Dat een film vier Goya’s wint, zegt misschien meer over de toestand van de hedendaagse Spaanse cinema dan over de inzending zelf. Voor The Fury of a Patient Manlijken die filmprijzen voor beste film, beste debuterende regisseur, beste bijrol en beste scenario zeker voorstelbaar.
Films met wraak als thema zijn meestal van Amerikaanse makelij. Bovendien lijken ze allemaal ontzettend op elkaar en zijn scenario’s en filmcrews bijna zonder uitzondering uitwisselbaar. Het meest storend is de couscous van grof geweld en ongeloofwaardig plot.
Hoe anders is The Fury of a Patient Man (Tarde para la ira). De debuutfilm van Raúl Arévalo is weliswaar een echte wraakfilm, maar binnen het genre een verademing vanwege de uiterst realistische vertelling en het ontbreken van een opgefokte orgie van geluid. De regisseur, die de rol van één van de twee rechercheurs in La Isla Minima speelde, heeft bij het schrijven van zijn scenario goed opgelet waarom die Spaanse thriller kon uitgroeien tot een groot internationaal succes.
Acht jaar later
Wraak smaakt extra zoet als je het geduld van Jose (Antonio de la Torre: Volver, La Isla Minima) kunt opbrengen. Net als Ryan Gosling in Drive is Jose het type stille wateren diepe gronden, maar waar de gewelddadige uitbarstingen van eerstgenoemde voortkomen uit een psychopathische geest, is er bij de wreker van The Fury of a Patient Man sprake van instrumentele agressie: hij reageert niet primair, maar handelt bewust. Jose’s aanpak krijgt een extra dimensie omdat hij het aanlegt met de vrouw van de man, die hem naar zijn toekomstige slachtoffers moet leiden.
De film begint met een mislukte juwelenroof. Drie overvallers weten nipt uit de handen van de politie te blijven, maar Curro (Luis Callejo: Kiki Love to Love), de chauffeur van de vluchtauto, wordt gepakt en verdwijnt voor acht jaar achter de tralies. Eindelijk weer thuis bij vrouw Ana (Ruth Diáz) en kind maakt hij kennis met Jose die ook met Ana’s broer goed kan opschieten. Dan blijkt langzaam waarom de welgestelde Jose rondhangt in deze arbeiderswijk van Madrid, waarom hij regelmatig een comateuze man in het ziekenhuis bezoekt en wat zijn wraakmotieven zijn.
Authentiek en realistisch
Regisseur Arévalo bleef bij het zoeken naar locaties dicht bij de plaatsen waar hij is opgegroeid. De buitenwijken van Madrid, de dorpjes en de motels langs de wegen van de autonome regio Castilië-La Mancha. Het zijn die lomige scènes die soms doen denken aan Hell or High Water: niet alleen de sfeer en couleur locale, maar ook de subtiele combinatie van thriller- en western-ingrediënten. The Fury of a Patient Man kent beduidend minder onderlinge psychologie en mist de humor, maar voelt even authentiek. Ondanks de weinige actie verslapt de aandacht nauwelijks een moment.
De opmaat naar de sporadische geweldsuitbarstingen (soms buiten beeld) wordt efficiënt ondersteund door korte opwellingen van de geluidsband. Soms lijkt het alsof Jose nog even twijfelt om de daad bij het voornemen te voegen, maar zowel de kijker als Curro, die onvrijwillig toeschouwer van de queeste is, leren vrij snel Jose’s vastbeslotenheid kennen. Onderwijl doet Ana een schokkende ontdekking, waardoor de finale een onverwachte twist krijgt.
Isabelle Huppert is een eeuwig durende fascinatie. In Souvenir speelt ze een vijftigster die na een mislukte zangcarrière wegkwijnt in een vleesfabriek en door een ambitieuze bokser uit haar monotone bestaan wordt gesleurd.
Wat zou er toch zijn gebeurd met al die deelnemers aan het Eurovisie Songfestival? Slechts een enkeling weet zich na deze jaarlijkse hysterie te onttrekken aan de vergetelheid, maar de meeste deelnemers wacht een triest lot. Zo ook Lilian (Isabelle Huppert), die volgens de mythe van Souvenir zo’n dertig jaar geleden onder haar artiestennaam Laura op de tweede plaats eindigde achter Abba, maar die hadden volgens sommigen alleen maar gewonnen door een corrupte jury. Terwijl de leden van de Zweedse popgroep kunnen bogen op tientallen wereldhits en alleen nog maar voor hun plezier hoefden te werken, is Lilian veroordeeld tot het decoreren van bakken paté in een vleesfabriek.
Lillian/Laura
Lilian heeft haar redenen om het verleden te willen vergeten. Aan de lopende band in de fabriek heeft ze nauwelijks contact en ’s avonds thuis trekt ze de gordijnen dicht, verscholen achter de televisie en een fles drank. De komst van de nieuwe, veel jongere collega Jean (Kévin Azaïs) zet haar saaie leventje op zijn kop. Hij herkent onmiddellijk de songfestivalkandidaat van weleer, want zijn vader is altijd verliefd gebleven op de zangeres Laura en dat mag de hele familie weten. Jean haalt Lilian over om eenmalig op te treden tijdens een feest op zijn boksschool, en van het een komt het ander.
