Logan Lucky

*****

recensie Logan Lucky

Die kunstarm, oh, die arm!

door Alfred Bos

Ieder seizoen heeft een perfecte genrefilm te bieden en dit jaar is dat Logan Lucky. Tegen zoveel vakmanschap, vernuft en regelrecht plezier steekt het gros van het actie-aanbod magertjes af.

Fans van Steven Soderbergh kunnen opgelucht ademhalen. Na vier jaar filmstilte – en twee seizoenen van de in Nederland via Netflix vertoonde tv-serie The Knick – is de regisseur die actie, drama en humor moeiteloos weet te mengen terug van niet echt weggeweest. Logan Lucky is Soderbergh uit het boekje: sterke ensemblecast, intelligent script, gortdroge humor en een met achteloze flair gevisualiseerd verhaal, inclusief soundtrack van David Holmes (en een paar rockklassiekers, waaronder Brainbox’s Down Man). De film haakt handig in op de populariteit van het Fast & Furious-gejakker met snelle auto’s.

Logan Lucky

Het genre van de heist-film past Steven Soderbergh als – het is hier gepaste beeldspraak – een handschoen, zie Out of Sight en de Ocean’s-trilogie. Het geeft hem de gelegenheid het ondeugende jongetje te zijn dat er ook schuilt in de regisseur van onversneden drama als Erin Brockovich, Traffic en Che. Vileine humor was een hoofdbestanddeel van zijn voorlaatste, de biopic Behind the Candelabra uit 2013 over entertainmentlegende en gay icoon Liberace, en humor is het ingrediënt dat het misdaaddrama rond twee broers en een zus, gemarginaliseerde sloebers in het zuiden van Amerika, tot ijle hoogte verheft. Logan Lucky toont de verarmde onderklasse tegenover de glamour van Ocean’s 11. Het is een Ocean’s 7-11, zoals iemand in de film opmerkt.

Simpel, maar niet dom
Logan Lucky heeft in twee uur speeltijd zoveel te bieden dat één moment van afleiding, bijvoorbeeld om de tranen uit de ogen te vegen na een sublieme grap rond een kunstarm, de kijker in turbostand zet, want de plot is ook niet misselijk. En je moet wel opletten om die te kunnen volgen. De film is een fijntjes uitgebalanceerde cocktail van groteske grand guignol-effecten en geslepen list rond karakters die in hun karikaturale uitvergroting bovenal herkenbaar menselijk blijven. Iedereen kent wel een paar van de types die in Logan Lucky rondlopen. Soderbergh geeft hen charme.

Logan Lucky

Channing Tatum en Adam Driver spelen de broers Jimmy en Clyde Logan, schooiers in het boomrijke West-Virginia. Ze worden geplaagd door de familievloek, aldus Clyde, die in Afghanistan zijn linkerarm (linkeronderarm, aldus Clyde) verloor en nu achter de bar van wegcafé Duck Tape staat. Jimmy, voormalig football-ster, is vanwege een oude blessure ontslagen als bouwvakker. Zijn ex Bobbie Jo (Katie Holmes) is hertrouwd met een rijke onbenul genaamd Chapman en zus Mellie (Riley Keough) past in haar kapsalon op zijn dochtertje Sadie (Farrah Mackenzie).

Jimmy is simpel, maar niet dom. Hij gebruikt zijn kennis van de bouwplaats onder de Charlotte Motor Speedway, een racebaan in het nabij gelegen North Carolina, om een onmogelijk plan op te zetten. De buit is de kas van de populairste race van het jaar. Daarvoor is brandkastkraker Joe Bang (Daniel Craig) nodig, maar die zit in de bak. Dus bedenkt Jimmy een tweede plan om Bang ongemerkt uit en vervolgens weer in het gevang te krijgen.

Wc-brilwerpen
Logan Lucky haalt zijn spanning uit de verwikkelingen rond het opzetten en uitvoeren van de kraak, een complexe en originele, geheel naar de situatie toegesneden operatie. De humor komt uit de personages en hun inborst: Clyde neemt alles letterlijk, Mellie heeft een messcherpe tong en Bang is een meesterdief oude stijl, bruut maar eervol. En uit het contrast tussen de drie families waar de plot om scharniert: de intrigerende Logans, de Chapmans die zonder het te beseffen deel zijn van het plan, en de criminele Bangs. Joe’s jongere broers Fish (Jack Quaid) en Sam (Brian Gleeson) zijn archetypische rednecks, niet bijster snugger en gevaarlijk onvoorspelbaar. Ze weten iets van computers, zeggen ze.

Logan Lucky

Het script – van de volkomen onbekende Rebecca Blunt, een pseudoniem – zet de Amerikaanse provincie neer als een bolwerk van vlagvertoon en debiel vermaak: op de kermis onderhoudt men zich met kreefthappen en wc-brilwerpen. Maar ook digitale technologie krijgt een veeg: Jimmy is slim genoeg om van het internet weg te blijven, zodat FBI-agente Sarah Grayson (Hilary Swank) wel vermoedens maar geen bewijzen heeft. Bovendien is er nóg een twist. En een happy end, want boven alles is dit een geraffineerde feel good-film.

En zo heeft Logan Lucky alles: personages, intrige, spanning, actie, humor en sociale satire, fraai gevisualiseerd. De sociaal-kritische ondertoon is vergelijkbaar met High or Hell Water, de perfecte genrefilm van het vorige seizoen, ook over twee broers: gemangelde arbeiders pakken de bovenklasse terug. De film telt een aantal hilarische scènes, zoals de onderhandelingen tussen de opstandige gevangenen en de directeur over de Game of Thrones-boeken in de gevangenisbibliotheek, en natuurlijk de scène met de kunstarm. Oh, die arm, een betere filmgrap is er dit jaar niet te zien geweest.
 

22 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Kedi

***

recensie Kedi

Istanbul door de ogen van de kat

door Suzan Groothuis

Istanbul kennen we van De Blauwe Moskee en de Aya Sofia. Maar Istanbul is ook onlosmakelijk verbonden met katten. Eén van Istanbuls inwoners in Ceyda Toruns documentaire zegt het mooi: “Zonder de kat zou Istanbul een deel van zijn ziel verliezen.”

Kedi gaat over de vele straatkatten die Istanbul rijk is. Er zijn er duizenden en als je goed oplet zie je ze overal: bij marktkraampjes, de vissershaven, in magazijnen (heerlijke plek voor een nestje) en bij restaurants of bij mensen thuis.

Kedi

Sterke persoonlijkheid
De camera volgt verschillende katten met een sterke persoonlijkheid. Katten die onmiskenbaar verbonden zijn met Istanbul en zijn inwoners. Sari, Bengü, Psikopat, Deniz, Aslan Parçasi, Duman en Gamsiz heten ze. Allen met een eigen karakter: de één een verleider, de ander een ware psychopaat die zelfs pitbulls verjaagt.

Met de oortjes gespitst sluipen ze door de stad. Op zoek naar eten, naar aandacht en naar liefde. Ondertussen vertellen inwoners van Istanbul over hun band met katten, of met een specifieke kat in het bijzonder. Al zijn het straatkatten, de beestjes die in beeld zijn gebracht, hebben toch een soort van thuis. Psikopat bijvoorbeeld, die “harde” liefde ontvangt van de man die zich over haar ontfermt. Geknuffeld worden vindt ze maar niks, maar ruwe streken over haar vacht doen haar genieten. Ondertussen laten beelden zien dat zij de baas is en zich niets laat vertellen. Ze heeft een partner, maar als ze gevoerd worden wijkt hij opzij en eet zij als eerste. Vrouwelijke concurrentie blaast ze weg. En als visdief is zij iedereen te slim en te snel af.

Katten als zingeving
Veel geïnterviewden hebben een moeilijke tijd doorgemaakt en zijn voor de straatkatten gaan zorgen uit zingeving en troost. Een man die dagelijks met hen in de weer is zegt dat als je kan genieten van een kat, de wereld aan je voeten ligt. Een ander heeft het weer over een magisch moment waarin een straatkat een grote rol speelde. Zo staat de kat symbool voor mysterie, geluk en troost.

In Kedi zijn stad en dier verbonden met elkaar, waarbij de kat selectief is in het kiezen van plek en mens. Een mooi voorbeeld is de adellijke Duman, die al twee jaar bij een delicatessenzaak “woont”. Duman is een kat met manieren, maar weet heel goed wat hij wil en hoe hij het kan krijgen. Hij komt de zaak niet binnen, maar krabbelt als hij honger heeft met zijn pootjes tegen het raam. Nog enthousiaster wordt hij als het personeel naar zijn favoriete hapjes loopt: manchego en kalkoen. Achter zijn verzorgde en charmante uiterlijk schuilt nog steeds een straatkat.

Kedi

Vermakelijk met een boodschap
De verhalen van de inwoners over de katten komen grotendeels op hetzelfde neer, waarmee Kedi naar het einde toe in herhaling valt. De liefde voor de dieren leidt tot hoge rekeningen bij de dierenarts, bij wie menigeen inmiddels een schuld open heeft staan. Maar de katten zorgen ook voor verrijking. Ze worden als probleem gezien, maar Kedi toont een andere blik op de straatkat: namelijk die van cultureel symbool.

Zo hartverwarmend als de prachtige documentaire The Wild Parrots of Telegraph Hill, waarin een man zorg draagt voor wilde parkieten in San Francisco, wordt het niet in Kedi. Omdat gekozen is voor een fragmentarisch karakter, blijft de film wat vrijblijvend. Het is vooral een blik op stad, mens en dier en hoe die in verhouding staan tot elkaar. Vermakelijk met een boodschap: mens en dier moeten leren samenleven, in plaats van de conclusie stellen dat er voor de straatkat in de stad geen plek meer is.
 

20 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Only Living Boy in New York, The

*

recensie The Only Living Boy in New York

Toiletwaardige hattrick met walgelijk coming-of-age drama

door Vincent Hoberg

Het leven van een opgroeiende blanke jongeman in een grote Amerikaanse stad kan óók best lastig zijn, ondanks die stinkend rijke pa en een vrachtwagen vol privileges. Tenminste: als we Marc Webb’s The Only Living Boy in New York mogen geloven. De film is pure ellende en de schuld ligt niet bij de regisseur. Screenwriter-from-hell Allan Loeb scoort een toiletwaardige hattrick met dit walgelijke coming-of-age drama.

Er zijn duizenden bars en restaurants in Los Angeles, het hart van de Amerikaanse filmindustrie, en daar werken vrijwel geen professionele obers, barmannen of afwassers. Want eigenlijk willen ze bijna allemaal maar één ding: werken in Hollywood. Als acteur vooral, of als screenwriter. In menig bureaula van de stad der Engelen ligt een manuscript te verstoffen en dat zal waarschijnlijk nooit verfilmd worden, al is het nog zo geniaal.

The Only Living Boy in New York

Daarom stemt het extra droef dat er werkende scenaristen bestaan als Allan Loeb die jaar in, jaar uit hun rotzooi op de – inmiddels niet meer zo – nietsvermoedende wereld mogen loslaten. In een tijdspanne van twee (!) jaar vonden drie scenario’s van deze flutschrijver hun weg naar de bioscoop: het abominabele misbaksel Collateral Beauty, het sentimentele prul The Space Between Us en nu The Only Living Boy in New York. Het is de voorlopige kroon op zijn immer groeiende mesthoop en dat is een prestatie, gezien het niveau van die andere twee films.

High Five met een baksteen
Het leven is hard voor Thomas Webb (Callum Turner), althans dat vindt hij zelf. Als New Yorkse twintiger, die na zijn afstuderen het dure huis van zijn ouders heeft ingeruild voor een klein appartementje aan de Lower East Side, brengt hij zijn dagen door met verliefd zijn op platonische vriendin Mimi (Kiersey Clemons), en zeuren over, nou ja, alles eigenlijk. Al na tien minuten in de film wil je het vervelende ventje highfiven met een fikse baksteen en is het volkomen duidelijk waarom Mimi de boot heel erg ver afhoudt. Maar goed, het is nog vroeg in het verhaal en ach, is iedereen niet een beetje zo op die leeftijd? Door met frisse moed, want daar is Jeff Bridges!

Bridges, de man die in een rol zelfs de meest gruwelijke dictator nog sympathie zou kunnen meegeven, duikt op als W.F., de nieuwe buurman van Thomas en hij begint een – vooralsnog – onbegrijpelijke vriendschap met de oninteressante zeurpiet. Knap irritant, zeker wanneer de mysterieuze dronkaard zijn buurjongen van levenslessen gaat voorzien over zijn onbereikbare liefde, samen te vatten als: ‘Trek het je niet aan jongen, vrouwen op die leeftijd doen nou eenmaal moeilijk.’ Jeff Bridges doet badinerend over vrouwen, het kan-het-nog-erger?-alarm mag officieel af en we zijn nog geen half uur op weg.

The Only Living Boy in New York

Mislukte masturbatiefantasie
Het komt daarna niet meer goed met The Only Living Boy in New York, laat dat maar aan Allan Loeb over. Met droge ogen serveert hij ons een plot waarin Thomas ontdekt dat zijn vader (Pierce Brosnan) een affaire heeft met ene Johanna (Kate Beckinsale). Hij gaat haar dagenlang stalken en als beloning belandt Thomas bij haar in bed. Want dat kan in het universum van Loeb: timide twijfelaars veranderen in een oogwenk in alfamannetjes en zelfverzekerde vrouwen vallen daar blind voor.

Het is de mislukte masturbatiefantasie van een tiener die iets te vaak The Graduate heeft gezien. Of The Apartment. Of eender welke duizend keer betere film die soortgelijke thema’s aansnijdt. Als Mimi ontdekt van Thomas’ affaire wordt ze meteen jaloers. Want Allan Loeb. Het is werkelijk niet te geloven dat dit misogyne broddelwerk niet door een studiobaas onder handen is genomen met een vlammenwerper. Of vier. Wie vond dat Baby Driver, de andere recente film die een songtitel van Simon & Garfunkel leende, geen sterke vrouwelijke karakters heeft, kan de messen nu pas echt gaan slijpen.

The Only Living Boy in New York

Masochistisch drinkspel
Loeb slaat de plank zo vaak mis dat het een wonder is dat zijn script niet doordrenkt was van vingerwondenbloed (en daardoor – wishful thinking – onleesbaar). Tijdens een diner bij Thomas’ ouders thuis wordt de dialoog slechts gevoerd door de blanke aanwezigen. Een Aziaat en een Latina zitten voor piet snot aan tafel en mogen slechts braaf knikken als er wijsheden over het Verval van Het Oude New York en yada yada yada gedebiteerd worden.

Thomas’ moeder (een uitstekende Cynthia Nixon) is neurotisch, depressief, aan de drank en pillen (want Allan Loeb) en zegt dingen als: ‘de langste afstand in de wereld is die tussen waar je bent en waar je had willen zijn’. Gênant moment nummer zoveel: Bridges mompelt tijdens een gesprek iets te geforceerd tig keer ‘Visions of Johanna’ en hopla! Daar schalt het gelijknamige nummer van Bob Dylan over de beelden.

Dit is een film voor een masochistisch drinkspel, waar het glas leeggedronken moet worden bij elk ergerlijk moment. De slijters zullen bijzonder goede zaken gaan doen. En bestaat er al een variant op een straatverbod met betrekking tot laptops, computers, pennen en potloden? Zo ja, gaarne een eeuwige voor Allan Loeb. Krijgen al die stoffige, geniale scenario’s in de L.A. laatjes hopelijk ook eens een kans.
 

18 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Hitman’s Bodyguard, The

**

recensie The Hitman’s Bodyguard

Anti-buddy film met hoge body count

door Alfred Bos

Met Amsterdam en Den Haag als voornaamste decor weet deze actiefilm niet of het parodie, screwball comedy, Hong Kong-knokfilm, buddy movie of Tarantino-kloon moet zijn en dus is het van alles een beetje en van niets genoeg.

In de Amsterdamse grachten kun je met boten scheuren, op het filmdoek althans. Dick Maas deed het met Amsterdamned (1988), doorsneden met een paar tussenshots gedraaid in Utrecht. In 1971 haalde de middelmatige genrethriller Puppet on a Chain de Nederlandse kranten vanwege een lange achtervolging door grachten en Amstel. En zes jaar daarvoor konden de vaderlandse paparazzi zich vergapen aan de Italiaanse diva Monica Vitti, in Mokum voor de spy-fi thrillerparodie Modesty Blaise.

The Hitman’s Bodyguard

Naast de Amsterdamse grachten staan dus zelden camera’s te draaien voor bloedstollende actie te water met woonboot vermorzelende hekgolven. En of het nu komt door de kwaliteit van de Amsterdamse wiet of de eerbied voor zoveel cultureel erfgoed per vierkante meter, tot beklijvende films heeft het nimmer geïnspireerd. Ook de laatste uit de korte reeks kanaalkrakers heeft weinig meer te bieden dan melig vertier voor een regenachtige zondagmiddag. Al geeft The Hitman’s Bodyguard wel een aardige variant: motor achtervolgt auto die boot achtervolgt.

Rijksmuseum
Deze B-film met A-lijst acteurs is het derde vehikel van Patrick Hughes, de man die drie jaar terug de reünie van knokfilmveteranen The Expendables 3 aan een sterke finale hielp. In wezen is The Hitman’s Bodyguard een anti-buddy film rond twee tegenpolen die tot elkaar zijn veroordeeld. De huurmoordenaar is Darius Kincaid (Samuel L. Jackson), zijn lijfwacht Michael Bryce (Ryan Reynolds), ingehuurd omdat Kincaid als kroongetuige moet worden beschermd tegen de aanslagen op zijn leven door de Oost-Europese tiran Dukhovich (Gary Oldman). Die staat in het Internationaal Strafhof in Den Haag terecht voor misdaden tegen de menselijkheid.

De weg van het Engelse Coventry, plaats van de eerste aanslag op Kincaid, naar Den Haag leidt via Amsterdam, dat wordt getypeerd door bloemen, fietsen en toeristen. Daar zit Kincaids echtgenote Sonia (Salma Hayek) in een Interpol-cel met uitzicht op het Rijksmuseum, waar de toeristen niets merken van het kat-en-muisspel tussen Dukhovichs mannetjesputters, de huurmoordenaar en diens lijfwacht. Via de Jan Luijkenstraat gaat het naar de grachtengordel en vandaar via Duinrel en de Haagse tram naar het Internationaal Strafhof voor de finale. Met de stapel lijken die en route wordt achtergelaten kun je een dijkbreuk stremmen.

The Hitman’s Bodyguard

Hypergeweld
Tussen al het gejakker en geknal door voeren Kincaid en Bryce een reeks van Tarantineske gesprekken. Die schetsen de achtergrond van het tweetal, tevens gevisualiseerd door flashbacks, en moeten het hypergeweld kruiden met humor. Maar dit is geen Pulp Fiction, wel pulp-fictie, en de dialogen zijn naast langdradig bij vlagen tenenkrommend niet-leuk. Jacksons parodie op het stereotype van de vuilbekkende bluffer dat hij zelf creëerde doet evenwel weldadig aan vergeleken bij het neurotische flegma van Reynolds gentleman actieheld. Hij is geen George Clooney, zoals The Hitman’s Bodyguard geen Ocean’s Twelve is (al probeert de soundtrack met Bobby Bland en Chuck Berry het wel). En Hughes geen Steven Soderbergh.

Alsof de champagne nog niet genoeg schuimt is er ook nog een tweede romantische subplot: Interpol-agente en lid van Kincaids beveiligingsteam Amelia Roussel (Elodie Yung) is door toedoen van (niet verklappen, want spoiler) de ex van lijfwacht Bryce. Die krijgt na alle dwaze avonturen het meisje terug, zoals Barry Atsma in zijn tweede Engelstalige filmrol als aanklager Moreno de boef Dukhovich achter de tralies krijgt. Maar dan zijn we twee uur verder en regent het buiten hopelijk niet meer.
 

15 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Aquarius

****

recensie Aquarius
Strijdlustig standhouden

door Suzan Groothuis

Aquarius speelt in Recife, Brazilië, en draait om de 65 jarige Clara. Een weduwe die al jaren in het prachtige Aquarius-gebouw woont, maar nog de enige bewoonster is. In drie hoofdstukken krijgen we een impressie van Clara’s leven, waarbij haar band met haar geliefde woning centraal staat. Een band die onder druk komt te staan door een projectontwikkelaar die Clara wil uitkopen.

De film opent met prachtige zwart-wit beelden van de stad Recife, om vervolgens over te gaan in kleur en de beats van Queens ‘Another One Bites The Dust’. Een nieuwe ontdekking van de jonge Clara, voor wie muziek een grote passie is. Na dit muzikale tripje aan het strand belanden we in het Aquarius-gebouw, waar de verjaardag van tante Lucia gevierd wordt. Terwijl Clara’s kinderen lovende woorden uitspreken, kijkt Lucia naar een oud dressoir en hoe zij daar ooit wilde seks op had.

Aquarius

Terwijl Lucia’s leven gevierd wordt, staat Clara’s man stil bij 1979, het jaar dat Clara moest strijden tegen kanker. Een ziekte die overwonnen is, maar Clara haar lange haren en een borst kostte. Lange haren die ze jaren laten gracieus losschudt op het strand in hetzelfde Recife. De stad waar ze is blijven wonen, in het tweelaagse Aquarius-gebouw waar het kastje van tante Lucia nog steeds een prominente plek heeft.

Alleen in een verlaten gebouw
In drie hoofdstukken toont regisseur Kleber Mendonça Filho de jaren na 1980. Een ziekte overwonnen, haar man overleden en kinderen die volwassen zijn geworden. En ondertussen is Clara de enige bewoonster van Aquarius, want het pand is doelwit geworden van een projectontwikkelaar die iedereen behalve de trotse Clara heeft uitgekocht.

Waarom Clara graag in haar woning wil blijven, maken beelden duidelijk. Gelegen aan een zonnig strand en prachtig ingericht met een imposante platencollectie en zorgvuldig gekozen meubels en accessoires.  En natuurlijk het kastje van tante Lucia, waarop de camera subtiel rust om aan te tonen dat dit huis een geschiedenis, een ziel heeft.

Ook Clara wordt benaderd door de projectontwikkelaars, maar hun aanbod om haar uit te kopen wijst ze resoluut af. In haar woning zal ze sterven. En zo ontstaat een grimmige situatie, waarbij Clara moet opboksen tegen de macht van de harde bureaucratie. En hoewel Clara het hoofd fier rechtop blijft houden, ontstaan er zorgen bij haar kinderen of ze wel zo moet doorgaan. Want wat kan je in je eentje tegen een van de machtigste projectontwikkelaars van het land?

Aquarius

Ingetogen, maar gevoelsrijke film
Aquarius is Kleber Mendonça Filho’s tweede speelfilm. Zijn debuut Neighboring Sounds (2012) speelt zich ook af in Recife, in een middenstandswijk waar onrust groeit en een beveiligingsbedrijf net op het juiste moment zijn diensten aanbiedt. Een broeierige film die toont hoe woongenot negatief beïnvloed wordt en de rol van geld, macht en corruptie. Daarmee is er een link met het ingetogenere Aquarius, waar de praktijken van de projectontwikkelaars allerminst zuiver zijn en er vuile spelletjes ontstaan.

Neighboring Sounds is fragmentarisch van opzet, met een zekere afstand tot de personages. In tegenstelling tot Aquarius die drijft op de hoofdpersoon, een prachtige rol van Sonia Braga (Kiss of the Spider Woman). Als Clara is zij bevlogen, standvastig en koppig. Ofwel in haar eigen woorden: “I am a woman and a child”.

Maar Aquarius is meer dan een film over een vrouw die een eenzame strijd tegen een machtig bedrijf voert. Hij gaat over nostalgie, ouder worden, liefhebben, passie en verlangens. Met muziek als middelpunt: Clara, immer omgeven door haar omvangrijke platencollectie, is muziekrecensent geweest en heeft haar passie kunnen overdragen aan haar neef. In een prachtige scène laten hij en zijn vriendin Clara een Braziliaans nummer horen en zie je hoe gevoel overmeestert en muziek samenbrengt. Clara’s muzikale erfgoed zal voortleven.

Met Aquarius levert Kleber Mendonça Filho een ingetogen, maar gevoelsrijke film, die handelt over menselijke waarden en behoeften en ondertussen subtiel de verschillen laat zien: tussen arm en rijk, individu en bureaucratie, veiligheid en onrust en zuiverheid en corruptie. En, vooral, het niet opgeven van een geliefde plek, een plek waar je als kijker de ziel voelt en die je doet verlangen naar een tripje exotisch Brazilië.
 

14 augustus 2017

 

MEER RECENSIES

Body

***

recensie Body

Kritiek op Poolse maatschappij in mozaïek rond lichaamsbeleving

door Ralph Evers

Body laat zich vertellen als een mozaïek rond lichaamsbeleving, opgehangen aan het rouwproces van vader en dochter en haar onalledaagse therapeut Anna.

Vader Janusz werkt als forensisch advocaat en is vanwege de vele gruwelijke taferelen die hij in zijn werk ziet afstandelijk. De openingsscène toont hoe Janusz de dood vaststelt bij een man die zich verhangen heeft in het bos. De geprevelde feitelijkheden geven het tafereel die bij Janusz’ karakter passende afstandelijkheid. De wodka die hij later drinkt completeert het plaatje.

Body

Zijn dochter Olga is een emotioneel wrak. Zij lijdt aan anorexia (hoewel haar uitingsvormen meer op boulimia lijken) sinds het verlies van haar moeder en wordt door haar vader na een wanhoops-suïcidepoging bij een psychiatrisch ziekenhuis afgeleverd. Daar komt ze onder de hoede van therapeut Anna, die zelf ook met een verlies kampt. Anna houdt er eigenzinnige methoden op na. Zo is ze medium.

Lichaam
In de huidige tijd krijgt het lichaam weinig aandacht, los van de schoonheidsidealen bij (jonge) mannen en vrouwen, hetgeen eerder als tunnelvisie jegens het lichaam is. De vele lichamen die we in magazines voorbij zien komen, zijn gemanipuleerd en op tv komt men niet voordat men langs de schmink is geweest. Over het lichaam valt al met al veel te zeggen.

Er zijn meerdere films die het lichaam en problemen rondom lichaamsbeleving als uitgangspunt nemen. Zoiets voor de hand liggends als lichaamstaal, zwijgende lichamen, of een fascinatie voor het lichaam blijft uit. Dan opent Nocturnal Animals een stuk lichamelijker of de onalledaagse blootscène uit Chetyre van Ilya Khrzhanovskiy.

Voor regisseur Małgorzata Szumowska is het lichaam een fascinatie die in meerdere van haar films terugkomt. De drie-eenheid van het verhaal van Body (Cialo) heeft een gemankeerde relatie tot het lichaam. Anorexiapatiënte Olga haat haar lichaam. Haar corpulente vader verwaarloost zijn lichaam. Anna verhoudt zich vooral tot het niet-lichamelijke; lichamen aan gene zijde. Toch voelt de focus op het lichaam gekunsteld aan. De titel verwijst er in directe zin naar en contrasteert met de lichamen van vader en dochter. Het verhaal eromheen doet alledaagser aan.

Body

Subtiele maatschappijkritiek
De film leent zich ondertussen in tal van situaties voor terloopse kritiek op de hedendaagse Poolse maatschappij. Een gruwelijke moord van een jong kind in een metrostation wordt in verband gebracht met de moeilijke toegang tot abortus: ‘dat krijg je, wanneer abortus illegaal is’, verzucht Anna. En in de openingsscène, waarbij iemand die zich heeft opgehangen, na dood verklaard te zijn, los geknipt wordt en vervolgens wegloopt, zie je misschien een verlosser die het huidige Polen niet zo ziet zitten.

Anna’s geloof in een wereld naast de onze, botst voortdurend zowel subtiel als openlijk met de conservatieve katholieke wind die door Polen waait. Haar tegenhanger is de sceptische Janusz, en tussen hen staat de gespleten Olga. Hoewel de film in het nu speelt, heeft Szumowska de sfeer van de ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar willen vangen. Een verhaal waar de kerk haar grip op het land en de politiek ziet afnemen, een land vol snelle, moderne ontwikkelingen, waarbij menigeen salaris achterblijft en het gevoel van vervreemding, zonder dat daar op korte termijn een passend antwoord op is. Interessante maatschappelijke bewegingen die zich lenen voor (arthouse)film. Echter Body vertilt zich hierin, door haar narratief en karakters te weinig ‘body’ mee te geven.
 

13 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Atomic Blonde

**

recensie Atomic Blonde
Volstrekt ridicule spionagethriller slaagt op de valreep als luchtige actiefilm 

door Vincent Hoberg

Regisseur David Leitch doet zijn John Wick-truukje nog eens dunnetjes over met ditmaal een vrouwelijke sloopkogel. Helaas leent het spionagetoneel van het Berlijn van de late jaren ’80 zich een stuk minder voor zijn amusante actie-onzin.

De vrouwelijke filmactieheld is helaas een zeldzaamheid, zeker als ze in haar eentje een film moet dragen zonder een reddende man in haar kielzog. Toen Geena Davis in 1996 met machinegeweren zwaaide in The Long Kiss Goodnight werd de film door vrijwel alle – uiteraard mannelijke – critici weggehoond als belachelijk. Dat men twintig jaar later moet beamen dat die film eigenlijk best oké was en zijn tijd blijkbaar ver vooruit, is een stuk belachelijker. En het lijstje met vrouwelijke ijzervreters bleef al die jaren angstwekkend kort, terwijl de heren gewoon lustig door bleven schieten.

Atomic Blonde

Zoals Keanu Reeves die in 2014 als verse vijftiger de beuk erin gooide als John Wick. Co-regisseurs David Leitch en Chad Stahelski debuteerden met dit spektakel over een ex-crimineel die wegens een vermoorde hond weer de schietijzers uit het vet haalt en het bleek een groot succes. De mannen hadden er allebei al een loopbaan als stuntman / stuntcoördinator opzitten, wat duidelijk te zien was aan de balletachtige vecht- en schietpartijen die de film uittilden boven de standaard. Ook Charlize Theron was fan en zij zag in Leitch de ideale regisseur voor haar passieproject Atomic Blonde, een spionagethriller gebaseerd op de graphic novel ‘The Coldest City’ van Antony Johnston en Sam Hart.

Verwarde spionnen
Theron, die na Mad Max: Fury Road de actiesmaak te pakken had gekregen, vond het hoog tijd dat een vrouw weer eens de klappen uitdeelde en Lorraine Broughton, het hoofdpersonage uit het boek, leek in haar ogen daarvoor de ideale figuur. Terecht, want de spionne is in het uitstekende verhaal alle kerels te slim af terwijl ze in het wespennest van Berlijn vlak voor de val van de Muur een lijst met geheim agenten moet zien terug te vinden.

De strip, in de traditie van John le Carré en Len Deighton, snijdt een interessant thema aan. Want wat moet je als spion in Berlijn in hemelsnaam doen als de Muur valt? Als Oost en West elkaar broederlijk in de armen gaan vallen, is er geen werk meer. En dan? Het is deze extra laag die ‘The Coldest City’ zijn kracht geeft en Atomic Blonde zou een veel betere verfilming zijn geweest als scenarist Kurt Johnstad deze laag intact(er) had gehouden. Liefhebbers van de betere spionagefilm hebben hier namelijk helemaal niets te zoeken.

Atomic Blonde

Magische koffers
De hyperkinetische knokbombarie past prima in een film als John Wick, aangezien daar verder niet echt sprake van een plot is en nadenken volstrekt niet nodig. Wie zijn hersens niet volledig uitschakelt tijdens de openingsminuut van Atomic Blonde gaat een zware 115 minuten tegemoet, want de stapel plotgaten, ridicule twists en absurditeiten is zo hoog dat het opsommen meerdere pagina’s gaat kosten.

Theron’s Broughton arriveert in Berlijn met twee koffertjes die magisch blijken, omdat ze er gedurende de film tientallen flitsende outfits uit tovert die op z’n zachtst gezegd niet echt praktisch zijn voor een UNDERCOVER agent. Wie het Atomic Blonde-drinkspel wil gaan spelen, mag na afloop direct naar de eerste hulp want de hoeveelheid wodka die Broughton wegstouwt, doet zelfs de grootste alcoholist huiveren. Constant worden we eraan herinnerd dat het de jaren ’80 zijn want iedereen rookt, overal en altijd, non-stop begeleid door een – volgens de regisseur – zeer zorgvuldig geselecteerde soundtrack met 80’s hits die in 1989 zelfs in Oost-Berlijn al nergens meer op de radio te horen waren.

Aanstormende Trabant
Het laatste restje realisme verdwijnt krijsend onder de wielen van een aanstormende Trabant als een Oost-Berlijnse punker gaat breakdancen op Nena’s ‘99 Luftballons’ waarop een Stasi-officier hem neerslaat met zijn skateboard. Dan rest er weinig meer dan hoofdschuddend achterover te leunen en te gaan kijken naar datgene waar de film wel in slaagt.

Atomic Blonde

Theron trainde zich suf om geloofwaardig over te komen in de vele vechtscènes en dat is te zien. Gewapend met stilettohakken, waterslangen of gewoon de blote vuist dunt ze een flink leger vijandelijke agenten uit en die scènes zijn de aankoop van een entreekaartje meer dan waard. Het leidt in elk geval de aandacht af van heel wat tenenkrommende ergernis en irritante nevenpersonages. James McAvoy komt als ‘excentrieke topspion’ vooral over als een lompe karikatuur van een tweedehands autodealer en de gewoonlijk betrouwbare Eddie Marsan is een totale miscast als Stasi-kopstuk met een Duits accent dat in misluktheid slechts overtroefd wordt door Ralph Fiennes’ nazi in Schindler’s List.

Het is prijzenswaardig dat Charlize Theron een vrouwelijke actieheld wilde creëren als tegenwicht voor het mannelijk testosteron in de knokfilm, maar als haar Lorraine Broughton terug gaat komen in een sequel, dan graag met een veel beter scenario.
 

8 augustus 2017

 

MEER RECENSIES

Maudite Poutine

**

recensie Maudite Poutine

Experimentele rauwheid in Quebec

door Suzan Groothuis

De jonge Vincent is op de vlucht voor een bende, nadat hij met zijn maten hun wiet gestolen heeft. Een onverwacht weerzien met zijn oudere broer leidt tot een vicieuze cirkel van geweld, waar beiden uit willen, maar niet kunnen ontsnappen.

Maudite Poutine verwelkomt de kijker met een flikkerend zwart-wit beeld. Om vervolgens over te gaan in beelden van een concert, waar ruige hardcore gasten met bivakmutsen zich uitleven op hun gitaar. Dan pas begint de film, met een reis die uitmondt in een negatieve spiraal.

In Lemieux’ film, waar dialogen spaarzaam zijn en het meer gaat om het beeld – in zwart-wit geschoten – en de geluidsband, draait het om de jonge Vincent die op de vlucht is. Met zijn bandleden heeft hij wiet gestolen van de zogeheten “the bikers”, een bende die je liever vermijdt. Vooral als je iets hebt uitgehaald. Iemand zegt het nog tegen Vincent: “ze vergeven je nooit, mijn vriend”.

Maudite Poutine

Broers en tegenpolen
Om duidelijk te maken dat je niet met “the bikers” moet sollen ranselen zij Vincents maten af. Vincent zelf blijft gespaard, dankzij een plotse aanwezigheid die hem in bescherming neemt: zijn oudere broer Michel, die connecties heeft met de bende. Maar Vincent is nog niet van zijn belagers af: er moet een schuld vereffend worden. Geld dat er niet is.

Vanaf dat moment draait het om de twee broers, die elkaars tegenpolen zijn, en een situatie die steeds uitzichtlozer wordt. Terwijl Vincent een leven wil opbouwen, met werk en zijn liefde voor muziek en zijn band, trekt de gekwelde Michel hem onbedoeld naar beneden. Als kijker voel je van verre aankomen dat er opoffering in het spel is: de oudere broer voelt zich verantwoordelijk en wil voorkomen dat zijn jonge broertje nog meer in de problemen raakt.

Soundscapes en vervorming
Maudite Poutine is een film die sfeer en geluid centraal stelt. Niet verwonderlijk als je weet dat regisseur Karl Lemieux gewerkt heeft aan live-performances van Godspeed You! Black Emperor, een band die bekend staat om zijn hypnotiserende soundscapes. Vervormde shots, contrasterend zwart-wit en de muziek – inderdaad hypnotiserende soundscapes – gaan samen en voeren de boventoon. De beelden tonen uitzichtloosheid in Quebec, Canada – industrieterreinen, trailers, ruwe landschappen en concerten waar de arbeidersklasse zich uitleeft op voor de kijker onhoorbare harde klanken. De hardcore die Vincent maakt is slechts in zachte tonen op te vangen – als achtergrond, om over te gaan in een soundtrack van minimalistische geluidsgolven.

Maudite Poutine

Rauw en intens zonder gevoel
Lemieux zet een rauwe, intense sfeer neer, maar inhoudelijk schiet zijn film tekort. De complexe broederlijke band – je voelt ‘m niet. Vincent is vooral de mooie, getroebleerde jongen en Michel de einzelgänger zonder toekomst. Wie ze echt zijn en wat er speelt laat zich raden. Als er al een emotioneel moment is, zoals een broederlijk samenzijn bij een kampvuur, zie je de twee praten zonder ze te horen. In een zwakke scène verklaart Vincents moeder een situatie van vroeger, die de tegenstellingen tussen de twee broers duidt.

Uiteindelijk laat Lemieux zich teveel verleiden door de opzichtige thema’s van de neerwaartse spiraal van geweld en opoffering. Je voelt een grimmige climax aankomen en die krijg je ook, getoond in uitgesponnen shots. Resulterend in een lege film, waarbij het visuele en auditieve aspect aanvoelen als kunstje in plaats van als prikkelende toevoeging.
 

7 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Wolf and Sheep

***

recensie Wolf and Sheep

Hoe overzichtelijk het leven kan zijn

door Cor Oliemeulen

Het natuurgetrouwe Afghaanse drama Wolf and Sheep toont het traditionele leven van een klein Afghaans bergdorpje door de ogen van herderskinderen. In deze afgesloten gemeenschap is je status bepaald door het aantal stuks vee en worden de mysteries van het leven verklaard door oude verhalen.

Tijdens het laatste Movies That Matter-festival draaide de documentaire What Tomorrow Brings, het inspirerende verhaal van de allereerste meisjesschool in Afghanistan. Na de overheersing van de Taliban is er in het dorp weer wat ruimte voor vrijheid en een gulle lach. Ondanks de conservatieve krachten, maar met steun van de meerderheid, biedt de school inmiddels hoop en kansen aan zo’n vijfhonderd meisjes die vechten voor een toekomst die niet door anderen wordt bepaald.

Wolf and Sheep

Fragiel
Maar niets is zeker in Afghanistan. Net als de samenleving krabbelt de filmcultuur langzaam op uit het dal van misère, onderdrukking en geweld, maar de media laten bijna dagelijks zien hoe uiterst fragiel de toekomst van het land is. Na het verdwijnen van de Taliban uit de overheid verschenen er enkele gelauwerde films, zoals Osama (2003) over een Afghaans meisje dat zich als jongen vermomt en Zolykha’s Secret (2006) over een gezin dat de repressie door godsdienstfanatici probeert te overleven. Hoewel deze films werden gemaakt met een hoofdzakelijk Afghaanse crew, hebben de regisseurs zich allang in het buitenland gevestigd.

Ook het meer recente The Patience Stone (2012) speelt zich af in Afghanistan en staat model voor de Arabische samenleving waarin vrouwenonderdrukking de norm is. In dit internationale filmsucces zien we hoe een jonge moslima tijdens de burgeroorlog haar comateuze echtgenoot verzorgt en horen we hoe ze geheimen, onderdrukte emoties en seksuele verlangen aan hem opbiecht. Ook de regisseur van dit drama heeft het land verlaten, net als hoofdrolspeelster Golshifteh Farahani (Iraanse van geboorte) die inmiddels haar naam vestigde in Amerika met Paterson van Jim Jarmusch.

Wolf and Sheep

De tijd staat stil
Van de nieuwe piepkleine generatie jonge Afghaanse filmmakers biedt Shahrbanoo Sadat mogelijk een nieuw, blijvend perspectief. Ze woonde zeven jaar in een afgelegen dorpje in een vallei en situeerde haar debuutfilm in deze omgeving waarin de tijd heeft stilgestaan en de bewoners nauwelijks een idee hebben wat er zich achter de bergen afspeelt. De mensen hebben hun eigen regels en proberen de wereld en het leven te verklaren door legendes en magisch-realistische verhalen. Zo geldt de kasjmierwolf als een verleidelijke vijand voor dier en mens: onder de vacht en de lange haren zien we een groene fee.

Wolf and Sheep is gebaseerd op het ongepubliceerde dagboek van Sadat, die zich in haar jeugd een buitenbeentje voelde, net als het meisje Sediqa. Zij is schapenherder, net als alle andere kinderen, die overdag zijn onttrokken aan het zicht van hun ouders en zich bezighouden met verboden activiteiten zoals kinderen in alle landen dat doen: roken, ruziemaken, vechten en hun ouders imiteren.

De gebeurtenissen komen even traag als het leven in de vallei. We zien deze gemeenschap met haar tradities en gebruiken vooral door de ogen van de kinderen. Zij spelen zichzelf, authentieker kun je het niet hebben. De tieners hebben geen mobieltjes in hun hand, maar een stok. De jongens ravotten en slingeren met stenen (ook om de wolven te verjagen), de meisjes spelen grappige toneelstukjes over uithuwelijking. Vroeg of laat leef je mee met deze kinderen. Zeker als het leven van alledag verandert nadat er schapen zijn gedood en de kinderen de schuld krijgen dat ze niet goed hebben opgelet.
 

6 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Eyes of My Mother

***

recensie The Eyes of My Mother

Verminken uit liefde

door Cor Oliemeulen

The Eyes of My Mother is een psychologisch horrordrama met arthouse-trekjes. Deze nachtmerrie van krap vijf kwartier is zeker geen voer voor fans van commerciële horrorfilms, maar die kunnen wel kennismaken met de zoveelste zieke geest op het witte doek.

Dat horror niet expliciet in beeld hoeft te worden gebracht om je op stang te jagen, bewijst The Eyes of My Mother, het speelfilmdebuut van Nicolas Pesce. Samen met zijn vrienden Zach Kuperstein (cinematografie) en Ariel Loh (muziek) maakte de 27-jarige New Yorker een verontrustend portret van een jonge vrouw die haar eenzaamheid op een wel heel extreme wijze overleeft. De cinema heeft er weer een compleet gestoord personage bij: Francisca, gespeeld door de Portugese actrice Kika Magalhães in haar eerste hoofdrol. Haar inspiratie voor de verminkingen van haar slachtoffers komt van haar moeder, een voormalig oogchirurg. Horrorliefhebbers hoeven niet te treuren, want ook andere lichaamsdelen moeten het ontgelden.

The Eyes of My Mother

Opgroeihorror
Francisca leeft met haar ouders in een afgelegen boerderij ergens in Amerika van enkele decennia geleden. We zien haar volwassen worden in drie episodes: Moeder, Vader en Familie. Als kind ziet Francisca hoe een psychopaat binnendringt in hun woning, haar moeder doodt en hoe resoluut vader met de dader afrekent. Als je weet hoe emotieloos deze handelingen geschieden, is het begrijpelijk dat bij Francisca sociale omgangsvormen niet met de paplepel zijn ingegeven. Dat blijkt nog steeds in de twee volgende hoofdstukken als Vader is overleden en het stichten van een nieuwe Familie noodzaak wordt.

The Eyes of My Mother is in alle opzichten minimalistisch. De film is met weinig middelen, maar met grote liefde en vakkundigheid, gemaakt. Francisca’s gezin lijkt totaal geïsoleerd van de buitenwereld en we zien bijvoorbeeld geen school, politie of passanten. De beelden zijn zwartwit, sfeervol en met een bewuste afstandelijkheid geschoten, maar soms uitgesproken luguber, zoals de scène waarin Francisca in bad zit met een dode man. De belichting in de boerderij en van de horrorschuur op het erf zijn al even functioneel, terwijl de montage consequent strak is en de geluidsband gebruikmaakt van verontrustende synthesizerklanken en een veelbeproefd recept: stemmen van televisieprogramma’s op de achtergrond.

The Eyes of My Mother

Fado
Het gebruik van Fado-muziek is een originele kunstgreep om extra hartverscheurende huiselijkheid te creëren en biedt Francisca de gelegenheid om met een korte dans haar meer artistieke kant te tonen. De dialogen tussen moeder en dochter, afwisselend Portugees en Engels, dragen bij aan de mysterieuze achtergrond van deze wereldvreemde familie. Al komen we verder weinig van deze mensen te weten, behalve dat het hechten met naald en draad een genetisch overdraagbare specialiteit is.

Een veelbelovend debuut dus, waarbij je ondanks diens voorliefde voor de diep duistere kanten van de mens uitkijkt naar de volgende film van Nicolas Pesce. Geef die man een groter budget, een co-schrijver met nog meer fantasie, en wie weet ligt er een echte klassieker in het verschiet. Geen gore horror, maar een psychologische thriller met iets meer karakterontwikkeling en een sterker einde. En desnoods even verontrustend en onheilspellend. De kijker van begin tot eind op het puntje van de stoel, bang om nog ooit in zijn eentje in het donker een boerenschuur te betreden.
 

31 juli 2017

 
MEER RECENSIES