Lumière! L’Aventure Commence

*****

recensie Lumière! L’Aventure Commence

De eerste filmmaker die het leven onthulde

door Cor Oliemeulen

De vrouw van een gouverneur gooit munten naar bedelende kinderen. Het is één van de 144 schitterende gerestaureerde filmpjes in Lumière! L’Aventure Commence. Niet eerder was er zo’n fantastische documentaire over de fascinerende beginjaren van de cinema.

Louis Lumière is de vader van de cinema. Samen met zijn broer Auguste bedacht hij de cinematograaf, een apparaat waarmee je niet alleen filmbeelden kon opnemen en ontwikkelen, maar ook op een scherm kon vertonen. Dat gebeurde op 28 december 1895 voor het eerst voor een betalend publiek in het Parijse café Salon Indien. De voorstelling van tien korte filmpjes – variërend van arbeiders die een fabriek verlaten tot een sproeiende man die zelf wordt natgespoten – groeide uit tot een gigantisch succes. Een jaar later maakten zes cameramannen namens Lumière opnames in alle uithoeken van de wereld.

Lumiere! L'Aventure Commence

Unieke tijdsbeelden in perfecte kaders
Wie goed zoekt op het internet vindt tientallen van die filmpjes, in de oorspronkelijke – en dus ook belabberde – beeldkwaliteit. In navolging van Le Voyage dans la Lune van Georges Méliès is gelukkig nu ook materiaal van de gebroeders Lumière in 4K gerestaureerd, geopenbaard in de werkelijk oogverblindende documentaire Lumiere! L’Aventure Commence. Thierry Frémaux, directeur van het filmfestival van Cannes en het Institut Lumière, koos uit het omvangrijke, grotendeels onbekende, oeuvre 144 filmpjes van ongeveer vijftig seconden geschoten tussen 1895 en 1905. Pas nu zie je het pure vakmanschap: perfecte beeldkaders waarin alle details plotseling haarscherp zichtbaar zijn. Lumière blijkt niet alleen een geniale technicus met de behoefte om de geschiedenis op beeld vast te leggen, met zijn meer dan vierhonderd filmpjes onthulde hij vooral het leven.

Unieke tijdsbeelden gevangen in 24 frames per seconde. We zien een foto, dan nog een foto, steeds sneller zodat er een film ontstaat. Maar film is meer dan het achter elkaar zetten van foto’s die snel worden afgespeeld. Film beweegt, wat je goed kunt zien als de wind speelt met boomtoppen. Hoewel nagenoeg alle filmpjes van Lumière een stilstaand camerastandpunt hebben, zit er veel beweging in die statische shots. De fotografische kaders zijn onberispelijk qua perspectief, mise-en-scène en beeldcompositie. Vaak zie je meerdere gebeurtenissen in één frame, bijvoorbeeld kleren wassende vrouwen aan de oevers van de Seine met daarboven passanten op de weg onder een ochtendhemel met vogels.

Lumiere! L'Aventure Commence

Poort naar de kennis van de wereld
Louis Lumière begon vooral met filmpjes van familie en vrienden, vaak in de stijl van de impressionistische schilder Pierre-Auguste Renoir. Later kreeg hij oog voor de samenleving in al zijn geledingen. Een stoet van vier brandweerwagens elk voortgetrokken door galopperende tweespanpaarden, spelende kinderen, metaalarbeiders, bergbeklimmers en de eerste wielrenwedstrijden. Opvallend zijn de komische filmpjes met bijster originele en visuele grapjes die we pas veel later weer tegenkomen bij de grote Amerikaanse komieken van de stomme film, Charlie Chaplin en Buster Keaton. Ook zien we leuke staaltjes overacteren, zoals de ober in een filmpje dat is gebaseerd op De Kaartspelers van Cézanne. Die neiging tot overacteren in het aanschijn van de camera zie je ook goed terug tijdens een potje jeu-de-boules en acrobatische toeren met een paard.

Lumière en zijn goed geïnstrueerde cameramannen – Alexandre Promio, Gabriel Veyre, Francesco Felicetti, Constant Girel, Félix Mesguich en Charles Moisson – werden spoedig actief in veel grote Europese steden en op verschillende continenten. De camera ging fungeren als poort naar de kennis van de wereld. Lumière werd volgens de amusante commentaarstem van regisseur Thierry Frémaux zo populair dat leiders hem uitnodigden om hen voor de eeuwigheid vast te leggen. Een voorbeeld van perfecte regie zien we in het filmpje van Egypte, want in krap vijftig seconden vangt de camera de essentie van het Arabische land: kamelen met begeleiders in lokale klederdracht tegen de achtergrond van de Sfinx en piramide van Chefren.

Lumiere! L'Aventure Commence

Inspiratie voor latere filmmakers
Het pionierswerk van Louis Lumière heeft ongetwijfeld geleid tot inspiratie voor latere filmmakers. Naast de hoofdzakelijk statische shots zie je al eind negentiende eeuw zo nu en dan een tracking shot, zoals het panorama van Lyon gefilmd vanaf een trein (deze phantom rides waren in die tijd vooral bij Engelse filmpioniers populair), maar ook zijn er bewegende camerabeelden vanaf een boot, vanuit een luchtballon en gezeten op een door Vietnamese dorpelingen gedragen stoel.

We zien zowaar de eerste montage (van een auto-ongeluk), een techniek die illusionist Georges Méliès enkele jaren later veelvuldig ging toepassen, terwijl je de beeldwisselingen van close-ups, medium shots en long shots (in een roeibootje) pas in de jaren twintig terugziet bij andere filmpioniers zoals Abel Gance en Serge Eisenstein. Het kniehoge tatami-shot van liggende opiumrokers zou niet hebben misstaan in een film van de Japanse meesterregisseur Yasujiro Ozu, en met de soms contrastrijke diepte in de beelden was Lumière ook Orson Welles een stapje voor. Met Lumière! L’Aventure Commence begint het intrigerende avontuur om op een nieuwe manier te kijken naar de filmgeschiedenis.
 

4 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Lucky

****

recensie Lucky

De weg naar Verlichting

door Tim Bouwhuis

“Realisme is een ding. Het is de gewoonte om een situatie te accepteren zoals ze is en de bereidheid hebben daarnaar te handelen”. Woordenboeken hebben de gewoonte om simpele betekenissen te vermommen als tegeltjeswijsheden. Lucky doet feitelijk niets meer dan een poging om zijn kruiswoordpuzzel af te maken, als zijn zoektocht naar synoniemen hem bij de kern van zijn persoonlijkheid brengt.

De negentigjarige Lucky (Harry Dean Stanton) is eigenzinnig, cynisch, maar ook goudeerlijk. Altijd en overal is hij op zoek naar de essentie van dingen. Naar de wetenschap dat alles eens zal verdwijnen, dat de ‘ziel’ niet bestaat. Je zou Lucky een atheïst kunnen noemen. Tijdens de film valt die term echter geen moment. De nadruk ligt niet op labels en categorieën, maar op Lucky’s menselijkheid. Als we oud zijn, en onze dood gedwongen onder ogen zien, worden onze illusies en dromen ons ontnomen. We kijken naar de wereld zoals we die op dat moment zien. Al het andere is opgeslokt door de tijd.

Lucky

Heilige regelmaat
Voor Lucky is het menszijn een symfonie van dagelijkse routines. Terug komen de yogaoefeningen, de quizprogramma’s. Er is een vaste buurtshop, een vast koffiehuis en een vaste kroeg. De koelkast is gevuld met melkpakken van hetzelfde merk. Je kunt met Lucky te doen hebben, hem een zielige einzelgänger noemen. Het is echter alsof de scenaristen (een samenwerking tussen Logan Sparks en Drago Sumonja) al van meet af aan op zo’n houding anticipeerden: een ongeruste buurtbewoner krijgt te horen dat ‘alleen zijn’ toch echt iets anders is dan eenzaamheid.

Lynchiaans leven
Stanton bijt op een heerlijk droge wijze van zich af, en brengt daarmee de verhouding tussen drama en humor in balans. Komische hoogtepunten zorgen ervoor dat de emotionele kern van het verhaal er nooit te dik bovenop komt te liggen. De scène waarin Lucky een onbeholpen advocaat (Ron Livingston) te kijk zet is goud waard, en de bijrol van David Lynch brengt alles wat de film verder nog nodig had.

Lynch lijkt gewoon zichzelf  te spelen: de gerenommeerde regisseur verschijnt als een eigenaardige barganger die op zoek is naar zijn weggelopen landschildpad. Met zijn geloof in de aantrekkingskracht van het onverklaarbare (zie Twin Peaks) is Lynch de perfecte ideologische tegenpool van Stanton, die er tot Lynch’ ergernis nog niet eens in slaagt water- en landschildpadden van elkaar te scheiden.

Lucky

Een simpel verhaal
Bovenstaande omschrijving mag misschien wat absurdistisch overkomen, met Stanton en Lynch blijft alle integriteit gewaarborgd. Sterker nog, de schildpad speelt een symbolische sleutelrol, ook al moet je daar toch echt de film zelf voor bekijken. Debuterend regisseur John Carroll Lynch (eerder als acteur in onder meer Fargo, Shutter Island en Jackie) slaagt erin met een uiterst minimale film veel te verbeelden. Door het lome tempo, de rurale en desolate setting en de muzikale toon doet Lucky sterk denken aan The Straight Story van David Lynch.

Lynch zelf maakte zijn meest conventionele film als een door en door menselijk portret, waarin de belangrijkste emoties onuitgesproken bleven. De tocht die Alvin (Richard Farnsworth) ondernam is bij Lucky van een meer spirituele aard, maar dat maakt de uitkomst niet minder waardevol.

Licht na het zwarte gat
Integendeel, de meest ingrijpende scène van de film vindt plaats als Stanton voorbij zijn dagelijkse routines en zijn starre cynisme moet redeneren. Uit het niets valt de acteur flauw in zijn woonkamer, en dan treedt de angst in: de angst voor wat komen gaat, de angst voor het zwarte gat na het einde. Stanton verwerkt zijn bangheid eerst nog als een geheim, maar geleidelijk zal hij zijn gemoedstoestand moeten accepteren. Met een grote glimlach, en zonder spijt.

Harry Dean Stanton stierf veertien maanden na de laatste opnames van Lucky.
 

3 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Phantom Thread

****

recensie Phantom Thread

Capitulatie in de liefde

door Yordan Coban

De achtste film van Paul Thomas Anderson gaat over de strijd in de verhoudingsstructuur binnen een relatie en de zoektocht naar een balans tussen de liefde die we willen krijgen en de liefde die we te bieden hebben.

Reynolds Woodcock (Daniel Day-Lewis) is een elitaire kledingmaker. Zijn jurken zijn alleen bedoeld voor de meest gefortuneerde. Woodcock is een erg elegante maar moeilijke man. Hij is ijdel, verwend en obsessief bezig met de perfectie in zijn vakmanschap. Alles draait om zijn wil en hij dwingt ieder tot een passantenrol in zijn wereld. Alleen de relatie met zijn assistente Cyril is gebaseerd op wederzijds respect. Cyril (Lesley Manville) is een erg strenge no-nonsense vrouw die weet hoe ze een blaffende hond in bedwang moet houden.

Phantom Thread

Reynolds is nooit getrouwd en formuleert zijn leven stellig als een liefdeloze eenling die toebedeeld is aan zijn vak. Hier komt verandering in als hij valt voor de jonge Alma (Vicky Krieps), in wier imperfecties hij perfectie ziet. De film leert ons aan het begin dat er een routine is in de manier waarop Woodcock verliefd wordt. Hij valt voor uiterlijke schoonheid en raakt na geringe tijd geïrriteerd op de vrouwen uitgekeken. Hij is even veeleisend voor zijn vrouwen als voor zijn jurken.

Alma lijkt in het begin te bezwijken onder zijn regie in de relatie. Echter kan Alma door zijn poppenkast heen prikken. Het is interessant om te zien wie nu werkelijk de bespeler van wie is. Reynolds had een bijzondere relatie met zijn moeder. Hij vertelt Alma hierover tijdens hun eerste etentje. Hij is op zoek naar bemoederende liefde, al laat zijn neurotische drang naar controle dit niet toe. Alma is echter een sterke vrouw en kent hem beter dan hij zichzelf kent.

Transitie in stijl
De regiestijl van Paul Thomas Anderson heeft in de loop van zijn carrière een verandering ondergaan. Hij begon met flitsend, dynamisch camerawerk. Snel bewegende scènes waarin veel informatie zich snel na elkaar opvolgde onder begeleiding van catchy popmuziek, zoals in Boogie Nights (1997) en Magnolia (1999). Deze flashy heersende filmdoctrine uit de jaren negentig, die begon met de innovaties van Goodfellas (1990), kleurde zijn werk op significante wijze. Regisseurs als Martin Scorsese, Quentin Tarantino, Oliver Stone en David Fincher zijn collega’s die een overeenkomende regiestijl hanteerden.

Phantom Thread

Paul Thomas Anderson is echter sinds de 21ste eeuw een andere richting ingeslagen. Een richting die minder op het werk van Scorsese lijkt maar meer overeenkomsten heeft met de stijl van Stanley Kubrick en Terrence Malick. Deze transitie begint subtiel in Punch-Drunk Love (2002) maar is radicaler in There Will Be Blood (2006) en The Master (2012). Paul Thomas Anderson gebruikt nu voornamelijk klassieke of experimentele melodieën om zijn werk te ondersteunen. Verder is het camerawerk (wat hij in Phantom Thread voornamelijk zelf deed) rustiger en eleganter geworden met scènes die nu meer ademruimte krijgen maar nooit statisch zijn. 

Maar misschien wel het belangrijkste in Paul Thomas Anderson’s werk is ook het hoogtepunt in Phantom Thread: het acteerwerk. De drie grote rollen in de film worden heel genuanceerd gespeeld. Het kan geen toeval zijn dat de films van Anderson misschien wel het beste acteerwerk van de laatste twintig jaar bevat. Joaquin Phoenix, Julianne Moore, Philip Seymour Hoffman, Daniel Day-Lewis of Adam Sandler, Anderson weet altijd een maximale performance uit zijn acteurs te halen.

Overgave
Er gebeurt niet veel in Phantom Thread. Er zijn geen grote gebeurtenissen waaraan het verhaal zich optrekt. We kijken naar twee mensen en de verloop van hun relatie. Er is geen overdreven romantiek, maar een psychoanalytische studie over de liefde die ze delen. De twee dansen een wals vol compromissen, strijd en acceptatie. De overgave aan dat wat zij zoeken in een partner.
 

28 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Red Sparrow

**

recensie Red Sparrow

Mus zoekt mol

door Alfred Bos

Jennifer Lawrence paradeert in avondkleding en ondergoed – en soms zelfs dat niet – door een Koude Oorlog-labyrint van spionnen, criminelen en corrupte ambtenaren. Red Sparrow bulkt van de topacteurs die enig bruis geven aan platte champagne.

Onlangs was actrice Jennifer Lawrence het onderwerp van een twitterstormpje. Ze had geposeerd in een blote jurk en dat is – meenden sommigen – toegeven aan de mannelijke wens om ‘het zwakke geslacht’ te verlustigen tot object. De bewuste foto was geschoten in Londen, waar Lawrence met enkele op de winter geklede mannelijke collega’s in de vrieskou poseerde ter promotie van Red Sparrow.

Red Sparrow

Het was niet zo bedoeld maar wel treffend, dat mediamomentje, want in Red Sparrow speelt de actrice een verleidster, opgeleid en ingezet door de geheime dienst om vijanden te manipuleren. We zien haar door de film dartelen in diverse stadia van naaktheid, tot vol frontaal. Geschoren schaamstreek subtiel verscholen achter een brede mannerug, dat wel. De vrouw als verleidster is nu net punt van Red Sparrow. Voorspelbaar? Dat is de film ook.

Koude Oorlog-thriller
Lawrence lachte breed op de foto in Londen. In haar jurk met decolleté en dijhoog split voelde ze zich machtig tussen die blauwbekkende mannen en in Red Sparrow speelt ze een voormalige ballerina, Dominika Egorova, die door haar oom, de reptielachtige Vanya Egorov (Matthias Schoenaerts), de wereld van spionage en contraspionage in wordt gerommeld. Macht is wat haar uit de kleren doet stappen. Dan ervaart ze haar dominantie als vrouw, dan zijn mannen als was – maar van graniet daar waar het telt – in haar armen.

Red Sparrow is een Koude Oorlog-thriller nieuwe stijl, dus à la de Bourne en Mission Impossible-franchises hoppend van stad naar stad, maar met Russen en Amerikanen tegenover elkaar alsof de wedloop naar de maan nog moet worden gewonnen: de Amerikaanse geheimen staan – wie verzint het? – op floppy discs. Tijdens haar eerste opdracht stapt Dominika pas uit haar avondjurk nadat ze daartoe door een crimineel is gecommandeerd. Maar op de ultrageheime spionnenschool, straf geleid door een seksloze matrone (Charlotte Rampling), gaat ze voor de klas uit de kleren en leert haar kracht kennen.

Trilogie
Waarom de spionnen ‘sparrows’ (mussen) worden genoemd, blijft onduidelijk. Wellicht omdat ze vervangbare pionnen zijn in het spel dat de haviken, de bazen van de Russische spionagedienst (vertolkt door Ciará Hinds en Jeremy Irons), spelen met de Amerikanen. Dominika benadert haar prooi, de spion Nate Nash (Joel Edgerton), in het zwembad, waar ze in uitdagend badpak, borsten pront vooruit, in glorie paradeert. Bingo, raak.

Red Sparrow

Omdat Red Sparrow, gebaseerd op het gelijknamige boek van Jason Matthews, goochelt met clichés, broeit er romantiek tussen de ideologische vijanden en wordt het zaak de mus uit de klauwen van de haviken te redden. Inzet is een Amerikaanse mol in de top van de Russische geheime dienst. Wanneer de nevel is opgetrokken, diverse scènes met obligate seks en martelporno later, zijn mus en mol gered en krijgt de ware schurk zijn (want dat is een man, uiteraard) bekomst. Het boek is het eerste van een trilogie, dus een nieuwe franchise is geboren. (De slimme producent komt nu met een Chinese variant: Yellow Sparrow. En de avontuurlijke producent met een Afrikaanse: Black Sparrow. Waarop Oxfam zijn imago redt met Rainbow Sparrow.)

Red Sparrow herenigt de duurst betaalde actrice van dit moment met The Hunger Games-regisseur Francis Lawrence en kan bogen op een internationale rolbezetting, waarin we naast de genoemde acteurs de Nederlandse Thekla Reuten en de Duitser Sebastian Hülk (Karsten in Auf Einmal) terugzien als respectievelijk spion en beul. Waar de film niet op kan bogen is een krachtige spanningsboog of originele inzichten. Met dik twee uur speeltijd is het een lange zit, maar dat zal niet opvallen wanneer Red Sparrow over een paar jaar, onderbroken door reclames, door een commerciële omroep op televisie wordt vertoond. Zo’n film is het. Met de linkertepel van Jennifer Lawrence.
 

27 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Hannah

***

recensie Hannah

Stilzwijgende afstandelijkheid

door Suzan Groothuis

In Hannah is de camera constant gefocust op de gelijknamige hoofdpersoon: we zien heel veel Charlotte Rampling. En Rampling spreekt met haar blik, haar beroemde grijsgroene, katachtige ogen. Een blik die diep gaat, maar erachter komen wat er speelt doen we niet.

73 is ze, Charlotte Rampling (Swimming Pool, 45 Years). En nog steeds een veelgevraagde actrice. Bang om ouder te worden is ze niet, in de documentaire The Look noemt zij het ouder worden voor een artiest “enriching”. Bewust is ze dan ook in het uitkiezen van haar rollen.

Hannah

In Hannah draait het om de gelijknamige hoofdpersoon. Een vrouw op leeftijd, een zekere waardigheid uitstralend. Ze maakt de maaltijd klaar voor haar en haar man. Zwijgend zitten ze tegenover elkaar. Hun laatste avondmaal samen, blijkt later.

Want haar echtgenoot moet de gevangenis in. Stilzwijgend vergezelt Hannah hem, om afscheid te nemen van het leven dat ze hadden. Ze moet alleen verder, de bezoekjes aan haar man daargelaten. De camera volgt Hannah in haar dagelijkse structuur, die niet anders is dan dat het was. Althans, zo pretendeert zij. Hannah spreekt zich niet uit, alsof er nooit iets gebeurd is. De ramen van het huis waar ze schoonmaakt poetst ze nog net zo nauwkeurig als voorheen. Thuis bereidt ze haar maaltijden en ontfermt zich over haar hond. Alleen in de acteerlessen die ze volgt laat ze heel voorzichtig zien wat zich in haar schuilhoudt.

De grens van realiteit en ontkenning
Het leven van Hannah wordt in zorgvuldige composities geregistreerd. We zien haar onlosmakelijk verbonden met haar omgeving: thuis, werk, de metro, de acteerschool. In zichzelf gekeerd, de dialoog niet opzoekend. Maar dat ze worstelt is duidelijk: haar blik laat pijn en eenzaamheid zien, verborgen door trots en ontkenning.

Naarmate de film vordert komen we weinig te weten over de aanleiding van de arrestatie van haar man. De Italiaanse regisseur Andrea Pallaoro kiest bewust voor een schemergebied. De spanning zit ‘m niet in erachter komen wat er is gebeurd, maar wat er in Hannah’s hoofd gebeurt. Als kijker staan we in haar schoenen en zien we toe hoe een gevoel van machteloosheid haar overmeestert.

De kijker blijft in het ongewisse over Hannah’s aandeel in het gevangenschap van haar man. Wat weet ze en in hoeverre is ze medeplichtig? Zo is er een scène waarbij er aangebeld wordt bij haar thuis. Een vrouwenstem spreekt haar toe, naar het schijnt over het vermeende incident, en vraagt Hannah de deur te openen. Maar zij blijft als bevroren staan.

Terwijl Hannah in ontkenning is, zijn er gebeurtenissen die haar wankele leven nog meer uit evenwicht brengen. De bezoeken aan haar man, die een schim lijkt van wie hij was. Geen contact met hun zoon. En wanneer Hannah een verrassingsbezoek aan haar kleinkind wil brengen, wordt haar resoluut de toegang geweigerd.

Hannah

Stille wateren
Als kijker wil je het graag, in het hoofd van Hannah kruipen. Weten wat ze voelt, wat ze denkt, de dialoog met haar opzoeken. Maar Pallaoro laat ons in het luchtledige. We zien slechts flarden van Hannah’s ware emoties: zich kapot huilen als ze haar kleinzoon niet mag zien. Of haar bezoek aan een gestrande walvis aan de Belgische kust, een opzichtige metafoor voor haar eigen leven dat vastgelopen is.

We zien vooral leegte en afstandelijkheid. De beelden zorgvuldig rondom Hannah geconstrueerd, waarin ze niet teveel in donkere tinten kan opgaan: zoals het gebruik van opzichtig geel in de ballonnen die de tuin van haar kleinkind sieren. Er is nog kleur in het leven, lijkt de film te willen zeggen. Maar Hannah zit in een schemergebied, weifelend tussen er zijn en willen verdwijnen.

Toch beklijft Hannah’s tragedie niet. Hannah is uiteindelijk een afstandelijke, stilzwijgende registratie van een vrouw die vastloopt. Mooi neergezet door Rampling, dat wel, maar niet vernieuwend of bijzonder. Een soortgelijke rol had ze in François Ozon’s Sous le sable, waarin ze een weduwe speelt die niet met het verlies van haar man kan omgaan en in ontkenning is. Daar raakte en ontroerde er iets. Misschien is dat wel het grootste probleem van Hannah: de film pretendeert Ramplings blik te doorgronden, maar treedt slechts stille wateren tegemoet.
 

19 februari 2018

 
MEER RECENSIES

I, Tonya

****

recensie I, Tonya

Gevallen anti-ster

door Suzan Groothuis

Geïnspireerd op het waargebeurde verhaal rondom kunstschaatsster Tonya Harding, die in 1994 voor Olympisch goud wilde gaan. Het liep anders, in deze film pakkend verbeeld.

Regisseur Craig Gillespie kiest voor een raamvertelling waarin de personages terugblikken op de gebeurtenissen. Moeiteloos combineert hij verschillende stijlen en het werkt: I, Tonya is tragisch, komisch, confronterend en ontroerend. Het verhaal van een meisje dat zich omhoog knokt vanuit de onderklasse, maar haar Amerikaanse Droom blijft buiten bereik.

I, Tonya

Je zou I, Tonya een biografie kunnen noemen: het verhaal van een redneck meisje dat zich naar de top schaatst. De film heeft de opzet van een documentaire: in een interviewsetting blikken de personages terug op de gebeurtenissen. En vanaf het begin voel je het: er is iets heel erg mis gegaan.

Tonya (Margot Robbie als overtuigende white trash) zegt het zelf: “I mean, come on! What kind of friggin’ person bashes in their friend’s knee? Who would do that to a friend?” Hiermee doelend op het incident voorafgaand aan de Olympische Spelen in 1994, waarbij haar concurrente Nancy Kerrigan op brute wijze onder handen wordt genomen. We volgen Tonya van jongs af aan tot dat beruchte moment, dat een einde maakte aan haar veelbelovende carrière.

Vreemde eend in de bijt
Als jong meisje is ze al een vreemde eend in de bijt. Bijgestaan door haar nietsontziende moeder LaVona, die haar kind als driejarige peuter (“she’s a soft 4”) het ijs op stuurt. Terwijl LaVona onderhandelt met de trainster horen we Devil Woman van Cliff Richard. Er is geen betere duiding voor de harde en gevreesde LaVona, die haar kind tot het uiterste pusht om de top te bereiken.

Talent is er, zoveel is zeker. Maar Tonya wijkt af van haar leeftijdsgenoten. Haar schaatsoutfits worden door haar moeder in elkaar gezet. En wanneer ze in bont moet verschijnen, dan maar zelf konijnen villen. Tonya is er een van de onderlaag, die moet opboksen tegen meisjes uit de betere, rijkere milieus. Hoe goed ze ook schaatst, haar afkomst werkt tegen. Zelfs haar eigen moeder zegt het: “You skated like a graceless bull dyke!”

Iemand willen om te haten
Wanneer de liefde op haar pad komt, lijkt de wereld open te gaan voor Tonya. Maar haar Jeff (Sebastian Stan) blijkt al snel zijn handen niet thuis te kunnen houden. En er is altijd dat wakende, geharde oog van LaVona. Tonya’s white trash achtergrond vormt een groot contrast tegenover de sierlijkheid en kitscherigheid van het kunstschaatsen. Wil ze de top bereiken, dan zal ze zich moeten aanpassen. Maar hoe doe je dat, als je gevangen zit in een relatie die bestaat uit een spiraal van geweld en een harteloze moeder?

Margot Robbie zet Tonya neer als vechter en slachtoffer. Er is genoeg op haar persoonlijkheid aan te merken: ze heeft een scherpe tong, schuift dingen op anderen af en is egoïstisch. Maar ze moet ook opboksen tegen een enorme muur om verder te komen. Tonya is niet degene aan wie Amerika zich wil ophalen. In haar eigen woorden: “America. They want someone to love, they want someone to hate.”

I, Tonya

Verrassende en pakkende mengeling van stijlen
De Australische regisseur Craig Gillespie kennen we van Lars and the Real Girl, waarin Ryan Gosling verliefd wordt op een opblaaspop. Een verrassende, onconventionele mengeling van humor, drama en romance. In I, Tonya versmelt Gillespie ook verschillende genres. Tragikomedie, drama, het nodige huiselijke geweld en zelfs criminele uitstapjes die aan de Coens Fargo doen denken wisselen elkaar moeiteloos af.

De film zit vol scherpe oneliners, waarvan LaVona (een briljante Allison Janney) de meeste op haar conto heeft staan. Als ze even niet mee doet in het verhaal, laat ze zich toch gelden: “Well, my story line is disappearing right now. What the fuck!” Het zorgt voor een onverwacht, hilarisch moment, waarop scriptschrijver Steven Rogers wel meer patent heeft. En hoe onwaarschijnlijk de opmerkelijke gebeurtenissen ook zijn, I, Tonya blijft altijd in evenwicht.

Het is vooral Robbie die indruk maakt als Harding. Haar kracht ligt ‘m in de topsporter menselijk maken. De blijdschap en euforie stralen van haar gezicht wanneer het haar lukt om een drievoudige axel te schaatsen. Harding was de tweede vrouw die deze haast onmogelijke sprong uitvoerde. En wanneer ze zich beseft dat haar kansen voorbij zijn, is de pijn van haar gezicht af te lezen. Pijn die meer omvat dan een schaatscarrière: het leed van een outsider zijn. Van niet geliefd zijn. Van gedoemd zijn tot die eeuwige onderlaag van de Amerikaanse samenleving.
 

18 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Shape of Water, The

****

recensie The Shape of Water

De vondeling en de watergod

door Alfred Bos

Guillermo del Toro’s sprookje voor volwassenen staat bol van kritiek op een denkwijze die moreel failliet is. De film vangt de tijdgeest van nostalgie en identiteitspolitiek in een fraai vormgegeven romantisch drama met thrillerelementen.

Protocol versus fantasie, bureaucratie versus open geest. The Shape of Water, de nieuwe film van Guillermo del Toro, is een sprookje en laat zich, zoals ieder sprookje, op meerdere manieren verstaan. Aan de buitenkant is het een variant op het van oorsprong Franse volksverhaal Belle en het Beest, voor de goede verstaander ritselt de film van hints en verwijzingen. Naar de filmgeschiedenis, naar Hollywood, naar de Oscar-filmprijs, naar het Amerika van nu. Die extra laag zit het plezier in de vertelling en de visuele flair van de film geenszins in de weg.

The Shape of Water

The Shape of Water speelt in een denkbeeldig Amerika tijdens de Koude Oorlog. In een zwaar beveiligd onderzoeksinstituut bestuderen mannen in witte jassen een exotische levensvorm, een amfibieman (Doug Jones). Het hoofd van de beveiliging, Richard Strickland (Michael Shannon), is een dogmatische technocraat met sadistische trekjes. Hij zuigt op suikergoed en zwaait met zijn elektrische veestok.

De stomme Elisa Esposito (Sally Hawkins, Oscar-nominatie beste bijrol voor haar Ginger in Woody Allens Blue Jasmine) werkt als poetsvrouw op het instituut. Ze woont met haar buurman Giles (Richard Jenkins), een illustrator die door zijn geaardheid zijn baan heeft verloren, boven een bioscoop. Elisa communiceert met haar kletszieke collega-schoonmaakster Zelda (Octavia Spencer, onlangs nog te zien in Hidden Figures) via gebarentaal. Dan is er ook nog een Russische spion, de wetenschapper Hoffstetler (Michael Stuhlbarg, de vader uit Call Me by Your Name).

Gedoemde liefde
Eliza, een vondeling, leeft met buurman in een fantasiewereld. Giles’ appartement boven de bioscoop is een tijdcapsule waarin jaren dertig en veertig musicals en muziekfilms – alle uit de catalogus van Fox, de producent van The Shape of Water, dus gratis hergebruikt – een cocon van affectie rond de twee buitenstaanders spinnen. Die bioscoop heet Orpheum, een directe verwijzing naar Jean Cocteau, de regisseur van het surrealistische meesterwerk Orphée die in 1946 als eerste La belle et la bête verfilmde.

In Orpheum draaien hervertoningen van The Story of Ruth en Mardi Gras, films uit respectievelijk 1960 en 1958, dus The Shape of Water moet ergens begin jaren zestig zijn gesitueerd; op de radio horen we nieuws over de beruchte Cubaanse raketcrisis van oktober 1962. Het zijn films over niet bij elkaar passende koppels en gedoemde liefdes. Dat voorspelt weinig goeds voor de verstoten dochter en het exotische waterwezen, die in elkaar zichzelf herkennen.

Die meerman, het water-equivalent van een alien, is zowel qua aard en achtergrondverhaal geënt op het monster uit de jaren vijftig scifi-B-film-klassieker Creature from the Black Lagoon van regisseur Jack Arnold, de man die ook The Incredible Shrinking Man maakte. Een eigentijdse remake daarvan draait op dit moment in de bioscoop onder de titel Downsizing. Ook de soundtrack van The Shape of Water is een en al nostalgie: Glenn Miller, Carmen Miranda met Chica Chica Boom Chic, Serge Gainsbourgs La Javanaise.

The Shape of Water

Dubbele moraal
Del Toro geeft het ‘monster’ helende gaven, het is in feite een god. Dat heeft deze amfibieman gemeen met Swamp Thing van stripauteur Alan Moore: hij staat voor natuur. Diens opponent Strickland verpersoonlijkt het militair-industrieel complex, de paranoia van de in protocollen denkende machtsstructuren. Alles wat niet blank, man en macho is, dus minderheden als vrouwen (en zeker stomme vrouwen), homo’s, joden, negers (in 1962 geen besmet woord) en creatieve bohemiens, kan rekenen op zijn minachting. Fraaie scène: Hoffstetler kan niet zo maar Stricklands kantoor binnenlopen. Eerst kloppen, wachten op toestemming en dan de deur openen. Zo doen we dat: protocol.

Er is niet zo heel veel fantasie voor nodig om in dat dogma van het protocol en die minachting voor alles wat niet mannelijk-WASP is commentaar op de samenstelling en werkwijze van de Academy of Motion Picture Arts and Sciences te zien, de organisatie die jaarlijks de Oscar filmprijzen toekent. Maar het is ook kritiek van de in Mexico geboren regisseur op een mentaliteit en een dubbele moraal. “Fatsoen is een exportproduct, Amerikanen gebruiken het zelf niet,” zegt een van de filmpersonages.

The Shape of Water is een schitterend vormgegeven sprookje voor volwassenen dat kan wedijveren met de kinderfilms van Steven Spielberg. De rolbezetting is tot in de bijrollen precies raak en Sally Hawkins speelt de sterren van het doek. Het is een pastiche van allerhande uiteenlopende genres: romantiek gepeperd met elementen uit thriller, horror en musical. De film zit vol verwijzingen waar film-nerds van likkebaarden. Het is, zonder dat niveau te evenaren, Del Toro’s beste film sinds Pan’s Labyrinth, zijn vorige film over een vrouw en een goedaardige demon. Cocteau zou tevreden zijn geweest.
 

13 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Insult, The

****

recensie The Insult

Geschiedenis zonder winnaars

door Tim Bouwhuis

Ogenschijnlijk kleine woorden krijgen in The Insult massieve betekenis. Wat begint als een burenruzie mondt uit in een geladen rechtszaak, waarbinnen de tragische geschiedenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict een hoofdrol opeist. Het levert nu al één van de meest aangrijpende en doorleefde drama’s van het filmjaar op.

De Libanese christen Tony (Adel Karam) bewoont met zijn vrouw Shirine (Rita Hayek) een bescheiden appartement in de straten van Beiroet. Een onrechtmatig geplaatste waterafvoer op Tony’s balkon leidt tot een felle woordenwisseling met Yasser (Kamel El Basha), een Palestijnse bouwopzichter. Tony voelt zich beledigd door Yasser, en eist dat de man zich persoonlijk verontschuldigt. In de ontmoeting die volgt wordt de kiem voor het echte conflict gelegd. Eén zin (‘Ariel Sharon had jullie allemaal moeten uitroeien’) leidt tot een fysieke aanval, een drama in Tony’s gezin en de politiek gespannen rechtszaak die in de tweede helft van de film centraal staat.

The Insult

Meer dan een burenruzie
Voor een intense filmervaring is achtergrondkennis niet per definitie vereist – de getekende gelaatsuitdrukkingen van de excellerende hoofdrolspelers doen het halve werk, terwijl de even drukkende als verstillende score subtiel op het gevoel inspeelt.

Toch vraagt een volledig eerlijke beoordeling van deze film om een goede situering van de context. Alleen tegen de achtergrond van het Israëlisch-Palestijnse conflict kan en kon een burenruzie van deze aard zodanig uit de hand lopen.

Nooit thuis kunnen zijn
Tijdens en na de staatswording van Israël (1948) vluchtten talloze Palestijnen naar Libanon. Een tweede golf van vluchtelingen verliet het land toen Israëlische troepen tijdens en na de Zesdaagse Oorlog (1967) de Westelijke Jordaanoever bezetten en grote vluchtelingenkampen ontruimden.  Zoals in The Insult duidelijk wordt, bekleden deze Palestijnen binnen de Libanese samenleving een grote minderheidspositie.

De bedrijfsondernemer die Yasser aannam legt tijdens de rechtszaak uit dat het een risico was om hem een baan te geven; vreemdelingen in een vreemd land worden stelselmatig met angst en wantrouwen bekeken. Als christen kan Tony al op gespannen voet met Yasser staan voordat hij hem ook maar één keer heeft ontmoet. De twee delen een donkere geschiedenis die over de gehele breedte slachtoffers kent.

Als Tony zegt dat Ariel Sharon naar zijn mening alle Palestijnen had mogen uitroeien, raakt hij een gevoelige snaar die zich eigenlijk nauwelijks in woorden laat uitdrukken. Ariel Sharon, in de vroege jaren tachtig de Israëlische minister van Defensie, leidde in die periode een gewelddadige opmars op het Zuid-Libanese platteland. Talloze burgers lieten het leven in de door Sharon gecoördineerde pogingen om een aantal bolwerken van de PLO (Palestine Liberation Organization) te vernietigen. De naam van de Israëlische bevelhebber is ook onlosmakelijk verbonden met de bloedbaden in een tweetal Palestijnse vluchtelingenkampen (1982).

The Insult

De bladzijde om willen slaan
Voor Yasser bevindt het verleden zich ergens tussen pijn en herinnering, maar ook voor Tony is de oorlog nooit gestopt. Hij komt terug in vluchtige flashbacks, gebeurtenissen en gedachten in de vorm van littekens. Eén uitspraak van tijdens de rechtszaak blijft maar nagalmen: niemand heeft het alleenrecht op pijn en lijden.

Regisseur Ziad Doueiri (The Attack) maakt via dit impliciete statement zijn enige én juiste grote keuze. Het perspectief van de kijker op Tony en Yasser is min of meer gelijk, en dat is een absolute voorwaarde voor het integere en authentieke karakter dat het scenario nu meedraagt. Op een aantal specifieke momenten is de toon van de film hoopvoller dan de realiteit toelaat, maar is film dan niet het medium bij uitstek waarin zo’n stellingname geaccepteerd of zelfs gewenst mag worden?
 

12 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Broeders

**

recensie Broeders

Enkel ellende te vinden in Syrië 

door Yordan Coban

Drie broers en hun reis door het door oorlog verscheurde Syrië. Als Yasin besluit om naar Syrië te vertrekken om daar humanitaire hulp te bieden aan vluchtelingen komen zijn twee bezorgde broers hem achterna om hem terug te brengen. Dit blijkt een bij voorbaat gedoemde missie.

Yasin (Bilal Wahib) laat zijn studie op de kunstacademie links liggen en vertrekt naar een vluchtelingenkamp in Syrië om daar te tekenen met kinderen. De AIVD verdenkt hem ervan zich bij IS aangesloten te hebben, maar zijn familie weet beter. Zijn broers Hassan (Achmed Akkabi) en Mourad (Walid Benmbarek) besluiten hem te gaan halen. Hassan is komediant en is totaal niet geschikt voor een dergelijke missie. Eenmaal in Syrië aangekomen valt hij met zijn westerse kleding en houding totaal uit de toon. Zijn broer Mourad is een militair en is juist voor deze taak opgeleid. Hij beveelt Hassan terug te gaan en het aan hem over te laten. Hassan is eigenwijs en volgt hem dieper Syrië in, dieper de ellende van het oorlogsgebied in.

Broeders

Rolverdeling
De rolverdeling van de personages is duidelijk. Hassan is de komische broer, Mourad is de harde militair en Yasin is de gevoelige creatieveling. De personages worden op deze manier vereenvoudigd tot typetjes met een enkele karaktereigenschap vergelijkbaar met de emoties in Inside Out (2015). Het minst sterke personage is Hassan. Zijn ludieke rol valt volledig uit de toon. Broeders gaat qua toon voor een serieuze sterk dramatische oorlogsfilm.

