Imagine Film Festival 2021 – Horror

Imagine Film Festival 2021 – Horror:
Huizen waar je absoluut niet wilt wonen

door Bob van der Sterre

Wat heeft de horrorfilm in de 21ste eeuw nog te bieden? Veel variatie op oude thema’s, blijkt op de volledig digitale Imagine. Griezelige huizen keren in alle films terug.

Enge huizen als horrorthema begonnen vermoedelijk in 1927 met The Cat and The Canary, en kende gaandeweg nog veel andere hits, zoals The Innocents in 1961 (remake als The Others in 2001). In 2012 zag ik nog When The Lights Went Out – een oldskool haunted house film.

Het vernieuwende zit hem nu dat de enge huizen uit nog veel meer culturen komen. Groot verschil is ook dat ze zelf niet meer zo haunted zijn. Ze dienen vaak als portals voor demonen. Enge huizen waar je niet wilt wonen blijven het.

Je zou denken dat corona hier misschien invloed op heeft gehad – immers wereldwijde pandemie die iedereen overal thuis dwong – maar de meeste van de films op Imagine zijn vermoedelijk al voor die periode opgenomen. Onbedoeld toeval is wel een mooi ding.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Ich-Chi

Ich-Chi – Jakoetische geesten
In de Russische film Ich-Chi (Иччи) zitten we in Jakoetië, Oost-Siberië. Zo afgelegen dat je gegarandeerd niemand kent die daar ooit is geweest. Terwijl het gebied toch ruim vier keer zo groot is als Frankrijk. Je huis is daar zo groot als je zelf wilt dat je huis is.

Pa ploegt met een tractor maar een stronk blokkeert de trekker. Pa laat de trekker staan, ze gaan eten. Wie zijn ze? De traditionele Jakoetische vader en moeder; hun ‘stadse’ zoon met vrouw uit West-Rusland en hun kind; en andere zoon Aisen, die nooit wat zegt. Hun huis is het enige huis dat je zal zien in de film.

Als Aisen de stronk verwijdert, komt een schedel boven, die juist verborgen was om de slechte entiteit onder het land te houden. Nu de negatieve entiteit los kan gaan, wordt het raar in het grote huis. Vader krijgt een hartaanval, de twee zonen komen vast te zitten in het land en schoondochter, kleinkind en moeder eindigen vluchtend op een meer.

Met gemene Jakoetische geesten valt niet te spotten. De Ich-chicultuur is iets typisch Jakoetisch en heeft te maken met de verbindingen tussen vuur, begraven, bossen, vegetatie, water en het huis. Ich-chi zijn de spirituele meesters, die zowel goed als slecht kunnen zijn. Dit essay van vier kantjes legt het uit. Regisseur Kostas Marsaan koos daarmee voor een interessante locatie en culturele achtergrond, waarmee de film al bijna niet kan misgaan. De geïsoleerde natuurbeelden liggen in Jakoetië voor het oprapen.

De twee delen verschillen wel enorm in kwaliteit. Het eerste deel is vrij matig, in stijl (handheldcamera, close-ups in overvloed) en in karaktertekeningen (clichématige tegenstellingen). Het tweede deel is inventief en mysterieus in bossen – een beetje à la Blair Witch Project. De overgang is bruusk, het verhaal ronduit chaotisch (waar loopt iedereen toch heen?) maar het boeit wel.

Online te zien vrijdag 16 april 15.00 uur.

 

Mankujiwo

Mankujiwo – Enge huizen in Indonesië
In Mankujiwo verhuizen we naar enge huizen in Indonesië. Het zal je lot maar zijn: eerst bevrijd worden van dorpsbewoners die in jou een heks zien, daarna door je bevrijder (Broto) opgesloten worden. Dat overkomt Kanti. Broto misbruikt haar voor zijn demonische doeleinden. Ze zit met voeten aan een blok vastgemaakt in een kamer. Met een spookspiegel (‘Pengilan kembar’), rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.

Jaren later. De tiener Uma (Broto’s dochter) heeft een connectie met Kanti maar begrijpt niet hoe. Broto (intussen batikmaker) doet alsof zijn neus bloedt. Alles valt samen als Uma in een hotel getuige is van een moord en zich moet verdedigen. Dan begint Kanti’s geest zich ook te roeren.

Oef… deze maar niet kijken voor het slapen gaan. Met het griezelen zit het wel goed, met de karakters wat minder. Niemand is een goed persoon in deze film, afgezien misschien van Uma, maar die moordt er ook lekker op los. Dat geeft een onprettig gevoel als kijker. Ook een horrorfilm mag wat minder zwartgallig zijn om je echt te raken. Verder opvallend: het verhaal bevat diverse verwijzingen naar Indonesische cultuur (ook het Nederlandse koloniale verleden komt nog even langs) zonder dat dat het verhaal in de weg zit. Film in het programma Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm.

Online te zien woensdag 14 april 19.30 uur.

 

Red Screening

Red Screening – Onveilige bioscoop in Montevideo
In Red Screening is het enge huis een heel gebouw. Een bioscoop in 1993 in Montevideo, Uruguay. Voorstelling: een moderne variant van Frankenstein. Hooguit tien bezoekers komen erop af. De operator is een meisje dat probeert te studeren.

Met het gebouw is niets mis. Er loopt wel een maniakale moordenaar rond met een leren jas en een rode sporttas. Vervolgens krijgen we alle kanten van een bioscoop te zien: wc’s, screeningruimte, ruimte achter het podium, zaal. De ene bioscoopbezoeker gaat er nog gruwelijker aan dan de ander. Ineens is de hele bioscoop – toch een mooie, vredige plek van nature – zélf een horrorlocatie.

Inspiratie uit een giallo, maar dat is het dan ook. Dit is geen neogiallo zoals Francesca of The Editor, want er is geen verhaal. Best goed gedaan omdat niet moeilijk te rooten is voor de filmgangers maar een straightforward slasher blijft het. Zoals met de meeste slashers verveelt het mij al snel.

Verbazingwekkend is dat als je de maniakale moordenaar wegneemt, er eigenlijk een leukere film overblijft, omdat er best wat aandacht was voor de relaties tussen de karakters. De moordenaar is een commerciële knieval, net als in de getoonde moderne versie van Frankenstein het monster dat was. Die knieval zorgt ervoor dat mensen films bezoeken. Toch waren de karakterschetsen al best aardig en humoristisch en was het met een andere invalshoek een betere film geweest.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Caveat

Caveat – Ierse horror op een eiland
Misschien wel het meest griezelige huis zien we in de Ierse horror Caveat. Een huis dat gelegen is op een eiland. Isaac krijgt van zijn huisbaas Barret een kans om goed geld te verdienen om in tijdje in dat huis te zitten. Een ding: hij moet met een vest vastgebonden zijn aan een ketting. O ja: Barrets nicht (Olga) is er ook en ze is labiel en heeft een schietboog.

