de film plaatst. Dit vervreemdingseffect (een term van toneelschrijver Bertold Brecht) van de muziekband (en drie Oekraïense zangeressen) in beeld haalt de kijker uit het verhaal en herinnert ons aan de fictie van de film: achter alle schijn zit een boodschap die de kijker dient te ontdekken.

Deze stijlkeuze geeft niet alleen Halla kracht, maar ook de film. Zo is er de zachte begeleidende pianomuziek in de woonkamer wanneer zij het nieuws over de adoptie krijgt. De muzikanten begeleiden niet alleen, Halla communiceert ook met hen. Het driekoppige bandje heeft een cameo wanneer Halla de pamfletten uitstrooit en retweet de inhoud van het pamflet.

De manier waarop Hanna de natuur probeert te beschermen en de interactie met de muziekband maken van Woman at War een bijzondere Oscarinzending. Met zijn originele ideeën is Benedikt Erlingsson een regisseur om in de gaten te houden.

 

23 december 2018

 

ALLE RECENSIES