Jeu, Le

****
recensie Le jeu

Eten van de verboden vrucht

door Ries Jacobs

Tijdens een etentje stelt de gastvrouw een spel voor waarbij alle tafelgenoten de berichten die op hun smartphone binnenkomen met de anderen moeten delen. De risico’s van dit spel zijn natuurlijk enorm. Het is als een avonturenfilm waarbij jongens een enge grot in lopen. Je weet vooraf dat het fout gaat, de vraag is alleen hoe. 

Benoît is het vijfde wiel aan de wagen. De werkloze, tegen overgewicht vechtende gymleraar zit aan de eettafel tussen drie maatschappelijk succesvolle stellen. In zijn pogingen om ook met een interessant verhaal te komen, vertelt hij over een man die in het bijzijn van zijn vrouw overleed. Een minuut na het overlijden ontving de weduwe op de telefoon van haar wijlen echtgenoot een bericht van zijn maîtresse.

Le Jeu

Tijdens de discussie die volgt stelt psychologe Marie voor dat iedereen zijn of haar telefoon op tafel legt. Wie een bericht ontvangt, leest het voor. Niet iedereen is direct voor. Maar wie dit spelletje niet aandurft, heeft iets te verbergen, toch? Dus beginnen de vrienden aan een sociaal experiment. De meest intieme geheimen komen ter tafel, van borstvergroting tot affaires.

Zelfgecreëerd paradijs
Regisseur Fred Cavayé bewerkte het script van de Italiaanse film Perfetti sconosciuti (2016) tot het Franstalige Le jeu. Het uitgangspunt van de Italiaanse schrijvers van het oorspronkelijke script was dat iedereen een geheim leven heeft. Tegenwoordig is het plekje dat we voor onszelf hebben onze mobiele telefoon. Vergrendel het ding en je hebt een hele wereld voor jezelf, je eigen zelfgecreëerde paradijs.

Het spel met de smartphones is te leuk om niet te spelen. Voor de zeven hoofdpersonages van Le jeu is de sensatie om de geheimen van anderen te ontdekken te groot. Dit is een verboden vrucht die te verleidelijk is om niet van te eten, ook al weet je dat deelname aan het spel het einde van je zelfgecreëerde paradijs kan betekenen.

Toch is Le jeu geen pleidooi voor oneerlijkheid. Eerder lijkt de film ons te willen laten zien dat iedereen nu eenmaal geheimen heeft die je beter niet kunt delen met je omgeving. We kunnen ons hier beter bij neerleggen, dan volledige openheid te verlangen van onze naasten. In een wereld waarin we steeds meer hechten aan transparantie, is het in orde als je niet alles met je naasten deelt.

Le Jeu

Lachwekkend en tenenkrommend
Een verhaal over mensen die besluiten hun geheimen te delen, biedt enorme mogelijkheden. Cavayé buit die uit zonder over de schreef te gaan. Het verhaal wordt nooit ongeloofwaardig. De film heeft een overduidelijke moraal, maar de regisseur brengt deze niet moraliserend.

Eerder is dit laatste werk van Cavayé een aaneenschakeling van onverwachte plotwisselingen en scènes de zowel lachwekkend als tenenkrommend zijn. Dit maakt de film gemakkelijk om naar te kijken. Hoewel het een typische acteursfilm is – je zou hem zo kunnen bewerken tot een toneelstuk – heeft Le jeu de snelheid en de plotwisselingen van een avonturenfilm. Dat maakt deze arthousefilm geschikt voor een groot publiek. Het wachten is op een Nederlandstalige versie.

 

24 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Bunuel in the labyrinth of the turtles

****
recensie Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hoe de Spaanse surrealist zijn antidocumentaire Las Hurdes maakte

door Bob van der Sterre

Net na baanbrekende films Un Chien Andalou en L’Age d’Or had de jonge Luis Buñuel een moment van creatieve leegte. Hij kreeg een tip over een zeer geïsoleerde streek in West-Spanje, Las Hurdes. Het bleek de opmaat van een in alle opzichten krankzinnig project in 1933. Buñuel en el laberinto de las tortugas vertelt dit interessante stukje filmgeschiedenis in de vorm van een animatie.

Allereerst: wat was Las Hurdes en wat zag Buñuel in het idee van de film? Hij kreeg het project door van regisseur Yves Allégret en schrijver Jacques Prévert. Laten we het Buñuel zelf uitleggen: “Deze streek is een van de armoedigste gebieden op de hele aardbodem, geïsoleerd van de buitenwereld door een keten hoge, onbegaanbare bergen en met in totaal zesduizend inwoners verdeeld over tweeënvijftig gehuchten.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hij gaat verder: “Landbouwwerktuigen hebben ze vrijwel niet. Vee is er niet. Er is geen folklore. De armoede, de honger en de insecten. Geografen zijn het er erover eens dat de streek onbewoonbaar is.” Problemen als inteelt, dysenterie, malaria somt hij op. “Met hun kleren aan slapen ze op bedden van rottende bladeren.” Je snapt wat Buñuel zag in deze op zichzelf haast surrealistische omgeving.

