Kid, The

The Kid (1921)
Nog even actueel als een eeuw geleden

door Ries Jacobs

Charlie Chaplin is wellicht als enige ster uit het tijdperk van de stomme film nog in ons collectieve geheugen gebeiteld. Het mannetje met de bolhoed, het snorretje en de te wijde broek halen we ons zo voor de geest, maar vraag een willekeurige persoon een film van hem te noemen en je krijgt vaak geen antwoord.

De filmliefhebber noemt meestal Modern Times (1936) of The Great Dictator (1940), klassiekers die nog altijd geroemd worden vanwege hun combinatie van humor en maatschappijkritiek. In The Kid (1921) komt Chaplins kritiek op het Amerikaanse winner-takes-all kapitalisme al voorzichtig tot uiting. Zijn bekende zwerverstypetje The Tramp speelt de hoofdrol. Op platvoeten stommelt hij door de achterbuurten en beschrijft hij het leven aan de zelfkant van de Amerikaanse samenleving.

The Kid

In The Kid vindt The Tramp een door een alleenstaande moeder achtergelaten baby. Hij neemt het jongetje (gespeeld door Jackie Coogan, die decennia later in de The Addams Family de rol van de kale engerd Uncle Fester op zich zou nemen) mee naar zijn huis en voedt hem op als zijn eigen zoon. Natuurlijk vinden de autoriteiten dat het onnozele mannetje geen kind kan opvoeden. Samen belanden ze in enkele komische situaties waarin ze met het gezag (agent, huisarts en directeur kindertehuis) de strijd aangaan.

Miserabele jeugd
In retrospectief is The Kid een kantelpunt in het oeuvre van Chaplin. Het was de eerste lange film die hij zelf regisseerde. Daarvoor maakte hij hooguit twintig minuten durende een- of tweeakters. Om zijn eerste grote project te financieren, nam de komiek een enorm risico. Hij leende het in die tijd astronomische bedrag van een half miljoen dollar bij een Italiaanse bank.

Als gevolg van Chaplins perfectionisme liepen de opnames uit tot ruim vijf maanden, voor die tijd ongekend lang. Van het opgenomen materiaal belandde na de montage minder dan twee procent in de film. Maar het resultaat mag er zijn. De klik tussen Chaplin en Coogan spat van het scherm af (het gerucht gaat dat de speciale band die Chaplin met het kind had een poging van hem was om zijn miserabele jeugd te compenseren), wat de slapstickscènes uitermate geestig maakt.

Door de slapstick komt de maatschappijkritiek nu, honderd jaar later, wel wat lief en flauw over, maar we moeten dit in zijn tijd plaatsen. Dat Chaplin bijvoorbeeld het wereldlijk gezag op de korrel neemt, maar het kerkelijk gezag niet aanraakt, zegt genoeg.

Communistenjager
De maatschappijkritiek die Chaplin in The Kid uit, vindt haar oorsprong in zijn jeugd. De latere komiek werd in 1889 in Londen geboren als zoon van rondreizende toneelspelers. Zijn ouders gingen snel na zijn geboorte uit elkaar, waarna zijn vader aan de drank raakte en zijn moeder opgenomen werd in een psychiatrische kliniek. Armoede was de rode draad door Chaplins jeugd. Een groot deel van zijn kinderjaren bracht hij door in een armenhuis. Dit autobiografische gegeven komt terug in de film wanneer de autoriteiten besluiten om het kind naar een weeshuis te sturen.

Gedurende zijn periode in het armenhuis begon Chaplin met acteren, pantomime en tapdansen. Hij kreeg steeds meer succes en besloot in 1910 zijn geluk in Hollywood te beproeven. Toen hij tien jaar later The Kid regisseerde, was hij reeds een gerenommeerde ster. Omdat zijn stomme films niet vertaald of ondertiteld hoefden te worden en zijn humor universeel was, kreeg hij al snel wereldwijde bekendheid. Desondanks bleef Chaplin politiek altijd kritisch en links georiënteerd, waardoor hij uiteindelijk onder het vergrootglas van de beruchte communistenjager Joseph McCarthy terecht kwam. In 1952 verruilde Chaplin de Verenigde Staten voor Zwitserland, waar hij samen met zijn vierde vrouw Oona O’Neill tot zijn dood in 1977 een rustig leven leidde.

Duizendpoot
The Kid is de eerste film van Chaplin waarin de talenten van de duizendpoot goed tot hun recht komen. Timing en mimiek, in het tijdperk van de stomme film nog essentiëler dan nu, beheerste hij als geen ander en zijn regiedebuut sloeg in als een bom. Bedenk daarbij dat hij veel muziek voor zijn films zelf componeerde en je ziet het belang dat de Engelsman had voor de ontwikkeling van de vroege cinema.

Wat betreft thematiek is The Kid nog even actueel als tijdens zijn release. De wereld had zojuist tientallen miljoenen mensenlevens aan de Spaanse Griep verloren en de omstandigheden in fabrieken en achterbuurten waren abominabel. Een eeuw later hebben we corona, groeiende inkomensongelijkheid en een (zeker in Amerika) doorgeschoten neoliberalisme. Bovendien zijn de beelden zo snel gemonteerd dat zelfs de TikTok-generatie ermee overweg kan.

 

3 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Charlie Chaplin was omstreden maar vooral geniaal

Collectie Charlie Chaplin gerestaureerd in de bioscoop
Omstreden maar vooral geniaal

door Cor Oliemeulen

Tien speelfilms van de legendarische Engelse komiek Charlie Chaplin zijn volledig gerestaureerd vanaf 14 oktober te zien in de bioscoop. Op InDeBioscoop lees je deze maand besprekingen van al die films. Chaplin was omstreden, maar vooral geniaal. Omstreden vanwege zijn relaties met zijn veel jongere partners en zijn vermeende anti-Amerikaanse sentimenten; geniaal omdat hij met minimale middelen wist uit te groeien tot de beroemdste filmkomiek ter wereld.

Je moet wel een enorme zuurpruim zijn als je niet kunt lachen om het archetype van de zwerver waarmee Charlie Chaplin wereldberoemd werd. In My Autobiography (1964) schrijft hij hoe ‘The Tramp’ ontstond toen hij de overstap maakte van het theater naar de (korte) film. “Ik had geen idee hoe ik me zou grimeren en kleden. Ik besloot te verschijnen in een slobberbroek, een te nauw jasje, grote schoenen, een wandelstok en een bolhoed. Ik besloot me van een klein snorretje te voorzien dat mij een ouder voorkomen zou geven, zonder mijn gelaatsuitdrukking te veranderen. U moet weten dat het een veelzijdig kereltje is: een zwerver en een gentleman, een dichter en een dromer, een eenzame die altijd hoopt op wat romantiek en avontuur.”

Charlie Chaplin (rechts) als oplichter voor het eerst op het witte doek in de korte film Making a Living (1914) van Keystone Studios.

Charlie Chaplin (rechts) als oplichter voor het eerst op het witte doek in de korte film Making a Living (1914) van Keystone Studios.

