Sicario

****

recensie  Sicario

Hoe vals wordt het spel gespeeld?

door Alfred Bos

In Stephen Soderberghs Traffic (2000) is de Mexicaanse cokemaffia machtig, maar feilbaar. In Oliver Stones Savages (2012) wordt het drugsgeweld opgediend als gepimpt entertainment. In Sicario tapt regisseur Denis Villeneuve uit een ander vaatje: hij toont een existentiële oorlog.

Terwijl de ene film rond cokebaron Escobar net in Engeland draait, een tv-serie rond de man als thuisvermaak wordt aangeprezen in de Nederlandse bioscopen en de volgende rolprent over de Colombiaanse opperschurk (met Penélope Cruz en Javier Bardem) in productie is, toont de Canadese regisseur Denis Villeneuve een geheel andere kijk op de illegale drugshandel van Midden-Amerika. Er is niets glamoureus aan de boeven die Sicario bevolken. Er is niets glamoureus aan de Amerikaanse overheidsmedewerkers die hen bekampen. Er is niets glamoureus aan het geweld en de slachtingen, de list en het bedrog. Het is dodelijke ernst.

Recensie Sicario

Sicario is rauw-realistisch en compromisloos, een deprimerende schets van de mate waarin Mexicaanse drugskartels de (Amerikaanse) economie en samenleving zijn binnengedrongen en de onconventionele methodes die de overheid gebruikt om het probleem in te dammen. Dat Villeneuve niet schroomt om nare waarheden voor het voetlicht te brengen, weten we sinds Polytechnique (2009), waarin hij in het brein kruipt van een vrouwenhater die in 1989 een bloedbad aanrichtte op Montréals École Polytechnique. In Incendies (2010) kijkt hij niet weg van moord, verkrachting en genocide in het Midden Oosten. Zijn recente Engelstalige films met Jake Gyllenhaal in de hoofdrol (Prisoners en Enemy, beide uit 2013) benadrukken psychologie en, vooral, pathologie.

Huurmoordenaar
Aldus is Sicoria geen uitstapje naar de actiethriller-blockbuster in de popcorn-vriendelijke multiplex, maar een voortzetting van zijn thema – de mens als wolf – in een ander genre. Het is een eigentijdse western, met de Mexicaanse drugsmaffia als indianen. Of eigenlijk, als terroristen die worden bestreden door veteranen uit Afghanistan, want zo ontwrichtend is het drugsgerelateerde geweld inmiddels geworden. In de vuile oorlog tegen de kartels heeft de protagonist, de idealistische vrijwilligster Kate Macer (Emily Blunt), in feite niets te zoeken. Deze vijand bestrijd je niet met open vizier en schoon blazoen, die ontregel je met misinformatie en keihard contrageweld.

Tegenover het humanisme van Macer staat het macho-nihilisme van Matt Graver (Josh Brolin), die met een speciaal team van allerhande agenten op de schurken jaagt. De zwijgzame Alejandro (wederom een sterrol voor Benicio Del Toro) heeft intieme kennis van het milieu en jaagt om zijn eigen redenen met Graver mee. Sicario, het Spaanse woord voor huurmoordenaar, werd gemunt door de Romeinen die er sluipmoordenaars van Romeinse burgers in Judea mee aanduidden. In de film is de Mexicaanse drugsbaas Alarcon, de onvindbare schim die verantwoordelijk is voor een eindeloze reeks ontvoeringen, verdwijningen en moorden op Amerikaanse bodem, het doelwit van Graver.

Sicario

Inktzwart
De regisseur noemt Sicario een donker gedicht en over het poëtische gehalte kun je discussiëren, maar donker is de film zeker; zeg maar gerust, inktzwart. Hij toont een wereld waarover je niets leest in de kranten of ziet op het tv-scherm, een clandestiene oorlog buiten de maatschappelijke orde met als inzet diezelfde maatschappelijke orde. Zoals Matt Graver aan Kate Mecer duidelijk maakt: vroeger had je de Colombiaanse kartels en was er nog een schim van controle. Nu vecht hij tegen de Mexicanen om die glimp van orde terug te brengen. Hij werkt met kwaad om erger kwaad een halt toe te roepen. Stephen Soderberghs Traffic uit 2000 is een romantisch verleden, Oliver Stones Savages van drie jaar terug onnozele rimram.

Aan actie is er geen gebrek, aan situaties waarin alle zintuigen op scherp staan evenmin. Tussen de adrenaline-scènes zijn er de suspense momenten, en de met nachtkijker gedraaide beelden benadrukken de claustrofobische sfeer van de film. En elke oorlog wordt gewonnen met informatie, ook deze. Sicario ontleent zijn zinderende spanning voor een belangrijk deel aan de mist waarin de opzet van Graver is gehuld – en de bijna subliminale soundtrack van Johann Johannson. Het doelwit is duidelijk, maar hoe, wie en wat, inclusief haar rol, daar komt Macer pas achter als de rook is opgetrokken. De zege heeft niets triomfantelijks, wat rest is een reeks confronterende vragen.

 

6 oktober 2015

 
ALLE RECENSIES

Fazantenmoor-denaars, De

**

recensie  De Fazantenmoordenaars

Waar zijn de fazanten?

door Alfred Bos

Het was een succes in Denemarken, de verfilming van het eerste boek in een thrillerreeks rond een afdeling voor onopgeloste moordzaken. De verfilming van boek twee struikelt over de intrige.

Het productiehuis van Lars von Trier startte twee jaar terug de verfilming van de reeks Afdeling Q-romans rond de horkerige inspecteur Carl Mørck en diens assistent Assad, een creatie van de Deense auteur Jussi Adler-Olsen. The Keeper of Lost Causes, een succes in de Deense cinema’s en het afgelopen jaar in Nederland te zien, was een degelijke genrefilm en dat geldt, zij het in mindere mate, ook voor nummer twee, De Fazantenmoordenaars.

Recensie De Fazantenmoordenaars

De serie ontleent zijn naam aan de afdeling voor onopgeloste misdrijven waar de eeuwig boze speurder Mørck (Nikolaj Lie Kaas) zijn antisociale tendensen kan uitleven. Net als Sherlock Holmes heeft hij een met iets meer emotionele intelligentie begiftigde rechterhand nodig om met zijn directe omgeving en de wereld te kunnen communiceren. Die taak is aan Assad (Fares Fares), een volledig geïntegreerde migrant uit de Mahgreb die Mørck volgt als een verliefde herdershond en diens meeste bête uitglijders glad poetst. Een privéleven heeft de gescheiden Mørck niet, al leren we in deze aflevering zijn puberzoon kennen.

Industrieel zonder scrupules
De Fazantenmoordenaars  draait om een dubbele moord, een verdwenen getuige en een geperverteerde rijkeluiszoon. De laatste, achteloos grimmig neergezet door topacteur Pilou Asbæk (we kennen hem als de spindoctor uit de Borgen tv-serie en van de film Kapringen), is een industrieel zonder scrupules; met zijn vriendjes annex onderknuppels jaagt hij op zijn landgoed op… zebra’s, geen fazanten.  Het verhaal pendelt tussen begin jaren negentig, toen het boefje een elitekostschool terroriseerde, en het heden waarin kwaaie zaken van toen hun bekomst krijgen.

De schakel tussen beide tijdslijnen is de verdwenen getuige en daar begint de intrige te rammelen. Want hoe geloofwaardig is een timide kostschoolmeisje dat, na twintig jaar zwerven langs Gods dreven, een heuse vechtjas blijkt en zich dure hotelkamers kan veroorloven? En Mørck is een watje, want welke speurder legt begripvol zijn pistool weg wanneer hij zich tegenover een bewezen killer ziet geplaatst? Zo zijn er meer momenten waarop het realisme wordt geofferd voor de spanningsboog. Honderdtwintig pagina’s script bieden onvoldoende ruimte voor de nuance van vierhonderd pagina’s boek.

Recensie De Fazantenmoordenaars

Geen excuserend gepsychologiseer
Met bijna twee uur speelduur is De Fazantenmoordenaars aan de lange kant, waar de flashbacks naar begin jaren negentig verantwoordelijk voor zijn. De film heeft geen last van excuserend gepsychologiseer, anders dan ‘de gelegenheid maakt de dief’; de personages blijven makkelijk-eendimensionaal. Typisch Scandinavisch zijn de vraagtekens bij een kostschool voor de maatschappelijke elite. Sterker, het niet-mengen met het gewone volk kweekt ons-kent-ons netwerken die hun eigen regels stellen. Het is een vage echo van Sjöwall & Wahlöö, de peetouders van de maatschappijkritische thriller uit Scandinavië, al mist de film hun kenmerkende ironie.

Regisseur Mikkel Nørgaard heeft ervaring met de filmadaptatie van Scandinavische thrillers – hij vertaalde eerder enkele boeken van de Zweedse auteur Arne Dahl naar het witte scherm – en slaat zich er, net als hij deed bij de eerste Afdeling Q-verfilming, manmoedig door heen. De Fazantenmoordenaars biedt degelijk vakwerk voor de liefhebber van het genre, maar is eerder een adequate, doch warrige tv-film dan vertelkunst voor het grote doek. Dat moeten de makers zich ook hebben gerealiseerd, want de serie lijkt na aflevering twee reeds te zijn gestaakt.

4 augustus 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Alléluia

***

recensie Alléluia
De gladjanus en het jaloerse secreet

door Cor Oliemeulen

Fabrice du Welz staat te boek als Belgische suspense-meester. Zijn dramatische thriller Alléluia heeft weinig te maken met een lofzang aan een hogere macht – of het moet de duivel zijn.

In zijn speelfilmdebuut Calvaire (2004) vertelt de talentvolle, driftig experimenterende regisseur het horrorverhaal van een orkestbandzanger die vooral populair is bij oudere dames, na een optreden in een dorpshuis panne krijgt en belandt in een voormalig hotelletje nabij een dorpje waar sodomie en achterlijke dansjes de normaalste zaak van de wereld zijn.

Recensie Alléluia

De hoteleigenaar loopt aanvankelijk over van goede bedoelingen, maar ontwikkelt zich tot een volstrekt gestoorde malloot die de zanger aanziet voor zijn overleden vrouw en niet nalaat hem te martelen om wat respect en discipline bij te brengen. Aan iedereen in Calvaire zit minimaal een steekje los, zelfs de zanger laat zich wel heel gemakkelijk naar de slachtbank leiden. Deze lowbudgetfilm wijkt door zijn vormgeving en incidentele knipoog wel af van de gebaande suspense-paden, maar van de gepresenteerde zieke geesten en absurde voorvallen moet je wel houden.

Lonely Hearts Killers
De zanger van Calvaire (Laurent Lucas) zien we terug in Alléluia, ook geen alledaagse rolprent, maar wel gesteund door het klassieke gegeven van de lonely hearts killer: man plaatst advertentie – vrouw reageert – man pikt haar geld in en vermoordt haar. Fabrice du Welz neemt als uitgangspunt de legendarische Lonely Hearts Killers: Raymond Fernandez en Martha Beck, die in de jaren ’40 van de vorige eeuw zeventien bewezen moorden pleegden en op de elektrische stoel eindigden. In Alléluia speelt Laurent Lucas de rokkenjagende gladjanus Michel die in Gloria (Lola Dueñas: Mar adentro, Volver) zijn kompaan vindt. Het feit dat Gloria obsessief verliefd op Michel is, blijkt al snel voor- en nadelen te hebben.

Recensie Alléluia

De procedure lijkt eenvoudig. Michel verleidt een welgestelde, naar liefde en seks hunkerende, meestal oudere vrouw. Gloria is zogenaamd zijn zus, ze troggelen hun slachtoffer geld af en doden haar zo nodig. Er is echter een wezenlijk probleem: Gloria is zo intens jaloers als zij ziet hoe Michel haar concurrente verwent dat zij in acute woede ontsteekt en de betreffende vrouw in mum van tijd naar de andere wereld helpt, terwijl Michel verlamd in een hoekje het bloedbad aanschouwt. De dodelijke kilheid van Gloria wordt treffend verbeeld in een scène waarin zij onbewogen in de camera spreekt en vervolgens een voet van de vermoorde vrouw afzaagt.

Geen greintje sympathie
Alléluia gaat dus over extreme toewijding met alle afschuwelijke gevolgen van dien. Fabrice du Welz speelt goed met licht en donker, en de dans rond het vreugdevuur is artistiek in beeld gebracht, maar hij gunt je geen greintje sympathie voor het bedriegende en moordende koppel, hoe voortreffelijk vooral Lola Dueñas ook acteert. Narratief ondergeschikt aan cinematografie en soundtrack – op de grappige missionarisscène na – mag je als kijker wel iets meer diepgang en betekenis verlangen, zodat je niet zomaar als een geslagen hond het theater verlaat.

 

10 juli 2015

 

 
ALLE RECENSIES
 

Isla Minima, La

*****

recensie  La Isla Minima

True Detective in Andalusië

door Alfred Bos

Spaanse thriller over verdwenen meisjes in een godverlaten moerasdelta die dankzij zijn rake psychologie naast een eigentijdse noir western een film is over Spanje op de overgang van dictatuur naar democratie.

Het Guadalquivir-moeras in de Zuid-Spaanse regio Andalusië is de locatie voor deze onderkoelde, met veel overmacht geregisseerde thriller. Het landschap is van een onbarmhartige schoonheid, bevolkt door sjofele dagloners, arglistige stropers en vissers die klussen als smokkelaar. Armoe en bijgeloof bepalen het dagelijkse leven. Hier zijn de feodale Middeleeuwen nooit helemaal verdwenen.

Recensie La Isla Minima

Seriemoordenaar
Wanneer na de jaarlijkse kermis in september de twee puberdochters van een lokale veerman zijn vermist, worden uit het verre Madrid twee rechercheurs naar La Isla Mínima, een vlek in de delta, gestuurd om het incident te onderzoeken. De speurders zijn tegenpolen, de een heeft een verleden bij de geheime dienst van dictator Franco, de ander is vanwege zijn anti-autoritaire denkbeelden uit zijn post gezet.

Als de vermiste meisjes gruwelijk toegetakeld worden gevonden, moeten Juan en Pedro, de rechercheurs, op zoek naar een seriemoordenaar die in de voorgaande jaren, ook tijdens de kermis, al heeft toegeslagen, alleen waren er toen geen lijken aangetroffen. Zonder forensische ondersteuning, het is 1980, maar met klassiek rechercheren – getuigen ondervragen, verdachten observeren, aanwijzingen natrekken – gaan ze op zoek. Ze raken verstrikt in het wantrouwen van de lokale gemeenschap, inclusief gespannen samenwerking met de militaire politie, maar vinden in een dramatisch climax de seksuele sadist.

La Isla Mínima

Rijk psychologisch canvas
Regisseur Alberto Rodríguez liet zich inspireren door het landschap van het Parque Nacional de Donona, een geïsoleerd moerasgebied tussen Sevilla en de Golf van Cadiz. De lege rietvlaktes, doorsneden door kreken en dijken, zijn in feite de hoofdpersoon van deze thriller. Pedro en Juan zoeken niet alleen naar een vrouwenhater die als een geest opgaat in het landschap, ze zijn op zoek naar hun ziel. Pedro (Raúl Aréalo) veracht zijn collega Juan (Javier Gutiérrez) en diens hardhandige ondervragingsmethodes. Juan heeft niet alleen een donker verleden, achter zijn branie worstelt hij met zijn gezondheid – en zijn sterfelijkheid. De levensgenieter Juan symboliseert het verleden, Franco; de idealist Pedro de toekomst, democratie.

Het is een rijk psychologisch canvas waarop Rodríguez zonder poespas en met veel beheersing het verhaalt schildert. Het wordt nog beter wanneer ook de psychologie van de lokale bewoners en hun motivatie messcherp blijkt getroffen. De pubermeisjes willen weg uit het godverlaten gat, de lokale bink denkt met zijn piemel, de guardia civil wil alleen maar de schijn van routine ophouden, de journalist zoekt gore details, de landeigenaar staat boven de wet en de vissers schromen politieaandacht. Alleen de stroper weet dat wegkijken nu niet helpt.

La Isla Mínima is een film over overgang en transformatie, over de schemerzone (gradiënt) waar het leven het heftigst is. De moerasdelta is het verraderlijke overgangsgebied tussen land en water. Daar moeten de speurders, de een op de overgang van leven naar dood, de ander tussen gefnuikte loopbaan en gerechtigheid, op zoek naar een schim die beweegt tussen schaduwen. En dat alles in een Spanje dat officieel een democratie is geworden, maar nog steeds de geest van Franco ademt. Zo’n film kan alleen maar noir zijn.

Recensie La Isla Minima

Hallucinante schoonheid
Dat Rodríguez een bovengemiddeld onderhoudende thriller met actie, menselijk drama en gelaagde personages kan maken, wisten we al van zijn vorige film, Grupo 7 (2012), over een team van vier undercover-agenten die infiltreren in het drugsmilieu van Sevilla, vlak voor de Wereldtentoonstelling van 1992. La Isla Mínima stijgt ver boven de genreconventies uit, mede door de setting en de schitterende fotografie. De met een drone gedraaide openingsbeelden van de moerasdelta, met getijdeneilandjes als menselijke hersenen, zijn van een hallucinante schoonheid. Die droneshots komen op goed gekozen momenten terug en scheppen, letterlijk, lucht. Ook is er oog voor detail, de climax wordt subtiel aangekondigd wanneer de eerste regendruppels op de voorruit van Pedro en Juans huurauto vallen.

La Isla Mínima kreeg in eigen land maar liefst tien Goya’s, het Spaanse equivalent van de Oscar, en werd internationaal, onder de titel Marshland, met applaus ontvangen. Hij fungeerde als openingsfilm van het eerste Amsterdam Spanish Film Festival, afgelopen mei, en draait nu, midden in de vakantieperiode, in de Nederlandse bioscoop. Daardoor is de kans groot dat de liefhebber een van de beste films die er dit jaar zal verschijnen, door omstandigheden misloopt. Dat zou spijtig zijn, want veel beter dan La Isla Mínima worden ze niet gemaakt: het is in feite de perfecte film.

 

6 juli 2015

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

ALLE RECENSIES

Kidnapping Freddy Heineken

**

recensie  Kidnapping Freddy Heineken 

Weinig leven in de brouwerij

door Cor Oliemeulen

Ruim dertig jaar na dato spreekt de ontvoering van biermagnaat Alfred Heineken nog genoeg tot de verbeelding om er een internationale coproductie van te maken. Helaas is de recente boekverfilming geen schim van De Heineken Ontvoering.

“Het is niet de film die we voor ogen hadden toen we ermee begonnen”, schreef Peter R. de Vries op Twitter. Volgens de misdaadjournalist en schrijver van het boek waarop Kidnapping Freddy Heineken is gebaseerd, is de verfilming te kort, afgeweken van het script en zijn er wezenlijke passages op de montagetafel gesneuveld. Dat is spijtig voor Peter R., die na De Heineken Ontvoering (2011) nog zo de vloer had aangeveegd met deze ambitieuze en veel spannendere misdaadthriller van Maarten Treurniet. “Voor iedereen die iets van de Heinekenontvoering én van recherchewerk af weet is de film op veel momenten lachwekkend, ridicuul en stuitend ongeloofwaardig”, schreef De Vries destijds op zijn website.

Recensie Kidnapping Freddy Heineken

Ultieme verfilming
Alle reden dus om van Kidnapping Freddy Heineken de ultieme verfilming van zijn crime classic te maken. In ieder geval beter dan de “fictie en verzinsels, met een vleugje misdaadhistorie” die we volgens De Vries in De Heineken Ontvoering krijgen voorgeschoteld. Glunderend, opgewonden en trots vertelde de auteur bij Humberto Tan over de belangstelling uit Hollywood, zijn contacten met de producer en hoe hij op de prachtige sets met authentieke uitstraling persoonlijk een oogje in het zeil kon houden. Aan het eind van zijn boekverfilming komt Peter R. als story consultant zelfs ook nog even in beeld als hij de hand mag schudden van Anthony Hopkins, die is gestrikt voor de rol van Alfred Heineken.

De Zweed Daniel Alfredson, die het tweede en derde deel van de Millennium-trilogie regisseerde, overtuigt echter geen moment met zijn doorsnee actiefilm die alleen maar interessant is omdat hij gaat over de geruchtmakende ontvoering van de wereldberoemde Nederlandse biermagnaat. Niet alleen maar omdat er in de film groene in plaats van de toenmalige bruine Heinekenflesjes worden geledigd of omdat er op de aftiteling staat dat de brouwer in 2003 overleed in plaats van 3 januari 2002 – nee, Kidnapping Freddy Heineken is gewoon saai. Veel scènes zijn te kort, de montage is onsamenhangend, terwijl de onderlinge relaties tussen de kidnappers en hun contact met de opgesloten Heineken niet uit de verf komen.

Recensie Kidnapping Freddy Heineken

Royalties
Peter R. de Vries schreef ‘De ontvoering van Alfred Heineken’ vanuit het perspectief van het brein achter de ontvoering, Cor van Hout, op basis van een aantal interviews met hem nadat Van Hout met zijn zwager Willem Holleeder was gearresteerd in Frankrijk. De misdaadjournalist had toegezegd dat het boek pas na de rechtszaak in 1987 mocht worden gepubliceerd en regelde de rechten van Van Houts levenswandel, volgens De Vries om te voorkomen dat Heineken beslag kon laten leggen op de opbrengst.

Hoewel er door de jaren heen verschillende verhaalversies in omloop zijn, zou Cor van Hout tot aan zijn liquidatie in 2003 tonnen hebben verdiend aan de royalties van het boek, waarvan ruim een half miljoen exemplaren zijn verkocht. Een schijntje weliswaar vergeleken met een deel van het vermiste losgeld dat de Heineken-ontvoerders na hun gevangenisstraf zouden hebben geïnvesteerd in de prostitutie. Dat avontuurlijke misdaadleven van ‘The Godfathers van Nederland’, zoals ze in Kidnapping Freddy Heineken bijna liefkozend worden genoemd, zou bij voorbaat een veel interessantere bewerking opleveren dan deze futloze registratie, die je direct na de aftiteling bent vergeten.

 

18 juni 2015

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf motieven om iemand te kidnappen

Son of a Gun

**

recensie  Son of a Gun

Schaken op twee borden tegelijk

door Cor Oliemeulen

Een ervaren crimineel neemt een groentje onder zijn hoede, maar ontmoet weerstand als er een vrouw in het spel komt.

In speelfilms zie je regelmatig een schaakbord. Vaak staat het bord verkeerd (het veld rechtsonder moet wit zijn) en hebben de witte en zwarte stukken een onlogische positie. Meestal zie je wetenschappers, gepensioneerden of nerds achter het schaakbord, maar het komt ook voor dat gedetineerden het edele schaakspel beoefenen. Als kijker weet je dan direct dat zo’n boef slimmer is dan zijn collega’s die hun recreatietijd liever invullen met het tillen van gewichten, het uitwisselen van ideeën voor tatoeages, of het organiseren van een groepsverkrachting.

Recensie Son of a Gun

Complexe relatie, simpel verhaal
Als één van de beruchtste Australische criminelen Brendan Lynch (Ewan McGregor) achter een schaakbord zit na te denken over zijn volgende zet, deelt groentje JR (Brenton Thwaites) en passant mee dat Lynch zijn tegenstander in drie zetten schaakmat kan zetten. JR dwingt meteen respect af, het begin van een complexe relatie tussen Lynch en hem. In Son of a Gun geldt schaken als metafoor voor het criminele leven: een paar zetten vooruit denken en incalculeren wat je tegenstander kan doen, of iets of iemand opofferen om later voordeel te behalen. Het duurt niet lang voordat JR een pion in Lynch´s schaakspel naast het bord is. Wat volgt is geen koningsdrama, maar een overzichtelijk verhaal, dat ook voor liefhebbers van ganzenborden gemakkelijk is te volgen.

Omdat JR zich ook bemoeit met de structurele groepsverkrachting van zijn celgenoot, dreigt hij zelf het volgende zeepje van de douchevloer te moeten oprapen. Lynch en zijn mannetjesputters grijpen precies op tijd in, wat betekent dat JR na zijn zes maanden detentie Lynch een wederdienst moet bewijzen. Nadat Lynch op spectaculaire wijze uit de gevangenis is bevrijd, wordt JR het criminele circuit ingezogen. Lynch fungeert als een vaderfiguur, die JR kennelijk nooit heeft gehad. Lynch deelt niet alleen zijn idealen, levenservaring en eergevoel met JR, ook introduceert hij hem in een gewelddadige bende die vers gegoten goud wil stelen.

Recensie Son of a Gun

Verboden liefdesavontuur
De Schot Ewan McGregor speelde al vaker in Australische films (o.a. Moulin Rouge!, 2001), maar komt niet spectaculair uit de verf in Son of a Gun van Julius Avery, die naam maakte met korte films en zelf het scenario van zijn eerste speelfilm schreef. Ook zijn relatie met Brenton Thwaites (Maleficent, 2014) is te oppervlakkig, waarbij het vanaf de tweede ontmoeting al duidelijk is dat het onderling niet blijft boteren. Net als alle andere personages zijn ze te eendimensionaal en ontbreekt enige vorm van humor om het geweld te relativeren. Slechts één korte scène levert een glimlach op: iemand die niet wil praten wordt naakt in een vriezer gestopt, waarna twee criminelen er bovenop gaan zitten en een waterijsje eten.

Julius Avery probeert tevergeefs door middel van een verboden liefdesavontuur zijn misdaaddrama meer diepte te geven. Want in zijn nieuwe criminele omgeving speelt JR op twee borden tegelijk. Samen met Lynch wil hij een grote slag slaan, en ondertussen schaakt hij Tasha (Alicia Vikander, A Royal Affair, 2012), het liefje van bendeleider Sam. In deze onderhoudende, maar doorsnee actiefilm is het wachten op de slotconfrontatie tussen JR en Lynch. De finale poets die de een de ander bakt hebben we al vaker op het witte doek gezien.

 

6 april 2015

 
ALLE RECENSIES

Major, The

****

recensie  The Major

De dader als held

door Cor Oliemeulen

Wat zou jij doen als jouw man een kind doodreed? Deze vraag stelt een agent aan de moeder van een zevenjarig jongetje dat is overleden nadat hij werd gegrepen door de SUV van een te hard rijdende politiemajoor. Deprimerend, maar krachtig misdaaddrama over het maken van morele keuzes.

Van de Russische nieuwkomer Yuriy Bykov hebben twee films een gelijktijdige bioscooprelease in Nederland. Zowel Durak als The Major gaan over corruptie in hedendaags Rusland. Bykov is een groot talent dat zich misschien kan optrekken aan de successen van zijn landgenoot Andrey Zvyagintsev die in 2003 debuteerde met het sterke psychologische drama Vozvrashchenie (The Return) en afgelopen jaar internationale erkenning kreeg met Leviathan, dat ook corruptie als thema heeft. Het zijn allemaal geen vrolijke verhalen, maar wel verfrissende tegengeluiden uit het Rusland onder Poetin.

Recensie The Major

Bedreigingen
In de kamer van politiecommissaris Pasha (regisseur Yuruy Bykov zelf) hangt een portret waarvan je alleen maar de onderkant ziet. Hiermee lijkt de suggestie gewekt dat de Russische president toekijkt hoe de vader van het doodgereden slachtoffertje wordt bedreigd en in elkaar geslagen als hij verhaal komt halen. Het is duidelijk dat Pasha zijn collega beschermt en de zaak zo snel mogelijk wil vergeten. Sterker nog: hij beschuldigt de moeder van het jongetje, Irina (uitstekende rol van Irina Gutorova) van nalatigheid omdat er alcohol in haar bloed is gevonden. Alcohol die haar op het plaats delict nota bene ‘ter kalmering’ was aangeboden door een politieagent nadat de majoor haar tijdelijk in zijn SUV had opgesloten en ze haar kind zag bezwijken.

Grauw, aftands, smerig, grimmig, repressief, ordeloos, chagrijnig. Zomaar wat typeringen van het politiebureau waarin de majoor zich aanvankelijk vrij beweegt, maar zich gaandeweg, realiserend wat hij heeft gedaan, liever als schuldige in een cel laat opsluiten. Ook buiten het politiebureau is de sfeer al even kleurloos. De opening doet wat denken aan het Turkse misdaaddrama Once Upon a Time in Anatolia (Nuri Bilge Ceylan, 2011) waar een kleine politiemacht onder leiding van een kuchende commissaris op de afgelegen plek des onheils arriveert, echter in The Major is de steppe verruild voor een barre sneeuwvlakte en is de stemming beduidend minder relaxed.

Recensie The Major

Boetekleed
Zoals de majoor zelf ervoor kiest het boetekleed aan te trekken, zo moeten alle personages in The Major ethische afwegingen maken. Commissaris Pasha zal niet snel inbinden omdat hij van hogerhand (is het een politicus, de lokale maffia, of een kruising hiervan?) te verstaan krijgt dat de zaak in de doofpot moet worden gestopt. Pikken de politiemannen de chantage en dreigementen van hun meerdere? Mag de vader van het dode kind wraak nemen? En hoe reageren de majoor en de moeder op elkaar als ze genoodzaakt zijn te vluchten?

Yuriy Bykov schrijft zijn films zelf en speelt in The Major niet alleen een hoofdrol, ook de montage en soundtrack zijn van zijn hand. Bykovs producties smaken naar meer, hoewel ze een weinig hoopgevend beeld van Rusland schetsen. Gelukkig ontwaren we tussen alle troosteloosheid door helden. Neem de majoor: opgewonden racet hij over de besneeuwde vlakte om zo snel mogelijk zijn pasgeboren kind in de armen te kunnen sluiten. Door zijn roekeloze tocht kost een nieuw leven een ander zijn leven. De dader wordt held en is bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen. Maar helden kunnen jammer genoeg ook falen.

 

20 maart 2015

 
ALLE RECENSIES

Most Violent Year, A

***

recensie  A Most Violent Year

Fatsoen slaat terug

door Alfred Bos

In zijn derde speelfilm toont regisseur J.C. Chandor het moreel en financieel failliete New York van begin jaren tachtig. A Most Violent Year is een zedenschets met thriller-elementen over een zakenman in de knel.

De regisseur van A Most Violent Year, J.C. Chandor, kan in zijn thuisland Amerika een paar potten breken. Enkele jaren terug viel zijn feature-debuut, Margin Call (2011), op in een filmgolfje aan satires dan wel zedenschetsen over de moraal, of gebrek daaraan, van de casinokapitalisten op Wall Street. All Is Lost, waarin Robert Redford het als eenzame zeezeiler opneemt tegen de elementen en het noodlot, was eveneens goed voor een Oscar-nominatie. De verwachtingen voor A Most Violent Year  zijn dus gespannen. Maakt Chandor de belofte waar?

Recensie A Most Violent Year

A Most Violent Year oogt ouderwets, in de goede zin des woords. De film speelt in 1981 – maar dat bedoelen we niet met ouderwets – en komt over als een film uit die tijd. Aandacht voor karakterontwikkeling, vleugje spanning, een achtervolging, een schietwapen, een realistisch verhaal, personages die tegen en niet langs elkaar praten; geen verzadigde mediaomgeving als decor noch ronkend effectbejag om kijkers met de aandachtsspanne van een termiet te plezieren. In dat opzicht is de film geslaagd.

A-acteurs
Ook voor zijn derde film leverde Chandor zelf het draaiboek aan en kan hij zijn verhaal tot leven brengen via een rolverdeling met acteurs uit de A-categorie. Oscar Isaac, die we nog kennen als de folkzanger uit Inside Llewyn Davis, speelt de rol van Abel Morales, een immigrant die zijn bedrijf, een oliegroothandel, moet verdedigen tegen misdadige praktijken. Zijn vrouw Anna (Jessica Chastain), immer gekleed in authentiek Armani uit 1981, heeft trekjes van Lady McBeth; de erecode van haar echtgenoot is haar een paar maatjes te krap. De interactie tussen Isaac en Chastain is de brandstof die A Most Violent Year voorstuwt.

De film speelt in het New York van 1981. De stad wordt geteisterd door corruptie en misdaad; de maffia is machtig, de politie laks. Net als Chandors voorgaande films draait ook A Most Violent Year om moraliteit, uitgedrukt in de naam van de protagonist: Abel (able, kundig) Morales. Wanneer hij door een vies spelletje in een schier onmogelijke positie wordt gemanoeuvreerd, weigert hij zich te verlagen tot het niveau van zijn, aanvankelijk onduidelijke, tegenstander. Aan het eind van de film is zijn blazoen schoon en zijn bedrijf gered. Fatsoen is kwetsbaar, maar niet weerloos.

Recensie A Most Violent Year

Amerikaanse droom
A Most Violent Year heeft sfeer, tempo en uiterlijk van befaamde jaren zeventig misdaadfilms als The Friends of Eddie Coyle en Mean Streets. Onsentimenteel, rauw-realistisch, niet-glamoreus; geen romantisering van geweld en crimineel gedrag à la The Godfather, maar een portret van kleine luiden in de urbane wildernis. De nadruk ligt op de psychologische Werdegang van de hoofdpersoon en diens verweer tegen een corrupte wereld. Niet uit idealisme, maar uit overleving. In A Most Violent Year is de Amerikaanse droom nog in tact – en dat is bepaald ouderwets.

In de Verenigde Staten is de film met de nodige jubel ontvangen (voor de reden: zie de voorgaande alinea), maar “een film zoals je nog niet eerder hebt gezien”, zoals een recensent juichte, is het zeker niet. Daarvoor bijt J.C. Chandor niet genoeg door, zoals Andrew Dominik in zijn vergelijkbare, maar oneindig veel scherpere kritiek op het Amerika van nu in Killing Them Softly (2012) wel doet: Amerika is geen land, het is een bedrijf. A Most Violent Year mist het raffinement en de geslepen ironie van Dominiks rolprent. Het is een degelijke film over een actueel – en tijdloos – onderwerp en niet meer dan dat.

 

9 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Wild Card

*

recensie  Wild Card

Gokken met dertig miljoen dollar

door Cor Oliemeulen

Er zijn ontelbaar veel films met Las Vegas als decor. Na het zien van Wild Card – alleen interessant voor fans van Jason Statham – bekruipt je het gevoel dat niet alleen de acteurs, maar ook de filmmakers in het casino hebben zitten te brassen.

De carrière van Jason Statham is best interessant. Van schoonspringer, duiker, vechtsportliefhebber en kledingmodel werkte de inmiddels 47-jarige Brit – bijnaam Macho – zich op tot geliefd acteur in actiefilms. Hij maakte een prima debuut in de hippe misdaadkomedie Lock, Stock and two Smoking Barrels (1998) van Guy Ritchie, werd bijna onsterfelijk door in Crank: High Voltage (2009) een startkabel op zijn tepel te plaatsen, maar belandde al op relatief jonge leeftijd in The Expendables-franchise tussen uitgerangeerde actiehelden die in hun eentje geen film meer kunnen dragen.

Recensie Wild Card

Held
Van lange zinnen en dramatische diepgang moet Jason Statham het niet hebben. Het liefst toont hij een staalharde kop, laat hij zijn vuisten en voeten spreken en krijgt hij met een beetje geluk af en toe tekst waarmee hij zijn droge Britse ironie kan etaleren. Binnenkort mag hij in Furious 7 weer eens de slechterik spelen, maar meestal is Statham de sympathieke held in actiefilms die graag cliché op cliché stapelen en waarbij je voor aanvang al kunt raden dat hij het strijdtoneel vol gevaarlijk geboefte zonder noemenswaardige schrammen zal verlaten. Werd Homefront (2013) door een Indebioscoop-collega nog gekwalificeerd als een ‘opgewarmde drol’, Wild Card – opnieuw een heuse boekverfilming – is direct rijp voor de mestvaalt.

Net als Statham zweert zijn landgenoot Simon West bij het actiegenre. Verdienstelijk gedebuteerd met de oorverdovende misdaadthriller Con Air (1997) stemt West zijn regiekwaliteiten met het jaar meer af op de geweldsbehoefte van met name de jeugdige bioscoopganger. Wild Card past moeiteloos in die ontwikkeling. Dat het vervaardigen van dit jongste Statham-vehikel toch nog dertig miljoen dollar moest kosten (met dit budget had Michiel de Ruyter nog gemakkelijk twintig extra zeeslagen kunnen winnen) zie je er niet aan af. Of het moet zo zijn dat de crew onbedaarlijk heeft zitten te gokken en te zuipen in Las Vegas waar zij de film hebben opgenomen.

Recensie Wild Card

Heggenschaar
Wild Card is echt zo’n film waarvan je slechts de trailer hoeft te kijken. Maar voor de fans van Jason Statham (en – hoewel weinig in beeld – Sofía Vergara) volgt hier nog even voor de zekerheid het verhaal. Jason Statham speelt Nick Wild, die graag kaart – vandaar de filmtitel. Hij laat zich inhuren om zich in elkaar te laten slaan of om anderen in elkaar te slaan, zodat hij zijn onbedwingbare gokbehoefte kan financieren. Nadat ze is mishandeld en verkracht door een gemene spaghettivreter en diens twee kleerkasten, roept een vriendin Nicks hulp in. ‘I want his nuts in my hands’, eist ze. Het duurt niet lang voordat ze met een heggenschaar voor de als Rocky Balboa jankende dader verschijnen en moeten afwegen wat er vanavond op het menu komt te staan.

 

6 februari 2015

 
ALLE RECENSIES

Tribe, The

****

recensie  The Tribe

Geluidsarme opeenstapeling van ellende

door Suzan Groothuis

Wat kan je verwachten van een film over een doveninstituut in de Oekraïne? Buiten dat de hoofdpersonen doof zijn, alle ellende die de Oekraïne rijk is: prostitutie, criminaliteit en een flinke portie geweld. Alles uitgebeeld in lange tracking shots. The Tribe laat niets aan de verbeelding over en dreunt ondanks zijn gebrek aan geluid lang na. Een ware ‘smack in the face’. Wees dus voorbereid.

The Tribe. Wie heeft er nog niet over gehoord? Al voor zijn release is er aardig wat ophef over de film ontstaan. Een middenweg lijkt er niet. Je vindt de film of goed of vreselijk. In ieder geval is het een film waar je over napraat. Niet voor de gezelligheid. Want The Tribe toont een Oekraïne waarin de ellende zich geleidelijk aan opbouwt en opstapelt en er met het brute einde geen weg meer terug is.

Recensie The Tribe

Gebaren zeggen meer dan woorden
The Tribe handelt over een doveninstituut, waar een nieuweling zijn plek moet vinden en onderworpen wordt aan de heersende hiërarchie. Het bijzondere aan de film is dat er op omgevingsgeluid na geen geluid is en de gebarentaal niet ondertiteld is. Desondanks is de film inhoudelijk wel te volgen, want de thematiek is helder: als kijker word je in een wereld van geweld en uitbuiting gezogen, waar slechts de liefde nog een redmiddel is.

De film volgt een jongen die nieuw is in het instituut en zich moet bewijzen tegenover de anderen. Hij moet zich voor van die opgeschoten jochies ontkleden om te laten zien dat hij nog geen deel uitmaakt van een jeugdbende. Een fris groentje dat algauw in een meedogenloze harde wereld wordt getrokken, waarin clandestiene zaken, prostitutie en geweld gemeengoed zijn.

Prostitutie op een vrachtwagenterrein
Zomaar een scène: het busje van het doveninstituut rijdt een vrachtwagenterrein op. Twee meisjes, in sexy outfit gekleed, worden door een jongen gesommeerd uit het busje te komen en ter prostitutie aangeboden aan de pauzerende vrachtwagenchauffeurs. In een volgend shot zien we hoe een van de meisjes bruut van achteren genomen wordt. Het is een van de schokkende beelden met een Oekraïne van verderf en verval.

Terwijl criminaliteit en prostitutie de dienst uitmaken, waarmee het dienstdoende personeel van het doveninstituut zijn zakken vult, is er een dun lijntje van een opbloeiende liefde tussen de nieuwe jongen en een van de meisjes. Een liefde die ook al gepaard gaat met problemen, want wat voor toekomst heb je eigenlijk als dove in een corrupte maatschappij?

Grauw en bruut realisme
The Tribe is een grauwe film, waarin het leven binnen en buiten de muren van het instituut in lange tracking shots getoond wordt. De film heeft veel overeenkomsten met het werk van de Britse filmmaker Alan Clarke, die bekend staat om zijn donkere, gewelddadige realisme zoals in Scum, Made in Britain en Elephant. Het camerawerk, bestaande uit kille, realistische shots, lijkt ook afgeleid van Clarkes films.

The Tribe

In The Tribe is het geweld expliciet in beeld gebracht. Dat de filmmaker gekozen heeft voor de wereld van doven, werkt wonderwel goed met al die geweldsuitspattingen en narigheid. Gebarentaal moet het hebben van expressie, waarmee de onmacht en de positie van buitenstaander nog meer lading krijgen. En zo gaan geweld en gebaren vol intensiteit, af en toe vergezeld van een doffe kreet, samen en worden ze één: alsof ze niet meer los te zien zijn van elkaar. Met als climax de meedogenloze slotscène, waarin de nieuweling niet langer kan ontsnappen aan zijn eigen beestachtigheid en vergelding zijn uitweg vindt in een reeks uitermate gewelddadige handelingen.

Het resultaat is een beklemmende, uitzichtloze opeenstapeling van ellende, waarin de personages aangewezen zijn op hun primaire zelf. Het gesproken woord is geen gemis, sterker nog, de film wint juist aan kracht door sec de gebaren en intense lichaamstaal te tonen. Regisseur Miroslav Slaboshpitskiy geeft met The Tribe zijn eigen interpretatie van de zwijgende film. Zij het een die ontheven is van betovering en schoonheid, maar een die de rauwe essentie vangt van een donkere maatschappij berust op geweld en uitbuiting.

 

3 februari 2015

 
ALLE RECENSIES