Gimme Danger

***

recensie Gimme Danger

Verguisd maar niet vergeten

door Alfred Bos

Te zien in gelimiteerde release: het verhaal van The Stooges, de band rond Iggy Pop. Ze maakten toen geen enkele deuk, maar gelden inmiddels als de eerste punkband. Vastgelegd door Stooges-fan Jim Jarmusch.

Mooi om te zien hoe Iggy Pop (James Ostenberg, 1947) na een halve eeuw in de schaduw is uitgegroeid tot onversneden cultheld. Hij is niet uit de media weg te slaan; zijn gelooide tronie met die melancholieke blik straalt een authenticiteit uit die voor de muziekgeneratie van nu – de Justin Biebers en de Lady Gaga’s – met geen stylingrecept, tatoeëernaald of heroïnespuit valt te kopiëren. Iggy is echt. Hij heeft het leven geleefd. Kom daar maar eens om bij de jonkies.

Gimme Danger

Aldus liggen er twee recent verschenen boeken over hem in de winkel, is hij de gids in Erik Lieshouts documentaire To Stay Alive – A Method, werkt hij als acteur mee aan de nieuwe film van Terrence Malick en is er voor de ware fan een heus Iggy Pop action figure. Nu zowel Lou Reed als David Bowie rocken met de engelen, is Pop de laatste der Mohicanen, ieders favoriete rock & roll opa. Waar die platina reputatie op is gebaseerd, toont de documentaire Gimme Danger, die Iggy-fan Jim Jarmusch (Pop acteert in Dead Man en Coffee and Cigarettes) heeft gemaakt over Iggy’s eerste band-met-platencontract, The Stooges.

Nihilisme en rudimentaire rock
Net als The Velvet Underground werden The Stooges tijdens hun actieve jaren nauwelijks opgemerkt – alleen gewaardeerd door een minieme groep liefhebbers; de toen nog onbekende David Bowie was fan van beide bands – en is hun reputatie door de jaren heen langzaam gegroeid. Eerst onder muzikanten, na de reünie van 2003 ook bij het publiek.

The Velvet Underground staat inmiddels bekend als de aartsvaders van de alternatieve rock en The Stooges worden erkend als pioniers van punk. Er zijn meerdere lijnen tussen beide bands: VU-bassist John Cale produceerde het debuutalbum van The Stooges, Iggy scharrelde met VU-zangeres Nico en David Bowie produceerde zowel voormalig VU-voorman Lou Reed als Pop.

Dat debuutalbum, The Stooges uit 1969, en plaat nummer twee, Fun House van een jaar later, verkochten indertijd voor geen meter. Maar het nihilisme en de rudimentaire rock van die twee klassiek geworden albums, haaks op de hippiegeest van Woodstock, vormden midden jaren zeventig een voorname inspiratiebron voor punk: The Sex Pistols coverden de Stooges-track No Fun. Iggy is de granddaddy of punk. De complete punk en new wave-scene van New York in de jaren zeventig – New York Dolls, Patti Smith, Ramones – heeft naar The Stooges geluisterd. Ook Jim Jarmusch was fan.

Halfbakken anekdotes
En dat is misschien wel de grootste makke van Gimme Danger, Jarmusch zit zijn onderwerp te dicht op de huid. De betrokkenheid en kennis van zaken zit in ieder frame van de 108 minuten die de docu duurt. Er is echter geen kritische afstand, weinig context, geen brede visie. Jarmusch heeft ook de handicap dat zijn film eigenlijk te laat komt. Gitarist Ron Asheton is in 2009 overleden, toen zijn reputatie dankzij de groepsreünie van 2003 was gezet. Jarmusch was nog net op tijd om drummer Scott Asheton (overleden in 2014) en saxofonist Steve Mackay (overleden in 2015) voor de camera te halen.

Gimme Danger

Als overlever lijkt Pop onthecht en niet wezenlijk geïnteresseerd in een evaluatie van zijn jeugdwerk; hij beperkt zich tot een paar halfbakken anekdotes. Wat ook niet helpt is dat The Stooges in hun klassieke bezetting maar twee platen hebben gemaakt; de versie met James Williamson op gitaar steekt bleekjes af tegen The Stooges van hun debuutplaat en Fun House. Er is dus niet zo heel veel te vertellen. Bovendien is beeldmateriaal van toen schaars en hebben de nog levende bandleden weinig te melden. Het verhaal van The Stooges, hun belang en waarom ze zo lang zijn genegeerd, vraagt om een bredere aanpak.

Persoonlijke moed
Dat neemt allemaal niet weg dat Gimme Danger de ware fans zal plezieren, want iedere snipper info over de legendarisch maar lang ondergerapporteerde band is een te koesteren kleinood. Hoe diep de liefde bij die fans zit, illustreert een persoonlijke anekdote. In de winter van 1985, het zal eind februari geweest zijn, speelde de Schotse band The Jesus & Mary Chain hun Nederlandse debuutconcert in De Melkweg te Amsterdam. Na afloop gingen we bij mij thuis bier drinken en muziek luisteren. De eerste plaat die drummer Bobby Gillespie uit de kast trok was—Fun House.

Maar bovenal is Gimme Danger het best denkbare complement van To Stay Alive, de documentaire van Erik Lieshout over persoonlijke moed en de helende kracht van kunst. Kijken dus.
 

15 maart 2017

 
MEER RECENSIES

After the Storm

****

recensie After the Storm
Hopen tegen beter weten in

door Cor Oliemeulen

Ooit was hij een gevierd schrijver, nu een gokkende privédetective, gedumpt door zijn vrouw. After the Storm is opnieuw een meeslepend lichtvoetig drama van het grootste talent van de hedendaagse Japanse cinema.