Dat is nog allemaal nog tot daaraan toe maar Isaac hoort geluiden en vindt het lijk van de moeder van het meisje in de kelder (altijd weer die kelder)… Goede les voor Isaac voor de volgende keer: vraag iets beter door over wat je te wachten staat.

Caveat ontpopt zich als een zeer sfeervolle Ierse horrorfilm, waarbij de creepiness door de alledaagse dingen in dat huis komt: een speelgoedkonijn dat bij gevaar gaat trommelen; een intercomsysteem; een schilderij dat omdraait terwijl je slaapt; gaten in de muren; een donkere kelder… Al die dingen waar de ware horrorliefhebber van gaat smullen. Een minpunt van de film van debutant Damian Mc Carthy is het wat te trage tempo. De film had met betere montage nog beter doel getroffen, net als de schietboog.

Online te zien dinsdag 13 april 21.30 uur.

 

Anything for Jackson

Anything for Jackson – Ontvoering zwangere vrouw
Het gekste griezelige huis zien we in Anything for Jackson. Een ouder stel (waarvan een dokter) ontvoert een zwangere patiënt, om van haar kind hun kleinkind te maken. Ze sluiten haar op, een keer niet in de kelder maar op zolder. Daar lezen ze spreuken op van een oud boek (‘Ik heb dat voor veel geld gekocht van een dubieuze handelaar in Jeruzalem’).

Alleen is de demon die ze oproepen voor dit klusje niet de enige die dankbaar gebruikt maakt van de kans. Diverse geesten in het vagevuur gebruiken dit huis ineens als een portal. Daarom moeten ze de hulp inroepen van een twijfelachtige connectie via hun heksenkring.

Anything for Jackson begint rustig en droogkomisch (vooral de uiterst vriendelijke manier van kidnappen), mysterieus zelfs. Het huis zelf is hier ook niet eng. Daardoor komen de creatieve horrorvondsten (dus de wezens die hun kans schoon zien) beter over: het is best gek om die door zo’n gewoon huis te zien lopen. Horrorliefhebbers lusten denk ik wel pap van de toer met bizarre horrorvondsten in het tweede deel van de film. Met name de man met de zak over zijn hoofd… of anders de vrouw die steeds binnenkomt om iets te doen (kalmpjes: ‘Dat doet ze de hele nacht al’).

Het plot is verreweg het grootste probleem van Anything for Jackson. Het lijkt allemaal ergens heen te gaan, maar dat is toch niet zo. Zonde dat de ideeënrijkdom van de film niet tot een daverend plot leidt in de film van Justin G. Dyck, want de potentie was er wel. Met ook vrij goed acteerwerk van niet zo bekende acteurs: Julian Richings (ook te zien op Imagine in Vicious Love), Sheila McCarthy, Konstantina Mantelos en Josh Cruddas.

Wie echt geen genoeg kan krijgen van griezelhuizen, kan ook nog terecht bij de korte films In the Mirrors (8 minuten), Bird Lady (12 minuten), Penumbra (15 minuten) en Abracitos (11 minuten).

Online te zien vrijdag 9 april 17.00 uur.

 

7 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Mysterious Object at Noon

****
IFFR Unleashed – 2000: Mysterious Object at Noon
Collectieve verbeelding

door Michel Rensen

Veel kenmerken uit zijn latere werk zijn al terug te vinden in de eerste lange film van Apichatpong Weerasethakul. In een roadmovie door Thailand verkent hij de grenzen tussen documentaire en fictie terwijl een verhaal door zijn personages wordt doorverteld en getransformeerd.

Tien jaar voor Apichatpong Weerasethakul met Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives in 2010 de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes won, maakte hij zijn speelfilmdebuut met Mysterious Object at Noon op het IFFR in 2000. Met ondersteuning van het Hubert Bals Fonds herkende IFFR al vroeg het talent van de nu gerenommeerde filmmaker. Herkenbare thematiek uit zijn films is ook in Mysterious Objects at Noon al te vinden: het vermengen van realiteit en fictie, het hervertellen van verhalen zoals ook in Syndromes and a Century gebeurt, en ook de meanderende narratieve structuur die zich niet gemakkelijk laat grijpen.

Mysterious Object at Noon

Kettingverhaal
Op het eerste gezicht lijkt Mysterious Object at Noon af te wijken van zijn latere werk. Geschoten op 16mm in zwart-wit voelt de film aan als een lowbudget-roadmovie. De speelse wijze waarop Weerasethakul in de film met zijn subjecten spreekt, draagt daar zeker aan bij. We maken kennis met een grote verscheidenheid aan personages, van Bangkok tot diep in de jungle, van straatverkopers tot schoolkinderen.

De film creëert zo een gevarieerd portret van een land, vol verschillen – door een kettingverhaal over een jongen in een rolstoel en zijn leraar samengebracht. Terwijl steeds iemand anders het volgende stuk van het verhaal vertelt, wordt de nieuwe inbreng steeds bizarder. Een klein, simpel drama transformeert in een verhaal met dubbelgangers, aliens en tijgers. De verbeelding kent geen grenzen.

Tussen feit en fictie
Weerasethakul springt zonder enige markering tussen documentaire en fictie. De grenzen tussen de persoonlijke verhalen van deze mensen en de hervertelling zijn niet altijd even duidelijk. De interviews worden vermengd met nagespeelde scènes uit het fictieve verhaal, maar sommige scènes zouden evengoed documentair van aard kunnen zijn.

Zelfs binnen scènes vindt een verschuiving plaats die de aard van de vertelling verwart. Zo wordt een schijnbaar persoonlijk verhaal nog in hetzelfde shot opgevolgd met de vraag van een van de kinderen of het filmen klaar is en hij nu eindelijk naar huis mag. Voor hij antwoord krijgt, haalt een crewlid een script tevoorschijn en loopt Weerasethakul zelf het beeld in. De filmische illusie is doorbroken.

Mysterious Object at Noon

Folkloristische verhalen
Nadat een vishandelaar emotioneel vertelt hoe haar vader haar als kind verkocht, vraagt Weerasethakul van achter de camera vrij abrupt of ze misschien ook een ander verhaal te vertellen heeft. “Het mag echt zijn of fictief”, voegt hij daar laconiek aan toe. Met deze simpele vraag brengt hij niet alleen de rest van de film op gang, waarin het verhaal van de gehandicapte jongen doorgegeven wordt, maar legt hij ook de nadruk dat documentaire, of de realiteit, net zo goed geconstrueerd is uit verhalen. Of die echt zijn of fictief, wie zal het weten?

Net als in Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives en Cemetery of Splendour beïnvloeden de folkloristische verhalen de werkelijkheid. Tegelijkertijd vervormen de vertellers de verhalen terwijl ze opnieuw verteld worden. De realiteit krijgt vorm door de verhalen die we elkaar vertellen en die realiteit beweegt de verhalen weer in nieuwe richtingen. Hoewel Mysterious Object at Noon op het eerste gezicht als een roadmovie een portret van Thailand schetst, biedt de film vooral een reis door de collectieve verbeelding van zijn inwoners.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

7 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Dial H-I-S-T-O-R-Y

***
IFFR Unleashed – 1998: Dial H-I-S-T-O-R-Y
Onafgebroken informatiebombardement

door Jochum de Graaf

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) was een van de hoogtepunten van de Documenta X, de vijfjarige ‘wereldtentoonstelling van hedendaagse kunst’ in Kassel. De Belg Johan Grimonprez, videokunstenaar, curator en regisseur, behandelt in deze postmoderne documentaire een alternatieve geschiedenis vanaf de jaren zestig aan de hand van terroristische acties, meer in het bijzonder van vliegtuigkapingen.

We zien de ontwikkeling van de kapingen: de allereerste die live op tv werd uitgezonden, de kaping door het Japanse Rode Leger op het vliegveld van Fukuoka in 1970, van de Fidelista’s die zich in Cuba bij hun grote leider Fidel Castro wilden voegen, van Black Panthers die naar Algerije wilden, van de verschillende Palestijnse bevrijdingsbewegingen PLO en PFLP, die eind jaren zestig meer dan honderd vliegtuigkapingen uitvoerden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

Interviews
In Libië, Cyprus, Koeweit zien we vliegtuigen op het asfalt staan, omringd door commandotroepen en cameraploegen, paraat om in te grijpen, dan wel daar live verslag van te doen. Kapers worden geïnterviewd, onder andere de Palestijnse Leila Khaled die er wereldberoemd door zou worden, we zien ze berecht worden, na hun vrijlating opnieuw geïnterviewd, de scène van de Japanse kaper die zijn laatste woorden voor de camera uitspreekt vlak voor hij wordt neergeschoten en het lijk van een kaper dat door Russische soldaten wordt weggesleept.

Ook vrijgelaten en bevrijde gegijzelden komen aan het woord, ‘moest u hard rennen?’ en het jongetje van tien dat enthousiast knikt op de vraag ‘vond je het spannend’. Menigmaal was er ook sprake van het Stockholmsyndroom, sympathie tussen gijzelaars en gegijzelden, met meisjes in tranen om hun kapers die met een bomaanslag om het leven komen.

En dan is er de reactie van de autoriteiten. We krijgen te zien hoe vliegvelden meer en meer beveiligd werden, de introductie van röntgenapparatuur en aangepaste fouilleringstechnieken. Enigszins ironisch is het Amerikaanse instructiefilmpje over waar je moet gaan zitten in een vliegtuig. ‘Have a plan’ luidt het advies, ga niet bij de vleugels zitten, ook niet vooraan, achteraan, of in de eerste klasse, want dan trek je de aandacht van de kaper; de rijen in het midden kun je ook beter mijden, dat kan de mobiliteit hinderen bij een snelle evacuatie. Je kunt natuurlijk maar beter helemaal niet vliegen als je verwacht dat het gekaapt gaat worden.

Visueel spervuur
Dial H-I-S-T-O-R-Y laat goed de omslag van de romantisch revolutionaire beginjaren van de kaperspraktijk naar de grimmige anonieme terreur van de bompakketten van de jaren negentig zien. Tegelijkertijd kregen in die jaren de geheime terreurpraktijken van de VS in El Salvador, Nicaragua, Guatemala gestalte. En dan hebben we ook de beelden van de begrafenis van Stalin (1956), van de moord op Sadat (1981), van de bomaanslag op een Pan Am-vliegtuig boven Lockerbie (1988) voorbij zien komen. Het einde met de iconische scène van een dronken Boris Jeltsin en een slappe lach krijgende Bill Clinton kan er op duiden dat de midden jaren negentig de ergste vormen van terreur voorbij zijn, maar we zijn dan natuurlijk nog onwetend van 9/11.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

De film is een visueel spervuur. Naast de stroom aan televisieverslaglegging van kapingen zien we fragmenten uit propagandafilms over revolutionaire leiders als Lenin, Stalin, Mao en Castro, uit stomme films, reclamespotjes voor vliegmaatschappijen, tekenfilms en instructiefilms voor diplomaten.

Voor intellectueel gewicht zorgen de teksten in voice-over van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo, die in zijn werk verbanden legt tussen terrorisme en de daad van het schrijven en verwijst naar het vreemde huwelijk dat de media steeds weer aangaan met alles wat riekt naar ramp.

Ook de soundtrack, misschien beter nog de soundscape met subtiele samplecollages van de New Yorkse avant-gardist David Shea, past naadloos op de experimentele opzet van de film.

En zo is Dial H-I-S-T-O-R-Y een amalgaam van beelden en klanken dat je uitnodigt tot bespiegelingen over de relaties tussen politiek, technologie, retoriek, entertainment, media, literatuur en geschiedenis. Maar voor hetzelfde geld verdwaal je in dat onafgebroken informatiebombardement, dat soms verbijsterende beelden van spectaculaire geweldpleging en rampspoed met dodelijke slachtoffers, afgewisseld met nietszeggende geluiden, banale beelden en nutteloze wetenswaardigheden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

6 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Watermelon Woman, The

***
IFFR Unleashed – 1997: The Watermelon Woman
Verstrengelde levens

door Cor Oliemeulen

Een jonge zwarte vrouw in het Philadelphia van de jaren 90 raakt gefascineerd door een jonge zwarte vrouw in het Hollywood van de jaren 30. Het verrassende van The Watermelon Woman (1996) is dat de film steeds meer raakvlakken krijgt met de film in de film.

Het beeld van de mammy in Amerikaanse films is bijna altijd stereotiep geweest. De zwarte huishoudster, vaak een gezette vrouw met een bulderende lach, toont zich zeer loyaal aan haar werkgever en heeft een dieper geloof in God dan de paus. In The Birth of a Nation (1915) van filmpionier D.W. Griffith verdedigt zij het huis van haar witte meester tegen zowel zwarte als witte soldaten, onder het mom dat zij liever vecht dan vrij is. Minder propagandistisch maar even onthutsend is de rol van de mammy in Gone with the Wind (1939) als zij het opneemt tegen zwarte soldaten van wie zij denkt dat die de woning van haar witte meesteres willen binnendringen.

The Watermelon Woman

Zwart en lesbisch
Veel minder bekend dan Hattie McDaniel, de huishoudster in laatstgenoemde filmklassieker, is de naam van Fae Richards, die door haar optredens in Amerikaanse films uit de jaren 30 de bijnaam The Watermelon Woman kreeg. Ze was mooi, ongrijpbaar en kon bovendien goed zingen. Tientallen jaren later raakt de 25-jarige Cheryl in Philadelphia gefascineerd door deze zwarte actrice en als aspirant-filmmaker besluit ze een documentaire over haar te gaan maken. Met de camera in de hand gaat ze op zoek naar de achtergronden van Fae Richards, ontmoet mensen die haar kenden en ontdekt waarom zij The Watermelon Woman werd genoemd.

In het gelijknamige speelfilmdebuut van Cheryl Dunye, die min of meer zichzelf speelt, ontdekt ze tevens dat de actrice van weleer lesbisch is, en net als zij een relatie met een witte vrouw heeft, nota bene een regisseur van een film waarin Fae speelde. In archieven vindt Cheryl foto’s en filmmateriaal van haar. Ze is geschokt dat zwarte actrices destijds vaak niet eens op de aftiteling verschenen. Hoewel Fae Richards voor Cheryl als een soort rolmodel gaat fungeren, blijkt de ‘romantiek’ van het verleden en toekomst van zwarte lesbiennes ook scherpe randjes te hebben.

The Watermelon Woman

Originele revisie
The Watermelon Woman is de eerste film die gemaakt werd door een openlijk lesbische zwarte vrouw en is niet alleen daardoor bijzonder, maar ook omdat de film gaat over het maken van een film. De 25-jarige Cheryl werkt in een videotheek. Tegelijk met het maken van een documentaire over het lot van zwarte actrices in het oude Hollywood wordt haar film langzaam een soort autobiografie, omdat haar eigen leven en haar gevoelens steeds meer gaan lijken op die van Fae Richards.

Het gegeven wordt nog interessanter als de kijker zich realiseert dat The Watermelon Woman in feite een fictief personage is. Met die kennis zijn Cheryls zoektochten en interviews, en haar gebruik van (nagemaakt) archiefmateriaal voor haar documentaire, plotseling onderdeel van een parallelle werkelijkheid.

De lowbudgetsetting en de kleurrijke personages van The Watermelon Woman geven het leven van Amerikaanse jongeren in het Philadelphia van de jaren negentig in korte fragmenten treffend weer. De film is nu nog, ook door zijn spontaniteit en humor, zeer genietbaar en zal potentiële filmmakers inspireren om zelf de camera ter hand te nemen. Onderwerpen genoeg in deze tijd.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

5 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Dead Man

****
IFFR Unleashed – 1996: Dead Man
Van onschuld naar wijsheid

door Alfred Bos

Dead Man is een acid western, de psychedelische variant van de cowboyfilm. De film van Jim Jarmusch breekt met de traditionele waarden, ook van het genre.

De klassieke western, dat is de wereld in zwart-wit. Blanke man goed, indiaan fout. Blanke man sterk, vrouw zwak. Blanke man baas, rest knecht.

Het subversieve tegendeel van de klassieke western is de acid western, voortgekomen uit de psychedelische revolutie van de jaren zestig. Daarin is elk geloof in sociale orde verdwenen. De samenleving is corrupt, mensen onbetrouwbaar, solidariteit een illusie. De personages leven in een existentiële wildernis waar alles ongewis is. De acid western visualiseert een hallucinant, naar absurdisme hellend wereldbeeld. Chaos regeert.

Dead Man

De term, in 1971 gemunt door de vermaarde filmcriticus Pauline Kael, verwijst naar het surrealisme. Kael typeerde Alejandro Jodorowsky’s El Topo als ‘een spaghettiwestern in de stijl van Luis Buñuel’. De acid western is psychedelisch. Vervreemding is het thema, zijn (anti)held psychotisch. De held van Dead Man is passief.

Vervreemd van zichzelf
Dead Man, de zesde speelfilm van Jim Jarmusch, is – met El Topo – het archetype van de acid western. Alles aan de film is subversief. Hij is gedraaid in zwart-wit, wat de financiering niet eenvoudiger maakte. Hij gaat over een man die dood is en zijn ziel zoekt, vertolkt door een Hollywood-ster; in een genre dat in 1995, het jaar van verschijning, allang passé is: de western. Veel meer afstand van de bestaande orde kun je als onafhankelijk filmmaker niet nemen.

Dead Man typeert de maatschappij van de blanke man als immoreel, ontdaan van spiritualiteit, een gruwelijke grol. Moordzuchtig nihilisme, blinde hebzucht, tomeloze wellust, rabiaat egoïsme, zelfs kannibalisme—niets is de blanke man vreemd. Hij is gestoord, vervreemd van zichzelf.

De hoofdpersoon, gespeeld door Johnny Depp, heet William Blake, naar de achttiende-eeuwse auteur van Songs of Innocence and of Experience. Onschuld en ervaring zijn de yin en yang van de menselijke ziel. Maar Dead Man is subversief: onschuld staat voor naïviteit, onbenul. En ervaring niet voor door de wol geverfd, maar voor wijsheid.

“Dit is Amerika”
Jarmusch verbeeldt het leven als een reis, in de proloog letterlijk. William Blake zit in de trein en kijkt naar buiten, naar het landschap. Daar grazen bizons, die voor de sport worden afgeknald. Hij is onderweg naar het stadje Machine, waar hij in de staalfabriek als boekhouder aan de slag wil. Machine is de hel, het einde van de reis. De hel als smidse is een klassieke troop, van Griekse mythologie tot Lord of the Rings. We gaan een mythische film zien. Misschien zelfs wel een epos.

Machine is gestoffeerd met doodskisten, schedels (ook menselijke), geweien, jachttrofeeën. Het is het oord van de dood. De handwerkers zijn asociale bruten, de kantoorklerken laffe kuddedieren, de fabrieksdirecteur een gestoorde maniak. In deze door mensen gecreëerde hel staat iedereen iedereen naar het leven.

Blake helpt een bloemenmeisje en vindt in haar bed een pistool. Waarom heeft ze een pistool, wil hij weten. “Dit is Amerika”, antwoordt ze. Haar ex-vriend komt binnen en wil zijn rivaal doodschieten. Het bloemenmeisje vangt de kogel op, maar niet helemaal. Hij doorboort háár en blijft steken in Blake. Dan begint zijn reis van onschuld naar wijsheid.

Dead Man

“Stupid fucking white man”
De film opent met een citaat van een surrealist, de Belgische schrijver Henri Michaux, en is surrealistisch van toon, voelt als een droom. Verantwoordelijk voor de schitterende zwart-witfotografie is de Nederlandse cinematograaf Robbie Müller, hij werkte eerder met Jarmusch aan diens Down By Law (1986) en Mystery Train (1989).

Het is het palet van de film noir en Jarmusch vond inspiratie in de noir western Blood on the Moon van Robert Wise uit 1948 (met Robert Mitchum in de hoofdrol, hij speelt hier de fabrieksdirecteur), Fritz Langs Rancho Notorious uit 1952 (diens enige western in zwart-wit) en Johnny Guitar (1954) van zijn leermeester Nicholas Ray.

Die films zijn door Jarmusch getypeerd als Brechtiaanse westerns. “Ze zien er anders uit. Ze pretenderen niet een western te zijn.” De western is bij uitstek het genre waarin Amerika zichzelf en zijn geschiedenis beziet. In Dead Man verwoordt de indiaan Nobody (gespeeld door Gary Farmer) de kijk van Jarmusch, naast regie tevens verantwoordelijk voor het scenario: “Stupid fucking white man”. Nobody is Blakes gids in de zoektocht naar aanvaarding. De reis door de wildernis is een allegorie.

Soundtrack Neil Young
Dead Man toont de barbarij van een ontzielde wereld, niet als aanklacht, ook niet als satire, maar als een absurdistische klucht. Ook zonder slapstick zit er een vleugje Buster Keaton en Charlie Chaplin in de film en niet omdat Jarmusch terugvalt op het sjabloon van zijn tweede speelfilm Stranger Than Paradise: korte scènes gedraaid in zwart-wit, onderbroken door zwarte schermen. De wereld van Dead Man is inderdaad geen paradijs, hij is veel vreemder. De film is existentieel én psychedelisch. Hij oogt als een droom.

Bij zijn verschijning werd Dead Man zeer gemengd ontvangen. Er was lof en er was onbegrip. Maar een kwarteeuw later is de receptie gekanteld naar jubel. De absurde personages, de gitzwarte humor, de maatschappijkritiek verpakt als allegorie, de soundtrack met de minimalistische motiefjes van Neil Youngs vervormde gitaar, de speelsheid binnen de strikte vorm en niet in de laatste plaats de visuele pracht van Robbie Müllers cinematografie—het komt allemaal naadloos samen. Dead Man is wellicht Jim Jarmuschs beste film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

4 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Touch of Zen, A

****
IFFR Unleashed – 1995: A Touch of Zen
Kungfu met een spiritueel randje

door Cor Oliemeulen

Zwaardvechten, politiek drama, feminisme, boeddhisme en een spookverhaal komen samen in deze wuxia-film van King Hu. Centraal in het plot staat de relatie tussen dertiger Ku, een portretschilder, en de vrijgevochten Yang. Zij is op de vlucht voor strijders van de imperialistische eunuch Wei die haar vader, een generaal, hebben vermoord. A Touch of Zen (1971) is kungfu met een spiritueel randje.

We schrijven de veertiende eeuw ten tijde van de Ming-dynastie. De jonge vrouw Yang (Hsu Feng) neemt haar toevlucht tot een verlaten fort. Volgens de inwoners van het stadje zijn daar geesten. Yang raakt bevriend met de moeder van Ku (Shih Chun). Zij wil dat haar zoon iets nuttigs met zijn leven doet en voor meer inkomsten zorgt. Op haar ziekbed spreekt moeder haar zorgen uit over het verbreken van de bloedlijn van haar familie. Yang offert zich op en duikt met Ku de koffer in. Steeds meer opgejaagd door Wei´s strijders vinden ze uiteindelijk bescherming bij enkele boeddhistische monniken. Die leggen een sterk staaltje geweldloze martial arts aan de dag.

A Touch of Zen

Martial arts
King Hu was een Taiwanese filmmaker. Hij volgde in Beijing een kunstacademie, verliet China voor Hong Kong en trad in 1958 in dienst van de beroemde broers Shaw. Aanvankelijk als acteur en schrijver, later als regisseur. De broers Shaw hadden destijds de grootste Chinese filmstudio en waren toonaangevend in het vervaardigen van martial artsfilms. In 1967 startte Hu een filmstudio in Taiwan. Hij keerde in de jaren 70 terug naar Hong Kong, maar bleef ook films maken in Taiwan en China.

Hu ontwikkelde zich al snel tot een auteur: een filmmaker die zoveel mogelijk onafhankelijk opereert en een zeer persoonlijke stempel op zijn producties drukt. Hij bleef de wuxia-film verfijnen met meer subtiliteit en expressiviteit. Te beginnen met Come Drink With Me (1966) en gevolgd door Dragon Inn (1967). In deze films waren de acrobatische bewegingen, zwaardgevechten en rondvliegende pijlen nog dynamischer en opwindender, want Hu maakte efficiënt gebruik van breedbeeld en bijna naadloze montages (let bijvoorbeeld op het beeld en geluid van rennende personages). Bovendien introduceerde hij principes en effecten uit de Peking Opera, bijvoorbeeld de minimalistische percussieklanken.

Onderhoudend en dynamisch
A Touch of Zen (1969) is een episch hoogtepunt in King Hu’s oeuvre. De film is gebaseerd op een klassiek Chinees verhaal en verscheen aanvankelijk in twee delen in de Taiwanese bioscoop. In 1971 werden die samengevoegd tot één film. De lengte van 400 minuten werd teruggebracht tot zo’n drie uur voordat hij zijn internationale première op het Filmfestival van Cannes beleefde. Al met al geen minuut teveel voor dit onderhoudende epos.

Zoals zijn vakgenoot Akira Kurosawa in Japan de samoeraifilm op de kaart had gezet, zo ontpopte King Hu zich als bepalende regisseur van de wuxia-film, zeg maar kungfu met de nadruk op zwaardvechten. Hu had goed gekeken naar Kurosawa, getuige zijn creaties van dynamische beeldkaders, in dit geval met veel nevel en regelmatig een spel met licht, donker, kleur en zon. De cinematografie is zeker voor die tijd opzienbarend, maar doordat een aantal actiescènes zich in het halfduister afspelen, zijn die niet altijd even gemakkelijk te volgen.

A Touch of Zen

De vrouwelijke zwaardvechter
Terwijl Kurosawa louter mannen laat vechten (heel vaak huisacteur Toshiro Mifune) introduceerde Hu de vrouwelijke zwaardvechter. In Come Drink With Me glorieert actrice Cheng Pei-pei. Na een klein rolletje in Dragon Inn doet de mooie Hsu Feng in A Touch of Zen menig mannenhart sneller slaan. Toen ze samen met King Hu te gast was tijdens de vertoning in Cannes ontmoette Feng zoveel ambitie en artistieke visies dat ze besloot om meer te gaan doen dan alleen acteren. Ze zou uitgroeien tot een succesvol filmproducer. Achttien jaar later tijdens datzelfde filmfestival mocht ze als producer van Farewell My Concubine van Chen Kaige de Gouden Palm ophalen.

Tal van filmmakers hebben de choreografie van de martial arts in King Hu’s films gekopieerd. Denk daarbij vooral aan acrobatisch springende zwaardvechters en andere soms komisch werkende bewegingen. Het grote publiek zou hiermee pas kennismaken in Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee. Naast Hu’s aandacht voor kungfu, drama, spookverhaal, oorlogstactieken en spiritualiteit, biedt A Touch of Zen in bijna elke scène een korte contemplatie over de relatie van de mens met de natuur. De sleutelscène met de fantastische clash in het bamboebos, badend in brekend zonlicht, is van een ongekende schoonheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

2 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

*
IFFR Unleashed – 1994: Schramm, Into the Mind of a Serial Killer
Fascinerende afschuwelijkheid

door Cor Oliemeulen

We kunnen deze filmbespreking beginnen met een korte opsomming van alle afschuwelijkheden in Schramm, Into the Mind of a Serial Killer, maar dan haken de meeste lezers direct af. Of juist niet?

Waarom zou iemand in de hersenen van een seriemoordenaar willen kijken? De Duitse filmmaker Jörg Buttgereit zei in een interview dat films over seriemoordenaars eigenlijk altijd gaan over politieagenten, die bijvoorbeeld problemen met hun vrouw of een verslaving hebben, en uiteindelijk de seriemoordenaar oppakken. Buttgereit haat dat soort films, want we komen volgens hem veel te weinig te weten over de seriemoordenaar. Tegelijkertijd kun je je afvragen welk nut het dient om überhaupt iets te weten over de impulsen van een zieke geest. Zeker als handelingen niet worden verklaard, zoals dat bijvoorbeeld wel gebeurt bij andere Duitse seriemoordenaars in M (1931), Der Untergang (2004) en Der goldene Handschuh (2019).

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Perversiteiten
Aangezien Buttgereit – in kleine kring beroemd door zijn films over necrofilie – zelfs te weinig geld had om een politiewagen te huren, koos hij ervoor om zich volledig te concentreren op het lugubere bestaan van een psychisch gestoorde taxichauffeur (collega Travis Bickle in Taxi Driver is met hem vergeleken een zeer mild geval). Deze Lothar Schramm is een einzelgänger, komt niet onsympathiek over buitenshuis, maar in zijn eigen woning geeft hij zich over aan activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Voor Buttgereit genoeg reden om ’s mans extreme activiteiten op camera vast te leggen. Natuurlijk met een korrelige 18 mm-camera, want dan lijken alle perversiteiten nóg realistischer.

Aan acteur Florian Koerner von Gustorf (die later een aantal uitstekende films van Christian Petzold zou produceren) de dubieuze taak om te neuken met het onderlichaam van een sekspop en om vrouwen naar binnen te lokken, zodat hij die kan vermoorden, van make-up voorzien en misbruiken. De man is zo gefrustreerd door zijn seksuele stoornissen dat hij, mogelijk om zichzelf te straffen, op een gegeven moment zijn geslachtsdeel aan een tafel vastspijkert. Om aan een en ander kennelijk nog een artistieke betekenis te geven, zijn de beelden schokkerig en repetitief, soms voorzien van kleurenfilters en is de geluidsband al even verontrustend.

Associaties
Eerlijk gezegd heeft de schrijver dezes weinig ervaring met dit type van horror en wordt hij over het algemeen al snel lacherig van de voorspelbaarheid van het verhaal (als dat er al is) en rondvliegend bloed. Het moet gezegd dat Schramm, Into the Mind of a Serial Killer is doordrenkt met een zweem van onsamenhangende authenticiteit, maar dat de bloedballetten nog best meevallen en het uitlepelen van een mensenoog voor weinig extra opwinding zorgt. De montage van beeld en geluid, onverwachte weerzinwekkende handelingen en de algehele teloorgang kun je ongetwijfeld associëren met de hersenen van een krankzinnige, maar de vraag blijft waartoe dit alles dient.

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Geweld als pornografie? Net zo waarschijnlijk vinden sommige mensen het leuk om te choqueren of om zich te laten choqueren. Voor andere kijkers biedt deze film mogelijk een uitstekende gelegenheid om over nimmer uitgesproken gedachten te fantaseren. Er zijn gelukkig nog geen berichten dat iemand, na het kijken van Schramm, besloot om seriemoordenaar te worden. Misschien dat deze rerelease in het IFFR Unleashed-programma nog een duit in het zakje kan doen.

Smaak
Een groot onderzoek dat in 2015 in The Lancet werd gepubliceerd, over de vraag of (jonge) mensen zich gewelddadiger gaan gedragen nadat ze gewelddadige beelden hebben gezien, wees uit dat een dergelijk kopieergedrag nauwelijks voorkomt. Dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld het beeld van iemand op straat die zich plotseling met een pistool door het hoofd schiet een onrustige nacht kan opleveren, of simpelweg de mensenziel weer een heel klein beetje donkerder kleurt.

In 1978 verscheen de eerste Faces of Death-mockumentaire – vol fragmenten van wereldburgers die op de meest uiteenlopende manieren om het leven komen – die volgens de statistieken op IMDb voornamelijk bij mannelijke tieners in de smaak viel. We zullen de hang naar het kijken van zeer schokkende beelden maar een typisch gevalletje van intrigerende afschuwelijkheid noemen. Doe jezelf een lol en kijk liever naar de fysieke ongein in die Jackass-films – kun je tenminste nog af en toe lachen om krankzinnige types.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

1 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Assa

***
IFFR Unleashed – 1992: Assa
Van glasnost tot massacultuur

door Jochum de Graaf

Assa, de Sovjet-krimi van Sergei Solovyov uit 1987, groeide uit tot een cultfilm, voornamelijk omdat met deze film de Russische rock van underground tot mainstream verschoof. Volgens sommigen luidde Assa, dat verscheen tijdens de glasnost en perestrojka, zelfs het einde van de Sovjet-Unie in.

Assa was een ijkpunt omdat het de eerste film was die van de glasnost (openheidspolitiek die door partijleider Gorbatsjov in gang was gezet) massacultuur maakte. Rockgroepen als Aquarium, Bravo en Kino die tot die tijd geband waren en een ondergronds bestaan leefden, werden in een officiële filmproductie in beeld gebracht.

Assa

Symbolische slotscène
Die overgang van de glasnost naar massacultuur komt het beste naar voren in de symbolische slotscène. Rockidool Viktor Tsoi, de Russische Marc Bolan (T-Rex), arriveert in een restaurant waar hij op zal treden. De manager geeft hem een uitvoerige instructie hoe een Sovjet-artiest zich dient te gedragen. Is hij voorzien van een geldig Sovjet-diploma? Alle bandleden moeten in hetzelfde uniform gekleed zijn, een voor een het podium op en niet zelfstandig het podium weer verlaten, tenzij er een medische reden is.

Tsoi – hij zou net als zijn evenbeeld Marc Bolan bij een auto-ongeluk omkomen, wat nogal bijdroeg aan zijn sterrenstatus – hoort het uitgezakt op een stoel kort aan. Maar dan stormt hij het podium op en zijn band Kino zet Chotsjoe Peremen! (Ik wil verandering) in, de glasnost-hit bij uitstek. Na enige tijd switcht de camera en blijkt Kino niet in een restaurant maar voor een enorm publiek in een theater te spelen. Een zinderend optreden met lichtjes boven de hoofden, luid meezingend publiek.

Opvallend aan Assa is dat dat slotoptreden nauwelijks een relatie met de verhaallijn heeft. Het enige is dat Kino in eerste instantie in het restaurant optreedt waar undergroundrocker Bananan (Sergej ‘Afrika’ Boegajev), avond aan avond met zijn band Bravo optreedt. Op zekere avond komt verpleegster Alika (Tatjana Drubitsj) naar de club en Bananan introduceert haar in de undergroundscene.

Zeldzame viool gestolen
Het is de winter van 1980 en Alika is in Jalta op de Krim met patiënt en geliefde Krymov (Stanislav Govorukhin) die aanmerkelijk ouder is dan zij. Oplichter Krymov is daar op de vlucht terechtgekomen omdat hij een zeldzame viool gestolen heeft en komt aan het hoofd te staan van een bende criminelen. Zoals het in een Sovjet-krimi betaamt, wordt deze bende door de KGB in de gaten gehouden. Wanneer Krymov ontdekt dat Alika met Bananan een relatie ontwikkelt, wordt hij jaloers en probeert hij Bananan ervan te overtuigen Alika en Jalta helemaal te verlaten. Wanneer Bananan weigert, wordt hij vermoord door Krymovs mannen.

Een nevenplot ontstaat wanneer Krymov ’s avonds op zijn hotelkamer een boek van Natan Eidelman, die je ook als voice-over hoort, ter hand neemt en de setting zich verplaatst naar maart 1801. We zijn in Sint-Petersburg en worden getuige van het complot tegen tsaar Paul I die uiteindelijk door een groep officieren wordt omgebracht.

Assa

Beide verhaallijnen hebben echter weinig met elkaar te maken. En daar komen dan nog een stuk of wat experimentele scènes bij die ook nogal losjes met de plot te maken hebben: de surrealistische dromen van Bananan (vloeistofdia’s), in beeld geprojecteerde ‘voetnoten’ met uitleg van Russisch rockslang en projectie van complete Russische songteksten van Aquarium, Bravo, Jury Chernavsky met Vesyolye Rebyata en Kino. In 1987 waren deze beelden voor de Sovjet-Unie revolutionair, nu doen ze toch gedateerd aan.

Soundtrack
De soundtrack is van de legendarische frontman van Aquarium, Boris Grebensjtsjikov, ‘a God who radiates light’ in de ogen van Bananan. En de vinylplaat die hiervan werd uitgebracht, was een van de eerste officiële rockreleases op het enig toegestane staatsplatenlabel Melodia. Slotlied Chotsjoe Peremen! groeide uit tot dé hit van de glasnost en perestrojka (hervormingspolitiek) en werd het lijflied van de Russische oppositiebeweging Solidarnost.

Als een van de eerste glasnost-films is Assa (Solvjov maakte twintig jaar later nog een sequel) zeker de moeite waard, maar Leto, Kirill Serebrennikovs biopic over de driehoeksverhouding tussen Natalja Naoemenko, haar man Majk (zanger Zoopark) en Viktor Tsoi geeft een beter beeld en gevoel over de zinderende tijd dat rock naar Rusland kwam.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

30 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Imagine Film Festival 2021 – Preview

Imagine Film Festival 2021 – Preview:
Jezelf onderdompelen in werelden van fantasie

door Bob van der Sterre

Imagine! Het festival van de genrefilm, met name horror en sciencefiction, maar ook met af en toe een absurd pareltje. Het duurt dit jaar van 7 tot en met 17 april en je kunt meedoen vanuit je eigen gerieflijke huiskamer. De kaartverkoop is al begonnen.

Waar vind ik het programma van en meer informatie over Imagine 2021?
Bekijk de website van Imagine voor het complete programma, per dag of in alfabetische volgorde.

New Order

Is alles online?
Ja, door de coronamaatregelen is alles online. Lees het bericht van Imagine erover.

Kan ik al kaartjes kopen voor de digitale voorstellingen en hoe gaat dat?
Ja, sinds 24 maart kan dat al. Imagine legt het zo uit: ‘Je gaat naar de gewenste film en klikt op tickets. Na het aanmaken van een account, kun je één of meerdere tickets aanschaffen. Er zijn verschillende type tickets, de meeste kan je direct kopen in het bestelproces.’ Lees de Faq van Imagine voor meer informatie over tickets kopen.

Kunnen voorstellingen uitverkocht raken ook al zijn ze digitaal?
Ja. Op sommige films zit een limiet. Daardoor kunnen de kaarten uitverkocht raken.

Zijn er speciale programma’s op Imagine 2021?
Ja. Het festival heeft afgezien van ruim 50 featurefilms en veel shorts ook een paar boeiende themaprogramma’s:

  • Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm
  • Things to come: de menselijke maat van AI
  • Imagine expanded

Welke hoogtepunten kan ik verwachten?
Het programma heeft meestal geen echte krakers waar we al maanden naar uitkijken. Het is meer een ontdekkingstocht van wat we nog niet zo goed kennen.

Het Frans-Mexicaanse New Order is de openingsfilm. Verder was er al wat media-aandacht voor de terugkeer van Lloyd Kaufmans Troma met #Shakespearesshitstorm. Mandibules van Quentin Dupieux is ook al vertoond geweest bij het laatste IFFR.

Sommige films kennen we van andere festivals. Over Lapsis van Noah Hutton hebben we al tijdens LIFF 2020 geschreven en die kwam in mijn top tien van vorig jaar. De Nederlands-Taiwanese vampierenfilm Dead & Beautiful van David Verbeek is ook al op IFFR 2021 langs geweest.

Wat zijn jullie verwachtingen over dit festival?
De trailers beloven weer een gevarieerd en fantasierijk festival. Het wordt ongetwijfeld weer plezierig griezelen, lachen en in spanning zitten. De bevrijding van de artistieke genrefilm. Vervelen zit er niet in.

En kom, we zitten toch binnen, dus waarom niet weer een online festivalletje meepikken? Zelfs online kan de liefhebber Q&A’s bezoeken. En de themaprogramma’s klinken ook als een goede tijdsinvesteringen. Dus profiteer van de avondklok en bezoek het Imagine Film Festival in je eigen huis!

 

29 maart 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Tale of Zatoichi, The

****
IFFR Unleashed – 1991: The Tale of Zatoichi
Kaskraker over blinde samoerai

door Cor Oliemeulen

Goede Japanse samoeraifilms behelzen veel meer dan een potje zwaardvechten. Het personage Zatoichi verdient een bijzondere plaats in het genre, want hij behoort tot de absolute onderklasse, houdt van gokken én is blind. The Tale of Zatoichi (1962) is de eerste film in een lange, succesvolle reeks.

De verhalen spelen zich af in een van de laatste periodes van het Edo-tijdperk (1830-1850) waarin het regerende shogunaat in het vroegere Tokio was gevestigd voordat de keizer de macht kreeg. Zatoichi werd geïntroduceerd door novellist Kan Shimozawa. Het titelpersonage verloor zijn gezichtsvermogen als kind door een ziekte, ging trainen met een zwaard nadat zijn vader hem op vijfjarige leeftijd had verlaten, werd lid van de yakuza, doodde veel mensen, kwam tot inkeer, ging rondzwerven en verzette zich tegen corruptie en onrecht. Hij ontwikkelde een uitstekend hoor- en reukvermogen, zodat hij bliksemsnel kon reageren op dreigend gevaar.

The Tale of Zatoichi

Edelmoedig maar resoluut
Eigenlijk heet hij Ichi. Zato is de benaming voor iemand die behoort tot de laagste van de vier klassen binnen het todoza, het traditionele gilde voor blinde mannen die zich voornamelijk ten dienst stellen als masseur. Zatoichi verdient liever de kost met gokken, heeft geen afgetraind lichaam en is meer antiheld dan held. Als we in The Tale of Zatoichi (Zatôichi Monogatari) voor het eerst met hem kennismaken, laat hij zich door leden van een clan ogenschijnlijk een poot uitdraaien, maar wint hij vervolgens een klein fortuin door op fantastische wijze hun oneerlijkheid af te straffen.

Zatoichi (Shintaro Katsu, die als kind les van een blinde zwaardvechter zou hebben gehad) heeft zich laten inhuren door de clanleider van die valsspelers omdat diens grote concurrent eveneens een samoerai heeft ingehuurd. Maar als die strijder ziek blijkt, wil Zatoichi niet met hem zwaardvechten. Uiteindelijk heeft hij geen keus, beslecht de strijd en vertrekt naar zijn volgende tijdelijke verblijfplaats, een smachtende weduwe achterlatend. Iemand die niet van zichzelf houdt, kan immers ook moeilijk een geliefde gelukkig maken.

The Tale of Zatoichi

Langlopende reeks
The Tale of Zatoichi is geregisseerd door Kenji Misumi, die in 1954 had gedebuteerd met Tange Sazen: Kokezaru no tsubo (1954), het verhaal over een samoerai met één arm en één oog, en werd in eigen land een kaskraker. Hij ging voortvarend door met het maken van succesvolle zwaardvechtfilms, wat zou leiden tot maar liefst 26 speelfilms (1962-1989) over Zatoichi. De zeventiende film, Zatoichi Challenged, kreeg in 1989 een Amerikaanse remake met als titel Blind Fury en Rutger Hauer als blinde zwaardvechter annex Vietnamveteraan.

In de periode 1974-1979 draaide in Japan een televisiereeks van ruim honderd afleveringen, waaraan zowel vertolker Shintaro Katsu als regisseur Kenji Misumi enkele malen hun medewerking verleenden. Misumi was tevens verantwoordelijk voor vier van zes Lone Wolf-samoeraifilms, te beginnen met Lone Wolf and Cub: Sword of Vengeance in 1972, gebaseerd op de mateloos populaire gelijknamige stripserie.

Vredelievende oplossing
Zatoichi opteert altijd voor een vredelievende oplossing van een conflict en trekt zijn zwaard pas als het echt niet anders kan. Liefhebbers van actie moeten in The Tale of Zatoichi dus lang wachten, want net als bijvoorbeeld in Seven Samurai (Shichinin no samurai, 1954) van Akira Kurosawa worden in de eerste helft de belangrijkste karakters geïntroduceerd, leren we die aardig kennen en begrijpen we beter hun motivatie waarom zij uiteindelijk tot actie overgaan. Bovendien doet Misumi’s debuut denken aan Kurosawa’s ongeëvenaarde klassieker door de mooie zwart-witbeelden, de choreografie en het gebruik van water en wind om de frames meer dynamiek te geven.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

28 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR