I Am Wrath

**

recensie  I Am Wrath

Meer pulp voor Travolta

door Wim Meijer

‘Who ARE you?’, schreeuwt een creperende slechterik het uit. ‘I am Wrath’, aldus John Travolta die hem van repliek dient. Ooit hoorde hij collega Samuel L. Jackson verzen uit Ezechiël opdreunen, nu spreekt hij zelf drie woorden uit Jeremia. Woorden die niet cool zijn, maar die hem op hoongelach van het publiek komen te staan.

Eerst zou Nicolas Cage deze film doen. Dat hij is vervangen door John Travolta is typerend voor beide acteurs, die ooit samen schitterden in Face/Off. Beiden zijn zo diep gezonken dat ze nu elkaars vervanger zijn voor dit soort pulpfilms. Het is opmerkelijk dat deze film überhaupt in de bioscoop verschijnt, aangezien de meeste films van beide heren tegenwoordig meteen op DVD uitkomen. Of helemaal niet.

I Am Wrath

Super secret black ops missies
John Travolta speelt Stanley Hill, een autoverkoper die net terug is van een sollicitatiegesprek bij Honda. Stanley landt op een luchthaven, ontmoet zijn vrouw en gaat naar de parkeergarage. Uit het niets verschijnt gangster Charley Fly die Stanley overmeestert en zijn vrouw dood steekt. Stanley zelf blijft gewond achter. De politie pakt Charley op, Stanley herkent hem als de dader, maar de moordenaar gaat vrijuit wegens corrupte agenten. Het is dus maar goed dat Stanley zelf voor gerechtigheid kan zorgen, aangezien hij – iemand nog verbaasd? – een ex-special ops militair is.

Stanley trommelt zijn oude maatje Dennis (Christopher Meloni) op, die niet lang nodig heeft om de stemming er een beetje in te brengen. Dat is maar goed ook, want tot het moment dat Meloni zijn gezicht laat zien is er geen klap aan. Dennis is nu kapper, maar was dat niet altijd. Samen met Stanley voerde hij super secret black ops missies uit – je kent ze wel – en het zal niemand vreemd zijn dat de beste man een schiettent, wapenarsenaal en apparatuur om telefoons mee te kraken in de kelder heeft staan.

I Am Wrath

Steeds grappiger
Het budget van deze film zou 18 miljoen zijn en gezien de productie kunnen we alleen maar aannemen dat Travolta het grootste gedeelte daarvan meepikt. De geluidsmix is ongebalanceerd met keiharde muziek tegenover nauwelijks verstaanbare dialoog, shots zijn met enige regelmaat out of focus, de actie is onoverzichtelijk en kent kop noch staart en het acteerwerk is over de linie genomen tenenkrommend. Alleen Meloni lijkt er echt zin in te hebben en kan de lol van dit soort pulp waarschijnlijk wel inzien. Van de coole, charismatische acteur die Travolta ooit was in films als Pulp Fiction en Swordfish is helemaal niets meer terug te vinden.

I Am Wrath is eigenlijk zo’n slechte film dat je halverwege een beetje melig wordt. De running gag ‘you’ve got three minutes’ is elke keer grappiger. Na een uur toont de film zoveel onwaarschijnlijke rotzooi (zoals een shootout in een bomvolle discotheek waarin alleen de bad guys omkomen) dat I Am Wrath op de lachspieren begint te werken. Omdat de film zichzelf naar het slot toe in steeds mindere mate serieus neemt, zit je toch uiteindelijk met een glimlach naar de aftiteling te kijken.

 

10 april 2016

 

ALLE RECENSIES

Demolition

***

recensie  Demolition

Frivool schouwspel over rouw

door Damian Uphoff

Vaak stuit je in films over rouwverwerking op een overdosis pathetiek. Hoe anders is dat in Demolition. Een buitenissige film waarin lichtvoetigheid de boventoon voert, ondanks het loodzware thema.

Regisseur Jean-Marc Vallée is aardig op dreef de laatste jaren. Waar zijn voor zes Oscars genomineerde Dallas Buyers Club en het eveneens gelauwerde Wild drama’s pur sang zijn, is Demolition een komedie. Dit genre is geen onbekend terrein voor de Canadese regisseur: met C.R.A.Z.Y. waagde hij zich er eerder aan, maar een komische film over rouwverwerking is geen courant verschijnsel.

Demolition

Stille rouw
Niet enkel Vallée bevestigt zijn talent met Demolition, ook Jake Gyllenhaal laat na een aantal ijzersterke prestaties (Nightcrawler en Enemy) weer zien wat hij in zijn mars heeft. In Demolition vertolkt hij de rol van Davis: een jonge bankier wiens vrouw Julia het loodje legt in een auto-ongeluk. Davis reageert echter lethargisch op het ongeluk, ogenschijnlijk scheelt het hem weinig. Toch verandert er iets in hem. Hij let op details die hem voorheen niet opvielen en gedraagt zich vreemd en impulsief. Niet iedereen reageert natuurlijk hetzelfde op zo’n tragische gebeurtenis. Sommigen uiten hun rouw expressief, bij anderen verloopt het rouwproces in stilte en duurt het even voordat de pijn écht doordringt.

Davis behoort overduidelijk tot de laatste categorie. Waar iedereen rondom Davis in diepe tristesse raakt door Julia’s dood, heeft onze bankier andere prioriteiten. Vanwege een defect in een snoepautomaat schrijft hij talloze brieven naar een automatenbedrijf. Karen, vertegenwoordigster van de klantenservice, raakt geëmotioneerd door de brieven waarin Davis zijn hele privéleven openbaart. Wat volgt is een merkwaardige vriendschap tussen de twee die samen een nieuw leven op proberen te bouwen.

Uitzinnig
Die vriendschap gaat niet zonder hilariteit gepaard. De humor in Demolition is droog, speels, en een tikkeltje uitzinnig. Vooral Gyllenhaal excelleert als laconieke droogkloot. Zo begeeft hij zich dansend en zingend door drukke straten en haalt hij capriolen uit met Karen’s zoon. Gyllenhaal is overigens niet de enige wiens personage wat eigenaardig is, want ook Karen (Naomi Watts), die de ganse dag aan de cannabis zit, en haar zoon (Judah Lewis), die worstelt met zijn geaardheid, zijn lekker labiele figuren.

Demolition

Davis’ metamorfose van afgeborstelde bankier tot extravagante bon vivant valt te duiden als zijn manier om rouw te verwerken. Opvallend hierbij is zijn drang naar destructie. Dingen die hem aan zijn vrouw, zijn oude leven doen denken vernietigt of verdringt hij. Samen met Karen’s zoon slaat hij bijvoorbeeld zijn oude huis kort en klein. Aldus de titel ‘Demolition ’.

Concessies
Dat Davis’ verwerkmethodes niet helpen blijkt tijdens zijn uiteindelijke bewustwording. De lichtvoetigheid moet even plaats maken voor zwaarmoedigheid, en daar doet de film zich wat mee tekort. Je zit al te wachten op het moment waarop Davis dan eindelijk emotioneel instort en als Vallée vervolgens braaf beantwoordt aan de verwachtingen van de kijker kun je dat als een zwaktebod beschouwen. Gelukkig weten de vele komische vondsten en vooral het spel van Gyllenhaal hun stempel op deze film te drukken.

 

9 april 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Trumbo

****

recensie  Trumbo

Rode Gevaar op Zwarte Lijst

door Ashar Medina

Bryan Cranston (Mr. Breaking Bad) trekt alles uit de kast in een enerverende biopic over een van Hollywoods meest legendarische scenarioschrijvers. Die toevallig ook nog eens een communist was.

Het gevaar van de biopic is dat makers nogal eens verzanden in ongegeneerde verering van hun onderwerp. Over de doden niets dan goeds, luidt het devies. Maar in werkelijkheid waren zelfs de doden natuurlijk niet perfect. Trumbo pakt dit anders aan. We krijgen naast zijn bewonderenswaardige eigenschappen ook zijn zwaktes te zien. Dalton Trumbo was een ‘Mensch’ – en echte mensen laten ook soms een steekje vallen. De man was koppig, trots en (te) scherp van tong. Tel daarbij ook nog eens een zwakte voor alcohol en pijnstillers op en je hebt een uiterst explosieve mix. Dit leverde niet alleen problemen op in zijn persoonlijke leven, het verwoestte bijkans ook zijn carrière.

Trumbo

Top van de filmwereld
Wanneer we de schrijver ontmoeten, staat Trumbo aan de top van de filmwereld; de grootste producenten willen met hem werken, de beste acteurs willen zijn monologen uitdragen. Maar zijn idealisme staat hem in de weg. Trumbo is een uitgesproken communist, en wil vechten voor zijn recht om dat te mogen zijn. Hierdoor wordt hij al snel het doelwit van een heksenjacht geleid door de legendarische westernacteur John Wayne, die Hollywood probeert te zuiveren van communistische invloeden.

Trumbo wordt onderdeel van The Hollywood Ten: tien prominente filmmakers (vooral schrijvers) die niet meewerken aan een onderzoek van het congres. Hij belandt hierdoor zelfs in de gevangenis. Trumbo’s standvastigheid is bewonderenswaardig, maar eist wel zijn tol. Zijn familie komt financieel in de problemen en wordt met de nek aangekeken door de buren die net als de rest van Amerika is gehersenspoeld en gelooft dat de communistische schrijvers middels hun werk propaganda maken voor Russische idealen.

De Anonieme Auteur
Het is een goed gedocumenteerd onderdeel van de Amerikaanse geschiedenis; tijdens de Koude Oorlog werd in alle lagen van de samenleving gejaagd op communisten. Het was dan ook een wonder dat er een groep succesvolle filmmakers met gevaar voor eigen leven voor hun idealen bleef vechten. Ze kwamen hierdoor allemaal op de zogenaamde Black List  en kwamen niet meer aan de bak. Velen gingen bankroet en raakten aan lager wal. Maar Trumbo liet het hier niet bij zitten. Via achterkamertjes wist hij producenten te overtuigen hem toch in te huren, onder de voorwaarde dat zijn naam niet vermeld mocht worden. Zonder dat de autoriteiten het wisten schreef hij zo tientallen films, waarvan Roman Holiday zelfs een Oscar won.

Dit gegeven is fascinerend en zorgt voor een aantal spannende sequenties waarin Trumbo een geheim netwerk van schrijvers creëert die samen anoniem verantwoordelijk waren voor een aantal van de bekendste films uit de jaren 50 en 60. Het keerpunt kwam toen Kirk Douglas openlijk bekend maakte dat Trumbo verantwoordelijk was voor het script van de latere klassieker Spartacus. Vanaf dat moment is de zwarte lijst onhoudbaar en begint ook het publiek te twijfelen aan de praktijken van politici als Joseph McCarthy, die honderden levens verwoestte om punten te scoren als senator.

Trumbo

Enkel verliezers
Ondanks al zijn heldendaden kon Trumbo ook een klootzak zijn. Dit komt het beste tot uiting in zijn relatie met zijn dochter Nikola, die even koppig is als haar vader. Hij eist dat de hele familie meedoet met zijn strijd, maar zij trekt haar eigen plan. Nikola voegt zich bij haar vrienden die strijden voor gelijke rechten voor de zwarte bevolking (de Civil Rights Movement) en dat wordt haar in eerste instantie niet in dank afgenomen door haar vader.

Hier ligt het hart van de film en de centrale vraag die het verhaal voortstuwt: is Trumbo’s politieke strijd meer waard dan zijn gezin? Het is het dilemma van de vrijheidsstrijder: liefde versus idealen. Familie versus carrière. Het zorgt ervoor dat de film geen pamflet wordt, en boven de gemiddelde biopic uitstijgt. Het maakt van Trumbo een mens. In een van zijn latere speeches geeft Trumbo zelf ook toe dat niemand ongeschonden uit de strijd is gekomen: “It was a time of evil, and no one on either side who survived it came through untouched by evil”.

6 april 2016

MEER RECENSIES

 

Bigger Splash, A

****
recensie A Bigger Splash
Opera met stomme zangeres

door Alfred Bos

De Italiaanse regisseur Luca Guadagnino is geschoold in de klassieke (niet alleen Italiaanse) cinema. Met de verteltechniek van toen maakt hij zinderende actualiteit. In zijn relatiethriller A Bigger Splash schittert een kwartet gekende acteurs.

Luca Guadagnino viel in 2009 internationaal op met zijn familiedrama Io sono l’amore (Ik ben liefde), met Tilda Swinton in de rol van verwaarloosde societydame. Broeierigheid is zijn signatuur, de hartstocht – met name van de vrouw – zijn onderwerp. Het is cinema zoals de klassieke regisseur die maakten, van Hitchcock tot Bertolucci, en het rolt zo makkelijk van het filmdoek je hersenpan binnen dat je het vakmanschap niet ziet. De maker verdwijnt achter zijn film en dat is tegenwoordig eerder uitzondering dan regel. Zo kunstzinnig als Guadagnino’s films zijn, gekunsteld zijn ze niet.

A Bigger Splash

A Bigger Splash, de vierde speelfilm van de documentairemaker, kortfilmer en operaregisseur, speelt op het eilandje Pantelleria, zo’n honderd kilometer ten zuidwesten van Guadagnino’s geboorteplek Sicilië. Een androgyne rockster, Marianne Lane (Tilda Swinton), komt in een afgelegen villa bij van een stembandoperatie. Haar jongere minnaar, de ex-alcoholist Paul de Smedt (Matthias Schoenaerts), is een filmmaker die ze kent via haar voormalige geliefde, muziekproducer Harry Hawkes (Ralph Fiennes). Die duikt plotseling in de villa op, vergezeld van zijn 22-jarige dochter Penelope Lanier (Dakota Johnson). Het is op slag gedaan met de rust.

Hormonenbom
Niet alleen is Harry een neurotische druktemaker van jewelste, hij heeft een verborgen agenda. Zijn dochter kent hij nauwelijks, want ze is niet door hem opgevoed. Penelope is een wandelende hormonenbom en lonkt naar Paul. Die ziet met enige argwaan hoe Harry steeds persoonlijker wordt met Marianne, diens ex die hij aan Paul heeft overgedaan toen de bruis was vervlogen. Marianne op haar beurt moet zwijgen en houdt Harry aanvankelijk op armlengte. Dat kan niet goed blijven gaan en dat doet het ook niet. Eén van de vier komt niet meer van het eiland af.

A Bigger Splash is een remake van Jacques Deray’s suggestieve maar fletse cultfilm La Piscine (Het Zwembad) uit 1969, met Alain Delon, Romy Schneider en een jonge Jane Birkin in haar tweede grote film. De personages, setting en intrige zijn identiek. Maar er is een belangrijk verschil, deze film knettert wél. Guadagnino heeft een paar subtiele aanpassingen die de verhoudingen van het origineel omkeren en het drama uitdiepen.

A Bigger Splash

Rolling Stones
Het belangrijkste verschil tussen 1969 en nu zijn de veranderde man-vrouwverhoudingen. De Penelope van Guadagnino is een quasi-naïeve vamp, geen passieve prooi. Paul is geen verveelde playboy, maar een betrokken minnaar. Ook de locatie, met zijn immigranten, is elegant in de plot geschreven: de lokale diender van dienst is een bewonderaar van de zangeres. En dat Marianne, met haar besneden stembanden, zich nauwelijks kan uitspreken is een gouden vondst. Het maakt de witte olifant in de villa alleen maar witter.

De Harry van Ralph Fiennes is een hartelijke, energieke maar diep getroebleerde man die ooit het album Voodoo Lounge van The Rolling Stones heeft geproduceerd (in werkelijkheid was dat Don Was). Hij doet een kostelijke Mick Jagger op Emotional Rescue – het thema van de film – maar blijkt, om in de groepsdynamiek van de Britse rockers te blijven, de Brian Jones van het stel. De bubbel van de luxe villa heeft nood aan een ventiel.

Aan A Bigger Splash valt veel te genieten. Gelaagde personages, afwendbaar noodlot met geraffineerd opgezette twist, schitterende locaties en, bovenal, sterke acteerprestaties. Schoenaerts weet tederheid in zijn stoere minnaar leggen; Fiennes pelt laag voor laag de tragiek van Harry bloot; Dakota Johnson is de heks in Assepoester-vermomming die moet opereren in de schaduw van diva Swinton, in haar derde film met Guadagnino. Die werkt nu aan een remake van Dario Argento’s giallo-klassieker Suspiria, opnieuw met Johnson en Swinton. En goed om Captain Beefheart op de soundtrack te horen.

 

5 april 2016

 

INTERVIEW MET REGISSEUR LUCA GUADAGNINO

 

MEER RECENSIES

 

Prosecutor the Defender the Father and His Son, The

***

recensie  The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Politiek steekspel

door Ralph Evers en Dragan Markovic

In deze reconstructie van een op waargebeurde feiten gebaseerde casus van het Joegoslavië Tribunaal staan een aanklager en een advocaat lijnrecht tegenover elkaar. Na een belastende verklaring van een getuige is diens toekomst wellicht niet meer zeker.

Deze recensie is geschreven door zowel Ralph Evers als gast-recensent Dragan Markovic. Hij zal zichzelf hieronder introduceren en de film vanuit zijn ervaring als medewerker bij het Joegoslavië Tribunaal geven. Daarnaast is hij van Servische origine, dus kijkt hij met andere ogen naar deze film, dan Nederlanders.

The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Blinddoek
The Prosecutor the Defender the Father and His Son is gebaseerd op ware feiten, hetgeen zich vertaalt in de beschuldiging van een zekere Milorad Krstić, die oorlogsmisdaden zou hebben begaan. Dit lijkt een verwijzing naar de veroordeling van de Servische generaal Radislav Krstić in 2001. Aanvankelijk volgen we de verhaallijn vooral in het tribunaal zelf. Dit is op zich interessant genoeg in beeld gebracht, met name door de manier waarop de buitenwereld (de pers) al dan niet op afstand gehouden wordt. Hoe de advocaat afgekapt wordt, hoe de zittingen voortdurend verdaagd worden, en het gesmiespel tussen de rechters, waar de rest niets van mee krijgt. Regisseuse Iglika Triffonova tornt aan de blinddoek van Vrouwe Justitia, die mogelijk niet zo onpartijdig is als we wensen.

Toch beperkt de film zich niet tot een rechtbankdrama. Hij tracht een laagje dieper te graven en de kijker enige context mee te geven. Zoals een ieder die zich verdiept heeft in het Joegoslavië-conflict wellicht wel weet, streden er nogal wat belangen, opportunisme en zogenaamd historische claims om een plaats. De “gewone man” echter moest vooral zien te overleven en dat deed men niet zelden pragmatisch. Dat vertroebelt de vraag naar goed en kwaad.

De advocaat, Mikhail Finn, wil de achtergrond van de jonge getuige tot op de bodem uitzoeken en reist met een tolk naar de afgelegen binnenlanden van Bosnië. Een ruig landschap met een afgelegen gehucht is waar hij terechtkomt. Zoals vaker te zien zal zijn, speelt de film met contrasten. Rijk en arm, stad (Amsterdam en Den Haag) en platteland (Bosnië) en wellicht de belangrijkste: goed en kwaad.

The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Troef
Hierin komt dan ook de sterkste troef van de film tot uiting. Finn ontdekt dat de vader van de getuige nog leeft, terwijl de getuige niet beter weet dat hij wees is. Toch ligt hierin een risico verbonden, Finn kan ernaast zitten. Desondanks neemt hij het risico en reist samen met de vader (Alexander Lekić) terug naar Nederland. Dit stuk is erg geloofwaardig uitgewerkt.

Het is het menselijke drama dat de film overtuigt. Hierin worden de aanvankelijke tegenstellingen tussen de verdediger en de aanklager ontmaskerd. Goed of fout, zwart of wit, valt niet meer zo gemakkelijk vast te pinnen. Daartegen is het tribunaal slechts het decor.

Mixed feelings

The beginning of the film is quite disappointing. It follows the stereotype in which a Bosnian Serb is the villain presented with a big head, small eyes and a face full of scars, while the victim is thin and pale with big blue eyes. Add to this quite unprofessional mistakes, like name Dejan being misspelled as Deyan and the fact that the villain, who is supposed to be a Serbian teacher, somehow has a heavy foreign accent. The film was heading for a disaster.

However, just when I thought that watching this film would be more painful then passing a kidney stone, it took a turn for the better, especially when the whole scenography moved to Bosnia. Next to the beautiful scenes of local landscape, the whole Bosnian cast has done a great job, especially Izudin Bajrovic. This is also where the director managed to get all the details right and pinpoint cultural differences and small things visible especially to the people who lived in both cultures (West and East Europe in this case).

The Prosecutor the Defender the Father and His Son

Presentation
This is obvious in very emotional and interesting dialogues between Jasna (Nermina Lukac) and Izudin Bajrovic, but also in smaller facts like the Bosnian person from a certain background would remove his shoes when entering a house. Or a pat on the knee of another person as a sign “well done” which, as we can only imagine, made a Swedish lawyer (played by Samuel Fröler) feel very uncomfortable due to the “invasion of his personal space”.

Another two things which were extremely well presented were costumes (perfectly fitted for all the characters, especially the ones from Bosnia) and the reactions of a Bosnian person who comes to the Netherlands for the first time and the way he observes this new country. Due to the fact that I have experience with people from this area coming to the Netherlands, this couldn’t have been better presented.

Crisis
Unfortunately, at the very end one can’t escape the feeling that the film has completely missed the point. Instead of focusing on the fact that such an important institution like ICTY (International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia) uses different techniques in order to make witnesses give false testimonies and get the story they want, it puts the accent on the fact that the villain (a Bosnian Serb) was not convicted thanks to the fact that the star witness lied. Even in this highly politicized international court as ICTY applies the rule “the accused is Innocent until proven differently”.

This all makes us wonder if the fact that films that come from East Europe and are being financed by EU (in one way or another) are getting the same funds only if they stick to the certain official stories. I suppose that we do live in the time where film, just as investigative journalism, which used to move boundaries and give new points of view, is in the same crisis.

Dragan Markovic is psychologist, former ICTY worker and former member of various defend teams.

 

4 april 2016

 
ALLE RECENSIES

Second Coming

***

recensie  Second Coming

Zwangerschap roept veel vragen op

door Nanda Aris

Second Coming is het speelfilmdebuut van Debbie Tucker Green, waarvoor ze vorig jaar op het IFFR de The Big Screen Award ontving. Het is prijzenswaardig dat ze dingen uitprobeert: lange shots en geen typisch drama. Maar te lang vragen we ons af waar de film heengaat.

In Second Coming volgen we de onwaarschijnlijke zwangerschap van Jacqueline (Nadine Marshall), ook wel Jax genaamd. Ze heeft al een tijd geen seks gehad met haar man Mark (Idris Elba: Mandela, a Long Walk to Freedom, The Gun Man), maar komt erachter dat ze zwanger is. Ze vertelt Mark niks en twijfelt of ze het kind weg zal laten halen. De spanningen binnen het gezin, waar ook elfjarige zoon Jerome (Kai Francis Lewis) deel vanuit maakt, lopen op.

Second Coming

Zonder woorden
In een van de eerste scènes zien we Jax in een restaurant met haar collega en vriendin Bernie (Sharlene Whyte), en het is mooi dat we zonder dat zij de woorden ‘zwangerschap’ en ‘abortus’ in de mond nemen, toch weten dat ze daarover praten. De overige scènes met de twee vriendinnen voelen koel aan, ze lijken niet erg hartelijk naar elkaar, terwijl Bernie peettante is van Jerome.

We begrijpen als kijker dat Jax twijfelt over haar zwangerschap, maar begrijpen pas gaandeweg de film waarom ze twijfelt of ze het kind zal houden. Als kijker zijn we verward: komt het door de miskramen die ze eerder gehad heeft? Omdat haar verteld is dat ze geen kind meer zou kunnen krijgen? Is het kind toch van een ander? Of snijdt Tucker Green een religieus onderwerp aan, en is ze onbevlekt ontvangen?

Cinematografie
Tucker Green neemt de tijd voor scènes, niets voelt overhaast. Ze maakt gebruik van close-ups, maakt mooie shots van de natuur, en de enscenering is zorgvuldig. Uit de two shots van Jax en Mark aan tafel begrijpen we dat zij als man en vrouw met elkaar zouden moeten praten, al vinden ze het moeilijk. Ook de long take van het gezicht van Jerome, wanneer zijn ouders off screen ruzie met elkaar maken, is prachtig bedacht en goed geacteerd door de jonge Francis Lewis. De inhoud van het beeld is alleen twijfelachtiger. We begrijpen dat Mark denkt dat hij onmogelijk de vader kan zijn, maar waarom zwijgt Jax? We zijn net zo verward als dat zij lijkt. Tucker Green is qua beeld goed op weg, maar het verhaal blijft achter.

Second Coming

Doorsnee
Het gezin is een normaal gezin, Mark werkt als spoorwegarbeider, is een goede vader en man, maar is ook niet te perfect. Jerome is een rustige zoon, die niet alle vakken leuk vindt, maar wel altijd naar school gaat. Niks vreemds aan. Jax werkt als servicemedewerker, en is ondanks dat we haar volgen het meest gesloten. Samen kijken ze tv, lachen ze aan tafel tijdens het eten met de familie, liggen ze samen in bed, kortom vrij doorsnee, geen grote drama’s. Waarschijnlijk is het daardoor des te lastiger om het verhaal te begrijpen.

Een verhaal hoeft ook niet altijd begrepen te worden, het kan heel fijn zijn om een eigen invulling te geven, maar door het zwijgzame, de rust in scènes, de tijd die genomen wordt, blijven we als kijker teveel verward over wat de film bedoelt. Het einde helpt ook niet om deze verwarring weg te nemen. Toch is Tucker Green iemand om in de gaten te houden.

 

2 april 2016

 
ALLE RECENSIES

Experimenter

**

recensie  Experimenter

Minder geslaagd film-experiment

door Ralph Evers

Deze biopic over de geruchtmakende sociaal psycholoog Stanley Milgram weet een goed overzicht van zijn experimenten en leven te tonen, maar faalt in het betrekken van de kijker.

Stanley Milgram is bekend zijn onderzoek naar gehoorzaamheid. Kort gezegd heeft hij aangetoond dat wanneer iemand aangemoedigd wordt door een autoriteitsfiguur (een professor in zijn onderzoek) om moreel twijfelachtige handelingen uit te voeren (zoals het in oplopende mate uitdelen van elektrische schokken aan relatief onbekende mensen), men dit over het algemeen geneigd is te doen.

Persoonlijke ervaring
Tijdens een college over Milgram vroeg de docent aan een zaal met 450 eerstejaars psychologiestudenten, wie het onderzoek zinvol vond, los van de morele invulling. Eén vinger ging omhoog. De microfoon werd onder mijn de mond geschoven om te vragen waarom ik het een goed onderzoek vond. Mijn antwoord was iets met dat de illusie naar onze goedheid doorgeprikt werd. De anderen zijn slecht, maar wij zijn verheven. Helaas.

Het was het jaar 2000, ik was net begonnen met een studie psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na mijn toelichting gingen er nog een paar vingers omhoog, er waren meer mensen die het spraakmakende en controversiële onderzoek van Milgram toch wel belangrijk vonden.

Experimenter

Milgram is in zijn leven vaak door collega’s en critici aangevallen. Achteraf bleek keer op keer de ontsluiering van onze verheven moraal boven die van de slechteriken het heikele punt te zijn. Daar kan Milgram zelf niet zoveel aan doen. Toch is er een kritiek die wel hout snijdt, en die ook in Experimenter niet aan de orde komt. In zowel de film als in veel tekstboekbeschrijvingen wordt genoemd dat het overgrote merendeel tot het uiterste ging, terwijl in werkelijkheid het percentage dat tot het uiterste ging 62,5% was. In de film zien we echter slechts één man weigeren. Toevallig een Nederlander. Anderen sputteren wel tegen, maar gaan toch door tot het uiterste van 450 volt, overeenkomstig de onderzoeksresultaten.

Sterk begin
De film start sterk en belooft een interessante mix te worden van historische feiten, de persoon Milgram en een daaromheen geschreven verhaal. Echter, na het sterke begin, waarin we op een meeslepende manier meegenomen worden in het onderzoek en de “dierentuin” van de laboratoriumbewoners, kiest de film er voor om vooral op de persoon Milgram in te gaan en hem te plaatsen in de tijdsgeest. Die tijdsgeest is op zich leuk gedaan door met een blue screen  te werken in de jaren zestig en met een lelijke, doch prominente baard in de jaren zeventig (de jaren tachtig heeft men, gezien de wansmaak, maar niet meer gemodelleerd).

Ook krijgen we een inkijkje in de vele interessante experimenten die Milgram gedaan heeft, waarbij opvalt dat zijn eerste onderzoek. Daarbij kijkt hij steevast in de camera om de kijker, à la Kevin Spacey in House of Cards, op de hoogte te brengen van de context.

Hiermee stapt de film als het ware uit zichzelf, en begint de kijker de band met de overige personages op het scherm te verliezen. De film verwordt zo tot een chronologische opsomming van de experimenten, zonder dat er nog een spanningsboog aanwezig is. Om maar te zeggen: het geheel begint wat saai en afstandelijk te worden. En dat is jammer, want gezien de stof die Milgram heeft doen opwaaien, was daar echt wel een vurige film uit te maken. Daarbij is Peter Sarsgaard goed gecast; met z’n laconieke glimlach is het nooit volstrekt duidelijk wat er in hem omgaat.

Experimenter

Opmerkelijke geschiedenis
De geschiedenis van de psychologie is op z’n minst opmerkelijk. Een jonge wetenschap die door middel van experimenteren de menselijke geest, maar in de praktijk vooral het menselijk gedrag blootlegt. Dat begon al bij de voorvader van de psychologie, Wilhelm Wundt (die door middel van experimenten ons bewustzijn trachtte te verklaren en ging via Reich en Perls richting de lichaamsgerichte stromingen).

De ironie is dat de frontale lobotomie een Nobelprijs opleverde, de enige voor de psychologie ooit, terwijl dat nu net niet is wat je wil. De ingreep komt erop neer dat er een paar sneetjes in de hersenen worden gemaakt, waardoor ernstig gestoorde, of verstorende individuen tot kasplantjes verworden. Het is de ironie van een geestelijke wetenschap dat zij eigenlijk al haar pijlen gericht heeft op het technocratisch, biologisch, “hard” wetenschappelijk model en haar spirituele, morele model nauwelijks aandacht heeft gegeven.

Binnen de lijn van de experimentele aard van psychologisch onderzoek, valt de proefneming van Stanley Milgram in het bijzonder op. Vorig jaar kwam dat andere spraakmakende experiment opnieuw onder de aandacht, The Stanford Prison Experiment (een groep studenten wordt verdeeld in gevangenen en bewakers). Een film die in vergelijking met Experimenter in het experiment zelf duikt en daarmee een boeiendere zit oplevert, doch niet aan het experiment zelf voorbij gaand.

28 maart 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Moonwalkers

***

recensie  Moonwalkers

Kubrick-mythe als filmplot

door Alfred Bos

Moet je stoned of anderszins onder invloed zijn om deze komedie rond Ron Pearlman te kunnen waarderen? Nee, maar het helpt wel.

Wanneer hebben we Ron Pearlman voor het laatst op het witte doek gezien in een film die niet beter direct op dvd had kunnen worden uitgebracht? Was het in het visueel avontuurlijke wuxia meets comics-drama Bunraku uit 2010 of de tweede Hellboy-film, The Golden Army, van twee jaar daarvoor? De Guilllermo del Toto-fan roept natuurlijk: Pacific Rim, maar die vonden wij weer niet te pruimen.

Moonwalkers

Hoe dan ook, de man die de kleinzoon van de legendarische Franse acteur Fernandel had kunnen zijn is momenteel nauwelijks van het tv-scherm te branden – mis vooral niet zijn vertolking als godsdienstwaanzinnige rechter in de Amazon-serie Hand of God – en de voornaamste ster in deze kolderieke, met veel stoner-humor opgetuigde productie van Belgische makelij, het regiedebuut van een zekere Antoine Bardou-Jacquet, als dat zijn echte naam is tenminste.

Geestverruimend menu
Het is juli 1969 en de Amerikanen staan op het punt om Apollo 11, met aan boord onder andere Neil Armstrong en Buzz Aldrin, naar de maan te schieten. Om de propagandaoorlog van de Russen te winnen moet deze meesterzet van Koude Oorlogsvoering natuurlijk wel slagen en om elk toeval – en dat is ruim aanwezig met een maanlander wiens boordcomputer een werkgeheugen van 20K heeft – uit te sluiten stuurt de Amerikaanse geheime dienst zijn agent Tom Kidman (Ron Pearlman) gewapend met een koffer met geld naar Londen. Hij moet Stanley Kubrick overhalen om de maanlanding te faken.

Pearlmans tegenspeler is Rupert Grint, die we nog kennen als het bangige vriendje van Harry Potter uit de gelijknamige filmreeks. Grint vertolkt Jonny Thorpe, de klunzige manager van een hopeloze rockband, die op kamers leeft met de altijd onder invloed verkerende – naarmate Moonwalkers vordert verrijkt hij zijn hasj-menu met opium, lsd en paddenstoelen – Leon, een rol van Robert Sheehan. Pearlman speelde eerder samen met Sheehan in een van de minst gedenkwaardige films (uit een lange reeks) van Nicolas Cage, Season of the Witch, en Sheehan kent op zijn beurt Grint van het drugsfestijn Cherrybomb en zo is de cirkel van deze parodie op een stoner-film rond.

Moonwalkers

Gedrogeerde slapstick
Het zegt ook iets over wat we van Moonwalkers kunnen verwachten: doorgerookte slapstick met knipogen naar de realiteit, want het broodje aap-verhaal rond Kubrick’s namaakmaanlanding is uitgegroeid tot een urban myth waar heuse documentaires over zijn gemaakt. Verwikkelingen te over: Kidman is een getraumatiseerde Vietnam-veteraan die lijdt aan hallucinaties. Thorpe is geld schuldig aan een Londense onderwereldbaas genaamd The Ironmonger. Dan zijn er nog een Duitse arthouse-regisseur, een wulpse hippiedame (de Waalse actrice Erika Sainte; die willen we vaker zien) en natuurlijk de sigaren paffende generaal – shades of Dr. Strangelove – die vanuit een geheime bunker de verwikkelingen op afstand volgt.

Die laatste stuurt een batterij mannen in zwart naar Londen om alle getuigen van het maanfilmpje uit de weg te ruimen, wat culmineert in een kostelijke climax, want laat nu net op dat moment ook The Ironmonger met een legertje gorilla’s op de filmset neerstrijken. Moonwalkers is de natte droom van theoretici van de post-moderne film want hij handelt over een genepte nepmaanlandingsfilm.

De grappen draaien om het persifleren van de hippiemores en het broodje aap-verhaal rond Kubrick (inclusief vele verwijzingen naar diens films), het uitvergroten van overbekende clichés en het tot groteske porties oppompen van cartoonesk ultrageweld dat op zijn leukst is wanneer het zich buiten beeld afspeelt en alleen op de geluidsband is te horen. Los van de uitstekende, zij het voor de hand liggende muziekkeuze (Jefferson Airplane, Lovin’ Spoonful, Creedence Clearwater Revival) is de experimentele geluidsband de geheime kracht van de film, met dank aan de Franse house-producer Alex Gopher. Ook broodnuchter valt er genoeg te grinniken.

 

28 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

Eddie the Eagle

***

recensie  Eddie the Eagle

Meedoen is belangrijker dan winnen

door Wim Meijer

Eddie the Eagle toont de underdog Michael Edwards op lange latten die alle verwachtingen overtreft en zijn Olympische schansspringdroom waarmaakt. Het is een sympathieke film met dito hoofdpersoon die gekkere sprongen maakt dan de film zelf.

Michael Edwards (Taron Egerton), zoals Eddie the Eagle eigenlijk heet, is een kleine, doortastende jongen die je alles gunt. Zijn droom om een Olympiër te worden begint al in de openingsscène, waarin hij verscheidene zomersporten uitprobeert. Er sneuvelen vele brillenglazen tijdens pogingen te kogelstoten of hordelopen, maar de maat voor Eddie’s vader is pas echt vol wanneer er een speer rakelings langs hem door het raam vliegt. Eddie moet maar stukadoor worden, net als hijzelf.

Recensie Eddie the Eagle

Eddie raakt meerdere malen in de film overtuigd van zijn onvermogen – niet geheel onterecht overigens – maar klautert telkens weer overeind. Eddie blijkt zelfs zowaar voor skiën enigszins talent te hebben. Het is echter niet genoeg, want hij plaatst zich niet bij het Britse Olympische team op de slalom. Maar Eddie geeft niet op, hij krijgt z’n moeders spaargeld en jat z’n vaders busje om te gaan schansspringen.

Even onnozel als komisch
Eddie gaat trainen in Duitsland en springt oud-schansspringer Bronson Peary tegen het lijf. Peary is een cynische zuiplap, een rol die Hugh Jackman ondertussen kan dromen na alle X-Men films. Peary moet niets weten van Eddie, maar ontwikkelt een zwak voor zijn doorzettingsvermogen en al snel vormen de twee een onafscheidelijk duo met maffe trainingsmethoden, zoals trainen op aerodynamica door op het dak van een rondrijdend busje te staan. Het levert wel leuke scènes op waarin de twee protagonisten naar elkaar toe groeien.

Fijn aan de film is het karakter van Eddie zelf. Eerst zou hij gespeeld worden door Steve Coogan – je moet er niet aan denken – maar gelukkig is later de relatief onbekende Taron Egerton gecast. Hij vertolkte Eggsy in het fantastische Kingsman: The Secret Service en lijkt sprekend op de echte Michael Edwards. Eddie’s blik achter zijn enorme bril is goud waard, zijn opmerkingen even onnozel als komisch, zijn volharding tekenend voor een Olympiër. Het is een vermakelijke set kwaliteiten die Eddie als karakter een stuk interessanter maken dan zijn coach.

Contrast
Je ziet het al helemaal gebeuren natuurlijk, een Brit die zonder enige ervaring van schansen springt in een trainingsgebied in Duitsland. Het contrast is haast zo groot als in Cool Runnings waar we allemaal juichten voor Jamaicanen in een bobslee. Regisseur Dexter Fletcher liet zich inspireren door die culthit uit 1993 en dat is te merken. Eddie the Eagle heeft dezelfde Disney feelgood vibe, met veel vrolijke muziek, excentrieke personages, een enorme underdog en een happy ending waar de gemiddelde massagesalon in Amsterdam nog een puntje aan kan zuigen. De film refereert nog kort aan zijn spirituele voorganger in een radiobericht tijdens de Olympische Winterspelen van Calgary in 1988.

Eddie the Eagle

Dexter Fletcher maakte eerder Wild Bill, een film over de terugkeer van een crimineel naar zijn twee verlaten zoontjes na jaren gevangenschap. Een prima debuut, vermakelijk met een rauw randje. Eddie the Eagle blijft echter keurig binnen de lijntjes en weet nergens te verrassen. De chemie tussen Jackman en Egerton maakt een hoop goed, maar de film is bijzonder voorspelbaar. De scènes gemaakt door een ‘helm-cam’ waarin Eddie als een gek van een schans naar beneden raast, spreken wel tot de verbeelding, met prachtige shots in mid-air.

Eddie the Eagle, in tegenstelling tot de hoofdpersoon bepaald geen hoogvlieger, speelt erg in op het underdoggevoel en haalt het onderste uit de kan. Van enige diepgang is nauwelijks sprake, zowel qua script als karakterontwikkeling. Ondermaats is de film echter allerminst en valt hij te vergelijken met de titulaire hoofdpersoon: ’t is niet goed, maar wel behoorlijk vermakelijk.

 

25 maart 2016

 

 

ALLE RECENSIES

 

Krigen

***

recensie  Krigen

Een leugentje om bestwil

door Cor Oliemeulen

Een commandant in Afghanistan neemt onder grote druk een beslissing met tragische gevolgen. In eigen land wordt hij aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Het Deense oorlogs- en rechtbankdrama Krigen draait om morele dilemma’s.

De Deen Tobias Lindholm ontwikkelde zich in korte tijd als begenadigd scenarioschrijver met ijzersterke films als Submarino, Kapringen en Jagten. Als regisseur maakte hij drie films: R, Kapringen en Krigen, met steeds een prominente rol voor Pilou Asbæk. In laatstgenoemde drama, dat was genomineerd voor een Oscar voor beste niet-Engelstalige film, speelt hij commandant Claus Michael Pedersen die samen met zijn compagnie door de Deense overheid naar Afghanistan is uitgezonden om de bevolking te helpen met de wederopbouw van het land, zoals dat zo mooi heet.

Krigen

Cruciale beslissing
Geteisterd door bermbommen, zengende hitte en het gemis van het thuisfront krijgen de soldaten op een dag te maken met zware beschietingen en de chaos die hiermee gepaard gaat. Een collega die zwaargewond raakt, kan alleen maar worden afgevoerd als de beschietingen zijn opgehouden. Claus neemt daarom een cruciale beslissing: hij vraagt luchtsteun om de vijandelijke compound te bombarderen. De soldaat kan worden gered, maar tijdens de bombardementen blijken onschuldige Afghaanse vrouwen en kinderen te zijn omgekomen.

Het Deense leger verleende met het beschikbaar stellen van materieel medewerking aan Krigen en veel van de soldaten zijn daadwerkelijk actief geweest in Afghanistan. Het is niet de belangrijkste reden dat filmmaker Tobias Lindholm zich schijnbaar op de vlakte houdt als Claus bij thuiskomst wordt aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. De kijker mag oordelen over de beslissing van de commandant, zoals dat hoort bij dit soort morele dilemma’s, die zijn ingegeven door politieke keuzes van overheden.

Moreel dilemma
Wie in de eerste helft van Krigen – het oorlogsdrama – goed oplet, begrijpt dat de beste stuurlui aan wal staan. Idealistische, plichtsgetrouwe soldaten in oorlogsgebied raken nu eenmaal met onmogelijke opdrachten verzeild in onmogelijke situaties, waardoor morele grenzen kunnen vervagen en acute omstandigheden om snelle handelingen vragen. De camera staat nooit stil en het onrustige, schokkende beeld onderstreept de gemoedstoestand van claustrofobie, grote psychische druk en realistische geweldshandelingen die door geen enkele videogame of leerinstructie zijn te simuleren.

Krigen

Uiteindelijk weer thuis in Denemarken – het rechtbankdrama – wil de politiek-correcte aanklaagster weten of Claus de vijand had gezien – een voorwaarde om de boel te laten bombarderen. Claus’ antwoord betekent de keuze tussen vier jaar cel of het gemis van zijn vrouw en kinderen. Volgt hij zijn geweten of wordt het een dikke middelvinger naar overijverige beleidsmakers die vanachter hun bureau beschikken over leven en dood en hun volgende baan proberen veilig te stellen? Of kiest Claus voor een nieuwe toekomst met zijn prille gezin?

Lindholm kiest voor een praktische oplossing. Dat is handig en diplomatiek, maar hij maakt hiermee een sterkere apotheose onmogelijk, zoals in Jagten, die wel lang nadreunt. Krigen mist hierdoor de impact die het had kunnen hebben: het staan voor een beginsel en het aan de kaak stellen van politieke hypocrisie.

Dat neemt niet weg dat de keuzes die in Krigen worden gemaakt, genoeg stof opleverden voor een aflevering van onze rubriek Ondertussen, op de redactie. Lees hier onze aflevering ‘Moreel dilemma bij de kijker’.

 

20 maart 2016

 
ALLE RECENSIES