Tweede vraag: wie wil in godsnaam voor een film over dit onderwerp betalen? Ramon Acin, een vriend, zei: ‘”ls ik de loterij win, dan mag jij jouw film maken.” Hij heeft zijn belofte geweten toen hij daadwerkelijk de loterij won! De cinematograaf Eli Lotar kwam erbij, net als dichter en vriend van Buñuel, Pierre Unik. Zij bleven twee maanden in Las Hurdes. Buñuel monteerde het materiaal vervolgens op een keukentafel in Madrid en gooide in zijn onervarenheid nog wat bruikbaar celluloid weg.

Een niet-surrealistisch project dat surrealistisch aanvoelde
Buñuel zal intuïtief gevoeld hebben dat er wel wat te halen viel. Hij moest ook loskomen van het surrealisme, waar hij een jaar geleden uitgestapt was. Het harde Spaanse leven gaf hem een kader waarin hij kon experimenteren. Hij kon hier een vernieuwende antidocumentaire maken, vol armoede, dood, lelijke en zieke mensen.

Buñuel zou Buñuel niet zijn als hij ‘de documentaire’ niet zou veranderen in zijn eigen cinematografische variatie op de werkelijkheid. (Overigens deed een van de beroemdste documentaires ooit, Nanook of the North, hetzelfde.) Zelf zei hij: “Het was een ongewoon soort werkelijkheid, een werkelijkheid die de verbeelding prikkelt.” En erkende later: “Het is een tendentieuze film.”

Dus als hij las over een ezel die door bijen wordt doodgestoken, kan hij het niet nalaten om honing over een ezel te gieten en te filmen hoe het arme beest aan zijn einde komt. Als een geit volgens broodjeaapverhalen soms in een ravijn viel, moest hij de realiteit wel een handje helpen. “Daar konden we niet op wachten en dus heb ik met een revolver ervoor gezorgd dat er een naar beneden viel.” Het hanentrekken… laten we het hier maar bij houden. Het was duidelijk dat de surrealist Buñuel de mens in de weg zat. Veel meer Buñuel wordt het niet als hij zegt: “Ik geloof in oncompromisloosheid.”

En was het ook niet wat je nu noemt exploitation van de bewoners? Maar, zo schrijft publicist Francisco Aranda later terecht: “Als Buñuel liefdadigheid bedreven had in dat gebied en niet de film had gemaakt, was het lot van de bewoners nooit in deze mate verbeterd.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Geamuseerde en vlotte stijl
Dankzij Buñuel en el laberinto de las tortugas van animatieregisseur Salvador Simó zien we deze interessante geschiedenis terug in een geamuseerde en vlotte animatiestijl. Geslaagd zowel in stijl als in verhaal (anekdotisch), karakteriseringen en humor. Animatie als vorm is erg bruikbaar voor deze historische films (denk aan het recente Another Day of Life).

De film heeft twee minpunten: de muziekkeuze en het sentimentele einde. Die zijn niet des Buñuels want ze zijn toegevoegd uit commercieel oogpunt – en dat was altijd zijn grote vijand. Je zou bijna vergeten dat Buñuels voor het Las Hurdes-project een soort stage had gelopen in Hollywood maar weigerde films voor zakelijke motieven te maken.

Een eigenwijze film zoals Buñuel ze maakte, is deze film dan ook niet. In dit geval is dat ook niet het doel. De film wil ons laten zien wat een echt eigenwijs artiest wel is. En in die opzet slaagt Buñuel en el laberinto de las tortugas wel.

 

17 april 2019

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

ALLE RECENSIES

Leto

****
recensie Leto

Indringend portret toen rock naar Rusland kwam

door Jochum de Graaf

De titelsong speelt zich af op het strand, zanger Majk Naoemenko van de groep Zoopark, en zijn vrienden proberen een paar nieuwe nummers uit, pielen wat op de gitaar, draaien een jointje, flessen wodka gaan van hand tot hand, het is een beetje hippiesfeer, de meisjes wiegen en dansen rond op de klanken van Leto (Zomer). 

In de songtekst, in Engelse ondertiteling, wordt de tijdgeest verwoord.

Summer!
I’m fried like a croquette.
I’ve got time but no money,
And I don’t give a damn. 

Summer!
Recently I’ve heard somewhere
That a comet will come soon
And we will all die.

Leto

Verandering hangt in de lucht
Het is dansen op de vulkaan, de Sovjet-Unie begin jaren tachtig, de good old stagnation days van het Breznjev-regime, maar de verandering van de perestrojka hangt al in de lucht.

Die middag aan het strand voegen zich Viktor Tsoj, op dat moment nog de onbekende voorman van de legendarische groep Kino, en een vriend bij de groep. Vervolgens ontspint zich het verhaal tussen de beide grootheden van de Leningradse rockscene die elkaar opstuwen in artistieke creativiteit en ook op het persoonlijke vlak met elkaar verweven raken in een driehoeksverhouding met Natalja Naoemenko, op wier memoires de film losjes is gebaseerd.

Terug van het strand krijgt de groep het in de trein aan de stok met een oorlogsveteraan die ze westerse decadentie voor de voeten gooit ‘Hé Amerikaan, wat zie je eruit.’ Conducteurs en bewakers komen erbij, er worden stevige klappen uitgedeeld en de jongeren slaan fors terug. Het is een scherp gemaakte clip in zwart-wit met teksten in stripballoons, fraaie animaties op de tonen van Talking Heads’ Pyscho Killer.

Een van de jongeren met de omineuze naam Sceptic toont een bord in  beeld ‘Dit is niet gebeurd’ en later boven het hoofd van de Koreaanse acteur Teo Yoo, die Viktor Tsoj speelt, ‘Dit is hem niet’.

Spel met realiteit en fantasie
Boris Grebensjtsjikov, die met zijn groep Aquarium een vooraanstaande plaats innam in de Leningradse rockscene in de jaren tachtig, heeft forse kritiek op Leto, vindt dat de film een karikatuur maakt van hun leven, hen afschildert als ‘een soort Moskouse hipsters, die niks kunnen behalve copuleren ten koste van een ander’.

Maar om waarheidsgetrouwheid gaat het niet in Leto, juist het spel met realiteit en fantasie maakt de film zo interessant. Het is de opwinding bij de optredens, waarbij het publiek eerst nog onder streng toezicht in de stoelen moet blijven zitten, een meisje dat wordt opgepakt wegens subversief gedrag omdat ze een levensgroot hart voor de zanger omhoog houdt, het meezingen met de songteksten, het met z’n allen het podium bestormen. De Russische variant op de legendarische concerten van de Stones in het Kurhaus en The Beatles in Blokker. Het onweerstaanbare gevoel dat je ooggetuige bent van de opkomst van de rock-‘n-roll in Rusland en de omwenteling die het teweeg bracht.

Leto

Voor mij riep het de zoete herinnering op aan het zinderende optreden van Zoopark dat ik meemaakte in de statige grote schouwburg van Kiev vlak voor de zomer van ’88, eerst aarzelend meedeinen in de stoelen en uiteindelijk volkomen uit het dak in de gangpaden, op het podium en de belendende ruimten; het bleef nog lang onrustig in de stad.

In bedwang houden
Om in de Leningradse Rockclub op te mogen treden, moesten de artiesten hun teksten voorleggen aan de lokale commissie van de Bond van Sovjetcomponisten. Dat levert droogkomische scènes op met een discussie over de functie van het eindrijm en welke consequenties dat heeft voor inhoud en vorm van de song. De muzikanten moeten elkaar in bedwang houden om niet al te opstandig te reageren, ook in de commissie is er onenigheid, de teksten voldoen natuurlijk niet aan de vereisten voor ondersteuning van het Sovjetcultuur. Uiteindelijk worden ze toegelaten met het argument dat het hier ‘satire’ betreft.

Halverwege de film verschuift het perspectief van de artistieke wisselwerking tussen de gevestigde Majk Naoemenko en coming man Viktor Tsoj naar hun relatieperikelen. Natalja, vrouw en muze van Naoemenko, maakt werk van haar verliefdheid op Tsoj en verleidt hem tot steeds intiemer handelingen in stilzwijgende instemming van man Majk.

Maar het is niet de tamelijk vlakke plot en weinig dramatische ontknoping die Leto tot een aansprekende schildering van de Russische rock in de jaren tachtig maakt. Dat zijn toch de rauwe in zwart-wit gefilmde beelden van het dagelijks leven voor jongeren in de Sovjet Unie en de expressieve clips met Russische versies van Lou Reeds Perfect Day, Iggy Pops The Passenger en Mott The Hooples All The Young Dudes. En vooral ook de discussies welke groepen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de popmuziek, de exegese van de teksten, hun fan zijn van Bowie, Lou Reed, The Sex Pistols, Blondie, The Clash en niet te vergeten T-Rex.

Leto

Huisarrest
Ik heb het altijd opvallend gevonden die bijzondere aandacht in het Oostblok voor T-Rex, in het westen was hun invloed maar beperkt – mooie jongen Marc Bolan die een cultstatus kreeg door zijn vroege overlijden bij een auto-ongeluk. In de Sovjet-Unie kreeg dat een extra dimensie doordat ook Viktor Tsoj in 1990 een paar maanden na zijn 27e (!) verjaardag bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Majk Naoemenko overleed een jaar later door overmatig drankgebruik.

Regisseur Kirill Serebrennikov werd tijdens het maken van de film onder huisarrest gesteld, zogenaamd omdat hij fraude met subsidiegelden zou hebben gepleegd. Algemeen wordt aangenomen dat hij zoals zo vaak in het huidige Rusland van Poetin administratief werd gestraft vanwege zijn deelname aan demonstraties tegen het regime. Juist vorige week werd zijn huisarrest opgeheven. En zo zou een parallel met de jaren van onderdrukking in de Sovjet-Unie gelegd kunnen worden. Maar Leto is eerst en vooral een indringend en innemend portret van de tijd toen rock-‘n-roll naar Rusland kwam.

 

15 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Vox Lux

***
recensie Vox Lux

Zwarte zwaan wordt popicoon

door Tim Bouwhuis

In de traumatische nasleep van een school shooting zingt een tienermeisje een lied van verstilde wanhoop. Voor ze het weet heeft haar stem een natie verenigd. Zingen en dansen doet ze in de kooi van een studio, onder het toeziend oog van een producer in schaapskleren.

