Hoe tem je een draak 2

****

recensie  Hoe tem je een draak 2

Weelderig drakenavontuur

door Karina Meerman 

Weelderige animatiefilm met knuffelbare draken en grootse avonturen doet eer aan het woord ‘episch’.  

Het leven op het eiland Berk is veranderd in de vijf jaar sinds de Viking Hikkie zijn draak Tandloos temde. Berk is een drakenparadijs, een veilige haven voor alle draken in de omgeving. Voor de schapen is het allemaal een stuk ongemakkelijker geworden: de lievelingssport van Vikingen en draken is een soort zwerkbal met wollige slurken. Hikkie doet vaak niet mee: hij vliegt met Tandloos naar onbekende gebieden om ze in kaart te brengen.

Recensie Hoe tem je een draak 2

Op een van zijn reizen komt hij een mysterieuze drakenrijder tegen. Ook vindt het duo rare ijsformaties die niet te verklaren zijn. De draken op Berk blijken niet de enigen te zijn. Hikkie en Tandloos raken verzeild in een gevaarlijk avontuur, dat zij alleen kunnen overleven met behulp van hun vrienden. En wie is toch die drakenrijder? Is dat de grote slechterik die draken gevangen neemt?  

Nieuwe technologie
Hoe Tem je een Draak 2 is een werkelijk prachtige animatiefilm. In de vijf jaar sinds het eerste deel is ook in animatieland een hoop veranderd. Dreamworks Animation ontwikkelde software (Apollo) waarmee kunstenaars makkelijker en sneller kunnen werken. De animatoren werken met de tekenpen in plaats van een toetsenbord. Ze hoeven niet meer te wachten tot de computer de aanpassingen aan een personage of landschap heeft doorberekend, alles is direct zichtbaar op het scherm. Hierdoor kunnen de animatoren sneller werken en hebben zij meer vrijheid in wat ze naar het grote doek brengen.  

Ogen tekort
Het resultaat is verbluffend: baarden wuiven in de wind, water en wolken bewegen mee met de drakenvluchten. Het detailniveau maakt van Hoe Tem je een Draak 2 een zeer weelderige film. Maar het is vooral in de achtergrond waar de groei in technologie zichtbaar is. In animatie lag de nadruk op de verhaallijn en de achtergrond diende als context. Mooie plaatjes, waar verder weinig gebeurde. In deze film kom je ogen tekort. Terwijl Astrid en Hikkie in gesprek zijn, dollen en passant hun draken als jonge honden in de achtergrond (Tandloos gedraagt zich sowieso als een hele grote hond). We worden getrakteerd op de vlucht van honderden draken en scheren met Hikkie en Tandloos mee over het wateroppervlak.  

Recensie Hoe tem je een draak 2

Drakenoverdaad
In al die kleurrijke blijdschap zijn er ook wat minpuntjes. Zo heeft de enige slechterik als enige een Arabisch uiterlijk. Dat is jammer. En in de Amerikaanse versie is de stem wederom van Hikkie (Hiccup) die van acteur Jay Baruchel (The Sorcerer’s Apprentice). Daar moet je tegen kunnen. Zijn nogal karakteristieke geluid is niet erg geschikt voor emotionele gesprekken. Dan klinkt de Nederlandse Patrick Martens een stuk prettiger.  

Voor de allerkleinsten is deze film misschien wat heftig in beeld en geluid, maar wie tegen overdaad kan en van draken houdt, gaat 102 zeer onderhoudende minuten tegemoet in de bioscoop. Met recht is dit onderdeel van een ‘epische trilogie’.  

 

27 juni 2014

 

ALLE RECENSIES

Videodrome

***

recensie  Videodrome

Lang leve het nieuwe vlees

door Wouter Spillebeen

EYE in Amsterdam houdt een expositie over David Cronenberg, de ideale gelegenheid om zijn cultklassieker Videodrome weer te vertonen. De dertig jaar oude film toont zijn leeftijd, maar is nog steeds een relevante parel uit de filmgeschiedenis.  

In 2012 kondigde Universal aan dat de tot nog toe onbekende regisseur Adam Berg een remake van Videodrome zal verzorgen. Kankerverwekkende golven worden vervangen door nanotechnologie en de visuele effecten zullen een update krijgen, veel meer weten we nog niet. Maar is een remake wel aan de orde, of doorstaat het origineel de tand des tijds?

Recensie Videodrome

De regisseur zelf heeft in ieder geval nog geen vaart verloren, zijn Maps to the Stars was in Cannes goed voor een Gouden Palmnominatie, Julianne Moore won Beste Actrice voor haar portrettering van een actrice die wanhopig is om door te breken. Het ontegensprekelijke talent van de visionair Cronenberg is misschien wel op een hoogtepunt in Videodrome, dat naar hedendaagse standaarden nog altijd een zeer sterk staaltje filmen tentoonspreidt.

Statement
Videodrome gaat over seks en geweld in de media, over manipulatie en brainwashing, over hallucinatie, over sadomasochisme en over de moraalridders die de hele wereld naar hun idealen willen zuiveren. De film was een statement en lokte zeer gemengde reacties uit. Velen prezen Cronenberg voor zijn gedurfde standpunten en expliciete beelden, anderen vonden de film gratuit en walgelijk. De filmindustrie heeft het voorbeeld gevolgd, de zogenaamde body horror, waaraan Cronenberg onder meer met The Fly en Videodrome enkele toevoegingen deed, is intussen bijna mainstream geworden (denk maar aan films als The Human Centipede).

De discussie over gewelddadige en seksueel getinte films en televisieprogramma’s woedt dertig jaar later vrolijk voort. Zijn de meesten het er intussen over eens dat kijken naar Natural Born Killers je niet in een seriemoordenaar verandert, dan bedenken conservatieven theorieën over kinderen die Grand Theft Auto spelen. Cronenberg was niet de eerste die zijn mening over geweld liet blijken – met de opkomst van de New Violence (cfr. Scorseses Taxi Driver) stak de discussie de kop op – maar Cronenberg is misschien de meest specifieke stem van zijn tijd. In het huidige klimaat is die stem nog steeds relevant en actueel, maar helemaal niet meer nieuw.

Recensie Videodrome

Revolutionair
Over het gebruik van special effects zegt Cronenberg: “Ik presenteer dingen die buitensporig en onmogelijk zijn, maar ik probeer die zo realistisch mogelijk over te brengen.” Hoe revolutionair zijn openbarstende lichamen en explosies van bebloede organen destijds ook mogen zijn geweest, vandaag de dag zijn ze meer lachwekkend en cheesy dan gruwelijk. Hoewel meer realistische CGI-effecten nu makkelijk voorhanden zijn, keert een kleine schare regisseurs toch terug naar de klassieke practical effects, zoals Wes Anderson in zijn The Grand Budapest Hotel. De duidelijk verouderde technieken hebben nog steeds een enorme charme die meer is dan alleen nostalgie, maar dan als stijlfiguur, niet als realistische weergave van horrortaferelen.

Videodrome is een monument, ooit een controversiële nichefilm, nu een tot cultstatus verheven relikwie van klassieke special effects, met een boodschap die doorheen de jaren geen kracht verloor. De hallucinante nostalgietrip is niet te missen voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de cinema.

 

25 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Double, The

****

recensie  The Double

Identiteitscrisis

door Nanda Aris 

Een krachtige, grimmige, surrealistische film over het leven van een saaie kantoorklerk. 

In The Double  is Simon James (Jesse Eisenberg, The Social Network ) een verlegen en sociaal onhandige houten klaas, die vrijwel onzichtbaar door het leven gaat. Zelf zegt hij daarover: ‘I’m like a Pinocchio. I’m a wooden boy, not a real boy. And it kills me.’ Wanneer zijn nieuwe collega James Simon zijn intrede doet op kantoor, herkent Simon zichzelf direct – in uiterlijk, qua innerlijk zijn beide uitersten van elkaar. 

Recensie The Double

In eerste instantie lijkt James te kunnen helpen bij de verandering die Simon graag ondergaat, maar wanneer hij merkt dat James hem niet helpt, maar overneemt, slaan de stoppen door. Vooral het feit dat hij Hannah, de collega op wie Simon heimelijk verliefd is, zo makkelijk om zijn vinger windt, en James op kantoor er met zijn ideeën vandoor gaat, frustreren Simon erg. 

Eisenberg acteert in deze film vele malen sterker dan in The Social Network, het houterige gaat hem bijna natuurlijk af zo lijkt het. Tot het moment dat de gladde en manipulatieve dubbelganger verschijnt, en de kijker beseft dat Eisenberg de rollen beide ijzersterk speelt. 

Van alles wat
Regisseur en schrijver Richard Ayoade heeft het script van de film gebaseerd op de roman van de Rus Fjodor Dostojevski. De film is niet in een hokje te stoppen, zowel surrealistisch, als tragikomedie, als liefdesverhaal. Ook de tijdsgeest is niet geheel makkelijk te plaatsen; het appartement van Simon doet Sovjetachtig aan, de kantoorpakken die gedragen worden jaren ’40/’50 van de vorige eeuw, het procesmatige kantoor met cubicles jaren ’60, en de sciencefiction op tv jaren ‘80. Dat alles overgoten met een grauwe, rauwe, donkere setting, waarin we veel schaduwen zien. Er wordt gebruikt gemaakt van low key lighting, wat zorgt voor een unheimisch gevoel.

Moderne tijden
In 1936 gaf Charles Chaplin in de film Modern Times  zijn visie op de problematiek van de toenmalige industriële maatschappij. De wereld kampte met problemen als economische crisis, arbeidsonrust, nieuwe technologische ontwikkelingen en werkloosheid. De fabrieken slokten het individu op, en zorgden voor monotonie en anonimiteit. De situatie tegenwoordig lijkt niet veel veranderd, de fabrieken van toen zijn kantoren van nu. De bliepjes en piepjes en  de tikkende klokken in The Double  en het verstikkende werkende kantoorleven doen denken aan een moderne Modern Times.  

Recensie The Double

Brazil
Er valt een nog betere parallel te trekken met de film Brazil  (1985) van Terry Gilliam. Deze film valt ook moeilijk in tijd te plaatsen, maar het verhaal speelde zich ergens in de 20ste eeuw af. De totalitaire staat die getoond wordt, en waartegen een man zich verzet, zou zowel fascistisch, nazistisch, dan wel dictatoriaal kunnen zijn. Brazil  vertoont daardoor ook gelijkenissen met het bekende 1984  van George Orwell, verfilmd door Michael Radford.

Brazil  echter spitst zich meer toe op het denkbeeldige, en de fantasie. Dit komt tot uiting in het sciencefictionachtige en fantasierijke decor, waarin werkelijkheid en droom door elkaar lopen. Dit geldt ook voor The Double; iedereen raakt verward door de gelijkenissen van Simon James en James Simon. Simon zelf, de mensen om hem heen, en de kijker. Welke identiteit behoort tot wie? Wie is Simon James? ‘I’d like to think I’m unique’, zegt Simon aan het eind. Is dat niet wat we allemaal zouden willen zijn?

 

22 juni 2014

 

 

 

MEER RECENSIES

 

Two Faces of January, The

****

recensie  The Two Faces of January

Kat-en-muisspel in Griekenland

door Wouter Spillebeen

Als scenarist heeft Hossein Amini zijn strepen meer dan verdiend. Hij adapteerde boeken voor het uitstekende Drive en The Wings of the Dove, waarvoor hij een Oscarnominatie kreeg. Voor zijn regiedebuut herschrijft hij uitstekend een psychologische thriller van Patricia Highsmith.  

Oscar Isaac (hoofdrolspeler in de intieme Coenfilm Inside Llewyn Davis) is Rydal, een jonge Amerikaan die in Griekenland aan de bak komt met het rondleiden en oplichten van toeristen. Hij laat zijn oog vallen op Colette MacFarland (Kirsten Dunst), de veel jongere echtgenote van dandy Chester (Viggo Mortensen). Het rijke koppel heeft een gids nodig en laat zich meteen inpakken door de charmes van Rydal, die denkt een grote slag te kunnen slaan.

Recensie The Two Faces of January

Wanneer de jongeman echter ziet hoe Chester een lijk door de gang van zijn hotel sleept, slaat het drietal samen op de vlucht. Dankzij de belofte een grote beloning te krijgen, helpt Rydal de Amerikaanse toeristen aan het gerecht ontsnappen. Het vertrouwen is helemaal zoek: de jaloerse Chester werkt zichzelf steeds dieper in de problemen, hij doorziet Rydal voor de achterbakse oplichter die hij is.

Januskoppen
Net zoals Janus verschillende gezichten heeft, heeft iedereen in The Two Faces of January iets te verbergen. Er is geen vertrouwen, zelfs niet tussen de aandoenlijke MacFarlands. Rydal en Chester doorzien de komedie die de ander speelt, maar beiden hebben meer nut bij een samenwerking dan vijandschap. De intriges en het wantrouwen zorgen voor een constante gespannen en ongemakkelijke sfeer. De vijandelijkheid tussen de jonge en de oude kemphanen is zeer voelbaar. Terwijl Highsmiths The Talented Mr.Ripley (verdienstelijk verfilmd in 1999 door Anthony Minghella) subtiele ondertonen van latente homoseksualiteit bevat, stort The Two Faces zich soms zeer letterlijk op de oedipale relatie tussen Rydal, Colette en Chester (Chester doet Rydal aan zijn vader denken, Rydal valt voor Colette…).

Recensie The Two Faces of January

Wereldvreemd
Viggo Mortensen kennen we natuurlijk als Aragorn, de zwervende mensenleider uit The Lord of the Rings, maar in The Two Faces is daar niets van te merken. Chester, die probeert er sterk en machtig uit te zien, blijkt al gauw breekbaar, onstabiel en wereldvreemd. Zeker wanneer hij geconfronteerd wordt met Rydal, die door zijn buitengewone opvoeding overal ter wereld thuis is, zo blijkt tijdens hun lange vlucht door het Griekenland en Turkije van de jaren ’60. De verwoede pogingen van de twee mannen om die tegenstelling kleiner te doen lijken dan ze is, brengen beide acteurs meesterlijk aan het licht. Hun sterke acteerprestaties maken het hele gebeuren geloofwaardig en gemotiveerd: je ziet meteen aan hen dat ze meer bekokstoven dan ze kwijt willen.

Van het trage begin tussen de idyllische ruïnes van Athene, over de pittoreske half verlaten dorpjes op de Griekse eilanden, tot de spannende achtervolgingen in Turkije, weet The Two Faces of January zich te ontwikkelen tot een intrigerende en interessante psychologische thriller in een prachtige setting.

 

20 juli 2014

 
ALLE RECENSIES

Wochenende, Das

**

recensie  Das Wochenende

Uitje zonder schwung

door Cor Oliemeulen

Een lid van de Rote Armee Fraktion weet zich na zijn vrijlating geconfronteerd met familieleden en vrienden. Psychologisch drama met een aardige setting, goede acteurs en onderhuidse spanningen had een beter lot verdiend.  

Nina Grosse verfilmde Das Wochenende, de gelijknamige roman van Bernhard Schlink, de auteur van The Reader, waarvan ook een filmdrama (met Kate Winslet) is verschenen. De regisseur maakte eerder tv-films in haar moederland Duitsland, zoals een aantal afleveringen van de politieserie Tatort. In het begin van haar speelfilm merk je dat: een licht onheilspellende atmosfeer, alsof er elk moment een moord kan worden gepleegd.

Recensie Das Wochenende

Terrorist of revolutionair?
Dat is niet het geval, want de laatste dode viel meer dan achttien jaar geleden. Zoveel jaar later zien we dat de medeschuldige wordt ontslagen uit de gevangenis en wordt opgehaald door zijn zus, die blij en bezorgd is om hem weer te zien. De man heet Jens (Sebastian Koch, Das Leben der Anderen), een RAF-terrorist, al laat hij zich liever reactionair, of nog beter: revolutionair noemen. De Rote Armee Fraktion was een links-extremistische terreurorganisatie die vanaf de jaren zeventig in Duitsland verantwoordelijk was voor tientallen moorden, bomaanslagen en bankovervallen. Jens vindt nog steeds dat hij streed voor de goede zaak: het omverwerpen van de ‘kapitalistische staat’ en ‘het systeem’.

De zus van Jens heeft een aantal mensen uitgenodigd in haar weekendhuis. Dat klinkt gezellig, maar zal het niet worden. Onder het gezelschap bevinden zich een oude kameraad die al lang geleden zijn RAF-verleden heeft afgezworen en hierover een boek schreef, de man van zijn ex-geliefde die al even afkeurend over Jens praat en liever opschept over zijn zelfgemaakte truffels, en natuurlijk zijn oude vlam zelf. De volgende dag zullen zich nog twee kinderen melden. Een ieder kan zich uiten over een vervlogen politieke ideologie en de sociaalpsychologische gevolgen van verstoorde relaties en familiebanden.

Recensie Das Wochenende

Oude liefde
Das Wochenende is een typisch voorbeeld van een roman waarvan de vertelling minder werkt op het witte doek. Het filmverhaal kabbelt teveel voort zonder hoogtepunten, ondanks sfeervolle opnames, overtuigende acteurs en enkele mooie confrontaties. Tijdens zo’n reünie mis je intrigerende elementen zoals de schokkerige camerabeelden en de verpletterende uitsmijter van Festen (1998). Of recenter, de bijtend zure dialogen van August: Osage County (2013). Misschien had de regisseur de gereserveerde Duitse inborst wat moeten afschudden om haar rolprent meer schwung te geven.

In Das Wochenende is het wachten op Blauer Montag. Naast relationele problemen en wat gekibbel over wie Jens destijds heeft verraden en waarom, gaat het uiteindelijk om de vraag: zal de oude liefde opbloeien, of gaat die net als de film als een nachtkaars uit?

 

17 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Transcendence

*

recensie  Transcendence

Depp op dieptepunt

door Alfred Bos

Hoe een boeiend thema, een supersteracteur en een ervaren cinematograaf een festival van gemiste kansen opleveren. Johnny Depp acteert op het filmscherm via het beeldscherm. Dat is één scherm teveel.  

Het lijkt erop dat acteur Johnny Depp de favoriete schietschijf voor filmcritici met een slecht humeur is geworden, waarbij aangetekend moet worden dat gemeld humeur op storm is gaan staan na het zien van de laatste Depp-film. En eerlijk is eerlijk, die azijnschrijvers hebben niet helemaal ongelijk, want de man in kwestie lijkt met het klimmen der jaren steeds minder belangstelling voor zijn vak te kunnen opbrengen. Met de sciencefiction blockbuster Transendence is een nieuw dieptepunt bereikt: Depp introduceert het botox-acteren.

Recensie Transcendence

Botox-acteren staat voor gezicht op standje moeilijk en – klaar! Verder niets meer aan doen. Afblijven en voor de duur van de film als buikspreekpop de tekst blaten, met grimmige ondertoon uiteraard die past bij het standje moeilijk van de geactiveerde gezichtsspieren. En voor het geval dat te lastig wordt grijpe men naar de volgende oplossing: kop op beeldscherm! Als simulatie! Laat het masker het werk doen, zodat de acteur naar de sportschool kan.

Potsierlijke warboel
In Transcendence speelt Depp de wetenschapper Will Caster, de meest vooraanstaande onderzoeker in het veld van kunstmatige intelligentie (KI). Hij wordt het slachtoffer van een aanslag door een anti-KI-actiegroep en zijn vrouw (de Engelse actrice Rebecca Hall) en beste vriend (de Engelse acteur Paul Bettany), beiden collega KI-onderzoekers, besluiten Casters brein weg te schrijven naar een harde schijf. Maar is het nog wel dezelfde persoon, want de download ontwikkelt dictatoriale trekjes.

Transcendence is het regiedebuut van Wally Pfister, de vaste cinematograaf van Christopher Nolan en verantwoordelijk voor het uiterlijk van spectaculair ogende films als de recente Batman-trilogie, Inception en Memento. En beeld is het enige wat zijn film te bieden heeft, want het verhaal is een overjarige gatenkaas, waarin de ene na de andere pakkende verhaallijn zich aandient, om vervolgens te worden vergeten. Hoe spannend is het om minuten lang te kijken naar twee wetenschappers die zwijgend op knoppen staan te drukken en naar schermen staren? Wie denken ze te bedotten?

Onbedoelde camp
Niet de kijkers, want hoe spijtig ook voor de regisseur die voor zijn debuut mocht spelen met een budget van naar verluidt honderd miljoen dollar, in de Verenigde Staten is de film al geflopt. Het vermogen van het publiek om zijn ongeloof voor de duur van de film uit te stellen wordt te zwaar op de proef gesteld, er zitten teveel clichés en voorspelbare scènes in het scenario, de premisse ‘Kunnen computers emoties hebben (of simuleren)?’ wordt zo kneuterig uitgewerkt en de personages zijn zo volstrekt zielloos dat het uitzitten van de twee uur die Transcendence duurt trekken van een lijfstraf krijgt. En als drol op de modder is daar Johnny ‘Botox’ Depp.

Recensie Transcendence

Kunstmatige intelligentie is in filosofisch en wetenschappelijk opzicht een boeiende thema, maar deze film slaagt er niet in om de kijker ook maar een seconde emotioneel te engageren.

Transcendence oogt als een barok plaatjesboek waarin iedereen – makers, acteurs en toeschouwers – hopeloos verdwaald is geraakt. Sommige mislukkingen zijn interessant; deze niet, zelfs niet als onbedoelde camp. Misschien had een kunstmatige intelligentie nog iets van deze dramaloze draak kunnen maken.

 

16 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

We Are What We Are

*

recensie  We Are What We Are

Griezelen met kannibalen

door Wouter Spillebeen

Vampieren en zombies zijn al lang niets nieuws meer, horrormakers zoeken het tegenwoordig vaak elders. Jim Mickle probeert te griezelen met kannibalen, wat niet meteen een juiste keuze blijkt.  

Mexicaanse cinema scheert hoge toppen. Alfonso Cuaróns Gravity domineerde op de jongste editie van de Oscars en Alejandro González Iñárritus films Amores Perros (2000), Babel (2004) en Biutiful (2010) zetten het land op de filmische kaart.

Recensie We Are What We Are

In 2010 probeerde de Mexicaan Jorge Michel Grau met zijn horrorfilm Somos lo que hay een graantje mee te pikken. Zijn speelfilmdebuut werd zeer lauw ontvangen. Toch vond Amerikaans regisseur Jim Mickle, die tot nu toe zijn grootste succes kende met vampierfilm Stake Land (2010), dat een remake aan de orde was. Het resultaat is We Are What We Are, een waterig afkooksel van een horrordrama dat zowel horrorfans als dramaliefhebbers niet zal bekoren.

Vaste gewoonten
De familie Parker woont op geïsoleerde landerijen in een door overstromingen geplaagd ruraal Amerikaans dorp. Wanneer hun moeder sterft door een ongeluk, worden Iris (Ambyr Childers) en Rose (Julia Garner) verantwoordelijk voor de gewoonten van de familie. Ze moeten zorgen voor hun kleine broer, de vastenperiode respecteren en de duistere jaarlijkse rituelen laten doorgaan. Vader Frank (Bill Sage) rouwt om zijn vrouw, maar zal niet dulden dat ze van die gewoonten afwijken. Ze moeten God immers tevreden stellen, offers brengen en op zondag vers vlees op tafel zetten.

Mickle heeft voor We Are What We Are duidelijk zijn research gedaan. Hij heeft gelezen dat horrorfilms donker en sfeervol moeten zijn. Dat vertaalt hij naar een gebrek aan kleur, veel regen, weinig elektronische apparaten en kledij uit de negentiende eeuw (ondanks dat de film zich in een recent verleden afspeelt). Hij heeft gelezen dat mensen beter in een verhaal gezogen worden als ze er de moraliserende elementen, zoals religie en familietraditie, uit kennen. Hij volgt die vaste waarden (lees: clichés) uit het genre tot in de puntjes op. Eén ding heeft hij jammer genoeg niet begrepen: dat een horrorfilm spannend, interessant en vooral eng moet zijn.

Recensie We Are What We Are

Oersaai
We Are What We Are is oersaai. De gemiddelde actiefilm bevat meer gruwelijke elementen dan deze miskleun. Het verhaal ontwikkelt zich pijnlijk traag – terwijl de kijker lang op voorhand weet wat te gebeuren staat – en er gebeurt het grootste deel van de tijd gewoon niets. Er is een enkel echt schrikmoment, dat dan nog eens teleurstellend en voorspelbaar is. De verhaalelementen die het publiek konden doen walgen, komen niet in beeld en er is geen gevoel van angst. De muziek probeert nu en dan wat spanning op te bouwen, maar kondigt alleen aan wanneer iets zal gebeuren dat we eng zouden moeten vinden. De acteurs lijken wel verveeld, het jonge broertje kan niet eens een echt personage genoemd worden. We Are What We Are stelt teleur op zowat elk vlak.

 

14 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

Rover, The

****

recensie  The Rover

Post-apocalyptische roadmovie

door Wouter Spillebeen

‘Wees bang voor de man die niets te verliezen heeft’, luidt de affiche van The Rover, een ijzersterke thriller van David Michôd, die de hardste uithoeken van Australië opnieuw in beeld brengt na Animal Kingdom.  

Guy Pearce bewees in Christopher Nolans Memento dat hij zonder moeite een op wraak beluste ‘badass’ met een troebel verleden kan portretteren. In The Rover is dat Eric, een mysterieuze kerel wiens auto gestolen is door een bende criminelen. Tien jaar na een niet gespecificeerde economische instorting is Australië tot een desolate en onvriendelijke wildernis vervallen. Terwijl Eric uitrust in een wegrestaurant rijden drie criminelen hun 4×4 vast. Gepanikeerd stelen ze dan maar de wagen van Eric, die daar om het zacht uit te drukken niet mee is opgezet.

Recensie The Rover

Hij zet de achtervolging in, maar de tot de tanden bewapende mannen geven de wagen niet af. Eric ontmoet Rey (gespeeld door Robert Pattinson die een nieuw imago lijkt te willen), de zwaar gewonde broer van een van de gangsters. Eerst neemt Eric hem als gijzelaar, maar hij weet de naïeve jongen te overtuigen dat zijn broer hem heeft achtergelaten en niets om hem geeft. Rey zint even veel op wraak als Eric.

Wraakpad
De grootste autoliefhebber ter wereld zou niet zo veel voor zijn wagen doen als Eric voor zijn grijze sedan. Het is meteen duidelijk dat het hem om meer gaat dan enkel de auto, maar de gedeprimeerde, steenkoude man houdt de lippen stijf op elkaar. Rey daarentegen is een flapuit, een onintelligente nietsnut die altijd van het gezag van zijn broer afhing. Of heeft de boerenkinkel toch meer in zich dan hij laat zien? Het wraakpad van het duo brengt hen onder meer langs hoerenkasten voor kleine jongetjes, fluisterende Chinezen, met shotguns zwaaiende winkeluitbaters en een opvliegende dwerg.

The Rover is net zo interessant als de kijker het wil maken. Wie hersenloos voor het scherm zit, ziet gewoon een man die op een verwoestende tocht door een woestijnlandschap is. Maar wie zich vragen stelt bij de gebeurtenissen, gaandeweg theorieën ontwikkelt over de reden achter de wraak, de hoedanigheden van het economische verval en het verleden van Eric, stelt zich open voor verrassingen. Wie zich om de tuin laat leiden, ziet dat er veel meer gaande is dan regisseur David Michôd toont.

Variatie
RPattz liet in interviews meermaals blijken dat hij het acteren in de Twilight-serie beu was. Toen hij in 2011 in Water for Elephants de dierenarts Jacob portretteerde, bewoog hij al richting een carrière met meer inhoud en variatie. In 2014 beitelt hij die diversiteit permanent vast; op het Filmfestival van Cannes was hij in maar liefst twee films te zien: David Cronenbergs Maps to the Stars en The Rover. Daarin speelt hij rollen die bijna niet verder van elkaar kunnen liggen, in Cronenbergs satire is hij namelijk een limousinechauffeur en beginnend acteur. Het acteren in meer diepgaande rollen gaat hem best goed af, hij toont dat hij veel meer in zijn mars heeft.

Recensie The Rover

The Rover is een stevige en mysterieuze thriller in een nachtmerrieachtig landschap: de kale woestijnen van Zuid-Australië waar kilometers niets te zien is en de weg het enige is dat de zandvlaktes van elkaar scheidt. De wreker veracht de gegijzelde idioot, maar beseft dat hij hem nodig heeft, de idioot moet zijn waarde bewijzen als hij niet door zijn nieuwe vaderfiguur wil worden achtergelaten. Dat is de kern van het strakke scenario dat de bij de pinken zijnde kijker constant op het verkeerde been zet.

 

11 juni 2014

 
ALLE RECENSIES

City of Violence

***

recensie  City of Violence

Geen land voor watjes

door Alfred Bos 

Orlando Bloom schittert in een harde actiethriller die speelt in Kaapstad. De multiculturele cocktail van Zuid-Afrika bruist, maar niet van het leven.  

Goed idee van de Franse thrillerauteur Caryl Férey om zijn roman Zulu uit 2008 te situeren in Zuid-Afrika. Het land van de vervlogen ‘rainbow nation’ droom is een hogedrukpan van culturele, sociale en economische tegenstellingen, een proeftuin voor de eenentwintigste eeuw als het ware. Roofmoord en verkrachting zijn er dagelijkse routine, vaak zijn de daders gedrogeerd. In die poel van ontaarding klotst tik  rond, een extreem krachtige speed-variant met hallucinogene bijwerkingen. 

Recensie City of Violence

Een gemodificeerde versie van tik is de motor achter de plot van Zulu, of City of Violence, zoals de verfilming in deze Frans-Zuidafrikaanse coproductie heet. Met Orlando Bloom als de morsige rauwdouw-rechercheur Brian Epkeen en Forest Whitaker in de rol van Ali Sokhela, een Zulu-commissaris met een geheim, zijn de hoofdrollen sterk bezet. Ze rennen en racen door het zonovergoten Kaapstad, van de beveiligde villa’s in de heuvels naar de shanty towns nabij het strand. Er verdwijnen zwarte kinderen en de politie haalt haar schouders op. Dan wordt een blanke studente gruwelijk vermoord.  

Exotisch in cultuur en geweld
Zuid-Afrika telt elf officiële talen en drie daarvan zijn te horen in City of Violence: Engels, Afrikaans en Zulu. Niet alleen die culturele verscheidenheid en de drugs zijn exotisch, dat is ook het geweld. Kaapstad is geen plek voor theedrinkende dienders, het geweld hangt als een donderwolk in de lucht en manifesteert zich onverwacht, explosief en snoeihard. Wie zijn wenkbrauwen fronst bij de confronterende proloog, kan beter een oude aflevering van Inspector Morse uit de kast trekken.

City of Violence is de eerste film van de Franse regisseur en scenarist Jérôme Salle die de Nederlandse bioscoop haalt. Hij maakte eerder twee speelfilms rond de in Frankrijk populaire stripheld Largo Winch, maar die verdienstelijke actiethrillers kwamen hier niet verder dan een dvd-release. Met steracteurs als Bloom (onherkenbaar goed, zijn beste rol tot nu toe) en Whitaker op de titelrol heeft City of Violence internationale allure en beleefde zijn première tijdens het Cannes Film Festival van vorig jaar.  

Recensie City of Violence

Merkwaardige finale
De eerste akte is ijzersterk en culmineert in een bloedstollende scène op het Muizenbergstrand van Kaapstad, waarbij het beslissende detail al in de opening, een klein half uur daarvoor, is opgezet. Het is tekenend voor de kwaliteit van het script en de kundigheid van de regisseur dat vaart en subtiliteit elkaar niet in de weg zitten. Tot ver in de derde akte lijkt City of Violence de verrassingsthriller van 2014 te zijn, maar de merkwaardige finale – een wraakwestern? – trekt de film uit het lood en dat kost een ster.  

Met zijn couleur locale, sterke protagonisten en vlotte verteltrant steekt de film positief af tegen de generieke thrillers van Amerikaanse of Scandinavische snit. En voor wie bekend is met de hiphop van Die Antwoord, de fotografie van Roger Ballen of de romans van Lauren Beukes is City of Violence verplichte kost: visuele flessenpost uit een land waar de cyberpunk clash van hightech en low life werkelijkheid is geworden.

 

10 juni 2014

 

 

ALLE RECENSIES

 

Joe

***

recensie  Joe

Het ruige zuiden

door Cor Oliemeulen

Een jongen probeert te ontsnappen aan zijn lot en ziet een ex-gedetineerde als zijn bevrijding. Nicolas Cage is ouderwets in vorm als antiheld die held wordt in een droefgeestige geschiedenis.  

Joe heeft geen gemakkelijk leven gehad. Hij is een einzelgänger, heeft weinig op met de autoriteiten en betaalt voor de liefde. Zijn enige kameraad is een valse hond. In opdracht van een houthakkersbedrijf vergiftigt hij bomen, zodat ze legaal mogen worden gekapt. Iedere ochtend, weer of geen weer, stapt hij in zijn oude truck om zijn ingehuurde krachten op te halen. ’s Avonds stort hij zich afgemat op de bank van zijn aftandse woning waar hij rookt als een ketter en drinkt als een tempelier.

Recensie Joe

Surrogaatvader
We bevinden ons in het ruige zuiden van Amerika. Het is hier donker, grimmig, hopeloos, troosteloos en uitzichtloos. Disfunctionele families met ongelukkige en arme mensen. Misdaad, knokpartijen, blaffende honden, regen en een lot dat genetisch is bepaald. Een sfeer die treffend in beeld wordt gebracht en doet denken aan Winter’s Bone (2010) en Mud (2012). En net als in die films draait de plot in Joe rond een vaderfiguur. Bovendien speelt de veelbelovende jonge acteur Tye Sheridan een hoofdrol in zowel Mud als Joe – in beide gevallen desperaat op zoek naar een surrogaatvader.

In Mud heet hij Ellis, een jongen die wordt gefascineerd door de mysterieuze titelfiguur, gespeeld door Matthew McConaughey. In Joe is hij de 15-jarige Gary die de no-nonsense titelfiguur, gespeeld door Nicolas Cage, als strohalm ziet. Gary wil geld verdienen om zijn moeder en zusje te kunnen onderhouden, want zijn vader is een luie, asociale, alcoholistische rotzak die hem regelmatig slaat en jaloers op hem is omdat hij wél geld binnenbrengt. De vader wordt levensecht gespeeld door ene zwerver Gary Poulter, die letterlijk bij een bushalte in Austin werd weggeplukt tijdens een auditie voor figuranten. Enkele weken na de opnames overleed hij.

Heldenstatus
Nicolas Cage weet in zijn karakterrol weer eens te overtuigen, na talloze lamlendige optredens met onvervalste staaltjes van overacting. Als gemankeerd personage, niet vies van drank en opererend aan de zelfkant van de maatschappij, zoals in Leaving Las Vegas (1995) en The Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans (2009), komt hij het best tot zijn recht. Ook als Joe is hij gedoemd onder te gaan, maar niet voordat hij bij Gary de heldenstatus bereikt. Joe herkent zich in Gary en wil voorkomen dat hij niet dezelfde fouten maakt. De reïncarnatiegedachte maakt het verhaal wel redelijk voorspelbaar.

Recensie Joe

De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de schrijvende brandweerman Larry Brown, exponent van de Grit Lit: een literaire stroming van zuidelijke redneck fiction  waarvan ook Charles Bukowski deel uitmaakte. Het loodzware scenario is geschreven door Gary Hawkins, fan van Larry Brown over wie hij de veel besproken documentaire The Rough South of Larry Brown maakte – tevens de oude filmprofessor van David Gordon Green die Joe regisseerde.

Verdienstelijk en veelzijdig
Green toont zich een verdienstelijke en veelzijdige filmmaker. Hij debuteerde sterk met het drama George Washington (2000) dat gaat over een groep tieners in een naargeestig stadje in North Carolina die een tragisch ongeluk probeert te verdoezelen, waagde zich aan de stoneractiekomedie Hollywood Pineapple Express (2008 ) met Seth Rogen en James Franco, en won zijn eerste grote filmprijs in Berlijn met het sfeervolle Prince Avalanche (2013) met Paul Rudd en Emile Hirsch. Ook hier figureren de personages in een geïsoleerde setting middenin de overweldigende natuur. Die film is droogkomisch, Joe is het tegenovergestelde.

 

8 juni 2014

 
ALLE RECENSIES