Aloys

***

recensie Aloys
Schetsen van eenzaamheid

door Ralph Evers

Aloys is de eerste lange film van regisseur Tobias Nölle. Een film met een eigen gezicht, vervreemdend door haar surrealisme en subtiel balancerend tussen humor en drama. Blijft de kijker echter gefascineerd?

Aloys Adorn heeft samen met zijn vader een privédetectivebureau. Hij brengt zijn tijd door van achter een camera, waar hij vreemdgaande partners filmt. Hij is een zonderling man, die zijn leventje perfect onder controle heeft. Dan overlijdt zijn vader en begint zijn wereld barsten te vertonen. Op een ochtend wordt hij wakker in een bus. Bijkomende van een kater ontdekt hij dat zijn filmcamera met een aantal belangrijke tapes voor een huidige zaak verdwenen zijn. Niet lang daarna wordt hij gebeld door een mysterieuze vrouw die zijn handel en wandel nauwlettend in de gaten heeft gehouden.

Aloys

De film wordt naar een meta-positie getrokken en we gaan samen met Aloys op het mysterie af. We krijgen aanvankelijk enkele hints en worden tevens misleid. De vrouw nodigt hem uit tot een Japanse uitvinding: telephone walking, ontwikkeld door een Japanse neurologe uit 1984 om eenzame mannen te helpen. Als je je hoofd dicht bij de muur houdt kun je horen waar de ander is. Fantasie en realiteit vervloeien door het harde beton in elkaar over. Een uitweg lijkt zich in Aloys’ lege en eenzame bestaan aan te bieden.

Verwarring alom
Vanaf het begin voelt Aloys al wat vreemd aan. De staalblauwe luchten, weidse perspectieven, de kille stedelijkheid en industriële elementen vervreemden het individu in de opslokkende omgeving. De kleurtinten zijn gedimd en de muziek neigt stemmig, maar versterkt het vervreemdende gevoel door de verstilde klanken een rust te geven.

Hoewel Aloys zijn zaakjes nog aardig op orde heeft, zal menig kijker even moeten zoeken naar houvast. Wanneer dit zich lijkt aan te dienen worden we opnieuw op het verkeerde been gezet door de mysterieuze beller. Hierin is de film weinig meedogend naar de kijker.

Aloys

De scènes tussen de fantasie en de realiteit wisselen elkaar in hoog tempo af. Dit levert soms prachtige beelden op, zoals de rookwolk in het bos, nadat Aloys in zijn bad een rotje heeft afgestoken. Die had hij van de eigenaar van het Chinese restaurant om de boze geesten te verdrijven. Ook de close-up van de vervaarlijk kijkende vogel is slim gevonden. Het dier kijkt ons indringend aan en met zijn neurotische trekje in de ogen is het een verwijzing naar de verwarring van Aloys.

Rivella
De slogan ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’ gaat voor een lange tijd op voor Aloys. Echter, naarmate de tijd verstrijkt, bekruipt het gevoel van langgerektheid. De gekte, die aanvankelijk verfrissend werkt, krijgt te weinig richting om de film de volle lengte te kunnen blijven dragen. Daarbij is ook de humor van regisseur Tobias Nölle te subtiel om goed te vangen. Is het lot van Aloys nu om te lachen of om te huilen?

Na afloop krijg je het idee naar een schets gekeken te hebben, zoals je dat ook wel ziet bij schilders. Eerst een studie, dan het hoofdwerk. De thematiek en uitwerking zijn voldoende voor een onderhoudende film, maar de chemie, de afstemming met de kijker is nog te ongepolijst. Laten we hopen dat Nölle hier in de toekomst meer handigheid in krijgt.
 

15 april 2017

 
MEER RECENSIES

Other Side of Hope, The

****

recensie The Other Side of Hope

Finse kneuterigheid

door Wim Meijer

De Finse film The Other Side of Hope geeft een mooi beeld van de vluchtelingenproblematiek. Met droge humor en fraaie regie vertelt regisseur Aki Kaurismäki een aangrijpend verhaal.

De Finse zakenman Wikström (Sakari Kuosmanen) trekt ’s ochtends zijn te grote pak aan, legt zijn trouwring naast zijn echtgenote neer en loopt richting de deur. Terwijl de vrouw nog een borrel inschenkt, wisselen ze een laatste blik en zonder een woord te zeggen verlaat Wikström het huis. In de kelder staat een zwarte, oude klassieker, volgeladen met overhemden. De verkoper gaat langs kledingwinkels en deelt zijn dagdromen met de klanten. Terwijl hij de straat uit tuft rijdt hij bijna Khaled aan.

The Other Side of Hope

Opvallend luchtig
Khaled (Sherwan Haji) is een Syrische vluchteling die een paar minuten eerder onder een lading kolen vandaan is gekropen. Onder het roet klimt hij het vrachtschip uit en zet hij voet op nieuw land. Finland nog wel. Na een douche gaat hij naar de politie en vraagt hij asiel aan. Al snel zit hij in een asielzoekerscentrum waar de anderen hem en de kijker informeren over de situatie in zo’n AZC: niet kunnen werken, wachten en wellicht uitgezet worden. Ze maken er het beste van in een periode van onzekerheid die jaren kan duren. In dat opzicht verschilt Finland weinig met de Nederlandse situatie.

Later in de film zullen de paden van de protagonisten nogmaals kruisen, maar eerst neemt regisseur Aki Kaurismäki uitgebreid de tijd om de personages te introduceren. Dat gaat gepaard met de nodige humor. The Other Side of Hope is geen film die het lot van de vluchteling er in wil wrijven. In tegenstelling tot veel recente films over vluchtelingen (Fuocoammare bijvoorbeeld) is dit Finse stukje cinema opvallend luchtig. Dat kijkt wel zo prettig, terwijl de boodschap alsnog kraakhelder is.

The Other Side of Hope

Gortdroog
Niet dat er iets mis is met intieme portretten over vluchtelingen, maar Aki Kaurismäki toont dezelfde soort problematiek minstens net zo effectief met gortdroge humor. De manieren waarop Khaled de autoriteiten ontvlucht en uiteindelijk op zoek gaat naar een baan zijn bijzonder komisch. Wanneer de Finse cineast vervolgens enkele scènes gebruikt waarin Khaled vertelt over zijn barre tocht en de discriminatie waarmee hij te maken krijgt, zijn deze bijzonder emotioneel en doeltreffend. Een scène waarin Khaled musiceert op een bağlama (een soort luit) is een van de mooiste uit de film. Sterk hoe de Arabische typerende toonladders de kale slaapruimte in het AZC vullen, terwijl iedereen verstilt om te luisteren naar Khaled, denkend aan thuis.

Aki Kaurismäki levert een bijzonder fijne film af met een bijrol voor de muziek. Niet alleen Khaled speelt een deuntje. Ook lokale helden spelen Finse riedeltjes, vaak bluesy en melancholisch. De livemuziek is nooit ver weg en is net zo kneuterig als de film zelf. Zo creëert Kaurismäki een heerlijk sfeertje zonder verder enige visuele flair. Alle kracht zit hem in de beelden, het grauwe palet en de hoe de haast emotieloze Wikström met zijn nieuwe vriend om gaat. Aanrader!
 

14 april 2017

 
MEER RECENSIES

Bram Fischer

****

recensie Bram Fischer

Mooi eerbetoon aan vergeten verzetsheld

door Cor Oliemeulen

Als we denken aan de strijd tegen de Apartheid in Zuid-Afrika komt direct de naam van Nelson Mandela bovendrijven. Hoewel Bram Fischer buiten zijn vaderland nagenoeg onbekend is gebleven, verdient ook zijn naam te worden vereeuwigd. Sterker nog: zonder Bram Fischer zou Nelson Mandela mogelijk nooit zijn heldenstatus hebben bereikt.

Na Wit Licht (over kindsoldaten in Afrika) en Hoe duur was de suiker (over een suikerplantage in Suriname) steekt de in Congo geboren Nederlandse schrijver/regisseur Jean van de Velde opnieuw de grens over voor een bewogen geschiedenis. In zijn biografische drama Bram Fischer portretteert hij een gerenommeerde advocaat die in 1963 en 1964 tien leden van het ANC (Afrikaans Nationaal Congres) verdedigt in het roemruchte Rivoniaproces in Zuid-Afrika en ondertussen een dubbelleven leidt. De film won recentelijk de publieksprijs tijdens het Movies That Matter Festival in Den Haag.

Bram Fisher

Ondergronds verzet
De uit een belangrijke Zuid-Afrikaanse familie geboren Bram Fischer is niet alleen bekend als advocaat, maar ook als burgerrechtenactivist. In de jaren 40 ontpopte hij zich als leider van de communistische partij SACP, dat nauw samenwerkte met het ANC. Na het bloedbad van Sharpeville in 1960, waar duizenden zwarte burgers demonstreerden tegen de pasjeswet, werden beide organisaties verboden en gingen ze ondergronds verder met de strijd tegen de Apartheid en voor gelijkheid van de zwarte meerderheid.

Er kwam steun vanuit de Sovjet-Unie en Cuba, communistische landen die hun invloedssfeer in het naar onafhankelijkheid strevende zuidelijk deel van Afrika wilden laten gelden. De jongelingen van het ANC vormden een gewapende tak onder de naam Umkhonto we Sizwe (Speer van het Volk) en werden geleid door Nelson Mandela en Walter Sisulu, twee van de kopstukken die werden opgepakt in een boerderij in Rivonia en werden aangeklaagd wegens gewelddadige sabotage. Het is de taak van Bram Fischer om de tien aangeklaagden te behoeden voor de doodstraf. Legendarisch is het optreden van Nelson Mandela die zijn slotrede eindigt met de woorden dat hij bereid is om te sterven voor zijn idealen.

Bram Fisher

Met vuur spelen
Bram Fischer is enerzijds een rechtbankdrama en anderzijds een portret van een advocaat die uitgroeit tot een sleutelfiguur in de antiapartheidsbeweging, maar tegelijkertijd met vuur speelt omdat hij nog steeds actief betrokken is bij het ondergronds verzet. Intimidatie en afluisterpraktijken zijn het gezin Fischer inmiddels wel gewend, echter de pater familias moet belangrijke afwegingen maken om zichzelf, zijn vrouw en hun drie kinderen te beschermen. Het leidt tot een aantal spannende momenten en een tragische gebeurtenis, die Fischers idealen alleen maar zal versterken.

Peter Paul Muller (De dominee, Gooische Vrouwen) vertolkt de rol van het titelpersonage verrassend sterk en met een geloofwaardige authenticiteit (zijn Afrikaans is beter dan zijn Afrikaans-Engels). Ook hulde aan Jean van de Velde die zich uitstekend heeft verdiept in de geschiedenis van het Zuid-Afrikaanse verzet, de rol van de blanke activist in het bijzonder, en niet nalaat om historische nuances aan te brengen, zoals de politieke druk vanuit het buitenland om de gedaagden vrij te laten. De finale van de film is weliswaar een verzinsel, maar resulteert in een waardig slotbeeld waarin de laatste resten energie van Bram Fischer zich door het water laten meevoeren om de strijd voor vrijheid en gelijkheid tot in de eeuwigheid te verspreiden.
 

7 april 2017

 
MEER RECENSIES

Glory

****

recensie Glory

Een onbetaalbaar horloge

door Cor Oliemeulen

De teruggetrokken spoorwegarbeider Tzanko vindt miljoenen aan bankbiljetten tijdens werkzaamheden aan de rails. Hij meldt zijn vondst keurig bij de autoriteiten en wordt een mediaheld. De vlotte Bulgaarse satire Glory begint jolig, maar eindigt tragisch.

De populariteit van Tzanko is van korte duur. Nadat hij terloops aanstipt dat er bij het spoor corruptie heerst, wordt hij ongewild een instrument van de pr-machine van het ministerie van transport. Ook het tv-station dat de overheid kritisch volgt, maakt misbruik van hem. Zijn collega’s van het spoor lachen hem uit en worden later zijn vijand omdat hun illegale activiteiten door Tzanko’s oprechtheid aan het licht dreigen te komen. Het is verdrietig om te zien hoe een simpele ziel door alles en iedereen wordt gepiepeld.

Glory

Van satire naar tragedie
Glory begint luchtig en kluchtig. Dat komt omdat Tzanko ontzettend stottert, waardoor er irritaties en grappige misverstanden ontstaan. Als de spoorwegarbeider wordt opgehaald voor een live persconferentie met de transportminister, gaat er een beker koffie over zijn kleren en moet er in allerijl een passende broek worden geregeld. Als dank voor bewezen diensten krijgt Tzanko een horloge en mag dan ophoepelen. Maar zijn eigen horloge, een dierbaar erfstuk met een inscriptie van zijn vader, verdwijnt spoorloos. Wat Tzanko vervolgens ook probeert, de medewerking is ver te zoeken, en het gloednieuwe horloge kan het gemis geenszins verzachten. Het betekent de opmaat van groeiende frustratie die zal eindigen in opstand.

De gelikte pr-dame Julia is de bron van Tzanko’s frustratie. Julia roept gemengde gevoelens op. Zij is professioneel en doet alles om haar minister uit de wind te houden, maar tegelijkertijd vergeet zij het belang van de gewone man. Maar ook van haar eigen man, want die heeft ook danig te kampen met de overambitieuze Julia. De prominente positie van haar mobieltje is geestig en deerniswekkend tegelijk, bijvoorbeeld als de gynaecoloog haar en haar man probeert uit te leggen hoe zij het best zwanger kan worden, en later als Julia zich op gezette tijden moet injecteren. Hoe kostelijk soms ook, de kijker hoopt dat zij haar lesje nog wel zal leren.

Glory

Kijkje in hedendaags Oost-Europa
Glory
is de tweede film in de geplande trilogie van het Bulgaarse regisseursduo Kristina Grozeva en Petar Valchanov. Net als hun debuutfilm The Lesson is Glory gebaseerd op een artikel uit de krant. Het zijn geen biografische verhalen, maar ze zijn vrijelijk geïnspireerd op de werkelijkheid en het leven in hedendaags Oost-Europa. Het vertrekpunt van Grozeva / Valchanov is het thema van de stille rebellie van een onbeduidende burger tegen de huidige cynische en zielloze wereld. In The Lesson gaat het om een lerares die er alles aan doet om veiling van haar huis en inboedel te voorkomen. In Glory pikt de spoorwegarbeider uiteindelijk alle vernederingen niet meer.

Zoals beide films in feite ook handelen over bureaucratie en morele dilemma’s, herbergen ze dezelfde hoofdrolspelers. Margita Gosheve speelt in Glory de pr-dame die te laat tot inkeer komt en de lerares in The Lesson. Stefan Denolyubov speelt in Glory de simpele spoorwegarbeider en in The Lesson de woekeraar. Mooi om te zien hoe de rollen van dader en slachtoffer nu zijn omgedraaid.
 

3 april 2017

 
MEER RECENSIES

Denial

***

recensie Denial

Holocaust: feit of mening?

door Cor Oliemeulen

Al lang voordat politici strooiden met kwalificaties als ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ profileerden personen een feit als mening. De ontkenning van de Holocaust is misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld. Het biografische drama Denial registreert één van de meest geruchtmakende rechtszaken uit de Britse geschiedenis.

In 1994 is de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt (Rachel Weisz) professor van de modern joodse geschiedenis aan de Emory University in Atlanta. Ze schrijft de vier belangrijkste argumenten van de Holocaust-ontkenning op het schoolbord. ‘De moorden op de Joden waren niet systematisch. Het aantal doden was overdreven. Auschwitz was niet gebouwd met gaskamers ten behoeve van uitroeiing. De Holocaust is een mythe, bedacht door Joden om financiële compensatie voor Israël te krijgen.’

Denial

Omgekeerde bewijslast
Een jaar eerder publiceerde zij ‘Denying the Holocaust’, waarin Lipstadt haar Engelse collega David Irving (Timothy Spall) bestempelde als ontkenner van de Holocaust en zijn geloofwaardigheid als historicus ernstig in twijfel trok. Irving verstoorde een lezing tijdens haar boekpresentatie en klaagde haar en haar uitgeverij Penguin Books in 1996 aan wegens smaad. Het proces dat vier jaar later volgde, werd een belangrijke juridische beproeving op het snijvlak van Holocaust-ontkenning en vrijheid van meningsuiting.

David Irving, die zich eerder associeerde met rechtsextremisten en neonazisme promootte, wil dat het proces wordt gehouden in Engeland. Hier geldt namelijk omgekeerde bewijslast: je moet kunnen aantonen dat wat je schrijft waar is, terwijl volgens het Amerikaanse recht iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Dat blijkt bij voorbaat een hele kluif, want er is nog nooit een zeer gedegen forensische studie naar de Holocaust gedaan. Wanneer Lipstadt met haar raadsman (Tom Wilkinson) Auschwitz bezoekt, wordt bevestigd hoe lastig het is om bewijs aan te dragen voor de systematische uitroeiing van miljoenen Joden.

Getuigen
Dus wat een fluitje van een cent lijkt, resulteert in een wekenlang proces. Deborah Lipstadt is ver van huis, in een onbekend land met een totaal ander rechtssysteem en moet zich grote moeite getroosten om haar juristen te leren vertrouwen. Het liefst zou ze Irving zelf van repliek dienen, echter haar legertje raadslieden raadt haar ten strengste af om zelf als getuige op te treden, want teveel emotionele betrokkenheid kan de zaak schaden. Het liefst geeft Lipstadt in het proces ook enkele Holocaust-overlevers een stem, maar ook dat zou onverstandig zijn. David Irving zou ze vernederen en belachelijk maken, omdat ze zich niet alle details zouden kunnen herinneren.

Denial

Terwijl buiten het gerechtshof en in de media het tumult toeneemt, is David Irving in zijn element, omdat hij ervan overtuigd is dat zijn opponenten nooit concreet bewijs voor het bestaan van de Holocaust kunnen aantonen. Bovendien weet hij zich aan het eind van het proces plotseling gesteund door de rechter die zich hardop afvraagt hoe je iemand van leugens kunt betichten als die persoon zelf ervan overtuigd is dat iets is zoals hij denkt dat het is, zelfs al is die persoon antisemiet.

Feit of mening
Denial
is deels een rechtbankdrama en deels een portret van een vrouw die onrecht wil uitbannen, maar te maken krijgt met een zeer lastige juridische kwestie. Na een aantal bijrollen (Youth, The Lobster, The Light Between Oceans) en recent een niet onverdienstelijke hoofdrol (Complete Unknown) is Rachel Weisz weer eens alom aanwezig en ouderwets op dreef. In Timothy Spall vindt zij een antagonist die goed is in het neerzetten van grommige botteriken (Mr. Turner).

Het scenario van Engelsman David Hare mag dan minder sterk en meer voorspelbaar zijn dan van zijn toppers The Hours (2002) en The Reader (2008), Denial is geen stugge film vol jargon. Het is eerder een onderhoudend drama voor het grote publiek, in een tijd en wereld waarin de waarheid regelmatig geweld wordt aangedaan. Mensen lezen weleens iets op het internet en nemen dan automatisch aan dat dat waar is. Een mening hebben is prima en vrijheid van meningsuiting een groot goed, maar over feiten kun je nu eenmaal geen mening hebben. Feiten staan vast.
 

1 april 2017

 
MEER RECENSIES

Ghost in the Shell

***

recensie Ghost in the Shell

De Wrekers als cyberpunk

door Alfred Bos

Live action in 3D naar de jaren negentig manga en anime culthit uit Japan, over een vrouwelijke cyborg die zich afvraagt wie ze eigenlijk is. De filosofische vragen zijn boeiender dan de actie.

Eerst was er de manga, daarna de anime, vervolgens de animatie tv-serie en een aantal videospellen, en nu is er de 3D film. Ghost in the Shell, het verhaal over de vrouwelijke cyborg die haar oorsprong ontdekt, is wellicht de bekendste representant van cyberpunk, de jaren tachtig-variant van sciencefiction. De manga van Masamune Shirow (pseudoniem van tekenaar Masanori Ota), oorspronkelijk gepubliceerd in 1989, groeide in de jaren negentig uit tot een cultfenomeen en inspireerde de Wachowski’s voor hun The Matrix.

In al zijn mediaverschijningen is Ghost in the Shell een optelsom van ideeën die eerder zijn bedacht door andere auteurs; daaraan merk je dat de schepper van de franchise geen schrijver maar tekenaar is. Mira (in de live action 3D film vertolkt door Scarlett Johansson) is een mens-machine. Alleen haar brein is van zichzelf, de rest van haar lichaam is een constructie van synthetisch materiaal. Dat roept direct filosofische vragen op over identiteit. Blijven we onszelf in een ander lichaam? Wat is onze ik? Zijn we onze herinneringen?

Ghost in the Shell

Philip K. Dick speelde met dat thema in zijn roman Do Androids Dream of Electric Sheep?, verfilmd als Blade Runner, en ook in Ghost in the Shell spelen geïmplanteerde herinneringen een belangrijke rol. Mira is een wapen, volgens Cutter (de Brit Peter Ferdinando), de baas van het robotbedrijf Hanka, waar ze als herboren uit het assemblagebad stapt. Ze is een agent van Public Security Section 9, geleid door de slimmerik op leeftijd Aramaki (gespeeld door de fameuze Japanse regisseur en acteur Takeshi Kitano); als cyborg begiftigd met bovenmenselijke talenten, de eerste van haar soort, de nieuwe mens. Naast Mira is Batman een sufferdje.

William Gibson
Mira is de cyberpunk-versie van Miss Emma Peel, de vrouwelijke held van de Britse jaren zestig tv-serie De Wrekers, met sidekick Batou (de Deense acteur Pilou Asbæk) als haar kompaan Steed. Via een plug in haar nek kan de geest van Mira ronddwalen in de virtuele wereld van enen en nullen—cyberspace. Dat is een concept van William Gibson, die de term muntte in zijn roman Neuromancer uit 1984. Wanneer Mira rondscharrelt in het brein van een andere cyborg – dat idee is ontleend aan Mindplayers (1987) van Pat Cadigan – raakt haar eigen geest besmet.

Welke gedachten zijn van haar en welke van Kuze (de Amerikaanse acteur Michael Pitt), het brein achter een reeks aanslagen op Hanka-wetenschappers? Wanneer Mira erachter komt dat haar ontstaansgeschiedenis een leugen is, komt ze in opstand tegen haar schepper en dat is het gegeven van de moeder alles sciencefictionromans, Frankenstein van Mary Wollstonecraft Shelley, gepubliceerd in 1818. Mira blijkt Motoko te zijn.

Dystopische film noir
In de opening van de film zien we Mira in 3D geboren worden, haar vroedvrouw is Dr. Quelet (de Franse actrice Juliette Binoche), die, zoals iedereen in deze cyberfantasiewereld, haar lichaam heeft aangevuld (verbeterd?) met machine-elementen. Dat het niet altijd even handig is om je lijf te verrijken met digitale componenten blijkt wanneer Kuze twee onschuldige vrachtwagenchauffeurs hackt en hun brein overneemt. Niet alleen worden ze een moordwapen, ze weten achteraf ook niet meer wie ze zijn.

Ghost in the Shell, geregisseerd door de Brit Rupert Sanders, weet ook zonder 3D bril visueel te imponeren. Qua look en feel is de visualisering van de cyberpunk-wereld met zijn alom aanwezige beeldschermen, hologramprojecties en datastromen als fysieke constructies gelikter dan alle dystopische film noir die er tot nu toe is gemaakt. Alleen zijn de straten verbazingwekkend leeg voor zo’n megastad. Was er in het productiebudget geen geld over voor figuranten?

De beeldesthetiek is geënt op die van Blade Runner, uit 1982, en het futurisme van Ghost in the Shell met zijn bio hacking doet nogal ouderwets jaren tachtig aan. Er ligt weliswaar een laag van augmented reality over de cityscape van de fictieve Japanse stad Niihama, maar hij wijkt niet wezenlijk af van de manier waarop Fritz Lang de stad van de toekomst verbeeldde in Metropolis. Dat was negentig jaar geleden.

Ghost in the Shell

Internationale rolbezetting
Als actiefilm volgt Ghost in the Shell de geijkte banen, met in de derde akte een confrontatie tussen goed en kwaad waarbij het decor aan flarden gaat. Sanders, die in 2012 het drollige Snow White and the Huntsman maakte, kan als competente Hollywood hack ook niet verhullen dat er in het verhaal een levensgroot gat zit dat we hier niet gaan verklappen.

Met een internationale rolbezetting en enkele Chinese coproducenten is Ghost in the Shell een ambitieuze productie, gericht op Azië, Amerika én Europa, het soort film waarvan er meer zullen komen. Hoewel een lappendeken van bekende ideeën is de film op subtiele wijze niet standaard-Hollywood. De Japanse origine van de franchise blijkt uit de keuze voor een synthetisch lichaam in plaats van een kunstmatig brein: dat heeft geen intuïtie. Mensen wel en dat maakt ons menselijk.

En in deze Japanse variant van cyberpunk zijn de corporaties geen almachtige zakenconglomeraten, maar krijgen tegenspel van een competente overheid. Dat is in de cyberwereld van William Gibson en Pat Cadigan wel anders. De meer beschouwende kijker beleeft de meeste lol aan de expositie van Ghost in the Shell, de actieliefhebber aan de finale. En die 3D bril is eigenlijk een overbodige gimmick.
 

29 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Train to Busan

***

recensie Train to Busan

Denderende zombierit

door Suzan Groothuis

In deze Zuid-Koreaanse zombie actie-horror volgen we een vader en dochter op weg naar Busan. Terwijl de hogesnelheidstrein voortraast, voltrekt zich een drama in en buiten het voertuig: een zombie-virus breekt uit en verspreidt zich razendsnel. Busan bereiken blijkt nog een hele opgave – overleven idem. En wie kan je nog vertrouwen, als het erop aankomt?

Een hardwerkende vader (Yoo Gong) heeft meer oog voor zijn werk dan voor zijn dochter. Wanneer ze jarig is vraagt hij zijn collega wat een populair cadeau is. Als hij met de nieuwe Wii op de proppen komt, kijkt dochterlief met grote ogen naar het exemplaar dat er al staat- een cadeau dat haar vader haar een jaar eerder gaf.

Een voorbeeld dat tekenend is voor de vader-dochterrelatie. En om het drama compleet te maken zijn de ouders ook nog eens uit elkaar. Hoe maak je een inspiratieloos cadeau goed, laat staan een breuk? De jonge Soo-an heeft maar een wens en dat is haar moeder opzoeken in Busan.

Train to Busan

Aftrap met zombiehert
En zo gaan vader en dochter de volgende dag naar Seoul, om met de hogesnelheidstrein een bezoek aan Busan te brengen. Het begin van de film leert ons echter dat er groot drama op komst is. In de openingsscène rijdt een man een hert aan, dat op miraculeuze wijze weer tot leven komt. De ogen wit, het bloed nog over de kop stromend. Eindelijk, zombie-dieren, en een stuk overtuigender gebracht dan de dodelijke bevers in horrorcomedy Zombeavers!

Het is het enige zombiedier dat we in Train to Busan te zien krijgen, maar biedt een voorproefje op wat komen gaat: terwijl vader en dochter zich een plekje toe-eigenen in de trein, is er een heuse zombie-outbreak gaande. In de trein begint het bij één passagier, die het virus van buiten heeft opgepikt en in rap tempo transformeert. De overgang naar zombie lijkt in Train to Busan nog het meest op een acute vorm van hondsdolheid.  En de zombies zijn hier, met hun bloederige handen en bijtgrage kaken, razendsnel (te vergelijken met de geïnfecteerde Britten uit 28 Days Later).

Verwoed virus
En zo verandert de treinrit in een ‘ride to hell’, waarin het virus zich rap verspreidt en het groepje overlevenden steeds kleiner wordt. Terwijl de vraag rijst of Busan wel bereikt gaat worden, moeten de reizigers – waaronder vader en dochter – opboksen tegen de gewelddadige zombies alsmede egoïstische medereizigers die voor hun eigen hachje kiezen.

Train to Busan (Busanhaeng)

Train to Busan speelt zich grotendeels af in de hogesnelheidstrein, evenals die andere treinthriller, Snowpiercer. Het vergt de nodige moed, creativiteit en geweld om coupés vol zombies te trotseren op zoek naar dierbaren en veiligheid.

Drijvend op melodrama
Regisseur Sang-ho Yeon laat in zijn eerste live-action film een mengeling zien van horror, actie en jawel, melodrama. Naast het onverklaarbare zombiegeweld staat de moeizame vader-dochterverhouding centraal, alsmede het sociale vraagstuk op wie je in tijden van crisis kan vertrouwen. Het zal, net als in hitserie The Walking Dead, niet verbazen dat de mens nog altijd zijn grootste vijand is.

In dat opzicht leert Train to Busan ons niets nieuws: als er crisis is, staat de wereld op zijn kop. Die chaos is overtuigend maar voorspelbaar verbeeld. Van de onwetende paniek in het begin tot hordes zombies die  Zuid-Korea letterlijk overspoelen. Naar het einde toe speelt Sang-ho Yeon in op het sentiment, waar dochter en vader elkaar opnieuw vinden. Zombiegeweld met een traan, waarbij de moraal van goed doen hoog in het vaandel staat.
 

28 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Zero Days

****

recensie Zero Days

Oorlog in het digitale domein

door Alfred Bos

Hoe geheime diensten hun hand overspeelden en een tactisch cyberwapen onbedoeld zich over de hele wereld verspreidde. Zero Days zet het digitale equivalent van de atoombom in de schijnwerpers.

Zero days is het jargon van hackers voor nog niet ontdekte codeerfouten die kunnen dienen als toegangsdeur om in te breken in een computer of computersysteem. Ze zijn de graal voor criminelen en spionnen, want is het gat eenmaal gebruikt dan is het ook bekend bij de gedupeerde en wordt doorgaans snel gedicht. Zero days zijn handel op de illegale marktplaats van internet, het donkere web alias darknet.

Zero Days is de titel van de film die de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney heeft gemaakt over het meest opzienbarende – en angstaanjagende – voorbeeld van cyberwarfare, oorlog die zich afspeelt in het digitale domein maar verregaande consequenties heeft voor de wereld van baksteen en asfalt. Het idee: leg een energiecentrale plat en een stad zit zonder stroom. Dat is een stuk efficiënter en kosteneffectiever dan platbombarderen.

Zero Days

Vernietigende worm
Centraal in Zero Days staat Stuxnet, de naam waaronder een geheimzinnige computercode bekend werd. In 2010 voor het eerst geïdentificeerd als malware (software voor spionage- of sabotagedoeleinden), werd binnen kringen van internetbeveiligers gaandeweg duidelijk wat Stuxnet feitelijk was: een worm die het atoomprogramma van Iran saboteerde. Verbazing, zelfs ontzag, was er over de verfijning en de complexiteit van de worm.

Virussen vallen computers aan en worden door een netwerk verspreid door de gebruikers van de geïnfecteerde computers. Computerwormen attaqueren een netwerk en verspreiden zichzelf, daar zijn geen onwetende gebruikers voor nodig. Stuxnet zat zo sluw in elkaar dat het nooit het product van één hacker kon zijn. Niemand is zo slim en niemand heeft de tijd om zo’n omvangrijk programma te schrijven. Stuxnet moest de creatie van een team zijn.

De sporen wezen naar de geheime diensten van Israël en Amerika, landen die ten koste van alles wilden verhinderen dat het door conservatieve islamitische geestelijken geregeerde Iran over een atoomwapen zou kunnen beschikken. Zero Days opent spectaculair met een nagespeelde aanslag op een Iraanse atoomfysicus en maakt vervolgens veel tijd vrij om het hoe, wat en waarom van de zaak helder te maken.

Bloedstollende implicaties
Het onderwerp van Zero Days staat voor de meeste kijkers wellicht ver van hun bed en de grimmigheid van het Stuxnet-verhaal haaks op het enthousiasme waarmee men zich dagelijks overgeeft aan de virtuele wereld van de sociale media.

Daar is de regisseur – hij maakte recentelijk spraakmakende en onthullende documentaires over Steve Jobs (The Man in the Machine) en de Scientology ‘kerk’ (Going Clear: Scientology and the Prison of Belief ) – zich terdege van bewust en hij steekt veel energie in de uitleg en presentatie van het exotische onderwerp. Pratende hoofden van insiders (technici, politici en spionnen) wisselen af met verhelderende animaties en gestileerde graphics. Saai is Zero Days nimmer.

Dat kan ook nauwelijks, want het verhaal en zijn implicaties zijn bloedstollend. Tussen 2008 en 2010 functioneerde Stuxnet perfect. De centrifuges van het Iraanse atoomprogramma trilden kapot, terwijl de technici op hun monitors niets vreemd aflazen. Toen ging het mis. Men ging aan Stuxnet sleutelen, de nieuwe versie was agressiever dan de vorige en—Stuxnet ontsnapte. De worm vermenigvuldigde zich vanuit Iran en dook op in industriële installaties over de hele wereld, ook Amerika. Zo werd Stuxnet ontdekt.

Officieel is de worm niet meer actief sinds 24 juni 2012; in de code was een einddatum geprogrammeerd. Het is echter niet bekend of alle kopieën van Stuxnet zijn gedetecteerd dan wel verwijderd en in beginsel kan de sluimerende malware opnieuw worden geactiveerd. Dat zou de infrastructuur van menige geïndustrialiseerde natie kunnen platleggen, een grotere nachtmerrie is nauwelijks denkbaar.

Zero Days

Digitale atoombom
Voormalig CIA- en NSA-directeur Michael Hayden spreekt over Stuxnet als het digitale equivalent van de atoombom en pleit voor meer openheid van spionagediensten en overheden over hun cyberwapenprogramma. Net zoals er internationale verdragen zijn voor atoomwapens moet er een verdrag voor cyberwapens komen.

En daar zit het horror-aspect van Zero Days. Het is niet eens de technologie, het is hoe de politiek daar mee omgaat. Ze houden hun speelgoed liever onder de pet en ontkennen de risico’s, ook daar is de documentaire glashelder over. Ondertussen is er vorig jaar ingebroken in de computers van de NSA en zijn cyberwapens – net als Stuxnet – ‘ontsnapt’ naar het publieke domein. De mogelijke consequenties doen de nachtrust geen goed.

Stuxnet ontbreekt geheel in de gesponsorde propagandafilm Lo and Behold die Werner Herzog het afgelopen jaar over internet maakte. Alex Gibney’s Zero Days haalt dat sprookje hard onderuit, in het net slaapt een grote boze wolf. Na het zien van Zero Days kijk je nooit meer hetzelfde naar je smartphone.
 

24 maart 2017

 

Ondertussen, op de redactie:
Hoe hebben jullie naar Zero Days gekeken?


MEER RECENSIES

Life, Animated

****

recensie Life, Animated

Disney als referentiekader

door Cor Oliemeulen

Door het kijken naar animatiefilms van Disney leren opgroeiende kinderen vaak wat goed en slecht is. Eenmaal volwassen zijn de meesten in staat de nuance te zoeken. In de verwonderlijke documentaire Life, Animated maken we kennis met een autistische jongen die Disney gebruikt om de echte wereld te leren begrijpen.

Owen Suskind lijkt tot zijn derde een normale peuter, maar dan verandert hij plotseling. Diagnose: autisme. Hij praat niet meer, sluit zich op in zijn hoofd en is bijna vier jaar niet te bereiken. De wereld is te intens voor zijn hersenen, zegt zijn moeder. Het enige waarop Owen reageert zijn Disney-films. Zijn ouders ontdekken dat ze slechts met hun jongste zoon kunnen communiceren op de manier waarop personages uit Disney-films praten. Tot het moment dat hij zijn schooldiploma haalt en zowaar verliefd wordt, leert Owen heel langzaam de echte wereld te begrijpen aan de hand van de uitvergrote karakters van zijn tekenfilmhelden. Maar het echte leven is geen Disney-script, dus wordt Owen onzeker, vooral nu hij op het punt staat om zelfstandig te gaan wonen.

Life, Animated

Leren leven dankzij Disney
Regisseur Roger Ross Williams werd in ons land vooral bekend door Blackface, een korte documentaire over Zwarte Piet die hier en daar op de nodige weerstand stuitte. Williams is zwart, homofiel en voelde zich als kind, net als Owen Suskind, afgesloten van de wereld. Hij moest een manier vinden om contact met de echte wereld te maken. Net als Owen trok hij zich terug in fantasieën en creëerde hij verhalen in zijn hoofd.

Het is dus niet verwonderlijk dat outsiders een belangrijke rol in Williams’ loopbaan spelen. In Amerika genoot hij faam als tv-journalist en won in 2010 als eerste Afro-Amerikaanse filmregisseur een Oscar: voor Music by Prudence, zijn eerste korte documentaire waarin hij een groep gehandicapte Afrikaanse muzikanten volgt. De fascinatie voor buitenstaanders, gekoppeld aan zijn persoonlijke leven en betrokkenheid geeft Life, Animated een mooie gelaagdheid. De film is gebaseerd op een boek van Owens vader, Ron Suskind.

Het intieme portret van Owen Suskind is niet zomaar een documentaire over een autist die langzaam zelfstandig wordt. Hij is een fenomeen die na een periode van louter brabbeltaal leert praten én leven, dankzij de animatiefilms van Disney. Owen kent niet alleen alle teksten van buiten, de overdreven emoties van Disney zijn gemakkelijker te begrijpen. Owen gebruikt filmscènes om zichzelf uit te drukken. Zo is Hercules zijn voorbeeld voor als je niet wilt opgeven, Jungle Book als je vrienden nodig hebt en fungeert Pinokkio om te leren hoe het voelt om een echte jongen te zijn.

Life, Animated

Perspectief op ingewikkelde wereld
We observeren Owen in zijn dagelijkse activiteiten en zien hoe hij een Disney Club voor lotgenoten heeft opgericht. Ze kijken en bespreken wat bepaalde scènes in hun eigen leven betekenen. Het bezoek van twee bekende stemauteurs van Disney is prachtig en hilarisch. Het sterkste punt van Life, Animated is dat we Owen niet alleen observeren, maar vooral ín het hoofd van Owen zitten. We zijn getuige van zijn perspectief op hemzelf en de ingewikkelde wereld om hem heen. Een gevoel dat wordt versterkt door de vormgeving: een combinatie van homevideo’s uit Owens kindertijd, animaties die zijn gebaseerd op zijn eigen tekeningen en natuurlijk scènes uit Disney-klassiekers, waaraan Owen behoefte blijft houden en die hij met intense gevoelens volgt.

Owen is goedlachs, emotioneel, openhartig en eerlijk. Hij mag dan wel voornamelijk leven volgens mythes en fabels en een onschuldige kijk op de wereld hebben, maar dat maakt zijn perspectief soms juist bijzonder origineel en meer dan eens verrassend wijs. Nu is hij 23 en is het zijn ouders gelukt om hem een beetje uit zijn ‘gevangenis’ te trekken. De tijd van zelfstandigheid breekt aan, alle veranderingen zijn nieuw en spannend voor hem. Gelukkig heeft Owen een bepaald bewustzijn ontwikkeld: hij kan goed reflecteren op zijn leven en de moeilijkheden waarmee het gepaard gaat. En mocht hij eens triest zijn, dan kan Owen zelf zomaar in een animatiefilm belanden.
 

18 maart 2017

 
MEER RECENSIES

Home

****

recensie Home

Ontheemd thuiskomen

door Ralph Evers

Met Home levert regisseur Fien Troch een beklemmend en aangrijpend document rondom de generatiekloof tussen jongeren en volwassenen af.

Home opent met de 17-jarige Lina, die bij de rector moet komen vanwege het verspreiden van een roddel dat een leraar kinderen in zijn kelder zou hebben. Terwijl zij niet inziet wat er zo schadelijk en kwetsend is aan haar roddel, zinspeelt de rector op straf. De verhoudingen worden vanuit een machtspositie neergezet en vanaf het eerste moment grijpt Home je bij je strot. Je voelt het ongemak, daar de scène de situatie in het ongewisse laat.

In een volgende scène zien we John, druk append en vermanend toegesproken door de conciërge van school. Het toespreken neigt naar kleineren en blijkbaar is het gesprek van John erg belangrijk. We ontdekken niet veel later dat hij met zijn moeder aan het appen is.

Home

Home cirkelt rondom hoofdpersonage Kevin, een jongen die wegens mishandeling in de gevangenis heeft gezeten en vanwege de slechte relatie met zijn vader terugkeert bij zijn tante Sonja. Zijn oom Willem biedt hem een baan als loodgieter binnen zijn bedrijf aan. Kevin lijkt hier goed te gedijen, maar zijn houding zegt gaandeweg iets anders.

Gebaseerd op waargebeurde feiten, construeert Troch een wrang, doch treffend beeld van de generatiekloof tussen tieners en volwassenen. Dat waargebeurde verhaal verwijst naar de toxische relatie tussen John en zijn moeder. We zien een tiener die bij zijn moeder onder de plak zit en nauwelijks in staat te rebelleren. Deze relatie gaat ver en de details worden de kijker niet bespaard.

Thuiskomen
Troch vertrekt vanuit de belevingswereld van de 17, 18-jarigen in haar verhaal. Een leeftijdsgroep die tussen puberteit en jongvolwassenheid in zit, zoekende naar identiteit. Een thematiek die in haar eerdere films ook aanwezig is. Gezien de complexe overgangsfase – ze voelen zich al volwassen, doch worden als kind behandelt – zoomt Troch juist ook in op de rol van de ouders. Wie neemt welke verantwoordelijkheid?

Het plaatst de titel van de film ook in een breder perspectief: waar voelt men zich thuis, geborgen, veilig? Deze vraag wordt pregnant in verband gebracht met de dramatische gebeurtenissen tussen John en zijn moeder en de rol die Johns vrienden, Kevin en Sammy (de neef van Kevin) hierin spelen.

Home

Machteloos
Eerder zijn we al getuige van tal van vernederingen die de jongens moeten ondergaan. Kevin die nog altijd worstelt met zijn impulsbeheersing en regelmatig uitgedaagd wordt, leidende tot enkele rake klappen. Johns situatie die ondraaglijk toxisch wordt en Sammy die zich weliswaar stoer voordoet, maar vooral zoekende is naar houvast.

Geïntegreerd in de film zijn smartphone-opnames waarin we de jongens in tal van extatische momenten zien. John zich te buiten gaand aan alcohol en Sammy de gangmaker uithangend. Sterk contrasterend met de momenten waarop de grip op hun leven hen ontglipt en ze erbij staan alsof ze een doffe dreun in hun buik hebben gekregen.

Bewonen
Home is geen gemakkelijke film. Dicht op de huid gefilmd, ingezoomd op de taal van de ogen en blikken die veelzeggend wegkijken of de ander juist leeg aankijken. In onvolledig bewoonde lichamen die luchtledig in een ruimte zoeken naar houvast en slechts onbegrip ontmoeten. Thuiskomen op ontheemde plekken.

Met oog voor alledaagse details en het naturelle acteerwerk doet de film aan als een rijkgeschakeerde studie naar de belevingswereld van jongeren in de huidige tijd. Daarbij aanschurkend tegen een documentaire.
 

17 maart 2017

 
MEER RECENSIES