Celeste (‘hemels’) overleefde de schietpartij op miraculeuze wijze, maar het wordt snel duidelijk dat die ene gebeurtenis haar de rest van haar leven zal blijven achtervolgen. In het diep ongemakkelijke Vox Lux transformeert een jonge zangeres in een beroemd popicoon. Als de jonge actrice Raffey Cassidy halverwege de film van het toneel verdwijnt, neemt Natalie Portman een vlucht, met het advent van de eenentwintigste eeuw in haar kielzog. Als een zwaan die nooit wit is geweest.

Vox Lux

Misleid
Vox Lux
(‘stem van het licht’) draagt het stempel van een zelfbewuste maker. De dertigjarige Brady Corbet acteerde in films als Mysterious Skin, Funny Games U.S. en Martha Marcy May Marlene voordat hij in 2015 met een mateloos fascinerend regiedebuut kwam. The Childhood of a Leader, een onbehaaglijke vertelling over een onaards kind, heeft het effect van een donderslag bij heldere hemel. Desondanks sprak de film slechts een zeer beperkt publiek aan, laat staan dat hij in aanmerking voor een Nederlandse release kwam.

De strategie van Vox Lux is duidelijk anders, getuige de upgrade in naamsbekendheid (Portman, Jude Law als de producer) en de zorgvuldig gekanaliseerde promotie-inzet op Portmans rol als popzangeres. Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) presenteerde Vox Lux als één van de toonaangevende titels in de als mainstream geafficheerde Voices-sectie. Op die manier had het er, kortom, de nodige schijn van dat Corbets tweede inhoudelijk ‘toegankelijker’ zou zijn dan zijn intrigerende debuut. Niets is minder waar.

Voorbereid
Op stilistisch vlak is Vox Lux, geheel gelijk haar voorganger, een stuk ambitieuzer dan ze zich ten aanzien van veel kijkers waarschijnlijk zal kunnen permitteren. Welbewuste interventies in de montage doorbreken de continuïteit van het scenario; beelden van een tweede schietpartij worden op een onderhuids ongemakkelijke manier met de vervreemdende realiteit van de film verweven. Deze waanzin is een stuk inzichtelijker als je bekend met Corbets eerder genoemde debuut. Ook in The Childhood of a Leader is de droom van een kind leidend voor de verdere afwikkeling van het verhaal.

Vox Lux

Een speciale vermelding moet uitgaan naar de onlangs overleden componist van Corbets werk, Scott Walker (ex-frontman van The Walker Brothers). Zijn schurende scores voor The Childhood of a Leader en Vox Lux scheppen majestueuze sleutelscènes, die zichzelf zonder uitzondering verheffen tot dreigende voorbodes van de dingen die komen gaan. Beide films maken een enigma van de toekomst; de beeldtaal houdt meer achter dan ze openbaart.

De regie kwijt
Het cruciale verschil tussen Corbets debuut en Vox Lux is dat die laatste film een voice-over bevat. De schrijvende cineast benut die om de kern van het mysterie boven de personages te verheffen. Op een paar gezette momenten in Vox Lux stopt het rad van chaos voor even met draaien, waarop de stem van Willem Dafoe de dingen vertelt die we anders niet zouden zien. Tenminste, dat lijkt de insteek: in feite ondermijnt de expliciete rol van de alwetende verteller de kracht van de suggestie. Die suggestie begint nog als een koortsdroom, maar kristalliseert in de tweede filmhelft als een opzichtig uitgelijnde reflectie van een popindustrie die werkelijk alles in zich opneemt. Ze rooft mensen en laat losse hulzen achter; in de slotakte danst een schmierende Portman op zielloze popbeats. De stem van het licht gaat uit als een nachtkaars.

 

14 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Cold Case Hammarskjöld

***
recensie Cold Case Hammarskjöld

Onthulling Brügger vraagt om spoileralerts, maar ook scepsis

door Paul Rübsaam

In september 1961 stortte een vliegtuig neer met aan boord Dag Hammarskjöld, de toenmalige voorman van de Verenigde Naties. Hoe dringend is de vraag nog wie er achter deze mogelijke moordaanslag zat? De Deense documentairemaker Mads Brügger stuit in zijn onderzoek daarnaar hoe dan ook op iets groters.

Nabij het plaatsje Ndola in het toenmalige Rhodesië vond men het wrak van een vliegtuig dat daar op 18 september 1961 neerstortte. Eén van de verongelukte inzittenden was Dag Hammarskjöld, de Zweedse secretaris-generaal van de Verenigde Naties die destijds bemiddelde in een conflict tussen regeringstroepen en rebellen in Congo. Nog altijd is het neergestorte vliegtuig met een mysterie omgeven. Had de piloot een fout gemaakt, zoals aanvankelijk werd gemeld? Of was er sprake van een moordaanslag op Hammarskjöld?

Hoe belangrijk zijn meer dan zevenenvijftig jaar na dato de achtergronden nog van de mogelijke aanslag op deze diplomaat? Congo heet inmiddels al lang niet meer Zaïre, toen dictator Mobutu Sese Seko er de scepter zwaaide. Het in de vroege jaren zestig door de Koude Oorlog gedomineerde wereldtoneel is ingrijpend veranderd. De mogelijke moordenaars van Hammarskjöld zijn bovendien al lang dood.

