Post, The

*****

recensie The Post

Voor wie de klok luidt

door Alfred Bos

Steven Spielberg is boos en overtreft zichzelf met een politieke thriller over een krant die staatsgeheimen wil publiceren en een president die van liegen zijn overlevingsstrategie heeft gemaakt. Het is allemaal waar gebeurd. En hoogst actueel.

Vorig jaar februari was Steven Spielberg druk doende met de opnamen van de sciencefictionfilm Enter Player One (eind maart in de bioscoop) toen hij het script van The Post onder ogen kreeg. De meest succesvolle regisseur uit de filmgeschiedenis liet alles vallen om die film te maken. En wel nu. Het duidt op urgentie. En op persoonlijke betrokkenheid. Steven Spielberg giet zijn verontwaardiging over een bluffende botterik in het Witte Huis – de man met een eekhoornstaart als toupet – in de mal van de Spielberg-filmmagie en presto, The Post is een hoogtepunt in ’s mans toch al niet misselijke loopbaan.

The Post

The Post is gesitueerd in 1971, als de Amerikaanse president van dienst, Richard Nixon, en diens cercle onder het mom van nationaal belang de pers probeert te muilkorven. Al verschillen context en middelen, de parallellen met het heden zijn evident: president meent zich verheven boven grondwet en politiek systeem, en acht de waarheid kneedbaar. Achter de werkelijkheid van 1971 knettert de actualiteit van 2018. Het geeft de film een dwingende kwaliteit, een urgentie. Wanneer was Hollywood voor het laatst zo geëngageerd?

Feministisch rolmodel
In Spielbergs voorlaatste film, Bridge of Spies, speelt Tom Hanks een advocaat die tijdens de Koude Oorlog een buitenlandse spion redt van de elektrische stoel: uitruilen tegen Amerikaanse spionnen in Russisch gevangenschap is handiger. Diezelfde onbuigzaamheid, niet wijken voor de druk van hogerhand, neemt Hanks mee naar zijn rol van Ben Bradlee, de macho hoofdredacteur van The Washington Post. Die krant is in 1971 nog niet het instituuut dat het werd met de onthullingen rond het Watergate-schandaal die Nixon uiteindelijk de presidentiële nek kosten. Dát verhaal werd in 1976 door Alan J. Pakula verfilmd als All the President’s Men. The Post is de prequel van die klassiek geworden paranoiathriller over journalisten en klokkenluiders.

De werkelijke held van de film is evenwel Kay Graham (Meryl Streep), die in 1963, na de zelfmoord van haar man, kranteneigenaar Philip Graham, de zakelijke leiding van The Washington Post overnam. Ze is de enige vrouw in een kamer vol mannen – adviseurs, juristen en ingewijden in de politieke kringen rond het Witte Huis – die het zakelijke belang verkiezen boven het publiceren van geheime stukken. Spielberg portretteert haar als een feministisch rolmodel avant la lettre.

The Post

Historische bandopnamen
Het draait allemaal om de zogeheten Pentagon Papers. In 1966 gelastte de toenmalige minister van Defensie, Robert McNamara (Bruce Greenwood), een niet-publiekelijk onderzoek naar de besluitvorming rond alle oorlogen en buitenlandse conflicten waar de Verenigde Staten sinds de Tweede Wereldoorlog bij betrokken waren geweest. Hij twijfelde aan het nut van de oorlog in Vietnam die in 1966 snel escaleerde, vroeg zich af hoe het zover had kunnen komen en wilde documentatie voor toekomstige historici en onderzoekers. Uit het onderzoek bleek dat alle Amerikaanse presidenten, van Truman tot en met Johnson, volk en volksvertegenwoordiging hadden voorgelogen. Kopieën werden verdeeld over een aantal instituten en verdwenen achter slot en grendel.

De grootste leugenaar was evenwel Richard Nixon, in 1968 de opvolger van Lyndon B. Johnson. Die had in november van dat jaar zijn verkiezing veilig gesteld door in het geheim de vredesbesprekingen in Parijs tussen Noord- en Zuid-Vietnam te saboteren. (Het wordt uit de doeken gedaan in de onvolprezen documentaireserie van Ken Burns, The Vietnam War.)

Smetvrees heb je alleen met vuile zaakjes en bang dat die lafhartige daad, feitelijk landverraad, aan het licht zou komen liet Nixon opnameapparatuur plaatsen in de Oval Office: alle gesprekken, ook telefoonverkeer, werden opgenomen. Die bandopnamen zouden een cruciale rol spelen in de Watergate-affaire en uiteindelijk leiden tot Nixons aftreden. In The Post zien we een acteur achter het raam van het Witte Huis en horen de authentieke telefoongesprekken tussen hem en zijn minister van Buitenlandse Zaken, Henry Kissinger.

The Post

“Nixon heeft schurken om zich heen”
In 1971, het jaar waarin The Post speelt, verscheen in de gerespecteerde kwaliteitskrant New York Times een onthullende publicatie, gebaseerd op de Pentagon Papers. Het vele duizenden pagina’s tellende document was gelekt door een medewerker van de denktank RAND Corporation. Nixons en diens staf wisten via de rechter vervolgpublicaties te voorkomen.

Waarop Ben Bradlee de kans schoon ziet om het provinciekrantje Washington Post de rol van titaan New York Times over te laten nemen, net op het moment dat een beursgang de krant een broodnodige financiële injectie moet geven. Redacteur Ben Bagdikian (Bob Odenkirk) jaagt op de bron van de Times en verkrijgt een kopie van de Pentagon Papers. Maar dan, publiceren of wijken voor de intimidaties van een wraakzuchtige president? Ex-minister McNamara waarschuwt: “Nixon heeft schurken om zich heen”.

De film markeert een breekpunt in de relatie tussen pers en Amerikaanse politiek. Tot dat moment verkeren journalisten en bewoners van het Witte Huis op intieme voet, men vertrouwt elkaar. McNamara is een huisvriend van Kay Graham, Ben Bradlee deelde whiskey en schuine grappen met John F. Kennedy. Dat was na de kwestie rond de Pentagon Papers voorgoed verleden tijd. In 1968 had Nixon de verkiezingen gewonnen met vuil spel en voor zijn herverkiezing in 1972 liet hij inbreken in het hoofdkwartier van de Democratische Partij, in het Watergatecomplex. The Post houdt op waar All the President’s Men begint.

The Post

Spielberg-sterrenstof
The Post is nog een tandje beter dan Spotlight (over onthullingen rond kindermisbruik door de kerk) van twee jaar terug en steekt All the President’s Men naar de kroon als de beste krantenfilm ooit. Het is een thriller, een historisch drama en een ideeënfilm ineen. Een thriller rond brisant bronmateriaal, een historisch drama over de confrontatie tussen pers en president, een film over een idee: de vrijheid van meningsuiting. En de integriteit van het presidentschap.

Het is ook een masterclass van acteren en filmisch vertellen. Hanks treft de mengeling van mannelijke bravoure en journalistieke integriteit van hoofdredacteur Ben Bradlee in woord, tics en lichaamstaal. Streep speelt als hoeder van het familiebedrijf die door omstandigheden ver buiten haar comfortzone wordt geplaatst, een bakvis in een tank vol haaien (om het oneerbiedig te zeggen), een van de beste rollen uit haar carrière. Ze is sereen in een ruimte die onder stroom staat.

Sfeer, tijdsbeeld en milieu zijn in detail getroffen. Het enige smetje zit op de geluidsband, in de proloog die speelt in de Vietnamese jungle van 1966. Daar horen we Green River van Creedence Clearwater Revival, een nummer uit 1969. Verder klopt alles. Rotatiepersen worden gefilmd als wonderen van analoog vernuft. Voor publieke telefoons heb je een broekzak vol muntjes nodig. Iedereen rookt overal. En dat alles besprenkeld met het Spielberg-sterrenstof. De regisseur koerst op intuïtie, gedragen voor dik veertig jaar ervaring, en glorieert. Wat een film.
 

30 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Marquis de Wavrin, Le

***

recensie Le Marquis de Wavrin

Eendimensionale avonturier

door Ries Jacobs

De Engelse ontdekkingsreiziger Robert Scott vond in Antarctica de dood, werd postuum gebombardeerd tot held en kreeg een plaats in de wereldgeschiedenis. De Belg Robert de Wavrin legde inheemse volkeren vast op film en in boeken, leverde een bijdrage aan de wetenschap en werd nagenoeg vergeten. Le Marquis de Wavrin is een eerbetoon aan deze ontdekkingsreiziger.

In 1913 betrapt Robert Marquis de Wavrin de Villers-au-Tertre twee kinderen die op zijn landgoed noten stelen. Hij schiet zijn geweer leeg op de kinderen, die het maar net overleven. Om een celstraf te ontlopen vlucht hij naar Nederland, om daar op de boot naar Buenos Aires te stappen. Dit is het begin van het Zuid-Amerikaanse avontuur van de jonge Belgische edelman.

Le Marquis de Wavrin

Zijn drie reizen naar Zuid-Amerika, tussen 1913 en 1937, leveren vier films op. De bekendste verschijnt in 1931 in de bioscoop. Au pays du scalp (In het land van de scalp) brengt onder andere Amazone-indianen en de toen net ontdekte Incastad Machu Pichu naar de Europese bioscopen. Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en verzamelt hij waardevolle objecten die nu nog in musea te zien zijn.

‘Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar’
Archivaris Grace Winter heeft uit het filmmateriaal van het Koninklijk Belgisch Filmarchief de documentaire Le Marquis de Wavrin, du manoir à la jungle samengesteld. Hierbij kreeg ze hulp van editor Luc Plantier. Stiekem hoopt ze dat deze film de nalatenschap van De Wavrin uit de vergetelheid zal halen.

De documentaire toont ons dat de markies zijn tijd ver vooruit was. ‘Mijn echte huis was de jungle. De indianen werden mijn broeders. Ik benaderde ze altijd als een vriend. Eerlijk, ongewapend en kwetsbaar.’ Zijn oprechte interesse in andere culturen was in die tijd een uitzondering. Veel van zijn tijdgenoten zagen de overzeese gebieden als commerciële wingewesten en hun inwoners als wilden.

Koppensnellers
Een reis van het landhuis (le manoir) naar de jungle, dat is wat de titel van de film suggereert. Winter en Plantier blijven oppervlakkig over de markies en zijn reizen. Wat voor persoon was hij? Wat voedde zijn hang naar avontuur? Is het zaadje hiervoor al in zijn jeugd geplant of is de avonturier De Wavrin bij toeval geboren nadat hij in 1913 besloot de boot naar Argentinië te nemen? Verder dan een zijdelingse opmerking dat de markies er al in zijn jeugd van droomde om Europa te verlaten komen de documentairemakers niet.

Le Marquis de Wavrin

Ook op de plaats van De Wavrin in de geschiedenis gaan de documentairemakers nauwelijks in. Wat heeft hij bijgedragen aan de westerse bekendheid met en acceptatie van andere culturen? Hoe werden zijn films ontvangen in Europa? De documentaire zegt hier niets over, behalve dat de bioscoopgangers voor het eerst beelden van Zuid-Amerikaanse indianen en koppensnellers zagen.

Robert Marquis de Wavrin heeft een grote bijdrage geleverd aan de wetenschap en de Belgische cinema. Hij verdient het om niet vergeten te worden. De documentaire haalt de markies uit de vergetelheid, maar is tegelijkertijd niets meer dan een chronologische weergave van zijn leven, doorspekt met beelden uit zijn films. Mooie beelden, maar de avontuurlijke markies blijft toch een eendimensionaal figuur..
 

27 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Darkest Hour

**

recensie Darkest Hour

Fantastische rol, matige film

door Alfred Bos

Gary Oldman excelleert in een speelfilm over de eerste weken van Winston Churchill als leider van de Britse regering. In mei 1940 was Engeland niet klaar voor een oorlog met Duitsland. Taal was Churchills enige wapen.

Winston Churchill was 65 jaar oud en had al een roerig leven in de Engelse politiek achter de rug toen hij op 10 mei 1940 aantrad als eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Diezelfde dag vielen de troepen van Hitler Nederland en België binnen. De Blitzkrieg was ongekend succesvol, twee weken later stonden de Duitsers op het punt het Britse leger in Frankrijk bij Duinkerke in zee te drijven. De oorlog leek verloren eer hij nauwelijks begonnen was.

Darkest Hour

Darkest Hour toont Winston Churchill in de weken tussen zijn aantreden als eerste minister en zijn befaamde ‘we shall fight on the beaches’-toespraak in het parlement van 4 juni, nadat 300.000 Britse soldaten van het strand van Duinkerke waren gered. Dat wapenfeit, Operatie Dynamo, was vorig jaar het onderwerp van Christopher Nolans Dunkirk. Daarin is Churchill alleen te horen, in Darkest Hour is hij in iedere scène in beeld. Beide films zijn genomineerd voor meerdere BAFTA’s, de Britse Oscars, en Gary Oldman kan de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol nauwelijks ontgaan. Zijn vertolking van Churchill is fenomenaal.

Iconische sigaren
En toch overtuigt de film niet. Het eerste probleem is het script van Anthony McCarten. Diens scenario voor de Stephen Hawking-biopic The Theory of Everything miste dramatische diepgang en al biedt het eveneens waargebeurde verhaal van Darkest Hour drama te over, beklemmend zijn deze donkere uren nimmer. De confrontatie met Churchills voornaamste tegenstrever en gedoodverfde opvolger als premier, de minister van buitenlandse zaken Lord Halifax (Stephen Dillane), mist het venijn van kampende aartsrivalen.

Wat stoort, omdat Halifax via Mussolini wil onderhandelen met Hitler en Churchill pertinent weigert. Die wil vechten, al is Engeland nauwelijks voorbereid op een gewapend conflict. Churchills onverzettelijkheid, zie de ‘we shall fight on the beaches’-rede, vormt het hart van zijn rol – en belang – als leider in oorlogstijden. Dat drama vervliegt als de rook van Churchills iconische sigaren, wellicht ook omdat het verhaal exclusief vanuit Churchills positie wordt verteld en de intrige achter de schermen goeddeels buiten beeld blijft.

Darkest Hour

Depressies
Bovendien is regisseur Joe Wright (Anna Karenina) geen Steven Spielberg. Zijn forte, intimiteit op privé-niveau, staat ver af van het drama op wereldschaal van Darkest Hour. De huiselijke scènes tussen de bullebak met een afkeer van autoriteit en zijn vrouw Clemmie (Kristin Scott Thomas, onlangs nog te zien in The Party) hadden als contrapunt kunnen fungeren, maar blijven karikaturaal. Zoals alle historische personages buiten Churchill bijrollen blijven. Het typeert de dramatische zwakte van de film.

Het best uit de verf komt Churchills relatie met de stotterende, hier lispelende koning, George VI (Ben Mendelsohn). In elkaar herkennen ze zichzelf: mannen die zich bewust zijn van hun tekortkomingen, maar door omstandigheden gedwongen om boven zichzelf uit te stijgen. Churchills beruchte black dog, de periodes van depressie die hem zijn leven lang hebben geplaagd, komt evenwel uit de lucht vallen en blijft als drama-gegeven onbenut.

Hollywood-fictie
Ronduit ridicuul in een speelfilm die het historische gegeven benadrukt met schermgrote dagaanduidingen is de fictieve underground-scène. Op weg naar het parlement om zijn ‘we shall fight on the beaches’-toespraak af te steken stapt Churchill uit de limousine en reist het laatste stuk met de metro. Daar vraagt hij gewone Londenaars naar hun mening: vechten of onderhandelen? Vechten, zeggen ze allemaal en Churchill noemt elk bij naam in zijn historische rede.

Dat ergerlijke staaltje Hollywood-fictie is regelrechte geschiedvervalsing, van A tot Z sprookjesromantiek. Churchill stapte op 4 juni 1940 niet in de metro, de bevolking was niet strijdbaar maar doodsbenauwd en in het Londen van 1940 liepen geen West-Indische Gemenebest-onderdanen rond, al helemaal niet in een openlijke liefdesrelatie met een blanke vrouw. Die politiek correcte Disney-fantasie kost een ster.

Darkest Hour

Talent voor taal
Churchills talent was taal – in 1953 kreeg hij de Nobelprijs voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog – en de drie historische toespraken waarmee hij de Britten geestelijk voorbereidde op een overlevingsoorlog, vormen het hart van Darkest Hour. Die zijn van Shakespeareaanse allure en Gary Oldman brengt ze navenant.

Darkest Hour is in feite een film over de kracht van taal, want Churchill, niet populair en leider van een land zonder bondgenoten of leger (wat er restte was uit Duinkerke gered), had niets anders tot zijn beschikking dan karakter en taal. Zoals de Amerikaanse radiojournalist Edward R. Murrow na Churchills toespraak van 4 juni opmerkte: “He mobilized the English language and sent it into battle”. Dat is de kortst denkbare samenvatting van dit eerbetoon aan een Brits monument.

Winston Churchill is de hoofdpersoon van menige speelfilm, docudrama of tv-serie. Afgelopen jaar nog speelde Brian Cox de man met de sigaar en het V-teken in Churchill van Jonathan Teplitzky, gesitueerd aan de vooravond van D-Day. Die heeft de Nederlandse bioscoop nooit gehaald. Darkest Hour is na Dunkirk tevens de tweede film binnen een jaar, het jaar na de Brexit, die de eilandmentaliteit van de Britten schetst. Dramatischer setting is nauwelijks denkbaar, maar buiten Oldhams Churchill blijven personages en drama flets. Dan is Durnkirk, veel bekritiseerd om zijn gebrekkige karaktertekening, toch een stuk enerverender.
 

16 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Vivre sa Vie

*****

recensie Vivre sa Vie

Stille tranen, stille emoties

door Tim Bouwhuis

In een vrijwel lege bioscoopzaal kijkt Nana (Anna Karina) naar Carl Theodor Dreyers stille meesterwerk La Passion de Jeanne d’Arc (1928). De tranen op het scherm zijn een teken van de tol die betaald moest worden voor een historische roep naar vrijheid. Op symbolische wijze wisselen de (extreme) close-ups van Maria Falconetti en Anna Karina elkaar af. De tranen van Maria’s Jeanne worden de tranen van Anna’s Nana. 

Het verstillende schouwspel in de cinema is één van de (letterlijke) momentopnames die samen Vivre sa Vie vormen. De Franse cineast Jean-Luc Godard, hier op zijn absolute hoogtepunt, koos ervoor het portret van een in prostitutie vervallende dame op te bouwen uit twaalf tableaux, losse sequenties die sterk fragmentarisch aandoen.

Vivre sa Vie

Gelukkig ondermijnt deze kunstmatige opzet geen moment de geloofwaardigheid van het drama. Godard verbloemt de harde realiteit van Nana’s bestaan niet, in een prachtige film (nu in digitale restauratie heruitgebracht) die doordesemd is van sympathie en medeleven: duidelijk is dat we de actrice aan het werk zien met wie de Fransman een jaar eerder trouwde.

Twee vormen van geluk
Nana’s zoektocht naar geluk staat mijlenver af van diners bij kaarslicht en idealistische toekomstscenario’s. Aan het begin van Vivre sa Vie ligt dat geluk even voor het oprapen; in één van de meest sprekende dialogen vertelt Nana hoe ze op straat stuitte op een briefje van 1000 francs, om daarna haar voet op het door de wind beroerde fortuin te plaatsen. Direct zag ze zich geconfronteerd met de wantrouwende blik van de eigenaresse. Dat specifieke moment – de korte spanning tussen het geluk als toeval en het geluk als existentiële conditie – doet Nana beseffen dat ze moet werken om vooruit te komen in het leven.

De heiligheid van het beeld
In een later tableau zien we dan ook hoe Anna Karina’s timide personage haar verzoek om werk zelf toevertrouwt aan de grillen van de taal. Het duurt een minuut of twee voor Nana uitgeschreven is; iedere andere filmmaker had zo’n briefje beschouwd als een gegeven, maar voor Godard is deze ene scène van cruciaal belang.

Woorden zijn voor hem duidelijk als lucht in relatie tot de ideeën en ervaringen die zich alleen in beelden laten vangen. Woorden bedriegen ons en verdraaien de waarheden van de onbemiddelde expressie. We moeten zien om Nana’s woorden te geloven en te begrijpen hoe zij haar leven op geheel eigen wijze richting geeft. Zoals het een eerlijk verhaal betaamt blijft ieder moreel oordeel daarbij achterwege.

Het leven verslaan
Met zijn uitgesproken visuele benadering geeft Godard uitdrukking aan een streven naar filmisch realisme. Op momenten filmt de cineast zijn actrice als een geëngageerde documentairemaker, vastbesloten haar perspectief zo authentiek mogelijk te tonen. De laatste twee tableaux tonen hoe Nana’s grotendeels onuitgesproken escapisme finaal botst met Godards belofte de realiteit trouw te zijn. Misschien dat het ontroerende gesprek met de levenswijze vreemdeling daarom zo lang duurt: eindelijk mag Nana hier dromen, denken, spreken en hopen. Tot het noodlot toeslaat.
 

15 januari 2017

 
MEER RECENSIES

My Name is Nobody

***

recensie My Name is Nobody

Op zoek naar een niemand

door Bob van der Sterre

Een foto. De eigenaresse van een restaurant kijkt ernaar en peinst. ‘Wacht maar, ik ken heel veel mensen, ik bel wel even rond.’ Het is het begin van heel veel mensen die gaan staren naar een foto uit 1937.

In My Name is Nobody bezoeken we de Romeinse wijk Trastevere. Nonnen in een klooster, oude buurtbewoonsters die de kerk uitkomen en mensen die toevallig op straat rondlopen. De alsmaar terugkerende vraag: kennen ze ene Crissanti? Wie? Een onbekend jongetje dat op een klassenfoto uit 1937 staat, precies tussen Sergio Leone en Ennio Morricone, twee grote jongens van de Italiaanse cinema.

De vraag stellen is absurd: wie zoekt er nou ooit naar een onberoemd persoon? Helemaal als er geen persoonlijk leed bij betrokken is, zoals bijvoorbeeld bij het programma Spoorloos? De meeste ondervraagden doen gelukkig niet moeilijk en vertellen wat ze weten (niet veel).

My Name is Nobody

Marco Bakker
Regisseur Denise Janzee heeft wel wat met het thema beroemdheid. Ze is de dochter van Willeke van Ammelrooy en haar stiefvader is Marco Bakker. Over Marco Bakker maakte ze de documentaire De weg terug. My Name is Nobody zou je de tegenhanger van die film kunnen noemen.

In de film leren we weinig over Crissanti. Er waren dan ook maar vier dagen om te filmen. ‘Het is ook geen Spoorloos’, zei Janzee achteraf in een Q & A. ‘Die hebben een budget honderd keer als dat van ons.’

Die opzet zit de film ook een beetje in de weg. Iemand vroeg bijvoorbeeld tijdens de Q & A: ‘Kon je niet gewoon naar de burgerlijke stand gaan voor informatie?’ Als de maker dat niet beschouwt als het doel van de film is dat diens goed recht. Toch wringt dat tijdens het kijken: is het nu serieuze research of gaat het puur om het interviewen van mensen?

Kleurrijke karakters
Het tweede dus: het gaat hier om het in beeld brengen van kleurrijke karakters in de wijk Trastevere. Een project over serendipiteit: je vindt dingen die je niet zocht. Zo ontmoeten we acteur Willi Colombini. Een charmante oud-acteur die wat bijrollen had in giallo’s en westerns en die zijn dagen slijt met kletsen en selfies (laten) maken op de pleintjes van Trastevere.

Colombini is een prachtige persoonlijkheid, een eigen documentaire waardig. Vergane glorie: hij is een mooi voorbeeld. Met papegaai op de schouder in een gemakkelijke leunstoel vertelt hij over zijn filmprojecten uit de jaren zeventig. Films die zelfs de allergrootste film buffs niets zullen zeggen. ‘Ik was toen toch wel een aantrekkelijke man’, zegt hij grinnikend. Zijn vrouw beaamt dat gretig.

My Name is Nobody

In een kooi gevangen
Het hart van de film is de fraaie scène waarbij Colombini, vrolijk, kleurrijk, eerlijk, met de interviewer langs gaat bij de grote Morricone zelf. Die, intussen dik in de negentig, kan niet geloven dat er alleen maar gevraagd wordt of hij ene ‘Crissanti’ kent.

Janzee roemde in de Q & A achteraf juist deze scène omdat Colombini, ondanks zijn onbekendheid, een levenslustig karakter is, en Morricone in een kooi gevangen lijkt, want hij komt zijn huis amper uit en is redelijk bot in de omgang. Het interview draait daarmee alles om: normaal wordt de onbekende persoon gebruikt om de beroemdheid op te sporen. Dat heeft wel iets humanistisch.

Zo zoek je een Crissanti en vind je soms een Colombini. Mazzel dus. Jammer dat de film een beetje aan de lange kant is, maar de meeste documentaires missen de moed om dit soort serendipiteit op te zoeken. Juist die ontmoeting maakt van My Name is Nobody een hartelijke, warme film, en dat is alleen maar mooi, want geluk dwing je af als artiest.
 

13 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Le Redoutable (bio Jean-Luc Godard)

****

recensie Le Redoutable

Held stapt van zijn sokkel

door Cor Oliemeulen

Jean-Luc Godard is met zijn vernieuwende stijl en het loslaten van traditionele opvattingen één van de belangrijkste filmmakers ooit. In Le Redoutable blijkt maar weer eens dat kunstenaars moeten lijden om tot grote creatieve hoogte te kunnen stijgen.

Aan het eind van haar charmante documentaire Visages Villages (2017) pinkt filmmaakster Agnès Varda (89) aangeslagen een traantje weg, omdat haar collega Jean-Luc Godard (87) kennelijk geen zin heeft in bezoek en haar voor een gesloten deur laat staan. Zowel Varda als Godard zijn boegbeelden van de Nouvelle Vague, de Franse filmstroming die begin jaren zestig de traditionele cinema op zijn grondvesten deed schudden. Beide cineasten zijn nog steeds actief, echter Godard schijnt te leven als een kluizenaar. Als je Le Redoutable hebt gezien, komt dat niet als een verrassing.

Le Redoutable

Twijfelend genie
Dit biografische drama is een portret van Jean-Luc Godard dat zijn bewonderaars met een lichte kater zal achterlaten. Van de held die de geboren Zwitser werd na zijn doorbraakfilm À bout de souffle (1960) blijft – door eigen toedoen – bar weinig over. We maken kennis met Godard als een man vol twijfel, eenzaam en onbegrepen in zijn verwachtingen en aspiraties. Een artiest die bijna alles en iedereen afwijst, uiteindelijk zijn geliefde en zichzelf. Een zuurpruim, soms uitgesproken lomp, beledigend en masochistisch. Maar gelukkig nooit ontdaan van die typisch ironische en schertsende toon, die we regelmatig in Godards films terugzien.

Het was dan ook niet de bedoeling van de Franse regisseur Michel Hazanavicius (The Artist, 2011) om zijn illustere vakgenoot als een held neer te zetten, een keuze die bij menig filmliefhebber vooral in eigen land in slechte aarde viel. Jean-Luc Godard (fantastische rol van Louis Garrel) is in Le Redoutable een mens van vlees en bloed. Diens geniale kwaliteiten als vernieuwende filmmaker neemt de kijker voor kennisgeving aan, de focus ligt geheel op het moment dat de politieke activist in hem ontwaakt en Godards cynische kijk op de wereld tot volle wasdom komt.

Le Redoutable

Maoïstische revolutie
Zoals het een echte filmauteur betaamt, loopt zijn ontwikkeling als mens gelijk met zijn oeuvre, in Godards geval al in zijn beginjaren. Van de lichte romantiek (À bout de souffle, 1960), via de onmogelijkheid van liefde in psychologisch drama (Le mépris, 1963) naar politieke manifestatie (La chinoise, 1967). Godard wordt geïntroduceerd op het moment dat hij zijn laatstgenoemde komische drama over een studentengroepje van Franse maoïsten dat een gewelddadige revolutie predikt, heeft afgerond. De film flopt. Media betichten hem van politieke puberteit met eindeloze preken, en zelfs de Chinezen begrijpen volgens Godard hun eigen revolutie niet. Slechts een enkeling vindt dat Godards cinema pure poëzie is en zijn tijd ver vooruit, maar de meeste fans hopen vurig dat hij weer die luchtige films van weleer gaat maken.

Jean-Luc Godard, die eerder was getrouwd met zijn muze Anna Karina, is ondertussen verliefd geworden op de hoofdrolspeelster van La chinoise, Anne Wiazemsky (Stacy Martin), en zij op hem. Ze trouwen. Anne is 20, Jean-Luc is 36. Lol en liefde maken langzaam plaats voor zijn obsessie voor de revolutie: ‘weg met De Gaulle, de macht aan het proletariaat’. Ze lopen mee in de Parijse studentendemonstraties van 1968, Jean-Luc gooit stenen naar de ‘fascistische’ politie, verliest voor de zoveelste keer zijn bril (leuke running gag), spreekt tijdens manifestaties waar hij steeds vaker – tot zijn eigen begrip – wordt weggehoond en noemt alle films die hij ooit heeft gemaakt (maar ook die van bevriende collega’s als Bernardo Bertolucci) complete bagger en mensen die die films goed vinden zombies. Anne Wiazemsky houdt het twaalf jaar met hem uit. “Ik trouwde met Jean-Luc Godard, de cineast, niet Jean-Luc Godard, de politicus”, zegt zij. Le Redoutable is gebaseerd op haar boek.

Le Redoutable

Tragische kunstenaar
Hoewel Godard zich enerzijds ontpopt als een tragische figuur zien we anderzijds voortdurend de intellectuele kunstenaar met diens eeuwige zelfspot en drang tot vernieuwing en ommekeer. “Artiesten moeten sterven voor hun 35ste”, zo citeert hij Mozart. Weinig positieve woorden heeft hij over voor acteurs: “Die doen alles wat je hen vraagt. Ze huilen en lachen op commando en kruipen over de grond.” Zelfs het ‘functionele’ bloot in (zijn) films wordt op geestige wijze op de korrel genomen in een scène waarin Anne en Jean-Luc hierover discussiëren terwijl ze zelf poedelnaakt door hun woning paraderen.

Natuurlijk is regisseur Michel Hazanavicius zo slim geweest om in Le Redoutable speelse stijlkenmerken en visuele grapjes van de Nouvelle Vague (zoals snelle montage en opvallende camerabewegingen) te gebruiken. Zo lijkt het interieur met de dominante kleuren te zijn weggeplukt van Godards jaren zestig-sets, hoor je het geluid van een typemachine nog even doorratelen nadat Jean-Luc zich heeft omgedraaid en springt het beeld telkens weer van normaal naar diapositief op de tik waar de langspeelplaat blijft hangen. En zoals dat hoort, praten de personages regelmatig in de camera.

Naast het eenzijdige, maar verhelderende en intieme portret van één van de grootste filmvernieuwers ooit, is Le Redoutable (letterlijk: ‘te duchten’) een pleidooi om directe films over het ‘echte’ leven te maken. Hoe hoog je die lat het beste kunt leggen, zal Jean-Luc Godard zich tot zijn dood blijven afvragen.
 

11 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Call Me by Your Name

*****

recensie Call Me by Your Name

Ode aan de overgave

door Alfred Bos

Slotstuk, aldus de Italiaanse regisseur Luca Guadagnino, van zijn drieluik over de liefde. Jongen en man, beiden hetero, vallen voor elkaar. Zinnelijker cinema dan Call Me by Your Name is er zelden gemaakt.

Liefde is grillig en genadeloos. Zit je als 17-jarige zoon van een professor klassieke kunsten te lummelen in de vakantievilla van je ouders en foezel je onwennig met een meisje dat graag je vriendin zou willen zijn, komt er een exotische Amerikaan je leven binnen wandelen. Hij gaat je vader een zomer lang lang helpen bij diens onderzoek van antieke beelden en krijgt de kamer naast jouw kamer aangeboden als logeerverblijf. Jij bent hetero, hij is hetero, maar voor je het weet broeit er erotiek. Liefde is blind.

Call Me by Your Name

Call Me by Your Name is de vijfde speelfilm van Luca Guadagnino, de Italiaanse regisseur van broeierige, sensuele films over mensen op zoek naar liefde. Of liefde op zoek naar mensen. Elio, de jongen op de rand van volwassenheid, en Oliver, de zelfverzekerde vroegdertiger, zijn door toeval voor een zomer samengebracht en overkomt een mysterie. De regisseur toont het zoals het is: onwennig, verwarrend, maar bovenal—zuiver. Er is geen politiek, geen verklaring of excuus, geen intrige. Alleen aantrekking en passie. Dit is liefde als universele oerkracht.

Perzik als surrogaatvagina
Net als in zijn beide voorgaande films, Io Sono l’amore (Ik ben liefde, 2009) en A Bigger Splash (2015), is Call Me by Your Name gesitueerd in een besloten wereld buiten de dagelijkse maatschappelijke orde. De materiële zaken zijn geregeld, de personages hebben alle tijd om in luxe te lummelen. De vakantievilla van professor Perlman (Michael Stuhlbarg) ademt cultuur en mondaine elegantie. Pa leest ter ontspanning Dante’s Goddelijke Komedie en door het hele huis slingeren stapels boeken. Onderling wordt er Frans, Italiaans en Engels gesproken en mevrouw Perlman (Amira Casar) voegt daar accentloos Duits aan toe. Subtekst: identiteit is meervoudig, vloeibaar.

Ook de geografie heeft een meervoudige identiteit. Het buitenhuis is gesitueerd nabij Bergamo, een van de oudste steden van Lombardije, met een Romeinse, Etruskische en Keltische historie. Bovendien is het zomer en het buitenleven één lange reeks van zinnelijke prikkels. Aan de bomen groeien abrikozen en perziken, met hun fluwelen huidje, sappig vlees en harde pit zinnebeelden van sensualiteit. Call Me by Your Name is een ode aan zuivere zinnelijkheid. Aan de overgave.

Professor Perlman test assistent Oliver (de lange, atletische Arnie Hammer) met een vraag over de ethymologie van het woord abrikoos. Die abrikoos, de vroegrijpe steenvrucht, is zijn zoon Elio (Timothée Chalamet), die op zolder, beneveld door zijn gevoelens voor Oliver en zijn vakantievriendin, de Française Marzia (Esther Garrel), een perzik als surrogaatvagina hanteert. Hij stommelt onbevangen de erotiek binnen, gedreven door onbekende sensaties.

Call Me by Your Name

Tederheid die verbluft
Luca Guadagnino vangt de roman van André Aciman (die zelf in een bijrol te zien is) in quasi-documentair naturel, waarin de zinnelijkheid van de mediterrane zomer werkt als katalysator van de chemie tussen Elio en Oliver. Veel shots zijn gefilmd vanuit de ogen van Elio, de close-ups benadrukken intimiteit. De boeken, beelden en kunst die de film stofferen verwijzen zonder uitzondering naar de komende, heimelijke relatie tussen de minnaars.

Nadat Oliver weer is teruggevlogen naar Amerika, wordt de zomer die van Elio een man maakte ragfijn en diep doorvoeld van betekenis voorzien in een gesprek tussen vader en zoon. Daar raakt de film een zeldzaam niveau van sensibiliteit, een tederheid die verbluft. Liefde kwetst en liefde heelt. Liefde maakt de mens.

Luca Guadagnino wordt met elke film beter en na het geslaagde A Bigger Splash is Call Me by Your Name een voltreffer van tijdloze allure, een film die de door hem bewonderde Bertolucci naar de kroon steekt. Hollywood lonkt en wat wordt de volgende stap van de regisseur? Een genrefilm? Een blockbuster-bolognese? Een beetje van beide, maar dan op zijn Guadagninoos: een remake van de giallo-klassieker Suspiria met een internationale rolbezetting. Het maakt allemaal niet uit, want met Call Me by Your Name heeft hij zijn meesterwerk gemaakt. Zulke zuivere cinema zie je zelden.
 

9 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

*****

recensie Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

De wijsheid van een boekenlegger

door Cor Oliemeulen

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri zou zomaar de grote winnaar van de Oscars 2018 kunnen worden. Het originele scenario van Martin McDonagh is ijzersterk en onvoorspelbaar. Frances McDormand speelt als rouwende, maar strijdbare moeder de hoofdrol van haar leven.

Eindelijk weer eens een monumentale film die het niet louter moet hebben van mooie plaatjes om de inhoud op te leuken of een soundtrack die de vaart er in moet houden. Je zou kunnen zeggen: Oscars voor beste scenario, beste actrice en beste mannelijke bijrol, en we lullen nergens meer over!

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Simpel gegeven
Hoe je met een ogenschijnlijk simpel gegeven een realistisch drama met een zwart-komische ondertoon kunt maken, bewijst de Britse scenarist/regisseur Martin McDonagh – na de hilarische misdaadverhalen In Bruges (2008) en Seven Psychopaths (2012) – in zijn pas derde speelfilm Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Je huurt drie billboards naast een verlaten weg en plakt daarop in koeienletters opeenvolgende teksten die weinig aan de verbeelding overlaten: ‘Raped while dying’, ‘And still no arrests?’ en ‘How come Chief Willoughby?’.

Deze provocerende boodschap van Mildred Hayes (Frances McDormand), wier dochter zeven maanden eerder op een verschrikkelijke wijze om het leven werd gebracht, is persoonlijk gericht aan de plaatselijke politiechef die volgens eigen zeggen naar vermogen heeft geprobeerd het misdrijf op te lossen en nu plotseling de aanval ziet geopend door de gefrustreerde moeder. Het feit dat Willoughby terminale kanker heeft, geeft het oplaaiende conflict een extra dimensie, want wat doet dat gekke mens die arme man aan? Woody Harrelson, als de oprechte en aandoenlijke gezagsdrager van het gedateerde fictieve stadje Ebbing en consequent vloekende vader van twee schattige jonge dochtertjes, laat zich weer eens tot grote hoogte stuwen na uitgekauwde slechterikenrollen in dure producties als War for the Planets of the Apes.

Sterke bijrollen
Vooral de mannelijke bijrollen in Three Billboards Outside Ebbing, Missouri kennen een opmerkelijke gelaagdheid. Ronduit fantastisch acteert Sam Rockwell (net als Harrelson al van de partij in Seven Psychopaths) als Willoughby’s rechterhand Dixon. Hij is het archetype ‘bad cop’ maar evolueert door de snel wisselende omstandigheden tot iemand die het niet zo slecht bedoelt, maar zich vooral laat hinderen door een racistische inborst, alcoholmisbruik en een dominante moeder. Zijn confrontaties met Mildred, en in feite alle andere personen die hij op zijn wankele pad treft, monden regelmatig uit in geweldsexplosies, terwijl de vork soms net even iets anders in de steel blijkt te zitten.

Three Billboards Outside Ebbing, Missouri

Eervolle vermeldingen zijn er voor Caleb Landry Jones (de sadistische broer in het recente horrormysterie Get Out) als Red Welby, die de billboards verhuurt en zijn sympathie voor de wanhopige moeder moet bekopen, alsook John Hawkes (de verlamde man die seks wil in The Sessions) als Mildred’s opgewonden ex-man Charlie, die haar heeft verlaten voor een 19-jarig meisje dat volgens Mildred naar stront stinkt en zich graag bedient van een wijze uitspraak op een boekenlegger: ‘Woede leidt tot grotere woede.’

Moderne western
Want dat de escalaties zich steeds verder opstapelen, mag duidelijk zijn. Het met veel zwarte humor opgediende drama laat zich kijken als een moderne western, waarin de stoere vrouwelijke protagonist zich weliswaar zonder getrokken pistolen, maar met onverdroten moed en ironische gevatheid, een weg baant naar genoegdoening en een beetje troost. Frances McDormand mag dan vaak worden geassocieerd met de Coen Brothers – zij maakte haar debuut in Blood Simple (1984), won een Oscar met Fargo (1996) en is getrouwd met Joel Coen – haar optreden in het uiterst onderhoudende Three Billboards Outside Ebbing, Missouri is memorabeler en gelaagder dan ooit.
 

5 januari 2018

 
MEER RECENSIES

You Were Never Really Here

****

recensie You Were Never Really Here

Het bloed dat borrelt onder de Amerikaanse politiek

door Yordan Coban

Lynne Ramsay is terug met wederom een intrigerende psychologische thriller die veel elementen van klassieke meesterwerken pakt.

Joaquin Phoenix speelt de mentaal aangetaste oorlogsveteraan Joe. Een brede bebaarde hitman die het vuile werk van anderen opknapt. Hij woont samen met zijn moeder voor wie hij liefdevol zorgt. In de film wordt meermalen expliciet verwezen naar Psycho (1960). De relatie tussen Joe en zijn moeder is aan de ene kant aandoenlijk en aan de andere kant is het apart om zo’n meedogenloze man als Joe zo liefdevol tegen zijn moeder te zien doen. Beide hebben geen andere mensen in hun leven. Hun relatie doet denken aan dat wat Norman Bates zegt over zijn moeder in Psycho: “A son is a poor subsitute for a lover.” Dat geldt andersom ook voor Joe.

You Were Never Really Here

Joe heeft serieuze mentale problemen. Hij heeft continu flashbacks naar zijn jeugd, zijn tijd in Irak en een lang vergane liefde. Bovendien is Joe suïcidaal en is het zorgen voor zijn moeder het enige wat hem van zelfmoord houdt. Er woedt een moordlustige agressie in Joe die zijn oorsprong kent in zijn verleden. Maar hoe precies wordt nooit uitgelegd. Zijn flashbacks geven iets van een idee van zijn verleden maar er wordt geen tijd verspild aan het voorkauwen van zijn achtergrond. Dat wat niet verteld wordt mag de kijker zelf invullen.

Taxi Driver
Naast Psycho valt You Were Never Really Here het meest te vergelijken met Taxi Driver (1976). Net zoals in Taxi Driver is er een jong meisje in nood. Joe krijgt de opdracht om de gekidnapte dochter Nina (gespeeld door Ekaterina Samsonov) van de senator te redden van haar leven als seksslaaf. Travis Bickle (gespeeld door Robert De Niro) in Taxi Driver wil een meisje redden dat niet echt gered wil worden. Joe in You Were Never Really Here redt een meisje dat niet gered hoeft te worden. Nina had zijn hulp niet nodig. Zowel Joe als Travis hebben de agressie vooral zelf nodig als uitlaatklep.

Travis in Taxi Driver representeert Amerika dat Vietnam wil “redden” van het communisme, wat uiteindelijk eindigt in een onnodig bloedbad. Er kan analogisch geredeneerd worden ten opzichte van You Were Never Really Here. Joe is het Amerika dat een Irak of Afghanistan probeert te “redden” die niet gered hoeven te worden. Landen die ten tijde van de Amerikaanse inval er beter voor stonden dan nu.

You Were Never Really Here

Er is geen New Frontier, ideologie of vijand van formaat zoals Amerika destijds had aan het communisme. Amerika heeft militair gezien niemand meer te vrezen en toch pompt het elk jaar meer geld in defensie dan wie dan ook. De honger naar oorlog van Amerika valt te spiegelen aan de borrelende agressie in Joe. Nadat zijn vijanden zijn moeder als doelwit nemen, is wraak Joe’s beweegreden voor geweld. Net zoals 9/11 dat was voor Amerika. Ramsay heeft het idee van Taxi Driver gepakt en er een moderne invulling aan gegeven.

Geen meisjesmeisje
Joaquin Phoenix liet weten enorm veel respect voor de bevlogenheid van Ramsay te hebben. Haar betrokkenheid trok hem tot dit project. Ramsay staat bekend als een eigenwijze regisseur die volledige controle over haar films wil hebben en geen inmenging van studio’s duldt. Haar regiestijl varieert van het rauwe Europese in Morvern Callar (2002) tot Amerikaanse intensiteit in We Need to Talk About Kevin (2011).

Haar werk bevat altijd duistere psychologisch getinte onderwerpen. Lynne Ramsay is wat je zegt een vrouwelijke regisseur met ballen. Zij wijkt niet voor geweld en gruwelijke beelden. Ze is qua bloederigheid van hetzelfde kaliber als Chan-wook Park en Quentin Tarantino. Ramsay is samen met Claire Denis en Sofia Coppola een van de grote vrouwelijke regisseurs van deze tijd.
 

1 januari 2018

 
MEER RECENSIES

Wonder Wheel

****

recensie Wonder Wheel

Griekse goden in keukenschort

door Alfred Bos

Gevallen actrice droomt als serveerster in het pretpark van het Coney Island van kort na de Tweede Wereldoorlog over een beter bestaan, maar haalt zichzelf onderuit. Wonder Wheel is een Woody Bergman en een toneelfilm over toneel.

We zouden het de afgelopen jaren bijna zijn vergeten, maar er zijn twee soorten Woody Allen-films. Buiten zijn komedies omvat het oeuvre van de schrijver/regisseur – inmiddels 47 speelfilms groot, als de teller niet in de war is geraakt – meer serieuze karakterstudies. Naast een nar woont er een Bergman in Woody. Die laatste tekende voor het script en voerde de regie van Wonder Wheel. Het is zijn donkerste film sinds You Will Meet a Tall Dark Stranger uit 2010.

De locatie is Coney Island, het Zandvoort van Brooklyn. In de verloederde bioscoop draait Winchester ’73, de western van Anthony Mann, dus het moet een paar jaar na 1950 zijn. Humpty (John Belushi) houdt op de kermis van de promenade een carrousel draaiende. Hij is een drinkende vuilbek met een slinkende omzet. Zijn tweede vrouw Ginny (Kate Winslet), een gesjeesde actrice, serveert mosselen in het strandrestaurant. Ze weet zich gevangen in een uitzichtloos bestaan.

Plots verschijnt Carolina (Juno Temple), Humpty’s dochter die van pa is vervreemd na haar onbezonnen huwelijk met een gangster. Die zit na haar loslippigheid in de bak en de maffia zoekt haar. De vergane glorie van Coney Island, ooit een populaire attractie voor dagjesmensen,is haar laatste toevluchtsoord. Voorts is er de strandwacht Mickey (Justin Timberlake), een ex-marinier die in Manhattan drama studeert. Hij vertelt, als as waar de vrouwelijke hoofdpersonages rond scharnieren, het verhaal in voice-over.

Jaloerse stiefmoeder
Voormalige actrice, aspirant toneelauteur—Wonder Wheel gaat over toneel. En oogt vaak als toneel. De interieurscènes in Humpty’s en Ginny’s woning, een verlaten attractie, zijn statisch gedraaid en onnatuurlijk doch bijzonder fraai uitgelicht. Romanticus Mickey leest Hamlet and Oedipus (uit 1949, past exact in de tijdlijn), waarin psycholoog Ernest Jones het toneelkarakter van Shakespeare op de divan van Freud legt. In een gesprek met Ginny verwijst hij naar The Iceman Cometh, het toneelstuk van Eugene O’Neill (uit 1946, hoezee voor de tijdlijn) over alcoholisten in een uitzichtloos bestaan die dromen over een beter leven, het thema van Wonder Wheel.

Mickey neemt in een voice-over zelfs de term analka in de mond, het woord waarmee in het klassieke Griekse drama het noodlot wordt aangeduid. Dat noodlot roepen de mensen over zichzelf af, door hun impulsen te volgen en verkeerde keuzes te maken. De aspirant-toneelauteur Mickey begint een buitenechtelijke affaire met de voormalige actrice Ginny, die via hem haar laatste hoop levend houdt. Maar hij valt ook voor de naïeve Carolina, die net zo hard voor hem valt. Wat Ginny stinkend jaloers maakt. Zo jaloers dat ze op het beslissende moment, als de gangsters haar stiefdochter in het vizier hebben, de verkeerde keuze maakt.

Pyromaanzoontje
Het verhaal is donker van toon, maar de personages kleurrijk en de setting levendig. Aan spitse dialogen geen gebrek en als contrapunt van Ginny’s groeiende wanhoop fungeert Richie, het zoontje uit haar eerste huwelijk die moet worden behandeld voor pyromanie en brand sticht in de wachtkamer van de therapeute. Hij lijkt het vuur aan te stoken dat langzaam in haar dooft. Wat ziet hij in de vlammen, vraagt Humpty zich af. Het zijn de dromen die door de hoofden van de personages spoken, irreëel en verzengend.

Wonder Wheel graaft dieper dan Allens recente komedies en heeft in Ginny opnieuw een prachtrol voor vrouwen van een zekere leeftijd. Kate Winslet is meer dan overtuigend, John Belushi solide als een rots en de jonkies, Temple en Timberlake, voegen zich naar dat niveau. Speelde Blue Jasmine met het contrast tussen sociale elite en arbeidersmilieu, Wonder Wheel maakt van marginale mensen Griekse goden in keukenschort.

Het leven is een reuzenrad, leren meer films van Woody Allen. Op zijn tweeëntachtigste maakt hij die beeldspraak zichtbaar in een film vol terloopse verwijzingen naar zichzelf: een rad is ook een loop. Mooi script, voortreffelijk tijdsbeeld, prachtige vrouwelijke hoofdrol, fraai gefilmd. Wat valt er te klagen?
 

19 december 2017

 
MEER RECENSIES