Kunnen we wel kunst van recent leed maken?

Ondertussen, op de redactie:

Kunnen we wel kunst van recent leed maken?

TIM:

Volgende week hoop ik Utøya 22. juli te zien, de in Berlijn gepresenteerde film over de terroristische aanval van Anders Breivik (2011). De zeven jaren die zijn overbrugd zullen voor betrokkenen en nabestaanden aanvoelen als een gecomprimeerd continuüm van rouw. Met hoeveel respect de film ook gemaakt zal zijn, ze zal de wonden van die dag nooit helemaal kunnen helen. Waarom dan toch zo’n filmische herinnering, een document dat het verleden terughaalt?

Ergens hoop je altijd dat de wetten van de commercie in deze gevallen niet opgaan, maar bioscoopjaar 2017 doet anders vermoeden. Met Patriot’s Day en Stronger draaiden er alleen al twee titels die hun bestaan aan de aanslagen tijdens de Boston Marathon (2013) ontlenen. Hierop direct roepen dat het hier ook wel om de Verenigde Staten gaat, is mij te gemakkelijk – ook in dit geval denk ik dat de lijn tussen exploitatie en eerbetoon (zie ook één van de koppen van de laatste Filmkrant) op voorhand gevaarlijk dun is.

Kunnen we eigenlijk wel kunst maken – en waarderen – van recent leed?

P.S. Ik denk dat het wel degelijk kan – en zou Elephant als eerste voorbeeld aandragen.

Utøya 22. juli

Utøya 22. juli

 

YORDAN:

Ik denk niet dat een filmmaker te veel moet luisteren naar de gevoeligheid van mensen, anders zouden films als A Clockwork Orange nooit gemaakt zijn. ‘Het is maar een film’ is een zin die ik normaal gesproken niet kan uitstaan, maar in deze context wel enigszins zinnig acht. Ik denk niet dat men werkelijk beledigd moet zijn door een film, tenzij deze film misschien een ernstige misrepresentatie van iemands karakter of persoon is. Als het te gevoelig ligt voor iemand, dan is de oplossing simpel in mijn optiek: kijk de film niet.

Daarnaast kan een ingrijpende recente gebeurtenis juist de perfecte gelegenheid zijn om iets significants te vertellen over deze tijd. Na 9/11 zijn er tientallen films over de aanslag uitgekomen met vaak een geluid van onverzettelijkheid in de film verwerkt. Als nabestaanden kan je daar meestal juist kracht uit halen. Een goed voorbeeld daarvan is United 93. Juist deze verhalen over gruwelijkheden dienen verteld te worden, ik denk niet dat film een compromis moet zijn.

 

COR:

Als ik de beschrijving van Utøya 22. juli lees, vermoed ik vooral exploitatie. En jazeker, ook een eerbetoon, maar waarschijnlijk minder aan de slachtoffers dan aan die loser van een Breivik. Het is namelijk een thriller, die beoogt de kijker iets van die beangstigende sfeer van die moordpartij te laten ervaren. Als zoiets fictie is, lijkt me dat okay voor mensen die van het genre houden; als het is gebaseerd op feiten, neigt het bij voorbaat naar exploitatie.

De vraag die allereerst dient te worden gesteld is: Wat is het doel van de film?

 

ALFRED:

Exploitatie of eerbetoon? Ook rouw is handel geworden, het zegt iets over de (im)moraliteit van het vrijemarkt-denken.

Het is jammer dat met de release van Utøya 22. juli de naam van de dader weer in de kranten staat. Veel te veel eer. Sinds het voorval van zomer 2011 heb ik het in dit verband steevast over ‘die enge man uit Noorwegen’, net zo als ik de huidige president van Amerika consequent Donald Duck noem. Hoef ik niet uit te leggen, iedereen snapt het. Sommigen mensen verdienen het te worden doodgezwegen. Anti-branding, of zoiets. Wel shaming, geen naming.

Wat Erik Poppe, regisseur van de Noorse knalfilm, heeft bewogen om dit drama te verfilmen, weet ik niet; het is voor mij gissen. Wil hij de ellende invoelbaar maken? Daar heb ik geen film voor nodig, dat snap ik zo ook wel; en ik neem aan dat ik niet de enige ben. Nogmaals, ik ken zijn beweegredenen niet, maar van welke kant je het ook bekijkt, enige sensatiezucht valt het project niet te ontzeggen. Typisch gevalletje van wat de Franse filosoof Guy Debord – in 1967 al – de spektakelmaatschappij noemde. Emotionele afstomping is daar symptoom en gevolg van.

Ik heb de film niet gezien – en ga hem ook niet zien – want mijn grootste probleem met Poppe’s nagespeelde drama is een vormkwestie. Uit de publiciteit heb ik begrepen dat de film in één take is gedraaid. En daarmee ontkent Poppe een cineast te zijn, want film draait om montage, om het manipuleren, het versnellen en vertragen, van de tijd. Dat is het wezen van film. En niet alleen van film, het is het wezen van vertellen. Vertellen is iets anders dan registreren. Van leed kun je wel degelijk kunst maken – ik voelde mijn huid kruipen en ik werd heel klein toen ik in het Prado voor Picasso’s Guernica stond – maar niet als je jezelf, zoals Poppe heeft gedaan, al bij voorbaat als kunstenaar buitenspel zet.

Victoria

Victoria

Ik heb nooit begrepen waarom de Duitse film Victoria uit 2015 zoveel lof kreeg toegezwaaid. Quasi-cinema verité uit het leven van jonge mensen in Berlijn, gedraaid in een take van 138 minuten. Dat is bedoeld om realistisch over te komen, maar vestigt juist de aandacht op het kunstmatige van de situatie. Het is een halfbakken en ondoordacht idee, ‘realisme’ suggereren door afstand te doen van montage c.q. bewuste manipulatie. De Italiaanse regisseur Luca Guadagnino, de man van Call Me By Your Name, viel me op dat punt bij toen ik hem enkele jaren terug sprak naar aanleiding van zijn vorige film, A Bigger Splash. “Ik begrijp niet wat de makers van Victoria heeft bezield. Wat willen ze bewijzen?”, was zijn reactie.

Ik weet ook wel dat Victoria fictie is en Utøya 22. juli een quasi-documentaire, want gebaseerd op een nieuwsfeit, dus de vergelijking gaat niet 100 procent op. Maar los van de vraag of het nodig is om uit oogpunt van winstbejag – heb geen illusies, deze film is niet gemaakt uit liefdadigheid – te krabben aan oude wonden van direct betrokkenen en nabestaanden, is het wat mij betreft ook in puur filmisch opzicht een miskleun. Het enige positieve wat ik over de film kan zeggen dat het een mooi gegeven is voor een aflevering van Ondertussen, op de redactie. Dank voor je opmerking!

 

SJOERD:

Toeristen maken selfies bij het holocaustmonument in Berlijn, tot verontwaardiging van iedereen. Tegelijkertijd is het prima als de selfiestick te voorschijn komt in het Colosseum te Rome, waar vele liters bloed hebben gevloeid. Over vijftig jaar, als het holocaustmonument dan nog bestaat, is het voor te stellen dat mensen op de stenen zitten om van de zon te genieten en jongeren er skateboarden. Op den duur wordt elke zwarte pagina in de geschiedenis ingehaald door de tijd.

Zo is er verontwaardiging over Utøya 22. juli, terwijl dit bijvoorbeeld niet het geval is bij Dunkirk of Braveheart. In principe kan en moet leed verfilmd worden als er een verhaal te vertellen valt. Iets waar mensen van kunnen leren. De Duitse filosoof Theodor Adorno zei ooit dat poëzie schrijven na Auschwitz barbarij was, omdat naar zijn mening kunstenaars hadden gefaald in het verbeelden van het onvoorstelbare lijden. Het is dan ook zeker een zware taak voor cinema om ondraaglijk leed te verfilmen, maar geen onmogelijke. Zo vraag ik me af of Adorno Rome, Open City heeft gekeken.

Toch deel ik de twijfel over het verfilmen van Anders Breivik’s daden. Mijn indruk is dat het motief inderdaad meer ligt in de zucht naar sensatie dan naar het vertellen van een indringend verhaal. Met andere woorden, het leed van de slachtoffers wordt als signaal zonder inhoud gebruikt. De kijker vertrekt na afloop met de gedachte: “wat erg he?” Maar de ruimte tot reflectie wordt niet geboden. Dit zou een doorwrocht verhaal met diepgaande karakters wel bieden.

The Wire

The Wire

Een voorbeeld is de televisieserie The Wire, waar de uitzichtloosheid van The War on Drugs in Baltimore invoelbaar wordt doordat alle dealers als mensen in plaats van schurken worden neergezet. Een andere optie om met leed om te gaan is de humor, die alles van haar voetstuk weet te halen. Als we lachen om de grote dictator Charlie Chaplin, zien we in dat geweld en haat niet de oplossing hoeven te zijn voor problemen.

 

BOB:

Ik ben er zoals gebruikelijk laat bij en heb er (vrijwel) niets meer aan toe te voegen. Ben ook al geen fan van dit soort films, in de eerste plaats omdat ik geëntertaind wil worden door lichtvoetige artisticiteit en ik weet al dat ik die hier niet ga vinden, één take of niet. Het zal toch voornamelijk een spannende film voorstellen. United 93 had ik hetzelfde gevoel bij. Elephant: ook niet mijn cup of tea. De dag dat iemand besluit om de aanslag van Bataclan te verfilmen zal net zo’n rampdag zijn als toen Donald Duck president werd van de VS.

Aan de andere kant vond ik Tower, een geanimeerde documentaire over een aanslag in Texas in 1966, wel erg geslaagd. Een andere genre maakt het verschil.

Een mooi moment misschien om schaamteloos mijn hyperrealisme-artikel te pluggen, dat hier wel wat verwantschap mee heeft.

Mooi weekend allen!

 

ALFRED:

Kunnen we wel kunst van recent leed maken? Natuurlijk kan dat. Sterker, kunst is een manier om het leed te verwerken. Voor de maker, de kunstenaar. En voor de kijker, luisteraar of lezer die het kunstwerk ‘consumeert’, of liever: beleeft. Kunst kan therapeutisch werken, zoals Yordan opmerkt. Volgens mij – en in ieder geval voor mij – is dat een van de voornaamste functies van kunst. Het werkt helend, verzoenend. Ik zeg wel eens, half schertsend en half gemeend: ik schuil in schoonheid.

We leven in een tijd waarin wegduiken voor lastige vragen bijna reflex is geworden. In het openbare ‘debat’ is bevestiging de regel, een afwijkende mening reden tot woede; kritiek aanleiding voor doodsbedreigingen. Voor mij bevestigt het stellen van de vraag ‘Kunnen we wel kunst van recent leed maken?’ hoe bang we zijn geworden voor alles wat ons niet direct bevestigt in ons gelijk of onze zelfgenoegzaamheid behaagt.

Kunst is schrikdraad. Geen smoothie.

Laten we de distributeur van Utøya 22. juli eens bellen met de vraag of regisseur Erik Poppe zich wil laten uithoren over zijn motieven.

 

COR:

Het is zo goed als geregeld. Je kunt hem volgende week bellen!

 

TIM:

Dank voor jullie prikkelende reacties – het moge duidelijk zijn dat we in een discours zitten dat altijd weer ruimte laat voor nieuwe perspectieven, tegen- en middenstemmen. En juist dat maakt het de moeite, denk ik zo;)

Laat ik voorop stellen dat ik liever geen stenen werp als het slachtoffer nog niet eens in beeld is. Ik moet eerst nog maar zien wat een viewing van Poppes film met me doet, maar ik sluit me wél aan bij de idee dat filmstijl waarschijnlijk de sleutel gaat worden tot ieder mogelijk moreel dan wel artistiek oordeel. Een korte historische inkadering:

Pantserkruiser Potemkin

Pantserkruiser Potemkin

Alfred raakt in zijn kritiek op de long take-techniek aan een discussie die bijna zo oud is als de film zelf. De Russische Montage-giganten verbleekten als je riep dat een film ‘geschoten werd’. Nee, een film wordt altijd gebouwd in de montagekamer. Voor die tijd is er geen film. Was getekend, Vsevolod Pudovkin.

Cahiers du Cinema-criticus André Bazin betoogde in de late jaren veertig dat juist de long take de film tot leven brengt. Of, nog beter: dat de long take toegang geeft tot de realiteit, vóór de techniek van montage haar weer manipuleert. Sjoerds opmerking dat film ‘altijd manipulatie is’ verbeeldt de belangrijkste contemporaine kritiek op steeds vaker als achterhaald beschouwde gedachtegoed.

Ik denk dat het in het geval van Utøya 22. juli wat complexer ligt. Zoals Bazin zichzelf nuanceerde toen hij Citizen Kane (om zijn combinatie van snelle newsreel-montage én de long take) de hemel in prees, zo heeft iedere stijlkeuze van Poppe onvermijdelijk voor- én nadelen. Een belangrijk voordeel van de long take is dat Poppe zich consistent kan vastpinnen op het perspectief van de slachtoffers. Inderdaad, om “een idee te geven van hoe het echt was”.

Als ik het correct heb vernomen, wordt Breivik in de film enkel als een vage schim getoond. Vanuit dat slachtofferperspectief dus. Stel je gewone shot-reverse-shotmontage voor: Poppe zou snel(ler) genoodzaakt zijn om die enge man uit Noorwegen een perspectief te geven. Juist in die dialectiek van beelden. Het conflict (of zelfs de gelijke dialoog?) van de montage geeft de antagonist een stem. En juist dat wil je vermijden, zo geef je, Alfred, zelf aan. Omdat de antagonist die stem niet altijd verdient.

Een nadeel hebben Sjoerd en Alfred zelf al op de proppen geworpen: mooifilmerij ligt op de loer en je artistieke keuze dreigt te gaan prevaleren boven het vertellende aspect. Uit een recensie op internet (tijdens de Berlinale, red.) haal ik dat Poppes techniek daarnaast leidt tot een soort horror-vibe die de film voorzichtig richting genre-titel doet bewegen. Schiet je je doel dan voorbij? Hoogstwaarschijnlijk.

De moraal van dit verhaal lijkt dat je met een film over die wrede zomerdag nooit goed kunt doen. Ik hoop dat de toekomst mijn ongelijk bewijst.

 

3 juni 2018

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Under the Tree

****

recensie Under the Tree

Ideale inspiratiebron voor burenconflict

door Cor Oliemeulen

In IJsland hebben ze kennelijk geen Rijdende Rechter om in een burenconflict te bemiddelen, dus escaleren de perikelen rondom een boom snel, nadat er een kat is verdwenen. Under the Tree is een ideale inspiratiebron voor steggelende buren.

Under the Tree begint als een drama met thrillerelementen. Nadat Atli (de in eigen land populaire komiek Steinþór Hróar Steinþórsson) door zijn vrouw Agnes met een hand in zijn broek wordt betrapt als hij een sekshomevideo van hem en zijn ex-vriendin Rakel kijkt, is hun toch al moeizame relatie direct over. Rakel vervangt het slot van de voordeur en ontneemt Atli contact met hun dochtertje Asa. Dat leidt onder meer tot onaangename bezoeken aan de peuterspeelzaal en Agnes’ kantoor, alsook een spannende achtervolgingsscène.

Under the Tree

Kettingzaag
Atli wil tijdelijk bij zijn ouders gaan wonen en merkt dat ook moeder Inga en vader Baldvin middenin een conflict zitten. Inga is zichzelf niet meer na de zelfgekozen dood van haar oudste zoon. Met de komst van Atli neemt haar irritatie en drankgebruik alleen maar toe. Haar frustratie viert zij verbaal bot op Eybjorg, de nieuwe vrouw van buurman Konrad. Inga vindt Eybjorg een tikkeltje te sportief en aantrekkelijk en bovendien schijt haar herdershond Askur weleens in hun tuin. Nee, als het aan Inga ligt, wordt er nog geen takje gesnoeid, ook al neemt hun boom bijna alle zon uit Eybjorgs en Konrads tuin weg.

Baldvin is een goedzak, die in een mannenkoor zingt en wel begrip heeft voor de klacht van de buren. Maar als op een dag de vier banden van zijn auto zijn lek gestoken, krijgt hij zijn twijfels. Als dan ook nog Inga’s kat spoorloos is, raken de poppen aan het dansen. Bloemen worden uit de grond getrokken, tuinkabouters worden verhuisd en ook Askur verdwijnt, maar meldt zich later op wonderbaarlijke wijze weer op de stoep bij de voordeur. En als Inga haar buurman een kettingzaag uit de kofferbak ziet halen, blijkt die aangeschafte veiligheidscamera geen overbodige luxe.

Under the Tree

Akkoord
In zijn pas derde speelfilm Under the Tree weet de IJslandse regisseur Hafsteinn Gunnar Sigurðsson subtiele Noord-Europese droogheid uitstekend te combineren met een dramatisch plot vol zwarte humor. Na elke pesterij toont hij een tussenshot van de omstreden boom: even langzaam als de zonnestralen zich een weg banen door de bladeren, verdwijnen ze ook weer. Geleidelijk krijgt de dreigende muziek wat frivolere klanken.

De plot van de overspelige man die zijn vrouw om vergeving vraagt omdat hij zijn dochtertje wil blijven zien en de plot van de ruziënde buren vormen samen een gedoseerde reeks van escalaties die leiden tot een regelrechte tragedie. Het meest sprekende personage is Baldvin (Sigurður Sigurjónsson, o.a. Rams) die zich lange tijd zoveel mogelijk afzijdig houdt maar zijn ogen boekdelen laat spreken. Hij heeft ook de mooiste dialoog, bijvoorbeeld als hij tot zijn zoon Atli spreekt: ‘Ik dacht dat jullie wel tot een akkoord zouden komen, zoals volwassenen dat doen.’

Tot de gewelddadige finale van Under the Tree beweegt de kijker zich tussen een gevoel van lachen en janken. Maar als aan alle ruzies dan een definitief einde is gekomen, realiseer je je in één simpel shot hoe kinderachtig volwassenen kunnen zijn. Zelfs in IJsland, waar je relatief weinig bomen en zonuren hebt.
 

13 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Tom of Finland

***

recensie Tom of Finland

‘It seems Finland has bigger cocks’

door Ralph Evers

De biopic Tom of Finland verhaalt over de levenswandel van de introverte homo-kunstenaar Touko Laaksonen, die internationaal bekend werd door zowel zijn hypermasculiene homo-verheerlijking als zijn handtekening ‘Tom of Finland’.

Finland is een beetje een vreemde eend in de Europese bijt. Dat andere taaltje dat godsonmogelijk is om onder de knie te krijgen. Dat woeste land, dat enerzijds kalmeert door haar duizenden meren en verlaten, stille landschappen. Anderzijds de moordende kou in de winter en de even zo moordende hoeveelheid muggen in de zomer.

Kennismaking met Finland
De schrijver van deze recensie kwam in zijn studententijd graag in Finland. Hij had daar – mede door zijn metal-liefhebberij – aardig wat vrienden zitten en met zijn studie psychologie zeeën van tijd. Zo leerde hij al gauw de modernistische architectuur van Alvar Aalto kennen, de symfonieën van Sibelius en, wat natuurlijk veel interessanter was, de films van Kaurismäki, maar ook de karaoke-cafés, om te eindigen met de heerlijk sappige soap van een andere wereldberoemde Fin: Matti Nykänen (verfilmd in 2006 onder de titel Matti). Beschouwd als ‘s werelds grootste skischansspringer die viermaal olympisch goud won. Daarnaast was het een notoire drinker, sloeg hij menig vrouw het ziekenhuis in en wist hij vriend en vijand te verbazen met niet al te snuggere oneliners. Tot slot was daar Tom of Finland.

Tom of Finland

De film begint ten tijde van de winteroorlog tegen de Russen in begin 1940 (het verslag van deze oorlog is indrukwekkend verfilmd in Talvisota). Tussen het oorlogsgeweld door zien we hoe in het geheim homomannen elkaar wisten te vinden in de donkere parken. We leren Touko kennen als de introverte man, die z’n werk bij de luchtafweer halfbakken doet en een leven lang worstelt met het feit dat hij een Russische paratrooper doodde. Na de oorlog gaan de ontmoetingen door, altijd in het geheim. Soms bij hooggeplaatste mensen waar andere homo’s zich tijdelijk veilig wanen en hun fantasieën kunnen uitleven, soms leidend tot excessief geweld van de autoriteiten. Homoseksualiteit was ook in Finland, evenals zoveel andere landen, niet toegestaan in de bekrompen jaren 50.

Hypermasculiene fantasieën
Om toch uiting te geven aan zijn erotische fantasieën tekent Touko ze op papier. Al snel slaan zijn geïdealiseerde, gestyleerde en hypermasculiene fantasieën aan. Eerst in kleine kring, later wereldwijd. Uiteraard mag zijn zus onder geen voorwaarde te weten komen van zijn geaardheid. Via een misgelopen avontuur in Berlijn, in de jaren na de oorlog één van de weinige plekken waar je je als homoseksueel kon overgeven aan een nachtleven, belanden zijn tekeningen in Californië. In de tussentijd werkt Touko, samen met zijn zus, als grafisch vormgever. Tevens leert hij een vroege kameraad uit het leger kennen, nu een danser, die verwoede pogingen doet diens homoseksuele geaardheid te verbloemen (hij was één van de slachtoffers van het eerder genoemde geweld).

Tom of Finland zal uiteindelijk de geschiedenisboeken ingaan als één van de meest bepalende homo-erotische kunstenaars. Een kunstenaar die oog had voor maatschappelijke posities en deze in zijn fantasierijke wereld ten positieve voor de underdog weet om te draaien. Hierin is zijn werk dubbel ondermijnend voor het gezag. In de eerste plaats omdat het tot voor kort in veel landen verboden was om homoseksueel gedrag te uiten, of überhaupt homoseksueel te zijn. In de tweede plaats omdat in zijn afbeeldingen gezagsdragers zich overgeven aan hun verborgen homo-erotische lusten (iets wat altijd al in die uniformen zat).

Tom of Finland

Zelfcensuur
Tom of Finland lijdt aan een vorm van zelfcensuur die haaks staat op de provocaties die Touko’s tekeningen voor de buitenwereld hebben. De film is suggestief in het tonen van homoseksualiteit en te tam voor deze tijd. (Wie wat dat betreft the real deal wil, wende zich tot de documentaire uit 1991 Daddy and the Muscle Academy). Daarnaast wordt eveneens controversiële interesse van nazi’s uit de film gelaten. Niet omdat Touko ze hoog had zitten, maar omdat ze nu eenmaal de meest sexy uniformen hadden.

Mogelijk leidt deze selectieve biografische vertelling en preutse vertoning tot een bredere vertoning van de film. Toch blijft het gevoel van iets missen aanwezig. Daarbij helpt het trage tempo en de nauwelijks aanwezige spanningsboog niet mee. Desondanks weet regisseur Dome Karukoski een mooi eerbetoon af te leveren en doet hij voldoende recht aan die beeldbepalende illustrator Tom of Finland, die sympathiek neergezet wordt door acteur Pekka Strang.
 

10 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Thelma

***

recensie Thelma

Duistere verleiding

door Suzan Groothuis

Het leven verandert voor de jonge studente Thelma. Los van haar religieuze ouders, rijp voor de verlokkingen des levens. Een coming of age-drama met horrorrandjes, waar kinetische krachten samengaan met verliefd worden.

In Thelma volgen we de gelijknamige hoofdpersoon. De openingsscène verraadt al dat zij geen gewoon meisje is. We zien beelden van een jonge Thelma die met haar vader gaat jagen. Er gaat een bepaalde kracht uit van het meisje. Wat precies, weet de kijker dan nog niet, maar het feit dat haar vader plots zijn geweer op haar richt doet het ergste vermoeden.

Vervolgens een sprong in de tijd: Thelma (Eili Harboe) als jonge studente. Weg uit het ouderlijk huis, teruggeworpen op zichzelf. In rustig tempo, met een onderhuids broeierige spanning, volgt de camera haar. Thelma lijkt een net, rustig meisje. Eenzaam ook. Totdat ze medestudente Anja ontmoet en er innerlijk vuur brandt.

Thelma

Het spel van verleiding
De verlokkingen des levens nodigen Thelma uit. De mooie Anja, uitgaan, drank, roken. Verlokkingen waarvoor ze altijd gewaarschuwd is. Thelma komt namelijk uit een streng religieus gezin, waar genoemde zaken uit den boze zijn. En zo ontstaat er tweestrijd: toegeven aan de verleidingen of luisteren naar de stem van haar vader.

Met de verleidingen komen ook Thelma’s aanvallen. Epilepsie lijkt het. Trillen, zweten, vallen. Niet eenmaal, maar meerdere keren, pijnlijk realistisch in beeld gebracht. Het komt tot een onderzoek, maar Thelma wil niet dat de arts haar ouders inlicht.

En zo werkt de Noorse regisseur Joachim Trier geleidelijk naar een coming of age-drama met duistere randjes. Want Thelma lijdt niet aan epilepsie, maar vecht tegen kinetische krachten. Een beetje zoals in het Duitse Requiem. Hierin heeft een jonge vrouw aanvallen die overeenkomsten met epilepsie en duivelse bezetenheid hebben.

Wanneer duidelijk is wat er speelt, verandert de sfeer en verkent Thelma haar krachten op gevaarlijk niveau. Met als hoogtepunt een scène waar zij en Anja een balletvoorstelling bijwonen. Terwijl de seksuele spanning tussen hen stijgt, moet Thelma haar best doen haar krachten te bedwingen. Een gigantisch decorstuk begint te trillen en te schuiven. Toegeven aan verleiding staat gelijk aan destructie; het gevecht van Thelma om zichzelf onder controle te houden is sensueel, krachtig en spanningsvol in beeld gebracht.

Superieure worsteling
Je verlangt naar meer van deze momenten, maar Thelma houdt die intense mix tussen spanning en erotiek en afstand en nabijheid niet vast. Terwijl Thelma de uitdaging van de verleiding aangaat, zoomt Trier in op haar verleden en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Een familietragedie waarin Thelma een bepalende rol had. En religie een middel is tot vergeving en bezinning. Maar hoe bepalend Gods wetten ook zijn,  innerlijke krachten zijn sterker. Thelma voelt het en weet het. Ik ben beter dan anderen, fluistert ze haar vader toe.

In vergelijking tot Triers eerdere films (Oslo, August 31st, Reprise en Louder Than Bombs) duikt Thelma minder de diepte in. Triers films kenmerken zich door worstelende hoofdpersonen. Adolescenten die kampen met twijfel, met verlies. En zingeving zoeken in literatuur, kunst en muziek. Ook in Thelma is er sprake van worsteling (religie versus vrijheid, kuisheid versus verleiding), maar er worden minder levensvragen gesteld. Misschien wel, omdat Thelma zich diep van binnen superieur voelt ten opzichte van de mensen om zich heen.

Thelma

Opzichtige en overbodige symboliek
Symboliek speelt een opzichtige rol in de film – zoals de slang die we meerdere malen in beeld zien, verwijzend naar de rol van verleiding in de bijbel. Want verleiding is voelbaar als we kijken naar de twee jonge vrouwen die zich aangetrokken voelen tot elkaar. Evenals de dreiging die ontstaat als Thelma toegeeft aan haar verlangens. De slang is een overbodige illustratie van onheil dat komen gaat.

En zo is er wel meer overbodig in deze kruisbestuiving van Brian de Palma’s Carrie, vampierfilm Let The Right One In en de ontluikende liefde tussen twee tienermeisjes in Show Me Love. Het spelen met het begrip tijd aan de hand van verwarrende flashforwards en flashbacks, het toewerken naar een dramatische climax en bovenal, het grote gebaar.

Thelma overtuigt in zijn kille, ontluisterende eerste helft, maar wil daarna te graag imponeren. De filosofische levensvragen, die in Triers eerdere films zo prominent aanwezig waren en dwongen tot nadenken, blijven in Thelma achterwege. De film heeft pretenties, maar is uiteindelijk vlak en voorspelbaar. En doet niet wat de beelden te opzichtig willen: onder de huid kruipen.
 

5 december 2017

 
MEER RECENSIES

Square, The

****

recensie The Square

Vertrouwen is een kunstwerk

door Alfred Bos

Met twee en een half uur is de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund tjokvol. Wellicht te vol, want zijn verhaal over de museumdirecteur die zijn telefoon kwijtraakt biedt voldoende gelegenheid om zijn punt te scoren.

Ruben Östlund is een provocateur, een beetje als Paul Verhoeven. De Zweedse regisseur doet niet aan politiek correct en laat zijn publiek ongemakkelijk in hun stoelen schuiven. In zijn vorige film, Turist, was een huisvader het middelpunt van morele vragen over zorgzaamheid en persoonlijke moed. Ook in zijn nieuwe, het met de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes onderscheiden The Square, wordt het egoïsme van een vader getest. Het is een zwarte komedie met surrealistische trekjes.

The Square

Christian (Claes Bang) is directeur van het museum X-Royali dat het kunstwerk Mirrors & Piles of Gravel van de kunstenaar Gijoni exposeert. Hij en zijn team zijn druk met de voorbereiding van de komende tentoonstelling, The Square, van de kunstenares Lole Ariane. Dat betreft een vierkant, gemarkeerd in kasseien, waar iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. We begrijpen: dat geldt in de moderne samenleving niet meer.

Dat gegeven grijpt Östlund aan om een reeks spottende grappen over het snobisme en de luchtfietserij van de kunstwereld te maken – zie de prietpraat over de tentoonstelling die wordt gepresenteerd als non-tentoonstelling – maar het werkelijke object van zijn venijn is de moraal van het individu in het welvarende westen. Christian denkt hoog over zichzelf, maar een mondig immigrantenjongetje zet hem op zijn plek.

Telefoon is identiteit
Voor het zover is moet de kijker door 150 minuten sociale satire laveren en tussen de geslaagde scènes – waarvan er één ronduit briljant is – zitten genoeg té lang gerekte conversaties en minder relevante zijpaden om de film met een half uur te trimmen zonder aan zeggingskracht in te boeten. Die zou in meer compacte vorm wellicht nog groter zijn.

The Square toont ons het leven van Christian. De museumdirecteur is gescheiden en deeltijdpapa voor zijn twee jonge dochters. Hij is zelfingenomen en ijdel, maar ook maatschappelijk bewogen. De belangrijkste verhaallijn draait rond zijn pogingen om zijn smartphone en portefeuille terug te krijgen, nadat die hem op ingenieuze wijze, door teamwork (!), zijn ontfutseld. Die telefoon, meer nog dan zijn portemonnee, is zijn identiteit, zijn zekerheid.

Daar doorheen weeft Östlund, die tevens tekende voor het script, de voorbereidingen van de expositie over het vierkant dat vertrouwen symboliseert. De regisseur neemt alle ruimte – en op sommige momenten helaas ook iets teveel tijd – om de blaaskakerij van de eigentijdse kunstwereld te persifleren. Als een journaliste, Anne (Elisabeth Moss), Christian vraagt zijn abstracte woorddiarree om te zetten in normale taal, valt hij stil.

Anne jaagt op Christian als seksobject en de verhaallijn over hun relatie is, hoewel goed voor een stuntelige bedscène en een geestige dialoog in het museum, in feite overbodig. Dat het Christian ontbreekt aan ruggengraat hadden we al begrepen uit de scènes waarin hij zich druk maakt om zijn verdwenen telefoon. Dat hij ook in de liefde passief-agressief is, voegt niets toe. Of heeft Östland die zijlijn nodig vanwege Anne’s huisdier, een chimpansee?

The Square

Universele moraal
Östlund neemt veel op de korrel. Mediahysterie, aangejaagd door zielloze (en feitelijk a-creatieve) marketing, veroorzaakt een schandaal dat de museumdirecteur in grotere problemen brengt dan zijn verloren telefoon. Slim weeft de regisseur de thematiek rond immigranten en zwervers als running gag door het verhaal; een zwerfvrouw bedelt met de tekst “Ik heb drie kinderen en diabetes.” Tolerantie strekt tot Tourette-patiënten die met schunnige praat openbare interviews verstoren, dat heet vrijheid van meningsuiting. Bejaarden staan te dansen op de beukende techno van Justice. Ook de muziekselectie zal geen toeval zijn.

Net als in Turist blijken Zweedse kinderen tirannieke monsters. Ook Christians tegenstrever, een jongetje met een niet-Scandinavische achtergrond, lijkt zich onuitstaanbaar te gedragen en staat haaks op de beschaving die Christian personifieert, maar hij heeft geen vierkant nodig om temidden van alle surrealistische gekte een universele moraal uit te dragen.

Dat alles is zeer vermakelijk en raakt enkele open zenuwen van het westerse consumptieparadijs. Östlunds bijtende humor staat haaks op de bloedige ernst waarmee de Fransman Bertrand Bonello in Nocturama de ontzielende werking van het kapitalisme schetst. Maar het absolute hoogtepunt van de film – en wellicht het filmjaar – is het galadiner waarop de zelfgenoegzame winnaars van de maatschappelijke rat race op onnavolgbare wijze een spiegel krijgen voorgehouden. De mens is een aap met smartphone, maar nog steeds een aap.
 

7 november 2017

 
MEER RECENSIES

Avicii: True Stories

***

recensie Avicii: True Stories

De kunstenaar wint, niet het geld

door Alfred Bos

Vorig jaar kondigde de Zweedse superster-deejay Avicii aan te stoppen met optreden. Een zeldzaam openhartige documentaire toont hoe de producer moest knokken om het juk van de roem af te schudden.

Tim Bergling was 21 jaar toen hij in 2011 als deejay optrad voor een uitverkocht stadion in zijn geboorteplaats Stockholm. Na afloop vraagt een journaliste hem: Wat is je doel? Dit zo lang mogelijk doen, antwoordt Bergling bleu maar tevens blij. Op 28 augustus 2016 deed hij zijn laatste optreden, in de club Ushuaia op Ibiza. Wat er in de vijf tussenliggende jaren gebeurde is het onderwerp van Avicii: True Stories.

Avicii: True Stories

De film toont kanten van het bestaan als internationaal vermaarde superster-deejay die doorgaans voor het publiek verborgen blijven. Als één van de populairste deejays en best verkopende producers van de planeet is Avicii een geldmachine en die wordt door de krachten achter de schermen, zijn manager voorop, genadeloos geëxploiteerd. Tot er iets knapt. Levan Tsikurishvili – die eerder enkele kortfilms rond nummers van Avicii regisseerde – heeft de Werdegang van Bergling als een vlieg op de muur geregistreerd. Hij toont de werkelijkheid achter het imago, het marketing-masker.

Monsterhit Wake Me Up
Tim Bergling (8 september 1989) leert zichzelf produceren door instructiefilmpjes op YouTube te bestuderen. Zijn held is de Nederlandse producer Laidback Luke, hij stuurt hem vijf demo’s per week. Ook een andere Nederlander, Tiësto, hoort zijn talent en draait als eerste topdeejay Avicii’s tracks. Dan verschijnt Ash Pournouri in beeld. Hij heeft op internet Berglings eerste producties gehoord en meent de ruwe diamant te kunnen slijpen tot een superster.

Dat lukt boven verwachting. In het najaar van 2011 maakt de hit Levels van Avicii een internationale ster. Zijn track Wake Me Up, volgens Incubus-gitarist Mike Einziger ‘geschreven in een half uur’, is in 2013 een monsterhit. In Nederland wordt het de bestverkochte single van dat jaar; het nummer staat 82 (!) weken in de Single Top 100. Bergling heeft talent – getuigen ook profi’s als Nile Rodgers, Wyclef Jean en Coldplay’s Chris Martin – en werkt hard voor zijn succes. Hij is constant bezig, slaat nachtrust over.

Avicii: True Stories

Het succes van Avicii reikt tot de stratosfeer. Optredens op grote festivals, blokboekingen in Las Vegas, studiotijd met beroemde muzikanten, Madonna die hem aankondigt in Miami en tournees langs zo ongeveer alle continenten. Maar dan volgt tegenslag. Bergling krijgt lichamelijke klachten (galblaas, appendix) en ligt met zijn laptop in het ziekenhuisbed te werken. Het toeren gaat hem tegenstaan, hij is niet gebouwd voor de niet aflatende werkdruk.

‘De betekenis van geld’
Het hart van de film is de strijd tussen de deejay en diens manager om controle over de loopbaan van de ster. Bergling begint langzaam iets te dagen. Hij leest de Zwitserse psycholoog Carl Jung en ontdekt dat hij introvert is; op intuïtie koest, niet volgens een plan. Hij wil minder optreden of eigenlijk helemaal niet meer. De mensen om hem heen zetten de producer in een droomvilla op Ibiza en vervolgens een strandwoning in het Californische Malibu, maar de stressklachten blijven. Avicii wil eruit. Stoppen met toeren, lekker muziek maken in de studio; met vrienden, collega’s of alleen.

‘Hij snapt de betekenis van geld niet’, zegt manager Ash over Avicii en dan weet je dat de breuk onvermijdelijk is. Bonentellers en creatievelingen leven in gescheiden werelden en op zijn zesentwintigste stapt Avicii weloverwogen uit het spotlicht. Hij ging bijna kapot aan de stress van het succes en moest vechten voor zijn vrijheid. Hij zit nu met gitaar op het strand van een paradijselijk eiland nabij Madagaskar en werkt aan zijn nieuwe album. Met Avicii komt het goed.

Avicii: True Stories

Asif Kapadia, de regisseur van de documentaire Amy over Amy Winehouse, moest het doen met home movies en via smartphone gedraaide filmbeelden. Levan Tsikurishvili is een jeugdvriend van Tim Bergling en kon de producer jarenlang van nabij volgen. Dat resulteert in een ongewoon openhartige documentaire die – anders dan Amy – eindigt met een persoonlijke triomf.

Avicii: True Stories – vernoemd naar de titels van zijn eerste twee albums, True (2013) en Stories (2015) – ging afgelopen week in wereldpremière tijdens het Amsterdam Dance Event en draait op donderdag 26 oktober wereldwijd eenmalig in de bioscoop. In Nederland is de film hier te zien. Na afloop van de documentaire wordt een concertfilm van dertig minuten over Avicii’s afscheidsoptreden op Ibiza vertoond.
 

24 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Wolf and Sheep

***

recensie Wolf and Sheep

Hoe overzichtelijk het leven kan zijn

door Cor Oliemeulen

Het natuurgetrouwe Afghaanse drama Wolf and Sheep toont het traditionele leven van een klein Afghaans bergdorpje door de ogen van herderskinderen. In deze afgesloten gemeenschap is je status bepaald door het aantal stuks vee en worden de mysteries van het leven verklaard door oude verhalen.

Tijdens het laatste Movies That Matter-festival draaide de documentaire What Tomorrow Brings, het inspirerende verhaal van de allereerste meisjesschool in Afghanistan. Na de overheersing van de Taliban is er in het dorp weer wat ruimte voor vrijheid en een gulle lach. Ondanks de conservatieve krachten, maar met steun van de meerderheid, biedt de school inmiddels hoop en kansen aan zo’n vijfhonderd meisjes die vechten voor een toekomst die niet door anderen wordt bepaald.

Wolf and Sheep

Fragiel
Maar niets is zeker in Afghanistan. Net als de samenleving krabbelt de filmcultuur langzaam op uit het dal van misère, onderdrukking en geweld, maar de media laten bijna dagelijks zien hoe uiterst fragiel de toekomst van het land is. Na het verdwijnen van de Taliban uit de overheid verschenen er enkele gelauwerde films, zoals Osama (2003) over een Afghaans meisje dat zich als jongen vermomt en Zolykha’s Secret (2006) over een gezin dat de repressie door godsdienstfanatici probeert te overleven. Hoewel deze films werden gemaakt met een hoofdzakelijk Afghaanse crew, hebben de regisseurs zich allang in het buitenland gevestigd.

Ook het meer recente The Patience Stone (2012) speelt zich af in Afghanistan en staat model voor de Arabische samenleving waarin vrouwenonderdrukking de norm is. In dit internationale filmsucces zien we hoe een jonge moslima tijdens de burgeroorlog haar comateuze echtgenoot verzorgt en horen we hoe ze geheimen, onderdrukte emoties en seksuele verlangen aan hem opbiecht. Ook de regisseur van dit drama heeft het land verlaten, net als hoofdrolspeelster Golshifteh Farahani (Iraanse van geboorte) die inmiddels haar naam vestigde in Amerika met Paterson van Jim Jarmusch.

Wolf and Sheep

De tijd staat stil
Van de nieuwe piepkleine generatie jonge Afghaanse filmmakers biedt Shahrbanoo Sadat mogelijk een nieuw, blijvend perspectief. Ze woonde zeven jaar in een afgelegen dorpje in een vallei en situeerde haar debuutfilm in deze omgeving waarin de tijd heeft stilgestaan en de bewoners nauwelijks een idee hebben wat er zich achter de bergen afspeelt. De mensen hebben hun eigen regels en proberen de wereld en het leven te verklaren door legendes en magisch-realistische verhalen. Zo geldt de kasjmierwolf als een verleidelijke vijand voor dier en mens: onder de vacht en de lange haren zien we een groene fee.

Wolf and Sheep is gebaseerd op het ongepubliceerde dagboek van Sadat, die zich in haar jeugd een buitenbeentje voelde, net als het meisje Sediqa. Zij is schapenherder, net als alle andere kinderen, die overdag zijn onttrokken aan het zicht van hun ouders en zich bezighouden met verboden activiteiten zoals kinderen in alle landen dat doen: roken, ruziemaken, vechten en hun ouders imiteren.

De gebeurtenissen komen even traag als het leven in de vallei. We zien deze gemeenschap met haar tradities en gebruiken vooral door de ogen van de kinderen. Zij spelen zichzelf, authentieker kun je het niet hebben. De tieners hebben geen mobieltjes in hun hand, maar een stok. De jongens ravotten en slingeren met stenen (ook om de wolven te verjagen), de meisjes spelen grappige toneelstukjes over uithuwelijking. Vroeg of laat leef je mee met deze kinderen. Zeker als het leven van alledag verandert nadat er schapen zijn gedood en de kinderen de schuld krijgen dat ze niet goed hebben opgelet.
 

6 augustus 2017

 
MEER RECENSIES

Sami Blood

****

recensie Sami Blood

Rendiermeisje gooit haar ketenen af

door Cor Oliemeulen

Als je langzaam volwassen wordt kan de cultuur waarin je opgroeit verstikkend werken. Zeker als jouw volk wordt geteisterd door vooroordelen en minachting van de maatschappij. Het Zweedse drama Sami Blood bewijst dat niet alleen thrillers uit Scandinavië goed kunnen zijn.

Ze mogen dan al ontelbare generaties in Lapland wonen, maar de naam Lap beschouwen ze als een belediging. Traditioneel leefden de Sami, zoals ze liever worden genoemd, als nomaden die de rendieren in hun jaarlijkse voedseltrek volgden. Maar de tijden veranderden en de laatste eeuwen vestigden steeds meer Sami zich op vaste plekken als visser, landbouwer of zelfs ondernemer. Werkelijk deel uitmaken van de Scandinavische samenleving bleef lange tijd een probleem. De behandeling van het Sami-volk vormt volgens regisseur Amanda Kernell (half Sami, half Zweeds) een zwarte bladzijde in de recente Zweedse geschiedenis.

Sami Blood

Internaat
Haar speelfilmdebuut Sami Blood is een stijlvol gefotografeerde, meeslepende coming af age over het veertienjarig meisje Elle Marja dat wil breken met haar volk. In de jaren dertig van de vorige eeuw woont zij met haar gezinnetje in de ongerepte natuur en de tijd breekt aan dat zij de zorg voor een eigen rendier op zich gaat nemen. Dat vooruitzicht en haar verplichte verblijf op een internaat veroorzaakt een gevoel van beklemming. Het lijkt een kwestie van tijd dat Elle Marja de ketenen van zich zal afgooien om haar geluk, vrijheid en idealen buiten de Sami-gemeenschap te gaan zoeken.

Maar zo gemakkelijk is dat niet, want voor beide werelden valt wat te zeggen, en je familie en je cultuur achterlaten doe je niet zomaar. Amanda Kernell weet dat uit eigen ervaring, omdat veel van haar familieleden uit vorige generaties voor diezelfde keuze stonden. Het mooie van Sami Blood is dat de filmmaakster geen partij kiest: er is begrip voor degene die het traditionele afzweert en respect voor de oude cultuur die nog is verstoken van modern verval. Maar de keuze is onverbiddelijk, het is de ene levenswijze of de andere.

Wijde wereld
Die botsing van culturen vormt dan ook de rode draad van het drama. Elle Marja zit samen met haar jonge zusje in een internaat waar ze door een strenge Zweedse juffrouw worden onderricht en gedrild. De meisjes mogen niet langer hun eigen taal spreken en de dokter meet hun schedels, fotografeert hen naakt, alsof de Sami een volstrekt achterlijk volk is. Als Elle Marja zegt dat ze wil gaan studeren, ondervindt ze tegenwerking van de juf die weigert het vereiste document te ondertekenen. Zij vindt dat Lappen te weinig hersencapaciteit hebben om te kunnen studeren.

Sami Blood

Ook buiten het internaat stuit het ambitieuze pubermeisje op weerstand. Nadat een groepje jongens in het bos zich discriminerend over haar uit heeft gelaten, barst de bom. Het voorval mondt uit in een tragische aanvaring waarin Elle Marja wordt bejegend als ware zij een rendier. Het leidt tot de dag waarop ze stiekem een andere jurk aantrekt en haar traditionele kleding verbrandt. Elle Marja vlucht, noemt zich voortaan Christina en ontmoet een jonge, welgestelde student.

Tijdens het onverbiddelijke afscheid van haar familie en de moeizame ontdekkingstocht in een nieuwe wereld zit de camera bijna voortdurend dicht op haar huid, regelmatig confronterend en aangrijpend – gesteund door de energieke verschijning van nieuweling Lene Cecilia Sparrok.
 

8 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Other Side of Hope, The

****

recensie The Other Side of Hope

Finse kneuterigheid

door Wim Meijer

De Finse film The Other Side of Hope geeft een mooi beeld van de vluchtelingenproblematiek. Met droge humor en fraaie regie vertelt regisseur Aki Kaurismäki een aangrijpend verhaal.

De Finse zakenman Wikström (Sakari Kuosmanen) trekt ’s ochtends zijn te grote pak aan, legt zijn trouwring naast zijn echtgenote neer en loopt richting de deur. Terwijl de vrouw nog een borrel inschenkt, wisselen ze een laatste blik en zonder een woord te zeggen verlaat Wikström het huis. In de kelder staat een zwarte, oude klassieker, volgeladen met overhemden. De verkoper gaat langs kledingwinkels en deelt zijn dagdromen met de klanten. Terwijl hij de straat uit tuft rijdt hij bijna Khaled aan.

The Other Side of Hope

Opvallend luchtig
Khaled (Sherwan Haji) is een Syrische vluchteling die een paar minuten eerder onder een lading kolen vandaan is gekropen. Onder het roet klimt hij het vrachtschip uit en zet hij voet op nieuw land. Finland nog wel. Na een douche gaat hij naar de politie en vraagt hij asiel aan. Al snel zit hij in een asielzoekerscentrum waar de anderen hem en de kijker informeren over de situatie in zo’n AZC: niet kunnen werken, wachten en wellicht uitgezet worden. Ze maken er het beste van in een periode van onzekerheid die jaren kan duren. In dat opzicht verschilt Finland weinig met de Nederlandse situatie.

Later in de film zullen de paden van de protagonisten nogmaals kruisen, maar eerst neemt regisseur Aki Kaurismäki uitgebreid de tijd om de personages te introduceren. Dat gaat gepaard met de nodige humor. The Other Side of Hope is geen film die het lot van de vluchteling er in wil wrijven. In tegenstelling tot veel recente films over vluchtelingen (Fuocoammare bijvoorbeeld) is dit Finse stukje cinema opvallend luchtig. Dat kijkt wel zo prettig, terwijl de boodschap alsnog kraakhelder is.

The Other Side of Hope

Gortdroog
Niet dat er iets mis is met intieme portretten over vluchtelingen, maar Aki Kaurismäki toont dezelfde soort problematiek minstens net zo effectief met gortdroge humor. De manieren waarop Khaled de autoriteiten ontvlucht en uiteindelijk op zoek gaat naar een baan zijn bijzonder komisch. Wanneer de Finse cineast vervolgens enkele scènes gebruikt waarin Khaled vertelt over zijn barre tocht en de discriminatie waarmee hij te maken krijgt, zijn deze bijzonder emotioneel en doeltreffend. Een scène waarin Khaled musiceert op een bağlama (een soort luit) is een van de mooiste uit de film. Sterk hoe de Arabische typerende toonladders de kale slaapruimte in het AZC vullen, terwijl iedereen verstilt om te luisteren naar Khaled, denkend aan thuis.

Aki Kaurismäki levert een bijzonder fijne film af met een bijrol voor de muziek. Niet alleen Khaled speelt een deuntje. Ook lokale helden spelen Finse riedeltjes, vaak bluesy en melancholisch. De livemuziek is nooit ver weg en is net zo kneuterig als de film zelf. Zo creëert Kaurismäki een heerlijk sfeertje zonder verder enige visuele flair. Alle kracht zit hem in de beelden, het grauwe palet en de hoe de haast emotieloze Wikström met zijn nieuwe vriend om gaat. Aanrader!
 

14 april 2017

 
MEER RECENSIES

Day Will Come, The

***

recensie The Day Will Come

Terreur in belang van kind

door Cor Oliemeulen

Op het eerste gezicht lijkt The Day Will Come het zoveelste drama waarin een slachtoffer door middel van fantasie de hel probeert te ontvluchten. Maar wie verder kijkt dan de verwachtingsvolle titel ziet een modern Oliver Twist-verhaal met intrigerend plot en sterke vertolkingen.

De Denen hebben het laatste decennium danig van zich laten horen met filmproducties die ver buiten Scandinavië furore maakten. Al voordat hele volksstammen zich lieten vollopen met vooral Amerikaanse tv-series kluisterden fans zich massaal aan het beeldscherm voor de politiereeks The Killing (Forbrydelsen) en het politieke drama Borgen. Zentropa, het productiehuis van regisseur Lars von Trier, bracht voor The Day Will Come een aantal zeer getalenteerde landgenoten bij elkaar.

The Day Will Come

Wreed
We hebben het allemaal al eerder gezien: jongens belanden op last van de staat in een weeshuis of tuchthuis alwaar zij hard, soms onmenselijk wreed, worden aangepakt om later als volwaardige en brave burgers aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Maar in het Denemarken van eind jaren 60 waarin jongeren openlijk strijden voor vrede, vrijheid en liefde, kan de generatiekloof bijna niet groter zijn. Degene die zich niet gedraagt of geen ouder heeft die voor hem kan zorgen, loopt kans te belanden in het tehuis van de tirannieke Frederik Heck (Lars Mikkelsen: The Killing, Borgen en later als Russische president in House of Cards). Een idealist van de oude stempel die door middel van keiharde discipline en vernedering heilig gelooft het belang van het kind te dienen.

Als iemand zich niet aan de regels houdt, mag de groep kiezen: óf iedereen wordt gestraft óf iedereen mag de zondaar enkele rake klappen verkopen. Bedplassers moeten buiten in weer en wind in hun onderbroek op een kistje staan net zo lang tot het natte laken, dat ze met gestrekte armen moeten vasthouden, is opgedroogd. Als het hulpje van de directeur met zijn sleutelbos rammelt, moet je pas echt op je tellen passen. En dan is er altijd nog een pedofiele begeleider die ’s nachts een jongetje uit de slaapzaal komt halen en niet vies is van een verkrachting meer of minder.

The Day Will Come

Watertoren als Apollo
The Day Will Come drijft op treurnis en geweld, maar stijgt uit boven clichés en middelmaat. Enerzijds door het sterke scenario van Søren Sveistrup, de bedenker en schrijver van The Killing, die de hoofdpersonages een realistische complexiteit heeft toebedeeld. Anderzijds door de strakke, gedegen regie van Jesper Nielsen, eerder verantwoordelijk voor een aantal afleveringen van Borgen. En dan is er nog Sofie Gråbøl, die in het eerste en derde seizoen van The Killing de eigengereide hoofdinspecteur Sarah Lund speelt. Ditmaal fungeert zij als de nieuwe lerares in het jongenstehuis die met lede ogen moet toezien hoe hier de tijd heeft stilgestaan. Hoewel zij gefrustreerd met de noorderzon vertrekt, blijft de kijker zich vastklampen aan de hoopgevende filmtitel.

Centraal in het drama staan de broertjes Elmer en Erik, in het tehuis geplaatst nadat hun moeder voor behandeling van kanker in het ziekenhuis is opgenomen. De oudste, Erik, is de rebel; Elmer (met klompvoet) de dromer. Met zijn fantasierijke verhalen weet Elmer voor zowel zichzelf als zijn broer en lotgenootjes het alledaagse leed te verzachten. Hij is gefascineerd door de ruimtevaart en wil later astronaut worden. De watertoren op het buitenterrein, mooi van onderaf gefilmd met de maan erboven, geldt als metafoor voor de eerste Amerikaanse Apollo-raket die op het punt staat om op de maan te landen en staat tegelijkertijd symbool voor Elmers drang naar vrijheid en rechtvaardigheid. Terwijl de directeur zowaar op weg is naar een koninklijke onderscheiding, is het aan een nieuwe inspecteur om tot de lamgeslagen jongens door te dringen. Maar dan weet de kijker gelukkig allang dat ooit De Dag Zal Komen.
 

10 maart 2017

 
MEER RECENSIES