Cold Case Hammarskjöld

De Deense documentairemaker Mads Brügger (1972), die niet vies is van een beetje provocatie, betoont zich halverwege zijn documentaire Cold Case Hammarskjöld zelfs verheugd als hij iets interessanters op het spoor komt dan dit onderwerp voor ‘oude mensen’. Als we echter denken dat hij de Hammarskjöld-kwestie dan maar verder laat liggen, zouden we hem onderschatten.   

Tropenhelmen en Cubaanse sigaren
Mads Brügger maakt zijn documentaires in de zogeheten Gonzo-stijl. Als maker is hij rollen spelend zelf in beeld en wendt hij zich regelmatig tot de kijker of zijn helpers om de vorderingen van zijn onderzoek, dan wel het gebrek daaraan te bespiegelen. Naar eigen zeggen is hij serieuzer dan Sacha Baron Cohen en minder activistisch dan Michael Moore. Dat eerste is goddank zeker waar. Al flirt ook Brügger, gedreven door een weerzin tegen politieke correctheid, met het imago van de personen die hij juist ontmaskeren wil.

In Afrika, waar hij zijn onderzoek doet, is Brügger met zijn rode ringbaardje, bleke huid en tropenoutfit opzettelijk een eigenaardige, kolonialistisch ogende verschijning. Om lekker ‘fout’ te zijn, laat hij het draaiboek van zijn documentaire uittypen door twee zwarte secretaresses, die wel de gelegenheid krijgen het draaiboek te becommentariëren. Wanneer Brügger samen met de uiterst serieuze Zweedse privédetective Göran Björkdahl in Ndola het begraven wrak van Hammerskjölds vliegtuig wil gaan opsporen, neemt hij naast schoppen en een metaaldetector tropenhelmen en twee havanna’s mee. De sigaren kunnen worden opgestoken zodra de opgraving de beoogde verrassende resultaten heeft opgeleverd. Maar juist als hij volledig op dood spoor lijkt te zijn gekomen, steekt Brügger om zichzelf te troosten de dikke sigaar alvast op.

Kaartspel
Brügger houdt van spelletjes. Van het kaartspel in het bijzonder. Als je je afvraagt wat voor kaarten hij nou helemaal tegen de borst houdt, weet hij toch weer een troef op tafel te leggen, zoals de schoppenaas die in de overhemdboord van de dode Hammerskjöld was gestoken. Zijn spel als documentairemaker en de kijkervaring die hij daarmee biedt, zou je verpesten als je te veel vertelt over zijn ontdekkingen. Lastig voor de recensent is die terughoudendheid wel. Want waar Brügger uiteindelijk op stuit, is allesbehalve lachwekkend. Bovendien is zijn onthulling door verschillende media reeds kritisch besproken.

Een tipje van de sluier dan maar. Het duivelse personage waarnaar Brügger met zijn eigen outfit verwijst, blijkt een megalomane gek, die zich voordeed als arts en zich graag verkleedde als een achttiende-eeuwse Britse marineofficier. Deze man die actief was in Zuid-Afrika ten tijde van het Apartheidsregime koesterde plannen voor een soort Holocaust op het gehele Afrikaanse continent.

Cold Case Hammarskjöld

Mager bewijs
Brügger suggereert zelfs dat de ‘marineofficier’ in de jaren tachtig en negentig daadwerkelijk begonnen was zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Dat blijft echter de vraag. In onder andere The New York Times vertellen deskundigen dat hij daarvoor niet over de juiste instrumenten beschikte.

Voor wat betreft de vermoedelijke moord op Dag Hammarskjöld, met zijn voor zijn tijd progressieve ideeën over de emancipatie van de Afrikaanse landen, komt Cold Case Hammarskjöld met nieuwe getuigenverklaringen die in de richting wijzen van een mogelijke dader die al veel langer in beeld was. Maar dat was slechts een uitvoerder. Was Brüggers diabolische antagonist de man achter de moord? Ter ondersteuning van dat vermoeden komt maar één document boven tafel waarvan de authenticiteit twijfelachtig is. Brüggers ‘kroongetuige’ laat zich bovendien om hem moverende redenen graag in de door de documentairemaker gewenste richting sturen.

Vervolgonderzoek is noodzakelijk en Mads Brügger zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Maar dat volstaat niet als excuus voor het rammelen van zijn trukendoos, die hij weliswaar op meeslepende en waar het kan vermakelijke wijze weet open te trekken. Toch toont hij minstens aan dat onze wereld wordt en werd bevolkt door mensen die gevaarlijker en geschifter zijn dan je je kunt voorstellen en dat er achter het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime krachten schuil gingen die nog monsterlijker waren dan dat regime zelf.

 

1 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Clovehitch Killer, The

***
recensie The Clovehitch Killer

De schone schijn

door Suzan Groothuis

Een klein stadje in de VS is na tien jaar nog steeds in de ban van de ‘Clovehitch Killer’, een seriemoordenaar die minstens tien moorden op zijn naam heeft staan. Wanneer tiener Tyler vermoedt dat zijn eigen vader wel eens de moordenaar kan zijn, komt zijn wereld op zijn kop te staan. 