The Tramp maakt allerlei jeukende bewegingen, alsof hij vlooien heeft. “Maar die wandelstok heeft mij het meest beroemd gemaakt en ik heb hem bovendien zo leren hanteren dat hij op zichzelf al iets komisch heeft gekregen. Dikwijls heb ik hem bij toeval aan het been of de schouder van iemand vastgehaakt en kreeg op die manier een lachsucces zonder het mij bewust te zijn.” Een ander handelsmerk is zijn springen op één been als hij bij het hard lopen (regelmatig achtervolgd door een agent) op de hoek van een straat komt en de mensen subtiel groet door even zijn hoed op te lichten met de wandelstok achter zijn rug.

Van armoedzaaier tot geslaagde variétékomiek
Charles Spencer Chaplin werd op 16 april 1889 geboren in een achterbuurt van Oost-Londen. Hij groeide op rondom Kennington Road met derderangs musichall-artiesten, zoals zijn vader Charles senior. Zijn ouders scheidden toen Charlie 1 jaar was. Zijn moeder Hannah probeerde zo goed zij kon voor de kleine Charlie en zijn oudere broertje Sidney te zorgen. Vooral vanwege ondervoeding werd moeder opgenomen in een inrichting voor geesteszieken en moesten haar twee zoontjes naar het armenhuis. De jochies zwierven veel op straat rond en woonden dan weer bij hun vader en zijn nieuwe vriendin. Vader stierf op zijn 37ste aan alcoholvergiftiging en moeder zou haar hele leven perioden van depressies blijven houden.

Charlie maakte voor het eerst kennis met het toneel toen hij als baby op de arm van zijn moeder op de planken werd gedragen voor een scène waarin men een baby nodig had. Als 5-jarige zong hij een liedje in het theatertje waar zijn moeder optrad. Officieel debuteerde Chaplin acht jaar oud in een dans op klompen uitgevoerd door de Eight Lancashire Lads. Op zijn zeventiende sloot hij zich aan bij de pantomimegroep van Fred Karno (die ook in Theater Carré zou optreden) en twee jaar later mocht hij zich in Engeland al op 19-jarige leeftijd een geslaagde variétékomiek noemen. In 1909 mocht Chaplin met de Karno Company een maand lang optreden in de Folies Bergère in Parijs, waarna hij begin 1910 mee mocht naar Amerika. Hij was vastbesloten om zich daar voorgoed te vestigen.

Het beloofde land Amerika
“Ik zag Amerika in een ander licht; die hoge wolkenkrabbers, de heldere elektrische lichtjes en de boeiende reclames inspireerden mij met een gevoel van hoop en avontuur. Dit is het, hier hoor ik thuis”, schrijft Chaplin in zijn autobiografie. “Of we nog langer in Amerika zouden blijven, hing af van deze tournee. Als het een mislukking werd, zouden we naar Engeland terugkeren. Ofschoon onze show een mislukking was, kreeg ik zelf dikwijls goede kritieken. Het was een ellendige ervaring iedere avond voor een koel en zwijgend publiek met onze leuke, vrolijke Engelse klucht op te treden. De derde week echter speelden we in de Fifth Avenue voor een publiek dat bijna geheel uit Engelse butlers en bedienden bestond. Tot mijn verbazing hadden we plotseling groot succes. Gedurende die week kwam er een theateragent naar ons toe en engageerde ons voor een tournee van twintig weken in het westen met Sullivan & Considine. Drie shows per dag.”

Na een korte reis terug naar Engeland, alwaar zijn moeder een shocktherapie had gehad, maar later toch zou opknappen, ging Charlie met zijn eveneens acterende broer Sidney naar New York. (Na de Eerste Wereldoorlog zou hun moeder ook in Californië komen wonen, met een verblijfsvergunning voor telkens een jaar.) Keystone Studios probeerde Charlie te interesseren voor het witte doek door hem twee keer zoveel te bieden als hij bij Karno kon verdienen. De korte kluchten van Keystone, waar vele anderen hun filmcarrière begonnen (zoals Harold Lloyd, Gloria Swanson, Ben Turpin en Harry Langdon), konden die ‘eigenzinnige Engelse clown’ wel gebruiken. Maar een echte clown was hij niet. Bij een clown is humor het doel, bij Chaplin het middel.

Onafhankelijk filmmaker
Na zijn succesvolle optredens in tientallen eenakters en tweeakters (later ook bij de filmstudio’s Essanay, Mutual en First National) raakte Chaplin tot de overtuiging dat hij zelf wel een filmscript kon schrijven. Alles wat hij voor een klucht nodig had, was een park, een politieagent en een aardig meisje. Bij iedere mogelijke gelegenheid probeerde hij iets van de filmmakerij te leren en geregeld bezocht hij de ontwikkelkamer en lette nauwkeurig op hoe een film gemonteerd werd. Hij ontdekte dat de plaatsing van de camera niet alleen een psychologisch effect had, maar ook een bepaalde scène kon accentueren. Als de camera te dichtbij of te ver verwijderd was, kon dit het effect verhogen of bederven. Hij schoolde zich in techniek, toneelkunst en bewegingsleer en profiteerde hierbij van zijn ervaringen op de planken.

Chaplin verafschuwde alle door trucs verkregen effecten. “Zoals het fotograferen dwars door een vuurhaard vanuit het gezichtspunt van een stukje steenkool, of opnamen met een rijdende camera naast iemand die door de hal van een hotel loopt, alsof men hem op de fiets begeleidt. Dergelijke effecten vind ik te goedkoop, het ligt er te dik bovenop. Mijn techniek is het resultaat van onafhankelijk denken, van mijn eigen logica en benadering, en niet iets dat ik van anderen heb afgekeken.”

Charlie Chaplin met Jackie Coogan in The Kid (1921), de eerste speelfilm die hij regisseerde.

Charlie Chaplin met Jackie Coogan in The Kid (1921), de eerste speelfilm die hij regisseerde.

Eigengereid en perfectionistisch
In de Keystone-dagen was zijn zwerver vrijer geweest en minder aan het verhaal gebonden. Aanvankelijk hield het instinct van The Tramp zich hoofdzakelijk bezig met de elementaire behoeften van de mens: voedsel, warmte en onderdak. Maar bij iedere verdere film werd hij wat ingewikkelder van karakter en langzamerhand begon het gevoel bij hem een rol te spelen. Chaplins humor bleef het resultaat van een spel met het menselijk leed – zie onder meer The Kid (1920), The Gold Rush (1925) en The Great Dictator 1940) – maar door de manieren waarop kon je het uitstekend van Chaplin hebben. Hij zei ooit in een interview: “Ik zou het liefst mijzelf als een mimisch satiricus willen beschouwen, want ik heb in al mijn komedies bedoeld de mensen belachelijk te maken, of tenminste die mensen wier bestaan in de wereld al een satire is.”

