Mountains May Depart

**

recensie  Mountains May Depart

Onafhankelijk drieluik

door Ralph Evers

Een klinkende vermelding van de Palme d’Or-competitie doet het meestal wel goed in de filmwereld. Hoge waardering, denken we. Automatisch koppelen we daar aan vast dat het “wel een goede film zal zijn”, maar is dat ook waar? Mountains May Depart tart deze “regel”.

Mountains May Depart wordt verteld in drie aktes in drie verschillende periodes. De film begint in 1999, de drempel van een nieuw millennium. Hierin volgen we de dorpsschoonheid Shen Tao die begeerd wordt door twee mannen. De simpele arbeider Liangzi en de gladde zakenman Zhang Jinsheng. Die eerste liefde kenmerkt zich door uitvergrote emoties en speelsheid, gelijk jonge mensen. Er hangt een zweem van nostalgie over die eerste akte, een verlangen aan een tijd van onschuld, die niet meer is. Regisseur Jia Zhang-ke (A Touch of Sin) registreert dit, maar zet onverbiddelijk de bijl in de herinnering: de tijd stroomt door, evenals de machtige gele rivier.

Mountains May Depart

Teloorgang
De volgende aktes zijn rauwer. De tweede akte kenmerkt zich door de teloorgang van Liangzi. Nadat Zhang Jinsheng met Shen Tao trouwde is hij vertrokken naar het noorden. Werkend in de mijnen heeft hij stoflongen gekregen. De camera vertraagt, staat stil bij het leed. De wat al te nadrukkelijke soundtrack doet verwoede pogingen om het menselijk drama dik aan te zetten. Zhang-ke graaft in deze akte een laag dieper. Dat was ook wel nodig, want de eerste akte kent naast haar nostalgie en frivoliteit veel shots waarvan je je als kijker afvraagt waartoe die dienen.

De derde akte ten slotte gaat dieper in op de lotgevallen van Zhang Jinsheng en diens zoon Daole, die in Australië, waar Jinsheng naar geëmigreerd is, Dollar genoemd wordt. Deze akte breekt nogal met de eerdere aktes. Dit contrasteert nogal met hoe in de beeldtaal de overgangen worden getoond: subtiel. Het is in deze akte dat Zhang-ke zich begint te vertillen aan zijn verhaal. Want waar de eerste twee aktes vooral vertrekken vanuit de reeds geïntroduceerde personages, sleept de derde akte er een berg andere fenomenen bij. We leven dan in 2025 en de assimilatie van de Chinese migranten binnen de Australische cultuur verloopt niet altijd even gemakkelijk. Zeker niet binnen de gezinnen. Een lerares biedt voor de jonge Dollar soelaas.

Mountains May Depart

Karikatuur
Op het moment dat Zhang-ke besluit om de menselijke thema’s als liefde, hoop en dood te midden van een snel veranderende wereld te plaatsen, begint de film te rammelen. Te ambitieus. Doordat de overgangen te abrupt blijken, doordat de intense life-events (zoals de dood van opa) soms zelfs karikaturaal aandoen en door uiteindelijk de personages niet voldoende uit te werken, mis je de verbinding met wat er op het witte doek plaatsvindt.

Binnen de ontstane karikatuur past dan ook het liedje Go West van de Pet Shop Boys. Uit de toon vallend door een veel te vrolijk themaatje, wat haaks staat op het drama dat onze protagonisten ondergaan. Wellicht met een bedoeling van de regisseur, net als het grapje met het beeldformaat. Beginnende met 4:3, de tweede akte fullframe en de derde akte widescreen. Mountains May Depart kent een interessant uitgangspunt, maar vergeet te overtuigen.

 

18 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

Brooklyn

****

recensie  Brooklyn

Heimwee in Amerika

door Wim Meijer

Brooklyn vertelt het verhaal van de Ierse immigrante Eilis die in de jaren ’50 haar kleine dorp verlaat voor de grote stad New York. Het vertrek valt Eilis zwaar, totdat ze de Italiaanse Tony tegenkomt.

Het is 1951. Eilis (Saoirse Ronan) en haar beste vriendin Nancy (Eileen O’Higgins) staan in de hoek van de lokale dansgelegenheid, waar Ierse folk de mannen en vrouwen uit het dorp bij elkaar brengt. Slurpend aan een flesje fris wachten ze op de mannen van de rugbyclub. Althans, Nancy. Eilis ziet ze als ’those boys with their hair oil and their blazers’. Zij ziet het nut er niet meer van in, zich mooi maken voor de mannen. Zij moet naar Amerika.

Brooklyn

Bekrompenheid
De reden van Eilis’ vertrek is plattelandsproblematiek: de toekomst voor een jonge dame ligt niet in het kleine Ierse dorp Enniscorthy met al zijn eigenaardigheden en bekrompenheid. Zo bekritiseert Mrs. Kelly, een oude feeks die een winkeltje heeft, een klant die op zondag schoenpoets koopt. Dat had ze namelijk de dag ervoor al moeten doen. De klant weet het en knikt verontschuldigend. Dit soort sociale controle waar Mrs. Kelly zichtbaar van geniet, werkt verstikkend.

Amerika is echter niet het beloofde land, ondanks de goede bedoelingen van Father Flood (Jim Broadbent) van de kerk en Eilis’ zus Rose (Fiona Glascott) die de trip voor Eilis mogelijk maken. Eilis heeft geen zin in een wereldreis in haar uppie waardoor ze Rose en haar moeder achterlaat in Ierland, maar het alternatief is wegkwijnen en op zondag voor Mrs. Kelly werken. Het duurt niet lang of Eilis is doodongelukkig, zo ver van huis. Momenten van vreugde zijn er nauwelijks in Amerika, want ze mist het thuisfront, hoe armoedig en verstikkend dit ook was.

Eilis werkt in een warenhuis als verkoopster, maar verkoopt weinig. Het doet denken aan Carol, waarin Rooney Mara een timide verkoopster speelt die zich, net als Eilis, niet op haar gemak voelt. Eilis’ passieve houding die niet bepaald tot goede verkopen leidt, trekt de aandacht van haar leidinggevende Ms. Fortini (Jessica Paré) en Father Flood. Door hun hulp vindt Eilis’ langzaam haar draai en volgt ze lessen in boekhouden. Wanneer ze Tony (Emory Cohen) tegen komt, maakt heimwee plaats voor liefde.

Brooklyn

Self made woman
De Ierse actrice Saoirse Ronan is op haar eenentwintigste al een fenomeen, met twee Oscarnominaties op zak: eentje voor Atonement en nu voor Brooklyn. We hebben van Ronan in diverse rollen genoten, variërend van een kleine moordmachine in Hanna tot de aandoenlijke Agatha in The Grand Budapest Hotel, maar zelden had haar rol zo’n impact. Want wat is ze sterk, met alle subtiele emoties, fragiele blikken en overtuigende onzekerheid. En kan ze eigenlijk eens in haar eigen accent praten – prachtig, dat Iers. Ook de transformatie naar self made woman later in de film, nadat ze de Italiaanse Tony ontmoet, is knap gespeeld.

Tijdens het kijken naar dit heerlijk geacteerde liefdesdrama waan je je in een andere tijd. De kostuums, sets, muziek en algehele sores van de vijftiger jaren zijn bijzonder treffend. Brooklyn heeft de jaren ’50 warenhuizen met al hun pracht en praal die we eerder zagen in Carol, mooie wagens die door de straten van New York tuffen en mannen in driedelig pak. Het verhaal dreigt soms te zoetsappig te worden, maar door Saoirse Ronan komt alles mooi samen: heimwee, liefde, verantwoordelijkheid naar familie toe en zelfontplooiing.

De film bevat een aantal schitterende scènes, waaronder een Iers a capellalied op kerstavond, gezongen door een Ierse arbeider die heeft meegeholpen aan de aanleg van sporen en wegen, maar nu uitgerangeerd is. Het is dit soort tragiek die soms door de scènes sijpelt waardoor de film lading krijgt en je verbondenheid voelt met het Ierse volk. Want het moge duidelijk zijn dat Brooklyn niet alleen om Eilis draait, maar dat ze symbool staat voor een hele generatie.

14 maart 2016

 

 
ALLE RECENSIES
 

Ik wil gelukkig zijn

***

recensie  Ik wil gelukkig zijn

Een leven voorbij laten gaan

door Suzan Groothuis

Fien de la Mar was een icoon in de Nederlandse toneelwereld. De documentaire Ik wil gelukkig zijn, een verwijzing naar het gelijknamige lijflied van Fien, laat haar succes en haar ondergang zien.

In Ik wil gelukkig zijn duiken we in het Nederland van de jaren 20 en 30. In de toneelwereld wel te verstaan, waar Fien (ook wel Fientje) de la Mar een opkomend toneeltalent was. Aangespoord door haar vader Nap de la Mar, bekend acteur en regisseur, betrad de jonge Fien het toneel om uit te groeien tot een beroemde vedette.

Ik wil gelukkig zijn

Regisseur Annette Apon (Droom en Daad, 2012) kiest voor een structuur waarin zij acteurs de tekst van mensen die Fien gekend hebben laat oplezen. Geen talking heads dus die vertellen over Fiens wispelturige leven, maar voice-overs die persoonlijke ervaringen over de toneeldiva etaleren aan de hand van foto- en archiefmateriaal. Ook zijn er beelden te zien van toneel en filmvoorstellingen, waarbij alleen de filmbeelden voorzien zijn van een geluidsband.

Juweel en onmogelijk mens
Daarnaast volgen we actrice Johanna ter Stege die in de huid kruipt van Fien de la Mar. Zij vertolkt Fiens hoogtepunt uit het Nederlandse cabaret, een monoloog over de verwoesting van Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een tekst waar Ter Stege zichtbaar op oefent en zich op voorbereidt, maar die Fien heel eenvoudig zonder enige pathos bracht. Een scène die duidelijk maakt dat Ter Stege Fien de la Mar niet imiteert, maar zich laat leiden door de tekst en de emotie die daaruit blijkt.

Emotie en Fien staan dicht tot elkaar. Mensen uit de toneelwereld die Fien gekend hebben omschrijven haar als iemand die onfeilbaar van binnenuit wist te ontroeren. Maar Fien had twee kanten in zich: een juweel en een onmogelijk mens met wie niet te leven viel. Op het podium viel zij op door haar mateloze energie. Er gebeurde iets als Fien op de planken stond, ze bracht leven in de films. Tegelijkertijd was ze ongedisciplineerd en liet zich niet leiden. Ofwel zoals iemand het omschrijft: ze was een van de moeilijkste mensen om te begeleiden.

Ik wil gelukkig zijn

De persoon achter de actrice
Ondanks de vele talenten die Fien rijk was, verliep haar leven niet rooskleurig. Annette Apon loodst de kijker door haar roerige en grillige leven, waarin meer aandacht is voor de glamour van het toneel dan de keerzijde. Tragische gebeurtenissen zoals de dood van haar vader, het overlijden van haar man (een relatie die zich kenmerkte door elkaar vinden en verliezen) en de zakelijke mislukking van een eigen theater worden kort aangehaald. Wie Fien buiten de overrompelende persoon op de planken nou precies was, wat haar dreef en wat er in haar omging, blijft een mysterie.

Het gemis aan verdieping in haar persoonlijk leven maakt Ik wil gelukkig zijn tot een afstandelijk portret. Dat de teksten van mensen die haar gekend hebben door acteurs zijn ingesproken, zorgt ook voor een koele en gemaakte benadering – er ontbreekt een bepaalde oprechtheid en emotie. Wat blijft hangen na het zien van de documentaire, die in zijn speelduur van 72 minuten overigens vrij kort is, is het beeld van Fien op het toneel en in film. Je ziet een charismatische verschijning die het beeld volledig in beslag neemt en naar zich toe trekt.

De lovende woorden van mensen die met haar gewerkt hebben komen daarmee tot leven: overrompelend, tovenarij op het toneel. De slotscène, waarin we Fien zien in de laatste dagen van haar leven, spreekt het meest tot de verbeelding. Ze zingt: “Mij kan niets meer gebeuren, ik ben door alles heen, en intussen gaan de gebeurtenissen van mijn leven aan mijn ogen voorbij.” Hoe waar die woorden zijn spreekt uit haar ogen.

 

13 maart 2016

 

ALLE RECENSIES

Belgica

***

recensie Belgica
Favoriet oord van verderf

door Alfred Bos

Felix van Groeningen blijft voor zijn vijfde speelfilm dicht bij huis. Het nachtleven van Gent staat centraal in een flets uitgewerkt verhaal over twee broers die een kroeg annex fuifruimte exploiteren. Daar is het feest, net als op de soundtrack.

Feesten zit de Belgen in de ziel. Jong of oud – die laatsten voorop – staan vaker op de dansvloer dan in de rij voor de kassa van de supermarkt. Op een willekeurige zondagmiddag is het land van Hasselt tot Zeebrugge een mozaïek van dancings en dorpsfeesten. Voor er deejays bestonden, dansten Vlamingen op de kartonnen orgelboeken van het pierement. De dubbele draaitafel voor de jock-van-dienst is de vondst van een Brusselse, Régine Zylberberg. Toen house eind jaren tachtig in West-Europa explodeerde nachtbraakte jong België al enkele jaren op new beat.

Belgica

Belgica, de vijfde film van Felix van Groeningen, verbeeldt de Belgische ziel. Hij vertelt het verhaal van twee broers, Jo (Stef Aerts) en Frank (Tom Vermeir), die het café uit de filmtitel uitbreiden met een feestzaal en daar dolle nachten doorbrengen. In het ‘favoriete oord van verderf’ vult muziek iedere minuut, zijn de drugs overal (tot op de toog toe) en is aan seks geen gebrek. Dat alles uiteraard tegen een decor van zwart opererende uitbaters, wegkijkende dan wel enveloppen wegstekende autoriteiten en een immer dorstige clientèle.

Lastige zatteklappen
Van Groeningen, die zoals bij al zijn films meeschreef aan het scenario, put voor Belgica  uit jeugdervaringen: zijn vader exploiteerde de in Gent gekende uitspanning Charlatan. De film munt uit in sfeertekening van het milieu, neergezet met veel visuele flair. Zo is de openingsscène ijzersterk, de kijker wordt zonder pardon bij de lurven gepakt en het verhaal in geslingerd. Bovendien is de psychologie genuanceerd, de broers zijn complete karakters die in meerdere registers opereren. Maar jammer genoeg is Belgica, naast al die verdiensten, ook een film op zoek naar drama.

Dat drama, de karakterzwakte van de oudere broer Frank die niet kan kiezen tussen de rol van attente huisvader en feestende losbol, wordt vroeg geïntroduceerd, maar veel te laat ontwikkeld. Bijna twee uur lang zien we Frank voor, achter, op en onder de toog, of in de weer met lastige zatteklappen, gewillige dames en de hinderlijke buitenwereld (bewaking, brandweer), terwijl de kijker wacht op de knal. Van Groeningen steekt de lont pas ver in de slotact aan, zodat het werkelijke drama, Franks emotionele Werdegang, in de slotminuten wordt afgeraffeld.

Belgica

Soulwax
Wat ook bevreemdt zijn enkele merkwaardige anachronismen. De film opent in de jaren negentig, blijkt uit de posters in Jo’s woning en op een pontificaal in beeld gebracht affiche van Belgica’s feestelijke opening staat de inkom vermeld in franken, wat spoort met Jaydee’s Plastic Dreams (uit 1993) op de geluidsband, maar als we Jo de kas zien tellen laat hij euroflappen door zijn vingers glijden. Ook haaks op de tijdslijn van de film staat de elektrorock die een viertal geheel in het wit geklede dames op het podium van Belgica uit de synthesizers klopt; die muziekstijl is van na de eeuwwisseling. Diverse potentiële incidenten, rond Jo en vooral Frank, blijven onderontwikkeld, wat ertoe bijdraagt dat het verhaal stokt in sfeertekening.

Van Groeningen kreeg, ook internationaal, de handen op elkaar voor De helaasheid der dingen en het eveneens met veel muziek opgetuigde The Broken Circle Breakdown. Het beste van Belgica komt evenwel niet van het filmdoek, maar uit de luidsprekers. Verantwoordelijk voor de ijzersterke geluidsband zijn de gebroeders Stephen en David Dewaele alias Soulwax, ook wel bekend als 2ManyDJ’s en Nite Versions (de electroversie van Soulwax). Ze tekenen voor het complete scala aan acts dat in Belgica’s feestzaal voorbij trekt, van neorockabilly tot ultrascherpe new wave, allemaal rake pastiches. De soundtrack lijkt een compilatie van onbekende bands, maar het is gewoon het nieuwe Soulwax-album.

 

8 maart 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Room

***

recensie  Room

Moeder en zoon versus De Wereld

door Ashar Medina

Brie Larson en nieuwkomer Jacob Tremblay schitteren als moeder en zoon die jarenlang gevangen worden gehouden door een psychopaat die ze behandelt als zijn huisdieren. Drama, suspense en een heel klein beetje actie kunnen echter niet verhullen dat de makers bleven hinken op twee gedachten.

Room is als film moeilijk te recenseren zonder teveel weg te geven. Het zijn eigenlijk twee verhalen in een. De eerste helft laat zien hoe Joy (Larson) het leven voor haar 5-jarige zoontje Jack zo normaal mogelijk probeert te maken. Ze zitten al jarenlang vast in een kleine schuilkelder, waar ze elke avond bezoek krijgen van hun cipier, Old Nick. Jack is zelfs geboren in de ‘room’, en weet niet beter dan dat dit de wereld is. Dat is ook gelijk het meest aangrijpende aan het verhaal dat wordt verteld via zijn voice-over.

Room

Jacks naïeve, onschuldige kinderstem staat in schril contrast met de onmenselijke omstandigheden waarin hij en zijn moeder verkeren. Zijn enthousiaste verwondering over een eenzaam eikenblad dat neerdwarrelt op het dakraam (hun enige uitzicht op de buitenwereld) is vertederend en hartverscheurend tegelijk. De gedachte dat dit lieve jongetje misschien wel zijn hele leven zal doorbrengen in deze gevangenis is onmenselijk en drijft Joy tot drastische maatregelen.

Het is ook de motor van de film, waar regisseur Lenny Abrahamson (Frank, 2014) dankbaar gebruik van maakt – een gecontroleerde cameravoering en een strakke montage geven ons het gevoel dat we in goede handen zijn. Ongeveer een uur lang is Room daardoor een subtiele dramatische thriller, met twee innemende protagonisten en een oprecht enge vijand die elk weldenkend mens angst zal inboezemen.

Eindelijk thuis?
De tweede helft is echter een ander verhaal. Letterlijk en figuurlijk. Wie verrast wil worden kan deze recensie beter wegleggen, hierna volgt een (semi-)spoiler. Halverwege de film verandert namelijk alles. Joy en Jack weten ternauwernood te ontsnappen aan hun folteraar en keren terug naar de ‘echte wereld’. Althans, voor Joy is het een terugkeer, voor Jack is het een angstige kennismaking met alles wat hem tot nu toe is onthouden. Hij leert zijn familie kennen en ziet voor het eerst auto’s, huizen en echte dieren, in tegenstelling tot de getekende versies uit zijn kleurboeken.

Het is interessant om te zien hoe de kleuter daarmee omgaat. Hij is in wezen een soort Mowgli, het wolvenkind uit The Jungle Book dat opgroeide in de wildernis en niet kon aarden in de maatschappij. In hun gevangenis was Jack heer en meester; hij kende elk hoekje van de ruimte als zijn binnenzak en kreeg alles gedaan van zijn moeder, die hem natuurlijk vertroetelde om zijn leven makkelijker te maken. De ‘room’ was veilig, en hij heeft er dan ook geen slechte herinneringen aan.

Joy is aanvankelijk dolblij verlost te zijn van de hel die ze zo lang haar thuis moest noemen. Ze stort zich op haar oude leven, maar merkt al gauw dat dat niet meer bestaat. Haar vriendinnen zijn inmiddels getrouwd of hebben succesvolle carrières en dachten dat zij dood was. Hetzelfde geldt voor een deel van haar familie, die ook niet meer hetzelfde is. De wereld is zonder haar doorgegaan en dat doet pijn.

Room

Beklemmende vrijheid
Room verandert dus in een soort coming of age-drama, toegespitst op de ‘revalidatieperiode’ van moeder en zoon. Joy’s posttraumatische stress drijft een wig tussen haar en Jack, die zichzelf totaal geen houding weet te geven. Zijn enige steunpilaar valt zo weg en het is fascinerend om te zien hoe de twee eerst elkaars enige steun en toeverlaat waren, maar nu de meest levendige herinneringen vormen van hun lijdensweg. Zo zien en voelen we dat vrijheid soms gek genoeg heel beklemmend kan zijn.

Room is een bewerking van een bestseller en het is te merken dat de makers moeite hadden met kiezen. Waar leg je de nadruk? Bij het leven in de schuilkelder en de spannende ontsnappingspogingen, of bij de terugkeer naar de echte wereld en de problemen die dat teweegbrengt. Uiteindelijk is er dus geen keuze gemaakt, mede omdat beide delen gewoon heel goed drama bieden en boeiend zijn om naar te kijken. Daardoor voelt de film wel wat onevenwichtig. Na de ontsnapping valt een groot deel van de spanning weg en wordt deze vervangen door een psychologisch portret van twee zwaar gehavende mensen die moeten leren leven met elkaar, wanneer ze niet meer het enige zijn wat ze hebben. Prachtig verteld, maar misschien iets teveel van het goede.

 

1 maart 2016

 
ALLE RECENSIES

Alias Maria

***

recensie Alias Maria
Voor mama en alle vrouwen die strijden

door Nanda Aris

Grauwe film over Colombiaanse (kind)soldaten die vechten in een strijd waarvan noch zij, noch wij het doel kennen. In deze film van José Luis Rugeles volgen we de dertienjarige en zwangere Maria, een strijdster in de jungle van Colombia. Ze probeert haar zwangerschap te verbergen om een abortus te voorkomen. 

De tweede speelfilm van de Colombiaanse José Luis Rugeles werd, net als de laatst verschenen film An (2015), genomineerd voor de Un Certain Regard-sectie op het filmfestival van Cannes in 2015.

Alias Maria

Realiteit
Rugeles interviewde voor de film vele ex-guerrillaleden en kwam er daardoor achter dat het verhaal wat hij zou verfilmen in feite het verhaal van vele meisjes in de Colombiaanse strijd is. Zijn film eindigt met: ‘Voor jou, mama – en alle vrouwen die strijden’.

De acteurs die in zijn films spelen zijn deels echte acteurs, en deels kinderen die gecast werden in een gebied dat veel geweld kent. Zij kregen geen script te lezen, maar na het oefenen van de scène, kregen ze de tijd om zelf een eigen, meer realistisch script te schrijven.

Het onderwerp is actueel, sinds half oktober vertoont Netflix de film Beasts of No Nation (2015), over kindsoldaten in Afrika. Over dit onderwerp verscheen in 2008 in eigen land Wit licht van Jean van de Velde, en de Franse film Johnny Mad Dog.

Missie
De film begint met een bevalling, een uitzondering in de jungle zo leren we niet veel later. Maria (Karen Torres) is ook zwanger, maar zij heeft niet het voorrecht om het kind ter wereld te brengen. Abortus is meer regel dan uitzondering. De dokter benadrukt het belang van de prikpil. “We willen geen jungle vol baby’s, hè?”, zegt hij alsof kinderen een wegwerpartikel zijn.

Maria wordt samen met haar vriend en twee andere kameraden eropuit gestuurd om de pasgeboren baby van de commandant en zijn vriendin naar een veiliger gebied te brengen. Doordat de jongste strijder Yuldor (Eric Ruiz) in slaapt valt tijdens zijn wacht, worden ze overvallen door vijandig vuur. Yuldor wordt in zijn been geschoten, waardoor ze opgehouden worden. Mauricio (Carlos Clavijo) komt erachter dat Maria zwanger is, en beveelt haar het kind weg te laten halen. Daarop besluit Maria te vluchten. Vanaf dit moment komt de grimmige sfeer beter over, de dreiging en beklemmende situaties maken dat we begrijpen dat Maria’s situatie uitzichtloos is.

Alias Maria

Vlak
De film kent geen diepe kleuren, maar de groene en grijze kleuren van de jungle zijn van eenzelfde tint, evenals de camouflagekleding. Het sombere karakter benadrukt het uitzichtloze van de film.

We krijgen geen goed inzicht in hoe de personages terecht zijn gekomen waar ze zijn, en ook weten we niet voor welk doel ze strijden. Dit gegeven kan mooi werken wanneer het ’t uitzichtloze en nutteloze van een strijd moet weergeven, maar doordat ook de karakters weinig uitgediept worden, doet het geheel soms wat vlak aan.

Er zijn niet veel dialogen, en de camera richt zich veel op een stoïcijnse Maria. Als kijker zitten we daarom niet gelijk van het begin op het puntje van de stoel. Nadat Maria besloten heeft te vluchten, omdat ze haar kind wil houden, wordt het verhaal interessanter; de verschillen tussen de personages groter, en de situaties nijpender.

 

28 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Office

***

recensie  Office

Zingen onder neon

door Alfred Bos

Office, de musical van actieregisseur Johnnie To uit Hong Kong, speelt op de door chroom en neon gedomineerde kantoorvloer van een corporate bedrijf. De milde satire op het vrije marktkapitalisme is de openingsfilm van Cinemasia 2016, de negende editie van het festival waarop de Aziatische cinema centraal staat.

Geen idee hoe Aziaten naar Office kijken, maar voor deze westerling is Johnnie To’s musical over machtsspelletjes achter de schermen van een kapitalistisch bedrijf een krankzinnige kijkervaring. Zingende kantoortijgers, groepschoregrafieën op Chinese rockmuziek, werkbijen die in koorzang uitbarsten (“build a financial empire with our heart”, het lijkt wel een parodie op het sociaalrealisme van Mao) en dat alles in een uitzinnig edelkitsch decor. Musical is een artificieel genre, maar gekunstelder dan dit worden ze niet gemaakt. Alles aan deze film, van genre tot setting, is niet-authentiek. Wat wellicht het punt is.

Office

Parfum
We zijn op de werkvloer – letterlijk een toneel van open ruimtes en glazen wanden – van financieel dienstverlener Jones & Sunn, gesitueerd in Hong Kong, al zien we weinig van de stad. Daar wordt, vlak voor het uitbreken van de Lehman-crisis van 2008, een deal opgezet met het parfummerk MADAME dat de Chinese markt wil betreden maar in thuisland Amerika over zijn piek is. Office is de filmadaptatie van Sylvia Changs theaterstuk Design For Living, door haar zelf bewerkt tot scenario. Zoals het musicalgenre betaamt zijn er romantiek en humor, voornamelijk in de vorm van slapstick. Drie man-vrouw koppels, al dan niet amoureus, personifiëren het verhaal.

Directrice Winnie (vertolkt door Sylvia Chang) was oorspronkelijk de minnares van de voorzitter van de raad van bestuur Ho (Chow Yun Fat). Diens dochter Kat komt incognito op de kantoorvloer werken, tegelijk met de naïeve optimist Li Xiang, die een oogje heeft op Kat en door Winnie als favoriet wordt behandeld. Dat laatste tot het chagrijn van onderdirecteur David Wang die obsessief gokt op de beurs met kapitaal van de zaak. Sophie, een zojuist door haar vriend gedumpte boekhoudster, moet Davids misstappen voor Winnie verzwijgen. Persoonlijk en zakelijk drama raken fataal verknoopt, maar voor de meesten loopt het goed af.

Office

Ersatz rock
Office  is een buitenbeentje in het oeuvre van Johnnie To, de Hong Kong-regisseur die in de jaren negentig een stoet van genrefilms maakte maar internationaal vooral bekend staat om zijn snoeiharde actiethrillers over de Chinese onderwereld van zo’n tien jaar terug (Election, Triad Election, Exiled). De film is fraai gestileerd, mise-en-scène en cameravoering tonen de overmacht van de vakman, maar inhoudelijk is Office dun en dat ligt aan het script. Een duidelijke hoofdpersoon of plotlijn ontbreekt, noch wordt de film uitgevouwen tot ensemblevertelling; de personages blijven schetsmatig. Over de ersatz rock en dito jazz op de geluidsband zullen we het verder niet hebben.

 

23 februari 2016

 
ALLE RECENSIES

Assassin, The

***

recensie The Assassin
Verstild zwaardvechten

door Suzan Groothuis

Met The Assassin geeft de Taiwanese regisseur Hou Hsiao-hsien een eigen draai aan het wuxia-genre. Geen overdaad aan magistrale zwaardgevechten, maar vooral veel ruimte voor verstilde beelden van decors en natuur.  Een lust voor het oog, maar de film behoudt met zijn kale, poëtisch aandoende verhaallijn teveel afstand.

Met zijn titel zal The Assassin het hart van menig martial-arts liefhebber sneller doen kloppen. Een vrouwelijke huurmoordenaar wel te verstaan, die – gekleed in  stijlvol zwart – er op uit trekt om haar neef, haar voormalige geliefde, te vermoorden.  Er zit een stukje geschiedenis achter: zij is prinses Yinniang, afkomstig uit een keizerlijke familie. Na haar ontvoering door een rivaliserend koninkrijk wordt zij getraind om politici te vermoorden. Wanneer een opdracht mislukt krijgt zij de taak terug te keren naar haar geboorteplaats om haar neef Tian, inmiddels een gevreesd militair aanvoerder, om te brengen. Een onmogelijke opdracht, aangezien ze ooit geliefden van elkaar waren.

The Assassin

Contemplatieve stijl gecombineerd met sierlijke krijgskunst
Dit behelst zo ongeveer de verhaallijn van The Assassin, Hou Hsiao-hsiens eerste film in het wuxia-genre en gebaseerd op een negende-eeuws kort verhaal tijdens de Tang-dynastie.

Hou Hsiao-hsien kennen we vooral als arthouse-meester van films als Millenium Mambo en Flight of the Red Balloon, die het met hun contemplatieve, meditatieve stijl moeten hebben van beelden en sfeer. Een stijl die hij in The Assassin combineert met de sierlijke choreografie van zwaardvechten.

Verstilde afstandelijkheid
Desalniettemin, met zijn filmografie in het achterhoofd, een onwaarschijnlijke keuze om zich aan het wuxia-genre te wagen. Het resultaat is deels geslaagd: de cinematografie is prachtig met veel ruimte voor gestileerde decors, kostuums en natuur. De camera neemt duidelijk de tijd voor sfeer en ruimte. De serene, verstilde beelden gaan samen met een soundtrack van monotoon klinkende drums als een teken van dreigend gevaar op de achtergrond. Gevaar dat af en toe opdoemt in de vorm van sierlijke zwaardgevechten, die net zo snel stoppen als dat ze begonnen zijn. Deze zeldzame actiescènes zijn prachtig om te zien, waarbij beelden en geluidseffecten perfect samensmelten en het hart net een slag sneller gaat kloppen. Om plots weer om te slaan naar suggestieve rust.

The Assassin

Gemakkelijk is The Assassin niet. Toegankelijk evenmin. Het ontbreekt de film aan een duidelijke verhaallijn en zeker in het begin is het even in komen met al die rivaliserende krijgersnamen. Daarbij laat de poëtische vertelling veel aan de verbeelding over. Uiteindelijk voelt de film fragmentarisch en afstandelijk aan, waarbij je als kijker waarnemer bent van een oude geschiedenis zonder volledig meegezogen te worden.

 

21 februari 2016

 

Lees ook: Ondertussen, op de redactie: Gouden Palm voor geparfumeerde lucht

 
ALLE RECENSIES
 

Anomalisa

**

recensie Anomalisa
Weltschmerz voor gevorderden

door Ralph Evers

“Een donker komisch en surreële reis door de lange nacht van de ziel, de meest humane film van het jaar”, aldus de pers over Anomalisa. Grote woorden, hoge verwachtingen en een product dat nauwelijks een willekeurige sitcom-aflevering overstijgt is het teleurstellende resultaat.

Michael Stone is een gerespecteerde schrijver, vader en echtgenoot. Hij is onderweg om op een congres voor klantenservice in Cincinnati zijn nieuwste boek ‘How may I help you help them’  te presenteren. Ondertussen wordt hij geplaagd door zijn verleden. In Cincinnati woont een vroege vriendin van hem en het lijkt hem een goede reden om haar weer eens te zien. Aldus nodigt hij haar uit naar zijn hotel, het Fregoli – naar een pseudoniem van Charlie Kaufman, één van de regisseurs. De ontmoeting loopt niet zoals hij gewenst had, als ware het een synoniem voor hoe hij zijn leven leeft en beleeft. Michael is op het punt dat alles een sleur is en slentert geagiteerd van minuut naar minuut. Weltschmerz voor gevorderden. Totdat hij Lisa per toeval ontmoet. Zij is fan van zijn werk en verblijft vanwege het congres in hetzelfde hotel als Michael. Juist door haar imperfectie en afwijking ontsteekt zij een vlammetje in hem.

Anomalisa

Verwelkt bloemenduet
Anomalisa kiest voor een eigenzinnige aanpak. Iets wat we konden verwachten wanneer de naam Charlie Kaufman (Being John Malkovich, Eternal Sunshine of the Spotless Mind) is geafficheerd. De eigenzinnigheid zit hem in dit geval waarschijnlijk in de ingewikkelde cocktails die besteld worden, de vreemde kantoorscène later in het verhaal en het feit dat we het hier hebben over een stopmotion animatiefilm, waar prima voor live action gekozen had kunnen worden. Een gemiste kans, want stopmotion biedt prachtige kansen voor een eigenzinnig en vooral fantasierijk palet aan mogelijkheden. Zie maar eens het werk van de meester op dit gebied, Jan Svankmajer.

Om de ideeënarmoede kracht bij te zetten kiest men er voor om het Bloemenduet van Lakmé nog maar eens van stal te halen. Ditmaal weliswaar gezongen door mannen en gefloten door de hoofdrolspeler, doch de zoveelste film met dit verder prachtige stukje muziek.

Anomalisa

Dan blijft over de existentiële zoektocht van Michael Stone, teleurgesteld in het leven, wandelend in een grijs, mistig niemandsland, waarin hij zich vervreemd voelt. Een interessant thema, wat op zichzelf degelijk uitgevoerd wordt. En tegelijkertijd zou verzanden in de middelmatigheid, ware het niet dat we een aantal bevreemdende situaties zien, plus een paar grappige momenten.

De vraag rijst echter: zou dit ook overeind blijven als het trucje van de animatie achterwege was gebleven? De film lijkt nog het best te passen als tv-schermvulling in de surreële huiskamer van de konijnen uit Lynch’s Inland Empire. In ieder geval zou het grapje dat één acteur het merendeel van de stemmen (ook die van de vrouwelijke personages) op zich neemt minder houdbaar zijn (en overigens kinderachtig overkomt in deze vorm).

Haperende applausmachine
Anomalisa weet ondanks de vele lof die de film van het internationale filmjournaille ten deel viel, niet te overtuigen. Het lijkt er veel meer op dat de grote naam die Kaufman met zich meedraagt neurotisch en krampachtig zoekt naar het nodige applaus. Hierachter schuil gaat een (ideeën)leegte, die vanuit het metakader (als in de beschouwing van het getoonde) zichtbaar wordt, maar niet als thema in de film als zodanig dient. Een gemiste kans!

 

21 februari 2016

 
ALLE RECENSIES
 

Hail, Caesar!

***

recensie  Hail, Caesar!

Hollywood-ode als farce

door Alfred Bos

Na een drietal meer serieuze films keren de Coen Brothers terug naar de gekte van The Big Lebowski, waarin eveneens een ontvoering dient als katalysator van kolder. Hun als satire vermomde eerbetoon aan het Hollywood van de jaren vijftig is plagerig en liefdevol.

Ze moeten een haat-liefdeverhouding met Hollywood hebben. De gebroeders Coen opereren al een loopbaan lang, dik dertig jaar, buiten het studiosysteem. Maar het zijn ook filmliefhebbers pur sang, zoals spreekt uit hun hele oeuvre. Met Hail, Caesar! brengen ze een ode aan het klassieke Hollywood, dat van de machtige producers wier studio’s als een fabriek genrefilms uitpoepten. En passant is het een film over spiritualiteit in een zielloze wereld.

Hail, Caesar

Hail, Caesar! is typisch Coen Brothers, een liefdevol eerbetoon in de vorm van absurdistische satire. En een pastiche, want het tweetal benut de flinterdunne en tamelijk obligate plot rond een ontvoerde leading man  Baird Whitlock (George Clooney), om een reeks traditionele Hollywood-genres, van musical tot western, stijlvol te persifleren. De aankleding is perfect, de kennis van de materie encyclopedisch, de inside-grappen niet te tellen en aan de stoet steracteurs, ook in bijrollen, komt geen eind.

Kolderieke milieuschets
Josh Brolin speelt Eddie Mannix, een historische regelneef van de MGM studio die in 2006 al eens door Bob Hoskins werd geportretteerd in Hollywoodland. Mannix overziet voor Capital Pictures (in het echt een platenmaatschappij) de productie van een reeks films, die vervolgens de Coen-behandeling krijgen. Het is een geestig kijkje in de ingewanden van de droomfabriek, met zijn immoraliteit en eerzucht, zijn ambitieuze sterren, verwaande diva’s, neurotische regisseurs, blafferige bazen en jachtige roddelcolumnistes. Vermakelijk genoeg en voor kenners van het klassieke Hollywood is er extra lol door de talloze, vaak humoristische verwijzingen.

Mannix heeft het dagelijks te stellen met zijn klasje kunstenmakers en wordt als manager begeerd door een grote vliegtuigbouwer. Zijn grootste zorg is evenwel de afwezigheid van zijn belangrijkste ster, acteur Whitlock. Zonder hem kan het klassieke epos over Romeins keizer Caesar (de film uit de titel) niet worden voltooid. Whitlock blijkt te zijn ontvoerd door communistische scenarioschrijvers die de studio geld willen aftroggelen. Veel meer plot is er niet. De ragfijne, maar kolderieke milieuschets, doorspekt met genre-pastiches, moet voldoen. De beste grap is slapstick: de sjaal van een medewerkster in de montagekamer verdwaalt in de Moviola-machine.

Hail, Caesar

Kundig opgediend fastfood
Het is kostelijk om George Clooney een parodie op George Clooney te zien spelen. In Coen-films vertolkt hij nimmer grote lichten, maar dit moet zijn meest imbecielige personage zijn. En aan achteloze acteerprestaties geen gebrek. Brolin is uitmuntend als bullebak met geweten; Alden Ehrenreich speelt droogkomisch Hobie Doyle, een ongeletterde boer die van cowboyheld tot romantic lead wordt gekatapulteerd; Ralph Fiennes de gesoigneerde Britse regisseur Lawrence Laurentz; en dan zijn er kleine maar fijne rollen voor Tilda Swinton (tweemaal, als tweelingzus), Scarlett Johansson (in badpak), Francis McDormand (die van de sjaal), Alison Pill en Jonah Hill. Zelfs Channing Tatum draaft op voor een gelikte tapdance-routine. Het is allemaal feest.

Niet dat Hail, Caesar! gemakzuchtig aanvoelt, maar toch blijft er na afloop van zeven kwartier Coen-kolder een licht weeïg gevoel hangen, alsof het kundig opgediende fastfood wel lekker weg hapt maar niet goed vult, wat ongetwijfeld Hollywood karakteriseert. Het komt wellicht ook door de fragmentarische opzet van de film. De uitvoerige genre-pastiches hangen half aan de plot en dienen vooral als excuus voor vertoon van eervol vakmanschap. Dan heeft hun laatste all-out  grollenfilm, Burn After Reading uit 2008, meer lachsalvo’s per filmrol te bieden. Een onderhoudend tussendoortje, zullen we maar denken.

 

16 februari 2016

 

 
ALLE RECENSIES