This Magnificent Cake!

***
recensie This Magnificent Cake!

Vilten poppen in koloniaal Afrika

door Bob van der Sterre

Een animatiefilm over kolonialisme met vilten poppen? En er grapjes mee maken? Onze zuiderburen weten zoals gebruikelijk wel raad met experimenten, wat ook weer blijkt uit This Magnificent Cake!.

Een koning zit verveeld bij een optreden. Hij fluistert tegen zijn hulp midden in het optreden dat hij de klarinettist moet vragen om te stoppen met spelen. Die staat er vervolgens als een zoutzak bij – alleen de pianist speelt nog. De koning is tevreden hoewel het stuk nergens meer op slaat.

This Magnificent Cake!

Spot
In een hotel met kolonialisten werkt een pygmee als portier. Hij haat het hotel en de westerlingen maar het levert wel eten en geld op. Hij geeft zijn broer een stokbrood – die heeft dat nog nooit gezien. ‘Dat eten ze hier allemaal.’ Vervolgens is er een verwend kind nodig om de pygmee spijt te laten krijgen van zijn baantje.

De animatiefilm This Magnificent Cake! geeft een spottende kijk op kolonialisme. Het slimme van de film is dat hij het onderwerp kolonialisme niet frontaal aanvalt. Het is algemeen bekend hoe de Belgische koning Leopold II flink heeft huisgehouden in de Congo. Daar gaat deze film dus niet over.

We gaan hier van persoon op persoon. Een koning, een pygmee, een deserteur, een bakker die op de vlucht is en een klarinettist. In dit verhaal zijn ze allemaal op een of andere manier betrokken bij de koloniale staat.

Neem de bakker (Van Molle) die voor schulden vluchtte naar Afrika om daar als een koning te gaan leven. Als een rits pygmeeën uitglijden op een hangbrug en te pletter vallen met zijn spullen, voelt hij zich in de steek gelaten. Dat de pygmeeën een akelige verdrinkingsdood sterven, kan hem aan zijn reet roesten. Liever zet ie het op een zuipen in zijn eigen, eenzame paleis.

De eerste helft van de film is zodoende leuk opgezet in verschillende hoofdstukken met verschillende verhalen. Geen hoofdpersoon, geen dramatische verhaallijnen om je aan te houden, wel spot. Dat smaakt naar meer.

This Magnificent Cake!

Mystiek
Je hoopt dan toch wel op een soort opleving aan het einde – een plot dat zaken samenbrengt – maar dat doet de film niet. This Magnificent Cake! neemt een soort mystieke afslag met een grot, een reusachtige slak en hallucinatie. Voor de kijker is het niet meer duidelijk wat droom en wat realiteit is. Levert fraaie surrealistische beelden op maar daarmee verdwijnt de satirische humor wel een beetje naar de achtergrond.

Afgezien hiervan is de technische vaardigheid bijzonder. De animatie met vilten poppen is prachtig gedaan – en weer een vernieuwing in het genre. De hikkende koning met een kliek bezorgde figuren om zich heen is lachwekkend, ook al zijn het slechts poppen.

Wie een voorproefje wil: het duo Emma Swaef en Marc James Roels maakte zes jaar geleden de film Oh Willy, die in zijn geheel (twaalf minuten) op Vimeo te zien is. In beide gevallen gaan de films over de natuur en hebben ze ook een hoofdrol voor geluiden.

 

18 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Shoplifters

*****
recensie Shoplifters

Kleine vissen verweren zich tegen de tonijn

door Alfred Bos

In het sociaal bewogen Shoplifters – Gouden Palm van Cannes 2018 – toont de Japanse regisseur Hirokazu Koreeda zich wederom als de eigentijdse tegenhanger van Ozu. De film is diep ontroerend, stelt indringende vragen, maar wordt nimmer sentimenteel.

Wat is er onschuldiger dan een dagje nietsnutten aan het strand met het gezin? Weinig, maar niet in de handen van Hirokazu Koreeda, de Japanse regisseur die als een eigentijdse nazaat van Yasujirō Ozu röntgenfoto’s maakt van families die traditionele waarden proberen te handhaven in een samenleving in flux. Eerder dit jaar verscheen The Third Murder in de Nederlandse bioscoop, een meesterlijke, zij het enigszins cerebrale film. Met Shoplifters, in mei van dit jaar winnaar van de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes, appelleert Koreeda vol aan het gevoel, zonder sentimenteel te worden.

Shoplifters

Shoplifters handelt over een pseudo-gezin dat is gecentreerd rond een oude weduwe, vertolkt door Kirin Kiki, de ster van het ook in Nederland succesvolle An; Koreeda werkte eerder met haar in After the Storm. Kiki overleed een paar maanden na de première van de film in Cannes. Dat voorziet het dagje aan het strand, onmiskenbaar een sleutelscène in de film, op onvoorziene wijze van een extra laag betekenis.

Matriarchaat
De weduwe is het hart, ook letterlijk, van een bont gezelschap dat door vage en complexe familierelaties is verbonden. Haar zoon Osamu (Lily Franky) en diens echtgenote Nobuyo (Sakura Ando, die in een ondervragingsscène werkelijk briljant onuitspreekbare emoties weet te uiten) hebben slechtbetaalde baantjes; het inwonende nichtje Aki (Mayu Matsuoka) scharrelt als animeermeisje. In het eerste half uur van Shoplifters handelen alle dialogen over geld. Het is een echo van Flowing, de film uit 1956 van Mikio Naruse, die speelt rond een pseudo-familie die los staat van de samenleving, een geisha-huis. Ook dat is een matriarchaat.

De sjoemelaars vullen het schamele pensioen van oma aan door proletarisch te winkelen. In de door vederlichte cocktailjazz begeleide opening zien we hoe Osamu en diens aangenomen zoontje Shota (Jyo Kairi) hun ambacht tot kunst hebben verheven. Onderweg naar huis vinden ze in de vrieskou een meisje, de hartendief Yuri (Miyu Sasaki), die door haar ouders buiten de deur is gezet, en nemen haar mee. Het kind heeft littekens op haar armen en plast in bed, signalen van mishandeling. Ze wordt door de pseudo-familie geadopteerd en leert de kneepjes van winkeldiefstal.

Familieloyaliteit
Shoplifters toont de sociaal bewogen Koreeda van Nobody Knows (2004) – over kinderen die in de steek worden gelaten door hun moeder – en stelt indringende vragen. Hoe moreel is het om een verwaarloosd kind te ontvoeren, ook al doen de onverschillige ouders geen aangifte? Hoe moreel is het om te stelen van kleine middenstanders die net zoveel moeite hebben om het hoofd boven water te houden als de dieven? Wat zijn de normen waard van een samenleving die mensen voor hun arbeid onvoldoende beloont om de basisbehoeften te kunnen betalen? Hoe zinvol is de oplossing van de kinderbescherming? Hoe ver gaat loyaliteit aan familie als die familie zelf niet loyaal is?

Shoplifters

De lijm die het pseudo-gezin bijeenhoudt is afwijzing, door familie, door de maatschappij. Het zijn kleine vissen die samenwerken om het op te nemen tegen een tonijn. Koreeda idealiseert de verstotenen niet, zoals Akira Kurosawa deed in diens Dodesukaden (1970). Wel heeft hij oog voor het menselijke: Yuri is zo blij met haar nieuwe zwempak dat ze het ook in bad aanhoudt; Osamu en Nobuyo vrijen tijdens een zomerse stortbui en worden gestoord door hun ‘kinderen’. De regie is loepzuiver.

Echo’s van Ozu
Het valt allemaal uit elkaar wanneer oma overlijdt. De omslag wordt aangekondigd in een scène die herinnert aan Ozu’s Early Summer (1951), het familie-uitje naar het strand. Zelf je familie kiezen is beter, zolang je er maar niet teveel van verwacht, reflecteert oma. Terwijl ze naar haar ‘familie’ in de vloedlijn kijkt, herhaalt ze voor zichzelf: “Bedankt voor alles.” Het is een magisch moment.

In rap tempo wordt de pseudo-familie ontmanteld en wachten er verrassingen die de onderlinge verhoudingen in een ander – en moreel nog twijfelachtiger – daglicht plaatsen. Bij wie ben je beter af: bij je natuurlijke familie of de familie die je zelf kiest? De kinderbescherming weet het wel en het laatste shot is, net als de film zelf, zowel wrang als poëtisch. En stelt nog een laatste vraag. Is dit wat we willen?

 

11 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Extraordinary Journey of the Fakir, The

*
recensie The Extraordinary Journey of the Fakir

Geen hoogvlieger

door Rob Comans

Neem een paar stereotiepe Indiërs, dompel ze onder in een sentimenteel verhaal, vul dit aan met zoete romcom-stroperigheid, vermeng dat met sociale relevantie en een flinke toef Bollywood-exotisme en breng alles op smaak met ingrediënten uit eerdere crowd pleasers zoals Slumdog Millionaire (2008), Life of Pi (2012) en Lion (2016). 

Zie hier het hapklare recept voor The Extraordinary Journey of the Fakir, een film die ongegeneerd het lijstje van mierzoete benodigdheden voor succesvolle publieksfilms aftikt, en ook nog het mondiale vluchtelingenprobleem wil aankaarten. Helaas vliegt deze door regisseur Ken Scott aangestuurde fakir zo laag en voorspelbaar op zijn doel af dat je hem al van mijlenver ziet aankomen.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Omzwervingen
Ajatashatru ‘Aja’ Lavash Patel (Dhanush) groeit als straatjochie op in Mumbai, waar hij als ‘fakir’ toeristen geld uit de zak klopt. Zijn moeder (Seema Biswas) wil hem niet zeggen wie zijn vader is, behalve dat ze hem in Parijs heeft leren kennen. Dus vertrekt Aja wanneer hij eenmaal volwassen is richting de Lichtstad. Daar leert hij Marie (Erin Moriarity) kennen bij de plaatselijke Ikea, waar Aja ‘logeert’ omdat hij zelf geen onderkomen kan betalen. Voordat hij haar in zijn armen kan sluiten, volgen de vele verplichte plotwendingen en omzwervingen waaraan de film zijn titel ontleent. Tel even mee: van Parijs reist Aja naar Londen, dan naar Barcelona, Rome, Tripoli, terug naar Parijs om vervolgens weer in Mumbai te landen.

Illegalen
Op een van zijn ‘reizen’ ontmoet Aja een groep Somalische illegalen. Eén van hen, Wiraj (Barkhad Abdi), wordt Aja’s vriend. Zij hopen in Londen werk te kunnen vinden, maar worden tegengehouden door een bureaucratische immigratiebeambte (Ben Miller), die middels een misplaatst en pijnlijk niet grappig ‘musicalnummer’ het repressieve Britse immigratiebeleid uitlegt. Uiteindelijk belandt Aja in Rome, waar hij actrice Nelly Marnay (Bérénice Bejo) leert kennen. Wanneer zij hem financieel op weg helpt, brengt hij haar als dank weer samen met haar grote liefde. Cue voor het verplichte zang- en dansnummer waarin Aja en Nelly op zijn Bollywoods losgaan. Ettelijke omzwervingen later komt alles weer goed in Mumbai. Marie dumpt haar nieuwe vriend om weer met Aja samen te kunnen zijn, en Aja behoedt als wijze leraar de drie jochies die de raamvertelling van de film vormen voor een lange gevangenisstraf.

Ikea
Er is niks mis met pretentieloos vermaak, dat The Extraordinary Journey of the Fakir dan ook in grote hoeveelheden brengt. Wanneer de ontmoeting met Wiraj de aanzet blijkt voor een geforceerde poging om sociale relevantie en maatschappijkritiek in de film te stoppen, schiet regisseur Scott zijn doel echter ver voorbij. Ook de hijgende pogingen om aan te sluiten bij het referentiekader van het filmpubliek middels Ikea-referenties is stuitend. De jonge hoger opgeleide startende twintigers en dertigers waarop de film zich richt, zullen veel van hun interieurstijl in de film herkennen, en voor deze schaamteloze sluikreclame zal Ikea veel geld over hebben gehad.

The Extraordinary Journey of the Fakir

Iets soortgelijks deed regisseur David Fincher ook al in Fight Club (1999), maar daar was het bedoeld als zwart-komische kritiek op een oppervlakkige, materiële levensstijl. Niets van dit soort ironie bij The Extraordinary Journey of the Fakir: hier is een Ikea-interieur iets om oprecht naar te verlangen. Aju gebruikt zelfs een Ikea-pot als urn voor zijn moeders as (!), die hij keurig op het Parijse graf van zijn vader achterlaat. Dat Ikea de laatste jaren vaak in opspraak kwam vanwege uitbuiting en onethisch gedrag wordt keurig onder het fakir-tapijt gemoffeld.

Harteloosheid
The Extraordinary Journey of the Fakir voornaamste probleem is dat de film, onder alle felle Bollywood-kleurtjes en oppervlakkige romantiek, de ongelijkheid, uitbuiting, het onrecht en materialisme omarmt die de film pretendeert te veroordelen. Deze ‘harteloosheid’ blijkt wanneer Wiraj en Aja spreken over het verschil tussen een toerist en een illegale vluchteling. Plotseling maakt Wiraj de opmerking: “He who swallows coconuts has faith in his butthole.” Aja: “I don’t see the relevance.” Wiraj: “No relevance, I just love the proberb…”

Diegenen die gecharmeerd zijn van mierzoete, inhoudsloze, bijna cynisch gecalculeerde fluff zullen The Extraordinary Journey of the Fakir inderdaad buitengewoon vinden. Mensen die liever door films worden aangesproken op gebieden boven het middenrif zullen nauwelijks wakker kunnen blijven.

9 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Cold War

*****
recensie Cold War

Scènes uit een relatie

door Alfred Bos

Pawel Pawlikowski, de regisseur van het fenomenale Ida, heeft met Cold War een beeldschone film over een gedoemde liefde gemaakt. Het drama is tevens een metafoor voor zijn vaderland, Polen.

De Poolse regisseur Pawel Pawlikowski is een dichter met beelden. Zijn beeldtaal is van een poëtische schoonheid en hij gebruikt het beeld niet als symbool, maar als metafoor. Dat laatste onderscheidt hem van het gros der cineasten en maakt hem tot dichter. Die kwaliteiten kwamen het eerst tot volle bloei is zijn internationaal uitbundig gelauwerde (Oscar beste buitenlandse film, BAFTA beste niet-Engelstalige film, European Film Award), vijfde speelfilm, Ida (2013), over een jonge vrouw die op het punt staat in te treden als non.

Cold War

Dat was geen toevalstreffer, want alles wat Ida zo bijzonder maakt – de schitterende, in afwijkende kaders gevangen zwart-wit cinematografie; de elliptische vertelling; de levensvragen; de rol van trouw en verraad; de emotionele diepgang – kleeft ook aan Pawlikowski’s nieuwe film. Zimna wojna, die internationaal verschijnt onder de titel Cold War, is gesitueerd in het communistische Polen van na de Tweede Wereldoorlog en heeft als hoofdpersoon een jonge vrouw die twijfelt over haar roeping.

Vlucht naar de vrijheid
De eigenzinnige boerendochter Zula (Joanna Kulig, ze werkte eerder met Pawlikowski in La femme du Vème uit 2011) wordt ontdekt door Wiktor (Tomasz Kot). Hij reist het platteland af om geluidsopnamen te maken van ongeschoolde muzikanten; daaruit worden de talenten geselecteerd voor een cultuuracademie die onderwijst in volkskunst. Ze krijgen een relatie en wanneer het gezelschap op tournee wordt gestuurd om de communistische idealen te propageren besluiten ze in Berlijn te vluchten naar de overkant, het lonkende vrije Westen. Ze treffen elkaar pas jaren later weer in Parijs.

Daar blijkt hun relatie – of eigenlijk hun wederzijdse identiteit – niet opgewassen tegen de druk van de vrijheid, met al zijn verlokkingen, wedijver en gedelegeerde verantwoordelijkheden. Ondanks alle kansen en succes als respectievelijk zangeres en pianist in de jazzclubs van Parijs hunkert Zula naar de vertrouwde omgeving van haar adolescentie en keert terug naar het moederland. Wiktor volgt haar, wordt opgepakt en als spion veroordeeld tot vijftien jaar strafkamp. Ze ritselt hem vrij.

Cold War

Tijdloos filmuniversum
In Cold War staat de Koude Oorlog voor de strijd tussen plicht en verlangen, bindingsangst en trouw, authenticiteit en decadentie. De regisseur vertelt het verhaal in een reeks losse episodes die spelen tijdens de eerste jaren van de Koude Oorlog, jaren vijftig en begin zestig, en springt van Oost naar West. De stijlfiguur van de ellips – cruciale voorvallen wel benoemen maar niet laten zien, de Japanse regisseur Yasujirō Ozu was er een meester in – nodigt de kijker uit zich met de film en haar personages te engageren. Het middel past naadloos bij de afwijkende vorm en plaatst Cold War in een tijdloos filmuniversum waar Antonioni en Godard meer betekenis hebben dan Spielberg of Tarantino.

Cold War is ook een poëtische reflectie op de rol die historische omstandigheden, tijd en plaats, spelen in een mensenleven. “Tijd doet er niet toe als je van elkaar houdt”, zegt Wiktor tegen Zula. De film is te lezen als metafoor voor het huidige Polen, dat na de communistische jaren moeite heeft om zich aan de passen aan de nieuwe omstandigheden, de vrije markteconomie van de Europese Unie, en haakt naar de wereld van toen.

Cold War opent in de Poolse winter van 1949 en eindigt vijftien jaar later in de zomer met de fraaiste slotzin van dit filmjaar: “Neem me mee naar de overkant, daar is het uitzicht mooier.” Het is in meer dan één betekenis de ultieme metafoor van een film die zelf één grote metafoor is. Welke betekenis die zin nog meer heeft gaan we hier niet verklappen, maar zet u schrap voor een hoek waarin woord en beeld vervloeien.

 

5 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Good Manners

**
recensie Good Manners

Futloze fabel

door Sjoerd van Wijk

Het rommelige sprookje Good Manners propageert levenloos strijdlust in plaats van verzoening. Futloos zet het een bovennatuurlijke allegorie op die aansluit bij het huidige Braziliaanse politieke klimaat, waar de nieuwe president Jair Bolsonaro minachting voor mens en milieu uitstraalt.

Het is daarmee wel een tijdige film, die aangeeft wat een ieder die afwijkt van de destructieve norm te doen staat de komende tijd. De verschillen tussen Clara en de zwangere Ana kunnen niet groter zijn. Clara is een kinderoppas zonder opleiding en een lesbienne van Afrikaanse afkomst. Ana een verwende dame uit een welvarende familie, die door de dubieuze omstandigheden van haar zwangerschap er alleen voor staat. Er ontwikkelt zich al snel een hechte band tussen de twee, maar er lijkt iets mis met de baby. Goed, bovennatuurlijk mis. Clara’s leven neemt dan ook een onverwachte wending in dit tweeluik.

Good Manners

Afwijkende zwangerschap
Regisseurs Marco Dutra en Juliana Rojas (die vaker hebben samengewerkt) nemen uitgebreid de tijd om alle puzzelstukken op hun plaats te laten vallen. São Paolo is hier op de achtergrond een feeërieke metropolis, die geen massale drukte maar serene mystiek uitstraalt. In het claustrofobische appartement ontwikkelen de twee ondanks de tegenstellingen een aparte verstandhouding met elkaar. Het desolate maakt echter gaandeweg plaats voor het lethargische. De lichte griezel van Ana’s afwijkende zwangerschap staat snel vast, maar Dutra en Rojas blijven lang dwepen met de relatie, die overtuigingskracht mist doordat Isabél Zuna als Clara weinig passie uitstraalt.

Zij weet pas te overtuigen in het tweede deel, als de aard van de baby duidelijk is en het vreemde de wereld betreedt. Met het groeien van haar kapsel en haar unheimische adoptiezoontje Joel komt er meer vuur in haar. Het al eerder weinig subtiele motief van vlees of groente wat de pot schaft, legt er extra dik bovenop dat afwijken van de status quo het leven zelf is, met alle risico’s van dien. Clara’s pogingen Joels ware karakter te verbergen, voelen wel oprecht aan.

Dat Joel met ouder worden ook eigenwijzer bij de anderen wil horen, leidt tot de verwachte bonje, maar het lijzige tempo is hier adequaat. Good Manners verzandt echter continu in uitstapjes van bodyhorror tot musical. De eclectische mix van stijlen kent een lusteloze behandeling met stoïcijnse opnames, die gegeven het spannende materiaal niet voor de hand ligt. De druk loopt op, terwijl São Paolo immer vreedzaam doet denken dat het toverachtige in elke hoek te vinden is. 

Good Manners

Barbaarsheid tegenover domesticatie
Het barbaarse andere, wat vlees verslindt en huilt naar de volle maan, komt hiermee tegenover domesticatie te staan. Niet toevallig bevindt Clara zich in een christelijke goegemeente, een gemeenschap die de autocratische Jair Bolsonaro steunde in de Braziliaanse presidentsverkiezingen.  In het echt is het hij die anderen wil verslinden, zoals de inheemse bevolking in de Amazone. Good Manners blijkt dus een ironische titel en komt daarmee op voor de achtergestelden. In de verwachte ontknoping komt de strijdlust naar voren, als Clara en Joel hechter dan ooit tevoren worden.

Het doet in de verte denken aan het Mexicaanse Tigers Are Not Afraid, dat ook via een kind met bovennatuurlijke gaven de strijd met sociale misstanden aangaat. Daar is het sprookjesachtige echter vernuftiger verbonden met de omringende wereld, wat de emotionele binding ten goede komt. Tevens is daar ruimte voor verzoening, die alle narigheid doet vergeven en vergeten. Good Manners gaat voor de confrontatie in plaats van een beroep op christelijke naastenliefde te doen. Het is sociale kritiek, maar laat in haar apathische behandeling kansen op compassie liggen.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Mary Shelley

***
recensie Mary Shelley 

Feministe en vrijdenker avant la lettre

door Alfred Bos

Speelfilm over de tienerjaren van Mary Shelley (geboren Godwin), haar relatie met de dichter Percy Bysshe Shelley en diens vriend Lord Byron, en de wording van haar wereldberoemde roman, Frankenstein.

Het minste wat je van een biopic mag vragen is dat de film zich aan de elementaire feiten houdt. Dat zit wel snor met Mary Shelley, de speelfilm van de Saudi-Arabische regisseur Haifaa Al-Mansour over de schrijfster van een van de beroemdste romans uit de wereldliteratuur, Frankenstein; or, The Modern Prometheus. De beslissende jaren uit het nog jonge leven van de auteur – Shelley was 18 toen ze Frankenstein schreef – en haar omgang met de literaire kopstukken in het Engeland van haar tijd, de vroege negentiende eeuw, worden als kostuumdrama op het filmdoek gebracht.

Mary Shelley

En aan drama geen gebrek in het leven van Mary Shelley. Moeder, filosofe en eerste feministe Mary Wollstonecraft, overleden in het kraambed. Opgevoed door haar vader, de politiek filosoof, uitgever en boekhandelaar William Godwin, in de film vertolkt door Stephen Dillane. Eerste kind, gebaard op haar zeventiende, kort na de geboorte overleden. (Ook haar twee volgende kinderen overleden op zeer jeugdige leeftijd, maar dat valt buiten het kader van de film die stopt na de publicatie van Frankenstein in 1818.)

Daar bleef het niet bij. Affaire met de getrouwde dichter Percy Bysshe Shelley (verdronken in 1822), die tevens haar zus Claire Claremont bezwangerde. Financiële nood. Tegengewerkt door het literaire establishment. Maar ondanks al die tegenslag en misère: succes. Opgevoed als intellectueel en belichaming van de Verlichting, was Mary Shelley de eerste vrouwelijke auteur die via haar pen een onafhankelijk bestaan kon opbouwen.

Verlatingsangst
Als een biopic meer wil zijn van een verfilmde Wikipedia-pagina is het mooi als de film ook iets van een visie op zijn onderwerp heeft, of een andere (nieuwe?) kijk op dat leven biedt. Al-Mansour suggereert dat Shelley’s vrees om emotioneel in de steek te worden gelaten – in haar geval door naaste dierbaren die overlijden – een rol in de schepping van haar wereldberoemde roman heeft gespeeld. Aldus valt Frankenstein niet te lezen als het verhaal van de mens die voor god speelt en leven maakt uit dode materie, maar als de zielsklacht van een schepsel in existentiële nood, bang om afgewezen te worden. Die uitleg is zo gek nog niet; het maakt duidelijk hoeveel diepgang Shelley’s roman heeft en hoe rijk het boek is aan (nog steeds actuele en prangende) ideeën.

Tegenwoordig is Mary Shelley een rolmodel voor jonge vrouwen – ze werd door Percy Shelley ontmaagd op het graf van haar moeder, hoe cool is dat? Dat toont de film dan weer niet – en ze kan worden gezien als een van de eerste moderne denkers, ze was als onafhankelijke geest haar tijd ver vooruit. De kring rond de Engelse dichters uit de periode die in de literatuurgeschiedenis bekend staat als de Romantiek (eind achttiende, begin negentiende eeuw) legde de basis voor de levensvisie en levensstijl van de latere bohemiens in Frankrijk, en, in de twintigste eeuw, de Amerikaanse beatniks. Daar gaat deze film uiteraard niet over, maar iedere hippie, punk of vrijdenker kan zich in Mary Shelley herkennen.

Mary Shelley

Hypocriete vrijdenkers
Deze biopic past dus perfect in het #metoo-tijdperk. De film besteedt relatief weinig aandacht aan de beroemde ontstaansgeschiedenis van Frankenstein: in 1816 geschreven tijdens een verregende vakantie in een villa aan het meer van Genève, waar Mary (Elle Fanning) en Percy (Douglas Booth) te gast waren bij Lord Byron (Tom Sturridge) en diens lijfarts John William Polidori (Ben Hardy); de laatste schreef tijdens die gelegenheid het klassiek geworden vampierverhaal The Vampyre, gepubliceerd op naam van – godbetert – Lord Byron.

Meer aandacht is er voor de emotionele en amoureuze relaties tussen Mary en Percy, en Lord Byron en Mary’s zus Claire Claremont (Bel Powley). Byon wordt neergezet als seksistische narcist (‘vrouwen hebben minder verbeelding dan mannen’) en abjecte philanderer die vrouwen beschouwt als seksspeeltjes. De Romantische dichters mochten zich dan wel vrijdenkers wanen, als het op de vrije liefde aankwam, waren ze traditioneel hypocriet. Laat je niet foppen door de prachtige kostuums. Zoveel is er in tweehonderd jaar ook weer niet veranderd.

 

20 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Widows

***
recensie Widows

Vechten op drijfzand

door Alfred Bos

Oscar-winnaar Steve McQueen komt na zijn doorbraakfilm 12 Years a Slave met een atypische genrefilm, waarin de personages veelvuldig in de spiegel kijken. Wat is liefde waard in een samenleving die alles in geld uitdrukt?

Vertrouwen is wat mensen – een huwelijk, een gemeenschap, een samenleving – bijeen houdt. Wantrouwen is wat criminelen hun volgende verjaardag doet halen en Steve McQueen, de met een Oscar gelauwerde regisseur van het geëngageerde 12 Years a Slave, gebruikt de mal van de misdaadfilm om een punt te maken over menselijke verhoudingen in de wereld van vandaag. Door clichés en vaste patronen vanuit een ander gezichtspunt te belichten, morrelt hij niet zozeer aan conventies, hij trekt de vloer onder onze (schijn)zekerheden weg. Het werkt, maar ook weer niet.

Widows

De keerzijde van vertrouwen is verraad en bedrog is de zuurstof – of is het de stikstof? – waar de plot van Widows op draait. Veronica (Viola Davis) is de echtgenote van een crimineel, Harry Rawlings (Liam Neeson). Wanneer zijn bende bij een kraak gruwelijk aan zijn eind komt, draait zij op voor Harry’s openstaande schulden. Ze ronselt de weduwen van Harry’s kornuiten om de klus tegen de klippen op te klaren. Handleiding zijn Harry’s aantekeningen voor zijn volgende karwei. Widows is een heistfilm, maar niet volgens het boekje.

Politiek is business
De vrouwen weten niet van elkaars bestaan en de film maakt veel werk van hun wantrouwen tegenover Veronica en hun weerstand om met haar samen te werken. Widows telt een aanzienlijk aantal personages die elk qua psychologie net voldoende worden getypeerd om als individu herkenbaar te zijn. Van het kwartet weduwen krijgt de geestelijk en fysiek mishandelde blondine Alice (Elizabeth Debicki) naast Veronica de meeste aandacht; Linda (Michelle Rodriguez), die haar boetiek verliest, en Amanda (Carrie Coon) zijn vluchtiger geschetst. Ze worden bijgestaan door de kapster Belle (Cynthia Erivo), die eveneens haar man verloor door politiegeweld. Veronica cum suis vechten voor hun leven, op drijfzand.

Hun tegenstrevers zijn mannen, Jamal Manning (Brian Tyree Henry), de misdadiger die een politiek ambt nastreeft, en diens jongere broer en rechterhand Jatemme (Daniel Kaluuya), een psychopaat die spreekt via mes en pistool. Mannings concurrent in de verkiezingen voor een functie in het stadsbestuur is Jack Mulligan (Colin Farrell), zoon van een oligarch op leeftijd (Robert Duvall), die anders dan zijn vader meent dat politiek méér is dan zakendoen. Achter Jack staat een ambitieuze vrouw, Siobhan (Molly Kunz). Het knappe van Widows is dat het verhaal helder blijft en al die personages uit de verf komen, met een glansrol voor Farrell.

Widows

Surrealistische kronkels
Widows is gebaseerd op de gelijknamige tv-serie uit 1983 van de Britse misdaadauteur Linda de la Plata, die, in alle eerlijkheid, geen hoogvlieger in het genre is; wel populair. Het verhaal is verplaatst van Londen naar Chicago, wat de vermenging van misdaad, racisme en politiek (‘Ignorance is the new excellence’) actueel maakt; begin vorig jaar publiceerde het Amerikaanse ministerie van Justitie een vernietigend rapport over het politiekorps van de stad. Toch ontkomt de film niet aan een zekere emotionele vlakheid, die wordt versterkt door het simpele feit dat de personages hun ware emoties niet uitspreken, doch indirect tonen via machinaties en intrige. Niet alleen de filmkarakters weten niet wat ze aan elkaar hebben, dat weet de kijker ook niet.

Personages goed neergezet, enerverende opening waarin handeling en karakters knap worden geïntroduceerd via listige montage, interessante premisse—en toch blijft het allemaal een beetje bloedeloos. Het euvel zit in het script, waarvoor McQueen heeft samengewerkt met Gillian Flynn, de schrijfster van Gone Girl. De twist van Widows is in psychologisch opzicht net zo ongeloofwaardig als de surrealistische kronkels van de succesfilm die David Fincher naar haar boek maakte.

In 2012 verpakte Andrew Dominik snoeiharde kritiek op de Amerikaanse samenleving (‘America is not a country. It’s a business.’) in een bloedsterke genrefilm, Killing Them Softly. Een vergelijkbaar engagement schemert in Widows, het komt er alleen onvoldoende uit. Widows meet zich een pak aan dat net een maatje te groot is. Het wil te graag publieksfilm zijn.

 

19 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Jij bent mijn vriend

***
recensie Jij bent mijn vriend

Hoe The New Kid in Town zijn plekje vindt

door Ries Jacobs

Na de succesvolle documentaire De kinderen van juf Kiet brengen documentairemakers Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch opnieuw de klas van docente Kiet Engels in beeld. Ditmaal is de ster van de film de zesjarige Branche, die met zijn ouders vanuit Macedonië naar Nederland is verhuisd omdat zij hier een baan vonden.

Jij bent mijn vriend begint op de dag dat Branche voor het eerst naar school gaat. Hij zit in een klas in het Brabantse Hapert, speciaal voor migrantenkinderen die het Nederlands nog niet beheersen. De camera volgt de vorderingen van de jongen in dit klasje en in het reguliere basisonderwijs waar hij een half jaar later instroomt.

Jij bent mijn vriend

De jongen vindt aanvankelijk moeilijk zijn plekje in een klas vol kinderen die een andere taal spreken, maar na een tijdje vindt hij een vriend in zijn leeftijdsgenoot Ayham. Wanneer die plotseling van school gaat, begint de hele zoektocht naar een vriend opnieuw.

Sobere stijl
De kinderen van juf Kiet (2016) kreeg lovende kritieken vanwege de maatschappelijke relevantie, maar vooral vanwege de stijl. De makers schoten de beelden vanuit het gezichtspunt van een kind en voorzagen de film niet van een voice-over. Ook verschenen er geen deskundigen in beeld om de beelden te duiden. Deze niet vaak door documentairemakers gebruikte stijl werkte verfrissend omdat de kijkers nu de wereld door de ogen van de kinderen zagen en bovendien zelf conclusies konden trekken.

Ook in Jij bent mijn vriend hanteren de Latasters deze sobere stijl, maar hier werkt het minder. Omdat de camera nu maar één kind volgt, wordt de film snel eentonig. We zien Branche werkjes maken en spelen en nog meer werkjes maken en nog meer spelen. Het is teveel van hetzelfde om vijfenzeventig minuten film mee te vullen. Bovendien komen we op deze manier niets over Branche te weten. Heeft hij thuis vrienden? Wat is de achtergrond van zijn ouders?

Kenmerkend is de scène waarin Branche op de gang wordt gezet omdat hij een meisje pest. De kijker ziet de jongen minutenlang op een stoel zitten, waarbij de enige actie is dat de juf heel even met hem komt praten. Zonder voice-over of achtergrondmuziek duurt deze scène wel erg lang.

Jij bent mijn vriend

Jampotbril
De Latasters willen met de film laten zien dat iedereen behoefte heeft aan een vriend en dat het soms moeilijk is om vriendschap te sluiten. De film toon de kijker inderdaad een transformatie van een angstige jongen die niet naar school wil naar een vrolijke jongen die op het schoolplein speelt met zijn vriendjes. Overigens zien we dit proces bij bijna ieder kind dat voor het eerst naar school gaat.

De vraag is dan ook waarom de makers om dit in beeld te brengen juist Branche de hoofdrol in hun film hebben gegeven. Hadden ze deze niet beter aan een ander kind film kunnen geven, bijvoorbeeld een onzekere kleuter met een jampotbril en een overbeet? Het soort kind dat steeds buiten de groep dreigt te vallen. Dat had waarschijnlijk een interessantere film opgeleverd. Nu zien we Branche met zijn leuke koppie en goede sociale vaardigheden. Iedereen ziet vooraf al dat dit joch het, ondanks zijn taalachterstand, wel gaat redden in de wereld.

Het lijkt erop dat de Latasters nog wat materiaal overhadden van hun vorige project in het klasje in Hapert en dit, aangevuld met wat extra beelden, in een nieuwe film hebben gestopt. Zo bezien kun je Jij bent mijn vriend beschouwen als een spin-off van De kinderen van juf Kiet. Zoals zo vaak is ook in dit geval de spin-off minder geslaagd dan het origineel.

 

18 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Touch Me Not

****
recensie  Touch Me Not

Ik wil aangeraakt worden, maar raak me niet aan

door Tim Bouwhuis

Hoe kan het toch dat we tegelijk afkeer en verlangen kunnen ervaren? Deze intense verkenning van de menselijke seksualiteit beweegt zich ver voorbij de platgetreden paden van afstand en comfort.

Een geruime twee uur volgen we Laura, Tómas en Christian in hun gedeelde zoektochten naar intimiteit. Het doel is vergelijkbaar, de wegen daarnaartoe zijn dat niet. Betekenis ontstaat door verschil: botsende visies op het menselijk lichaam geven dit project van Adina Pintilie (Don’t Get Me Wrong) soms net iets te nadrukkelijk richting. Het is één van de enige grote punten van kritiek richting Touch Me Not, een film die zich op fascinerende wijze staande houdt op het breukvlak van fictie en documentaire. De drie ‘personages’ houden hun eigen namen, waardoor het nog lastiger wordt om spiegel en bespiegeling van elkaar te scheiden.

Touch Me Not

Eenzame strijd
De scènes met Laura laten zien hoe sterk geest en lichaam van elkaar vervreemd kunnen zijn. Dat ze naar intimiteit zoekt is duidelijk, maar ze vindt die geruime tijd alleen in de paradox van afstand. Ze kijkt, ruikt, bevraagt. Ze voelt met haar gedachten, tast staat gelijk aan dreiging. Het bezoek dat ze thuis ontvangt (de openingsscène is tekenend) is er om te voorzien in haar gebreken. Maar wat mist ze precies? Haar lichaamstaal weerstaat de roep om aanraking, geeft uitdrukking aan haar ongemak. De Ander mag niet te dichtbij komen. Het tegendeel – afstand, het blikkenspel – versterkt echter de eenzaamheid. De vraag is dus, wederom: hoe kan het toch dat we afkeer en verlangen tegelijk kunnen ervaren?

De geluidsband brengt de film continu uit balans. Wat horen we? Zijn het oerschreeuwen? Emoties die hun weg naar buiten zoeken? De instabiliteit van de film past bij een regisseuse die ons al dan niet intentioneel in de spiegel laat kijken. We kunnen niet langer vluchten als de lichamen zo dichtbij zijn: de intensiteit van het beeld draagt het potentieel om tegelijk afkeer en emotie op te roepen. Pintilies filmstijl is zo een uitdrukking van de botsende gevoelens die ze doorheen de mensen die ze volgt bevraagt.

Touch Me Not

Op dit vlak doet Touch Me Not af en toe denken aan het werk van de Franse regisseur Philippe Grandieux, en dan in het bijzonder aan Malgré la Nuit (2015). De camera twijfelt: verkent ze de lichamen van haar protagonisten of doorboort ze die? Als kijker voor het scherm kun je fysiek geen kant meer op. Iedere vorm van reflectie brengt je direct bij de menselijke ziel en daar voorbij. Er is geen droomwereld meer, zoals vaak bij David Lynch: de nachtmerrie van de verscheurde psyche bevindt zich onmiskenbaar in het hier en nu.

Over de vierde muur
Touch Me Not gaat in die confrontatie misschien nog wel verder, omdat object en subject onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Meerdere malen zien we auteur en camera. Doordat de grens tussen beeld en publiek vervaagt, moeten we zelf reflecteren en participeren. Die meta-benadering toont haar lef en ultieme kwetsbaarheid: ze betreedt en vernietigt de veilige ruimte van de toeschouwer. Zij geeft zich letterlijk bloot, en vergroot de kans dat haar publiek zich daarmee ook blootgesteld voelt. Het controversiële van de film zit hem erin dat die aanpak diep gemengde reacties kan oproepen. Dat deed hij al in Berlijn (waar Touch Me Not prompt de Gouden Beer won) en dat zal hij vermoedelijk ook wel blijven doen. In het veld van visie en risico vinden we het werk dat de filmkunst op lange termijn verder brengt.

 

17 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Liebe in den Gängen

***
recensie Liebe in den Gängen

Glansrol voor vorkheftruck in pamflettistisch melodrama

door Paul Rübsaam

Als vakkenvuller in een groothandel voor levensmiddelen moet nieuweling Christian de kraag van zijn dienstjas opslaan en de mouwen zo ver mogelijk naar beneden trekken. De klanten mogen namelijk niet geconfronteerd worden met zijn tot aan zijn nek en polsen reikende tatoeages. 

Ondertussen kijkt hij zijn ogen uit in die lange gangen met torenhoge schappen waar het daglicht geen toegang heeft. Hoe bedien je in godsnaam zo’n vorkheftruck? En wat moet hij denken van zijn collega’s? De ervaren, brommerige Bruno zegt zijn hulp niet nodig te hebben en de blonde Marion van de afdeling zoetwaren probeert hem in de maling te nemen. Of valt het allemaal mee?

Liebe in den Gängen

In Nederland zie je die megaconcerns voor levensmiddelen niet zo veel meer. Denk dus maar aan een vestiging van Lidl met Ikea-afmetingen, neergepoot in een gebied dat voor het overige slechts uit snelwegen, bushaltes en parkeerterreinen bestaat. Daar speelt Liebe in den Gängen (In Duitsland uitgebracht als In den Gängen) van de (Oost-)Duitse regisseur Thomas Stuber zich af.

De bevoorrading en de verwijdering van niet langer houdbare producten in het concern gebeuren overdag, maar ook ’s nachts. Zoveel maakt dat niet uit, want binnen heerst uitsluitend kunstlicht en als de medewerkers het gebouw verlaten, is het buiten vrijwel altijd donker, zoals ook Christian (Franz Rogowski) ondervindt.

Dit schijnbare niemandsland met zijn eindeloos lange gangen waar ettelijke eetbare producten kaarsrecht staan opgesteld, lijkt een bij uitstek troosteloze en depersonaliserende omgeving. De mensen die er werken, moeten welhaast robots zijn, zou je denken. Maar dat blijkt in Liebe in den Gängen juist niet het geval te zijn.

Melksnor
Al gauw ontdekt Christian dat er op zijn nieuwe werkplek de nodige nestwarmte is. Onder de ruwe bolster van Bruno (Peter Kurth) die hem moet inwerken, blijkt een blanke pit schuil te gaan. De oudere, voormalige vrachtwagenchauffeur heeft wel schik in die zwijgzame, nieuwe jongen die hem zo trouwhartig aankijkt en brengt hem met eindeloos, vaderlijk geduld de fijne kneepjes van het besturen van de vorkheftruck bij.

Liebe in den Gängen

Marion (Sandra Hüller), een aantal jaar ouder dan Christian, blijkt ook helemaal niet zo’n pestkop te zijn. Een klein beetje uit de hoogte, maar vooral geamuseerd en met moederlijke warmte slaat ze de nieuwe medewerker gade. Hij op zijn beurt is van haar zo onder de indruk dat hij bij de koffieautomaat niet weet wat hij tegen haar zeggen moet, terwijl zijn cappuccino ondertussen een melksnor op zijn bovenlip achterlaat. Soms begluurt Christian Marion een beetje door een open ruimte in het schap dat hun afdelingen van elkaar scheidt. Dan ziet hij hoe zij de vorkheftruck bestuurt: met de gratie van een amazone op een Arabische volbloedhengst. In de ogen van de verliefde Christian althans.

Ostalgie
Er zijn films waarbij je je tijdens de aftiteling afvraagt wat de regisseur je heeft willen vertellen. Maar ook films waarbij dat juist te snel al duidelijk wordt. Liebe in den Gängen behoort tot die laatste categorie. De boodschap dat menselijke warmte op onverwachte plekken gevonden kan worden, kun je als kijker al na tien minuten in de tas steken, waardoor het vervolg van de film te weinig verrast. Al zijn er de nodige verwikkelingen rond Marion en Bruno, waarbij zelfs het drama niet wordt geschuwd en al blijkt ook Christian zelf geen onbeschreven blad, zoals de omineuze tatoeages op zijn lichaam reeds voorspelden.

Hoogstens verbaast die collegiale warmte in Liebe in den Gängen in het licht van Stubers filmografie. Zo ging het in zijn sinistere Teenage Angst (2008) nota bene om de fatale gevolgen van groepsdruk in een jongensinternaat. Zou Stubers vertrouwen in het sociale leven de afgelopen tien jaar een ferme boost hebben gekregen? Of ligt het aan het verschil tussen de maatschappelijke klassen die hij in zijn films onder de loep neemt? De jongens die elkaar zowat dood treiteren in Teenage Angst zijn rijkeluiszoontjes, toekomstige vertegenwoordigers van het grootkapitaal en misschien daarom juist ettertjes. Terwijl de magazijnmedewerkers die in Liebe in den Gängen warmhartig elkaars zorgen delen, vertegenwoordigers van de arbeidersklasse zijn.

Liebe in den Gängen

Hoe dan ook is de wijze waarop het persoonlijke drama rond de oudere Bruno in Liebe in den Gängen wordt geschetst doortrokken van zogeheten ‘Ostalgie’. Maar dan  zonder de ironie van bijvoorbeeld Good Bye, Lenin! (Wolfgang Becker, 2003). Stuber is in 1981 in Leipzig geboren en heeft als kind van de voormalige DDR dus nog een zweem meegekregen. Hetzelfde geldt voor mede-draaiboekschrijver Clemens Meyer.

Ode
Charmant, geslaagd en gelukkig wél voorzien van de nodige ironie is Liebe in den Gängen een ode aan de vorkheftruck. Als er iemand of beter gezegd iets is waar Stuber ons met andere ogen naar leert kijken, is het wel deze mechanische magazijnhulp. Vaardigheden, moed, geduld, zelfvertrouwen en zelfs liefde komen eraan te pas om Der Gabelstapler effectief te bedienen. Met de juiste touch kun je hem zelfs een bijzonder geluid ontlokken, zo blijkt tenslotte. Als was hij een heus personage met onverwachte noten op zijn zang.             .

 

16 november 2018

 

ALLE RECENSIES