Hirokazu Koreeda is de beste, en in eigen land meest geliefde, Japanse regisseur van de laatste twintig jaar. Misschien heeft het ermee te maken dat de Japanse cultuur minder toegankelijk – en vooral minder uitgesproken – is dan de westerse cultuur, ‘s mans filmjuweeltjes bereiken bij ons slechts mondjesmaat een groter publiek. Dat is onterecht, want Koreeda maakt zachtaardige humanistische films waarin je je vrij eenvoudig met de personages kunt identificeren. Geen komedies of tragedies, maar drama’s met zowel komische als tragische elementen. Door de lichtvoetige stijl, met een haast achteloze nonchalance, word je langzaam in het verhaal gezogen en krijg je zowaar sympathie voor de grootste loser. In de films van Koreeda komt het leven zoals het komt en schikken de personages zich in hun lot.

After the Storm

Familiedrama zonder scherpe kantjes
We zien dit al in zijn veel bejubelde fantasiefilm After Life (1998) waarin overleden mensen slechts één herinnering uit hun leven mogen meenemen naar het hiernamaals. Maar in zijn meer recente kunststukjes geldt familie als hoofdthema. Zo laat in Nobody Knows (2004) een vrouw haar vier jonge kinderen moederziel alleen achter in hun Tokioos appartement, zijn we in Still Walking (2008) getuige van een jaarlijkse familiereünie om een overleden zoon te herdenken, ontdekken twee echtparen in Like Father, Like Son (2013) dat hun zoontjes bij de geboorte zijn verwisseld en nemen drie zussen in Our Little Sister (2015) hun jongere halfzusje liefdevol op in hun midden.

Het zijn stuk voor stuk mooie familievertellingen, waarvan – hoe moeilijk of schrijnend de situaties soms ook zijn – de scherpe kantjes zijn afgehaald. Dit valt in de traditie van Koreeda’s veel bekendere landgenoot, Yasujirō Ozu, die in de jaren 50 de cinema vernieuwde met lange statische shots en zijn kenmerkende lage cameraperspectief. Waar Ozu al veelvuldig de intieme huiselijke sfeer beschouwde, geeft Koreeda zijn hedendaagse familiedrama’s een sociaal-realistische ondertoon. Ozu vertelde graag over de verhoudingen tussen de generaties, Koreeda’s vertrekpunt is meestal ronduit deprimerend: de protagonist krijgt te maken met het verlies van een geliefde. Hoe verder het verhaal vordert, hoe sterker het vaak wordt.

Gokkende privédetective
Hiervan is absoluut sprake in After the Storm, waarin Shinoda (Hiroshi Abe) tot zijn desillusie is gescheiden van Shiraishi (Yôko Maki) en grote moeite heeft om de maandelijkse alimentatie voor hun zoontje te betalen. Shinoda heeft vijftien jaar geleden een grote literaire prijs gewonnen, maar sindsdien wil het schrijven maar niet vlotten en probeert hij rond te komen als privédetective die overspelplegers moet betrappen. Naar de buitenwereld toe verdedigt hij zijn werkzaamheden als studiemateriaal voor een nieuw boek, maar het heeft er alle schijn van dat zijn creatieve bron is opgedroogd. Shinoda klampt zich vast aan zijn laatste restje trots door het aanbod van zijn uitgever om teksten bij manga’s te schrijven vriendelijk, doch resoluut, af te slaan.

After the Storm

Shinoda gokt om de alimentatie voor zijn zoontje te kunnen betalen. Op de dagen dat hij zijn zoontje heeft, verwent hij die. Zoontje tegen oma: “Als we de loterij winnen kunnen we weer een familie zijn.” En nadat zijn vader is overleden, struint Shinoda de woning van zijn ouders af op eventueel achtergebleven kostbaarheden. Sommigen weten het zeker: Shinoda lijkt als twee druppels op zijn vader, die zich ook gedroeg als een mislukkeling en klaploper. Zijn zus is de eerste die zijn gemak- en hebzucht graag bij hem inwrijft, terwijl Shinoda’s moeder de moed niet wil opgeven. Ondertussen vangt de regisseur de lamlendigheid van de protagonist in vele subtiele details, meer dan eens vergezeld van een melig muziekje.

Vervlogen dromen
After the Storm is een verhaal over vervlogen dromen, en hopen tegen beter weten in. Als op een dag Shiraishi hun zoontje bij Shinoada en zijn moeder komt ophalen, moet zij blijven overnachten omdat de storm snel nadert. “Tyfoons zijn verfrissend”, zo hint moeder op een hereniging van het gezin. En terwijl buiten de storm raast, gaat het gescheiden koppel, min of meer noodgedwongen, het gesprek aan en zoekt Shinoda voorzichtige toenadering tot Shiraishi. De situatie is ongemakkelijk, de dialogen zijn afwisselend warm, stug, leuk, oppervlakkig en ontroerend. Net als in het echte leven.
 

12 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Gold

**

recensie Gold

Moeizame zoektocht naar goud

door Nanda Aris

Gebaseerd op het waargebeurde Bre-X schandaal, speelt Matthew McConaughey in zijn nieuwste film een ware gold digger, voor wie we minder sympathie voelen dan waarschijnlijk gehoopt.

Het is niet voor het eerst dat Matthew McConaughey als een ware avonturier op zoek gaat naar een schat; dit deed hij eerder in Sahara (2005) en Fool’s Gold (2008). En waar hij voor zijn met Oscar bekroonde rol in Dallas Buyers Club (2013) zo’n twintig kilo afviel, kwam hij voor deze rol zo’n twintig kilo aan. Alleen al daarvoor is het werkelijk zonde dat de film de verwachtingen niet waar kan maken.

Gold

Goud
Jaren nadat Kenny Wells (McConaughey) het bedrijf Washoe Mining van zijn overleden vader overneemt, zit hij nagenoeg aan de grond. Hij is bij z’n vriendin Kay (een leuke rol van Bryce Dallas Howard) ingetrokken, als hij op een nacht droomt van gouden bergen in Indonesië. Het visioen van Wells komt, waarschijnlijk onbedoeld door de makers, als hebzuchtig over. Jungle wordt gekapt, en arme Indonesiërs ploeteren als robots achter elkaar aan in de goudmijn. Het maakt pijnlijk duidelijk hoe achteloos westerse bedrijven kunnen handelen.

Ring of fire
Wells betaalt met het horloge dat hij ooit aan Kay gaf, zijn ticket naar Indonesië, waar hij geoloog Michael Acosta (Edgar Ramírez) ontmoet. Acosta ontdekte de ‘ring of fire’, een veelbelovend gebied voor goudzoekers in Indonesië. Maar waar investeerders eens zo enthousiast waren, werd er later geloofd dat deze ‘ring of fire’ niet zou bestaan. Wells gelooft Acosta echter wel, door het visioen dat hij had. Samen besluiten ze ervoor te gaan, en waar Acosta het veldwerk coördineert, gaat Wells op zoek naar het geld van investeerders.

De twee mannen zijn elkaars tegenpolen: Wells een zwaar rokende en drinkende ritselaar, Acosta de rust zelve. Beide voelen lichtelijk gekunsteld aan, en hieruit blijkt meer weer eens hoe belangrijk een schrijver en regisseur zijn. Want waar McConaughey voor zijn excentrieke rol in Dallas Buyers Club een Oscar won, kan hij nu met zijn acteren de film niet naar een hoger niveau tillen. De scheidslijn tussen excentriek en over the top is dun.

Gold

Tijger
Over the top bereikt z’n hoogtepunt wanneer Wells en Acosta besluiten vriendschap te sluiten met de zoon van de president van Indonesië. De president heeft de vergunningen van Wells en Acosta ingetrokken, nadat de eerste monsters veel goud beloven. De grote mijnbazen mengen zich erin en fluisteren de president in om de vergunningen in te trekken. De zoon staat niet op goede voet met zijn vader, en dat is waar Wells en Acosta hun kans ruiken. Met het aaien van de tijger, en het daarmee bevestigen van de verdeling van de buit, lijkt de film verworden tot een slechte B-film.

Pikhouweel
Gelukkig kent de film ook een paar aardige scènes, zoals wanneer Kenny zijn geluk wil vieren met Kay en de hotelkamer vol geplaatst heeft met gele rozen, en zelf met een roos in z’n mond op bed ligt. McConaughey z’n voorkomen – dikke buik, witte openstaande badjas, en plofferige witte onderbroek – zou een gniffel op kunnen leveren. En de toespraak die Wells geeft nadat bekend wordt dat hij het gouden pikhouweel wint, kent prachtige woorden. Ze missen alleen de kracht om echt aan te komen.
 

11 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Day Will Come, The

***

recensie The Day Will Come

Terreur in belang van kind

door Cor Oliemeulen

Op het eerste gezicht lijkt The Day Will Come het zoveelste drama waarin een slachtoffer door middel van fantasie de hel probeert te ontvluchten. Maar wie verder kijkt dan de verwachtingsvolle titel ziet een modern Oliver Twist-verhaal met intrigerend plot en sterke vertolkingen.

De Denen hebben het laatste decennium danig van zich laten horen met filmproducties die ver buiten Scandinavië furore maakten. Al voordat hele volksstammen zich lieten vollopen met vooral Amerikaanse tv-series kluisterden fans zich massaal aan het beeldscherm voor de politiereeks The Killing (Forbrydelsen) en het politieke drama Borgen. Zentropa, het productiehuis van regisseur Lars von Trier, bracht voor The Day Will Come een aantal zeer getalenteerde landgenoten bij elkaar.

The Day Will Come

Wreed
We hebben het allemaal al eerder gezien: jongens belanden op last van de staat in een weeshuis of tuchthuis alwaar zij hard, soms onmenselijk wreed, worden aangepakt om later als volwaardige en brave burgers aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Maar in het Denemarken van eind jaren 60 waarin jongeren openlijk strijden voor vrede, vrijheid en liefde, kan de generatiekloof bijna niet groter zijn. Degene die zich niet gedraagt of geen ouder heeft die voor hem kan zorgen, loopt kans te belanden in het tehuis van de tirannieke Frederik Heck (Lars Mikkelsen: The Killing, Borgen en later als Russische president in House of Cards). Een idealist van de oude stempel die door middel van keiharde discipline en vernedering heilig gelooft het belang van het kind te dienen.

Als iemand zich niet aan de regels houdt, mag de groep kiezen: óf iedereen wordt gestraft óf iedereen mag de zondaar enkele rake klappen verkopen. Bedplassers moeten buiten in weer en wind in hun onderbroek op een kistje staan net zo lang tot het natte laken, dat ze met gestrekte armen moeten vasthouden, is opgedroogd. Als het hulpje van de directeur met zijn sleutelbos rammelt, moet je pas echt op je tellen passen. En dan is er altijd nog een pedofiele begeleider die ’s nachts een jongetje uit de slaapzaal komt halen en niet vies is van een verkrachting meer of minder.

The Day Will Come

Watertoren als Apollo
The Day Will Come drijft op treurnis en geweld, maar stijgt uit boven clichés en middelmaat. Enerzijds door het sterke scenario van Søren Sveistrup, de bedenker en schrijver van The Killing, die de hoofdpersonages een realistische complexiteit heeft toebedeeld. Anderzijds door de strakke, gedegen regie van Jesper Nielsen, eerder verantwoordelijk voor een aantal afleveringen van Borgen. En dan is er nog Sofie Gråbøl, die in het eerste en derde seizoen van The Killing de eigengereide hoofdinspecteur Sarah Lund speelt. Ditmaal fungeert zij als de nieuwe lerares in het jongenstehuis die met lede ogen moet toezien hoe hier de tijd heeft stilgestaan. Hoewel zij gefrustreerd met de noorderzon vertrekt, blijft de kijker zich vastklampen aan de hoopgevende filmtitel.

Centraal in het drama staan de broertjes Elmer en Erik, in het tehuis geplaatst nadat hun moeder voor behandeling van kanker in het ziekenhuis is opgenomen. De oudste, Erik, is de rebel; Elmer (met klompvoet) de dromer. Met zijn fantasierijke verhalen weet Elmer voor zowel zichzelf als zijn broer en lotgenootjes het alledaagse leed te verzachten. Hij is gefascineerd door de ruimtevaart en wil later astronaut worden. De watertoren op het buitenterrein, mooi van onderaf gefilmd met de maan erboven, geldt als metafoor voor de eerste Amerikaanse Apollo-raket die op het punt staat om op de maan te landen en staat tegelijkertijd symbool voor Elmers drang naar vrijheid en rechtvaardigheid. Terwijl de directeur zowaar op weg is naar een koninklijke onderscheiding, is het aan een nieuwe inspecteur om tot de lamgeslagen jongens door te dringen. Maar dan weet de kijker gelukkig allang dat ooit De Dag Zal Komen.
 

10 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Hidden Figures

***

recensie Hidden Figures

Opgewekt meisjesboek over rekenwonder

door Cor Oliemeulen

De ruimtevaart is een mannenaangelegenheid. Hoe prachtig is het dat nota bene een zwarte vrouw in het racistische Amerika van de jaren 60 een bepalende rol in de prestigestrijd tussen oost en west ging spelen.

Rekenwonders zijn geniaal, briljant en meestal excentriek. Kijk maar naar de vele biografische films: een onaangepaste schizofreen in A Beautiful Mind (2001), een zwaar lichamelijk gehandicapte in The Theory of Everything (2014), een hooghartige homo in The Imitation Game (2015) en een obsessieve Indiër in The Man Who Know Infinity (2016). De hoofdpersoon van Hidden Figures behoort ook tot een minderheid, maar zij heeft allesbehalve een buitenissig karakter. Niet bij haar, maar bij de maatschappij zit er een steekje los.

Hidden Figures

Geromantiseerd
Virginia, 1961. Een groep van enkele tientallen Afro-Amerikaanse vrouwen bemant een afdeling van ruimtevaartorganisatie NASA. De dames zijn goed in rekenen en doen het werk dat later door een computer zal worden overgenomen. We volgen drie bevriende collega’s met ambities. Mary Jackson (Janelle Monáe) die ingenieur wil worden; Dorothy Vaughan (Octavia Spencer) die het werk van een supervisor doet maar die functie maar niet krijgt; en de vrouw om wie de film draait: Katherine Johnson (Taraji P. Henson), de bescheiden en uiterst accurate wiskundige die een prominente rol in de Amerikaanse ruimtevaart zou gaan vervullen.

Waar het recente biografische drama Loving zich focust op een verboden interraciaal huwelijk in het racistische zuiden van de jaren 60, ontwikkelt Hidden Figures zich als een spannend en opgewekt Amerikaans meisjesboek. Een feelgoodfilm, gebaseerd op een non-fictieboek, niet wars van geromantiseerde trekjes. Wanneer het rekenwonder spontaan de meest ingewikkelde formules op een schoolbord gaat schrijven, weet je zeker dat het niet meer stuk kan.

Alles in het verhaal draait om inspiratie: vanaf de openingsscène – waarin het patriottisme de racistische inborst van een politieman overstijgt – tot en met de finale – waarin de protagonist astronaut John Glenn een behouden landing garandeert en het orkest zijn mooiste overwinningsdeuntje mag spelen.

Hidden Figures

Speciaal toilet
Hidden Figures ademt sterk de sfeer van The Help, de verfilmde keukenmeidenroman die weliswaar meer stereotiepe beelden bevat. Ook hier zijn de vrouwen sterk en wordt het schrijnend onrecht slechts miniem aangestipt en al snel overvleugeld door wat luchtigers. Er is de makers immers alles aan gelegen de vaart in de film en de sfeer optimistisch te houden, gesteund door een vlotte soundtrack (met helaas amper tien seconden Miles Davis) en het mooie, meer dan eens grappige, spel van de drie bevriende collega’s. Ook in Hidden Figures zitten korte fragmenten van segregatie in bussen en bibliotheken, maar aan de dagelijkse gang naar een speciaal toilet voor gekleurde dames (in dit geval in een gebouw honderden meters verder) wordt verhip nóg meer aandacht besteed dan in The Help.