De wisselwerking van Mourad de serieuze soldaat en Hassan de clown is sitcom-achtig. Die doet denken aan Will Smith en Tommy Lee Jones in Men in Black (2003) en aan Sid en Manny in Ice Age (2003). Het concept is simpel. Twee personages zijn met een ernstige missie bezig. De één neemt het allemaal niet zo serieus en de ander vervult een soort vaderlijke rol en lijkt niet te kunnen glimlachen. Een dergelijke chemie is te kinderlijk en luchtig tussen al het oorlogsgeweld en de lading die de film daaraan geeft.

Broeders

Wraak
Als Mourad en Hassan hun broer vinden is Yasin veranderd. Na het verlies van zijn geliefde door het toedoen van Syrische militairen sluit Hassan zich toch bij IS aan. Hij keert zijn rug naar de samenleving en gaat op zoek naar wraak voor de moord op zijn geliefde. Je zou zijn naïeve beslissing de blindheid van een jonge verliefde kunnen noemen. Maar Yasins wraakmissie doet zich te geforceerd en irrationeel voor. Zijn motief is moeilijk te begrijpen.

De film behandelt een moeilijk conflict maar kiest geen kant. Hij laat vooral de narigheid in Syrië zien. Er is dan ook geen kant te kiezen tussen dergelijk geweld. De boodschap lijkt dat er geen ideologische strijd in Syrië is, enkel ellende.

Verder doet Broeders denken aan de Canadese film Incendies (2010) van Denis Villeneuve. Ook een film over de zoektocht naar een broer in een door oorlog verwoest land, in dat geval Libanon. Maar Broeders mist verfijning in bepaalde scènes en is qua regie te eenvoudig in het gebruik van zachte pianomuziek op de zielige momenten en het wegvallen van het geluid op de schokkende momenten. De reis is dus niet alleen voor de broers een zware weg, ook de kijker heeft het een en ander te trotseren.
 

10 februari 2018

 
MEER RECENSIES

Last Fight, The

****

recensie The Last Fight

Verslaafd aan vechtsport

door Ries Jacobs

Vechtsporter Marloes Coenen staat aan de wereldtop. Ze is halverwege de dertig en weet dat ze nog maar enkele gevechten in zich heeft voordat ze moet stoppen met het beoefenen van haar passie. “Vechten is zo puur, wie ben ik als ik stop met de sport?”

Loodzware trainingen, bloemkooloren en sessies bij een energetisch therapeut, alles heeft ze ervoor over om dat ene doel te behalen: de overwinning. Coenen beoefent Mixed Martial Arts (MMA), een vechtsport waarin verschillende disciplines met elkaar gecombineerd worden. In Nederland staat deze sport ook bekend als kooivechten.

The Last Fight

Documentairemaker Victor Vroegindeweij volgt haar gedurende de laatste jaren van haar carrière. Hij legt vast hoe Coenen traint en zich mentaal voorbereid op de gevechten, hoe ze terugkijkt op haar carrière en worstelt met de wetenschap dat die carrière eindig is. We zien geen terminatorachtige vechtmachine, maar een intelligente vrouw die de laatste jaren haar loopbaan zorgvuldig vormgeeft. Ondanks twijfels over de toekomst werkt Coenen gedisciplineerd toe naar haar laatste gevecht.

De documentaire is voorzien van een prachtig diepe en tegelijk rauwe voice-over die op filosofische wijze de essentie van de vechtsport belicht. Dit is de stem van acteur Bruce Dern, tweemaal genomineerd voor een Oscar (in 1979 voor Coming Home en in 2014 voor Nebraska) en bij het jonge publiek vooral bekend vanwege zijn rollen in Django Unchained en The Hateful Eight.

Zingeving
Vroegindeweij werkte eerder al met Coenen samen. De korte documentaire Tiny Love uit 2013 gaat over een gevecht van Coenen in Tokio. Langere documentaires van hem zijn Mattheus en Ik (2013) over evangelist Mattheus van der Steen en Gaandeweg (2008) over zijn dichtende vader Rien, die terugkijkt op zijn leven. In deze films staat de zoektocht naar zingeving centraal.

Ook The Last Fight gaat in essentie niet over MMA, maar over de vraag hoe Coenen haar leven vormgeeft op een manier die voor haar zinvol is. “Ik heb heel veel opgegeven”, zegt Coenen als ze haar leven vergelijkt met dat van andere mensen. “Zij hebben mooie huizen, gaan een paar keer per jaar op vakantie en hebben kinderen. De klok begint nu wel te tikken.” Dit soort zelfreflectie uit ze vaker. Heb ik voorheen de juiste keuzes gemaakt? Wat doe ik na mijn professionele carrière? Kan ik nog kinderen krijgen of heb ik hiervoor teveel van mijn lichaam gevraagd? Vragen die Coenen zichzelf stelt, maar waar ieder mens mee te maken krijgt.

The Last Fight

Spiegel
Het leven van Coenen en Roemer Trompert, die zowel haar partner als haar trainer is, staat volledig in het teken van haar sport. Zij hebben een andere keuze gemaakt dan de meeste mensen door niet te gaan voor de mooie koopwoning en de zekerheid van een vast contract. Hun enige zekerheid is onzekerheid.

Vroegindeweij geeft de twee een podium en houdt daarmee ook de kijker een spiegel voor. Doet de kijker wel echt wat hij het liefst wil? Heeft hij in het verleden wel de juiste keuzes gemaakt? De introspectieve beschouwingen van Coenen maken dat de toeschouwer bijna niet anders kan dan naar zichzelf kijken. De welhaast levensbeschouwelijke vragen die de film stelt, gecombineerd met  keiharde actie tijdens trainingen en wedstrijden en de raspende stem van Dern, maken van The Last Fight een documentaire maken die tot het laatste moment boeit.
 

5 februari 2018

 
MEER RECENSIES