Winnie

***

recensie Winnie

Portret van een omstreden heldin

door Cor Oliemeulen

Winnie gaat over de gelijknamige zwarte mensenrechtenactiviste die werd bewonderd én verguisd. Net als Bram Fischer een nuttig document om je wat in de turbulente geschiedenis van Zuid-Afrika te verdiepen. De docu toont vooral een, soms eenzijdig, portret van een heldin.

Weinig mensen zo toegewijd als Winnie Nomzalo Madikizela: aan haar man Nelson Mandela en haar strijd tegen de Apartheid. In de documentaire Winnie van Pascale Lamche vertelt één van haar biografen dat Winnie heel vaak is verraden door mensen in haar omgeving die ze vertrouwde en dat ze jarenlang systematisch in de gaten werd gehouden en getreiterd door de geheime dienst van Zuid-Afrika. Terwijl echtgenoot Nelson een ‘levenslange’ gevangenisstraf uitzat, was Winnie één van de weinigen die hem heel af en toe mocht bezoeken op Robben Island.

Winnie

Fanatiek voorvechtster
Tijdens zijn 27-jarige gevangenschap heeft Nelson Mandela de wereld vooral door Winnie’s ogen gezien. De opstanden in de zwarte woonwijken, de repressie en het extreme politiegeweld tot en met de groeiende steun voor gelijke rechten uit het buitenland. Zo werd Winnie ooit opgezocht door Bobby Kennedy, maar sprak de Amerikaanse president Ronald Reagan zich uit tegen haar terroristische activiteiten. Van hem mocht Zuid-Afrika beslist geen communistische staat worden en bovendien mocht het olietransport vanuit het Midden-Oosten geen gevaar lopen.

Winnie Mandela groeide snel uit tot dé voorvechtster van de strijd tegen de blanke onderdrukking. Zij komt zelf aan het woord, toen en nu, net als haar dochter, journalisten en andere volgers en betrokkenen. Het beeld ontstaat dat Winnie altijd scherp in de gaten werd gehouden en vaak werd opgepakt, ondervraagd en in de gevangenis gezet. Zij vormde een regelrechte bedreiging voor de positie van de witte macht. Zij werd verbannen naar het kleine gehucht Branston, waar zij zich vervoerde in een rode Kever en haar strijd geenszins zou temperen.

Beschadigde reputatie
Winnie’s tegenstanders bewerkten de media om haar reputatie te beschadigen en haar politiek te neutraliseren. Meer dan eens werd ze in verband gebracht met liefdesaffaires, fraude, diefstal en het aanmoedigen van geweld tegen infiltranten. Eén van de sterkste punten van Winnie is het interview met Vic McPherson, het toenmalige hoofd van Stratcom Operations die de heksenjacht op Winnie graag bevestigt. Met een hond op zijn schoot vertelt hij in geuren en kleuren over surveillance, infiltraties en de vele campagnes om de activiste zwart te maken. Samen met de terugblik van het toenmalige hoofd van de nationale veiligheidsdienst maakt dat de documentaire minder eenzijdig.

De documentaire is een eerbetoon aan de krachtige persoonlijkheid Winnie Mandela, en laat derhalve enkele zwarte bladzijden buiten beeld. Er is weliswaar aandacht voor haar militante aanpak om het apartheidsregime omver te blazen – variërend van een trainingskamp in Lesotho en aanvallen op economische doelen en politiebureaus tot en met de ontvoering en moord op de jeugdige infiltrant Stompie Moektsei in 1991, waarvoor volgens een rechtbankgetuige Winnie persoonlijk haar bodyguards van de Mandela United Football Club opdracht zou hebben gegeven. Maar onvermeld blijven de zogenaamde halsbandmoorden op (vermeende) collaborateurs – de slachtoffers kregen om hun nek een met benzine overgoten autoband, die vervolgens in brand werd gestoken –  waarover Winnie nooit haar afkeuring uitsprak.

Winnie

Omstreden heldin
Door haar politieke denkbeelden en de agressieve manier waarop volgens haar de Apartheid moest worden bestreden, werd haar positie in het ANC (African National Congress) meer en meer omstreden. Na de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 en de legalisatie van het ANC begonnen voorzichtig de onderhandelingen met het regime. Terwijl Winnie voor veel jongeren in de zwarte woonwijken en bewonderaars in het buitenland een heldin bleef, werd zij zowel persoonlijk als politiek langzaam, maar gedecideerd, aan de kant geschoven.

Die troosteloze ontwikkeling geeft de film een wrange en aandoenlijke lading. Door Winnie’s omstreden gedrag, de druk van andere ANC-kopstukken en het beoogde presidentschap voelde Nelson zich genoodzaakt om van haar te scheiden. We zien vervolgens hoe Winnie tijdens de beëdiging ergens achteraf op een stoel wordt gemanoeuvreerd en hoe de vermaarde bisschop Desmond Tutu haar openlijk oproept tot het maken van excuses voor alle fouten die zij volgens hem heeft gemaakt. Het is begrijpelijk en bewonderenswaardig dat Winnie zich niet helemaal naar de slachtbank heeft laten leiden. Tot op de dag van vandaag is zij een nog door velen gerespecteerd lid van het Zuid-Afrikaanse parlement.
 

17 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Waterboys

****

recensie Waterboys 

Liefde voor muziek in Nederlands jasje

door Wim Meijer

De liefde voor muziek kan mooie vormen aannemen, zo bewijst Robert Jan Westdijk met Waterboys. De nummers van zijn favoriete band dienen als basis voor een fijne tragikomische Nederlandse film.

Regisseur Robert Jan Westdijk (Zusje, Phileine zegt sorry) vertelt tijdens de persvoorstelling met aanstekelijk enthousiasme over zijn nieuwste project. Zes jaar geleden maakte hij zijn laatste film en de pers is massaal uitgerukt om Waterboys te zien. De zaal is afgeladen, tot grote vreugde van de regisseur. Westdijk blijkt enorm fan van de Iers-Britse band The Waterboys. Hij zocht twee jaar geleden de leadzanger Mike Scott op en pitchte zijn concept: een Nederlandse film met een prominente rol voor Scotts band. Scott stemde in.

Waterboys

Papa is een lul
De telefoon rinkelt. Er is niemand thuis. Middels antwoordapparaatberichten maken we kennis met Victor (Leopold Witte). De beelden zijn nog zwart, met slechts introducerende teksten. Niet veel later loopt Victor de voordeur door in het eerste shot. Na een nachtelijke escapade, zo leren we al snel. Het was niet de eerste en voor zijn vrouw Elsbeth is het de druppel. Ze heeft hem die nacht verlaten. Niet lang daarna treft hun zoon Zacharia (Tim Linde) hetzelfde lot – uitzetting door zijn vriendin.

Papa is een lul, zijn zoon een watje. Victor, een crimeschrijver van een Baantjer-achtige serie, heeft net het zeventiende deel af. Victor is als Vledder en valt in de smaak bij de vrouwen. Hij maakt er dankbaar misbruik van. Zien we Zach, dan had de appel niet verder van de boom kunnen vallen. Biologen zouden hem determineren tot de ongewervelde dieren. De ruggengraat ontbreekt. Deze cello spelende brave borst is hard toe aan assertiviteitstraining.

Het melodramatische Waterboys is deels roadmovie, deels familiedrama. Vader en zoon reizen af naar Edinburgh vanwege de vertaling van Victors laatste werk. Op de ferry vloeit de drank rijkelijk. Vanaf het dek zien we het kustgebied rondom het weinig aantrekkelijke Hull. Melancholische celloklanken vervoeren de kijker over het water. Het is alsof je zelf op het enorme schip zit. De camera tuurt naar de horizon, naar de kust, dan weer naar het spoor van bubbels dat de rotoren achterlaten in het water. De cinematografie is droogjes, met weinig opsmuk. De beelden van director of photography Alex Wuijts vervullen hun doel – het grillige Schotland op gepaste wijze introducerend.

Waterboys

The Trip
In Edinburgh aangekomen doet de film denken aan The Trip. Twee mannen reizen door Engeland terwijl ze elkaar nauwelijks (meer) kennen, waardoor grappige, ongemakkelijke scènes ontstaan. Victor en Steve Coogan verschillen bijzonder weinig. Romances met PR-dames en hotelbedienden blijken onvermijdelijk, evenals clashes in hotelkamers en verplichte nummertjes met de lokale pers. Net als bij Rob Brydon en Steve Coogan, staat de relatie tussen Victor en Zach centraal. De twee tegenpolen vinden toenadering tot elkaar, al mag het even duren.

De climax van de film is het Waterboys-concert in Edinburgh – hoe kan het ook anders – waarin alles samen komt. Het nummer Don’t Bang The Drums is prachtig verfilmd met groenblauwe tinten. Voor Victor en zijn vrouw hebben The Waterboys speciale waarde, want tijdens de regen, onder een poncho, zou Zach zijn verwekt. Tijdens het concert herhaalt de geschiedenis zich en komen oude emoties bovendrijven. Het zijn deze scènes waarin Westdijks passie voor film en muziek harmonieus samensmelten.
 

26 november 2016

 
MEER RECENSIES

Windmill Massacre, The

***

recensie The Windmill Massacre

Horror in Holland

door Wim Meijer

Een groep toeristen strandt in de polder. In de wijde omtrek staat niets, behalve een ongure molen en een klein huisje. En verdomd, blijkt daar net een moordlustige molenaar rond te sluipen. Langzaam zuivert de beste man de polder van toerisme.

De nederhorror The Windmill Massacre (The Tulip Massacre kon waarschijnlijk écht niet) overspoelt de kijker met typisch Nederlandse taferelen: grachten in Amsterdam, de Wallen en uitgestrekte weilanden met slootjes en molens. In die setting plaatst de film een atypisch ensemble personages. Neem Jennifer (Charlotte Beaumont), een Australische au-pair met een duister verleden. Of Jackson (Ben Batt), een militair wiens bezoek aan de wallen dramatisch verloopt. Verder zien we de gestreste zakenman Douglas (Patrick Baladi), die geeneens tijd heeft voor een selfie met zijn zoon Curt (Adam Thomas Wright). Een spirituele Japanner Takashi (Tanroh Ishida), Frans fotomodel Ruby (Fiona Hampton) en de Britse dokter Nicholas (Noah Taylor) completeren het gezelschap.

The Windmill Massacre

Bonte verzameling
De bonte verzameling karakters maakt een busreisje. Buschauffeur Abe (Bart Klever) brengt het genootschap naar de o zo Nederlandse polders. De bus van Happy Holland Tours meandert door de weilanden, gefilmd met mooie helikoptershots. (Of droneshots wellicht tegenwoordig?) Dan krijgt de bus pech. Bereik is er niet, in het niemandsland. De nacht zet in, dus zoekt het gezelschap onderdak in een huisje vlakbij een sinister uitziende molen.

Deze blijkt het onderkomen van molenaar Hendrik. De beste man sloot honderden jaren geleden een pact met de duivel en fungeert dezer dagen als IJzeren Hendrik. Nietsvermoedende toeristen laat hij boeten voor hun zonden, een zondeconcept dat ook Saw bijvoorbeeld hanteert. Met zeis en klompen (jawel!) maakt hij menigeen een kopje kleiner, totdat slechts een enkeling het verhaal kan navertellen.

Poldermodel
Regisseur Nick Jongerius besteedt tijd aan de ontwikkeling van zijn personages en met name Charlotte Beaumont laat haar waarde zien. Ze speelt veel beter dan je zou verwachten in een lowbudgetproductie. De focus op de cast gaat echter wel ten koste van de hoeveelheid goorheid en moorden die we te zien krijgen.

The Windmill Massacre

The Windmill Massacre is geen lompe slasher geworden, dankzij de keuze om ook plot en personages aandacht te geven, hetgeen wellicht wat hardcore horrorfanaten niet kan bekoren. Een typisch Hollandse keuze eigenlijk. Het poldermodel in filmvorm.

De moorden variëren van ronduit origineel tot vrij knullig. De film is low budget en dat is met name te zien in de special effects. De eerste moord is heerlijk verfilmd en komt uit onverwachtse hoek. Ook de finale mag er wezen. Tussen start en slot moet The Windmill Massacre het vooral hebben van meer dan degelijk acteerwerk, veel grappige scènes (Takashi die ‘Het zal wel niets zijn’ zegt, nadat er al drie man zijn vermoord en een vierde is verdwenen) en een sporadisch schrikeffect. Dat het verhaal zich afspeelt in de polder is verfrissend. Het is weer eens wat anders dan een verlaten huis. Sterk camerawerk geeft de kijker in de open velden een claustrofobisch gevoel, geholpen door een aanzwengelende soundtrack. The Windmill Massacre is vooral vermakelijk, maar nooit echt goed.
 

24 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Wailing, The

****

recensie The Wailing

Sul buiten zijn comfortzone

door Alfred Bos

Alles is net even anders in deze Zuid-Koreaanse genrefilm die speelt met conventies en verwachtingen. Zijn het giftige paddenstoelen die van de dorpsbewoners moordende woestelingen maken of waart er een geest rond?

Horror is een kwestie van doseren. In The Wailing speelt de Zuid-Koreaanse regisseur Hong-jin Na een spel met genreconventies en de kijker. Zijn film opent als een thriller, lijkt zich te ontwikkelen tot horror en ontplooit zich uiteindelijk als fantasy van het donkere soort. Voor de consument van popcorn-blockbusters is het wellicht een tikje te grillig, maar de meer avontuurlijk ingestelde kijker – en de horrorfijnproever, uiteraard – wordt met verve bespeeld, 157 minuten lang. En dat is lang.

The Wailing

In een dorpje op het platteland van Zuid-Korea wordt een politieman (Do Wo Kwak, in Zuid-Korea voornamelijk bekend van bijrollen, in Nederland te zien geweest in The Berlin File uit 2013) ’s ochtends wakker gebeld. Hij moet direct langskomen, er is een lijk gevonden. Half wakker draaft hij de deur uit, pas na aandringen van zijn vrouw schrokt hij een ontbijt naar binnen. We leren Jong-Goo, zo heet hij, kennen als volgzaam en aards. Een sul buiten zijn comfortzone.

Zijn collega Il-Gwang (Jeong-min Hwang, de meer bekende acteur in Zuid-Korea, vorig jaar op het Imagine Festival te zien geweest als hoofdrolspeler van de actiekomedie Beterang) is al op de plaats delict aanwezig. Op de veranda van een schamele woning hangt een nauwelijks als mens herkenbare man in zwijm. Rond hem scharrelen agenten in de stromende regen door de modder. Binnen ligt het gruwelijk toegetakelde lijk van zijn vrouw.

Hitchcock-adept
The Wailing (Het Geklaag) is de vertaling van Goksung, de naam van het dorp en tevens de Koreaanse titel. Het is de derde film van regisseur Hong-jin Na, ook verantwoordelijk voor het draaiboek. Die dubbelrol vervulde hij bij zijn eerdere films, de actiethrillers Chaser (Chugyeogja, 2008) en The Yellow Sea (Hwanghae, 2010), die beide de twee uur speelduur ruim overschrijden. Dat doet ook The Wailing, de officiële Zuid-Koreaanse inzending voor het Film Festival in Cannes. Op verschillende fantasy festivals won de film al de publieksprijs.

Daar kan deze nuchtere, niet bijzonder van horror gecharmeerde kijker goed inkomen, want Hong-jin Na zet conventies naar zijn hand. Niet alleen laat hij de hoofdrol vervullen door een bijrolacteur – en diens collega spelen door een steracteur – hij geeft hints en aanwijzingen als een volleerde Hitcock-adept en bespeelt zijn publiek als een marionettist. Dat wordt met zwier door een reeks emoties gejonast, van nieuwsgierigheid via beklemming naar totale verbijstering.

The Wailing

Botsing van ratio en magisch denken
Het motto van de film is ontleend aan een tekst uit het Nieuwe Testament, het evangelie van Lucas. Geloof en bijgeloof spelen de hoofdrollen in The Wailing. In de geciteerde Bijbeltekst presenteert Jezus zich als geest; de film toont het ultieme kwaad, de duivel, in mensengedaante. Het verhaal is een botsing van ratio en magisch denken, van goed en kwaad. De moordende echtgenoot heeft verkeerde paddestoelen gegeten, oppert protagonist Jong-Goo. Welnee, het is die rare Japanner die onlangs in het dorp is komen wonen, meent zijn collega Il-Gwang.

Wanneer de moordpartij uit de openingsscène geen incident blijkt en er meer slachtoffers vallen, waaronder Jong-Goo’s allerschattigste dochtertje, worden er een priester en een sjamaan bijgeroepen. Maar The Wailing is zombiefilm noch The Omen op zijn orientaals, en ook geen rampenfilm à la Outbreak of een dorp-keert-zich-tegen-buitenstaander verhaal op zijn Salems.

In deze bovennatuurlijke thriller betoont de regisseur zich een Aziatische tegenhanger van Guillermo del Toro. The Wailing is sterk van suggestie en neemt ruim de tijd om de kijker te kapselen in een sfeer van groeiende verontrusting. Ook sterk: de regisseur weigert om alles klip en klaar te maken. In de voor de hand liggende Hollywood-makeover zal het inktzwarte – of in dit geval bloedrode – slot ongetwijfeld een paar tandjes worden opgeleukt. En alles worden uitgelegd. Want buiten de comfortzone zijn geest en vlees niet van elkaar te onderscheiden.
 

2 oktober 2016

 
MEER RECENSIES

Weiner

****

recensie Weiner

Fucked in the Big Apple

door Ralph Evers

In 2011 kwam het Amerikaanse Democratische congreslid Anthony Weiner in opspraak vanwege sexting. Dat leidde tot zijn aftreden. Twee jaar later keert hij terug naar het politieke front. Ditmaal door zich verkiesbaar te stellen als de nieuwe burgemeester van New York.

De documentaire opent met een felle en uiterst strijdbare Weiner. Hij oogstte daarmee veel lof in het land. Een democraat die het de republikeinen erg lastig maakte en niet in hun vele trucjes trapte. Aan die carrière kwam abrupt een einde wanneer er pikante foto’s uitlekten, leidend tot het zogenaamde sexting schandaal. Sexting is het delen van seksueel geladen berichten of foto’s via mobiele telefoons of andere mobiele media. In het akelig preutse Amerika natuurlijk een doodzonde. Zeker bij de White Anglo-Saxon Protestants (WASP).

Documentairemakers Josh Kriegman en Elyse Steinberg volgen de ondergang en opstanding van Weiner van dichtbij. Ze hebben onbeperkte toegang tot Weiner en zijn vrouw Huma Abedin, het campagneteam en zijn familie.

Weiner

De lul
Wanneer Weiner na een pauze van twee jaar zich kandidaat stelt om voor het burgemeesterschap van New York te dingen, ruiken de media natuurlijk bloed. Wij denken misschien dat het Nederlandse verkiezingsspel al een niet serieus te nemen circus is. Nou, welkom in Amerika. Inhoudelijk op een belangrijk thema ingaan? Welnee, deze blanke, Joodse man, heeft huwelijksschennis gepleegd, dus ja, waarom is deze man dan überhaupt nog te vertrouwen? Iets in deze lijn loopt de logica van het Amerikaanse politieke mediatheater. Daarbij wordt dankbaar gebruik gemaakt van de achternaam van Anthony, uitgesproken als ‘wiener’, betekent het ook penis.

Van democratie naar egocratie
Aanvankelijk weet Weiner zijn verleden handig in te zetten in zijn kandidaatstelling. ‘Mijn vrouw heeft mij vergeven, dus waarom niet ook het Amerikaanse volk?’ Opvallend is dat met name de zwarte, latino- en homobevolking van New York achter hem staan. Deze mensen staan blijkbaar wat dichterbij de menselijke realiteit dan de zich verheven voelende W.A.S.P.’s en zijn ook geïnteresseerd in wat Weiner voor hen kan betekenen, in plaats van nog een sappig detail van zijn misstap. Een sterke boodschap leidt er toe dat Weiner bij tussentijdse peilingen bovenaan staan. Zou het dan toch lukken, de grootste comeback uit de Amerikaanse politieke geschiedenis?

Aaibare narcist
Dan komt een nieuw schandaal naar boven. Wederom blijkt Weiner met meerdere vrouwen seksueel getinte berichten uitgewisseld te hebben. Einde race om het burgemeesterschap.

Weiner

Een kracht van de documentaire is dat hij zelf geen moreel oordeel velt over het gedrag van Weiner en de reacties van anderen erop. We volgen Weiner op de voet en leren de man achter de politicus kennen. Zijn ijdelheid en zelfdestructieve gedrag in het volharden in seksuele uitspattingen op de sociale media. Zijn ideeën, zijn manier om met frustraties en tegenslag om te gaan en zijn manier om de vele aasgieren, zoals een talkshowhost van een MSNBC-programma, de prostituee met wie hij contact had en geagiteerde burgers die van schande spreken – en met wie hij jammerlijk in een bekvechtpartij terechtkomt.

Kritische noot
Op subtiele wijze toont de documentaire kritiek op hoe onze democratieën door op sensatie beluste media op de slachtbank worden gelegd. Toch beschuldigt Anthony Weiner die media niet. Ze doen slechts hun werk en middels sensaties, dus kijkcijfers, hebben zij overeind te blijven. Uiteindelijk wil Weiner vooral de nuance achter al die bombast laten zien, de mens achter het schandaal en de dubbele moraal van de vele spelers. Daarin is hij goed geslaagd.
 

24 september 2016

 
MEER RECENSIES

Wave, The

**

recensie  The Wave

The Towering Inferno in een Noorse fjord

door Bob van der Sterre

Noorwegen is dat mooie, sprookjesachtige land. Maar dat kan verraderlijk zijn. Op een dag heeft natuur andere plannen: een landverschuiving brengt een tsunami op gang. Rennen voor je leven in Bølgen / The Wave.

Een scenarioschrijver. Je beseft pas weer wat het belang is van zo’n functie als je een film ziet die niets origineels te bieden heeft. De rampenfilm The Wave houdt zich voortreffelijk aan alle eerder bedachte opzetjes hoe een rampenfilm moet worden gemaakt, letterlijk een schoolvoorbeeld.

Het is alsof je aan Google vraagt: hoe maak ik een rampenfilm? En dit is dan het eerste beste antwoord dat je vindt.

The Wave

Clichés overvallen je meteen. Een geoloog, Kristian. Zijn laatste dag (uiteraard), hij gaat verhuizen. Hij neemt afscheid van zijn werk. Maar er zijn rare signalen met het grondwater. Merkwaardig. Hij staat klaar om de pont op de rijden maar keert op het laatste moment om en gaat onderzoek doen.

Kristian heeft twee kinderen (jong meisje, skateboardende puber) en een vrouw die vindt dat hij zich niet meer zo moet opwinden. Het is zijn werk toch niet meer?

Ramp
De clichételler staat dan al op 79. Maar er komt meer. Hij doet onderzoek bij een berg in de Geirangerfjord. Sommige kabels zijn gebroken. Op kantoor schreeuwt hij dat een ramp staat plaats te vinden. Hij slaat letterlijk met de vuist op tafel. Helpt het? Uiteraard niet. De baas wil de alarmknop echt niet indrukken, het is immers nog toeristenseizoen.

Later gaat de ongelovige baas zelf een keer kijken. Je kunt wel raden wat er op dat moment gebeurt.

Vanaf hier gaat de scenarioschrijver volledig op de automatische piloot; je kunt rustig concluderen dat The Wave helemaal 0% origineels te bieden heeft in het rampengenre. De landverschuiving vindt plaats, creëert een tsunami, laat een familie vervolgens survivallen in het water, zoon, moeder, dochter, ze doen allemaal mee, hier en daar een paar offers van onbelangrijke bijrollen (‘vrienden’), allemaal zo voorspelbaar als dat morgenochtend de klok weer naar rechts zal lopen.

Een paar van de clichés: brommend geluid van de dreigend aankomende golf; mensen staren ongelovig in plaats van hard weg te rennen; slow motion door het water drijven, wisselend geluid en stilte; plassen water door de gangen van een gebouw; kindje kwijtraken, plots terugvinden; verdrinken, water spugen en je bent er weer; kindje ziet ouders en trekt een spurt; moeder die gilt omdat zoon/man/anyone dreigt te verdrinken.

The Wave

Nachtmerrie
Het is The Towering Inferno maar dan in een Noorse fjord. En dat is dan het enige pluspunt: het is een mooie rampplek. Het CGI-team heeft de nachtmerrie van velen mooi uitgebeeld: een tsunami tussen de fjorden waar je zo hard mogelijk vandaan moet rennen. Watergolven die door een hotel sjezen. Leuk bedacht. Bijna jammer van de film die eromheen zit.

Over The Wave nadenken zou tijd verspillen zijn. Ja, die ramp in Geiranger kan echt plaatsvinden. Ja, om dat te weten kunnen we ook een documentaire kijken of een boek openslaan. Dat die ramp rampzalig zal zijn, daarvoor hoeven we ook geen speelfilm te kijken (trouwens, Istanbul kampt met hetzelfde gevaar, en Tokio, en San Francisco, je kunt er een hele serie van maken, The Wave II, The Wave III, de volgende Hollywood-franchise staat al klaar).

Beter om zelf een wandeling door de fjorden maken! Maar wat je moet doen als je die golf dan ziet aankomen? Wel of niet in die auto duiken, de film lijkt het zelf ook niet te weten.

 

18 mei 2016

 

MEER RECENSIES

 

Wakhan Front, The

***

recensie  The Wakhan Front

Collectieve wanhoop

door Damian Uphoff

Een verfrissende oorlogsfilm – ja, het is dus echt mogelijk. Oeverloos macho gebral, pathetische heroïek, lomp geknal; niks van dat in The Wakhan Front. Regisseur Clément Cogitore wendt zich tot een originelere aanpak. Alleen dat verdient al lof. 

Gestationeerd in de spuuglelijke contreien van Wakhan (Afghanistan), heeft een unit Franse soldaten nog wat losse eindjes aan elkaar te knopen. Alvorens hun biezen te pakken hebben ze nog één opdracht: het bewaken van de afgelegen vallei in Wakhan. Aangezien het een kalme regio betreft lijkt dit geen moeilijke taak, maar ze ondervinden al vlug dat het geen sinecure blijkt. Op curieuze wijze verdwijnen er soldaten, zonder ook maar iets van een spoor achter te laten. Alsof de aarde ze heeft opgeslokt. De pragmatisch ingestelde sergeant Bonassieu probeert de boel in toom te houden, maar tevergeefs. De wanhoop doet intrede.

Recensie The Wakhan Front

Frisse draai
The Wakhan Front heeft een opmerkelijk concept voor een oorlogsfilm. Het is er eentje die je evengoed in een horrorfilm zou kunnen aantreffen, alleen is The Wakhan Front dat allesbehalve. Een dappere poging van de debuterende regisseur Clément Cogitore, slechts bekend van kortfilms als Parmi nous en Un Archipel.

De uitwerking laat het veelbelovende uitgangspunt niet in de steek. The Wakhan Front richt zich voornamelijk op sfeer, iets wat weinig oorlogsfilms doen. Duistere soundscapes zetten een nijpende sfeer neer. Dat lukt niet altijd, want op audiovisueel vlak blijft de film net te terughoudend om echt beklemmend te zijn. De cinematografie beperkt zich vooral tot het droog vastleggen van het verdorde Afghaanse landschap, al zorgen de beelden door de nachtkijkers voor variatie. Het hoogtepunt is een wat dynamischere scène, waarin een soldaat kwade geesten tracht te verdrijven met een soort dans.

Afzwakkend mysterie
De mysterieuze verdwijningen eisen op een gegeven moment hun tol op de psychische gesteldheid van de soldaten. De lokale bevolking weet blijkbaar van niks, en ook de Taliban heeft geen enkele notie. Sterker nog, zij hebben met hetzelfde probleem te kampen. De concrete oorzaak van de verdwijningen krijg je als kijker nergens. Er worden slechts enkele oorzaken gesuggereerd. Daar is ansich weinig mis mee, alleen is het ‘probleem’ dat het mysterie gaandeweg aan kracht inboet. Eens het einde nadert begint het plot chaotische vormen aan te nemen. Alsof de regisseur zich na driekwart van de film geen raad meer wist, en het zaakje maar wat afraffelde.

Recensie The Wakhan Front

Het acteerwerk is erg dubbel. De Franse soldaten zetten hun rollen geloofwaardig neer, met Jérémie Renier als speerpunt. Dat geldt niet voor de Taliban-strijders. Geleid door een snuiter die nog het meest weg heeft van een dubieuze kruising tussen Gimli uit The Lord of the Rings en Jack Sparrow, komen ze een beetje lachwekkend over. Ook de wijze waarop de twee partijen uiteindelijk met elkaar in verzoening raken is allesbehalve geloofwaardig. Ze zitten nog net niet met elkaar aan de thee.

The Wakhan Front is zeker geen slechte film. Hij is er eentje die afwijkt van de geijkte genreconventies, en tot op zekere hoogte intrigeert. Maar ergens wringt het dat de potentie die hier in zit er slechts met mondjesmaat uitkomt.

 

27 januari 2015

 

MEER RECENSIES

Walk in the Woods, A

**

recensie  A Walk in the Woods
Het grote foute slapstickavontuur

door Nanda Aris

Hoezeer Robert Redford, Emma Thompson en Nick Nolte ook gewaardeerde acteurs zijn, deze ‘oude rotten’ kunnen niet voorkomen dat A Walk in the Woods, gebaseerd op het reizigersmemoir van Bill Bryson, een flauwe slapstick is.

Regisseur Ken Kwapis verfilmt graag boeken (The Sisterhood of the Traveling Pants, 2005) en op waarheid geïnspireerde verhalen (Big Miracle, 2012), maar helaas zelden van een hoog niveau. Daarom is het opmerkelijk dat hij voor zijn nieuwste film met goede acteurs mag samenwerken. Het zal het vertrouwen in het verhaal zijn dat de acteurs deed besluiten om hun medewerking te verlenen.

Recensie A Walk in the Woods

Twee oude mannen
Schrijver Bill Bryson (Robert Redford) besluit dat hij de 2100 mijl lange Appalachian Trail wil bewandelen. Zijn vrouw (Emma Thompson) vindt dat een minder goed idee, en probeert hem op andere gedachten te brengen. Ze overtuigt hem ervan dat hij beter met een vriend kan gaan lopen, en dus belt Bill een aantal oude vrienden op. Wie hij niet belt, maar wie hém opbelt, is Stephen Katz (Nick Nolte), zijn oude vriend met wie hij ooit door Europa trok. Hij ziet een trektocht wel zitten, ondanks zijn slechte conditie.

Nolte past goed de rol van ruige, ex-alcoholistische, vrijgezelle man, die toegeeft dat hij de ene helft van zijn leven spendeerde aan “getting drunk and chasing pussy” en de andere helft “wasted”. Redford en Thompson gun je op acteergebied beter, alhoewel ze het beste proberen te maken van hun rol – zo is Thompson aandoenlijk als ze afscheid neemt van Redford wanneer hij aan zijn reis begint.

Slapstick
En zo vertrekken de twee oude vrienden, die elkaar al jaren niet meer gesproken hebben, samen op reis. En begint het grote foute slapstickavontuur. De slechte grappen volgen elkaar in rap tempo op. Zo zakt het stapelbed waarin de twee mannen in een hostel slapen, in elkaar. De flauwheid van de grappen zit hem ook in de voorspelbaarheid. Katz gaat bovenin het stapelbed liggen, het bed kraakt, Bill ligt eronder, en kijkt omhoog naar de onderkant van het stapelbed, dat natuurlijk vervolgens in elkaar zakt.

De slechte grappen leiden ons helaas af van prachtige shots van de omgeving (Amicalola Falls State Park, in Dawsonville, Georgia) waar de mannen doorheen wandelen.

A Walk in the Woods

Avontuur
Andere films waarin de hoofdpersoon de wijde wereld intrekt zijn onder andere Into the Wild (2007) en Wild (2015). Waar Into the Wild geweldig slaagt in het meenemen van de kijker op een groot avontuur, is Wild al een kuisere versie die minder aangrijpt, en roept A Walk in the Woods eerder weerstand dan sympathie op. In Wild volgen we Cheryl, een jonge vrouw die besluit de Pacific Crest Trail te lopen. De intenties voor de wandeltocht zijn verschillend – voor Cheryl (Reese Witherspoon) is het een reden om haar verleden te verwerken, voor de mannen om te bewijzen dat ze het kunnen.

Misschien is deze recensent minder gecharmeerd van films waarin oude mannen op reis gaan, want ook The Bucket List (2007), waarin twee terminale oude mannen samen op reis gaan om dingen te doen die ze altijd nog hadden willen doen, kon weinig bekoren.

 

11 december 2015

 

MEER RECENSIES

Walk, The

***

recensie  The Walk

Up In The Air

door Suzan Groothuis

Natuurlijk moest het verhaal van Philippe Petit, een charismatische Franse koorddanser, verfilmd worden. Op zijn koord bewandelde hij de immense leegte tussen de Twin Towers. Door Robert Zemeckis vastgelegd in overweldigend 3D. Geschikt voor alle leeftijden, maar niet voor mensen met hoogtevrees.

Wie Man On Wire (James Marsh) gezien heeft, weet wat ‘m te wachten staat in The Walk. In Marsh’ bejubelde documentaire uit 2008 zien we het verhaal van Philippe Petit, een bevlogen, energieke man met een grote passie: koorddansen. Koorddansen met een missie, want hij heeft het gewaagd om in 1974, ten tijde van het aftreden van Nixon, de immense leegte tussen de Twin Towers van The World Trade Center te bewandelen.

Niet zonder poespas
Dat ging natuurlijk niet zonder poespas: Petit stelde een team samen om clandestien de nog in constructie zijnde torens binnen te dringen en vanaf 450 meter hoogte zijn koord te spannen. In Man on Wire zien we het uiteindelijke resultaat vanaf ground zero: een sereen beeld van een man die één is met zijn koord en de lucht rondom hem. Daarmee werd Petit de artiest die The World Trade Center een ziel gaf.

Recensie The Walk

Een prachtig uitgangspunt voor een speelfilm, zeker in een tijd dat CGI en 3D hoogtij vieren. Robert Zemeckis, de man van Back To The Future, Who Framed Roger Rabbit en Forrest Gump, op IMDb ook wel omschreven als ‘whiz-kid met special effects’, waagde het om Petits ongelofelijke verhaal te verfilmen. Hij doet dat met een groots gebaar: in het openingsshot zien we Joseph Gordon-Levitt (Inception, The Dark Knight Rises) als Philippe Petit op de top van het Vrijheidsbeeld staan, terwijl hij zijn avontuur introduceert en de twee torens achter hem schitteren.

Hoger doel
Waar “le coup”, zoals Petit de dag van zijn gewaagde stunt omschrijft, in Man on Wire direct aanvangt, is er in The Walk eerst aandacht voor Petits tijd in Frankrijk. Als straatartiest zien we hem, in karikaturaal Parijs, zijn brood verdienen. Wanneer hij leest over de bouw van de Twin Towers is het voor Petit zo klaar als een klontje. Die twee torens gaat hij op zijn koord bewandelen. Ofwel in zijn eigen woorden: “I’ve got to put a wire between those towers; I’ve got to walk”. En vanaf dat moment zien we hoe zijn passie voor het koorddansen ontstaan is en gevoed wordt door zijn leermeester Papa Rudy (Ben Kingsley).

De sprookjesachtige avontuurlijke sfeer van de film krijgt een andere wending als Petit met zijn team en zijn grote liefde Annie (Charlotte Le Bon) de dag van “le coup” voorbereidt. Alles is tot in de puntjes gepland en doet denken aan een strak beraamde bankoverval. Die overigens niet zonder problemen verloopt, wat een paar spanningsvolle momenten oplevert.

The Walk

Al het voorgaande verbleekt bij de langverwachte scène waarin een trefzekere Petit de eerste stappen op zijn koord zet. In overweldigend IMAX 3D toont Zemeckis de duizelingwekkende hoogte, maar bovenal hoe de kijker één wordt met de Fransman en zijn koord. Uiterst geconcentreerd, stapje voor stapje, kijken we door Petits ogen naar de overkant en uiteindelijk ook naar wat geen koorddanser ooit doet – naar beneden. Een prachtige, emotionele (door Philippe Petit zelf voorzien van voice-over!) maar ook huiveringwekkende ervaring: klamme handjes waardig.

Magisch avontuur
Daarmee is niet gezegd dat The Walk een geweldige film is. Zeker de eerste helft heeft een zoet en geromantiseerd karakter met dunne dialogen. En het is even wennen om Gordon-Levitt met een knullige pruik op en een dik Frans accent te horen praten. Anderzijds overtuigt hij wel als gedreven en charmante showman en toont hij de kijker dat alles mogelijk is – ook het onmogelijke. De acteur leerde zelfs koorddansen – hij kreeg persoonlijk les van Petit. De andere acteurs – Kingsley in een veilige rol als leermeester en Charlotte Le Bon als liefje wat eendimensionaal – steken af tegen die tomeloos energieke, gedreven Petit. Maar het is dan ook zijn film, zijn queeste.

Hoe je het wendt of keert, op filmisch gebied laat Zemeckis een knap staaltje CGI (de twee torens zijn levensecht in beeld gebracht) en 3D zien. Zijn The Walk is een duizelingwekkende ode aan het magische avontuur van een gedreven avonturier en een ode aan de torens die ooit waren.

 

5 oktober 2015

 

MEER RECENSIES

We Are Your Friends

***

recensie  We Are Your Friends

Deejayen voor dummies

door Alfred Bos

Voorspelbaar verhaal over een, voor Amerika althans, nieuw fenomeen: elektronische clubmuziek. Dankzij alle raak getroffen details blijft We Are Your Friends overeind.

Vroeger wilden jongens piloot worden, of brandweerman. Tegenwoordig willen ze beroemd worden, of minstens deejay, want dat is hetzelfde, denken ze. Zo ook Cole (Zac Efron), de protagonist van We Are Your Friends. De film verhaalt over een vriendengroep uit de San Fernando Valley nabij Los Angeles en hun avonturen in clubland. Of zoals Mason, de alfa-aap van het spul, zegt: ‘99% van de mensen wil feesten, 1% is het feest.’ Het kwartet Mason, Cole, Ollie en Squirrel behoort tot de laatste categorie.

Recensie We Are Your Friends

Net als eerdere films over de clubcultuur van house en techno – 24 Hour Party People, It’s All Gone Pete Tong en recentelijk nog Eden, alle van Europese makelij – claimt ook We Are Your Friends authenticiteit. De club als vleesmarkt, de drugs, de muziek – het is allemaal naar het leven geschetst. En omdat clubmuziek in Amerika een relatief nieuw fenomeen is, wordt er in deze Amerikaanse productie van alles uitgelegd. Het is een stoomcursus ‘deejayen for dummies’, wat niet helemaal verbaast want regisseur Max Joseph maakte eerder vooral documentaires en video’s. Dit is zijn eerste feature film.

Puberale personages
Voor Cole is clubben meer dan feesten. Zijn flair voor het deejayen en het produceren valt op bij James Reed (Wes Bentley), een internationale topjock met een luxeprobleem, drank, en een luxe-vriendin, Sophie (Emily Ratajkomski, bekend van Robin Thicke’s  Blurred Lines –videoclip, in haar derde filmrol, na Gone Girl en Entourage). Detail: aan de muur van Reeds studio hangt een poster van een Amsterdamse clubavond, met onder meer Nicky Romero en Dirty South op het affiche. James helpt Cole op weg en Sophie blijft niet achter. Er is ruzie, er is overspel, er valt een drugsdode, maar Cole bereikt zijn doel. Fanfare, vuurwerk, doek.

Dat We Are Your Friends ondanks zijn voorspelbare verhaallijn en puberale personages nimmer ontaardt in een treinwrak, is te danken aan de accurate schets van het milieu. Het saaie werk in de studio met het eindeloos uitproberen van geluiden, de namen die Reed in zijn conversatie laat vallen, de valkuilen van het vak die hij Cole voorhoudt, het verschil in sfeer tussen clubs en raves, de muziek op feestjes met sterren (Foxygen!) – het is allemaal precies raak.

We Are Your Friends

Progressive trance
Reed herkent in Cole een ‘acuut gevoel voor assemblage’. Hij bedoelt dat Cole kan arrangeren en als deejay zijn publiek van emotie naar emotie kan leiden. Cole op zijn beurt laat zich niet afleiden, behalve door Sophie dan. Voor Mason, Ollie en Squirrel staat het feesten centraal, voor hem de muziek. Een aanvankelijk raadselachtige scène valt op zijn plek wanneer Cole live voor een festivalpubliek een nieuwe track uit de machines klopt: hij benut gesampled omgevingsgeluid als basisingrediënt voor een compositie. Hij gebruikt het belangrijkste gereedschap van een deejay, zijn oren.

Opvallend genoeg draait de film niet om het in de States populaire EDM (electronic dance music), maar horen we de progressive trance van Sasha en John Digweed, een genre dat tot voor kort in het door rock en hiphop gedomineerde Amerika met geen mogelijkheid mainstream kon worden genoemd. Voor de Europese clubber is het wellicht gesneden koek, maar voor het Amerikaanse publiek kan We Are Your Friends als een oog (en oor) opener fungeren. De film biedt tevens een rake moraal, verwoord door Squirrel: ‘Het is op zijn best vlak voor het los gaat.’ Nu het EDM-genre in Amerika zijn beste tijd heeft gehad en ruimte maakt voor Europese clubmuziek, draait de film daar precies op dát moment.

 

25 augustus 2015

 

MEER RECENSIES