Ook alle bijrollen zijn prima ingevuld. Zo zien we Kirsten Dunst als supervisor van de rekenafdeling van onze ‘coloured group’ die heel langzaam wat sympathie voor de parmantige, vasthoudende Dorothy kan opbrengen, Maharshala Ali (Oscar voor zijn rol als sympathieke drugsdealer in Moonlight) die zorgt voor de romantische noot in Katherine’s leven en Kevin Costner, die sowieso zijn meest geloofwaardige rollen speelt op het moment dat hij een ouderwetse bril draagt. Als baas van de Space Task Group is hij maar al te graag bereid om discriminerende elementen van de werkvloer te verwijderen zodat uiteindelijk de Amerikanen, en niet de Russen, als eerste een baan om de aarde kunnen maken.

Katherine Johnson was een onmisbaar genie en het is goed dat er een eerbetoon over haar leven op het witte doek is verschenen.
 

5 maart 2017

 
MEER RECENSIES

American Honey

***

recensie American Honey
Roadtrip to nowhere

door Nanda Aris

Een coming of age waarin een groep tieners en twentysomethings al tijdschrift verkopend, maar bovenal feestend, drinkend en rokend, in een busje door Amerika trekt.

American Honey is de vierde speelfilm van de Britse Andrea Arnold, die eerder onder andere Fish Tank (2009) en de korte film Wasp (2003) maakte. Voor deze laatste mocht ze een Oscar in ontvangst nemen. Ze behandelt graag thema’s als (Engelse) armoede, opgroeiende jeugd, en ingewikkelde relaties. Het is daarom dat haar werk wel eens vergeleken wordt met dat van Ken Loach, die we kennen van het prachtige I, Daniel Blake.

American Honey

Wilde familie
Robbie Ryan is verantwoordelijk voor de cinematografie van de film en doet dat zeer verdienstelijk. Zo zien we een tegen zijn eigen cape plassende hond, wapperende haren in een auto, gummiberen op een raam en vuurvliegjes bij een meer.

De inspiratie voor de film American Honey kreeg Arnold door het artikel ‘Door to Door: Long Days, Slim Rewards; For Youths, a Grim Tour on Magazine Crews’ uit 2007, geschreven door Ian Urbina. In Amerika bestaan er rondtrekkende groepjes jongeren, zoals in de film, die van deur tot deur gaan en tijdschriften verkopen. Arnold besloot daarop met zo’n groep mee te gaan, en ontdekte dat het niet zozeer een baan als wel een levensstijl is, en dat de jongeren geen collega’s van elkaar zijn, maar meer een wilde familie.

Nieuw bestaan
De film start met beelden van een dumpsterdivende Star (een goede rol van de jonge debuterende Sasha Lane) met twee kinderen. We begrijpen later dat dit de kinderen zijn van haar vriend die ze allen besluit achter te laten, om op de baan-uitnodiging van Jake (troubled kid Shia LeBeouf) in te gaan.

Er is chemie tussen Star en Jake (dat levert de beste scènes op), en Star wil graag ontsnappen aan haar armoedige bestaan. Het tijdschriften verkopen heeft Star niet direct in de vingers, waardoor Krystal (Riley Keough), de manager van de groep, en de enige met focus, haar op het matje roept. Als er wordt gedreigd dat ze de groep zal moeten verlaten, begrijpt Star dat het tijdschriften verkopen niet bijzaak is. Star is jong en naïef, en om tijdschriften te verkopen stapt ze bij vreemde mannen in de auto.

American Honey

Uitzichtloos
Ook Jake danst naar de pijpen van Krystal, iets wat Star niet bevalt, maar waar ze niks van kan zeggen. Hoe verder de film vordert, hoe minder vrijblijvend en energiek de situatie wordt. De jongeren drinken, roken, feesten, vechten, rebelleren en zingen hard met de muziek in de auto mee. De scheidslijn tussen tijdschriften verkopen, kleine en grotere misdaad en prostitutie lijkt klein. Maar het verhaal sleept te lang voort, en als kijker vraag je je af waarom de film twee uur en drie kwartier duurt.

Als er naar het einde van de film een nieuw meisje zich aansluit, lijkt het alsof Star naar zichzelf kijkt; ze herkent het nieuwsgierige en de hoop. The American Dream lijkt echter onbereikbaar, Star kan een vlieg redden uit het water, een schildpadje door deze naar het water te brengen, maar kan zichzelf geen vleugels geven om de vicieuze cirkel te doorbreken.
 

3 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Premier, De

*

recensie De Premier

Politicus als actieheld

door Alfred Bos

Terug uit Hollywood, waar hij zijn succesfilm Loft voor de Amerikaanse markt opnieuw verfilmde, vertilt Erik van Looy zich aan een eigen scenario. De Premier is om te lachen. Helaas is het geen komedie, maar een actiethriller.

Actiethrillers moeten stunten. In hun speelhoek van de cinema is het druk, het publiek verwend. Dus buitelen ze over elkaar, de grandioze premissen en de sensationele plotwendingen. Veel sensationeler dan het vertrekpunt van De Premier wordt het niet: de hoogste bestuurder van de staat België wordt door een duistere partij gedwongen om de Amerikaanse president om te leggen. Gelieve uw verstand bij de kassa achter te laten. Ontvangstbewijs goed bewaren.

De Premier

De Belgische regisseur Erik van Looy, in eigen land uitgegroeid tot Bekende Vlaming als presentator van de tv-quiz De Slimste Mens Ter Wereld, maakte in 2003 indruk met zijn verfilming van Jef Geeraerts’ roman over een dementerende huurmoordenaar, De zaak Alzheimer. Vijf jaar later verblufte hij vriend en vreemdeling met het razendknappe Loft, een puzzelthriller rond vijf vrienden en hun sekszolder. Het werd de best bezochte Belgische film aller tijden, tot twee maal toe herfilmd. Eerst in Nederland (slap), vervolgens door Van Looy zelf in Hollywood (geen verbetering).

Extreem esthetiserend
Uit Hollywood heeft Van Looy, weer terug op Vlaamse bodem, de conceptuele aanpak meegenomen. Een reeks bewezen succeselementen wordt als puzzelstukjes op de tekentafel uitgespreid en met wat schuiven en een enkel eigen idee tot een nieuw succesnummer samengevoegd. Voor Loft kon de regisseur terugvallen op het script van acteur Bart de Pauw; voor De zaak Alzheimer op het boek van Geeraerts, door hemzelf en coscenarist Carl Joos (die het toneelstuk The Broken Circle Breakdown omwerkte tot filmscript) bewerkt tot draaiboek.

Ditmaal komt de vertelling uit de koker van Van Looy en Joos, en de uitzinnige premisse – politicus als actieheld – moet het gebrek aan creatieve ideeën maskeren. Hoe onzinninger de film zich ontwikkelt, hoe meer meelijden je krijgt met acteur Koen De Bouw (die eerder hoofdrollen vertolkte in De zaak Alzheimer, Loft en Het Vonnis) als premier Michel Devreese. Hij heeft, net als de actrices Tine Reymer (zijn vrouw Christine) en Charlotte Vandermeersch (zijn spindoctor Eva, met wie hij – uiteraard – een geheime relatie heeft) nauwelijks fatsoenlijke tekst om mee te werken.

Zeeziek
Illustratief is de slotscène: de beproeving is achter de rug, de premier kijkt uit over de tuin van zijn villa waar zijn kinderen onder het oog van zwaarbewapende para’s spelen en zijn vrouw met de rozen bezig is, maar iedereen zwijgt. Hier had een eenvoudige dialoog, een simpel stukje tekst, wonderen kunnen doen. Nu blijft het een mooi maar volstrekt nietszeggend beeld. Je wordt als kijker aan je lot over gelaten, doe het zelf maar. Net zo nutteloos is de proloog: extreem esthetiserend gefilmd, maar irrelevant voor het verhaal. Oh, het is een droom.

Maar niet alleen het kolderieke uitgangspunt en de krukkige dialogen halen De Premier onderuit. Daar werkt de regisseur hard aan mee door te kiezen voor het soort cameravoering dat in generieke B-films standaard is geworden: nerveuze montage, onnodige camerabewegingen, veel drukte om de kijker – met de veronderstelde aandachtsspanne van een ADHD-patiënt – bij de les te houden.

De Premier

Typerende scène: de premier is door zijn invalchauffeur (Stijn van Opstal) naar een vervallen energiecentrale gereden en krijgt daar te horen dat zijn kinderen zijn ontvoerd: meewerken of hij ziet ze niet meer. De confrontatie zou een dramatisch moment moeten zijn, maar Van Looy maakt de kijker zeeziek door de camera eindeloos rondjes te laten tollen om de premier en de booswicht (Dirk Roofthooft). Alsof hij zijn eigen regiekunsten niet vertrouwt. Of zijn publiek voor debiel acht.

Stramme dialogen
Voor de Nederlands-Engelse actrice Saskia Reeves valt er nauwelijks eer te behalen aan haar rol van Amerikaanse president. Haar naturel smoort in het surrealisme van het verhaal en de stramme dialogen. Volstrekt ongeloofwaardig is de Engelse acteur Adam Godley als chef van de presidentsbeveiliging; je ziet in hem een listige accountant, geen alfa-aap. Urgentie kan de film niet worden ontzegd, want de plot propt een half etmaal in twee uur speelfilm, maar zelfs die ballon loopt leeg dankzij een overbodige en nogal flauwe laatste plotwending.

Is er dan echt niets aardigs aan De Premier te ontdekken? Helaas, nee. De film ging afgelopen november uit in België en werd daar gemengd ontvangen. Een Nederlandse remake, met Jeroen Spitzenberger als Rutte, hoeven we niet te verwachten en om een Kuifje redt de wereld zit men in Hollywood niet te springen. Geen nood, er ligt nog een stapel Geeraerts-thrillers te wachten op verfilming.
 

28 februari 2017

 
MEER RECENSIES

United States of Love

**

recensie United States of Love

Vrijheid komt met een prijs

door Ralph Evers

Tegen de achtergrond van de val van de Muur, nieuwe vrijheden, nieuwe toekomst, worstelen vier vrouwen met deze gegevenheden. Teleurgesteld in de liefde, met vervallen dromen en in eenzaamheid geraakt, pogen ze een draai aan hun leven te geven, ten gunste van het heden.

Hoewel de val van de Muur groots en uitbundig gevierd werd, verdampte de euforie in de weken en maanden erop. Een nieuwe wereld vraagt om een nieuw houvast. Het communisme en de staatsterreur zijn dan wel voorbij, de infrastructuur en de culturele vezels zijn niet zomaar weg. De alledaagse patronen van de hoofdrolspelers wrijft met de nieuw verworven vrijheden, die op zichzelf weer verlangens laat lonken om het hoekje van de grauwe muren. Ergens, daar in het nabije ligt een belofte tot avontuur, spanning en zingeving te wachten.

The United States of Love

Mistroostig blauw
Dat ongemakkelijke huwelijk tussen nieuwe mogelijkheden en oude teleurstellingen wordt door de Moldavische cameraman Oleg Mutu op de hem bekende manier treffend vastgelegd. Andere films waarin hij schittert zijn 4 maanden, 3 weken en 2 dagen, The Death of Mr. Lazarescu en Tales from the Golden Age. Wat zijn stijl kenmerkt is een mistroostig blauw pastelfilter over het beeld. Kleuren verfletsen gelijk de hoop op een snelle bevrediging.

Wat opvalt zijn de herhaaldelijke shots van één van de protagonisten, lopend, tegen een ofwel vervaagde ofwel uniforme achtergrond. De blik streng gericht, terwijl grauwe graslanden, sovjet-architectuur of eindeloze muren aan ons voorbijtrekken. Op z’n tijd werkt dit natuurlijk versterkend als beeldtaal. De hoeveelheid echter die we tijdens de film voorgeschoteld krijgen, doet eerder denken aan een creatieve beeld-armoede (hetgeen wel aansluit bij de ongestilde verlangens van onze vrouwen).

Vier vrouwen
Het verhaal ontwikkelt zich langs vier vrouwen, waarbij de vier verhaallijnen op een vloeiende, haast ongemerkte manier in elkaar overlopen. De eerste vrouw, Agata, voelt zich klemzitten in een uitgeblust huwelijk, dat af en toe opleeft in wat obligate vrijpartijen. Ondertussen verlustigt ze zich aan de priester, die veelvuldig over de liefde (s)preekt. Iza, de schooldirecteur, zoekt haar heil bij een arts en vader van een van haar leerlingen. Een trauma uit het verleden zit nog voortdurend op de hielen om haar genadeloos af te straffen. Overtuigend in haar verkilde, verbeten blik gevangen. Zij het dat de balans doorschiet in eindeloze shots van een gejaagd stappende Iza tegen fletse, liefdeloze decors.

The United States of Love

De derde vrouw is Renata. Een lerares die op het punt staat met pensioen te gaan en haar appartement deelt met planten en zangvogels. Ze is gefixeerd op de vierde vrouw die gevolgd zal worden en die een brug tussen de personages slaat, Marzena. De zus van Iza en voormalige miss beauty-winnares die nu werkzaam is als aerobicsinstructrice en zich vereenzaamd voelt nu haar man in Duitsland zijn geld verdient en nog nauwelijks thuis is. Nog altijd droomt ze van een carrière als model. Een droom die genadeloos stukgeslagen zal worden.

United States of Love is geen gemakkelijke film. Niet alleen is de film rauw en naakt in de getoonde ellende, de film vraagt ook een doorzettings- en inlevingsvermogen om door de vele zwijgende shots te komen.
 

27 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Harmonium

***

recensie Harmonium

Ideale families bestaan niet

door Cor Oliemeulen

In de perceptie van regisseur Kôji Fukada bestaan er geen ideale families. Iedereen heeft een verleden en is daarmee verantwoordelijk voor het (on)geluk van de ander.

De Japanse cinema heeft een rijke traditie op het gebied van familiedrama. Boegbeeld Yasujirō Ozu schetste veelvuldig de verhouding tussen de generaties (vaak een weduwnaar en een ongetrouwde dochter) met als hoogtepunt Tokyo Story waarin een ouder echtpaar op bezoek komt bij hun kinderen in Tokio en daar vooral op onverschilligheid en onwil stuit. De hedendaagse Japanse filmmaker Kôji Fukada breekt met die traditionele kijk op familie in zijn thrillerachtige drama Harmonium. Liever een onvervalst staaltje modern realisme dan familieconflicten oeverloos met de mantel der liefde bedekken.

Harmonium

Familie is absurd
Voor regisseur Fukada is familie iets absurds. Mensen komen samen en stichten een gezin, terwijl ze vaak heel verschillend zijn en elkaar niet begrijpen. Iedereen heeft een verleden en soms vertel je je partner hierover, maar soms ook niet. Mensen zijn per definitie niet goed of slecht, maar ze uiten zich als consequentie van hun onderlinge relaties. Dat geldt in ieder geval voor de personages in Harmonium, waarin zelfstandig metaalbewerker Toshio plotseling bezoek van een oude bekende krijgt. De levens van Toshio, zijn vrouw Akié en dochter Hotaru zullen hierna nooit meer hetzelfde zijn.

Voor Akié is het aanvankelijk zeer ongemakkelijk wanneer haar man de ex-gedetineerde Yasaka (Tadanobu Asano, de sadomasochist in Ichi the Killer) in huis haalt. De twee mannen kennen elkaar van vroeger en voor Toshio is het niets meer dan normaal dat Yasaka tijdelijk bij hem komt werken, alsook eten en onderdak vindt. Ze praten niet veel en laten het verleden zoals het is. Voorlopig.

De vreemdeling maakt een enigszins zonderlinge indruk. Hij eet bijzonder snel, wordt geteisterd door nachtmerries, slaapt niet graag in het donker en loopt soms halfnaakt door het huis. Maar Yasaka blijkt tegelijkertijd bijzonder aardig, bescheiden en gedienstig. Als Yasaka hun dochter Hotaru helpt met het instuderen van een muziekstuk op het harmonium ontstaat er langzaam een band en vertelt hij Akié waarom hij tien jaar in de gevangenis heeft gezeten. Gelovig als zij is, wil zij hem graag vergeven en onder de hoede van de Heer wensen.

Harmonium

Verlossing of tragedie?
Langzaam duiken we in de diepte van de mensenziel en proberen we te ontdekken hoe een verschrikkelijke tragedie tot stand komt. Pas vele jaren later verschijnt een nieuwe mysterieuze vreemdeling ten tonele en worden er nog meer oude geheimen onthuld. Samen met de slachtoffers gaan we op zoek naar de antwoorden, maar het is de vraag of die er ook komen. Leidt de speurtocht naar een nieuwe tragedie of naar verlossing?

Harmonium is interessant vanwege de karakterpsychologie, die niet wordt uitgelegd en voor meerdere interpretaties vatbaar is. Een bewuste keuze van Kôji Fukada die in navolging van de filmmakers van de nouvelle vague de acteurs zelf zoveel mogelijk ruimte geeft om hun karakters in te vullen. Dat leidt tot een apotheose die voor de ene kijker uiterst realistisch en voor de andere kijker uiterst onbevredigend zal zijn. Een tussenweg lijkt nauwelijks mogelijk.
 

25 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Miss Sloane

****

recensie Miss Sloane

De lobby versus de democratie

door Alfred Bos

Hoe maak je een onhip thema als lobbyen inzichtelijk én spannend? Door er een politieke thriller vol manipulatie, paranoia en persoonlijke moed van te brouwen. Met een tijger in mantelpak in de hoofdrol.

De politieke thriller Miss Sloane speelt zich af in de ingewanden van de macht, het lobbycircuit van Washington. Bedrijven en organisaties huren verbale masseurs, de lobbyisten, in om buiten het zicht van het publiek, de media en concurrerende partijen, tijdens lunches in veel te dure restaurants of privéontmoetingen op duistere plekken, het beleid van de overheid naar hun hand te zetten. De kiezer wikt, de lobbyist beschikt.

Miss Sloane

Het is wellicht een weeffout in de democratie – ook in Brussel zijn er op iedere ambtenaar van ‘Europa’ een handvol lobbyisten actief – en Miss Sloane schetst een vlijmscherp portret van de machtsspelletjes buiten het zicht van de democratische orde. Elizabeth Sloane, de meest succesvolle lobbyist van Washington (een glansrol van Jessica Chastain), wordt door de wapenlobby gevraagd om de sentimenten over wapenbezit in een vergeten doelgroep, vrouwen, te doen kantelen.

Ze weigert, zegt per direct haar baan op, stapt met haar halve team over naar een ideëel lobbykantoor en begint een campagne tegen wapenbezit. Dame Sloane is een kat die zelfs met handschoenen aan nauwelijks valt te temmen: uiterst doortrapt, tactisch genadeloos en obsessief als het op winnen aankomt. Haar monoloog waarmee de film opent geeft een miniportret van de vrouw en haar opvattingen: anticipeer, wees de tegenpartij altijd een zet voor.

The Newsroom
Die kwaliteiten zal ze nodig hebben, want ze vindt haar voormalige werkgever tegenover zich. Die bepleit niet alleen de belangen van de wapenindustrie, hij wil Elizabeth Sloane vernietigen. Het spel wordt grof gespeeld, alles – ook geheimen uit de slaapkamer en persoonlijke trauma’s van medewerkers – is toegestaan om de tegenpartij knock-out te slaan. Moreel besef is een luxe die de winnaar zich niet kan veroorloven. Er kan er maar één zegevieren en dat is degene met de minste scrupules en de meeste azen in de mouw.

De Engele regisseur John Madden is een veteraan die elk genre aan kan, van romantisch drama (Captain Corelli’s Mandolin) tot komedie (de twee Exotic Marigold Hotel-films) en thriller (The Debt, ook met Chastain). Miss Sloane is strak, met veel vaart en achteloos vakmanschap verteld. Het Sloane-personage krijgt diepte, via spaarzame hints wordt duidelijk waarom ze is zoals ze is: een beschadigde vrouw met een ruggengraat van staal. Wat ook in het voordeel van de film werkt is een geraffineerde, maar geloofwaardige plot. En een sterke rolbezetting.

De scènes op de lobbykantoren herinneren aan de tv-serie The Newsroom (razendsnelle en spitse dialogen) en inderdaad zien we enkele acteurs uit dat tv-drama terug: Alison Pill als Sloane’s afvallige adjudant en Sam Waterston als haar voormalige baas en grote tegenstrever. Daarnaast zijn er prominente rollen voor de Engelse acteur Mark Strong als haar nieuwe werkgever en veteraan John Lithgow als de senator die haar via een openbare hoorcommissie professioneel poogt te breken.

Miss Sloane

Aanklacht
Het is genoeg voor een politieke thriller à la Three Days of the Condor of The Parallax View, jaren zeventig films waaruit de paranoia met dikke wolken opwalmt. Je kunt hem ook plaatsen in de hoek van The Big Short: de film maakt machinaties inzichtelijk die iedereen raken maar voor de meesten abracadabra zijn.

En Miss Sloane is een openlijke aanklacht, niet alleen tegen de praktijken van de Amerikaanse wapenindustrie die elk initiatief gericht tegen hun nering via vuil spel onderuit haalt, maar tegen de lobbypraktijk in het algemeen die als een kanker het proces van wetgeving heeft overwoekerd. “Het systeem is verrot, het beloont de ratten.” De waarheid laat zich alleen als fictie vertellen.

In Amerika is de film – een Europese productie, van een Europese regisseur – lauwtjes ontvangen. Amerikanen reageren doorgaans kribbig wanneer buitenlanders hen op hun feilen wijzen. Maar denk voor Washington Brussel en de portee van Miss Sloane blijft overeind. Krachtige boodschap, krachtige film.
 

21 februari 2017

 
MEER RECENSIES