De Vlaamse regisseur Bavo Defurne (die eerder furore maakte op Gay & Lesbian Festivals) gooit het – hoewel het fenomeen songfestival onder homo’s erg populair is – ditmaal over een heel andere boeg. Souvenir is een feelgoodfilm over een vereenzaamde oudere vrouw met vervlogen dromen die zich weet op te trekken aan de oprechte aandacht van een twintiger. Een bijna kinderlijk eenvoudig verhaal over hoop en een onmogelijke liefde. Sfeervol gefilmd door de kleuren die de verschillende stemmingen symboliseren, subtiel gemonteerd en sterk geacteerd, met de nadruk op kleine gebaren en veelzeggende blikken. De beelden zijn belangrijker dan de woorden.
Huppert
Met Isabelle Huppert in de hoofdrol kan weinig misgaan. Pas sinds Elle van Paul Verhoeven doorgebroken voor het grote publiek, zal de nieuwe schare fans vast ook kunnen genieten van haar weinig opdringerige, maar o zo solide spel in dit kleine komische drama. Zingen doet de rossige Française zelf in Souvenir. Geen probleem, want om hoog te scoren bij het Eurovisie Songfestival hoef je natuurlijk niet per definitie een dijk van een stem te hebben. Een bedeesde charmante verschijning in een mooie jurk kan ook de juiste snaar raken. De soundtrack van de Amerikaanse band Pink Martini sluit naadloos aan bij Laura’s ingehouden chansons.
Ook Kévin Azaïs met zijn open, sympathieke uitstraling is sterk gecast. Zijn talent werd twee jaar geleden al opgemerkt in Les combattants waarin ook zijn tegenspeelster Adèle Haenel (later te zien in Les ogres en La fille inconnu) zonder al teveel fratsen van het scherm spatte. Ook de bijrollen in Souvenir zijn prima verzorgd, zoals Jan Hammenecker als Joe’s vader, die trots is dat zijn zoon het hart van de zangeres heeft veroverd, en Johan Leysen als Lillian’s ex-man, die zijn eigen motieven voor een comeback heeft. Warme, authentieke prent zonder poespas.
Amusante mockumentary over de Belgische koning die door niet-alledaagse omstandigheden leert voelen wat het betekent om een alledaagse burger te zijn.
In de filmklassieker Roman Holiday (1953) weet Audrey Hepburn zich als Engelse prinses op bezoek in Rome voor een paar dagen te ontworstelen aan haar keurslijf en wordt verliefd op een Amerikaanse reporter, gespeeld door Gregory Peck. In King of the Belgians is het de (fictieve) Belgische koning Nicolas III die zich weet te onttrekken aan het protocol. Voor hem is het geen bewuste keuze, maar een gevolg van (krankzinnige) omstandigheden. Waar de Engelse prinses nog terugkeert in haar gearrangeerde leven, is het de vraag of de koning weer ooit zal kunnen – en willen – wennen aan zijn uitgestippelde leven.
Roadtrip door de Balkan
Tijdens zijn werkbezoek aan Turkije verneemt koning Nicolas dat Wallonië de onafhankelijkheid heeft uitgeroepen. Samen met zijn drie begeleiders probeert hij zo spoedig mogelijk Istanboel te verlaten, echter door een zonnestorm is er geen vliegverkeer mogelijk en zijn alle communicatiemiddelen tijdelijk uitgeschakeld. De Turkse veiligheidsdienst wil de koning niet laten vertrekken, maar Nicolas wil snel terug naar de monarchie die hem nu zo nodig heeft. De Britse cineast Duncan Lloyd, die een promotionele documentaire over de koning maakt, verzint de lumineuze list om incognito per bus mee te reizen met een gezelschap Bulgaarse volkszangeressen. Maar de Turken kunnen weinig begrip opbrengen voor deze onverantwoorde actie en zetten de achtervolging in.
Wat volgt is een chaotische roadtrip door de Balkan, verstoken van telefoons, geld en paspoorten, waar de koning kennismaakt met gewoontes en tradities, maar vooral met mensen (zoals een Servische sluipschutter) die hij anders nooit zou hebben ontmoet. Langzaam vallen de koning en zijn begeleiders uit hun rol en lijkt de aanvankelijke houterige en eenzame Nicolas (een perfect gecaste Peter Van den Begin) een stuk vitaler, spontaner en goedlachser te worden. Of zoals hij het zelf zegt: “Ik voel, proef, ruik en zie. Al mijn zintuigen zijn scherp. Ik voel me als herboren.”
Wie ben ik? King of the Belgians is een mockumentary, die losjes omgaat met de feitelijke realiteit, maar wel een licht-satirisch beeld schetst van Europa dat worstelt met haar identiteit en nationalistische gevoelens. Veel belangrijker is natuurlijk de registratie van de geleidelijke metamorfose van de koning die de unieke kans krijgt om zichzelf te ontdekken als gewone burger. Bijvoorbeeld als chauffeur van een oud ambulancebusje, zijn rol als interviewer van een lokale meloenenboer tot en met de fysieke gevolgen van een avondje doorzakken met raki. Van het begin tot het einde geregistreerd door de camera van de Britse documentairemaker Lloyd (een al even geloofwaardige rol van Pieter van der Houwen), waarmee de originele aanpak van de filmmakers wordt onderstreept.
Het regisseursduo Peter Brosens en Jessica Woodworth ging al eerder de grenzen over met Khadak (Mongolië) en Altiplano (Irak). King of the Belgians is ook beduidend lichtvoetiger dan hun vorige speelfilm, La cinquième saison, en bewijst dat onze zuiderburen niet te klagen hebben over de voortdurende stroom van oorspronkelijke filmmakers. Het zou leuk zijn om te vernemen of Filip, de echte Belgische koning, na het kijken van King of the Belgians ook behoefte krijgt aan een persoonlijke zoektocht van de ziel. Spontaan en onvoorbereid, voorbereid op onzekere tijden.
Betrokkenheid van ouders bij hun kinderen op school is belangrijk. Het wordt anders als de lerares kinderen straft omdat hun ouders geen hand- en spandiensten verlenen. In het komische Slowaakse drama The Teacher leidt dat tot een bewogen ouderavond.
Bratislava, 1983. Op het eerste oog is Mária Drazdechová (formidabele rol van Zuzana Mauréry) een heel aardige en sympathieke vrouw. Als nieuwe lerares weet ze de kinderen direct te enthousiasmeren, echter haar nadere kennismaking met de scholieren is minder pedagogisch verantwoord. Iedereen mag zich voorstellen, maar vooral vertellen wat de ouders doen voor de kost. Met die wetenschap en door op impliciete wijze te schermen met beloning en straf lukt het Mária om ouders voor haar karretje te spannen. Zo wordt een vader die werkt als boekhouder op de luchthaven verzocht om taartjes te laten smokkelen naar Mária’s zus in Moskou. Een gratis bezoekje aan de kapper is de gewoonste zaak van de wereld.
Rake observatie van menselijk gedrag
De film van de Slovaakse regisseur Jan Hřebejk (vooral bekend van het komische oorlogsdrama Divided We Fall uit 2000) speelt zich af in de communistische nadagen van het toenmalige Tsjecho-Slowakije. Het kordate optreden van de lerares riekt naar onverbloemde machtsverstrengeling. Toch gaat het verhaal niet zozeer over de periode waarin het zich afspeelt, maar is het vooral een rake observatie van menselijk gedrag. Veel ouders voelen de druk van corruptie en de angst voor mogelijke represailles. Slechts een enkeling durft op te staan tegen manipulatie en onrechtvaardigheid.
De lichtvoetigheid van de premisse slaat om in grilligheid vanaf het moment dat een leerling met haar hoofd in de oven wordt aangetroffen. Dat noopt de directrice van de school om alle ouders van Mária’s klas op te trommelen en te stemmen of de lerares moet worden ontslagen. In de geest van het klassieke jurydrama 12 Angry Men (1957) ontstaat er tweedracht tussen twee groepen ouders, waarbij een meerderheid moet worden bereikt. Een rauwe gymleraar met losse handjes lijkt hierin de opstandige klasse te symboliseren, terwijl een onvermurwbare rechter namens de gevestigde orde van vriendjespolitiek de verhitte gemoederen probeert te sussen.
Intelligente montage
De claustrofobische setting van het klaslokaal met discussiërende en ruziënde ouders wordt vakkundig en intelligent afgewisseld door flashbacks van het klaslokaal met hun kinderen. Zo volg je uitstekend de geschiedenis en verbanden tussen een bepaald kind en zijn ouder(s) en zie je meer dan eens overeenkomsten in karaktereigenschappen tussen de generaties. Ook zijn er leuke schakelingen naar Mária’s bezoekjes aan ouders en wordt langzaam duidelijk wat de lerares allemaal op haar kerfstok heeft.
Het script van Petr Jarchovsky, vaste scenarist van regisseur Jan Hřebejk, is gebaseerd op zijn eigen jeugd en voelt levensecht. Net als het oproepen van de toenmalige atmosfeer middels vervlogen decors, warme belichting en kleurrijke kleding. Samen met het sterke spel van de goede cast maakt dit van The Teacher een graag geziene inzending op tal van internationale filmfestivals, zoals het Movies That Matter Festival in Den Haag. Een film met een finale, die sterker had gemogen maar op zijn minst een brede glimlach oplevert.
Als je langzaam volwassen wordt kan de cultuur waarin je opgroeit verstikkend werken. Zeker als jouw volk wordt geteisterd door vooroordelen en minachting van de maatschappij. Het Zweedse drama Sami Blood bewijst dat niet alleen thrillers uit Scandinavië goed kunnen zijn.
Ze mogen dan al ontelbare generaties in Lapland wonen, maar de naam Lap beschouwen ze als een belediging. Traditioneel leefden de Sami, zoals ze liever worden genoemd, als nomaden die de rendieren in hun jaarlijkse voedseltrek volgden. Maar de tijden veranderden en de laatste eeuwen vestigden steeds meer Sami zich op vaste plekken als visser, landbouwer of zelfs ondernemer. Werkelijk deel uitmaken van de Scandinavische samenleving bleef lange tijd een probleem. De behandeling van het Sami-volk vormt volgens regisseur Amanda Kernell (half Sami, half Zweeds) een zwarte bladzijde in de recente Zweedse geschiedenis.
Internaat
Haar speelfilmdebuut Sami Blood is een stijlvol gefotografeerde, meeslepende coming af age over het veertienjarig meisje Elle Marja dat wil breken met haar volk. In de jaren dertig van de vorige eeuw woont zij met haar gezinnetje in de ongerepte natuur en de tijd breekt aan dat zij de zorg voor een eigen rendier op zich gaat nemen. Dat vooruitzicht en haar verplichte verblijf op een internaat veroorzaakt een gevoel van beklemming. Het lijkt een kwestie van tijd dat Elle Marja de ketenen van zich zal afgooien om haar geluk, vrijheid en idealen buiten de Sami-gemeenschap te gaan zoeken.
Maar zo gemakkelijk is dat niet, want voor beide werelden valt wat te zeggen, en je familie en je cultuur achterlaten doe je niet zomaar. Amanda Kernell weet dat uit eigen ervaring, omdat veel van haar familieleden uit vorige generaties voor diezelfde keuze stonden. Het mooie van Sami Blood is dat de filmmaakster geen partij kiest: er is begrip voor degene die het traditionele afzweert en respect voor de oude cultuur die nog is verstoken van modern verval. Maar de keuze is onverbiddelijk, het is de ene levenswijze of de andere.
Wijde wereld
Die botsing van culturen vormt dan ook de rode draad van het drama. Elle Marja zit samen met haar jonge zusje in een internaat waar ze door een strenge Zweedse juffrouw worden onderricht en gedrild. De meisjes mogen niet langer hun eigen taal spreken en de dokter meet hun schedels, fotografeert hen naakt, alsof de Sami een volstrekt achterlijk volk is. Als Elle Marja zegt dat ze wil gaan studeren, ondervindt ze tegenwerking van de juf die weigert het vereiste document te ondertekenen. Zij vindt dat Lappen te weinig hersencapaciteit hebben om te kunnen studeren.
Ook buiten het internaat stuit het ambitieuze pubermeisje op weerstand. Nadat een groepje jongens in het bos zich discriminerend over haar uit heeft gelaten, barst de bom. Het voorval mondt uit in een tragische aanvaring waarin Elle Marja wordt bejegend als ware zij een rendier. Het leidt tot de dag waarop ze stiekem een andere jurk aantrekt en haar traditionele kleding verbrandt. Elle Marja vlucht, noemt zich voortaan Christina en ontmoet een jonge, welgestelde student.
Tijdens het onverbiddelijke afscheid van haar familie en de moeizame ontdekkingstocht in een nieuwe wereld zit de camera bijna voortdurend dicht op haar huid, regelmatig confronterend en aangrijpend – gesteund door de energieke verschijning van nieuweling Lene Cecilia Sparrok.
Het verhaal van ‘de neger in Amerika’ is het verhaal van Amerika. Dat is in een notendop de inhoud van de veelvuldig bekroonde documentaire I Am Not Your Negro. Het is geen mooi verhaal, maar wel een pakkend hedendaags perspectief op de tijd dat de zwarte Amerikaan stelselmatig werd onderdrukt. Volgens sommigen is er bar weinig veranderd.
Het was notabene een blanke onderwijzeres die in de jaren dertig de tienjarige James Baldwin stimuleerde om veel boeken te gaan lezen. Tegenwoordig wordt deze Afro-Amerikaan beschouwd als een van de grootste Amerikaanse schrijvers van na de Tweede Wereldoorlog. Opgegroeid in Harlem, New York verliet Baldwin, gefrustreerd door het racisme, op zijn vierentwintigste zijn land om zich te vestigen in Parijs waar hij bijna zijn hele leven zou blijven wonen. Hij ontpopte zich als een geniale maatschappijcriticus met veel verstand van politiek en geschiedenis die zich uitsprak over de tegenstellingen op het gebied van ras, sekse en klassen in de westerse wereld. Zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie zien we terug in de documentaire I Am Not Your Negro.
Door de taal gegrepen Regisseur Raoul Peck kreeg van Baldwins zus, Gloria, een brief die James had geschreven aan zijn literair agent Jay Acton. Hierin vertelt hij hoe hij tot zijn beslissing kwam om zijn volgende, en mogelijk laatste, boek ‘Remember This House’, te gaan schrijven. Peck verwierf de rechten om Baldwins gehele oeuvre te gebruiken voor het witte doek. In eerste instantie dacht hij aan een speelfilm, maar het lukte Peck vooralsnog niet om het project in Hollywood van de grond te krijgen, dus verlegde hij zijn focus naar een documentaire. Het idee van I Am Not Your Negro kreeg pas gestalte nadat Gloria kwam aanzetten met een stapeltje getypte papieren, het begin van ‘Remember This House’, het boek dat Baldwin niet meer kon voltooien.
Raoul Peck werd gegrepen door de taal van de auteur, omdat James Baldwin een wereld beschreef waarin hij niet zomaar een voetnoot is. Peck las de verhalen over menselijke relaties waarmee hij zich kon identificeren. Zelf geboren in Haïti, een land dat net als Amerika is getekend door de pijnlijke en bloedige geschiedenis van de slaaf op weg naar zijn bevrijding, vond de regisseur in Baldwin de stem, de woorden en de retoriek. “Alles wat ik kende door instinct en ervaring kreeg een naam en een vorm.”
Niet alle blanken zijn duivels I Am Not Your Negro is de geschiedenis van Amerika door de ogen van drie beroemde publieke tegenstanders van segregatie en racisme: Malcolm X, Martin Luther King en Medgar Evers – allen voor hun veertigste levensjaar kort na elkaar vermoord. Desalniettemin is de documentaire opgehangen aan het persoonlijke verhaal van James Baldwin zelf. “Ik was geen Black Muslim of een Black Panther, want ik geloofde niet dat alle blanke mensen duivels waren. En ik wilde niet dat jonge zwarte mensen dat geloofden. Ik was geen lid van een christelijke gemeenschap omdat zij niet leefden volgens het gebod ‘heb de ander lief zoals je jezelf liefhebt’. Ook hield ik mij niet bezig met collectes of marsen.”
Ondanks dat James Baldwin zich niet actief bezighield met het verzet en nog maar weinig in Amerika vertoefde, voelde hij zich wel degelijk als een getuige van de onderdrukking en onrechtvaardigheid. Hij koos niet voor geweld of stigma’s en vooroordelen, maar voor bewustwording en inzicht. Memorabel is zijn optreden in The Dick Cavett Show waarin hij een blanke universiteitsprofessor vol overgave verbaal op zijn plaats zet. Baldwin zag de meeste blanken vooral als mensen die apathisch en onwetend tegenover zwarten staan. “Ze weten niet wat er aan de andere kant van de muur gebeurt, want ze wíllen het niet weten.” Niet alleen door het gebruik van zijn krachtige teksten, maar ook door zijn homoseksualiteit werd de schrijver door de FBI extra in de gaten gehouden.
Sterke vorm I Am Not Your Negro onderscheidt zich van andere documentaires over segregatie en racisme van de zwarte bevolking door de vorm. Raoul Peck hanteert een niet-alledaagse stijl van vertellen en het door elkaar monteren van archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger – alles voortdurend springend van verleden naar heden en gelardeerd met zwarte muziek, zonder dat dit ook maar één moment stoort.
Alle woorden in de documentaire zijn Baldwins woorden, met name strofes uit de brief aan zijn literair agent en zijn onvoltooide boek. Vertolkt door de betrokken, karakteristieke, soms gedragen, stem van acteur Samuel J. Jackson die (in tegenstelling tot in zijn speelfilms) opvallend ingetogen is. Alle monologen – uit Baldwins andere boeken, essays, interviews, tv-uitzendingen en toespraken – vormen woorden uit vervlogen tijden die nu, tientallen jaren later, nog als een echo weerklinken.
Tilburger Bert Goessen doet verslag vanuit Cannes Altijd op zoek naar filmjuweeltjes
door Cor Oliemeulen
Filmkenner, filmdistributeur en oud-bioscoopeigenaar Bert Goessen doet in mei exclusief voor InDeBioscoop verslag van het filmfestival van Cannes. Oftewel, waartoe een bezoek aan je oude studentenstad kan leiden.
Tijdens mijn rondtocht langs filmhuizen en filmdistributeurs spreek ik af met Bert Goessen in Tilburg. Eerst ’s morgens een filmpje in de plaatselijke Pathé en dan een wandeling door het centrum, 32 jaar na mijn laatste bezoek bijna onherkenbaar. De oude textielfabriek in de IJzerstraat waar ik destijds woonde, is gelukkig nog nagenoeg hetzelfde studentenhuis en roept direct herinneringen op, bruut verstoord door het zicht van een oerlelijke gsm-toren achter jazzcafé Paradox aan het eind van de straat. Het naburige winkelcentrum op het mij onbekende Pieter Vreedeplein stemt evenmin vrolijk.
Cinecitta
Even later zit ik met Bert Goessen aan een tafel in het café van Cinecitta vlak om de hoek aan de Willem II Straat, een pand met een rijke historie. Het werd in 1877 gebouwd als koffiehuis annex concertzaal en sindsdien is het een belangrijk sociaal-cultureel centrum waar ooit de legendarische pianist Vladimir Horowitz concerteerde.
Ik heb met Bert Goessen afgesproken, omdat hij het niet kan laten om zijn nek uit te steken voor bijzondere films die anders waarschijnlijk niet in onze bioscopen te zien zouden zijn. Dat zien we graag. De eerste film die hij namens de Belgische distributeur MOOOV in Nederland verdeelde, is het verstilde Georgische drama Corn Island, waarover collega Ralph Evers zich lyrisch betoonde, en deze week was het de beurt aan Oscuro Animal, een Colombiaanse film waarin geen woord wordt gesproken.
Cinecitta (foto: Vincent Nabbe)
Wat ik dan nog niet weet, is dat deze Limburger, die na zijn studie sociologie in de Brabantse textielstad bleef hangen, de oude eigenaar van dit deels monumentale pand is. In 1982 kocht hij de toenmalige Ambassade samen met studievriend Frans van Beek en noemde de bioscoop Cinecitta, naar het beroemde filmcomplex in Rome. En verdomd als het niet waar is: hun openingsfilm was Jean Luc Godard’s Prénom Carmen die ik destijds op de bonnefooi zag samen met huisgenoot Guus, een jongen van de sportacademie die werkelijk geen idee had in wat voor vage film hij verzeild was geraakt – en niet alleen omdat de Nederlandse actrice Maruschka Detmers er de halve tijd met blote borsten in rond paradeert.
Bert Goessen (foto: Ilona van Genderen Stort)
Filmfestivals
Dertig jaar lang vertoonden Bert Goessen en zijn studiemaatje in Cinecitta vooral artistieke films. Zonder ooit een beroep te doen op subsidie en ondanks de opkomst van de video in hun beginjaren wisten ze het hoofd boven water te houden, terwijl de ene na de andere bioscoop uit het Tilburgse straatbeeld verdween. Nadat het duo het pand in 2012 verkocht, werd het deels verbouwd en uitgebreid met enkele zalen. Bert Goessen verzorgde nog twee jaar de programmering voor Cinecitta, echter zijn zoektocht naar de minder voor de hand liggende kwaliteitsfilm blijft een onuitputtelijke bron.
Al meer dan dertig jaar speurt hij naar die onbekende filmjuweeltjes tijdens de filmfestivals van Toronto, Venetië, Berlijn en Cannes. Met Bert’s spontane toezegging om vanaf 17 mei verslag te doen vanuit de Franse badplaats onder de arm, verlaat ik aan het eind van de middag mijn oude studentenstad Tilburg. Medio jaren tachtig gekroond tot ‘saaiste stad van Nederland’, maar toen had men vast Cinecitta over het hoofd gezien.
De keuze van Felipe Guerrero om in zijn eerste speelfilm geen tekst te gebruiken, versterkt het idee van de geïsoleerde wereld van de drie hoofdrolspeelsters. In Oscuro Animal is de stilte sterker dan woorden zouden kunnen zijn.
In het speelfilmdebuut van de Colombiaan Felipe Guerrero (hij is van huis uit editor en regisseerde enkele experimentele documentaires) staat het beeld voor ruimte en het geluid voor tijd. Dat maakt dit woordeloze filmdrama niet alleen abstract, maar ook universeel. Sprekende omgevingsgeluiden en een mooie cinematografie met de nodige symboliek. Zo geldt het water, waarmee de film begint en eindigt, als metafoor voor straf en boetedoening.
Gewapend conflict op de achtergrond
In een parallelle montage volgt Oscuro Animal drie vrouwen op verschillende plaatsen in Columbia dat decennia lang wordt geteisterd door een gewapend conflict tussen paramilitaire organisaties, guerrillastrijders en de overheid. Een gevoel van angst overheerst, vaak is het niet duidelijk voor wie of wat je bang bent. De filmtitel beduidt daarom zowel een atmosferische als politieke metafoor: het is alsof een donker dier je continu beloert en je niet weet wanneer het je zal aanvallen.
De eerste vrouw loopt verloren en moederziel door een verlaten dorpje met bouwvallige huisjes en hutjes met als decor de jungle met het geluid van stromend water, insecten en vogels. De tweede vrouw is jonger, donkerder en heeft pijn door een wond in haar buik, zo lijkt het. Een gewapende man komt binnen, zegt niets, zet vrolijke muziek op, waarna zij een bord eten voor hem neerzet. Nadat hij samen met wat andere mannen heeft gezwommen in de rivier en bier heeft gedronken, komt hij weer binnen en verkracht hij haar. Als hij later een dutje doet, steekt zij hem dood.
Overlevingsstrijd
Het vooruitzicht van de derde vrouw, ongeveer net zo jong, is mogelijk nog minder rooskleurig dan van de andere twee vrouwen. Eerst zien we mannen die ingepakte lijken achter op een truck gooien en begraven in de bossen. De vrouw rijdt vervolgens met een man weg in een jeep. Ook hier is geen onderling contact, wel heftige muziek uit de autospeakers. Later komt de vrouw naakt een kamer binnen, gaat op handen en knieën op bed zitten, waarna ze zich met betraand gezicht door een andere man laat begluren. Het vervolg laat zich raden.
In Oscuro Animal blijft al het geweld buiten beeld, wat de sfeer beklemmend maakt. Je weet dat er ernstige zaken zijn geschied of nog kunnen gaan gebeuren. Het voelt als een ware overlevingsstrijd van vrouwen die zowel letterlijk als figuurlijk geen stem lijken te hebben. Ze ondervinden tegenslag, leed, maar heel soms ontmoeten ze ook hulp en solidariteit – van andere vrouwen, of van een klein meisje. De drie verhaallijnen komen min of meer samen, nadat de drie vrouwen zich geleidelijk en moeizaam hebben weten te verplaatsen van de jungle naar de grote stad, die hopelijk meer bescherming en perspectief zal bieden.
Hoewel ook mannen lijden onder de voortdurende dreiging van geweld kun je deze treurige rolprent feministisch noemen. Het leven van de vrouwen is weliswaar niet te benijden, echter tussen al hun tegenspoed gloort er soms iets dat lijkt op een sprankje hoop. Hoe overtuigend hun aanwezigheid en hoe dramatisch de close-ups van hun trieste gezichten dan ook, de drie hoofdpersonages beklijven nauwelijks. Dat is misschien ook de bedoeling, want ze zijn zoals velen. Oscuro Animal is een film die je niet voor je plezier kijkt, maar door de originele aanpak word je wel bewust dat er op elk willekeurig moment een donker dier in je nek kan springen.
Bizarre Spaanse film Skins kan cultstatus tegemoet zien Freaks zijn ook mensen met gevoelens en verlangens
door Cor Oliemeulen
De Spaanse film Skins is één van de opvallendste verschijningen tijdens het toch al zo fantasierijke Imagine Filmfestival in Amsterdam. Het is een tragikomische beproeving waarin bizarre, afstotelijke en smakeloze personages het hart van de toeschouwer proberen te winnen. Een mozaïek dat laveert tussen melodrama en kolder. Gedurfd en origineel voor de één, vulgair en weerzinwekkend voor de ander.
Het begrip freak is onderhevig aan de tijd. Volgens woordenboeken is een freak: een apart persoon, een enthousiast liefhebber of een rare knakker. Soms wordt de persoon in kwestie geassocieerd met ongewenst sociaal of seksueel gedrag, drugsgebruik en homofilie. Frank Zappa hanteerde bij het uitbrengen van zijn dubbelalbum ‘Freaking Out’ in 1966 misschien wel de mooiste definitie: ‘Iemand die afwijkt van de voorgeschreven standaard van denken, kleding en sociaal gedrag om zich creatief te kunnen uiten.’
Freaks als circusattractie
Er was een tijd dat misvormde en mismaakte mensen freaks werden genoemd en een circusattractie waren. Het bekendste voorbeeld is de film Freaks uit 1932 van Tod Browning, die een jaar eerder Dracula had gedraaid. Freaks op het witte doek bleken een andere uitwerking te hebben op het publiek dan freaks in een rondreizend circus. Het was volstrekt nieuw dat lichamelijk gehandicapten zélf de rollen speelden. Nadat filmmaatschappij MGM voor de première het testpubliek had gechoqueerd, werd de film drastisch ingekort en werd het bedrijf zelfs voor de rechter gesleept door een vrouw die beweerde dat ze door het kijken naar Freaks een miskraam had gekregen.
Naast degenslikkers en vuurspuwers bestaat de cast van Freaks uit dwergen, pinheads, interseksuelen, een Siamese tweeling, mensen met handicaps of zonder ledematen, alsook figuranten met afwijkingen en ziektes die we tegenwoordig nog nauwelijks zien, of willen zien. Freaks is een combinatie van drama, documentaire, arthouse en horror. Het verhaal gaat over een ‘normale’ trapezeartieste die het heeft gemunt op het fortuin van een dwerg. Ze wil met hem trouwen, hem vermoorden en dan het geld delen met Hercules, de sterke man van het circus op wie ze echt verliefd is.
Freaks is door het aanzienlijke gedrochtengehalte jarenlang in veel landen verboden geweest, maar na de hernieuwde première op het filmfestival van Cannes in 1962 uitgegroeid tot een echte cultfilm. Misschien omdat de freaks in latere tijd minder als onvolwaardige mensen werden beschouwd en meer identificatie opleverden, omdat zij meedogenloos wraak nemen op de trapezeartieste, die daardoor in de film overigens zelf eindigt als….freak. Onvoorwaardelijke compassie voor een freak krijg je zeker in The Elephant Man (1980) van David Lynch met John Hurt als de misvormde Joseph Merrick.
Mededogen met mismaakte personen
Skins (originele titel is Pieles) is verre van biografisch en uit heel ander hout gesneden, maar wil eveneens mededogen met mismaakte personages opwekken. De Spaanse cultregisseur Álex de la Iglesia, die de film produceerde, strikte Eduardo Casanova als regisseur. De producer zegt het volgende over de grilligheid van zijn pas 26-jarige landgenoot, in eigen land vooral bekend als tv-acteur: “Eduardo is een mix van een heleboel mensen in één persoon. Hij is een mengeling van haat, wraak, woede en zoetheid. Een porseleinen pop in een horrorfilm. Hij is Chucky en The Bride of Chucky tegelijkertijd. Hij is zélf een filmkarakter.”
Desalniettemin speelt Casanova zelf niet in zijn speelfilmdebuut. Wel het uiterst buitenissige personage Samantha, die eerder was te zien in zijn ruim drie minuten durende Eat My Shit (2015). Zij is geboren met een omgekeerd digestief systeem: op de plaats waar normaal je mond zit, zit bij haar de anus. En waar je anus behoort te zitten, zit bij Samantha haar mond. Het is een idee dat je misschien eerder bij de heerlijke nonsens van South Park zou aantreffen, maar in Casanova’s wereld staat Samantha voor de ultieme lichamelijke misvorming. Zo goor als Eat My Shit eindigt, wordt het gelukkig niet in Skins, maar zij is wel het personage dat de meeste walging oproept.
Tegelijkertijd fascineert Samantha enkele personen die flink opgewonden raken van haar verschijning. Maar dat ze door de maatschappij als afstotelijk wordt beschouwd, blijkt als ze een selfie op Instagram plaatst. Binnen no-time krijgt ze een berichtje met de mededeling dat haar post is verwijderd, omdat die ’tegen de richtlijnen’ is. Eduardo Casanova relativeert raak met de nodige humor. Zo leren we bijvoorbeeld hoe Samantha kippensoep moet eten. En hoe het bij haar werkt als ze op haar verjaardag kaarsjes mag uitblazen. Menig kijker zal na een tijdje ook compassie voor Samantha voelen. Want zij is immers, hoe afstotelijk dan ook, een mens. Een mens met een innerlijk, met gedachten en gevoelens, net als alle andere personages in Skins.
Hoer zonder ogen
Zo passeert Laura het rariteitenkabinet. Laura is mooi, kan mooi zingen, maar ze heeft geen ogen. Ze werkt als prostituee voor klanten die blij zijn dat zij hen niet kan zien. Het zijn de freaks die bij Laura seksueel aan hun trekken proberen te komen.
De zwangere dwerg Vanessa is pas populair vanaf het moment dat zij in een pak wordt gehesen en furore maakt als het roze beertje Pinkoo in een tv-show voor kinderen.
Christian snijdt met een mes in zijn benen, want die benen zijn niet van hem. Hij wil het liefst een zeemeermin worden, want ‘zeemeerminnen hebben geen benen, maar zijn toch gelukkig’.
En wat de denken van Ana, die een grote tumor op de helft van haar gezicht heeft. “Je valt alleen op mijn uiterlijk”, verwijt zij Ernesto, die slechts opgewonden kan raken van misvormde vrouwen. Het is een prachtig voorbeeld van de ironie in Skins.
Alle personages maken van Skins een ongemakkelijke film. Bizar, maar tegelijkertijd ontroerend en vertederend. Soms met onverwachte wendingen. Zo kan een melodramatische scène – vaak ondersteund door melige popdeuntjes uit de jaren 70 – zomaar uitmonden in tragikomische kolder. Het doet meer dan eens denken aan het werk van The Pope of Trash, John Waters, die opviel door een combinatie van kitsch, goorheid en excentrieke taferelen met meer dan eens corpulente, halfblote vrouwen.
Inspiratiebronnen
De kleuren en gestileerde kaders van Skins zouden zomaar kunnen zijn afgekeken van Wes Anderson’s The Grand Budapest Hotel. De vormgeving lijkt ook direct geïnspireerd op het Franse duo Pierre et Gilles, bekend van barokke fotografische creaties met levendige kleuren. Uiterst gestileerde combinaties van foto’s en schilderijen die zich bewegen tussen fantasie en werkelijkheid, kunst en kitsch, en omstreden vanwege de naakte, provocatieve poses.
Niet alleen het typisch Spaanse melodrama van Pedro Almodóvar zien we terug in Skins, maar vooral de veelal kitschachtige kleuren in diens vroegere werk. Eduardo Casanova gebruikt vooral pastelkleuren. We zien voornamelijk roze en paars, wat fungeert als een functioneel, zoet contrast met de schokkende verschijningen van de personages.
Qua narratieve structuur is Skins te vergelijken met de ensemblefilm Happiness (1998): veel personages in meerdere verhaallijnen die uiteindelijk allemaal met elkaar te maken hebben. Ook in deze inktzwarte satire van Todd Solondz zien we voornamelijk verdrietige mensen. Echter hier vind je geen spoor van fysiek gehandicapten, maar van losers, nerds en perverse lieden. Zoals de pedofiele vader die twee vriendjes van zijn zoontje verkracht en het personage van Philip Seymour Hoffman dat zo verlegen én gefrustreerd is, dat hij vrouwen in zijn omgeving belt om ze onder een lading seksuele grofheid te bedekken.
Ook in Skins zijn de mensen diep van binnen eenzaam en hunkeren zij naar aandacht. En tegelijkertijd kun je soms enorm lachen om die ongelooflijke triestheid van het bestaan, het relativeren en de zelfspot. Ondanks de controversiële aanpak vertelt deze krankzinnige film een coherent verhaal over verlangens, idealen en dromen. Boodschap: hoe we er van de buitenkant ook uit mogen zien, onder die huid zijn we misschien wel allemaal freaks. Vooral de mensen die er van de buitenkant ‘normaal’ uitzien.
Als we denken aan de strijd tegen de Apartheid in Zuid-Afrika komt direct de naam van Nelson Mandela bovendrijven. Hoewel Bram Fischer buiten zijn vaderland nagenoeg onbekend is gebleven, verdient ook zijn naam te worden vereeuwigd. Sterker nog: zonder Bram Fischer zou Nelson Mandela mogelijk nooit zijn heldenstatus hebben bereikt.
Na Wit Licht (over kindsoldaten in Afrika) en Hoe duur was de suiker (over een suikerplantage in Suriname) steekt de in Congo geboren Nederlandse schrijver/regisseur Jean van de Velde opnieuw de grens over voor een bewogen geschiedenis. In zijn biografische drama Bram Fischer portretteert hij een gerenommeerde advocaat die in 1963 en 1964 tien leden van het ANC (Afrikaans Nationaal Congres) verdedigt in het roemruchte Rivoniaproces in Zuid-Afrika en ondertussen een dubbelleven leidt. De film won recentelijk de publieksprijs tijdens het Movies That Matter Festival in Den Haag.
Ondergronds verzet
De uit een belangrijke Zuid-Afrikaanse familie geboren Bram Fischer is niet alleen bekend als advocaat, maar ook als burgerrechtenactivist. In de jaren 40 ontpopte hij zich als leider van de communistische partij SACP, dat nauw samenwerkte met het ANC. Na het bloedbad van Sharpeville in 1960, waar duizenden zwarte burgers demonstreerden tegen de pasjeswet, werden beide organisaties verboden en gingen ze ondergronds verder met de strijd tegen de Apartheid en voor gelijkheid van de zwarte meerderheid.
Er kwam steun vanuit de Sovjet-Unie en Cuba, communistische landen die hun invloedssfeer in het naar onafhankelijkheid strevende zuidelijk deel van Afrika wilden laten gelden. De jongelingen van het ANC vormden een gewapende tak onder de naam Umkhonto we Sizwe (Speer van het Volk) en werden geleid door Nelson Mandela en Walter Sisulu, twee van de kopstukken die werden opgepakt in een boerderij in Rivonia en werden aangeklaagd wegens gewelddadige sabotage. Het is de taak van Bram Fischer om de tien aangeklaagden te behoeden voor de doodstraf. Legendarisch is het optreden van Nelson Mandela die zijn slotrede eindigt met de woorden dat hij bereid is om te sterven voor zijn idealen.
Met vuur spelen Bram Fischer is enerzijds een rechtbankdrama en anderzijds een portret van een advocaat die uitgroeit tot een sleutelfiguur in de antiapartheidsbeweging, maar tegelijkertijd met vuur speelt omdat hij nog steeds actief betrokken is bij het ondergronds verzet. Intimidatie en afluisterpraktijken zijn het gezin Fischer inmiddels wel gewend, echter de pater familias moet belangrijke afwegingen maken om zichzelf, zijn vrouw en hun drie kinderen te beschermen. Het leidt tot een aantal spannende momenten en een tragische gebeurtenis, die Fischers idealen alleen maar zal versterken.
Peter Paul Muller (De dominee, Gooische Vrouwen) vertolkt de rol van het titelpersonage verrassend sterk en met een geloofwaardige authenticiteit (zijn Afrikaans is beter dan zijn Afrikaans-Engels). Ook hulde aan Jean van de Velde die zich uitstekend heeft verdiept in de geschiedenis van het Zuid-Afrikaanse verzet, de rol van de blanke activist in het bijzonder, en niet nalaat om historische nuances aan te brengen, zoals de politieke druk vanuit het buitenland om de gedaagden vrij te laten. De finale van de film is weliswaar een verzinsel, maar resulteert in een waardig slotbeeld waarin de laatste resten energie van Bram Fischer zich door het water laten meevoeren om de strijd voor vrijheid en gelijkheid tot in de eeuwigheid te verspreiden.