Zoals Chaplin weinig zag in een zijns inziens gekunstelde manier van films maken, was hij al helemaal niet te spreken over de geluidsfilm die in 1927 met The Jazz Singer van Alan Crosland werd geïntroduceerd. “Alles was afgestemd op het spreken en niet langer op het handelen”, aldus zijn autobiografie. “Ik was vastbesloten door te gaan met het maken van zwijgende films, want ik was van mening dat verschillende soorten ontspanning naast elkaar konden blijven voortbestaan. Daar kwam nog bij dat ik een pantomimespeler was; daarin was ik enig en, zonder valse bescheidenheid gezegd, een meester. Ik ging dus rustig verder met het maken van een nieuwe stomme film, City Lights (1931).”

In zijn boek Charlie Chaplin (1955) laat auteur Constant van Wessem Chaplins secretaresse Elsie Codd aan het woord: “Chaplin heeft veel tijd nodig voor zijn films. Gedurende een hele dag dat hij bezig is, worden er vaak niet meer dan twee scènes opgenomen en soms laat hij eenzelfde scène gedurende een hele week honderd keer afdraaien totdat hij er tevreden over is. Hij is voor zichzelf moeilijker dan de scherpste criticus onder zijn toeschouwers.”

Vlucht terug naar Europa
Door de jaren heen ontmoette Chaplin bijna alle groten der aarde uit de politiek, wetenschap, literatuur en kunst. Conservatief Amerika had echter de nodige moeite met de Engelse komiek en filmmaker. Chaplin zei dat hij zich nooit Amerikaan had gevoeld. Hij piekerde er niet over om Amerikaans onderdaan te worden (hoewel hij altijd keurig zijn belastingen betaalde), sprak geen Amerikaans en zijn villa in Beverly Hills zag er uit als een voornaam Engels landhuis. Chaplin sprak zich in en buiten zijn films uit over sociale ongelijkheid, terwijl zijn geringe activiteit in de oorlog hem werd kwalijk genomen, want collega’s als Marlene Dietrich en Bob Hope lieten zich tenminste nog zien bij de Amerikaanse troepen aan het front.

Charlie Chaplin tijdens de opnames van Limelight in 1952.

Charlie Chaplin tijdens de opnames van Limelight in 1952.

Ook Chaplins wispelturige liefdesleven (vele vrouwen, vier keer getrouwd, elf kinderen), spectaculaire echtscheidingsprocessen en gerechtelijke procedures over de toewijzing van zijn eerste kinderen ontketenden de nodige schandaalkopij. Met zijn eerste vrouw, Mildred Harris, trouwde Chaplin toen hij 29 was en zij 16, met zijn tweede vrouw Lita Grey trouwde hij in Mexico omdat zij nog maar 15 was, en zijn vierde en laatste echtgenote (tot zijn dood in 1977), Oona O’Neill, was pas 18 toen Chaplin al 54 was.

Toen hij als vermeende communist in 1952 moest verschijnen voor de ‘Commissie tegen on-Amerikaanse activiteit’, verliet Chaplin het land waarin hij zoveel grote artistieke successen had mogen vieren voorgoed. Zijn laatste film die in Amerika in première ging, was Limelight (1952), waarin de dood van de clown Calvero het symbolische einde van de komiek Charlie Chaplin betekende. Met A King of New York (1957), een satire op de heksenjacht van McCarthy, kwam hij aan het einde van zijn indrukwekkende oeuvre.

In Europa werd Chaplin vervolgens bedolven onder de onderscheidingen, zoals in 1954 de prijs van de Raad voor Wereldvrede waarvan hij het geld schonk aan de armen van Parijs en Londen, alsook de Erasmusprijs uit handen van Prins Bernhard in 1965 en geridderd door koningin Elizabeth in 1975. En de Amerikanen? Die wisten hun schandelijke behandeling van Chaplin enigszins goed te maken in 1972 met de uitreiking van een ere-Oscar, gevolgd door een staande ovatie van 12 minuten.

 

30 september 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Ghost World (2001)

REWIND: Ghost World (2001)
Lachen met kiespijn

door Sjoerd van Wijk

In de zwaarmoedige komedie Ghost World doet de eerlijkheid pijn. Sarcastisch commentaar begeleidt alle overdreven typetjes maar de daarmee gepaard gaande droefheid biedt desalniettemin een ladder om uit de put van doemdenken te komen.

Verveeld kijken hartsvriendinnen Enid (Thora Birch) en Becky (Scarlett Johansson) voor zich uit alsof ze ondanks hun jonge leeftijd alle stupiditeit om hen heen al duizenden keren eerder hebben gezien. Net geslaagd voor hun eindexamen (ook al moet Enid beeldende vorming over doen in de zomer) hopen ze snel samen op kamers te gaan. Ze groeien echter langzaam uit elkaar als ze voor de lol de eenzame platenverzamelaar Seymour (Steve Buscemi) voor niets laten opdraven op een date nadat ze zijn contactadvertentie hadden gelezen. Becky doet haar best geld te verdienen met een baantje terwijl Enid begint op te trekken met Seymour en zich vervreemdt van haar omgeving.

Ghost World (2001)

Potemkin-dorp
Ze tekent in haar plakboek, een knipoog naar regisseur Terry Zwigoffs vorige film Crumb (1994), cartoons die alle banaliteit om haar heen vastleggen. Getrouw aan de gelijknamige graphic novel van co-scenarist Daniel Clowes schiet cinematograaf Alfonso Beato de omgeving ook als stripboek in frontale kaders. De beelden scheppen constant een lege diepte in een Potemkin-dorp waar nauwelijks figuranten rondlopen. Feit en fictie smelten er samen in een façade zonder verborgen achterkant zoals een jarenvijftig-eettent waar hiphop uit de luidsprekers knalt. Een hyperrealiteit, filosoof Jean Baudrillards term voor de moderne wereld vol kopieën zonder origineel.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Ghost World doet zijn filmtitel eer aan, want al dat neppe geldt evengoed voor ieders persoonlijkheid. In een hilarisch moment belooft Blues Hammer muziek “rechtstreeks uit de Delta” maar gaat vervolgens los op drie elektrische gitaren. De zanger kraamt de teksten over slavernij uit alsof dat nare verleden slechts coolheid signaleert. Met net zulke scherts werkt de mens als pure presentatie in tijdens Enids kunstlessen. Voor de pretentieuze lerares (Illeana Douglas speelt haar sterk prikkelend als iemand zonder zelfbewustzijn) en de brave leerlinge die in haar smaak valt met conceptuele werken blijkt kunst een puur intellectueel spelletje losgezongen van enige waarheidsfunctie. Het schuift nare zaken onder het tapijt.

Saaie dystopie
De film schetst zo een saaie dystopie waar verbondenheid en bevlogenheid geen kans krijgen de neerwaartse spiraal van anhedonie te doorbreken. Cabaretier George Carlin legde ooit in een interview uit hoe hij de mensheid had opgegeven en geamuseerd naar haar ondergang keek als buitenstaander. Als twee filosoof-koninginnen slenteren Enid en Becky rond met diens mentaliteit. Sarcastisch becommentariëren zij soms op het gemene af de banale plekken en mensen op hun pad, geestige karikaturen zoals een ‘satanistisch’ koppel in een koffietent. Vervelende klasgenoten kunnen achter hun rug rekenen op schamperende blikken. Met name Birch schittert als egocentrische tiener vol denigrerende blikken die toch mededogen met haar frustraties afdwingen.

Ghost World (2001)

Initieel hanteren de twee hartsvriendinnen zo een cynisme jegens de buitenwereld die soms de rigeur lijkt in hedendaagse cinema. Maar Ghost World durft verder te gaan dan louter dat uitstippen van de saaie dystopie. Leven in zo’n wereld en de psychologische consequenties gaat de film niet uit de weg. Voor Becky blijkt het sarcasme een aangemeten persoonlijkheid snel ingewisseld voor een verantwoordelijker houding, betoverd als ze tijdens het winkelen is door blauwe bekers die ze zich eindelijk kan veroorloven. Buscemi als Seymour weet net als in bijvoorbeeld Trees Lounge (1996) zowel sukkelig als sympathiek over te komen en maakt zo sociaal ongemakkelijke situaties tot een smart. Hij lijkt een baken van authenticiteit temidden van alle nepheid, maar verliest zichzelf ook in de ficties van 78 inch-platen of onmogelijke romantische escapades als ontsnapping.

Eerlijk
Het zelfbewustzijn dat hij daarbij etaleert, geeft zijn verhaal een tragikomische lading. Ook Enid durft pijnlijk eerlijk tegenover haarzelf te zijn. Schrijver Jonathan Franzen schreef in een essay over de klimaatcatastrofe hoe te erkennen dat het te laat is om deze te voorkomen juist aanspoort tot doen in plaats van doemdenken. Precies zo beweegt Enid in plaats van zelfvoldaan Carlin-achtig observeren tot een confrontatie met haar persoonlijke inzicht in een krachtig ambivalent einde. Gestimuleerd door een man wachtend voor een bus uit dienst pakt zij door in haar persoonlijke teleurstelling in de mensheid, maar blijft haar tragische afstoten van anderen rondhangen als vraag. Op deze manier trapt Ghost World sarcastisch lol terwijl het tegelijkertijd een eerlijk verhaalt durft te vertellen over persoonlijke houdingen in uitzichtloze tijden. Het is lachen met kiespijn.

 

GHOST WORLD KIJKEN: o.a. op YouTube.

 

Meer REWIND

Minari

***
recensie Minari

Wie zaait, zal oogsten

door Yordan Coban

Als immigrant kwam regisseur Lee Isaac Chung op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten en ondervond dezelfde weerstand als de familie Yi: het assimileren en het opbouwen van een leven in een ander land. 

Minari draait om de familie Yi bestaande uit vader Jacob (gespeeld door Steven Yeung), moeder Monica (gespeeld door Yeri Han), dochter Anne (gespeeld door Noel Cho), zoon David (gespeeld door Alan S. Kim) en de later intrekkende oma Soonja (gespeeld door Yuh-Jung Youn). Het filmdrama begint aan de dageraad van Jacobs gedroomde avontuur. Jacob heeft een stuk grond met een caravan gekocht en zijn familie meegesleurd in zijn agrarische droom. Hij begint een boerderij maar neemt daarbij wel een groot financieel risico, hetgeen zijn vrouw niet bepaald waardeert. Jacob en Monica maken veel ruzie en hun relatie lijkt nog aan enkele zijden draden te hangen. Draden die zouden breken als Jacob zijn familie failliet zou maken.

Minari

Rigoureuze beslissing
Dit brengt ons meteen op een van de zwakste punten van de film. Wie begint er nu een boerderij met het laatste spaargeld van je gezin zonder volledige instemming van je partner? Door deze rigoureuze beslissing van Jacob degradeert hij Monica tot een ontevreden zeurende vrouw. Het maakt haar een vervelend personage, puur om zo een oppervlakkige spanning te creëren. De film suggereert het publiek sympathie voor Jacob en zijn droom te hebben. Monica is slechts een blok aan het been van haar ondernemende man. Maar eigenlijk heeft Monica gelijk. Wie doet nu zoiets zonder dit in genoegzaamheid te overleggen?

Als compromis mag oma Soonja inwonen bij het gezin. Soonja let op de kinderen terwijl vader en moeder bijverdienen als kuikenkeurders in een fabriek. De band tussen kinderen en oma is onwennig. Oma spreekt in tegenstelling tot de kinderen geen woord Engels en ‘ruikt Koreaans’, zo snauwt de jongste, David, haar toe. Oma zal zich niet goed meer kunnen assimileren, of althans niet zoals de kinderen dat zullen, maar vormt wel een onlosmakelijk onderdeel van het gezin.

Minari

Nieuwe grond
Dan de filmtitel, Minari. Minari is een erg dominante plant in de Koreaanse keuken en cultuur en heeft de eigenschap om te kunnen groeien in de meest dorre, onvruchtbare gronden. Sterker nog, Minari gedijt bij de compost van zijn eigen soort, het herleven en het implementeren van een oude generatie in de nieuwe. Dat is waar Minari voor staat. Het is niet voor niets dat juist oma deze plant zaait. Het zijn juist haar zaden uit het land van herkomst van de Yi-familie die in deze nieuwe grond zullen moeten ontwikkelen tot iets nieuws.

Begeleid met een tedere cinematografie brengt Lee Isaac Chung dit familieverhaal tot leven op een manier die in eerste instantie qua kalmte doet denken aan Paterson (2016). Een verhaal over een familie op de financiële afgrond, vechtend hun bestaan kent echter thematisch meer gelijkenis met Shoplifters (2018). Tegen het einde kent het verhaal een stroomversnelling die zich uit in een climax. Een climax die nogal onnodig voelt maar symbolisch wel enigszins te rijmen is.

Net zoals bijvoorbeeld in de Hitchcock-klassieker Rear Window (1954) en de Zweedse satire Turist (2014) wordt de teloorgang van een relatie – in Minari zijn dat Jacob en Monika – opzij geschoven in de dramatische toedracht van de climax, waarin beide partners het vuur voor elkaar hervinden. En als de vlammen zijn gaan liggen, en de rook met de noorderzon vertrokken is, is daar nog altijd de Minari van oma. Uitgezaaid over het beloofde land.

 

5 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Tina

***
recensie Tina

Gunfactor 100

door Alfred Bos

Zijn twee uur genoeg om leven en loopbaan van Anna Mae Bullock, wereldberoemd als Tina Turner, recht te doen? De documentaire Tina doet een respectabele poging.

Ze had er schoon genoeg van. Op haar 45ste erkend als wereldster en iedereen wilde alleen maar praten over haar verleden. Om daar van af te zijn, publiceerde ze een autobiografie: hier staat het allemaal. Waardoor de vragen naar vroeger toenamen. Een biopic noopte haar opnieuw te praten over wat geweest was—de pijn, de vernederingen, het verdriet.

Maar nu is het echt klaar, met de documentaire Tina verdwijnt Tina Turner voorgoed uit het publieke leven. Nog één keer het verhaal, nog één keer de confrontatie met een leven zonder liefde. Daarna rust, geen vragen meer.

Tina

Emotioneel gebutst
Het door HBO geproduceerde Tina vertelt in twee uur het verhaal van Anna Mae Bullock die als Tina Turner uitgroeide tot muzieklegende. De eerste vrouw van middelbare leeftijd die een tienerpubliek aan zich wist te binden. Een voormalige rhythm-and-blues-vedette die rock wilde zingen, maar met pop een wereldster werd. Het slachtoffer van bruut huiselijk geweld dat haar leven herpakte en uitgroeide tot icoon. Het emotioneel gebutste kind dat haar droom najoeg en wist te realiseren.

Tina Turner is ook de enige muzikant van de jaren zestig generatie die tot bloei kwam nadat MTV in de jaren tachtig de wetten van de muziekindustrie had herschreven, iets wat zelfs The Rolling Stones niet lukte. Haar carrière is uniek, zeg gerust heroïsch. Een bron van inspiratie voor talloze, niet alleen zwarte vrouwen die een reeks van vooroordelen en hindernissen moeten overwinnen.

De documentaire geeft net genoeg context om de enormiteit van Turners prestatie te kunnen bevatten. Ike Turner, de meppende echtgenoot en leider van de Ike & Tina Turner Revue, was mentaal en muzikaal blijven steken in 1960. Zelfs toen de georkestreerde Philly-soul van The O’Jays en The Three Degrees, en kort daarop disco, de hitparades kleurden met een eigentijdse en gesoigneerde variant van soulmuziek, hield hij vast aan een geluid dat passé was. Zijn onzekerheid en frustratie liet hij los op haar.

Tina

Leven zonder liefde
Na enkele zelfmoordpogingen ontvlucht Tina Turner op 3 juli 1976 met alleen de kleren aan het gehavende lijf de tirannie van Ike. Na de echtscheiding behoudt hij alles, de auteursrechten, het geld; hij stuurt haar de vier kinderen en één maand huur. Zij krijgt haar artiestenaam toegewezen en, al loopt ze tegen de veertig, begint met niets opnieuw. In 1988 staat ze in het Macaranã-stadion in de Rio de Janeiro voor 180.000 man. Het is de meest onwaarschijnlijke comeback – zelf spreekt ze van debuut – in de muziekhistorie.

Tina Turner is de ‘queen of rock ‘n’ roll’, heeft meer platen verkocht dan enige andere vrouwelijke artiest en meer concertkaarten dan The Rolling Stones. Ze is tweemaal (!) opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, als helft van het duo Ike & Tina Turner en als soloartiest. Haar autobiografie heet I, Tina en verscheen in 1986. Ze treedt al jaren niet meer op, maar er is de musical Tina. En haar levenslessen heeft ze genoteerd in het zelfhulpboek Happiness Becomes You.

Als 79-jarige blikt Tina Turner voor het laatst terug. Het was een leven zonder liefde. Haar moeder verliet haar als kind, heeft haar talent nooit willen erkennen. Het was ook een leven vol misbruik, de littekens staan voor altijd op haar rechterbovenarm (een pot gloeiende koffie van Ike). Maar ze had een begripvolle en gehaaide manager, Roger Davies, en heeft een begripvolle en liefhebbende echtgenoot, Erwin Bach, 17 jaar jonger. En nu leeft ze teruggetrokken in Kürnacht, aan het meer van Zürich. Wie misgunt het haar?

 

30 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Gunda

****
recensie Gunda

Geknor als dialoog

door Bob van der Sterre

Gunda van Viktor Kossakovsky is een prachtige film over varkens, kippen en koeien. Net als in veel speelfilms is er komedie, drama en zijn er dialogen, alleen verstaan we dit keer de talen niet en is er geen ondertiteling.

Het zijn de ogen die je het meest bijblijven in de film. De blik van Gunda, het varken, van de kippen, en van de koeien – ze staren je aan en spreken ermee. Dat katten en honden dat doen, weten de meeste mensen wel. Maar wie had wel eens in de mooie ogen van een koe gekeken zoals deze film doet?

Gunda

Een Kossakovsky-film kun je niet beschouwen zonder de auteur erbij te halen. En hij is gretig in het geven van interviews dus het is niet lastig om zijn visie te achterhalen. Kossakovsky is (net als ondergetekende trouwens) al lang vegetariër. Als vierjarige was hij getraumatiseerd dat een varkentje dat zijn vriendje was geworden werd gebruikt voor een maaltijd. Hij zag naar eigen zeggen toen al in dat ze emoties hadden.

In 1997 kwam hij plotseling op het idee om een film te maken over de ‘heilige drie-eenheid kippen, varkens en koeien’. Het duurde twintig jaar voor hij de financiën rondkreeg. Het idee van een documentaire in zwart-wit, over dieren, dat ging er niet makkelijk in. Olifanten, apen, ja, daar kijken mensen naar. Hij vindt dat maar niets. “Waarom niet over varkens? We kennen ze al duizenden jaren. We eten ze maar verder kijken we nooit naar ze.”

Vier biggetjes, schouder aan schouder
Gunda biedt deze beesten zoals je vermoedelijk niet eerder zag in een film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan. Kippen die hun ‘jungle’ verkennen. Koeien die nergens in het bijzonder heen denderen, gezellig bij elkaar, als een soort voetbaltraining.

In een interview met Het Parool vertelt Kossakovsky dat hij zes maanden had uitgetrokken voor de voorbereiding. Ze hadden verwacht maanden bezig te zijn met het zoeken naar een protagonist. “Al op de eerste boerderij die we bezochten was het raak. Gunda kwam zelf op ons af stappen, we hadden direct contact. Er was zo veel te lezen in haar ogen.”

Daarna dus filmen: om 4:00 bij de schuur, tot zonsondergang. Alles draaide om het vertrouwen van de dieren, legt hij uit in interviews. “Een grote camera is geen probleem. Ze vertrouwen je snel. De makkelijkste film die ik ooit heb gemaakt.”

Geen propaganda, wel waarheid
Vleeseters kunnen rustig naar de film: dit is géén propaganda voor vegetariërs. Kossakovsky wilde geen enkel beeld manipuleren en wil ook niemand overtuigen. Ook kleur ontbreekt: de film is zwart-wit. Met reden natuurlijk: “In zwart-wit focus je op de ogen, waarmee je dus veel meer aandacht hebt voor die persoonlijkheden.” En ook geen muziek zoals vrijwel standaard is in dierendocumentaires. “Je kijkt naar de waarheid.”

Het meest schurende stukje is vermoedelijk van de kippen die hun hele leven opgesloten zijn geweest, en ineens de kans krijgen om de wereld om hen heen te ontdekken. Je ziet de angst in de ogen van de kippen. Ook al stond het deurtje van de kooi open, duurde het volgens Kossakovsky een uur voor de eerste kip eruit durfde te gaan.

Een met een poot hippende kip, bevrijd uit gevangenschap, nieuwsgierig rondkijkend in wat zijn wereld had moeten zijn: dat is natuurlijk prachtige, ontroerende cinema. Kossakovsky vertelde dat hij hier nog een mooi stuk had weggelaten, namelijk dat de tweede kip uit angst terugkeerde in de kooi. “Dat was mooi maar zou het tempo uit de film hebben gehaald en te politiek hebben gemaakt.”

Dan blijkt dat ook Kossakovsky een mens is en tegen zijn eigen regels in een documentaire maakt met een boodschap. “Ja, het werd tijd voor een boodschap. Vergeef me.” In praktisch alle interviews die hij doet, somt hij ook de lugubere cijfers op: Elk jaar (!) eten we anderhalf miljard varkens, 66 miljard kippen, bijna een half miljard koeien en ontelbare vissen. En dan nog paarden, schapen, konijnen, eenden…

Gunda

Een snaar geraakt buiten Europa
De film raakt de snaar die je kunt indenken dat ie raakt. Kossakovsky vertelt hoe hij bedolven wordt onder de post van ontroerde mensen. Recensies zijn méér dan lovend: The New York Times, The Guardian, The Wall Street Journal, Rolling Stone, ga zo maar door, ze strooien met complimenten.

De jubelrecensies gaan eerlijk gezegd in veel gevallen niet veel verder dan platitudes dan dat ze beschrijven wat ze er zo vernieuwend aan vinden. Deze film past goed bij Kosakovsky’s kenmerkende onvoorspelbaarheid, zoals ook in zijn vorige film: Aquarela (iets beter dan Gunda, hoewel het appels met peren vergelijken is).

Een groot verschil met andere films is dat de Verenigde Staten nu ook de eigenzinnige documentairemaker lijken te ontdekken. Dat is iets nieuws voor de Russische filmmaker, die wel bekend was in Europa, maar daarbuiten niet zo. Het hielp voor de bekendheid van deze film ook dat Joaquin Phoenix – een van de bekendste veganisten in de VS – er als producer bij aangesloten was.

We hoeven Kossakovsky nu niet te verdenken van snode commerciële belangen met dit project, want zijn hele carrière maakt hij films die nauwelijks geld opbrachten, en dat heeft hem nooit tegengehouden. Gunda kan wel eens zijn knaller zijn – en dat is hem gegund.

En Gunda? Ze zal in elk geval na een mooi leven sterven van ouderdom.

Meer over dieren en emoties? Bekijk dan de website: Indipendenza.nl.

 

19 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Zappa

****
recensie Zappa

Het verstand als valscherm, kunst als stootkussen

door Alfred Bos

Documentairemaker Alex Winter moest over verschillende hordes springen, maar eindelijk is er het filmportret van Frank Zappa, held én criticus van de hippiegeneratie, schrik van het establishment en schepper van een uniek genre, Zappa-muziek.

Frank Zappa (1940-1993): muzikant, componist, bandleider, satiricus, producer, gitarist, dirigent, regisseur, platenbaas, auteur, zakenman, ambassadeur, archivaris, huisvader. Dat was hij allemaal en toch werd hij maar 52 jaar oud. Tijdens zijn leven maakte hij meer dan zestig platen, in een krankzinnig scala van stijlen; de teller is sindsdien over de honderd gegaan. Alex Winters documentaire van twee uur lang kan de man onmogelijk recht doen. Toch is het mooi dat Zappa er is, want er komt nimmer een tweede als Frank Zappa.

Zappa

Deze woorden komen uit de tekstverwerker van een verklaarde fan, die sinds 1971 en zijn kennismaking met We’re Only in It for the Money – de elpee van The Mothers of Invention uit 1968, in een hoes die Sgt. Pepper parodieert – de wereld met andere ogen ziet en andere oren hoort. De kortste karakterschets van Frank Zappa is: onafhankelijke geest. Eén van zijn bekendste aforismen luidt: the mind is like a parachute, it only works when it is open. Kunst was zijn stootkussen tegen, in de woorden van wijlen W.F. Hermans, het sadistische universum.

Scheppen was voor Zappa verzet tegen de bekrompen middelmaat, het groepsdenken. Verstandig zijn betekende voor hem: doe het zelf als je het beter doet dan een ander. Vandaar dat volle leven, het is er voor avontuur. Genieën zijn zelden de makkelijkste mensen. Hugo Ball, de voorman van Dada, en Leonardo da Vinci in een. Met een vleugje Beethoven. Of eigenlijk Varèse.

Crowdfunding
Onder zijn huis, ‘de blokhut’, in Laurel Canyon, in de heuvels van Los Angeles, had Frank Zappa een klimaatgeregelde kelder. Het was een doolhof van wandrekken, gevuld met banden. Geluidsbanden, beeldbanden, eindeloos veel banden—Zappa’s archief. Hij legde elk optreden en iedere studiosessie vast, bewaarde alles.

Gail, Zappa’s weduwe die in 2015 overleed, beheerde het archief. Geen enkele documentairemaker kreeg haar fiat, tot Alex Winter – acteur, hij speelt Bill tegenover de Ted van Keanu Reeves in de films en tv-serie Bill & Ted, en regisseur van de documentaires Dowloaded, Deep Web en The Panama Papers – haar in 2014 vertelde Zappa te willen belichten als non-conformist, avant-gardecomponist en voorvechter van de tegencultuur. Dankzij crowdfunding kwam er een dik miljoen dollar beschikbaar om het Zappa-archief te conserveren, een klus van twee jaar. Het is Winters belangrijkste bron.

Zappa

Niet eerder vertoonde beelden
De focus van Zappa is de man, minder zijn muziek of invloed. Die man was geliefd, ook – of juist – door muzikanten die hebben gewerkt onder zijn veeleisende regime. Door een gril van het sadistische universum sprak ik enkele voormalige Mothers op de dag van Zappa’s overlijden, 4 december 1993; saxofonist Bunk Gardner was tot tranen geroerd. In de film overkomt vibrafoniste Ruth Underwood, bijna een kwarteeuw later, iets dergelijks.

Er zijn meerdere bands en gezelschappen die zich hebben toegelegd op de muziek van Frank Zappa. Voor hen en de vele fans zal Zappa, met niet eerder vertoonde beelden, serotoninegolven van genot opwekken. Eindelijk, dankzij of ondanks Gail Zappa, is er een filmportret dat recht doet aan een bijzonder mens en unieke muzikant. Maar de film dient bovenal als introductie bij een generatie die is opgegroeid met groepsdruk, digitaal narcisme en kritiekloos pleasen. Moraal: denk zelf na of anders doet een ander het wel voor jou.

Tip voor mensen die nieuw zijn met Zappa’s muziek: begin met Over-Nite Sensation. En YouTube staat vol met live-clips, inclusief complete concerten. Het spuit de oren schoon.

De documentaire Zappa gaat 17 juni in première in de bioscoop; op 18 juni verschijnt de 2cd Zappa ’88: The Last U.S. Show.

 

16 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

David Byrne’s American Utopia

*****
recensie David Byrne’s American Utopia

Van hier naar nergens

door Alfred Bos

David Byrne maakte in 2019 een Broadway-voorstelling rond zijn meest recente album, American Utopia, en regisseur Spike Lee legde het vast op film. Het resultaat overtreft de klassieke concertfilm Stop Making Sense. Betere technologie en een kwarteeuw persoonlijke groei maken het verschil.

Het podium is leeg. David Byrne zit achter een tafel en houdt een model van het menselijke brein in zijn hand. Hij zingt: “Hier is het gebied dat vraagt om aandacht. En hier is het gebied dat doorgaat met leven, ook als de rest zelden wordt gebruikt.” Hij doelt op het zelf, dat zelf is alleen. Hij besluit het lied, Here, met: “En hier is de verbinding met de andere kant.” Letterlijk: de corpus callosum, de balk tussen de twee hersenhelften. Maar vooral figuurlijk: de andere kant is de ander.

David Byrne’s American Utopia

Gaan wetenschap en kunst, logica en poëzie, samen? Alleen als je je hele brein gebruikt. Maar dat is niet het thema van American Utopia, de titel van Byrne’s meest recente soloalbum en bijbehorende podiumvoorstelling. Die voorstelling is op film vastgelegd door regisseur Spike Lee. Voorstelling en film zijn de natuurlijke nazaat van (het logische vervolg op?) Stop Making Sense, de concertfilm uit 1984 rond Byrne’s toenmalige groep Talking Heads.

Net als toen is de nieuwe voorstelling conceptueel van aard en de film droog gedraaid. Maar er is een belangrijk verschil. Stop Making Sense is een verzameling losse liedjes. De twintig nummers van American Utopia – een mix van nummers van het gelijknamige album en bekend Talking Heads-repertoire – vormen tezamen een verhaal. Ze zijn een betoog.

Geestige monologen
American Utopia is meer dan een concert, het is een theatervoorstelling. Met muziek, dans, licht. En gesproken woord. Byrne’s korte monologen tussen de nummers zijn overpeinzingen van een vragende geest, filosofisch en geestig. Ze geven de muziek context en verhelderen het verhaal.

Ze zijn in feite onmisbaar (zoals het bijbehorende livealbum, zonder de babbels, duidelijk maakt). David Byrne, de prater, de communicator—wie had dat gedacht van de pseudo-autistische hork die in de jaren zeventig bekend werd als voorman van die opvallende new wave-act uit New York, Talking Heads?

David Byrne’s American Utopia

En dat is precies het punt van American Utopia: het brein is flexibel, het is lenig, het kan leren, het kan nieuwe connecties maken en nieuwe verbindingen leggen. De twintig liedjes van American Utopia verhalen over een reis van een introvert kind, verbijsterd door de chaos en wemeling van de wereld, naar een mens die zich laaft aan anderen, aan andere mensen. Het is meer dan een humanistische boodschap. Het is een helende boodschap.

Prikkelend schouwspel
De aankleding van de voorstelling is doordacht. Het doet in zijn minimalisme denken aan de theaterproducties van Laurie Anderson en Kraftwerk: het podium is leeg, er is geen decor, geen geluidsapparatuur, geen kabels of snoeren, en, opvallend genoeg, geen beeldschermen voor projecties. Er zijn alleen mensen op het toneel – de muzikanten met hun instrumenten, “that’s the show” – en de mensen in de zaal. De muzikanten bewegen vrij, in choreografie. Het onderscheid tussen muziek en dans valt vrijwel weg.

Dat is door regisseur Spike Lee fraai vastgelegd door de camera zowel voor het toneel (blik publiek vanuit zaal) als achter het toneel (blik muzikanten op zaal) als boven het toneel (onmogelijke blik die de geometrie van de choreografie helder maakt) te plaatsen. Tezamen met close-ups en montage levert dat een prikkelend schouwspel op. Het minimalisme – en de gedachte achter de voorstelling – komt optimaal tot recht. Alleen mensen en hun interactie. Samen creëren ze schoonheid.

David Byrne’s American Utopia

Van persoonlijk naar algemeen
De band telt muzikanten en dansers van drie continenten, is heterogeen van afkomst, huidskleur, sekse en geaardheid. Een afspiegeling van het multiculturele New York, het immigratieland Amerika. “We zijn allemaal toeristen in dit leven”, aldus Byrne. En hop, daar zet Everybody’s Coming to My House in. Er is veel om je over te verwonderen in die wemelende wereld, Everyday is a Miracle. Denk voor jezelf en wees aardig voor elkaar, weet het gerijpte kind.

American Utopia is niet alleen persoonlijk, het wordt ook politiek. Byrne wijst op het belang van meedoen met verkiezingen, laat je stem horen. Hij adopteert Janelle Monáe’s protestsong Hell You Talmbout, over dodelijk politiegeweld tegen gekleurde mensen, in een arrangement van slagwerk en koorzang, en voor dit ene moment zijn er beeldprojecties, om slachtoffers een naam en een gezicht te geven. “We zijn een werk in wording, ons brein is kneedbaar”, en daar volgt de a capella gezongen, utopisch gospel One Fine Day. Een betere wereld is binnen bereik, als we ons ertoe zetten.

Voor het slotnummer Road to Nowhere stappen Byrne en band van het toneel en gaan de zaal in. Het is zeker niet toevallig dat American Utopia eindigt zoals Federico Fellini diens Otto e mezzo afsloot, met een fanfare in polonaise. Net als de regisseur in – en van – die film is David Byrne de kunstenaar die zichzelf geneest, via introspectie en het scheppen van schoonheid. Groter worden triomfen niet.

 

8 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Blue Strait (2015)

REWIND: Blue Strait (2015)
Mentale gevangenschap in suburb

door Sjoerd van Wijk

Blue Strait overpeinst de tragiek van een padafhankelijk leven in een Amerikaanse suburb. Een falende relatie vervlecht zich losjes met een stroom indrukken van een doodse omgeving, aanschouwd met verontrustend cynisme.

Filmmaker Jon Jost omschrijft de film zelf op IMDb als één voor mensen met een ruimdenkend idee over de mogelijkheden van cinema. Een mannelijk stel verschijnt slechts sporadisch in een contemplatieve aaneenschakeling van kustlijnen en lege straten in een anonieme voorstad. Hun hobby’s krijgen bovendien meer de aandacht nog dan concreet de relatie. De een (John Manno) begeleidt de film soms muzikaal op de harp en praktiseert yoga, de ander (Stephen Taylor) ontsnapt zo vaak als mogelijk aan de aardbol met een klein vliegtuig. Uit het niets doemen ellenlange discussies op over het avondeten of de financiële situatie nu een van hen zijn baan zal verliezen.

Blue Strait

Losgeslagen samenleving
Na een korte periode waarin Jost een niche vond in het festivalcircuit, inclusief twee duimen omhoog van Roger Ebert voor All the Vermeers in New York (1990), raakte hij in de vergetelheid na het gretig omarmen van digitale film in de vroege jaren 90. Of die afkeuring van het festivalcircuit nu komt door pech of niet, zijn films dagen stilistisch uit met urgente maatschappijkritiek waarin qua attitude de vergelijking met Jean-Luc Godard van nature komt. In plaats van de cinema an sich neemt Jost de Amerikaanse mythos als uitgangspunt voor vaak bijtende beschouwingen op een losgeslagen samenleving.

The Bed You Sleep In (1993) schept bijvoorbeeld een naargeestige Amerikaanse suburb-sfeer die op meditatief Tarkovski-achtige wijze inbrandt, een gruwelijker visie dan Twin Peaks (1990) met een reeks banaliteiten voor elkaar kreeg. Amerikaanse dromen blijken vooral nachtmerries vol tragiek. Zo gronden het tedere Slow Moves (1983) en satirische Frameup (1993) het ideaal van een vrijgevochten leven à la Bonnie & Clyde in de keiharde realiteit.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Hardvochtig individualisme
In zijn recente werk keert Jost zich net als Godard meer in zichzelf met een dikwijls onnavolgbare taaiheid. Waar eerdere films vaak verbluften met trackingshots maakt de camera nu meer pas op de plaats met streng gekadreerde beelden. In Coming to Terms (2013) en They Had It Coming (2015) leidde dat tot lethargisch uitgewerkte familiedrama’s. Ook Blue Strait zakt door radicaal eigenzinnig stilisme weg in de eigen caleidoscopische omvang, maar vat succesvoller het mentale gevangenschap van haar personages.

Manno en Taylor zetten figuren neer zo onderkoeld zakelijk als die van Robert Bresson (Mouchette, 1967). Ralph Waldo Emersons ideaal (nog zo gretig geciteerd in The Bed You Sleep In) van zelfredzaamheid muteert hier naar onverschilligheid. Een hardvochtig individualisme dringt door in de enerverende twisten waarin hun hoofden het scherm vullen in een subtiel uitgevoerde split screen, die op andere tijden de spanning ophoogt door Josts vernuftige vondst deze heen en weer te laten bewegen.

Blue Strait

Onverschil
In spaarzame dialogen vol venijn zitten verwijten hoe beide mannen zich hebben ingebouwd in een levensstijl waar niet aan getornd mag worden. Beide criticasters lijken gevangen in een padafhankelijk leven. Of dat nu door yoga ingegeven minimalisme inhoudt of spelen met vaartuigen, een secce veroordeling van materialisme blijft uit. In het grotere plaatje doet de kapotte relatie er niet meer toe, opgaand in de sobere omgevingsshots waarin Jost zijn gave voor superimpose (techniek om twee beelden over elkaar te plaatsen) etaleert.

Gespeend van opbeurende emoties portretteert Blue Strait zo een sensatie van anhedonie (een gevoel van apathie). Als document van individueel onverschil over de buitenwereld zelfs als deze zich onder hetzelfde dak bevindt zoals bij het stel krijgt deze desillusie over het suburbia-ideaal van een geborgen thuis een verontrustende kant. Dat maakt Blue Strait een confronterende film die zich mag meten met Josts beste werk.

 

BLUE STRAIT KIJKEN: net als het volledige werk van Jon Jost hier te streamen of te downloaden.

 

Meer REWIND

It Felt Like Love

****
IFFR Unleashed – 2013: It Felt Like Love
Seks om erbij te horen

door Cor Oliemeulen

It Felt Like Love is een tienerfilm die ook voor ouders van tieners zeer geschikt is. Natuurlijk moeten jongeren zelf zien te dealen met hun ontluikende seksualiteit, maar een klein beetje begeleiding van een ervaringsdeskundige kan soms uitwassen voorkomen.

Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman heeft de gave om de zoektocht naar identiteit van pubermeisjes op een oprechte manier neer te zetten. Ging het in Never Rarely Sometimes Always (2020) over de 17-jarige Autumn die met haar zwangere vriendin van het behoudende Pennsylvania afreist naar New York om aldaar een abortus te kunnen laten plegen, in It Felt Like Love (2013) maken we kennis met de pas 14-jarige Lila (Gina Piersanti) die net als Autumn opkijkt tegen haar iets oudere vriendin, in dit geval omdat die een vriendje heeft terwijl Lila zelf nog maagd is.

It Felt Like Love

Gespierde jongenslichamen
Deze debuutfilm van de Amerikaanse Hittman portretteert jongeren die in de zomer verkoeling op het strand zoeken en ’s avonds biljarten, een biertje drinken en een jointje roken. Lila’s 16-jarige vriendin heeft de seks ontdekt met haar vriendje, waardoor Lila zich nog onzekerder voelt. Van het thuisfront hoeft Lila geen ouderlijk advies of een arm om haar heen te verwachten, want moeder is recent overleden aan borstkanker en de relatie met haar vader is kil en moeizaam.

Op een dag ziet Lila op het strand een iets oudere jongen, die haar vriendin groet. Vanaf dat moment heeft Lila zich voorgenomen dat die jongen haar vriendje moet worden, of in ieder geval iemand met wie ze voor het eerst seks kan hebben. De camera fungeert regelmatig als Lila’s ogen. De fascinatie voor gespierde jongenslichamen en stoere tattoos is plotseling daar. Waar een filmmaakster als Claire Denis (White Material, 2009) bijvoorbeeld in Les salauds (2013) de verboden hunkering van een volwassene tot uiting brengt in korte shots van mannelijke lichaamsdelen (zelfs de fysieke inspanning van het repareren van een fiets krijgt hier iets erotisch), richt Hittman zich tot dusver in haar bescheiden oeuvre op de ontluikende seksualiteit van adolescenten.

It Felt Like Love

Geen feelgood
Het is juist haar vrij minimalistische aanpak, in combinatie met haar vertrouwenwekkende relatie met de jeugdige acteurs, die Hittmans films zo’n treffend authentiek realisme meegeeft. It Felt Like Love bevindt zich ergens in het midden van het komische tienerdrama The Breakfast Club (1985) en het hedonistische strandleven van Mektoub, My Love: Canto Uno (2017). Enerzijds rekent Eliza Hittman moeiteloos af met de clichématige idylle van het groepje nablijvers in John Hughes’ tienerklassieker, waarin de zeer uiteenlopende personages uiteindelijk begrip voor elkaar krijgen. Anderzijds blijft zij verre van de talrijke gemakkelijke shots van meisjesbillen die filmmaker Abdellatif Kechiche in zijn film meende te moeten gebruiken om jeugdige gevoelens van wellust te accentueren.

Feelgood staat niet in het filmvocabulaire van Hittman. In Never Rarely Sometimes Always registreert ze met een soms akelige precisie de praktijk van intake en behandeling van het tienermeisje dat een abortus krijgt. Die zakelijkheid wordt effectief gecompenseerd door de onvoorwaardelijke vriendschap en loyaliteit van haar vriendin. Ook in It Felt Like Love krijgt het hoofdpersoon te maken met een medische ingreep. Lila laat zich met spoed een pessarium aanmeten, want ze heeft snode plannen. Echter hierna is ze geheel op zichzelf aangewezen. Wanneer drie oudere jongens Lila voorstellen om hun broek te laten zakken, mag de kijker naar de afloop van de scène gissen. We vertrouwen op de letterlijke betekenis van de filmtitel, maar een gevoel van triestheid blijft nog wel even hangen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

24 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR