Edge of Seventeen, The

****

recensie The Edge of Seventeen

Als verliefdheid en vriendschap het belangrijkste zijn

door Nanda Aris

Coming-of-age film over de jonge Nadine die om moet leren gaan met verliefdheid, vriendschap, familie en onzekerheid.

Kelly Fremon Craig maakt met The Edge of Seventeen haar eerste speelfilm, en niet onverdienstelijk. Ze is ook de schrijfster en producer van het verhaal. Voor haar film kreeg Craig verschillende nominaties en prijzen en dat maakt haar een veelbelovende regisseuse die we in de gaten moeten houden.

The Edge of Seventeen

Goed en slecht
Het verhaal is een typisch opgroeiverhaal, met echter één groot verschil in vergelijking met films als Clueless (1995) en Mean Girls (2004). The Edge of Seventeen kent geen enkel personage dat geheel slecht of geheel goed is. Nadine (Hailee Steinfeld) is leuk, maar enigszins egocentrisch, haar moeder (Kyra Sedgwick) begrijpt Nadine niet, maar wil wel graag een goede moeder zijn, en Nadine’s broer Darian (Blake Jenner, die ook speelt in Everybody Wants Some!! van Richard Linklater) lijkt de vervelende broer uit te hangen, maar bekommert zich wel degelijk om Nadine.

The Edge of Seventeen lijkt in oprechtheid van de personages veel Boyhood (ook van Linklater) en maakt in tegenstelling tot bijvoorbeeld Juno (2007) minder een karikatuur van zijn personages.

Door de grond zakken
Het verhaal start met de scène waarin Nadine haar geschiedenisleraar Bruner (Woody Harrelson) vertelt dat ze zichzelf van kant wil maken. Nadine wil zichzelf niet echt van kant maken, maar heeft een blunder begaan, en wil zoals elke tiener wel eens wil, het liefst door de grond zakken.

Hij is niet de meest tactische leraar, en zegt: ‘Good luck with that’. Harrelson speelt een grappige rol als stugge leraar, die toch niet zo stug blijkt te zijn. Een aantal scènes later deelt hij zijn cookie met haar en zegt hij dat ze zijn favoriete studente is.

Jeugd
De film vertelt hoe Nadine is opgegroeid, hoe ze bevriend is geraakt met haar zo’n beetje enige vriendin Krista (Haley Lu Richardson), hoe haar vader op jonge leeftijd overleed, kortom, haar jeugd in een notendop. Wat we hier vooral uit opmaken is dat Nadine niet zo sociaal en populair is als haar broer (‘There are two types of people in this world, the people who radiate confidence and natural excel at life, and the people who hope all those people die in a big explosion’). Zij lijkt meer op haar vader, en hij op zijn moeder.

Als zestienjarige zit Nadine zichzelf soms behoorlijk in de weg, en het wordt er niet makkelijker op als Krista besluit een relatie te beginnen met haar broer. Ze voelt zich verraden, en doet gemeen tegen Krista. Krista wil niet kiezen tussen Darian en Nadine, maar wanneer Nadine erop staat, is de vriendschap voorbij.

The Edge of Seventeen

Nadine neemt het zichzelf kwalijk, ook omdat ze zich nu eenzamer voelt dan ooit. Gelukkig is er nog wel de jongen naast haar in de klas, Erwin (Hayden Szeto), heimelijk verliefd op haar, waardoor ze uiteindelijk beseft dat ze niet de enige is die eenzaam is. Doordat ze vooral bezig is met haar eigen problemen, heeft ze dat niet direct in de gaten.

Opgroeien
De rol van Nadine wordt voortreffelijk gespeeld door de jonge Steinfeld, voor wie een mooie carrière in het verschiet ligt. Ze weet de soms ongemakkelijke, soms verleidelijke, onzekere opgroeiende tiener neer te zetten. Steinfeld is grappig (vooral wanneer ze in gesprek is met Bruner), serieus en geloofwaardig, bijvoorbeeld wanneer ze zegt dat ze geen vrienden heeft om haar lunch bij op te eten. Haar ogen stralen de onzekerheid uit waarmee de tekst gepaard gaat.

Een film om te gaan zien, alleen al doordat Craig haar personages echt laat voelen, waardoor we voor eventjes terug verlangen naar de goeie ouwe tijd waarin we tiener waren, onze problemen echt leken en verliefdheid en vriendschap het belangrijkst waren.
 

30 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Valerian and the City of a Thousand Planets

*****

recensie Valerian and the City of a Thousand Planets

Luc Besson herijkt de acid sciencefictionfilm

door Alfred Bos

Verbluffend ruimtesprookje van Luc Besson, die zich met verve revancheert voor het matte Lucy. Een psychedelische trip door een denkbeeldige wereld waarin de fantasie geen grenzen lijkt te kennen.

Als je zelf minzaam van aard bent en iedere dag opstaat in een paradijs van schoonheid en overvloed, zijn er altijd nog anderen die het voor jou verpesten. Het overkomt de Pearls, de superslanke en boomlange bewoners – denk aan albino Masaï of een gebleekte variant van smurfblauwe Na’vi uit Avatar – van de planeet Mül. Dat is één groot subtropisch strand bezaaid met spectaculair getekende reuzenschelpen. Tot de apocalyps letterlijk uit de hemel komt vallen: Mül is ‘zijdelingse schade’ in een galactisch conflict.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Twintig jaar na The Fifth Element komt de Franse regisseur Luc Besson opnieuw met een knotsgek, fantasierijk en visueel overladen sciencefictionepos, ditmaal in 3D. Net als zijn vermakelijke The Extraordinary Adventures of Adèle Blanc-Sec (2010) is dat de live-action verfilming van een populair Frans stripboek. De stripheld Valerian kennen we in Nederland als Ravian, die vanaf eind jaren zestig met zijn co-piloot (en love interest) Laureline een reeks surrealistische ruimteavonturen heeft beleefd.

Valerian and the City of a Thousand Planets is gebaseerd op aflevering 7, De ambassadeur der schaduwen uit 1975, dat draait rond een exotisch beestje, de ‘brommpt’, een soort egel die via zijn maagdarmkanaal objecten kan vermenigvuldigen. Hij is inheems op Mül en de bron van de weelde van de Pearls. Ze voeren de brommpt een parel, die vervolgens honderden parels uitpoept. Dat doet-ie spinnend van genoegen. Tot een burenruzie uit de hand loopt. Weg planeet, weg brommpt. Of toch niet?

Consumentisme gehekeld
En dat zijn nog maar de eerste 25 minuten van de 137 die Valerian and the City of a Thousand Planets telt en qua verbeelding en ideeënrijkdom doen de 112 die nog volgen geen spat onder voor de fontein van originele vondsten uit de introductie. Die weer vooraf wordt gegaan door een pre-introductie, waarin Alpha, de stad van de duizend planeten uit de filmtitel, een interplanetaire kunstmaan blijkt waar Bob Marley en de Bee Gees in de digitale jukebox zitten.

Onder de klanken van David Bowie’s Space Oddity zien we de Amerikaanse Apollo 18 in 1975 koppelen aan de Russische Sojoez 19 en daaruit groeit in de loop van decennia en eeuwen een vrij zwevende ruimtestad waarin aliens uit alle hoeken van de kosmos vreedzaam samenleven. Er is een cameo voor Rutger Hauer als president van de World State Federation.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Maar in de achtentwintigste eeuw is er onrust op de kolossale kunstmaan en die is gerelateerd aan het verdwijnen van planeet Mül, maar daar komen Valerian (Dane DeHaan, binnenkort ook als Gouden Eeuwse Amsterdammer te zien in Tulip Fever) en Laureline (het Britse fotomodel Cara Delevingne, voor Tulip Fever opnieuw gekoppeld aan DeHaan) pas gaandeweg achter. Eerst moeten ze met hun schip Astronef voor een geheime missie naar planeet Kyrian om een illegale transactie te saboteren.

Die actiescène grijpt Besson aan om het ongebreidelde consumentisme te hekelen, want Kyrian is een woestijnplaneet waar toeristen zich in virtual reality op een immense bazaar, de Big Market, te buiten gaan aan koopdrift. Om zijn Chinese co-producent niet voor het hoofd te stoten laat de regisseur de virtuele shopping mall (Ali Baba is de Chinese Amazon) managen door een Arabier. De technologie is verbazend: een apparaat waarmee je onzichtbaar in de virtuele werkelijkheid bent. De actie bloedstollend. En de ironie fijntjes.

Boordevol detail
En dan eindelijk, na een uur of daaromtrent, begint de plot zich uit te kristalliseren, maar dan hapt de kijker al een tijdje naar adem, overdonderd als hij is door deze roetsjbaan van ideeën en visuele panache. En het houdt niet op. In de stad van de duizend planeten moet opperbevelhebber Arun Filitt (Clive Owen) een terroristische aanslag onderzoeken, zadelt de defensieminister (Herbie Hancock) onze held en heldin wederom op met een speciale opdracht en speelt Rihanna, als de variété-artieste Bubble en lijfeigene van de gestoorde pooier Jolly (Ethan Hawke), een sleutelrol in de ontknoping. Voor de komische noot zorgt een alien ras van dommekrachten.

Valerian and the City of a Thousand Planets

Zoals de western zijn acid variant heeft, zo is Valerian and the City of a Thousand Planets acid sciencefiction, een psychedelische trip door de verbeeldingsrijke breinen van striptekenaar Jean-Claude Mézières, stripscenarist Pierre Christin en filmregisseur/scenarist Luc Besson. De film is eerder Barbarella dan Star Wars (dat de strip tot voorbeeld had), verwant aan de droomwerelden van Jodorowsky (The Holy Mountain), Enki Bilal (Immortel) en Moebius (De Incal). Mochten de personages van Valerian en Laureline schetsmatig overkomen – en dat doen ze, het zijn immers striphelden  – dan wordt dat bezwaar weggeblazen door de eindeloze reeks vondsten waarmee de op zich niet bijster originele intrige wordt verteld.

Zo telt de Big Market-episode meer ideeën dan de Wachowski-broers/zussen de afgelopen achttien jaar samen hebben gehad en is de visualisering van dit denkbeeldige universum overrompelend; hij slaat het in visueel opzicht toch echt niet kinderachtige Ghost in the Shell met straatlengtes. Het enige bezwaar wat je tegen dit ruimtesprookje zou kunnen inbrengen is dat de film dankzij de 3D-techniek en de computeranimaties zo boordevol details zit, dat je ogen te kort komt en na afloop uitgeput in de bioscoopstoel hangt. Intens voldaan, dat weer wel.
 

25 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Shutter Island

Shutter Island:
Duik in de vertroebelde psyche van de moderne man

door Ralph Evers

Martin Scorsese’s Shutter Island kijkt als een metafoor, met subtiele odes aan meesters die Scorsese voorgingen. Daarnaast is de film een belangrijke inspiratiebron voor latere films gebleken. Een duik in de vertroebelde psyche van de moderne man. Let op: dit stuk bevat spoilers!

Een centraal thema in Shutter Island is schizofrenie in de klassieke betekenis. Vanuit het Grieks betekent schizofrenie ‘gespleten geest’. Overigens is de term op dit moment aan veel kritiek onderhevig. Terecht. Schizofrenie is eerder een containerbegrip voor een aantal psychotische aandoeningen. In de volksmond wordt schizofrenie nogal eens verward met de multipele persoonlijkheidsstoornis, waarin mensen meerdere identiteiten hebben, vaak een gevolg van zeer ernstig (psycho)trauma.

Shutter Island

Schizofrenie kent twee fases: de positieve en de negatieve. De positieve fase spreekt het meest tot de verbeelding. Dat is de fase waarin men dingen ziet die er niet zijn, hallucinaties en / of wanen heeft. In de positieve fase is men niet in staat een betekenisvolle gestalt van de wereld te maken. Men vloeit voortdurend samen met alle indrukken die zich aandienen. Wie wel eens psychedelica heeft gebruikt heeft ervaren hoe het is wanneer alle stimuli ongefilterd binnen mogen komen. Wanneer dit fenomeen je overvalt, kom je op de buitenwereld verwarrend over en is het voor jezelf vooral angstig, omdat je geen idee meer hebt waar je aan toe bent. Ternauwernood ga je op zoek naar houvast.

Schokkende waarheid
U.S. Marshall Teddy (Edward) Daniels (Leonardo DiCaprio) heeft een bewogen, traumatische geschiedenis achter de rug. De (historisch getrouwe beelden van de) bevrijding van concentratiekamp Dachau en de schokkende waarheid die hij daar aantrof. Thuis wordt hij geconfronteerd met het verlies van vrouw en kinderen. Beiden heeft hij nooit goed kunnen verwerken. Te gruwelijk om onder ogen te komen schuift hij zijn eigen aandeel af op een ander, Andrew Leaddis.

Martin ScorseseHierin valt een link naar Stanley Kubricks The Shining te maken, met dat verschil dat hier niet de omgeving, maar de persoon zelf bezeten is. In het afwijzen van zijn eigen aandeel wordt de plot complexer. Er is niet ‘slechts’ sprake van een psychose, er treedt ook dissociatie op. Dit is subtiel verwerkt in de omkering in de film. Aanvankelijk lijkt Chuck Aule de collega van Teddy, waarbij hij later de vertrokken behandelaar van Teddy, Sheehan, blijkt te zijn.

De gelaagdheid van Teddy’s trauma’s kennen verschillende metaforen. Het eiland verwijst naar zijn onbereikbaarheid voor anderen. Zijn ergste daden komt hij tegen in Ward C, waar de zwaarste gevallen opgesloten zitten. In het mausoleum biecht hij op een moordenaar te zijn, de slachting van de SS’ers in Dachau was moord (“it wasn’t warfare, it was murder”). Daniels vervolgt: “I’ve had enough of killing”, hetgeen hij zegt tegen zijn collega Aule / Sheehan.

Shakespeare
Drie vrouwen spelen een richtinggevende of plotbepalende rol, vergelijkbaar met de drie heksen uit Macbeth. De eerste is de vrouw die we in het openingsshot haar vinger voor haar mond zien doen. Wees gewaarschuwd: doe er het zwijgen toe of kom je demonen tegen. De tweede is de flashback naar zijn vrouw, de engel die demonisch bleek en de derde is de ontmoeting met Rachel Solando in de grot, die hem zijn waarheid ontvouwt, hem overtuigt dat zij niet gestoord is, maar juist de psychiater.

Hier ontvouwt zich het thema van de omkering. Een dankbaar motief in de horror en thriller, verwijzend naar bijvoorbeeld het duivelse (vgl. diens omgekeerde kruis), het kwaad, of het zich roerende onbewuste. In de droomleer van de psychoanalytici wordt nogal eens opgemerkt dat droomtaal zich vaak bedient van het omgekeerde. De dood staat dan bijvoorbeeld voor een nieuw begin en heeft daarmee een heel andere lading dan in onze wakkere wereld.

De worsteling van Daniels is om in het reine te komen met zijn verleden. Daarvoor heeft hij zijn eigen aandeel, zijn eigen verschrikkingen onder ogen te zien. In de ontknoping van de film wordt dan ook de omkering teruggedraaid: Teddy Daniels is Andrew Leaddis.

Shutter Island

Omkering
Wederom een subtiele hint, ditmaal naar Hitchcock. In Psycho verwijst het huis naar de bekende theorie van Freud van het onbewuste. De kelder is het Id, waar onze driften leven. De begane grond, het ego, waar we ons masker van sociale wenselijkheid dragen. Op de bovenverdieping huist ons superego, ons geweten. We leren al gauw dat Norman Bates een gebrekkig geweten heeft.

Eenzelfde analogie valt te maken met de vuurtoren in Shutter Island. De zee eromheen is het onstuimige driftleven. In zijn klim omhoog, ontmoet de protagonist bovenin, waar het licht de schepen van onheil redt, zijn behandelaars. In een ‘helder licht’ ontwaakt het besef naar de eigenlijke Daniels. Hier wordt duidelijk dat zijn collega Chuck Aule zijn behandelaar Sheehan is.

Om dan bij mijn laatste omkering te komen: Shutter Island is een omkering: van Truths / Denial, of ‘Truth and Lies’. Daarbij valt voor shutters op te merken dat ze slechts een gefragmenteerde kijk op de wereld geeft. Bovenin de vuurtoren komt hij de afschuwelijke werkelijkheid rondom het verlies van vrouw en kinderen tegen. Eenmaal op begane grond, komt zijn sociaal wenselijke ego, die fantastische verhalen (‘lies’ en ‘denials’) bedenkt om zichzelf staande te houden weer opzetten. De naald, de vuurtoren, de psychiater en de onheilspellende soundtrack doen lobotomie vermoeden.

 

24 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE
 
 
MEER ESSAYS

Homo Sapiens

****

recensie Homo Sapiens

Concrete vragen

door Ralph Evers

Een requiem gegoten in beton. Verlatenheid als hoofdrolspeler, ondersteund door wind, regen, insecten en vogels. Een onalledaags portret van de mens, waarin hij als levend wezen de grote afwezige is. 

In 2007 bracht de Amerikaanse journalist Alan Weisman zijn boek The world without us (de wereld zonder ons) uit. Een boek dat de gevolgen beschrijft van een plotseling verdwijnen van de mensheid van deze planeet. Daarin heeft hij een citaat van een boer opgenomen: “Als je een stal wilt verwoesten, maak dan een gat van zo’n vijftig bij vijftig centimeter in het dak. Moet je zien wat er op den duur gebeurt”. Het boek vervolgt met verlaten gebieden, waar dergelijke daken veelal vindbaar zijn. Een parallel is te trekken met de nieuwste documentaire van de Oostenrijker Nicolaus Geyrhalter, Homo Sapiens.

Homo Sapiens

In louter vanuit stilstaande camera geschoten beelden, zien we een door de mens verlaten wereld, overgenomen door padden, vogels, insecten en veel groen. Op de meest onvoorstelbare plekken (zoals de rubberbanden van legertuig) zien we alg en mos opkomen, die in de afgelopen decennia de tijd hebben genomen om aan te tonen dat alles altijd in verval (of verandering) is.

Raadspelletje
Verlaten plaatsen spreken veel mensen tot de verbeelding. Het is daarbij niet de eerste film van Geyrhalter die hierop inspeelt. Eerder maakte hij al Pripyat, over het nu uitgestorven Tsjernobyl en met zijn kenmerkende, registrerende stijl, legt hij slechts vast, zonder een oordeel te vellen. Dat is aangenaam. Zeker ook in het trage tempo dat Homo Sapiens heeft, waardoor je de beelden tot je door kan laten dringen.

Er zit een sereniteit in de verlatenheid, die doet verlangen naar minder van onze soort om ons heen op plekken waar we tot rust willen komen en in tegenstelling tot de film van de unieke esthetiek willen genieten. Dat is namelijk een opvallend aspect, tenzij je (zoals de schrijver dezes) van verval houdt, roepen de meeste beelden niet direct schoonheid op. Of althans niet wat we doorgaans onder schoonheid verstaan. Het is soms echter amusant te zien wat de natuur met een door ons gecreëerde plek doet, eens ze haar gezag daar weer terug heeft. Ook is het af en toe een uitdaging te zien wat er getoond wordt, zoals de kippenboerderij met al zijn buitenaards aandoende lege drinkbakken. Of de macabere overblijfselen van een slachthuis. Of, dichtbij huis, hoe het Rotterdamse Tropicana letterlijk overgenomen is door de natuur (inmiddels zit er een paddenstoelenboerderij, Rotterzwam).

Evenwel ontbreken de voor de hand liggende plekken, zoals de verlaten olievelden van Baku, Azerbeidzjan, Ta Prom in Cambodja of de dome houses in het zuidwesten van Florida. Soms, omdat sommige verlaten plekken, ook enkele die getoond worden, niet meer bestaan.

Betonnen hier-en-nu
Door te vertragen en te tonen opent Geyrhalter een hernieuwde blik op onze wereld, die bij wijze van spreken om de hoek ligt. Niet zelden geeft dit een wat unheimische sfeer, en soms, zoals in zijn Unser Täglich Brot, waar hij de industriële massavernietiging van kippen, varkens en koeien laat zien, een ongemakkelijk beeld van ons, homo sapiens.

Homo Sapiens

Creativiteit is een complex samenspel tussen vernietiging en vormgeving, voorafgegaan door bezinning en geworteld in een existentiële oerdrift tot… creatie. Een circulair proces. Ze toont op een tragere (beton is langzaam) en grotere (beton is groots) schaal onze creaties, zoals een voormalig bewoond eiland om delfstoffen te winnen, een verlaten bunker voor wapentuig, overwoekerde parkeerplaatsen bij een kernreactor. Het verstillende karakter van Homo Sapiens is als een contemplatie op onze creaties en ons aanwezig zijn op deze planeet. Gegoten in beton is niet meer iets permanents, maar eveneens een bevestiging van onze tijdelijkheid en evenals onze consumptiedrift een surrogaat voor betekenisgeving.

Homo Sapiens is een film die in haar eenvoud fundamentele vragen stelt. Vragen als: wie is de mens? Sartre zei: “Alles wat je over de mens kunt zeggen is precies niet wat de mens is”. De van nature kunstmatige mens (een uitspraak van Helmuth Plessner) laat onder andere beton na. Vreemd genoeg is dit dode, kille materiaal iets heel menselijks geworden. Kortom, een film die vanuit vele invalshoeken aangevlogen kan worden en waarvan Geyrhalter in een interview aangaf dat het aan de kijker zelf is om betekenis te geven aan hetgeen je ziet.
 

23 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Last Waltz, The

The Last Waltz heeft anno 2017 niets aan kracht ingeboet
Toen muziek nog uniek en oprecht was

door Cor Oliemeulen

“This film should be played loud!” Ik zal het nooit vergeten toen ik in 1978 als middelbare scholier naar de bioscoop ging en een plaatsje bemachtigde tussen overwegend oudere hippies en rockers. The Last Waltz mocht dan wel het afscheidsconcert van The Band zijn, voor mij betekende deze film de eerste kennismaking met grote muzikanten op het witte doek.

Mensen die niet zijn opgegroeid in de jaren 70 van de vorige eeuw hebben iets wezenlijks gemist. Okay, de lange haren en de te strakke terlenka broeken met wijde pijpen zagen er soms wat vaag uit. De meeste jongens rookten shag (waarin bij gelegenheid hasjiesj of wiet ging) en droegen snorren, maar ook de meeste meisjes lieten al hun lichaamshaar onberoerd.

The Last Waltz

Het was een onschuldige tijd. In de weekends en vakanties werkte ik op een groot selfservice tankstation waar je nog nooit van kogelvrij glas had gehoord. Politie en politiek straalden in de meeste gevallen nog autoriteit uit. Op maatschappelijk vlak had je democratisering en op cultureel gebied beleefde de populaire muziek zijn grootste vernieuwingen. Dat vooral hebben mensen die later zijn opgegroeid, jammerlijk gemist. Het is geenszins vreemd dat artiesten uit die periode bij leven en welzijn nog steeds optreden, want sindsdien is het meestal armoe troef.

Martin ScorseseNoord en zuid komen samen
Ik word meteen gegrepen door The Band. De charismatische frontman Robbie Robertson betreedt het podium met een flesje bier en een peuk in zijn hand. Ik hoor zijn typische tokkelende gitaargeluid, zie hoe hij zich langzaam in het zweet werkt en lach tussendoor om anekdotes over hun beginjaren als band: de worstelingen en de weg naar succes (Pas later las ik dat Robertson de film van Martin Scorsese had geproduceerd en dat enkele andere bandleden zich hadden beklaagd dat zij in de documentaire The Last Waltz minder aan bod waren gekomen). Ik hoor een mix van folk, rock, country en blues. Ik leer dat muziekstijlen van noord en zuid samenkomen, immers de band bestaat uit vier Canadezen en een Amerikaan.

Ik zie een vijftal sympathieke rasmuzikanten die spelen met hun hart. De met zijn bas (en soms viool) wiegende Rick Danko met zijn halve kopstem, de altijd lachende Richard Manuel achter de toetsen, de geniale multi-instrumentalist Garth Hudson die zijn ouders had verteld dat hij muziekleraar was (zijn collega’s van The Band vonden dat ook en betaalden hem in de beginjaren) en de enige Amerikaan in The Band, Levon Helm, de drummer, die de helft van de nummers zingt. Bijna het hele repertoire van The Band is meerstemmig. ‘The Night They Drove Old Dixy Down’ durf ik nog steeds uit volle borst mee te zingen. In de auto.

Kippenvel
Ze spelen hun eigen klassiekers en begeleiden een dozijn gastartiesten. Zoals hun eerste bandleider, rockabilly-zanger Ronnie Hawkins (The Band heette aanvankelijk The Hawks). Ik onderga vol bewondering de optredens van Dr. John, Joni Mitchell, Van Morrison, Muddy Waters, Neil Diamond en Eric Clapton. Iemand declameert beatnik-poëzie, iemand anders een alternatieve versie van het ‘Onze Vader’.

Op het moment dat Neil Young het podium betreedt, slaat even de vertwijfeling toe, ook zichtbaar bij de bandleden. De zanger lijkt compleet gedrogeerd en heeft een uitgelaten melige lach op zijn gezicht, die tijdens de slotact nog steeds niet is verdwenen. Maar nadat Neil Young zijn eerste gitaarklanken laat horen en vocaal de eerste strofe van ‘Helpless’ inzet, staat het kippenvel onmiddellijk op de armen en besef je hoe volstrekt uniek en oprecht zijn sound is.

De concertregistraties en een paar studio-opnames worden afgewisseld met korte interviews. Hoewel begonnen in 1960 ontstond pas acht jaar later hun uiteindelijke naam: The Band. Ze vertellen dat ze al een hoop namen hadden geprobeerd, maar niets viel bij hunzelf in de smaak. Aangezien de band inmiddels enkele tournees van Bob Dylan had begeleid, noemde iedereen hen simpelweg The Band.

Het afscheidsconcert (The Band noemt het liever “a celebration”) op Thanksgiving 1976 in San Francisco’s Winterland Ballroom wordt logischerwijs afgesloten met Bob Dylan. Hij was de reden dat ik destijds naar The Last Waltz ging, want hij was mijn grote held vanaf het moment dat ik de klanken en de tekst van ’Hurricane’ had gehoord. Ik kocht de elpee ‘Desire’, raakte volkomen in de ban van Bob Dylan en kocht met terugwerkende kracht al zijn albums van mijn salaris van de pomp.

De grote Bob Dylan
Ik had allang zijn ‘Hard Rain’-concert uit 1976 van het legendarische Duitse tv-programma Rockpalast op een VHS-band opgenomen en het live album van deze Bob Dylan Rolling Thunder Revue tot afgrijzen van mijn ouders knalhard grijsgedraaid, maar nu zag ik de grote Bob Dylan voor het eerst levensecht van dichtbij en in vol ornaat. Hij komt op: witte hoed met rood veertje, zwart leren jack, spijkerbroek, gitaar en mondharmonica om de nek. Hij lacht wat met zijn oude bandleden, zet in en brengt twee nummers ten gehore, waaronder ‘Forever Young’.

Nog toepasselijker is het slotakkoord met alle artiesten samen op het podium: ‘I Shall Be Released’. Bob Dylan zou doorgaan tot op de dag van vandaag, maar The Band stopt direct na deze geweldige en onvergetelijke show, bevrijd na zestien jaar bijna continu ‘On the Road’.

“There’s not much left that we really can take from the road”, bekent Robbie Robertson aan Martin Scorsese. “May be it’s superstitious, but you can press your luck. The Road has taken a lot of the great ones: Hank Williams, Buddy Holly, Otis Redding, Janis, Jimi Hendrix, Elvis… It’s a goddamn impossible way of life!“ 

The Last Waltz is de beste muziekfilm ooit gemaakt en voor mij de ultieme nostalgie.

 

21 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Dunkirk

*****

recensie Dunkirk

De Brexit van 1940

door Alfred Bos

Christopher Nolan verfilmt het oorlogsdrama over de omstreden evacuatie van de British Expeditionary Force uit het Noord-Franse Duinkerke, in de laatste meidagen van 1940, als een caleidoscopische vertelling.

De openingsminuten maken direct duidelijk dat Dunkirk, de tiende speelfilm van Christopher Nolan, geen oorlogsverheerlijkend bravourestukje is. Britse soldaten rennen door de straten en tuinen van Duinkerke om te ontkomen aan Duits spervuur. Van de ploeg weet alleen Tommy (de debuterende Fionn Whitehead) de Franse linie te bereiken. De kijker leert in luttele minuten: dit is geen heroïsche strijd, hier proberen mensen onder extreme stress te overleven.

Dunkirk

In de laatste week van mei 1940 dreigde het Britse leger dat in Frankrijk hielp de Blitzkrieg te weerstaan door de Duitse invallers in zee te worden gedreven. Het was een precair moment in de openingsweken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland was al gevallen, Frankrijk kraakte in zijn voegen en toen op 28 mei België capituleerde, zaten zo’n 200.000 Britse soldaten vast op het strand van Duinkerke. Ze werden in een week tijd door een vloot van Britse, Belgische en Nederlandse vissersboten naar Engeland verscheept.

Nolan toont het drama van Operation Dynamo, zoals de reddingsoperatie officieel heet, via drie verhalen die elkaar aanvullen en via briljant spel met montage en tijd gaandeweg versmelten. Het is een geraffineerde aanpak – Nolan tekende ook voor het script – die de vaart er in en de spanning op kook houdt. Niet de strategie of het verloop van de oorlogshandelingen staat centraal, maar het persoonlijke drama van de betrokken militairen. De regisseur heeft slechts één uur en drie kwartier nodig om de logistieke monsteroperatie in de kern te raken. Dunkirk telt geen grammetje vet, iedere seconde is raak.

Dunkirk

Te land, ter zee en in de lucht
Op het strand annex kerkhof volgen we Tommy en diens toevallige maat Alex (One Direction-zanger Harry Styles in zijn filmdebuut) als mieren in de massa Britse soldaten die dienen als schietschijf voor de oppermachtige Luftwaffe. Door het Nauw van Calais koerst de Britse plezierboot Moonstone naar Duinkerke, met aan boord meneer Dawson (Mark Rylance), zijn zoon, diens vriend en een uit het water geviste soldaat met PTSD (Cillian Murphy). Zijn evacuatieschip is door de Luftwaffe naar de haaien geschoten en dat dreigt nogmaals te gebeuren.

Boven het Kanaal gaat een drietal Spitfires (met vaste Nolan-acteur Tom Hardy als piloot Farrier en Jack Lowden als piloot Collins) de ongelijke strijd aan met de Messerschmitt-jagers en Henkel-jachtbommenwerpers die zich als wolven op elke boot met evacués storten. Die dog fights, gezien vanuit de Britse cockpits, horen tot de enerverendste momenten van de film (die tevens in een IMAX-versie draait). Naast de vijand moeten de Spitfire-piloten de naald van hun brandstofmeter in het oog houden.

Dunkirk

Claustrofobische close-ups
Met die drie verknoopte verhaallijnen maakt Nolan een reeks aspecten van het Duinkerke-drama zichtbaar en vooral invoelbaar. De verwoestende uitwerking van de Junkers-duikbommenwerpers; de enormiteit van de taak waar de Britse marinecommandant Bolton (Kenneth Branagh) zich voor gesteld ziet; de paniek in het ondergelopen ruim van een schip dat door torpedo’s tot zinken wordt gebracht; de spanning tussen Britse en Franse soldaten; de chaos; de naakte overlevingsstrijd. In de ensemble cast figureert een peloton Britse acteurs van naam.

Geholpen door de grimmige, grotendeels elektronische soundtrack van Nolans vaste filmcomponist Hans Zimmer, weet de regisseur de spanning tot op de tel te doseren door de weidsheid van het strand, de zee en de lucht optimaal te contrasteren met de claustrofobie van de cockpit en de scheepsruimtes. Veel scènes spelen zich af in kleine of besloten vertrekken en de Nederlandse cinematograaf Hoyte Van Hoytema (hij deed ook Nolans voorlaatste film, Interstellar) brengt het drama naar de kijker met een reeks van close-ups. Het werkt bijzonder effectief bij de schermgrote koppen van de Spitfire-piloten, die opgesloten in hun cockpit door het zwerk zwieren.

Door de Britten werd ‘Duinkerke’ – om redenen van propaganda allicht – gevierd als een heroïsche overwinning, voor de Fransen was het een smadelijke aftocht; hadden de Britten door geknokt, dan was Parijs wellicht nooit gevallen en de oorlog heel anders verlopen. Daar houdt Dunkirk zich niet mee bezig, op een paar patriottische slotminuten na, zoals de film zich überhaupt niet bezighoudt met de Fransen noch de Duitsers. Dunkirk evoceert de historische gebeurtenis als een krankzinnige mix van heldenmoed en egoïsme. Een betere oorlogsfilm zal er dit jaar niet uitkomen. Misschien kunnen we dat ‘oorlogs’ wel weglaten.
 

18 juli 2017

 
MEER RECENSIES

After Hours

After Hours: De film die het (film)leven van Martin Scorsese redde

door Vincent Hoberg

Vraag een willekeurig persoon vijf films van Martin Scorsese op te noemen en de kans is klein dat After Hours (1985), de belangrijkste film uit zijn loopbaan, erbij zit. Logisch misschien. Scorsese’s relaas over een New Yorkse hellenacht leverde hem weliswaar een Gouden Palm op, maar is ook de laatste film van de regisseur die geen enkele nominatie kreeg tijdens het jaarlijkse Oscarfestijn.

Wie After Hours ziet, zal die ‘belangrijkste film’ stelling ook in twijfel trekken en eerder gaan voor Mean Streets, Taxi Driver of Raging Bull, de films die Scorsese rotsvast op de cinematische landkaart hadden gezet. Een nadere blik leert echter dat Scorsese zonder After Hours het maken van speelfilms zeer waarschijnlijk helemaal vaarwel had gezegd.

After Hours

Depressie
In zijn hoofd had Scorsese’s leven en loopbaan begin jaren ’80 een dieptepunt bereikt. Een zware cocaïne- en drankverslaving eind jaren ’70 had zijn tol geëist en ondanks het grote succes van Raging Bull (1980) was hij de lol in het filmen volledig kwijt. Een lievelingsproject moest uitkomst bieden, maar zijn eerste uitstap naar de spirituele kant met The Last Temptation of Christ bleek niet de verwachte redding.

De film viel, zoals Scorsese zelf zegt, ‘uit elkaar’ en nadat ook het commerciële succes van The King of Comedy (1982) uitbleef, wilde hij het hele speelfilms maken voor gezien houden en zich slechts nog richten op documentaires. En daar, op het dieptepunt van zijn depressie, was opeens het script van After Hours.

Tim Burton
Producers Griffin Dunne en Amy Robinson hadden het tijdens Sundance opgepikt en vrijwel direct Scorsese als ideale regisseur voor ogen. Wie anders zou er beter passen bij een duister verhaal dat zich afspeelde tijdens een krankzinnige nacht in New York, de stad waar hij inmiddels synoniem mee was geworden?

Na een lange radiostilte benaderden ze als tweede optie ene Tim Burton, een jonge filmmaker die zocht naar een eerste speelfilmproject, maar vrijwel tegelijkertijd ging de telefoon en bleek Scorsese dol te zijn op het idee. Terug naar de bron, een kleine film met een kleine crew, in New York, geen poespas, geen druk. Toen Burton hoorde dat de kleine meester ook geïnteresseerd was, trad hij direct terug, want ‘niemand mocht Scorsese weerhouden om die film te gaan maken als hij dat wilde’. De lange weg uit het dal kon beginnen. 

Martin ScorseseHitchkafkaïaanse waanzin
Met al deze informatie in het achterhoofd wordt After Hours een heel andere film. Het verhaal lijkt, zoals gezegd, klein en simpel. Paul Hackett (Griffin Dunne) ontmoet ’s avonds bij een diner de aantrekkelijke, ietwat vreemde Marcy (Rosanna Arquette) en denkt een leuke date voor die avond te hebben geregeld. Het loopt anders.

In bliksemvaart verzeilt Paul in steeds merkwaardiger situaties met een lange stoet karakters bij wie allemaal een flinke steek los zit. (Dat Cheech & Chong op Dunne na de meest normale figuren in de film spelen, zegt meer dan genoeg). Als een Alfred Hitchcock en Franz Kafka die samen een flinke fles pruimenschnapps soldaat hebben gemaakt, sleurt Scorsese zijn antiheld door de eindeloze nacht.

Lezers van voornoemde schrijver zullen Kafka’s beroemde Voor de Wet-parabel uit het Proces zelfs letterlijk voorbij horen komen als Paul zich met pijn en moeite voorbij een uitsmijter probeert te praten. De (vooral cameratechnische) Hitchcock-referenties zijn bijna ontelbaar, al laat een overduidelijke verwijzing naar Rear Window de beste grap van de film uit Paul’s mond rollen.

Scorsese en de in april overleden DOP Michael Ballhaus gaan helemaal los in hun eerste samenwerking: wat Ballhaus hier allemaal uitspookt met de camera behoort tot zijn allerbeste werk en Scorsese’s pure liefde voor film spat er aan alle kanten van af.

After Hours

Zelf-exorcisme
Maar wie de film nog een laag dieper bekijkt, ziet hier een overduidelijke parallel met het leven van de regisseur. De manier waarop Scorsese Paul door de hel stuurt is puur zelf-exorcisme ingekleurd met pikzwarte humor. Luid gniffelend in zijn baard schijnt hij achter de camera te hebben gezeten bij elke ramp die zijn arme held overkwam, maar één ding is zeker. Ingekakte kantoorslaaf Paul werpt de volgende dag gelouterd zijn huid af om opnieuw te beginnen.

Of Pauls leven ingrijpend veranderd is, zullen we nooit weten, maar After Hours gaf Scorsese een nieuwe impuls die drie jaar later eindelijk leidde tot zijn geliefde project The Last Temptation of Christ. De film zette een zegereeks van geweldige films in die nog steeds voortduurt. Gewoon door een kleine film te maken. Geen psychiater had het beter kunnen oplossen.

After Hours @ EYE: zaterdag 22 juli, 20:00 uur.

 

18 juli 2017

 
MEER MARTIN SCORSESE

Nocturama

**

recensie Nocturama

Leeg radicalisme

door Suzan Groothuis

Een groep jongeren uit alle lagen van de Franse bevolking plant een reeks bomaanslagen in Parijs. Om daarna weer samen te komen in een luxe warenhuis en zich over te geven aan consumptie, verveling en uiteindelijk angst. De film opent sterk, maar verzandt in een soort terroristische The Bling Ring.

Nocturama, van de hand van de Franse regisseur Bertrand Bonello (hij maakte eerder Saint Laurent, over het leven van Yves Saint Laurent in zijn hoogtijdagen) opent met een helikoptershot over Parijs. Om zich vervolgens in de donkere metro te begeven, waar we – in guerrilla-stijl geschoten – verschillende jongeren volgen met eindbestemming Esplanade de La Défense, de belangrijkste zakenwijk in Parijs. Wat de jongeren gemeen hebben met elkaar is nog onduidelijk, maar een dreigende spanning is voelbaar. Schichtig kijken ze om zich heen, terwijl de klok tikt en haast geboden is.

Nocturama

Parijs in vlammen
Uit alle lagen van de Franse bevolking komen ze, de jongeren waar het in Nocturama om draait. Van straatschoffies tot veelbelovend jong talent in pak. En allemaal hebben ze een doel: de één boekt een hotelkamer, de ander plaatst bommen in auto’s en een jonge student met een ambitieuze carrière in het vooruitzicht brengt een bezoekje aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ze werken samen om de boel eens flink op te schudden. Parijs zal branden. En hoe.

Na alle zorgvuldig beraamde voorbereidingen verschuilen de jongeren zich in een luxe warenhuis. En die samenkomst, in die consumptierijke omgeving, is waar de film zijn afdaling tegemoet gaat.

Zonde, want het eerste uur is heerlijk om naar te kijken. Al vanaf het begin voel je een gejaagde, unheimische spanning. Af en toe schiet de tijd in beeld. Een indicatie dat er iets komen gaat, alleen weet je nog niet wat. En wanneer duidelijk is dat het gaat om een terroristische actie, is het nog de vraag wie er wel en niet betrokken zijn. “We gaan op in de massa” zegt één van hen. En dan blijkt het netwerk van jonge terroristen groter dan gedacht: van straatschorem tot beveiliger.

Lege provocatie
Nadat de bommen ontstoken zijn en Parijs in rep en roer is, focust de filmmaker zich op hun verschuiling in een modern warenhuis, waar dure merken schreeuwen. En hier ontaardt de film in een soort The Bling Ring: het comfort van luxe en de jacht op consumptie. In plaats van motieven van de daders uit te diepen, of in te gaan op hun achtergronden, zien we hoe de jongeren toegeven aan verveling en roekeloosheid. Van het checken van posts op Facebook tot het passen van dure kleding en het spelen van de nieuwste games. Zelfs een uitbundige vertolking in drag van Shirley Bassey’s ‘My Way’ komt voorbij.

Natuurlijk kan je het warenhuis zien als aanklacht tegen de consumptiemaatschappij; de jonge terroristen hebben het niet voor niets als schuilplaats gekozen. Maar alles gaat met zo’n overdaad, dat je als kijker alleen nog maar leegte en afstand voelt. Zijdelings komen onderwerpen als opoffering en het Paradijs voorbij. Meer aandacht is er voor het leegplunderen van de delicatessenafdeling, het vinden van het juiste setje kleding (“Wil je een trouwjurk? Neem maar”) en het keihard draaien van muziek uit de nieuwste Bose-speakers. Op Blondies ‘Call Me’ gaan de voetjes van de vloer, terwijl de gendarmerie zich klaarmaakt om het pand te bestormen.

Uiteindelijk wint de angst voor wat komen gaat – gepakt worden, of de dood – het van verveling en impulsen. Voor de kijker maakt dat al niet meer uit. Binding met de jonge hoofdrolspelers is er niet. Leegheid des te meer. Bonello mag dan inspelen op de actualiteit, zijn bomaanslagen voelen aan als een hol protest. Een provocatie waarvan je als kijker na afloop alleen maar kan denken: c’est fini.
 

17 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Koza

***

recensie Koza

Terneergeslagen boksgeschiedenis

door Ralph Evers

Koza biedt een inkijkje in een arm gezin dat geconfronteerd wordt met een ongewenste zwangerschap en de wens tot abortus. Het geld dat hiervoor nodig is, leidt tot een destructieve odyssee van voormalig bokser Peter Baláž, bijnaam Koza. 

Het Eye brengt deze zomer een aantal niet eerder uitgebrachte films, veelal van Oost Europese makelij, uit. De eerste in deze reeks is de Slowaakse film Koza, die reeds in 2015 in Slowakije uitkwam en de Slowaakse Oscar-inzending van 2016 was. 

Koza

Koza speelt zich af aan de onderkant van de Slowaakse samenleving. Een voormalige bokser houdt zijn leven en gezin net staande met tal van slecht betaalde baantjes. Wanneer zijn vriendin zwanger blijkt oppert ze dan ook een abortus. Een kind erbij kunnen ze niet onderhouden. Daarnaast heeft ze weinig fiducie in de opvoedkwaliteiten van Koza. Bij zijn werkgever probeert hij de benodigde 400 euro te regelen, maar deze weigert. Zijn werkgever is overigens niet bepaald een behulpzaam iemand, al neemt hij Koza wel mee op toer door Europa voor een aantal illegale bokswedstrijden. Dat is namelijk wat Koza bedenkt om aan het benodigde geld te komen; opnieuw de ring in. Dat zijn conditie het al tijden laat afweten wordt voor de urgentie maar even vergeten. 

Ondergangsparabel
De eerste wedstrijd loopt direct al verkeerd af en de aanwezige dokter raadt Koza af ooit weer de ring in te stappen. Dit weerhoudt Koza echter niet. We volgen hem langs een aantal mislukkingen, waarop een trainer wordt ingehuurd. Passend bij de reeds ingezette neergaande spiraal is dit het type trainer dat je liever kwijt dan rijk bent.

In veelzeggende zwijgende beelden (de film had wel in de jaren 20 gemaakt kunnen zijn, zo weinig wordt er gesproken) zien we de wanhoop en uitzichtloosheid enerzijds en de koppigheid door te gaan anderzijds. Acteur Peter Baláž weet de tegenstrijdige belangen van Koza invoelbaar neer te zetten. Het ene moment heb je medelijden met zijn lot, om hem vervolgens voor zijn stommiteiten en eigenwijsheid te verafschuwen.

Zijn coach Zvonka roept vooral antipathie op. Al lijkt hij de enige, in de kleine kosmos waarin de film zich afspeelt, die zich bekommert om Koza. Als twee tegenpolen interacteren ze op elkaar. Als de een zich laat uitbuiten, buit de ander hem uit. Da’s allemaal niet zo fraai, maar wel reëel. 

Koza

Fictie is realiteit
Over reëel gesproken. Realiteit en fictie liggen soms dichtbij elkaar. Peter Baláž speelt namelijk zichzelf. Hij ís Koza, met een nagenoeg gelijke geschiedenis. De vriendschap tussen Peter en regisseur Ivan Ostrochovskí en het lot van Peter dat Ivan aanging, heeft geleid tot deze film. 

Naast de veelal zwijgende personen, zien we veel lege landschappen. Achteraf dorpjes, besneeuwde in uni-colour gehulde heuvelgebieden en grauwe cafés. Plots afgewisseld met moderne monorail en een tamelijk kleurrijk eindshot aan het strand. Alsof na die hele lijdensweg er enige hoop gloort aan de horizon. Fictie wordt realiteit.
 

11 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Fille de Brest, La

***

recensie La fille de Brest

Slecht voor het hart

door Cor Oliemeulen

Er kunnen niet genoeg biografische drama’s over klokkenluiders worden gemaakt. La fille de Brest registreert een van de vele verhalen over de nobele strijd van de eenling tegen een verderfelijke organisatie. En als zo’n film niet overdreven sentimenteel is, verdient hij een groot publiek.

Bij Emmanuele Bercot (Parijs, 1967) zit film in elke vezel. Ze acteert, schrijft scenario’s en regisseert. Na Elle s’en va en La tête haute schreef en regisseerde ze La fille de Brest, dat gaat over de bijna kansloze strijd van een longarts tegen een farmaceutisch bedrijf. Ditmaal geen hoofdrol van Catherine Deneuve, maar van de Deense actrice Sidse Babett Knudsen, die door haar Franse collega werd voorgedragen. Knudsen is bekend van de populaire tv-serie Borgen en bleek een aardig woordje Frans te spreken. Haar accent maakt haar geloofwaardig als de provinciale klokkenluider die resoluut door het Parijse establishment wordt afgeserveerd.

La fille de Brest

Hoofdrolspeelster is schot in de roos
La fille de Brest is gebaseerd op het boek ‘Mediator 150 mg’ van de door Sidse Babett Knudsen gespeelde longarts Irène Frachon, werkzaam in een ziekenhuis in het Bretonse Brest. In 2009 ontdekt ze dat het medicijn Mediator van het Franse farmaciebedrijf Servier sterfgevallen onder hartpatiënten veroorzaakt. Wat volgt is een jarenlange strijd waarvan ook haar collega’s en familieleden de dupe dreigen te worden. Het biografische drama is met zijn twee uur niet te lang, want Bercot bouwt de spanning gedoseerd op en voegt voldoende boeiende ingrediënten aan het biografische verhaal toe. Vooral de keuze voor Knusden blijkt een schot in de roos.

Ze is vastberaden (elke tegenslag proberen te overwinnen), kent haar zwaktes (twijfel, soms paranoia) en eigenaardigheden (lachbuien en malle dansjes). Een vrouw voor wie je alleen maar bewondering kunt krijgen, omdat ze (bijna) als eenling vecht tegen onrecht. Voor de patiënten; met heel haar hart en energie. Het is wachten totdat die arrogante vertegenwoordigers van Servier en de veelal vastgeroeste commissieleden van gezondheidsorganisaties een welverdiende schop onder hun achterste krijgen.

La fille de Brest

Realistisch
La fille de Brest voelt realistisch en authentiek (meer dan bijvoorbeeld Julia Roberts die in en als Erin Brockovich uit 1980 de klokken luidt omdat een bedrijf chemisch afval in het drinkwater loost), want de strijd van een eenling blijkt bijna altijd een druppel op de gloeiende plaat. De macht van de (vaak op winst beluste) farmacie is diep geworteld en de meeste gezondheidsorganisaties en artsen hobbelen gewild en ongewild mee met het mechanisme van lobby en verdoezelen-van bijwerkingen-als-het-kan. De meeste betrokkenen achten zich bij voorbaat kansloos, totdat personen als Irène Frachon opstaan.

La fille de Brest wordt extra realistisch door het expliciet in beeld brengen van twee medische handelingen. Emmanuele Bercot vertelt in een interview over haar grootste hobby als prille tiener: kijken hoe haar vader als chirurg hartoperaties uitvoerde in een Parijs’ ziekenhuis. Haar fascinatie komt uitstekend van pas in dit biografische drama. De scène met de open hartoperatie is even relevant als die van een autopsie, waarbij een vrouwenlichaam compleet wordt opengesneden en de organen een voor een worden verwijderd. Het is niet echt, maar oogt wel echt. Beide scènes zijn functioneel, want nu zien we in de ogen van Irène Frachon hoe verwoestend het effect van foutief voorgeschreven medicijnen kan zijn.
 

10 juli 2017

 
MEER RECENSIES