Het begin van de film doet anders vermoeden. Tyler komt uit een typisch picture perfect gezin: christelijk opgevoed en geliefd in de gemeenschap. Zijn vader Don leidt met devotie een groep scouts, van wie Tyler er één is. En noemt zijn zoon steevast bud. Jawel, een vader en zoon met een goede band.

The Clovehitch Killer

Wanneer Tyler de truck van zijn vader leent om met een meisje op stap te gaan, ontdekt zij – net als ze een beetje willen gaan rommelen met elkaar – een verfrommelde foto. Het lijkt een knipsel uit een bondagetijdschrift. Voor het meisje een reden om de date onmiddellijk te beëindigen. De volgende dag krijgt Tyler het zwaar te verduren, want hij wordt er van beticht een viezerik te zijn. Zijn onschuld bewijzen, heeft weinig zin. Hij krijgt louter vuile blikken toegeworpen, zelfs van een goede scoutvriend. Maar wat nog schokkender is dan een pervert genoemd worden, is de gedachte dat de foto van zijn vader is.

Kinky seks
Terwijl zijn vrienden Tyler links laten liggen, zoekt hij contact met outsider Kassi. Zij blijkt zich gespecialiseerd te hebben in de ‘Clovehitch’-zaak. Getriggerd door feitjes uit het politieonderzoek gaat Tyler anders tegen zijn vader aankijken. Zo brengt Don wel heel veel tijd door in zijn schuur (Tyler’s moeder: “Your father has his own hobbies”) en is hij een expert in knopen leggen. De ‘Clovehitch’-moordenaar heeft ook iets met knopen, want hij dankt zijn naam aan de manier waarop hij zijn slachtoffers vastbond. Tyler besluit op onderzoek te gaan en vanaf dat moment gaat het hard met de verwikkelingen. Van tijdschriften over kinky seks tot een vondst die wel heel direct lieert aan een seriemoordenaar: zijn vader blijkt complexer dan Tyler dacht.

The Clovehitch Killer is niet zozeer een whodunit, maar toont de misleiding van de schone schijn. Want wat doe je als een vertrouwd iemand in je omgeving anders is dan je dacht? Dit gegeven werkt in de start van de film, waarin de relatie tussen Tyler en zijn vader goed lijkt, maar je er ook iets ongemakkelijks in bespeurt. De twee acteurs spelen overtuigend: Charlie Plummer als Tyler timide en introvert, en Dylan McDermott als Don amicaal met een voelbare onderliggende dreiging. Zo is er een sterke scène in Dons schuur, waar hij een lastig gesprek met Tyler voert over seks. Als kijker voel je dat er meer aan de hand is: Don wéét dat Tyler heeft lopen snuffelen. In zijn monoloog sijpelt het geloof in alle facetten door: aan seks denken mag, maar doen is een ander ding. Zijn woorden vormen een groot contrast met de daden van ‘The Clovehitch’-moordenaar. Na afloop van het gesprek spreekt pa de opgeluchte woorden uit: “Awkward talk with dad, over!”

The Clovehitch Killer

Monster in de mens
Meer van zulke scènes had de opbouwende spanning tussen vader en zoon goed gedaan, maar regisseur Duncan Skiles kiest voor een andere weg. Tyler en Kassie komen door hun eigen geknutselde onderzoek in situaties die de geloofwaardigheid niet ten goede komen, zoals het pijlsnel vinden van belastend bewijsmateriaal. Het grootste probleem ligt echter in Tylers loyaliteit naar zijn vader. Hoe meer tekenen er zijn dat Don ‘Clovehitch’ is, hoe makkelijker Tyler zich door hem laat manipuleren. Waar er allang politie in het spel had moeten zijn, modderen de twee tieners aan met iemand die hoogstwaarschijnlijk een meedogenloos beest is.

Tylers loyaliteitsconflict brengt ons uiteindelijk naar het einde, waar nog wat geforceerde wendingen aan vooraf gaan. The Clovehitch Killer is zeker niet zonder haken en ogen, maar beklijft door het sterke acteren en het achterliggende idee dat in ieder mens een monster kan schuilen. Het gegeven van slechtheid in de mens is niet nieuw, maar de film roept de vraag op wát we ermee doen als zoiets uitkomt. Blijven we de schone schijn ten bate van onszelf of onze gemeenschap ophouden, of doorbreken we die? Dat is iets dat in deze roerige tijden, waarin mensen met zoveel dingen wegkomen, tot nadenken stemt.

 

27 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Thunder Road

***
recensie Thunder Road

Dans voor overleden moeder

door Cor Oliemeulen

De politie kan in deze roerige tijden wel een beter imago gebruiken. Thunder Road schetst een tragikomisch portret van een agent die het allemaal heel goed bedoelt, maar wordt gehinderd door een naderende zenuwinzinking.

Jim Arnaud werkt zes jaar bij de politie in een klein Texaans stadje. Hij is gescheiden en dreigt de voogdij over zijn dochtertje te verliezen. Jim oogt erg nerveus, is soms onvoorspelbaar, praat veel en regelmatig over irrelevante zaken, en heeft sinds het recente overlijden van zijn moeder zijn emoties niet meer onder controle. Mensen die hem niet beter kennen, zouden hem compleet gestoord kunnen noemen en hem liever in een dwangbuis zien dan in een politie-uniform. Maar wij als filmkijkers leren Jim wel wat beter kennen. Hij heeft ontegenzeggelijk zijn hart op de goede plaats, maar dat hart een tikkeltje minder luchten, zou prettig zijn.

Thunder Road

Groot talent
Jim Cummings, die de hoofdrol speelt en de film regisseerde, blijkt in die beide hoedanigheden een groot talent. Als acteur creëert hij met gemak binnen tien seconden een heel arsenaal aan uiteenlopende emoties, terwijl hij als regisseur en producer zijn hele ziel en zaligheid in zijn speelfilmdebuut Thunder Road heeft gelegd. Met crowdfunding haalde hij een paar ton op, huurde vooral mensen uit zijn eigen omgeving in en distribueerde zijn film zelf naar een dertigtal Amerikaanse bioscopen. Gelukkig heeft de film nu ook de Nederlandse bioscoop bereikt.

Vanwege het gebrek aan voldoende financiële middelen maakte Cummings eerder zo’n tien korte films waarmee hij veel kon leren over narratief en techniek. Bijna alles nam hij op in één lang shot, waardoor situaties indringend worden omdat je als kijker maar één perspectief van een bepaalde, vaak absurde, gebeurtenis hebt. Dat experimenteren leidde in 2016 tot de briljante kortfilm Thunder Road (kijken!) die werd overstelpt met vele awards, zoals de juryprijs van het Sundance Film Festival. De monoloog van een man die wordt verteerd door herinneringen en verdriet tijdens zijn toespraak bij de kist van zijn overleden moeder is een klein meesterwerk van schrijven, regisseren en acteren. Het succes van de korte film smaakte naar meer en leverde Cummings’ eerste speelfilm met dezelfde titel op.

Heerlijk ongemakkelijk
Thunder Road, de prachtige openingstrack van het legendarische Bruce Springsteen-album Born to Run (1975), is het slaapliedje dat Jim Arnauds moeder vroeger altijd voor hem zong. “Iedereen rouwt op zijn eigen manier”, zegt de uitvaartleidster wanneer Jim met een roze cd-spelertje naar voren komt om iets over zijn lieve moeder te vertellen en al een idee heeft wat de komende tien minuten staat te gebeuren. Jims moeder runde een balletschool en was een vrije geest. Net zoals Springsteen zingt over gewone zielen in het andere Amerika en hen aanmoedigt om hun lusteloze levens te veranderen, kon ook zij zomaar in een auto stappen en vertrekken.

Thunder Road

Jim spreekt mooie woorden, stamelt, stottert, snottert. Zo intens aangrijpend dat de kijker voortdurend laveert tussen medelijden en verwondering. Buiten beeld wordt Jim op de moeilijkste momenten rustgevend toegesproken, getroost en aangemoedigd om zijn hart te volgen en zijn emoties de vrije loop te laten. Dan start de cd en horen we de piano en de mondharmonica. Bruce begint te zingen. En Jim zingt – door een zee van tranen en gebroken keelklanken – vol overgave met hem mee. Alsof dat nog niet confronterend genoeg is, doet Jim ook nog een maf dansje. Zelden zag je een dodelijkere combinatie van ontroering en ongerief op het scherm. Hoe jammer is het dan dat Jim in de speelfilm niet meezingt en hier ook de muziek niet is te horen (ditmaal werkt de cd-speler niet), maar gelukkig is zijn dansje wel gebleven.

Alle goede bedoelingen, originele invalshoeken en spitsvondigheden ten spijt schuilt in het uitbreiden van een korte film tot een lange film het gevaar van minder sterke fragmenten. We leren onze welwillende politieagent Jim Arnaud weliswaar een stuk beter kennen en hebben begrip voor zijn moeilijke levensfase, maar kunnen hem door enkele flauwigheden (Jim heeft ’s nachts zijn koelkast gesloopt omdat hij dacht dat het een inbreker was) en ongepastheden (Jim slaat een zojuist overleden vrouw in het gezicht) moeilijk onze onvoorwaardelijke sympathie schenken. Echter vertolker Jim Cummings is zo oorspronkelijk, talentvol en heerlijk ongemakkelijk dat we reikhalzend uitzien naar zijn tweede speelfilm.

 

26 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Ash is Purest White

***
recensie Ash is Purest White

Twee decennia modern China

door Bob van der Sterre

De nieuwste film van Zhangke Jia is een soort laatste hoofdstuk van zijn films. De grootmeester van de vijfde generatie, Zhang Yimou, vond zichzelf opnieuw uit als expert in wuxiafilms. Na het zien van Ash is Purest White vraag je je af of Zhangke Jia, grootmeester van de zesde generatie, ook rijp is voor zo’n radicale stap. Comedy? Horror? Want hij lijkt nu wel klaar met zijn gigantische filmproject over mensen die worstelen met de realiteit in China.

En worstelen doen ze, het stelletje Bin en Qiao. In 2001 gaat het nog de goede kant op. Bin is nog een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze lossen allerlei zaken op in de buurt van de opkomende stad Datong. Hij lost zaken liever met hersens op dan met wapens.

Ash is Purest White

Agressieve bendes
Totdat er ineens agressieve bendes opduiken en hem uitdagen. Op een kruising levert dat een heftige vechtpartij op. Qiao pakt een wapen en schiet in de lucht. Qiao komt in de gevangenis omdat ze zegt dat het haar wapen was.

In 2006 als ze weer vrij is, staat Bin er niet om haar te bedanken. Ze reist naar de plek waar de Drieklovendam wordt gebouwd. Ze moet mannen oplichten om aan geld te komen. Daar vindt ze hem uiteindelijk, uitgeleefd en depressief. Ze rent weg. In de trein ontmoet ze een vlotte vent die ‘de toerismesector van Urumqi aan het ontwikkelen is’. Maar niets is in China wat het lijkt: ‘Sorry, ik heb alleen maar een klein winkeltje in mijn geboortedorp.’

Ze keert terug naar haar kroeg van vroeger. Tot op een dag in het heden Bin arriveert… Niet zoals ze had gehoopt.

Cinematografische verwijzingen naar jezelf
Zhangke is intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs. De beroemdste van de zesde generatie, die – in tegenstelling tot de vijfde generatie met haar historische drama’s – het rauwe, persoonlijke leven van het heden toont. Ash is Purest White pakt uit met allerlei bekende Zhangke-thema’s. Het is een soort medley van zijn eigen werk.

Je ziet in deze film de kleine misdaad van A Touch of Sin en Xiao Wu, de Drieklovendamregio van Still Life, de verstedelijking  van The World, de veranderingen van 24 City, het portret van de vrouw in Mountains May Depart. En zoals zo vaak met redelijk forse tijdverspringing en opgeknipt in verschillende episoden.

Cinematografische verwijzingen zijn er vooral naar zichzelf. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen stilisme, geen makkelijke thema’s. Invloeden zijn letterlijk op een vinger te tellen: zichzelf. Hoewel hij zelf Ozu, De Sica, Fellini en Bresson noemt als voorbeelden, maar dat zie je niet zo in zijn films terug.

Ash is Purest White

Actrice Zhao Tao’s scène in Still Life keert bijna letterlijk terug in Ash is Purest White (met wederom een flesje water). Ook Shenxi, de provincie waar de eerste films zich afspelen, heeft hier ook een hoofdrol. De rauwheid van zijn vroegste films (met name Xiao Wu). En de film omspant misschien niet toevallig ook Zhangke Jia’s carrière als regisseur. Daarmee zou je een van de ergste oeuvreclichés van stal kunnen halen: er is een cirkel rondgemaakt.

Een nadeel: mensen die zich zo eigenwijs werken, kunnen behoorlijke clichés opdissen als iets verheffends. Flauw is bijvoorbeeld in deze film hoe mobieltjes symbool staan voor een bepaalde periode. Misschien heeft Zhangke Jia dat nog nooit in andere films of series gezien? Hoe kun je anders niet weten dat het intussen een cliché is?

Een flow in plaats van een verhaal
Zhangke Jia wordt vaak gewaardeerd om zijn stijl maar dat is een vergissing. Tenzij je houdt van de stijl van rauwe en eerlijke cinema. Hij gelooft niet in overstilering – waarschijnlijk niet eens in stilering zelf.

Ook in het verhaal. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal met een net script. Als filmkijker moet je dus wel even je visuele verlangens terugschroeven als je zijn films gaat kijken. Maar de flow breekt je verzet. Als je soms simpel camerawerk, houterig acteerwerk en kitscherige scènes ziet, dan accepteer je dat sneller dan normaal.

Zijn karakters zijn al net zo rauw. Ze zijn overlevers in een veranderende wereld en hebben een voor film karig gevoel voor romantiek. Ze zijn figuranten van het leven die een dialect-Chinees spreken. Zhangke Jia streeft naar ‘objectieve films’, dus meer antihelden met tekortkomingen dan sterke figuren.

De prijs is dat je soms wordt verbluft door momenten van prachtige eenvoud. In deze film is de scène in het hotel hartbrekend. Niet volgens een plan. Die scène duikt plotseling op. Zoals je ook de indrukwekkende vechtscène waarin Bin het alleen tegen een hele bende opneemt niet ziet aankomen. Er is weinig wat je wel ziet aankomen bij Jia’s films.

Ash is Purest White

Zhangke Jia: de regisseur
Omdat de film een soort medley van zijn werk is en hij gretig zichzelf citeert, maak er dan meteen een feestje van en bekijk ook de masterclass van afgelopen IFFR. Al die leuke weetjes! Hij leerde veel uit een boekje van Fassbinder dat gaat over hoe je het budget van je film kunt rond krijgen. Hij studeerde montage van Eisenstein maar ‘zoiets vind je niet in mijn films’. En cameraman leek hem eigenlijk leuker – maar hij was te klein om die studie te mogen volgen.

Of zijn oeuvre met deze film nu rond is of niet – en of hij zich hierna wel eens moet vernieuwen of niet – Jia blijft een van de groten van China. Zijn gewone, weinig mysterieuze houding tegenover zijn werk bewijst dat. Voor protserigheid is hij gewoon te nuchter. En dat kenmerkt de grote artiesten.

 

25 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo krijgen we in C’est ça l’amour een beeld van de regio, niet door het tonen van industriële landschappen, maar door deze burgers een stem te geven. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES