Iceman, The

***

recensie  The Iceman

Huurmoordenaar met familiehart

door Joan Gebraad

De Pools-Amerikaanse huurmoordenaar Richard Kuklinski pleegde meer dan honderd moorden. Regisseur Ariel Vromen weet hem in een ijzingwekkend spannende film neer te zetten als mens, niet als monster. Een knappe prestatie.

‘Rozen zijn rood, viooltjes zijn blauw. Anabel, je bent mijn gouden licht!’, zegt Richard Kuklinski (Michael Shannon) liefdevol tegen zijn dochter. Het is haar zestiende verjaardag en de kamer zit vol visite. Op dat moment is Kuklinkski een doodgewone huisvader. Niet veel later gaat de bel en zit hij in een auto waar een maffioos een pistool tegen zijn hoofd drukt. Een typerende situatie voor het leven van deze huurmoordenaar met een hart voor zijn familie. Deze contradictie maakt The Iceman tot een fascinerende op waarheid gebaseerde thriller.

The Iceman

IJskoude familieman
Zijn familie, bestaande uit dochters Betsy (Megan Sherrill) en Anabel (McKaley Miller) en vrouw Deborah (Winona Ryder), is alles voor Kuklinski. Zij kennen hem niet anders dan een liefdevolle valutahandelaar, die zijn werk niet mee naar huis neemt. Ze hebben geen idee hoe soepel en kil de familieman zijn slachtoffers doodschiet, neersteekt of vergiftigt. Alles gaat voorspoedig totdat zijn opdrachtgever hem aan de kant schuift.

Kuklinksi gaat andere allianties aan, zoals met Mr. Freezy, een huurmoordenaar die verkleed als ijscoman zijn slachtoffers vergast en invriest. Samen maken ze heel wat slachtoffers, wier lichamen ze vervolgens onder het genot van een muziekje in stukken hakken. Het levert Kuklinski de bijnaam The Iceman op. Ondertussen zinnen zijn oude kameraden op wraak. Ze voelen zich verraden en proberen hem op zijn zwakste punt te pakken: zijn familie.

The Iceman

Keihard, maar liefdevol
The Iceman heeft een vlot tempo en een aangenaam snelle scènemontage. Liquidaties, onderhandelingen en achtervolgingen wisselen elkaar af, zonder overdadige explosies en special effects. De keiharde maffiawereld is overtuigend neergezet. Scènes met Kuklinski’s broer geven enige indicatie over hoe gruwelijk hun jeugd geweest moest zijn: hun vader sloeg hen. Vaak en veel. We volgen Kuklinski van de jaren vijftig tot de jaren tachtig. Dit levert mooie sfeerbeelden van vervlogen era’s op. Met tussendoor liefdevolle familiescènes.

Het allerbeste aan de The Iceman is Michael Shannon. Met zijn karakteristieke kop, koelbloedigheid en woede-uitbarstingen, maar ook enige charme maakt hij Kuklinksi tot een uiterst boeiend karakter. Shannon draagt de film. Zijn beste acteerwerk zit in de monoloog tegen het einde van de film, waarin Kuklinksi in de gevangenis zijn spijt betuigt. Spijt tegenover zijn familie. Dat hij hen gekwetst heeft. Hij houdt van hen. Om de dood van zijn slachtoffers maalt hij niet. Bijna lijkt hij te huilen. Bijna, want: ‘The Iceman huilt niet. Dat is niet macho.’  Vromen slaagt om een verondersteld monster neer te zetten als iemand met gevoelens. Kuklinski is geen sociopaat, maar een getergde ziel.

 

22 juni 2013

 

ALLE RECENSIES

Ginger & Rosa

**

recensie  Ginger & Rosa

De setting maakt de film

door Wouter Spillebeen

Regisseur Sally Potter vertelt in Ginger & Rosa het verhaal van twee Londense vriendinnen tijdens de Cubaanse raketcrisis. In tegenstelling tot de crisis escaleert hun thuissituatie drastisch.

In 1962 is de wereld in de ban van de Cubaanse raketcrisis. De bommen kunnen op ieder moment vallen en dat lijkt niemand beter te beseffen dan de Londense Ginger (Elle Fanning). Haar vader Roland (Alessandro Nivola), die niet meer samen is met moeder Nathalie (Christina Hendricks), leert haar als pacifist constant minimalistisch te denken en het ergste te verwachten.

ginger-&-rosa

Samen met haar levenslange vriendin Rosa (Alice Englert) wil Ginger de wereld helpen redden door te betogen, maar al snel blijkt dat ze niet op dezelfde manier tegen het leven aankijken. Terwijl de existentialistische en intellectuele Ginger zich verdiept in de crisis en haar poëzie, papt Rosa aan met Roland. Ginger zakt steeds dieper in een depressie.

Setting
De verhaallijn en de ontwikkeling ervan zijn niet origineel. De intriges, de ruzies en het bedrog zijn eerder al vertoond in talloze teleurstellende dramafilms. Neem de setting van de Cubaanse raketcrisis weg en er blijft een tienerfilm van dertien in een dozijn over. Maar de setting verantwoordt de paniek en hysterie die Ginger bij de gebeurtenissen in haar familie voelt, net als het fatalistische gedrag van haar vader Roland. Anders was het drama onbenullig en de reactie van Ginger onzinnig geweest. Het protest tegen de atoombommen is net te weinig uitgewerkt om meer dan sporadisch op de voorgrond te treden. Het familiedrama is belangrijker.

ginger-&-rosa

Onafscheidelijk
Ginger en Rosa zouden hartsvriendinnen moeten zijn, maar dat komt nooit zo over. In het begin doen ze alles samen: uit het huis sluipen om te feesten, jongens verleiden en liften voor het plezier. Toch lijkt het alsof de twee nooit op dezelfde golflengte zitten. Rosa is een rokende, lichtjes religieuze meid die Ginger achterlaat voor een kans om met een onbekende jongen te vrijen. Ginger is een terughoudende intellectueel, die poëzie schrijft en zich laat meeslepen door de wilde Rosa. De film overtuigt niet dat Ginger en Rosa onafscheidelijk zijn. Daardoor mist hun stuklopende vriendschap impact.

Valse accenten
Het Britse taaltje komt vaak geforceerd over. Begrijpelijk, aangezien de volledige hoofdcast Amerikaans, Canadees of Nieuw-Zeelands is. De valse accenten trekken je soms helemaal uit de filmervaring en dat is jammer voor een film die hard probeert meeslepend en fascinerend te zijn. In die opzet slaagt Ginger & Rosa bijna nooit, tenzij Miles Davis of Dave Brubeck de soundtrack sieren.

 

30 mei 2013

 

ALLE RECENSIES

 

Después de Lucía

**

recensie  Después de Lucía

Treurige schilderijen

door Karina Meerman

Regisseur Michel Franco zet een statief in de hoek van het leven van vader en dochter. In een reeks bewegende schilderijen schuift hun leven voorbij. Después de Lucía is vooral een trage observatie van pesten.

Na de tragische dood van haar moeder, verhuist Alejandra (Tessa Ia) met haar vader Roberto naar de andere kant van Mexico. Samen moeten ze een nieuw leven zien op te bouwen. Dit lijkt aanvankelijk goed te gaan wanneer Alejandra op school snel aansluiting vindt bij een groepje vrienden. Na een dronken feestje verandert dit en wordt ze het mikpunt van kleine en grote wreedheden. 

Después de Lucía

Afstand
De filmische afstand tot de personages is een van redenen dat het moeilijk is betrokkenheid te voelen met de hoofdpersonen. De kijker staat op een vast oogpunt en wordt gedwongen mee te kijken naar de gebeurtenissen. Een andere reden is het gebrek aan dialoog en afwezigheid van enige vrolijkheid. Vader en dochter praten niet over de dood van de moeder of over het pesten. Ze worstelen zich op hun eigen manier door de dagen heen. De gesprekken zijn van een treurig soort huiselijkheid. Vader en dochter houden wel van elkaar, maar uiten zich moeizaam.

Franco houdt wel van menselijk drama. Zijn eerdere film Daniel y Ana laat zien wat er gebeurt als broer en zus een traumatische seksuele ervaring ondergaan. Ook daar is geen loutering of redding. In Después de Lucía ondergaat Alejandra haar portie leed, wanneer haar nieuwe klasgenoten zich ontpoppen als een groepje uitermate nare pesters. In plaats van de strijd aan te gaan, zinkt ‘Ale’ weg in een meegaand lijden. Franco dwingt ons machteloos mee te kijken naar de wreedheden van tieners.

Después de Lucía

Pesten
Het pesten is uitstekend in beeld gebracht. Voor een niet-pester is het onbegrijpelijk waarom (jonge) mensen elkaar zo behandelen. Ale heeft niets gedaan om het uit te lokken. Ze is een gewoon meisje, dat doet wat andere jongeren doen. Ze roept niet om hulp, ze vecht niet terug. Het is helaas een realistisch beeld van wat kinderen elkaar kunnen aandoen wanneer pesten enorm uit de hand loopt.

En de camera staat daar maar en observeert. Dit maakt het kijken naar Después de Lucía geen fijne ervaring. De film kent wel een bevredigend slot, wanneer de vader nogal verrassend in actie komt. Het maakt het trage observeren bijna de moeite waard. Liever hadden alle ettertjes hun verdiende loon gekregen, maar je kunt niet alles hebben in het leven.  

 

27 mei 2013

 

 

MEER RECENSIES

 

Welcome to the Punch

*

recensie  Welcome to the Punch

Standje moeilijk gezicht, met hip kinpluis

door Alfred Bos

Stereotiepe actiethrillers kunnen ondanks alle clichés toch vermaken. De film ziet er gelikt uit; het verhaal bevat net dat ene slimmigheidje; de humor is droog of juist kolderiek; de hoofdrol is een rake typering; de actie blaast het stof van de muur. Hoe meer van dit alles, hoe vermakelijker. Welcome to the Punch ziet er alleen gelikt uit.

Het zal je als held maar gebeuren: heb je als ambitieus politiebroekje bijna de grote schurk in zijn kladden, schiet hij je half invalide. Dat levert een serieus trauma op, want de loopbaan staat op een zijspoor en de stralende toekomst is een druilerige herfstdag geworden. Geen schouderklopjes (of jaloerse blikken) van collega’s, geen smachtende bewonderaarsters, maar een wrokkig bestaan als nobody.

Recensie Welcome to the Punch

Zo staat Max Lewinsky, de protagonist van Eran Creevy’s tweede speelfilm, in het leven. In de fraai gestileerde proloog zien we hem achter een viertal in strakke pakken gestoken overvallers aan jagen door een uitgestorven Londen, dat exclusief is opgetrokken uit glas, staal en neon. Max gaat in zijn eentje de boeven pakken en scheurt in zijn bolide achter de motorduivels aan. Hij negeert de instructies van zijn meerdere en dat had hij beter niet kunnen doen.

Bordkarton
Klinkt goed? Het ziet er nog beter uit. Creevy heeft een verleden als regisseur van commercials en videoclips; hij weet hoe je een budget omzet tot eye candy. Een paar jaar terug wist hij uit een schamele 100K aan Britse ponden een thriller over de Londense drugsscene te kloppen (Shifty). Voor zijn tweede werkstuk, eveneens op basis van een zelfgeschreven script, had hij tachtig keer meer geld ter beschikking en dat zie je aan Welcome to the Punch af. Ridley Scott en het British Film Institute betaalden mee.

Wanneer het verhaal niet bijster boeit (iets met wapens, cynische politici en corrupte agenten) of vlak wordt verteld (geen context of motivatie), moet de spanning uit de personages komen:  de film heeft een cast van ervaren acteurs. Ook dat helpt niet, want ze hebben niets om mee te werken. Max (gespeeld door James McAvoy, met hip kinpluis) en zijn tegenstrever James Sternweed (Max Strong) worden door omstandigheden handlangers en gaan gezamenlijk een derde vijand te lijf. Je gelooft het geen seconde, want hun karakters zijn van bordkarton, standje moeilijk gezicht, met de psychologie van een diepgevroren kabeljauw.

Stripverhaal
Humorloos is de wereld van Welcome to the Punch ook. Agenten, chefs, boeven, spin doctors – ze blaffen tegen elkaar in cynisch bedoelde oneliners die geen schuim op het bier brengen. Zo uitgebleekt blauw als de beelden zijn, zo levenloos leeg zijn de personages. Dan is er natuurlijk schietgeweld, in arty slo-mo zelfs. Kogels slaan vuistgrote gaten in de muur, hele magazijnen worden weggemitrailleurd zonder een olifant te raken en in de finale shoot out – op het containerpark dat de film zijn titel geeft – is het Max en James tegen de overmacht. In plaats van stoer komt het een beetje onbeholpen over.

‘I learned not to get involved’, zegt hoofdpersoon Max tegen zijn partner Sarah (Andrea Riseborough), de enige in dit stripverhaal die niet stijf staat van de adrenaline en het stresshormoon cortisol. Juist zij legt in een kreupele scène het loodje. De kijker raakt maar niet betrokken bij deze komisch aandoende hutspot van filmclichés en artistieke pretenties. Wat zou Ridley Scott er in hebben gezien?

 

18 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Wadjda

**

recensie  Wadjda

Tipje van sluier is jammerlijke stereotiepe blik

door Astrid van Pelt

Nog nooit eerder maakte een vrouwelijke regisseur uit Saoedi-Arabië een lange speelfilm. Wadjda brengt hierin verandering. Jammer alleen dat deze ‘unieke’ film een weinig vernieuwende boodschap heeft. 

De jonge puber Wadjda is niet geknipt voor de strakke leefregels van de Saoedische maatschappij. Ze is rebels, houdt van westerse muziek en draagt haar hoofddoekje alleen als dat strikt noodzakelijk is. Tot grote schande van haar omgeving wil ze een fiets bemachtigen, zodat ze straatraces kan houden met haar platonische vriendje Abdullah. Volgens Wadjda is het een dubbele nederlaag als een jongen verliest van een meisje. Daar zit voor haar de uitdaging.

Geloofwaardigheid
De adembenemende shots in de film zijn dun gezaaid, maar ze zijn er wel degelijk. Zoals het haast symbolische fragment waarin Wadjda een fiets zonder bestuurder door het dorre landschap ziet rijden. Wanneer even later de barrière van een zandmuur verdwijnt, zodat ze vrij zicht heeft op de onderliggende auto die de fiets op het dak draagt, zet ze de achtervolging in. Die fiets zal van haar worden!

Recensie Wadjda

Dat Wadjda de nodige hordes moet nemen om die droom in vervulling te laten gaan, blijkt al snel. Dat vormt het centrale thema van de film. Een eenvoudig thema, maar het biedt wel een kapstok om allerhande maatschappelijke en religieuze kwesties aan op te hangen. Dit gaat echter al snel irriteren, waardoor de film zijn geloofwaardigheid verliest.

Onderbuikgevoelens
De personages in de film lijken er genoegen in te scheppen alle Saoedi-Arabische mores over de positie van de vrouw uitentreuren te herhalen: ‘respectabele meisjes gaan naar binnen als mannen hen kunnen zien’ of: ‘iedereen weet dat je de koran niet mag aanraken als je ongesteld bent’. Zulke passages worden al snel stereotiep. Bovendien: als die zaken zo geaccepteerd zijn, waarom moeten ze dan nog uitgesproken worden? De film lijkt hier duidelijk klakkeloos in te spelen op de onderbuikgevoelens van de islamofobe westerse markt.

In dit strikt chronologische verhaal lijkt Wadjda recht op haar doel, haar droomfiets, af te stevenen. Je ziet immers al van kilometers ver aankomen dat zij de Koran-reciteerwedstrijd zal gaan winnen. Pas als blijkt dat ze haar beloning niet kan opstrijken vanwege de onacceptabele bestemming van het geld, komt het verhaal en de bijbehorende spanning op gang. Helaas resteren dan nog slechts enkele minuten tot het einde.

 

13 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Leve Boerenliefde

**

recensie  Leve Boerenliefde

Voorspelbare komedie over boerendating 

door Astrid van Pelt

Boer zoekt vrouw, Stop in the name of love…  boerendatingprogramma’s doen het goed op de Nederlandse televisie. Dat dit populaire onderwerp niet altijd tot iets succesvols leidt, bewijst Leve Boerenliefde. De film grossiert vooral in flauwe grappen en voorspelbaarheden met een zeer lange aanlooptijd.

Anders dan de titel doet vermoeden, toont Leve Boerenliefde maar weinig van de liefde op het platteland. In plaats daarvan focust de film op de listige deals achter de schermen van een boerenrealityprogramma. Regisseur Kenneth (Dirk Zeelenberg) is bezig met een datingprogramma waarin mannelijke boeren op zoek gaan naar hun wederhelft. Hierbij is de ruimte voor spontaniteit en oprechtheid die de vrijgezellen krijgen marginaal, want ‘elke minuut hier kost 10.000 euro’.

Leve Boerenliefde

Kijkcijferhit
Door een misverstand belandt boer Jelte (Cas Jansen) in de selectierondes van het programma. Tegenover presentatrice Wanda van Zwol (Tatum Dagelet) houdt hij een filosofisch relaas over het samenleven met dieren, als metafoor voor de liefde tussen man en vrouw op het platteland. Kenneth is laaiend enthousiast, want met deze boer wordt het programma een kijkcijferhit. Er is alleen een probleempje: Jelte is tweeënhalf jaar na het plotselinge overlijden van zijn vrouw nog steeds in de rouw, en ziet het als verraad wanneer hij meedoet aan het programma.

Het voortbestaan van Jeltes bedrijf staat echter op losse schroeven omdat hij een torenhoge boete moet betalen, en de invloedrijke Kenneth kan hem helpen onder deze boete uit te komen. Maar dan moet Jelte wel contractueel vastleggen dat hij in het tv-programma zijn bruid zal vinden.

Leve Boerenliefde

Onzuiverheid tegenover integriteit
De film kent weinig nuance en veel stereotyperingen. De deelnemende boeren zijn óf goedgebekte ABN-sprekers, of mompelende cameraschuwe lomperiken. De tv-wereld wordt afgeschilderd als een bastion van onzuiverheid, terwijl het boerenleven uitsluitend wordt opgehemeld en geportretteerd als integer. Ook lijken sommige plotwendingen weinig doordacht: want waarom, als alles in de wereld van regisseur Kenneth maakbaar is, huurt hij niet een acteur in om de vlotte boer Jelte te vervangen?

De mooie en gezellige shots van het boerenleven zorgen voor een vleugje nostalgie en gezelligheid, maar dat kan het grootste probleem van Leve Boerenliefde niet verbloemen: het gebrek aan suspense. Want ondanks dat er wel enkele spanningselementen aan het verhaal zijn toegevoegd, is vanaf het begin met heel weinig moeite te voorspellen hoe de vlag erbij zal hangen in de laatste scène.

 

10 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Stand Up Guys

***

recensie  Stand Up Guys

Tarantino-met-rollator

door Alfred Bos

Drie bejaarde gangsters beleven voor een nacht en een dag de kameraadschap en opwinding van hun gloriejaren. Maar er zit een adder onder het gras.

Het is belegen nieuws: Hollywood heeft de senioren ontdekt. De oudere consument, niet opgegroeid met internet of slimme telefoon en in staat zich langer dan vijftien seconden te concentreren, geeft – in Amerika althans – meer geld uit aan bioscoopbezoek dan de 24 op 7 aan het web gelinkte digifielen. Met als resultaat: filmsterren van toen doen hun kunstje vrolijk verder; rimpels geen bezwaar.

Stand Up Guys

En waarom ook niet? Karakter (doorgaans geen selling point in Hollywood) is onbetaalbaar en hoe knoestiger de kop, des te ‘authentieker’ het karakter. Voeg daar een vleugje zelfspot aan toe – de krasse knarren weten wie ze zijn, ook een teken van rijpheid – en de houdbaarheidsdatum heeft een face-lift gekregen. Stand Up Guys, met hoofdrollen voor Al Pacino, Christopher Walken en de iets minder bekende Alan Arkin, is zo’n film.

Dialogen om te smullen
Stand Up Guys is een buddy film over drie voormalige gangsters op leeftijd. Het is ook een kruising van komedie en misdaadfilm. En hij draait om de personages, minder om de plot. De actie is beperkt en de dialogen zijn om te smullen. Kortom, Stand Up Guys is zo’n film zonder pretentie waarin vakmensen ontspannen hun kunstje doen; een soort Tarantino-met-rollator, zeg maar, die de mondhoeken doet krullen.

Val (Al Pacino) heeft 28 jaar gevangen gezeten voor een misdaad die zijn maten hebben begaan. Zijn beste vriend en kompaan van toen, Doc (Christopher Walken), wacht hem op bij de gevangenispoort; Doc wordt door lokale opperschurk Claphands gedwongen Val binnen 24 uur te vermoorden. Doc rekt de tijd door Val te trakteren op drank en vrouwen. Ze betrekken een oude maat, Hirsch, in het feestgedruis. Val heeft geen notie wat hem te wachten staat.

Stand Up Guys

Chemie tussen giganten
Zo’n film lukt alleen als er acteurs met een hoofdletter A aan meewerken en was er ooit een betere filmschurk dan Christopher Walken (kleine greep: King Of New York, Batman Returns, The Funeral en onlangs nog Seven Psychopaths)? Al Pacino beleefde zijn doorbraak als titelheld van The Godfather en zijn Tony Montana (Scarface) is legendarisch. Als Val doet Pacino wat hij al jaren doet, uitzinnig schmieren, maar ditmaal past het voortreffelijk bij zijn personage. Het is de chemie tussen deze twee giganten die Stand Up Guys zijn charme geeft.

En zo kan het gebeuren dat een niet bijster origineel script, een onbekende regisseur (de acteur Fisher Stevens, die hier voor zijn tweede feature tekent) en een bescheiden budget een film opleveren die onderhoudender is dan menig met special effects en computeranimaties dicht gepleisterde spektakel blockbuster. Vakmanschap kent geen leeftijd.

 

9 mei 2013

 
ALLE RECENSIES

Quartet

****

recensie  Quartet

Wij zijn oud, let’s get’s loud!

door Joan Gebraad

Op 75-jarige leeftijd debuteert acteur Dustin Hoffman (Kramer vs Kramer, Rain Man)  als regisseur met een geestige komedie over een viertal gepensioneerde operazangers.

Het is een drukke bedoening in Beecham House – genoemd naar een grootverdiener aan laxeermiddelen – want de jaarlijkse Verdi-gala-avond komt eraan. De egoïstische en nooit tevreden Cedric (Michael Gambon) coördineert het gebeuren en gaat met de zweep erover. Het niveau van de stukken en zangers is beneden peil. Dit jaar is de noodzaak voor een goed programma groter dan ooit. Als Beecham geen nieuwe financiële weldoeners aantrekt, kan het wel eens finito zijn voor het luxe bejaardenverblijf.

Quartet

Hoop op een geweldig programma voor de gala-avond en flink wat drama vieren hoogtij met de onverwachte komst van Jean (Maggie Smith). Deze voormalige operaster is veranderd in een gevallen, onzekere, doch trotse diva. Cedric spoort Cissy (Pauline Collins) en Wilf Bond (Billy Connolly), haar voormalige vrienden, en Reginald Paget (Tom Courtenay), nota bene de gekwetste ex-echtgenoot van Jean, aan Maggie over te halen om als kwartet Verdi’s Rigoletto te zingen. In hun hoogtijdagen was hun gezamenlijke uitvoering een hit. Kan Jean haar trots en onzekerheid voor de uitvoering opzij zetten? Kunnen zij en Reggie elkaar vergeven?

Lekker gebekt
De operavedettes zijn bepaald geen kleurloze knorrepotten die verveeld voor de tv hangen. Ze flirten, musiceren, zingen, salsadansen en bekvechten erop los. Hun taalgebruik doet opvallend jong en verrassend aan en werkt vaak op de lachspieren. ‘Steek een vork in je reet’ tijdens een lunchruzie. Of Wilf die de baas van het verzorgingstehuis dr. Cogan (Sheridan Smith) probeert te versieren: ‘Niemand heeft zulke mooie tieten als jij.’ Of Jean als zij op de aanwezigheid van een traplift wordt gewezen. ‘En wat als ik naar beneden wil skiën?’

De plot van Quartet is eenvoudig en enigszins voorspelbaar, maar dat geeft niks. Dustin Hoffman heeft namelijk een blik aan Engelse topacteurs opengetrokken. Maggie Smith geeft met verve gestalte aan de diva in Jean, maar toont ook haar kwetsbare kanten. Zij laat zien hoe vergankelijk succes is en hoe afhankelijk zangers van hun stem zijn. Courtenay is vertederend als de zachtaardige, gekwetste Reggie. Ook vertederend zijn de scènes waarin hij een klas kinderen gepassioneerd uitlegt wat de overeenkomst is tussen opera en rap, en zijn confrontatie met Jean in een kerk.

Conolly werkt op de lachspieren als scherpgebekte casanova en Collins herinnert het publiek als de zachtaardige Cissy aan de tragiek van de vergetelheid die gepaard gaat met Alzheimer. En hoewel zonder baard en toverstaf, doen de fladdergewaden van de knorrige Cedric (het is Cédric, niet Cèdric!) toch herinneren aan Albus Dumbledore.

Quartet

Muzikale ondersteuning
Naast de acteurs maken de cinematografie en muziek de film de moeite waard. Het omringende landschap van Beecham is wonderschoon en mooi in beeld gebracht. Passend bij de karakters wordt het verhaal van Quartet ondersteund met onder meer bekende (Italiaanse) aria’s, jazz en rap.

Hoffman besluit zijn acteurs niet zelf te laten zingen, maar muziek gezongen door operagrootheden onder de film te monteren. Waarschijnlijk een verstandige keuze: de filmgeschiedenis heeft geleerd dat niet alle acteurs beschikken over een gouden stemgeluid. Zeker operazang is een vak apart. De aftiteling is daarom zeker het bekijken waard: alle namen van muziekgrootheden komen voorbij.

Al met al is het debuut van Hoffman een geestige komedie over een groep kleurrijke ouden van dagen in een zeer esthetisch Brits decor met sterke acteurs. Maar de film is meer. Tussen de vrolijkheid door is Quartet een ode aan operamuziek en -zangers en een confrontatie met de menselijke vergankelijkheid.

 

8 mei 2013

 
ALLE RECENSIES
 

Vijf acteurs die slechts één film regisseerden.

In Darkness

****

recensie  In Darkness

Menslievende rioolwerker

door Wouter Spillebeen

De Pools-Duitse productie In Darkness vertelt het waargebeurde verhaal van Leopold Socha, een Poolse rioolcontroleur die tijdens de Duitse bezetting veertien maanden lang Joden beschermde. Het heroïsche verhaal werd neergeschreven in een roman van Robert Marshall en verfilmd door Agnieszka Holland.

We schrijven 1943. In Lvov, Polen zijn de Joden onder het Duitse terreurbewind ondergebracht in getto’s. Het plan is om hen allemaal uit te roeien. Voor een flinke betaling helpt Leopold Socha (Robert Wieckiewicz) een groepje Joden onderduiken in de duistere riolen, die hij als zijn broekzak kent. Socha, die voor de feiten een arbeider met een bijverdienste als inbreker was, toont zich een echte held. Geen archetypische held. Hij is vooral bezorgd om zijn eigen leven en in het begin zijn eigen portefeuille. Het is de band die hij schept met de Joden die hem er uiteindelijk van weerhoudt hen in de steek te laten.

In Darkness

Waarheidsgetrouw
In Darkness is een dramatisering van een waargebeurd verhaal en komt realistisch genoeg over om waarheidsgetrouw te kunnen zijn. De angst en de wanhoop staan op de gezichten af te lezen, dus iedere slachtpartij, iedere executie en iedere nipte ontsnapping heeft impact. Om het geweld en de terreur worden geen doekjes gewonden. Terwijl de nazi’s bovengronds hun vrienden genadeloos afslachten, verliezen de verborgen Joden zich in het gebed, het genot van het vlees en de waanzin. Een enkeling laat zich meenemen naar een werkkamp om de verloren zus van zijn geliefde te vinden.

Licht en kleur
Er wordt op een indrukwekkende manier gespeeld met licht en kleur. Veel scènes spelen zich af in de donkere riolen, vaak met een kleine lichtbron die in beeld is. Zo komt het dat sommige composities eruit zien als een clair-obscur. Buiten is alles grijs en grauw of zelfs wit van de sneeuw, als om aan te tonen dat de situatie buiten gevaarlijk en deprimerend is, terwijl ondergronds nog een greintje veiligheid en optimisme bestaat.

In Darkness

Poolse Liam Neeson
De vergelijking met Schindler’s List is snel gemaakt, al toont In Darkness een veel kleiner verhaal. Wieckiewicz, die Socha speelt, ziet er zelfs een beetje uit als een Poolse Liam Neeson. Toch is het niet waarschijnlijk dat bij In Darkness evenveel tranen zullen worden gelaten als bij zijn voorganger. Het verhaal is pakkend en meeslepend, maar mist soms tempo en spanning. Het lijkt alsof de lijdensweg van de Joodse groep veel minder lang duurde dan de eigenlijke veertien maanden.

In Darkness is een authentieke en aangrijpende hommage aan de enorme heldendaden van enkele gewone mannen en vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Geen tearjerker, maar een harde weerspiegeling van een duister verleden.

 

6 mei 2013

 

ALLE RECENSIES

Boven is het stil

**

recensie  Boven is het stil

Op de boerderij gebeurt niet veel

door Alfred Bos

Boven is het stil is gebaseerd op de gelijknamige, bekroonde debuutroman van Gerbrand Bakker (uit 2006) over het tragische leven van een boerenzoon in de Wieringermeer. De film is opgedragen aan hoofdrolspeler Jeroen Willems, die afgelopen december onverwacht overleed. Zijn carrière had een fraaier slot verdiend.

De vijfde bioscoopfilm van Nanouk Leopold ging in februari in wereldpremière tijdens de 63ste editie van het Internationale Film Festival van Berlijn. Voorafgaand aan de vertoning sprak de regisseur haar 1.500 toeschouwers toe en vertelde dat Boven is het stil daarmee al de helft had bereikt van het aantal mensen dat haar vorige film, Brownian Movement uit 2011, had gezien.

Boven is het stil

Leopold brak in 2005 door met haar tweede speelfilm Guernsey, dat een Gouden Kalf voor regie won en ook op buitenlandse festivals werd genomineerd. Ze is gespecialiseerd in verstilde, poëtische relatiefilms over de moeizame, maar niettemin liefdevolle omgang tussen mensen die tot elkaar zijn veroordeeld. Boven is het stil  is geen uitzondering.

Vader-zoonrelatie
Ondanks die veelbelovende voorgeschiedenis (en een hoofdrol voor Jeroen Willems) is de film een teleurstelling. Leopold is gewend haar eigen scenario’s te schrijven en daar schuilt ditmaal het probleem. De keuze om een roman als deze te verfilmen is een ongelukkige. De regisseur heeft het hart uit Bakkers boek gesneden: van het oorspronkelijke verhaal zijn de verwikkelingen (in de roman verrassend en subtiel beschreven) uitgekookt tot de vader-zoonrelatie. Dat resulteert in een film van negentig minuten waarin eigenlijk niets gebeurt, nauwelijks wordt gesproken, slechts een handvol personages opduiken en filmmuziek zo goed als afwezig is. Er is alleen sfeer en die is niet erg sfeervol.

Jeroen Willems vertolkt de rol van Helmer, boerenzoon van inmiddels 55 die zijn afgeleefde vader naar de bovenverdieping van de familieboerderij ‘opruimt’ en hem in zijn laatste maanden (de film opent net als het boek in de herfst en besluit in het vroege voorjaar) van zijn leven verzorgt. De relatie tussen de twee is niet goed, maar je ontdekt niet waarom. Dialoog had meer kunnen verduidelijken, maar die is goeddeels afwezig. Wat wel duidelijk wordt is dat het leven op een Noord-Hollandse boerderij even opwindend is als een gereformeerde kerk op zondagochtend.

Boven is het stil

Karakterkop
Bakkers roman is terecht geprezen om zijn sobere maar puntgave stijl, waarin vooral de fraaie beschrijvingen van het oer-Hollandse polderlandschap opvallen. Die laten zich niet vertalen naar het filmdoek en de natuur ontbreekt grotendeels, vieze koeienkonten daargelaten. Als bovendien personages, verwikkelingen en dubbele bodems de overstap van roman naar scenario niet hebben kunnen maken, blijft er wel heel weinig te verfilmen over, al wordt er met deep-focus beelden (alles is met de hand gedraaid) veel diepzinnigs gesuggereerd.

Nanouk Leopold heeft zich aan de filmbewerking van Bakkers roman vertild. Je krijgt als kijker geen inzicht in de motieven van de personages, die bovendien nogal clichématig worden neergezet. Gevierd acteur Jeroen Willems had een fraaier slotakkoord verdiend en al kunnen diens fans anderhalf uur lang genieten van zijn karakterkop (en achterwerk), het is een opluchting als de zit voorbij is.

5 mei 2013

 

ALLE RECENSIES